01 Detailhandelsbeleid Medemblik 2026-2030
Tekst van het document
22
Detailhandelsbeleid Medemblik
23
Figuur 6: Spreiding supermarktaanbod gemeente Medemblik
Bron: Locatus (2025). Bewerking: Stec Groep (2025).
Huidige spreiding supermarkten: grotere kernen met een compleet aanbod en verspreide buurtsupers Binnen de huidige spreiding worden alle grotere kernen zoals Medemblik, Wervershoof, Andijk en Wognum bediend met minimaal twee supermarkten, veelal in de combinatie van een fullservice en discountsupermarkt. Deze combinatie versterkt de positie van de winkelgebieden, gezien het complementaire aanbod en aantrekkingskracht. Deze supermarkten zijn voornamelijk lokaal verzorgend met een beperkte bovenlokale aantrekkingskracht. Daarnaast is er in Winkelhart Zwaagdijk een vijfde locatie waar een cluster supermarkten een bredere regio bedient. Daarnaast zijn er nog verspreide buurtsupermarkten in dorpen als Abbekerk, Nibbixwoud en Midwoud. In 2027 komt er mogelijk een nieuwe supermarkt in Opperdoes bij.
Welke factoren beïnvloeden het verzorgingsgebied van een supermarkt? De afstand die consumenten af willen leggen om van een supermarkt gebruik te maken verschilt per type supermarkt. Vijf factoren spelen hierbij een rol: 1. Formule: consumenten zijn over het algemeen bereid verder te reizen voor een discountsupermarkt dan een full-service supermarkt. Ook het concept (stads-/gemakssupermarkt versus wekelijkse boodschappen) speelt een rol. 2. Omvang supermarkt: naarmate de supermarkt groter is en een breder én specifieker assortiment biedt, zijn consumenten bereid om verder te reizen. 3. Concurrerend aanbod in de omgeving: bij een hoge mate van concurrerend aanbod in de omgeving met een vergelijkbaar concept neemt de gemiddelde reisafstand af. 4. Bereikbaarheid en parkeren: consumenten zijn bereid verder te reizen bij goede bereikbaarheid en optimaal parkeren. 5. Positie supermarkt bij consument: Vrijwel geen enkele consument doet alle boodschappen bij één supermarktformule. Zij maken, persoonsafhankelijk, onderscheid in primaire, secundaire en tertiaire
Detailhandelsbeleid Medemblik
24
supermarkten. De meeste bestedingen vinden plaats in de primaire supermarkt (68%), daarop volgt de secundaire (23%) en tertiaire (9%), bijvoorbeeld vanwege aanbiedingen, specifieke producten, onderscheidend assortiment of service. Afhankelijk van de primaire, secundaire en tertiaire supermarkt is men bereid meer of minder ver te reizen.
Ambitie: bestaande voorzieningen behouden, ondanks negatieve marktruimte In de onderstaande tabel wordt per winkelgebied het profiel, ontwikkelrichting en (indicatieve) functioneren beschreven, met specifieke aandacht voor de aanwezige supermarktmeters. Supermarkten vormen in vrijwel alle kernen de dragers van het winkelgebied en bepalen in belangrijke mate het verzorgingsgebied. Het behoud van deze voorzieningen is cruciaal om bereikbaarheid, vitaliteit en leefbaarheid van de kernen te waarborgen. Onze ambitie is daarom om de bestaande supermarktvoorzieningen binnen de hoofdwinkelstructuur te behouden, ondanks de negatieve marktruimte. • Binnen de vijf kernwinkelgebieden blijven de supermarkten behouden. We zetten in op behoud én versterking van deze voorzieningen. • Onder de drie kernverzorgende winkelgebieden binnen de hoofdwinkelstructuur vallen de kernen Abbekerk, Nibbixwoud en Midwoud. Daar liggen drie supermarkten die een belangrijke rol spelen in het dagelijkse aanbod voor inwoners in hun eigen verzorgingsgebied. • Daarnaast willen we verspreide winkels buiten de vijf kernwinkelgebieden en genoemde kernen behouden. Verdwijnt een van deze voorzieningen, dan is onze ambitie om deze te verplaatsen naar een van de vijf kernwinkelgebieden. Zo houden we deze winkelgebieden vitaal, aantrekkelijk en toekomstbestendig.
Dit vraagt enerzijds om het versterken van supermarkten met een kwetsbare positie, en anderzijds om het voorkomen van onnodige concurrentie. Het leidende principe hierbij is helder: “extra meters op de ene plek mogen nooit leiden tot het aantasten van het functioneren van een supermarkt elders.”
Tabel 5: Huidige profielen van de vijf kernwinkelgebieden Winkelgebied
Profiel en ontwikkelrichting
Functioneren
Medemblik
Het winkelgebied van Medemblik beschikt over een historisch, kleinschalig maar compleet stadscentrum. Het centrum voorziet in de dagelijkse behoeften van zowel inwoners als bezoekers uit de regio, met een nadruk op winkels voor dagelijkse en frequente aankopen, zoals supermarkten, drogisterijen en speciaalzaken. Daarnaast is er aanvullend recreatief aanbod, waardoor het winkelgebied zich ook leent voor funshoppen en een dagje uit in combinatie met horeca en beleving. Medemblik kent dan ook als enige winkelgebied in de gemeente een (regionaal) recreatief profiel. Het centrum herbergt diverse dienstverleners, cafés en restaurants en is regelmatig het decor voor kleinschalige markten en evenementen – activiteiten die veel waardering krijgen van zowel bewoners als bezoekers. Bovendien huisvest de kern Medemblik ook nog enkele doelgerichte detailhandelaanbieders. Voor het winkelgebied van Medemblik is in december 2024 een stadsplan vastgesteld. Het plan richt zich op het creëren van een toekomstbestendige, levendige en aantrekkelijke binnenstad. De Nieuwstraat wordt vernieuwd met zichtbare historische elementen en een flexibele inrichting voor evenementen en winkels, gedeeld door fietsers en auto's. Er komt meer groen in het centrum en autoluwe zones.
Economisch wordt ingezet op verblijfstoerisme, waarbij toeristische trekpleisters beter worden verbonden en karakteristieke gebouwen nieuwe functies krijgen. Er komen nieuwe richtlijnen voor gevels en winkelreclame, wat moet bijdragen aan de uitstraling in het gebied. Deze inzet versterkt het regionale recreatieve profiel.
Medemblik is de grootste kern van de gemeente en biedt het ruimste aanbod aan winkels en voorzieningen. Vanwege het historische en recreatieve profiel heeft Medemblik een sterke positie. Medemblik beschikt over verschillende supermarkten. In totaal beschikt Medemblik over 3.330 m2 winkelvloeroppervlak (hierna wvo) aan supermarkten. Zo zijn er aan de Randweg een Albert Heijn (1.565 m2 wvo) en een Aldi (765 m2 wvo) gevestigd. In het centrum zijn er de Spar (535 m2 wvo), Poolse supermarkt Mleczko (320 m2 wvo) en biologische supermarkt Odin (320 m2 wvo) gevestigd. In Medemblik komen discount en fullservice samen, wat het dagelijkse boodschappencluster aantrekkelijk maakt. Medemblik heeft daarmee een verzorgende functie voor de (stads)regio. De kern functioneert goed en het huidige winkelaanbod sluit goed aan bij de behoeften van inwoners en bezoekers.
Andijk
Het winkelcentrum in Andijk is een kleinschalig overdekt centrum. Je vindt er een bakker, slager, drogisterij en supermarkt. Buiten is er een snackbar met terras. Wat uitstraling betreft is het centrum wat verouderd. Toch ligger er plannen klaar voor vernieuwing. Dat laat zien dat er bereidheid is om te investeren. Het vervult een belangrijke (boven)lokale economische
Andijk is een kern aan de noordoostzijde van de gemeente. Het winkelgebied voorziet in de dagelijkse behoeften voor inwoners van de eigen kern en enkele omliggende buurtschappen. Zo is er een DekaMarkt (1.140 m2 wvo) gevestigd en ten zuiden van het centrum ligt de
Detailhandelsbeleid Medemblik
26
en sociale functie. Mensen uit de regio kunnen hier vooral terecht voor hun dagelijkse behoeften en het is een sociale ontmoetingsplek. Dankzij de ligging in het recreatiegebied rond het IJsselmeer trekt Andijk ook bestedingen van bezoekers buiten de eigen kern. Ten opzichte van Wervershoof en Wognum heeft het winkelgebied een iets kleinere reikwijdte. Naast het winkelcentrum Andijk zit er een solitair gelegen Lidl in het zuiden van Andijk.
Lidl (1.225 m2 wvo), die in 2022 nog is verbouwd. In totaal beschikt Andijk over 2.365 m2 winkelvloeroppervlak aan supermarkten. Het winkelgebied in Andijk functioneert naar behoren en het detailhandelsaanbod past momenteel bij de omvang van de kern.
Wervershoof
Het winkelcentrum van Wervershoof heeft een dagelijks profiel. Het vervult voornamelijk een (boven)lokale functie (bijvoorbeeld voor inwoners uit nabijgelegen dorpen) en het belangrijkste bezoekmotief is boodschappen doen. Het aanbod bestaat uit dagelijkse voorzieningen zoals supermarkten, een Hema, een drogist, bakker en er bevinden zich enkele horecagelegenheden. Recreatief aanbod is beperkt aanwezig in de vorm van één boetiek. Het winkelcentrum is wat versteend en heeft een verouderde uitstraling wat het minder aantrekkelijk maakt. De leegstand in Wervershoof is met ongeveer 18% erg hoog en ligt ver boven een gezond frictieniveau. Een reden voor deze hoge leegstand zijn de verwachte renovatieplannen. Ondernemers willen of kunnen niet vestigen in de beschikbare leegstaande panden vanwege de geplande renovatie. De plannen richten zich op een duurzaam en aantrekkelijk centrum met meer beleving. Gemeente Medemblik en Dalpha Real Estate onderzoeken samen de haalbaarheid van deze transformatie. Buiten het afgebakende winkelcentrum van Wervershoof is er ook ander detailhandelsaanbod in de kern. Zo is er een bouwmarkt (Hubo) en een woonwinkel (Pronto Wonen). Daarnaast is er verspreid in de kern recreatief aanbod van Rheino’s en Boeddha Centre. Het totale detailhandelsaanbod in de kern is dus groter dan alleen het kernwinkelgebied.
Het winkelcentrum van Wervershoof is een belangrijk winkelgebied voor de kern. De uitvoering van de renovatieplannen laat lang op zich wachten, waardoor het winkelgebied momenteel niet goed functioneert. In de afgelopen tien jaar is het winkelvloeroppervlak voor recreatieve en doelgerichte detailhandel sterk afgenomen. Het dagelijks aanbod kende wel een stijging. Inmiddels zijn Albert Heijn (1.365 m2 wvo), DekaMarkt (1.080 m2 wvo) en Food Plus (280 m2 wvo) als supermarkten in Wervershoof gevestigd. Samen beslaan deze supermarkten 2.725 m² winkelvloeroppervlak. Ondanks de problemen biedt het winkelcentrum potentie. Wervershoof is na Medemblik de grootste kern van de gemeente. Een problematische factor voor Wervershoof is de concurrentie vanuit Winkelhart Zwaagdijk. Het complete aanbod en goede bereikbaarheid van Winkelhart Zwaagdijk maakt dat consumenten en aanbieders worden aangetrokken door Winkelhart Zwaagdijk. Dat verzwakt de detailhandel in Wervershoof.
Wognum
Wognum heeft een geconcentreerd centrum met een dagelijks aanbod. Het winkelgebied voorziet in dagelijkse behoefte zoals supermarkten, een drogist, bakker, slager en enkele horecagelegenheden. Daarnaast is er recreatief aanbod aanwezig en zijn er specialisten zoals een juwelier en
Het winkelcentrum richt zich voornamelijk op de dagelijkse voorzieningen, maar biedt daarnaast ook enkele recreatieve winkels en horecazaken. Hoewel het winkelcentrum versteend is, biedt het een mix van
Detailhandelsbeleid Medemblik
Zwaagdijk
27
opticien. Wognum heeft een gunstige ligging aan de A7 en trekt daardoor niet alleen inwoners uit de eigen kern, maar ook bezoekers uit andere delen van de gemeente. Het centrum van Wognum is een sterk bovenlokaal verzorgend dorpscentrum. Het is weliswaar klein en versteend, maar compleet.
fullservice en discount in het dagelijkse segment. De Albert Heijn (1.155 m2 wvo) en Lidl (1.015 m2 wvo) beslaan samen een totale supermarktomvang van 2.170 m2 wvo. Er zijn concrete uitbreidingsplannen van de Lidl om uit te breiden met 400 m² wvo. Dat is opmerkelijk, gezien de negatieve marktruimte voor dagelijkse detailhandel op gemeenteniveau van 3.100 m² wvo. Kijkend specifiek naar de dagelijkse detailhandel in Wognum constateren we een beperkte uitbreidingsbehoefte/optimalisatieruimte. In Wognum is er lokaal nog ruimte voor uitbreiding of optimalisatie van de dagelijkse detailhandel, omdat het aanbod in verhouding tot het aantal inwoners hier goed in balans is. Hoewel er op gemeentelijk niveau sprake is van een fors overaanbod van dagelijkse winkels, is de marktsituatie in Wognum minder gespannen, waardoor uitbreiding van bijvoorbeeld de Lidl mogelijk en economisch verantwoord is – zeker gezien het beperkte discountaanbod in het westelijke deel van de gemeente. Het winkelcentrum functioneert goed en sluit aan bij de behoeften van inwoners en bezoekers.
Winkelhart Zwaagdijk is een groot solitair gelegen winkelcentrum (in de relatief kleine kern Zwaagdijk-Oost) met dertien winkels, verspreid over 15.000 vierkante meter. Het winkelcentrum huisvest dagelijks, recreatief en doelgericht winkelaanbod. Er bevinden zich onder andere een Jumbo, Action en Kruidvat, maar ook een meubelzaak, dierenwinkel en een schoenenwinkel. Het winkelgebied is gelegen naast de N307 en is makkelijk met de auto bereikbaar vanaf omliggende (dorps)kernen. Er zijn net als in de andere winkelgebied gratis parkeerplaatsen beschikbaar. Het winkelgebied trekt veel mensen aan van buiten de eigen kern en heeft een streekverzorgend profiel. Winkelhart Zwaagdijk vervult, dankzij de goede autobereikbaarheid en strategische ligging, meer de rol van een perifere detailhandelslocatie dan van een traditioneel kern-/lokaal verzorgend
Het winkelgebied is opvallend groot in verhouding tot de omvang van de kern. Zeker wanneer we dit vergelijken met de andere winkelgebieden of kernen. Winkelhart Zwaagdijk behoort tot de best functionerende winkelgebieden van de regio West-Friesland. Er is een zeer gevarieerd aanbod van dagelijkse en doelgerichte aanbieders, wat de positie erg sterk maakt. Zwaagdijk beschikt over een Aldi (805 m2 wvo) en een omvangrijke Jumbo (1.760 m2 wvo). In totaal beschikt Winkelhart Zwaagdijk over 2.565 m2 winkelvloeroppervlak aan supermarkten. Het gebied functioneert goed door de aanwezigheid van fullservice en discount in het dagelijkse
Detailhandelsbeleid Medemblik
winkelgebied. Door het gevarieerde detailhandelsaanbod is Zwaagdijk een veelzijdige bestemming voor zowel consumenten uit de eigen kern als omliggende (dorps)kernen. Er zijn plannen om Winkelhart Zwaagdijk nog verder uit te breiden. Deze plannen zouden effect hebben op de detailhandelsstructuur in de gehele gemeente en de vitaliteit van de overige winkelgebieden schaden.
28 segment. Het (supermarkt)aanbod in Zwaagdijk past niet bij de beperkte omvang van de kern. Winkelhart Zwaagdijk trekt bezoekers uit de omliggende kernen aan, waardoor de ruime omvang van het aanbod in stand gehouden kan worden. Dit leidt tot een risico voor de instandhouding van de detailhandelhoofdstructuur en de bereikbaarheid van voorzieningen in andere delen van de gemeente. De (supermarkt)functie van Winkelhart Zwaagdijk is hiermee niet kern/lokaal verzorgend.
Bron: Locatus (2025). Bewerking: Stec Groep (2025).
Tabel 6: Huidige en/of mogelijke profielen van de vier kernverzorgende winkelgebieden(met focus op supermarkten) Winkelgebied
Profiel
Functioneren
Abbekerk
De buurtsupermarkt Spar in Abbekerk voorziet inwoners in hun dagelijkse behoeften en biedt een plek om elkaar te ontmoeten. Naast de supermarkt zijn er nog enkele aanvullende diensten gevestigd, zoals een kapper, bloemist en een modezaak. De Spar vervult een lokaal verzorgende rol en draagt bij aan de leefbaarheid van het dorp.
De Spar in Abbekerk heeft een winkelvloeroppervlakte van 340 m2. De winkel moest eerder stoppen en maakte daarna een doorstart. Dat laat zien hoe lastig het is om winkels in kleine dorpen financieel gezond te houden. Met een beperkte omvang is het lastig om het totaalaanbod te bieden die de moderne consument zoekt. De Spar in Abbekerk heeft het moeilijk, maar blijft belangrijk voor de lokale inwoners.
Midwoud
De Spar in Midwoud, een buurtsupermarkt, voorziet inwoners in hun dagelijkse behoeften. Naast de Spar zitten er nog een slijterij en enkele kapsalons en snackbars. De Spar vervult, net zoals in Abbekerk, een lokaal verzorgende rol en draagt bij aan de leefbaarheid van het dorp.
De Spar in Midwoud heeft een kleine reikwijdte en voorziet in de dagelijkse behoefte van bewoners nabij. De Spar heeft een totale omvang van 485 m2. De geringe omvang maakt het lastig om klanten te binden.
Nibbixwoud
In Nibbixwoud zijn een Albert Heijn, buurtsupermarkt en Gall & Gall gevestigd. Verder zijn er nog een bakker, kapper en woningtextielwinkel gevestigd. Deze winkels liggen verspreid en vormen geen samenhangend
Nibbixwoud functioneert naar behoren. Het voorziet in de behoefte van de inwoners. De Albert Heijn vervult een rol als buurtverzorgende supermarkt met een totale omvang van 1.085 m2. Vanwege de ruimere omvang heeft de
Detailhandelsbeleid Medemblik
Opperdoes
29
winkelgebied. Bewoners doen hier vooral hun dagelijkse boodschappen. Nibbixwoud heeft daardoor een buurtverzorgend profiel.
supermarkt in Nibbixwoud een sterkere en vitalere positie dan de buurtsupers in Abbekerk en Midwoud
De kern Opperdoes heeft op dit moment geen supermarkt, maar er bestaat een initiatief van Vomar om een nieuwe supermarkt op de oude locatie van de Spar te vestigen. Voor deze ontwikkeling is een anterieure overeenkomst gesloten en heeft de gemeente in februari 2026 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen.
Op basis van de plannen krijgt de Vomarvestiging een oppervlakte van ca. 1.200 m² winkelvloeroppervlak. De winkel is een fullservice supermarkt en bedient naar verwachting inwoners van Opperdoes en een aantal kleine kernen of buurtschappen in de buurt die geen supermarkt hebben en concurreert mogelijk met bestaande supermarkten in Medemblik en/of Abbekerk.
Bron: Locatus (2025). Bewerking: Stec Groep (2025). Bron Opperdoes: gemeente Medemblik (2026)
Tabel 7: Huidige profielen van de verspreide winkels in de gemeente Winkelgebied
Profiel
Functioneren
Verspreide bewinkeling 6
Tot slot is er een groep winkels te vinden op verspreide locaties binnen de gemeente Medemblik. Deze voorzieningen bevinden zich buiten de bestaande winkelstructuur. Het gaat om solitaire detailhandelsvestigingen buiten de kernen Medemblik, Andijk, Wervershoof, Wognum en Zwaagdijk, bijvoorbeeld op bedrijventerreinen alsook enkele vestigingen binnen de kernen.
Solitaire dagelijkse – en recreatieve detailhandel buiten de kernwinkelgebieden – hebben het doorgaans lastig vanwege het ontbreken van voldoende trekkracht en combinatiebezoek. Voor de doelgerichte detailhandel geldt dat deze op verspreide locaties wel kan functioneren, dankzij het bezoekersmotief en de aantrekkingskracht van deze winkels
Bron: Locatus (2025). Bewerking: Stec Groep (2025).
6
Verspreide bewinkeling verwijst naar winkels die zich buiten de centrale winkelgebieden bevinden. Deze winkels vallen niet binnen een aangeduid winkelgebied (clustering van minimaal vijf winkels) en zijn vaak verspreid over verschillende locaties.
4.2 Waar zetten we op in? Vier pijlers onder hoofddoel evenwichtige spreiding detailhandel We zetten hier onze strategieën voor de detailhandelsstructuur in Medemblik uiteen. Het hoofddoel van deze visie is: een evenwichtige spreiding van detailhandel 7, zodat voorzieningen bereikbaar blijven en dorpen leefbaar. Om dit doel te bereiken zetten we in op vier pijlers: 1. 2. 3. 4.
Een sterke en geconcentreerde hoofdstructuur Supermarkten als dragers van onze kernen, belang van evenwichtige spreiding Lokaal ondernemerschap in stand houden in onze kernen Kwaliteit van winkelgebieden waarborgen
Overkoepelend doel: een evenwichtige spreiding van detailhandel zodat voorzieningen bereikbaar blijven en dorpen leefbaar Wij willen dat inwoners van de gemeente Medemblik in alle kernen, nu en in de toekomst, kunnen rekenen op nabijheid en bereikbaarheid van dagelijkse voorzieningen. Dat gaat verder dan alleen boodschappen doen. Supermarkten, drogisterijen, bakkerijen en andere basiswinkels vormen het hart van onze dorpen. Het zijn plekken waar mensen elkaar ontmoeten, waar jong en oud samenkomen en waar vanzelfsprekendheid en gemak hand in hand gaan. Het behouden van deze voorzieningen betekent het behouden van de levendigheid, aantrekkelijkheid en sociale samenhang van onze kernen. In een gemeente die vergrijst en er een groeiende groep mensen is voor wie mobiliteit steeds minder vanzelfsprekend is, neemt dit belang alleen maar toe. Niet iedereen kan eenvoudig naar een grotere kern reizen voor dagelijkse boodschappen, denk aan mensen zonder een auto tot hun beschikking. Een goede spreiding van voorzieningen over de kernen betekent dat ouderen zelfstandig kunnen blijven wonen, dat gezinnen hun leven efficiënt kunnen organiseren en dat dorpen leefbaar en aantrekkelijk blijven voor nieuwe generaties. Het gaat dus niet alleen om economie, maar ook om bredere maatschappelijke doelstellingen, leefbaarheid en sociale cohesie in onze dorpen.
Juist daarom kiezen wij voor een visie waarin de evenwichtige spreiding van supermarkten en andere basisvoorzieningen het fundament vormt. Dit is de sleutel om vitale dorpscentra te behouden. Een centrum zonder supermarkt of dagelijkse voorzieningen verliest zijn functie als ontmoetingsplek, waardoor de samenhang en levendigheid afneemt. Voorzieningen in de nabijheid zorgen er juist voor dat mensen vaker en langer in hun kern verblijven, waardoor ook lokale ondernemers, horeca en maatschappelijke functies profiteren. Alle andere keuzes die we in deze visie maken—het versterken van de hoofdstructuur, het behouden van lokaal ondernemerschap en het investeren in de kwaliteit van winkelgebieden— staan ten dienste van dit doel. Alleen met sterke, bereikbare voorzieningen kunnen we immers de leefbaarheid van onze dorpen ook in de toekomst waarborgen.
7
Een evenwichtige spreiding van winkels zorgt voor een leefbare en goed functionerende omgeving. Door detailhandel zorgvuldig over het gebied te verdelen, blijven voorzieningen bereikbaar voor alle bewoners. Dit voorkomt concentratie op één plek en leegstand elders. Zo blijven centrumgebieden én dorps- en wijkkernen economisch vitaal. Overbelasting van centrale gebieden en eenzijdige ontwikkeling wordt tegengegaan, terwijl kleinere kernen hun functie behouden. Het resultaat is een gezonde balans tussen bereikbaarheid, dynamiek en leefbaarheid. Detailhandel draagt zo bij aan ruimtelijke kwaliteit en het dagelijks functioneren van het gebied.
Detailhandelsbeleid Medemblik
Wat blijkt er uit de participatie? Ondernemers en inwoners vinden het essentieel dat het detailhandelsbeleid aansluit op de praktijk in Medemblik. Zij benadrukken een sterke hoofdstructuur met supermarkten als kern, zodat dagelijkse voorzieningen voor iedereen bereikbaar blijven, vooral voor kwetsbare groepen. Ondernemers waarschuwen dat uitbreiding buiten dorpskernen leegstand en verlies van levendigheid veroorzaakt. Er is brede steun voor het behoud van lokaal ondernemerschap en voor kwaliteit in winkelgebieden. Dat vraagt om verduurzaming en investeringen in de openbare ruimte. Boerderijwinkels gelden als waardevolle aanvulling, mits duidelijke kaders voor omvang en assortiment concurrentie met reguliere winkels beperken. Ook is er draagvlak voor branchevervaging en slimme functieverplaatsing, zolang dit bijdraagt aan een aantrekkelijk en toekomstbestendig winkelaanbod en niet leidt tot extra druk op de concurrentie.
Pijler 1. Een sterke en geconcentreerde hoofdstructuur We kiezen bewust voor een krachtige en compacte hoofdstructuur voor de detailhandel. Binnen deze structuur krijgt de detailhandel ruimte om zich verder te ontwikkelen. We versterken de bestaande winkelgebieden, zodat ze aantrekkelijk en economisch vitaal blijven. Nieuwe winkelinitiatieven moeten bijdragen aan deze hoofdstructuur. In het licht van een duurzame en toekomstbestendige ruimtelijke ordening is het van cruciaal belang dat nieuwe detailhandelsinitiatieven primair landen binnen de hoofdwinkelstructuur van de vijf kernen. Het beschermen én versterken van deze hoofdstructuur vormt de ruggengraat van het gemeentelijke voorzieningenaanbod en draagt direct bij aan de leefbaarheid van de dorpen. Juist in een vergrijzende gemeente als Medemblik, waar de mobiliteit van inwoners afneemt en de behoefte aan nabijheid van voorzieningen toeneemt, is het essentieel dat winkels en basisvoorzieningen goed bereikbaar en geconcentreerd aanwezig blijven in de dorpscentra. Dit sluit ook nauw aan bij het woon- en zorgbeleid van de gemeente, waarin langer zelfstandig wonen en nabijheid van diensten centraal staan. De herinvulling van leegstaande winkelpanden met zowel commerciële als maatschappelijke functies – denk aan kleinschalige zorg, dienstverlening of ontmoeting – is hierin een belangrijke strategische opgave.
We vullen het detailhandelsaanbod aan met andere commerciële of maatschappelijke voorzieningen. Elk initiatief beoordelen we afzonderlijk. Tegelijkertijd betekent dit dat uitbreidingen van detailhandel buiten de hoofdstructuur slechts mogelijk zijn onder strikte voorwaarden: alleen als deze aantoonbaar aanvullend zijn op het bestaande aanbod, géén afbreuk doen aan de vitaliteit van de hoofdstructuur én een duidelijke meerwaarde leveren voor specifieke doelgroepen of lokale behoeften. Deze lijn wordt stevig verankerd in het detailhandelsbeleid van de gemeente Medemblik. We kiezen bewust voor een geconcentreerde hoofdwinkelstructuur met beperkte ontwikkelingsruimte daarbuiten, omdat versnippering van het aanbod leidt tot leegstand, verschraling van voorzieningen en een verzwakking van de dorpscentra als vitale ontmoetingsplekken. Pijler 2: Supermarkten als dragers van onze kernen; belang van evenwichtige spreiding Supermarkten trekken veel publiek en houden andere winkels in stand. Ze bieden bovendien een plek waar buurtbewoners elkaar ontmoeten. Dat maakt supermarkten belangrijk voor de leefbaarheid van dorpen. We kiezen er daarom bewust voor om supermarkten te concentreren binnen de bestaande (hoofdwinkel-)structuur, maar we zien ook dat de marktruimte in de gemeente Medemblik verzadigd is. Er zijn meer supermarktmeters dan nodig op basis van het aantal inwoners.
Landelijk zien we dat een overschot niet direct leidt tot onderpresterende supermarkten. Onderscheidende profielen zorgen ervoor dat formules elkaar
31
Detailhandelsbeleid Medemblik
aanvullen in plaats van direct concurreren. Zo blijft het aanbod op peil en blijft de aantrekkingskracht groot, zonder dat de regionale detailhandelsstructuur verstoord raakt. Extra meters toevoegen is echter ongewenst. Om die groei te voorkomen, stellen we aanvullende richtlijnen op voor nieuwe supermarktinitiatieven. Supermarkten groeien snel. Ze bieden consumenten steeds meer gemak en keuze. Tegelijkertijd komt het economisch draagvlak van buurtwinkels en speciaalzaken onder druk te staan. Kleine ondernemers kunnen moeilijk opboksen tegen de schaalvoordelen van grote ketens. Grote supermarktformules breiden hun assortiment vaak uit met versproducten, biologische en luxere varianten, en non-food. Daardoor verliezen speciaalzaken hun functie en bestaansrecht. Wij zien lokaal ondernemerschap als het visitekaartje van onze centra. We streven naar een goede balans tussen dorpen en centra, zodat voorzieningen voor iedereen bereikbaar blijven. Nieuwe supermarktinitiatieven stemmen we daarom af op gemeentelijk niveau, het uitgangspunt is daarbij dat winkelgebieden lokaal verzorgend zijn. Winkelgebieden met een grotere aantrekkingskracht ondermijnen marktpotentie elders. Daarmee vormen ze een gevaar voor de evenwichtige spreiding die wij nastreven om voorzieningen bereikbaar te houden en de leefbaarheid te borgen.
Uitbreiding heeft namelijk directe impact op bestaande supermarkten, buurtwinkels en koopstromen tussen kernen. Daarom is uitbreiding alleen wenselijk wanneer er in het directe verzorgingsgebied van de supermarkt voldoende lokale marktpotentie is om de uitbreiding te accommoderen. Een gelijk speelveld vraagt om zorgvuldige beoordeling van nieuwvestiging en uitbreiding. Om een evenwichtige spreiding van supermarktmeters te borgen werken we met een maximale omvang van 1.500 m² wvo. Zo voorkomen we extreem grote supermarkten die de marktpotentie van omliggende kernen ondermijnen. Elke uitbreiding of nieuwvestiging is daarnaast ook DPO-plichtig (inclusief effectenanalyse), in lijn met de landelijke en regionale regels. Pijler 3: Lokaal en startend ondernemerschap in stand houden in onze kernen Winkelgebieden bloeien door de kracht van lokale ondernemers. Landelijke ketens trekken een breed publiek, maar lokale winkels zorgen voor diversiteit en karakter. Samen vormen ze een sterk geheel en bedienen ze verschillende doelgroepen. In Medemblik staat het lokale ondernemerschap onder druk. Daarom is een gezonde balans tussen landelijke ketens en lokale ondernemers nodig. Die balans begint bij het stimuleren van startende ondernemers. Vooral startende ondernemers hebben het zwaar.
Waar gevestigde ondernemers vaak hun pand al hebben afbetaald en dit zien als een vorm van pensioen, moeten starters doorgaans een lening afsluiten. De vaste lasten drukken zwaar op de exploitatie, waardoor het moeilijk is om de onderneming in de eerste jaren rendabel te maken. Dit maakt de drempel om een nieuwe zaak te beginnen hoog en zet de vernieuwing van het lokale ondernemerschap onder druk. Tegelijkertijd zien we ook nieuwe, laagdrempelige vormen van ondernemerschap ontstaan, zoals boerderijwinkels, zelfbedieningsstalletjes of hybride concepten die detailhandel combineren met horeca of beleving (voor de specifieke regels: zie H.6 ruimtelijk kader). Dit zijn positieve ontwikkelingen: ze geven kleur aan de gemeente, versterken het voorzieningenniveau en dragen bij aan de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van onze kernen en het buitengebied. Wel moeten we waken voor oneerlijke concurrentievoordelen. Ondernemers die buiten de reguliere winkelgebieden opereren, hebben vaak lagere kosten en minder strikte regelgeving, terwijl gevestigde winkels in de centra te maken hebben met hogere lasten en verplichtingen. Een gelijk speelveld 8 is cruciaal, zodat deze nieuwe initiatieven de bestaande winkelstructuur aanvullen in plaats van ondermijnen. Detailhandel buiten deze structuur vinden we onwenselijk en bouwen we 8
Onder een gelijk speelveld wordt verstaan dat alle detailhandelsvestigingen binnen de gemeente — ongeacht ligging in een kernwinkelgebied of daarbuiten — moeten voldoen aan dezelfde geldende wet- en regelgeving, waaronder bestemmingsplannen, vergunningvereisten, milieuregels, handhaving en overige relevante beleidskaders. Uitzonderingen zijn uitsluitend mogelijk indien deze expliciet wettelijk zijn vastgelegd of beleidsmatig gemotiveerd.
32
Detailhandelsbeleid Medemblik
af. We bepalen wat onder detailhandel valt en wat ondergeschikte detailhandel is. Deze definities leggen we vast in het ruimtelijk kader (zie Hoofdstuk 6), met duidelijke regels over assortiment en maximaal oppervlak. Handhaving pakken we integraal aan. We geven prioriteit aan belangrijke zaken en combineren controle met (actieve) voorlichting over de regels. De gemeente voert een actief, risicogericht handhavingsbeleid met als doel: een gelijk speelveld voor alle detailhandelsinitiatieven binnen en buiten de kernwinkelgebieden. Bij de uitvoering van het beleid beoordelen we per geval de gevolgen. Om lokaal ondernemerschap toekomstbestendig te maken, zet de gemeente in op gerichte ondersteuning en facilitering in de vorm van een startersloket 9. Dat betekent: het stimuleren van starters met praktische hulp bij financiering, locatiekeuze en vergunningen, het verminderen van wachttijden en regeldruk en het inrichten van een centraal ondernemersloket als vast aanspreekpunt. Waar mogelijk geven we lokale ondernemers bij gelijke voorwaarden de voorkeur bij aanbestedingen binnen de detailhandel. Op de langere termijn bieden we starters de kans om door te groeien tot gevestigde ondernemers. Tegelijkertijd stimuleren we vernieuwing en functiemenging om innovatieve bedrijfsmodellen mogelijk te maken.
We zoeken naar slimme oplossingen om leegstand tegen te gaan en vastgoed beter te benutten. We richten ons op de kwaliteit van de openbare ruimte zodat deze aantrekkelijk blijft voor ondernemers en bezoekers. We geven ruimte aan hybride vormen van detailhandel, zoals combinaties met andere functies, waar dat past binnen het ruimtelijk kader. De gemeente speelt hierin een faciliterende en verbindende rol. We stimuleren samenwerking, verminderen beleidsbelemmeringen en betrekken ondernemers actief bij de ontwikkeling van de kernen. Door ondernemerschap te koppelen aan bredere opgaven zoals leefbaarheid, duurzaamheid en digitalisering, ontstaat een klimaat waarin ondernemers kunnen meegroeien met maatschappelijke ontwikkelingen. Zo bouwen we aan een divers en vitaal ondernemerschap dat de kernen van Medemblik levendig en aantrekkelijk houdt. Pijler 4: Kwaliteit van winkelgebieden waarborgen In de komende jaren staan in de gemeente Medemblik diverse gebiedsontwikkelingen op stapel, zoals woningbouwprojecten en de ontwikkelingsplannen van winkelcentrum Wervershoof. Deze plannen bieden momentum én investeringspotentie om winkelgebieden toekomstbestendig in te richten en te investeren in een prettig verblijfsklimaat.
Voor een duurzame structuur is het cruciaal dat de positie van deze winkelgebieden binnen de hoofdstructuur helder wordt bepaald en dat de aangewezen gebieden zich onderscheiden door hoge ruimtelijke kwaliteit. Een uitnodigende openbare ruimte maakt winkelen en verblijven aantrekkelijker, stimuleert ontmoeting en zorgt dat bezoekers langer blijven hangen. Dit vertaalt zich direct in beter economisch functioneren: meer bestedingen, meer vertrouwen bij ondernemers en een gezonder ondernemersklimaat. Goed onderhouden en aantrekkelijke winkelgebieden voorkomen leegstand, trekken nieuwe functies aan en vergroten de dynamiek en spreiding van bezoekers over de dag. Waar mogelijk versterken we de aantrekkelijkheid met horecavoorzieningen, zodat centra ook buiten de piekuren levendig blijven. Daarnaast richten we ons op de duurzaamheid van onze winkelgebieden. Zo kunnen energiezuinige gebouwen, vergroening of circulaire concepten de verduurzaming en leefbaarheid van onze winkelgebieden versterken. Onze strategie is dan ook helder: wij investeren gericht in de ruimtelijke en functionele kwaliteit van bestaande winkelgebieden. Alleen zo kunnen zij hun rol behouden als vitale en economisch sterke centra binnen de kernen van Medemblik.
9
Het Startersloket West-Friesland ondersteunt (startende) ondernemers met informatie, advies en praktische tools om een eigen bedrijf op te zetten. Via trainingen en netwerkdoorverwijzingen helpt het loket om ideeën haalbaar en kansrijk te maken. Zo versterkt het lokaal ondernemerschap en draagt het bij aan een vitaal, divers economisch klimaat in West-Friesland (bron: Startersloket West-Friesland).
33
Detailhandelsbeleid Medemblik
34
Naast de overkoepelende pijlers die richting geven aan de detailhandelsvisie, spelen er ook specifieke ontwikkelingen en dynamieken in de afzonderlijke winkelgebieden. Elk winkelgebied kent zijn eigen profiel, kansen en uitdagingen. Om de visie handen en voeten te geven, werken we dit in het vervolg van dit hoofdstuk uit in een strategie per winkelgebied.
4.3 Strategie per winkelgebied Winkelgebied
Strategie
Medemblik
Medemblik versterkt haar positie als recreatieve en toeristische kern. Daarnaast blijft er ruimte voor dagelijkse en doelgerichte detailhandel. We zetten in op een goede balans tussen horeca en winkels. Het historische centrum in de kern van Medemblik krijgt het primaat voor recreatieve detailhandel. Rondom dit centrum ontstaat een clustering van recreatieve functies. We behouden de Randweg als locatie voor dagelijkse detailhandel. Waar mogelijk verleiden we consumentaantrekkende functies verspreid over de bedrijventerreinen naar het kernwinkelgebied. Voor doelgerichte/perifere detailhandel en activiteiten die écht genoodzaakt zijn om te vestigen op bedrijventerreinen blijven we ruimte bieden.
Zwaagdijk
We behouden alleen het huidige detailhandelsaanbod in Winkelhart Zwaagdijk en staan uitbreiding momenteel niet toe. Zo beschermen we de bestaande hoofdstructuur en voorkomen we dat de marktpotentie van andere winkelgebieden zoals Wervershoof en Wognum onder druk komt te staan. Winkelhart Zwaagdijk heeft al een ruim aanbod in detailhandel ten opzichte van de grote van de kern. Daarom kiezen we bewust voor behoud in plaats van groei.
Andijk
We behouden het huidige winkelaanbod in de kern. Het winkelgebied vervult een lokaal verzorgende functie en die rol willen we vasthouden. Daarom versterken we de positie van het winkelgebied met een kleinschalige transformatie van het centrum waar we inzetten op kwaliteitsverbetering van het winkelgebied en de openbare ruimte. De afstand tot andere winkelgebieden is groot genoeg om de voorzieningen hier te behouden. Daarom staan we kleinschalige kwalitatieve aanvullingen hier toe. We verwachten dat de renovatie de verblijfswaarde verhoogt en bijdraagt aan een beter functionerend winkelgebied.
Wervershoof
We behouden de focus op dagelijkse voorzieningen. Voor het winkelcentrum Wervershoof liggen herontwikkelingsplannen klaar. We reserveren detailhandelsruimte voor lokale ondernemers en stimuleren actief lokaal ondernemerschap. De renovatie verhoogt de ruimtelijke kwaliteit en maakt het gebied aantrekkelijker. Dit biedt mogelijkheden voor een prettiger en meer uitnodigende ontmoetingsfunctie. We bouwen aan een toekomst waarin dagelijkse voorzieningen en ontmoeting centraal staan. Kleinschalige, kwalitatieve aanvullingen krijgen daarom hier ruimte. Waar mogelijk verleiden we publieksaantrekkende functies op het bedrijventerrein Nijverheidsweg en maatschappelijke functies naar het gerenoveerde winkelgebied.
Wognum
We behouden het volledige dagelijkse aanbod in het winkelgebied. De kern blijft goed bereikbaar en vervult een dagelijkse én licht recreatieve functie. We zorgen voor een mix van discount- en fullservice supermarkten die past bij de omvang en het verzorgingsgebied van de kern. Daarom gaan we de uitbreiding van een supermarkt nader bekijken (op basis van distributieplanologisch onderzoek is er aangetoond dat hier mogelijk ruimte is voor uitbreiding). Daarnaast geven we het winkelgebied een impuls. We verbeteren de openbare ruimte en vergroten de aantrekkingskracht van het verouderde en versteende gebied.
35
Detailhandelsbeleid Medemblik
5. Actielijnen Concentratie in hoofdstructuur
Wat speelt er?
Wat gaan we doen?
De detailhandel is het meest
• We vertalen de hoofdstructuur en bijbehorende planologische
toekomstbestendig wanneer zij onderdeel vormt van een groter gebied met winkels en andere voorzieningen. We zetten daarom in op concentratie in de hoofdstructuur. Voor gebieden die buiten de hoofdstructuur vallen werken we aan geleidelijke afbouw van detailhandel. Binnen de hoofdstructuur maken we duidelijke keuzes in welke vormen van detailhandel we waar willen hebben.
bepalingen in het Omgevingsplan. • We werken mee aan initiatieven om verspreide winkels te concentreren in de hoofdstructuur. • We werken met een uitsterfconstructie voor verspreide winkels. Bij het stoppen van een winkel of verplaatsing naar de hoofdstructuur verwijderen we de detailhandelsbestemming bij wijziging van het Omgevingsplan 10. De Omgevingswet biedt deze mogelijkheden, daarom stellen wij voor het vestigingsgedrag en wijzigingen in het Omgevingsplan periodiek te monitoren en uit te voeren. • We gaan planologische mogelijkheden voor supermarkten nader inkaderen aan de hand van de uitgangspunten in het ruimtelijk kader in hoofdstuk 6 aan de hand van de hoofdwinkelstructuur.
We leggen de hoofdwinkelstructuur vast in het Omgevingsplan. We stimuleren dat verspreide winkels verplaatsen naar deze structuur. Waar mogelijk passen we een uitsterfconstructie toe. Daarnaast scherpen we de planologische regels voor supermarkten aan op basis van het ruimtelijk kader.
Basis op orde: schoon, heel en veilig
Een schoon, heel en veilig
• We handhaven schoon, heel en veilig in de winkelgebieden, waarbij
winkelgebied is een basisvoorwaarde
we gericht knelpunten aanpakken en structureel inzet plegen om het
voor een aantrekkelijk centrum.
beheer op orde te houden. We doen dit samen met lokale
Bezoekers voelen zich er welkom en
betrokkenen. Wel constateren we dat het kwaliteitsniveau van het
verblijven er langer, wat direct
onderhoud van de openbare ruimte regelmatig onder druk staat,
bijdraagt aan hogere bestedingen en
waardoor de beschikbaarheid van budget bepalend is voor hoe
levendigheid. Voor ondernemers
schoon, heel en veilig de winkelgebieden kunnen zijn.
schept het vertrouwen om te
• We gaan breder communiceren over de 25-metersregel uit het
investeren en zich langdurig te
landelijke activiteitenbesluit, welke inhoudt dat ondernemers
vestigen. Afval, leegstand, onveilige
verplicht zijn om zwerfafval op te ruimen in een straal van 25 meter
situaties of slecht onderhoud hebben
rondom hun bedrijf.
daarentegen een afschrikwekkend effect: mensen mijden het gebied en de vitaliteit neemt af. Schoon, heel en veilig is daarmee niet alleen een kwestie van uitstraling, maar ook van economische kracht, sociale veiligheid en trots op de kern. Het vormt de
• We voeren periodiek winkelgebiedenscans uit om te monitoren hoe winkelgebieden er op het vlak van schoon, heel en veilig voor staan. Dit geeft input voor de uitvoering.
Door deze maatregelen houden we zicht op wat er speelt. Dat zorgt voor betere kwaliteit. We voeren deze maatregelen uit om het winkelgebied goed in te richten.
randvoorwaarde waaronder andere verbeteringen in winkelgebieden kunnen slagen.
10
We houden er rekening mee dat een wijziging veel tijd kost, omdat het om een uitgebreide procedure gaat. We voeren dit waarschijnlijk uit via een zogenoemd veegplan. Daarbij verzamelen we alle noodzakelijke wijzigingen en verwerken die periodiek in het omgevingsplan. Ook houden we rekening met mogelijke nadeelcompensatie bij een wijziging van een locatie in het omgevingsplan. De eigenaar van het perceel kan namelijk beperkt worden in de gebruiksmogelijkheden door de wijziging, ook al is dit een rechtmatige overheidsmaatregel.
36
Detailhandelsbeleid Medemblik
Inpassen maatschappelijke functies in winkelgebieden
We willen dat winkelgebieden nog
• We willen ontmoetingsmogelijkheden aanbieden. We zien
meer inspelen op een maatschappelijke
momenteel dat de combinaties tussen maatschappelijke
functie voor de wijk. Het inpassen van
voorzieningen en detailhandel in Medemblik worden onderbenut. In
maatschappelijke functies (zoals
verschillende kernen liggen de maatschappelijke voorzieningen (net)
gezondheid, welzijn) in winkelgebieden
buiten het bereik van het winkelgebied. Als er zich (markt)kansen
op één locatie leidt tot een win-
voordoen, dan zetten we in op het verhuizen van maatschappelijke
winsituatie; voor de consumenten is
functies naar of direct bij een winkelgebied. Nieuwe initiatieven voor
het prettig dat alles op één plek zit en
(clusters van) maatschappelijke functies concentreren we zoveel
voor de ondernemers is het prettig dat
mogelijk in of direct bij het winkelgebied.
er meer traffic is. We zien ook een
• We proberen looproutes en zichtlijnen tussen de maatschappelijke
belangrijke maatschappelijke opgave
functies en de winkelgebieden te verbeteren, waardoor deze meer
om winkelgebieden meer te laten
als een eenheid functioneren.
fungeren als ‘hart van de wijk’ en plek voor kwetsbare doelgroepen.
We gaan verkennen hoe de multifunctionele centra (hierna MFC’s) breder ingezet kunnen worden, bijvoorbeeld als openbare plek om bijvoorbeeld koffie te drinken of een krant te lezen. Waar mogelijk wordt er een relatie gelegd tussen de MFC’s en de nabijgelegen winkelgebieden.
Verplaatsen van lichte functies op bedrijventerreinen naar winkelgebieden
In Medemblik zijn op de
• We gaan inzetten op het verminderen van specifieke milieucategorie
bedrijventerreinen volop functies met
1- en 2-bedrijven (en ongewenste vormen van detailhandel, zie
een lichte milieucategorie aanwezig
hoofdstuk 6) op bedrijventerreinen. Door deze bedrijven op
(zoals kleine ambachtelijke bedrijven,
bedrijventerreinen waar mogelijk uit te sluiten in het Omgevingsplan
sportscholen, dienstverleners, kleine
worden winkelgebieden aantrekkelijkere alternatieven.
kantoren). Deze functies passen
• We gaan binnen toekomstige gebiedsontwikkelingen in of bij
uitstekend in de winkelgebieden. De
winkelgebieden voldoende ruimte reserveren voor lichte, mengbare
ruimte op bedrijventerreinen is schaars
functies die we op de bedrijventerreinen uitsluiten.
en de vraag naar geschikte locaties voor bedrijven is groot. Door winkelfuncties van bedrijventerreinen naar de binnenstad, stadsdelen en wijkcentra te verplaatsen, ontstaat er dubbel voordeel. Enerzijds komt er ruimte vrij op bedrijventerreinen voor bedrijven die er echt thuishoren en anderzijds worden winkelgebieden verlevendigd en wordt leegstand ingevuld.
We kijken waar nadere inzet nodig is op betaalbaarheid voor functies waarvoor de huurprijzen in winkelgebieden te hoog zijn. Daarbij is wel de verwachting dat huurprijzen op bedrijventerreinen gaan stijgen vanwege krapte.
Detailhandelsbeleid Medemblik
6. Ruimtelijk kader Vertaling beleidsuitgangspunten naar het Omgevingsplan Ruimtelijk detailhandelsbeleid zorgt voor investeringen en dynamiek waar het wenselijk is, en daarmee voor een gezonde en diverse detailhandelhoofdstructuur voor inwoners en bezoekers. Om hier daadwerkelijk op te kunnen sturen en waar nodig te handhaven, is het van belang dat dit detailhandelsbeleid wordt vertaald in het Omgevingsplan. De gemeente Medemblik pakt dit de komende jaren op. In het Omgevingsplan bepalen we waar wel en waar geen detailhandel is toegestaan. Waar mogelijk specificeren we het type detailhandel (zoals supermarkten) dat op een plek is toegestaan, zodat we beter kunnen sturen op het versterken van de hoofdstructuur detailhandel.
Aanvullende beleidsuitwerkingen op de hoofdstructuur De hoofdstructuur (hoofdstuk vier) is leidend in hoe we sturen op vestiging en concentratie van detailhandel. Initiatieven voor detailhandel zijn hier, binnen de geldende bestemmingsplannen/omgevingsplannen, toegestaan. Voor specifieke vormen van detailhandel stellen we aanvullende beleidsuitwerkingen, namelijk: • ondergeschikte detailhandel en branchevervaging; • specifieke vorm van ondergeschikte detailhandel en branchevervaging: boerderijwinkels; • nevenassortiment perifere detailhandelsvestigingen en supermarkten; • solitaire detailhandelsvestigingen; • supermarkten; • ambulante handel. Het uitgangspunt bij deze beleidsuitwerkingen is dat we bijzondere detailhandel toestaan als deze aanvullend is aan de hoofdstructuur en geen negatieve invloed heeft op de hoofdstructuur. Ondergeschikte detailhandel en branchevervaging Van oudsher vindt detailhandel plaats als ondergeschikte nevenactiviteit bij andere bedrijfsactiviteiten. De afgelopen jaren is deze branchevervaging sterker aanwezig tussen detailhandel en andere bedrijfsactiviteiten: vaak met horeca, maar ook steeds meer met bijvoorbeeld dienstverlening en ambachten. We noemen dat functiemenging/branchevervaging. Binnen de hoofdstructuur Het uitgangspunt is dat functiemenging binnen de hoofdstructuur gewenst is.
Het biedt ondernemers mogelijkheden om te innoveren, beleving toe te voegen in de winkel, nieuwe verdienmodellen te creëren en in te spelen op veranderend consumentengedrag. Huidige bestemmingsplannen/omgevingsplannen staan dit vaak al toe en waar dit niet het geval is, faciliteren we dit. Daarbij geldt dat nevenfuncties of nevenassortimenten geloofwaardig en verwant dienen te zijn aan de hoofdactiviteit van de ondernemer, zodat het kernprofiel van de onderneming herkenbaar en helder blijft voor de consument. Hiermee wordt voorkomen dat detailhandel een schijnfunctie krijgt of gebruikt wordt als dekmantel voor wezenlijk andere bedrijfsactiviteiten. Verder geldt dat wet- en regelgeving op een transparante en gelijke manier moet worden toegepast op alle ondernemers die een vergelijkbare activiteit uitvoeren, om oneerlijke concurrentie te voorkomen. Het beleid is er daarmee op gericht een gelijk speelveld te
37
Detailhandelsbeleid Medemblik
waarborgen, terwijl tegelijkertijd ruimte wordt geboden aan innovatieve bedrijfsconcepten die passen binnen een gezonde en evenwichtige detailhandelsstructuur. Om een transparante en uniforme uitvoering van beleid te realiseren werken we met een leidraad zoals bepaald in de regionale detailhandelsvisie. Daarbij geldt dat er onder de volgende voorwaarden ondergeschikte detailhandel toegestaan is binnen een hoofdfunctie: • Maximaal 25% van de totale bedrijfsoppervlakte met een maximum van 150 m2 wvo mag als ondergeschikte detailhandel worden gebruikt. • De openingstijden van de ondersteunende activiteit vallen binnen de openingstijden van de hoofdactiviteit en er is geen aparte ingang. • Laden, lossen en parkeren worden geregeld op eigen terrein. Buiten de hoofdstructuur Buiten de hoofdstructuur vinden we branchevervaging in de basis ongewenst en stellen we grenzen. Hier zetten we juist in op het beperken van de winkelfunctie. Ondergeschikte detailhandel kan gevestigd zijn op kantoorlocaties en bedrijventerreinen, in of bij musea, recreatie- en/of attractieparken, bij de logiessector (zoals campings, bungalowparken en hotels), in/bij ziekenhuizen of klinieken, bij een woning of in/bij buurthuizen, bibliotheken, scholen, kerken en dergelijke in de woonwijken.
Bij aanpassing van het Omgevingsplan 11 implementeren we de volgende regels voor ondergeschikte detailhandel en branchevervaging: • Maximaal 10% van de totale bedrijfsoppervlakte met een maximum van 125 m² bvo mag als ondergeschikte detailhandel worden gebruikt. • De detailhandel betreft verkoop van door het bedrijf/op het perceel zelfgeproduceerde of bewerkte producten. • De openingstijden van de ondersteunende activiteit vallen binnen de openingstijden van de hoofdactiviteit en er is geen aparte ingang. • Er is geen uitstraling als winkel of vergelijkbare verkeersaantrekkende functie. • Laden en lossen en parkeren wordt geregeld op eigen terrein. Ondergeschikte detailhandel op trafficlocaties (bijvoorbeeld een treinstation of tankstation) is mogelijk, mits het assortiment gericht is op de directe behoefte van de reiziger. Hier geldt enkel de grens van 125 m² bvo. Ondergeschikte detailhandel en branchevervaging specifiek boerderijwinkels Boerderijwinkels zijn een vorm van ondergeschikte detailhandel, waarbij de verkoop van producten plaatsvindt naast de hoofdactiviteit van de agrarische onderneming. Deze winkels bieden meerdere voordelen: ze creëren een extra verdienmodel voor agrarische ondernemers, bieden educatieve mogelijkheden over productie en streekproducten en geven inwoners en met name ouderen de kans op een “momentje eruit” in een landelijke omgeving.
Boerderijwinkels dragen bij aan het profiel en de identiteit van de gemeente Medemblik en worden door winkeliers in de centra over het algemeen als passend ervaren vanwege hun beperkte schaal en lokale binding. Beleidskaders en regels: Hoewel boerderijwinkels een positieve bijdrage leveren, is het noodzakelijk om duidelijke kaders te hanteren zodat deze winkels niet onbedoeld concurreren met detailhandel in de hoofdstructuur van de kernen. Dit is belangrijk om de concentratie van voorzieningen in de dorpscentra te
11
We houden rekening met overgangsrecht bij een wijziging van het Omgevingsplan. Deze regels gelden na vaststelling voor nieuwe bedrijven die zich op een locatie vestigen. Bestaande bedrijven op die locatie kunnen zich beroepen op het overgangsrecht. Daarnaast kunnen wijzigingen in het Omgevingsplan leiden tot nadeelcompensatie voor de perceeleigenaar. We behandelen en volgen deze situaties altijd afzonderlijk.
38
Detailhandelsbeleid Medemblik
behouden, mobiliteitsstromen te beperken en de bereikbaarheid voor ouderen en mindervaliden te waarborgen. De regels voor boerderijwinkels zijn als volgt: • Maximumomvang: nieuw op te zetten boerderijwinkels mogen maximaal 50 m² winkelvloeroppervlak (wvo) beslaan. Bestaande boerderijwinkels met een grotere omvang volgen een uitsterfbeleid. • Assortiment: de verkoop moet hoofdzakelijk bestaan (minimaal voor 90%) uit eigen producten (zie bijlage 1 ‘definitie niet-bedrijfseigen producten). • Nevenactiviteit: boerderijwinkels mogen alleen bestaan zolang de hoofdactiviteit actief is; bij beëindiging van de hoofdactiviteit stopt ook de boerderijwinkel. • Meldingsplicht: opening van een nieuwe boerderijwinkel dient gemeld te worden bij de gemeente. Een belangrijke notie is dat vanuit ander beleid een motivering kan bestaan om een boerderijwinkel op een specifieke locatie niet toe te staan, bijvoorbeeld vanwege verkeer, mobiliteit, veiligheid, natuurbeheer of andere ruimtelijke belangen.
Verplaatsing detailhandel naar kernwinkelgebieden In Medemblik ligt detailhandel verspreid buiten de aangewezen kernwinkelgebieden. Deze situatie is historisch ontstaan door ruime en gemengde bestemmingen in oude plannen. Verspreide winkels versterken de hoofdwinkelstructuur niet. Ze zorgen juist voor versnippering, minder aantrekkingskracht en meer risico op leegstand. Daarom kiest de gemeente voor concentratie van detailhandel in de kernwinkelgebieden van Medemblik, Wervershoof en Andijk. Buiten deze gebieden is nieuwe detailhandel in principe niet gewenst 12. Uitsterfconstructie voor bestaande winkels Voor bestaande detailhandel buiten de kernwinkelgebieden geldt een uitsterfconstructie. Dit voorkomt leegstand, versterkt vitale winkelcentra en sluit aan bij de Omgevingswet: • Schrappen uit omgevingsplan: Als een winkel binnen één jaar na vaststelling van dit beleid niet actief is, verdwijnt de detailhandelsfunctie uit het omgevingsplan. • Leegstand: Is er op het moment van vaststelling een actieve winkel? Dan blijft deze toegestaan, maar bij één jaar aaneengesloten leegstand vervalt de bestemming. • Geen nieuwe vestiging: Nieuwe winkels buiten kernwinkelgebieden zijn niet toegestaan, behalve bij expliciete uitzonderingen in dit beleid. Voorzienbaarheid en communicatie De gemeente maakt deze beleidswijziging expliciet en kenbaar voor eigenaren en ondernemers.
Daarnaast zet zij in op: • heldere communicatie met betrokkenen; • monitoring van leegstand; • tijdige aankondiging van het schrappen van detailhandel uit het omgevingsplan. Zo is het beleid voorzienbaar en komen eventuele nadelige gevolgen van toekomstige wijzigingen vooraf duidelijk in beeld.
12
Deze regel geldt niet voor grootschalige detailhandel. Winkels met een groot vloeroppervlak of een specifieke ruimtevraag – zoals bouwmarkten, meubelzaken, grote fietsenwinkels en elektronicazaken – passen functioneel en ruimtelijk niet in reguliere winkelgebieden. Daarom blijven deze vormen van detailhandel aangewezen op perifere locaties. Dit wordt nader bekeken per situatie.
39
Detailhandelsbeleid Medemblik
Nevenassortiment perifere detailhandel Perifere detailhandelszaken (tuincentra, bouwmarkten, woongerelateerde detailhandel in volumineuze goederen) verkopen steeds vaker recreatieve artikelen die in de basis bedoeld zijn voor verkoop in de binnenstad en andere winkelgebieden in de hoofdstructuur. Bij supermarkten zien we steeds vaker (een groter en wisselend assortiment) non-foodartikelen. We willen de diversiteit in winkelgebieden behouden en voldoende economisch bestaansrecht voor lokale winkeliers borgen. We stellen daarom regels om nevenassortiment te beperken. We definiëren nevenassortiment als: branchevreemde artikelen die niet direct gerelateerd zijn aan de primaire producten van de winkel. Voorbeelden zijn een supermarkt die naast voedingsmiddelen ook huishoudelijke apparaten verkoopt of een bouwmarkt die ook speelgoed verkoopt. Het voeren van nevenassortiment is onder voorwaarden mogelijk. Dit houdt in dat maximaal 10% van het bruto vloeroppervlak (bvo) kan worden gebruikt voor verkoop van nevenassortiment, waarbij geldt dat het nevenassortiment past bij het hoofdassortiment. We rekenen daarbij met een maximum van 400 m² bvo. Zonder deze normering dreigt de omvang van het nevenassortiment te groot te worden en daarmee ook de impact op de hoofdstructuur.
Bestaande solitaire supermarkt/detailhandelsvestigingen in kernen Vanuit de leefbaarheid in kleine kernen bezien willen we bestaande voorzieningen zo lang mogelijk open houden. Voor de kleinere kernen die formeel geen onderdeel uitmaken van de hoofdwinkelstructuur, hanteert de gemeente een positief stimulerend beleid ten aanzien van het behoud van de bestaande detailhandelsvoorzieningen. Deze voorzieningen vervullen een belangrijke rol in de lokale leefbaarheid en de sociale cohesie van deze kernen. Het in stand houden van bestaande detailhandel wordt wenselijk geacht, mits passend binnen de schaal en het karakter van de kern en zonder onevenredige effecten op de hoofdwinkelstructuur. We behandelen deze gevallen afzonderlijk en afhankelijk van de (lokale) context. Supermarkten We vinden het belangrijk dat dagelijkse winkelvoorzieningen direct in de buurt toegankelijk zijn voor bewoners. Dit vraagt om een goede verdeling van supermarktmeters over de kernen, als trekkers van de wijkwinkelcentra. Het uitgangspunt is dat de winkelcentra zich primair richten op de eigen kern en omliggende kernen/buurtschappen en geen breed regionaal verzorgingsgebied hebben. “Meer meters hier” mag nooit “minder bestaansrecht daar” betekenen.
De supermarktmeters horen juist in de wijkwinkelcentra geconcentreerd te zijn, zodat voorzieningen dichtbij en gebundeld voor bewoners beschikbaar blijven en de wijkwinkelcentra economisch vitaal blijven. Supermarkten zijn enkel toegestaan ter plaatse van de aanduiding “supermarkt”. Dit maakt dat zij zich niet zomaar overal vrij kunnen vestigen. Om nog beter te sturen op het supermarktaanbod binnen de gemeente hanteren wij daarom juridische handvatten – we ondernemen de komende jaren de volgende maatregelen: • In het omgevingsplan gebruiken we duidelijke aanduidingen, zoals in de huidige praktijk. Alle bestaande supermarkten behouden hun huidige omvang en krijgen een specifieke functie. Dit zorgt voor transparante en consistente beleidsregels. Zo houden we grip op ontwikkelingen en leveren we maatwerk per locatie. Om dit duidelijk af te bakenen, verdelen we de functies in drie groepen: o Fullservice supermarkt o Discountsupermarkt o Buurtsupermarkt • Bij uitbreiding van supermarkten is een distributieplanologisch onderzoek (DPO) nodig, inclusief effectenanalyse getoetst aan de detailhandelsstructuur. Bij DPO-berekeningen moet de behoefte primair uitgaan van inwoners in de eigen kern en omliggende kernen/buurtschappen waarvoor de winkel de dichtstbijzijnde supermarktvoorziening is.
40
Detailhandelsbeleid Medemblik
Ambulante handel Ambulante handel is een vorm van detailhandel die plaatsvindt buiten een vaste winkelruimte. Het gaat om verkopers die hun producten mobiel of op tijdelijke locaties aanbieden. Hieronder vallen verschillende vormen van verkoop zoals de weekmarkten en standplaatsen. Deze vormen van detailhandel hebben elk hun eigen beleid of hun eigen regels, waardoor de verdere uitwerking geen onderdeel is van het detailhandelsbeleid. Wel nemen we op hoe de weekmarkten en standplaatsen visiematig worden beoordeeld. Weekmarkten In de gemeente Medemblik zijn er diverse weekmarkten. Het aanbod van de weekmarkten is divers; van vers voedsel tot kleding en meer. Op maandag is de markt in Medemblik, op woensdag in Andijk (visboer en in het seizoen een aardbeienkraam) en op vrijdag in Wognum. Deze weekmarkten vormen een toevoeging op de bestaande detailhandelsstructuur en versterken de aantrekkelijkheid van het gebied waar ze gehouden worden. Standplaatsen Een standplaats is een plek in de open lucht waar je vanuit een voertuig of kraam goederen of diensten verkoopt of aanbiedt aan het publiek.
We maken onderscheid tussen vaste standplaatsen (voor ambulante handel op een vaste dag in de week; denk hierbij aan een viskraam of loempiakar), tijdelijke of incidentele standplaatsen, seizoenstandplaatsen (voor de verkoop van oliebollen, kerstbomen of ijs) en promotiestandplaatsen (voor een commercieel of ideëel doel). Standplaatsen leveren een bijdrage aan het versterken van de lokale economie, verhogen het voorzieningenniveau voor de consument, zorgen voor werkgelegenheid en trekken bezoekers. Deze vorm van ambulante handel vormt op veel plekken in de stad een aanvulling op het winkelbestand (denk aan een vis- of bloemenkraam bij een winkelcentrum) of voorziet in een behoefte in een bepaald seizoen (denk aan oliebollenkramen). Standplaatsen zorgen voor een aantrekkelijk en levendig straatbeeld. Daarnaast heeft een standplaats een belangrijke sociale functie: het zorgt voor levendigheid en gezelligheid op straat en is een ontmoetingsplek voor bewoners. Veel kramen staan er al tientallen jaren en beschikken over een grote en vaste klantenkring. Aan de andere kant realiseren wij ons dat standplaatsen ook kunnen zorgen voor overlast voor omwonenden (zoals geur, geluid en ruimtebeslag). Om winkelleegstand tegen te gaan is een goede afstemming met overige aanwezige voorzieningen, zoals winkels, van belang.