01 Detailhandelsbeleid Medemblik 2026-2030
Tekst van het document
De behoefte aan een standplaats dient, met het oog op het voorkomen van structurele winkelleegstand, te worden afgewogen tegen het bestaande aanbod van winkelruimtes per winkelgebied. Uit het oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet een standplaats niet een zodanige winkelleegstand tot gevolg hebben dat het tot een onaanvaardbare situatie leidt. Wij actualiseren de regels voor standplaatsen bij het opstellen van het nieuwe standplaatsenbeleid (of het herzien van het huidige standplaatsenbeleid). Deze regels vormen de basis voor de gewenste situatie die in het detailhandelsbeleid is beschreven voor ambulante handel. Zo sluiten beide beleidsstukken goed op elkaar aan en zijn de regels praktisch uitvoerbaar. Tot die tijd volgen we de uitgangspunten en regels van het huidige standplaatsenbeleid.
41
Detailhandelsbeleid Medemblik
Bijlage 1 Definitie nietbedrijfseigen producten “Maximaal 10% van het assortiment mag bestaan uit niet-bedrijfseigen producten”* Het assortiment van boerderijwinkels in West-Friesland bestaat hoofdzakelijk uit agrarische producten van het eigen bedrijf, lokale/regiospecifieke agrarische en ondersteunende producten. Hierin bestaat een onderscheid in niet-bedrijfseigen producten: 1. Niet-bedrijfseigen agrarische producten van buiten de regio. 2. Niet-bedrijfseigen, niet-agrarische producten. Maximaal 10% van het assortiment mag bestaan uit niet-bedrijfseigen producten, verdeeld over de volgende categorieën: 1. Producten die afkomstig zijn van agrarische bedrijven van buiten de regio West-Friesland mogen aangeboden worden, mits ze direct van het land komen (onbewerkt of beperkt bewerkt) en een herleidbare agrarische oorsprong hebben. 2. Niet-agrarische producten, die geen relatie hebben met de agrarische bedrijfsvoering, ongeacht hun herkomst. Lokale en regionale producten Onder lokale en regionale producten verstaan wij agrarische en ondersteunende producten die primair afkomstig zijn uit West-Friesland of aangrenzende regio’s en die voldoen aan de voorwaarden van herkomst (teelt, oogst, of productie op agrarische grond binnen de regio). Deze producten vallen buiten de 10%-beperking.
Maximaal 50m2 netto winkelvloeroppervlakte De netto verkoopruimte van de boerderijwinkel bedraagt maximaal 50 m², exclusief opslag, en is gelegen op het eigen erf.
42
43
Detailhandelsbeleid Medemblik
Bijlage 2 Samenvatting
analyse detailhandel gemeente Medemblik
In een separate startnotitie zijn analyses uitgevoerd naar ontwikkelingen in de Medemblikse detailhandelssector. Denk aan een overzicht van de verschillende detailhandelszaken (binnen de winkelgebieden) en hun spreiding binnen de gemeente. Ook is er een analyse gemaakt van de ontwikkelingen van de afgelopen jaren en is er bekeken hoe de toekomstige vraag naar detailhandel eruit ziet. In deze bijlage geven we een korte samenvatting van de uitkomsten.
Detailhandel in gemeente Medemblik Het winkelaanbod in Medemblik is gevarieerd en speelt in op dagelijkse, recreatieve en doelgerichte behoeften. Per winkelgebied zijn er duidelijke verschillen. Dagelijkse detailhandel domineert in Andijk, Wervershoof en Wognum. Deze kernen zijn kleinschalig en richten zich op frequente aankopen. Medemblik heeft ondanks haar recreatieve profiel ook een sterke dagelijkse component. Dit zorgt voor levendigheid en veel bezoekers, maar het is belangrijk om het recreatieve karakter te behouden. Recreatief winkelen concentreert zich in Medemblik zelf, met horeca, de historische binnenstad en de waterligging als trekker voor funshoppen. Zwaagdijk biedt vooral functioneel-recreatief winkelen met ketens zoals Action en Wibra. Doelgerichte detailhandel is beperkt, behalve in Zwaagdijk, waar grote spelers zoals Mammoet actief zijn. Buiten de hoofdstructuur ligt circa 25.000 m² verspreide bewinkeling, vooral bouwmarkten en meubelzaken op bedrijventerreinen. Dit kan concurreren met de centra. Leegstand blijft een aandachtspunt. Een evenwichtige mix is nodig om zowel dagelijkse als recreatieve functies te behouden.
Figuur 7: Winkels en leegstand in gemeente Medemblik per winkelgebied (in m2 wvo) 7000 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0 Dagelijkse detailhandel Andijk
Recreatieve detailhandel Medemblik
Wervershoof
Bron: Locatus (2025). Bewerking: Stec Groep (2025).
Doelgerichte detailhandel Wognum
Leegstand Zwaagdijk
44
Detailhandelsbeleid Medemblik
Ontwikkeling van detailhandelsaanbod in de gemeente Medemblik Het winkelaanbod in Medemblik, uitgedrukt in vierkante meters wvo, kromp in tien jaar tijd met 12%. Vooral recreatieve winkels (-34%) en doelgerichte winkels (-20%) verdwenen. Daartegenover groeide de dagelijkse detailhandel met 22%. Deze is nu in alle winkelgebieden aanwezig. Medemblik blijft het enige recreatieve centrum; het aanbod daalde daar slechts licht. Zwaagdijk, traditioneel doelgericht, krijgt juist steeds meer dagelijkse winkels. Deze verschuiving volgt de landelijke trend: recreatieve en doelgerichte meters verdwijnen en maken plaats voor dagelijkse voorzieningen en horeca. De leegstand verschilt per kern. Wervershoof piekte in 2021 op 18%, maar dit daalde naar 13% in 2025. Wognum zit met 7% nog boven het frictieniveau. Medemblik verbeterde sterk: van 11% naar 2%. Transformatie naar horeca (+2.000 m² sinds 2018) en woningen helpt leegstand te beperken. De detailhandel verliest wel aandeel. In 2015 vormde detailhandel nog 61% van het totale aanbod; in 2025 is dat 55%. Dit onderstreept de noodzaak om zorgvuldig om te gaan met vrijkomende winkelruimte.
Figuur 8: Historische ontwikkeling detailhandel gemeente Medemblik (in m2 wvo) 45.000 40.000 35.000 30.000 25.000 20.000 15.000 10.000 5.000 0 Detailhandel dagelijks Detailhandel recreatief 2015
2018
2021
2022
Detailhandel doelgericht 2023
2024
Leegstand 2025
Bron: Locatus (2025). Bewerking: Stec Groep (2025).
Functiemix: winkelgebieden in beweging In de meeste winkelgebieden ligt het primaat op dagelijkse detailhandel; horeca en diensten vullen dit aan. In Medemblik neemt het recreatieve aanbod af, vooral mode- en speelgoedzaken, terwijl horeca en diensten stabiel blijven. Bezorg- en afhaalzaken groeien, cafés en lunchrooms dalen. Andijk richt zich steeds meer op dagelijkse aankopen; recreatieve en doelgerichte winkels én diensten zoals salons en makelaars verdwijnen. Wervershoof verliest mode-, luxe- en vrijetijdszaken, kent stijgende leegstand en ontwikkelt zich naar een dagelijks profiel met enkele horeca en diensten. In Wognum neemt leegstand toe en verdwijnen mode- en luxewinkels, terwijl supermarkten en culturele voorzieningen zoals bibliotheken en fitness groeien. Het profiel verschuift naar dagelijkse behoeften en maatschappelijke functies. Zwaagdijk blijft qua omvang gelijk, maar het aandeel dagelijkse winkels stijgt en doelgerichte detailhandel daalt, waardoor ook hier een dagelijks profiel ontstaat.
45
Detailhandelsbeleid Medemblik
Figuur 9: Ontwikkeling functiemix winkelgebieden in gemeente Medemblik Andijk (2015)
3
2
6
Andijk (2025) Medemblik (2015)
13
Medemblik (2025)
14
Wervershoof (2015)
24
1
25
16
7
7
1
23
16
4
10
Wervershoof (2025)
5
5
6
3
40%
2
6
3
2
5
20%
Dagelijkse detailhandel Cultuur & ontspanning Leegstand
5 3
5 0%
6
5
4
Zwaagdijk (2025)
2
1
6 2
7
6
9
Zwaagdijk (2015)
6
9
7
Wognum (2025)
4
4
9
1
2
3
1
11
21 8
Wognum (2015)
2
1
6
4
2
2
60%
Recreatieve detailhandel Horeca
80%
100%
Doelgerichte detailhandel Commerciële dienstverlening
Bron: Locatus (2025). Bewerking: Stec Groep (2025).
De detailhandel in Medemblik heeft een lokaal verzorgingsgebied Maar liefst 96% van de dagelijkse bestedingen en ruim 80% van de recreatieve en doelgerichte aankopen komt van inwoners uit de gemeente en omliggende plaatsen. Jaarlijks besteden consumenten circa €182 miljoen, voornamelijk in de kern Medemblik. De toestroom van bezoekers van buiten blijft echter beperkt: slechts 15% bij recreatieve aankopen, tegenover 26% in vergelijkbare gemeenten. Zwaagdijk vormt een uitzondering. Dankzij de goede bereikbaarheid en het brede aanbod heeft deze locatie een regionaal profiel. De gemeente Medemblik scoort laag op koopkrachtbinding. Slechts 18% van de recreatieve aankopen en 29% van de doelgerichte aankopen vindt plaats binnen de gemeente. Dit wijst op een aanzienlijke afvloeiing naar grotere winkelgebieden en naar online kanalen.
Figuur 10: Binding en afvloeiing per bezoekmotief voor de gemeente Medemblik
Doelgericht
29%
Recreatief
49%
18%
22%
45%
Boodschappen
37%
83% 0%
20% Binding
40% Afvloeiing fysiek
Bron: Koopstromenonderzoek (2021). Bewerking: Stec Groep (2025).
12% 60% Afvloeiing online
80%
4% 100%
46
Detailhandelsbeleid Medemblik
Marktruimte detailhandel De detailhandelsmarkt in Medemblik is verzadigd. Er is geen behoefte aan extra winkelvloeroppervlakte. Zowel in de dagelijkse als in de doelgerichte sectoren bestaat een structureel overaanbod: circa 3.000 m² wvo (16%) in de dagelijkse sector en ongeveer 1.800 m² wvo (6%) in de doelgerichte sector. Dit sluit aan bij provinciale ramingen. Schaalvergroting bij supermarkten en grote ketens versterkt dit probleem. Kleine aanbieders verdwijnen, het aantal verkooppunten daalt, maar het totale aanbod groeit in omvang. Het recreatieve aanbod is in balans, maar door een krimp van ruim 15% sinds 2021 verliest Medemblik aantrekkingskracht. Bestedingen verschuiven naar grotere steden zoals Hoorn en Alkmaar en naar online kanalen. Het verzorgingsgebied blijft beperkt door stagnerende bevolkingsgroei en een lichte krimp in de toekomst. Dit zet de marktruimte verder onder druk. Bovendien is het aanbod verspreid over meerdere locaties, waaronder bedrijventerreinen en buiten de bebouwde kom. Deze spreiding beïnvloedt huurprijzen en vloerproductiviteit. Door de beperkte koopkrachtbinding en de huidige spreiding komt de situatie overeen met provinciale prognoses: minimale of negatieve marktruimte tot 2030.
Tabel 8: Marktruimte per detailhandelstype voor de gemeente Medemblik (in m2 wvo) Branche
Huidig aanbod
Haalbaar aanbod 2035
Marktruimte
Dagelijks
19.150 m²
16.050 m²
-3.100 m²
Recreatief
6.950 m²
6.950 m²
0 m²
Doelgericht
30.800 m²
29.000 m²
-1.800 m²
Bron: Koopstromenonderzoek, 2021; CBS, 2024; Primos, 2024; Panteia, 2024; Locatus, 2024; Stec Groep, 2025.
Detailhandelsbeleid Medemblik
Bijlage 3 Uitgangspunten DPO Voor het bepalen van de (indicatieve) marktruimte en actuele behoefte voeren we distributieplanologisch onderzoek (DPO) uit. We beschouwen hierbij de marktsituatie in de gemeente Medemblik. We kijken vooruit tot 2035; een tijdsperiode van tien jaar. We hanteren een horizon van tien jaar omdat dit een betrouwbare termijn is om vooruit te kijken wat betreft bevolkingsontwikkeling en om rekening te houden met veranderende (markt)omstandigheden. Denk hierbij aan veranderingen in consumentengedrag of economische conjunctuur. Om de marktruimte te bepalen voor supermarkten is een benadering gemaakt van het huidige en toekomstig economisch functioneren van de markt. We hanteren in het DPO de meest recente cijfers. Uitkomsten van het DPO dienen niet als harde waarheid maar als indicatie. Er spelen diverse trends en ontwikkelingen die hier in de loop van de jaren invloed op kunnen gaan uitoefenen, zoals online boodschappen doen, veranderend consumentengedrag en blurring (menging met horeca). Waar mogelijk wordt met deze trends rekening gehouden. We hanteren in het DPO de volgende uitgangspunten: • Bevolkingsomvang: volgens de meest recente cijfers ligt het inwoneraantal van gemeente Medemblik momenteel op 46.000 (CBS, peildatum: 1 januari 2025). Voor het aantal inwoners in 2035 gebruiken we de bevolkingsprognose van Primos (2024).
De raming gaat uit van een zeer lichte daling van circa tachtig inwoners tot 2035. Het inwoneraantal in het verzorgingsgebied komt hiermee uit op circa 45.920. In deze prognose wordt, naast met woningbouwplannen, ook rekening gehouden met andere onderliggende trends zoals huishoudensverdunning, vergrijzing en migratie. • Omzet per inwoner: om de omzet per inwoner in de detailhandelsbranches dagelijks, recreatief en doelgericht te bepalen, baseren we ons op cijfers van Panteia (juli, 2024, ‘Omzetkengetallen 2023’). Volgens de meest recente cijfers is de omzet per inwoner voor dagelijks € 2.839, recreatief € 1.014 en doelgericht € 1.238. Indien er sprake is van een onderof bovengemiddeld besteedbaar inkomen in het verzorgingsgebied dient een correctie op de bestedingscijfers te worden toegepast. Het gemiddelde inkomen in de gemeente Medemblik ligt met € 31.000 iets onder het gemiddelde Nederlandse inkomen van € 32.700. We voeren daarom een inkomenscorrectie uit op basis van inkomenselasticiteit van 0,4 voor de sector dagelijks en 0,7 voor de sectoren recreatief en doelgericht (conform afspraken in de omzetkengetallen notitie van Panteia, 2024). • Koopkrachtbinding: dit betreft de omzet die door inwoners van het verzorgingsgebied in het verzorgingsgebied gegenereerd wordt. We baseren ons op het Koopstromenonderzoek Randstad en Noord-Brabant (2021).
De koopkrachtbinding in gemeente Medemblik ziet er als volgt uit: Dagelijks: 87%; recreatief: 27%; doelgericht: 37% (alle gecorrigeerd voor het aandeel online bestedingen). • Koopkrachttoevloeiing: dit betreft het aandeel van de bestedingen in de gemeente Medemblik dat gedaan wordt door inwoners van buiten de gemeente (o.a. door toeristen). Om dit aandeel voor supermarkten te bepalen, baseren we ons wederom op het meest recente koopstromenonderzoek (Randstad en Noord-Brabant, 2021). Hieruit komen de volgende toevloeiingscijfers Dagelijks: 16%; recreatief: 26%; doelgericht: 46%. • Vloerproductiviteit: de vloerproductiviteit geeft aan wat de gemiddelde omzet per m2 wvo vloeroppervlak bedraagt. Conform Panteia (juli 2024) gaan we uit van de gemiddelde vloerproductiviteit van de afgelopen vijf jaar. Voor doelgerichte bestedingen voeren een correctie door vanwege afwijkende vloerproductiviteitsnormen op gemeenteniveau. Voor
47
Detailhandelsbeleid Medemblik
dagelijkse detailhandel ligt deze omzet op € 8.289. De gemiddelde vloerproductiviteit voor recreatieve bestedingen zijn € 2.390 en voor doelgerichte bestedingen € 1.330 (specifiek in de gemeente Medemblik).
48
Detailhandelsbeleid Medemblik
Bijlage 4 Begrippenlijst Begrip
Definitie
Ambulante handel
Verkoop buiten vaste winkelruimte, zoals weekmarkten, standplaatsen en seizoenstandplaatsen.
Assortiment (nevenassortiment)
Branchevreemde artikelen niet direct gerelateerd aan het hoofdassortiment; toegestaan tot max. 10% bvo en max. 400 m².
Bestaande detailhandel buiten kernwinkelgebieden
Historisch gegroeide detailhandel buiten de hoofdstructuur; hiervoor geldt een uitsterfconstructie.
Buurtsupermarkt
Kleine supermarkt die voorziet in dagelijkse behoeften van één kern; belangrijke lokale basisvoorziening.
Branchevervaging / Functiemenging / Blurring
Menging van functies zoals detailhandel, horeca en dienstverlening; binnen de hoofdstructuur toegestaan onder voorwaarden.
Dagelijkse detailhandel
Winkels voor primaire, frequente aankopen zoals supermarkten, bakkers, slagers, drogisterijen.
Detailhandel
Het bedrijfsmatig verkopen van detailhandelsgoederen aan consumenten; kernonderdeel van de winkelstructuur.
Detailhandelsmeters (wvo)
Publiek toegankelijke winkelvloeroppervlakte; gebruikt voor marktruimte-analyses.
Doelgerichte detailhandel
Winkels voor specifieke aankopen, vaak met groter verzorgingsgebied; o.a. bouwmarkten, woonwinkels, elektronicazaken.
Distributieplanologisch Onderzoek (DPO)
Verplicht onderzoek dat aantoont of uitbreiding/nieuwvestiging verantwoord is binnen markt en structuur.
Gelijk speelveld
Toepassing van dezelfde regels op alle ondernemers om oneerlijke concurrentie te voorkomen.
Hoofdwinkelstructuur
Raamwerk voor concentratie van detailhandel.
Hoofdfunctie (bedrijf)
Primaire activiteit van een bedrijf; ondergeschikte detailhandel moet ondersteunend blijven aan deze functie.
Kernverzorgend winkelgebied
Kleine kernen met cruciale dagelijkse voorzieningen, met name een buurtsupermarkt.
Kernwinkelgebied
De vijf belangrijkste winkelgebieden van de gemeente.
Leegstand (frictieniveau)
Niet-gebruikte winkelruimte; boven ±5 à 8% is problematisch voor vitaliteit.
Lokale/regioproducten
Agrarische en ondersteunende producten uit West-Friesland of aangrenzende regio’s.
Marktruimte
Haalbare winkelvloeroppervlakte op basis van demografie en koopstromen; onder -10% zijn indicatief effecten te verwachten.
49
Detailhandelsbeleid Medemblik
MFC (Multifunctioneel centrum)
Gebouw met diverse maatschappelijke functies dat verbindingen heeft met omliggende winkelgebieden.
Nevenactiviteit
Ondersteunende, niet-zelfstandige functie naast de hoofdfunctie van een bedrijf.
Niet-bedrijfseigen producten
Producten die niet op het agrarisch bedrijf zelf worden geproduceerd; boerderijwinkels mogen max. 10% hiervan verkopen.
Omgevingsplan
Het omgevingsplan is het gemeentelijke plan onder de Omgevingswet. Hierin staan alle regels voor de fysieke leefomgeving. Het plan vervangt onder andere het bestemmingsplan. Het bevat regels over het gebruik van gronden en gebouwen, bouwen, milieubelasting en functies zoals wonen, detailhandel en bedrijvigheid binnen het gemeentelijk grondgebied.
Ondergeschikte detailhandel
Detailhandel aanvullend op de hoofdfunctie; binnen hoofdstructuur max. 25%/150 m², buiten max. 10%/125 m².
Perifere detailhandel (PDV/GDV)
Perifere detailhandel ligt buiten het traditionele winkelcentrum. Deze winkels bevinden zich meestal op bedrijventerreinen of aan de stadsrand en verkopen grote, volumineuze producten.
Solitaire detailhandel
Losse winkels buiten winkelclusters; hiervoor geldt een gedogen afbouwbeleid om versnippering te voorkomen.
Standplaats
Vergunde plek in de openbare ruimte voor verkoop vanuit een kraam of voertuig.
Supermarkt – fullservice
Grote supermarkt met breed assortiment en hoge service.
Supermarkt – discount
Supermarkt met lage prijzen en beperkt assortiment.
Supermarkt – buurtsuper
Kleinschalige supermarkt gericht op dagelijkse voorzieningen binnen één (kleine) kern of wijk/buurt.
Verspreide bewinkeling
Winkels buiten (kern)winkelgebieden; afbouwbeleid geldt.
Verzorgingsgebied
Gebied waarvandaan een winkel klanten aantrekt.
Weekmarkt
Mobiele markt op vaste dagen; aanvulling op winkelgebied.
Winkelvloeroppervlak (wvo)
Verkoopvloeroppervlak dat toegankelijk is voor klanten.
50
Detailhandelsbeleid Medemblik
Colofon Datum: 31 maart 2026 Projectnummer: 24.337 Opdrachtgever: Gemeente Medemblik Opdrachtnemer: Stec Groep Adviseurs: Wim Eringfeld, Teije van Mourik & Gijs Giesen Stec Groep Onderzoek en advies over wonen, werken en leefomgeving Postbus 217, 6800 AE Arnhem Willemsplein 5, 6811 KA Arnhem 026 - 751 41 00 info@stec.nl www.stec.nl
51