CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Bijlage 1 Programma stedelijk water en riolering 2023-2027 (DOC-22-601169)

Gemeenteraad 1 december 2022, gemeente MedemblikBij agendapunt: Vaststellen Programma stedelijk water en riolering 2023-2027 (pfh. H. Nederpelt)35.359 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

4.2

Zorgplicht stedelijk afvalwater

Inzameling en transport van huishoudelijk afvalwater binnen de bebouwde kom Binnen de regio Westfriesland zijn (vrijwel) alle percelen aangesloten op de riolering of voorzieningen met eenzelfde graad van milieubescherming. Percelen binnen de bebouwde kom die niet zijn aangesloten in gemeente Medemblik,, zijn opgenomen in Bijlage H. Er vinden zover bekend geen ongezuiverde afvalwaterlozingen plaats. Lozingen op de bodem komen niet voor. Duurzaamheid vinden we belangrijk, ook in ons waterbeheer. We gaan daarom door met het afkoppelen en scheiden van afval- en hemelwater (mits doelmatig) om zo het aanbod en de samenstelling van het afvalwater te optimaliseren voor verwerking in de energie- en grondstoffenfabriek van het waterschap en energiekosten te besparen op het transport van hemelwater. Tijdens hevige en/of langdurige neerslag kan afvalwater vermengd met regenwater overstorten op het oppervlaktewater. De onlangs opgeleverde resultaten van het Systeemoverzicht Stedelijk Water bevatten een berekening van het milieutechnisch functioneren van de gemengde riolering. In de komende planperiode toetsen we in hoeverre maatregelen wenselijk zijn om de vuiluitworp terug te brengen. Via een netwerk van sensoren registreren we de daadwerkelijk optredende overstortingsgebeurtenissen en houden we een vinger aan de pols.

Samen met het waterschap zorgen we ervoor dat de effecten op het (water)milieu aanvaardbaar zijn. Samen met onze waterpartners

23

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

volgen we een immissiegerichte aanpak. Voor een verdere emissiereductie zetten we in op afkoppelen van verhard oppervlak. We volgen de ontwikkelingen met betrekking tot het zuiveren van medicijnresten om dit probleem zo doelmatig mogelijk te kunnen benaderen.

Figuur 4-1: Dagelijks zijn rioolmedewerkers in de weer voor een probleemloos afvalwatertransport (deelliners)

Aandachtspunt is rioolvreemd water afkomstig uit sloten, drainage en binnensijpelend grondwater. Locaties waar we vermoeden dat oppervlaktewater via overstortdrempels het rioolstelsel instroomt en grondwater dat bijvoorbeeld via drainage en/of lekke verbindingen binnenkomt onderzoeken we nader. Inzamelen van afvalwater bij nieuwbouw Bij nieuwbouw scheiden we schone en vuile afvalwaterstromen. In principe leggen we altijd een vuilwaterstelsel aan voor de inzameling van huishoudelijk afvalwater. Voor hemel- en grondwater kijken we naar de lokale mogelijkheden. Als het in redelijkheid niet mogelijk is om het water ter plaatse te verwerken dan leggen we ook een hemelwaterstelsel en/of drainagestelsel aan. Percelen bij nieuwbouw en grote gebiedsontwikkelingen worden altijd voorzien van een vuilwateraansluiting. Afhankelijk van de mogelijkheden om hemel- en drainagewater ter plaatse te verwerken of af te voeren (bv. rechtstreeks naar oppervlaktewater) wordt ook in een hemelwateraansluiting voorzien. Bij kleine (her)ontwikkelingen in gemengd gerioleerd gebied leggen we gescheiden riolering aan. We accepteren dat we als tijdelijke overbrugging soms moeten aansluiten op het bestaande (gemengde) stelsel, totdat op een later moment de gelegenheid zich aandient om het hemelwaterstelsel over te sluiten op nieuw aangelegde hemelwaterriolering.

Omgaan met bedrijfsmatige lozingen Bedrijfsmatige lozingen zijn niet altijd goed in beeld en kunnen zorgen voor een ondoelmatige werking van het systeem, bijvoorbeeld als wasplaatsen lozen op drukriolering. Het gaat vaak om indirecte lozingen die niet direct op het oppervlaktewater uitkomen, maar worden geloosd via bedrijfsriolering en/of een ander tussenliggend (zuiverings)werk van een derde. Vaak verloopt de route via bedrijfsriolering-gemeentelijke riolering-transportstelsel HHNK-zuivering HHNK. Indirecte lozingen kunnen zowel kwantitatief als kwalitatief schade veroorzaken. Het betreft 24

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

onvoldoende gezuiverde lozingen (via overstorten of RWZI), of lozingen die het functioneren van riolen, gemalen of de RWZI verstoren. Om wateroverlast te voorkomen zijn overstortingen vanuit het rioolstelsel soms onvermijdbaar, maar dit leidt overwegend niet tot directe volksgezondheids- of milieuproblemen. De kwaliteit van het oppervlaktewater is de afgelopen jaren sterk verbeterd. We gaan (waar doelmatig) door met het afkoppelen van verhard oppervlak om de milieubelasting aanvaardbaar te houden. In samenwerking tussen gemeenten in Noorderkwartier, het Hoogheemraadschap, de provincie, Omgevingsdiensten en Rijkswaterstaat is in 2022 een traject gestart om meer zicht en grip op indirecte lozingen te krijgen. Doelmatige verwerking Volgens de huidige wetgeving dient te worden aangesloten op riolering als wordt voldaan aan een afstandscriterium. Dit afstandscriterium staat soms een meer doelmatige verwerking van afvalwater in de weg, bijvoorbeeld als de beheer- en onderhoudskosten van het bestaande systeem erg hoog zijn en/of als er lokaal behoefte is aan water of er initiatieven bestaan om grondstoffen in het afvalwater terug te winnen en te hergebruiken. De Omgevingswet voorziet in deze behoefte en biedt meer vrijheden. Zo kunnen gemeenten en waterschap zonder tussenkomst van de provincie gezamenlijk afspraken maken en is er meer beleidsvrijheid voor decentrale verwerking.

HHNK is eind 2022 bezig is om de lozingsregels voor lokale zuiveringsvoorzieningen in het buitengebied aan te scherpen in een nieuwe waterschapsverordening. Achterliggende reden is dat uit onderzoek is gebleken dat het effluent van zuiveringsvoorzieningen van groepsaccommodaties in het buitengebied in de meeste gevallen lang niet voldoet aan de lozingseisen. De ontheffing van de zorgplicht die de provincie nu nog moet afgeven als een gemeente stedelijk afvalwater in het buitengebied niet wil inzamelen komt met de Omgevingswet te vervallen. De provincie heeft in de Omgevingswet echter wel andere middelen ter beschikking om zo nodig invloed uit te oefenen op de keuzes die gemeenten hierover maken: algemene instructieregels in de omgevingsverordening en zelfs individuele instructies. Met het verdwijnen van de ontheffingsbevoegdheid buitengebied (GS) dient de gemeente vast te leggen waar de inzameling en verwerking van afvalwater wordt overgelaten aan de perceeleigenaar. In samenspraak met het waterschap kan de gemeente bepalen of een particulier bijvoorbeeld een eigen afvalwaterzuivering mag installeren.

Voor een meer doelmatige verwerking van het afvalwater gaan we in regionaal verband de komende planperiode een gebiedsspecifiek doelmatigheidscriterium opstellen. Met dit criterium kunnen we een betere afweging maken bij vervanging van een bestaande voorziening of aanleg van een nieuwe voorziening. We kiezen ervoor om vooralsnog de huidige algemene regels met betrekking tot de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater vooralsnog ongewijzigd te laten. In de planperiode gaan daarnaast aangescherpte lozingsregels voor lokale zuiveringsvoorzieningen in het buitengebied gelden vanuit HHNK. Op termijn voorzien we dat het afstands- en omvangscriterium mogelijk kan worden vervangen door een nieuw doelmatigheidscriterium en dat we het meer gebiedsspecifiek gaan benaderen. Op basis hiervan stellen we ten behoeve van het omgevingsplan een digitale kaart op met daarin opgenomen een onderscheid in te rioleren gebieden en ongerioleerde gebieden. Deze kaart vormt de basis voor een werkingsgebied van de lozingsregels voor huishoudelijk afvalwater. De bestuurders van de gemeenten met IBA's in Noorderkwartier en HHNK hebben in juli 2021 besloten dat de IBA’s omwille van doelmatigheid van het beheer en onderhoud in de komende jaren worden uitgefaseerd. De kosten zijn hoog in relatie tot het zuiveringsrendement van deze voorzieningen.

De bestaande IBA's, in eigendom van de gemeente en in beheer bij het waterschap, worden in de periode 2023-2026 vervangen door verbeterde septic tanks (het wettelijk minimum) en overgedragen aan de perceeleigenaar. Duurzame afvalwaterketen We willen als maatschappij toewerken naar een circulaire economie. Ook de waterketen kan hier een rol inspelen. Zo worden bijvoorbeeld al reststoffen van drinkwaterproductie bijna volledig nuttig hergebruikt en wordt bij de afvalwaterzuivering ingezet op het terugwinnen van verschillende stoffen. Gezuiverd afvalwater kan bijvoorbeeld ook worden ingezet om droogte te voorkomen. Op het vlak van riolering zijn er mogelijkheden in o.a. hergebruik van materiaal van rioolbuizen en -putten en zand dat bij reiniging vrijkomt. 25

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

De levering van drinkwater en het transporteren en zuiveren van afvalwater kost energie. Bij vervanging van onderdelen kijken we naar eventuele meer duurzame alternatieven die ook een robuuste werking garanderen. We volgen de ontwikkelingen op dit punt en benutten eventuele kansen die zich voordoen. Per zuiveringskring gaan we als waterpartners het energieverbruik in de schakels van de waterketen analyseren en de mogelijkheden onderzoeken om het energieverbruik te verminderen en het aanbod van afvalwater zo goed als mogelijk af te stemmen op de vraag, zowel kwantitatief als qua samenstelling. Problematiek WKO-lozingen Warmte-koude-opslag (WKO) installaties worden steeds vaker toegepast voor het verwarmen en koelen van woningen, kantoren en industrie. Bij de aanleg en in veel gevallen ook bij het onderhoud aan een WKO wordt het spoelwater geloosd op de riolering. De frequentie van pieklozingen kan in de toekomst toenemen, wat het functioneren van het rioolstelstel kan verstoren. We missen nu een volledig beeld van de locaties van WKO’s en mogelijke negatieve effecten op de omgeving. In deze planperiode is dan ook een inventarisatie en onderzoek naar potentiële effecten gepland.

Afhankelijk van de uitkomst van de inventarisatie en het onderzoek kunnen we besluiten om hier vanuit de verschillende bevoegde gezagen strakker op te gaan sturen met inzet van bijvoorbeeld een programma van eisen of juridische instrumenten.

4.3

Zorgplicht hemelwater

Verwerking van hemelwater De aandacht voor het anders omgaan met hemelwater neemt toe. In plaats van het water zo snel mogelijk af te voeren willen we het vasthouden om lange perioden van droogte te overbruggen en tijdelijk bovengronds bergen om wateroverlast bij extreme neerslag te voorkomen. Het verruimen van rioolbuizen is immers geen optie als gevolg van de beperkte ruimte in de ondergrond, het geringe effect en de hoge kosten. We streven ernaar om het rioleringssysteem en de bijbehorende openbare ruimte zoveel mogelijk klimaatbestendig in te richten. We stemmen hierbij af met andere disciplines en maken een gezamenlijke afweging. Hierbij zoeken we meekoppelkansen en maken werk-met-werk. De werkzaamheden in de openbare ruimte betreffen het realiseren van (tijdelijke) waterberging, waarbij we streven naar het zichtbaar maken van water, het verhogen van de belevingswaarde en integratie van water met groen. Door praktijkervaringen (meldingen waarnemingen van bewoners) te monitoren verbeteren we het zicht op het daadwerkelijk functioneren van de voorzieningen. Ook stimuleren we oppervlakkige afvoer van regenwater, zodat eventuele gebreken direct zichtbaar zijn. We hanteren de voorkeursvolgorde vasthouden-bergen-afvoeren voor de omgang met hemelwater: • • •

Vasthouden: doorlatende goten, groene daken, infiltratie in terreinverlagingen in groen, enz. Bergen: overtollig hemelwater bergen we eerst in het stedelijk watersysteem; Afvoeren: pas bij volledige benutting van de berging voeren we het overtollige hemelwater af naar het regionale watersysteem. Als de afvoer naar het regionale watersysteem meer is dan in de huidige situatie, vindt afstemming met het waterschap plaats.

Beperken risico op wateroverlast Omdat de capaciteit van het rioleringssysteem vanuit economisch oogpunt beperkt is, kan het voorkomen dat in meer of mindere mate een vorm van overlast optreedt. Hierbij maken we onderscheid naar hinder, ernstige hinder en waterschade.

26

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

DEFINITIE van Hinder, Ernstige hinder, Waterschade -

Hinder heeft de volgende kenmerken: – kortdurende periode van water op straat; – waarbij verkeer nog mogelijk is. – duur in de orde van grootte van 15-30 minuten

-

Ernstige hinder heeft één van de volgende kenmerken: – langer durende periodes van water op straat; – verkeer is niet meer overal mogelijk (ondergelopen tunnels, opdrijvende putdeksels). – duur in de orde van grootte van 30-120 min.

•

Waterschade heeft één van de volgende kenmerken: – – –

(grote) economische schade; gezondheidsschade (ziekten of letsels die direct te relateren zijn aan water op straat); materiële schade als gevolg van water in (winkel)panden.

Figuur 4-2: Water op straat aan Admiraliteitsweg in Medemblik, Een voorbeeld van hinder, verkeer is nog net mogelijk.

De Westfriese gemeenten stelden in het voorjaar van 2021 de gezamenlijke ambitie voor klimaatadaptatie vast. Die komt neer op een gelijke bescherming ondanks een veranderend klimaat. Met dit ambitieniveau zetten we actief in op het meegroeien met de klimaatverandering. We richten ons op een beschermingsniveau dat vergelijkbaar is met dat van nu. In 2050 zullen we, ondanks de klimaatverandering die we nu verwachten, even vaak hinder of schade ervaren door wateroverlast, hitte, droogte en waterkwaliteit als in 2021. Zo bieden we onze inwoners, ondernemers en bezoekers een even goede bescherming. We benutten klimaatadaptatie actief om waarde toe te voegen aan onze stedelijke leefomgeving, bijvoorbeeld door bovengrondse ‘groene’ maatregelen.

27

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

Als gemeente zijn we aan zet en stimuleren bewoners, ondernemers en partners om mee te doen. Ook zetten we in op bewustwording via campagnes en eventuele (financiële) stimulering. We zetten in op integraal programmeren om zo per wijk het meest optimale plaatje te bereiken.

Figuur 4-3: Met een combinatie van ondergrondse en bovengrondse infrastructuur houden we het beschermingsniveau tegen wateroverlast gelijk

Vermijden van hinder in bestaande situatie Bij elke nieuwe aanleg of vervanging van riolering moeten we ver vooruitkijken. De buizen gaan immers gemiddeld zo’n 60-80 jaar mee. Bij de hydraulische toetsing van het rioolontwerp gingen we tot op heden uit van een bui met een frequentie van eenmaal per 2 jaar (bui 8 uit de kennisbank Riolering). Bij deze neerslaghoeveelheid dient nog net geen hinder te ontstaan. Door klimaatverandering verwachten we dat een dergelijke bui echter vaker gaat voorkomen. We staan dus voor de keuze om te kiezen voor een zwaardere toetsbui en/of het verwerken van hogere neerslagintensiteiten in de bovengrondse ruimte. In geval van een zwaardere toetsbui ligt het voor de hand om te kiezen voor bui 9 uit de kennisbank Riolering. Deze bui heeft nu een frequentie van eenmaal per 5 jaar, maar ook deze bui zal in de toekomst naar verwachting vaker voorkomen. We kiezen voor toetsing op water-op-straat bij bui 9 uit de kennisbank Riolering. De nieuwe composietbuien in de kennisbank vormen een nieuwe ontwikkeling, die we eerst gaan verkennen. In het geval de meerkosten voor “een maatje meer” relatief laag zijn beschouwen we dit als een doelmatige oplossing om het beschermingsniveau gelijk te houden. Dit neemt niet weg dat we ook de bovengrond in beschouwing nemen.

Vanuit het systeemoverzicht stedelijk water gemeente Medemblik (SSW) dat onlangs is afgerond volgen geadviseerde verbetermaatregelen om knelpunten in bestaand bebouwd gebied op te lossen. Vermijden van hinder bij nieuwbouw en herontwikkeling Bij het ontwerp van nieuwe rioleringssystemen is er meer flexibiliteit. Deze ontwerpen we op een maatgevende bui met een huidige frequentie van eenmaal per 5 jaar (bui 9 uit de kennisbank Riolering). Bij deze ontwerpbelasting moet de waakhoogte minimaal 30 cm bedragen tenzij er een meer doelmatige oplossing is. Klimaatadaptieve inrichting Door klimaatverandering krijgen we te maken met extremere weersomstandigheden. Dat is niet alleen de verwachting voor de lange termijn maar is ook nu al steeds meer voelbaar. We anticiperen op de toename van extreme buien en proberen met een klimaatadaptieve en waterrobuuste inrichting te voorkomen dat de kans op wateroverlast en schade toeneemt. We benutten de openbare ruimte voor de aanleg van (bij voorkeur bovengrondse) berging en het reduceren van verhard oppervlak. Door voldoende water en groen aan te leggen in bebouwde gebieden kunnen we naast wateroverlast bovendien bijdragen aan het verlagen van hittestress en het beter kunnen overbruggen van langdurig 28

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

droge perioden. Waar mogelijk stapelen we functies. Retentievijvers, waterpleinen en wadi’s lenen zich uitstekend voor een multifunctioneel gebruik. Gezien de investeringen is het maatschappelijk niet verantwoord om een rioolstelsel op calamiteiten te dimensioneren. Onderstaande tekst beschrijft voor welk beschermingsniveau wij kiezen voor verschillende situaties. Bestaande situatie In bestaand gebied volgt de norm uit het ambitieniveau dat de raad in 2021 vaststelde. Daarbij hoort een toetsing bij een (blok)bui van 60mm in een uur. De huidige inrichting van het stedelijk gebied in de gemeente Medemblik kan gemiddeld een bui aan van 50mm in 1 uur. Aangezien een groot deel van het afvoerend verhard oppervlak is gelegen op particulier terrein, zullen zij ook een inspanning moeten leveren om wateroverlast en schade tijdens klimaatbuien te beperken. We stimuleren onze inwoners om tuinen te ontstenen en om water op te vangen. Nieuwbouw en herontwikkeling We passen de intentieovereenkomst klimaatbestendige nieuwbouw MRA en Noord-Holland die wij in februari 2022 zijn aangegaan toe. Dit betekent dat de norm bij nieuwbouw ligt op geen schade bij 70 mm in een uur (herhalingskans 1/100 jaar in 2050). Voor vitale en kwetsbare infrastructuur geldt dat voorzieningen moeten functioneren en bereikbaar blijven bij 90 mm in een uur (herhalingskans 1/250 jaar in 2050).

In deze planperiode gaan we eisen voor verwerking van hemelwater op eigen terrein specificeren en vaststellen. Bij herontwikkelingen is soms sprake van sloop en herbouw of het bebouwen van braakliggende terreinen. Hierdoor bestaat er in veel gevallen netto geen toename van het verhard oppervlak en is er voor de ontwikkelende partij niet direct een opgave. Juist bij dergelijke ontwikkelingen kunnen we kansen pakken om een bijdrage te leveren aan o.a. het tegengaan van verdroging en het oplossen van eventuele wateroverlast. Per situatie beoordelen we de kansrijkheid en gaan desgewenst het overleg met de ontwikkelende partij aan. Voor directe lozing op oppervlaktewater geldt, met betrekking tot watercompensatie, het beleid van het hoogheemraadschap. Voor herinrichtingsprojecten biedt dit programma water en riolering, samen met andere programma’s zoals groen en verhardingen houvast. Voor (her)ontwikkelingen willen we onderscheid maken tussen geen verplichting (bijvoorbeeld een kleine aanbouw), een kleine verplichting en een grote verplichting. Kleine verplichting Binnen de bebouwde omgeving bestaat bij kleine (her)ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld de (ver)bouw van een luxe villa minder flexibiliteit om duurzaam om te gaan met hemelwater dan bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling.

Om deze reden willen we bij kleine (her)ontwikkelingen een eis van bijvoorbeeld 10-15 mm waterberging op basis van iedere op de gemeentelijke riolering afwaterende m2 verharding (inclusief daken) binnen het plangebied gaan eisen. Vanuit praktische overwegingen stellen we een ondergrens (van bijvoorbeeld 50 m 2) aan het in beschouwing te nemen oppervlak. Geringe aanpassingen leiden hierdoor niet direct tot een eis. Grote verplichting Een grote (her)ontwikkeling biedt voldoende ruimte om het plangebied op een meer duurzame wijze te kunnen ontwikkelen. Voor een dergelijke ontwikkeling willen we een eis van bijvoorbeeld 60-80 mm waterberging op basis van iedere op de gemeentelijke riolering afwaterende m2 verharding (inclusief daken) binnen het plangebied gaan eisen. Aanvullende verplichting In het geval een plangebied groter is dan bijvoorbeeld 1 ha willen we via een maatwerkoplossing komen tot een inspanning die ook een bijdrage levert aan biodiversiteit, het tegengaan van hittestress en verdroging.

29

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

We willen hierbij te werk gaan volgens onderstaand denkraam. Bij een herinrichting programmeren we verbetermaatregelen en toetsen we periodiek of we ons daar ook aan hebben gehouden. Bij een (her)ontwikkeling verwijzen we bij een directe lozing op oppervlaktewater naar de bestaande beleidsregels van HHNK (keur) en bij een lozing van hemelwater op de gemeentelijke riolering naar beleidsregels die we nader gaan uitwerken.

Omgaan met (sterk) vervuilde oppervlakken Hemelwater afkomstig van daken is relatief schoon en lozen we, waar mogelijk, direct in de bodem, of op oppervlaktewater. Afstromend wegwater afkomstig van sterk vervuilde oppervlakken zoals bedrijven- of industrieterreinen met veel op- en overslag of bijvoorbeeld marktpleinen/busbanen e.d. transporteren we bij voorkeur naar de rwzi. Om te voorkomen dat relatief veel schoon regenwater van verbeterd gescheiden stelsels naar de rwzi wordt getransporteerd optimaliseren we deze rioleringssystemen, bijvoorbeeld via een (tijdelijke) afschakeling van pompen of wellicht op termijn via sturing op waterkwaliteit. Dit is en blijft telkens maatwerk, waarin we als gemeente en waterschap samen optrekken. Volgens de huidige Algemene Rijksregels mag afvloeiend hemelwater alleen in een vuilwaterriool worden geloosd als het lozen op of in de bodem, in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, die geen vuilwaterriool is, of op een oppervlaktewaterlichaam redelijkerwijs niet mogelijk is*. We kiezen ervoor om de huidige algemene regels met betrekking tot het lozen van afvloeiend hemelwater ongewijzigd te laten. Lozing van hemelwater op drukriolering vinden we niet acceptabel, hiervoor treden we handhavend op.

*Dit is niet van toepassing op het lozen van afvloeiend hemelwater dat al plaatsvond voordat het Activiteitenbesluit milieubeheer of het Besluit lozen buiten inrichtingen op de lozing van toepassing werd.

Afkoppelen verhard oppervlak / scheiden van waterstromen Om het rioleringssysteem te ontlasten, het aanbod van afvalwater op de rioolwaterzuiveringsinstallatie te optimaliseren en langdurige perioden van droogte te kunnen overbruggen gaan we door met het scheiden van waterstromen, afkoppelen van verhard oppervlak en bijdragen aan vergroening, mits doelmatig. De ambitie is om regenwater te kunnen ‘oogsten’ op momenten dat dat nodig is. Het afkoppelen van verhard oppervlak zal niet altijd mogelijk of doelmatig zijn, zeker in dicht bebouwd (centrum)gebied. Ook zijn er andere ontwikkelingen als de energietransitie of bijvoorbeeld de mogelijke aanleg van glasvezelkabels. Deze ontwikkelingen bieden wellicht kansen (werk met werk maken), maar kunnen ook de resterende ondergrondse ruimte verder beperken. Dit vereist een integrale aanpak. 30

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

Vooralsnog gaan we uit van een kansgerichte benadering. Mocht op de langere termijn blijken dat het noodzakelijk is om af te koppelen om daarmee het risico op wateroverlast te verkleinen, kan een gebiedsgerichte afkoppelverplichting een mogelijke volgende stap zijn.

4.4

Zorgplicht grondwater

Omgaan met grondwateroverlast In de regio Westfriesland zijn er, uitzonderingen daargelaten, geen grote structurele knelpunten bekend met betrekking tot grondwateroverlast. Het grondwaterpeil in Medemblik is relatief hoog en door extreme buien kan flinke fluctuatie optreden in grondwaterstanden. We leggen nu vaker in plaats van een HWA een drainage transportleiding aan met een drempel, om uitzakking van de grondwaterspiegel in droge perioden te voorkomen en het (vertraagd) afvoeren in natte omstandigheden te bevorderen. Dicht bij het IJsselmeer proberen we te werken met peilbuismetingen. Vanwege de grote verschillen in de oppervlaktewaterstand (IJsselmeerpeil vs. polderpeil) kan grondwaterstandsverloop over korte afstand flink variëren. Bij ruimtelijke ingrepen is het essentieel om te weten hoe het verloop is. In de voorbereiding van het project ‘Gedempt Achterom’ in de kern Medemblik hebben we dan ook gebruik gemaakt van peilbuizen. We nemen maatregelen als grondwateroverlast structureel en nadelig is. Per locatie wordt door de gemeente een afweging gemaakt op basis van het karakter van de overlast, de mogelijke gevolgen en de doelmatigheidscriteria.

Uitgesloten situaties daarbij zijn situaties waarbij het de bouwkundige of waterhuishoudkundige verantwoordelijkheid betreft van de eigenaar (bijvoorbeeld lekke kelders en gebroken leidingen in kruipruimtes) en gebeurtenissen van regionale en boven regionale oorsprong (bijvoorbeeld hoge waterstanden in watergangen);

Definities structureel nadelige grondwateroverlast en doelmatige maatregelen Structurele grondwateroverlast dient: • • • •

Wederkerend te zijn en gemeld (tenminste jaarlijks geregistreerd); én gedurende langere tijd voor te komen (tenminste 1 maand continu); én niet tijdelijk te zijn (tenminste 2 jaar); én stabiel of toenemend te zijn.

Nadelige gevolgen zijn: • • •

gezondheidsklachten door vocht in de woning; óf schade aan gebouwen of infrastructuur; aantasting van de primaire functie op basis van het bestemmingsplan.

Doelmatige maatregelen zijn: • maatregelen dienen effectief te zijn (met de maatregelen worden de problemen voorkomen of aanzienlijk beperkt); • én maatregelen dienen efficiënt te zijn (geen alternatieven op de probleemlocatie die goedkoper of effectiever zijn); • én de kosten van de maatregelen dienen in verhouding te staan tot de nadelige gevolgen.

Van de perceeleigenaren verwachten we dat deze bij eventuele grondwaterproblemen de vereiste (waterhuishoudkundige en/of bouwkundige) maatregelen nemen op eigen terrein. Dit wordt getoetst bij de aanvraag van de omgevingsvergunning en/of op basis van een locatiebezoek. Indien gewenst geven we als gemeente voorlichting over door de perceeleigenaar te nemen maatregelen of verrichten we nader onderzoek. Als er sprake is van structureel nadelige gevolgen vanwege de grondwaterstand nemen we als gemeente (op termijn) in openbaar gebied maatregelen om de afvoer van het overtollige grondwater te verbeteren. Grondwatermaatregelen voeren we wanneer mogelijk uit in combinatie met afkoppelen, rioolvervanging of herinrichting van de openbare ruimte. 31

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

Het grondwaterpeil willen we zoveel als mogelijk op natuurlijke wijze laten blijven fluctueren. We hanteren hiertoe onderstaande voorkeursvolgorde: We hanteren de voorkeursvolgorde ophogen-bergen-afvoeren voor het uitvoeren van maatregelen om de gewenste waterstanden te realiseren en om grondwater over- en onderlast tegen te gaan: 1. Ophogen van het maaiveld. 2. Realiseren van extra oppervlaktewater voor af- en aanvoer van water in de wijk. 3. Aanleggen van een drainagesysteem met eventuele grondverbetering. Voorkomen grondwateroverlast Om grondwateroverlast te voorkomen doorlopen we als gemeente en het hoogheemraadschap bij planologische wijzigingen een watertoetsprocedure. Hierbij beoordelen we de waterhuishoudkundige randvoorwaarden en effecten van nieuwe ontwikkelingen. Door middel van de watertoetsprocedure voorkomen we in de bestemmingsfase dat ‘natte’ gebieden bebouwd gaan worden en/of dat onvoldoende ontwateringsmaatregelen worden genomen. Als onderdeel van het rioleringsplan wordt een ontwateringsplan opgesteld. Bij nieuwbouw wordt onderzocht of grondwaterneutraal kan worden gebouwd. Met het in werking treden van de Omgevingswet vervangt het begrip 'weging van het waterbelang' de term watertoets. De gemeente moet de opvattingen van de waterbeheerder betrekken bij het omgevingsplan. Dit geldt in het algemeen voor alle waterbelangen.

Bijvoorbeeld watercompensatie in verband met toenemende verharding en ontmoedigen bouwen in verband met waterwinning. Er gelden geen regels voor hoe de gemeente de waterbeheerder hierbij betrekt. Als gemeente zijn we vrij om hier zelf invulling aan te geven. Vooralsnog zien we geen aanleiding om de huidige procesgang te wijzigen. Ontwatering De bodemgesteldheid en waterdoorlatendheid kunnen lokaal en regionaal sterk verschillen. Om wateroverlast door hoge grondwaterstanden te voorkomen geven we daarom gebiedsspecifiek invulling aan de ontwateringsnormen. Bij nieuwbouwsituaties creëren we op deze wijze een ontwateringsdiepte die het risico op grondwater over- of onderlast minimaliseert. Onderstaande ontwateringsdiepten (zie Tabel 4) beschouwen we als een inspanningsplicht. We kunnen als gemeente dan ook niet verantwoordelijk worden gesteld voor het handhaven van de genoemde waarden. Door bij nieuwbouwsituaties een grotere ontwateringsdiepte te hanteren beperken we het risico op grondwateroverlast verder.

Tabel 4: Ontwateringsdiepten Functie

Minimaal benodigde ontwatering t.o.v. maaiveld (gebaseerd op Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand in meters)

Woningen

0,7 m Als de ontwateringsdiepte op particulier terrein structureel minder is dan 0,7 m en het overtollige water niet op het eigen terrein kan worden verwerkt, neemt de gemeente het overtollige grondwater vanaf de perceelgrens in ontvangst voor verder afvoeren.

Groen (Tuinen / groenvoorzieningen)

32

Datum: 18 oktober 2022

0,5 m

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

Als de ontwateringsdiepte niet aan het gestelde criterium voldoet én er sprake is van een grondwaterprobleem volgens de opgestelde definitie, neemt de gemeente maatregelen om de gevolgen van het grondwaterprobleem zoveel mogelijk te beperken of op te lossen. Wegen

0,7 m Als de ontwateringsdiepte niet aan het gestelde criterium voldoet én er sprake is van een grondwaterprobleem volgens de opgestelde definitie, neemt de gemeente maatregelen om de gevolgen van het grondwaterprobleem zoveel mogelijk te beperken of op te lossen.

Voorkomen van grondwaterverontreiniging We voorkomen grondwaterverontreiniging door vervuilende activiteiten te weren. Op eventuele locaties met grote bodemverontreinigingen zijn we voorzichtig met infiltratie van hemelwater om verspreiding te voorkomen. De bescherming van het grondwater is opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Holland 2020. Deze bescherming is geregeld door grondwaterbeschermingsgebieden aan te wijzen. In voorkomende gevallen verwijzen we naar deze verordening. Monitoren Vanwege het beperkte aantal meldingen is overwegend sprake van een piepsysteem. Als in een gebied veel meldingen zijn plaatsen we zo nodig peilbuizen en treffen we doelmatige maatregelen. Binnen de regio streven we ernaar om de eventuele meetgegevens onderling te delen en op uniforme (centrale) wijze te ontsluiten. Tegengaan verdroging Droogte en wateroverlast in het stedelijk gebied pakken we binnen de regio Westfriesland in samenhang op. We verkleinen de kwetsbaarheden voor klimaatverandering door specifieke aandacht te geven aan waterberging, waterafvoer, waterkwaliteit, stijgend grondwater, droogteschade aan stedelijk groen, paalrot en bodemdaling. Bij de inrichting van groen met een ont- of afwaterende functie hebben we oog voor een klimaatbestendige inrichting. Het groen moet bij voorkeur bestand zijn tegen zowel kortdurende vernatting als langdurige droogte.

4.5

Oppervlaktewater

Goed rioolgebruik We verwachten van onze inwoners dat ze zelf een bijdrage leveren aan het verlagen van de beheer- en onderhoudskosten door het riool goed te gebruiken, oftewel het riool alleen gebruiken waarvoor het is bedoeld. Ook verwachten we dat onze inwoners hun riolering op eigen terrein in goede staat onderhouden. Via verschillende media-kanalen informeren we onze inwoners over hun eigen verantwoordelijkheid met betrekking tot een goed gebruik van het riool en het voorkomen van foutaansluitingen. Door verkeerde aansluitingen kan er continu vuilwater in het oppervlaktewater stromen. Dit is uiteraard ongewenst. Omgaan met negatieve gevolgen van medicijnresten, organische microverontreinigingen en microplastics Als gevolg van lozingen komen medicijnresten, organische microverontreinigingen en microplastics in ons oppervlaktewater terecht. Dit is schadelijk voor ons milieu en willen we uiteraard zoveel als mogelijk beperken. Hiervoor is een gecombineerde bron-, systeem- en end-of-pipe aanpak nodig. Met het maken van (inter)nationale afspraken kunnen fabrikanten worden gestimuleerd/verplicht om meer duurzaam te produceren. Hier ligt een opgave voor de rijksoverheid. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan rijksomgevingswaarden voor de kwaliteit van oppervlaktewater voor aangewezen oppervlaktewaterlichamen.

Een deel van die omgevingswaarden zijn een vertaling van de Europese regels. In dit geval de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Provincies kunnen in een omgevingsverordening omgevingswaarden stellen voor de waterkwaliteit van oppervlaktewater. Deze omgevingswaarden mogen alleen strenger zijn dan, of aanvullend zijn op, de rijksomgevingswaarden. Bij de vaststelling daarvan betrekt de provincie de economische effecten. Denk hierbij aan effecten op het vestigingsklimaat en de werkgelegenheid.

33

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

HHNK voert samen met PWN een pilot uit op RWZI Wervershoof om meer ervaring op te doen met het zoveel mogelijk afvangen van microverontreinigingen. We volgen deze ontwikkeling. HHNK zet in eerste instantie in op een beleidsarme overgang van de huidige keur naar een waterverordening onder de Omgevingswet. De focus ligt hierbij op waterkwantiteit. De bruidsschatregels worden integraal overgenomen. Beleidsregels met betrekking tot waterkwaliteit worden in een later stadium gebiedsspecifiek gemaakt. De komende planperiode stemmen we het opnemen van eventuele regels met betrekking tot waterkwaliteit in omgevingsplan/waterverordening af met de waterbeheerder.

Figuur 4-4: De rioolwaterzuiveringsinstallatie van HHNK in Wervershoof (bron: HHNK, Philippe van de Loo)

Opheffen foutaansluitingen De afvalwaterketen is primair gericht op het zoveel als mogelijk ingesloten houden van afvalwater en dit te transporteren naar een zuiveringslocatie. Foutaansluitingen en riooloverstortingen vanuit een gemengd rioleringssysteem vormen hierin zwakke schakels. Bij foutaansluitingen komt onbedoeld vuil water in het oppervlaktewater terecht of regenwater bij de zuivering. Riooloverstortingen treden op bij hevige en/of langdurige neerslag om wateroverlast te voorkomen. De ongezuiverde lozingen kunnen de waterkwaliteit nadelig beïnvloeden. Om de milieubelasting op kwetsbare locaties te beperken sporen we foutaansluitingen op en herstellen deze (mits doelmatig). Via het opsporen en (laten) herstellen van foutaansluitingen voorkomen we dat milieubelastende stoffen onbedoeld maar voortdurend in het oppervlaktewater terechtkomen. Om de milieubelasting als gevolg van riooloverstortingen te minimaliseren koppelen we verhard oppervlak van de riolering af en vertragen en minimaliseren we de toevoer naar het systeem door neerslag lokaal vast te houden. Omgaan met recreëren in, op of nabij stadswater Als gevolg van klimaatverandering en de toenemende bevolkingsdichtheid neemt de druk op onze stads- en dorpswateren toe. We zien een toename aan watergebonden evenementen, er ontstaan meer wildzwemplekken en ook op het water wordt het drukker.

Voor ons stads- en dorpswater kunnen we echter niet de kwaliteit en veiligheid garanderen zoals dat wel de bedoeling is voor de aangewezen zwemwateren. Na regenval kan het water bijvoorbeeld verontreinigd zijn met fecaliën, in of op de waterbodem kunnen gevaarlijke voorwerpen liggen of water afkomstig uit 34

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

landelijk gebied is bijvoorbeeld verontreinigd met chemicaliën/parasieten etc. Gelet op het grote aantal mogelijke wildzwemwaterlocaties heeft het plaatsen van borden weinig nut. Vanuit het oogpunt van publieke gezondheid en openbare veiligheid zetten we daarom vooralsnog in op informeren van de omwonenden, tenzij we echt grote veiligheids- of gezondheidsrisico’s zien. In dat geval gaan we in gesprek met belanghebbende partijen en brengen we onze kennis met betrekking tot het functioneren van de riolering- en het watersysteem in. Het zou mooi zijn als op de lange termijn delen van het watersysteem van voldoende kwaliteit zijn om zelfs veilig te kunnen zwemmen, maar daarvoor is nog een lange weg te gaan. In beleid en uitvoering zorgen we er in ieder geval voor dat door ons handelen de waterkwaliteit tenminste niet verslechtert. Voor oppervlaktewater dat niet is aangewezen als zwemwater bestaat nog geen specifieke regelgeving. Dat is nog een grijs gebied waar de komende jaren meer aandacht voor zal komen op zowel landelijke als regionale schaal.

4.6

Bedrijfsvoering

In het kader van de samenwerkingsovereenkomst ten behoeve van de waterketen hebben de betrokken partijen4 ook met betrekking tot de bedrijfsvoering afspraken gemaakt. Deze afspraken zijn als volgt: • • • • • • • • •

Hanteren principes van assetmanagement; Gemeenten nemen de regie om ingrepen in de openbare ruimte af te stemmen; Bundelen kennis om data op orde te krijgen en te houden; Bouwen aan een Beslissing Ondersteunend Instrumentarium (BOI); Ontwikkelen GIS-expertise; (Afval)waterketen weerbaar maken tegen cyberaanvallen; Samenwerken door kennis en inzichten te delen; Inventariseren mogelijkheden om bewustwording te verhogen en handelingsperspectief te bieden; Het monitoren van het kennis- en competentieniveau door toepassen van de Branchestandaard van de gemeentelijke watertaken. In de strategische uitwerking van de bedrijfsvoering is met deze afspraken rekening gehouden. Rioolvervanging Met het verouderen van de bestaande riolering neemt de vervangingsopgave als gevolg van de leeftijdsopbouw toe. Zo zal in theorie de piek in rioolaanleg vanaf de jaren vijftig-zestig de komende 5-10 jaar tot een vervangingspiek gaan leiden (uitgaande van een gemiddelde levensduur van 60-80 jaar). Om beter te kunnen beoordelen of een riool daadwerkelijke aan vervanging toe is hebben we de afgelopen planperioden de toestand van het rioleringssysteem grotendeels vastgesteld door dit te inspecteren. Met deze inspectieresultaten zijn we beter in staat om een afweging te maken tussen welke maatregel het meest passend is: repareren, renoveren of vervangen.

Om hierin te verbeteren brengen we onze beheerdata verder op orde en delen binnen de regio Westfriesland kennis met betrekking tot vervangingsstrategieën. We kunnen vervolgstappen zetten in het risicogestuurd beheer en hiervoor een leidraad opstellen. Risicogestuurd beheer betekent dat we riolen vervangen waar het moet en de levensduur via reparaties oprekken waar het kan. Met betrekking tot rioolvervanging hebben we in regionaal verband een document opgesteld, dat rekening houdt met de impact van bezwijken op de omgeving en de restlevensduur. Het te nemen risico relateren we aan het mogelijke effect van bezwijken. Vanuit deze gedachte zijn inspectie- en onderhoudsintervallen van verschillende objecttypen al bijgesteld. Bijvoorbeeld vuilwater riolering 1x per 10 jaar, hemelwater riolering 2x per 20 jaar, kolken afhankelijk van bomen (zgn. bladstraten), 'vieze' rioolgemalen vaker schoonmaken, etc. Om risicogestuurd beheer mogelijk te maken zijn volgende onderwerpen van belang: • goede opbouw van beheerdata; • het ontwikkelen en vaststellen van risicoprofielen; • het monitoren van de kwaliteitsontwikkeling van het stelsel; • het koppelen van maatregelen aan risicoprofielen;

4 Gemeenten in beheergebied Noorderkwartier, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en drinkwaterbedrijf

PWN 35

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

•

periodiek evalueren van de werkwijzen.

Door stapsgewijs invulling te geven aan bovenstaande onderwerpen kunnen we in de nabije toekomst sterker sturen op rioolvervanging die is gebaseerd op daadwerkelijke levensduur. Daardoor kunnen we besparingen realiseren. In de komende planperiode besteden we aandacht aan de analyse van de inspectieresultaten en het effect daarvan op het beheer van het stelsel. De komende planperiode evalueren we de risicogestuurde aanpak en stellen deze zonodig bij.

Figuur 4-5: Het vervangen van riolering is vaak een behoorlijk forse ingreep in de openbare ruimte

Beheer en Onderhoud Om een goed functioneren van het stedelijk watersysteem te waarborgen voeren we beheer- en onderhoudsmaatregelen uit. De planning leggen we vast in operationele jaarprogramma’s. Bij de invulling van het beheer en onderhoud gaan we meer en meer uit van een risico-gestuurde benadering. Dit betekent dat we het onderhoud niet baseren op een vaste onderhoudsfrequentie (cyclisch) en vervanging op basis van leeftijd. We differentiëren om zo beter rekening te houden met mogelijke risico’s en de maatschappelijke, economische en ecologische waarde. Waar het kan doen we dan wat minder en daar waar het moet doen we dan wat meer. Uitgangspunt hierbij is dat alle inwoners van de gemeente het recht hebben op een goed functionerend rioleringssysteem en een veilige leefomgeving. We onderscheiden vier typen beheer- en onderhoudsmaatregelen:

36

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

1. Vervanging Vervangingsmaatregelen, zoals slopen en vervangen van het bestaande rioolstelsel. Dit combineren we zoveel als mogelijk met andere werkzaamheden zoals wegbeheer om ‘werk-met-werk’ te maken en eventuele hinder tot een minimum te beperken. 2. Groot onderhoud / renovaties Onder groot onderhoud verstaan we preventieve en/of correctieve maatregelen, zoals relining, om het rioolstelsel in goede staat te houden of te brengen. Bij relining wordt de bestaande rioolbuis van binnenuit verstevigd door middel van een zogenoemde kous of schaaldelen. 3. Klein onderhoud Onder klein onderhoud verstaan we reguliere onderhoudsactiviteiten met een kort-cyclisch karakter, zoals reinigen en repareren van kolken, gemalen en riolen. 4. Reactief onderhoud Soms is onvoorzien onderhoud nodig, bijvoorbeeld bij een calamiteit. De kans hierop proberen we zoveel als mogelijk te beperken door een gedegen uitvoering van het beheer en onderhoud.

Figuur 4-6: Er gaat ook weleens wat mis. In deze situatie is een gestuurde boring dwars door een bestaande buis heen geboord

Gegevensbeheer en digitalisering Binnen het stedelijk waterbeheer hebben we te maken met statische en dynamische gegevens. De statische gegevens zijn basisgegevens zoals de afmetingen en hoogteligging van putten en leidingen. Deze gegevens worden laagfrequent geïnventariseerd en geactualiseerd. De dynamische gegevens bestaan uit o.a. meldingen, waarnemingen en praktijkmetingen. Deze worden met een hoge(re) frequentie ingezameld. Deze gegevens houden/brengen we op orde om zo beter in staat te zijn het beheer van het stedelijk watersysteem doelmatig uit te voeren. Het doel is om onze beheersystemen volledig op orde te hebben.

Aansluiten op de gemeentelijke riolering 37

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

In de praktijk gaan eigendom en beheer vaak hand in hand. Zo is de gemeente eigenaar en beheerder van het rioolstelsel in de openbare ruimte. Maar wie is eigenaar van rioolleidingen in particuliere percelen? En wie moet de beheerkosten betalen, bijvoorbeeld voor het verhelpen van verstoppingen? Juridisch zijn eigendom en beheer verschillende zaken. De gemeente doet er daarom goed aan duidelijke eigendoms- en beheergrenzen te stellen. Dat voorkomt discussies tussen gemeente en perceeleigenaar, bij voorbeeld bij een nieuwe aansluiting op het riool, of wanneer zich een verstopping voordoet. Dit is in onze gemeente momenteel niet bij verordening of beleidsregel geregeld. Hierdoor lopen we een risico. Dit willen we wegnemen door het opstellen van een verordening. Meten en monitoren Door te meten en te monitoren hebben we (meer) inzicht in het daadwerkelijk functioneren van het rioolstelsel. Dat inzicht is gewenst om ervoor te zorgen dat we als gemeente ‘de goede dingen doen’, bijvoorbeeld wanneer we maatregelen willen treffen op kwetsbare locaties voor wateroverlast. Op basis van praktijkmetingen kunnen we analyses maken van het feitelijk functioneren van de afvalwaterketen. Op regionaal niveau (verzorgingsgebied HHNK) bundelen we de hiertoe benodigde kennis en bouwen we aan een beslissing onderbouwend instrumentarium.

Figuur 4-7: Door waterniveaus te meten krijgen we inzicht in het ledigings- en vullingsgedrag van de riolering

Communicatie en samenwerking Via actieve communicatie willen we het waterbewustzijn bij inwoners, bedrijven en organisaties verder vergroten. Voorbeelden hiervan zijn: • WatZr-campagne (zie watzr.nl): gezamenlijke communicatiemiddelen m.b.t. riolering en klimaatadaptatie op schaal van regio Noorderkwartier, gericht op bewustwording van en handelingsperspectief voor inwoners in stedelijke omgeving; • Klimaatcircus: rondreizende voorstelling voor inwoners, schoolklassen etc. t.b.v. individuele bewustwording en handelingsperspectief; • Operatie Steenbreek (handelingsperspectieven) • Participatie m.b.t. klimaatbestendigheid bij (her)inrichtingsprojecten in bestaand gebied; 38

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

Met dergelijke vormen van communicatie, in combinatie met de juiste prikkels (bijvoorbeeld financieel) en door zelf het goede voorbeeld te geven, werken we aan draagvlak voor de gemeentelijke watertaken. Draagvlak is belangrijk, bijvoorbeeld voor acceptatie van water op straat, begrip voor mogelijke hinder als gevolg van verbetermaatregelen, enthousiasme om mee te werken aan een klimaatbestendige omgeving en uiteraard om het riool op een goede wijze te gebruiken. De taken op het gebied van beheer en onderhoud van het watersysteem, de waterketen en het gebruik van het water zijn duidelijk geregeld en vastgelegd. De eigen dienst voert de primaire taken uit, op specialistische/incidentele taken voeren we regie. We worden hierbij geholpen door de goede en transparante samenwerking met het regionale samenwerkingsverband ‘Westfriesland’. Binnen dit samenwerkingsverband overleggen we periodiek over operationele en beleidsmatige vraagststukken en projecten waarop we kunnen samenwerken. Inhoudelijk is de samenwerking gericht op de (afval)waterketen. In eerste instantie was de focus gericht op kostenbesparing. De aandacht verschuift nu naar het functioneren van de riolering en het vanuit riolering bijdragen aan belangrijke maatschappelijke thema's.

Figuur 4-8: watzr.nl (op deze website vinden inwoners bijvoorbeeld handelingsperspectieven) 39

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

Capaciteit en kennis op orde Binnen regio Westfriesland vullen we elkaar aan op punten waar we nu het meest kwetsbaar zijn en /of waaraan we nu als gemeente zelf geen invulling (kunnen) geven. Een passende organisatie voor de samenwerking in de waterketen met de juiste mensen, op de juiste plaats, ook voor de toekomst. Als gevolg van de toename aan watertaken als gevolg van ontwikkelingen zoals klimaatadaptatie en de energietransitie en de behoefte aan integraal werken staan de werkzaamheden met betrekking tot beheer en beleid onder druk. Om deze reden hebben we in dit programma opgenomen dat we verder aan de slag gaan met de uitkomsten van de toegepaste branchestandaard gemeentelijke watertaken. Zo komt uit de Branchestandaard Gemeentelijke watertaken naar voren dat regio Westfriesland structureel de minste personele capaciteit heeft in regio Noorderkwartier. Vanuit het onderzoek blijkt dat gegevensbeheer een van de eerste taken is die bij onderbezetting uit het zicht raakt. Een ander belangrijk aandachtspunt dat vanuit het Branchestandaard onderzoek blijkt, is het actueel houden van benodigde kennis en vaardigheden die nieuwe ontwikkelingen (zoals ander databeheer, integraal werken, klimaatadaptatie) met zich meebrengen.

De Westfriese medewerkers willen zich deze nieuwe taken verder eigen maken, maar het komt boven op het reguliere werk aan de rioleringszorg, waar al te weinig capaciteit voor is. Naast meer capaciteit, vragen nieuwe ontwikkelingen ook om andere competenties, zoals flexibiliteit, ondernemingszin, omgevingsbewustzijn en initiatief. Deze scoren in de regio relatief laag ten opzichte van competenties die van belang zijn voor het instant houden van de riolering zoals zelfstandigheid, nauwkeurigheid en analytisch vermogen. De samenwerkingscompetentie scoort hoog. Dat opent deuren om ook met andere sectoren en disciplines goed samen te werken. Maar dan moet er wel de ruimte zijn om die samenwerking te ontwikkelen. We willen de Branchestandaard graag de komende planperiode herhalen om inzichtelijk te maken of we nu daadwerkelijk stappen hebben gezet om de belangrijkste kwetsbaarheden te verminderen/ robuuster te worden. In deze standaard staat welke kennis en competenties nodig zijn en in welke rol voor uitvoering van de gemeentelijke watertaken. Gezamenlijk stellen we hiervoor binnen de regio een opleidingsplan op binnen het reguliere opleidingsbudget. Calamiteitenplannen Naast het optimaliseren van de reguliere bedrijfsvoering brengen we ook in beeld op welke wijze incidenten afgehandeld kunnen worden.

Hierbij kan gedacht worden aan lozing van een gevaarlijke stof in het riool, langdurige uitval van een rioolgemaal, een breuk in een persleiding, het bezwijken van een hoofdriool onder een belangrijke weg of wateroverlast door extreme neerslag. We maken afspraken met partijen die bij calamiteitensituaties betrokken zijn, zoals de veiligheidsregio. Ook onderzoeken we de kwetsbaarheid van onze waterketenvoorzieningen bij overstroming. In regionaal verband denken we na hoe we de drinkwatervoorziening en afvalwaterverwerking tijdens (langdurige) uitval toch kunnen waarborgen. Vestigen recht van opstal bij openbare riolen op private percelen In het verleden is voorgekomen dat het juridisch eigendom van de openbare riolering en drainage op percelen niet goed is vastgelegd. Weliswaar heeft de gemeente rechten door horizontale natrekking, ook wanneer er geen zakelijk recht of erfdienstbaarheid is gevestigd. En ontstaat na een periode van 20 jaar automatisch een erfdienstbaarheid voor het hebben en houden van riolering in dat perceel. Toch is het vanuit het oogpunt van beheer en onderhoud wel wenselijk om afspraken met de perceeleigenaar te maken en deze te laten vastleggen.. Intern onderzoek naar het aantal situaties met gemeentelijke rioolleidingen in particulier terrein heeft duidelijk gemaakt dat bij circa 1500 percelen geen afspraken met de eigenaar zijn vastgelegd.

We willen het recht van opstal op de betrokken percelen alsnog vestigen. Daarmee beogen we dat de betreffende riolering bereikbaar blijft bij calamiteiten en toegankelijk blijft voor onderhoud en vervanging. Doen we dit niet dan kunnen risico’s ontstaan. Door afspraken met de perceeleigenaar te maken beschermen we zowel ons belang als dat van de grondeigenaar. We willen als gemeente dat de riolering op het perceel nu en in de toekomst bereikbaar blijftom onze zorgplicht adequaat te kunnen uitvoeren, de perceeleigenaar wil dat de gemeente netjes werkt en eventuele schade herstelt. Eenmaal in het kadaster ingeschreven aktes worden publiekrechtelijk kenbaar. Door een kettingbeding op te nemen blijven de afspraken ook voor toekomstige perceeleigenaars van kracht. Om deze klus uit te voeren is het nodig gedurende een aantal jaren een medewerker aan te stellen, die o.a. de huisbezoeken uitvoert en contactpersoon is voor dit onderwerp. Bij nieuwe aanleg of rioolvervangingen wordt de riolering bij voorkeur in openbaar gebied aangelegd, zodat het riool per definitie toegankelijk blijft en eenvoudig beheerd, onderhouden en in de toekomst vervangen kan worden.

40

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

5

Uitvoeringsagenda

In dit hoofdstuk is weergegeven welke activiteiten en/of maatregelen wij als gemeente Medemblik in samenwerking met onze waterpartners of zelfstandig verrichten om invulling te geven aan de ambities en watertaken in dit PSWR. Omdat maatregelen bijdragen aan meerdere opgaven zijn de maatregelen gegroepeerd weergegeven per type: planvorming en onderzoek, beheer en onderhoud, uitvoeringsmaatregelen en overig.

5.1

Gezamenlijk programma

Om kennis te delen en kosten te besparen voeren we gezamenlijke activiteiten uit in de samenwerkingsregio Westfriesland. De gezamenlijke activiteiten bestaan uit o.a. periodiek overleg, opstellen gezamenlijk beleid, actualiseren SSW (waar van toepassing), bundelen van kennis en kennisdeling. Tabel 5: overzicht gezamenlijk programma (kosten is de bijdrage van gemeente Medemblik). Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2022, tenzij anders aangegeven..

Activiteit

2023

2024

2025

2026

2027

Regionaal afvalwaterplan

-

€ 10.000

-

-

-

Act. adaptatiestrategie

-

-

€ 20.000

-

-

€ 12.500

Klimaat Stresstest Samenwerking Noorderkwartier*

€ 3.700

€ 3.700

€ 3.700

€ 3.700

€ 3.700

TOTAAL

€ 3.700

€ 13.700

€ 36.200

€ 3.700

€ 3.700

*Prijspeil 2020

41

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

5.2

Gemeentelijk uitvoeringsprogramma

5.2.1

Planvorming en onderzoek

Planvorming is onmisbaar voor doelmatig rioleringsbeheer. Om inzicht te behouden en verkrijgen in de toestand en het functioneren van het rioleringssysteem is onderzoek noodzakelijk. Tabel 6: overzicht planvorming en onderzoek. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2022.

Activiteit

2023

2024

2025

2026

2027

-

-

-

-

€ 25.000

€ 5.000

-

€ 5.000

-

€ 5.000

-

-

-

€ 10.000

-

€ 10.000

-

-

-

-

-

-

-

-

€ 2.500

Operationeel plan

€ 1.500

€ 1.500

€ 1.500

€ 1.500

€ 1.500

Geohydrologisch monitoringsplan

€ 10.000

-

-

-

€ 10.000

Meetplan

€ 12.000

-

-

-

-

Onderzoek foutieve aansluitingen

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

Grondwateronderzoek knelpunten

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

Onderzoek modelverordening

€ 5.000

-

-

-

-

Monitoren rioolstelsel

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

Beoordeling inspecties incl. maatregeladvies

€ 5.000

€ 5.000

€ 5.000

€ 5.000

€ 5.000

Rioolinspecties

€ 94.200

€ 1.200

€ 40.000

€ 40.000

€ 40.000

NEN-keuring

€ 13.800

€ 13.800

€ 13.800

€ 13.800

€ 13.800

TOTAAL

€ 186.500

€ 51.500

€ 95.300

€ 100.300

€ 132.800

PSWR 2027-2031 Actualisatie KDP PSWR Actualisatie beheerplan riolering Beheerplan drainage Actualisatie beheerplan drainage

5.2.2

Cyclisch onderhoud

Onderhoudsinspanningen zijn afgestemd op het in stand houden en goed laten functioneren van het systeem, waarbij risico’s optimaal worden vermeden (assetmanagement). De activiteiten bestaan uit regulier onderhoud en (reactieve) reparaties. De onderhoudskosten maken een significant deel uit van de totale exploitatie van de gemeente. Deze kosten bestaan grotendeels uit het jaarlijks onderhoud van rioleringen, gemalen en rand- en hemelwatervoorzieningen.

42

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

Tabel 7: overzicht cyclisch onderhoud. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2022.

Activiteit

2023

2024

2025

2026

2027

Gas en elektra

€ 215.000

€ 215.000

€ 215.000

€ 215.000

€ 215.000

Onderhoudsbaggerwerk

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

Onderhoud gemalen VV

€ 240.000

€ 240.000

€ 240.000

€ 240.000

€ 240.000

Onderhoud riolering VV

€ 215.000

€ 215.000

€ 215.000

€ 215.000

€ 215.000

Aansluitkosten riolering

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

Bijdrage aansluitkosten

€ -10.000

€ -10.000

€ -10.000

€ -10.000

€ -10.000

Onderhoud riolering Druk

€ 205.000

€ 205.000

€ 205.000

€ 205.000

€ 205.000

Kolken zuigen

€ 33.000

€ 33.000

€ 33.000

€ 33.000

€ 33.000

Onderhoud IBA's

€ 6.200

€ 4.800

€ 3.300

€ 1.800

-

Uitbestede werkzaamheden

€ 70.000

€ 70.000

€ 70.000

€ 70.000

€ 70.000

Kstn onderz-ontwikkeli-voorber

€ 65.000

€ 65.000

€ 65.000

€ 65.000

€ 65.000

Uitvoering klimaatadaptatie (activiteiten uitvoeringsagenda)

€ 13.000

€ 7.000

€ 12.000

-

-

Overige uitgaven

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

Straatreiniging

€ 227.000

€ 227.000

€ 227.000

€ 227.000

€ 227.000

€ 1.094.200

€ 1.086.800

€ 1.090.300

€ 1.076.800

€ 1.126.375

TOTAAL

5.2.3

Vervangings- en verbeteringsmaatregelen

Maatregelen zijn afgestemd op het in stand houden en optimaliseren van het functioneren van het systeem. Ten behoeve van de drie zorgplichten is het van belang dat het functioneren van het stelsel in stand gehouden wordt. Het is dus zaak dat oude leidingen tijdig vervangen worden. Het moment van vervangen wordt gebaseerd op de inspectieresultaten en/of optredende problemen. Bij ingrepen in de openbare ruimte kiezen we binnen de regio Westfriesland altijd voor een integrale aanpak. Zo koppelen we de rioolvervangingsopgave aan andere opgaven met een ruimtelijke impact zoals de klimaatadaptatieopgave, herinrichtingsopgaven, verkeersopgaven, de woningbouwopgave, duurzame mobiliteit en de energietransitie. Tabel 8: overzicht vervangings- en verbeteringsmaatregelen. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2022.

Activiteit

2023

2024

2025

2026

2027

Reparaties

€ 87.300

€ 10.500

€ 129.100

€ 47.100

€ 50.000

Vestigen opstalrechten part. perc.

€ 250.000

€ 250.000

€ 250.000

€ 250.000

-

Verbetering

43

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

Verbetermaatregelen structurele grondwaterproblemen

€ 25.000

€ 25.000

€ 25.000

€ 25.000

€ 25.000

Klimaatadaptatie (wateroverlast)

€ 367.000

€ 367.000

€ 367.000

€ 367.000

€ 367.000

€ 1.185.000

€ 1.185.000

€ 1.185.000

€ 1.185.000

€ 1.185.000

gemalen, bouwkundig

€ 168.300

€ 168.300

€ 168.300

€ 168.300

€ 168.300

gemalen, E/M

€ 204.200

€ 204.200

€ 204.200

€ 204.200

€ 204.200

persleidingen

€ 143.100

€ 143.100

€ 143.100

€ 143.100

€ 143.100

drukriolering, bouwkundig

€ 705.700

€ 705.700

€ 705.700

€ 705.700

€ 705.700

drukriolering, E/M

€ 131.600

€ 131.600

€ 131.600

€ 131.600

€ 131.600

IBA's (uitfaseren)

€ 67.500

€ 37.500

€ 7.500

-

-

randvoorziening, E/M

€ 22.400

€ 22.400

€ 22.400

€ 22.400

€ 22.400

€ 3.357.100

€ 3.250.300

€ 3.338.900

€ 3.249.400

€ 3.002.300

Vervanging vrij-verval riolering

TOTAAL

5.2.4

Facilitair

Om het stedelijke watersysteem goed te beheren, nemen wij als gemeente ondersteunende diensten af zoals telefoon en energiediensten. Deze worden gegroepeerd onder ‘facilitair’ en zijn opgenomen in Tabel 9. Tabel 9: overzicht facilitair / overig. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2022.

Activiteit

2023

2024

2025

2026

2027

Contributies/lidmaatscha. (NW)

€ 4.000

€ 4.000

€ 4.000

€ 4.000

€ 4.000

Telefoon/faxkst.(incl mob)(NW)

€ 13.000

€ 13.000

€ 13.000

€ 13.000

€ 13.000

Telemetrie

€ 12.000

€ 12.000

€ 12.000

€ 12.000

€ 12.000

Licenties/onderhoudskosten

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

Vergunningen

€ 500

€ 500

€ 500

€ 500

€ 500

Verzekeringen

€ 1.000

€ 1.000

€ 1.000

€ 1.000

€ 1.000

€ 500

€ 500

€ 500

€ 500

€ 500

Communicatie

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

TOTAAL

€ 51.000

€ 51.000

€ 51.000

€ 51.000

€ 51.000

Machines

44

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

6

Middelen

De vervangingswaarde van het stedelijk watersysteem in de gemeente Medemblik bedraagt ca. € 135,6 miljoen, exclusief investeringen voor klimaatadaptatie. Voor het beheer van dit systeem zijn geschikte mensen en financiële middelen nodig. In de aankomende planperiode geven we hieraan gemiddeld € 5,1 miljoen per jaar uit. Geld dat bewoners en ondernemers via de rioolheffing bijeenbrengen. In dit hoofdstuk gaan we in op de benodigde personele en financiële middelen om invulling te geven aan goed en doelmatig rioleringsbeheer in Medemblik

6.1

Personele middelen

De huidige formatie in de gemeente Medemblik is weergegeven in Tabel 10 en bedraagt 5,7 fte, verdeeld over 3,7 fte binnendienst en 2 fte buitendienst. De ervaring van de afgelopen planperiode heeft ons geleerd dat de werkzaamheden, zoals databeheer, onder druk staan bij de huidige formatie. Deze periode dient ons databeheer op orde gebracht te worden. Bovendien hebben we de ambitie om aan de slag te gaan met een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting van de openbare ruimte. Tot slot is er in deze planperiode ongeveer 1 fte nodig voor het regelen van zakelijk rechten. De benodigde formatie hebben wij in beeld gebracht op basis van de rekentool ‘Personele middelen’ vanuit de Kennisbank en bedraagt 7,5 fte. De onderbouwing van benodigde middelen is weergegeven in Tabel 11. Om de benodigde formatie te bereiken, moet de huidige formatie in de binnendienst met 1,8 fte worden uitgebreid. Omdat er al een medewerker databeheer is uitgezet die voor 0,5 fte aan riolering bijdraagt, is er nog 1,3 fte extra uitbreiding in de binnendienst nodig. Tabel 10: Jaarlijkse huidige formatie (2022) gemeente Medemblik

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=738debd5-1a88-4e89-b2e5-da9264b854b5