CConstaterende datMedemblik
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Bijlage 1 Programma stedelijk water en riolering 2023-2027 (DOC-22-601169)

Gemeenteraad 1 december 2022, gemeente MedemblikBij agendapunt: Vaststellen Programma stedelijk water en riolering 2023-2027 (pfh. H. Nederpelt)35.359 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Onderdeel

Binnendienst

Buitendienst

TOTAAL

Planvorming, onderzoek en facilitair

1,7 FTE*

0,0 FTE

1,7 FTE

Onderhoud

0,8 FTE

2,0 FTE

2,8 FTE

Maatregelen

1,2 FTE

0,0 FTE

1,2 FTE

TOTAAL

3,7 FTE

2,0 FTE

5,7 FTE

* In de fte is 1,0 tijdelijke fte opgenomen voor werkzaamheden met betrekking tot opstalrechten. De overige 0,7 fte bestaat uit beleidsmedewerker (0,5 fte) en medewerker onderhoud (0,2 fte).

Tabel 11: Jaarlijkse benodigde formatie gemeente Medemblik

Onderdeel

Binnendienst

Buitendienst

TOTAAL

Planvorming, onderzoek en facilitair

2,4 FTE*

0,0 FTE

2,4 FTE

Onderhoud

2,1 FTE

2,0 FTE

4,1 FTE

Maatregelen

1,0 FTE

0,0 FTE

1,0 FTE

TOTAAL

5,5 FTE

2,0 FTE

7,5 FTE

* In de fte is 1,0 tijdelijke fte opgenomen voor werkzaamheden met betrekking tot opstalrechten.

De huidige formatie leidt, samen met de doorbelastingen vanuit ondersteunende teams, tot kosten die ten laste komen van de rioolheffing. Deze zijn weergegeven in Tabel 12.

45

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

Tabel 12: overzicht loonkosten en overhead. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2022.

Activiteit

2023

2024

2025

2026

2027

Loonkosten

€ 760.000

€ 760.000

€ 760.000

€ 760.000

€ 760.000

Overhead

€ 532.000

€ 532.000

€ 532.000

€ 532.000

€ 532.000

TOTAAL

€ 1.292.000

€ 1.292.000

€ 1.292.000

€ 1.292.000

€ 1.292.000

6.2

Financiële middelen

In het kostenoverzicht (zie bijlage E) maken we onderscheid in exploitatiekosten en investeringsuitgaven. Bij de exploitatiekosten gaat het om jaarlijkse uitgaven voor beheer- en onderhoudsactiviteiten die nodig zijn voor een goed en doelmatig rioleringsbeheer. De kosten van deze uitgaven worden toegeschreven aan het boekjaar waarin deze worden uitgegeven. De kosten voor beheer en onderhoud worden jaarlijks hoger door algemene prijsstijgingen, stijgingen van de lonen, vergroting van het areaal en uitbreiding van werkzaamheden. Investeringsuitgaven bestaan uit vervangingsinvesteringen (bijvoorbeeld rioolvervanging) en verbeteringsinvesteringen (bijvoorbeeld buisvergroting of afkoppelmaatregelen). Investeringen zijn uitgaven voor zaken die meerdere jaren meegaan. Wij financieren vervangingsinvesteringen via de financieringsmethode ‘sparen vooraf’. Activeren of sparen? Op een zeker moment zijn riolen in de gemeente Medemblik aan vervanging toe. De aankomende jaren gaan we veel riolen vervangen of renoveren. Grote investeringen in de riolering worden traditioneel gekapitaliseerd. Dit betekent dat de investering wordt afgeschreven over de verwachte gebruiksduur. De jaarlijkse afschrijving en rente vormen een last in de rioolbegroting. Naar analogie van een woninghypotheek zijn de kapitaalslasten (vanwege de optredende rentelasten) hierdoor hoger dan het investeringsbedrag.

Een alternatief is om te sparen voor toekomstige investeringen. Wanneer de rente stijgt, voorkomen we met sparen (hoogoplopende) rentelasten. De koepelorganisatie van riolerend Nederland ‘Stichting RIONED’ beveelt gemeenten aan om de financieringswijze van investeringen om te vormen naar ‘sparen vooraf’. In Medemblik hanteren we sinds 2013 een spaarmethodiek Om tot een kostendekkend tarief te komen hebben we een financiële doorrekening van de rioolheffing over 60 jaar gemaakt.

6.2.1

Uitgangspunten

Rioolheffing • • • • •

46

De rioolheffing per standaard heffingseenheid bedraagt in 2022 € 199,57. Op basis van het uitgangspunt dat de heffing met 1,8% geïndexeerd wordt, bedraagt de heffing in 2023 € 203,14; De rioolheffing mag op begrotingsbasis maximaal kostendekkend zijn: de geraamde opbrengsten mogen de geraamde lasten niet overstijgen (Gemeentewet artikel 229b); Reserveren voor tariefsegalisatie en/of toekomstige vervangingsinvesteringen – door dotaties aan de voorziening(en) – is toegestaan; Reserveren enkel voor uitbreiding van het voorzieningenniveau is niet toegestaan; De opbrengsten van de rioolheffing mogen niet voor andere doeleinden dan voor het gemeentelijk rioolstelsel (inclusief grond- en hemelwatervoorzieningen) worden aangewend ofwel hebben een relatie met de waterhuishouding;

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

Rente & inflatie • • •

De rente op nieuwe investeringen en boekwaarden bedraagt 0,5%. Deze rente wordt voor het eerst doorbelast in het jaar van investering; Er vindt geen toerekening van rente plaats op positieve saldi van reserves en/of voorzieningen; Er vindt per jaar 1,8% indexatie van de uitgaven plaats (als gevolg van inflatie);

BTW •

Jaarlijks belasten we 21% BTW door aan de rioolheffing, op basis van directe kosten en (gemiddelde) investeringen.

Voorzieningen •

• • •

Het saldo van de Spaarvoorziening (BBV 44.1d) bedraagt per 1 januari 2022: € 18.214.663. Om op een correcte manier invulling te geven aan onze manier van financieren (waarbij eventuele hoge exploitatielasten niet ten laste worden gebracht van de spaarvoorziening), zijn we voornemens om een Egalisatievoorziening (BBV 44.2) op te bouwen en daarnaast de Spaarvoorziening te behouden. Voor de berekeningen is aangenomen dat een saldo van € 16.214.663 in de spaarvoorziening blijft en dat aan de start van de berekening €2.000.000 als startbedrag in de egalisatievoorziening wordt opgenomen. Het saldo van de voorziening(en) mag gedurende de gehele beschouwde periode niet negatief zijn; Het saldo in de Spaarvoorziening rioolvervanging (BBV 44.1d) is aan het einde van de beschouwde periode op het niveau van de verwachte gemiddelde jaarlijkse investering in periode 2082 – 2091, namelijk 2.941.365. Er is geen maximum gesteld aan het saldo dat gedurende de beschouwde periode in de voorziening(en) wordt begroot.

Heffingseenheden • •

Het fictieve aantal heffingseenheden bedraagt per 1 januari 2022: 21.636. Dit aantal eenheden is berekent door de totale opbrengst uit woningen en niet-woningen te delen door het standaard tarief in 2022. Het fictieve aantal heffingseenheden stijgt tot het jaar 2050 met 888 eenheden tot 5.314 tot 22.505. Dit is conform 50% van de woningbouwprognose van de provincie minus het aantal eenheden dat nu over een IBA beschikt (19 in totaal). IBA’s worden uitgefaseerd en alternatieven in eigen beheer gebracht. De betreffende eenheden hoeven geen rioolheffing meer te betalen.

Investeringen •

•

47

Het vervangingsschema voor vrijvervalriolering hebben we gebaseerd op de gegevens over de vrijvervalriolering in het de gemeentelijke beheerbestand over technische levensduur (60 jaar) en jaar van aanleg riolering. Daarnaast zijn inspectieresultaten meegenomen. Als vanuit inspectie blijkt dat een buis niet meer voldoet, komt hij eerder terug in de vervangingscyclus dan de theoretische levensduur. Het omgekeerde geldt ook: als een buis aan het einde van de standaard levensduur volgens inspectie nog in orde is, wordt de restlevensduur verlengd. Om kosten te bepalen zijn afgesproken kengetallen in de regio Westfriesland gehanteerd. Hierbij is aangenomen dat 25% wordt gerelined en 75% wordt vervangen. Het beheerbestand loopt altijd wat 'op achter' vanwege de verwerkingstijd van revisies na de opleverinspectie ten opzichte van het moment van vervanging. Hierdoor komt er vanuit het beheerbestand onterecht een bedrag (inschatting op basis van ervaring is ~ € 7 miljoen) terug aan het begin van de planperiode voor vervanging van riolen die in werkelijkheid al vervangen zijn. Dit bedrag is niet meegenomen in de vervangingsplanning. Daarnaast zijn er riolen die in de praktijk langer meegaan dan het beheerbestand theoretisch bepaald. Het beheerbestand genereert een vervangingsbedrag van ~ € 7 miljoen in 2022 voor riolen die in praktijk langer meegaan dan de theoretische levensduur.

Aangenomen is dat deze riolering verspreid over een periode van 10 jaar wordt vervangen vanaf 2024 (~ € 0,7 miljoen per jaar). Vervangingsschema’s voor rioolgemalen, drukriolering, persleidingen, IBA’s, randvoorzieningen, infiltratievoorzieningen en drainage hebben we gebaseerd op de verwachte technische levensduur: – De theoretische levensduur van bouwkundige delen van randvoorzieningen bedraagt 50 jaar; – De theoretische levensduur van bouwkundige delen van gemalen, drukriolering en persleidingen bedraagt 45 jaar; – De theoretische levensduur van elektro-/mechanische delen van gemalen, drukriolering en randvoorzieningen bedraagt 20 jaar; – De theoretische levensduur van infiltratievoorzieningen en drainage bedraagt 15 jaar;

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

• •

De onderliggende kostenkengetallen zijn gebaseerd op de kostenkengetallen uit de Kennisbank Stedelijk Water van de Stichting Rioned. Afschrijving van geactiveerde investeringen uit het verleden vindt lineair plaats, startend aan het begin van het jaar volgend op de investering. Afschrijvingstermijnen zijn gelijk aan de theoretische levensduur. Alle investeringen zijn gemiddeld over periodes van 10 jaar.

Toerekening van kosten klimaatadaptatie De gemeente draagt vanuit de rioolheffing bij aan voorzieningen in de buitenruimte als deze functioneel bijdragen aan het waterrobuust maken van het stedelijk watersysteem. Bijvoorbeeld verlagingen in het groen waar overtollig water naar kan wegstromen zoals bermen of speelweides, groene daken/gevels die water vasthouden, waterpasserende verhardingsmaterialen of waterpartijen voor de opvang van regenwater. Hiervoor reserveren wij vanaf 2022 jaarlijks € 367.000 t/m 2050. Dit bedrag vloeit voort uit de adaptatiestrategie voor de gemeente Medemblik. In 2050 dient de inrichting volgens de doelen van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) klimaatbestendig te zijn.

6.2.2

Uitgaven

De beschreven uitgangspunten, voorziene planmaatregelen en jaarlijkse werkzaamheden leiden tot het volgende uitgavenpatroon voor de gemeente Medemblik in de periode 2022 t/m 2081.

Figuur 6-1:Verwacht uitgavenpatroon gemeente Medemblik periode 2022 t/m 2081 (prijspeil 2022).

48

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

6.2.3

Kostendekking

Onderzochte varianten Om het verschil tussen de financieringsmethodieken ‘activeren’ en ‘sparen vooraf’ in beeld te brengen hebben we drie verschillende varianten uitgewerkt. Met variant A onderzoeken we het heffingsverloop wanneer we het huidige beleid voortzetten (volgens de correcte methode). Dit is een spaarmethodiek, waarbij het activeren van investeringen volledig wordt voorkomen en er dus geen nieuwe boekwaarde wordt opgebouwd vanuit nieuwe vervangingsinvesteringen. Omdat het investeringsvolume in de gemeente Medemblik de komende periode omhooggaat, brengt het volledig sparen voor investeringen hoge kosten met zich mee. Om te voorkomen dat de heffing hard moet stijgen, zijn er als alternatief twee varianten berekend. Daarbij streven we ernaar om zoveel mogelijk investeringen te betalen via de spaarvoorziening, maar om te voorkomen dat de heffing in het begin moet stijgen worden restinvesteringen nog wel geactiveerd en afgelost over de gebruiksduur van de betreffende asset. Hoe ambitieuzer de variant in het financieren van investeringen vanuit de spaarvoorziening (en daarmee het verlagen van de restschuld), hoe hoger de heffing moet zijn op korte termijn. Met variant B onderzoeken we het heffingsverloop wanneer we vanaf 2030 sparen voor 75% van ons investeringsniveau en gedurende de periode restinvesteringen nog wel worden geactiveerd.

Variant C is nog minder ambitieus in het vasthouden van onze huidige spaarmethodiek; we activeren alsnog 50% van de investeringen tussen 2030 en 2051. Voor geactiveerde restinvesteringen geldt dat deze over vaste afschrijvingstermijnen worden afgeschreven. Een overzicht van de karakteristieken van de drie varianten staat in Tabel 13. In Figuur 6-2 zijn de spaarbedragen ten opzichte van het investeringsvolume weergegeven. Tabel 13: Karakteristieken drie financieringsvarianten kostendekkingsplan gemeente Medemblik

Variant

% spaarbedrag t.o.v. investeringsbedrag

A: sparen vooraf – 100%

• • • • • •

Vanaf 2027 100% Tussen 2072 – 2081 voor 115% Tussen 2030 – 2041 voor 75% Tussen 2042– 2051 voor 65% Tussen 2052 – 2071 voor 100% Tussen 2072 – 2081 voor 115%

• • •

Tussen 2030 – 2051 voor 50% Tussen 2052 – 2071 voor 100% Tussen 2072 – 2081 voor 115%

B: sparen vooraf – 75%

C: sparen vooraf – 50%

49

Datum: 18 oktober 2022

Heffingsverloop planperiode (exclusief indexatie) Stijging 8,0% 2024 – 2026 en 5,0% 2027 Gelijk

Gelijk

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

Figuur 6-2: Spaarbedragen per variant ten opzichte van het investeringsvolume

In Figuur 6-3 is het boekwaardeverloop van de drie onderzochte varianten weergegeven. Dit is het totaal van boekwaarde vanuit nieuwe (rest)investeringen en boekwaarde van in het verleden geactiveerde investeringen in de beschouwde periode. Het boekwaardeverloop in variant A wordt uitsluitend gevormd door boekwaarde vanuit investeringen uit het verleden. Het boekwaardeverloop volgens variant B en C, wordt naast oude investeringen ook bepaald door het activeren van restinvesteringen in de komende periode. Figuur 6-4 geeft het heffingsverloop van de drie onderzochte varianten weer. In variant A voorkomen we restschulden in de toekomst volledig door voldoende spaarbedragen te genereren via inkomsten van de rioolheffing voor de geplande vervangingen. Dit is voortzetting van het huidige beleid om het activeren van investeringen te voorkomen. De heffing moet dan op korte termijn omhoog. In variant B voorkomen we restschulden in de toekomst zoveel mogelijk door spaarbedragen te genereren (75% van de investeringen tussen 2030 en 2041). Om te voorkomen dat de heffing op korte termijn snel moet stijgen, activeren we restinvesteringen. Dit leidt tot een restschuld van maximaal € 20,2 miljoen in 2051 (aan het einde van de grootste investeringspiek) en € 4,4 miljoen in 2081. De huidige restschuld is € 5 miljoen.

In variant C worden er in de eerste helft van de beschouwde periode restinvesteringen geactiveerd. Er wordt maar voor 50% van de investeringen gespaard vanaf 2030 tot 2051. Vanaf 2052 wordt er voor 100% gespaard voor investeringen. Het activeren in de eerste helft van de beschouwde periode leidt tot een restschuld van maximaal € 30,8 miljoen in 2051 (aan het einde van de grootste investeringspiek) en € 6,7 miljoen in 2081. De heffing kan op korte termijn laag blijven ten opzichte van de overige twee varianten.

50

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

Figuur 6-3: Verwacht boekwaardeverloop van drie onderzochte varianten gemeente Medemblik periode 2022-2081 (prijspeil 2022).

Figuur 6-4: Verwacht heffingsverloop van drie onderzochte varianten gemeente Medemblik periode 2022-2081 (prijspeil 2022).

In de beoordeling van de resultaten dient rekening te worden gehouden met de huidige, lage rentestand (van 0,5%), Als de rente in de toekomst weer zou stijgen, pakken de varianten waarin restinvesteringen worden geactiveerd (variant B en C) ongunstiger uit dan de variant waarin nieuwe investeringen niet meer worden geactiveerd (variant A).De rente op geactiveerde investeringen zal immers meestijgen, waardoor de rentelasten als gevolg van aanwezige boekwaarde evenredig toe zal nemen. Deze lastenverhoging komt op dat moment direct en volledig ten laste van de 51

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

rioolheffing. Door gebruik te maken van een spaarsystematiek worden we als gemeente – voor wat betreft de rioolheffing – aanzienlijk minder afhankelijk van veranderingen op de financiële markten. Concluderend kunnen we stellen dat de verlaging van de boekwaarde riolering leidt tot meer zekerheid in de lastenontwikkeling en meer stabiliteit in het benodigde heffingstarief, Het gedeeltelijk activeren van (rest) investeringen leidt bij lage rentestanden tot een lastenvoordeel, maar bij rentestijgingen juist tot een sterkere (en snellere) lasten- en tariefsverhoging.

Voorkeursvariant (variant B) We hebben de ambitie om de te activeren investeringen zoveel mogelijk te beperken. Om te voorkomen dat de heffing hard moet stijgen vanwege de vervangingspiek (tussen 2027 en 2051) die op onze gemeente af komt, vinden we het tegelijk verantwoord om restinvesteringen alsnog gedeeltelijk te activeren en af te schrijven over vaste afschrijvingstermijnen. Om deze reden is variant B onze voorkeursvariant. Deze paragraaf beschrijft de resultaten van onze voorkeursvariant. In de komende periode groeien onze spaarbedragen toe naar ons investeringsvolume. Tot en met 2051 zijn onze spaarbedragen lager dan onze investeringen. Tot dan activeren wij een deel van de investeringen (wanneer het gespaarde bedrag niet voldoende is voor de hele investering). Vanaf 20252 gaat ons investeringsvolume omlaag en kunnen voor 100% van onze investeringen sparen. Het activeren van restinvesteringen leidt alsnog tot boekwaarden. Bovendien leiden de in het verleden geactiveerde investeringen in de beschouwde periode nog tot boekwaarden kapitaallasten. Het gecombineerde verloop is weergegeven in Figuur 6-5.

Figuur 6-5: Boekwaardeverloop gemeente Medemblik periode 2022-2081 (prijspeil 2022).

Het uitgavenpatroon in Figuur 6-1 in combinatie met het boekwaardeverloop in Figuur 6-5 en financiële uitgangspunten leiden tot het lastenpatroon zoals weergegeven in Figuur 6-6. Hierin zijn ook de benodigde totale baten weergegeven.

52

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

Figuur 6-6: Verwacht lastenpatroon gemeente Medemblik periode 2022-2081 (prijspeil 2022).

De benodigde totale baten zijn in onderstaande grafiek vertaald naar de benodigde rioolheffing. Tussen 2023 en 2028 kan de heffing gelijk blijven op een tarief van € 203,14 (tegen vast prijspeil). Daarna moet de heffing gedurende vijf jaar met 8,4% stijgen tot een stabiele heffing van € 303,75 vanaf 2033. Op lange termijn gaan de lasten omlaag vanwege het kleinere investeringsniveau in de tweede helft van de beschouwde periode en aflossing van investeringen uit het verleden. Om deze reden kan de heffing in 2053 gedurende tien jaar omlaag met 1,9% en komt uiteindelijk uit op € 249,73.

Figuur 6-7: Verwacht heffingsverloop gemeente Medemblik periode 2022-2081 (prijspeil 2022).

Het overzicht in Tabel 14 drukt Figuur 6-7 in getallen uit.

53

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

Om een kostendekkende rioolheffing te behouden, dient de in Tabel 14 en Figuur 6-7 weergegeven rioolheffing jaarlijks te worden geïndexeerd op basis van de optredende inflatie. Tabel 14: Verwacht heffingsverloop gemeente Medemblik periode 2023-2027(prijspeil 2022).

Jaar

Benodigde inkomsten uit rioolheffing (exclusief kwijtschelding en oninbare heffing)

Aantal (equivalente) heffingseenheden

Rioolheffing per eenheid tegen vast prijspeil

Rioolheffing per eenheid inclusief 1.8% indexatie

2022

€ 4.317.897

21.636

€ 199,57

€ 199,57

2023

€ 4.410.930

21.714

€ 203,14

€ 206,77

2024

€ 4.425.759

21.787

€ 203,14

€ 210,47 (+1,8%)

2025

€ 4.441.197

21.863

€ 203,14

€ 214,23 (+1,8%)

2026

€ 4.457.854

21.945

€ 203,14

€ 218,06 (+1,8%)

2027

€ 4.474.512

22.027

€ 203,14

€ 221,96 (+1,8%)

De spaarbedragen leiden tot stortingen naar – en de vervangingsinvesteringen tot onttrekkingen uit – de Spaarvoorziening Rioolvervanging volgens BBV art. 44.1d. Ter bevordering van lastenegalisatie worden verschillen tussen totale baten en lasten verwerkt op de Egalisatievoorziening (art. 44.2 BBV). Het gecombineerde saldoverloop van beide voorzieningen is weergegeven in Figuur 6-8.

Figuur 6-8: Verwacht verloop voorziening gemeente Medemblik periode 2022-2081 (prijspeil 2022).

54

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

6.2.4

Risico’s

Bij de interpretatie van de resultaten dient rekening te worden gehouden onzekerheden in de toekomst die de rioolheffing zullen beïnvloeden zoals renteontwikkelingen, kostenontwikkelingen van (bouw)materialen en ontwikkelingen rondom klimaatadaptatie. Het langjarig verloop van de rioolheffing hebben we berekend op basis van een inschatting van de restlevensduur, gebaseerd op rioolinspecties, huidige inzichten in mogelijke ontwikkelingen en financiële uitgangspunten. Onvoorziene ontwikkelingen, calamiteiten, strengere regelgeving of bijvoorbeeld wijzigingen in financiële uitgangspunten kunnen het verloop beïnvloeden. Mocht dit aan de orde zijn, actualiseren we het kostendekkingsplan.

55

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

Bijlage A Begrippen en definities

DEFINITIE VAN BEGRIPPEN • • • • • •

Doelmatig Dit vullen we als volgt in: De goede dingen doen: maatregelen dienen effectief te zijn. Met de maatregelen voorkomen of beperken we problemen of lossen deze op. De dingen goed doen: maatregelen dienen efficiënt te zijn. We nemen geen maatregelen in openbaar gebied als alternatieven op een niet openbare probleemlocatie goedkoper of effectiever zijn. Een goede verhouding tussen kosten en rendement. De kosten van de maatregelen staan in verhouding tot de effecten. Effectiviteit gaat over de mate waarin het resultaat aan het beoogde doel beantwoordt. Efficiëntie gaat over het proces om tot dit resultaat te komen. Doelmatigheid gaat over de combinatie van beide.

-

Redelijkerwijs De betekenis hiervan is situatie afhankelijk en wegen we af op basis van kosten-baten, inpasbaarheid en maatschappelijke overlast.

-

Duurzaam Hiermee doelen we op energie- en grondstoffengebruik, energie- en grondstoffen terugwinning en levensduur.

-

Aantoonbaar De te nemen acties zijn te herleiden en hiermee te controleren.

-

Hydrologisch neutrale ontwikkeling De ontwikkeling heeft geen negatief effect op de omgeving.

-

Hydrologisch positieve ontwikkeling De ontwikkeling heeft geen negatief effect op de omgeving en vermindert bovendien eventueel bestaande negatieve effecten.

Aanbod op RWZI De totale hoeveelheid afvalwater die wordt aangeboden aan de RWZI. Aangesloten verhard oppervlak Het op de riolering aangesloten oppervlak dat tijdens neerslag regenwater afvoert naar het rioleringssysteem. Afvalwaterakkoord Een akkoord tussen waterschap en gemeente. Het bevat afspraken over overnamepunten en afnamehoeveelheden. Daarnaast staat in het afvalwaterakkoord hoe partners omgaan met uitwisseling van (meet)gegevens, elkaar informeren in de situatie van groot onderhoud of calamiteiten, enzovoort. Afvloeiend regenwater Neerslag die tot afstroming komt.

56

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

Afkoppelen/niet-aankoppelen Het op de gemengde of vuilwaterriolering aangesloten afvoerend verhard oppervlak loskoppelen en aansluiten op een hemelwatervoorziening. Bij nieuwbouw: het niet aansluiten van afvoerend verhard oppervlak op een vuilwatersysteem. Afnamehoeveelheid De toegestane hoeveelheid water dat op het overnamepunt wordt aangeboden. Afvalwater Al het water waarvan de houder zich - met het oog op de verwijdering daarvan - ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen. Afvalwaterinstallatie Een (toekomstige) installatie die het afvalwater ter plaatse verwerkt tot grondstoffen. Afvalwatersysteem Het geheel van rioleringstechnische en zuiveringstechnische werken (waaronder riolering, gemalen, persleidingen, AWZI). Algemene regels De lozingen worden tegenwoordig hoofdzakelijk geregeld via algemene regels (AmvB’s). Uitgangspunt: de lozer mag niets doen waarvan hij kan verwachten dat het problemen oplevert voor het riool, de zuivering of het (water)milieu. Assetmanagement Maximaliseren van de waarde van bezittingen door het optimaal uitbalanceren van onderhoud en vervanging in relatie tot kosten, prestaties en risico’s. Basisrioleringsplan (BRP)/verbreed BRP Plan waarin de hydraulische afvoercapaciteit, de vuilemissie en het aanbod op de AWZI wordt getoetst voor de bestaande en toekomstige plansituatie (planhorizon ca. 10-15 jaar).

Het plan bevat in de regel verbeteringsmaatregelen om in de toekomstige situatie te voldoen aan de wensen/eisen van gemeente en waterbeheerder. In een verbreed BRP zijn de zorgplichten grondwater en regenwater meer expliciet uitgewerkt. Bedrijfsafvalwater Afvalwater dat vrijkomt bij door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid, dat geen huishoudelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater of grondwater is. Bestuursakkoord Water (BAW) 2011 Het Rijk, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Unie van Waterschappen (UvW) en de Vereniging van waterbedrijven in Nederland (Vewin) sloten in 2011 het Bestuursakkoord Water (BAW). Daarin is afgesproken om de doelmatigheid van het waterbeheer te vergroten. Minder bestuurlijke drukte, heldere verantwoordelijkheden, slim en kosteneffectief samenwerken staat centraal in deze afspraken, die lopen tot 2021. Blauw-groene verbindingen Aaneenschakeling van water- en groenvoorzieningen, goed te combineren met natuurontwikkeling en opvang/infiltatie van regenwater. Circulaire economie Economie gericht op en maximaal hergebruik van (afval)stoffen. 57

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

Drukriolering Een mechanisch rioleringssysteem waarbij het afvalwater via kleine pompjes en persleidingen wordt verpompt naar een ontvangstput. Drukriolering wordt vaak toegepast in het buitengebied. Het systeem is niet geschikt voor het transporteren van regenwater.

Energie- en grondstoffenfabriek Aangepaste RWZI voor de terugwinning van energie en grondstoffen uit afvalwater en biomassa. Gemeentelijk rioleringsplan (GRP)/verbreed GRP Een strategische nota waarin op hoofdlijnen de visie van het gemeentebestuur voor de komende planperiode is neergelegd met betrekking tot aanleg en beheer van het rioleringssysteem. Het GRP is een verplicht planinstrument volgens de Wet Milieubeheer (in de toekomst Omgevingswet). In een verbreed GRP zijn de gemeentelijke watertaken mbt de zorgplichten stedelijk afvalwater, grondwater en regenwater concreet uitgewerkt. Gemengd rioolstelsel (GEM) Rioolstelsel waarbij afvalwater en regenwater door één buizenstelsel worden ingezameld en afgevoerd. Gescheiden rioolstelsel (GS) Rioolstelsel waarbij afvalwater en regenwater door afzonderlijke buizenstelsels worden Ingezameld en afgevoerd. Het afvalwater wordt afgevoerd naar een AWZI, (een groot deel van) het regenwater wordt rechtstreeks afgevoerd naar het oppervlaktewater. Groene berging Verdiepte groenvoorziening voor de tijdelijke opvang van overtollig regenwater. Groen dak Begroeid dak, heeft niet alleen een beschermende functie, maar vangt ook fijn stof af, werkt verkoelend, vertraagt de waterafvoer en draagt positief bij aan vergroening van de stad. Grondwater Spreekt voor zich, geen wettelijke definitie.

Hemelwaterafvoer Afvoer van hemelwater voordat het tot afstroming komt over het wegdek of via de riolering. Hittestress Het optreden van extreme hitte door een ongunstige combinatie van zonnestraling, temperatuur en bebouwing. Dit treedt meestal op in dicht bebouwde centra met een laag ventilatievermogen. Hoofdrioolgemaal Eindgemaal, meestal in beheer en eigendom van een waterbeheerder, via welke het afvalwater wordt getransporteerd naar een AWZI. Huishoudelijk afvalwater Afvalwater dat overwegend afkomstig is van menselijke stofwisseling en huishoudelijke werkzaamheden. Hydraulische afvoercapaciteit De capaciteit van een rioolstreng of rioleringssysteem om overtollig water af te voeren. IBA 58

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

Systeem voor Individuele Behandeling van Afvalwater. Vergelijkbaar met een verbeterde septic-tank. Industrieel afvalwater Afvalwater afkomstig van industrieën of bedrijven.

Ingrijpmaatstaf Grenstoestand van een rioleringsobject waarbij ingrijpen noodzakelijk is en maatregelen moeten worden opgesteld. Infiltratievoorziening Een waterdoorlatende ondergrondse voorziening die het regenwater opvangt en het langzaam laat wegzakken in de bodem. Inspecteren Het waarnemen, herkennen en beschrijven van de toestand van rioleringsobjecten. Kapitaallasten De langjarige kosten verband houdend met een nieuwe investering die niet direct is afbetaald. LCA Levens Cyclus Analyse, analyse van de benodigde materialen, energie en kosten over de levensduur van een object. Maaiveld Veelgebruikte term om een hoogte aan te kunnen relateren. Meestal is bedoeld het straatniveau of de hoogte van een groenstrook. Nieuwe sanitatie Geheel van duurzame sanitaire voorzieningen zoals composttoiletten, natuurlijke filters e.d. voor de lokale verwerking van afvalwater. Omgevingsgericht Rekening houdend met de gewenste toekomstige inrichting van het openbare gebied. Openbare riolering Het gedeelte van de buitenriolering in eigendom en beheer bij de overheid (in de meeste gevallen is dit de gemeente). Overlastfrequentie Het theoretisch gemiddeld aantal malen per jaar dat ernstige hinder of wateroverlast optreedt als gevolg van overbelasting van de riolering.

Overnamepunt Punt waar de overdracht plaatsvindt van het afvalwater uit de riolering aan het transportsysteem van het waterschap. Persleiding Een leiding waardoor rioolwater met gebruikmaking van één of meerdere pompen onder overdruk wordt afgevoerd. Randvoorziening 59

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

Vloeistofdichte voorziening als onderdeel van het rioolstelsel met als het doel het afvangen van vuil en/of bergen van overtollig afvalwater. Dergelijke voorzieningen worden toegepast ter verbetering van de waterkwaliteit.

60

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

Regenwaterriool Riool alleen bestemd voor de inzameling en het transport van afstromend regenwater. Regenwatersysteem Zie “RWA-systeem”. Regenwateruitlaat Voorziening bedoeld voor de directe lozing van regenwater op oppervlaktewater of groene berging. Regenweerafvoer (rwa) Afvoer van ingezameld regenwater. Relinen Het inbrengen van een verstevigende constructie ter versterking van de buis. Meestal in de vorm van een in te brengen flexibele kous die door hete lucht, of water en/of licht uithardt en de buis duurzaam herstelt. Regenwatersysteem Het geheel aan voorzieningen voor de gescheiden inzameling en transport van regenwater. Restlevensduur Resterende levensduur van een riool, gebaseerd op de toestand van het riool (technische restlevensduur) of de leeftijd van het riool (theoretische restlevensduur). Retentiebassin Een ruimte al of niet overdekt, voor het tijdelijk opslaan van overtollig regenwater. Riolering Het geheel van riolen, rioolputten en bijbehorende voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater. Rioleringsbeheer Zorg voor het goed functioneren van het rioleringssysteem. Rioolheffing De belasting die bewoners en bedrijfsleven moeten betalen om gebruik te mogen maken van de riolering. De heffing kan uit een aansluitheffing en een afvoerheffing bestaan.

De aansluitheffing wordt geheven wegens het hebben van een aansluiting op het gemeentelijk riool. De rioolafvoerheffing wordt geheven wegens het afvoeren van rioolwater afkomstig van de gebruiker van een onroerend goed. Rioleringsbeheerplan (RBP)/verbreed RBP In een rioleringsbeheerplan staat op welke wijze het rioleringssysteem wordt beheerd. Het bevat o.a. onderhoudsstrategieën en een vervangingsplanning riolering. In een verbreed RBP is het onderhoud en beheer ook uitgewerkt voor hemelwater- en grondwatervoorzieningen. Rioolbeheerder Openbaar lichaam belast met de zorg voor (het goed functioneren van) de riolering (meestal een gemeente). Rioolgemaal Bouwwerk met een inrichting voor het verpompen van afvalwater. Riooloverstortput Voorziening die bij hevige of langdurige neerslag in werking treedt en het overtollige regenwater loost op een voorziening of direct op oppervlaktewater.

61

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

Rioleringssysteem Samenstel van riolen en rioolputten voor de inzameling en het transport van afvalwater. Rioolwaterzuivering (RWZI) Een inrichting (werk) waar het afvalwater wordt ontdaan (van een groot deel) van de verontreinigingen. Riothermie Techniek om thermische energie (warmte) te onttrekken aan het afvalwater en deze her te gebruiken, bijvoorbeeld voor de verwarming van en zwembad. RWA-systeem Rioolstelsel alleen bestemd voor de inzameling en het transport van regenwater. Sanitatie Geheel van sanitaire voorzieningen zoals waterleiding, riolering, sanitair e.d. en voorlichting over nut en noodzaak van hygiënische leefomstandigheden als preventieve maatregel tegen gezondheidsklachten/ziekten. Stedelijk afvalwater Huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. Transitie Een geleidelijke ombuiging van een bestaande situatie naar een toekomstig gewenste situatie. Bijvoorbeeld de transitie van een lineaire economie naar een circulaire economie. Vacuümtoilet Een vacuüm toilet transporteert d.m.v. drukverschil het afvalwater van toiletten, douches en wastafels. Door de kleine leidingdiameters werkt het waterbesparend. Vacuüm riolering Rioleringssysteem dat het afvalwater transporteert d.m.v. drukverschil. Dit systeem is niet geschikt voor het transport van regenwater.

Verbeterd gemengd rioolstelsel (VGM) Gemengd rioolstelsel met ter plaatse van één of meerdere lozingspunten een randvoorziening met als doel vuilemissiereductie. Verbeterd gescheiden rioolstelsel (VGS) Gescheiden rioolstelsel waarbij een deel van het (meest vervuilde) regenwater wordt verpompt naar de AWZI of alternatieve locatie voor de behandeling van verontreinigd regenwater. Voedselrestenvermaler Voorziening in de gootsteen die de grove delen vermaalt tot een vloeibare massa (in Nederland niet toegestaan). Vrijvervalriolering Rioleringssysteem waarbij het transport van afvalwater plaatsvindt door middel van de zwaartekracht. Vuilemissie Het totaal aan vervuilende stoffen afkomstig uit het rioleringssysteem dat (in)direct via riooloverstortputten wordt geloosd op oppervlaktewater. 62

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

Vuilwaterriool Riool alleen bestemd voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater. Vuilwatersysteem Het geheel aan voorzieningen voor de gescheiden inzameling en transport van stedelijk afvalwater. Waarschuwingsmaatstaf Grenstoestand van een rioleringsobject waarbij de actuele toestand discutabel is en nader onderzoek benodigd. Wadi Een bovengrondse droogstaande groenvoorziening die het regenwater opvangt en langzaam laat wegzakken in de bodem Waterketen De gezamenlijke voorzieningen voor: - winning, productie en levering van drinkwater; - inname en verwerking van afvalwater; - transport en zuivering van afvalwater; - lozing van gezuiverd afvalwater op het oppervlaktewater.

Waterpasserende/waterdoorlatende verharding Verharding (meestal wegbestrating) die het regenwater laat passeren via grof materiaal in de voegen (waterpasserend) of via het poreuze materiaal (waterdoorlatend). Water-op-straat Het verschijnsel tijdens hevige of langdurige neerslag dat water uit de riolering op straat komt te staan of dat regenwater niet in de riolering kan stromen als gevolg van overbelasting en/of een belemmerde afvoer. Wateroverlast Het verschijnsel dat “water op straat” overgaat in wateroverlast in de vorm van ernstige hinder (langdurige onbereikbaarheid) of leidt tot waterschade (bijvoorbeeld water in de woning). Zorgplicht stedelijk afvalwater De gemeente draagt zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen. Zorgplicht hemelwater De gemeente draagt zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen.

Zorgplicht grondwater De gemeente draagt zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort.

63

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

Bijlage B Wetgeving

A) EUROPEES

1.

Europese Kaderrichtlijn Water

B) NATIONAAL

1.

Waterwet (Ww)

2.

Wet Milieubeheer (Wm)

3.

Zorgplichten Afval-, Hemel-, en Grondwater

4.

Lozingen besluit Afvalwater (Wm)

5.

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo)

6.

Wet Informatie Uitwisseling Bovengrondse en Ondergrondse Netten en Netwerken (Wibon)

7.

Basisregistratie Ondergrond (Bro)

8.

Wet op lijkbezorging en besluit op lijkbezorging (1991)

9.

Nationaal Waterplan 2016-2021

10. Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) + addendum 11. Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten 12. Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 13. Omgevingswet 14. Drinkwaterwet en drinkwaterbesluit

NADERE INFORMATIE: ZIE WWW.INFOMIL.NL

64

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

A.1 (EUROPEES) KADERRICHTLIJN WATER De Kaderrichtlijn Water (KRW) is de Europese richtlijn voor de beoordeling van oppervlakte- en grondwaterkwaliteit in Europa. De KRW is daarmee bepalend voor beleidsvorming en maatregelen in veel Nederlandse wateren. De Europese Kaderrichtlijn Water (richtlijn 2000/60/EG) is sinds eind 2000 van kracht. Doel van de KRW is om de Europese wateren in een ‘goede toestand’ te krijgen en om in heel Europa duurzaam met water om te gaan. De bescherming van water heeft zowel betrekking op kanalen, rivieren, meren en kustwateren als op grondwater. B.1 (NATIONAAL) WATERWET

De Waterwet regelt in hoofdzaak het beheer van watersystemen, waaronder waterkeringen, oppervlaktewater- en grondwaterlichamen. De wet is gericht op het voorkomen dan wel beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, de bescherming en verbetering van kwaliteit van watersystemen en de vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Niet in de laatste plaats levert de Waterwet een belangrijke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals: vermindering van regels, vereenvoudiging van vergunningstelsels en vermindering van administratieve lasten. Veel activiteiten vallen onder algemene regels, waarvoor geen watervergunning nodig is; in deze gevallen kan dan met een melding worden volstaan. Lozingen van hemelwater uit het gemeentelijk rioolstelsel bijvoorbeeld vallen niet meer onder vergunningplicht (voorheen Wvo-vergunning), maar onder algemene regels. Bevoegd gezag kan Rijkswaterstaat, het waterschap of de provincie zijn. Activiteiten waarvoor een watervergunning nodig is, zijn: • • • • • • • •

Stoffen in een oppervlaktewaterlichaam brengen; Afvalwater in een oppervlaktewaterlichaam lozen of rechtstreeks (dus niet via de gemeentelijke riolering) afvoeren naar een rioolwaterzuiveringsinrichting; Stoffen in zee brengen; Een waterstaatswerk of beschermingszone gebruiken (aanleg, wijzigen, verwijderen); Een waterstaatswerk is een oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk (bijv. een sluis of stuw); Water in de bodem brengen of eraan onttrekken; Grondwater onttrekken of in samenhang daarmee water in de bodem brengen (infiltreren). Ook onttrekkingen in verband met bodemenergiesystemen vallen in deze categorie; Water in een oppervlaktewaterlichaam brengen of eraan onttrekken;

B.2 (NATIONAAL)

WET MILIEUBEHEER

De Wet Milieubeheer (Wm) bevat verschillende onderdelen die specifiek van toepassing zijn op watergerelateerde onderwerpen, zoals indirecte lozingen, de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater en het gemeentelijk rioleringsplan. De Wm kent naast watergerelateerde onderwerpen ook onderdelen die van grote relevantie zijn voor waterzaken. Te denken valt aan de afvalstoffenregelgeving, de coördinatie bij vergunningverlening en de samenwerking tussen bevoegde gezagen. Samen met de Waterwet biedt de Wm de wettelijke grondslag voor een aantal uitvoeringsbesluiten en de gemeentelijke afval-, hemel-, en grondwaterzorgplichten. B.3 (NATIONAAL)

ZORGPLICHTEN AFVAL-, HEMEL- EN GRONDWATER

Zorgplicht stedelijk afvalwater De zorgplicht stedelijk afvalwater valt onder de Wet Milieubeheer (in toekomst onder Omgevingswet). In artikel 10.33 is de wettelijke verplichting vastgelegd:

65

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

1. De gemeente draagt zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen, door middel van een openbaar vuilwaterriool naar een inrichting als bedoeld in artikel 3.4 van de Waterwet. 2. In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een inrichting als bedoeld in het eerste lid kunnen afzonderlijke systemen of andere passende systemen in beheer bij een Gemeente, Waterschap of een rechtspersoon die door een Gemeente of Waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, indien met die systemen blijkens het gemeentelijk rioleringsplan eenzelfde graad van bescherming van het milieu wordt bereikt. Zorgplicht hemelwater De zorgplicht hemelwater valt onder de Waterwet (in toekomst onder Omgevingswet). In artikel 3.5 is de wettelijke verplichting vastgelegd: 1. De gemeente draagt zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. 2. De gemeente draagt tevens zorg voor een doelmatige verwerking van het ingezamelde hemelwater.

Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameld hemelwater, en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk. Zorgplicht grondwater De zorgplicht grondwater valt onder de Waterwet (in toekomst onder Omgevingswet). In artikel 3.6 is de wettelijke verplichting vastgelegd: 1. De gemeente draagt zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het Waterschap of de Provincie behoort. 2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, omvatten mede de verwerking van het ingezamelde grondwater, waaronder in ieder geval worden begrepen de berging, het transport, de nuttige toepassing en het, al dan niet na zuivering, op of in de bodem of in het oppervlaktewater brengen van ingezameld grondwater en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk. B.4 (NATIONAAL)

LOZINGENBESLUITEN AFVALWATER

Afvalwaterlozingen worden tegenwoordig hoofdzakelijk geregeld via algemene regels (AmvB’s). Uitgangspunt: de lozer mag niets doen waarvan hij kan verwachten dat het problemen oplevert voor het riool, de zuivering of het (water)milieu. Er is een indeling gemaakt naar drie categorieën: Particulieren: Bedrijven: Openbaar gebied:

Besluit lozing afvalwater huishoudens Besluit lozen inrichtingen Besluit lozen buiten-inrichtingen

Besluit lozing afvalwater huishoudens Het besluit bevat regels voor het lozen van afvalwater door particulieren. Huishoudens hebben geen vergunning of ontheffing nodig om hun afvalwater te lozen, maar moeten zich wel houden aan regels die moeten voorkomen dat de kwaliteit van bodem en oppervlaktewater worden aangetast. Dat betekent onder meer dat afvalwater alleen in het oppervlaktewater of in de bodem mag worden geloosd als het gezuiverd is.

66

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

Besluit lozen inrichtingen Het besluit maakt onderscheid tussen directe en indirecte (via riolering) lozingen. De indirecte lozingen worden weer onderscheiden in lozingen op een ‘schoonwaterriool’ en een ‘vuilwaterriool’. De eisen aan de lozingen op schoonwaterriolen zijn strenger dan die op een vuilwaterriool, omdat die lozingen direct in het milieu terechtkomen. De houder van het hemelwater moet het hemelwater op verantwoorde wijze terugbrengen in het milieu. Lozing op een vuilwaterriool is alleen toegestaan als een directe lozing of een lozing op een schoonwaterriool niet mogelijk is. Besluit lozen buiten inrichtingen Het besluit heeft betrekking op een breed scala aan lozingen die buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer plaatsvinden. Het gaat bijvoorbeeld om lozingen uit gemeentelijke rioolstelsels, lozingen van grondwater bij ontwatering van gronden (zoals bronneringswater bij bouwactiviteiten), lozingen van afstromend regenwater van wegen en andere openbare ruimten en lozingen bij gevelreiniging. De lozingen kunnen zowel door ondernemers als overheden plaatsvinden. Volgens dit besluit is (vrij vertaald) het lozen van afvalwater, afkomstig uit een openbare ontwaterings- of hemelwaterstelsel op of in de bodem toegestaan, mits de ligging van de voorzieningen bekend is, deze goed beheerd worden en hierdoor geen nieuwe problemen ontstaan.

Hetzelfde geldt voor het op oppervlaktewater lozen van afvalwater afkomstig van overstortvoorzieningen of nooduitlaten van openbare vuilwaterstelsels. Het lozen van grondwater bij bodemsanering en proefbronnering op oppervlaktewater of een hemelwaterriool is onder kwalitatieve voorwaarden toegestaan en onder de voorwaarde dat geen wateroverlast plaatsvindt. Het lozen in een vuilwaterriool is niet toegestaan. Indien er redelijkerwijs geen andere mogelijkheid bestaat kan hiervan worden afgeweken met medewerking van het bevoegd gezag. Het tbv ontwatering lozen van grondwater in oppervlaktewater is onder zowel kwalitatieve als kwantitatieve voorwaarden toegestaan. Lozing op een vuilwaterriool is verboden tenzij het een kortdurende en relatief schone lozing betreft (< 8 weken, < 5 m3/h ,< 300 mg/l onopgeloste stoffen). B.5 (NATIONAAL)

WET ALGEMENE BEPALINGEN OMGEVINGSRECHT

De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) regelt de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning is één geïntegreerde vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. De omgevingsvergunning heeft betrekking op activiteiten die voorheen vergunningplichtig waren onder de volgende wetten en verordeningen: - VROM-wetten Woningwet Gebruiksbesluit Wet milieubeheer Wet ruimtelijke ordening - Monumentenwet - Mijnbouwwet - Wet verontreiniging oppervlaktewateren - Flora- en faunawet - Natuurbeschermingswet - Diverse gemeentelijke en provinciale

67

Datum: 18 oktober 2022

(bouwvergunning) (vergunning en melding) (milieuvergunning en meldingsplicht) (afwijking bestemmingsplan, aanlegvergunning) (monumentenvergunning); (mijnbouwmilieuvergunning); (indirecte lozingen); (ontheffing). (handeling in een beschermd natuurgebied met gevolgen voor habitat en soorten); (zoals de reclame-, kap-, inrit- en sloopvergunning verordeningen en de aanlegvergunning)

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

B.6 (NATIONAAL)

WET INFORMATIE UITWISSELING ONDERGRONDSE NETTEN (2008)

Om de ernst en de hoeveelheid van graafincidenten in Nederland in te perken is in 2008 de Wet informatieuitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (Wibon) oftewel de Grondroerdersregeling van kracht geworden. De regeling verplicht zorgvuldiger graven en informatie-uitwisseling tussen grondroerders (de gravers) en de kabel- en leidingbeheerders. Informatie-uitwisseling voorafgaand aan de graafwerkzaamheden verloopt via een digitaal loket bij het Kadaster. B.7 (NATIONAAL)

BASISREGISTRATIE ONDERGROND

Informatie over activiteiten in de Nederlandse ondergrond moet beter worden vastgelegd. Overheden dienen gegevens over de ondergrond centraal te registreren in een basisregistratie ondergrond (BRO). Dit zorgt voor lagere onderzoekskosten, helpt bij het opstellen van ruimtelijke plannen en bespaart overlast en kosten bij uitvoering van werkzaamheden. De wet verplicht het Rijk, Provincies, Gemeenten en Waterschappen om nieuwe gegevens over de ondergrond centraal te registreren. Ondernemers en inwoners krijgen gratis toegang tot de gegevens. De basisregistratie bouwt voort op de bestaande landelijke systemen. Dit zijn Data en Informatie Nederlandse Ondergrond van de Geologische Dienst Nederland, onderdeel van TNO, en het Bodem Informatie Systeem van Alterra. De registratie zal zorgen dat gegevens vollediger zijn, sneller beschikbaar en eenvoudiger te gebruiken. Het beheer ervan is met het oog op de benodigde expertise in handen van TNO. De basisregistratie ondergrond wordt de komende jaren stapsgewijs ingevuld. Er wordt gestart met gegevens over sonderingen, grondwater en mijnbouw. Deze informatie is onder meer van belang bij het plannen en uitvoeren van bouwprojecten, het verzorgen van drinkwatervoorziening en het winnen van natuurlijke hulpbronnen. B.8 (NATIONAAL)

WET OP DE LIJKBEZORGING EN BESLUIT OP DE LIJKBEZORGING

In de Wet op de lijkbezorging (Wlb) zijn bepalingen opgenomen omtrent begraving. Artikel 5 Besluit op de lijkbezorging 1. De afstand tussen de graven onderling bedraagt ten minste dertig centimeter. 2. Boven de kist of het omhulsel bevindt zich een laag grond van ten minste vijfenzestig centimeter. 3. Ten hoogste drie lijken mogen boven elkaar worden begraven, mits boven elke kist of ander omhulsel een laag grond van ten minste dertig centimeter dikte wordt aangebracht, die bij een volgende begraving niet mag worden geroerd. Ten aanzien van de bovenste kist of het bovenste omhulsel is het tweede lid van toepassing.

4. De graven bevinden zich ten minste dertig centimeter boven het niveau van de gemiddeld hoogste grondwaterstand. 5. Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op bestaande graven. 6. Dit artikel is niet van toepassing op grafkelders.

De belangrijkste bepaling in relatie tot grondwater is die van het vierde lid. In samenhang met het derde lid kan worden vastgesteld hoe diep het grondwaterpeil moet zijn als er in meerdere lagen boven elkaar wordt begraven. B.9 (NATIONAAL)

NATIONAAL WATERPLAN

Het Nationaal Waterplan (NWP 2016-2021) is het rijksplan voor het waterbeleid voor de periode 2016-2021. Het NWP beschrijft welke maatregelen nodig zijn om Nederland ook in de toekomst veilig en leefbaar te houden. Ook de (economische) kansen die water biedt komen in het NWP aan bod. In de bijlage van het NWP zijn stroomgebiedbeheerplannen opgenomen. Deze geven aan hoe de waterkwaliteit in een bepaald gebied kan verbeteren. Nederland ligt in de stroomgebieden Rijn (Waal), Maas, Schelde en Eems. De minister van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) stelt het Nationaal Water Programma (NWP) op voor de periode 2022–2027. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid voor deze periode en 68

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

geeft een doorkijk naar 2050. De voorbereiding van dit NWP vindt plaats onder het wettelijk regime van de Waterwet. Het overgangsrecht bij de Omgevingswet voorziet erin dat het NWP 2022-2027 uiteenvalt in een aantal verplichte programma’s onder de Omgevingswet. B.10 (NATIONAAL) BESTUURSAKKOORD WATER In het Bestuursakkoord Water hebben overheden en drinkwaterbedrijven afspraken gemaakt over verbetering van de organisatie van het waterbeheer. Deze afspraken leiden tot meer transparantie, duidelijke verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte, optimalisatie in transport en zuivering van afvalwater, een beheersbaar programma voor de waterkeringen en het realiseren van slimme samenwerkingsvormen. Hierdoor blijft waterbeheer betaalbaar. In het Addendum BAW staan aanvullende afspraken over de volgende onderwerpen: • • • •

Bruikbare en toegankelijke data en informatie binnen de watersector Cybersecurity binnen de watersector Samenwerking tussen gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven Implementatie Omgevingswet in de waterketen.

B.11 (NATIONAAL) BESLUIT BEGROTING EN VERANTWOORDING PROVINCIES EN GEMEENTEN Ten behoeve van meer transparantie heeft de commissie BBV (commissie Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) richtlijnen opgesteld voor de bepaling van de rioolheffing. De commissie BBV spoort gemeenten en provincies aan om deze aanbevelingen te volgen omdat dat naar haar oordeel bijdraagt aan het inzicht in de financiële positie. B.12 (NATIONAAL) DELTAPLAN RUIMTELIJKE ADAPTATIE Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Het Deltaplan RA versnelt en intensiveert de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen. B.13 (NATIONAAL) OMGEVINGSWET Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. Zodat het straks bijvoorbeeld makkelijker is om bouwprojecten te starten. De Crisis- en herstelwet (Chw) maakt dit nu al mogelijk, bijvoorbeeld door bestaande regels aan te passen. Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 juli 2022 in werking. B.14 (NATIONAAL) DRINKWATERWET EN DRINKWATERBESLUIT De Drinkwaterwet en het Drinkwaterbesluit gaan vooral over de drinkwaterkwaliteit van het kraanwater in Nederland.

De overheid heeft hiervoor kwaliteitseisen vastgelegd, bijvoorbeeld over hoeveel stoffen en organismen er maximaal in het kraanwater mogen voorkomen. In de Drinkwaterwet is een specifieke zorgplicht, gericht aan alle bestuursorganen opgenomen om te zorgen voor de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening. Daarnaast hebben ook installateurs ermee te maken. Zij mogen bijvoorbeeld alleen goedgekeurde producten zoals kranen en leidingen gebruiken en die op een bepaalde manier toepassen om te voorkomen dat het kraanwater vervuild raakt. NADERE INFORMATIE?

Nadere informatie over waterbeleid kunt u vinden op: • • • • 69

helpdeskwater.nl infomil.nl riool.net stowa.nl Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

• • • •

wetten.overheid.nl samenwerkenaanwater.nl ruimtelijkeadaptatie.nl omgevingswet.nl

Met name de consequenties van de Omgevingswet en vernieuwing/uitbreiding van regels met betrekking tot klimaatadaptatie zijn een aandachtspunt voor het nieuwe programma.

70

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

Bijlage C Lozingspunten

71

Datum: 18 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

Overzicht overstorten en nooduitlaten vuilwater-, verbeterd gescheiden en gemengd stelsel

72

Kern

Straatnaam

Knoopnr.

Type knooppunt

[-] Abbekerk

[-] Lindenstraat

[-] 15

[-] Overstortput

Abbekerk

Schoolwerf

184

Overstortput

Abbekerk

Druijfplaats

231

Overstortput

Abbekerk

Populierenlaan

49

Overstortput

Abbekerk

Essenlaan

9

Overstortput

Abbekerk

Zuideinde

RG56

Bijz.Constr.

Andijk Andijk

Bangert Dijkweg

01021 02071

Uitlaat Uitlaat

Externe overstortput VWA / GEM Externe overstortput VWA / GEM Externe overstortput VWA / GEM Externe overstortput VWA / GEM Externe overstortput VWA / GEM Overstortput+ gemaal Nooduitlaat Nooduitlaat

Andijk Andijk

Landstraat Molenweg

03002 05013

Uitlaat Uitlaat

Nooduitlaat Nooduitlaat

Andijk

Buurtje

05026

Uitlaat

Nooduitlaat

Andijk Andijk Andijk Andijk Andijk

Buttervin Meilag Meander Lange Deelelaan Generaal de Wetlaan

11D17 12D02 12D22 13D11 14004A

Uitlaat Uitlaat Uitlaat Overstortput Overstortput

Nooduitlaat Nooduitlaat Nooduitlaat Nooduitlaat Externe overstortput VWA / GEM

Datum: 18 oktober 2022

Toelichting knooppunt

Loost naar oppervlaktewater via put [-] 11

Stroomgebied

Xcoördinaat

Ycoördinaat

[-] Ab_RG54_Populierenlaan

[m RD] 130.467,77

[m RD] 527.124,19

185U

Ab_RG52_Plantsoenstraat, Parkw

130.090,14

526.945,63

231B

Ab_RG53_Druijfplaats

129.807,89

526.769,82

49B

Ab_RG54_Populierenlaan

130.247,42

526.882,69

11

Ab_RG54_Populierenlaan

130.493,27

527.257,06

RG56U

Be_RG-HHNK

130.211,65

526.911,50

01020 02071 (waarschijnlijk is 02072 de overstortput) 03002 05013 (waarschijnlijk is 05014 de overstortput) 05026 (waarschijnlijk is 05002 de overstortput) 11D66 12D25 12D42 13H01 14004U

AN_RG180_Hoge Landje AN_RG181_Doumastraat 22

141.036,02 141.104,32

527.647,56 528.212,86

AN_RG182_Kleingouw 158b AN_RG184_Dijkweg 322

141.278,44 141.511,70

528.075,56 528.712,13

AN_RG184_Dijkweg 322

141.304,45

528.372,25

AN_RG190_Klamptweid 74 AN_RG191_Meander 1 AN_RG191_Meander 1 AN_RG192_Lange Deelelaan AN_RG193_Flamingolaan 1

143.536,31 143.610,47 143.404,83 143.540,00 143.867,08

528.817,40 528.314,54 528.406,71 528.091,20 528.188,69

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

73

Andijk

Middenweg

16149

Overstortput

Andijk Andijk Andijk

Dijkweg Dijkweg Hardegrondweg

17009A 19008 RG198

Overstortput Overstortput Bijz.Constr.

Andijk Andijk

Dijkweg Dijkweg

19R04 20017

Overstortput Uitlaat

Andijk Andijk Andijk Andijk

Dijkweg Dijkweg Oosterweg Kleingouw

20H21 21001 21034 RG185

Uitlaat Overstortput Uitlaat Bijz.Constr.

Andijk

Hoekweg

RG188

Bijz.Constr.

Andijk

RG195

Bijz.Constr.

Andijk

Dijkgraaf Grootweg Dijkweg

RG197

Bijz.Constr.

Benningbroek

Oosterstraat

305

Overstortput

Benningbroek

Oosterstraat

349

Overstortput

Benningbroek

Molenstraat_Ben

514

Overstortput

Hauwert

Tuinstraat_Hau

65

Overstortput

Hauwert

Tuinstraat_ZwO

RG250

Bijz.Constr.

Hauwert Hauwert Medemblik

Tuinstraat_Hau Tuinstraat_Hau Achterom

66 67 01-BB02

Overstortput Overstortput Overstortput

Medemblik

Graaf Florislaan

03-112

Bijz.Constr.

Datum: 18 oktober 2022

Externe overstortput VWA / GEM Nooduitlaat Nooduitlaat Overstortput+ gemaal Nooduitlaat Nooduitlaat

Nooduitlaat Nooduitlaat Nooduitlaat Overstortput+ gemaal Overstortput+ gemaal Overstortput+ gemaal Overstortput+ gemaal Externe overstortput VWA / GEM Externe overstortput VWA / GEM Externe overstortput VWA / GEM Externe overstortput VWA / GEM Overstortput+ gemaal Nooduitlaat Nooduitlaat Externe overstortput VWA / GEM (bergbezinkbassin) Externe overstortput VWA / GEM

16175

AN_RG195_Middenweg 95

143.730,05

529.515,87

17002

AN_RG196_Middenweg 1 AN_RG198_Hornpad AN_RG198_Hornpad

144.335,15 144.392,49 144.674,29

529.420,66 529.203,03 528.457,64

AN_RG198_Hornpad AN_RG199_Schoolweg 1

144.368,08 145.392,63

529.341,76 528.455,50

RG185U

AN_RG199_Schoolweg 1 AN_RG200_Kerkepad 27 AN_RG200_Kerkepad 27 AN_RG185_Kleingouw

144.903,19 145.930,05 145.826,69 141.862,98

528.648,63 528.777,50 528.429,63 528.019,75

09027

AN_RG188_Hoekweg 3

142.505,44

529.299,00

16157

AN_RG195_Middenweg 95

143.862,91

528.472,50

18003

AN_RG197_Dijkweg 134

144.010,41

529.387,31

305B

Be_RG-HHNK

130.710,27

523.895,20

349C

Be_RG79_Het Hogeland

132.619,78

524.230,30

514B

Be_RG81_Molenstraat

129.592,13

524.055,49

65B

Ha_RG-HHNK

136.288,49

523.847,86

RG250U

Ha_RG250_Tuinstraat

136.585,30

523.547,78

66U 67U 01-BB03U

Ha_RG-HHNK Ha_RG-HHNK Me_RG08_Achterom, Binnenstad

135.784,30 135.723,50 135.998,81

524.294,31 524.343,81 531.639,06

03-112U

Me_RG05_Kanaalstraat, Plan Wes

135.465,73

531.223,62

19063

20017 (waarschijnlijk is vorige put overstortput) 21H16

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2027

Medemblik

Burgemeester Schoutsenstraat

03-230

Overstortput

Medemblik

Pekelharinghaven

04-080

Overstortput

Medemblik Medemblik

Westereiland Parklaan_Med

05-005 07-180

Overstortput Overstortput

Medemblik

Randweg

08-135

Overstortput

Medemblik

Admiraliteitsweg

09-135

Overstortput

Medemblik

Westersingel

10-107

Overstortput

Medemblik

Vierkantje

BB21-02

Overstortput

Medemblik

Flevosingel

BB25-02

Overstortput

Medemblik

Hazewaal

15-030

Overstortput

Midwoud

Korteling

RG92

Bijz.Constr.

Midwoud

Rietakker

RG94

Bijz.Constr.

Midwoud

Cornelis Haringhuizenlaan Buurt

RG95

Bijz.Constr.

1

Overstortput

Midwoud

Midwouder Dorpsstraat

38

Overstortput

Nibbixwoud

Overspoor

0031

Overstortput

Midwoud

74

Datum: 18 oktober 2022

Externe overstortput VWA / GEM Externe overstortput VWA / GEM Nooduitlaat Externe overstortput VWA / GEM Externe overstortput VWA / GEM Externe overstortput VWA / GEM Externe overstortput VWA / GEM Externe overstortput VWA / GEM (bergbezinkbassin) Externe overstortput VWA / GEM (bergbezinkbassin) Externe overstortput VWA / GEM Overstortput+ gemaal Overstortput+ gemaal Overstortput+ gemaal Externe overstortput VWA / GEM Externe overstortput VWA / GEM

03-230U

Me_RG05_Kanaalstraat, Plan Wes

135.611,33

531.561,29

04-080U

Me_RG11_Hoogesteeg, Westereila

136.278,59

531.388,80

05-005U 07-180U

Me_RG11_Hoogesteeg, Westereila Me_RG02_Oostersingel, Parkwijk

136.196,90 136.576,68

531.330,59 531.469,51

08-135U

Me_RG01_Breek, Overleek

135.193,95

531.183,94

09-135U

Me_RG_HHNK

135.676,73

530.742,38

10-107U

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Medemblik&id=738debd5-1a88-4e89-b2e5-da9264b854b5