Nota van beantwoording zienswijzen
Tekst van het document
23
o
is rekening gehouden met bezonning, schaduwwerking en maat/schaalovergangen;
o
de inpassing ruimtelijk aanvaardbaar is in relatie tot de omgeving.
Daarmee kunnen binnen de vastgelegde maxima nog steeds verschillende ontwerpvarianten worden uitgewerkt; alternatieven zijn dus niet bij voorbaat uitgesloten. De juridische begrenzing voorkomt juist dat ontwikkelingen buiten deze bandbreedte kunnen plaatsvinden. De aanvaardbaarheid van de gekozen maxima is in de motivering onderbouwd. De gemeente acht het wel wenselijk om in de toelichting explicieter te beschrijven hoe de vastgelegde hoogtes zich verhouden tot de bandbreedtes uit de Gebiedsvisie en hoe ontwerpvrijheid binnen de planruimte wordt geborgd. Dit betreft een motiveringsverduidelijking, geen planwijziging. Conclusie / gevolg De zienswijze is inhoudelijk ongegrond. Wel wordt de motivering aangevuld ter verduidelijking van de relatie tussen visie-bandbreedte en juridische planruimte. 10. Te hoge dichtheid: verlies van groene binnenterreinen en klimaatadapatatie Indieners stellen dat het omgevingsplan: - Werkt met een uniforme 10%-groennorm, - Borgt geen groenstructuur of aaneengesloten groen, - Bevat geen regels voor waterberging, wadi’s, klimaatadaptatie of hittestress, - Laat collectieve binnenterreinen bij Uiverlaan/Chopinstraat openbaar toegankelijk zijn, terwijl de visie semi-privé binnenterreinen beoogt. Volgens de indieners creëert dit een veel intensiever en steniger woonmilieu dan in de visie is voorgesteld.
Beoordeling gemeente Het omgevingsplan werkt niet met een uniforme 10% groennorm. Voor het zowel de openbare ruimte als de ontwikkelvelden zijn groennormen voorgeschreven. Voor de openbare ruimte wordt een groennorm van 40 tot 50% voorgeschreven en voor bijvoorbeeld het werkingsgebied Uiverlaan 25 - 60% groen. Deze systematiek borgt dat zowel op het niveau van de buurt, openbare ruimte als de gebouwen voldoende groen moet worden gemaakt om aan de doelstellingen te voldoen van een klimaatadaptatie en biodiversiteit en kan tevens worden voldaan aan de regel ‘functionele, stedenbouwkundige en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groen- en waterelementen’. En daarmee is het groene woonmilieu zoals omschreven is de gebiedsvisie gebord. Wel wordt erkend dat in de toelichting op de bouwregels voor elk deelgebied wordt gesproken over 10% groen. Dit zal worden aangepast. Deze collectieve buitenruimte is openbaar toegankelijk maar beperkt dit niet de mogelijkheid om deze buitenruimte af te sluiten en is dat iets dat later wordt vastgelegd. Conclusie De groennormen in het omgevingsplan zijn niet uniform, maar gebiedsgericht gedifferentieerd (40–50% in de openbare ruimte en hogere percentages binnen ontwikkelvelden). Daarmee zijn groeninpassing, klimaatadaptatie en een groen woonmilieu voldoende geborgd.
De verwijzing naar 10% groen in de toelichting wordt gecorrigeerd. De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de planregels. 11. Afstand tot bestaande bebouwing en bezonningsonderzoek 24
Samenvatting zienswijze Indieners stellen dat het omgevingsplan: Gemeente Maassluis – 06-01-2026 – Nota van beantwoording
-
Ontbreekt de groene overgangszone vaak of is gemarkeerd als “PM” (nog in te vullen), Is de groene mantel niet vastgelegd als juridische norm, Zijn bufferzones niet helder begrensd. Daarnaast ontbreekt een verplicht bezonnings- en schaduwonderzoek bij de regels, terwijl hogere bouwmassa’s dicht bij bestaande woningen een directe impact op daglicht en leefkwaliteit hebben.
Volgens de indieners maakt dat de ontwikkeling zich naar de bestaande wijk toe gedraagt als “te hoog en te dicht op de erfgrens”, zonder dat de effecten inzichtelijk zijn gemaakt. Beoordeling gemeente Om een groene overgangszone te maken is middels het omgevingsplan het minimale percentage groen per werkingsgebied vastgesteld. Dit is belangrijke voorwaarden om de groene overgangszone te kunnen maken en daarmee geborgd in het omgevingsplan. Bij verdere planuitwerking kan getoetst worden op dit meer kwalitatieve uitgangspunt. In het omgevingsplan zijn de werkingsgebieden en bebouwingshoogte in lagen overgenomen uit de gebiedsvisie. Deze komen op hun beurt weer voort het principe dat bouwhoogte van een werkingsgebied dat direct grenst aan de bestaande bebouwing daarop aansluit qua bouwhoogte. Tevens zijn voor de hoogteaccenten en hogere lagen eisen als setbacks opgenomen om hun impact op te omgeving te mitigeren. Dit alles bij elkaar borgt dat de impact van de bouwmassa op de bestaande bebouwing en leefbaarheid beperkt is. Middels een bezonningsstudie is aangetoond dat het plan voldoet aan de TNO-normen voor schaduw. Daarmee is het omgevingsplan niet te hoog en te dicht op de erfgrens en directe impact op daglicht en leefkwaliteit verwaarloosbaar klaar.
Conclusie De planregeling borgt de groene overgang, bouwhoogtezonering en setbacks, en de bezonningsstudie toont aan dat aan de TNO-normen wordt voldaan. De effecten op daglicht en leefkwaliteit zijn aanvaardbaar; de zienswijze geeft geen aanleiding tot planwijziging. 12. Overige programmaonderdelen: sporthal, stationsgebied, collectieve ruimte Samenvatting zienswijze Indieners stellen dat het omgevingsplan: - wel een sportzaal bij de Chopinstraat toestaat, maar zonder voldoende juridische borging van situering, verkeersafwikkeling, geluid en groeninpassing; - de ambitie van het stationsgebied als levendige entreezone onvoldoende uitwerkt, omdat het plan vooral een fietsenstalling en kleine kiosk mogelijk maakt zonder kwaliteitseisen voor actieve plinten; - collectieve buitenruimten openbaar toegankelijk maakt, terwijl in de Gebiedsvisie semiprivé, beschutte binnenterreinen werden beoogd. Volgens indieners leidt dit tot een drukker, steniger en minder beschut woonmilieu dan bewoners uit de visie mochten verwachten. Beoordeling gemeente De sportzaal is een bewuste keuze voor functiemenging op een binnenstedelijke OV-locatie en past binnen zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik. Bij de planvorming is nadrukkelijk aandacht besteed aan situering en oriëntatie om mogelijke hinder voor de omgeving te beperken.
In de motivering zijn geluid, verkeer en parkeren op gebiedsniveau beoordeeld; aanvullend schrijven de planregels voor dat bij vergunningverlening concreet moet worden aangetoond dat: • aan de geldende geluidsnormen wordt voldaan; •
verkeersafwikkeling en parkeren aanvaardbaar zijn; Gemeente Maassluis - RapportDatum - RapportTitel
25
•
geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat optreedt.
Een sportzaal kan uitsluitend in gebruik worden genomen indien uit deze toetsing blijkt dat aan deze voorwaarden is voldaan. Hiermee zijn de effecten op geluid, verkeer en gebruiksintensiteit planologisch geborgd. Het omgevingsplan legt de ruimtelijke hoofdstructuur en functies juridisch vast. De ambities uit de Gebiedsvisie voor een levendige entreezone met verblijfskwaliteit worden vertaald via: • functies die voorzieningen, kiosk en fietsenstalling mogelijk maken; •
stedenbouwkundige randvoorwaarden voor plintzones, oriëntatie en routing;
•
beoordelingsregels die bij vergunningverlening eisen stellen aan ruimtelijke inpassing, samenhang en verblijfskwaliteit.
De verdere architectonische en ontwerpgerichte uitwerking vindt — conform de systematiek van de Omgevingswet — plaats in de vervolgfase, binnen deze juridisch begrensde planruimte. De keuze om delen van collectieve buitenruimten (beperkt) openbaar toegankelijk te maken is stedenbouwkundig gemotiveerd vanuit sociale veiligheid en samenhang in de openbare ruimte. Dit betekent niet dat deze ruimten hun beschutte karakter verliezen: de planregels borgen via minimumnormen voor groen, inrichting en verblijfskwaliteit dat sprake blijft van een groene, kwalitatieve en verblijfsgerichte ruimte. Daarmee blijft de kern van de in de visie beoogde kwaliteit behouden. Conclusie / gevolg zienswijze deels gegrond Gevolg: - expliciet wordt vastgelegd dat voor ingebruikname van de sportzaal door middel van een akoestisch onderzoek moet worden aangetoond dat wordt voldaan aan de geldende geluidsnormen; - in de definitieve motivering nader wordt toegelicht hoe de situering en inpassing van de sportzaal zijn gekozen met het oog op het beperken van mogelijke hinder voor de woonomgeving. 13. Openbaarheid van binnenterreinen Samenvatting zienswijze Indieners stellen dat het omgevingsplan: - De Gebiedsvisie introduceerde “semi-privé binnenterreinen”: overdag toegankelijk maar ’s avonds uitsluitend voor bewoners.
Deze keuze was essentieel voor veiligheid en sociale controle, rustige en beschutte verblijfsruimten voor gezinnen en ouderen, beheerbaarheid en onderhoudskwaliteit, en voorkoming van overlast en ongewenst nachtelijk gebruik.
26
-
Verhoogde kans op overlast en verminderde veiligheid in de avond,
-
Verlies van de rustige woonhofstructuur zoals in de visie gepresenteerd,
-
Problemen in beheer, toezicht en onderhoud,
-
Afgenomen aantrekkelijkheid voor doelgroepen zoals ouderen, gezinnen en kwetsbare bewoners.
-
De verplichting tot volledige openbaarheid staat daarom haaks op het concept van “beschutte woonmilieus” dat de visie centraal stelde en vormt een duidelijke verslechtering van de leefomgevingskwaliteit.
Gemeente Maassluis – 06-01-2026 – Nota van beantwoording
Beoordeling gemeente De gebiedsvisie omschrijft dat het plangebied bouwblokken krijgt die een toegankelijk karakter hebben die fysiek toegankelijke en uitnodigend is. Het is niet mogelijk om openings- en sluitingstijden te borgen. Wel moeten de collectieve buitenruimte fysiek openbaar toegankelijk zijn. In het bouwveld Chopinstraat zijn eengezinswoningen voorzien, met tuinen, achterpaden en parkeren zoals dat ook in de huidige buurten aanwezig is. Afsluiten van de openbare ruimte past daar niet bij. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het omgevingsplan. 14. Verdichting bij OV-Knooppunten: geen vrijbrief voor maximale bouw a) Beleidsmatig uitgangspunt: verdichting nabij OV Samenvatting zienswijze Indieners erkennen dat verdichting nabij OV-locaties beleidsmatig wordt gestimuleerd, maar stellen dat verdichting geen doel op zich is en dat per locatie moet worden beoordeeld welke mate van verdichting ruimtelijk aanvaardbaar is. Beoordeling gemeente De gemeente onderschrijft dat verdichting bij Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) een locatiespecifieke opgave betreft. In het omgevingsplan is de ontwikkelruimte bepaald op basis van een integrale afweging van functies, schaal, omgeving en leefkwaliteit, conform artikel 2.1 Omgevingswet.
De gekozen planruimte is ruimtelijk begrensd via bouwvlakken, hoogteopbouw, setbacks, groen- en buitenruimte-eisen en beoordelingsregels voor ruimtelijke inpassing. Hiermee is de aanvaardbaarheid niet generiek, maar locatie specifiek gemotiveerd. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het omgevingsplan. b) Station Maassluis-West is geen hoogstedelijk knooppunt Samenvatting zienswijze Indieners stellen dat de locatie geen hoogstedelijk knooppunt is en dat daarom geen hoge verdichtingswaarden passen. Beoordeling gemeente De gemeente erkent dat Station West geen hoogstedelijk knooppunt is. De planinvulling is hierop afgestemd via een gedifferentieerde schaalopbouw: lagere volumes richting bestaande woonbebouwing en hogere accenten aan de zijde van het metrotracé en ruimere openbare ruimte. Daarmee betreft de ontwikkeling contextueel verdichten, geen hoogstedelijke stapeling. De planregeling bevat bovendien beoordelingsregels die waarborgen dat maat en schaal in samenhang met de omgeving worden beoordeeld. Conclusie Zienswijze is inhoudelijk ongegrond, maar de motivering wordt aangevuld met een nadere toelichting op de keuze voor het programma (aantallen, maat en schaal) en de wijze waarop dit past bij de locatie en haar omgeving.
c) Maximalisatie van bouwvolume Samenvatting zienswijze Indieners stellen dat het plan stuurt op maximale hoogte en dichtheid zonder alternatieven of bandbreedtes. Beoordeling gemeente
27 Gemeente Maassluis - RapportDatum - RapportTitel
Het omgevingsplan legt maxima vast, geen verplichte invulling. Binnen deze planruimte kan alleen worden ontwikkeld indien bij vergunningverlening wordt aangetoond dat de ontwikkeling ruimtelijk aanvaardbaar is (o.a. bezonning, gebruiksmogelijkheden aangrenzende percelen, stedenbouwkundige samenhang). Daarmee is geen sprake van maximalisatie, maar van juridisch begrensde ontwikkelruimte met kwalitatieve toetsing. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het omgevingsplan. d) Evenwichtige belangenafweging / hoge stedelijke dichtheid Samenvatting zienswijze Indieners stellen dat onvoldoende is afgewogen dat Maassluis al dichtbebouwd is en dat cumulatieve effecten niet zichtbaar zijn meegewogen. Beoordeling gemeente De ruimtelijke en maatschappelijke context van Maassluis is expliciet betrokken in de gebiedsafweging. De motivering beschouwt de ontwikkeling in relatie tot woningbouwopgave, infrastructuur, OV-bereikbaarheid, leefmilieu en omgevingskwaliteit. Cumulatieve effecten worden aanvullend geborgd doordat bij concrete initiatieven opnieuw moet worden aangetoond dat sprake is van een aanvaardbare inpassing. In 2023 is de Realisatieagenda regio Rotterdam 2022-2030vastgesteld waarin onder andere woningbouwaantallen voor Maassluis en de planlocatie Station West zijn opgenomen.
Dit document is ondertekend door de gemeenten en woningbouwcorporaties in de regio Rotterdam alsmede de provincie en het Rijk. De gemeente is geen gemeente met een extreem hoge bebouwingsdichtheid. De dichtheden in onze wijken en buurten liggen in lijn met wat gebruikelijk en gangbaar is voor gemeenten met een vergelijkbaar schaalniveau, ruimtelijk profiel en stedelijk karakter. Er is derhalve geen sprake van uitzonderlijke of bovenmatige verdichting, maar van een ontwikkeling die past binnen de bandbreedte van vergelijkbare gemeenten. Voor locaties nabij hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) geldt bovendien dat deze vanuit ruimtelijk en beleidsmatig perspectief bij uitstek geschikt zijn voor woningtypen die aansluiten bij kleinere huishoudens, zoals één- en tweepersoonshuishoudens. Deze doelgroepen kennen gemiddeld een lager autobezit en een grotere afhankelijkheid van en bereidheid tot gebruik van openbaar vervoer en andere duurzame mobiliteitsvormen.
Deze benadering sluit aan bij en is expliciet verankerd in meerdere door de gemeenteraad vastgestelde beleidskaders, waaronder: - de Mobiliteitsvisie, waarin wordt ingezet op het versterken van duurzame vervoerswijzen en het beperken van autogebruik op goed ontsloten locaties; - de Wegenstructuurvisie, waarin HOV-corridors en knooppunten zijn aangewezen als logische locaties voor intensiever en efficiënter ruimtegebruik; - het Parkeerbeleid, waarin wordt uitgegaan van differentiatie naar locatie en doelgroep, met lagere parkeernormen op goed ontsloten HOV-locaties; - het Programmaboek Integrale Duurzame Stadsontwikkeling, waarin verdichting rond ovknooppunten wordt gezien als randvoorwaarde voor een toekomstbestendige stedelijke ontwikkeling; - de Omgevingsvisie, waarin compact bouwen op bereikbare locaties en het accommoderen van veranderende huishoudenssamenstellingen expliciet als beleidsdoelen zijn opgenomen. 28
De gekozen ontwikkelrichting is daarmee geen op zichzelf staande ruimtelijke keuze, maar vormt een consistente uitwerking van vastgesteld gemeentelijk beleid en bestuurlijke kaders. Hiermee Gemeente Maassluis – 06-01-2026 – Nota van beantwoording
wordt invulling gegeven aan zowel de woningbehoefte als aan de ambities op het gebied van bereikbaarheid, duurzaamheid en efficiënt ruimtegebruik. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de planregels, maar wel verduidelijking van de motivering: - definitieve motivering verduidelijking van effecten van de ontwikkeling integraal en cumulatief zijn beoordeeld, zowel op gebiedsniveau als bij de nadere uitwerking van concrete initiatieven. e) Gevolgen voor groen en open ruimte Samenvatting zienswijze Volgens indieners verdwijnen open en groene ruimten en neemt verblijfs- en klimaatkwaliteit af. Beoordeling gemeente Er wordt gesteld dat alle groen en open ruimte binnen het plangebied worden bebouwd. Dat is niet het geval. Het plangebied is 5,5 hectare en 2 hectare is ontwikkelgebied waar binnen de ontwikkelgebieden ook percentages groen worden gerealiseerd. Reeds aanwezige groenstructuren als het Stadhuispark en langs de Haydnlaan blijven gehandhaafd en met extra groen ook verbonden richting het Lepelpaarplantsoen. In het omgevingsplan wordt middels groenpercentages en aanwijzing wat ontwikkelgebied is en wat openbaar geborgd dat groenstructuren kunnen versterkt en verbonden. Het omgevingsplan voorziet hiermee in kwalitatieve verbetering van het groen en verblijfsklimaat. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de planregels.
f) Schaduwwerking en bezonning Samenvatting zienswijze Indieners stellen dat structurele schaduwwerking ontstaat. Beoordeling gemeente De hoogteopbouw is gedifferentieerd en gericht op beperking van negatieve effecten. Daarnaast schrijven de planregels voor dat bij vergunningverlening moet worden aangetoond dat de ontwikkeling ruimtelijk aanvaardbaar is, waarbij expliciet rekening wordt gehouden met bezonning en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende percelen. Indien de effecten onevenredig zijn, kan geen vergunning worden verleend. Het omgevingsplan sluit met bouwhoogtes aan op de bestaande bebouwing en houdt voldoende afstand om slagschaduw te beperken en ruimte te bieden voor groen en langzaam verkeer. Uit de bezonningsstudie die is uitgevoerd in fase 2 van de participatie op het parametrische ontwerp is gebleken dat de schaduwhinder verwaarloosbaar is en voldoet aan de TNO-normen. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het omgevingsplan. g) Massaliteit en menselijke maat Samenvatting zienswijze Indieners vrezen wandwerking en verlies van menselijke maat. Beoordeling gemeente De zienswijze wordt niet gevolgd. Het omgevingsplan bevat expliciete randvoorwaarden die er juist op zijn gericht massaliteit te voorkomen en de bouwvolumes te verfijnen.
Daarbij gaat het onder meer om: - Setbacks van de bovenste bouwlaag bij gebouwen hoger dan 5 lagen (minimaal 2 m), waardoor de optische massa aan de straatzijde wordt verkleind Gemeente Maassluis - RapportDatum - RapportTitel
29
-
-
Hoogteaccenten uitsluitend op specifieke plekken, waarbij is bepaald dat deze zich stedenbouwkundig moeten voegen in het bestaande bebouwingsbeeld en de omgeving Ruimtelijke inpasbaarheidscriteria, waaronder aandacht voor straat- en bebouwingsbeeld, bestaande bouwmassa’s, bezonning en aansluiting op groene en ruimtelijke structuren. Bij vergunningverlening wordt hier expliciet op getoetst Verplichte collectieve buitenruimten en groeninpassing, die zorgen voor openheid en verblijfsruimte binnen de bouwblokken
Met deze regels wordt geborgd dat geen gesloten gevelwanden of monolithische bouwblokken ontstaan, maar dat de ontwikkeling wordt uitgewerkt met aandacht voor schaal, doorzichten en verblijfskwaliteit. Eventuele nadere uitwerking vindt plaats binnen deze kaders bij de vergunningverlening. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het omgevingsplan. h) Cumulatie met de sporthal Samenvatting zienswijze Volgens indieners ontbreken cumulatieve effecten van sporthal en woningbouw. Beoordeling gemeente In de motivering is een integrale beoordeling gemaakt van verkeer, parkeren en gebruiksfuncties op gebiedsniveau. Daarnaast geldt bij vergunningverlening een aanvullende toets op cumulatieve effecten en leefkwaliteit. Daarmee worden sporthal en woningbouw niet geïsoleerd, maar in samenhang beoordeeld. Conclusie Geen aanpassingen in de planregels, wel wordt in de definitieve motivering verduidelijkt dat effecten van de ontwikkeling integraal en cumulatief zijn beoordeeld, zowel op gebiedsniveau als bij de nadere uitwerking van concrete initiatieven. i–j) Rijksadvies ‘Verstandig verdichten’ en vermeende strijd met Omgevingswet Samenvatting zienswijze Indieners stellen dat het plan te compact is en afwijkt van het rijksadvies om zorgvuldig te verdichten.
Beoordeling gemeente Het plan volgt juist de kern van dit advies: locatiespecifieke verdichting met schaalovergangen, groeninpassing en normering van bouwmassa. De ontwikkeling is geen grootschalige stapeling op een “postzegel”, maar een gefaseerd en begrensd programma met kwaliteitstoetsing. Hiermee is voldaan aan het vereiste van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het omgevingsplan. k–l) Afgeleide lagere parameters en alternatief scenario Samenvatting zienswijze Indieners bepleiten lagere bouwhoogten, grotere afstanden en een alternatief programma (ca. 200–225 woningen).
30
Beoordeling gemeente Het omgevingsplan voorziet in werkingsgebieden waar de bouwhoogtes die direct grenzen aan bestaande bebouwing qua bouwhoogte aansluiten op de bestaande hoogtes. Tevens is er voldoende afstand tussen werkingsgbieden en bestaande bebouwing om impact van slagschaduw Gemeente Maassluis – 06-01-2026 – Nota van beantwoording
te minimaliseren en om groenstructuren en wandel en fietspaden te maken. De bezonningsstudie toont aan dat de slagschaduw van de nieuwe bebouwing op de bestaande bebouwing verwaarloosbaar klein is en in lijn met TNO normen voor bezonning. Tevens is er niet een evenredig verband tussen de omvang van het woningbouwprogramma en ruimte voor lucht, groen en verblijfskwaliteit. Parameters die veel directer in dit verband staan met lucht, groen en verblijfskwaliteit zijn de eerde genoemde werkingsgebieden ook wel bebouwingsvlakken genoemd, percentages groen openbare ruimte en werkingsgebied en zonering bebouwingshoogte. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de planregels. m) Eindconclusie zienswijze Samenvatting zienswijze Indieners stellen dat het plan onvoldoende is gemotiveerd en juridisch kwetsbaar is. Beoordeling gemeente De zienswijze wordt niet gevolgd. Het plan is voldoende gemotiveerd en juridisch zorgvuldig opgebouwd. De ontwikkelruimte voor Station Maassluis-West is locatiespecifiek bepaald op basis van een integrale belangenafweging, conform artikel 2.1 van de Omgevingswet. De planopzet is daarbij ruimtelijk begrensd en toetsbaar. Het omgevingsplan legt maximale kaders vast en geen verplichte invulling.
Ontwikkeling kan uitsluitend plaatsvinden indien bij vergunningverlening, mede op basis van bezonning, maat en schaal, gebruiksmogelijkheden van aangrenzende percelen, stedenbouwkundige samenhang en leefkwaliteit. wordt aangetoond dat de inpassing ruimtelijk aanvaardbaar is. Onderliggende onderzoeken en gebiedsafwegingen zijn betrokken bij de motivering van deze planruimte en sluiten aan op de vastgelegde bandbreedte. Daarmee is geen sprake van een juridisch kwetsbare regeling, maar van begrensde ontwikkelruimte met kwalitatieve borging en toetsing, passend binnen de systematiek van de Omgevingswet. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de planregels; de motivering wordt waar nodig in de toelichting verder verduidelijkt. 15. Samenvattende beoordeling ‘te veel en te vol’ Samenvatting zienswijze Indieners stellen dat de combinatie van (1) een hoge woningdichtheid, (2) verruimde bouwhoogten en bouwvlakken, (3) het ontbreken van harde groen- en klimaatnormen en (4) onvoldoende buffers en bezonningsbescherming, resulteert in een ruimtelijk onevenwichtige en te massale ontwikkeling die niet de gewenste leefkwaliteit kan waarborgen. Beoordeling gemeente De gemeente volgt de conclusie van de zienswijze niet. Het omgevingsplan maakt geen onbeperkte verdichting mogelijk, maar planmatig begrensde ontwikkelruimte die is onderbouwd en juridisch verankerd.
Een initiatief kan uitsluitend worden toegestaan indien bij vergunningverlening wordt aangetoond dat de ontwikkeling ruimtelijk aanvaardbaar is binnen deze kaders. Daarmee is geborgd dat de leefkwaliteit en de relatie met de bestaande wijk volwaardig worden meegewogen. In aanvulling hierop zal de motivering worden aangevuld met een nadere toelichting waarom het gekozen (maximale) programma — in termen van aantallen, maat en schaal — passend wordt geacht voor deze locatie en haar omgeving. 31 Gemeente Maassluis - RapportDatum - RapportTitel
Conclusie / gevolg geen wijziging van de planregels, de motivering wordt wel aangevuld ter verduidelijking. 16. Verzoek Samenvatting zienswijze Indieners verzoeken de gemeenteraad om het ontwerp-omgevingsplan niet ongewijzigd vast te stellen en eerst: - een aanvullende integrale ruimtelijke afweging te maken (inclusief cumulatie met de sporthal en effecten op bezonning, groen, schaal en verblijfskwaliteit); - bandbreedtes op te nemen voor programma, bouwhoogte en afstanden; - minder intensieve alternatieven expliciet te onderzoeken; - de verhouding tot het rijksadvies Knooppunten – Verstandig verdichten nader te motiveren; en - besluitvorming aan te houden totdat deze aanvullingen zijn verwerkt. Beoordeling gemeente De ontwikkeling is zorgvuldig voorbereid en integraal beoordeeld binnen de kaders van de Omgevingswet. In de planmotivering zijn de relevante ruimtelijke en milieutechnische effecten, inclusief de samenhang tussen woningbouw en de sportzaal op gebiedsniveau, betrokken. Daarnaast borgen de beoordelingsregels dat bij concrete initiatieven opnieuw en in samenhang wordt getoetst op o.a. bezonning, schaduwwerking, maat- en schaalovergangen, gebruiksmogelijkheden van aangrenzende percelen, verkeer, leefkwaliteit en groeninpassing.
Een initiatief kan slechts worden toegestaan indien wordt aangetoond dat de ontwikkeling ruimtelijk aanvaardbaar is binnen deze begrensde planruimte. Het opnemen van aanvullende bandbreedtes voor programma, bouwhoogte of afstanden is daarom niet noodzakelijk. Het omgevingsplan legt — conform de wettelijke systematiek — juridisch objectieve maxima en randvoorwaarden vast; binnen deze begrensde ruimte blijft ontwerpvrijheid bestaan en is geen sprake van een verplichte “maximale invulling”. Evenmin bestaat een verplichting om alternatieve, minder intensieve scenario’s (zoals het door indieners genoemde 200-woningen-scenario) afzonderlijk planologisch vast te leggen. Het programmatische kader volgt uit de vastgestelde Gebiedsvisie en het relevante gemeentelijke en regionale beleid. Binnen de in het omgevingsplan vastgelegde juridische bandbreedtes is aangetoond dat de ontwikkeling ruimtelijk aanvaardbaar kan worden gerealiseerd. Het Rijksadvies ‘Knooppunten – Verstandig verdichten’ is daarbij als afwegings- en kwaliteitskader betrokken, waarbij locatiespecifiek wordt gekeken naar passende dichtheid, schaalovergangen en omgevingskwaliteit.
Wel wordt in de definitieve motivering verduidelijkt dat de effecten van de ontwikkeling — inclusief de samenhang met de sportzaal — integraal en cumulatief zijn beoordeeld, en wordt nader toegelicht waarom het gekozen (maximale) programma in termen van aantallen, maat en schaal passend wordt geacht voor deze locatie en haar omgeving. Deze verduidelijking leidt niet tot een inhoudelijke wijziging van de planregels. Conclusie/ gevolg Het verzochte aanhouden van de besluitvorming is daarom niet noodzakelijk. Wel wordt in de motivering verduidelijkt dat de effecten van de ontwikkeling, inclusief de samenhang met de sportzaal, integraal en cumulatief zijn beoordeeld. 17. Ruimtelijke hoofdstructuur
32
Samenvatting zienswijze Indieners stellen dat de Gebiedsvisie uitgaat van een duidelijke ruimtelijke hoofdstructuur met routes, groene verbindingen, binnenterreinen en een uitgesproken stationsplein. Volgens hen worden in het omgevingsplan vooral geometrische begrenzingen vastgelegd en zijn route- en Gemeente Maassluis – 06-01-2026 – Nota van beantwoording
groenstructuren niet als juridische regels geborgd. Zij concluderen dat de ruimtelijke hoofdstructuur daarmee onvoldoende juridisch is vastgelegd. Beoordeling gemeente De zienswijze wordt niet gevolgd. De ruimtelijke hoofdstructuur is wel vertaald en juridisch begrensd via werkingsgebieden, bouwvlakken, open ruimten, maatvoeringsregels en gebiedsspecifieke eisen voor groen en collectieve buitenruimte. Daarnaast borgen beoordelingsregels dat bij vergunningverlening wordt getoetst aan stedenbouwkundige samenhang, oriëntatie, routing en aansluiting op groene structuren. De nadere vormgeving vindt plaats in de uitwerkingsfase, binnen deze planmatige kaders. Conclusie/ gevolg De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het omgevingsplan. 18. Mobiliteit en autoluwheid Samenvatting zienswijze Indieners stellen dat de Gebiedsvisie inzet op een autoluw gebied met prioriteit voor voetgangers en fietsers, dubbelgebruik van parkeren en een sterke rol voor OV en langzaam verkeer. Volgens hen zijn deze ambities niet vertaald naar bindende of afdwingbare planregels: er ontbreken autoluwe voorschriften, verplichtingen voor voet- en fietsverbindingen en een concrete regeling voor parkeerreductie. Zij concluderen dat de mobiliteitsambities beleidsmatig blijven en niet juridisch zijn geborgd. Beoordeling gemeente De zienswijze wordt niet gevolgd.
Doelstellingen die voorziet voor het thema ‘ruim baan voor voet en fiets’ middels het omgevingsplan doormiddel van een ruimtelijke hoofdstructuur die ruimtelijk is begrensd en vertaald en juridisch via werkingsgebieden, bouwvlakken en open ruimten. In de planregels is expliciet opgenomen dat het parkeren moet voldoen aan het door de raad vastgestelde parkeerbeleid. Daarnaast borgen beoordelingsregels dat bij vergunningverlening wordt getoetst aan stedenbouwkundige samenhang, oriëntatie en routing. Hierdoor is voldoende ruimte geborgd om een goede openbare ruimte vorm te geven die voldoet aan de visie. De regel dat het bewoners parkeren uit het zicht binnen de bouwvelden wordt opgelost borgt dat auto’s van bewoners niet op straat komen te staan maar in een parkeervoorziening. Dit beperkt het aantal autoverkeersbewegingen in de openbare ruimte. Deze worden concentreert rondom de ingangen tot parkeervoorzieningen waar tevens specifieke vormgevingseisen voor gelden die de veiligheid voor alle verkeerdeelnemers borgt. Conclusie De zienswijzen geeft geen aanleiding tot aanpassingen van het omgevingsplan 19.
Autoluwe ambitie en (geen) harde normen voor mobiliteitsreductie Samenvatting zienswijze Indieners stellen dat de Gebiedsvisie expliciet inzet op een autoluw woongebied met prioriteit voor voetgangers en fietsers, lagere parkeernormen nabij het metrostation, dubbelgebruik en gedeeld parkeren. Volgens hen zijn deze ambities niet vertaald naar juridisch afdwingbare regels in het omgevingsplan: er zijn geen autoluwe zones aangewezen, geen verplichte voet- en fietsverbindingen vastgelegd, de beoogde parkeerreductie is niet geborgd en de planregels leggen de nadruk op parkeren op eigen terrein. Zonder onderzoeksgestuurde keuzes en normstelling voor parkeerdruk, mobiliteitseffecten en beleidsdoorwerking zou het plan leiden tot meer autoverkeer, minder ruimte voor groen en klimaatadaptatie, hogere parkeerdruk in de omgeving en een slechtere leefkwaliteit voor langzaam verkeer. Daarmee wijkt het plan volgens indieners fundamenteel af van de mobiliteitsambities uit de Gebiedsvisie. Beoordeling gemeente
33 Gemeente Maassluis - RapportDatum - RapportTitel
Doelstellingen die voorziet voor autoluwheid en tevens ruimte voor klimaatadaptatie en groen middels het omgevingsplan doormiddel van een ruimtelijke hoofdstructuur die ruimtelijk is begrensd en vertaald en juridisch via werkingsgebieden, bouwvlakken en open ruimten en percentages voor groen in de openbare ruimte en bouwvelden. Daarnaast borgen beoordelingsregels dat bij vergunningverlening wordt getoetst aan stedenbouwkundige samenhang, oriëntatie en routing en groenstructuren. Hierdoor is voldoende ruimte geborgd om een goede openbare ruimte vorm te geven die voldoet aan de visie. De regel dat het bewoners parkeren uit het zicht binnen de bouwvelden wordt opgelost borgt dat auto’s van bewoners niet op straat komen te staan maar in een parkeervoorziening. Dit beperkt het aantal autoverkeersbewegingen in de openbare ruimte. Deze worden concentreert rondom de ingangen tot parkeervoorzieningen waar tevens specifieke vormgevingseisen voor gelden die de veiligheid voor alle verkeerdeelnemers borgt. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen van het omgevingsplan. 19.1 Parkeerdruk, parkeerbeweging en parkeerbalans Samenvatting zienswijze Het ontwerp-omgevingsplan gaat uit van een autoluwe ambitie en een reductie van het aantal parkeerplaatsen, waaronder het vervallen van circa 100 bestaande parkeerplaatsen.
Deze ingreep wordt echter niet onderbouwd met een deugdelijke analyse van de huidige en toekomstige parkeerdruk en de daarmee samenhangende parkeerbewegingen. Beoordeling gemeente In het omgevingsplan is de parkeeropgave wél juridisch geborgd. Het plan verplicht dat bij bouwen gebruiksactiviteiten wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, volgens de Beleidsregel Parkeren Maassluis 2022, de CROW-richtlijnen en NEN 2443, met een realisatieplicht vóór ingebruikname. Daarnaast bevat het plan kwantitatieve randvoorwaarden voor het vervallen van bestaande plaatsen en de parkeerbalans: aan de Uiverlaan mogen niet meer dan 100 openbare parkeerplaatsen vervallen, en toevoeging van programma is slechts toegestaan indien de bezettingsgraad onder 85% blijft, op basis van de gemeentelijke parkeersystematiek. Daarmee wordt de parkeerdruk en verkeersafwikkeling niet onbenoemd gelaten, maar planologisch getoetst bij vergunningverlening op basis van vastgestelde normen en berekeningen. Zie voor beantwoording rondom dit thema tevens 19.1.1 Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het omgevingsplan.
19.1.1 Verwachte groei van parkeerbewegingen onvoldoende onderzocht Samenvatting zienswijze Indieners voeren aan dat de ontwikkeling zal leiden tot een aanzienlijke en structurele toename van parkeerbewegingen, onder meer door de toevoeging van circa 400 woningen, de groei van het aantal inwoners van Maassluis, de bovenlokale aantrekkingskracht en bezoekersgroei van winkelcentrum Koningshoek en de komst van een nieuwe sporthal met piekbelasting in avonduren en weekenden. Volgens hen ontbreekt in het ontwerp-omgevingsplan een integrale beoordeling van deze cumulatieve parkeereffecten, waaronder piekbelasting, bezoekersparkeren en mogelijk uitwijkgedrag naar omliggende woonstraten. Beoordeling gemeente De stelling dat de verwachte groei van parkeerbewegingen onvoldoende is onderzocht, wordt door de gemeente niet gevolgd. In het kader van de planvoorbereiding zijn de effecten op verkeer en parkeren gebiedsbreed en cumulatief onderzocht, waarbij met name is gekeken naar woningbouwprogramma, bezoekersstromen rond Koningshoek en de toevoeging van de sporthal. De uitkomsten hiervan zijn verwerkt in de parkeerbalans en verkeersonderbouwing en vormen onderdeel van de motivering van het ontwerp-omgevingsplan. 34 Gemeente Maassluis – 06-01-2026 – Nota van beantwoording
Naast de uitgevoerde metingen, projecties en parkeerbalans is de borging van parkeeroplossingen ook juridisch verankerd in de planregels. In Afdeling 5.1.2 Parkeren is vastgelegd dat: • In Nederland gaan gemeente voor stedelijke gebieden uit van aanbod gestuurd parkeerbeleid. Er wordt dus bij een nieuwe wijk, op basis van beleid en parkeernormen, parkeerplaatsen ‘aangeboden’. Zowel in de openbare ruimte als op private grond met bijvoorbeeld parkeren op een eigen oprit of gezamenlijke parkeergarage. Dit aanbod groeit of krimpt niet mee met de groei of krimp van de bevolking. En dus wordt de openbare ruimte niet jaarlijks aangepast. Dat zou vraagvolgend parkeerbeleid zijn. Daar heeft de gemeenteraad Maassluis niet voor gekozen. Daarbij komt nog de vraag of dit vanuit gezondheids- en leefbaarheidsdoelen gewenst is. De verschillende overheden (Rijk, provincie en gemeente) gaan voor stedelijke gebieden ook uit van een aanbod gestuurd parkeerbeleid. •
Er hoeft geen rekening te worden gehouden met groei van het aantal parkeerders bij bestaande functies. Dit is niet in de landelijke CROW-richtlijnen, de Beleidsregels parkeren Maasluis 2022 of jurisprudentie opgenomen. De gemeentelijke Mobiliteitsvisie Maassluis 2020 – 2040 en de Beleidsregel parkeren Maasluis
•
2022 gaan niet uit van een groeiend autobezit en autogebruik. De Beleidsregels parkeren Maasluis 2022 zijn gebaseerd op aanbodsturend parkeerbeleid in plaats van een vraagvolgend parkeerbeleid. In de Mobiliteitsvisie Maassluis 2020-2040 wordt uitgegaan van een mobiliteitstransitie (inzetten op actieve mobiliteit, deelmobiliteit en ketenmobiliteit). Het standpunt van BOBK wijkt dus af van de landelijke richtlijnen en het vastgestelde beleid van de gemeente Maassluis. Hoe de automobiliteit zich na 2040 ontwikkelt is bovendien uitermate onzeker.
•
De gemeente maakt bij een gebiedsontwikkeling afwegingen in de belangen van verschillende ruimtevragers, zoals wonen, groen, mobiliteit, recreatie, klimaatadaptatie en speelruimte. Met de schaarse ruimte in steden is dit een complexe puzzel. Hierbij is het uitgangspunt het vinden van een balans tussen verschillende ruimtevragers, doelstellingen en met oog voor de kwaliteit van de omgeving (programmaboek Integrale Duurzame Stadsontwikkeling).
•
Om aan de ongerustheid tegemoet te komen heeft het plan naar aanleiding van de participatie en een aangenomen amendement een aantal aanpassingen ondergaan: o Het maximaal aantal woningen is van 500 verlaagd naar 400; o Veld D wordt niet gebouwd, veld A wordt voorlopig niet bebouwd, maar is aangewezen als ruimtelijke reservering; o Maximale reductie van het aantal openbaar toegankelijke parkeerplaatsen rondom Koningshoek van 100 parkeerplaatsen t.o.v. de huidige situatie. Deze aanpassingen leiden tot een lagere parkeerdruk dan de eerdere plannen. o Leidend blijft dat voldaan moet worden aan het beleidsuitgangspunt van de gemeente Maassluis van een maximaal acceptabele parkeerdruk van 85%; o bij bouwen en gebruik moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor auto’s en fietsen op eigen terrein (artikel 5.3, onder a); o het aantal benodigde parkeerplaatsen moet worden bepaald op basis van het geldende gemeentelijke parkeerbeleid (Beleidsregel Parkeren Maassluis 2022) (artikel 5.3, onder b en artikel 5.5, onder b); o parkeervoorzieningen moeten voldoen aan de CROW-richtlijnen, NEN 2443 en bijbehorende vaktechnische normen (artikel 5.4); o de parkeerplaatsen gelijktijdig met de ingebruikname moeten worden gerealiseerd en beschikbaar moeten zijn (artikel 5.5, onder c).
•
35 Gemeente Maassluis - RapportDatum - RapportTitel
Hiermee is geborgd dat een ontwikkeling niet kan worden vergund wanneer niet wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende en kwalitatief verantwoorde parkeercapaciteit. Eventuele piek- en cumulatie-effecten worden daarmee verder getoetst in de vergunningsverleningsfase, op basis van het programma en de feitelijke situering per initiatief. De planregeling bevat bovendien een maatwerkmogelijkheid (artikel 5.8), die uitsluitend kan worden toegepast indien een alternatief wordt geboden dat ten minste een gelijkwaardige parkeervoorziening oplevert; versoepeling zonder waarborg is dus niet mogelijk. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen van het omgevingsplan. 19.1.2 Eigen parkeeronderzoek bewoners en projectie toekomstige situatie Samenvatting zienswijze Indieners verwijzen naar een door bewoners uitgevoerd parkeeronderzoek waaruit zou blijken dat de huidige parkeerdruk op meerdere momenten al (nagenoeg) maximaal is en dat, mede gezien woningtoevoeging en bezoekersgroei, in de toekomst sprake zal zijn van structurele overbelasting en verdringing naar omliggende wijken. Volgens indieners laat dit onderzoek zien dat er geen restcapaciteit is om het vervallen van circa 100 parkeerplaatsen op te vangen.
Zij stellen dat dit bewonersonderzoek wel bij de gemeente bekend is, maar in het ontwerpomgevingsplan niet is besproken, weerlegd of betrokken bij de belangenafweging. Beoordeling gemeente De gemeente herkent dat door bewoners een eigen parkeeronderzoek is uitgevoerd op sommige momenten hoge parkeerdruk en beperkte restcapaciteit worden gesignaleerd. Dit onderzoek is in het participatieproces besproken en betrokken bij de verdere uitwerking van de mobiliteitsopgave. In de participatieverslagen is vastgelegd dat de gemeente het onderzoek van bewoners heeft ontvangen, de bevindingen heeft meegewogen en aanvullend (objectief en gebiedsdekkend) onderzoek heeft laten uitvoeren om de situatie te verifiëren en te onderbouwen. Daarbij is ook toegelicht dat verschillen kunnen ontstaan tussen ervaringscijfers van bewoners en normconforme, representatieve tellingen waarop besluitvorming moet worden gebaseerd. Samengevat is de lijn van beantwoording: • Het onderzoek van de BOBK en Mobycon zijn uitgebreid met elkaar vergeleken. Op basis hiervan kan het volgende worden geconstateerd: o Een parkeeronderzoek moet plaatsvinden in een representatieve periode en op representatieve dagen. Dit betekent: niet op of aansluitend op vakanties en feestdagen, niet tijdens evenementen. En niet tijdens extreme weersomstandigheden:
36
▪
Het onderzoek van BOBK heeft onder andere plaatsgevonden op zondag 14 april waarop de marathon van Rotterdam plaatsvond. Deze teldag is niet in de vergelijking meegenomen omdat dit geen representatieve telling voor een zondag is.
▪
Op dinsdag 16 april is de markt afgelast vanwege extreme weersomstandigheden. Die ochtend en middagtelling in het onderzoek van BOBK nemen we daarom niet mee in de vergelijking voor.
▪
Dinsdag 23 april is wel een representatieve marktdag.
•
Er zijn verschillen tussen de getelde bezetting door BOBK en Mobycon. Soms telt BOBK meer auto’s, soms Mobycon. De verschillen zijn in sommige deelgebieden aanzienlijk.
•
Op de dinsdagochtend en dinsdagavond telt BOBK voor het gebied als geheel substantieel meer auto’s dan Mobycon.
Gemeente Maassluis – 06-01-2026 – Nota van beantwoording
•
Op de zaterdagmiddag telt BOBK in het gebied als geheel substantieel minder auto’s dan Mobycon. Omdat in beide onderzoeken de zaterdagmiddag de maatgevende (drukste) parkeersituatie is, kan voor de gebiedsvisie worden uitgegaan van het parkeerdrukonderzoek van Mobycon.
•
Concluderend is het parkeeronderzoek van de BOBK niet representatief. Het volgt niet de breed gehanteerde werkwijze die mobiliteitsbureau ’s in Nederland hanteren.
Voor het omgevingsplan is vervolgens een integrale parkeerbalans opgesteld door Mobycon. Deze is gebaseerd op: - meerdere representatieve parkeerdrukmetingen op maatgevende momenten, - deelgebieden met loopafstandscriteria conform gemeentelijk parkeerbeleid, - de beoogde programma-invulling, - het maximaal vervallen van netto 100 parkeerplaatsen in het westelijk gebied, en - compensatie door nieuwe parkeerplaatsen in andere deelgebieden. Uit de parkeerbalans blijkt dat, uitgaande van het maximale woningbouwprogramma en de voorziene maatregelen, sprake is van een sluitende parkeerbalans en dat wordt voldaan aan het gemeentelijke parkeerbeleid; in de maatgevende perioden blijft de parkeerdruk binnen de aanvaardbare bandbreedte en is geen sprake van structurele overbelasting. Daarnaast zijn aanvullende verkeer- en intensiteitsmetingen uitgevoerd met pneumatische telslangen om de autonome en projectgerelateerde mobiliteitsontwikkeling te onderbouwen ten behoeve van de planmotivering. Deze metingen bevestigen dat de verkeersintensiteiten passen bij het karakter van de wegenstructuur en dat cumulatieve effecten op gebiedsniveau kunnen worden opgevangen binnen de gekozen inrichting en verdere uitwerking bij vergunningverlening. In het participatieproces is tevens vastgelegd dat: -
zorgen van bewoners over parkeerdruk en verdringing expliciet zijn besproken, extra metingen op piekmomenten zijn toegezegd en uitgevoerd, de resultaten worden meegenomen in de verdere planuitwerking en tenderfase, en waar nodig sturende maatregelen (zoals spreiding, loopverbeteringen, parkeerverwijzing of programmatische bijstelling) kunnen worden ingezet bij concrete initiatieven.
Het bewonersonderzoek is daarmee niet genegeerd, maar geplaatst naast en getoetst aan de normatieve parkeerberekeningen en representatieve tellingen door een ter zake kundig verkeersbureau die voor de juridische planvorming noodzakelijk zijn. Waar uit het bewonersonderzoek een hogere piekdruk wordt ervaren, is dit meegenomen in de toelichting en in de keuze om bij vergunningverlening opnieuw op effecten, piekmomenten en mogelijke cumulatie te toetsen. Conclusie De conclusie uit het bewonersonderzoek geven, mede in het licht van de uitgevoerde parkeerbalans en verkeerstellingen, geen aanleiding voor aanpassingen. 19.1.3 Ontbrekende parkeerbalans en onvoldoende motivering verval parkeerplaatsen Samenvatting zienswijze Indieners stellen dat het ontwerp-omgevingsplan geen actuele, gebiedsspecifieke parkeerbalans bevat waaruit blijkt hoeveel parkeerplaatsen er nu zijn, hoeveel plaatsen vervallen, hoeveel resteren per functie (wonen, bezoek, sport, winkel) en hoe piekbelasting en mogelijke uitwijking naar omliggende buurten worden opgevangen. Volgens hen ontbreekt daardoor een dragende motivering waaruit volgt dat het vervallen van circa 100 parkeerplaatsen verenigbaar is met een goede ruimtelijke ordening, bereikbaarheid en leefkwaliteit. Beoordeling gemeente
37 Gemeente Maassluis - RapportDatum - RapportTitel
De gemeente volgt de zienswijze niet. Een gebiedsspecifieke onderbouwing van de parkeer- en mobiliteitssituatie is wel degelijk opgesteld en betrokken bij de planmotivering. Op basis van de door de gemeente laten opstellen parkeerbalans en verkeer- en tellingsonderzoeken is voor het plangebied inzichtelijk gemaakt: - het huidig aantal parkeerplaatsen en de gebruiksverdeling; - het maximaal vervallen aantal plaatsen binnen de ontwikkelgebieden (circa 100 van de circa 1.100); - de restcapaciteit en compensatie binnen het gebied en in de directe loopafstandsgebieden; - de vertaling naar de maatgevende parkeerbehoefte per functie (wonen, bezoek, sport, voorzieningen); - de beoordeling van representatieve en piekmomenten aan de hand van gemeten parkeerdruk en verkeersintensiteiten. De parkeerbalans neemt als uitgangspunt dat alleen kan worden ontwikkeld indien, per initiatief en per vergunning, wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende en normconforme parkeercapaciteit.
Deze borging is bovendien juridisch vastgelegd in Afdeling 5.1.2 Parkeren van de planregels, waarin is bepaald dat: - bij bouwen en gebruik moet worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen voor auto’s en fietsen op eigen terrein; - het aantal benodigde plaatsen wordt bepaald aan de hand van het geldende gemeentelijke parkeerbeleid; - parkeervoorzieningen moeten voldoen aan CROW-richtlijnen, NEN 2443 en bijbehorende kwaliteitsnormen; - de parkeerplaatsen gelijktijdig met ingebruikname moeten zijn gerealiseerd. Daarmee kan het vervallen van parkeerplaatsen uitsluitend plaatsvinden indien en voor zover de parkeerbalans bij de betreffende ontwikkeling sluitend is en geen onevenredige uitwijking of overbelasting optreedt. Indien dit niet kan worden aangetoond, kan geen vergunning worden verleend. Ten aanzien van mogelijke piekbelasting en cumulatie geldt aanvullend dat bij vergunningverlening opnieuw wordt getoetst op ruimtelijke aanvaardbaarheid, inclusief parkeren, verkeersafwikkeling en effecten op de omliggende buurten. Waar nodig kunnen mitigerende of compenserende maatregelen worden verlangd. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen van het omgevingsplan.
19.1.4 Juridische duiding Samenvatting zienswijze Indieners stellen dat, gezien: - de verwachte toename van parkeerbewegingen, - het vervallen van een aantal bestaande parkeerplaatsen, en - het volgens hen ontbreken van een integrale parkeeranalyse, niet is aangetoond dat het plan voldoet aan: - het zorgvuldigheidsbeginsel (art. 3:2 Awb), - de motiveringsplicht (art. 3:46 Awb), en - het vereiste van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (art. 2.1 Omgevingswet).
38
Beoordeling gemeente De stelling van de indieners dat, gezien de verwachte toename van parkeerbewegingen en het vervallen van parkeerplaatsen, geen sprake zou zijn van een zorgvuldige voorbereiding, een deugdelijke motivering of een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, wordt door de gemeente niet gedeeld. In de onderbouwing van het omgevingsplan is de parkeer- en Gemeente Maassluis – 06-01-2026 – Nota van beantwoording
mobiliteitsopgave namelijk wél integraal onderzocht en meegewogen. Daarbij is gebruikgemaakt van de Parkeerbalans Station West (Mobycon) en de pneumatische verkeerstellingen 2025, waarin de actuele verkeersintensiteiten en benutting van de omliggende infrastructuur zijn vastgesteld. Uit deze gegevens blijkt dat de relevante wegen, waaronder de Uiverlaan, in de huidige situatie ruim binnen de beschikbare capaciteit functioneren en dat deze gegevens een realistisch vertrekpunt vormen voor de prognoses en beleidsafwegingen in de planmotivering. In de parkeerbalans is bovendien inzichtelijk gemaakt hoeveel parkeercapaciteit aanwezig is, hoe de parkeerbehoefte zich ontwikkelt in relatie tot het programma en op welke wijze deze behoefte in beginsel binnen de ontwikkeling kan worden opgevangen, in aansluiting op het gemeentelijke parkeerbeleid en de daarbij gehanteerde CROW-kencijfers. De zorgvuldigheid en motivering zijn daarnaast geborgd via de planregels. In Afdeling 5.1.2 Parkeren is vastgelegd dat bij het realiseren van bouw- en gebruiksactiviteiten altijd moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein, waarbij de omvang van de parkeervoorziening wordt bepaald aan de hand van het geldende gemeentelijke parkeerbeleid.
Dit betekent dat een ontwikkeling uitsluitend kan worden vergund wanneer in de vergunningfase, op basis van concrete ontwerpen en gebruiksfuncties, wordt aangetoond dat de parkeeroplossing doelmatig en toereikend is. De verdere detaillering vindt daarmee terecht plaats op het niveau waarop deze ook feitelijk kan worden beoordeeld, namelijk bij de omgevingsvergunning. Gelet op deze gebiedsspecifieke analyses, de toepassing van het geldende parkeerbeleid en de juridische borging via de planregels is de parkeer- en mobiliteitsimpact expliciet en volwaardig betrokken bij de ruimtelijke afweging. Daarmee is naar het oordeel van de gemeente voldaan aan de vereisten van zorgvuldige voorbereiding en deugdelijke motivering in de zin van de artikelen 3:2 en 3:46 Awb, evenals aan het uitgangspunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zoals bedoeld in artikel 2.1 van de Omgevingswet. De zienswijze vormt derhalve geen aanleiding tot aanpassing van het omgevingsplan; in de toelichting zal, waar wenselijk, wel explicieter worden verwezen naar de parkeerbalans en de gebruikte telgegevens ter verdere verduidelijking van de motivering.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen van het omgevingsplan 19.1.5 Conclusie Samenvatting zienswijze Indieners stellen dat het ontwerp-omgevingsplan geen deugdelijk onderbouwde parkeerbalans en geen toekomstgerichte analyse van parkeerdruk en parkeerbewegingen bevat. Daardoor zou niet kunnen worden vastgesteld dat het plan uitvoerbaar en aanvaardbaar is. In dat licht achten zij het vervallen van circa 100 parkeerplaatsen onvoldoende gemotiveerd. Beantwoording gemeente De gemeente deelt deze conclusie niet. De parkeeropgave is wel onderbouwd op basis van de parkeerbalans, actuele telgegevens en verkeerskundige analyses die bij het omgevingsplan zijn betrokken. Daarnaast is in de planregels vastgelegd dat bij vergunningverlening aantoonbaar moet worden voorzien in voldoende, normconforme parkeercapaciteit overeenkomstig het gemeentelijk parkeerbeleid. Het vervallen van parkeerplaatsen kan daarom alleen plaatsvinden indien de parkeerbalans per ontwikkeling sluitend wordt aangetoond. Daarmee zijn uitvoerbaarheid en aanvaardbaarheid voldoende gemotiveerd en juridisch geborgd. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen van het omgevingsplan. 20.
Groen, water en klimaatadaptatie Samenvatting zienswijze Indieners stellen dat de Gebiedsvisie uitgaat van een robuuste groenstructuur met wadi’s, waterberging en maatregelen tegen hitte en schaduw. In het omgevingsplan zou dit volgens hen onvoldoende zijn geborgd, omdat slechts een uniforme 10%-groennorm geldt en geen expliciete Gemeente Maassluis - RapportDatum - RapportTitel
39
verplichtingen zijn opgenomen voor klimaatadaptatie. Zij concluderen dat de duurzaamheidsambities uit de visie niet juridisch zijn vastgelegd. Beoordeling gemeente De Gebiedsvisie is een beleidsmatig en richtinggevend document. Zij: - vormt de inhoudelijke onderlegger voor het omgevingsplan - bevat ambities, ontwerpprincipes en ontwikkelrichtingen, - maar heeft geen directe, juridisch bindende werking zoals planregels. De Omgevingswet verlangt dat relevante uitgangspunten uit de visie planologisch worden vertaald in juridisch passende regels en beoordelingskaders. Dat betekent niet dat iedere ambitie één-op-één als harde norm wordt vastgelegd, maar dat deze wordt verwerkt in ruimtelijke randvoorwaarden, minimumnormen en toetsingscriteria. Wel wordt in de definitieve toelichting nader verduidelijkt hoe de ambities uit de Gebiedsvisie voor groen, water en klimaatadaptatie zijn doorgewerkt in de planregels en beoordelingskaders. Conclusie/ gevolg Geen aanpassingen in planregels, wel verduidelijking van motivering door opnemen hoe ambitie uit de gebiedsvisie voor groen, water en klimaatadaptatie zijn vertaald naar de regels. 21.
Kwaliteit, beeldkwaliteit en participatie Samenvatting zienswijze Indieners stellen dat in de Gebiedsvisie is uitgegaan van hoge proces- en kwaliteitsambities, waaronder een verplicht kwaliteitsteam, een bindend beeldkwaliteitsplan en structurele participatie in alle fasen. Volgens hen zijn deze afspraken niet doorvertaald naar het omgevingsplan: er is geen verplicht kwaliteitsteam opgenomen, het beeldkwaliteitsplan heeft geen bindende status en er geldt geen verplichting tot participatie bij planuitwerking. Zij concluderen dat de in de visie vastgelegde proces- en kwaliteitsborging onvoldoende juridisch is verankerd. Beoordeling gemeente De zienswijze dat proces- en kwaliteitsafspraken uit de Gebiedsvisie niet zouden zijn verankerd, wordt niet gevolgd. Nadat de gemeenteraad de Gebiedsvisies en Beeldkwaliteitsplannen voor Station West en Kapelpolder heeft vastgesteld, heeft het college op 14 oktober 2025 besloten om voor beide gebieden een kwaliteitsteam in te stellen en het beeldkwaliteitsplan als verplicht toetsingskader te hanteren bij de beoordeling van plannen. - het collegebesluit en de onderliggende toelichting volgt dat:
40
-
het kwaliteitsteam is ingesteld ter borging van het gewenste eindbeeld en goed functionerende buurten;
-
het team aanvullend op de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (moet dit niet zijn Commissie Omgevingskwaliteit Maassluis?) toetst of plannen voldoen aan de vastgestelde gebiedsvisies en beeldkwaliteitsplannen;
-
de samenstelling bestaat uit een welstandsgedelegeerde, stedenbouwkundig supervisor en gemeentelijke stedenbouwkundige, met mogelijkheid tot aanvullende vakdisciplines per fase;
-
het team plannen beoordeelt op stedenbouwkundige kwaliteit, architectuur en openbare ruimte gedurende de verschillende fasen van planuitwerking.
Dit betekent dat de in de Gebiedsvisie aangekondigde kwaliteitsborging wel degelijk institutioneel en procedureel is verankerd in de besluitvorming en de ontwikkelpraktijk. Daarmee is sprake van een bindende kwaliteitsdoorwerking, waarbij het beeldkwaliteitsplan als toetsingskader functioneert en de beoordeling niet vrijblijvend is. Gemeente Maassluis – 06-01-2026 – Nota van beantwoording
Deze inrichting sluit tevens aan bij eerdere gemeentelijke praktijkervaringen met kwaliteitsteams bij andere gebiedsontwikkelingen en vormt een gebruikelijk en effectief instrument voor kwaliteitssturing. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassingen van het omgevingsplan. 22. Betaalbaarheid en sociale kwaliteit Samenvatting zienswijze Indieners stellen dat de Gebiedsvisie uitgaat van een hoog ambitieniveau voor betaalbare woningen (o.a. IDSO-doel ≥63% en tekstpassage “90% betaalbare woningen”). In het omgevingsplan worden wel instandhoudingsduren en een doelgroeptoets vastgelegd, maar geen percentuele verdeling per categorie (sociaal, middenhuur, koop). Volgens indieners wordt daarmee de beloofde programmatische mix niet juridisch geborgd. Beoordeling gemeente De Gebiedsvisie is een beleidsmatig en richtinggevend document en bevat programmatische ambities voor betaalbaarheid en doelgroepen, waaronder een hoog aandeel betaalbare woningen. Het omgevingsplan heeft een andere functie. Dit plan legt uitsluitend die juridisch bindende regels vast die ruimtelijk relevant, uitvoerbaar en handhaafbaar zijn.
Om die reden zijn in de planregels specifiek vastgelegd: - de instandhoudingsduur voor sociale huur, middenhuur en sociale koop; - de verplichting tot het uitvoeren van een doelgroeptoets bij vergunningverlening; - de koppeling met het geldende woon- en doelgroepenbeleid van de gemeente. De verdeling van het woningprogramma naar concrete percentages per categorie (sociaal, middenhuur, koop) wordt niet vastgelegd in het omgevingsplan, maar — conform de gemeentelijke beleidssystematiek — geborgd via woningbouw- en prestatieafspraken met ontwikkelende partijen en via toepassing van het gemeentelijk woonbeleid bij vergunningverlening. Dit biedt de noodzakelijke flexibiliteit om het programma per fase en per locatie te kunnen afstemmen op marktontwikkelingen, realisatietempo en regionale programmering, terwijl de betaalbaarheid en de doelgroepenpositie materieel worden geborgd via beleid en toetsing. Voor dit gebied is in de Gebiedsvisie bewust gekozen voor een relatief hoog aandeel betaalbare woningen. Dit is gebiedsgericht gemotiveerd: het programma levert hier een cruciale bijdrage aan het betaalbare segment ter compensatie van een lager aandeel betaalbare woningen in andere (lopende) woningbouwlocaties binnen de gemeente. Op die manier wordt op totaalniveau alsnog voldaan aan de gemeentelijke doelstellingen voor betaalbaarheid en een evenwichtige woningprogrammering.
In de toelichting bij de vaststelling van het omgevingsplan wordt deze programmerings- en compensatiekeuze expliciet toegelicht, zodat voor derden inzichtelijk is hoe de ambities uit de Gebiedsvisie samenhangen met de gekozen juridische borgingssystematiek. Conclusie Geen aanpassing van planregels. De motivering wordt verduidelijkt met een toelichting op de borging van betaalbaarheid via beleid, instandhoudingsduur en doelgroeptoets. 23. Geen programmatische sturing op ‘beschut wonen’ en zorgwoningen Samenvatting zienswijze Indieners voeren aan dat de Gebiedsvisie een concrete, centrale locatie voor “beschut wonen / zorgwoningen” voorzag, als onderdeel van een samenhangende sociale programmering. In het omgevingsplan is deze functie echter niet locatievast vastgelegd en slechts via vergunningverlening mogelijk gemaakt, zonder kwantitatieve borging of ruimtelijke eisen. Volgens indieners betekent dit dat een essentieel sociaal programmaonderdeel niet is verankerd. Gemeente Maassluis - RapportDatum - RapportTitel
41
Beoordeling gemeente De Gebiedsvisie heeft een beleidsmatig en richtinggevend karakter en bevat programmatische ambities voor inclusieve en zorggerelateerde woonvormen. Het omgevingsplan borgt deze ambitie op een wijze die past binnen de juridische systematiek van de Omgevingswet: door de functie zorgwonen planologisch mogelijk te maken binnen het gebied en deze te koppelen aan beoordelingsregels voor ruimtelijke en functionele inpassing. Binnen deze kaders kan bij vergunningverlening worden getoetst op onder meer aansluiting bij de omgeving, verblijfskwaliteit, groeninpassing, bereikbaarheid van voorzieningen en passend gebruikskarakter. Deze werkwijze biedt flexibiliteit om het programma zodanig te positioneren dat het aansluit bij zorgvraag, fasering en samenwerking met zorgpartners, terwijl de ruimtelijke kwaliteit geborgd blijft. Het vastleggen van één starre, locatievaste en kwantitatief begrensde invulling in de planregels is in deze fase niet noodzakelijk en zou de gewenste ontwikkelruimte onnodig beperken. De ambitie uit de Gebiedsvisie blijft richtinggevend bij de uitwerking en wordt in beleid en vergunningtoetsing concreet meegewogen. Wel wordt in de toelichting bij vaststelling verduidelijkt op welke wijze de doelstelling voor “beschut wonen” wordt betrokken bij de verdere programmering en besluitvorming. Conclusie/ gevolg Geen aanpassing van planregels.