Bijlage 1 Sportnota Maassluis Sport
Tekst van het document
stellen van zwemwater voor verenigingen. In Maassluis is ook een zwembad.
Gemeenten investeren in de regel in de sportfaciliteiten van buitensportaccommodaties. Het gaat daarbij dan primair om de sportvelden. In veel gevallen zijn ook lichtinstallaties de verantwoordelijkheid van de gemeenten. De clubgebouwen zijn in de regel een (financiële) verantwoordelijkheid van verenigingen. Het eigendom van kleedgebouwen is divers (gemeentelijk of van de vereniging), maar de meeste gemeenten hebben hier of een subsidie voor of investeren zelf in de kleedgebouwen. In Maassluis is sprake van een investering in sportvelden door de gemeente, de verantwoordelijkheid voor kleedkamers en kantines ligt bij de verenigingen en er is een gemeentelijke subsidieregeling voor investeringen in sportaccommodaties, specifiek ook voor kleedgebouwen.
Commerciële sport wordt in sommige gemeenten gekoppeld aan het bewegingsonderwijs. Door afspraken te initiëren tussen scholen en fitnesscentra (maar ook bijvoorbeeld klimmuren en ijsbanen) kan een breder aanbod van bewegingsonderwijs ontstaan en kunnen in sommige gevallen meer klokuren bewegingsonderwijs worden gerealiseerd, terwijl daarvoor geen nieuwe (binnensport)accommodaties hoeven te worden gerealiseerd. De ambitie en financieringsmogelijkheden van deze extra uren van een gemeente zijn hierbij bepalend. De gemeente speelt in deze gevallen vooral een subsidieverstrekkende rol (extra klokuren bewegingsonderwijs). Beperkingen hierbij zijn de reisafstanden voor basisschool leerlingen naar deze accommodaties.
De meeste gemeenten beschikken daarnaast over een tennisaccommodatie. Die ac-
Ongeorganiseerde (of anders georganiseerde) sport is moeilijk te vatten. Er is immers
commodaties zijn in meerderheid in particulier beheer en eigendom (zonder
sprake van een niet per se duidelijk herkenbare doelgroep (en zonder specifieke 22
aanspreekpunten). Sommige gemeenten richten zich daarom nadrukkelijker op een facili-
Omdat commerciële sport (geen primaire verantwoordelijkheden voor een gemeente) en
terende rol binnen de ruimtelijke ontwikkeling. ‘Gezond leven’ en het faciliteren daarvan is
ongeorganiseerde sport (lastig te definiëren welke doelgroep precies gefaciliteerd moet
in steeds meer gemeenten een centraal uitgangspunt. Bij de (her)ontwikkeling van wijken
worden) onvoldoende tastbaar zijn en de gemeentelijke rol ook diffuus is, wordt in deze
wordt in dat kader ook steeds meer aandacht besteed aan de buitenruimte, die beweeg-
rapportage vooral ingezoomd op de rol van de gemeente bij accommodatievraagstukken
vriendelijker kan zijn: voldoende groen, voldoende wandel- en fietspaden, kiezen voor extra
en georganiseerde sport.
beweegruimte in plaats van voor extra woningen. De rol van de gemeente is hierbij vooral een planmatige. Hier ligt ook een relatie met de Omgevingswet (in ontwikkeling / besluitvorming).
4.3.3
Beheer, organisatie en uitvoering
De organisatie van de sport is in gemeenten verschillend georganiseerd. Accommodaties In het algemeen zijn er vijf vormen van beheer van accommodaties te onderscheiden:
Gemeentelijk beheer: de gemeente is zelf verantwoordelijk voor beheer en exploitatie van binnen- en buitensportaccommodaties en het zwembad. Van oudsher was dit de meest voorkomende vorm van beheer. Een aantal decennia geleden zijn gemeenten in voorkomende gevallen overgegaan tot de oprichting van een stichting (veelal voor het gemeentelijke zwembad).
Stichting: voor de exploitatie van de accommodaties (vaak het zwembad) is een stichting (zonder winstoogmerk) opgericht.
Commerciële exploitant: Sportfondsen Nederland exploiteert al sinds de jaren ’30 van de vorige eeuw voor verschillende gemeenten (vooral) het zwembad. Vanaf de jaren ’90 zijn er meer exploitanten op de markt gekomen (waaronder Optisport en Laco) en ontstond een privatiseringsgolf, vaak als gevolg van een kerntakendiscussie. In eerste instantie vooral rond de exploitatie van de zwembaden, maar later ook voor alle sportaccommodaties.
Sportbedrijf: in gemeenten waar een kerntakendiscussie niet geleid heeft tot privatisering naar een commerciële exploitant, maar waar wel behoefte is aan een scherpe, juridisch vormgegeven scheiding van beleid en uitvoering, is verzelfstandiging in de
Maassluis heeft overigens een aantal beweegobjecten in de buitenruimte gerealiseerd in
vorm van een overheidsbedrijf een goed alternatief. Sommige sportbedrijven opereren
het kader van ongeorganiseerde sport en gaat binnenkort weer investeren. Die investeringen worden door meerdere gemeenten gedaan.
inmiddels ook regionaal. De laatste jaren zijn er steeds meer sportbedrijven ontstaan.
Een combinatie van beheervormen: in verreweg de meeste gemeenten is er een combinatie van verschillende beheervormen (gemeentelijk en commercieel/stichting/sportbedrijf). Daarbij hebben buitensportverenigingen in de meeste gevallen ook een beherende en exploiterende rol voor hun sportaccommodatie. Ook in Maassluis is 23
sprake van een combinatie: de gemeente is verantwoordelijk voor de binnensport, de
wordt een dekkingspercentage voor die kostprijs bepaald. Hierdoor ontstaat meer
verenigingen exploiteren de van de gemeente gehuurde buitensportaccommodaties
transparantie in de kosten van de sport (rechtmatigheid en doelmatigheid).
en een stichting beheert het zwembad. De afgelopen jaren kiezen steeds meer gemeenten ervoor om die kosten (en de kostprijs) Met name wanneer de gemeente (een deel van) haar uitvoerende taken heeft uitbesteed
inzichtelijk te maken. In een aantal gemeenten is ook onderzocht in hoeverre de volledige
of verzelfstandigd, ontstaat meer een regierol voor de gemeente en komt de uitvoering op
kostprijs doorbelast kon worden aan verenigingen. Vanwege de financiële draagkracht van
afstand te staan. Beheer en exploitatie van de sport zijn niet uniform georganiseerd in Ne-
verenigingen wordt daar niet voor gekozen (of worden verenigingen gesubsidieerd voor
derland en is ook niet eenduidig in relatie tot de omvang van een gemeente. Een en ander
hun accommodatiekosten).
is afhankelijk van de wensen van gemeenten. Wanneer de kostprijs van accommodaties inzichtelijk gemaakt wordt, varieert het dekkingsOverige uitvoering: sportstimulering, verenigingsondersteuning en buurtsportcoa-
percentage (de in rekening te brengen tarieven). Er is een verschil tussen buitensport- en
ches
binnensportaccommodaties, waarbij de dekking van binnensportaccommodaties hoger ligt
Ook de wijze waarop de overige uitvoerende taken zijn georganiseerd, verschilt per ge-
dan van buitensportaccommodaties. Ook varieert het dekkingspercentage tussen bui-
meente. Waar een sportbedrijf actief is, zijn ook sportstimulering en verenigingsondersteu-
tensportverenigingen in sommige gemeenten. Daarnaast verschilt de grondslag van de
ning daar vaak ondergebracht. In veel andere gevallen worden sportstimulering en
kostprijsberekening tussen gemeenten: wel/niet meenemen van de kapitaallasten of het
verenigingsondersteuning door de gemeente uitgevoerd. Dat is in Maassluis voor sportsti-
groot onderhoud, de wijze van toerekening van kosten (looptijd van afschrijvingstermijnen,
mulering ook het geval.
rentepercentages).
Sinds 2012 kunnen gemeenten met financiering vanuit het ministerie van VWS buurtsportcoaches inzetten. Ook hiervoor gelden verschillende constructies: in dienst bij de ge-
De gehanteerde tarieven voor buitensportaccommodaties en binnensportaccommodaties
meente, in dienst bij een stichting of sportbedrijf of in dienst bij een welzijnsorganisatie. In
zijn daarmee moeilijk landelijk vergelijkbaar en zijn afhankelijk van het gekozen model. Feit
Maassluis zijn de buurtsportcoaches in dienst van Welzijn E25.
is dat voor vrijwel alle publieke sportaccommodaties in relatie tot de financiële draagkracht van verenigingen en het toegankelijk houden van sport een directe of indirecte subsidie van
Tarieven en subsidies
toepassing is.
De tarifering van sportaccommodaties is van oudsher in gemeenten historisch bepaald. Uit onderzoek van het Mulier Instituut (Brancherapport Sportaccommodaties,
Naast de eventuele accommodatie gerelateerde subsidies hebben gemeenten een ver-
2015) komt naar voren dat in 2015 in bijna 75% van de gemeenten nog sprake was
scheidenheid aan subsidies: activiteitensubsidies, waarderingssubsidies (vaak historisch
van historisch gegroeide tarieven. Dit zijn veelal laagdrempelige tarieven, waardoor de
gegroeid) en investeringssubsidies, bijvoorbeeld voor nieuwe kleedkamers, lichtinstallaties
huur voor sportverenigingen is op te brengen zonder dat er sprake hoeft te zijn van
of verduurzaming.
een subsidie voor accommodatiekosten. Daarmee wordt geen geld ‘rondgepompt’ en wordt de sport laagdrempelig gehouden.
In hetzelfde rapport komt naar voren dat in 28% van de gemeenten sprake was van een kostprijsgerelateerde huur. In dat geval wordt de kostprijs inzichtelijk gemaakt en
4.4
Intrinsieke waarde van sport
Sport en bewegen is voor veel mensen een populaire vorm van vrijetijdsbesteding. Wanneer er sprake is van sport als doel, dan is het belangrijkste doel het plezier en de voldoening die je uit sport kan halen, ook wel de intrinsieke waarde van sport. 24
De gemeente Maassluis vindt het belangrijk dat zoveel mogelijk inwoners sporten en be-
een beweegcoach voor aangepast sporten. Voor volwassenen zijn er geen specifieke acti-
wegen. De inwoners moeten de weg richting de sport- en beweegaanbieders weten te vin-
viteiten, maar wordt wel geïnvesteerd in sportaanbod in de openbare ruimte (specifiek voor
den. Het aanbieden van sport en bewegen is een taak van de sport- en beweegaanbieders.
ongeorganiseerd sporten). Voor ouderen zijn er de triminstuiven, die voorzien in een spe-
Dit sluit aan bij de gedachte van de participatiemaatschappij: iedereen die dat kan neemt
cifieke behoefte. De triminstuiven (breed en divers sportaanbod, niet specifiek gericht op 1
verantwoordelijkheid voor zijn eigen leven en omgeving. Maar daar waar dit niet lukt kan
tak van sport) worden door de gemeente georganiseerd. Op termijn kan gekeken worden
de gemeente een faciliterende rol vervullen.
of deze triminstuiven door verenigingen (qua organisatie) kunnen worden overgenomen, maar dit is geen doel op zich.
4.4.1
Sportstimulering
Een ambitie is dat elk kind moet kunnen sporten. Ieder kind verdient het om mee te doen. In samenwerking met de scholen, het Jeugdfonds Sport & Cultuur en de buurtsportcoaches kan deze ambitie vorm krijgen. Scholen kunnen hierin een signaalfunctie hebben en de weg wijzen, met de buurtsportcoaches als intermediair. Een buurtsportcoach als intermediair is laagdrempelig want de buurtsportcoach is vaak al een bekend gezicht in de buurt. In de gemeente is ruim 20% van de bevolking 65 jaar of ouder. De vergrijzing zet ook nog door. Met sport- en beweegbeleid kan worden ingespeeld op de vergrijzing. Verenigingen kunnen we faciliteren om het aanbod beter te laten aansluiten op behoeften van ouderen. Wanneer de ouderen de weg naar de vereniging vinden kan deze doelgroep ook een maatschappelijke rol vervullen door het verrichten van vrijwilligerswerk. De inwoners van Maassluis moeten een leven lang kunnen sporten of betrokken zijn bij de sport. De manier waarop de inwoners sporten en bewegen is ook veel veranderd de afgelopen jaren. Van georganiseerd in verenigingsverband naar individueel of in groepsverband en ongeorganiseerd sporten. De sporter is niet meer in één hokje te plaatsen. Wanneer de inwoners individueel of in groepsverband in de openbare ruimte willen sporten is samenwerking tussen anders georganiseerde sporten en de clubs noodzakelijk.
Ongeorganiseerde sporters worden ondersteund en waar mogelijk gefaciliteerd door de gemeente. Dit gebeurt vooral via het creëren van beweegvriendelijke ruimte in ontwikkelingsplannen voor nieuwbouw of herstructurering en kan opgenomen worden in de gebiedsontwikkeling bij
4.4.2
dergelijke plannen.
Om op een prettige en veilige manier te kunnen sporten en bewegen is het belangrijk dat
Accommodaties
er kwalitatief en kwantitatief voldoende sportaccommodaties zijn, die voldoen aan de eisen De gemeente Maassluis organiseert (succesvol) een groot aantal activiteiten in het kader
voor het bewegingsonderwijs, van de sportbonden en de huidige tijd (o.a. duurzaamheid).
van sportstimulering. Dit gebeurt vooral goed voor de doelgroep 4-12 jaar. Daarnaast is er 25
Met het sportaccommodatiebeleid worden de voorwaarden geschapen om op een goede
Naast deze capaciteit hebben we ook te maken met een groei van het aantal leerlingen
manier sport te kunnen beoefenen. Met de beschikbaarstelling van de accommodaties of
vanwege de uitbreiding van het woningareaal en daarmee de groei van de gemeente. In
om ten aanzien van accommodaties faciliterend te zijn, worden de inwoners in staat gesteld
het nieuwe Meerjaren Onderwijshuisvestingsplan (MOHP 2021) is hiermee rekening ge-
sportief actief te zijn. Het sportaccommodatiebeleid is hierin één van de middelen van het
houden. Bij de planning van vervangingen of nieuwbouw van binnensportaccommodaties
algemene sportbeleid.
wordt het MOHP 2021 als uitgangspunt gehanteerd.
In de sportnota 2013 – 2017 is uitgebreid ingegaan op de ambities, de uitgangspunten en
Stand van zaken ontwikkeling binnensportaccommodaties:
de planning met betrekking tot de accommodaties in Maassluis. Een groot deel van deze
De stand van zaken met betrekking tot vervanging en nieuwbouw van binnensportaccom-
uitgangspunten is nog actueel en eerder al vastgelegd door College en Raad.
modaties is als volgt:
Het tarievenbeleid voor de gemeente Maassluis is vastgesteld in 2017. In het tarievenbeleid
zijn de kosten voor de sportaccommodaties inzichtelijk gemaakt (kostprijsberekeningen) en is gekozen voor een systematiek van het doorbelasten van deel van de kosten (dekkings-
IKC De Kindertuin is gerealiseerd en in augustus 2018 in gebruik genomen. Gymnastieklokaal Wassenaer van Obdamstraat is met de realisatie van De Kindertuin buiten gebruik gesteld en zal worden gesloopt.
De sportzaal Sportlaan heeft zich ontwikkeld van een enkelvoudige sportzaal, zoals in
percentage) voor buitensport- en binnensportverenigingen. Bij de binnensport is nog een
de sportnota 2013 is beschreven, tot een dubbele sportzaal waarin twee groepen te-
onderscheid gemaakt tussen sporthaltarieven en tarieven voor gymnastiekzalen. Het tarie-
gelijk bewegingsonderwijs kunnen krijgen. In de twee zaaldelen of op het center court
venbeleid is ook voor de sportnota 2022+ van toepassing.
kunnen tevens officiële basketbalwedstrijden plaatsvinden. Tegelijkertijd zal hier een nieuw clubhuis van de basketbalvereniging worden gerealiseerd. Voor de sportzaal
Binnensportaccommodaties
Sportlaan heeft de gemeenteraad in november 2021 besloten in te stemmen met het
Bewegingsonderwijs
definitief ontwerp van de sportzaal en het voorlopig ontwerp van de buitenruimte en is
De binnensportaccommodaties zijn primair gebouwd om te kunnen voldoen aan de wette-
een krediet voor de realisatie beschikbaar gesteld.
lijke verplichting om ruimte te hebben voor het bewegingsonderwijs voor het primair en
In maart 2017 is uitgesproken dat de Olympiahal moet worden vernieuwd om te kun-
voortgezet onderwijs. De lestijden zijn overdag. Hiermee ontstaat de mogelijkheid om deze
nen voldoen aan de eisen voor het bewegingsonderwijs en de wedstrijdsport. Renova-
accommodaties ’s avonds en in het weekend in te zetten voor de sport. Dit is een goede
tie is wegens ouderdom onvoldoende. De akoestiek en de maatvoering van de
en gebruikelijke manier om te komen tot een optimale en kostenefficiënte bezetting van
speelvloer zijn onvoldoende. Met de behandeling van de begroting 2021 is er voor
deze accommodaties.
gekozen om qua prioritering de nieuwe Olympiahal voorrang te geven boven de vernieuwing van de Haydnlaan. De reden hiervoor is de beperking in de beschikbaarheid
Voor de spreiding van de voorzieningen voor bewegingsonderwijs wordt rekening gehou-
van middelen en het feit dat de nieuwe sporthal een veel groter en multifunctioneler
den met een (wettelijke) maximale loopafstand tussen de school en de sportaccommodatie.
gebruik heeft voor scholen, trainingen en wedstrijden van verenigingen, instuiven en
Voor het primair onderwijs is dit 1.000 meter hemelsbreed. Zo mogelijk wordt de afstand in
andere activiteiten. De doelgroep is hiermee beduidend groter dan die voor de sport-
Maassluis korter gehouden. Het aantal lesuren bewegingsonderwijs per groep was in
zaal aan de Haydnlaan.
Maassluis al 1,5 uur. Het wetsvoorstel hieromtrent, per 2023, heeft derhalve geen consequenties voor de capaciteitsvraag; hier wordt al rekening mee gehouden.
De ambitie is om het gymnastieklokaal dat nu aan de Haydnlaan staat, te vervangen en een nieuwe sportzaal te realiseren. Deze sportzaal dient vooral om het bewegingsonderwijs van de school Het Balkon onder te brengen. Verder zal deze in de avonduren 26
en de weekenden gebruikt worden voor overig sportgebruik. Voor deze zaal heeft de
te brengen. Bij Wilgenrijk is vanwege het capaciteitstekort in de Wethouder Smithal
gymnastiekvereniging Maassluis het idee om hierin aanvullende voorzieningen voor
een nieuwe sportzaal nodig.
gymnastiek te realiseren. Gelet op het huidige financiële perspectief, is de realisatie
Een aandachtspunt hierbij zijn de leerlingen van de Parasol. Er wordt nog nagedacht
deze extra voorziening nu niet haalbaar.
op welke wijze het speciaal basisonderwijs (sbo) in de toekomst zal worden gegeven
Voor het gymnastieklokaal De Parkiet is indertijd het standpunt ingenomen dat op het
en welke capaciteit voor bewegingsonderwijs vervolgens nodig is. Hiermee is in de
moment dat de andere binnensportaccommodaties in ontwikkeling of gereed zijn, na-
visie en planning nog geen rekening gehouden.
der zal worden bepaald hoe de toekomst van deze zaal er uit komt te zien. Voor het bewegingsonderwijs wordt deze zaal nu gebruikt voor de school De Regenboog. Het
Concluderend dient bij het hanteren van de nieuwe prognoses, de verschuivingen met be-
gymnastieklokaal aan de Haydnlaan kan geen plaats bieden aan de uren voor de Re-
trekking tot de onderwijslocaties in het MOHP en het aantal uren bewegingsonderwijs (2
genboog, omdat Het Balkon deze zaal al vult. Hierdoor dient het gymnastieklokaal De
lesuren per groep per week) een nieuwe sportzaal bij Wilgenrijk moet worden gerealiseerd.
Parkiet gehandhaafd te blijven en is de omvorming naar een sportzaal, conform het
Met deze sportzaal is in de ruimtelijke plannen rekening gehouden.
uitgangspunt in de sportnota 2013, noodzakelijk. Voor het avond- en weekendgebruik zijn we daarnaast ook afhankelijk van De Parkiet. We onderzoeken of een combinatie van de nieuwbouw van twee gymnastieklokalen tot een grote sportzaal ter vervanging van de huidige gymnastieklokalen Haydnlaan en De Parkiet mogelijk is.
In het vigerende coalitieakkoord is opgenomen dat de Wethouder Smithal gemoderniseerd moet worden. Hierbij is de modernisering niet verder ingevuld en zijn er geen middelen ter beschikking gesteld. We zullen de accommodatie onderhouden en de middelen die nodig zijn voor de uitvoering van het onderhoud inzetten om waar mogelijk ook de uitstraling te verbeteren. De tribunes zijn deze zomer vervangen en er zijn plannen om zonnepanelen te plaatsen. Een grootschalige renovatie is binnen de huidige financiële mogelijkheden niet aan de orde.
De gemeenteraad heeft een motie aangenomen waarin gevraagd wordt te onderzoeken of het proces van vernieuwing van de binnensportaccommodaties kan worden versneld door dit onder meer te combineren met de woningbouwontwikkeling. Wellicht vergroot een combinatie met woningbouw de haalbaarheid van de realisatie van binnensportaccommodaties. Hierbij kan gedacht worden aan de Olympiahal en vervanging van de Haydnlaan en De Parkiet. Ook kan het realiseren van een dubbele sportzaal voor De Parkiet en de Haydnlaan in plaats van twee aparte sportzalen schaalvoordeel bieden. Op termijn gaan de Kardinaal Alfrinkschool en De Dijk samen in een nieuwe school in Wilgenrijk. Bij dit scenario constateren we dat de wethouder Smithal vol zit en er geen ruimte is om de leerlingen van de school in Wilgenrijk onder
27
Kwaliteit en achterstallig onderhoud
Buitensportaccommodaties
De roep om de verbetering van de binnensportaccommodaties leeft al geruime tijd in de
De verenigingen zijn over het algemeen tevreden over de buitensportaccommodaties. We-
gemeente. Ook de sportverenigingen en de MSR maken hier melding van. Het moment
gens de technische levensduur zijn de komende jaren diverse vervangingen nodig van
waarop accommodaties verbeterd kunnen worden, is afhankelijk van de beschikbare finan-
sportvelden. Conform de bestaande verantwoordelijkheidsverdeling zijn verenigingen zelf
ciële middelen, maar ook van de beschikbaarheid van passende fysieke locaties. Het eer-
verantwoordelijk voor de instandhouding van hun kantines en kleedkamers.
ste voornemen om te komen tot een impuls voor de binnensportaccommodaties is opgenomen in de sportnota 2013. De planning in deze nota is niet gehaald. Hierdoor is de
Met de sportnota 2013 – 2017 is de kleedkamersubsidie in het leven geroepen. Hiermee
kwaliteit van de verschillende accommodaties achteruitgegaan. Onderhoud en investerin-
worden buitensportverenigingen in staat gesteld de verenigingsaccommodaties op te knap-
gen daarvoor zijn uitgesteld. Als het gaat om de Olympiahal en de gymnastieklokalen aan
pen. De verenigingen kunnen een subsidie krijgen voor de kleedkamers als zij zelf inves-
de Haydnlaan en De Parkiet, wordt op korte termijn onderzocht hoe vervanging of nieuw-
teren in het opknappen van de sportkantine. Er hebben sinds 2013 6 sportverenigingen
bouw zo optimaal mogelijk uitgevoerd kan worden. Uitstel van vervangingen zal leiden tot
gebruik gemaakt van deze regeling. Excelsior Maassluis heeft plannen om met behulp van
het noodzakelijkerwijs uitvoeren van onderhoud om te voldoen aan de wettelijke eisen. Dat
de kleedkamersubsidie de accommodatie op te knappen. Een deel van de resterende mid-
heeft niet de voorkeur.
delen van de subsidie kunnen binnen de kaders van de bestaande regeling hier voor ingezet worden. De kleedkamersubsidieregeling wordt zodanig aangepast, dat per verzoek
De vraag is nog in hoeverre de realisatie van verschillende sportzalen kan voorzien in de
beoordeeld wordt of aan het verzoek voldaan kan worden.
behoefte van een aantal binnensportverenigingen om meer uren af te nemen (voor nieuwe activiteiten of voor meer trainingsuren, zodat verenigingen wellicht uit kunnen gaan van een
Met het oog op het verduurzamen van sportaccommodaties hebben we het voornemen om
hoger ambitieniveau rond wedstrijdsport).
de traditionele lichtinstallaties te vervangen door (duurzame) LED-verlichting. Een uitvoeringsplan zal hiervoor nog worden opgesteld.
Op het moment dat de sportzaal Sportlaan gerealiseerd is, is er extra capaciteit aan zaalruimte. Green Eagles zal deze zaal gebruiken voor haar wedstrijden en trainingen. Hierdoor komt er ruimte voor trainingen en wedstrijden vrij in de Wethouder Smithal. De gemeente Maassluis verwacht dat hiermee voldoende capaciteit vrijkomt om knelpunten in de huur van de sportaccommodaties door binnensportverenigingen grotendeels op te lossen. Met de vaststelling van de kadernota 2022 door de gemeenteraad (juni 2021) is een besluit genomen over de voorgenomen investeringen in de binnensportaccommodaties voor de komende jaren. Om de financiën per investering daadwerkelijk vrij te maken, wordt per investering een voorstel gedaan aan de gemeenteraad.
Zwembad Het zwembad heeft in de gemeente Maassluis een belangrijke maatschappelijke functie. Met ongeveer 33.000 inwoners heeft het zwembad ook bestaansrecht (zie hiervoor ook paragraaf 4.3.1). Ook met het oog op de groei van Maassluis blijft het een belangrijke maatschappelijke voorziening, onder meer voor zwemlessen (veiligheid van kinderen), verenigingen, recreatie en gezondheid (banenzwemmen). Ten aanzien van het zwembad is het beleidsuitgangspunt geformuleerd dat het zwembad een basisvoorziening is en met een financiële bijdrage van de gemeente in stand gehouden wordt.
28
4.5
twee zaken van belang zijn: de basis bij verenigingen is op orde (vitale c.q. krachtige ver-
Maatschappelijke waarde en impact
enigingen). En verenigingen hebben vooral ook een concrete vraag nodig. Feitelijk de kern 4.5.1
van veel sporters: een doel, een beoogd resultaat, een stip op de horizon.
Van intrinsieke naar (ook) maatschappelijke waarde van sport
Vanaf halverwege de jaren ’00 (met het uitkomen van de nota Tijd voor Sport van het ministerie van VWS) werd er ook aandacht gevraagd voor de maatschappelijke waarde die
4.5.2
sport in zich heeft. De sport werd nadrukkelijker gekoppeld aan thema’s als participatie,
Verbinding naar andere beleidsthema’s
Potentiële maatschappelijke thema’s in Maassluis
integratie, gezondheid en arbeidsintegratie. Hiermee werden nieuwe waarden aan de sport
In de nota Samen Doen (2019) wordt een kader en uitvoeringsrichting geschetst hoe de
toegekend. Hoe die nieuwe potentiële waarden ook daadwerkelijk tot toegevoegde waarde
sociale infrastructuur ingericht kan worden. De nieuwe sportnota is daar een natuurlijke
zou kunnen leiden, was lastig. Het was nieuw, er waren nog geen proven practices, veel
afgeleide van. Daarnaast heeft de maatschappelijke waarde van sport in Maassluis nadruk-
initiatieven waren nog vooral projectmatig van aard. Fundamenteel onderzoek op de effec-
kelijke raakvlakken met thema’s uit andere beleidsnota’s en uitvoeringsplannen. Denk daar-
ten van sport op thema’s van de maatschappelijke agenda ontbrak vaak nog. Er waren wel
bij aan de uitvoeringsagenda Samen Gezond Maassluis, het Actieplan Eenzaamheid, de
assumpties over het effect van sport en bewegen op bijvoorbeeld ziekteverzuim, arbeids-
ontwikkelagenda Ouderen en het jeugd-, onderwijs- en armoedebeleid. De waarde van
productiviteit en zorgkosten, of de bijdrage die sportverenigingen konden leveren aan het
sport is daarmee geen losstaand thema, maar een stevig onderdeel van de sociale agenda
tegengaan van eenzaamheid en inclusie, maar onderzoek daarover werd net opgestart en
en de sociale infrastructuur in Maassluis.
resultaten waren nog niet bekend. De maatschappelijke waarde en impact van sport is in het kader van de ontwikkeling van Bovendien werd de sportsector vaak als panacee, wondermiddel, gezien. De sportsector is
de sportnota 2022+ besproken met een vertegenwoordiging van beleidsadviseurs Sociaal
immers, net als het onderwijs, een vindplaats van veel verschillende doelgroepen: jong en
Domein en met een vertegenwoordiging vanuit de sportverenigingen en de MSR.
oud, arm en rijk, autochtoon en allochtoon. De sportsector (en dan met name de verenigin-
Vanuit de beleidsadviseurs Sociaal Domein wordt de potentiële kracht van sport bij maat-
gen) werd gevraagd om bijdragen te leveren op veel verschillende maatschappelijke
schappelijke thema’s gezien. Vier thema’s kwamen tijdens de gesprekken als meest kans-
thema’s. Zonder daarbij aan te geven hoe dat precies moest gebeuren. Tegelijk werd de
rijk en realistisch naar voren:
georganiseerde sport geconfronteerd met nieuwe opgaven binnen haar primaire taken: te-
een gezonde(re) samenleving mede met hulp van verenigingen tot stand kan komen.
ruglopende aantallen vrijwilligers (onder meer bij het technisch kader, om teams te trainen en coachen), grotere regeldruk rond de exploitatie van kantines, een groter kostenbewust-
Gezondheid en vitaliteit: een natuurlijke verbinding, waarbij de wens om te komen tot
Participatie en ontmoeting: eveneens een natuurlijke verbinding. Sportverenigingen
zijn van gemeenten en de wens tot doelmatigheid en doeltreffendheid van uitgaven (bij-
zijn intrinsiek in staat om verschillende doelgroepen aan zich te binden. Een van de
voorbeeld
primaire functies van verenigingen is immers ontmoeting.
via
meer
kostprijsdekkende
huren
voor
sportaccommodaties).
De
georganiseerde sport focust zich met al die uitdagingen in eerste instantie op hun primaire
bestaansrecht: het organiseren van wedstrijden en trainingen en het in standhouden van
gebied.
een verenigingsleven. Niet alle verenigingen zijn daarnaast krachtig genoeg om een rol te spelen op de maatschappelijke agenda. Tegelijkertijd voelen veel verenigingen zichzelf na-
Talentontwikkeling: binnen verenigingen kunnen talenten verder ontwikkeld worden, zowel op sportief vlak (op het eigen niveau) als bijvoorbeeld op sociaal-emotioneel
Veilig sportklimaat en vroegsignalering
drukkelijk onderdeel van de samenleving. En zien ze zelf ook, soms concrete, soms abstracte mogelijkheden om een aanvullende maatschappelijke rol te spelen. Uit ervaringen
Tegelijk wordt onderkend dat geen onrealistische verwachtingen gesteld mogen worden
bij verschillende gemeenten en verenigingen komt naar voren dat daarvoor in ieder geval
aan de georganiseerde sport. Vitale, krachtige sportverenigingen moeten om daadwerkelijk 29
een bijdrage te leveren aan de maatschappelijke agenda daarbij ondersteund worden door de gemeente of andere professionele organisaties. Waarbij subsidieregelingen ook specifiek beschikbaar en bereikbaar gemaakt kunnen worden voor de sport. Gezondheid en vitaliteit Dit is een natuurlijke verbinding, waarbij de wens om te komen tot een gezonde(re) samenleving mede met hulp van verenigingen tot stand gebracht kan worden. Via wedstrijden en trainingen dragen verenigingen natuurlijk al bij aan dit maatschappelijke thema. Tegelijk kunnen door inzet op aanvullend sportaanbod, zoals G-hockey of -korfbal, walking football en specifieke volwassenencompetities andere doelgroepen bereikt worden. Daarnaast zijn de meeste sportverenigingen inmiddels wel (gedeeltelijk) rookvrij. En zijn er regels over alcoholgebruik (wie, wanneer). Tegelijkertijd zijn er steeds meer sportverenigingen die al dan niet met ondersteuning van sportbonden en gemeenten concepten als De Gezonde Sportkantine omarmen. Om een gezond alternatief, naast het reguliere aanbod, te promoten. Clubs bieden in dat kader (al dan niet met hulp van sponsoren) bijvoorbeeld gratis fruit aan in de kantine. Gezonde sportkantine Na een goede training of fanatieke wedstrijd gaat er niets boven samen nagenieten in de
Participatie en ontmoeting
kantine of op het terras. Team:Fit is hierbij de werkwijze waarmee Jongeren op Gezond
Leden van sportverenigingen (en de ouders van de jeugdleden) vertegenwoordigen vaak
Gewicht (JOGG) zich inzet voor een gezondere sportomgeving, onder andere door het
een dwarsdoorsnede van de (lokale) samenleving. Elk lid met zijn eigen achtergrond en
voedingsaanbod in sportkantines en horeca van -accommodaties gezonder te maken.
kwaliteiten. Verenigingen richten zich met hun activiteiten daarom impliciet ook op ontmoe-
Daarnaast is er aandacht voor een rookvrij sportterrein en verantwoord alcoholgebruik.
ting. De vereniging is onderdeel van de lokale gemeenschap, met verbindingen naar het
Een mooi voorbeeld hiervan is te zien in Twello, waar bij VHC Twello, de kantine als tweede
onderwijs (de jeugdleden) en het bedrijfsleven (sponsoren). Om participatie (iedereen doet
van Nederland een ‘gouden sportkantine’ is. In de sportkantine van Twello is altijd vers fruit
mee) te bevorderen, sociale contacten te ontplooien of eenzaamheid tegen te gaan. Dat
en fruitwater te vinden, op een prominente plek vlak naast de kassa. Daarnaast kan men
kan op verschillende manieren:
ook kiezen voor een bruine tosti, een mueslireep of relatief gezonde popcorn. De gemeente
Door nog gerichter in te zetten op bestaande regelingen als het Jeugdfonds Sport en
Voorst stimuleert de verenigingen hierbij en organiseert onder meer inspiratieavonden waar
Cultuur. In het lokale fonds in Maassluis zijn voldoende middelen beschikbaar. Het
verenigingen ervaringen kunnen delen.
ontbreekt echter aan voldoende intermediairs die kinderen kunnen aanmelden (zie kader).
Sportaanbod aanvullen met sportvormen voor nieuwe doelgroepen (zie ook het vorige thema)
30
Nieuw sportaanbod creëren: verschillende buitensportverenigingen in Nederland
sociaal-emotionele begeleiding. Verschillende gemeenten en sportbonden bieden daarbij
(voetbal, hockey, korfbal) hebben een jeu de boules tak opgericht, waarmee een hele
ondersteuning om die didactische vaardigheden te trainen en te ontwikkelen.
nieuwe doelgroep leden (vooral senioren) is bereikt. Ontwikkeling van vaardigheden Jeugdfonds Sport & Cultuur
De sportwereld is belangrijk bij het uitdragen en bewaken van waarden en normen in onze
Nederland is een rijk land maar toch groeien steeds meer kinderen op in armoede. Van-
samenleving. Een positieve sportcultuur is een cultuur waarin iedereen met plezier, eerlijk,
wege de coronacrisis hebben steeds meer ouders moeite de eindjes aan elkaar te knopen.
veilig en zorgeloos kan sporten. Waarin men niet buitengesloten of gediscrimineerd wordt,
Het Jeugdfonds Sport & Cultuur kan helpen om kinderen toch te laten sporten. Het Jeugd-
maar waar respect voor elkaar en de scheidsrechter hoog in het vaandel staat en waarin
fonds Sport & Cultuur zorgt voor betaling van de contributie en sportattributen voor kinderen
de grenzen van de ander gerespecteerd worden. Een inclusieve, open en vriendelijke sport-
die dat zelf niet kunnen betalen. Kinderen worden aangemeld door intermediairs, bijvoor-
cultuur. In zo’n sportcultuur kunnen kinderen zich het best ontwikkelen.
beeld leerkrachten, buurtsportcoaches of schuldhulpverleners. Intermediairs vullen daartoe
In het kader van ontwikkeling is er in Rotterdam via een sportpedagoog aandacht voor. De
een checklist in en doen een aanvraag bij het Jeugdfonds. Na goedkeuring zorgt het Jeugd-
sportpedagoog van Rotterdam Sportsupport is meerdere dagen per week aanwezig op de
fonds voor het lidmaatschap en eventueel bijvoorbeeld een tenue en schoenen.
locatie van de vereniging om bij te dragen aan het kansrijk, veilig en gezond laten opgroeien
Buurtsportcoaches vervullen vaak een verbindende functie tussen de school, de wijk en de
van jeugd in Rotterdam. De pedagoog op de club is voor vrijwilligers een vertrouwd gezicht
sportvereniging en kennen de doelgroep. Als een buurtsportcoach (namens de andere
als zij vragen hebben over afwijkend gedrag in de groep of zich zelfs zorgen maken over
buurtsportcoaches en in overleg met de scholen) zich concentreert op deze aanvragen,
een jeugdlid. Dit zorgt voor optimale inclusie. Kinderen worden zo goed mogelijk onder-
kunnen meer kinderen uit de doelgroep worden geholpen.
steunt in hun ontwikkeling en de sportvereniging is daarvoor een heel toegankelijke en laagdrempelige plek, want na thuis en op school is de sportvereniging de derde plek waar
Talentontwikkeling
kinderen de meeste tijd doorbrengen.
Kinderen en jongeren ontwikkelen zich op tal van aspecten. Op school worden hun cognitieve en sociale vaardigheden ontplooid en versterkt. Daarnaast zijn sectoren als de sport
Veilig sportklimaat en vroegsignalering
en cultuursector eveneens omgevingen waar vaardigheden worden ontwikkeld. Het gaat er
Er gaat steeds meer aandacht uit naar preventie en het voorkomen van maatschappelijke
daarbij om, net als op school, dat kinderen en jongeren zichzelf verder ontplooien. Het
knelpunten. Vanuit de jeugdzorg wordt er onder meer via scholen ingezet om problematiek
beste uit zichzelf halen. Nieuwe vaardigheden aanleren, groeien in hun ontwikkeling, het
bij kinderen en jongeren in een vroegtijdig stadium te signaleren (vroegsignalering). Sport-
beste uit jezelf halen. Dat kan op hoog niveau zijn (talent om te leren, om te sporten, om
verenigingen staan ook veelvuldig in contact met kinderen en jongeren en kunnen wellicht
muziek te maken). Maar dat kan ook het verbeteren van het eigen niveau zijn. Of ontdekken
(op hun eigen wijze) bijdragen aan die vroegsignalering.
dat je onvermoede talenten bezit. Parallel aan deze problematiek is er meer aandacht voor een veilige omgeving, ook in de Bij sport worden daarbij ook verschillende nevenvaardigheden aangeleerd: leren winnen
sport. Via het programma Veilig Sportklimaat werkt NOC*NSF samen met sportbonden en
en verliezen, omgaan met tegenslagen, samenwerken in en onderdeel zijn van een team.
verenigingen al enige jaren aan het versterken via die veilige omgeving.
Met de diversiteit van spelers (verschillende achtergronden, verschillende karakters) gaat het bij het ontwikkelen van talent niet alleen om sporttechnische begeleiding, maar ook om
31
Veilig sportklimaat
Wat verder duidelijk wordt uit alle gesprekken, is dat verenigingen vooral ook meerwaarde
Sporten in een veilige omgeving zou voor iedereen vanzelfsprekend moeten zijn. Onge-
moeten zien om bij te willen dragen op een specifiek thema. Kortom: het past bij de vereni-
wenst of niet integer gedrag past niet binnen de sport. Iedere week staan miljoenen Neder-
ging. De primaire doelen (wedstrijden en trainingen, ontmoeting) blijven centraal staan voor
landers op en rond sportveld, baan of bad. Sport brengt mensen samen. Zorgt dat ze
de verenigingen. Daarnaast benadrukken verenigingen dat van de sport geen wonderen
gezond blijven. Maar vooral dat ze plezier hebben. Meestal dan. Want soms gaat het mis.
mogen worden verwacht. En dat de gewenste bijdrage die de sport en sportverenigingen
Een scheldpartij, wat duw- en trekwerk of een serieuze vechtpartij. Dat wil niemand. Sport-
kunnen leveren, zo concreet mogelijk door de gemeente (of uitvoeringsorganisaties) uitge-
plezier, daar gaat het om.
vraagd wordt. Waarbij gefocust wordt op een beperkt aantal maatschappelijke thema’s.
Dat vinden ze ook bij hockeyclub Naarden in de gemeente Gooise Meren. Hier is een traject gestart dat heeft geleid tot vijf sportiviteit en respect kernwaarden. Deze kwamen voort uit
De beleidsterreinen die het dichtst bij de sportvereniging staan, zijn gezondheid en partici-
verschillende rondetafelgesprekken gehouden met vertegenwoordigers van alle doelgroe-
patie. In het kader van participatie en verbinding met de wijk – gemeente worden al activi-
pen binnen de club. Coaches, (jeugd) spelers, trainers, commissieleden en ouders mochten
teiten ontplooid. Of dat nu gaat om schoolsporttoernooien, festiviteiten tijdens Koningsdag
dromen over hun ideale club. Vervolgens zijn al deze kernwaarden zichtbaar gemaakt en
of ‘open’ toernooien (toegankelijk voor niet-leden). Vooral ook omdat deze activiteiten zor-
actief gecommuniceerd naar iedereen op de club. Zo is er bewustwording van het belang
gen voor zichtbaarheid en (hopelijk) aanwas van nieuwe leden. Daardoor is er de noodza-
van sportiviteit & respect bij alle leden gecreëerd en zijn de kernwaarden verankerd door
kelijke prikkel bij verenigingen om hierin te investeren (direct belang).
de regelmatige aandacht gedurende het seizoen. Verenigingen zijn daarnaast best bereid om een ander aanbod voor nieuwe doelgroepen 4.5.3
Visie van verenigingen en andere sportaanbieders
Met de sportverenigingen en uitvoeringsorganisaties als Welzijn E25 is de mogelijke maatschappelijke waarde van sport eveneens besproken. Uit die gesprekken komt naar voren dat er motivatie is bij sportverenigingen en de welzijnsorganisatie om nadrukkelijker een bijdrage te leveren aan de maatschappelijke agenda. Maar de sport kan niet over een kam geschoren worden. Zo is niet elke vereniging hetzelfde:
Verenigingen met eigen accommodaties (vooral de buitensportverenigingen) hebben andere mogelijkheden dan verenigingen die een sporthal of zwemwater huren.
De opbouw van verenigingen en daarmee de organisatiekracht van verenigingen is verschillend. Bij de meeste verenigingen is sprake van een divers ledenbestand (kinderen, jongeren, volwassenen). Gymnastiekverenigingen daarentegen hebben vooral jeugdleden en dientengevolge vaak ook een iets ander vrijwillig kader.
Verenigingen verschillen in vitaliteit en omvang. Krachtige vitale verenigingen zijn eerder in staat een rol te spelen, dan kleinere verenigingen die nog worstelen met hun primaire rollen.
te ontwikkelen om op deze thema’s verder te komen (bijvoorbeeld G-sport of aanbod voor senioren). Hierbij is wel ondersteuning nodig. En een specifieke vraag vanuit de gemeente. Of dat nu gaat om het delen van kennis over specifieke onderwerpen, ondersteuning bij de algemene organisatie van de vereniging of bij het ontwikkelen van nieuwe initiatieven. Verenigingsondersteuning via bijvoorbeeld buurtsportcoaches kan hiervoor mogelijk meer worden ingezet. Daarnaast zal gekeken kunnen worden naar regionale samenwerking. Specifieke doelgroepen zijn niet altijd omvangrijk in een afzonderlijke gemeente (bijvoorbeeld bij G-sport). Als verenigingen in de omgeving hier al initiatieven in genomen hebben, dan loont het soms meer om potentiële leden te verwijzen naar die omliggende verenigingen. Totdat er dusdanig veel aanwas is, dat een eigen team gestart kan worden. G-korfbal in Maasdijk Korfbalvereniging Dijkvogels uit Maasdijk was een van de eerste verenigingen met een Gkorfbal team. Als CKC Maassluis benaderd wordt door potentiële G-korfbal leden, wordt verwezen naar Dijkvogels. Hierover zijn tussen de clubs afspraken gemaakt. Er is in Maassluis en Vlaardingen een (gezamenlijke) beweegcoach Aangepast sporten, die (samen met de beweegcoach in Schiedam) dit soort ontwikkelingen ook stimuleert en verder uitwerkt. 32
en brengt (te) grote verantwoordelijkheden met zich mee. De samenvatting van de focus op de maatschappelijke thema’s Gezondheid en Participatie is dat iedereen een leven lang moet kunnen sporten, in een veilige en uitdagende omgeving. Jong of oud, arm of rijk, via reguliere sport of door aangepast sporten. Belangrijk bij het goed kunnen invullen van een eventuele maatschappelijke rol is dat verenigingen vitaal zijn op alle facetten: voldoende vrijwilligers, een duidelijke moderne verenigingsstructuur, een gezonde financiële exploitatie. Verenigingsondersteuning kan helpen om verenigingen op onderdelen verder te vitaliseren, bijvoorbeeld door andere vormen van vrijwilligersinzet. In veel gemeenten vindt die ondersteuning en kennisuitwisseling ook plaats via buurtsportcoaches. Dit stelt wel eisen aan de competenties van de buurtsportcoaches, die ook goed thuis moeten zijn in het verenigingsleven. Welzijn E25, die werkgever is van de buurtsportcoaches, ziet overigens goede mogelijkheden om de buurtsportcoaches ook in die ondersteunende rol in te zetten. Vitale sportverenigingen Nederland kent een uniek model qua sportinfrastructuur, met duizenden verenigingen in het land die een groot deel van het sportaanbod in Nederland organiseren. De vitaliteit en De andere twee genoemde maatschappelijke thema’s hebben vooral betrekking op de ontwikkeling van verenigingen en hun leden.
Talentontwikkeling is een vanzelfsprekend onderdeel van verenigingen. Verenigingen willen in veel gevallen, naast het zijn van een gezelligheidsvereniging, ook het beste uit hun leden halen. Op het eigen niveau. Onder meer door op een zo hoog mogelijk niveau te spelen (wedstrijdsport). Maar ook (jeugd)leden te helpen zich te ontwikkelen. Daarnaast hechten verenigingen aan het realiseren van een veilig sportklimaat. Leden moeten zich vrij en zichzelf voelen binnen de vereniging. Meer ondersteuning om trainers en ander kader bijvoorbeeld didactische en pedagogische vaardigheden bij te brengen (in het kader van talentontwikkeling en veilig sportklimaat) is daarbij wenselijk. Dat kan bijvoorbeeld via inzet van sportpedagogen of door onderlinge kennisuitwisseling. Over vroegsignalering (genoemd vanuit de gemeente) zijn verenigingen kritisch en terughoudend. Die rol staat te ver af van vrijwilligers, vergt een grote mate van professionaliteit
gezondheid van die sportverenigingen is daarbij cruciaal voor deze sportinfrastructuur. Daarnaast is die vitaliteit van belang voordat verenigingen überhaupt (meer) een maatschappelijke rol kunnen vervullen. In Amsterdam is een intensieve en langdurige pilot uitgevoerd om sportverenigingen verder te vitaliseren op hun primaire rollen (basis op orde), zodat ze daadwerkelijk een bijdrage konden leveren op maatschappelijke thema’s als integratie, inclusie en gezondheid. Via onderwijsinstellingen zijn studenten ingezet om verenigingen te helpen bij het verder structureren van de vereniging. In de gemeente Rotterdam doet Rotterdam Sportsupport al jaren hetzelfde. Zij werken aan vitale en veilige verenigingen, leveren verenigingsondersteuning, adviseren en pionieren vanuit het belang en de kracht van sport en verenigen. Samen met tientallen partnerorganisaties ontwikkelt en verbindt Rotterdam Sportsupport programma’s om Rotterdammers sportief en maatschappelijk in beweging te krijgen. Er wordt samengewerkt met ruim 350 Rotterdamse sportverenigingen.
33
4.6
Organisatie van de sport
Om meer regie te kunnen voeren, nadrukkelijk te kunnen sturen op de maatschappelijke
In Maassluis is sprake van een hybride situatie, waarbij de gemeente regisseur is van het
agenda en de uitvoering (onder meer verenigingsondersteuning) te versterken, zijn er een
sportbeleid en daarnaast beherende (binnensportaccommodaties) en uitvoerende (sport-
aantal opties.
stimulering, verenigingsondersteuning) taken heeft. Uitvoerende taken liggen daarnaast bij
Afspraken maken met Welzijn E25 en het onderwijs om meer uren vrij te spelen van
de stichting die het zwembad exploiteert, de buitensportverenigingen (exploitatie buiten-
buurtsportcoaches voor verenigingsondersteuning. Daarbij ontstaat enerzijds meer ca-
sport) en Welzijn E25 (buurtsportcoaches). Tien jaar geleden is onderzoek gedaan naar de
paciteit voor de concrete ondersteuning van verenigingen, ook voor maatschappelijke
toekomst van beheer en exploitatie van de sportaccommodaties (en mogelijke verzelfstan-
thema’s. Anderzijds kan zo ook meer een coördinerende rol worden opgepakt als in-
diging). Destijds is ervoor gekozen om niet over te gaan tot (een vorm van) verzelfstandi-
termediair voor bijvoorbeeld het Jeugdfonds Sport en Cultuur, waardoor meer kinderen
ging, maar om de huidige structuur (combinatie van beheervormen, uitvoerende taken en
geholpen kunnen worden. Vanuit hun rol als vakleerkracht in het onderwijs hebben
regierol bij de gemeente) te continueren.
buurtsportcoaches (samen met de scholen) over het algemeen goed zicht op de doelgroep voor het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Door de intermediairsrol ook daadwerkelijk
In 2012 is de buurtsportcoach regeling gestart. De regeling in Maassluis is dusdanig inge-
bij een of meerdere buurtsportcoaches te beleggen, ontstaat een eenduidig beeld van
vuld, dat de buurtsportcoaches een groot deel van hun tijd besteden aan bewegingsonder-
de doelgroep en kunnen aanvragen gestructureerd op dezelfde wijze worden gedaan
wijs op scholen en het resterende deel van hun werkzaamheden primair inzetten voor
richting het Jeugdfonds. Welzijn E25 kan zich vinden in een dergelijke verschuiving
wijkgerichte activiteiten en enkele evenementen (onder meer de gezondheidsdag, school-
van werkzaamheden, maar geeft aan dat dit besproken dient te worden met de scho-
sporttoernooien en de Sport Experience). In de praktijk hebben scholen door deze taakver-
len. Meer uren voor verenigingsondersteuning en andere coördinerende activiteiten
deling kwalitatief hoogwaardige en voor het onderwijs goedkope vakleerkrachten voor
leiden namelijk tot meer kosten voor het onderwijs voor bewegingsonderwijs. De rege-
bewegingsonderwijs. In de meeste gemeenten is de eigen bijdrage voor de buurtsportcoa-
ling voor buurtsportcoaches staat overigens ‘vast’ tot en met 2022. Het is de verwach-
ches (c.q. de vakleerkrachten) hoger. Binnen de regeling bestaat die beleidsvrijheid overi-
ting dat het vanaf 2023 mogelijk is om nieuwe aanvragen te doen voor extra
gens, om de buurtsportcoaches naar eigen visie in te zetten op het gebied van
buurtsportcoaches en daarmee ook de capaciteit voor coördinerende werkzaamheden (automatisch) te verhogen.
bewegingsonderwijs, wijkgerichte activiteiten en activiteiten gericht op verenigingen.
Daarnaast kan overwogen worden om structurele samenwerking aan te gaan met om-
Verenigingen geven aan behoefte te hebben aan verenigingsondersteuning (in het kader
liggende gemeenten. Zowel Vlaardingen als Schiedam hebben regelingen op het ge-
van het verder vormgeven van hun organisatie en kennisdeling en daarnaast ondersteuning
bied van kennisontwikkeling (vaardigheidscursussen in het kader van bijvoorbeeld
als de gemeente wil focussen op een nadrukkelijker rol van de verenigingen op maatschap-
pedagogiek). Door daarbij aan te sluiten, ontstaat enerzijds een kennisnetwerk en an-
pelijke thema’s). De gemeente voorziet nu deels in die rol, maar heeft hiervoor beperkte
derzijds volume om die kennis te ontsluiten voor de sportverenigingen.
capaciteit beschikbaar (de beleidsmedewerker sport, die ook de regierol vervult op het ge-
Voor aangepast sporten wordt regionaal al (goed) samengewerkt met de buurgemeen-
bied van sport).
ten via een gezamenlijke beweegcoach, in afstemming met verenigingen. Door deze
Er is behoefte aan een meer eenduidige lijn qua uitvoering (inzet van buurtsportcoaches,
regionale samenwerking op het gebied van verenigingsondersteuning kan eveneens
beweegcoaches, sportstimulering) en sturing op die uitvoering. Door de uitvoering te com-
meer effectiviteit gerealiseerd worden en kunnen verenigingen onderling en buurtsport-
bineren en/of samenwerking met buurgemeenten aan te gaan op het gebied van vereni-
coaches (ook in regionaal verband) van elkaar leren en nieuwe kennis toepassen in
gingsondersteuning en de coördinatie van buurtsportcoaches, kan gekomen worden tot een
de lokale situatie.
efficiënte en effectieve inzet van de uitvoeringscapaciteit. 34
Hoofdstuk 5. Doelstellingen en kpi’s
5. Doelstellingen en kpi’s
5.3
Subdoelstellingen en meetbaarheid
De hoofddoelstellingen vallen uiteen in de volgende subdoelstellingen. Achter elke doel-
5.1
Inleiding
De beleidsuitgangspunten in de sportnota leiden tot een set aan hoofddoelstellingen en subdoelstellingen, die meetbaar gemaakt worden. Er zijn vier hoofddoelstellingen, die voor
stelling wordt weergegeven hoe deze worden gemeten. Hogere sport- en beweegparticipatie in 2025
zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande monitors en onderzoeken. Waar geen on-
Bevorderen (behouden en vergroten) sportparticipatie voor alle inwoners van Maassluis2 Het percentage inwoners dat zijn gezondheid als goed of zeer goed ervaart, blijft minimaal op hetzelfde niveau als in 2020 (78%; meting via Monitor Leefbaarheid, Veiligheid en Welzijn) Het aantal inwoners met een ongezonde leefstijl (te weinig bewegen en overgewicht) is minder dan 30%; meting via Monitor Leefbaarheid, Veiligheid en Welzijn) Het percentage inwoners (19-64) dat voldoende beweegt, stijgt van 65% naar 70% (meting via Monitor Leefbaarheid, Veiligheid en Welzijn) Percentage volwassen inwoners dat minimaal 40 weken per jaar aan sport doet, stijgt (van 55% naar 60%) (meting via Sport op de kaart | Deelname | Beweegnormen en wekelijkse sporters | Volksgezondheidenzorg.info)
derzoeken worden uitgevoerd, zal een onderzoek op maat kunnen worden uitgevoerd. Er
Bevorderen (behouden en vergroten) sportparticipatie voor (zeer) ouderen en mensen met
wordt voorgesteld om in 2026 een onafhankelijke evaluatie uit te voeren naar de resultaten
een beperking Het percentage bewoners (65+) dat voldoende beweegt, stijgt van 65% in 2020 naar 75% (meting via Monitor Leefbaarheid, Veiligheid en Welzijn) Deelnamecijfers sport en bewegen onder (zeer) ouderen en mensen met een beperking zijn minimaal stabiel ten opzichte van de meting in 2020 (meting via Monitor Leefbaarheid, Veiligheid en Welzijn; uitvragen van concrete cijfers bij de monitor in 2026)
een groot deel een relatie hebben tot de hoofddoelstellingen van de sportnota 2013 – 2017 (zodat er ook een vergelijking gemaakt kan worden met de eerdere doelstellingen vanuit het sportbeleid en er daarmee ook in de tijd naar de ontwikkeling van de impact gekeken kan worden. De sportnota wordt voor de komende jaren opgesteld (2022 en verder, totdat nieuw beleid wordt ontwikkeld). Meting van de resultaten van de doelstellingen vindt bij voorkeur plaats in de eerste helft van 2026 (nadat het beleid 4 jaar van kracht is geweest). Daarbij wordt
van het sportbeleid vanaf 2022.
5.2
Hoofddoelstellingen
De vier hoofddoelstellingen van het sportbeleid zijn als volgt: 1. In 2025 is de sport- en beweegparticipatie in Maassluis hoger dan in 2020.
Bevorderen (behouden en vergroten) sportparticipatie voor jeugd (vanaf 4 jr) als goede
2. In 2025 zijn de sportverenigingen in Maassluis vitaal en gezond en is er sprake van een
basis voor een leven lang bewegen Percentage 4-12 jarigen dat minstens 1x per week sport of beweegt buiten school is in 2025 ongeveer 80%. Er zijn in 2020 geen actuele cijfers voor Maassluis voor deze leeftijdsgroep; het landelijk gemiddelde in 2020 is 73,5%, het percentage in 2013 was ongeveer 80% (actuele meting in 2025 via buurtsportcoaches / vakleerkrachten via scholen).
veilig sportklimaat met aandacht voor talentontwikkeling. 3. In 2025 dragen sport en het verenigingsleven aantoonbaar meer bij aan doelen op de maatschappelijke agenda. Specifiek gaat het daarbij om de thema’s gezondheid en vitaliteit, participatie cq meedoen aan de samenleving door iedereen en vroegsignalering. 4. In 2025 zijn de inwoners van Maassluis tevreden over de sportvoorzieningen in de omgeving.
2
Deze kpi is vooral bedoeld als monitor, ‘weet waar je staat’, om eventueel op te acteren als de percentages van deze kpi lager worden. De focus vanuit het sportbeleid is vooral gericht op kinderen, jongeren en ouderen.
36
Vitale sportverenigingen
(stijging van 35% naar 50% van gebruik van de middelen in het fonds); meting via cijfers van het Jeugdfonds Sport & Cultuur. In 2025 is door de sportverenigingen, samen met de beweegcoach Aangepast Sporten en onder regie van de gemeente, een brede regionale menukaart qua sportaanbod ontwikkeld voor mensen met een beperking, waardoor de sportparticipatie onder deze doelgroep stijgt (meting via de beweegcoach Aangepast Sporten).
Financieel gezonde en organisatorisch sterke sportverenigingen In 2025 hebben alle verenigingen met > 100 leden een solide interne organisatie en een vrijwilligersplan hoe de vrijwilligersfuncties ingevuld kunnen worden (meting via verenigingsondersteuner). In 2025 zijn er geen structurele vrijwilligersvacatures bij verenigingen met > 100 leden (meting via verenigingsondersteuner bij de sportverenigingen). Het gaat hierbij specifiek om vacatures die langer openstaan (bijvoorbeeld > 1 jaar) en niet om reguliere vacatures die er altijd wel zullen zijn bij verenigingen. Sportverenigingen zijn in 2025 overall vitaler dan in 2022 (te meten via een vitaliteitsscan in 2022 en 2025; opzet eenmalig extern, monitoring via de verenigingsondersteuner). In 2025 zijn er geen sportverenigingen met huurachterstanden of betalingsproblemen in Maassluis (meting via interne huurgegevens gemeente Maassluis).
Veilig sportklimaat In 2025 staat Veilig sportklimaat bij alle verenigingen met jeugdleden structureel op de agenda, bijvoorbeeld via een plan van aanpak hoe een veilig sportklimaat gerealiseerd en behouden kan worden (meting via enquête door de verenigingsondersteuner). In 2025 kunnen verenigingen minimaal tweemaal per jaar gebruik maken van een sportpedagoog ter verbetering van de didactische en pedagogische vaardigheden van het technisch kader van de verenigingen (trainers en coaches). In 2025 hebben alle verenigingen met jeugdleden een vertrouwenspersoon, waarbij vrijwilligers, leden of technisch kader bij terecht kunnen (meting via enquête door de verenigingsondersteuner).
Kwalitatief hoogwaardige en laagdrempelige sport en beweeg voorzieningen voor alle in-
Bijdrage door sportverenigingen aan maatschappelijke thema’s
Realisatie van de voorgenomen investeringen In 2025 zijn de voorgenomen investeringen (nieuwbouw, verbouw) van de binnensportaccommodaties gerealiseerd. In 2025 is gestart met de verduurzaming van de lichtinstallaties op de buitensportparken.
Gezondheid en vitaliteit In 2025 is er sprake van rookvrije verenigingen in Maassluis (meting via enquête door verenigingsondersteuner). In 2025 hebben alle sportverenigingen en gemeentelijke accommodaties een gezond aanbod in de kantine (fruit, gezonde ‘daghap’, gezonde drankjes).
Vroegsignalering In 2025 is vanuit het onderwijs- en jeugdbeleid een toolkit ontwikkeld waar verenigingen gebruik van kunnen maken om een bijdrage te leveren aan vroegsignalering van jeugdproblematiek. Daarnaast is de vraag aan verenigingen vanuit de beleidsvelden onderwijs en jeugd concreet gemaakt op welke wijze zij een bijdrage kunnen leveren en welke ondersteuning en faciliteiten verenigingen daarbij kunnen krijgen. Tevredenheid over sportvoorzieningen woners van Maassluis: In alle wijken van Maassluis is het oordeel over de woonomgeving minimaal gelijk aan dat in 2020 (meting via Monitor Leefbaarheid, Veiligheid en Welzijn) De inwoners van Maassluis hebben een waardering van minimaal 7,5 voor de sportaccommodaties in Maassluis (meting via monitor Leefbaarheid, Veiligheid en Welzijn; specifieke toevoeging van een oordeel over de sportvoorzieningen in Maassluis). De verenigingen in Maassluis hebben een waardering van minimaal 7,5 voor de sportaccommodaties in Maassluis, waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussen de kwantiteit (aantal voorzieningen) en de kwaliteit van de voorzieningen (meting via een enquête door de verenigingsondersteuner).
Participatie en meedoen aan de samenleving In 2025 is er een gezamenlijk plan ontwikkeld door de sportverenigingen en de gemeente hoe gekomen kan worden tot een verbrede toegankelijkheid van de sportverenigingen voor ouderen (bijvoorbeeld door diversiteit in het sportaanbod via specifieke doelgroepen); meting door een enquête via de verenigingsondersteuner. In 2025 wordt door een verbrede inzet van intermediairs voor het Jeugdfonds Sport & Cultuur (focus op buurtsportcoaches cq vakleerkrachten) het fonds nadrukkelijker ingezet om kinderen uit minder bedeelde gezinnen meer aan het sporten te krijgen 37
Hoofdstuk 6. Uitvoeringsplan
6. Uitvoeringsplan
Sportparticipatie
6.1
Inleiding
De sportnota wordt opgesteld voor de komende periode, totdat een nieuwe sportnota wordt opgesteld. In dit hoofdstuk worden de speerpunten en de acties voor de komende periode
ten (structureel en jaarlijks terugkerend).
Voor het Jeugdfonds Sport & Cultuur wordt in samenspraak met Welzijn E25 en de buurtsportcoaches gekeken naar de mogelijkheden om het aantal intermediairs uit te
(in eerste instantie de komende vier jaar) benoemd en wordt een fasering aangebracht in
breiden, zodat meer kinderen uit de doelgroep bereikt worden en zo lid kunnen worden
de speerpunten en activiteiten.
6.2
Voor aangepast sporten wordt de inzet van de beweegcoach gecontinueerd. Daarbij wordt gefocust op een breed toegankelijk regionaal sportaanbod voor aangepast spor-
van een sportvereniging. Hiervoor is onder meer een andere inzet nodig van de buurtsportcoaches, zodat tijd vrijgemaakt wordt om vanuit de buurtsportcoaches cq vakleer-
Speerpunten en acties
krachten die intermediairsrol verder op te pakken (andere inzet van bestaande middelen; uit te voeren per 2022).
Sportstimulering en sportparticipatie
Door de gemeente Maassluis wordt al jaren geïnvesteerd in sportstimulering en sportparticipatie. De uitvoering van dat beleid wordt gecontinueerd. Het gaat daarbij onder meer om de volgende aspecten:
Via de website, het sportloket en de verenigingen wordt blijvend ingezet op het bekend maken van het aanbod aan de verschillende doelgroepen (structureel en jaarlijks terugkerend)
Daarnaast wordt de komende periode ingezet op een inventarisatie van het aanbod per doelgroep en vanuit die inventarisatie te bepalen welke acties uitgezet kunnen
Sportprojecten en -evenementen (structureel en jaarlijks terugkerend)
worden om het aanbod laagdrempeliger toegankelijk te maken voor de specifieke doel-
Triminstuiven (breed en divers aanbod voor specifiek de doelgroep ouderen); waar
groepen die zijn onderscheiden (ouderen, jongeren, aangepast sporten en de doel-
mogelijk wordt in de toekomst gekeken of de organisatie ondergebracht kan worden
groep vanuit het Jeugdfonds Sport & Cultuur). Daarbij wordt de samenwerking gezocht
bij de sportverenigingen en/of Welzijn E25. Dit is echter geen doel op zich. Vanwege
met verenigingen, stakeholders vanuit de sport, het sociaal domein, het onderwijs en