Bijlage 1 Sportnota Maassluis Sport
Tekst van het document
Maassluis sport! Evaluatie en nieuw beleid (2022 en verder)
25 januari 2022
Inhoudsopgave 1.
Samenvatting
4
2.
Achtergrond bij het onderzoek
7
2.1
Situatieschets
7
2.2
Opdrachtomschrijving
7
2.3
Aanpak
7
3.
Evaluatie sportnota 2013 – 2017
9
3.1
Inleiding
9
3.2
Doelstellingen sportnota 2013 – 2017
9
3.2.1
Hogere sportparticipatie?
9
3.2.2
Meedoen in de samenleving
11
3.2.3
Tevredenheid over de sportvoorzieningen
13
3.2.4
4.4
4.5
Intrinsieke waarde van sport
24
4.4.1
Sportstimulering
25
4.4.2
Accommodaties
25
Maatschappelijke waarde en impact
29
4.5.1
Van intrinsieke naar maatschappelijke waarde van sport
29
4.5.2
Potentiële maatschappelijke thema’s in Maassluis
29
4.5.3
Visie van verenigingen en andere sportaanbieders
32
4.6
Organisatie van de sport
34
5.
Doelstellingen en kpi’s
36
5.1
Inleiding
36
5.2
Hoofddoelstellingen
36
5.3
Subdoelstellingen en meetbaarheid
36
Tarievenbeleid
15
3.3
Belangrijkste conclusies
15
6.
Uitvoeringsplan
39
6.1
Inleiding
39
4.
Sportnota 2022+: het kader
18
6.2
Speerpunten en acties
39
4.1
Inleiding
18
4.2
Trends en ontwikkelingen
18
7.
Financiële kaders
43
4.2.1
Sociaal
18
4.2.2
Economisch
19
4.2.3
Sportparticipatie
19
4.2.4
Georganiseerde sport
20
4.2.5
Wettelijke regelingen
21
4.3
Overzicht ‘basis’ sportinfrastructuur in Nederland
21
4.3.1
Basisvoorzieningen en normen
21
4.3.2
Commerciële en ongeorganiseerde sport
22
4.3.3
Beheer, organisatie en uitvoering
23
Bijlagen Bijlage 1 Geraadpleegde documenten
47
Bijlage 2 Kpi’s 2013 – 2017
48
1. Samenvatting
Sport zorgt voor talentontwikkeling in een veilig klimaat: Kinderen en jongeren ontwik-
De vier hoofddoelstellingen van het sportbeleid zijn als volgt:
ontplooid en versterkt. Daarnaast zijn sectoren als sport en cultuur eveneens omgevingen
1. In 2025 is de sport- en beweegparticipatie in Maassluis hoger dan in 2020.
waar vaardigheden worden ontwikkeld. Bij sport worden daarbij ook verschillende vaardig-
2. In 2025 zijn de sportverenigingen in Maassluis vitaal en gezond en is er sprake van
heden aangeleerd: leren winnen en verliezen, omgaan met tegenslagen, samenwerken in
een veilig sportklimaat met aandacht voor talentontwikkeling.
en onderdeel zijn van een team. Met de diversiteit van leden (verschillende achtergronden,
3. In 2025 dragen sport en het verenigingsleven aantoonbaar meer bij aan doelen op
verschillende karakters) gaat het bij het ontwikkelen van talent niet alleen om sporttechni-
de maatschappelijke agenda. Specifiek gaat het daarbij om de thema’s gezondheid
sche begeleiding, maar ook om sociaal-emotionele begeleiding. Via structurele opleidingen
en vitaliteit, meedoen aan de samenleving door iedereen (participatie) en vroegsig-
en cursussen wordt ingezet op het verder ondersteunen van (sporttechnisch) kader van
nalering.
verenigingen om deze verschillende vormen van begeleiding verder te ontwikkelen.
kelen zich op tal van aspecten. Op school worden hun cognitieve en sociale vaardigheden
4. In 2025 zijn de inwoners van Maassluis tevreden over de sportvoorzieningen in de omgeving.
Maatschappelijke waarde van sport: De maatschappelijke waarde van sport in Maassluis heeft nadrukkelijke raakvlakken met thema’s uit andere beleidsnota’s en uitvoeringsplan-
Hogere sportparticipatie voor iedereen: De gemeente Maassluis vindt het belangrijk dat
nen. Denk daarbij aan de uitvoeringsagenda Samen Gezond Maassluis, het Actieplan Een-
zoveel mogelijk inwoners sporten en bewegen. De inwoners moeten de weg richting de
zaamheid, de ontwikkelagenda Ouderen en het jeugd-, onderwijs- en armoedebeleid. De
sport- en beweegaanbieders weten te vinden. Maar daar waar dit niet lukt ondersteunt de
waarde van sport is daarmee geen losstaand thema, maar een stevig onderdeel van de
gemeente, onder meer via beleid voor verschillende doelgroepen.
sociale agenda en de sociale infrastructuur in Maassluis.
Inzet op doelgroepen: Op de sportparticipatie van specifieke doelgroepen wordt extra in-
Sport zorgt voor gezondheid en vitaliteit: Een natuurlijke verbinding, waarbij de wens
gezet. Een ambitie is dat elk kind moet kunnen sporten; ieder kind verdient het om mee te
om te komen tot een gezonde(re) samenleving mede met hulp van verenigingen tot stand
doen. Via gerichte acties door intermediairs (met name de vakleerkrachten en de buurt-
gebracht kan worden. Dit begint ook in de sportkantine, waar een gezond alternatief, naast
sportcoaches) wordt specifiek ingezet om kinderen uit de doelgroep van het Jeugdfonds
het reguliere aanbod gepromoot wordt.
Sport & Cultuur meer lid van verenigingen te laten worden. Samen met verenigingen wordt daarnaast ingezet om een breder sportaanbod te realiseren voor de doelgroepen ouderen
Sport zorgt voor participatie en ontmoeting: Leden van sportverenigingen (en de ouders
en mensen met een beperking (aangepast sporten), ook in regionaal verband. Zodat alle
van de jeugdleden) vertegenwoordigen vaak een dwarsdoorsnede van de (lokale) samen-
inwoners van Maassluis een leven lang kunnen sporten en bewegen.
leving. Elk lid met zijn eigen achtergrond en kwaliteiten. Verenigingen richten zich met hun activiteiten daarom impliciet ook op ontmoeting om participatie (iedereen doet mee) te be-
Vitale verenigingen: Verenigingen zijn de ruggengraat van de sportinfrastructuur. Ge-
vorderen, sociale contacten te ontplooien of eenzaamheid tegen te gaan. Met een breed
zonde en vitale verenigingen bieden niet alleen een breed sportaanbod aan de inwoners
sportaanbod is het de ambitie dat alle doelgroepen (oud, jong, aangepast sporten, arm, rijk)
van Maassluis, maar kunnen ook een bijdrage leveren aan andere maatschappelijke doelen
terecht kunnen bij de sportverenigingen en deelnemen aan de samenleving.
van de gemeente. Door extra capaciteit voor buurtsportcoaches te realiseren, kunnen verenigingen verder ondersteund worden om vitaler te worden en te blijven.
Goede accommodaties: Om op een prettige en veilige manier te kunnen sporten en bewegen is het belangrijk dat er kwalitatief en kwantitatief voldoende sportaccommodaties
zijn, die voldoen aan de eisen voor het bewegingsonderwijs, van de sportbonden en de huidige tijd (o.a. duurzaamheid). Met het sportaccommodatiebeleid worden de voorwaarden geschapen om op een goede manier sport te kunnen beoefenen. De komende jaren worden de binnensportaccommodaties vernieuwd of verbouwd conform de daarvoor opgestelde planning en wordt geïnvesteerd in het verduurzamen van de lichtinstallaties. De kleedkamersubsidieregeling wordt aangepast.
2. Achtergrond bij het onderzoek
2.3
Aanpak
Voor de begeleiding van de evaluatie en de nieuwe sportnota is een interne projectgroep
2.1
Situatieschets
De gemeente Maassluis heeft een sportnota die is opgesteld voor de periode 2013 – 2017. In de periode 2019 – begin 2020 heeft de gemeente een lokaal sportakkoord opgesteld, dat net voor de Covid-19 pandemie en de lockdown in maart 2020 is vastgesteld. In 2020 wilde de gemeente Maassluis een nieuwe sportnota en de sportnota 2013 – 2017 evalueren. Aan Synarchis is gevraagd de evaluatie van de oude sportnota uit te voeren en in samenwerking met diverse partijen een nieuwe sportnota op te stellen.
2.2
Opdrachtomschrijving
De opdrachtomschrijving bestaat uit twee delen.
ingesteld, bestaande uit de medewerkers van het beleidsveld sport. Daarnaast zijn een interne en een externe klankbordgroep ingericht. De interne klankbordgroep bestaat uit beleidsmedewerkers van de gemeente Maassluis vanuit het sociaal domein, financién en vastgoed. De externe klankbordgroep bestaat uit een vertegenwoordiging van sportverenigingen, de Maassluise Sport- en Recreatieraad (MSR) en welzijnsorganisatie Welzijn E25. Evaluatie sportnota 2013 – 2017 Voor de evaluatie van de sportnota 2013 – 2017 zijn allereerst de relevante documenten geanalyseerd. Een overzicht van deze documenten is te vinden in bijlage 1. Op basis van externe rapportages en interne voortgangsrapportages van de gemeente Maassluis is een analyse gemaakt van de resultaten die de afgelopen jaren zijn gerealiseerd. Deze analyse is besproken en geverifieerd in een gesprek met de projectgroep en met de externe klank-
Evaluatie sportnota 2013 – 2017
bordgroep.
Beschrijf de resultaten die de afgelopen jaren behaald zijn aan de hand van de doelstellingen van de sportnota 2013 – 2017
Nieuwe sportnota 2022+
Geef de beleving weer van de stakeholders (gemeente Maassluis, verenigingen en
Voor de nieuwe sportnota zijn de resultaten van de oude sportnota geanalyseerd. Daar-
eventuele andere externe partijen) van de behaalde resultaten
naast zijn op basis van bureau-informatie trends en ontwikkelingen in de sport beschreven.
Beschrijf de activiteiten die zijn ondernomen in de afgelopen periode in relatie tot de
Waar van toepassing is deze beschrijving aangevuld met feiten en cijfers vanuit de lokale
doelstellingen.
situatie in Maassluis.
Nieuwe sportnota 2022 en verder
Vervolgens is een aantal sessies gepland met de projectgroep, de interne klankbordgroep
De nieuwe sportnota is uitgewerkt op een aantal onderdelen:
en de externe klankbordgroep. Doel van de sessies was om te onderzoeken welke aan-
Trends en ontwikkelingen, landelijk en lokaal
dachtspunten voor de komende periode meegenomen kunnen worden in de sportnota. En
Beknopt overzicht van de basis sportinfrastructuur in Nederlandse gemeenten
op welke terreinen de verbinding gelegd kan worden tussen sport en maatschappelijke
De intrinsieke waarde van sport, via de thema’s Accommodaties en Sportstimulering
thema’s. De resultaten van deze sessies zijn verwerkt in deze rapportage. Daarnaast is op
De maatschappelijke waarde van sport (de koppeling naar andere beleidsterreinen en
basis van bureauinformatie een overzicht gegeven van de mogelijkheden om de sport ver-
de mogelijkheden om sport te verbinden met deze beleidsterreinen)
der te organiseren in Maassluis.
De organisatie van de sport.
De nota is vervolgens uitgewerkt in doelstellingen en beoogde resultaten voor de komende jaren. Tenslotte is een uitvoeringsplan toegevoegd en is het financiële kader geschetst.
7
Hoofdstuk 3. Evaluatie sportnota 2013 - 2017
3. Evaluatie sportnota 2013 – 2017 3.1
Inleiding
De sportnota 2013 – 2017 wordt geëvalueerd om te kijken in hoeverre de doelen behaald en de activiteiten gerealiseerd zijn. Omdat de nota 2013 – 2017 weliswaar een periode markeert, maar nog steeds actueel is (staand beleid) wordt gekeken naar de meest recente resultaten tot en met 2020. De evaluatie is een van de vertrekpunten voor deze sportnota, met name voor de nieuw te formuleren doelstellingen en “kritische prestatie indicatoren” (kpi’s). De evaluatie is uitgevoerd door de meest recente cijfers uit monitors en rapportages te gebruiken. Geraadpleegde bronnen voor de normen en streefcijfers zijn de Monitor Leefbaarheid en Veiligheid
De bovenstaande visie geeft de richting aan die de gemeente Maassluis met het sportbeleid 2013 – 2017 wenste te bereiken. Uit de visie zijn vijf uitgangspunten beschreven die dienen als kader om de visie te realiseren: duurzaamheid; benutten van eigen kracht; actief burgerschap; de vraag centraal en gebiedsgericht werken. Daaruit zijn voor de sportnota 2013 – 2017 weer een drietal thema’s benoemd. Elk thema is vertaald naar een gewenst maatschappelijk effect op het gebied van sport en bewegen: 1.
ners van Maasluis hoger dan in 2012. 2.
gangsrapportages van de gemeente Maassluis voor de periode 2015 – 2018 geanalyseerd. Voor duiding van de cijfers in relatie tot landelijke cijfers zijn rapportages van NOC*NSF en het Mulier Instituut gebruikt. Verder is er gesproken met de verenigingen om te vragen naar hun beleving bij de resultaten van de doelstellingen. Zo is er een kwalitatief (uit de gesprekken) en kwantitatief (de feiten en cijfers) beeld ontstaan. De evaluatie wordt afgesloten met een aantal constateringen.
3.2
Doelstellingen sportnota 2013 – 2017
Maassluis wil een gemeente zijn waar inwoners met plezier leven en wonen. Waar iedereen de mogelijkheid heeft deel te nemen aan het maatschappelijke, sociale en culturele leven. Een prettige plek om op te groeien. Een gemeente waar mensen elkaar helpen en waar mensen zich prettig en veilig voelen in hun buurt. Wie dat wil, kan zich ontwikkelen en zijn bijdrage leveren aan de stad. Inwoners en instellingen nemen samen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de samenleving. Het behouden en versterken van de sociale kwaliteit van Maassluis is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van inwoners, verenigingen, maatschappelijke organisaties, bedrijven en gemeente.
Inwoners van Maassluis nemen deel aan de samenleving: In 2017 is sport, bewegen en het verenigingsleven een effectieve vorm van meedoen in de samenleving.
3.
In Maassluis is het goed wonen: In 2017 zijn de inwoners van Maassluis tevreden over de sportvoorzieningen in de omgeving.
(2020), rapportages van de GGD Gezondheid Volwassenen en Ouderen (2016), rapportages van de buurtsportcoaches en volksgezondheidenzorg.info. Daarnaast zijn de voort-
Gezondheid als basis voor meedoen: In 2017 is de sportparticipatie van de inwo-
De beoogde maatschappelijke effecten van de drie thema’s zijn vertaald naar subdoelstellingen die meetbaar zijn gemaakt via een aantal kpi’s. In bijlage 2 zijn alle kpi’s opgenomen, inclusief de bronnen van die kpi’s. In de hoofdrapportage zijn de kpi’s per subdoelstelling benoemd en is het daadwerkelijke resultaat daar tegen afgezet. Vervolgens wordt een toelichting gegeven op de resultaten in relatie tot de doelstellingen. 3.2.1
Hogere sportparticipatie?
In 2017 is de sportparticipatie van de inwoners van Maassluis hoger dan in 2012. Bevorderen (behouden en vergroten) sportparticipatie voor alle inwoners van Maassluis Het percentage inwoners dat zijn gezondheid als goed of zeer Gerealiseerd, 78% goed ervaart, stijgt van 70% (2009), naar 75%. Het aantal inwoners met een ongezonde leefstijl (te weinig Gerealiseerd bewegen en overgewicht) daalt t.o.v. 2012. Het percentage bewoners (19-64) dat voldoende beweegt Niet gerealiseerd, 65% (voldoet aan de combinorm), stijgt van 67% in 2011 naar 70%
9
Percentage volwassen inwoners dat minimaal 40 weken per Niet gerealiseerd, 55% jaar aan sport doet (van 57% in 2010 naar 60%)
meerdere resultaatmetingen overigens geanalyseerd worden om de daadwerkelijke resultaten te kunnen analyseren. Daarnaast hebben verenigingen en de gemeente meer oog voor de 65+’ers. Ze worden vaker ingezet als vrijwilliger en blijven zo ook langer bij een
De helft van de kpi’s wordt gerealiseerd. De gezondheidsbeleving van mensen is toegeno-
vereniging betrokken. Het belang van langer en meer sporten en bewegen wordt voor de
men en het aantal inwoners met een ongezonde leefstijl is gedaald. Tegelijkertijd worden
doelgroep steeds duidelijker. De gezondheidsbeleving van de wijkbewoners Bloemenbuurt
de beoogde streefcijfers op bewegen en sporten door volwassenen niet gehaald. Sterker,
en Binnenstad is verbeterd ten opzichte van de eerdere meting. Een leven lang sporten lijkt
deze percentages dalen. Nadere analyse van de beweegnorm1 en de combinorm maakt
daarmee steeds meer de norm te worden. In hoeverre vrijwilligers via professionele orga-
duidelijk dat de normering door nieuw wetenschappelijk onderzoek inmiddels is aangepast
nisaties vooral in wijken met ouderen en mensen met een beperking worden ingezet, is niet
door de Gezondheidsraad (2017). De termen zijn vervallen. Daarvoor in de plaats is de
te achterhalen op basis van de registratie van cijfers.
beweegrichtlijn gekomen. Bij deze nieuwe richtlijn is de totale tijdsduur niet veranderd (nog steeds 2,5 uur), maar die mag vrijer gerekend worden voor vormen van beweging. De belangrijkste verandering is het advies om (voor volwassenen 2x per week en voor kinderen 3x per week) botversterkende oefeningen te doen. Wellicht dat die verandering ervoor zorgt dat het percentage mensen dat aan de nieuwe richtlijn voldoet, is gedaald. Overigens blijkt uit cijfers van het CBS dat landelijk gezien (in 2014, toen beweegnorm en combinorm nog gehanteerd werden) 2/3 van de mensen de combinorm haalde. Dat is vergelijkbaar met Maassluis. Bevorderen (behouden en vergroten) sportparticipatie voor (zeer) ouderen en mensen met een beperking Het percentage bewoners (65+) dat voldoende beweegt (vol- Gerealiseerd, 72% doet aan de combinorm), stijgt van 65% in 2011 naar 70%
Bevorderen (behouden en vergroten) sportparticipatie voor jeugd (vanaf 4 jaar) als goede basis voor een leven lang bewegen. Percentage 4-12 jarigen dat minstens 1x per week sport buiten school van 77% naar 81% Percentage 4-12 jarige allochtone kinderen dat minstens 1x per week sport buiten school van 75 naar 77% Percentage 4-12 jarige autochtone kinderen dat minstens 1x per week sport buiten school van 81 naar 85% Verhogen aantal scholen in samenwerkingsverband Buurtsportcoach met sportverenigingen; gerealiseerd Bovenstaande kpi’s gaan in op de sportparticipatie voor jeugd van 4 tot en met 12 jaar.
Deelnamecijfers sport en bewegen onder (zeer) ouderen en Gerealiseerd mensen met een beperking zijn toegenomen
Voor Maassluis zijn er geen gespecificeerde meetresultaten beschikbaar voor deze leef-
Een hoger aandeel mensen in Bloemenbuurt en Binnenstad Gerealiseerd waardeert zijn gezondheid als goed of zeer goed (t.o.v. 2011)
te analyseren is. Wel kunnen we uitspraken doen over de uitgangswaarden (de percenta-
De inzet van vrijwilligers via professionele organisaties (welzijn, Onbekend ouderwerk) gebeurt vooral in de wijken waar sprake is van een hoog aandeel ouderen en mensen met een beperking
waarmee Maassluis hoger scoorde dan het landelijk gemiddelde.
De subdoelstelling om de sportparticipatie voor (zeer) ouderen en mensen met een beper-
tijdscategorie, waardoor de beweging die afgelopen jaren in gang gezet moest worden niet ges per 2013 voor deze doelgroep). Het landelijk gemiddelde voor deze kpi’s is 73,5%, Uit de monitor Leefbaarheid, Veiligheid en Welzijn (2018) blijkt dat van de volwassen inwoners met een Nederlandse achtergrond 64% voldoet aan de beweegnorm. Van de volwassen inwoners met een migratieachtergrond is dit 51%.
king te bevorderen, wordt op alle onderdelen gehaald. In sommige gevallen moeten 1
De beweegnorm adviseerde op minimaal 5 dagen per week 30 minuten matig tot intensief te bewegen, bijvoorbeeld stevig doorlopen. De fitnorm gaf aan op minstens 3 dagen per week minstens 20
minuten zwaar intensief te bewegen, bijvoorbeeld hardlopen. Voor de combinorm moest je aan de Beweegnorm en/of fitnorm voldoen.
10
In het schooljaar 2012 – 2013 was er 1 buurtsportcoach actief voor 24 uur per week, die werkzaam was voor 3 scholen en 1 vereniging. Daarna is het aantal buurtsportcoaches gegroeid naar 3,07 FTE. In 2014-2015 is gestart met drie clusters van samenwerkingen, waarbij een cluster bestond uit twee basisscholen en een vereniging. Aangezien de ondersteuning bij de verenigingen teveel uitvoerend was, is in 2015-2016 gekozen voor een aanpak waarbij de scholen meer centraal stonden. Vanaf dat moment deden alle Maassluise basisscholen en 1 VO school mee. Deze subdoelstelling is daarmee gerealiseerd. Op dit moment zijn de buurtsportcoaches voornamelijk actief voor het onderwijs. Ze verzorgen het bewegingsonderwijs en pauzesport en ze kunnen ingezet worden voor extra activiteiten als kleutergym en sportdagen. Daarnaast zijn ze na schooltijd actief in de wijken. Er zijn daarnaast nog een (zeer) beperkt aantal uren beschikbaar voor directe verenigingsondersteuning (o.a. ondersteuning van schoolsporttoernooien) en evenementen (organisatie gezondheidsdag en Sport Experience). Echte verenigingsondersteuning ontbreekt echter binnen de huidige urenverdeling, omdat de beschikbare uren voor buurtsportcoaches ‘vast’ zitten in de taken voor het bewegingsonderwijs en de resterende uren versnipperd zijn over meerdere buurtsportcoaches. 3.2.2
Meedoen in de samenleving
In 2017 is sport, bewegen en het verenigingsleven een effectieve vorm van meedoen in de samenleving. Versterken en bevorderen van het verenigings- en stichtingsleven
Het percentage volwassenen van 45 t/m 64 jaar dat lid is Niet gerealiseerd, 21% van een NOC*NSF sportbond van 18% naar 23% Het percentage volwassenen van 65 en ouder dat lid is Gerealiseerd, 20% van een NOC*NSF sportbond van 15% naar 18% Het aantal mensen dat actief is als vrijwilliger is behoorlijk gedaald. De verenigingen hebben het moeilijk om voldoende vrijwillig kader actief te krijgen. Kortstondige projecten (met kop en staart) zijn relatief eenvoudiger ‘weg te zetten’. Voor functies (technisch kader, bestuursfuncties, commissiefuncties) is het veel lastiger om voldoende vrijwilligers te vinden; vaak wordt in een kleine vijver gevist en vaak laten dezelfde mensen zich overhalen om toch nog een jaartje te blijven of een nieuwe functie te vervullen. Dit is overigens een landelijk beeld bij sportverenigingen. Het beeld wordt bij navraag door de verenigingen bevestigd. Daar staan uiteraard ook positieve geluiden tegenover. Meerdere verenigingen geven aan dat met name de jeugd van 12 t/m 18 jaar te activeren is voor een vrijwilligersfunctie en dat er groepen zijn die elkaar uitdagen om gezamenlijk een team te trainen. Het aantal mensen dat lid is van een sportvereniging waarvan de bond bij NOC*NSF is aangesloten, is gedaald. De doelstelling was om het percentage te laten stijgen van 23 naar 29%, maar er is een daling te zien naar 21%.
Die daling wordt veroorzaakt door de groep volwassenen (20 – 64 jaar). In de categorie jeugd (tot en met 19 jaar) en ouderen (65+) is wel een stijging zichtbaar en is het streefcijfer behaald. Het lijkt er op dat volwassenen meer ongeorganiseerd of individueel sporten en bewegen en niet in verenigingsverband. Daar-
Het aantal mensen dat actief is als vrijwilliger blijft op het Niet gerealiseerd, 29% huidige niveau (45%)
naast blijkt dat de afgelopen periode volwassenen in Maassluis minder voldoen aan de
Jongeren van 4 t/m 17 jaar met ouders met een laag in- Gerealiseerd komen houden de mogelijkheid lid te worden van een vereniging.
gens ook landelijk te zien. Dat betekent dat de opbouw van de vereniging onder druk kan
Het percentage inwoners dat lid is van een NOC*NSF Niet gerealiseerd, 21% sportbond van 23% naar 29% Het percentage jeugdigen (t/m 19 jaar) dat lid is van een Gerealiseerd, 41% NOC*NSF sportbond van 35% naar 40% Het percentage volwassenen van 20 t/m 44 jaar dat lid is Niet gerealiseerd, 25% van een NOC*NSF sportbond van 22% naar 27%
beweegrichtlijnen, hetgeen mogelijk ook samenhangt met dit streefcijfer. Dit beeld is overikomen: een grote hoeveelheid jeugd, relatief weinig volwassenen. De groei van het aantal oudere leden biedt overigens wel kansen in het kader van vrijwilligerswerk. Volwassenen lijken vooral betrokken bij de verenigingen als ouder van hun kinderen die lid zijn. Via het Jeugdfonds Sport & Cultuur houden jongeren met ouders met een laag inkomen goede mogelijkheden om lid te worden of blijven van een sportvereniging. Het Jeugdfonds heeft hier voldoende financiële middelen voor. De bottleneck zit bij het beperkte aantal intermediairs dat nieuwe kinderen kan aandragen bij het Jeugdfonds. Daardoor ontstaat het
11
beeld bij de beleidsmakers dat er nog meer jeugd is die via deze manier lid zouden kunnen
Tegelijk is het beeld dat er nog meer resultaat uit de samenwerkingsverbanden gehaald
worden van een sport (of cultuur) vereniging.
kan worden en er ook gerichter samengewerkt zou kunnen worden, bijvoorbeeld door sportverenigingen onderling (onderlinge hulp bij dezelfde problematiek).
Bevorderen en ondersteunen van een bredere maatschappelijke rol door sportverenigingen: Het aantal sportverenigingen en stichtingen dat een MVV traject volgt of heeft gevolgd van 3 in 2013 naar 10; gerealiseerd Het aantal samenwerkingsverbanden die verenigingen aan gaan is gestegen ten opzichte van 2013; gerealiseerd Bevorderen en ondersteunen van vrijwilligerswerk bij (sport)verenigingen en stichtingen: Vrijwilligers voelen zich gesteund door de gemeente en door professionele organisaties; gerealiseerd Stimuleren van sport en bewegen inzetten bij maatschappelijke vraagstukken Het aantal sportaanbieders dat participeert of heeft geparticipeerd in een Sportimpuls aanvraag stijgt van 3 naar 10; niet gerealiseerd
Sport- en beweegaanbieders, het onderwijs, de zorg, het bedrijfsleven en andere geinteresseerden hebben samen met de gemeente in maart 2019 een Lokaal Sportakkoord Maassluis gesloten. Zo wordt bijvoorbeeld gewerkt aan een gezamenlijk platform (een website) waar alle sport- en beweegaanbieders hun aanbod kunnen laten zien. Hier kan ook sport gerelateerde informatie te vinden zijn. Bijvoorbeeld over gezonde voeding en de bestaande ondersteuningsfondsen. Ook hebben kleine verenigingen intenties tot meer samenwerking afgesproken. Dit dient wel gefaciliteerd te worden, hetzij door de gemeente, hetzij door MSR of een verenigingsondersteuner.
Het Maatschappelijk Verantwoord Vereniging (MVV) Traject is door 10 sportverenigingen
Vrijwilligers die zich inzetten bij een vereniging voelen zich gewaardeerd door zowel de
gevolgd, waarmee het streefresultaat is gerealiseerd. Tegelijk wordt door de beleidsafde-
vereniging als de gemeente. Verenigingen geven eveneens aan de ondersteuning van de
ling van de gemeente en door de verenigingen geconstateerd dat er nog winst te behalen
gemeente bij verschillende processen en inhoud te waarderen. Die ondersteuning vindt
is met de borging van de kennis die is opgedaan. Van in ieder geval 1 vereniging is bekend
plaats via individueel contact, kennissessies en cursussen. Daarnaast zijn de beleidsadvi-
dat het MVV traject binnen de vereniging uitgebreid is geïmplementeerd. Daarnaast hebben
seurs sport en sportaccommodaties voor verenigingen zichtbaar en makkelijk te benade-
de MVV trajecten bij de andere verenigingen waarde gehad omdat er specifiek en actief
ren.
nagedacht werd over hun rol in de maatschappij c.q. de Maassluise samenleving. De bor-
Verenigingen zijn wel wat terughoudender in hoeverre ze nu duidelijkheid hebben over hun
ging en nazorg van de MVV-trajecten had wellicht nog wel meer vervolg kunnen krijgen.
rol bij een eventueel breder maatschappelijk onderwerp. Dat komt vooral omdat het de verenigingen niet duidelijk is welke (concrete) vraag ze precies gesteld wordt in dit kader
De verenigingen in Maassluis zoeken de verbinding met elkaar, bij de gemeente en bij
en op welk thema ze actief zouden kunnen zijn. Ook zijn de contactpersonen op de maat-
relevante organisaties als Welzijn E25, de scholen en de MSR. Daarnaast heeft een aantal
schappelijke thema’s minder zichtbaar voor verenigingen.
verenigingen contact met buurverenigingen in omliggende gemeenten in het kader van verwijzen van specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld aangepast sporten). Hoeveel méér sa-
De Sportimpuls was een subsidieprogramma waarvoor aanvragen gedaan konden worden
menwerking er gezocht wordt dan in 2013 is moeilijk aan te geven, omdat het aantal
tussen 2012 en 2018. De laatste projecten zijn in 2018 gehonoreerd en zijn afgerond in
samenwerkingsverbanden in 2013 per vereniging niet te achterhalen is. De indruk van zo-
2020. Het was onderdeel van het VWS-programma Sport en bewegen in de Buurt. De
wel de gemeente als de verenigingen is dat dit meer is (en de streefnorm dus gerealiseerd
Sportimpuls geeft lokale aanbieders van sport- en beweegactiviteiten de kans om mensen
is). Zo is er tussen de (kleinere) binnensportverenigingen de afgelopen jaren een samen-
in de buurt die niet of te weinig bewegen of dreigen te stoppen met hun sport- en beweeg-
werking gestart.
activiteiten blijvend fysiek in beweging te brengen. Dat doen zij door aan te sluiten bij hun
12
behoeftes, samen te werken met lokale organisaties die de doelgroepen goed kunnen be-
Registratie van tevredenheid over sportvoorzieningen in de Monitor Leefbaarheid en Vei-
reiken en door gebruik te maken van bestaande kennis van de Menukaart Sportimpuls. Het
ligheid van de gemeente Maassluis is niet op het niveau van sportvoorzieningen, maar op
idee erachter is dat wanneer mensen gemakkelijker kunnen sporten en bewegen, bijvoor-
het niveau van ‘voorzieningen’ en woongenot. Dit geldt met name voor subdoelstelling a en
beeld door aansluiting te zoeken bij werk, school of het veldje om de hoek, zij gestimuleerd
c. Daarom is niet specifiek aan te geven in hoeverre inwoners daadwerkelijk tevreden zijn
worden in een actieve en gezonde leefstijl.
over de sportvoorzieningen. Inwoners zijn overigens wel tevreden over voorzieningen en woongenot in het algemeen in Maassluis. Dit geldt voor de kpi’s van zowel a en c.
In de periode 2012 – 2018 zijn landelijk ongeveer 1.000 projecten gehonoreerd (met een waarde van € 2,9 miljoen. Uitgaande van ongeveer 400 gemeenten in die periode (inclusief
Door de gesprekken met de verenigingen is wel een beeld ontstaan van de waardering van
grote steden als Rotterdam, Den Haag en Amsterdam), ging het daarmee om gemiddeld
de sportvoorzieningen (door de georganiseerde sport). Over de buitensportaccommodaties
2,5 project per gemeente. In Maassluis zijn drie projecten gehonoreerd, waarbij verschil-
zijn de verenigingen tevreden. Over de binnensportvoorzieningen zijn wel kritische geluiden
lende partners betrokken waren. Welzijn E25 was (samen met Bureau De Laat) initiatief-
te horen. De sporthallen en gymnastieklokalen zijn verouderd (de sporthallen dateren uit
nemer van twee van de gehonoreerde aanvragen, de derde aanvraag was een initiatief van
1967 en 1981). Daarnaast geven binnensportverenigingen aan dat er in de piekmaanden
Fighting4all. In totaal hebben 6 sportaanbieders deelgenomen aan de projecten (Welzijn
(oktober – maart) onvoldoende capaciteit is om aan alle vraag naar zaalruimte te voldoen
E25, gemeente Maassluis, Excelsior Maassluis, Mahorokan Sports Club, Evergreen, Figh-
(met name als er ook gezaalhockeyd wordt). Dit is overigens een beeld dat in veel gemeen-
ting4all) en daarnaast verschillende basisscholen en het Lentiz VMBO.
ten in Nederland herkenbaar is. De verenigingen zijn op de hoogte van de plannen voor vervanging of renovatie van sporthallen en gymnastieklokalen (die laatste voor sportzalen)
Feitelijk is de doelstelling van de gemeente in de sportnota 2013 – 2017 daarmee niet ge-
en ze kijken uit naar het moment dat er nieuwe of vernieuwde accommodaties beschikbaar
haald. Tegelijkertijd wordt geconstateerd dat het aantal gehonoreerde aanvragen over de
zijn. De sportzalen zouden op onderdelen voor trainingsdoeleinden ook kunnen voorzien in
gehele periode 2012 – 2018 relatief beperkt was en dat het aantal gehonoreerde aanvragen
de capaciteitsbehoefte.
vanuit partners uit Maassluis (3) al boven het gemiddelde over alle gemeenten in Nederland lag.
Binnensportaccommodaties Met de sportnota 2013 is een nieuwe weg ingeslagen voor de kwalitatieve verbetering van
3.2.3
Tevredenheid over de sportvoorzieningen
In 2017 zijn de inwoners van Maassluis tevreden over de sportvoorzieningen in de omgeving. De doelstelling valt uiteen in drie subdoelstellingen met een aantal kpi’s: a)
Kwalitatief voldoende en laagdrempelige sport en beweeg voorzieningen voor alle inwoners van Maassluis
b)
Ondersteuning in het pedagogische en sociale klimaat bij sportverenigingen (sportiviteit en respect, Verklaring Omtrent Gedrag (VOG))
c)
Extra (wijkgerichte) aandacht naar voorzieningen voor ouderen, mensen met een beperking en jeugd vanaf 12 jaar
de binnensportaccommodaties. De visie in de sportnota 2013 was als volgt: Om op een prettige en veilige manier te kunnen sporten en bewegen, is het belangrijk dat er kwalitatief en kwantitatief voldoende binnensportaccommodaties zijn, die voldoen aan de eisen voor het bewegingsonderwijs, van de sportbonden en de huidige tijd (onder meer duurzaamheid). De basis voor de verbetering van de binnensportaccommodaties is vastgesteld in de sportnota Maassluis 2013. Hierin staan de volgende uitgangspunten:
De Wethouder Smithal en de Olympiahal bieden voldoende ruimte voor de vraag naar bewegingsonderwijs en sportgebruik in Maasssluis. Deze situatie is voor Maassluis nog steeds actueel. Voor de omvang van de gemeente zijn twee sporthallen nodig om het aanbod aan wedstrijdsport, de trainingen hiervoor en een deel van het bewegingsonderwijs onder te kunnen brengen. 13
De gymnastieklokalen worden daar waar nieuwbouw of vervanging nodig is, omge-
Realisatie van de actiepunten
vormd tot sportzalen, mede ingegeven door de KVLO (om zalen van minimaal 14 x 22
Voor de binnensportaccommodaties is het traject van de kwalitatieve verbetering van de
meter te hanteren).
binnensportaccommodaties afgelopen jaren in gang gezet.
Deze visie is nog steeds actueel en is ook het uitgangspunt voor de sportnota 2022.
De nieuwe sportzaal bij IKC de Kindertuin is gerealiseerd. Voor de sportzaal Sportlaan is een definitief bouwkundig ontwerp opgesteld, dat is gedeeld met de meedenkgroep. Een voorstel voor het beschikbaar stellen van een
Actiepunten kwalitatieve verbetering van de binnensportaccommodaties
krediet van € 6.225.000 voor de realisatie van deze zaal is eind 2021 door de gemeen-
In de nota “Kwalitatieve verbetering van de binnensportaccommodaties” van maart 2017 is
teraad vastgesteld.
een uitwerking gegeven aan de uitgangspunten uit de sportnota, gebaseerd op diverse rapporten over de fasering van de binnensportaccommodaties (Buining en partners), een
De ontwikkeling van de andere binnensportaccommodatie verloopt minder soepel. Zo is er
capaciteitsonderzoek (Mulier Instituut) en de inventarisatie van de Olympiahal (Synarchis).
nog geen nieuwbouw van de Olympiahal gerealiseerd en is er nog geen sportzaal aan de
De visie op de kwalitatieve verbetering van de binnensportaccommodaties is in juni 2017
Haydnlaan gerealiseerd. Dat heeft te maken met de beschikbare middelen en geschikte
in een themabijeenkomst met de gemeenteraad besproken.
bouwlocaties. Deze actiepunten maken daarom onderdeel uit van deze sportnota.
In de nota zijn beslispunten en ontwikkelingsstappen opgenomen. De beslispunten waren als volgt:
Buitensportaccommodaties
De sportzaal bij IKC De Kindertuin wordt gerealiseerd, ter vervanging van het gymnas-
In de Sportnota 2013 zijn diverse actiepunten opgenomen die zijn uitgevoerd. Daarnaast
tieklokaal aan de Wassenaer van Obdamstraat.
hebben er ook andere ontwikkelingen plaatsgevonden.
Er komt een extra sportzaal voor het Reviuslyceum aan de Sportlaan. Hierin wordt het
Voor de buitensportaccommodaties zijn diverse verenigingsaccommodaties vernieuwd. Bij
plan voor een verenigingsruimte voor de Green Eagles opgenomen.
MSV is een kunstgrasveld gerealiseerd, de vereniging heeft een kunstgrastrainingshoek
Aan de Haydnlaan komt een sportzaal.
gerealiseerd. Bij MHV Evergreen is er een kunstgrasveld gerealiseerd, waar de vereniging
Er komt nieuwbouw voor de Olympiahal.
zelf een upgrade naar een waterveld heeft gerealiseerd. HV Unitas ’63 is verhuisd naar het complex van MSV’71.
Ontwikkelingsstappen waren:
Een aantal verenigingen heeft gebruik gemaakt van de kleedkamersubsidieregeling. Hier-
Een besluit over de sloop of nieuwbouw van De Parkiet kan worden genomen als de
mee is een kwaliteitsslag gerealiseerd voor de verenigingsaccommodaties. De kleedka-
andere sportzalen zijn gerealiseerd.
mers zijn voor een deel met de subsidie opgeknapt en de kantines konden op deze wijze
Sloop van het gymnastieklokaal aan de Wassenaer Van Obdamstraat is afhankelijk
eveneens door de verenigingen worden opgeknapt. De verenigingen (Vrienden van) VDL,
van de (her)ontwikkeling van de voormalige school Het Spectrum.
MSV ’71, Unitas ’63, MHV Evergreen, CKC Maassluis en de Coureur hebben in totaal
In het masterplan Dijkpolder is ook een beeld geschetst van de voorzieningen die nodig
€ 1.546.332 subsidie ontvangen. Aanvullend zijn middelen van onder meer het Fonds
zijn voor de wijk Wilgenrijk. Naast een basisschool is er ook ruimte voor een sportzaal
Schiedam Vlaardingen e.o. en vanuit de verenigingen ingezet.
voor bewegingsonderwijs opgenomen. Zwembad Bij het zwembad Dol-fijn is er geïnvesteerd in het aantrekkelijk maken van het zwembad. De aankleding is aangepast en er zijn attractieve speelelementen bijgekomen. 14
3.2.4
Tarievenbeleid
Dit geldt vooral voor jongeren en ouderen. Het aantal mensen uit die doelgroepen dat lid is
Het gemeentelijke Tarievenbeleid Sport is vastgesteld in 2017. Met ingang van 2018 zijn
van een bij NOC*NSF aangesloten sportvereniging is gestegen en conform of hoger dan
de tarieven volgens dit systeem vastgesteld. Er is sprake van een kostprijs gerelateerd
de streefnormen. Dat geldt ook voor de groep jongeren wiens ouders een laag inkomen
tarievensysteem, waarbij het tarief ontstaat door een bepaald dekkingspercentage op de
hebben en voor lidmaatschappen op andere opties aangewezen zijn. Het aantal lidmaat-
kostprijs toe te passen.
schappen onder volwassenen (19 – 64 jaar) is juist gedaald. Mede door de verschuiving van de leeftijdsopbouw binnen verenigingen, ontstaan knelpunten in het vervullen van alle
Het nieuwe tarievenbeleid zou geëvalueerd worden in 2020, gekoppeld aan de nieuwe
vrijwilligersfuncties. Dit is een landelijk beeld. Verenigingen voelen zich gesteund door de
sportnota. Er wordt op dit moment voor gekozen om geen uitgebreide evaluatie van het
gemeente (onder meer in het kader van vraagstukken voor hun vrijwilligersbeleid). Tegelijk
tarievenbeleid uit te voeren. Allereerst hebben de coronamaatregelen impact gehad op de
zijn er nog mogelijkheden om meer onderlinge samenhang (met andere verenigingen) te
sportverenigingen en is er sprake geweest van huurcompensatie in de afgelopen periode.
realiseren.
Uit gesprekken met verenigingen is gebleken dat er geen ernstige financiële consequenties zijn voor sportverenigingen als gevolg van Covid-19. De gemeente kiest ervoor om de hui-
De inwoners van Maassluis zijn tevreden over de voorzieningen in hun omgeving.
dige situatie op dit moment zoveel mogelijk stabiel te houden. Daarnaast zijn bij de begro-
Er zijn geen gedetailleerde cijfers bekend over de waardering van de sportvoorzieningen
tingsbehandeling van 2020 en 2021 bezuinigingsmaatregelen op het gebied van de
door de inwoners. Uit een consultatie onder de verenigingen komt naar voren dat de ver-
tarieven voor de sportaccommodaties vastgesteld, waardoor een verhoging van de tarieven
enigingen tevreden zijn over de buitensportvoorzieningen en de bestaande regelingen. Met
gefaseerd € 25.000 dient op te leveren en er tevens € 25.000 bezuinigd moet worden op
name de kwaliteit van de binnensportaccommodaties (verouderd) laat volgens de vereni-
sportaccommodaties per 2022.
gingen wel te wensen over. Er wordt reikhalzend uitgekeken naar de implementatie van het renovatie en nieuwbouwplan voor de sporthallen en sportzalen (ter vervanging van de gym-
3.3
Belangrijkste conclusies
De conclusies ten aanzien van de drie hoofddoelstellingen zijn als volgt: De sportparticipatie in 2017 is niet hoger dan in 2012. Dit komt voornamelijk doordat het aantal volwassenen dat voldoet aan de beweegrichtlijnen lager is dan de uitgangswaarden in 2012. Het aantal jongeren en ouderen heeft wel hoger gescoord op de beweegrichtlijnen (conform of hoger dan de streefwaarde). Het is onduidelijk of de aantallen negatief beïnvloed worden doordat de beweegnorm en de combinorm in 2017 zijn vervangen door een andere beweegrichtlijn. Verder valt op dat de eigen perceptie van de eigen gezondheid hoger ligt dan in 2012 en dan de streefnorm, zowel bij volwassenen als bij ouderen.
nastieklokalen). Niet alle voorgenomen investeringen zijn gerealiseerd in de afgelopen periode. Dat heeft vooral met beschikbare middelen en locaties te maken. Duiding van de doelstellingen en de resultaten Er is bij de sportnota 2013 – 2017 gekozen voor een beperkt aantal hoofddoelstellingen en meetbare resultaten, gericht op impact van het sportbeleid: het verhogen van sportparticipatie, het verhogen van de participatie (meedoen) en het geven van impulsen voor de kwaliteit van de sportvoorzieningen. De hoofddoelstellingen sluiten daarmee aan op de speerpunten van het algemene beleid van de gemeente Maassluis uit de betreffende periode. Een beperkt aantal hoofddoelstellingen (met meetbare subdoelstellingen) is daarnaast krachtig waar het gaat om het aanbrengen van focus binnen het beleid en de uitvoering daarvan.
Sport, bewegen en het verenigingsleven zijn een effectieve vorm van meedoen aan de samenleving.
15
Vervolgonderzoek en beschikbare cijfers Wanneer nieuwe doelstellingen worden geformuleerd (sportnota 2022+) moet nadrukkelijk aandacht geschonken worden aan de meetbaarheid van de doelstelling c.q. de beschikbaarheid van de cijfers. In een aantal gevallen (sportparticipatie 4-12 jaar, tevredenheid over sportvoorzieningen) werden de cijfers op een ander aggregatieniveau geregistreerd, waardoor de meetbaarheid van de resultaten bemoeilijkt werd. Overigens wordt de scope van meetbare gegevens (zeker gegevens die door externe partijen gemeten worden) gedurende de looptijd van een beleidsnota nog wel eens gewijzigd. Tegelijkertijd is het in het kader van de vergelijkbaarheid van cijfers wel zinvol om vergelijkbare doelstellingen te formuleren, zodat de ontwikkeling in de tijd op de verschillende doelstellingen kan worden gemonitord. In hoofdstuk 5 van deze rapportage (Doelstellingen) komen we hier nader op terug.
16
Hoofdstuk 4. Sportnota 2022+: het kader
4. Sportnota 2022+: het kader 4.1
Kenmerk van het nieuw collectivisme is dat mensen weer meer op zoek gaan naar een groep waarbij men zich thuis voelt en waartoe men wil behoren. Dit kan het gezin
Inleiding
zijn, maar ook kleine of grotere groepen gelijkgestemden, waaronder sportverenigin-
In dit hoofdstuk wordt het kader geschetst van de nieuwe sportnota. Allereerst wordt ingegaan op de trends en ontwikkelingen op het gebied van sport in Nederland. Vervolgens wordt een overzicht gegeven van wat de basis sportinfrastructuur in Nederland is genoemd:
Als tegenhanger van de individualisering is de trend van nieuw collectivisme te zien.
gen.
Door de grote deelname van met name kinderen aan sportactiviteiten in verenigingsverband speelt de georganiseerde sport een belangrijke rol bij de ontwikkeling van
wat voor soort voorzieningen zijn er gemiddeld in Nederlandse gemeenten en hoe wordt
sociale vaardigheden. In een samenleving die individualiseert wordt het steeds be-
de sport in Nederland in de regel georganiseerd. Daarna wordt ingegaan op de thema’s
langrijker dat kinderen en volwassenen via sport ‘spelenderwijs’ en aan de hand van
van de sportnota, die in hoofdstuk 5 verder uitgewerkt worden in doelstellingen en meetbare
normen en waarden (lees: spelregels) leren om samen te winnen en te verliezen, sa-
resultaten voor de komende periode: de intrinsieke waarde van sport, de maatschappelijke
men te werken, met verschillende mensen om te gaan. Een positieve sportcultuur is
waarde van sport en de organisatie van de sport.
echter geen vanzelfsprekendheid en verruwing van omgangsvormen in de samenleving komt ook in de sport helaas steeds vaker voor.
4.2
Trends en ontwikkelingen
De laatste jaren wordt enerzijds meer ingezet op sportstimulering en anderzijds op de
De trends en ontwikkelingen worden beschreven op basis van bureau-informatie en bron-
verbinding tussen sport en de maatschappelijke agenda. Mede als gevolg van de de-
nen als het Sociaal en Cultureel Planbureau, het Mulier Instituut en de Nederlandse
centralisatie van zorgtaken (jeugdzorg, werk en inkomen en zorg aan langdurig zie-
Sportraad.
ken en ouderen) is er lokaal steeds meer oog voor de verbinding tussen sport, bewegen en het sociaal domein. Tegelijk blijkt het in de praktijk lastig om voldoende
4.2.1
del’ bij de maatschappelijke opgaven. In de uitwerking van de maatschappelijke im-
Sportbeoefening wordt de laatste jaren steeds individueler en ook vaker in ongeorganiseerd verband.
concreet te worden in de uitwerking. Sport kan teveel worden gezien als ‘wondermid-
Sociaal
Binnen de vrijetijdsbesteding, is de concurrentie voor sport en bewegen de laatste
pact van sport wordt inhoudelijk ingegaan op dit onderdeel.
De gemeente heeft een wettelijke rol bij het realiseren van accommodaties voor be-
decennia steeds groter geworden. Vormen van vrijetijdsbesteding als bioscoopbe-
wegingsonderwijs. Waar voorheen gymnastieklokalen (12 x 21 x 5,5 (verordening op
zoek en speelparadijzen concurreren steeds vaker met sportbeoefening. Daarnaast
onderwijshuisvesting van de VNG sinds 1960)) gerealiseerd werden, is de tendens
concurreert reguliere sportbeoefening (onder meer bij verenigingen) onder jongeren
de laatste jaren dat steeds grotere gymzalen, (voldoet aan de richtlijn van de KVLO
steeds vaker met zaken als gamen, tablets en televisie.
waarbij een omvang van 14 x 22 x 5,5 voor bewegingsonderwijs wordt geadviseerd),
De ontgroening en vergrijzing van de Nederlandse samenleving (lees: minder kin-
sportzalen (minimaal 22 x 28 x 7 m) of sporthallen (minimaal 44 x 24 x7 m) gereali-
deren en meer ouderen) vormt een bedreiging voor sportaanbieders die zich vooral
seerd worden, zodat sprake kan zijn van dubbelgebruik van de accommodatie door
concentreren op de jeugd, maar biedt tegelijkertijd kansen voor die organisaties die
verenigingen of andere sportaanbieders. De omvang betreft de omvang van een
aantrekkelijke programma’s en activiteiten kunnen aanbieden voor senioren. Senio-
sportvloer, exclusief nevenvoorzieningen als kleedruimten, toiletten, toestellenbergin-
ren zijn niet alleen langer sportief actief, maar blijven ook tot op steeds hogere leeftijd
gen en eventuele horeca. De omvang van sportzalen kan variëren: binnensportvoor-
vrijwilligerswerk doen. Dit draagt bij aan een gezondere veroudering.
zieningen die groter zijn dan een gymnastieklokaal en kleiner dan een sporthal,
18
vallen ongeacht de afmeting allemaal in de categorie sportzaal. De sportzaal bij het
4.2.3
IKC Kindertuin in Maassluis kent bijvoorbeeld een afmeting van 14 x 26 x 6 meter.
Sportparticipatie
Veel Nederlanders zijn op diverse manieren sportief actief. Als gevraagd naar de plek
Vooralsnog wordt door verreweg de meeste gemeenten uitgegaan van 1,5 klokuur
waar ze vooral sportief actief zijn, geven Nederlanders aan te sporten bij sportvereni-
bewegingsonderwijs voor het primair onderwijs per week (groepen 3 – 8). In 2020 is
gingen (23%), bij commerciële sportaanbieders (18%) en in de openbare ruimte, bij-
een wet aangenomen om het aantal klokuren met ingang van 2023 wettelijk vast te
voorbeeld om te fietsen of hard te lopen (47%). Iets meer dan de helft van de
leggen op 2 lesuren per week (1,5 klokuur), zodat op alle scholen bewegingsonderwijs conform deze norm wordt aangeboden. Dit houdt voor sommige gemeenten een
Nederlanders sport wekelijks. Een kwart van de Nederlanders sport niet.
Mensen met psychische en/of medische klachten, mensen met een beperking en
stijging van het gebruik door bewegingsonderwijs in. In Maassluis is al sprake van
mensen met een laag inkomen sporten veel minder. Zeker ook voor deze kwetsbare
1,5 lesuur per week bewegingsonderwijs per groep, zodat hier geen extra gebruik
groepen geldt dat sport en bewegen in het algemeen en aansluiting bij sportvereni-
verwacht wordt.
gingen in het bijzonder bijdraagt aan de kwaliteit van het leven en kansen biedt om deel te (blijven) nemen aan de samenleving. Afhankelijk van de aard van de beper-
4.2.2
king sport 21% van de visueel en motorisch beperkten en 33% van de verstandelijk
Economisch
beperkten. Van de sporters met een beperking ervaart 60% knelpunten, met name op
In Nederland wordt € 5,7 miljard besteed aan sport. Overheden (met name gemeen-
het gebied van vervoer, ondersteuning en niet toegankelijke sportvoorzieningen.
ten) geven € 2,5 miljard uit aan sport, vooral aan sportaccommodaties en aan sporten recreatiefaciliteiten in de openbare ruimte. Bij de meeste gemeenten bestaat de
sportbegroting voor ongeveer 85% uit accommodatie gerelateerde kosten. Sporters
seerde sport zijn de afgelopen jaren (meisjes)voetbal en hockey groeisporten geble-
besteden € 2,8 miljard aan activiteiten, waarvan € 1,8 miljard ten goede komt aan
ken, terwijl het aantal leden van binnensportverenigingen een aantal jaar achtereen is teruggelopen.
commerciële aanbieders en € 1 miljard wordt uitgegeven aan contributies en andere uitgaven bij sportverenigingen.
Voorkeuren voor sportbeoefening zijn aan fluctuaties onderhevig. Bij de georgani-
Waar voorheen Nederlanders vooral lid waren van een sportvereniging, stijgt het
De georganiseerde sport in Nederland drijft op vrijwilligers. Op basis van een 40-
aantal mensen dat niet- of anders georganiseerd sport. Vooral bij volwassenen is
urige werkweek is landelijk sprake van een inzet van ongeveer 54.000 fte vrijwilligers
deze verschuiving te zien. Hardlopen, fietsen, golf en padel groeien in populariteit. De
in de sport. Deze inzet vertegenwoordigt een enorme economische waarde (meer
openbare ruimte (voor hardlopen en fietsen, maar ook voor wandelen) wordt daar-
dan € 2 miljard op basis van € 40.000 per fte). Als het om betaalde krachten zou
mee een steeds belangrijkere voorziening voor sport en bewegen. Ook het aantal
gaan, zou verenigingssport in Nederland vrijwel onbetaalbaar worden.
sporters dat gebruik maakt van commercieel sportaanbod groeit. In de commercieel
Er is steeds meer inzicht in de sociaal economische waarde van sport en bewegen.
aangeboden sporten is groei vooral te zien bij bootcamp, yoga en kickboksen. Fitness, de grootste sport in Nederland, lijkt qua deelnemers te stabiliseren.
In opdracht van het Kenniscentrum Sport is onderzoek gedaan naar de effecten van sport en bewegen op onder meer de besparing op zorgkosten, de afname van ziekte-
De groep wekelijks sportende ouderen, met name 65-plussers, groeit sterk. Daaren-
verzuim en de toename van arbeidsproductiviteit. Uit dit onderzoek komt naar voren
tegen is het deel van de jongeren (jonger dan 20 jaar) dat wekelijks sport de afgelo-
dat elke euro die geïnvesteerd wordt in sport tot ongeveer € 2,50 aan ‘baten’ leidt
pen jaren juist afgenomen. Vooral bij de overgang van primair naar voortgezet
(c.q. besparingen op kosten).
onderwijs is sprake van een sterke afname van de sportdeelname. Sportaanbieders zullen in moeten spelen op een gemiddeld ouder wordende sportpopulatie en tegelijkertijd proberen om het aanbod aantrekkelijk te houden voor jongeren.
19
Voor veel sportverenigingen is de opbouw van de vereniging qua leden de afgelopen
De maatschappelijke en economische waarde rechtvaardigen ook de komende jaren in-
jaren veranderd: minder volwassen leden. Het volwassen kader bij verenigingen be-
zet van de gemeente en haar partners op het gebied van sport en bewegen. Het stimule-
staat steeds vaker uit ouders van jeugdleden en de laatste tijd ook vaker uit senioren,
ren van sport en bewegen onder specifieke doelgroepen (jeugd, ouderen, kwetsbare
die door pensionering meer tijd hebben gekregen voor vrijwilligerswerk.
groepen) blijft met name vanwege de impuls voor een gezonde leefstijl van belang. Hoewel commerciële sportaanbieders en sport en bewegen in de openbare ruimte aan popu-
4.2.4
Georganiseerde sport
Hoewel steeds meer organisaties commerciële kansen zien in sport (denk bijvoor-
lariteit winnen, is het met het oog op de grote sociale waarde van belang sport en bewegen in verenigingsverband te blijven stimuleren.
beeld aan sportscholen) zijn sportverenigingen nog altijd de belangrijkste aanbieders van sportactiviteiten. Voor verreweg de meeste kinderen vanaf een jaar of 6 is het de normaalste zaak om zich aan te sluiten bij één of meer sportverenigingen. De circa 20.000 sportverenigingen in Nederland bieden een ‘thuis’ aan meer dan 4 miljoen sportieve Nederlanders en aan 1 miljoen vrijwilligers. Tezamen met het brede aanbod van sportaccommodaties maakt dit dat Nederland over een wereldwijd unieke sportinfrastructuur beschikt.
Ongeveer 45% van de sportverenigingen in Nederland ziet de toekomst (zeer) zonnig in, maar ongeveer 10% vreest dat de vereniging over 10 jaar niet meer bestaat door teruglopende ledenaantallen en (daarmee) dalende inkomsten en beschikbaarheid van vrijwilligers. Dit geldt vooral voor kleinere verenigingen met minder dan 100 leden. Met name binnensportverenigingen worden soms in hun voortbestaan bedreigd of kiezen voor fusies.
Verenigingen drijven op vrijwilligers, maar steeds meer verenigingen hebben moeite om bestuursfuncties, technisch kader, onderhoudsploegen en barteams in te vullen. Het is cruciaal dat het potentieel maximaal wordt benut. Het karakter van het vrijwilligerswerk verandert bij steeds meer verenigingen: minder vaak een functie, maar steeds vaker een specifiek project (met kop en staart). Ook vragen verenigingen vaker om vrijwilligerswerk te doen dat aansluit bij de professie: een administrateur voor de kascontrolecommissie, een ICT-er om de website te onderhouden etc.
Vanuit bestuurlijk perspectief (landelijk en lokaal) wordt het belang van sportverenigingen goed en steeds beter op waarde geschat. Met het oog ook op nieuwe verbindingen met de maatschappelijke agenda zijn sportverenigingen voor gemeenten een steeds interessantere partner. Daarbij is het belangrijk te onderkennen dat niet alle verenigingen zichzelf in staat achten om een bijdrage te leveren (niet kunnen) of geen andere taken dan hun primaire verantwoordelijkheid willen oppakken. 20
4.2.5
betekent dit dat verenigingen hun bestuur ‘WBTR-proof’ moeten maken door procedu-
Wettelijke regelingen
res en verantwoordelijkheden nadrukkelijker vast te leggen.
Met ingang van 1 januari 2019 is de stimuleringsregeling Bouw en Onderhoud Sportaccommodaties (BOSA) van kracht waarbinnen een subsidiebudget beschikbaar is ter compensatie van het kostenverhogende effect van de verruiming van de Btw-vrijstel-
4.3
ling op die datum. Amateursportorganisaties kunnen via de BOSA subsidie aanvragen
Rol van de gemeente
voor de bouw- en onderhoudskosten van sportaccommodaties en de aanschaf van
Sportaanbod in Nederland is al decennia het domein van gemeenten. Hoewel sport en
sportmaterialen. In 2021 is voor de BOSA een budget van € 79 miljoen beschikbaar
bewegen geen wettelijke taak zijn (het faciliteren van bewegingsonderwijs is wel een wet-
dat wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van aanvragen. De subsidie bedraagt
telijke taak, zie paragraaf 4.2.1) wordt door gemeenten al sinds de jaren ’50 geïnvesteerd
20% van de subsidiabele kosten inclusief Btw. Voor activiteiten gericht op energiebe-
in sportvoorzieningen en sportstimulering.
Overzicht ‘basis’ sportinfrastructuur in Nederland
sparing, toegankelijkheid, circulariteit, klimaatadaptie en veiligheidsbeleving bedraagt
de subsidie 30% van de subsidiabele kosten inclusief Btw. De BOSA heeft een looptijd
De mate waarin geïnvesteerd wordt, hangt af van het ambitieniveau en de omvang van een
tot 1 januari 2024.
gemeente. Grote steden zijn eerder geneigd te investeren in aspecten als topsport en ta-
Met ingang van 1 januari 2019 is de Regeling Specifieke Uitkering Stimulering Sport
lentontwikkeling, topsportaccommodaties en (top)sportevenementen. Kleinere gemeenten
(SPUK Sport) van kracht waarbinnen een subsidiebudget beschikbaar is ter compen-
richten zich vooral op het ‘op orde krijgen en hebben’ van de basis. Het gaat daarbij primair
satie van het kostenverhogende effect van de verruiming van de Btw-vrijstelling op die
om een voorwaardenscheppende rol in de vorm van het beschikbaar stellen van sportac-
datum. Gemeenten en Sportbedrijven kunnen via de SPUK subsidie aanvragen voor
commodaties voor een maatschappelijk tarief en het stimuleren van sport en bewegen in
investeringen in de bouw/aanleg en het onderhoud van sportaccommodaties en de
de gemeente.
met Btw belaste kosten voor het beheer en de exploitatie van sportaccommodaties waarvoor geen recht bestaat op aftrek op grond van de Wet op de Omzetbelasting 1968 of op compensatie op grond van de Wet op het Btw-Compensatiefonds. In 2021 is voor de SPUK Sport een budget van € 182 miljoen beschikbaar. Indien de gehonoreerde aanvragen dit bedrag overschrijden wordt naar rato uitgekeerd. De subsidie bedraagt maximaal 17,5% van de bestedingen inclusief Btw. Een activiteit mag niet óók worden gesubsidieerd via de BOSA. De SPUK Sport heeft een looptijd tot 1 januari 2024.
De toepassing van de AVG (en het gebruikmaken van Verklaringen omtrent Gedrag) heeft de afgelopen jaren gezorgd voor veel regeldruk bij verenigingen.
De Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) gaat in op 1 juli 2021 en is bedoeld om toezicht op besturen van verenigingen en stichtingen te verbeteren. Ook sportverenigingen hebben met deze wet te maken. De overheid wil met de wet voorkomen dat wanbestuur, onverantwoordelijk financieel beheer, zelfverrijking, misbruik van posities en andere ongewenste activiteiten verenigingen en stichtingen schaden. In de praktijk
4.3.1
Basisvoorzieningen en normen
Ondanks het ontbreken van een wettelijk kader, zijn sportvoorzieningen door de jaren heen vanzelfsprekende voorzieningen geworden in gemeenten. Om verenigingen te faciliteren bij het aanbieden van hun kernactiviteiten (trainingen en wedstrijden, maar zeker ook de impliciete waarde van ‘verenigen’, participeren en ontmoeten). Om zwemonderwijs mogelijk te maken, zodat kinderen zelfredzaam worden in ons waterrijke land. En door efficiënt en effectief met ruimte om te gaan, door voorzieningen voor bewegingsonderwijs (gymnastieklokalen) te combineren tot een grotere voorziening (sporthal), waardoor binnensportverenigingen en onderwijs gezamenlijk van dezelfde accommodatie gebruik kunnen maken. Gemeenten voorzien in de regel in sportaccommodaties op basis van behoeften en vraagaanbod vergelijkingen, veelal gericht op georganiseerde sport. Ledenaantallen van verenigingen bepalen het aantal teams en daarmee het aantal velden bij buitensportverenigingen of het aantal gebruiksuren bij binnensportverenigingen. Daarnaast investeren sommige
21
gemeenten in grotere of meer accommodaties om met name de wedstrijdsport te verster-
gemeentelijke bemoeienis). Daarnaast zijn er ook nog gemeentelijke tennisaccommo-
ken: meer binnensportaccommodatieruimte biedt immers gelegenheid tot meer trainings-
daties. In Maassluis is één tennispark eigendom van de vereniging. Het andere tennis-
uren voor verenigingen.
park is gemeentelijk en wordt verhuurd.
Ondanks de lokale verschillen en realisatie van accommodaties vanuit vraag-aanbod ver-
Diversiteit van sportaanbod en sportverenigingen
gelijkingen, komt uit de gebruikscijfers van sportaccommodaties en bestaand sportaanbod
De diversiteit van het sportaanbod in gemeenten is veelal afhankelijk van de omvang van
van gemeenten in Nederland een algemeen basisniveau naar voren:
de gemeente (en deels ook van het ambitieniveau) en de diversiteit van het verenigingsle-
Voor het gebruik van binnensport werd in de regel gerekend met één sporthal per
ven. Uit het eerder gememoreerde onderzoek van het Mulier Instituut komt bijvoorbeeld
15.000 inwoners (draagvlakcijfers uit de planologische kengetallen en gebruiksrichtlij-
ook naar voren dat in een minder stedelijke context meer dan twee keer zoveel sporthallen
nen van de VNG en NOC*NSF). De gemeente Maassluis heeft ongeveer 33.000 inwo-
zijn dan in een stedelijke context, maar dat de bezettingsgraden niet lager zijn. In en door
ners en 2 sporthallen, dus heeft een aanbod conform de norm. Recent onderzoek van
grotere gemeenten worden vaak ook voorzieningen als een atletiekbaan, rugby- en cricket-
het Mulier Instituut (2020, ondersteund door het Ministerie van VWS en in samen-
velden en ijsbanen gerealiseerd en in standgehouden. Deze voorzieningen zijn te ken-
spraak met NOC*NSF, VSG, KVLO en diverse sportbonden) wijst uit dat de normering
schetsen als grootstedelijke of bovenlokale sportaccommodaties.
aangepast zou moeten worden. Sporthallen in een stedelijke context hebben dan een draagvlak van 10.000 – 17.500 inwoners; in een minder stedelijke context is dit 6.250 – 12.500 inwoners. Uit het onderzoek komt onder meer naar voren dat door veranderde sportdeelname en sportvoorkeuren, demografische ontwikkelingen en sportbeleid meer sporthallen nodig zouden zijn dan de huidige draagvlakcijfers voorschrijven.
Gemeenten vanaf 20.000 inwoners hebben de beschikking over een zwembad. Daarmee wordt primair voorzien in zweminstructie, recreatief zwemmen en het beschikbaar
4.3.2
Commerciële en ongeorganiseerde sport
De rol van de gemeente bij het faciliteren van sport is van oudsher gekoppeld aan de georganiseerde sport en/of aan sportaccommodaties. Door de opkomst van commerciële sport (onder meer fitness, squash, golf) en anders of ongeorganiseerde sport (hardlopen, wielrennen, bootcamp) wordt door veel gemeenten de vraag gesteld in hoeverre bij beleidsontwikkeling een verbinding met deze vormen van sport tot stand gebracht moet worden.