CConstaterende datMaassluis
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Bestemmingsplan De Vlootschouwer

Thema-avond 1 11 mei 2021, gemeente MaassluisBij agendapunt: 21.15-22.15 uur: Toelichting bestemmingsplan De Vlootschouwer24.307 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het invloedsgebied van de weg reikt tot een afstand van 880 meter. Het plangebied is gelegen op circa 730 meter en valt zodoende binnen het invloedsgebied. Het plangebied ligt buiten 200 meter van de transportroute, waardoor berekening van het groepsrisico niet noodzakelijk is. Wel is een beknopte verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Vervoer van gevaarlijke stoffen over de Nieuwe Waterweg Ten westen van het plangebied is sprake van vervoer van gevaarlijke stoffen over de Nieuwe Waterweg (vaarwegroute Corridor Rotterdam – Duitsland). Het plangebied ligt buiten de PR 10-6 contour van de route. Het invloedsgebied van de vaarroute reikt tot 1070 meter. Het plangebied ligt op circa 880 meter van de vaarroute en valt daarmee binnen het invloedsgebied. Het plangebied ligt buiten 200 meter van de transportroute, waardoor berekening van het groepsrisico niet noodzakelijk is. Wel is een beknopte verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Uit bovenstaande onderzoek komt naar voren dat het plangebied niet binnen het maatgevende plaatsgebonden risicocontour 10-6 per jaar van risicovolle inrichtingen is gelegen. Het plangebied ligt echter wel binnen het invloedsgebied van verschillende risicovolle bronnen, waarvoor hieronder een beknopte verantwoording van het groepsrisico is gegeven.

Beknopte verantwoording groepsrisico De onderstaande beknopte verantwoording van het groepsrisico wordt op basis van het advies van de veiligheidsregio nader uitgewerkt. Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van en incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/ adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Het plangebied wordt ontsloten via verschillende wegen, waaronder de Maasdijk, Cornelis van der Lelylaan, Westlandseweg en Uiverlaan. Deze straten sluiten allen aan op het verdere wegennetwerk van Maassluis. Het gedegen wegennetwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede. Zo kan een mogelijke brand via meerdere aanvalswegen worden geblust. Het wegennetwerk biedt daarnaast vluchtmogelijkheden in vier richtingen, waardoor altijd van de bron af kan worden gevlucht.

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

37

Zelfredzaamheid In de toekomstige situatie zal het plangebied bestaan uit woningen en maatschappelijke functies. De aanwezige personen zullen over het algemeen zelfredzaam zijn. Aanwezige kinderen en ouderen worden wel beschouwd als verminderd zelfredzame personen. Hierbij wordt echter ervan uitgegaan dat in geval van nood de ouders/verzorgers de kinderen en ouderen kunnen begeleiden. Als gevolg van een incident met toxische stoffen geldt dat een toxische wolk zich snel kan ontwikkelen en verplaatsen. Dit effect is vaak niet zichtbaar. Zelfredzaamheid in dit scenario is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen. Denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen. Instructie met betrekking tot de juiste handelswijze in geval van een incident is noodzakelijk voor een effectieve zelfredzaamheid. Conclusie Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de A20 en de Nieuwe Waterweg. Vanwege de geringe omvang van de beoogde ontwikkeling en de afstand tot de risicobronnen zal het groepsrisico echter niet aanzienlijk toenemen. Uit de beknopte verantwoording blijkt daarnaast dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende worden beschouwd.

Het aspect externe veiligheid vormt zodoende geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.9

Bedrijven en milieuhinder

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen:  ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd;  rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/rustig buitengebied'. Voor het omgevingstype 'gemengd gebied' gelden kleinere afstanden. De richtafstanden gelden voor de aangegeven bedrijfsactiviteiten in het algemeen.

Op basis van onderzoek naar de specifieke milieusituatie van een bedrijf kunnen kleinere aan te houden afstanden gerechtvaardigd zijn. Hiermee kan dan onderbouwd worden afgeweken van de richtafstanden indien de specifieke bedrijfsvoering van het betreffende bedrijf daar aanleiding toe geeft. Onderzoek In het plangebied worden zowel maatschappelijke functies als woningen gerealiseerd. Direct naast het plangebied zijn verschillende maatschappelijke functies gelegen. In de omgeving van het plangebied zijn tevens woningen, een woonzorgcomplex en een bedrijf gesitueerd. Gezien de verscheidenheid aan functies kan het plangebied volgens de VNG publicatie worden getypeerd als een 'gemengd gebied met wonen (functiemenging)'. Hiermee wordt een (centrum)stedelijk gebied bedoeld dat in beginsel is ingericht als woongebied, maar waar een menging van functies aanwezig is of wordt geambieerd. Het noordoosten van het plangebied grenst aan een gebouw voor bijeenkomsten (zaalverhuur). Voor buurt- en clubhuizen geldt een richtafstand van 30 meter (o.b.v. geluid) ten opzichte van een rustige woonwijk en 10 meter ten opzichte van gemengd gebied. De nieuwbouw wordt gerealiseerd op circa 20

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

38

meter van dit gebouw waarmee aan de richtafstand wordt voldaan. Ten zuidwesten grenst het plangebied aan een huisartsenpraktijk en apotheek. De apotheek verhuist mee naar de nieuwbouwlocatie. Voor artsenpraktijken, klinieken en consultatiebureaus geldt een richtafstand van 10 meter ten opzichte van een rustige woonwijk. In een gemengd gebied kunnen deze functies direct naast woningen. Aan de overzijde van De Nieuwe Water is het bedrijf Lely gevestigd. Volgens het vigerende bestemmingsplan zijn op dit perceel bedrijven uit categorie 4.1 toegestaan, waarvoor een richtafstand geldt van 200 meter ten opzichte van een rustige woonwijk en 100 meter ten opzichte van een gemengd gebied. Het maatgevende aspect hierbij is geluid. De nieuwbouw wordt gerealiseerd op circa 80 meter van dit bedrijf waardoor niet aan de richtafstand wordt voldaan. Direct naast het plangebied zijn echter al zorgwoningen aanwezig op kortere afstand (circa 70 meter) tot het bedrijf. Aangezien ter plaatse van deze zorgwoningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat zal dat ook bij de nieuwe woningen het geval zijn. Het bestaande bedrijf zal niet in zijn belangen worden geschaad omdat er in de huidige bedrijfsvoering rekening wordt gehouden met omliggende woningen.

De ontwikkeling betreft tevens het oprichten van maatschappelijke functies (huisartsenpraktijk, apotheek, polikliniek) op de begane grond. Voor deze functies geldt een richt afstand van 10 meter ten opzichte van een rustige woonwijk. In een gemengd gebied kunnen deze functies direct naast woningen. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat bestaande bedrijven niet onevenredig in hun belangen worden geschaad en dat ter plaatse van woningen in en om het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect milieuhinder vormt zodoende geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.10

Ecologie

Toetsingskader Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming en de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Natura 2000-gebieden worden beschermd door de Wnb en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt beschermd door de Wro. Natura-2000 gebieden De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan die afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling of voortoets de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.

Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden:  alternatieve oplossingen zijn niet voor handen;

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

39

het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en  de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. 

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen:  soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn;  soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn;  overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren.

GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Spoedwet Aanpak Stikstof Op 1 januari 2020 is de Spoedwet Aanpak stikstof in werking getreden. Hierbij is de toets bij Wnb vergunningen ten aanzien van Natura 2000 gebieden aangepast, niet alleen voor stikstofdepositie, maar ook voor andere effecten. Er is nu alleen een vergunning nodig als er sprake is van mogelijke significante (negatieve) effecten. Voorheen was dit ook het geval als er sprake was van enige verstoring of verslechtering van een Natura 2000-gebied, die op zich niet significant was. Dan kon deze vergunning wel worden verleend, maar vaak wel onder voorwaarden. Nu is er voor deze activiteiten geen vergunning meer nodig, geringe effecten moeten worden tegengegaan middels het beheerplan voor het Natura 2000-gebied. Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals een Natura 2000-gebied. Het plangebied maakt ook geen deel uit van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Solleveld en Kapittelduinen, ligt op een afstand van circa 6 kilometer.

Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op een afstand van circa 2 kilometer (zie figuur 4.5).

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

40

Figuur 4.5 Ligging plangebied (rode cirkel) t.o.v. NNN en Natura 2000-gebieden (bron: provincie Zuid-Holland) Het plangebied ligt niet in beschermde natuurgebieden. Directe effecten als areaalverlies en versnippering kunnen derhalve worden uitgesloten. Gezien de afstand kunnen tevens effecten als verstoring en effecten op de waterhuishouding worden uitgesloten. Uit berekeningen voor de aanlegen gebruiksfase (bijlage 5) blijkt dat er geen sprake is van stikstofdeposities op Natura 2000 die hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jr. Gezien bovenstaande conclusies staat de Wet natuurbescherming en het beleid van de provincie, de uitvoering van het plan niet in de weg. Soortenbescherming In april 2020 is een quickscan ecologie uitgevoerd. Deze quickscan is toegevoegd in Bijlage 6. In verband met de aanwezigheid van algemene broedvogels is het noodzakelijk om de start van de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken). Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Er zijn daarnaast mogelijk algemene nationaal beschermde zoogdieren en amfibieën aanwezig. Voor deze algemene soorten bestaat een algemene vrijstelling in de Provincie Zuid-Holland.

Het voorkomen van vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen, beschermde planten, vissen, reptielen en beschermde ongewervelden kan worden uitgesloten. Verder kan de aanwezigheid van vleermuizen (foerageergebied, verblijfplaatsen, vlieg- en migratieroutes) niet worden uitgesloten, effecten kunnen dan ook niet worden uitgesloten. Op grond hiervan is een gerichte veldinventarisatie van belang om eventuele effecten en maatregelen op een adequate manier in te kunnen schatten. Het nader onderzoek naar vleermuizen is in 2020 uitgevoerd. Dit onderzoek is toegevoegd in Bijlage 7. Uit de resultaten van het onderzoek komt naar voren dat in en direct rond het plangebied laatvlieger, watervleermuis, gewone en ruige dwergvleermuis foerageren. Er zijn geen verblijfplaatsen vastgesteld. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen de vleermuizen er blijven foerageren. Op basis van de dichtheid van aangetroffen foeragerende vleermuizen is het plangebied geen essentieel Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

41

foerageergebied. In de omgeving zijn ook voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig. Gewone dwergvleermuizen gebruiken de opgaande beplanting in het westen als begeleidend element. Het rooien van de opgaande beplanting zou negatieve invloeden kunnen hebben op de vleermuizen. Op grond hiervan dient ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd te worden voor de gewone dwergvleermuis. Conclusie Het aspect gebiedsbescherming en soortenbescherming vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.11

Luchtkwaliteit

Normstelling en beleid In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2, van de Wet milieubeheer. De Wet milieubeheer bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijnstof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordenings- praktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in de volgende tabel weergegeven. Stof Stikstofdioxide (NO2)

Fijn stof (PM10)

Toetsing van Jaargemiddelde concentratie Uurgemiddelde concentratie

Jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie Fijn stof (PM2,5) Jaargemiddelde concentratie Tabel 4.1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wet milieubeheer

Grenswaarde 40 µg/m³ Max. 18 keer p.j. meer dan 200 µg/m³ 40 µg/m³ Max. 35 keer p.j. Meer dan 50 µg/m³ 25 µg/m³

Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate (nibm) In het Besluit nibm en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden:  een project heeft een effect van minder dan 3% toename van concentratie NO 2 (stikstof dioxide) en PM10 (fijn stof) in de buitenlucht;  een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of kantoorlocaties met maximaal 100.000 m² bvo bij één ontsluitingsweg. Onderzoek De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van 70 woningen met enkele maatschappelijke functies in de plint. De ontwikkeling leidt tot een toename van 280 mvt/etmaal.

Uit berekening met NIBM-tool blijkt dat de ontwikkeling 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht, waardoor het is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Er wordt voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk.

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

42

Figuur 4.6: NIBM tool (bron: Infomil) In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2018 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Westlandseweg ter hoogte van De Vloot. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen voor deze weg bedroegen in 2020; 24,0 µg/m3 voor NO2, 19,9 µg/m3 voor PM10 en 11,6 µg/m3 voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 8 dagen. Aangezien direct langs deze weg ruimschoots aan de grenswaarden wordt voldaan, zal dit ook ter plaatse van het plangebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de maatgevende weg ligt.

Figuur 4.7: Rekenpunten luchtkwaliteit (NSL-monitoring.nl)

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

43

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het projectgebied, de concentraties luchtverontreinigende stoffen voldoen aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Ter plaatse is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat.

4.12

Kabels en leidingen

Toetsingskader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Onderzoek en conclusie Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling dan ook niet in de weg.

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

44

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

45

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Artikel 1 Begrippen De begrippen die in het bestemmingsplan gebruikt worden zijn in dit artikel gedefinieerd. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. Één van de begrippen is geluidzone - industrie. Over het gebied ligt de geluidzone van industrieterrein Botlek-Pernis. Deze geluidzone dient in het bestemmingsplan geborgd te worden. Dat is gedaan door de aanduiding op de verbeelding op te nemen en een verwijzing naar dit begrip te maken. Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel maakt duidelijk hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken worden gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard.

5.2

Bestemmingsregels

Artikel 3 Wonen Het appartementengebouw is bestemd als Wonen. In de regels is aangegeven dat uitsluitend gestapelde woningen zijn toegestaan. Wonen is uitsluitend op de verdiepingen toegestaan. Het maximum aantal wooneenheden bedraagt 70. In de plint zijn maatschappelijk voorzieningen toegestaan, dit is aangegeven met de aanduiding 'maatschappelijk'. Daarnaast zijn in het gebouw ondergeschikte voorzieningen van de maatschappelijke plint, zoals technische ruimtes, toegestaan. Binnen het bestemmingsvlak zijn tevens parkeervoorzieningen toegestaan. Artikel 4 Waarde - archeologie 8 Deze dubbelbestemming beschermt de mogelijk aanwezige archeologische waarde ter plaatse op basis van het gemeentelijk archeologisch beleid. Archeologisch onderzoek is vereist, wanneer het om locaties gaat met een oppervlakte van 200 m2 en meer èn er sprake is dat de grond 300 cm en dieper wordt geroerd.

5.3

Algemene regels

Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Bro vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Artikel 6 Algemene bouwregels

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

46

Dit artikel bevat de bepaling 'Overschrijding bouwgrenzen'. Dit is een regeling voor beperkte en ondergeschikte overschrijding van de grenzen van bouwvlakken. In artikel 6.2 is opgenomen dat bij een nieuwe ontwikkeling dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Artikel 7 Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn vormen van gebruik genoemd die strijdig zijn met dit bestemmingsplan. Artikel 8 Algemene aanduidingsregels In dit artikel is bepaald dat de realisering van geluidgevoelige objecten ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' uitsluitend is toegestaan indien voldaan wordt aan de in of krachtens de Wet geluidhinder geldende normen. Artikel 9 Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken. Het gaat hierbij om de bevoegdheid om af te wijken van de regels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Artikel 10 Overige regels Dit artikel bepaalt dat waar in dit bestemmingsplan verwezen wordt naar wettelijk regelingen, deze gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.

5.4

Overgangs- en slotregels

Artikel 11 Overgangsrecht In dit artikel is het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik en het bouwen in strijd met het plan geregeld. In lid 11.1 is de in artikel 3.2.1 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor bouwwerken opgenomen. In lid 11.2 is de in artikel 3.2.2 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor gebruik opgenomen. Artikel 12 Slotregel De slotregel beschrijft op welke wijze de regels aangehaald moeten worden.

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

47

Hoofdstuk 6

6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het project richt zich op een marktsegment waar momenteel vraag naar is. De kosten worden gedekt uit de opbrengst van de woningen en de voorzieningen in de plint. Hiermee kan het bestemmingsplan financieel haalbaar worden geacht. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. De uitvoering van de beoogde ontwikkeling wordt gedaan door een ontwikkelaar. Door middel van een anterieure overeenkomst is de dekking van de gemaakte kosten verzekerd. Hierin zijn ook afspraken gemaakt ten aanzien van planschade.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Het bestemmingsplan wordt in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegezonden aan de verschillende overlegpartners. De ingekomen reacties worden van een beantwoording voorzien. Ter inzagelegging Het ontwerp bestemmingsplan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen (artikel 3.8 Wro). Tijdens deze periode is aan belanghebbenden de mogelijkheid geboden tot het indienen van zienswijzen. Er is één zienswijze ingediend. Deze zienswijze is in Bijlage 10 samengevat en van beantwoording voorzien. In de nota zijn tevens de ambtshalve wijzigingen beschreven.

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

48

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

50

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

51

Bijlage 1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

52

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

De Vlootschouwer Maassluis

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

identificatie

planstatus

projectnummer:

datum:

13105.20200612

20-07-2020

projectleider:

opdrachtgever:

ir. R.J.M.M. Schram

Maasdelta

Inhoud

1.

Inleiding

3

2.

Plaats en kenmerken van het project

5

3.

Kenmerken van de milieueffecten

11

4.

Conclusie

15

1.1. 1.2. 1.3. 2.1. 2.2. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7. 3.8.

Aanleiding Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? Leeswijzer Plaats van het project Kenmerken van het project

Verkeer en Geluid Bodem en water Natuur Luchtkwaliteit Externe veiligheid Cultuurhistorie en archeologie Sloop- en aanlegwerkzaamheden Mitigerende maatregelen

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

3 3 3

5 8

11 12 13 13 13 14 14 14

13105.20200612

1. Inleiding

1.1.

3

Aanleiding

Tussen de Westlandseweg en de Maasdijk in Maassluis ligt de voormalige Albedalocatie. Tot een aantal jaar geleden was hier het Albeda College gehuisvest. Nadat het Albeda College in 2013 verhuisd is naar de nieuwbouwlocatie ten zuidoosten van het plangebied is het schoolgebouw gesloopt. Het terrein ligt sindsdien al een aantal jaren braak. De initiatiefnemer, woningcorporatie Maasdelta Groep, is voornemens op deze locatie een appartementengebouw met maatschappelijke functies in de plint te realiseren. De realisatie van de woontoren ter plaatse is strijdig met het geldende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling van het perceel juridisch-planologisch mogelijk te maken, wordt er een nieuw bestemmingsplan opgesteld. In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op ‘een oppervlakte van 100 hectare of meer’ of ‘een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat’ (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie maximaal 70 woningen met een maatschappelijke plint en blijft hiermee ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is waarin dit document in voorziet.

1.2.

Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in?

De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als er sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: • de plaats van het project; • de kenmerken van het project; • de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet door het bevoegd gezag een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

1.3.

Leeswijzer

Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: • beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en kenmerken van het project; • licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; • geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

13105.20200612

Inleiding

4

Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van de informatie uit het bestemmingsplan dat is opgesteld om de beoogde woningbouw mogelijk te maken.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

13105.20200612

2. Plaats en kenmerken van het project

2.1.

5

Plaats van het project

Het plangebied bevindt zich aan De Vloot (207) en is gelegen tussen de Westlandseweg en de Maasdijk in Maassluis. Aan de noordoostzijde wordt de locatie begrensd door een parkeerterrein dat tegen de Maasdijk aan ligt. Aan de zuidoostzijde vormt de weg De Vloot de begrenzing. De zuidwestzijde wordt begrensd door het fietspad langs de Westlandseweg. Aan de noordwestzijde ligt een skatepark en jongerencentrum.

Figuur 2.1 Ligging plangebied (rood omcirkeld) Het plangebied ligt niet in een kwetsbaar gebied en/of een gebied met beschermde status zoals grondwaterbeschermingsgebieden (zie figuur 2.2). Ook bevindt het plangebied zich niet in een stiltegebied (zie figuur 2.3). Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied Solleveld en Kapittelduinen, ligt op een afstand van circa 6 kilometer. Het dichtstbijzijnde NNNgebied ligt op een afstand van circa 2 kilometer (zie figuur 2.4).

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

13105.20200612

Plaats en kenmerken van het project

6

Figuur 2.2 Grondwaterbeschermingsgebieden en nabij de planlocatie (rode cirkel) (bron: Provincie ZuidHolland)

Figuur 2.3 Stilgebieden te opzichte van plangebied (rode cirkel) (bron: Provincie Zuid-Holland)

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

13105.20200612

Plaats en kenmerken van het project

7

` Figuur 2.4 Ligging plangebied (rode cirkel) t.o.v. NNN en Natura 2000-gebied (bron: provincie Zuid Holland) Conform het geldende gemeentelijk beleid ten aanzien van archeologie valt de locatie binnen archeologisch waardevol gebied 8. Een gebied met onbekende (geo-archeologische) verwachting. Door de ophoging in het kader van dijk- en woningbouw bevindt het archeologisch vlak zich (zeer) diep in de ondergrond. Archeologisch onderzoek is vereist, wanneer het om locaties gaat met een oppervlakte van 200 m2 en meer èn er sprake is dat de grond 300 cm en dieper wordt geroerd. Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

13105.20200612

Plaats en kenmerken van het project

2.2.

8

Kenmerken van het project

De ontwikkeling betreft het realiseren van een appartementencomplex met maximaal 70 woningen. Op de eerste verdieping worden bergingen ten behoeve van de appartementen gerealiseerd. In de plint is de polikliniek van het Franciscus ziekenhuis voorzien. De polikliniek inclusief apotheek is reeds gevestigd ten oosten van het plangebied. Dit gebouw is verouderd en Franciscus wil graag nieuwbouw die voldoet aan de eisen van de huidige tijd. Een idee is om de een deel van de wachtruimte van de polikliniek mede te laten gebruiken als ontmoetingsruimte voor bewoners van de appartementen en van de directe omgeving (een vorm van dubbelgebruik). Verder kan de begane grond ruimte bieden aan functies zoals een huisarts, apotheek, tandarts o fysiotherapiepraktijk. Voor de woningen wordt aan de zuidkant van het complex en langs de Vloot een parkeerterrein ingericht. De parkeerplaatsen voor de maatschappelijke functies worden opgevangen op bestaande parkeerplaatsen, onder andere aan de noord- en oostzijde van het complex.

Figuur 2.5 Impressie beoogde ontwikkeling (bron: Kokon) Ruimtelijk Het gebouw van 11 bouwlagen past stedenbouwkundig binnen de huidige ruimtelijke structuur. De omgeving van het plangebied karakteriseert zich door grootschalige infrastructuren en brede profielen. Een wat groter volume past hier ruimtelijk gezien goed in. Bovendien accentueert het groter volume het kruispunt, dat een centrale functie in Maassluis heeft en waar dagelijks veel passanten langskomen, en markeert het begin van het stedelijker profiel van de Westlandseweg. Verder staan in dit deel van de Westlandseweg reeds 2 hogere bouwvolumes (op de hoek van de Richard Hollaan en bij de rotonde met de Mozartlaan). Dit derde volume versterkt deze reeks en accentueert het stedelijk karakter van dit deel van de Westlandseweg.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

13105.20200612

Plaats en kenmerken van het project

9

Functioneel Met de ontwikkeling wordt het centraal gelegen maatschappelijk cluster versterkt. Door de centrale ligging in Maasluis, de goede bereikbaarheid en de nabijheid van andere functies (zoals Koningshoek) is het gewenst dit cluster hier te behouden, zodat Maassluis over voldoende maatschappelijke en gezondheidsvoorzieningen blijft beschikken. Met de ontwikkeling wordt ook voorzien in extra woonprogramma. Daarbij wordt ingezet op zelfstandige woningen voor ouderen. Ook daarvoor is de locatie zeer geschikt. Enerzijds vanwege de ligging nabij diverse functies, zoals het woonservicecentrum 'De Vloot' en winkelcentrum Koningshoek. Deze functies liggen op loopafstand van het plangebied. Verder bieden de Maasdijk en Weverskade op korte afstand uit tot bewegingsmogelijkheden (wandelen, fietsen). Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Voor de realisatie van de beoogde ontwikkeling van het gebied worden de gebruikelijke bouwmaterialen en natuurlijke hulpbronnen benut. Afvalstoffen zullen ontstaan tijdens de sloop-, aanleg- en gebruiksfase. Afvalstromen zullen zoveel mogelijk worden gescheiden ten behoeve van hergebruik. Verontreiniging, hinder, risico van zware ongevallen en rampen, risico’s voor de menselijke gezondheid Deze thema’s komen mede aan bod in het volgende hoofdstuk.

Cumulatie met andere projecten In de nabije omgeving van het plangebied zijn geen vaststaande autonome ontwikkelingen voorzien die van invloed kunnen zijn op de effectbeoordeling van de beoogde ontwikkelingen.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

13105.20200612

3. Kenmerken van de milieueffecten

11

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op de informatie uit het concept bestemmingsplan dat voor de beoogde ontwikkeling is opgesteld.

3.1.

Verkeer en Geluid

Verkeer Verkeersgeneratie en verkeersafwikkeling In de toekomstige situatie wordt er een woongebouw bestaande uit maximaal 70 appartementen gerealiseerd. Dit is een toevoeging ten opzichte van de huidige planologische situatie. De toekomstige verkeersgeneratie van het plangebied kan worden berekend aan de hand van CROW kencijfers (publicatie 381). Het plangebied bevindt zich in de rest bebouwde kom van een sterk stedelijke gemeente. Voor een appartement in de sociale huursector geldt een kengetal van 4,0 mvt/etmaal. Voor maximaal 70 woningen komt dit uit op een verkeersgeneratie van 280 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag. Om de verkeersafwikkeling te beoordelen is de afwikkeling in het drukste uur maatgevend, waarin gemiddeld 10% van de etmaalintensiteit wordt afgewikkeld. Dit betekent vanuit de ontwikkeling een toename van circa 28 motorvoertuigbewegingen in het drukste uur op het onderliggend wegennet. Deze toename verdeelt zich op de omliggende wegen in verschillende richtingen op het wegennet en is beperkt, waardoor deze toename zal opgaan in de het heersende verkeersbeeld van de omliggende wegvakken en kruispunten. Parkeerbehoefte Voor de berekening van de parkeerbehoefte worden de aantallen zoals vastgelegd in de 'beleidsregels parkeren Maassluis 2012' aangehouden.

Bij vergunning van het definitieve aantal woningen zal aan de hand van het definitieve aantal woningen moeten worden aangetoond hoe hier invulling aan is gegeven. Dit vereiste is verankerd in de algemene bouwregels van dit bestemmingsplan. Geluid In de bijlagen bij het bestemmingsplan is het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai en industrielawaai toegevoegd. Voor de 30 km/uur weg De Vloot geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe appartementen de richtwaarde met maximaal 3 dB overschrijdt. Het plangebied ligt binnen de 48 dB(A)contour van zowel industrieterrein Europoort- Maasvlakte als industrieterrein Botlek-Pernis. Wanneer rekening wordt gehouden met een ophoging van maximaal 2 dB voor de hoger gelegen bouwlagen bedraagt de geluidbelasting maximaal 50 dB(A) en is er derhalve geen sprake van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde ten gevolge van industrielawaai.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

13105.20200612

Kenmerken van de milieueffecten

12

Voor de gezoneerde wegen Cornelis Van Der Lelylaan en Uiverlaan geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe appartementen overschrijdt. Voor de Westlandseweg geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe appartementen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB met maximaal 7 dB overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor nieuwbouw in stedelijk gebied wordt nergens overschreden. Derhalve is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachts- of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoet en wordt voldaan aan de voorwaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid. Het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer tot de voorkeursgrenswaarde ontmoet in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige en landschappelijke aard. Het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger is in onderhavige situatie eveneens niet doeltreffend. Voor het toepassen van stiller wegdek (bronmaatregel) geldt dat de voorkeurgrenswaarde nog altijd wordt overschreden.

Deze geluidreducerende maatregel is derhalve niet doeltreffend. Het toepassen van een stiller wegdek ontmoet bovendien overwegende bezwaren van financiële aard. Op basis van het gemeentelijk beleid worden eisen gesteld aan een aanvaardbaar akoestisch klimaat, zoals het toepassen van een geluidluwe zijde en geluidluwe buitenruimte. Met inachtneming van de voorwaarden zoals genoemd in het akoestisch onderzoek wordt voldaan aan de eisen uit het gemeentelijk geluidbeleid. Daarom wordt onderbouwd verzocht hogere waarde te verlenen conform artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder.

3.2.

Bodem en water

Bodem Volgens de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Maassluis is de bodem in het plangebied schoon tot licht verontreinigd. Ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan is sprake van een functiewijziging van maatschappelijk naar wonen. In bijlage 2 is het verkennend bodemonderzoek toegevoegd. Hieruit blijkt dat er enkele lichte verontreinigingen ter plaatse aanwezig zijn. Beperkingen inzake de bestemmingsplanprocedure en herontwikkeling van de onderzoekslocatie worden op basis van de onderzoeksresultaten uit milieuhygiënisch oogpunt niet voorzien. Water Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Delfland. Het plangebied ligt niet binnen de beschermingszone of kernzone van een waterkering. In de uitwerking van de inrichting van het terrein wordt rekening gehouden met het beleid van het Hoogheemraadschap en de gemeente Maassluis. Zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase zullen duurzame, niet-uitloogbare materialen gebruikt worden ter voorkoming van diffuse verontreinigingen. De beoogde ontwikkeling heeft positief effect op de waterhuishouding.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

13105.20200612

Kenmerken van de milieueffecten

3.3.

13

Natuur

Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals een Natura 2000-gebied. Het plangebied maakt ook geen deel uit van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Solleveld en Kapittelduinen, ligt op een afstand van circa 6 kilometer. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op een afstand van circa 2 kilometer. Directe effecten als areaalverlies en versnippering kunnen derhalve worden uitgesloten. Gezien de afstand kunnen tevens effecten als verstoring en effecten op de waterhuishouding worden uitgesloten. Gezien bovenstaande conclusies staat de Wet natuurbescherming en het beleid van de provincie, de uitvoering van het plan niet in de weg. Uit berekeningen voor de aanleg- en gebruiksfase blijkt dat er geen sprake is van stikstofdeposities op Natura 2000-gebieden die hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jr. Soortenbescherming In april 2020 is een quickscan ecologie uitgevoerd. Deze quickscan is toegevoegd in de bijlagen bij het bestemmingsplan. In verband met de aanwezigheid van algemene broedvogels is het noodzakelijk om de start van de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken). Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden.

Er zijn daarnaast mogelijk algemene nationaal beschermde zoogdieren en amfibieën aanwezig. Voor deze algemene soorten bestaat een algemene vrijstelling in de Provincie Zuid-Holland. Het voorkomen van vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen, beschermde planten, vissen, reptielen en beschermde ongewervelden kan worden uitgesloten. Verder kan de aanwezigheid van vleermuizen (foerageergebied, verblijfplaatsen, vlieg- en migratieroutes) niet worden uitgesloten, effecten kunnen dan ook niet worden uitgesloten. Op grond hiervan is een gerichte veldinventarisatie van belang om eventuele effecten en maatregelen op een adequate manier in te kunnen schatten. Nader onderzoek naar vleermuizen wordt in de periode mei tot september 2020 uitgevoerd. Na de uitvoering van het nader ecologisch onderzoek zal blijken of mitigerende maatregelen vereist zijn.

3.4.

Luchtkwaliteit

De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van maximaal 70 appartementen met een maatschappelijke plint. Een dergelijke ontwikkeling valt onder het Besluit niet in betekenende mate onder de categorie woningbouw tot 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg. Dit betekent dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit ter plaatse en dat nader onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. Daarnaast blijkt uit de NSL-monitoringstool dat ter plaatse van het plangebied ruimschoots aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer wordt voldaan.

3.5.

Externe veiligheid

De beoogde ontwikkeling is geen risicobron en heeft daarom geen negatief effect op omliggende (beperkt) kwetsbare objecten. Voor de invloed van de beoogde ontwikkeling op het groepsrisico (GR) en PR 10-6 contour van de omliggende risico bronnen is een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd. In dit onderzoek blijkt dat Het plangebied valt niet binnen een PR 10-6 risicocontour van een risicovolle inrichting of een transportroute van gevaarlijke stoffen ligt. Wel ligt het binnen het invloedsgebied van het GR van de A20 en de Nieuwe Waterweg. Ten gevolge van de beoogde ontwikkeling zal het groepsrisico van de risicobronnen niet relevant toenemen. Uit de beknopte verantwoording van het concept bestemmingsplan blijkt daarnaast dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende worden beschouwd.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

13105.20200612

Kenmerken van de milieueffecten

3.6.

14

Cultuurhistorie en archeologie

Cultuurhistorie In het plangebied zijn geen cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig. Negatieve effecten op deze elementen zijn uitgesloten. Archeologie In zijn vergadering van 19 mei 2015 heeft de gemeenteraad de geactualiseerde archeologische beleidskaart vastgesteld. Onderdeel daarvan zijn de maatregelen categorieën 1 tot en met 10 te weten de archeologisch waardevolle gebieden van wettelijk beschermde archeologische monumenten (categorie 1) tot en met water (categorie 10). Op de bij de beleidskaart gevoegde bijlage (kaart 1) 'Archeologische waarden en verwachtingen', de plattegrond van de gemeente. Daarop zijn de diverse categorieën vermeld. Het gebied van het onderhavige bestemmingsplan valt onder archeologisch waardevol gebied 8. Een gebied met onbekende (geo-archeologische) verwachting. Door de ophoging in het kader van dijk- en woningbouw bevindt het archeologisch vlak zich (zeer) diep in de ondergrond. Archeologisch onderzoek is vereist, wanneer het om locaties gaat met een oppervlakte van 200 m2 en meer èn er sprake is dat de grond 300 cm en dieper wordt geroerd. De archeologische waarden zijn beschermd door middel van een dubbelbestemming.

3.7.

Sloop- en aanlegwerkzaamheden

Gelet op de aard en tijdelijkheid van de aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden. Vanwege de aard en omvang zal dan ook geen sprake zijn van significante negatieve milieueffecten, zoals geluid- en stofoverlast, ten tijde van de werkzaamheden.

3.8.

Mitigerende maatregelen

Uit de voorgaande sectorale analyses blijkt dat om de effecten van de nieuwbouw zo klein mogelijk te houden een aantal maatregelen wordt getroffen. • De voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder wordt overschreden ten gevolge van de Westlandseweg. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. Omdat maatregelen om de geluidbelasting te reduceren niet gewenst zijn, dient het college van Burgemeester en Wethouders verzocht moeten worden hogere waarden vast te stellen. • In verband met de aanwezigheid van algemene broedvogels, worden de werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd of op een manier gewerkt dat de vogels niet tot broeden komen. Tevens dient er aanvullend onderzoek uit te worden gevoerd naar vleermuizen en eventueel daaruit volgende adviseringen op te worden gevolgd. Verder zijn geen aanvullende mitigerende maatregelen noodzakelijk.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

13105.20200612

4. Conclusie

Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet is gelegen in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. Daarnaast leidt de aard en omvang van het project niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen mits de genoemde mitigerende maatregelen worden uitgevoerd. Met inachtneming van deze maatregelen is het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure niet noodzakelijk.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

13105.20200612

53

Bijlage 2 Akoestisch onderzoek

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

54

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

Akoestisch onderzoek omgevingslawaai woontoren aan De Vloot te Maassluis (2005/246/NB-01, versie A)

documentkenmerk: 2005/246/NB-01, versie A

Akoestisch onderzoek omgevingslawaai (toetsing Wet geluidhinder)

in opdracht van Rho Adviseurs B.V. T.a.v. mevrouw I. Penning Weena 505 3013 AL ROTTERDAM betreffende locatie De Vloot Maassluis documentkenmerk 2005/246/NB-01 versie A vestiging Nuenen datum 22 juli 2020

opgesteld door:

gecontroleerd door:

ing. S. Vissers

ir. R.A.C. van de Voort

Projectleider geluid & bouwfysica

Senior projectleider geluid & bouwfysica

Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies.

Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid

Tritium Advies is gevestigd in:

T.

088 44 02 900

E.

info@tritium.nl

Arkel >> Neer >> Nuenen >>

I.

www.tritium.nl

Prinsenbeek >> Rijkevoort

KvK-nr.

17108024

documentkenmerk: 2005/246/NB-01, versie A

Inhoudsopgave pagina 1.

Inleiding

1

2.

Uitgangspunten

2

2.1

Locatiegegevens

2

2.2

Gegevens wegverkeer

2

2.3

Gegevens industrie

4

2.4

Modellering

4

3.

Wet- en regelgeving

6

3.1

Berekeningsmethode

6

3.2

Randvoorwaarden Wgh

6

3.2.1 Inleiding

6

3.2.2 Geluidzones

6

3.2.3 Artikel 110g

6

3.2.4 Stedelijk en buitenstedelijk gebied

7

3.2.5 Artikel 3.5 Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012)

7

3.2.6 Normen geluidbelasting

8

3.3

Geluidbeleid gemeente Maassluis

9

4.

Rekenresultaten en toetsing

12

4.1

Geluidbelasting wegverkeerslawaai

12

4.2

Geluidbelasting industrielawaai

14

4.3

Overdrachtsmaatregelen

14

4.4

Bronmaatregelen

14

4.5

Geluidbeleid gemeente Maassluis

15

4.6

Cumulatieve geluidbelasting

16

4.7

Geluidwering gevels (GA;k)

17

5.

Samenvatting en conclusie

18

Bijlagen aantal pagina's (excl. voorblad) 1.

verbeelding

1

2.

verkeersgegevens wegverkeer

41

3.

geluidcontourkaarten Europoort-Maasvlakte en Botlek-Pernis

2

4.

invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai

11

5.

grafische weergave invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai

4

6.

rekenresultaten geluidbelasting wegverkeer

17

7.

aanvullend onderzoek: stiller wegdek

2

8.

productdocumentatie SilentAir

10

documentkenmerk: 2005/246/NB-01, versie A

1. Inleiding In opdracht van Rho Adviseurs B.V. heeft Tritium Advies een akoestisch onderzoek omgevingslawaai uitgevoerd ten behoeve van de beoogde nieuwbouw aan De Vloot (ten noorden van nummer 206) te Maassluis. Het plan betreft de realisatie van een woontoren met circa 70 appartementen. Het onderzoek is uitgevoerd ten behoeve van den hiervoor noodzakelijke juridisch-planologische procedure. In onderhavige rapportage is deze zogenaamde “Nieuwe situatie” getoetst aan de normstelling van de Wet geluidhinder (verder: Wgh) en is aangegeven wat hiervan de consequenties zijn. Op basis van de resultaten van deze toetsing is vervolgens beoordeeld of voor de appartementen extra geluidwerende maatregelen noodzakelijk zijn. De aspecten spoorweglawaai en luchtverkeerslawaai zijn in het onderhavige onderzoek niet beschouwd. De eerder voor onderhavig plan opgestelde rapportage met documentkenmerk 2005/246/NB-01, versie 0 d.d. 22 juni 2020 is wegens het toevoegen van een extra bouwlaag in zijn geheel komen te vervallen.

pagina 1 van 20

documentkenmerk: 2005/246/NB-01, versie A

2. Uitgangspunten 2.1 Locatiegegevens Het plangebied is gelegen in het stedelijk gebied van Maassluis. In bijlage 1 is een planologische verbeelding opgenomen. Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de Westlandseweg, Cornelis Van Der Lelylaan en de Uiverlaan. Het plan is tevens gelegen in de nabijheid van de 30 km/uur wegen De Vloot en Maasdijk. Dit type weg vormt een afwijkende categorie binnen de Wgh. Formeel kan voor deze wegen geen hogere waarde worden aangevraagd of verleend, aangezien deze wegen niet zoneplichtig zijn. Echter voor de waarborging van een goed akoestisch woon- en leefklimaat dient de geluidbelasting op de gevels van nieuw te bouwen woningen nabij 30 km/uur wegen alsnog te worden bepaald. Derhalve is in het onderhavige akoestisch onderzoek tevens de geluidbelasting ten gevolge van de 30 km/uur wegen De Vloot inzichtelijk gemaakt. De Maasdijk is een doodlopende weg die in de toekomst wordt ingericht als fietspad en is derhalve akoestisch niet relevant. Het doodlopende gedeelte van de weg De Vloot wordt eveneens als akoestisch niet relevant beschouwd. Voor industrielawaai is het plan gelegen in de nabijheid van industrieterreinen EuropoortMaasvlakte en Botlek-Pernis.

2.2 Gegevens wegverkeer De verkeersgegevens van de bovengenoemde wegen zijn verstrekt door de gemeente Maassluis. Van de wegen Westlandseweg en Cornelis Van Der Lelylaan zijn telgegevens van het jaar 2019 en prognosegegevens van het jaar 2030 voorhanden. Van de Uiverlaan zijn eveneens telgegevens van het jaar 2019 voorhanden. Conform opgave van de gemeente Maassluis dient de etmaalintensiteit voor deze weg met 1,5% per jaar te worden opgehoogd (autonome groei) tot het maatgevende jaar 2030. Voor de etmaalintensiteit op de weg De Vloot wordt conform opgave uitgegaan van circa 700 motorvoertuigen voor het jaar 2020. Deze etmaalintensiteit wordt eveneens opgehoogd tot het maatgevende jaar 2030. Daarnaast is voor De Vloot tevens rekening gehouden met de verkeersgeneratie van het plan zelf. Deze is bepaald overeenkomstig CROW publicatie 317 “Kencijfers parkeren en verkeergeneratie”. De publicatie beschrijft een intensiteit van maximaal 7,4 motorvoertuigen per woning. Voor het plan is sprake van maximaal 62 appartementen. Dit resulteert in circa 460 motorvoertuigen per weekdagetmaal. Voor de verdeling van lichte, middelzware en zware motorvoertuigen over dag-, avond- en nachtperiode is uitgegaan van de verdeling op de Westlandseweg (wegvak tussen Richard Hollaan en Mozartlaan) waarbij conform opgave is uitgegaan van maximaal 1% zwaar verkeer.

Alle verstrekte verkeersgegevens zijn opgenomen in bijlage 2. De verkeersinvoergegevens inclusief de maximum snelheid en wegdektype worden gepresenteerd in navolgende tabellen 2.1 tot en met 2.4.

pagina 2 van 20

documentkenmerk: 2005/246/NB-01, versie A

Tabel 2.1: gegevens Westlandseweg (tussen Richard Hollaan en Cornelis Van Der Lelylaan) Westlandseweg (tussen Richard Hollaan en Cornelis Van Der Lelylaan) maximum snelheid: 50 km/uur wegdek: referentiewegdek jaar: 2030

etmaalintensiteit ri. noord: 9140 mvt. etmaalintensiteit ri. zuid: 9000 mvt. dag

avond

nacht

ri. noord

ri. zuid

ri. noord

ri. zuid

ri. noord

gemiddeld per uur (%)

6,57

6,88

3,59

3,17

0,85

ri. zuid 0,60

lichte mvt. (%)

95,05

95,47

98,29

97,99

96,78

97,58

middelzware mvt. (%)

2,02

2,39

0,89

1,04

2,16

1,44

zware mvt. (%) 2,93 2,14 0,82 0,97 1,06 0,98 * De verkeersgegevens verschillen per wegvak. De hier opgenomen verkeersgegevens gelden voor het dichtst bij het plangebied gelegen wegvak.

Tabel 2.2: gegevens wegverkeer Cornelis Van Der Lelylaan Cornelis Van Der Lelylaan maximum snelheid: 50 km/uur wegdek: referentiewegdek jaar: 2030

etmaalintensiteit ri. noord: 1850 mvt. etmaalintensiteit ri. zuid: 1770 mvt. dag

avond

nacht

ri. noord

ri. zuid

ri. noord

ri. zuid

ri. noord

gemiddeld per uur (%)

6,88

7,50

1,78

1,74

1,29

ri. zuid 0,38

lichte mvt. (%)

93,26

92,86

98,86

93,18

95,90

96,77

middelzware mvt. (%)

2,81

3,07

1,03

5,99

1,18

0,54

zware mvt. (%)

3,93

4,06

0,11

0,82

2,92

2,69

Tabel 2.3: gegevens wegverkeer Uiverlaan Uiverlaan maximum snelheid: 50 km/uur wegdek: referentiewegdek jaar: 2030

etmaalintensiteit ri. noord: 3317 mvt. etmaalintensiteit ri. zuid: 3304 mvt. dag

avond

nacht

ri. noord

ri. zuid

ri. noord

ri. zuid

ri. noord

ri. zuid

gemiddeld per uur (%)

7,00

7,19

2,98

2,58

0,51

0,42

lichte mvt. (%)

89,29

88,78

89,54

87,10

78,29

67,74

middelzware mvt. (%)

9,80

10,20

9,93

12,38

20,72

30,91

zware mvt. (%)

0,90

1,02

0,53

0,52

0,99

1,35

pagina 3 van 20

documentkenmerk: 2005/246/NB-01, versie A

Tabel 2.4: gegevens wegverkeer De Vloot De Vloot maximum snelheid: 30 km/uur wegdek: elementenverharding in keperverband jaar: 2020

etmaalintensiteit: 700 mvt.

jaar: 2030 (excl. verkeersgeneratie van het plan zelf)

etmaalintensiteit: 814 mvt.

jaar: 2030 (incl. verkeersgeneratie van het plan zelf)

etmaalintensiteit: 1274 mvt.

dag

avond

gemiddeld per uur (%)

6,82

3,26

nacht 0,65

lichte mvt. (%)

95,34

98,29

98,04

middelzware mvt. (%)

3,66

1,02

1,34

zware mvt. (%)

1,00

0,69

0,62

2.3 Gegevens industrie Voor de geluidzone van industrieterrein Europoort-Maasvlakte en industrieterrein Botlek-Pernis is uitgegaan van de geluidcontourkaarten zoals opgenomen in bijlage 3. Hierbij is rekening gehouden met een 1 dB ophoging voor de 4e tot en met de 6e bouwlaag en een 2 dB ophoging vanaf de 7e bouwlaag.

2.4 Modellering Voor de locatie en afmetingen van de appartementen is uitgegaan van de in bijlage 1 opgenomen verbeelding. Als maatgevende toetshoogte voor de nieuwe appartementen is gerekend met de in tabel 2.5 weergegeven hoogten. Voor alle punten is gerekend met invallend geluid. Tabel 2.5: toetshoogten bouwlaag

toetshoogte (m)

begane grond

1,5

1e verdieping

5,5

2e verdieping

8,5

3e verdieping

11,5

4e verdieping

14,5

5e verdieping

17,5

e

6 verdieping

20,5

7e verdieping

23,5

8e verdieping

26,5

9e verdieping

29,5

10e verdieping

32,5

In de berekeningen is als rekenparameter bodemfactor 0,00 (akoestisch hard) aangehouden met uitzondering van de ingevoerde bodemgebieden. De ingevoerde bodemgebieden zijn als akoestisch zacht (bodemfactor 1,00) en akoestisch half hard/zacht (bodemfactor 0,50) gemodelleerd. De akoestisch zachte bodemgebieden betreffen groenvoorzieningen en de akoestisch half harde/zachte bodemgebieden betreffen tuinen.

pagina 4 van 20

documentkenmerk: 2005/246/NB-01, versie A

Voor het lokale maaiveld is 4,0 +NAP aangehouden. Gebouwhoogtes van de bestaande omliggende bebouwing en de hoogteverschillen in het maaiveld zijn conform de hoogtegegevens uit het Actueel Hoogtebestand Nederland. Er hoeft ter hoogte van het plangebied geen hellingcorrectie te worden toegepast. Tevens zijn er geen akoestisch relevante rotondes in de directe omgeving van het bouwplan aanwezig. Ter plaatse van de geregelde kruising van de Westlandseweg en de Uiverlaan / Cornelis Van Der Lelylaan en de geregelde kruising van de Westlandseweg en de Richard Hollaan / Van Beethovenlaan is een kruispuntcorrectie toegepast, met een kruispuntkental (q) van 2/3. Ter plaatse van de met verkeerslichten beveiligde voetgangersoversteekplaats is een kruispuntcorrectie toegepast met een kruispuntkental (q) van 1/2.

pagina 5 van 20

documentkenmerk: 2005/246/NB-01, versie A

3. Wet- en regelgeving 3.1 Berekeningsmethode De geluidbelastingen zijn bepaald met behulp van “Standaardrekenmethode 2” zoals beschreven in het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. De invoergegevens van het akoestisch model wegverkeerslawaai zijn weergegeven in bijlage 4. Een grafische weergave van deze invoergegevens is weergegeven in bijlage 5.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10091796/1