CConstaterende datMaassluis
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Bestemmingsplan De Vlootschouwer

Thema-avond 1 11 mei 2021, gemeente MaassluisBij agendapunt: 21.15-22.15 uur: Toelichting bestemmingsplan De Vlootschouwer24.307 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

11 maart 2021

1/2

11 maart 2021 NL.IMRO.0556.90DeVloot-VA01 ir. R.J.M.M. Schram 130105.20200612 I. Penning Vastgesteld

2/2

© RHO ADVISEURS BV

Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, micr������ elke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk we�elijk een openbaar karakter hee�� ekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

3

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Ligging plangebied

7

1.3

Geldend bestemmingsplan

8

1.4

Leeswijzer

9

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

11

2.1

Huidige situatie

11

2.2

Beoogde ontwikkeling

12

Hoofdstuk 3

Ruimtelijk beleidskader

15

3.1

Inleiding

15

3.2

Rijksbeleid

15

3.3

Provinciaal beleid

18

3.4

Gemeentelijk beleid

21

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

25

4.1

Inleiding

25

4.2

Milieueffectrapportage

25

4.3

Geluid

25

4.4

Verkeer en parkeren

27

4.5

Water

29

4.6

Bodem

33

4.7

Archeologie en cultuurhistorie

33

4.8

Externe veiligheid

34

4.9

Bedrijven en milieuhinder

37

4.10

Ecologie

38

4.11

Luchtkwaliteit

41

4.12

Kabels en leidingen

43

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving

45

5.1

Algemeen

45

5.2

Bestemmingsregels

45

5.3

Algemene regels

45

5.4

Overgangs- en slotregels

46

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

47

6.1

Economische uitvoerbaarheid

47

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

47

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

4

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 4

Verkennend asbestonderzoek

Bijlage 5

Memo stikstofberekening

Bijlage 6

Quickscan ecologie

Bijlage 7

Nader ecologisch onderzoek

Bijlage 8

Maassluis rainproof

Bijlage 9

Notitie parkeren

Bijlage 10

Nota zienswijzen

Regels Hoofdstuk 1

Inleidende regels

73

Artikel 1

Begrippen

73

Artikel 2

Wijze van meten

76

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

77

Artikel 3

Wonen

77

Artikel 4

Waarde - archeologie 8

79

Hoofdstuk 3

Algemene regels

81

Artikel 5

Anti-dubbeltelregel

81

Artikel 6

Algemene bouwregels

82

Artikel 7

Algemene gebruiksregels

83

Artikel 8

Algemene aanduidingsregels

84

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels

85

Artikel 10

Overige regels

86

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

87

Artikel 11

Overgangsrecht

87

Artikel 12

Slotregel

88

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

TOELICHTING

6

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

7

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Tussen de Westlandseweg en de Maasdijk in Maassluis ligt de voormalige Albedalocatie. Tot een aantal jaar geleden was hier het Albeda College gehuisvest. Nadat het Albeda College in 2013 verhuisd is naar de nieuwbouwlocatie ten zuidoosten van het plangebied is het schoolgebouw gesloopt. Het terrein ligt sindsdien al een aantal jaren braak. De initiatiefnemer, woningcorporatie Maasdelta Groep, is voornemens op deze locatie een appartementengebouw met maatschappelijke functies in de plint te realiseren. De realisatie van de woontoren ter plaatse is strijdig met het geldende bestemmingsplan. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken, dient een nieuw bestemmingsplan te worden vastgesteld. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied bevindt zich aan De Vloot (207) en is gelegen tussen de Westlandseweg en de Maasdijk in Maassluis. Aan de noordoostzijde wordt de locatie begrensd door een parkeerterrein dat tegen de Maasdijk aan ligt. Aan de zuidoostzijde vormt de weg De Vloot de begrenzing. De zuidwestzijde wordt begrensd door het fietspad langs de Westlandseweg. Aan de noordwestzijde ligt een skatepark en jongerencentrum.

Figuur 1.1: Locatie plangebied (bron: Arcgis luchtfoto 2019) Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

8

1.3

Geldend bestemmingsplan

Het geldende bestemmingsplan ter plaatse is 'Componistenbuurt-Noord', vastgesteld op 2 juni 2009. Op basis van dit bestemmingsplan geldt ter plaatse de bestemming 'Maatschappelijk'. Verder geldt de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering. Ook geldt het bestemmingsplan 'Parapluherziening Parkeernormen', vastgesteld op 6 februari 2018.

Figuur 1.2: Uitsnede bestemmingsplan 'Componistenbuurt-Noord' met plangebied rood gearceerd (bron: ruimtelijke plannen)

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

9

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 komt de ruimtelijke analyse van het plangebied aan de orde en wordt het initiatief beschreven. Vervolgens wordt de ontwikkeling in hoofdstuk 3 aan het actuele en relevante beleidskader getoetst. In hoofdstuk 4 worden de relevante omgevingsaspecten en de bijbehorende onderzoeken beschreven. Een toelichting op de juridische regeling van het plan is opgenomen in hoofdstuk 5. Ten slotte gaat hoofdstuk 6 in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

10

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

11

Hoofdstuk 2

2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

Ruimtelijk Het plangebied ligt tussen de Westlandseweg en de Maasdijk in Maassluis. Dit zijn twee belangrijke structuren in de gemeente Maassluis, die mede bepalend zijn voor de bebouwingsstructuur van Maassluis. De Westlandseweg is één van de belangrijkste ontsluitingen van Maassluis. De weg loopt vanaf Coldenhoven (gemeente Westland) tot het centrum van Maassluis. De doorgaande functie wordt ten zuiden van het plangebied overgenomen door de Mozartlaan en de Rozenlaan. De Maasdijk heeft van oudsher een belangrijke waterkerende functie. Ze ligt daarom ook hoger in het landschap. De Maasdijk maakt plaatselijk ook deel uit van de buitenbedijking van Het Nieuwe Water, de boezem van de Dijkpolder. Nabij het centrumgebied gaat deze over in de Noorddijk. De structuren van de Westlandseweg en de Maasdijk vallen vanaf Coldenhoven samen; de weg ligt op de dijk en heeft hier een groen en ruim profiel. Ten noorden van het kruispunt Uiverlaan / Cornelis van der Lelyweg wijken de structuren. Hier verandert het karakter van de Westlandseweg; het gaat over van een groene invalsweg naar een stedelijke as, met een smaller profiel en steniger karakter. De Maasdijk, het Nieuwe Water en de Weverskade vormen juist een brede en robuuste groen-waterstructuur in een verstedelijkt gebied. In het gebied tussen deze structuren, het gebied Componistenbuurt-Noord, ligt het plangebied.

Dit gebied lag lange tijd aan de rand van Maassluis. Door de ontwikkeling van de Dijkpolder, noordoostelijk van het plangebied, is het centraal in Maassluis komen te liggen. Daarmee is het belang van deze locatie toegenomen. De directe omgeving van het plangebied heeft door de omliggende infrastructuren een open en ruimtelijk karakter; de bebouwing bestaat uit grote volumes die vrij in de ruimte staan. De aanwezige bebouwing is opgericht in 2 tot 5 bouwlagen. Aan de zuidzijde van het gebied, aan de Richard Hollaan, staan hogere bebouwingsaccenten (tot 10 bouwlagen). In de bestaande situatie is het plangebied geheel onbebouwd. Functioneel Componistenbuurt-Noord bestaat uit twee delen. Het oostelijk deel bestaat uit een woongebied. Het westelijk deel, waar het plangebied deel van uitmaakt, vormt een cluster met maatschappelijke voorzieningen. Naast de Petrus en Pauluskerk omvat dit cluster onder andere een gezondheidscentrum en wooncomplex 'De Vloot'.

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

12

Het plangebied ligt nabij het kruispunt van de Westlandseweg met de Uiverlaan / Cornelis van der Lelyweg. Dit is een belangrijk kruispunt in Maassluis, vanaf dit punt is een aantal belangrijke plekken in de stad te bereiken. 500 meter zuidoostelijk van dit kruispunt ligt het historisch centrum van Maassluis; hier zijn diverse winkels en horecavoorzieningen aanwezig. Op kortere afstand (ca. 200 meter), langs de Uiverlaan, ligt winkelcentrum Koningshoek, het belangrijkste winkelcentrum van Maassluis. Aan de Uiverlaan liggen ook centrale voorzieningen als de bibliotheek en het cultureel centrum. De Cornelis van der Lelylaan is een belangrijke ontsluiting voor de Dijkpolder. Hier ligt de Lely Campus, waar het bedrijf Lely is gevestigd. Noordwestelijk hiervan wordt de woonwijk Wilgenrijk gerealiseerd. Het plangebied ligt dus op een centrale plek ten opzichte van deze voorzieningen.

Figuur 2.1: Huidige situatie plangebied

2.2

Beoogde ontwikkeling

De ontwikkeling betreft het realiseren van een appartementencomplex met maximaal 70 woningen. Op de eerste verdieping worden bergingen ten behoeve van de appartementen gerealiseerd. In de plint is de polikliniek van het Franciscus ziekenhuis voorzien. De polikliniek inclusief apotheek is reeds gevestigd ten oosten van het plangebied. Dit gebouw is verouderd en Franciscus wil graag nieuwbouw die voldoet aan de eisen van de huidige tijd. Een idee is om de een deel van de wachtruimte van de polikliniek mede te laten gebruiken als ontmoetingsruimte voor bewoners van de appartementen en van de directe omgeving (een vorm van dubbelgebruik). Verder kan de begane grond ruimte bieden aan functies zoals een huisarts, apotheek, tandarts of fysiotherapiepraktijk. Voor de woningen wordt aan de zuidkant van het complex en langs de Vloot een parkeerterrein ingericht. De parkeerplaatsen voor de maatschappelijke functies worden opgevangen op bestaande parkeerplaatsen, onder andere aan de noord- en oostzijde van het complex.

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

13

Figuur 2.2: Impressie beoogde ontwikkeling (bron: Kokon) Ruimtelijk Het gebouw van 11 bouwlagen past stedenbouwkundig binnen de huidige ruimtelijke structuur. De omgeving van het plangebied karakteriseert zich door grootschalige infrastructuren en brede profielen. Een wat groter volume past hier ruimtelijk gezien goed in. Bovendien accentueert het groter volume het kruispunt, dat een centrale functie in Maassluis heeft en waar dagelijks veel passanten langskomen, en markeert het begin van het stedelijker profiel van de Westlandseweg. Verder staan in dit deel van de Westlandseweg reeds 2 hogere bouwvolumes (op de hoek van de Richard Hollaan en bij de rotonde met de Mozartlaan). Dit derde volume versterkt deze reeks en accentueert het stedelijk karakter van dit deel van de Westlandseweg. Functioneel Met de ontwikkeling wordt het centraal gelegen maatschappelijk cluster versterkt. Door de centrale ligging in Maasluis, de goede bereikbaarheid en de nabijheid van andere functies (zoals Koningshoek) is het gewenst dit cluster hier te behouden, zodat Maassluis over voldoende maatschappelijke en gezondheidsvoorzieningen blijft beschikken. Met de ontwikkeling wordt ook voorzien in extra woonprogramma. Daarbij wordt ingezet op zelfstandige woningen voor ouderen. Ook daarvoor is de locatie zeer geschikt.

Enerzijds vanwege de ligging nabij diverse functies, zoals het woonservicecentrum 'De Vloot' en winkelcentrum Koningshoek. Deze functies liggen op loopafstand van het plangebied. Verder bieden de Maasdijk en Weverskade op korte afstand uit tot bewegingsmogelijkheden (wandelen, fietsen).

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

14

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

15

Hoofdstuk 3

3.1

Ruimtelijk beleidskader

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van het voor het plangebied relevante ruimtelijke beleidskader. De ontwikkeling is in overeenstemming met het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (2012) In de SVIR staan de plannen voor ruimte en mobiliteit van de Rijksoverheid beschreven. Het kabinet schetst in de SVIR hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Voor de doorwerking van de Rijksbelangen in plannen van lagere overheden, is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) opgesteld. Het Barro omvat alle ruimtelijke Rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Toetsing beoogde ontwikkeling Het SVIR en het Barro kenmerken zich door een hoog abstractieniveau en bevatten geen concreet beleid ten aanzien van de herontwikkelingslocatie. Er is geen sprake van strijdigheid met het nationaal beleid. De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt naar verwachting in 2020 op Rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Ook deze visie is van een hoog abstractieniveau dat hieruit geen concrete beleidsuitgangspunten voor de ontwikkeling volgen. 3.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking, Artikel 3.1.6 Bro De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is vastgelegd als procesvereiste in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Dit artikel bepaalt dat bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen de behoefte daaraan moet worden beschreven. Bij stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied, moet bovendien worden gemotiveerd waarom deze niet binnenstedelijk gerealiseerd kunnen worden. Het toevoegen van meer dan 12 woningen of meer dan 500 m2 aan stedelijke functies wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. Vertrekpunt bij de beoordeling of iets een nieuwe stedelijke ontwikkeling is, zijn de geldende planologische mogelijkheden. De woonfunctie is nu niet mogelijk en wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. De maatschappelijke functies zijn al mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan en worden niet als stedelijke ontwikkeling gezien. Deze hoeven dus niet getoetst te worden. Hierna is de woningbehoefte beschreven. Daarbij is het uitgangspunt een stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied.

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

16

Beschrijving woningbehoefte In het Regioakkoord 2018-2030 (Vastgesteld tijdens Regiotafel Wonen op 23-01-2019) maken de veertien gemeenten van het Samenwerkingsverband Wonen zich samen sterk om het aantal woningen in de regio Rotterdam met 54.000 uit te breiden. De gemeenten en de woningcorporaties zetten zich ook in voor een betere balans van het woningaanbod in de regio.

Figuur 3.1: De regio realiseert voldoende woningen in de totale voorraad (bron: Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam) De gemeente Maassluis zet zich in om ruim 2.100 woningen aan de voorraad toe te voegen in de periode 2017 - 2030. In regionaal verband is dit totaal nader bezien vanuit het Meerevenwichtscenario. Op basis daarvan komt Maassluis nog 184 woningen tekort in de sociale voorraad.

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

17

Figuur 3.2: De regio realiseert voldoende woningen in de sociale voorraad (bron: Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam) In de woonvisie 2019-2024 is aangegeven dat de gemeente de ambitie heeft om de woningvoorraad te laten groeien tot 17.100 woningen in 2030, zoals genoemd in het regioakkoord. Dat betekent een uitbreidingstempo van zo’n 175 nieuwbouwwoningen per jaar gemiddeld. Met de regiogemeenten in de subregio Waterweg, de regio Rotterdam en de Provincie Zuid-Holland, zijn afspraken gemaakt over deze gewenste voorraadontwikkeling. De voorgenomen bouwinspanningen zijn afgestemd met de andere gemeenten in de regio en vastgelegd in een regioakkoord. De provincie Zuid-Holland onderschrijft dit programma. Omdat de realisatie met veel (onzekere) factoren rekening moet houden, hanteert de gemeente een bandbreedte. Er is meer ruimte dan het programma waarmee wordt gerekend.

Figuur 3.3: Woningvoorraadontwikkeling (bron: woonvisie)

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

18

Begin 2019 is er een potentiele bouwcapaciteit voor tenminste 3.500 woningen in het bouwprogramma. Een groot deel daarvan zit in goedgekeurde bestemmingsplannen. De extra bouwlocaties in ‘overige projecten’ (Spectrum, Spechtstraat, Kapelpolder en andere binnenstedelijke locaties die worden bekeken) zijn ook nodig om de recente bevolkingsprognose te kunnen opvangen (Primos 2018, woningvoorraad van 17.500 in 2030). Beschrijving kwalitatieve woningbehoefte In de woonvisie Maassluis 2019-2024 is 'Wonen met begeleiding en zorg' benoemd als 1 van de zeven grote opgaven. Maassluis vergrijst. Het aantal inwoners van 75 jaar of ouder neemt naar verwachting toe met ruim 1.500. Ruwweg drie kwart daarvan heeft geen professionele zorg of ondersteuning nodig, hooguit huishoudelijke hulp. Zij hebben in grote mate eigen regie over hun leven. De meeste ouderen willen liever niet verhuizen en in hun vertrouwde buurt blijven wonen. Een deel van de ouderen heeft als wens om zelfstandig te wonen in de nabijheid van voorzieningen of leeftijdgenoten. Dat kan in een van de woonservicezones, in bestemde complexen. Het gaat zowel om mensen die preventief verhuizen als om mensen die actief gebruik maken van de voorzieningen. Het betreft vooral de leeftijdscategorie vanaf 65 jaar. Door de toenemende vergrijzing neemt ook de behoefte aan woningen in de woonservicezones toe.

Het gaat voor twee derde om huurwoningen en voor een derde om de eigen-woning sector (serviceflats). De gemeente wil ouderen die willen verhuizen naar een beter passende, levensloopbestendige woning ondersteunen. Het beleid met de woonserviceszones wordt daarom voortgezet. Maasdelta heeft 800 woningen in de woonserviceszones, die door Maasdelta opnieuw worden gelabeld als ‘verzorgd wonen’. Ook worden er de komende jaren nog 130 extra woningen voor senioren gelabeld. De gemeente ziet graag dat deze woningen gelabeld blijven voor ouderen, eventueel gekoppeld aan een zorgindicatie. Zo kunnen de woningen worden toegewezen aan wie ze het meest nodig hebben. Een bijeffect is dat de doorstroming uit eengezinswoningen wordt bevorderd. De wooncoach vervult daarbij een nuttige rol. Ouderen die potentieel willen verhuizen worden voorgelicht en gedeeltelijk begeleid. De wooncoach kan worden omgezet van pilot naar definitief. Conclusie Met de realisatie van de 70 sociale huurappartementen wordt tegemoet gekomen aan de toenemende vraag naar ouderenhuisvesting. De locatie is in de gemeentelijke woonvisie bovendien aangemerkt als woonservicezone, waarmee concreet uitvoering gegeven wordt aan het woonbeleid. Er is sprake van een behoefte, waaraan met dit bestemmingsplan invulling wordt gegeven.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsverordening Zuid-Holland (2019) De provincie zet in op het beter benutten van het bestaand stads- en dorpsgebied. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Indien een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. De Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in nationale wet- en regelgeving. Toepassing is van provinciaal belang, daarom is in de verordening een verwijzing opgenomen naar de Rijksladder. Uitgangspunt van de Ladder is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte.

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

19

3.3.2 Omgevingsvisie Zuid-Holland (2019) In samenhang met de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening opgesteld. De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke plannen. Voor de beoogde ontwikkeling zijn de onderstaande artikelen relevant. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door:  zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en;  het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c.

als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door:  een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en  Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. 2. Lid 2 is niet relevant omdat de locatie niet ligt in een gebied met een beschermingscategorie. 3. Aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn: a. de aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit (een combinatie van):  duurzame sanering van leegstaande bebouwing, kassen en/of boom- en sierteelt;  wegnemen van verharding;  toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen;  andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert. b. de onder a genoemde maatregelen worden in beginsel getroffen binnen hetzelfde plangebied als de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat niet mogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen elders in de motivering inzake ruimtelijke kwaliteit worden betrokken; c.

in afwijking van onder b kan het bevoegd gezag in plaats van het treffen van ruimtelijke maatregelen een (gedeeltelijke) financiële compensatie verlangen door middel van een storting in een kwaliteitsfonds, dat is ingesteld op basis van de door provinciale staten vastgestelde regeling voor kwaliteitsfondsen, mits de daadwerkelijke uitvoering van de compenserende ruimtelijke kwaliteitsmaatregelen afdoende is verzekerd. 4. Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt als bedoeld in het eerste lid bevat een beeldkwaliteitsparagraaf, waarin het effect van deze ontwikkeling op de bestaande kenmerken en waarden wordt beschreven en waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft, voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling: a. waarbij de richtpunten van de kwaliteitskaart in het geding zijn; of b. die is gelegen op gronden binnen een beschermingscategorie als bedoeld in het tweede lid, onder a en b.

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

20

Toetsing artikel 6.9 De kwaliteitskaart waarnaar in artikel 6.9 lid 3 sub 1 wordt verwezen is de kaart die bij de Omgevingsvisie hoort en is opgebouwd uit vier lagen: de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschapen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving. Voor het projectgebied zijn de volgende richtpunten van de laag van de stedelijke occupatie relevant: Steden en dorpen 1. Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. 2. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. 3. Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Er is in dit geval sprake van inpassen. Een vrijgekomen locatie binnen de stad wordt getransformeerd naar een nieuwe woonfunctie. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b.

indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Toetsing artikel 6.10 Door de herontwikkeling wordt voldaan aan de voorkeursvolgorde voor verstedelijking: allereerst het benutten van locaties voor herstructurering, intensivering of transformatie binnen bestaand stedelijk gebied en daarna het benutten van locaties aansluitend aan stedelijk gebied. Met betrekking tot de ladderonderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 3.2 van dit bestemmingsplan. Conclusie Het provinciale beleid staat de ontwikkeling niet in de weg. De ontwikkeling sluit aan bij het provinciale beleid. De ontwikkeling draagt bij aan de woningbehoefte in de regio.

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

21

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie Maassluis 2012-2025 (2012) De ontwikkeling van het wonen en de Maassluise opgaven zijn opgenomen in de Structuurvisie 2012-2025.

Figuur 3.4. Uitsnede Structuurvisiekaart De visiekaart geeft de plekken en zones aan waar hoogbouw positief kan werken. Het plangebied is in de structuurvisie aangemerkt als bestaand stedelijk gebied en als hoogbouwzone. Het gebied is ook aangemerkt als woonservicezone.

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

22

Woonservicezones Zorgeloos wonen in je vertrouwde woonomgeving. Dat is het principe van een 'woonservicezone'. Steeds meer ouderen willen graag zo lang mogelijk in hun eigen huis blijven wonen. Ook als ze slecht ter been worden of meer zorg en ondersteuning nodig hebben. De gemeente Maassluis ontwikkelt met een aantal partners op het gebied van wonen, zorg en welzijn drie van deze woonservicezones. Een vooruitstrevend initiatief waardoor iedereen met een beperking, langer zelfstandig kan blijven wonen. In hun eigen wijk, met alle voorzieningen binnen handbereik. Een woonservicezone is een gewone woonwijk. Wat deze wijk bijzonder maakt, is dat er veel (zorg)voorzieningen en diensten aanwezig zijn. Daardoor kunnen mensen die een vorm van zorg nodig hebben, gewoon in de wijk blijven wonen. In een woonservicezone staan veel verschillende soorten woningen, met en zonder aanpassingen, voor jong en oud. Zorg kan aan huis geleverd worden, maar ook worden 'gehaald' bij een wijksteunpunt waar bijvoorbeeld een huisartsenpost gevestigd is. Zowel lichte ondersteuning als intensieve zorg is binnen handbereik. Daarnaast komen er activiteiten voor jong en oud, zodat ook het welzijnsaspect in de wijk verweven zit. Centraal daarin staat het leven met elkaar en het aandacht hebben voor elkaar.

Er komen drie woonservicezones, verdeeld over drie gebieden in Maassluis: Noord: Grens Burgemeesterswijk/Steendijkpolder Midden: Gebied Vloot/Schutsluis Zuid: Gebied Centrum/De Vliet Toetsing De realisatie van 70 sociale huurappartementen en zorgvoorzieningen voor senioren geeft invulling aan het gemeentelijk beleid. 3.4.2 Woonvisie 2020-2024 In de Woonvisie 2020-2024 staat waar Maassluis nu staat en waar de gemeente op het gebied van wonen de komende jaren naartoe wil. De woonvisie 2020-2024 bouwt logisch voort op eerdere documenten:  De ruimtelijke structuurvisie 2012-2025  Het coalitieakkoord 2018-2022 “Samen Maassluis. Investeren in een duurzame stad”  Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2018-2030 De woonvisie maakt inzichtelijk dat bijsturing nodig is om op de 7 grote opgaven resultaat te boeken. De gemeente stuurt dus bij, in het besef dat ook in het eindbeeld van 2030 nog 95% van de huidige woningen er staat en de grote nieuwbouwlocaties in handen zijn van private bedrijven waarmee in het verleden al contracten zijn gesloten. Het bijsturen van de woningmarkt is dus te vergelijken met het bijsturen van een olietanker: de marges zijn smal, een koerswijziging kost veel energie en wordt pas op termijn zichtbaar. De 7 speerpunten zijn: 1 Passend huisvesten  Nieuwbouw meer richten op €180.00 - €220.000 en € 220.000 - €320.000.

 Aanbod betaalbare koop (met verkoop regulerend beding) uitwerken voor € 180.000 - €220.000.  Minimum omvang sociale huur voorraad is 33%, ombuigingen in bouwprogramma noodzakelijk.  Sociale voorraad uitbreiden tot 6020 woningen in 2030.  Menging en betaalbaarheid garanderen met doelgroepenverordening.

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

23

2 Doorstroming en woonruimtebemiddeling  Meer doorstroming door het bouwprogramma vooral te richten op appartementen en grondgebonden woningen voor senioren,  Voorrang voor doorstromers die een eengezinswoning achterlaten.  Labelen van schaarse segmenten voor knelgroepen.  Doorstroom ouderen naar passende levensloopbestendige woningen bevorderen.  Toepassen directe aanbieding bij knelgroepen en personen ‘tussen wal en schip’. 3 Bouwen, bouwen, bouwen  Verhoging van het jaarlijkse bouwprogramma naar gemiddeld 175 woningen.  Woningvoorraad tenminste 17.100 woningen in 2030.  Nieuwe locaties vinden voor 400 à 500 woningen (binnenstedelijk, herbestemming).  De herstructurering van Sluispolder-west en de Burgemeesterswijk afronden.  Nieuwbouw op Het Balkon, Wilgenrijk, de Kade en overige locaties. 4 Maassluis duurzamer maken  Opstellen van een warmtetransitievisie.  Samen optrekken met Maasdelta bij het klimaatadaptief maken en de warmtetransitie in de socialehuurvoorraad.  Stimuleren en faciliteren in de particuliere sector met ‘no-regret’ maatregelen. 5 Wonen met begeleiding en zorg  Wonen in de woonservices zones bevorderen.  Ouderen bewust maken van tijdig nadenken over huisvesting op oude dag (Wooncoach, campagne).  ‘Verzorgd wonen plus’ uitbreiden, voor Maassluisse ouderen.

6 Leefbaarheid in wijken en buurten bevorderen  Sociale cohesie bevorderen, onder meer via het programma ‘de wijk op maat’.  Stevige samenwerking met betrokken partijen bij aanpakken overlast.  Overbewoning tegengaan. 7 Tijdelijk wonen  Segment pauzewoningen uitbreiden.  Kopen om te verhuren terugdringen ten behoeve van de leefbaarheid in bestaande wijken.  Verkennen of short-stay woonruimte voor arbeidsmigranten dichtbij werkgelegenheid mogelijk is. Toetsing Het initiatief geeft specifiek invulling aan speerpunt 2, 3 en 5. Zie voor de toetsing ook paragraaf

3.2.2

Conclusie De ontwikkeling past binnen het beleid van de gemeente Maassluis.

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

24

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

25

Hoofdstuk 4

4.1

Omgevingsaspecten

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de sectorale aspecten beschreven die voor dit bestemmingsplan relevant zijn. De resultaten en conclusies van de onderzoeken zijn per aspect opgenomen in de betreffende paragraaf.

4.2

Milieueffectrapportage

Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen:  de kenmerken van de projecten;  de plaats van de projecten;  de kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek In het Besluit milieueffectrapportage is in onderdeel D van de bijlage opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van een woontoren met 70 woningen waarbij op de begane grond zorgfuncties (polikliniek, huisartsenpraktijk, apotheek) worden gerealiseerd. De beoogde ontwikkeling blijft (ruim) onder de drempelwaarde.

Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. Op 8 september 2020 is door het college van Burgemeester en wethouders besloten dat geen MER nodig is (zie bijlage 1). Ook is daar de aanmeldingsnotitie voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Daaruit blijkt dat, gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden.

4.3

Geluid

Toetsingskader Ten aanzien van geluidhinder is de Wet geluidhinder (Wgh) van kracht. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. Voor het onderhavige plan is geluidhinder als gevolg van wegverkeerslawaai en industrielawaai van belang.

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

26

Woningen zijn volgens de Wet geluidhinder (Wgh) geluidgevoelige functies. Akoestisch onderzoek is noodzakelijk als de woningen binnen de geluidzone vallen van gezoneerde wegen. Het plan ligt binnen de geluidzone van de Westlandseweg, Cornelis Van Der Lelylaan en de Uiverlaan. Het plan ligt tevens in de nabijheid van de 30 km/uur wegen De Vloot en Maasdijk. De Maasdijk is een doodlopende weg die in de toekomst wordt ingericht als fietspad en is derhalve akoestisch niet relevant. Op het industrieterrein Europoort-Maasvlakte Botlek-Pernis zijn inrichtingen gevestigd die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken (ook wel 'grote lawaaimakers' genoemd). Voor dergelijke industrieterreinen is op grond van de Wet geluidhinder een geluidszone industrielawaai vastgesteld. Buiten de geluidszone mag de geluidsbelasting als gevolg van de bedrijven op het industrieterrein niet meer bedragen dan 50 dB. Binnen de geluidzone geldt een onderzoeksplicht en mogelijk beperkingen voor nieuwbouw van woningen en andere gevoelige bestemmingen, vanwege een voorkeursgrenswaarde van 50 dB die op de gevel geldt. Nieuwe woningen en andere gevoelige bestemmingen binnen de zone op locaties waar de geluidsbelasting als gevolg van het industrieterrein hoger is dan 50 dB, zijn slechts toelaatbaar in bijzondere situaties.

Dit is alleen mogelijk indien de geluidsbelasting als gevolg van het industrielawaai ter plaatse 55 dB of minder bedraagt.

Figuur 4.1: Ligging locatie in geluidzone Europoort-Maasvlakte

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

27

Onderzoek en conclusie Het akoestisch onderzoek is toegevoegd in bijlage 2. Voor de 30 km/uur weg De Vloot geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe appartementen de richtwaarde met maximaal 3 dB overschrijdt. Het plangebied ligt binnen de 48 dB(A)-contour van zowel industrieterrein Europoort- Maasvlakte als industrieterrein Botlek-Pernis. Wanneer rekening wordt gehouden met een ophoging van maximaal 2 dB voor de hoger gelegen bouwlagen bedraagt de geluidbelasting maximaal 50 dB(A) en is er derhalve geen sprake van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde ten gevolge van industrielawaai. Voor de gezoneerde wegen Cornelis Van Der Lelylaan en Uiverlaan geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe appartementen overschrijdt. Voor de Westlandseweg geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe appartementen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB met maximaal 7 dB overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor nieuwbouw in stedelijk gebied wordt nergens overschreden.

Derhalve is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachts- of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoet en wordt voldaan aan de voorwaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid. Het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer tot de voorkeursgrenswaarde ontmoet in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige en landschappelijke aard. Het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger is in onderhavige situatie eveneens niet doeltreffend. Voor het toepassen van stiller wegdek (bronmaatregel) geldt dat de voorkeurgrenswaarde nog altijd wordt overschreden. Deze geluidreducerende maatregel is derhalve niet doeltreffend. Het toepassen van een stiller wegdek ontmoet bovendien overwegende bezwaren van financiële aard. Op basis van het gemeentelijk beleid worden eisen gesteld aan een aanvaardbaar akoestisch klimaat, zoals het toepassen van een geluidluwe zijde en geluidluwe buitenruimte. Conclusie Met inachtneming van de voorwaarden zoals genoemd in het akoestisch onderzoek wordt voldaan aan de eisen uit het gemeentelijk geluidbeleid.

Daarom wordt onderbouwd verzocht hogere waarde te verlenen conform artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen is vervolgens een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd.

4.4

Verkeer en parkeren

Verkeersontsluiting en -afwikkeling Ontsluiting Het plangebied is goed bereikbaar met auto, fiets en openbaar vervoer. De ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer vindt plaats via de Vloot. Op de Vloot geldt een maximumsnelheid van 30 km/uur. De Vloot sluit aan de oostzijde aan op de Richard Hollaan richting de Westlandseweg. Via deze weg kan op eenvoudige wijze het hoofdwegennet (waaronder de A20) worden bereikt.

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

28

Verkeersgeneratie en verkeersafwikkeling In de toekomstige situatie wordt er een woongebouw bestaande uit maximaal 70 appartementen gerealiseerd. Dit is een toevoeging ten opzichte van de huidige planologische situatie. De toekomstige verkeersgeneratie van het plangebied kan worden berekend aan de hand van CROW-kencijfers (publicatie 381). Het plangebied bevindt zich in de rest bebouwde kom van een sterk stedelijke gemeente. Voor een appartement in de sociale huursector geldt een kengetal van 4,0 mvt/etmaal. Voor maximaal 70 woningen komt dit uit op een verkeersgeneratie van 280 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag. Om de verkeersafwikkeling te beoordelen is de afwikkeling in het drukste uur maatgevend, waarin gemiddeld 10% van de etmaalintensiteit wordt afgewikkeld. Dit betekent vanuit de ontwikkeling een toename van circa 28 motorvoertuigbewegingen in het drukste uur op het onderliggend wegennet. Deze toename verdeelt zich op de omliggende wegen in verschillende richtingen op het wegennet en is beperkt, waardoor deze toename zal opgaan in de het heersende verkeersbeeld van de omliggende wegvakken en kruispunten. Parkeerbehoefte Voor de berekening van de parkeerbehoefte is een notitie opgesteld (Bijlage 9). In de notitie is beschreven dat voor de ontwikkeling een parkeernorm van 1,45 parkeerplaats per woning wordt aangehouden. Dit gelet op de bijzondere woonvorm en doelgroep.

Uit de parkeerbalans blijkt dat op het maatgevende moment er een parkeerbehoefte is van 113 parkeerplaatsen. Het aantal beschikbare parkeerplaatsen in de nieuwe situatie bedraagt totaal 113; 91 parkeerplaatsen binnen de projectgrens en 22 bestaande beschikbare parkeerplaatsen in de omgeving. Figuur 4.2 geeft de beoogde inrichting weer.

Figuur 4.2: Beoogde indeling parkeerterrein (bron: Notitie Spark 24-02-2021)

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

29

4.5

Water

Waterbeheer en watertoets Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Delfland, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Om te voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer is bij het tot stand komen van dit bestemmingsplan al in een vroeg stadium overleg gevoerd met de waterbeheerder. De opmerkingen van de waterbeheerder zijn vervolgens verwerkt in deze waterparagraaf. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het hoogheemraadschap nader wordt behandeld. Europa:  Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal:  Nationaal Waterplan (NW)  Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)  Waterwet Provinciaal  Provinciaal Waterplan  Provinciale Structuurvisie  Verordening Ruimte Waterschapsbeleid In het Waterbeheerplan 5 (WBP 5) beschrijft het Hoogheemraadschap van Delfland zijn strategie voor de uitvoering van de kerntaken voor de komende jaren. Het is de leidraad voor het handelen van Delfland in de planperiode 2016-2021.

Het WBP 5 is tevens een uitnodiging aan private, particuliere en publieke partijen om binnen de uitgezette koers met initiatieven te komen. Bij de uitvoering van het WBP 5 staan de kerntaken vanzelfsprekend voorop, de waterveiligheid, het waterbeheer, de waterkwaliteit en het zuiveren van afvalwater. Delfland zal hierbij nadrukkelijk kijken naar een doelmatige uitvoering daarvan waarbij ambities, kosten en het tempo op een evenwichtige manier zijn afgewogen. De werkzaamheden en projecten die de komende zes jaar geïnitieerd worden zijn terug te brengen tot de volgende vier speerpunten van het waterschap: 1. In stand houden: Investeringen in de infrastructuur worden op een adequate manier in stand gehouden. 2. Investeren: Veranderende wetgeving en veranderingen in de omgeving vragen om aanpassing en verdere verbetering van ons watersysteem, de waterkeringen en het afvalwatersysteem. 3. Samenwerken: Het waterschap kan en doet het niet alleen, sterker nog, waterbeheer is ook een taak van andere overheden zoals gemeenten en van burgers en bedrijven. 4. Flexibel en duidelijk: Partners komen een flexibel waterschap tegen die rol en houding afstemt op basis van vraagstukken die voorliggen. Gemeentelijk Rioleringsplan 2020-2024 (GRP) Het GRP beschrijft hoe de gemeente invulling geeft aan de wettelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater.

Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft vanaf de start deelgenomen aan het proces om te komen tot de huidige invulling van het GRP. Samen zijn ze tot een plan gekomen dat elke vijf jaar wordt bijgesteld om een efficiënt en effectief afwateringssysteem te realiseren door middel van:  Relining (rioolbuis voorzien van nieuwe binnenwand) koppelen aan hemelwaterafvoer via het

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

30

   

maaiveld, dat in de toekomst een enorme kans is middelen efficiënter in te zetten. Secundaire gemalen hebben meer onderhoud nodig. De bestaande groenstructuur, watergangen en waterpartijen kunnen efficiënt worden ingezet en omgebouwd als waterbuffers voor piekbuien. Afvalwatersysteem inrichten op de klimaatverandering, het Vermogen om bij de bron water vast te houden in een dicht bebouwde stad is het meest efficiënt (sponswerking).

Huidige situatie Algemeen Het plangebied is centraal gelegen in Maassluis en wordt ontsloten door De Vloot en de Maasdijk. Het betreft een perceel met de bestemming 'maatschappelijk'. De bestaande bebouwing is al gesloopt, in het noordelijke deel zijn nog een aantal parkeerplaatsen. Het gebied is grotendeels onverhard. Bodem en grondwater Het plangebied ligt niet in een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied. Vanwege de ligging in de bebouwde kom van Maassluis is het plangebied niet gekarteerd op de Bodemkaart van Nederland. Uit het vigerende bestemmingsplan blijkt dat het plangebied in het hoger gelegen deel van Maassluis ligt, met een maaiveldhoogte van NAP +4 m. Het betreft een boezemland: het watert af naar het boezemwater van de Nieuwe Water (NAP -0,4 m). Waterkwantiteit Volgens de Legger is er in het plangebied geen oppervlaktewater aanwezig. Ten noorden ligt het Nieuwe Water, dit is een primaire watergang (zie figuur 4.3). De afstand tot het plangebied is circa 50 meter. Veiligheid en waterkeringen Volgens de Legger ligt er een regionale waterkering aan de noordzijde van het Nieuwe Water. Aan de zuidzijde is geen waterkering (zie figuur 4.3). Het waterstaatswerk, dat met de rode zone op de legger aangegeven is, is 18 meter breed. De beschermingszones aan beide kanten zijn 15 meter breed. Het plangebied ligt buiten deze zone.

Figuur 4.3: Uitsnede Legger Delfland

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

31

Watersysteemkwaliteit en ecologie Binnen het plangebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Er bevinden zich ook geen natte ecologische verbindingszone zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het plangebied. Afvalwaterketen en riolering Uit het vigerende bestemmingsplan blijkt dat het woongebied Componistenbuurt-Noord is voorzien van een gescheiden rioleringsstelsel waarbij het hemelwater afwatert op het boezemwater. Het huishoudelijk afvalwater wordt via het vuilwaterstelsel afgevoerd naar de RWZI de Groote Lucht in Vlaardingen. Uit het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) van Maassluis blijkt dat de directe omgeving van het plangebied staat aangeduid als knelpunt na een hevige regenbui. Toekomstige situatie Algemeen Het voorliggend plan voorziet in de realisatie van een appartementencomplex met maatschappelijke functies op de begane grond. Bodem en grondwater De voorgenomen ontwikkeling heeft geen gevolgen voor bodem en grondwater. Waterkwantiteit De ontwikkeling leidt tot een toename van verhard oppervlak in het plangebied. Vanuit Delfland wordt geen compensatie gevraagd omdat dit gebied vrij afwatert op het buitenwater. Door de gemeente wordt de eis gesteld om minimaal 60mm berging te realiseren in verband met Maassluis Rainproof.

Deze folder is toegevoegd in Bijlage 8. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Klimaatadaptie Wateroverlast, hitte en droogte zijn steeds relevantere thema's bij ontwikkelingen. Bij de ontwikkeling van de Vlootschouwer wordt het dak uitgevoerd als een mossedumdak. Ook de buitenruimte wordt zoveel mogelijk groen ingericht. Bij de uitwerking van het ontwerp wordt gekeken hoe andere klimaatadaptieve maatregelen kunnen worden toegepast. Veiligheid en waterkeringen De ontwikkelingen die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt vinden plaats buiten de waterkering en bijbehorende beschermingszone. Het plan heeft dan ook geen negatieve invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Vanwege de buitendijkse ligging zijn er binnen het planvoornemen geen mogelijkheden voor het vergroten van de waterveiligheid van het achterland. Afvalwaterketen en riolering Conform het vigerend waterschapsbeleid, gemeentelijk rioleringsplan (GRP) en Maassluis 'Rainproof' is het voor nieuwbouw gewenst om het hemelwater en afvalwater te scheiden. Het afvalwater wordt aangesloten op de gemeentelijke riolering en afgevoerd naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI).

De riolering moet voldoen aan de eisen uit het GRP:  De riolering moet doorgerekend worden op een bui 09  Bij een bui 08 mag er geen water op straat blijven liggen;  Bij de herinrichting van het perceel moet er binnen de plangrens minimaal 60mm berging worden gerealiseerd om 'rainproof' te zijn;

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

32

Elke woning moet voorzien zijn van een buffer (gelijk aan 1 m3) voor regenwateropvang.

Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden:  hemelwater vasthouden voor benutting,  (in-) filtratie van afstromend hemelwater,  afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater,  afstromend hemelwater afvoeren naar AWZI. Het hemel- en vuilwater vanuit de Vlootschouwer zal gescheiden worden aangeleverd. In de uitwerking van de inrichting van het terrein wordt rekening gehouden met het geldende beleid van het Hoogheemraadschap en de gemeente Maassluis. Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het hoogheemraadschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de "Keur". Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het hoogheemraadschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan- of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de "Keur".

Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd. Conclusie De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse. Rekening houdend met de watercompenserende maatregelen.

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

33

4.6

Bodem

Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Onderzoek Volgens de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Maassluis is de bodem in het plangebied schoon tot licht verontreinigd. Ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan is sprake van een functiewijziging van maatschappelijk naar wonen. In bijlage 3 is het verkennend bodemonderzoek toegevoegd. Hieruit blijkt dat er enkele lichte verontreinigingen ter plaatse aanwezig zijn. Beperkingen inzake de bestemmingsplanprocedure en herontwikkeling van de onderzoekslocatie worden op basis van de onderzoeksresultaten uit milieuhygiënisch oogpunt niet voorzien. Wel zijn tijdens het verkennend bodemonderzoek asbestverdachte bijmengingen aangetroffen.

Daarom is verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is toegevoegd in bijlage 4. Hieruit blijkt dat een verontreiniging met asbest is aangetoond, maar dit is beneden de norm. Het aangetoonde gehalte vormt geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader asbestonderzoek. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.7

Archeologie en cultuurhistorie

Toetsingskader De Nederlandse bodem zit vol met archeologische waarden. Met de ondertekening van het Europese verdrag van Valletta in 1992, een verdrag over behoud en beheer van het archeologische erfgoed, hebben de lidstaten zich tot doel gesteld het bodemarchief te beschermen. Met ingang van 1 september 2007 is het Verdrag van Valletta geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving door middel van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz), waardoor het verdrag een juridisch fundament kreeg. Deze wijzigingswet heeft onder meer wijzigingen aangebracht in de Monumentenwet 1988. De Monumentenwet is op 1 juli 2016 deels (met een overgangstermijn tot de Omgevingswet) vervangen door de Erfgoedwet. Deze wet handelt over het aanwijzen van te beschermen cultureel erfgoed. Naast de Monumentenwet vervangt de Erfgoedwet ook andere wetten zoals de Wet tot behoud van cultuurbezit. De Erfgoedwet kent een aantal nieuwe bepalingen. Het gaat om het vaststellen van een gemeentelijke erfgoedverordening en het bijhouden van een erfgoedregister. Ook dienen burgemeester en wethouders het voornemen om hun cultuurgoederen en verzamelingen te vervreemden bekend te maken. De Erfgoedwet bevat bovendien diverse veranderingen met lokale gevolgen, zoals de vervanging van de landelijke aanwijzing van beschermde stads- en dorpsgezichten door een rijksinstructie aan gemeenten.

Onderdelen van de Monumentenwet 1988 die in 2022 naar de Omgevingswet overgaan, blijven van kracht tot die wet in werking treedt. De vuistregel voor de verdeling tussen de Erfgoedwet en de nieuwe Omgevingswet is:  Roerend cultureel erfgoed en de aanwijzing van rijksmonumenten staat in de Erfgoedwet;  De aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed (stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen) en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving komt in de Omgevingswet.

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

34

Onderzoek Cultuurhistorie Conform het huidige bestemmingsplan 'Componistenbuurt-Noord' zijn binnen en in de nabije omgeving van het plangebied geen monumenten aanwezig. Verder maakt het plangebied geen deel uit van cultuurhistorisch waardevol gebied. De watergang (oude rivierdijk) langs de noordrand van het gebied, het Nieuwe Water, is in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland, regio Delfland en Schieland aangeduid als historisch-landschappelijke lijn van redelijk hoge waarde. Archeologie In zijn vergadering van 19 mei 2015 heeft de gemeenteraad de geactualiseerde archeologische beleidskaart vastgesteld. Onderdeel daarvan zijn de maatregelen categorieën 1 tot en met 10 te weten de archeologisch waardevolle gebieden van wettelijk beschermde archeologische monumenten (categorie 1) tot en met water (categorie 10). Op de bij de beleidskaart gevoegde bijlage (kaart 1) 'Archeologische waarden en verwachtingen', de plattegrond van de gemeente. Daarop zijn de diverse categorieën vermeld. Het gebied van het onderhavige bestemmingsplan valt onder archeologisch waardevol gebied 8. Een gebied met onbekende (geo-archeologische) verwachting. Door de ophoging in het kader van dijk- en woningbouw bevindt het archeologisch vlak zich (zeer) diep in de ondergrond.

Archeologisch onderzoek is vereist, wanneer het om locaties gaat met een oppervlakte van 200 m 2 en meer èn er sprake is dat de grond 300 cm en dieper wordt geroerd. Conclusie Het culturele erfgoed vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. In de regels en op de verbeelding is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 8' opgenomen. Wanneer bij bouw- en aanlegactiviteiten binnen de gestelde grenzen wordt gebleven (200 m 2 en 300 cm diepte) is geen archeologisch onderzoek nodig en levert dit voor de beoogde bebouwing geen belemmeringen op.

4.8

Externe veiligheid

Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk:  bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid;  vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen.

Op basis van het Bevi geldt voor het PR een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situatie betreft.

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

35

Het Bevi bevat geen norm voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied van de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het BEVT vormt de wet- en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het BEVT en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute.

Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Er geldt een oriënterende waarde voor het groepsrisico en onder voorwaarden een verantwoordingsplicht tot 200 m binnen de transportroute. Besluit externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichting (Bevi), zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en GR gelden. Op grond van het Bevb dient zowel bij consoliderende bestemmingsplannen als bij ontwikkelingen inzicht te worden gegeven in de afstand tot het PR en de hoogte van het GR als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Onderzoek Overeenkomstig de professionele risicokaart waarin relevante risicobronnen worden getoond, zijn in de nabije omgeving van het plangebied enkele risicobronnen gelegen (figuur 4.4). Over de Nieuwe Waterweg en de A20 vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. In het nabijgelegen industrieterrein Kapelpolder is één bedrijf gevestigd waarbij externe veiligheid momenteel nog een belangrijke rol speelt.

Figuur 4.4: uitsnede risicokaart

Rho adviseurs voor leefruimte

130105.20200612

36

Risicovolle inrichtingen Ten zuidoosten van het plangebied, op industrieterrein Kapelpolder, ligt het bedrijf VECOM Metal Treatment Technology B.V. (Mozartlaan 3). Bij dit bedrijf vindt de opslag, behandeling en/of verwerking van gevaarlijke afvalstoffen, oppervlaktebehandelingen van metalen en vervaardiging van onderhoudsen reinigingsmiddelen plaats. Uit gegevens van de risicokaart blijkt dat de PR 10 -6-contour net buiten de grenzen van de inrichting loopt. Het invloedsgebied voor het groepsrisico ligt op 228 meter rondom de inrichting. Het plangebied ligt op circa 570 meter van de inrichting en valt daarmee buiten het invloedsgebied. De aanwezigheid van VECOM heeft derhalve geen gevolgen voor dit bestemmingsplan. Aan de overzijde van de Nieuwe Waterweg ligt het industrieterrein Botlek. Op dit industrieterrein zijn meerdere Brzo-bedrijven aanwezig. Zowel de 10-6-contour als het invloedsgebied van deze bedrijven ligt ver buiten het plangebied. Het aspect externe veiligheid in verband met bedrijvigheid aan de overzijde van de Waterweg heeft derhalve geen gevolgen voor dit bestemmingsplan. Vervoer van gevaarlijke stoffen over de A20 Ten oosten van het plangebied vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de Rijksweg A20. Het plangebied ligt niet binnen de PR 10-6 contour en het plasbrandaandachtsgebied van de weg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10091796/1