Bijlage 3: ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne’.
Tekst van het document
besteed worden aan de verkeersgeneratie en -veiligheid. In deze para-
Met het planvoornemen wordt een vrachtwagenverkeerslus op het per-
graaf wordt aangegeven hoe met het planvoornemen hier rekening mee
ceel aangelegd. Tevens is er sprake van bedrijfsuitbreidingen van twee
wordt gehouden.
aangrenzende bedrijven: Technische Alliantie – P Kwadraat B.V. en Nissen Boomverzorging & Hovenier. De vrachtwagenverkeerslus is uitslui-
4.1.1
Toetsingskader
tend ontworpen om vrachtverkeer te laten keren. Deze verkeerslus zelf
Een toevoeging of wijziging van functies op locaties zorgt vaak voor een
trekt geen extra verkeer aan en veroorzaakt geen nieuwe verkeersstro-
verandering van de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie van een ge-
men. Wel draagt de lus bij aan een soepelere verkeersafwikkeling en
bied. Bij het toelaten van een nieuwe functie moet daarom worden aan-
een veilige verkeerssituatie.
getoond of er sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto’s en fietsen en wat het effect is op de bereikbaarheid en de verkeersafwikke-
Aan de hand van de CROW-kengetallen is een berekening gemaakt van
ling. Er mag geen onaanvaardbaar effect op de omgeving optreden. Dit
de verkeersgeneratie. Hierbij wordt uitgegaan van ‘niet stedelijk’ binnen
geldt ook bij omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplan-
de gebiedszone ‘Schil centrum/ overloopgebied’. De stedelijkheidsgraad
activiteiten.
en gebiedsindeling is bepaald door de parkeernormen regeling Gemeente Maasgouw.
Om te bepalen wat de effecten van de activiteit op de verkeersaantrekkende werking van het projectgebied zijn, kan gebruik worden gemaakt
Uitbreiding ‘Technische Alliantie – P Kwadraat B.V’
van de kengetallen van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in
De Technische alliantie is een installatiebedrijf wat zich richt op water- &
grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW) (publi-
industrietechniek. Ze maken allerlei installaties en begeleiden het proces
catie 744 ‘Parkeerkencijfers, basis voor parkeernormering’). Deze ken-
tot implementatie van begin tot eind. Het bedrijf is volgens de landelijke
getallen zijn algemeen erkend en geven een indicatie van de ontwikke-
CROW kengetallen aan te wijzen als ‘bedrijf arbeidsintensief/bezoe-
ling gepaard gaande extra verkeersgeneratie. Ook bieden ze richtlijnen
kersextensief’. Hierbij valt te denken aan bedrijven zoals, industrie, labo-
voor het aantal te realiseren parkeerplaatsen. De CROW-kengetallen
ratorium en werkplaatsen.
zijn richtlijnen waarvan afgeweken kan worden. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om zelf parkeerbeleid met parkeernormen vast te stellen
Voor wat betreft de afmeting van de uitbreiding gaan we maximaal uit
waar nieuwe ontwikkelingen aan moeten voldoen. De activiteit dient in
van de totale oppervlakte van het aangekochte terrein. Dit is namelijk
dit geval aan het gemeentelijk beleid te worden getoetst.
het maximale aantal BVO als we uitgaan van de uitbreiding over alleen de begane grond.
4.1.2
Onderzoek
Dit wil zeggen dat de maximale uitbreiding van het bedrijf circa 655 m2
Verkeersgeneratie en afwikkeling
BVO bedraagt. De verkeersgeneratie die hierbij hoort is maximaal 9,4
In de huidige planologische situatie wordt op het perceel aan de Oude-
mvt/etmaal per 100 m2 BVO. De totale verkeersgeneratie welke samen-
weg/Rijksweg geen verkeer gegenereerd. Het terrein heeft de bestem-
hangt met de uitbreiding is dus 9,4 * 6,5 = maximaal 62 mvt/etmaal.
Verkeer maakt onderdeel uit van de evenwichtige functietoedeling aan
ming ‘Groen’ en functioneerde voorheen als wadi. Aangezien er geen
locaties. Naast parkeren voor zowel de auto als de fiets moet aandacht
verkeers- of bedrijfsactiviteiten plaatsvinden, is er geen sprake van verkeersbelasting.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne
18
Uitbreiding ‘Nissen Boomverzorging & hovenier’
Parkeren
zal op eigen terrein kunnen worden opgevangen door de betrokken be-
Dit bedrijf betreft een hovenier. De uitbreiding voor dit bedrijf ziet met
De beoogde ontwikkeling genereert geen parkeerbehoefte. De beoogde
drijven. Hiermee wordt voorkomen dat er een extra parkeerdruk ontstaat
name op de opslag van materieel en bedrijfswagens. Hiermee kan wor-
functie van het perceel verandert naar een verkeersfunctie, zonder dat
op de openbare ruimte.
den geconcludeerd dat het bedrijf valt onder de noemer ‘Bedrijf arbeids-
sprake is van langdurig verblijf. Derhalve is geen parkeerbalans opge-
Gezien de huidige plannen van de bedrijven om de gronden grotendeels
extensief/bezoekersextensief’ op basis van de CROW normen. Hierbij
steld, aangezien dit in dit geval niet van toepassing is.
in te zetten voor opslag en/of parkeren, en niet volledig voor bebouwing,
valt te denken aan loodsen, opslag en transportbedrijven.
Voor de eventuele toekomstige bebouwing van het resterende perceel-
zal de werkelijke parkeerbehoefte naar verwachting lager uitvallen dan
deel door aangrenzende bedrijven geldt dat afzonderlijk zal worden be-
berekend. Deze aanpak sluit aan bij het gemeentelijk beleid, waarin
Voor wat betreft de afmeting van de uitbreiding gaan we maximaal uit
oordeeld of sprake is van extra parkeerbehoefte. Deze toekomstige ont-
wordt gesteld dat uitbreiding van bedrijven dient te worden voorzien van
van de totale oppervlakte van het aangekochte terrein. Dit is namelijk
wikkelingen zijn momenteel nog niet concreet genoeg om te kunnen be-
voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.
het maximale aantal BVO als we uitgaan van de uitbreiding over alleen
trekken in de parkeeranalyse van het onderhavige planvoornemen. Bo-
de begane grond.
vendien wordt in de huidige situatie al geparkeerd op eigen terrein, dit
4.1.3
zal in de toekomstige situatie hetzelfde zijn.
Gelet op het voorgaande, is er vanuit het aspect verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren sprake van een evenwichtige toedeling van func-
Dit wil zeggen dat de maximale uitbreiding van het bedrijf circa 635 m2 BVO bedraagt. De verkeersgeneratie die hierbij hoort is maximaal 5
De berekening is gebaseerd op het document ‘Parkeernormen en Par-
mvt/etmaal per 100 m2 BVO. De totale verkeersgeneratie welke samen-
keerbijdrageregeling Gemeente Maasgouw 2010’, waarbij is gerekend
hangt met de uitbreiding is dus 5 * 6,35 = maximaal 32 mvt/etmaal.
met de normen voor zowel arbeidsextensieve als arbeidsintensieve bedrijvigheid in het zogenaamde ‘schil-/overloopgebied’.
In totaal gaat het dus om een toename aan verkeer van maximaal 94 mvt/etmaal.
Soort
Deze verkeersgeneratie zal zich afwikkelen via de bestaande wegenMergelweg spelen een rol in de huidige verkeersontsluiting. De bestaande infrastructuur biedt voldoende capaciteit om de toename van verkeer op te vangen. Deze wegen ervaren op dit moment juist overlast en verkeersonveilige situaties als gevolg van het ontbreken van een ver-
Parkeernorm per 100 m2 BVO
ties aan locaties.
4.2
Geluid
4.2.1
Toetsingskader
Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen
Tabel 4.1:Parkeerberekening
structuur, met name de Oudeweg. Ook de Leppingtonstraat en Nieuwe
Conclusie
Aantal BVO
Parkeerplaatsen conform parkeernorm
De aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting onder de Omgevingswet is vooral een decentrale afweging. Gemeenten geven met het omgevingsplan voor elke locatie in de gemeente de gewenste geluidskwaliteit
Arbeidsextensieve bedrijven
0,7
635
4,4
vorm.
Arbeidsintensieve bedrijven Totaal
2,2
655
14,41
Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van men-
18,8
keerslus. Door het realiseren van de verkeerslus worden onveilige verkeersbewegingen voorkomen, en wordt de verkeersdruk beter gespreid.
Op basis van de gehanteerde parkeernormen en de uitgevoerde bere-
De Sportveldstraat is de beoogde afwikkelingsroute voor het vrachtver-
kening blijkt dat, uitgaande van een worstcasescenario waarbij het volle-
keer in de nieuwe verbeterde situatie. Via de verkeerslus kan het ver-
dige perceeloppervlak wordt bebouwd, in totaal circa 19 parkeerplaat-
keer richting de Sportveldstraat worden omgeleid. Hierdoor zal er min-
sen benodigd zouden zijn (afgerond van 18,8). Deze parkeerbehoefte
der sprake zijn van overlast en een veiligere verkeersituatie ontstaan.
sen en op hun gezondheid. De regels over geluid gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen, en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat geluidsregels die via het omgevingsplan zullen gelden voor individuele bedrijven die geluid voortbrengen. Voor de andere belangrijke geluidsbronnen zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen worden via de Aanvullingswet geluid en het Aanvullingsbesluit geluidsregels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De regels voor geluid hebben een tweezijdige
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne
19
werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven.
Tabel 4.2.1. standaardwaarde geluid voor een geluidbron op een geluidgevoelig
Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van spoorwegen of industrieterrei-
gebouw per geluidbronsoort
nen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige
Geluidbronsoorten Rijkswegen en provinciale wegen
Standaardwaarde 50 Lden
Gemeentewegen en waterschapswegen Hoofdspoorwegen en locale spoorwegen Industrieterreinen
53 Lden
gebouwen en locaties nabij een geluidsbron. De geluidinhoudelijke doelstellingen zijn: •
het voorkomen van een onbeheerste groei van de geluidsbelasting op en in geluidsgevoelige gebouwen en locaties;
•
het reduceren van geluidbelastingen op en in geluidsgevoelige gegen;
Bij de vaststelling van een geluidproductieplafond als omgevingswaarde
•
het bevorderen van bronmaatregelen;
kan de hoogste van de twee waarden, bedoeld in artikel 3.32 lid 1 wor-
•
het scheppen van een beter toegankelijk en minder complex geheel
den overschreden als:
van regels;
•
Geluidproductieplafonds Een geluidsproductieplafond geeft de maximale toegestane productie weer op een vast fictief punt, het referentiepunt, op korte afstand van de
Geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de hoogste van de twee waarden te voldoen;
•
De overschrijding door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt; en
•
Het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarde, bedoel in tabel 4.2.2.
dan de hoogste van de volgende waarden: •
De standaardwaarde, bedoel in tabel 4.2.1.; of’
•
Het geluid bij volledige benutting van het geluidproductieplafond dat gold direct voorafgaand aan de vaststelling van het in de aanhef bedoelde geluidproductieplafond.
heeft. De geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgevel, zijgevel en achtergevel. Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid op grond van artikel 4.2 van de Omgevingswet. Dat doet de gemeente vanuit haar taak ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (ETFAL). Dit kan de gemeente onder andere bereiken door:
geluidsbron. Bij de vaststelling van een geluidproductieplafond als omgevingswaarde is het geluid op een geluidgevoelig gebouw niet hoger
het Bkl. Het betreft gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat bijvoorbeeld een woon-, onderwijs- of zorgfunctie
50 Lden 40 Lnight
het beperken van de lasten bij de uitvoering van de regels.
Geluidsgevoelige gebouwen De geluidsgevoelige gebouwen worden aangewezen in artikel 3.20 van
55 Lden
bouwen en locaties die blootstaan aan zeer hoge geluidsbelastin-
•
Afdeling 3.5 (artikel 3.18 lid 1) van het Bkl voorziet in het Toetsingskader/instructieregels omtrent de beheersing van het geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen.
Tabel 4.2.2. Grenswaarde voor geluid door een geluidbron op een geluidgevoelig gebouw per geluidbronsoort1 Geluidbronsoorten Grenswaarde Rijkswegen en provinciale wegen Gemeentewegen en waterschapswegen
60 Lden 70 Lden
Hoofdspoorwegen en locale spoorwegen
65 Lden
Industrieterreinen
55 Lden 45 Lnight
•
De ordening van locaties van activiteiten ten opzichte van elkaar; hierbij kan worden gedacht aan de afstand tussen een woning en een bedrijf.
•
Het stellen van regels aan activiteiten op een locatie; hierbij kan worden gedacht aan normen voor geluidimmissies of preventieve maatregelen.
Geluid door activiteiten In Bijlage XXII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken. In de bruidsschat is het onderdeel geluid geregeld in paragraaf 22.3.4. Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die op een locatie
1
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR713149
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne
20
is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsver-
hoogte van 2,3 meter en een lengte van ruim 20 meter op de grens van
gunning voor een omgevingsplanactiviteit. In de bruidsschat zijn waar-
de keerlus/steekvak en het terrein van de Nissen Boomverzorging & Ho-
den bepaald (zie artikel 22.57 bruidsschat). Daarbij is onderscheid ge-
venier worden de overschrijdingen op de woning aan de Rijksweg 23
maakt in geluid door de volgende activiteiten:
volledig worden weggenomen.
•
Activiteiten anders dan door windturbines en windparken en civiele
•
het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging;
CIMLK Mede door het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit
buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springter-
Het realiseren van een dergelijk geluidscherm is verkeerskundig en
(NSL) is in de afgelopen jaren in Nederland de luchtkwaliteit aanzienlijk
reinen (par. 22.3.4.2 BS);
ruimtelijk niet wenselijk. Daarnaast zal de door Nissen Boomverzorging
verbeterd. Vanwege deze verbetering is het NSL na de inwerkingtreding
•
Geluid door windturbines en windparken (par. 22.3.4.3 BS);
& Hovenier te realiseren bedrijfshal functioneren als geluidafscherming.
van de Omgevingswet komen te vervallen. Sinds 1 januari 2023 ver-
•
Geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.4 BS).
4.2.2
Onderzoek
vangt het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) het Ter plaatse van de Oudeweg 87 treedt akoestisch gezien, een verbete-
NSL. Middels dit nieuwe instrument kan de luchtkwaliteit berekend en
ring op ten opzichte van de huidige situatie. Daarnaast is het treffen van
gemonitord worden onder de Omgevingswet.
aanvullende bron- en overdrachtsmaatregelen niet mogelijk. Tot slot
Het plan omvat de aanleg van een vrachtwagenverkeerslus en de uit-
wordt het woon- en leefklimaat, uitgaande van een goed onderhouden
NIBM
breiding van reeds aanwezige, aangrenzende bedrijven. Hiermee wordt
woning en gevels met een geluidsisolatie van ten minste 20 dB, gega-
De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Voor een
geen nieuwe geluidsgevoelige functie toegevoegd in de zin van het Bkl.
randeerd.
activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de Rijksomgevingswaarden voor NO2 en
Ondanks de ontwikkeling zelf niet ziet op een geluidsgevoelig gebouw,
Geconcludeerd wordt dat er vanuit het omgevingsaspect geluid sprake
PM10 nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 van het Bkl volgt dat een project
bevinden zich meerdere geluidsgevoelige gebouwen in de directe om-
is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename
geving, met name woonfuncties. Vanuit het oogpunt van een goed woon- en leefklimaat en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het uitvoeren van een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai en industrielawaai noodzakelijk. Het is met name van belang om na te gaan of er met de bedrijfsuitbreidingen en de realisatie van de vrachtwagenverkeerslus meer geluid wordt geproduceerd dan voorheen en of dat al dan niet een belemmering vormt. Derhalve is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De rapportage is als separate bijlage bij de ruim-
4.3
Luchtkwaliteit
4.3.1
Toetsingskader
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen ter bescherming van de gezondheid staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl (paragraaf 5.1.4.1). Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht
telijke motivering opgenomen.
voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10).
4.2.3
Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden
Conclusie
Vanwege de maximale geluidniveaus van de activiteiten ter plaatse van
wordt voldaan:
de keerlus/keervak treden er overschrijdingen op van de richtwaarden.
•
een grenswaarde;
De overschrijdingen op de woningen aan de Oudeweg 87 en Rijksweg 23 worden veroorzaakt door het optrekken of de parkeerrem van een vrachtwagen. Middels het realiseren van een geluidsscherm met een
er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van
•
het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne
van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1. Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze ‘standaardgevallen NIBM’ vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 van het Bkl. Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden. 2. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening vol-
21
doende zijn. Veel mensen bepalen met de NIBM-tool op een een-
Id
NO2 μg/m3
PM10 μg/m3
PM10 overschrijdingsdagen
PM2.5 μg/m3
Jaar
27364178_33758
9,685
12,86
6
6,962
2030
27364178_13117
11,14
12,64
6
6,766
2030
Aandachtsgebieden
27364178_14258
10,07
12,49
6
6,755
2030
De overheid toetst en monitort de luchtkwaliteit vooral in de zoge-
27364178_6115
9,405
12,46
6
6,696
2030
noemde aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met ho-
Norm
40
40
35
25
voudige en snelle manier of een project in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool.
Tabel 4.3.2. NIBM-berekening
gere concentraties NO2 en/of PM10. Aandachtsgebieden voor zowel NO2 als PM10 staan vermeld in artikel 5.51, lid 2 van het Bkl. Aan-
De data uit het CIMLK toont aan dat de achtergrondwaarden significant
dachtsgebieden voor alleen PM10 zijn aangewezen in artikel 5.51, lid 3
lager zijn dan de gestelde normen. Hieruit kan worden afgeleid dat er
van het Bkl. In een aandachtsgebied moet de overheid de omgevings-
sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat met betrekking tot
waarden in acht nemen (artikel 5.51 Bkl).
luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied.
In enkele situaties moet de luchtkwaliteit altijd worden beoordeeld:
NIBM
Uit de berekening met de NIBM-tool volgt dat het project niet in bete-
•
bij een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit;
Middels de NIBM-tool is in beeld gebracht wat de effecten van de ont-
kende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. De toename van de concen-
•
bij de aanleg van een tunnel langer dan 100 meter, of als een tunnel
wikkeling op de luchtkwaliteit zijn. Voor het toepassen van de NIBM-tool
tratie NO2 en PM10 is niet hoger dan 1,2 ug/m³. Hiermee is sprake van
wijzigt en daarbij minimaal 100 meter toeneemt;
is het noodzakelijk om inzicht te hebben in de verkeersgeneratie die sa-
een NIBM-project. Nader onderzoek op dit vlak is daarom niet noodza-
• bij de aanleg van een autoweg of een autosnelweg. 4.3.2 Onderzoek
menhangt met de binnen de projectgebieden beoogde functies. Deze
kelijk. Hierdoor is toetsing aan de Rijksomgevingswaarden voor NO2 en
verkeersgeneratie is berekend in paragraaf 4.1 ‘Verkeersgeneratie, -af-
PM10 niet nodig. Tevens behoort het projectgebied niet tot een van de
Het projectgebied valt niet in een van de aandachtsgebieden voor zowel
wikkeling en parkeren’. Bij de berekening is uitgegaan van de maximum
aandachtsgebieden, welke genoemd zijn in artikel 5.51, lid 2 van het
NO2 als PM10 of voor alleen PM10. Nader onderzoek naar luchtkwaliteit
verkeersgeneratie, namelijk 94 mvt/etmaal. De resultaten uit de bereke-
Bkl. Het planvoornemen is geen milieubelastende activiteit, als bedoeld
is daarom niet benodigd. Er wordt volstaan met een quickscan luchtkwa-
ning met de NIBM-tool zijn weergegeven in de navolgende tabel.
in hoofdstuk 3 van het Bal, waarover regels zijn gesteld met het oog op
liteit, welke is gebaseerd op het CIMLK-instrument en de NIBM-tool.
het beperken van verontreiniging van de lucht. Het is geen activiteit die relatief veel luchtvervuiling veroorzaakt en over een grotere afstand effect heeft.
CIMLK In het kader van goede ruimtelijke ordening is het van belang om aan te tonen of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat met betrekking
4.3.3
Conclusie
tot luchtkwaliteit. Hierover kunnen uitspraken worden gedaan aan de
Vanuit het omgevingsaspect luchtkwaliteit is er sprake van een even-
hand van achtergrondwaarden voor NO2, PM10 en PM2.5 ter plaatse
wichtige toedeling van functies aan locaties.
van het projectgebied. De achtergrondwaarden van de vier dichtstbijzijnde rekenpunten zijn in tabel 4.3.1. weergegeven. Tabel 4.3.1. Achtergrondwaarden ter plaatse van het projectgebied
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne
22
4.4
Activiteiten en milieuzonering
naar de impact op het milieu bij het bepalen van de ruimte die voor deze
aan een veiliger en overzichtelijker verkeersafwikkeling op het bedrijven-
activiteit nodig is.
terrein. Hiermee wordt de verkeersveiligheid verbeterd en neemt de
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ar-
kans op verkeersgerelateerde overlast in de omgeving af. Doordat het
tikel 4.2 Omgevingswet) is het van belang dat activiteiten met gebruiks-
Handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ (oktober 2024)
aantal verkeersbewegingen gelijk blijft, ontstaat er geen extra geluidbe-
ruimte en milieugevoelige activiteiten worden toebedeeld in de fysieke
De handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ van de VNG biedt onder
lasting of emissie door verkeer.
leefomgeving. Dit kan in hoofdzaak op twee manieren:
de Omgevingswet een nieuwe systematiek van milieuzonering en ver-
•
Menging van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het
vangt daarmee de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ onder de
kan en gewenst is.
oude wetgeving.
•
Scheiding van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het moet.
De nieuwe systematiek omvat geen koppeling meer van activiteiten aan milieucategorieën per Standaard Bedrijfsindeling code (SBI-code) en de
Op deze manier wordt zowel voor ruimte voor bedrijvigheid gezorgd als
daarbij behorende richtafstanden. In plaats daarvan wordt getoetst aan
voor het behoud van bescherming van de woon- en leefomgeving.
concrete, juridisch bindende milieuwaarden voor geluid en geur. De sys-
4.4.1
Toetsingskader
Activiteiten met gebruiksruimte en bijbehorende regels Activiteiten met gebruiksruimte verwijzen naar activiteiten die aan specifieke locaties worden toegewezen. De regels voor activiteiten met gebruiksruimte (gebiedsgerichte regels) beogen de gebruiksruimte van een
tematiek drijft op inwaartse zonering op basis van geluid en geur. Bij de meeste activiteiten is geluid het maatgevende aspect, slechts een enkele activiteit is geurrelevant. De specifieke regels voor geluid en geur in de handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ gelden aanvullend op de standaard gebiedsgerichte regels in het omgevingsplan van gemeenten.
activiteit specifiek te begrenzen, zodat een activiteit op een specifieke
4.4.2
locatie kan worden verricht zonder onaanvaardbare gevolgen een ander
In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is
toegestane activiteit in dat gebied. De regels zijn niet alleen gericht op
onderzocht of de ontwikkeling past binnen het bestaande omgevings-
milieuzaken, maar ook op stedenbouwkundige overwegingen. De term
beeld en geen hinder veroorzaakt voor omliggende functies. Het project-
‘activiteiten met gebruiksruimte’ kan dus ook worden gebruikt voor activi-
gebied is gelegen aan de Oudeweg/Rijksweg in Linne, in een omgeving
teiten die het milieu belasten, maar niet specifiek zijn aangewezen in het
waarin bedrijven, woningen en infrastructuur al geruime tijd naast elkaar
Bal. De term is dus ruimer dan de veelgebruikte term ‘milieubelastende
Figuur 4.4: Kaart met kwetsbare gebouwen (bron: Atlas leefomgeving)
voorkomen. Deze omgeving kan daarom worden aangemerkt als een
activiteiten’.
gemengd gebied.
De geplande bedrijfsuitbreidingen hebben betrekking op reeds aanwe-
Onderzoek
Het uitgangspunt is dat alle activiteiten met gebruiksruimte in meer of mindere mate milieu gerelateerde gebruiksruimte nodig hebben en dus
Karakter van het planvoornemen
belastend kunnen zijn. Overeenkomstig het Bkl is in de handreiking ‘Ac-
Het plan omvat de aanleg van een vrachtwagenverkeerslus en de mo-
tiviteiten en milieuzonering 2023’ van de Vereniging van Nederlandse
gelijkheid voor uitbreiding van twee bestaande bedrijven met een
Gemeenten (VNG) alleen het wonen hiervan uitgezonderd. Dat betekent
nieuwe bedrijfshal. De verkeerslus betreft geen nieuwe verkeersaantrek-
dat wanneer het om wonen gaat, het niet nodig is om specifiek te kijken
kende functie. Het gaat om een interne verkeersmaatregel die bijdraagt
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne
zige kleinschalige bedrijfsactiviteiten, waaronder technische dienstverlening en hovenierswerkzaamheden. Op basis van de VNG-publicatie ‘Activiteiten en milieuzonering’ vallen deze activiteiten binnen categorieën met een lage milieubelastende impact, zoals opslag, werkplaatsgebruik en stalling van lichte bedrijfsvoertuigen. Deze functies zijn goed inpas-
23
baar binnen een gemengd gebied en vragen in de regel geen grote af-
De nieuwe bedrijfsbebouwing komt niet dichter op de woning te lig-
ken van schade aan de fysieke leefomgeving bij een ongeval van een ri-
stand tot gevoelige functies.
gen dan de huidige bedrijfsactiviteiten. Gelet op deze omstandighe-
sicovolle activiteit van groot belang. De algemene regels van het Rijk
den is gemotiveerd aan te tonen dat de verkorte afstand niet leidt tot
hiervoor zijn vastgelegd in het Bkl en het Bal.
Milieucategorieën en richtafstanden
onevenredige hinder en dat de situatie milieuhygiënisch aanvaard-
Met het planvoornemen wordt niet voorzien in een nieuw gevoelig ob-
baar is.
Kwetsbare gebouwen en locaties
ject. In de toekomstige situatie krijgt het perceel een bedrijfsbestem-
•
Oost- en zuidzijde van het projectgebied: de andere bedrijfsuitbrei-
In bijlage VI van het Bkl is onderscheid gemaakt in 3 categorieën ‘ge-
ming. Binnen deze bestemming worden uitsluitend bedrijven toegelaten
ding ligt op circa 17 meter van de dichtstbijzijnde woning (zie figuur
bouwen en locaties’ waarvoor de regels bescherming bieden:
die vallen binnen milieucategorie 3.1 (plantsoenendiensten en hove-
4.4). Dit voldoet ruimschoots aan de richtafstand van 10 meter voor
•
Zeer kwetsbaar (alleen gebouwen)
niersbedrijven met b.o. > 500 m²) en milieucategorie 2 (kantoorachtige
categorie 2-bedrijven, waartoe deze uitbreiding behoort.
•
Kwetsbaar (gebouwen en locaties)
•
Beperkt kwetsbaar (gebouwen en locaties)
bedrijfs- en werknemersorganisaties), conform de VNG-handreiking Bedrijven en milieuzonering. Deze categorieën kennen een beperkte mili-
Hiermee is gewaarborgd dat geen onevenredige milieuhinder kan ont-
eubelasting en zijn passend binnen een gemengd gebied. Voor ge-
staan. Binnen de directe omgeving zijn geen functies aanwezig die door
Risicobronnen
mengd gebied geldt een richtafstand van:
de ontwikkeling worden belemmerd en vice versa. De aard en schaal
Risicobronnen zijn activiteiten met externe veiligheidsrisico’s. In bijlage
•
30 meter voor milieucategorie 3.1;
van de activiteiten passen binnen het karakter van het gemengde ge-
VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen die risicobronnen vormen.
•
10 meter voor milieucategorie 2.
bied en leiden niet tot overschrijding van relevante normen op het ge-
Het gaat om de volgende soorten activiteiten:
bied van geluid en geur. Het planvoornemen vormt daarmee geen be-
•
activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende
Afstanden tot gevoelige functies
lemmering voor de omgeving en is vanuit het aspect activiteiten en mili-
Met het planvoornemen wordt nieuwe bedrijvigheid in de nabijheid van
euzonering aanvaardbaar. Zorgvuldigheidshalve is een akoestisch on-
•
het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor.
bestaande woningen gerealiseerd. De toetsing aan richtafstanden is
derzoek naar industrielawaai uitgevoerd. De rapportage is als separate
•
buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieu-
daarom relevant.
bijlage opgenomen.
•
stand voor milieucategorie 3.1 in een gemengd gebied 30 meter be-
4.4.3
draagt en de feitelijke afstand tussen de toekomstige bedrijfsfunctie
Vanuit het omgevingsaspect activiteiten en milieuzonering is er sprake
en de bedrijfswoning circa 18 meter is, leidt dit in dit geval niet tot
van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
geen nieuwe of zwaardere bedrijfsactiviteiten mogelijk maakt dan reeds aanwezig zijn, maar uitsluitend een vergroting van de bestaande bedrijfsruimte betreft. De aard van de werkzaamheden blijft identiek en bestaat overwegend uit opslag van materialen, stalling van lichte bedrijfsvoertuigen en kleinschalige inpandige werkzaamheden. Er zijn geen geurproducerende processen, geen continue geluidsemissie en geen productieactiviteiten die leiden tot hinder.
belastende activiteit in het Bal; •
Noordwestzijde van het projectgebied: hoewel de formele richtaf-
een onevenredige milieubelasting. Dit komt doordat de uitbreiding
milieubelastende activiteiten uit het Bal;
Conclusie
4.5
Omgevingsveiligheid
4.5.1
Toetsingskader
Het aspect omgevingsveiligheid heeft betrekking op de mogelijkheden om een brand, ramp of crisis te voorkomen, te beperken en te bestrijden. Het beschermen van personen in gebouwen en op locaties in de omgeving van risicovolle activiteiten is cruciaal. Daarnaast is het beper-
Bovendien betreft het een functioneel bij het bedrijf behorende wo-
windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal.
De gemeente moet regels opnemen in het omgevingsplan voor activiteiten die als risicobronnen worden beschouwd om beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en locaties te beschermen tegen externe veiligheidsrisico’s. Deze regels met betrekking tot omgevingsveiligheid zijn van toepassing wanneer de gemeente overweegt nieuwe risicobronnen op haar grondgebied toe te staan, evenals wanneer zij de mogelijkheid overweegt om in de nabijheid van een bestaande risicobron nieuwe gebouwen toe te staan. Sommige risicovolle milieubelastende activiteiten zijn vergunningplichtig. De gemeente heeft ook de mogelijkheid om andere categorieën gebouwen of locaties dan
ning die al jarenlang direct naast het hoveniersbedrijf is gesitueerd.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne
24
die in bijlage VI staan, vergelijkbare bescherming te bieden, en zelfs be-
Bij verschillende risicovolle activiteiten zijn technische eisen, normen,
voor het plaatsgebonden risico worden ruimtelijk vertaald naar afstan-
paalde kwetsbare gebouwen als zeer kwetsbaar te behandelen. De spe-
voorschriften en/of richtlijnen opgenomen, zoals bijvoorbeeld brandwe-
den tot gebouwen en locaties. De plaatsgebonden risico's worden op
cifieke instructies hiervoor zijn opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het
rendheid van gebouwen. Daarnaast zijn voor een groot aantal risicovolle
kaarten weergegeven met zogeheten risicocontouren. Gebouwen en lo-
Bkl. In het omgevingsplan van de gemeente Maasgouw worden beper-
activiteiten vaste afstanden vastgesteld. Deze zijn opgenomen in het Bal
caties die als (zeer) kwetsbaar worden beschouwd, mogen niet binnen
kingen met betrekking tot omgevingsveiligheid genoemd, waarbij milieu-
of het Bkl. In het Bal zijn deze afstanden van toepassing op activiteiten
de PR-10-6-contour van een activiteit vallen. Het respecteren van de
belastende activiteiten, transportroutes en buisleidingen aan bod komen
zonder vergunningplicht met relatief kleine afstanden (zie bijlage VII, on-
grenswaarde voor het plaatsgebonden risico betekent dat de gemeente
(artikel 22.39b). Tot op heden zijn er geen specifieke veiligheidsregels
der A, bij het Bkl). De afstanden gelden vanaf het bij de activiteit aange-
alleen onder voorwaarden die in het Bkl zijn vastgesteld, mag afwijken
vastgesteld met betrekking tot windturbines.
geven meetpunt tot de begrenzing van de locatie waar de activiteit
van deze grenswaarde.
Ook kan een omgevingsvisie van gemeenten en provincies helpen bij
plaatsvindt. Onder bepaalde voorwaarden gelden de afstanden in plaats
het waarborgen van omgevingsveiligheid in het omgevingsplan. Zo staat
daarvan tot beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen
Groepsrisico, aandachtsgebieden en voorschriftengebieden
in de omgevingsvisie van de gemeente Maasgouw het waarborgen van
en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in de omgeving. Het kan
Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s is
een veilige fysieke leefomgeving centraal, met inachtneming van de be-
dan bijvoorbeeld gaan om de gevel van het gebouw of een andere be-
een nieuwe benadering van het groepsrisico onder de Omgevingswet.
scherming van de gezondheid tegen externe veiligheidsrisico’s.
grenzing. Deze begrenzingen staan in het Bkl (artikel 5.9). In het Bkl zijn
Het groepsrisico (GR) gaat over de kans per jaar dat tien of meer perso-
afstanden vastgelegd voor zowel vergunningplichtige als niet-vergun-
nen overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval bin-
Naast de eerder genoemde activiteiten die als risicobronnen worden be-
ningplichtige activiteiten (bijlage VII, onder B tot en met D). Voor activi-
nen een aandachtsgebied (artikel 5.15, lid 1 Bkl). Aandachtsgebieden
schouwd, bevat het Bkl ook instructies voor de volgende risicobronnen:
teiten in bijlage VII, onder E, moet de afstand voor het plaatsgebonden
zijn gebieden die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder
•
opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling
risico worden berekend. Deze afstanden gelden vanaf het bij de activi-
aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen
5.1.2.4).
teit in bijlage VII aangegeven meetpunt(en) tot beperkt kwetsbare,
de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Dit betekent dat
opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (af-
kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en locaties in de omgeving.
binnen dat gebied levensbedreigende gevaren voor personen in gebou-
deling 5.1.2.5).
Dezelfde begrenzingen zijn van toepassing in deze gevallen (artikel 5.9
wen kunnen optreden, zelfs als de kans daarop klein is. Aandachtsge-
exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosie-
Bkl).
bieden worden vastgelegd in het ‘Register Externe Veiligheidsrisico’s’ en
• •
ven (afdeling 5.1.2.5). •
zijn digitaal raadpleegbaar.
opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik
Plaatsgebonden risico
(afdeling 5.1.2.5 Bkl).
De risico’s voor de omgevingsveiligheid komen tot uitdrukking via het
Er is een onderscheid tussen drie soorten gevaren: warmtestraling
plaatsgebonden risico en het groepsrisico.
(brand), overdruk (explosie) en concentratie giftige stoffen in de lucht
Maatregelen beperking externe veiligheidsrisico’s
(gifwolk). Hierdoor zijn er ook drie typen aandachtsgebieden (artikel 5.12
Maatregelen ter beperking van externe veiligheidsrisico's zijn vastgelegd
Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar dat één persoon
Bkl):
in het Bal en omvatten maatregelen die initiatiefnemers van risicovolle
overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof. In theorie zou deze
•
brandaandachtsgebied
milieubelastende activiteiten moeten toepassen. Deze maatregelen gel-
persoon zich onafgebroken en onbeschermd op één bepaalde plaats
•
explosieaandachtsgebied
den voor activiteiten met gevaarlijke stoffen, vuurwerk, ontplofbare stof-
moeten bevinden. Gemeenten moeten in hun omgevingsplan een
•
gifwolkaandachtsgebied
fen voor militair of civiel gebruik, en windturbines.
grenswaarde, ook wel een basisbeschermingsniveau genoemd, voor het plaatsgebonden risico in acht nemen. Dit geldt met name voor zeer
Binnen deze aandachtsgebieden moet de gemeente in het omgevings-
kwetsbare gebouwen en kwetsbare gebouwen en locaties. De waarden
plan rekening houden met het groepsrisico. Dit wordt bereikt door in het
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne
25
aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwets-
hebben tot doel om mensen in een gebouw beter te beschermen tegen
bare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties toe te
de effecten van een brand of explosie.
staan. De gemeenteraad heeft enige afwegingsruimte bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen een aandachtsgebied, op voorwaarde dat
Hierdoor vergroot de gemeente de zelfredzaamheid van mensen, waar-
het gaat om een locatie buiten de afstand waar de grenswaarde voor
bij zelfredzaamheid verwijst naar het vermogen om zichzelf te onttrek-
het plaatsgebonden risico van toepassing is.
ken aan een dreigend gevaar zonder daadwerkelijke hulp van hulpverle-
Het bevoegd gezag kan verschillende maatregelen nemen om mensen
ningsdiensten. Het zelfredzame vermogen van individuen is een cruciale
binnen de aandachtsgebieden te beschermen. Deze maatregelen om-
factor om grote calamiteiten bij een incident te voorkomen.
vatten onder andere: •
afstand houden tot de risicobron binnen het aandachtsgebied
4.5.2
Onderzoek
•
aanvullende risicocommunicatie
Er is een quickscan omgevingsveiligheid uitgevoerd om de impact van
•
overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer
het planvoornemen op de fysieke leefomgeving te beoordelen en vice
•
beperken van personendichtheden in de omgeving van de risico-
versa.
bron toegankelijk gebied voor de hulpdiensten (brandweer, ambulance en
Het planvoornemen voorziet niet in de realisatie van kwetsbare objecten
politie)
als bedoeld in bijlage VI van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
mogelijkheden voor rampbestrijding (bestrijdbaarheid en bluswater-
Ook worden geen risicovolle activiteiten toegevoegd. Het betreft uitslui-
voorzieningen)
tend de aanleg van een vrachtwagenverkeerslus en een uitbreiding van
•
vlucht- en schuilmogelijkheden
bestaande bedrijfsbebouwing. Toch is het noodzakelijk om de externe
•
omgevingsmaatregelen
veiligheidsrisico's te onderzoeken en na te gaan of het projectgebied in
Figuur 4.5 Risicokaart met globale aanduiding projectgebied (bron: Atlas
•
aanvullende bouwmaatregelen in een voorschriftengebied
een brand-, explosie- of gifwolkaandachtsgebied ligt.
Leefomgeving)
• •
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) aangemerkt als risicovolle transport-
Beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en locaties
De locatie van risicovolle activiteiten met gevaarlijke stoffen, zoals be-
zijn wel toelaatbaar als de genoemde maatregelen zijn genomen. Dit
drijven, transportroutes, buisleidingen en windturbines, is vastgesteld
wordt geregeld met voorschriftengebieden. Een gemeente kan binnen
aan de hand van kaarten uit de 'Atlas Leefomgeving'. Uit de kaart volgt
een aandachtsgebied voorschriftengebieden aan te wijzen. Een voor-
dat het projectgebied in een explosie- en gifwolkaandachtsgebied van
schriftengebied kan een deel van of het gehele aandachtsgebied zijn.
een risicovolle activiteit met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transport-
De gemeente wijst in dat geval een locatie binnen een (brand- of explo-
routes, buisleidingen of windmolens is gelegen (zie figuur 4.5).
der onderzoek naar omgevingsveiligheid of een nadere verantwoording
het omgevingsplan. In dit deel van het aandachtsgebied gelden dan
Risicovolle transportroutes
van kwetsbare gebouwen of kwetsbare functies als bedoeld in bijlage VI
aanvullende bouweisen voor nieuwbouw en vervangende nieuwbouw
Het projectgebied is gelegen binnen het explosie- en gifwolkaandachts-
van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen. Deze
gebied van zowel de A73 als de spoorweg. Deze infrastructuur is in het
sie)aandachtsgebied als (brand- of explosie)voorschriftengebied aan in
aanvullende bouweisen staan in de artikelen 4.90 tot en met 4.96 van paragraaf 4.2.14 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Ze
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne
route, waarmee de ligging binnen de aandachtsgebieden in beginsel relevant is voor de beoordeling van de omgevingsveiligheid. Desondanks is in het kader van de onderhavige ontwikkeling geen navan het groepsrisico vereist. Er is namelijk geen sprake van de realisatie van het Bkl. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot een toename van het aantal personen dat langdurig verblijft binnen het aandachtsgebied, noch tot een functiewijziging die leidt tot een toename van de blootstelling aan risico’s.
26
Bovendien bevinden zich tussen de risicovolle transportroutes en het
met betrekking tot windturbines is derhalve niet nodig. Er zijn geen be-
4.6.2
Onderzoek
projectgebied reeds maatgevende, gevoelige functies, waaronder wo-
lemmeringen voor het planvoornemen.
Aan de hand van de ‘Netkaart’ van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en via Atlas Leefomgeving kan achterhaald wor-
ningen, die reeds een buffer vormen ten opzichte van het projectgebied. Advies Veiligheidsregio Limburg-Noord
den of het projectgebied zich bevindt in een magneetveldzone van een
Gelet hierop kan worden geconcludeerd dat de ligging binnen de aan-
Op 6 augustus 2025 is advies gevraagd aan de Veiligheidsregio Lim-
of meerdere hoogspanningslijnen4 (zie figuur 4.6). Uit deze kaart volgt
dachtsgebieden geen aanleiding vormt voor aanvullende eisen of be-
burg-Noord voor het wijzigen van het Omgevingsplan in het kader van
dat er in het projectgebied geen planologisch relevante kabels en leidin-
lemmeringen in het kader van de omgevingsveiligheid bij dit planvoorne-
het planvoornemen. De Veiligheidsregio Limburg-Noord heeft geen in-
gen aanwezig zijn die bescherming behoeven. De dichtstbijzijnde 380
men.
houdelijke opmerkingen over de aspecten omgevingsveiligheid en
kV hoogspanningslijn bevindt zich op een afstand van ongeveer 450
(brand)veiligheid in relatie tot deze ruimtelijke ontwikkeling. Het advies is
meter van het projectgebied. De dichtstbijzijnde 150 kV hoogspannings-
in de bijlagen opgenomen.
lijn bevindt zich op een afstand van ongeveer 250 meter van het project-
Risicovolle buisleidingen
gebied. Uit de Netkaart volgt dat ten aanzien van deze hoogspannings-
Ten zuidwesten van het projectgebied, op een afstand van circa 1,1 kilotransporteerd. Voor buisleidingen met gevaarlijke stoffen geldt een be-
Vanuit het omgevingsaspect omgevingsveiligheid is er sprake van een
weerszijden van de hoogspanningslijn. Het projectgebied valt buiten
lemmeringsgebied van 5 meter vanaf het hart van de leiding. In het ge-
evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
deze magneetveldzone.
val van een aardgasleiding met een druk tussen 1.600 en 4.000 kPa is een belemmeringsgebied van 4 meter aan weerszijden van de buisleiding voldoende2. Binnen dit belemmeringsgebied zijn geen gebouwen (waaronder woningen) toegestaan. Dit bouwverbod is noodzakelijk ter bescherming en het onderhoud van de buisleiding. Aangezien het projectgebied zich niet binnen het invloedsgebied van de risicovolle buisleiding bevindt, is het opstellen van een verantwoording van het groepsrisico met betrekking tot buisleidingen niet relevant. Er zijn geen belemmeringen.
Conclusie
lijn kan worden uitgegaan van een magneetveldzone van 90 meter aan
meter, bevindt zich een buisleiding. Door deze leiding wordt aardgas ge-
4.5.3
4.6
Kabels en leidingen
4.6.1
Toetsingskader
Ondergrondse kabels en leidingen zijn belangrijk voor het transport van data, elektriciteit en stoffen zoals gas en water. Niettemin kunnen sommige ondergrondse leidingen en bovengrondse hoogspanningslijnen een potentieel risico vormen voor de omgeving. De Omgevingswet bevat daarom specifieke regels en instrumenten om dergelijke risico's te voorkomen en te beperken. Zo adviseert het Rijk aan het bevoegd gezag om bij het toelaten van ge-
Windturbines In de omgeving van het projectgebied zijn geen windturbines, die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit, gelegen. De dichtstbijzijnde windturbine ligt op ongeveer 10,9 km afstand (aan de Saeffelenerweg in Duitsland). Het opstellen van een verantwoording van het groepsrisico
voelige gebouwen, zoals woningen, bij bovengrondse hoogspanningsverbindingen rekening te houden met de magneetvelden3. De magneetvelden zijn mogelijk van invloed op de gezondheid van omwonenden. Voor de regeling omtrent buisleidingen wordt verwezen naar paragraaf 4.5 ‘Omgevingsveiligheid’.
2 3 4
https://iplo.nl/thema/praktijksituaties/kabels-leidingen/toelaten-buisleidingen-externe-veiligheid/ https://iplo.nl/thema/praktijksituaties/hoogspanningsverbinding/toelaten/toelaten-gevoelige-gebouwen/ https://www.rivm.nl/hoogspanningslijnen/netkaart
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne
27
4.7.1
Toetsingskader
Voorzorgsbeleid magneetvelden
Elektromagnetische velden
Door de minister voor Klimaat en Energie is (samen met de toenmalig
Straling komt overal om ons heen voor. Enerzijds door natuurlijke stra-
minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en in afstem-
lingsbronnen, zoals de zon en anderzijds door kunstmatige, door de
ming met de staatssecretaris voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
mens gemaakte bronnen. Magnetische velden ontstaan bij het transport
op 21 april 2023 een herijkt voorzorgsbeleid aan gemeenten, provincies
en het gebruik van elektriciteit/stroom. Voorbeelden van voorzieningen
en netbeheerders gezonden inzake de gezondheidsrisico’s van mag-
die zorgen voor elektromagnetische velden zijn antennes, hoogspan-
neetvelden5. Dit advies komt in de plaats van het eerdere advies van de
ningslijnen, mobiele telefoons en elektrische apparaten. De kracht van
staatssecretaris van VROM uit 2005 over hoogspanningsverbindingen
het elektromagnetische veld kan per voorziening verschillen. In het ka-
vlakbij gevoelige bestemmingen in verband met gezondheidsrisico's. De
der van de planologie zijn met name antennes en hoogspanningslijnen
kern van het herijkte voorzorgbeleid voor magneetvelden is dat met de
van belang, aangezien dit vaste objecten zijn. In het kader van gezond-
netbeheerders is afgesproken dat deze bronmaatregelen gaan treffen
heid en milieu is het bij nieuwe ontwikkelingen, waar sprake is van ge-
om de sterkte en grootte van magneetvelden zo veel mogelijk te beper-
voelige gebouwen zoals woningen, scholen en kinderopvang, van be-
ken. Het beleidsadvies is erop gericht om zoveel als redelijkerwijs moge-
lang dat er rekening wordt gehouden met magneetvelden. Dergelijke
lijk te voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan mag-
projecten moeten buiten een magneetveldzone komen te liggen. De
neetvelden die afkomstig zijn van elektriciteitsinfrastructuur en die ge-
sterkte van elektromagnetische velden is het grootst dicht bij de bron en
middeld over een jaar sterker zijn dan 0,4 microtesla6. De waarde van
neemt af als de afstand tot de bron groter wordt.
0,4 microtesla geldt als gemiddelde voor een heel jaar. Tijdens dat jaar kan de veldsterkte regelmatig boven en onder de waarde van 0,4 micro-
Figuur 4.6: Kaart bovengrondse hoogspanningslijnen met rekenafstand (bron: Atlas Leefomgeving)
4.6.3
Conclusie
Vanuit het omgevingsaspect kabels en leidingen is er sprake van een
Verschillende soorten magneetvelden
tesla komen. Het is een waarde uit voorzorg, die alleen van toepassing
Elektriciteit kan met twee verschillende technieken door een kabel wor-
is bij bovengrondse hoogspanningslijnen.
den getransporteerd: met wisselstroom of met gelijkstroom. Wisselstroom wordt gebruikt om elektriciteit over relatief korte afstanden te ver-
Daarnaast wordt in het advies geadviseerd om bij een ligging nabij een
plaatsen. Gelijkstroom wordt gebruikt om elektriciteit over langere af-
bovengrondse hoogspanningslijnen een magneetveldzone te bereke-
standen te verplaatsen.
nen. Op basis van deze berekening kan worden bekeken hoeveel ge-
evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
4.7
Elektromagnetische straling
De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving.
voelige bestemmingen in de magneetveldzone liggen. Het bevoegd geWisselstroom en gelijkstroom veroorzaken verschillende soorten mag-
zag ruimtelijke ordening wordt opgeroepen om een integrale ruimtelijke
neetvelden. Een wisselstroom-magneetveld heeft een frequentie van 50
afweging te maken, waarbij zowel gekeken wordt naar een mogelijke
hertz. Een gelijkstroom-magneetveld is statisch, met een frequentie van
beperking van het aantal gevoelige bestemmingen in de magneetveld-
0 hertz. Eenvoudiger gezegd: een wisselstroom-magneetveld gaat 50
zone, als naar andere ruimtelijke aspecten.
keer per seconde aan/uit, een gelijkstroom-magneetveld staat constant aan.
5 6
https://www.kennisplatform.nl/verschil-tussen-limiet-100-microtesla-grens-0-4-microtesla/ https://www.infomil.nl/publish/pages/86406/beleidsadvies_vrom_2005_1.pdf
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne
28
AC-magneetvelden (wisselstroom)
4.7.2
In Nederland wordt voor de blootstelling aan magnetische velden bij wis-
In paragraaf 4.6 'Kabels en leidingen' staat vermeld dat uit een
dening en programma's. De beleidsambities met betrekking tot gezond-
selstroom (AC) van 50 hertz de adviesgrenswaarde van 100 micro-tesla
quickscan is gebleken dat het projectgebied zich niet binnen de 0,4 mi-
heid kunnen sterk variëren per gemeente. Tevens hebben veel gemeen-
gehanteerd7. Deze adviesgrenswaarde is gebaseerd op de aanbeveling
crotesla magneetveldzone van een of meerdere hoogspanningslijnen
ten ervoor gekozen om beleidsneutraal over te gaan naar de Omge-
van de Europese Unie, waarin een referentieniveau van 100 microtesla
bevindt. De dichtstbijzijnde hoogspanningslijn ligt op een afstand van
vingswet. Dit houdt in dat voornamelijk in de beginfase na de inwerking-
voor bescherming van de bevolking is vastgelegd. Deze waarde wordt in
250 meter. Hierdoor blijft de blootstelling aan magnetische velden ruim
treding van de Omgevingswet, gemeenten nog geen tot weinig beleid
Nederland volgens het RIVM op voor het publiek toegankelijke plaatsen
onder de vastgestelde referentieniveauwaarden van 100 microtesla of
zullen hebben met betrekking tot gezondheid. In een later stadium zal
nabij het hoogspanningsnet nergens overschreden, ook niet in de buurt
0,4 microtesla. De conclusie uit dit onderzoek is dat er geen sprake is
het beleid sterk per gemeente verschillen.
van ondergrondse hoogspanningsverbindingen of hoogspanningsstati-
van een overschrijding van de referentieniveauwaarden, wat betekent
ons.
dat er geen aanleiding is voor verdere, diepgaandere onderzoeken naar
Omgevingsvisie
mogelijke gezondheidseffecten.
In artikel 3.3 van de Omgevingswet staat dat het bevoegd gezag in de
De kern van het voorzorgsbeleid is dat nieuwe situaties waarbij kinderen langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen met een jaargemiddelde hoger dan 0,4 microtesla
4.7.3
Onderzoek
Conclusie
Vanuit het omgevingsaspect elektromagnetische straling is er sprake
zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, vermeden moeten worden. Dit komt
van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
er op neer dat het advies is om bij nieuwe situaties gevoelige gebouwen
4.8
Gezondheid
4.8.1
Toetsingskader
(woningen, scholen, crèches en kinderopvangplaatsen) zo veel als redelijkerwijs mogelijk buiten de magneetveldzone van 0,4 microtesla te plaatsen.
In artikel 1.3 van de Omgevingswet worden de maatschappelijke doelen
DC-magneetvelden (gelijkstroom) De Nederlandse Rijksoverheid gaat voor magneetvelden bij gelijkstroom (DC) verbindingen uit van een referentiewaarde van 0,4 microtesla zoals vastgelegd in de eerdergenoemde Europese aanbeveling. De blootstellingslimiet van 0,4 microtesla voor DC-magneetvelden is vele malen hoger dan de blootstellingslimiet voor AC-magneetvelden. Wetenschappelijk onderzoek laat geen verband zien tussen blootstelling aan DC-magneetvelden en gezondheidsrisico’s. Daarom is er, in tegenstelling tot AC-magneetvelden, geen voorzorgbeleid vanuit de Nederlandse rijksoverheid voor blootstelling aan DC-magneetvelden en is nader onderzoek niet nodig.
7
van de wet uiteengezet, waaronder het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving. Er bestaat landelijk de wens om gezondheid meer integraal en volwaardig te betrekken in het nationale en lokale beleid over de fysieke leefomgeving. De inrichting van de fysieke leefomgeving kan direct bijdragen aan de gezondheid van inwoners. Een gezonde leefomgeving ervaren bewoners namelijk als prettig, nodigt uit tot gezond gedrag en biedt bescherming tegen negatieve omge-
te werken via instrumenten zoals de omgevingsvisie, omgevingsveror-
omgevingsvisie rekening moet houden met milieubeginselen. Artikel 191 van het 'Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie' kent 4 milieubeginselen: •
het voorzorgsbeginsel
•
het beginsel van preventief handelen
•
het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden
•
het beginsel dat de vervuiler betaalt
In de omgevingsvisie staat dat expliciet rekening moet worden gehouden met deze vier beginselen. Samen met de algemene rechtsbeginselen dragen de milieubeginselen bij aan de kwaliteit van beleid en regelgeving, en aan het vinden van een goede balans tussen bescherming en benutting van de fysieke leefomgeving (artikel 23.6 en artikel 3.3 van de Omgevingswet). In de omgevingsvisie van de gemeente Maasgouw staat “Samen maken
vingsinvloeden.
we de omgeving”, waarbij het streven is om voor alle inwoners een beter
Binnen de Omgevingswet hebben decentrale overheden de mogelijk-
sociaal, economisch en ruimtelijk beleid. In de omgevingsvisie staat dat
heid om hun eigen gezondheidsambities en regels vast te leggen en uit
leven te creëren, met gezondheid en duurzaamheid als fundament voor gezondheid een belangrijk aspect is van de kwaliteit van leven. Daarom
https://www.kennisplatform.nl/verschil-tussen-limiet-100-microtesla-grens-0-4-microtesla/
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne
29
wordt er gestimuleerd om aspecten die positief bijdragen aan gezond-
zoals geluid, luchtkwaliteit, geur en waterkwaliteit zijn nauw verweven
Omgevingswet maakt bij de instructieregels over trillinghinder door acti-
heid, zoals ruimte voor groen en mogelijkheden voor beweging, te be-
met gezondheid. Daarom wordt in deze paragraaf ook verwezen naar
viteiten onderscheid tussen:
vorderen. Tegelijkertijd wordt er geprobeerd om aspecten die een nega-
andere omgevingsaspecten in deze ruimtelijke motivering.
•
tieve invloed kunnen hebben, zoals luchtvervuiling door bedrijven en verkeer, te ontmoedigen.
Continue trillingen (trillingen die gedurende een lange tijd aanwezig zijn, door bijvoorbeeld machines of druk wegverkeer)
4.8.2
Onderzoek
•
Met het planvoornemen wordt geen gevoelige functie toegevoegd. Er is
Herhaald voorkomende trillingen (kortdurende trillingen die periodiek voorkomen, door bijvoorbeeld treinverkeer)
Omgevingsplan
uitsluitend sprake van de aanleg van een verkeerslus en uitbreiding van
Volgens artikel 2.1 lid 4 van de Omgevingswet moet het bevoegd gezag
bestaande bedrijfsbebouwing. Er worden geen activiteiten toegevoegd
Bronnen van trillingen zijn verkeer over de weg of het spoor, machines
bij het evenwichtig toedelen van functies in het omgevingsplan rekening
die gezondheidsrisico’s met zich meebrengen. Er zijn geen bijzondere
in de industrie en bouw- en sloopactiviteiten. Deze bronnen veroorzaken
houden met het belang van het beschermen van de gezondheid. Naast
omstandigheden die ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid
een trilling die voelbaar is in gebouwen. Dit gebeurt bijvoorbeeld via de
het waarborgen van gezondheidsbescherming kan het bevoegd gezag
zouden kunnen veroorzaken, wat een weigering van de omgevingsver-
vloer en de wanden. Trillingen kunnen op grote afstand hinder of schade
ook het belang van gezondheidsbevordering in overweging nemen. Een
gunning rechtvaardigt. Andere milieuaspecten, die nauw verbonden zijn
opleveren.
fysieke leefomgeving kan positieve gezondheidseffecten hebben wan-
met gezondheid en in deze ruimtelijke motivering aan bod komen, be-
neer deze uitnodigt tot gezond gedrag, mensen aanspoort tot meer be-
vestigen dat er geen belemmeringen zijn voor het planvoornemen.
In beginsel moet binnen een afstand van 100 meter van een treinspoor het risico op trillinghinder worden beoordeeld. In sommige gevallen is
wegen, gezonder eten en sociale interactie. 4.8.3
Conclusie
het nodig om het onderzoeksgebied uit te breiden tot 250 meter aan
Het Rijk legt ondergrenzen vast voor de bescherming van de gezond-
Vanuit het omgevingsaspect gezondheid is er sprake van een evenwich-
weerszijden van het spoor. Hiervan is bijvoorbeeld sprake wanneer er
heid, bijvoorbeeld door middel van instructieregels of omgevingswaar-
tige toedeling van functies aan locaties.
reeds klachten door trillinghinder van het spoor op een grotere afstand
den voor geluid, luchtkwaliteit, geur, trillingen, waterkwaliteit en bodem. Het Bkl bevat specifieke instructieregels voor de bescherming van de gezondheid en het milieu (paragraaf 5.1.4). Deze randvoorwaarden worden geïntegreerd in het omgevingsplan. Het gezondheidsaspect is in het omgevingsplan van de gemeente Maasgouw geïntegreerd in diverse aspecten. Met betrekking tot milieubelastende activiteiten zijn regels en een zorgplicht opgesteld om de gezondheid te beschermen (artikel 22.42 en 22.44). Zo is bijvoorbeeld vastgelegd dat vrijgekomen grond bij graafwerkzaamheden niet langer dan 8 weken na beëindiging in de directe nabijheid van de ontgravingslocatie mag worden opgeslagen Gezien de centrale rol van het gezondheidsaspect binnen de Omgevingswet, vereist dit aspect een brede motivering. Omgevingsaspecten
8
4.9
Trilling
4.9.1
Toetsingskader
Trilling kan nadelige gevolgen hebben voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het kan effect hebben op het welzijn of schade aan gebouwen veroorzaken. De Omgevingswet beschermt daarom (delen van) gebouwen en de mensen die daarin verblijven tegen trillingen van activiteiten. De aanwijzing van trilling gevoelige gebouwen staat in artikel 5.80 Bkl. Hieronder vallen gebouwen met een woonfunctie, onderwijsfunctie, gezondheidszorgfunctie, bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en de bijbehorende nevengebruiksfuncties. Er zijn verschillende soorten trillingen met verschillende bronnen. De
dan 100 meter bestaan8. Omgevingsplan Het aspect trilling is vooral een lokaal probleem. Gemeenten mogen zelf regels stellen over trilling door milieubelastende activiteiten in het omgevingsplan. Hiervoor gelden de instructieregels over (continue en herhaald voorkomende) trillingen door activiteiten op trilling gevoelige gebouwen in het Bkl (paragraaf 5.1.4.4). De instructieregels voor trillingen door activiteiten gelden voor: •
het op een locatie toelaten van een activiteit en het aanpassen daarvan
•
het op een locatie toelaten van een trilling gevoelig gebouw en het
https://iplo.nl/thema/trillingen/trillingen-instrumenten/omgevingsplan/nieuwbouw-langs-spoor/
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne
30
aanpassen daarvan •
een combinatie van beide
Het gaat hierbij om activiteiten die trillingen veroorzaken in een trilling gevoelige ruimte van een trilling gevoelig gebouw in een frequentie van 1 tot 80 Hz. Er zijn ook activiteiten die uitgezonderd zijn van de instructieregels: •
trilling gevoelige gebouwen op een industrieterrein waarvoor een geluidproductieplafond is ingesteld (artikel 5.79, lid 2, onder a, Bkl)
•
de activiteit wonen
•
verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen