CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3: ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne’.

01. Raadsvergadering 7 juli 2026, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne (met planidentificatienummer NL.IMRO.1641.TAM003-VG01).36.211 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne Gemeente Maasgouw Vaststelling

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

1

colofon

projectnaam TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne datum 18 maart 2026 projectnummer P07465 opdrachtgever Gemeente Maasgouw Movares | BRO Adviseurs B.V. projectleider AvdO projectteam JvdA, BKe bron kaft Movares | BRO Adviseurs B.V. review JvdA

Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info.bro@movares.nl www.movares.com

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

2

Inhoudsopgave 3.4.4

1

2

3

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4

5 5 6 6

Aanleiding Ligging projectgebied Geldende planologische regelingen Leeswijzer

Planbeschrijving

8

2.1 2.2

Huidige situatie Toekomstige situatie

8 9

2.2.1 2.2.2 2.2.3

9 9 9

Beschrijving planvoornemen Ruimtelijke inpassing en terreinindeling Klimaatadaptatie en duurzaamheid

Beleidsmatige aspecten en

3.5

3.1

4

3.2

3.3

10 10

Rijksinstructieregels

10

3.2.1 3.2.2 3.2.3

10 11 11

Instructieregels Rijk (AMvB’s) Ladder voor duurzame verstedelijking Conclusie

Provinciaal beleid

11

3.3.1 3.3.2 3.3.3

11 12

3.3.4 3.3.5

3.4

Nationale Omgevingsvisie

Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Limburg Beleidskader ‘Een bereikbaar en toegankelijk Limburg’ Beleidskader 2024-2027: Werken aan een toekomstbestendige economie Omgevingsverordening Limburg Conclusie

18

Verkeersgeneratie, - afwikkeling en parkeren

18

4.1.1 4.1.2 4.1.3

18 18 19

4.2

15 15

3.4.3

Regionaal beleidskader werklocaties Midden-Limburg Het verbindend hart van Limburg in uitvoering! Regionale investeringsagenda voor Midden-Limburg: 2022 – 2032 Groenvisie Maasgouw 2030

4.4

4.5

15 16

4.7

4.8

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Geluid 4.2.1 4.2.2 4.2.3

4.6

3.4.1 3.4.2

4.9

17 17

4.1

13 13 15

Regionaal beleid

16

Omgevingsvisie Maasgouw 2040 RES: Regionale Energie Strategie Noord- en Midden Limburg Conclusie

Omgevingsaspecten in de fysieke leefomgeving

10

3.1.1

3.5.1 3.5.2

4.8.2 4.8.3

Onderzoek Conclusie

30

4.9.1 4.9.2 4.9.3

30 31 31

4.10.1 4.10.2 4.10.3

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

4.11.1 4.11.2 4.11.3

19 21 21

Luchtkwaliteit

21

4.3.1 4.3.2 4.3.3

21 22 22

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Activiteiten en milieuzonering

23

4.4.1 4.4.2 4.4.3

23 23 24

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Omgevingsveiligheid

24

4.5.1 4.5.2 4.5.3

24 26 27

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Kabels en leidingen

27

4.6.1 4.6.2 4.6.3

27 27 28

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Elektromagnetische straling

28

4.7.1 4.7.2 4.7.3

28 29 29

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Gezondheid

29

4.8.1

29

Toetsingskader

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

4.11 Bodem

19 Toetsingskader Onderzoek Conclusie

31 33 34

35 35 35 35

4.12 Weging van het waterbelang

35

Onderzoek Conclusie

4.13 Archeologie, cultuurhistorie en landschap 4.13.1 4.13.2 4.13.3

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

4.14 Mer-beoordeling 4.14.1 4.14.2 4.14.3

6

31

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

4.12.1 4.12.2

5

30 30

Trilling

4.10 Natuur en landschap

10

Rijksbeleid

16

16

3.5.3

4.3

regelgeving in de fysieke leefomgeving

Conclusie

Gemeentelijk beleid

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

35 36

36 36 37 37

37 37 38 38

Juridisch kader TAM-omgevingsplan

39

5.1 5.2

Preambule Systematiek van de bestemmingsregels

39 39

5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4

39 39 40 40

Afdeling 22c.1 - Algemene bepalingen Afdeling 22c.2 - Functies Afdeling 22c.3 – Algemene regels Afdeling 22c.4 - Overgangsrecht

Haalbaarheid

41

6.1 6.2

Financieel-economische haalbaarheid Maatschappelijke verantwoording

41 41

6.2.1

41

Participatie en omgevingsdialoog

3

6.2.2

Wijziging van het omgevingsplan

42

Bijlage 1: Nota ambtshalve wijzigingen inzake het ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne’

Separate bijlagen Bijlage 1 Tekening toekomstige situatie Bijlage 2 Vergunning uitbreiding bedrijf Oudeweg 80 Bijlage 3 Quickscan flora en fauna Bijlage 4 Stikstofonderzoek Bijlage 5 Vooronderzoek bodem Bijlage 6 Weging van waterbelang Bijlage 7 Archeologisch bureauonderzoek Bijlage 8 Advies Veiligheidsregio Limburg-Noord Bijlage 9 Akoestisch onderzoek industrielawaai

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

4

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Het planvoornemen omvat om op het perceel tussen de Oudeweg 80 en de Rijksweg 23 te Linne een vrachtwagenverkeerslus te realiseren, waardoor vrachtwagens op een effectieve en veilige manier kunnen keren. Het resterende deel van het perceel wordt overwogen voor verkoop. Beide aangrenzende ondernemers hebben interesse getoond in de aankoop van een deel van het perceel. De eigenaar van het bedrijf ‘Technische Alliantie – P Kwadraat B.V’, gevestigd aan de Oudeweg 80, beoogt op een deel van het perceel een nieuwe bedrijfshal te bouwen ter uitbreiding van het bestaande aangrenzende bedrijf. De eigenaar van het bedrijf ‘Nissen Boomverzorging & Hovenier’, gevestigd aan de Rijksweg 23, heeft eveneens plannen om een nieuwe bedrijfshal te realiseren, zodat machines en kleine vrachtbussen, die momenteel achter de woning worden geparkeerd, inpandig kunnen worden gestald. Tot slot zal een deel van het perceel worden ingericht als groenstrook. De globale ligging van het projectgebied en aanduiding van het projectgebied inclusief aangrenzende bedrijven worden weergegeven in figuur 1.1 en 1.2. Figuur 1.1 Globale ligging projectgebied (rood omlijnd)

Figuur 1.2 Aanduiding projectgebied (rood omlijnd) en naastgelegen bedrijven

(bron: BAG viewer)

(bron: BAG viewer)

Omgevingswet op 1 januari 2024 deel uit van het tijdelijk deel van het

voor een wijziging van het omgevingsplan (WOP). Onderhavige ruimte-

gunning wordt vertaald in het TAM-omgevingsplan om voor een eendui-

omgevingsplan van de gemeente Maasgouw. Binnen de bestemming

lijke motivering is noodzakelijk voor het onderbouwen van deze wijziging

dige regeling te zorgen voor het gehele bedrijfsperceel. Op deze manier

‘Groen’ is het toevoegen van vrachtwagenverkeerslus, ofwel een weg,

en toetst of sprake is van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan

wordt geen nieuwe bebouwing planologisch mogelijk gemaakt. Er is

en de toevoeging van bedrijfshallen niet toegestaan. Er is sprake van

locaties’ (ETFAL).

sprake van een neutrale omzetting van de verleende vergunning.

Op 1 mei 2024 is voor het uitbreiden van de bestaande bedrijfshal aan

1.2

Voorgaand planvoornemen is conform de regels van het vigerende bestemmingsplan ‘Linne’, dat is vastgesteld op 18 december 2014, niet mogelijk. Dit bestemmingsplan maakt sinds de inwerkingtreding van de

een ingrijpende herinrichting van openbaar gebied. De locatie is bestemd voor andere doeleinden.

de Oudeweg 80 een omgevingsvergunning verleend. Deze is opgenoOm de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, moet een juri-

men in de bijlagen. Deze bedrijfsuitbreiding wordt meegenomen in on-

disch-planologische procedure worden doorlopen. Hierbij is gekozen

derhavige ruimtelijke motivering en in het TAM-omgevingsplan. De ver-

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

Ligging projectgebied

De projectlocatie bevindt zich tussen de Oudeweg en de Rijksweg, ten zuiden van het dorp Linne. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Maasgouw sectie E, nummers 3640, 3641, 3642 en 3643, en kent een oppervlakte van circa 1.725 m2. Het betreffende perceel is ei-

5

gendom van de gemeente Maasgouw en in de huidige situatie onbe-

d. voet- en fietspaden;

Daarnaast is aan het perceel de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeolo-

bouwd. Voorheen fungeerde het plangebied als wadi. Echter, door aan-

e. voorzieningen van algemeen nut;

gie’ en de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – roerdalsenk2’ toegewezen.

passingen aan de riolering in de nabije omgeving, met name ten be-

f.

kunstwerken;

De relevantie hiervan en de omgang hiermee wordt nader besproken in

hoeve van het woongebied 'Linnerpark', heeft de wadi zijn functie verlo-

g. speelvoorzieningen

hoofdstuk 4 ‘Omgevingsaspecten in de fysieke leefomgeving’. Het per-

ren. De voorgestelde ontwikkeling brengt een wijziging in de huidige

h. (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen, infiltratie-

ceel kent geen bouwvlak.

staat van het terrein met zich mee, waarbij bebouwing en verharding

voorzieningen, waterlopen en waterpartijen.

worden toegevoegd aan het voorheen onbebouwde perceel. In figuur

Strijdigheden met het omgevingsplan

1.1 en 1.2 is de ligging van het projectgebied opgenomen. Een gedetail-

Verder wordt in artikel 11.2 ‘Bouwregels’ van de bestemmingsregels ver-

Op basis van het voorgaande zijn de realisatie van een vrachtwagenver-

leerde omschrijving van de ligging en begrenzing van het projectgebied

meld dat op of in gronden met de bestemming ‘Groen’ uitsluitend gebou-

keerslus en de bedrijfsuitbreidingen niet toegestaan. Er is sprake van

volgt in paragraaf 2.1 ‘Huidige situatie’.

wen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut mogen worden

een ingrijpende herinrichting van openbaar gebied, waarbij de ruimte-

1.3

lijke uitstraling van de vrachtwagenverkeerstrook niet vergelijkbaar is

Geldende planologische regelingen

met die van een voet- of fietspad, dat op grond van het bestemmings-

Ter plaatse van het projectgebied aan de Oudeweg/Rijksweg te Linne

plan wel is toegestaan. De beoogde ontwikkeling is dus in strijd met het

geldt het bestemmingsplan ‘Linne’, dat is vastgesteld op 18 december

omgevingsplan. Het is daarom noodzakelijk een nieuw juridisch-planolo-

2014.

gisch kader op te stellen waarbinnen voorgestane ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt.

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 gelden alle huidige bestemmingsplannen van rechtswege als het tijdelijke deel

TAM-IMRO

van het omgevingsplan van iedere gemeente (art. 22.1, onder a Omge-

Bij de wijziging van het omgevingsplan (WOP) wordt gebruik gemaakt

vingswet; artikel 4.6, lid 1 Invoeringswet). Het bestemmingsplan ‘Linne’

van TAM-IMRO, wat staat voor Tijdelijke Alternatieve Maatregel (TAM)

wordt een ‘omgevingsplan van rechtswege’ genoemd en is onderdeel

via de oude IMRO-standaarden. Deze procedure biedt de mogelijkheid

van het tijdelijke deel van het ‘Omgevingsplan gemeente Maasgouw’

om het omgevingsplan te wijzigen met behulp van de (oude) IMRO-stan-

(identificatienr. /akn/nl/act/gm1641/2020/omgevingsplan) (verder te noe-

daard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de plansoftware-voor-

men als omgevingsplan).

ziening Ruimtelijke Plannen. Het TAM-omgevingsplan maakt de beoogde ontwikkeling mogelijk en stelt nieuwe kaders vast voor het pro-

Bestaande functie, bouw- en gebruiksmogelijkheden

jectgebied. Het TAM-omgevingsplan maakt na vaststelling onderdeel uit

Het projectgebied kent de enkelbestemming ‘Groen’ (zie figuur 1.3), met

van het omgevingsplan van de gemeente Maasgouw.

de aanduiding ‘water’. De voor ‘Groen’ (G) aangeduide gronden zijn be-

1.4

stemd voor (artikel 11.1 van de bestemmingsregels):

Leeswijzer

Het TAM-omgevingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en een toea. groenvoorzieningen;

Figuur 1.3 Uitsnede bestemmingsplan ‘Linne’ (bron: Ruimtelijke Plannen)

lichting (inclusief bijlagen). De onderhavige toelichting dient als motive-

b. ter plaatse van de functieaanduiding “water” (wa), water ten be-

gebouwd.

ring bij de te volgen procedure. De toelichting bij dit TAM-omgevingsplan

c.

hoeve van de waterhuishouding;

bestaat uit 6 hoofdstukken. Na de inleiding wordt in hoofdstuk 2 een be-

bermen en beplanting;

schrijving gegeven van de huidige en toekomstige situatie. In hoofdstuk

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

6

3 wordt het relevante beleid dat ten grondslag ligt aan het TAM-omgevingsplan geformuleerd. De verschillende milieu- en omgevingsaspecten die van invloed kunnen zijn op de ruimtelijke ontwikkeling komen aan bod in hoofdstuk 4. Een toelichting op de juridische aspecten van dit TAM-omgevingsplan wordt gegeven in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 ligt de focus op de aspecten economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid (de procedure). Tot slot volgt in hoofdstuk 7 de belangenafweging en conclusie.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

7

2

Planbeschrijving

2.1

Huidige situatie

De projectlocatie bevindt zich ten zuiden van de kern Linne, tussen de Oudeweg en de Rijksweg. Het betreft een perceel van circa 1.725 m2, dat eigendom is van de gemeente Maasgouw. Het terrein is in de huidige situatie grotendeels onverhard en kent een beperkte functionele invulling. Voorheen deed het perceel dienst als wadi, maar deze functie is komen te vervallen door aanpassingen aan het rioleringssysteem in de omgeving, met name in het kader van de ontwikkeling van het woongebied ‘Linnerpark’. De huidige situatie wordt weergegeven vanuit verschillende aanzichten in figuur 2.1, 2.2 & 2.3. De locatie wordt omsloten door bedrijvigheid en woonbebouwing. Aan

Figuur 2.1 Aanzicht projectlocatie vanaf Rijksweg (bron: Google Maps)

de noordzijde bevinden zich drie bedrijven, waaronder ‘Technische Alliantie – P Kwadraat B.V.’ en ‘Nissen Boomverzorging & Hovenier’, gevestigd respectievelijk aan de Oudeweg 80 en de Rijksweg 23. Ten oos-

Figuur 2.2 Huidige situatie projectgebied, excl. perceel Oudeweg 80 (bron:

ten en westen van het projectgebied liggen een sportcomplex (tennis-

Google Earth)

en voetbalvelden), agrarische gronden en verspreide woningbouw. De directe omgeving kent daarmee een gemengde structuur van wonen, werken en recreatie. In de huidige situatie ondervinden bewoners van de Oudeweg hinder van het vrachtverkeer afkomstig van het nabijgelegen bedrijventerrein aan de Leppingtonstraat. Om deze overlast tegen te gaan, is door de gemeente besloten geen doorgaand vrachtverkeer meer toe te staan op de Oudeweg. Dit besluit heeft echter geleid tot praktische uitdagingen voor de bevoorrading van de bedrijven aan de Oudeweg. Ter plaatse van het perceel Oudeweg 80, dat eveneens is opgenomen binnen het projectgebied, is een bedrijf gevestigd. Dit bedrijf beschikt over een bedrijfsgebouw, dat recent conform de op 1 mei 2024 ver-

Figuur 2.3 Aanzicht project locatie vanaf Oudeweg, 2024 (born: Google Maps)

leende omgevingsvergunning is uitgebreid.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

8

2.2

Toekomstige situatie

2.2.2

Ruimtelijke inpassing en terreinindeling

De ruimtelijke en functionele uitgangspunten voor de herinrichting van 2.2.1

Beschrijving planvoornemen

Voorliggend planvoornemen betreft de herinrichting van een onbebouwd

het terrein richten zich op een overzichtelijke en verkeersveilige inrichting met aandacht voor ontsluiting en bedrijfsuitbreiding.

perceel van circa 1.725 m², gelegen tussen de Oudeweg 80 en de Rijksweg 23 in Linne. Op deze locatie wordt een vrachtwagenverkeerslus ge-

In de toekomstige situatie wordt het perceel verdeeld in twee hoofdcom-

realiseerd. Deze lus maakt het mogelijk voor vrachtverkeer om achter-

ponenten: een verhard rijgedeelte voor het vrachtverkeer in de vorm van

waarts in te rijden en vervolgens voorwaarts het terrein te verlaten. Hier-

een keerlus en twee kavels voor de uitbreiding van de bedrijfsgebou-

mee wordt voldaan aan het gemeentelijk verbod op doorgaand vracht-

wen. Daarnaast zal het overige gedeelte van het perceel een groene in-

verkeer op de Oudeweg, terwijl de bevoorrading van de aanliggende be-

vulling krijgen. De bedrijfshallen worden zodanig gepositioneerd dat ze

drijven gewaarborgd blijft. Hierdoor wordt tevens de verkeersveiligheid

aansluiten op de bestaande gebouwen van de aangrenzende percelen.

in het gebied verbeterd en wordt bijgedragen aan een betere leefomge-

Door deze logische verkaveling ontstaat een functioneel geheel dat past

ving voor omwonenden. De verkeerslus wordt openbaar gebied. Het is

binnen de bestaande bedrijvigheid in het gebied.

dus niet uitsluitend ten dienste van de ontwikkelaars van aanliggende bedrijven. De verkeerslus is bedoeld om de verkeerssituatie op de Ou-

2.2.3

Klimaatadaptatie en duurzaamheid

deweg (vrachtwagens kunnen hier niet doorrijden) te verbeteren.

Met het planvoornemen wordt een groenstrook aan de zijde van de Rijksweg gerealiseerd, waarmee wordt bijgedragen aan de opvang van

Daarnaast voorziet het plan in de verkoop van het resterende deel van

hemelwater, het verminderen van hittestress en het versterken van de

het perceel aan twee aangrenzende ondernemers. De eigenaar van

biodiversiteit. De groenstrook wordt ingericht met gebiedseigen in-

‘Technische Alliantie – P Kwadraat B.V.’ beoogt de bouw van een

heemse aanplant van bosplantsoen (heesters en enkele bomen), zoals

nieuwe bedrijfshal ter uitbreiding van zijn bestaande bedrijfsactiviteiten.

de veldesdoorn, gelderse roos, gele kornoelje, haagbeuk, hazelaar en

De eigenaar van ‘Nissen Boomverzorging & Hovenier’ heeft eveneens

meidoorn. De groeninrichting draagt zo bij aan de klimaatadaptieve in-

plannen om een bedrijfshal te realiseren voor de stalling van materieel,

richting van het gebied.

Figuur 2.4 Toekomstige situatie (bron: Gemeente Maasgouw)

waarmee hij zijn bedrijfsvoering efficiënter en veiliger kan organiseren. De beoogde ontwikkeling van het terrein betekent een functionele en

Daarnaast wordt binnen de gemeente nog intern afgestemd welke aan-

ruimtelijke versterking van het bestaande bedrijventerrein en daarmee

vullende ambities op het gebied van duurzaamheid kunnen worden

de lokale economische structuur.

meegenomen. Hierbij wordt onder meer gekeken naar de toepassing van energie-efficiënte maatregelen, het gebruik van duurzame en milieu-

De ontwikkeling creëert functiemenging en zorgvuldig ruimtegebruik op

vriendelijke materialen, het bevorderen van een gezonde leefomgeving,

bestaande bedrijventerreinen. Tevens wordt met dit plan tegemoetgeko-

het verlengen van de levensduur van toegepaste materialen en voorzie-

men aan de belangen van zowel ondernemers als omwonenden door

ningen, en de mogelijkheden tot hergebruik van materialen. Deze as-

het verminderen van verkeersoverlast en het verbeteren van de ruimte-

pecten sluiten aan bij het gemeentelijke beleid voor een toekomstbe-

lijke ordening in het gebied. De beoogde toekomstige situatie wordt

stendige en circulaire leefomgeving.

weergeven in figuur 2.4.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

9

3

3.1 3.1.1

Beleidsmatige aspecten en regelgeving in de fysieke leefomgeving

Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en

ving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de

Rijksbeleid

richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten:

huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;

toekomstige generaties.

Nationale Omgevingsvisie

water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van in-

rentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Som-

woners is op rijksniveau relevant.

mige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. •

Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze samenle-

Duurzaam economisch groeipotentieel;

Op 11 september 2020 heeft het kabinet de Nationale Omgevingsvisie

Sterke en gezonde steden en regio’s;

Doorwerking projectgebied

(NOVI) uitgebracht. Hiermee wordt een langetermijnvisie op de toe-

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Hoewel de NOVI geldend is voor het gehele Nederlandse grondgebied,

komst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland gegeven.

is er geen sprake van directe doorwerking in het projectgebied. Gelet op

Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving

De NOVI stelt specifieke nationale belangen, zoals:

de aard en locatie van de ontwikkeling zijn er geen nationale belangen

niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Om dit te kunnen

•

Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als ge-

in het geding. Afwegingen met betrekking tot ruimtelijke ontwikkelingen

heel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving;

dienen in dat geval te worden gemaakt op gemeentelijk niveau.

bewerkstelligen laat het Rijk de inrichting van de fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal

•

Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit;

te staan.

•

Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving;

Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem de fysieke leefomge-

•

ving. Daarnaast kan een Rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn in-

Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfra-

dien:

structuur.

•

•

•

een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, bijvoorbeeld het

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belan-

reserveren van ruimte voor militaire activiteiten en het stellen van

gen soms botsen. Het streven is om combinaties te maken en win-win

opgaven in de stedelijke regio’s rondom de mainports, brainports,

situaties te creëren, dit is echter niet altijd mogelijk. In die gevallen die-

greenports en valleys;

nen belangen te worden afgewogen. Hiervoor gebruikt de NOVI drie af-

over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn

wegingsprincipes:

aangegaan, bijvoorbeeld het stimuleren van biodiversiteit, duurzame

•

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het

energie, watersysteemherstel of het beschermen van werelderf-

verleden is scheiding van functies te vaak te rigide gehanteerd. Met

goed;

de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tus-

een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is een ofwel

sen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze

een hoog afwentelrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bij dit

ruimte.

laatste gaat het bijvoorbeeld om de hoofdnetten van weg, spoor,

•

Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concur-

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

3.2

Rijksinstructieregels

3.2.1

Instructieregels Rijk (AMvB’s)

Artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: a. de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s; b. de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit); c.

de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert.

10

Het Bkl bevat instructieregels voor een evenwichtige toedeling van func-

3.2.2

ties aan locaties voor onder andere de volgende hoofdonderwerpen:

Binnen het omgevingsplan is de beoogde ontwikkeling niet toegestaan.

worden geen nieuwe bedrijfspercelen gerealiseerd. Hiermee is er sprake

•

Algemene bepalingen (paragraaf 5.1.1 Bkl);

Om de ontwikkeling formeel mogelijk te maken, is het noodzakelijk om

van optimalisatie van het ruimtegebruik binnen het bestaande stedelijke

Waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2 Bkl)

af te wijken van het omgevingsplan. Daarbij is het doorlopen van de

weefsel. Het projectgebied heeft momenteel een Groenbestemming,

Beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3 Bkl)

Ladder voor duurzame verstedelijking verplicht voor iedere ‘nieuwe ste-

maar kent geen bijzondere landschappelijke of natuurwaarden. Het

Beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4 Bkl), waar-

delijke ontwikkeling’, op grond van artikel 5.129g lid 1 van het Bkl. De

planvoornemen sluit dan ook goed aan bij het gedachtengoed van de

onder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen,

Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorg-

ladder voor duurzame verstedelijking.

geluid en geur en bodemkwaliteit;

vuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand.

• • •

•

• •

Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5 Bkl), waaronder de ladder voor

Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een be-

duurzame verstedelijking;

drijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren,

het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6

een detailhandel voorziening, of een andere stedelijke voorziening die

Bkl) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden;

voldoende substantieel is. In artikel 5.129g Bkl staat geen ondergrens

het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzie-

genoemd. Op basis van vaste jurisprudentie wordt gesteld dat bij wo-

ningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7 Bkl),

ningbouw een plan vanaf 12 woningen een nieuw stedelijke ontwikkeling

waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteits-

is. Voor alle andere stedelijke functies wordt een oppervlakte van 500m2

voorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes,

BVO aangehouden als ondergrens.

aanwijzing van woningbouwcategorieën; •

Ladder voor duurzame verstedelijking

het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8 Bkl).

Voor de instructieregels voor bovenstaande thema’s is een toepassingsbereik bepaald. Het is mogelijk dat een thema niet van toepassing is op een specifieke activiteit. Doorwerking projectgebied In deze ruimtelijke motivering wordt in hoofdstuk 4 ‘Omgevingsaspecten in de fysieke leefomgeving’ gedetailleerd ingegaan op de doorwerking van het projectgebied. Het geeft een grondige bespreking van de bovenstaande onderwerpen, waarbij wordt aangegeven in welke mate ze voldoen aan de instructieregels van het Bkl. Hierdoor wordt een helder inzicht geboden in de naleving van deze regels binnen het projectgebied.

een bestaand bedrijventerrein en binnen bestaand stedelijk gebied. Er

3.2.3 Conclusie De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van het Rijk.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Limburg

Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op 1 oktober 2021 heeft de provincie Limburg de provinciale omgevingsvisie vastgesteld: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg’ (hierna te noemen: POVI Limburg).

Doorwerking projectgebied Voorliggend planvoornemen betreft de aanleg van een vrachtwagenver-

De POVI Limburg is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling

keerslus en de uitbreiding van twee bestaande bedrijfspercelen op het

geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een

perceel tussen de Oudeweg 80 en de Rijksweg 23 te Linne. De realisa-

integrale en toekomstbestendige manier kan doorontwikkelen. De omge-

tie van de keerlus kan niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwik-

vingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt

keling. Het laatstgenoemde onderdeel van de ontwikkeling, namelijk de

om het document te actualiseren met het oog op toekomstige verande-

uitbreiding van de bestaande bedrijfspercelen, betreft daarentegen een

ringen. De POVI is op 25 oktober 2021 in werking getreden en vervangt

uitbreiding van het ruimtebeslag van een stedelijke functie. Hierop is de

daarmee het Provinciaal Omgevingsplan Limburg uit 2014 (POL2014).

ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat voor de uitbreiding van de bebouwing op het

Daarnaast is een nieuwe omgevingsverordening uitgewerkt om het be-

perceel Oudeweg 80 sprake is van een reeds vergunde situatie. Zo-

leid juridisch te verankeren. Deze omgevingsverordening wordt bespro-

doende betreft de uitbreiding van de bebouwing geen nieuwe stedelijke

ken in paragraaf 3.2.3.

ontwikkeling. Hoofdopgaven De ontwikkeling betreft een relatief kleinschalige uitbreiding van be-

In de provinciale omgevingsvisie Limburg is een aantal hoofdopgaven te

staande bedrijfspercelen. Het betreft een interne herstructurering binnen

onderscheiden, namelijk:

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

11

• • •

Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk- als in het bebouwde gebied; Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); Klimaatadaptatie en energietransitie.

Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt vervolgens een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen; •

Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s;

•

Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg.

Gezondheid

ven is om overal in de fysieke leefomgeving minimaal een voldoende fy-

Als het gaat om gezondheid en participatie scoort Limburg op dit mo-

sieke en sociale basiskwaliteit te realiseren. Daarmee wordt ook voldaan

ment minder goed dan de rest van Nederland. Hierbij zijn er regionale

aan de wettelijke grenswaarden.

en lokale verschillen. Zuid-Limburg, en dan met name de verstedelijkte gebieden, scoren slecht. De achterstanden zijn hardnekkig en dat is te-

Doorwerking projectgebied

rug te zien in alle vijf factoren die centraal zijn gesteld in de effectmeting

De aanleg van de vrachtwagenverkeerslus sluit aan bij de provinciale

voor de Sociale Agenda: (arbeids)participatie, onderwijs, gezondheid,

ambitie om te werken aan een veilige, gezonde en toegankelijke leefom-

jeugd en sociaal kapitaal. Landelijke studies bevestigen dat beeld: Lim-

geving. Door vrachtverkeer om te leiden, wordt de verkeersveiligheid

burg scoort op het punt van besteedbaar inkomen, arbeidsparticipatie,

vergroot en wordt overlast voor omwonenden beperkt, wat een positieve

sociale contacten en vertrouwen en gezondheid beduidend slechter dan

bijdrage levert aan de leefomgevingskwaliteit en gezondheid.

het Nederlands gemiddelde. Voor deze opgaven liggen er niet alleen uitdagingen en plichten op persoonlijk vlak, maar is er ook betrokkenheid

Daarnaast faciliteert het TAM-omgevingsplan de uitbreiding van nabijge-

en verantwoordelijkheid nodig van maatschappelijke initiatieven, be-

legen bedrijven en sluit het aan bij de economische opgaven uit de

drijfsleven en (semi-)overheden.

POVI, zoals het versterken van een toekomstbestendige en duurzame economie. Een goede bereikbaarheid is hierin een essentiële randvoor-

Gezondheid wordt voor een deel beïnvloed door omgevings- en milieu-

waarde.

kwaliteit. Denk aan de luchtkwaliteit, geuroverlast en geluidhinder rondom industrie, wegen of veehouderijen. Dit laatste speelt met name

Ook past het initiatief binnen de gebiedsgerichte benadering van de Pro-

in Noord- en Midden-Limburg. Een gezonde leefomgeving heeft een po-

vinciale Omgevingsvisie Limburg, waarin op integrale wijze wordt inge-

sitieve invloed op gezondheid. Daarom is het van belang om relatief rus-

speeld op de opgaven en kansen binnen de regio.

tige en stille gebieden te behouden en waar mogelijk uit te breiden.

Economie

3.3.2

Ook de vrijetijdseconomie vormt een belangrijke economische pijler in Limburg. Voor een florerende vrijetijdseconomie zijn de kwaliteit van landschap en natuur, aantrekkelijke steden en een goede bereikbaarheid van belang. Een stabiele balans is nodig: Vraag en aanbod van verblijfsaccommodaties dienen beter in balans gebracht te worden, zowel kwantitatief als kwalitatief. Meer van hetzelfde leidt tot verdringing en leegstand. Een voortdurende kwaliteitsslag is nodig om nieuw en bestaand aanbod aan te passen aan de veranderende vraag van zowel vaste als nieuwe gasten.

Beleidskader ‘Een bereikbaar en toegankelijk Limburg’

Ook de woningkwaliteit en de stagnerende doorstroming op de woning-

De Provincie Limburg richt zich in de periode 2023–2027 op het realise-

markt beïnvloeden de gezondheid. De inrichting van de woon- en leef-

ren van een veilig, betrouwbaar, duurzaam en sociaal inclusief mobili-

omgeving speelt ook een rol. Dichtbebouwde stedelijke gebieden krijgen

teitssysteem.

bijvoorbeeld als gevolg van de warmere zomers vaker te maken met hittestress. Ook bereikbaarheid, cultuur, het voorzieningenniveau en de

Het beleid is gericht op het ontwikkelen van een samenhangend net-

beschikbaarheid van ontmoetingsplekken zijn hierbij belangrijk.

werk van verbindingen dat mensen en goederen in staat stelt zich vlot en efficiënt te verplaatsen. Dit netwerk moet de voorwaarden scheppen

De provincie wil werken naar een gezonde en veilige leefomgeving voor

om te kunnen wonen, werken, ondernemen en recreëren. Goede bereik-

iedereen in Limburg. De Provincie Limburg heeft de ambitie om de ko-

baarheid van voorzieningen, ook in buitenwijken en dorpen, is essenti-

mende jaren meer nadruk te leggen op risicogestuurd werken. Het stre-

eel. De provincie zet daarom in op een verbeterde ontsluiting van zowel stedelijke als landelijke gebieden, en versterkt de verbindingen binnen Limburg.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

12

Vooruitkijkend naar 2027 zijn de volgende doelstellingen geformuleerd,

a. Bestendiging van een aantrekkelijk ondernemersklimaat voor het

in vergelijking met 2023: •

Limburgse MKB.

Doorwerking projectgebied Het planvoornemen waarmee een vrachtwagenverkeerslus wordt gerea-

Een verbeterde bereikbaarheid voor alle inwoners en ondernemers

b. Bouwen aan de Limburgse economie van morgen en overmorgen.

liseerd en beide aangrenzende bedrijven plannen hebben voor uitbrei-

in Limburg.

c.

ding met nieuwe bedrijfshallen, sluit aan bij de doelstellingen uit het Be-

•

Betere ontsluiting van dorpen en buitenwijken van steden.

d. Een gezonde en goed functionerende arbeidsmarkt in Limburg,

leidskader 2024–2027 van de Provincie Limburg. De uitbreiding van

•

Meer duurzame verplaatsingen van personen en goederen.

steunend op een stevige en sterk verbonden onderwijsketen.

deze MKB-bedrijven draagt bij aan een aantrekkelijk ondernemingskli-

•

Een hogere kwaliteit van het openbaar vervoer voor Limburgers.

•

Een verbeterde verkeerveiligheid.

Verkeersveiligheid vormt een belangrijk speerpunt binnen het mobili-

Toekomstperspectief voor de landbouwsector in Limburg.

maat en versterkt de lokale werkgelegenheid. Het plan is in dit opzicht Om dit te verwezenlijken streeft de provincie Limburg de volgende doe-

faciliterend van aard. De aanleg van de verkeerslus verbetert de logis-

len na:

tieke veiligheid en efficiëntie, terwijl de toevoeging van een groenstrook

1. Aantrekkelijk ondernemingsklimaat voor het MKB (midden- en klein-

bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit. Hoewel het plan afwijkt van de hui-

teitsbeleid. De provincie zet in op een veilige infrastructuur met aan-

bedrijf)

dige bestemming ‘Groen’, ondersteunt het de provinciale inzet op eco-

dacht voor overzichtelijke wegen, goed verlichte oversteekplaatsen en

Een aantrekkelijk ondernemingsklimaat wordt bevorderd door het

nomische groei, ruimtelijke optimalisatie en een toekomstbestendige ar-

gescheiden fietspaden. Het doel is om het aantal verkeersongevallen te-

bieden van goede ruimtelijke, financiële en economische randvoor-

beidsmarkt.

rug te dringen en ervoor te zorgen dat iedereen zich in 2027 aantoon-

waarden. Ondersteuning richt zich op maatschappelijke transities en

baar veiliger kan verplaatsen dan in 2023.

op het versterken van het arbeidspotentieel via vakopleiding en Le-

3.3.4

ven Lang Ontwikkelen.

Vanuit de Omgevingswet moet de provincie naast een Omgevingsvisie

Doorwerking projectgebied

2. Bouwen aan de economie van morgen

Omgevingsverordening Limburg

ook een Omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied. De

Deze herontwikkeling draagt bij aan een veilige en efficiënte logistiek

De focus ligt op het stimuleren van groeisectoren en krijgen gerichte

Omgevingsverordening vormt een nadere uitwerking van beleid en

van bedrijven, in lijn met het provinciale beleid voor verkeersveiligheid

ondersteuning. Het MKB wordt actief verbonden aan deze sleutel-

maatregelen in een (omgevings)programma over hoe ambities uit de

en bereikbaarheid. De aanleg van een vrachtwagenverkeerslus voor-

spelers. Acquisitiebeleid is gericht op versterking en uitbreiding van

Omgevingsvisie gerealiseerd moeten worden.

komt onveilige verkeersbewegingen op de Oudeweg en vermindert

deze sectoren.

overlast voor omwonenden. Het plan levert dan ook een concrete bijdrage aan de beleidsdoelstellingen op dit gebied. 3.3.3

Beleidskader 2024-2027: Werken aan een toekomstbestendige economie

Een economisch beleidskader is opgesteld door de provincie Limburg februari 2024. Het beleidskader ‘Werken aan een toekomstig bestendige economie vormt een leidraad voor economie in Limburg. Vertrekpunt voor het regionaal economisch beleid zijn de speerpunten zoals opgenomen in het Coalitieakkoord 2023-2027 ‘Elke Limburger telt’. Er wordt ingezet op de volgende punten:

3. Toekomstperspectief voor de landbouw

De regels die in de Omgevingsverordening staan gelden voor zowel initi-

Innovatie en duurzame landbouwconcepten worden gestimuleerd.

atiefnemers, inwoners en bedrijven als voor bestuursorganen van de

Koplopers in de sector ontvangen ondersteuning bij opschaling, juri-

overheid. Regels voor initiatiefnemers, inwoners en bedrijven zijn alge-

dische belemmeringen en financiering. Ook is er aandacht voor ken-

mene regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om

nisdeling, educatie rond agrofood en het versterken van de relatie

bepaalde activiteiten te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld

tussen boer en burger. Het financieringsinstrumentarium bij LIOF

eerst een melding moet doen of een vergunning moet aanvragen voor-

wordt herzien.

dat je met de activiteit mag beginnen.

4. Ontwikkeling van een gezonde en functionerende arbeidsmarkt Onderwijsinstellingen ontwikkelen toekomstbestendig onderwijs op

Artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl bepaalt dat bij een aanvraag om een

alle niveaus (mbo tot wo). De beroepsbevolking wordt versterkt via

buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5

trajecten voor Leven Lang Ontwikkelen. Arbeidsmarktkrapte wordt

van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het

inzichtelijk gemaakt en er is aandacht voor vitaliteit en kennisbe-

beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactivi-

houd binnen bestaande personeelsbestanden.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

13

teit. Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omge-

met het planvoornemen geen ingrijpende werkzaamheden plaats. Hier-

toe, als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes en

vingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit gewei-

door wordt de ligging in deze gebieden niet als een belemmering ge-

hoofdstukken 3 (Algemene zonering), 8 (Economie) en 9 (Werklocaties)

gerd wordt als:

zien.

van de provinciale omgevingsvisie, de Structuurvisie Ruimtelijke Econo-

• •

de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond

mie Zuid-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking

van instructie(regel)s;

In de omgevingsverordening van de provincie Limburg is bij gebieds-

de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbescher-

aanwijzing ‘Landelijke kernen’ paragraaf 12.1.4 relevant in relatie tot het

mingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidings-

planvoornemen. Het projectgebied is gevestigd op een bedrijventerrein.

besluit); •

POL2014 voor de regio Zuid-Limburg. 4 De motivering bij een omgevingsplan bevat:

de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor

Paragraaf 12.1.4 Bedrijventerreinen

een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert.

Artikel 12.5 Vestigingsmogelijkheden bedrijventerreinen 1

a. een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het eerste, tweede of derde lid en aan het vierde lid; en b. een beschrijving van het proces van voorbereiding van het initiatief,

Regels voor bestuursorganen van de overheid betreffen zogenaamde

Een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg

de planvoorbereiding en, wanneer dat aan de orde is, de verant-

instructieregels. Met deze regels geeft de provincie een opdracht aan

laat de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen

woording van de afstemming in (sub-)regionaal verband.

gemeenten over onderwerpen die zij in het omgevingsplan moeten op-

aan de bestaande voorraad of planvoorraad bedrijventerreinen alleen

nemen of aan een waterschap over de manier waarop ze hun taken uit-

toe, als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes en

Het planvoornemen vindt plaats in de regio Midden-Limburg en betreft

voeren.

hoofdstukken 3 (Algemene zonering), 8 (Economie) en 9 (Werklocaties)

een beperkte uitbreiding van bestaande bedrijven op een bestaand be-

van de provinciale omgevingsvisie, de regionale visie Bedrijventerreinen

drijventerrein. Conform artikel 12.5 van de Omgevingsverordening Lim-

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari

Noord-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014

burg is toevoeging van vestigingsmogelijkheden hier slechts toegestaan

2024 is de ‘Omgevingsverordening Limburg’ van kracht. Deze omge-

voor de regio Noord-Limburg.

als dit in overeenstemming is met de Limburgse principes, de hoofdstuk-

vingsverordening bevat rechtstreeks werkende regels voor activiteiten

ken 3, 8 en 9 van de provinciale Omgevingsvisie, het beleidskader werk-

en stelt regels voor ruimtegebruik en nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen

2

locaties Midden-Limburg (zie paragraaf 4.3.1 van deze motivering) en

die gemeenten in acht moeten nemen bij het maken of wijzigingen van

Een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Lim-

de bijbehorende bestuursafspraken. Het plan voldoet aan deze voor-

een omgevingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning voor

burg laat de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventer-

waarden doordat sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik, versterking

een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

reinen aan de bestaande voorraad of planvoorraad bedrijventerreinen

van bestaande werklocaties en een beperkte uitbreiding binnen de be-

alleen toe, als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes en

staande structuur. Regionale afstemming is gelet op de schaal van het

Doorwerking projectgebied

hoofdstukken 3 (Algemene zonering), 8 (Economie) en 9 (Werklocaties)

plan niet vereist. Daarmee wordt voldaan aan de eisen van artikel 12.5

Voor het projectgebied gelden volgens de omgevingsverordening de

van de provinciale omgevingsvisie, het beleidskader werklocaties Mid-

van de verordening.

volgende gebiedsaanwijzingen: ‘Landelijke kernen’, ‘Roerdalslenk’,

den-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014

‘Roerdalslenk II’ en ‘Overstromingskansgebied E’. De laatste drie ge-

voor de regio Midden-Limburg.

biedsaanwijzingen zijn minder relevant met betrekking tot het planvoor-

Naast de gebiedsaanwijzingen gelden volgens de omgevingsverordening ook regels voor enkele activiteiten. Gelet op het planvoornemen is

nemen, aangezien ze betrekking hebben op bodemwerkzaamheden en

3

enkel de activiteit ‘flora- en fauna-activiteiten in Limburg’ van belang. In

grondwater. In het planvoornemen is hier geen sprake van. Er vinden

Een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg

hoofdstuk 9 van de omgevingsverordening zijn regels opgenomen met

laat de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen

betrekking tot flora- en fauna-activiteiten. Voor het planvoornemen is

aan de bestaande voorraad of planvoorraad bedrijventerreinen alleen

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

14

•

een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De conclusie hiervan staat ver-

Kortom, er zijn geen rechtstreeks doorwerkende regels uit de omge-

meld in paragraaf 4.10 ‘Natuur en landschap’.

vingsverordening die een belemmering vormen voor de aanleg van de

venterreinen moet eerst worden getoetst aan de mogelijkheden op

verkeerslus of de uitbreidingen van twee aangrenzende bedrijven. De

bestaande locaties, conform de Ladder voor Duurzame Verstedelij-

Verder gelden in het projectgebied volgens de omgevingsverordening

ontwikkeling past dan ook binnen de kaders van de Omgevingsverorde-

king.

ook regels voor enkele omgevingswaarden, bijvoorbeeld klimaatadapta-

ning Limburg.

•

tie.

Ladder voor Duurzame Verstedelijking: Nieuwe vraag naar bedrij-

Ruimte voor groei bestaande bedrijven: De groei van bestaande bedrijven moet zoveel mogelijk binnen de eigen gemeente en op be-

Artikel 3.5 Klimaatadaptatie 1. De motivering bij een omgevingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat een beschrijving van: a. de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico’s en gevolgen van klimaatverandering; en b. de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de risico’s en gevolgen van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 2. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende risico’s betrokken: a. wateroverlast; b. overstroming; c.

droogte.

3.3.5 Conclusie De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de provincie.

3.4

Regionaal beleid

3.4.1

Regionaal beleidskader werklocaties Midden-Limburg

Op 13 december 2018 is door het samenwerkingsverband Midden-Limburg het document ‘Regionaal beleidskader werk locaties Midden-Limburg’ gepubliceerd. Met als doel het vaststellen balans te brengen in de voorraad van vraag en aanbod en bijbehorende afspraken vastleggen. Daarnaast is het gewenst mogelijkheden te bieden voor sterke economi-

Bij de beschrijving wordt gebruik gemaakt van de informatie van gemeentelijke, regionale en landelijke stresstest- en overstromingskaarten. Hoewel het plan op zichzelf geen grote impact heeft op het risico van wateroverlast, overstroming of droogte, zal voor de bedrijfsuitbreidingen rekening moeten worden gehouden met klimaatadaptieve maatregelen, zoals waterberging en beperking van verharding. Uit de stresstest- en

adaptatie en duurzaamheid’ reeds aangegeven welke maatregelen worden genomen met het plan. In paragraaf 4.12 ‘Weging van het waterbelang’ wordt hier tevens op ingegaan.

Grote vestigers op bovenregionale terreinen: Nieuwe of verplaatsende grootschalige bedrijven worden opgevangen op bovenregionale terreinen met passende thematisering.

•

Geen bedrijfsruimte voor beroep aan huis: Onder bedrijfsruimte vallen geen ruimten voor de uitoefening van een beroep aan huis.

Doorwerking projectgebied Het beleidskader stelt onder andere dat de groei van bestaande bedrijven zoveel mogelijk binnen de eigen gemeente en op bestaande terreinen moet worden gefaciliteerd. De beoogde uitbreiding sluit hier direct bij aan. Beide bedrijven zijn reeds gevestigd grenzend aan het project-

Vanuit de inventarisatie en de locatiebeoordeling komt naar voren dat

vuldig ruimtegebruik bevordert.

regio redelijk in evenwicht, echter is op lokaal niveau in meerdere gemeenten sprake van een tekort aan kwalitatief geschikte bedrijfslocaties,

gebied en willen op een aangrenzend perceel uitbreiden, wat een zorg-

Daarnaast is het bieden van ruimte aan sterke economische initiatieven, zoals dit lokale initiatief, in lijn met het beleidsdoel om kansen te benut-

of dreigt dit tekort te ontstaan.

ten. Er wordt in het beleidskader erkend dat er lokaal kwalitatieve tekor-

Vanuit de bovenstaande constatering zijn de volgende uitgangspunten

geschikte ruimte beschikbaar te stellen voor duurzame groei. Het plan-

opstelt: •

Evenwicht aanbod en vraag: Regionaal is het aanbod aan bedrijventerreinen tot 2030 in evenwicht met de vraag, maar lokaal bestaan

overstromingskaarten blijkt dat het gebied geen verhoogd risico kent voor de genoemde klimaatrisico’s. Tevens is in paragraaf 2.2.3 ‘Klimaat-

•

sche initiatieven en kansen op dat vlak te benutten.

bedrijventerreinen lijken vraag en aanbod tot 2030 op het niveau van de

3.

staande terreinen worden opgevangen.

er kwalitatieve tekorten die economische groei kunnen belemmeren. •

Bijzondere profielen behouden: Gemeenten behouden zoveel mogelijk het specifieke profiel van bovenregionale bedrijventerreinen, tenzij lokale tekorten aan geschikte locaties dit vereisen.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

ten bestaan. Dit planvoornemen speelt daarop in door op lokale schaal voornemen past binnen de uitgangspunten van het Regionaal Beleidskader Werklocaties Midden-Limburg. 3.4.2

Het verbindend hart van Limburg in uitvoering! Regionale investeringsagenda voor Midden-Limburg: 2022 – 2032

Het samenwerkingsverband Midden-Limburg heeft het document ‘Het verbindend hart van Limburg in uitvoering’ opgesteld 22 december 2021. De regio Midden-Limburg is het verbindend hart van Limburg

15

waar het goed wonen, werken en recreëren is. Deze positie wil midden-

Doorwerking projectgebied

Met name de afwisseling tussen de relatief kleine kernen met ieder een

Limburg uitbouwen. De ambitie is om in 2050 als Midden-Limburg de

Het planvoornemen sluit aan bij de bredere regionale ambitie om het in-

eigen karakter en identiteit, de waardevolle natuur en verbondenheid

omliggende regio’s zowel qua economie, wonen, voorzieningen en ver-

novatiepotentieel van het midden- en kleinbedrijf in Midden-Limburg te

met water maakt Maasgouw een bijzondere omgeving in het Limburgse

voer met elkaar te verbinden. De regio moet welvarend, verbonden, ge-

benutten en te versterken. De uitbreiding van bestaande bedrijven

landschap. Om deze kwaliteiten in stand te houden en waar mogelijk

zond energieneutraal, klimaatproof en innovatief worden of blijven. Met

draagt bij aan de economische vitaliteit van de regio, waarin maakindu-

verder te ontwikkelen is navolgende visie opgesteld. Deze visie bevat de

een veilige en gezonde leefomgeving. We streven ernaar om evenwicht

strie en dienstverlening belangrijke sectoren vormen. Door fysieke

kaders voor de vormgeving van de groenstructuur en eventueel noodza-

tussen ecologie en economie te herstellen.

ruimte te bieden voor groei en modernisering, wordt bijgedragen aan het

kelijk verbetermaatregelen. In de Groenvisie Maasgouw 2030 staan de

•

Sterke sectoren als fundament: De regio blinkt uit in maakindustrie,

behouden en aantrekken van talent, evenals het versterken van onder-

navolgende thema’s centraal:

agribusiness, gezondheidszorg, retail en logistiek. Innovatie en on-

nemerschap in de regio.

•

(Multi)functioneel groen;

•

Groen in aansluiting op cultuurhistorie

verder versterken.

Daarnaast past het plan binnen de wens van de regio om bestaande be-

•

Duurzaamheid;

Kansrijke energietransitie: Limburgs koploperpositie in de energie-

drijvigheid beter te ontsluiten en logistiek te optimaliseren. De aanleg

•

Anticiperen op klimaatsveranderingen;

transitie biedt kansen om ook de grondstoffentransitie en circulaire

van een vrachtwagenverkeerslus draagt bij aan verkeersveiligheid en ef-

•

Groen doen we samen;

innovatie aan te jagen.

ficiëntie, waarmee het plan aansluit op de doelstelling om infrastructuur

•

Ecologie en biodiversiteit.

Agrifood als stuwende kracht: Duurzame innovatie in de agrifood-

en ruimtelijke kwaliteit te verbeteren in samenhang met economische

sector, in samenwerking met Noord-Limburg, biedt kansen voor

ontwikkelingen. De toevoeging van een groenstrook ondersteunt de re-

Doorwerking projectgebied

meer ‘innovatiemassa’ in de regio.

gionale inzet op ruimtelijke kwaliteit en behoud van landschappelijke

Bij de ontwikkeling wordt invulling gegeven aan de Groenvisie Maas-

Landschap als economische troef: De unieke natuur en cultuurhisto-

waarden.

gouw 2030 door een deel van het perceel in te richten als groenstrook.

dernemerschap, met focus op circulariteit, moeten deze sectoren •

•

•

rie, met de Maas als drager, worden ingezet voor klimaattransitie, •

•

•

•

Hiermee wordt bijgedragen aan ecologie, biodiversiteit en een aantrek-

toerisme en recreatie.

3.4.3

Groenvisie Maasgouw 2030

Strategische ligging: Midden-Limburg ligt tussen Brainport Eindho-

Het samenwerkingsverband Midden-Limburg heeft het document ‘Het

ven, Zuid/Noord-Limburg en het Ruhrgebied. Dit biedt kansen voor

verbindend hart van Limburg in uitvoering’ opgesteld 22 december

samenwerking op het gebied van wonen, werken, bereikbaarheid en

2021. De Groenvisie Maasgouw 2030 streeft naar een samenhangend

campusontwikkeling.

groen netwerk dat bijdraagt aan een aantrekkelijke en duurzame woon-

Onbenut talent: Er is veel potentieel in de regio aanwezig (jongeren,

en leefomgeving voor de inwoners, ondernemers en bezoekers van de

werkzoekenden, omscholing). Talentbehoud en -aantrekking zijn

gemeente Maasgouw mét kansen voor flora en fauna. Met een integraal

speerpunten.

afgewogen groenvisie worden tijdig onderbouwde keuzes gemaakt voor

Aantrekkelijk woon- en leefklimaat: De regio scoort hoog op brede

ruimtelijke ontwikkelingen, inrichting en beheer van de openbare ruimte,

welvaart en biedt een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor mensen

oftewel: ‘Het juiste groen op de geschikte plaats met een adequate in-

en bedrijven.

richting en een passend (doelmatig) beheer, afgestemd op de beschik-

Sterk georganiseerd middenveld: Samenwerkingsstructuren zoals

bare financiële middelen’.

Ons WCL, OML, Keyport en anderen vormen een solide basis voor gezamenlijke investeringen en groei.

De gemeente Maasgouw trots op de prettige woon- en werkomgeving die zij te bieden heeft aan haar inwoners, ondernemers en recreanten.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

kelijke, duurzame werkomgeving, passend binnen het thema ‘het juiste groen op de geschikte plaats’. 3.4.4 Conclusie De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de regio.

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1

Omgevingsvisie Maasgouw 2040

Maasgouw heeft de afgelopen jaren gewerkt aan haar positie als aantrekkelijke woon- en recreatiegemeente. Op- en aan de Maasplassen vindt veel toerisme en recreatieve bedrijvigheid plaats. De historische kernen en natuurgebieden zijn trekpleisters voor recreanten, zowel uit Maasgouw als daarbuiten. Door inwoners is de verkeersveiligheid vaak genoemd als knelpunt. Op diverse plekken wordt een onveilig gevoel ervaren door te hard rijdende automobilisten of te veel (zwaar) verkeer. In

16

de dorpen is het goed wonen en werken, in een landschappelijk fraaie

transformeren van lelijke plekken naar een kwalitatief goede leefomge-

De ambitie voor 2030 is:

omgeving en de natuur dichtbij. In de omgevingsvisie wordt nader de

ving.

•

koers voor de toekomst van Maasgouw beschreven voor de gehele fysieke leefomgeving.

1.200 GWh grootschalige opwekking uit zon en wind (vergund in 2025)

Doorwerking projectgebied Voorliggend planvoornemen voorziet in de realisatie van een verkeers-

• •

>50% lokaal eigendom van energieprojecten 25% CO₂-reductie t.o.v. 2015 door energiebesparing en kleinscha-

Het woonbeleid van de gemeente is op basis van de Omgevingsvisie

lus aan de rand van het bestaand bebouwd gebied. Hiermee wordt aan-

Maasgouw 2040 afgestemd met het regionale woonbeleid en is erop ge-

gesloten op de gemeentelijke ambitie om ruimtelijke kwaliteit te verbete-

•

lige opwek 100% duurzame warmte

richt een zo optimaal mogelijke woon- en leefomgeving te creëren. Dit

ren binnen bestaand stedelijk gebied. Door de verkeersstructuur te opti-

•

Zoveel mogelijk verbinding met andere sectoren zoals landbouw,

wordt gedaan binnen de context van een dalend aantal inwoners en het

maliseren, wordt de bereikbaarheid van omliggende voorzieningen ver-

bereiken van een huishoudenstop in 2026. Hiervoor wordt de plancapa-

beterd, wat indirect bijdraagt aan een leefbare en veilige woonomge-

citeit in overeenstemming gebracht met de woningbehoefte. In dat kader

ving.

mobiliteit en transport Samenwerking met inwoners, bedrijven en organisaties is essentieel. Al-

ligt de voorkeur bij woningbouw binnen het bestaand bebouwd gebied.

leen samen kan de omslag worden gemaakt naar een duurzamer

De focus voor locaties die voor woningbouw in aanmerking komen, ligt

Daarnaast maakt het plan de uitbreiding van twee aangrenzende bedrij-

Noord- en Midden-Limburg.

op leegstaande panden en complexen binnen het bestaand bebouwd

ven mogelijk, waarmee wordt bijgedragen aan het behoud van werkge-

gebied. Het is zaak om via transformatie zowel invulling te geven aan

legenheid. Deze uitbreiding vindt eveneens plaats binnen het bestaand

Doorwerking projectgebied

(een deel van) de toekomstige woningbehoefte als aan de verbetering

stedelijk gebied en past daarmee binnen de gemeentelijke visie dat

Met het planvoornemen wordt het (vracht)verkeer efficiënter afgewik-

van de ruimtelijke kwaliteit.

nieuwe stedelijke ontwikkelingen, waaronder bedrijvigheid, dienen te

keld. Vrachtwagens kunnen hierdoor achterwaarts in- en voorwaarts uit-

worden gerealiseerd binnen de bestaande contouren. Het planvoorne-

rijden, waardoor onnodige verkeersbewegingen worden voorkomen. Dit

Stedelijke ontwikkeling, zoals woningbouw, bedrijvigheid en voorzienin-

men sluit dus aan bij de ambities uit de Omgevingsvisie Maasgouw

leidt tot een vlottere doorstroming van het verkeer, minder wachttijden

gen, vinden plaats binnen bestaand bebouwd gebied. Uitbreiding van

2040.

en vermindering van filevorming, wat zorgt voor een afname van uitstoot van CO₂ en andere schadelijke stoffen. Daarmee sluit het plan aan bij

kernen is niet nodig en daardoor niet meer aan de orde. Naast de nadruk om nieuwe initiatieven plaats te laten vinden binnen bestaand stedelijk gebied, sluit de omgevingsvisie verder aan bij regionale woonvisie en de toekomstverkenning. Hieruit blijkt dat de behoefte aan nieuwe woningen beperkt is, omdat het aantal huishoudens in Maasgouw na 2025 zal afnemen. Wel is er onderscheid te maken in doelgroepen. Door de vergrijzing is er een grotere behoefte aan woningen voor ouderen, die langer thuis blijven wonen. In de omgevingsvisie wordt eveneens koers verlegd van kwantiteit naar kwaliteit van de woon- en leefomgeving in Maasgouw. Daarvoor wordt de woningbouwopgave gecombineerd met genoemde basisprincipes; woningbouwontwikkelingen in de toekomst zijn duurzaam (levensloopbestendig), stimuleren een gezonde leefstijl en verbeteren de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Ook wordt ge-

3.5.2

RES: Regionale Energie Strategie Noord- en Midden Limburg

De Regionale Energie Strategie (RES) laat zien welke bijdrage de regio

de RES-doelstellingen voor energie- en klimaatbeleid en bij het streven naar een gezondere leefomgeving voor omwonenden.

Noord- en Midden Limburg levert aan het Klimaatakkoord. Hierin is afgesproken dat Nederland in 2030 49% minder CO₂ uitstoot dan in 1990,

Op de recent gerealiseerde bebouwing van de bedrijfslocatie Oudeweg

en in 2050 zelfs 95% minder. Deze regio bestaat uit vijftien gemeenten,

het gebruik van duurzame energie voor de betreffende bedrijfslocatie.

de provincie Limburg, waterschap Limburg en Enexis. De RES richt zich op: •

Energiebesparing

•

Opwek van duurzame elektriciteit uit zon en wind

•

Gebruik van duurzame warmte

•

Voordelen voor inwoners vergroten

80 zijn zonnepanelen aangelegd. Hiermee is een bijdrage geleverd aan

3.5.3 Conclusie De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de gemeente.

zocht naar koppelkansen, zoals woningbouw in cultureel erfgoed en het

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Keerlus Oudeweg Linne

17

4

Omgevingsaspecten in de fysieke leefomgeving

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 van de Omgevingswet. De ontwikkeling wordt als het ware getoetst aan de verschillende aspecten uit de fysieke leefomgeving. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is er een bredere kijk op de leefomgeving, onder meer vanuit het oogpunt van milieu, duurzaamheid en gezondheid. Op basis van het initiatief en de omgeving zijn de volgende omgevingsaspecten van belang: •

Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren

•

Geluid

•

Luchtkwaliteit

•

Lichthinder

•

Activiteiten en milieuzonering

•

Geur

•

Omgevingsveiligheid

•

Kabels en leidingen

•

Elektromagnetische straling

•

Gezondheid

•

Trilling

•

Natuur en landschap (incl. stikstof)

•

Bodem

•

Weging van het waterbelang

•

Archeologie, cultuurhistorie en landschap

•

Mer-beoordeling

4.1

Verkeersgeneratie, - afwikkeling en parkeren

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=25c5e15c-8a73-4b54-8f3e-5059a97bbad5