bijlage 3 ingekomen zienswijze gebundeld anoniem
Tekst van het document
Wei is er sprake van overstromingsrisico - voor meer toelichting rondom onder andere de engineering van de zonnepanelen constructie in verband met waterstroming en hoogte van waterstanden zie sectie 2.2.1 en bijiage no.l (overleg en berekeningen Rijkswaterstaat). Conclusie
Het initiatief Zonnepark Osen wordt niet belemmerd door bodem-aspecten. 4.4 Ecologie
In de bijiage is een QuickScan uitgevoerd door Otte Groen Advies in Januari 2021 opgenomen. In de volgende paragraaf worden de conclusies uit dit onderzoek samengevat om een duidelijk overzicht te geven.
19
4.4.1 Beschermde Soorten Flora Uit het onderzoek is gebleken dat er op het plangebied verschillende bomensoorten zijn aangetroffen: de zwarte els, Italiaanse populieren en gewone esdoorn. Verder zijn er struiken en bosjes aangetroffen: gewone es, zoete kers, wilg, gewone esdoorn, wilde kardinaalsmuts, rode kornoelje en gewone braam. Gemeente Maasgouw heeft een bomenbeleid en een bomenstructuurkaart waaruit blijkt dat geen van de aangetroffen flora op de planlocatie als beschermd or monumentaal wordt vastgesteld. Ook in de directe omgeving zijn er geen beschermde soorten aangetroffen.
Conclusie
Het voorgestelde zonnepark Osen tast geen beschermde flora aan in of rondom de planlocatie. Wei zijn er bomen en gewassen - deze staan aan de rand van het plangebied en worden dus niet omgekapt. Het doel is om de natuur omgeving te versterken en te behouden rondom de planlocatie zodat de burgers van gemeente Maasgouw en alle dierensoorten die er nu al wonen profijt hebben van de aanleg van zonnepark Osen. Zoogdieren Tijdens het onderzoek zijn er sporen rondom het plangebied aangetroffen van: bevers en konijnen. Verder is een rij bomen op de dijk aan de zuid kant van het plangebied aangewezen als geschikte habitat voor vieermuizen. Ook vogels zijn aangetroffen in het onderzoek. De bever bevindt zich grotendeels in en rondom het watergebied aan de noordkant van de planlocatie. Severs zijn in Nederland beschermd, hierdoor moet er op worden gelet dat de habitat niet verstoord wordt door het voorgenomen zonnepark ook tijdens de constructie hiervan. Door het onderzoek is geconstateerd dat er geen burcht op het plangebied is, en sporen zijn slechts aangetroffen aan de noordelijk rand in de bomenrand aan de oever. Dit gebied valt buiten de planlocatie en zal worden bijgehouden als habitat voor de bever.
Severs zijn gedurende enkele maanden in het jaar kwetsbaar, hierdoor zou er rekening moeten worden gehouden met de constructie ondanks dat er geen burcht op of in de directe omgeving van de planlocatie is geconstateerd.
Konijnensporen zijn aangetroffen, deze zijn in Nederland niet beschermd. De konijnensporen zijn gevonden op de dijk ten zuiden van de planlocatie, niet op de planlocatie zelf. Konijnen zijn in de duinen belangrijke grazers om het gebied bij te houden, dit is op de planlocatie niet het geval. Desalniettemin is genoteerd dat er konijnen in de omgeving wonen, deze worden echter niet door het voorgestelde zonnepark Osen in gevaar gebracht en hun habitat zal grotendeels niet aangetast worden.
Overige Soorten Ook de potentiele habitat van vieermuizen die geconstateerd is in de QuickScan zal niet worden aangetast in het plangebied - deze bevindt zich in de bomenrand aan de zuidkant van het plangebied op en vlak naast de dijk (deze zal behouden worden gedurende de 25 jaar termijn van het zonnepark). Setreffendevogels, zijn er geen broedgebieden of nestgebieden van beschermde soorten gevonden in de omgeving. Hierdoor kan worden geconstateerd dat er geen sprake is van verstoring van vogels in verband met de constructie van het zonnepark. Verder wordt geconcludeerd dat het gebied zich niet leent als habitat voor zwaarder beschermde soorten (reptielen, amfibieen, vissen etc.). Hierdoor zijn negatieve effecten op overige beschermde soorten op voorhand uitgesloten.
20
Conclusie Er bevinden zich bevers rondom het plangebied. Door het bijhouden van de bomenrand op de oevers en eventueel het planten van voor-bever-eetbare boomsoorten zal Zonnepark Osen de locatie des te meer geschikt maken voor het bewonen van bevers. Ondanks dat er geen burcht aangetroffen is op of in de directe omgeving van het plangebied zijn er meerdere sporen aan de noordoever geconstateerd. Om de beverpopulatie gezond te houden zal er rekening worden gehouden met de kwetsbare maanden tijdens de constructie. Door een samenstel van verschillende maatregelen zal Zonnepark Osen de beverpopulatie gunstig beinvioeden waardoor deze beschermde soort gezond in stand blijft.
Verder kan worden geconcludeerd dat er geen diersoorten (beschermd of niet beschermd) op en in de directe omgeving van de planlocatie aangetast worden. Dit is onder andere het geval vanwege het feit dat de bomenranden in stand worden gehouden, en indien nodig/toepasbaar zelfs aangevuld worden door de omgeving zo dier-en-plant-vriendelijk mogelijk in te richten. 4.4.2 Beschermde Gebieden
De planlocaties is door Natuurnetwerk Nederland (NNN) aangewezen als zilver-groen: Omvat de agrarische gebieden en natuurgebieden rondom de goudgroene natuur die van belang zijn voor het goed functioneren van de goudgroene zone'. Ten noordwesten ligt de goudgroene natuur en ten zuiden en oosten ligt de bronsgroene landschapszone.
Dit houdt in dat er geen onomkeerbare stedelijke ontwikkelingen dienen te komen. Een zonnepark heeft een levensduur van maximaal 25 jaar, dus kan niet worden vastgesteld als een onomkeerbare stedelijke ontwikkeling. Er zijn verder geen afwijkingen van het bestaande bestemmingsplan nodig en dus zijn er geen beperkingen rondom de bestemmingsovereenkomsten. Als laatste is het van belang om te vermelden dat zonnepark Osen actief zal bijdragen aan het behoud van het natuurgebied in de directe omgeving, door onder andere de wandelpaden te vernieuwen, en aanvullende voor bever eetbare bomen te planten (ook voor het afschermen van de planlocatie van de rest van de omgeving).
21
Conclusie
Door actieve bijdrage aan de natuur in de omgeving en het feit dat een zonnepark in overeenstemming is met de huidige bestemmingsplannen kan worden geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn voor realisatie van het voorgenomen zonnepark Osen vanuit het perspectief van beschermde gebieden. Het initiatief zal daarentegen de natuur in de directe omgeving verrijken door een actieve rol te spelen in het behoud, bescherming en uitbereiding van bomenranden en dieren habitatten.
4.5 Externe Veiligheid Zonneparken vallen niet onder aangewezen kwetsbare of beperkt kwetsbare gebieden, en is volgens het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) niet beoordeeld als een risicovolle inrichting. Bij zonneparken is er ook geen sprake van gevaarlijke stoffen of andere gevaren voor natuur en mens.
Conclusie
Er zijn geen belemmeringen voor het initiatief Zonnepark Osen op het gebied van externe veiligheid.
4.6 Geluid De Wet geluidhinder luidt dat er onderzoek moet worden uitgevoerd op de plaats van objecten die akoestisch gevoelig zijn indien er sprake is van ligging binnen een geluidzone van een weg, spoorweg of geluidgezoneerd industrieterrein. Een zonnepark veroorzaakt geen akoestisch geluidsoverlast, er hoeft dus geen nader onderzoek worden ondernomen.
Bij de aanleg van het zonnepark is er beperkt verkeersgeluid. Dit zal niet storend zijn voor de recreatie activiteiten die ten noorden van het plangebied plaatsvinden en ook niet voor de natuur habitatten in de omgeving. Conclusie Op het gebied van geluid bestaan er geen belemmeringen.
4.7 Geurhinder De Wet geurhinder veehouderijen is in 2007 in working getreden waarin agrarische bedrijven waar vee wordt gehouden een milieuvergunning nodig hebben. Echter geldt ook dat: een nieuw geurgevoelig object (of uitbereiding daarvan) aan deze wet dient te worden getoetst. Een zonnepark is geen geur-gevoelig object en veroorzaakt geen geurhinder. Nadere toetsing is dus niet aan de orde.
Conclusie
Er zijn geen belemmeringen op het gebied van geurhinder wat betreft het voorgestelde initiatief Zonnepark Osen.
22
4.8 Kabels en Leidingen Aan de oostzijde van de planlocatie ligt het perceel HEEOIC 04416G0000. Er is in een Klic aanvraag gebleken dat betreffend dit perceel er zakelijk recht is van NV Waterleidingmaatschappij Limburg. Ook lopen er over drie percelen aan de oostkant van de planlocatie het landelijke hoogspanningsnet. Zie hieronder de kaart betreffend het perceel HEEOIC 04416G0000:
Beide NV Waterleidingmaatschappij Limburg en Tennet zullen vanaf het begin betrokken worden bij het voorgestelde project. Hierdoor zorgen wij ervoor dat er uit deze hoek geen belemmeringen zullen zijn betreffend de voorgestelde plannen. Er is in eerdere projecten ervaring opgedaan met het bouwen van zonneparken onder hoogspanningsleidingen - dit heeft in het verleden geen belemmering opgebracht mits er vooroverleg en planning met de betreffende partijen heeft plaats gevonden.
Conclusie Er zijn geen belemmeringen betreffend kabels en leidingen op de percelen ter sprake voor het voorgestelde project.
23
4.9 Luchtkwaliteit De Wet milieubeheer omvat ook luchtkwaliteitseisen, waarbij bij ontwikkelingen de effecten op luchtkwaliteit inzichtelijk gemaakt moeten worden. Een zonnepark heeft gedurende de levensduur van 25 jaar geen aantoonbare uitstoot van CO2 of andere schadelijke stoffen. Er is vanuit dit perspectief dus geen element wat de luchtkwaliteit van de omgeving zou aantasten. Wei is er tijdens de bouw van het zonnepark sprake van vrachtwagentransport en personeel personenvervoer. Greenbuddies zorgt ervoor dat het materieel dat on-site gebruikt moeten worden voiledig elektrisch zijn - hierdoor komen er geen vuile stoffen de lucht in op dit gebied. Om de uitstoot van het vrachtwagen en personenvervoer goed vooraf te meten zorgen wij ervoor dat er een Aerius calculatie gedaan zal worden. Dit is nodig vanwege de omiiggende natuur zowel als de schaal van de bouw. Om het uitstoot niveau zo laag mogelijk te houden worden alleen de meest moderne, zuinige en zoveel mogelijk elektrische voertuigen worden ingezet. Conclusie
Vanuit het perspectief van luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen mits er tijdig een Aerius calculatie zal plaatsvinden.
4.10 Water Bij alle bouwprojecten, inclusief de constructie van zonneparken, moet het effect of grondwater, hemelwater en afvalwater in acht worden genomen. In de onderstaande sectie wordt kort ingegaan op de effecten van het voorgestelde project op duurzaam waterbeheer in de gemeente Maasgouw.
Beleid Er zijn verschillende beleidstukken die ter sprake komen op het gebied van duurzaam waterbeheer. Dit zijn onder anderen het Waterbeheerplan 2016-2021 (Waterschap Limburg), Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014, het Nationaal Waterplan, Nationaal Bestuursakkoord Water, WB21 en tot slot de Europese Kaderrichtlijn Water. Samen maken deze beleidstukken duidelijk dat water een ruimteclaim legt op het landschap, en is dus een sturend element in de ruimtelijke ordening. Er zijn twee categorieen die belangrijk zijn - beiden bevatten drie stappen die als cruciaal worden gezien: 1) 2)
Waterkwantiteit - Vasthouden, bergen, afvoeren. Waterkwaliteit - Voorkomen, scheiden, zuiveren.
Grondwater
Het voorgestelde zonnepark zal geen effect hebben op grondwater. Dit is het geval vanwege het feit dat er geen plannen zijn in verband met boorputten en diep graven. Ook is er geen sprake van vrijkomende stoffen bij het bouwen en opereren van een zonnepark, waardoor geen effect op de kwaliteit of kwantiteit van grondwater geconstateerd kan worden.
Hemelwater Waterschap Limburg beschouwd de bedekking van een stuk land met zonnepanelen als het verharden van het oppervlak, hierdoor zou er in principe sprake zijn van het verharden van het oppervlak door het voorgestelde zonnepark. De zonnepanelen worden echter op een draagstructuur geplaatst waardoor de grond onder de zonnepanelen onaangetast en dus onverhard blijft. Er is dus geen sprake van belemmering van afvoer van hemelwater door het voorgestelde project. Het hemelwater loopt af via de schuine panelen en zal - net als voordien - opgenomen worden door de grond. Ook blijven 24
paden voor onderhoud onverhard cq semi-verhard met gebroken puin en dus waterdoorlatend. Verdere maatregelen voor het plaatsen van hemelwater bergende voorzieningen is dus niet noodzakelijk. Afvalwater
Er is geen sprake van afvalwater bij de constructie of operatie van Zonnepark Osen. Conclusie Door de bovenstaande redenering kan worden geconstateerd dat er geen belemmeringen zijn uit het oogpunt van duurzaam waterbeheer. Geen enkel aspect van zowel grondwater als hemelwater wordt aangetast door Zonnepark Osen.
4.11 M.e.r. Beoordeling Een zonnepark valt niet onder de reikwijdte van Besluit milieueffectrapportage. Er is dus geen verplichting om een m.e.r. procedure doorte lopen, ook is een m.e.r. beoordeling niet noodzakelijk.
Conclusie
Bij de constructie en operatie van Zonnepark Osen komt een m.e.r. beoordeling niet van pas.
25
Hoofdstuk 5: Procedure en Uitvoerbaarheid
5.1 Procedure
Voor de constructie van een zonnepark is een omgevingsvergunning nodig - dit is vastgesteld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Hiervoor zal een concrete ruimtelijke onderbouwing voor nodig zijn. 123456-
Principeverzoek Aanvraag & ruimtelijke onderbouwing Zienswijzen Beslistermijn Aanvraag SDE++ Constructie
5.2 Maatschappelijke Uitvoerbaarheid 5.2.1 Vooroverleg
In het kader van een omgevingsvergunningprocedure dient er vooroverleg te worden gevoerd met belanghebbende instanties zoals het Rijk, de provincie, leidingbeheerders, Rijkswaterstaat enz. Wat betreft het voorgestelde Zonnepark Osen zijn de volgende instanties belanghebbende: Rijkswaterstaat Gemeente Maasgouw Tennet (er bevinden zich op verschillende betreffende percelen elektriciteitskabels)
Provincie Limburg N.V. Waterleidingen Midden Limburg
Limburg Landschap (vanwege het feit dat het voorgestelde initiatief graag wil meewerken aan het behoud en de uitbereiding van het natuurgebied ten noorden van de planlocatie) Omwonende burgers Duurzaam Maasgouw
Verschillende overleggen zijn al gestart, waaronder overleg met Rijkswaterstaat (zie Bijiage no.l), de gemeente Maasgouw en de energie cooperatie Duurzaam Maasgouw. Hieruit wordt geconstateerd dat er vanuit alle kanten interesse is voor het voortzetten van dit initiatief.
Het geplande zonnepark ligt niet in direct zicht van omwonenden in de gemeente Maasgouw. Desalniettemin, om zo veel mogelijk lokaal draagviak te creeren komt er een uitgebreid buurtoverleg, waarin het gehele plan zal worden gepresenteerd om zo transparant mogelijk te zijn. In dit overleg, samen met verdere gesprekken met Provincie Limburg, Gemeente Maasgouw en Limburg Landschap, worden initiatieven voorgesteld voor de verbetering van de omgeving. Onder andere komen plannen voor het uitbreiden van een wandelpad door het natuur/recreatie gebied ten noorden van de planlocatie ter sprake - hierin wordt bijvoorbeeld de mogelijkheid van een bruggetje voor betere toegang tot het gebied voor hondenwandelaars enz. Zie onderstaande kaart voor een eventuele locatie voor het bruggetje.
26
5.2.2 Zienswijzen Conform het ontwerpbesluit tot verleningvan deomgevingsvergunning zal (conform art.3.8 in de Wet ruimtelijke ordening) het initiatief gedurende zes weken ter inzage worden gelegd. Gedurende deze periode kan ieder individueel een zienswijze indienden.
5.3 Economische Uitvoerbaarheid
De kosten voor de uitvoering zijn voor rekening van Greenbuddies. De kosten voor het opstellen van de ruimtelijke onderbouwing en de verdere procedure zijn eveneens voor rekening van Greenbuddies.
De initiatiefnemer heeft de te verwachten kosten en inkomsten verwerkt in een businesscase, en deze is positief. Voor de realisatie van een zonnepark is in Nederland ondersteuning met subsidie (SDE++) noodzakelijk. Deze subsidie kan worden aangevraagd nadat de Wabo-vergunning is verleend. De financiering is vooraf al geregeld, dus als de SDE++-subsidie wordt toegekend is het ook zeker dat het zonnepark er gaat komen. Financiering zonnepark Greenbuddies werkt samen met KGal, een Duitse investeerder om de financiering voor haar projecten rond te krijgen. Het fonds van KGal wordt onder andere gesteund door Nederlandse pensioenfondsen. KGal zorgt samen met Greenbuddies voor het benodigde eigen vermogen. De rest van het benodigde geld wordt geleend bij een 'groene' bank (zoals Triodos Bank). Dankzij het feit dat Greenbuddies al meerdere parken heeft gefinancierd in Europa, is het krijgen van een lening voor volgende projecten zoals het zonnepark Osen vrij eenvoudig.
De financiering wordt in ISjaar afgelost. De inkomsten om datte kunnen doen bestaan uit de verkoop van elektriciteit aan een energiemaatschappij (tegen een vast tarief voor 15 jaar), en de SDE-subsidie (eveneens een vast tarief voor 15 jaar). Doordat de hoeveelheid zon in Nederland al tientallen jaren wordt gemeten, en de gebruikte panelen een constante kwaliteit en opbrengstgaranties hebben, is vooraf nauwkeurig in te schatten hoeveel energie er per jaar gemiddeld wordt opgewekt. Op die manier is er geen twijfel dat de financiering altijd kan worden afgelost.
27
Heel - gemeente Noasgouw LABELTIEN THIN a LANOSCHAP
COLOFON
Door:
LabelTIEN
Bosrandweg la
7722 KB Dalfsen Telefoonnummer
06 555 72 233
info@labeltien.nl
Internet
www.labeltien.nl
Project
01.053.21
Auteur
ing. L. Grote Gansey - landschapsontwerper
Datum laatst gewijzigd
24 januari 2021
Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of LabelTIEN
2
INHOUD
1.
Introductie
5
1.1.
Opgave
5
1.2.
Uitgangspunten
5
2.
Vigerend beleid
6
2.1.
Rijksbeleid
6
2.2.
Provinciaal beleid
6
2.3.
Gemeentelijk beleid
8
3.
Visie
12
3.1.
Identiteit van het verleden
12
3.2.
Landschappelijke opbouw
15
3.3.
Visie
16
3
ara?' -M
KF ff
aF.a
L r/«®
afbeelding 1. Topografische ligging zonnepark contour zonnepark (rood)
4
1. INTRODUCTIE 1.1. Opgave Greenbuddies is voornemens een zonnepark te realiseren in het buitengebied ten zuiden
van Heel - gemeente Maasgouw. Het zonnepark bestaat uit een veldopstelling van zonnepanelen met bijbehorende infrastructuur. Hiermee kan een bijdrage worden geleverd
aan de duurzaamheidsdoelstellingenvan gemeente Maasgouw. Momenteel wordt het
ontwikkelingsplan verder uitgewerkt. Onderdeel van de benodigde bescheiden vormt het landschappelijke inventarisatie en visie. LabelTIEN staat met uitgebreide kennis van actueel beleid en het landschap, waarin het
zonnepark is gelegen, opdrachtgevers bij met een landschappelijke inpassing. Per definitie wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit. Hierbij wordt advies gegeven, passend bij het landschap en passend binnen het beleid van gemeente en provincie. LabelTIEN varieert in
het geven van aanwijzingen ten aanzien van de uitstraling van het zonnepark. tot ruimtelijke
inpassing, ontywerp en beplantingsplan van een zonnepark. De kenmerken van het omiiggende landschap vormt de inspiratie voor de visie en/of inpassing van een zonnepark. Hierbij
gaat het om een eigentijdse invulling, passend bij nieuwe functies, rekening houdend met oorspronkelijke cultuurhistorische waarden.
1.2. Uitgangspunten Dit plan bestaat uit een plankaart van het landschap. Er wordt duidelijk gemaakt waar
en hoe investeringen in het landschap vorm krijgen en hoe de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd na inpassing. Middels een korte onderbouwing op basis van een analyse van het
landschap, het toetsen van beleid en het analyseren van de streekeigen kenmerken worden handvaten gepresenteerd die fungeren als leidraad voor een inpassingsplan. De visie zou moeten aansluiten op het beleid en de streekeigen kenmerken van het landschap.
5
2.VIGEREND BELEID 2.1. Rijksbeleid
Dit is onderverdeeld in een drietal hoofdopgaven;
1.
Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving;
De minister van Infrastructuur en Ruimte heeft de Structuurvisie
2.
Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie;
Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De visie stelt het
3.
Klimaatadaptatie en energietransitie.
(integrale) kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau in Nederland. In de nota staat dat de verstedelijkings- en
Energie
landschapsbeleid wordt overgelaten aan gemeenten en provincies.
De energietransitie is van economisch belang door de afnemende beschikbaarheid van fossiele brandstoffen en de afhankelijkheid van Internationale energieleveranciers. Energiebesparing, de toelevering van duurzaam opgewekte
2.2. Provinciaal beleid
energie, gebruik van secundaire grondstoffen en het benutten van de restwarmte zijn onderdelen van de aanpak.
2.2.1. Provinciaal Omgevingsvisie Limburg
Het plangebied ligt in het 'uitsluitingsgebied geothermie en windturbines'
Uitdagingen op het gebied van gezondheid en veiligheid,
veranderingen in de samenleving als gevolg van demografische ontwikkelingen en individualisering, de relatie tussen overheid en
Paiihc'’!
samenleving, ontwikkelingen met betrekking tot het klimaat, de aanstaande energietransitie, een landbouwtransitie, digitalisering en
de circulaire economie. Dat zijn de vraagstukken waar Limburg voor staat. In de Omgevingsvisie Limburg laat de provincie Limburg zien
welke richting ze willen geven aan toekomstbestendige ontwikkelingen en hoe ze daarbij steeds de balans zoeken tussen het beschermen en
benutten van de fysieke leefomgeving. Veranderingen in de demografie en het klimaat, trends als
individualisering en globalisering, maar ook technologische innovaties maken dat de Limburgse samenleving, de fysieke leefomgeving
en de economic de komende decennia blijven veranderen. Ook
grote transities zullen leiden tot grote veranderingen van de fysieke leefomgeving. Bovengenoemde trends en ontwikkelingen bieden onze
provincie kansen maar stelt de provincie ook voor diverse uitdagingen.
afbeelding 2. Uitsnede kaartbeeld Energie bron: provincie Noord-Brabant
6
Voor de ruimtelijke inpassing van zonne-energie hanteert de provincie de Limburgse zonneladder. Het gaat zowel om de juiste locatie als om de juiste ruimtelijke inpassing van die
locatie. De zonneladder is als voIgt:
De Limburgse Zonneladder
afbeelding 4. Uitsnede kaartbeeld 'Water - Rivier - beekdalen' bron: provincie Noord-Brabant
afbeelding 3. De Limburgse Zonneladder bron: provincie Noord-Brabant
Natuur en landschap Voor het behouden en herstellen van natuur en biodiversiteit is ruimte en robuustheid
Water - Rivier- en beekdalen
De Maas en omiiggende gebieden hebben functies als recreatiegebied, als vervoerscorridor, als bron voor drinkwater en als verbindingszone voor flora en fauna. Bij de ruimtelijke
inrichting dient men rekening te houden met het veranderde weer, met droogte en met
wateroverlast. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt gekeken naar de gevolgen hiervan op droogte
en wateroverlast en het watersysteem.
nodig. Daarmee concurreert natuur met de toenemende ruimtevraag vanuit andere functies zoals landbouw, wonen, energieopwekking, economic en recreatie. De meeste Limburgse
natuurgebieden, waaronder de Natura 2000-gebieden, vormen samen het Natuurnetwerk Limburg - het Limburgse deel van het Natuurnetwerk Nederland. Binnen het landelijk
gebied onderscheiden we daarnaast de groenblauwe mantel en het buitengebied. Voor het behoud van de kwaliteiten in het Natuurnetwerk Limburg en vooral de daartoe behorende
Natura 2000-gebieden, is het van belang dat de abiotiekop orde wordt gebracht. Dat kan Het landschap ligt in het landelijk gebied - groenblauwe mantel en Maasdal.
door inrichting en beheer binnen de natuurgebieden, het voldoende robuust maken van het Natuurnetwerk Limburg en door goede overgangen naar de omiiggende gebieden.
De focus ligt daarbij op Limburgs meest bijzondere landschappen; de groenblauwe mantel inclusief het Maasdal, de verbrede Nationale Parken De Meinweg, De Maasduinen en
De Groote Peel en het Nationaal Landschap Zuid-Limburg inclusief de stad-landzones.
7
De groenblauwe mantel in de hele provincie omvat het Maasdal, de landschappelijk
2.3. Cemeentelijk beleid
waardevolle beekdalen, hellingen en zones rond en tussen bestaande natuurgebieden met
de daarin aanwezige landbouwgebieden, monumenten, kleinschalige cultuurhistorische landschapselementen, waterlopen, archeologische vindplaatsen.
2.3.1 Structuurvisie Maasgouw 2030 - de Wereld van de Maasplassen De structuurvisie is in essentie een ruimtelijk plan, maar geeft ook de samenhang met
economisch, ecologisch of sociaal-maatschappelijk beleid aan. De structuurvisie schetst het
beeld van hoe Maasgouw er op lange termijn, in 2030, uitziet. Dit toekomstbeeld wordt in de
huidige situatie door de huidige samenleving bepaald. Het duurzaam ruimtelijk structuurbeeld komt tot stand vanuit het streven naar een duurzame
ruimtelijke kwaliteit bij elke gebiedsontwikkeling. De achtergrond van de duurzame, ruimtelijke hoofdstructuur is te zorgen voor een hoogwaardige, ruimtelijke kwaliteit. Landschappelijke
stabiliteit, milieukwaliteit en het watersysteem zijn kernbegrippen. Hierin worden essentiele aspecten van de bodem (geomorfologie, cultuurhistorie, watersysteem, biotisch milieu en
landschap) in beeld gebracht. Aan de duurzame groene en blauwe structuur van de gemeente Maasgouw liggen de volgende
doelen ten grondslag: Verwezenlijking van de nationale doelen ten aanzien van het bieden van ruimte voor de rivier; Waar mogelijk herstel van de beeklopen en de bergingscapaciteit op de Maasterrassen;
Bevorderen duurzaam watergebruik;
Behoud en versterking van de regionale ecologische hoofdstructuur; afbeeldingS. Uitsnede kaartbeeld 'Natuur' bron: provincie Noord-Brabant
5.
Optimalisering van de regionale ecologische hoofdstructuur.
Het plangebied ligt in de zone 'Bosrijk'. Het plangebied grenst aan de goudgroene natuurzone. Blauwe visie: De plassen met een open verbinding tot de Maas vervullen een belangrijke
functie voor de berging van hoogwater van de Maas. Dit geldt ook voor het gebied langs het Lateraalkanaal. Teneinde de bergingscapaciteit te vergroten, wordt hier op termijn verlaging
van het pell van het maaiveld voorgestaan. Op de Maasterrassen vindt, waar mogelijk, het
herstel van de oorspronkelijke beken plaats. De beken en groeven worden daarbij weer watervoerend. Natuur en landschapsontwikkeling: Behoud van waardevolle natuurgebieden en landschappen. Versterking van de ecologische samenhang tussen deze gebieden door aanleg
van ecologische verbindingszones en renaturering beeklopen. Verhoging van de attractiviteit (belevingswaarde) van de gegraven plassen in het gebied.
8
Voorts wordt aandacht besteed aan: • Verbeteren landschappelijke inpassing van grootschalige bedrijfsiocaties. Versterking van ruimtelijke en functionele relatie tussen de kernen en het Maasterras langs het Lateraalkanaal, waarbij in de oostrand van vooral Beegden en Heel een
dragende ecologische structuurlijn wordt ontwikkeld. Versterking van ruimtelijke en functionele relatie tot de landschappelijke omgeving van de
kernen, waarbij een groene invulling van deze randen een van de doelen is. Behoud van de landschappelijke openheid tussen Horn en Beegden, tussen Beegden en
Heel. Behoud waardevolle natuurgebieden en landschap.
Historie: Behoud en versterken van de cultuurhistorische waarden in de kernen Beegden,
Heel en Panheel, evenals van samenhang van deze historische kerngebieden met de directe landschappelijke omgeving.
bron: gemeente Maasgouw
afbeelding 7. Streefbeeld zone Bosrijk bron: gemeente Maasgouw
9
2.3.2 Intergemeentelijke structuurvisie Maasplassen 2030
Ontwikkel het Maasplassengebied tot een boslandschap
Door de klimaatverandering zal de Maas in de toekomst waarschijniijk grotere hoeveelheden
Bos, bomen en natuurlijke begroeiingen bepalen in toenemende mate het landschapsbeeld
water afvoeren dan nu het geval is Dit gebeurt zowel door de rivier meer ruimte te geven, als
van het Maasplassengebied. Binnen natuurgebieden hangt dit samen met de spontane
door de aanleg van kades op de plaatsen waar andere maatregelen niet uitvoerbaar zijn.
ontwikkelingen die hier weer kunnen plaatsvinden. Ooibos is in staat zich eenvoudig op eigen kracht te vestigen en groeit in relatief korte tijd uit tot een volwassen bos. Ook buiten
Aan de ontwikkeling van het blauwgroene raamwerk voor de Maasplassen ligt een negental
natuurgebieden neemt het aandeel opgaande begroeiing de laatste decennia toe, onder
ontwerpprincipes ten grondslag. Deze ontwerpprincipes formuleren, richbnggevende
andere als oeverbegroeiing rond de plassen, als beplanting langs infrastructuur en als
uitspraken voor de toekomstige ontwikkeling van de natuur in het Maasplassengebied.
landschappelijke beplanting rond recreabevoorzieningen en woningen. Rond de Plassenmaas is in zekere zin sprake van een transformatie van een open agrarisch stroomdal naar een
De negental ontwerpprincipes zijn:
waterrijk boslandschap. Zet deze ontwikkeling door en zet daarbij in op de ontwikkeling van
•
Rivierdynamiek als leidende kracht
natuurlijke hard- en zachthoutooibossen. Dit ontwerpprincipe kiest er voor om het Maasdal
•
Ontwikkel het Maasplassengebied tot een boslandschap
rond de Maasplassen doelgericht te ontwikkelen tot een natuurlijk rivierboslandschap.
•
Ontwikkel Maasplassen tot levende meren
•
Versterk de terrasranden
Voor het plangebied geldt: Weerdverlaging, beheeraanpassing retentiegebied en
•
Benut kwelstromen waar mogelijk
retentiegebied Lateraalkanaal west.
•
Ontwikkel drie robuuste natuurkernen
•
Natuurlijk zoneren
2.3.3 Zorgplan Natuur en Landschap Maasgouw mooier
•
Koester onvergraven en onbebouwde delen
De gemeente Maasgouw heeft een bijzonder buitengebied. Kenmerkend is de Maas met de
•
Versterk de ecologische netwerken
Maasplassen, maar ook de Beegderheide, de cultuurhistorisch waardevolle Linnerweerd, de historische dorpskernen en het agrarische cultuurlandschap. Dit afwisselende landschap is de onmisbare basis van economische activiteiten als landbouw, bosbouw, recreatie en toerisme. Bij de instandhouding van een kwalitatief hoogwaardig cultuurlandschap staan identiteit
en duurzaamheid centraal. Met de identiteit worden de kenmerkende abiotische, biotische en culturele eigenschappen van een landschap bedoeld die een bepaald gebied van andere gebieden onderscheidt en de betrokkenheid van mensen bij dat gebied. Bij duurzaamheid draait het om het in balans brengen en doorgeven van waarden als volksgezondheid en
welbevinden met de intrinsieke ecologische waarden (de planten, dieren en ecosystemen). Maasgouw Mooier dient als basis voor de beoogde projectmatige samenwerking tussen de gemeente Maasgouw en de stichting IKL voor een periode van tien jaar waardoor een
bijdrage wordt geleverd aan het verbeteren van de kwaliteit van natuur en landschap in het buitengebied.
De Maas en de hiermee verbonden Maasplassen zijn zeer kenmerkend. Door de grindwinning is een specifiek cultuurlandschap ontstaan. Een groot deel rondom Heel - Beegden bestaat uit water. Alleen het Maasdal wordt gekenmerkt door agrarisch gebied en bos. In het zuiden
liggen enkele ontgrindingsplassen als Polderveld, De Slaag en de Sint Anna's Beemd. De
afbeelding 8. Uitsnede verbeelding intergemeentelijke structuurvisie bron: gemeente Maasgouw
10
eerste twee plassen staan in verbinding met de Maas.
2.3.4 Groenvisie Maasgouw 2030
De Sint Anna's Beemd ligt geisoleerd. In deze plas
De Groenvisie Maasgouw 2030 streeft naar een samenhangend groen netwerk dat bijdraagt aan een aantrekkelijke en duurzame
komen plaatselijk voedselrijke moerasvegetaties in
woon- en leefomgeving voor de inwoners, ondernemers en bezoekers met kansen voor flora en fauna. Met een integraal afgewogen
de oeverzones tot ontwikkeling. Op eilandjes in de
groenvisie worden tijdig onderbouwde keuzes gemaakt voor ruimtelijke ontwikkelingen, inrichting en beheer van de openbare ruimte.
plas groeien wilgenstruwelen. In de watervegetatie
zijn ondermeeraarvederkruid, fijne waterranonkel en
Het buitengebied
diverse soorten fonteinkruiden aanwezig. Door de
Het buitengebied van gemeente Maasgouw bestaat voor een groot deel uit water. De Maas, kanalen, beken en maasplassen die
beschutte ligging van de Sint Anna's Beemd is deze
ontstaan zijn door grootschalige grindwinning in de 20e eeuw. De aaneengesloten Maasplassen hebben tegenwoordig voornamelijk
van grote betekenis voor pleisterende watervogels.
een recreatieve functie. Langs de plassen liggen diverse horecagelegenheden, jachthavens, dagstranden en campings. Maar ook
Naast kuif- en tafeleenden zijn er's winters regelmatig
natuurontwikkeling, waterwingebied en drinkwatervoorziening zijn bestemmingen voor de plassen. Direct aan de plassen zijn op
nonnetjes, brilduikers en grote zaagbekken aan te
veel plekken recreatieparken gevestigd wat een groot deel van het buitengebied inneemt. Samenhangend met het waterrijke gebied
treffen. Het Polderveld is eveneens een belangrijk
behoren dijken als belangrijke elementen in het landschap.
broed- en overwinteringsgebied voor moeras- en watervogels. Vanwege de hoge recreatiedruk geldt dit
Door de grindwinning is veel van de oorspronkelijke verkaveling en landschap verloren gegaan. Ten noorden van Linne, bij Ohe en
niet voor de Slaag.
Laak en rondom Thorn is het landschap nog wel redelijk intact. Het landschap bestaat uit akkers en weilanden waar af en toe beken doorheen stromen. Op de hogere gronden akkers en de nattere lager gelegen gebieden bestaan uit weilanden. Karakteristieke
Vanuit cultuurhistorisch oogpunt is het gebied
elementen in het buitengebied zijn boomgaarden, solitaire lindes met kruisbeelden, steilrandjes en singels voor geriefhout en hagen.
grotendeels verstoord. Door moderne bebouwing, uitbreidingsgebieden en grootschalige ontgrondingen
Verbeterpunten buitengebied
is het oude landschap voiledig op de schop genomen.
1.
Het buitengebied is niet overal goed toegankelijk. Door het netwerk van goede
Het plangebied zelf is volledig ontgrind.
wandelroutes te vergroten, waaronder ook buiten de gemeente, ontstaat een
Het relatief open gebied tussen het lateraal kanaal
en de bebouwing van Heel kent zeer veel sporen van
sterk netwerk. Het buitengebied wordt
Maasactiviteiten. Oude geulen en steilranden sieren
vaak beleefd aan de dorpsranden. Vanuit
het gebied. Door gericht onderhoud aan en versterking
de dorpsranden routes ontwikkelen en
van de beplanting op de steilranden worden ze beter
maatregelen toepassen waarbij enerzijds
zichtbaar in het landschap. Eventueel kan meer
de dorpsmantel beter landschappelijk
aandacht voor dit gebied gevraagd worden door een
inpast wordt en anderzijds de
'ommetje'.
beleefbaarheid vergroot.
1.
Landschappelijke identiteit is vervaagd.
Versterken landschappelijke karakteristiek door aanleggen en onderhouden van
landschapselementen (in combinatie met verbeterpunt 1.)
3.
Recreatiegebieden landschappelijk
inpassen
••••••
3.VISIE 3.1. Identiteit van het verleden
Historie Het landschap is zeer dynamisch door de vele (ruimtelijke) ontwikkelingen die in het gebied plaatsvinden. Deze aanpassing
Ontgrindingen hebben bun stempel gedrukt op het
hangt samen met de veranderende betekenis die aan het landschap wordt toegekend. Werd tot in de jaren na de Tweede
plangebied, het buitengebied van Heel en het omiiggend
Wereldoorlog het landschap met name als agrarisch productiegebied gezien, nu wordt het landschap in toenemende mate
landschap. De maatregelen die nodig zijn om Heel te
beschouwd als uitloopgebied voor de stedeling, als cultuurhistorisch erfgoed, leefgebied voor flora en fauna.
beschermen tegen extreem hoge waterstanden van de Maas,
beinvioeden het landschap.
Tot op heden leggen grootschalige ontwikkelingen zoals nieuwe industrieterreinen en woonwijken hun claim op het landschap. Ook door ruilverkaveling neemt de verscheidenheid in maatvoering van het landschap af.
Het landschap rondom de Maas met haar Maasplaasen is relatief jong: het is in z'n huidige vorm grotendeels ontstaan
De vele ruimtelijke ontwikkelingen hebben bijgedragen dat de huidige structuur ingrijpend is gewijzigd. De functie, het
in de laatste 60 jaar. Daarvoor bestond het grotendeels uit
agrarisch landgebruik, is daarentegen nauwelijks aan invioed onderhevig geweest. Eind jaren '60 is het gebied ingrijpend
agrarisch cultuurlandschap, doornseden door natuurlijke
gewijzigd. Ben is omstreeks die tijd begonnen met de ontgrinding van het plangebied en daarmee de ontwikkeling van de
elementen, zoals beken en oude rivierlopen.
Maasplassen. Onderstaande afbeeldingen geven in tijd de ruimtelijke ontwikkelingen neer.
Door de vraag naar grind en zand zijn rondom Heel een
groot aantal grindplassen ontstaan en is de druk van de
agrarische productie op veel plaatsen is weggevallen. Dit heeft geresulteerd dat de recreatie zich goed heeft ontwikkeld
dankzij de grote hoeveelheid open water rondom Heel. Samenhangend met het waterrijke gebied behoren dijken
en terrassen als belangrijke elementen in het landschap. Karakteristleke elementen in het buitengebied zijn boomgaarden, solitaire lindes met kruisbeelden, steilrandjes
Belongriikste ruimtelijke kenmerken:
en singels voor geriefhout en hagen.
Het plangebied behoort tot het ontgrindingslandschap
behorend bij de Maas en Maasplassen; Terrassen en dijken vormen samen met de Maas het
landschap.
12
J
M \ *■<1 u
It
•*1
afbeelding 10. Plangebied en omgeving rond 1950
zs
afbeelding 11. Plangebied en omgeving rond 1975
afbeelding 12. Plangebied en omgeving anno nu
3.2. Landschappelijke opbouw
afbeelding 9. Landschap
afbeelding 10. Zichtbaarheid
afbeelding 11. AHN
Landschap
Zichtbaarheid
AHN
Het plangebied wordt omgeven door water, met ten noorden
De zichtbaarheid van het zonnepark wordt voor een
Ten zuiden ligt een dijk ongeveer 2 meter hoger dan haar
de Slaag, de Poldervelden en Sint Annabeemden. Ten zuiden
belangrijk deel bepaald door de ligging van de openbare weg
omgeving. Het plangebied kent een gemiddelde hoogte van
ligt de Maas met aangrenzend de Clauscentrale.
en water. Over het algemeen geldt dat het gehele plangebied
21,86+NAP.
zichtbaar is vanaf het water en het recreatief network op de
Het landschap is ingrijpend gewijzigd in de afgelopen 60
zuidelijk gelegen dijk en het noordelijk gelegen struinpad,
jaar. De sporen van ontgrindingen zijn hede ten dage goed
waar ook enkele aanlegplekken voor boten is gerealiseerd.
zichtbaar in het landschap.
De aanwezige bosschages beperken enigzins het beeld op het
plangebied. Buiten Limburg zijn in Nederland geen rivierterrassen terug
te vinden. In de door geologische krachten langzaam maar
zeker omhoog gestuwde aarde heeft de Maas in Limburg een landschap van rivierterrassen uitgesneden. Een deel van een
rivierterras is terug te vinden aan de rand van Heel.
14
3.3. Visle In het voorgaande hoofdstuk zijn de randvoorwaarden vanuit het overheidsbeleid in
Ontwikkel het landschap:
beeld gebracht. Vanuit de analyse en ontstaansgeschiedenis van het plangebied worden de gebiedswensen weergegeven. Het beleidskader en de gebiedswensen samen leveren
Inrichb'ngselementen
Ten aanzien van de inrichtingselementen, hekwerken en infrastructuren is het
een ambitierichting voor het plangebied. In de visie worden deze elementen verbeeld en
kleurgebruik ingetogen en sober, materiaalgebruik is afgestemd op, maar altijd
verwoord.
ondergeschikt aan de omgeving; Hekwerk en poorten dienen zoveel mogelijk vrij te blijven van borden;
De ambitie is verwerkt in een set van aanbevelingen voor de ontwikkelingsvisie.
Onderzoek of er mogelijkheden bestaan om (deels) geen hekwerk te plaatsen en de
functie overgenomen kan worden door aanwezige landschappelijke elementen.
Algemeen: •
Draag bij aan een goede overgang naar het omiiggende landschap;
•
Het zonnepark dient bij voorkeur uitgevoerd moeten worden als een aaneengesloten ontwikkeling. Hierdoor blijft het herkenbaar als een grootschalig project voor duurzame
Landschap
energie. Meerdere kleine veldjes zou de uitstraling van wildgroei en verrommeling van het
•
ontgrindingslandschap;
gebied met zich meebrengen. • Behoud en versterk bestaande karakteristieken/kwaliteiten van het
•
Versterk kwaliteiten die bijdragen aan de (bio)diversiteit;
Pas gebiedseigen (erf)beplanting toe passend bij het landschap, de kernkwaliteit
respecteren;
ontgrindingslandschap; •
De aanwezige landschappelijke (kenmerkende) elementen is het uitgangspunt voor de inrichting;
Bestaande waarden:
•
Versterken en eventueel aanvullen van bestaande karakteristieken/kwaliteiten van het
•
Ontwikkel nieuwe natuurwaarden met gebiedseigen natuurdoeltypen, het habitat al dan
•
Behoud van de overheersende verkavelingsrichting, de hoogteverschillen/lijnen;
niet vergroten van de gebiedseigen natuurdoeltypen. Uitgangspunt vormt de quickscan
•
Integreer bestaande natuurwaarden in het plan met gebiedseigen natuurdoeltypen;
flora en fauna;
•
Behoud de iconen in en rondom het plangebied;
•
Bestaande maaiveldhoogtes blijven gerespecteerd;
•
Behoud van het functionerende watersysteem.
•
Onderzoek of kansen bestaat tot lokale natuurontwikkeling in het plangebied waar een grondgebonden zonnepark niet wenselijk is.;
•
Randen van het park en tussen de panelen inzaaien met een lokaal passende
bloemzadenmengsel, akkermengsel;
•
Onderzoek of er mogelijkheden bestaan voor uitbreiding recreatieve functie;
•
Onderzoek of een combinatie van functies mogelijk is. Te denken valt aan agrarische en/of
recreatieve functies. Creeer mogelijkheden voor combinatiegebruik/dubbele functie.
15
Sch^
’’’^'Kt..
Schaal van het landschap
Door de ontwikkeling van het zonnepark blijft de waterafvoer op en rondom het park intact.
Uitgangspunt bij de inpassing van het grondgebonden zonnepark is dat het bestaande
Op het zonnepark zelf wordt het hemelwater zo lang mogelijk vastgehouden. Onder en
(omiiggende) landschap wordt gerespectcerd. Dit houdt in dat de bestaande kwalitatieve
tussen de panelenzal een variatie aan drogere en nattere delen ontstaan. Dit microgradient is
structuren zoveel mogelijk wordt behouden al dan niet versterkt, zodat de maat van het
interessant voor verschiilende soorten flora en fauna. Daarmee draagt het vasthouden van het
landschap beleefbaar blijft. Een ander voordeel is dat het gebied in de toekomst weer
water ook bij aan de biodiversiteit.
makkelijk kan worden teruggegeven aan de landbouw.
Beplanting
Het zonnepark ligt in een ontgindingslandschap. Dijkiichamen en functionaliteit is een kwaliteit
Uitgangspunt bij de inpassing van het grondgebonden zonnepark is dat er rekening wordt
van dit landschapstype. Daar moet de ontwikkeling van het zonnepark bij aansluiten.
gehouden met de beperking van de zichtbaarheid vanuit de omgeving, soorten die passen in
de omgeving (inheemse soorten) en dat deze soorten bijdragen aan de biodiversiteit. Schaal van de omgeving Begrenzing
Er wordt een beschutte leefomgeving gevormd door de ontwikkeling van de houtsingel
De begrenzing van de panelenvelden komt voort uit een aantal randvoorwaarden. Zo wordt
en struwelen. Dit in te planten vlak bestaat voornamelijk uit bes- en doorndragende
als gevolg van schaduwwerking van de aangrenzende, al dan niet te ontwikkelen, boom- en
inheemse heestersoorten met enkele boomsoorten, die voedsel en bescherming bieden aan
groenstructuren op afstand tot de panelen aangehouden. Het panelenveld wordt afgesloten
vogels. Daarnaast zijn deze soorten een toegevoegde waarde als waardplant voor enkele
door een transparant hekwerk met deels (onder)begroeiing voor een natuurlijke uitstraling.
vlindersoorten en omwille de bloeiperiode een belangrijke drachtplant voor wilde bijen.
Om het zonnepark aan het zicht te ontnemen, wordt langs het struinpad een zone met
Kruidenmengsel
transparante bosschage aangeplant. Deze sluit aan bij de reeds bestaande bosschages langs
Over het gehele park is ruimte voor het vergroten van de biodiversiteit. Dit geeft een prachtig
het water. Ten noorden wordt een ruime zone vrijgehouden waar een extensief beheerd
impuls om het plangebied op deze locaties te ontwikkelen met een duurzame soortenrijkdom.
kruidenrijk grasland met enkele ruigteplekken ontwikkelt dient te worden. Dit heeft een hoge
Dit wordt bewerkstelligt door een bloemenmengsel. Dit mengsel heeft een ingetogen karakter
meerwaarde in de biodiversiteit en sluit aan op de extensief kruidenrijk mengsels op het
en is zeer aantrekkelijk voor bijen, vlinders en vogels.
zonnepark.
Recreatie Panelen
Ten noorden van het plangebied ligt een struinpad. Dit struinpad buigt bij de
De panelen reageren op de ligging van de waterplassen. Hiervoor zullen de panelen zo
bootaanlegplaatsen in de Slaag af richting het grondlichaam. Onderzocht moet worden of het
vloeiend mogelijk op elkaar aansluiten, waardoor er geen sprake is van kartelranden of/en
doortrekken van dit struinpad richting de landtong en verbinding met Pol mogelijk is, met als
onregelmatige vorm van het zonnepark. Er ontstaat een ruimte tussen de panelenrijen die als
resultante een prachtige doorgaande wandelroute.
zichtlijn zeer waardevol is. Vanaf het grondlichaam naar de ontgrindingsplas De Slaag kan men
door de panelen been kijken. De achterzijde van de panelen worden enerzijds afgeschermd door een reeds te ontwikkelen
Door ruimte to geven oon notuurontwikkelir^g
houtsingel of voedselbos. Fauna
De bestaande houtstructuren bevat een rijke flora en fauna. Vogels vinden hun habitat. Ze
wonen er het jaar rond, zoals de winterkoning, roodborst, mezen, goudvinken, geelgorzen
levert het zonnepork een bredere bijdroge oon
een duurzoom londschop.
en merels. Deze houtstructuur wordt met name aan de noordzijde richting de landtong uitgebreid.
17
LABELTIEN TUIN & LANDSCHAP
18
Quickscan flora en fauna Limburg {Nabij Osen 6 te Heel)
Otte
GROEN ADVIES Nijverdal, 13januari 2021 Projectnummer 21.02
COLOFON
Door:
Otte Groenadvies BV
Brilsweg la 7441 BV Nijverdal
Telefoonnummer:
06-51177946
E-mail:
info@ottegroenadvies.nl
Internet:
www.ottegroenadvies.nl
Project:
21.02
Auteur/
T.M. Stam - Propedeuse Hoger Beroepsonderwijs Bos en
veldinventarisatie:
Natuurbeheer
Gecontroleerd
Ing. P. Otte
door:
Datum:
13 januari 2021
Status:
1' concept
Vrijgegeven door:
-m 3e ;r-CDasseli:-:c fn van <racht zi|ndc mReigevH.f; ten rn('"ir'rtc’r}ri.i'*’n ncnP ccn inscha't'ng van (i<- . n- >■ ■ .I'e- Hel n ' identeel'/' v:-ko'nen van beschemde : ■ ■'-!,nn Otte C:''nen.T'ivie (K c.e.iteent I’inrl'a ve on'/Oiirh-arir'gecn ,»■’ .sn'enn die OP ondrac!T.p,'".'n' naar aanlniiiinp. van Hnt doo' Otte
,’f ■.■.in.:
2
Inhoudsopgave 1. Inleiding.
4
1.1 Aanleiding en doelstelling
4
1.2. Methodiek
4
2. Wetgeving
5
3. Gebiedsomschrijving
6
3.1. Huidig gebruik planlocatie en omgeving
6
3.2. Projectvoornemen
6
3.3. Foto impressie planlocatie.
7
4. Gebiedsbescherming
8
4.1. Natura 2000
S
4.2. Natuurnetwerk Nederland (NNN)
9
4.3. Weidevogelgebied
10
5. Beschermde flora en fauna
11
5.1. Flora
11
5.2. Zoogdieren.
11
5.3. VIeermuizen
13
5.4. Vogels.
14
5.5. Overige soorten
14
6. Conclusies.
6.2. Advies en aanbevelingen.
16
7. Kwaliteitsborging- en geldigheid
18
8. Bibliografie
19
Bijiage
20
BIJLAGE1: Wettelijk kader Wet natuurbescherming - Soortbescherming
20
15
6.1. Overzicht beschermde gebieden
15
6.2. Overzicht beschermde soorten
15
3
1. Inleiding
1.1 Aanleiding en doelstelling In de ruimtelijke plannen is in het kader van de uitvoerbaarheid inzicht gewenst in
beschermde plant- en diersoorten. Ook wordt er gekeken of de plannen mogelijk
de aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Met andere woorden, in het
een negatief effect hebben op de Natura 2000-gebieden en provinciaal
ruimtelijke ordeningstraject dient te worden aangetoond dat het plan, realisatie
beschermde Natuurmonumenten. Indien beschermde soorten voorkomen, kan
van zonnepanelen op agrarische percelen, uitvoerbaar is. In dit kader dient een
een vervolgonderzoek noodzakelijk zijn. Eveneens dient te worden onderzocht of
quickscan flora en fauna uitgevoerd te worden op de locatie nabij Osen 6 te Heel.
er gebruik kan worden gemaakt van gedragscodes en worden mogelijkheden tot ontheffing verkent.
1.2. Methodiek Om optimaal om te gaan met het zorgvuldigheidsprincipe uit de Wet
natuurbescherming (Wnb) heeft de initiatiefnemer besloten om een onderzoek te
laten doen, alvorens de werkzaamheden uit te voeren. Onder meer bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met beschermde soorten en
gebieden. Wet- en regelgeving omtrent deze soorten en gebieden is vastgelegd in de Wnb.
Het onderhavige rapport beschrijft de resultaten van een zogenaamde quickscan
van beschermde natuurwaarden in en rond het plangebied. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen
ontwikkelingen en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen. De rapportage kan
dienstdoen als onderbouwing bij bestemmingswijzigingen en ontheffings- of vergunningsaanvragen in het kader van de Wnb.
Een quickscan is een momentopname en geen standaard veldinventarisatie waarbij meerdere veldrondes in een seizoen worden uitgevoerd. Een quickscan geeft daardoor een beperkter beeld dan een standaard veldinventarisatie. Omdat het onderzoek een moment opname betreft, kan geen rekening gehouden worden met de dynamische aspecten van natuur, zoals mitigatie en kolonisatie door
soorten en veranderd terreingebruik en -beheer na afloop van het onderzoek.
Uitvoer onderzoek Op 6 januari 2020 is een bezoek gebracht aan het plangebied en directe omgeving.
Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde
en bedreigde soorten en de directe aanwezigheid in de vorm van sporen (verblijfplaatsen, wissels, pootafdrukken e.d.). Er is gebruik gemaakt van een
verrekijker en fotocamera. De weersomstandigheden waren bewoikt, droog, 3°C (KNMI, z.d.).
In dit rapport worden de resultaten van het onderzoek gepresenteerd en getoetst
aan de natuurwetgeving en -beleid.
Tijdens het onderzoek waaruit dit rapport is voortgekomen is niet alleen gelet op flora en fauna binnen de contouren van het plangebied, maar ook op de
Wat is een quickscan
De quickscan flora en fauna is een orienterend onderzoek. Hierin wordt de
geplande ontwikkeling getoetst aan de natuurwetgeving. Door middel van een
beschermde flora en fauna in de nabije omgeving. Vender is aan de hand van verspreidingsatlassen en andere standaardwerken nagegaan welke bijzondere
planten- en dierensoorten ervoor kunnen komen in het plangebied.
veld- en bureau onderzoek wordt beoordeeld welke natuurwaarden verwacht worden in het plangebied en wordt gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van
4
2. Wetgeving De Wnb regelt de bescherming van het in het wild voorkomende planten en
van het bevoegd gezag ontheffing van de verbodsbepalingen te krijgen voor
dieren en de bescherming van gebieden. In de wet is onder meer bepaald dat
activiteiten op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Deze
beschermde dieren niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en
ontheffing wordt slechts verleend indien:
beschermde planten niet geplukt, uitgestoken of verzameld. Daarnaast is het niet toegestaan om de directe leefomgeving van beschermde soorten, waaronder
Er geen bevredigend alternatief is;
nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren (artikelen 3.1, 3.5 en
Er is geen sprake is van een wettelijk belang;
3.10). Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor alle in het
Geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstig staat van instandhouding
wild levende planten en dieren (algemene zorgplicht, artikel 1.11).
van de soort.
De verbodsbepalingen, die handelingen die het voortbestaan van planten en
Zie bijiage 1 voor het wettelijk kader van de soortenbescherming in de Wnb.
diersoorten in gevaar kunnen brengen verbieden, is een belangrijk onderdeel in de Wnb. Deze verboden zorgen ervoor dat in het wild levende soorten, zoveel
De Wnb beschermt ook een aantal planten en vissen die onder de Flora- en
mogelijk met rust worden gelaten. Deze verschillen per beschermingsgroep. De
faunawet niet beschermd waren. Hiermee is rekening gehouden in onderliggende
Wnb kent drie verschillende beschermingsregimes:
natuurtoets, zie verder in paragraaf 4.1 aanwezigheid beschermde soorten
(Overheid, 2015) Vogelrichtlijnsoorten;
Habitatrichtlijnsoorten; Andere soorten.
De provincies hebben in haar verordeningen uit de lijst van 'andere soorten' diersoorten aangewezen waarvoor een vrijstelling geldt en dus geen ontheffing van verbodsbepalingen voor hoeft te worden aangevraagd. Deze lijst met
vrijgestelde soorten is per provincie anders. De zorgplicht is wel van toepassing. Bij
ruimtelijke plannen, met mogelijke gevolgen voor beschermde planten en dieren, is het verplicht om vooraf te toetsen of deze kunnen leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen. Wanneer dat het geval dreigt te zijn, moet onderzocht worden of er maatregelen (mitigatie en/of compensatie) genomen kunnen worden om dit te voorkomen of om de gevolgen voor beschermde soorten te verminderen. Onder bepaalde voorwaarden geldt een vrijstelling of is het mogelijk
5
3.
Gebiedsomschrijving
3.1. Huidig gebruik planlocatie en omgeving De planlocatie ligt in Heel, in de gemeente Maasgouw in een Rivierdallandschap
(Provincie Limburg, z.d.). Het rivierdal is de belangrijkste structuurdrager van het
landschap. De Maas en de wind zijn de belangrijkste scheppers van het landschap. Het rivierdallandschap omvat gronden die vanuit het natuurlijke fundament
aangeduid worden als rivierdal. Binnen het rivierdal zijn naast de rivierbedding zelf met haar stromende water ook laagtes met oude graslanden en opduikingen met
afwisselend oude bouwianden te vinden (Provincie Limburg, 2009).
Ten noorden van de planlocatie ligt de plaats Heel. Ten oosten ligt de Oolderplas, ten zuiden wordt de planlocatie begrensd door de Maas en ten westen ligt de plaats Maasbracht en de plas Polderveld. Het onderzoeksgebied betreft meerdere agrarische graspercelen en ligt in een
A/beelding 1. Locatie plangebied (rood) {Pdok. z.d.)
retentiegebied. Tussen de percelen zijn geen waterafvoersloten aanwezig. De
randen zijn ten noorden en zuiden voorzien van begroeiing. Op de planlocatie is geen verharding aanwezig.
3.2. Projectvoornemen Initiatiefnemer is voornemens de agrarische percelen opnieuw in te richten met
zonnepanelen. Om het terrein wordt een hekwerk geplaatst, bij de ingangen komen lage lichtmasten te staan.
Afbeeldiog 2. Localie olnngebied (rood! (Pdok, • .d.)
6
3.3. Foto impressie planlocatie
Zie afbeelding 2, nr. 1
Zie afbeelding Z, nr. 2
Zie afbeelding 2, nr. 3
Zie afbeelding 2. nr. 4
Zie afbeelding 2, nr. 5
Zie afbeelding 2, nr. 6
1
4. Gebiedsbescherming 4.1. Natura 2000 Onderstaande informatie in paragraaf 4.1 is gebaseerd op de volgende informatiebronnen: (Rijksoverheid, 2019), (Ministerie van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit, z.d.) & (Kadviewer, z.d.).
De Nature 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In
deze gebieden wordt de flora en fauna in combinatie met bun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit in stand te houden of te verbeteren. Om te voorkomen dat de natuur in Europa zijn biodiversiteit verliest zijn de
Vogelrichtiijn en de Habitatrichtlijn opgericht. Deze richtlijnen bestaan uit twee delen, namelijk de soorten- en gebiedsbescherming.
Wiiziging beleidsvoering: Door het veranderen van de beleidsvoering m.b.t. tot het landelijk stikstof probleem wordt voor alle ruimtelijke ontwikkelingen gebruikt gemaakt van de beslisboom. Voor alle "nieuwe" ontwikkelingen moet een AERIUS- berekening
worden uitgevoerd. Uit de AERIUS-berekening zal blijken of met de voorgenomen
ontwikkeling de stikstof depositie toeneemt. Als de uitkomst hiervan nul Mol/ha/jaar is kan een vergunning worden verleend. Als de stikstof uitstoot
toeneemt moet deze berekening worden voorgelegd aan bevoegd gezag
(provincie). Deze zal besluiten of er een vergunning voor de voorgenomen werkzaamheden benodigd is. U dient de gemeente te raadplegen of een AERIUSberekening uitgevoerd dient te worden.
Een project mag pas worden uitgevoerd als:
•
De natuurlijke kenmerken van het gebied niet zullen worden aangetast;
•
In geval van een negatieve impact een alternatief of milderende
•
Indien alsnog tot uitvoering wordt besloten om dwingende redenen van
maatregelen worden voorzien die de negatieve impact tenietdoen; MM
groot openbaar belang, alle nodige compenserende maatregelen worden
9
genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura 2000
bewaard blijft.
In de omgeving van de planlocatie liggen twee Natura, namelijk: Grensmaas (gebiedsnummer 152), op circa 2,7 kilometer ten zuidwesten
van de planlocatie; Roerdal (gebiedsnummer 150), op circa 4,5/5 kilometer ten noordoosten
M«a$br<Kh1
van de planlocatie. Afbeekiu-fi 3. Locatie planqebied 'rood! ^3000
8
4.2. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Onderstaande informatie in paragraaf 4.2 is gebaseerd op de volgende informatiebronnen; (Rijksoverheid, z.d.), (Provincie Limburg, 2016) (Ruimtelijke
plannen, z.d.) & (Provincie Limburg, 2014).
Voor de zilvergroene gebieden zijn geen concrete, gekwantificeerde doelstellingen en/of taakstellingen met het Rijk overeengekomen. Er mogen geen onomkeerbare ontwikkelingen met een stedelijk karakter plaatsvinden. Voor deze gebieden worden door de provincie partijen uitgenodigd om bij te dragen aan de natuur en
Het NNN is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuwe natuurgebieden.
om nieuwe vormen van natuur te ontwikkelen.
Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en de omringende agrarische gebieden verbinden. Door de natuurgebieden samen te brengen wordt er voor
een groot samenhangend netwerk gezorgd. Grotere natuurgebieden zijn beter
Het te realiseren zonnepark is voor een tijdsduur van maximaal 25 jaar en behoort
door het relatief korte tijdsbestek niet tot een onomkeerbare ontwikkeling.
bestand tegen negatieve milieu-invioeden. De gebieden zijn gevarieerder en er
kunnen meerdere planten en dieren leven, daarnaast wordt de verspreiding
hierdoor makkelijker.
Als de projectenvoornemen overeenkomt met de bestemming dan zijn er geen
beperkingen. Als voor de ontwikkeling een afwijking van het bestemmingsplan nodig is, dan is afstemming met de provincie nodig.
In de provincie Limburg wordt er gebruikt gemaakt van het 'Provinciaal Omgevingsplan Limburg' en maakt onderscheid in vier gebieden, namelijk:
Goudgroene natuur: Het Limburgse deel van de NNN en omvat de belangrijkste natuurgebieden van Limburg. De Goudgroene natuur geldt
als basis voor het natuurbeleid en worden planologische beschermd in de provinciale verordening; Zilvergroene natuurzone: Omvat de agrarische gebieden en
natuurgebieden rondom de goudgroene natuur die van belang zijn voor het goed functioneren van de goudgroene zone'
Bronsgroene landschapszone: Omvat landschappelijke waardevolle beekdalen - voor zover niet gelegen in goud- of zilvergroen, daarnaast
behoren hellingen en bufferzones rond bestaande natuurgebieden tot deze zone. Ook het Nationaal Landschap Zuid-Limburg is onderdeel van
de bronsgroene landschapszone
De planlocatie ligt in een zilvergroene natuurzone. Ten noordwesten ligt de
goudgroene natuur en ten zuiden en oosten ligt de bronsgroene landschapszone. Afbeelding 4. Locatie plangebied (rood) NNN Goudgroene natuurzone (donkergroen), NNN Zilvergroene natuurzone (lichtgroen), Bronsgroene landschapszone (blauw)
9
4.3. Weidevogelgebied De planlocatie ligt in het deelgebied 'droog mozai'ek van struwelen en ruigten in
droge dooradering' en in het deelgebied 'nat mozai'ek van watergangen in natte dooradering'. De planlocatie ligt niet in een aangewezen weidevogelgebied
(Provincie Limburg, z.d.).
10
5. Beschermde flora en fauna
5.1. Flora
5.2. Zoogdieren
Het onderzoek heeft plaatsgevonden in een voor flora minder geschikte periode,
Onder zoogdieren worden hier bedoeld a He grond- en boomgebonden zoogdieren
waardoor een deel van de kruidlaag niet herkenbaar meer aanwezig is.
met uitzondering van vieermuizen.
Ten noorden is een bomenrij van zwarte els aanwzezig. Te midden van het perceel
Beschermde soorten
staat een bosje met een groep gewone es met daarbij enkele soorten als zoete
Bever
kers, wilg en gewone esdoorn. Ten zuiden staat een bomenrij met Italiaanse
Bevers komen voor in het overgangsgebied tussen land en water zoals moerassen,
populieren en gewone esdoorn. In de struiklaag staan soorten als wilde
langs beken, rivieren en meren. De bever heeft een voorkeur voor rustige rivieren
kardinaalsmuts, rode kornoelje, en gewone braam. In de kruidlaag staat riet en
en meren omzoomd door broekbossen met bomen als wilg en es. De
restanten van grote kaardenbol en hondsdraf.
aanwezigheid van bossen op de oevers is een vereiste, open of rotsige oevers worden gemeden. De bever kan door middel van het bouwen van dammen en het