CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 3 ingekomen zienswijze gebundeld anoniem

01. Raadsvergadering 22 februari 2022, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen Omgevingsvisie Maasgouw28.618 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Beschermde- en monumentale bomen

omknagen van bomen en struiken een grote invioed op zijn leefomgeving hebben

Gemeente Maasgouw heeft een bomenbeleid en een bomenstructuurkaart

(Zoogdiervereniging, z.d.).

opgesteld waarop beschermde- en monumentale bomen staan vernoemd. Uit

deze lijst is gebleken dat er geen beschermingswaardige bomen op de planlocatie

Ten noorden van de planlocatie zijn diverse wissels waargenomen van de bever.

en de directe omgeving aanwezig zijn (Gemeente Maasgouw, z.d.).

Daarnaast zijn er ten noorden knaagsporen aangetroffen. Ten oosten, op circa 50

Effectenbeoordeling

waargenomen.

meter achter de dijk zijn een groot aantal knaagsporen en een mogelijke burcht

Binnen het onderzoeksgebied zijn geen beschermde planten aangetroffen. Recente waarnemingen van beschermde plantensoorten ontbreken eveneens. In

combinatie met de voedselrijke omstandigheden in de omgeving en het ontbreken van zeer specifieke biotopen waar beschermde planten worden aangetroffen, is

aan\A/ezigheid van beschermde vaatplanten uit te sluiten. Nader onderzoek naar vaatplanten is niet nodig.

Sporen bevcr 11

Algemeen voorkomende soorten Konijn Konijnen leven in holen en hebben daarom voorkeur voor zandige bodems. Ze

hebben een voorkeur voor halfopen landschappen zoals perken, tuinen en bosranden en mijden vochtige terreinen als moeras, veel en zware klei, hierin kunnen ze geen holen graven. Ook in open polderlandschappen ontbreekt het konijn, in de duinen is het konijn daarentegen een belangrijke grazer

(Zoogdiervereniging, z.d.).

Ten zuiden van de planlocatie zijn in de dijken een groot aantal konijnenholen aanwezig. Tijdens de veldinventarisatie is waargenomen dat deze holen in gebruik

zijn.

AfbeeldinQ 5. Locatie plnnaebied frond), Knart biiznnderhedcn zooadieren

Effectenbeoordeling Beschermde soorten Bever

Tijdens de werkzaamheden wordt er niet in de buurt van de burcht gewerkt,

slechts langs de wissels. Aangezien er op de planlocatie zelf geen burcht is

waargenomen gebruikt de bever het perceel mogelijk om te mitigeren of te l\on:;neriujl

foerageren. Werk, om negatieve effecten te voorkomen buiten de kwetsbare

Overige soorten

er rekening te worden gehouden met de inrichting van het landschap, denk hierbij

Overige algemeen voorkomende zoogdierensoorten zoals huismuis, huisspitsmuis

aan het tijdig aanleggen van eetbare bomen en struiken en de ontwikkeling van

en egel komen hoogstwaarschijniijk wel in en rond het plangebied voor. Deze

natuurlijke moeras- en oeverbegroeiing (BIJ12, 2017).

periode van de bever, deze loopt van mei tot en met September. Daarnaast dient

soorten zijn niet beschermd of staan op de vrijstellingslijst van de provincie

Limburg.

12

Algemene soorten

Verblijfplaatsen

Konijn

Het is nog onduidelijk welke bomen er tijdens de ruimtelijke ontwikkeling worden

Het konijn is in de Wnb aangewezen als een vrijgestelde soort, wel geldt de

gekapt. Tijdens de veldinventarisatie zijn in de bomenrij ten zuiden van de

algemene zorgplicht. Om negatieve effecten te voorkomen is het belangrijk om bij

planlocatie enkele bomen met spechtengaten en/of kleine takscheuren

werkzaamheden aan of nabij de dijk buiten de kwetsbare periode van het konijn te

waargenomen. De locaties zijn met gps-systeem vastgelegd.

werken, deze loopt van circa januari tot en met juli (Zoogdiervereniging, z.d.).

Overige soorten De werkzaamheden kunnen tot negatieve effecten op deze soorten leiden,

bijvoorbeeld door de aantasting van holen en gangenstelsels. Omdat een

vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting geldt, moet alleen rekening

gehouden worden met de algemene zorgplicht die voor alle planten en dieren geldt.

5.3. Vieermuizen Tijdens de veldinventarisatie is de potentie onderzocht van het plangebied voor

vieermuizen en isgelet op sporen. Verblijfplaatsen van vieermuizen bevinden zich

in holten van bomen en besloten of donkere ruimten van kunstwerken, zoals gebouwen.

Er is onderzocht welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de

hand van het landschap, de omgeving en gekend verspreidingsbeeld. Daarna is

Afbeelding 6. Planlocatie (rood), bomenrij met in potentie geschikte

onderzocht welke functies voor vieermuizen mogelijk voorkomen. Als richtlijn is

vieermuizenbomen (geel)

hiervoor de checklist van het huidig geldende vieermuisprotocol (2021)

aangehouden. Het gaat om voor vieermuis van belang zijnde objecten die door de

Foerageergebied en vlieg- en mitigatieroutes

beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden aangetast. Foerageergebied

Boven het plangebied wordt mogelijk gefoerageerd door vieermuizen. Hier is

en vliegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het goede

echter geen sprake van een foerageergebied dat van essentieel belang is voor

voortbestaan van de soort ter plaatse (Netwerk Groene Bureaus, 2020)

vieermuizen. In de directe omgeving zijn vele vergelijkbare en meer geschikte

(Vieermuizen- Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika, 2011).

locaties aanwezig. Daarnaast blijft tijdens- en na de ruimtelijke ontwikkeling het

plangebied geschikt als foerageergebied. Het plangebied vormt geen schakel als

vlieg- en mitigatieroute.

13

Licht

vogels verstoren zijn niet toegestaan. In de praktijk betekent dit dat verstorende

Met de nieuwe inrichting moet rekening worden gehouden met kunstmatige

werkzaamheden bij voorkeur buiten het broedseizoen* moeten plaatsvinden.

lichtbronnen om lichtverstoring te voorkomen. Dit betekent dat de plaatsing, de intensiviteit en de stralingsrichting van buitenlampen zodanig moet zijn dat er

*ln het kader van de Wnb wordt voor het broedseiroen gecn standnardperiode

geen verstoring van strooilicht plaatsvindt. Werk met vieermuisvriendelijke

gehanteerd. Van belong is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum.

verlichting en maak de verlichting dynamisch. Te alien tijde moet de verlichting

Globaal goat het echter om de periode van 15 maart tot 15 /uli.

naar beneden gericht zijn om verstoring door middel van strooilicht te voorkomen. Effectenbeoordeling Wanneer de bomen met spechtengaten en/of kleine takscheuren worden gekapt

is nader onderzoek noodzakelijk op de in potentie geschikte bomen (Netwerk Groene Bureaus, 2020).

5.5. Overige soorten Door het plangebied lopen geen waterafvoersloten, ook wordt er niet gewerkt in

de wateren om de planlocatie been. Daarnaast ontbreekt het aan een geschikt leefgebied voor zwaarder beschermde soorten (amfibieen, reptielen, vissen en

ongewervelden) en dergelijke soorten komen dan ook met zekerheid niet voor op de planlocatie.

5.4. Vogels Vogels met jaarrond beschermde verblijfplaats Tijdens het onderzoek zijn er geen horsten, roekenkolonie of geschikte (oude)

Algemene soorten komen hoogstwaarschijniijk wel in en rond het plangebied.

kraaiennesten aangetroffen in het plangebied en nabije omgeving.

zijn niet beschermd of staan op de vrijstellingslijst van de provincie Limburg.

Overige broedvogels De omgeving van het plangebied is geschikt voor algemene broedvogels. Het

Effectenbeoordeling

Herkomst is terug te voeren op de eventueel aanwezige wateren. Deze soorten

Het voorkomen van beschermde soorten uit overige soortgroepen (amfibieen,

plangebied biedt mogelijkheden voor nestlocaties. Tijdens de inventarisatie zijn

reptielen, vissen en ongewervelden) is op voorhand uitgesloten wegens het

enkele nesten, nestactiviteiten en/of nestrestanten in de bomen aangetroffen.

ontbreken van geschikt leefgebied en doordat de locatie buiten het bekende

verspreidingsgebied valt. Negatieve effecten op beschermde soorten uit overige Effectenbeoordeling

soortgroepen zijn derhalve op voorhand uit te sluiten. Een ontheffing of nader

Beschermde soorten

onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk.

De ruimtelijke ontwikkeling zal derhalve niet leiden tot verstoring, aantasting of

vernieling van jaarrond beschermde rust- of voorplantingsplaatsen van vogels. Algemene soorten

Voor a lie beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten

geldt vanuit de Wnb een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. Ook handelingen die een vaste rust- of verblijfplaats van beschermde

14

6.

Conclusies

6.1. Overzicht beschermde gebieden Gebiedsbescherming

Aanwezigheid

Effecten

Aanbevelingen

Natura 2000- zuurstofgevoeligheid

habitat/ soorten

mogelijk

AERIUS- berekening

Overige onderdelen NNN

Zilvergroene zone

mogelijk

afstemming bevoegd gezag

Mits

6.2. Overzicht beschermde soorten Soortengroepen

Aanwezigheid

Effecten

Aanbevelingen

Flora - beschermde soorten

niet

geen

geen

Beschermde- en monumentale bomen

niet

geen

geen

Zoogdieren- beschermde soorten Bever

aanwezig

mogelijk

maatregelen

VIeermuizen- verblijfplaatsen

mogelijk

geen

geen

de geschikte bomen in de bomenrij blijven behouden

VIeermuizen- vliegroute/foerageergebied

mogelijk

beperkt

zorgplicht

beperkt met licht- en trillingsbelasting wordt omgegaan

Zoogdieren- vrijgestelde soorten

mogelijk

beperkt

zorgplicht

Konijn

aanwezig

mogelijk

maatregelen

Vogels- jaarrond beschermde nesten Vogels- algemene broedvogels

mogelijk

beperkt

zorgplicht

Amfibieen/vissen- beschermde soorten

niet

geen

geen

Amfibieen/vissen- vrijgestelde soorten

mogelijk

beperkt

zorgplicht

Reptielen/ongewervelden- besch. soort

niet

geen

geen

Reptielen/ongewervelden- vrijgest. soort

mogelijk

beperkt

zorgplicht

15

6.2. Advies en aanbevelingen Gebiedsbescherming •

N2000: Wiiziging beleidsvoering: Voer een AERIUS-berekening uit om aan

Effecten op beschermde soorten en soortgroepen waarvoor geen

te bepalen of met de nieuwe ontwikkeling/inrichting negatieve effecten

vrijstelIing geldt, zijn uitgesloten omdat er geen aanwijzingen zijn dat

op N2000 gebied plaatsvinden. Uit de AERIUS-berekening zal blijken of

dergelijke soorten binnen invioedssfeer van de werkzaamheden

met de voorgenomen ontwikkeling de stikstof depositie toeneemt. Als de

voorkomen;

uitkomst hiervan nul mol/ha/jaar is kan een vergunning worden verleend.

Als de stikstof uitstoot toeneemt moet deze berekening worden

Tijdens het broedseizoen zijn broedgevallen van algemene broedvogels in

voorgelegd aan bevoegd gezag (provincie Limburg). Deze zal besluiten of

de omgeving van het plangebied te verwachten. Bezette nesten mogen

er een vergunning voor de voorgenomen werkzaamheden benodigd is.

nooit vernield worden. Verstoring is alleen toegestaan wanneer deze geen invioed heeft op de overleving van ouders en jongen. De piek van

•

NNN: De planlocatie ligt tegen de begrenzing van het Natuurnetwerk

het broedseizoen ligt in de periode half maart-half juli, maar eerdere en

Nederland. Onderzoek of de activiteiten de wezenlijke waarden en

latere broedgevallen komen voor;

kenmerken van de NNN aantasten. De bescherming van de NNN is juridisch vastgelegd in het bestemmingsplan buitengebied van de gemeente. Als de geschetste realisatie overeenkomt met de bestemming

Zorgplicht •

Ten aanzien van alle dieren en planten (beschermd of niet beschermd)

dan zijn er geen beperkingen. Als voor de ontwikkeling een afwijking van

geldt dat men zich dient te houden aan de algemene zorgplicht. Dit houdt

het bestemmingsplan nodig is, dan is afstemming met de provincie nodig.

in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden;

Fauna Zoogdieren: •

Beyer: Werk, om negatieve effecten te voorkomen buiten de kwetsbare

•

Wanneer tijdens werkzaamheden toch beschermde soorten worden

periode van de bever, deze loopt van mei tot en met September.

aangetroffen dienen werkzaamheden tijdelijk te worden stilgelegd en

Daarnaast dient er rekening te worden gehouden met de inrichting van

wordt contact opgenomen met een inzake deskundige. Overleg met de

het landschap, denk hierbij aan het tijdig aanleggen van eetbare bomen

deskundige moet duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan

en struiken en de ontwikkeling van natuurlijke moeras- en

worden omgegaan;

oeverbegroeiing (BIJ12, 2017); •

Overige

•

Goedgekeurde gedragscode, Soortenbescherming voor gemeenten van

Konijn: Werkzaamheden aan en nabij de dijken ten zuiden van de

de Koninklijke Vereniging Stadswerk Nederland. Deze gedragscode kan

planlocatie dienen, om negatieve effecten te voorkomen buiten de

worden toegepast tijdens de voorbereidende en uitvoerende

kwetsbare periode van het konijn, deze loopt van circa januari tot en met

werkzaamheden op locaties met wettelijk beschermde soorten. De

juli (Zoogdiervereniging, z.d.)

gedragscode is opgesteld voor de ruimtelijke ontwikkeling of inrichting en

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=ffaf31f3-7a02-4904-a358-7232129b6d24