bijlage 3 ingekomen zienswijze gebundeld anoniem
Tekst van het document
Beschermde- en monumentale bomen
omknagen van bomen en struiken een grote invioed op zijn leefomgeving hebben
Gemeente Maasgouw heeft een bomenbeleid en een bomenstructuurkaart
(Zoogdiervereniging, z.d.).
opgesteld waarop beschermde- en monumentale bomen staan vernoemd. Uit
deze lijst is gebleken dat er geen beschermingswaardige bomen op de planlocatie
Ten noorden van de planlocatie zijn diverse wissels waargenomen van de bever.
en de directe omgeving aanwezig zijn (Gemeente Maasgouw, z.d.).
Daarnaast zijn er ten noorden knaagsporen aangetroffen. Ten oosten, op circa 50
Effectenbeoordeling
waargenomen.
meter achter de dijk zijn een groot aantal knaagsporen en een mogelijke burcht
Binnen het onderzoeksgebied zijn geen beschermde planten aangetroffen. Recente waarnemingen van beschermde plantensoorten ontbreken eveneens. In
combinatie met de voedselrijke omstandigheden in de omgeving en het ontbreken van zeer specifieke biotopen waar beschermde planten worden aangetroffen, is
aan\A/ezigheid van beschermde vaatplanten uit te sluiten. Nader onderzoek naar vaatplanten is niet nodig.
Sporen bevcr 11
Algemeen voorkomende soorten Konijn Konijnen leven in holen en hebben daarom voorkeur voor zandige bodems. Ze
hebben een voorkeur voor halfopen landschappen zoals perken, tuinen en bosranden en mijden vochtige terreinen als moeras, veel en zware klei, hierin kunnen ze geen holen graven. Ook in open polderlandschappen ontbreekt het konijn, in de duinen is het konijn daarentegen een belangrijke grazer
(Zoogdiervereniging, z.d.).
Ten zuiden van de planlocatie zijn in de dijken een groot aantal konijnenholen aanwezig. Tijdens de veldinventarisatie is waargenomen dat deze holen in gebruik
zijn.
AfbeeldinQ 5. Locatie plnnaebied frond), Knart biiznnderhedcn zooadieren
Effectenbeoordeling Beschermde soorten Bever
Tijdens de werkzaamheden wordt er niet in de buurt van de burcht gewerkt,
slechts langs de wissels. Aangezien er op de planlocatie zelf geen burcht is
waargenomen gebruikt de bever het perceel mogelijk om te mitigeren of te l\on:;neriujl
foerageren. Werk, om negatieve effecten te voorkomen buiten de kwetsbare
Overige soorten
er rekening te worden gehouden met de inrichting van het landschap, denk hierbij
Overige algemeen voorkomende zoogdierensoorten zoals huismuis, huisspitsmuis
aan het tijdig aanleggen van eetbare bomen en struiken en de ontwikkeling van
en egel komen hoogstwaarschijniijk wel in en rond het plangebied voor. Deze
natuurlijke moeras- en oeverbegroeiing (BIJ12, 2017).
periode van de bever, deze loopt van mei tot en met September. Daarnaast dient
soorten zijn niet beschermd of staan op de vrijstellingslijst van de provincie
Limburg.
12
Algemene soorten
Verblijfplaatsen
Konijn
Het is nog onduidelijk welke bomen er tijdens de ruimtelijke ontwikkeling worden
Het konijn is in de Wnb aangewezen als een vrijgestelde soort, wel geldt de
gekapt. Tijdens de veldinventarisatie zijn in de bomenrij ten zuiden van de
algemene zorgplicht. Om negatieve effecten te voorkomen is het belangrijk om bij
planlocatie enkele bomen met spechtengaten en/of kleine takscheuren
werkzaamheden aan of nabij de dijk buiten de kwetsbare periode van het konijn te
waargenomen. De locaties zijn met gps-systeem vastgelegd.
werken, deze loopt van circa januari tot en met juli (Zoogdiervereniging, z.d.).
Overige soorten De werkzaamheden kunnen tot negatieve effecten op deze soorten leiden,
bijvoorbeeld door de aantasting van holen en gangenstelsels. Omdat een
vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting geldt, moet alleen rekening
gehouden worden met de algemene zorgplicht die voor alle planten en dieren geldt.
5.3. Vieermuizen Tijdens de veldinventarisatie is de potentie onderzocht van het plangebied voor
vieermuizen en isgelet op sporen. Verblijfplaatsen van vieermuizen bevinden zich
in holten van bomen en besloten of donkere ruimten van kunstwerken, zoals gebouwen.
Er is onderzocht welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de
hand van het landschap, de omgeving en gekend verspreidingsbeeld. Daarna is
Afbeelding 6. Planlocatie (rood), bomenrij met in potentie geschikte
onderzocht welke functies voor vieermuizen mogelijk voorkomen. Als richtlijn is
vieermuizenbomen (geel)
hiervoor de checklist van het huidig geldende vieermuisprotocol (2021)
aangehouden. Het gaat om voor vieermuis van belang zijnde objecten die door de
Foerageergebied en vlieg- en mitigatieroutes
beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden aangetast. Foerageergebied
Boven het plangebied wordt mogelijk gefoerageerd door vieermuizen. Hier is
en vliegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het goede
echter geen sprake van een foerageergebied dat van essentieel belang is voor
voortbestaan van de soort ter plaatse (Netwerk Groene Bureaus, 2020)
vieermuizen. In de directe omgeving zijn vele vergelijkbare en meer geschikte
(Vieermuizen- Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika, 2011).
locaties aanwezig. Daarnaast blijft tijdens- en na de ruimtelijke ontwikkeling het
plangebied geschikt als foerageergebied. Het plangebied vormt geen schakel als
vlieg- en mitigatieroute.
13
Licht
vogels verstoren zijn niet toegestaan. In de praktijk betekent dit dat verstorende
Met de nieuwe inrichting moet rekening worden gehouden met kunstmatige
werkzaamheden bij voorkeur buiten het broedseizoen* moeten plaatsvinden.
lichtbronnen om lichtverstoring te voorkomen. Dit betekent dat de plaatsing, de intensiviteit en de stralingsrichting van buitenlampen zodanig moet zijn dat er
*ln het kader van de Wnb wordt voor het broedseiroen gecn standnardperiode
geen verstoring van strooilicht plaatsvindt. Werk met vieermuisvriendelijke
gehanteerd. Van belong is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum.
verlichting en maak de verlichting dynamisch. Te alien tijde moet de verlichting
Globaal goat het echter om de periode van 15 maart tot 15 /uli.
naar beneden gericht zijn om verstoring door middel van strooilicht te voorkomen. Effectenbeoordeling Wanneer de bomen met spechtengaten en/of kleine takscheuren worden gekapt
is nader onderzoek noodzakelijk op de in potentie geschikte bomen (Netwerk Groene Bureaus, 2020).
5.5. Overige soorten Door het plangebied lopen geen waterafvoersloten, ook wordt er niet gewerkt in
de wateren om de planlocatie been. Daarnaast ontbreekt het aan een geschikt leefgebied voor zwaarder beschermde soorten (amfibieen, reptielen, vissen en
ongewervelden) en dergelijke soorten komen dan ook met zekerheid niet voor op de planlocatie.
5.4. Vogels Vogels met jaarrond beschermde verblijfplaats Tijdens het onderzoek zijn er geen horsten, roekenkolonie of geschikte (oude)
Algemene soorten komen hoogstwaarschijniijk wel in en rond het plangebied.
kraaiennesten aangetroffen in het plangebied en nabije omgeving.
zijn niet beschermd of staan op de vrijstellingslijst van de provincie Limburg.
Overige broedvogels De omgeving van het plangebied is geschikt voor algemene broedvogels. Het
Effectenbeoordeling
Herkomst is terug te voeren op de eventueel aanwezige wateren. Deze soorten
Het voorkomen van beschermde soorten uit overige soortgroepen (amfibieen,
plangebied biedt mogelijkheden voor nestlocaties. Tijdens de inventarisatie zijn
reptielen, vissen en ongewervelden) is op voorhand uitgesloten wegens het
enkele nesten, nestactiviteiten en/of nestrestanten in de bomen aangetroffen.
ontbreken van geschikt leefgebied en doordat de locatie buiten het bekende
verspreidingsgebied valt. Negatieve effecten op beschermde soorten uit overige Effectenbeoordeling
soortgroepen zijn derhalve op voorhand uit te sluiten. Een ontheffing of nader
Beschermde soorten
onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk.
De ruimtelijke ontwikkeling zal derhalve niet leiden tot verstoring, aantasting of
vernieling van jaarrond beschermde rust- of voorplantingsplaatsen van vogels. Algemene soorten
Voor a lie beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten
geldt vanuit de Wnb een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. Ook handelingen die een vaste rust- of verblijfplaats van beschermde
14
6.
Conclusies
6.1. Overzicht beschermde gebieden Gebiedsbescherming
Aanwezigheid
Effecten
Aanbevelingen
Natura 2000- zuurstofgevoeligheid
habitat/ soorten
mogelijk
AERIUS- berekening
Overige onderdelen NNN
Zilvergroene zone
mogelijk
afstemming bevoegd gezag
Mits
6.2. Overzicht beschermde soorten Soortengroepen
Aanwezigheid
Effecten
Aanbevelingen
Flora - beschermde soorten
niet
geen
geen
Beschermde- en monumentale bomen
niet
geen
geen
Zoogdieren- beschermde soorten Bever
aanwezig
mogelijk
maatregelen
VIeermuizen- verblijfplaatsen
mogelijk
geen
geen
de geschikte bomen in de bomenrij blijven behouden
VIeermuizen- vliegroute/foerageergebied
mogelijk
beperkt
zorgplicht
beperkt met licht- en trillingsbelasting wordt omgegaan
Zoogdieren- vrijgestelde soorten
mogelijk
beperkt
zorgplicht
Konijn
aanwezig
mogelijk
maatregelen
Vogels- jaarrond beschermde nesten Vogels- algemene broedvogels
mogelijk
beperkt
zorgplicht
Amfibieen/vissen- beschermde soorten
niet
geen
geen
Amfibieen/vissen- vrijgestelde soorten
mogelijk
beperkt
zorgplicht
Reptielen/ongewervelden- besch. soort
niet
geen
geen
Reptielen/ongewervelden- vrijgest. soort
mogelijk
beperkt
zorgplicht
15
6.2. Advies en aanbevelingen Gebiedsbescherming •
N2000: Wiiziging beleidsvoering: Voer een AERIUS-berekening uit om aan
Effecten op beschermde soorten en soortgroepen waarvoor geen
te bepalen of met de nieuwe ontwikkeling/inrichting negatieve effecten
vrijstelIing geldt, zijn uitgesloten omdat er geen aanwijzingen zijn dat
op N2000 gebied plaatsvinden. Uit de AERIUS-berekening zal blijken of
dergelijke soorten binnen invioedssfeer van de werkzaamheden
met de voorgenomen ontwikkeling de stikstof depositie toeneemt. Als de
voorkomen;
uitkomst hiervan nul mol/ha/jaar is kan een vergunning worden verleend.
Als de stikstof uitstoot toeneemt moet deze berekening worden
Tijdens het broedseizoen zijn broedgevallen van algemene broedvogels in
voorgelegd aan bevoegd gezag (provincie Limburg). Deze zal besluiten of
de omgeving van het plangebied te verwachten. Bezette nesten mogen
er een vergunning voor de voorgenomen werkzaamheden benodigd is.
nooit vernield worden. Verstoring is alleen toegestaan wanneer deze geen invioed heeft op de overleving van ouders en jongen. De piek van
•
NNN: De planlocatie ligt tegen de begrenzing van het Natuurnetwerk
het broedseizoen ligt in de periode half maart-half juli, maar eerdere en
Nederland. Onderzoek of de activiteiten de wezenlijke waarden en
latere broedgevallen komen voor;
kenmerken van de NNN aantasten. De bescherming van de NNN is juridisch vastgelegd in het bestemmingsplan buitengebied van de gemeente. Als de geschetste realisatie overeenkomt met de bestemming
Zorgplicht •
Ten aanzien van alle dieren en planten (beschermd of niet beschermd)
dan zijn er geen beperkingen. Als voor de ontwikkeling een afwijking van
geldt dat men zich dient te houden aan de algemene zorgplicht. Dit houdt
het bestemmingsplan nodig is, dan is afstemming met de provincie nodig.
in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden;
Fauna Zoogdieren: •
Beyer: Werk, om negatieve effecten te voorkomen buiten de kwetsbare
•
Wanneer tijdens werkzaamheden toch beschermde soorten worden
periode van de bever, deze loopt van mei tot en met September.
aangetroffen dienen werkzaamheden tijdelijk te worden stilgelegd en
Daarnaast dient er rekening te worden gehouden met de inrichting van
wordt contact opgenomen met een inzake deskundige. Overleg met de
het landschap, denk hierbij aan het tijdig aanleggen van eetbare bomen
deskundige moet duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan
en struiken en de ontwikkeling van natuurlijke moeras- en
worden omgegaan;
oeverbegroeiing (BIJ12, 2017); •
Overige
•
Goedgekeurde gedragscode, Soortenbescherming voor gemeenten van
Konijn: Werkzaamheden aan en nabij de dijken ten zuiden van de
de Koninklijke Vereniging Stadswerk Nederland. Deze gedragscode kan
planlocatie dienen, om negatieve effecten te voorkomen buiten de
worden toegepast tijdens de voorbereidende en uitvoerende
kwetsbare periode van het konijn, deze loopt van circa januari tot en met
werkzaamheden op locaties met wettelijk beschermde soorten. De
juli (Zoogdiervereniging, z.d.)
gedragscode is opgesteld voor de ruimtelijke ontwikkeling of inrichting en
16