Bijlage 2a Toelichting en planregels bestemmingsplan ‘Voorterrein Nautische boulevard Wessem’;
Tekst van het document
Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem
49
Conclusie Vanuit het aspect cultuurhistorie zijn er hiermee geen belemmeringen voor het voorgenomen initiatief.
4.4
Flora en fauna
De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningplichtig. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid De provinciale groenstructuur, bestaande uit beschermingszones van verschillende typen (waaronder de goudgroene en zilvergroene natuurzones), is ruimtelijk vastgelegd in het Omgevingsverordening Limburg 2014.
De goudgroene natuurzone vormt het netwerk aan bestaande natuurgebieden (voormalige EHS) en nieuw aan te leggen natuur en verbindingszones tussen de gebieden. De beheergebieden voor agrarisch natuurbeheer behoren tot de zilvergroene natuurzone. In het Provinciaal Natuurbeheerplan zijn de na te streven doelen weergegeven op het gebied van (agrarisch) natuur- en landschapsbeheer. De feitelijke beleidsmatige gebiedsbescherming vindt plaats middels de uitwerking van het provinciaal beleid in de gemeentelijke bestemmingsplannen. Soortenbescherming vanuit de Wet natuurbescherming Soortenbescherming vanuit de Wet natuurbescherming heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.10 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.
Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er passende maatregelen getroffen kunnen worden om de functionaliteit van de voortplantingsen/of vaste rust en verblijfplaats te garanderen. Toetsing Gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Grensmaas”, bevindt zich op circa 900 meter afstand ten zuidwesten van het plangebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot
Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem
50
het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied is een toename aan stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied niet op voorhand uit te sluiten. Om op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten wordt een AERIUS-berekening voor de aanleg- en gebruiksfase uitgevoerd.12 De verwachting is dat er geen sprake zal zijn van stikstofdepositie. De AERIUS-berekeningen met een aanvullende notitie worden voor vaststelling van het bestemmingsplan aan deze toelichting toegevoegd. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid De dichtst bijgelegen goudgroene natuurzone is gelegen op 30 meter ten oosten van het plangebied. De onderhavige locatie is reeds bestemd als bedrijventerrein en bijbehorend parkeerterrein. De bedrijfsactiviteiten wijzigen nauwelijks met dien verstande dat alleen nog nautisch en watersportgerelateerde bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan en er wordt wat ondergeschikte horeca toegevoegd. De onderhavige ontwikkeling heeft dan ook geen gevolgen voor de goudgroene natuurzone. Soortenbescherming vanuit de Wet natuurbescherming Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden heeft een natuurwaardenonderzoek plaatsgevonden 13. Op 6 juni 2023 is een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan.
De rapportage is toegevoegd aan de bijlagen. Hierna wordt volstaan met een korte samenvatting. Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen: Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten. In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Conclusie Vanuit het aspect flora en fauna bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.5
Leidingen en infrastructuur
In (of in de directe omgeving van) het plangebied komen blijkens de Atlas leefomgeving en blijkens de verbeelding van het geldende bestemmingsplan geen leidingen of kabels voor, met een dusdanige planologische-juridische beschermingszone dat zij de voorgenomen functiewijziging belemmeren.
4.6
Verkeer en parkeren
Verkeer Het plangebied is ontsloten via de Maasdijk. De Maasdijk heeft aansluiting op de Waage Naak welke grenst aan verschillende wegen richting de kern van Wessem. Via de Kloosterlaan en De Lange Beemdens vindt aansluiting plaats met de A2. Het aangrenzend dijksversterkingsproject in het kader van het HWBP zorgt voor flinke aanpassingen in het plangebied en de directe omgeving. De Maasboulevard wordt in zijn geheel opgetild naar een veilig niveau
12 13
Econsultancy, Stikstofonderzoek BRO, Quickscan Flora en Fauna
Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem
51
als waterkering. De rijfunctie van de Maasboulevard vervalt en de Beekstraat wordt de enige straat tussen Maas en kern. Daarmee wordt ook de ontsluiting richting Wessem anders. De beek wordt op een andere manier aangesloten op het grote water en loopt straks een stuk parallel aan de Maasboulevard voor instroming verder stroomafwaarts in de Maas zelf. Ten behoeve van deze ontwikkeling is een verkeersonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is toegevoegd aan de bijlagen en wordt hierna kort samengevat. Verkeersgeneratie De huidige verkeersgeneratie op de Maasdijk is bepaald aan de hand van de planologische ruimte. Op basis van het type werkmilieu en de netto oppervlakte bedrijventerrein in hectare kan worden geconcludeerd dat de huidige planologische verkeersgeneratie op de Maasdijk neerkomt op 521,4 motorvoertuigen per etmaal. Momenteel is op perceel 1 (Maasdijk 3) en perceel 2 (Voorterrein Nautische Boulevard) het bestemmingsplan ‘Land van Thorn’ vastgesteld in 2014 het vigerende bestemmingsplan. Perceel 1 (Maasdijk 3) blijft zijn planologisch recht behouden, de lijst met bedrijvenactiviteiten wordt beperkt tot enkel nautisch/watersport gerelateerde bedrijvigheid. Deze ontwikkeling heeft geen betrekking op de verkeersgeneratie. Op perceel 2 is de realisatie van twee bedrijfspanden voorzien. De toekomstige verkeersgeneratie bedraagt 435,2 motorvoertuigen per etmaal.
Door de wijziging van het bestemmingsplan is er sprake van een afname van de verkeersgeneratie van 92 motorvoertuigen per etmaal. Er is sprake van een afname van afgerond 92 motorvoertuigen per etmaal. Gezien de theoretische capaciteit van 3.500 motorvoertuigen per etmaal van de Maasdijk te Wessem, zal de toekomstige verkeersgeneratie niet tot verkeerskundige problemen leiden. Ontsluitingsstructuur De ontsluiting van het voorterrein van de Nautische Boulevard te Wessem verloopt via de Maasdijk en de Waage Naak. Er rijden momenteel 521,4 motorvoertuigen (planologische verkeersgeneratie) per etmaal op de Maasdijk. Er is data beschikbaar uit recente verkeerstellingen (2024). Volgens deze verkeerstellingen rijden op een gemiddelde werkdag 136 motorvoertuigen per etmaal over de Maasdijk. De Maasdijk is gecategoriseerd als een erftoegangsweg binnen de bebouwde kom. Er geldt een snelheidsregime van 30km/h. De verkeerskundige capaciteit van dergelijke wegen (waarboven problemen in de verkeersafwikkeling/doorstroming ontstaan) bedraagt tot circa 3.500 motorvoertuigen per etmaal volgens het CROW. Dit aantal is mede afhankelijk van de inrichting van de weg (onder andere rijbaanbreedte, wel of geen parkeren op/langs de rijbaan, wel of geen vrij liggende fietspaden, etc.). In de toekomstige situatie rijden er 429 motorvoertuigen per etmaal op de Maasdijk.
Dit is vergeleken met de huidige planologische situatie een afname van afgerond 92 motorvoertuigen per etmaal. De toekomstige verkeersintensiteit ten gevolge van de planontwikkeling, ligt ruim onder de gestelde streefwaarde van 3.500 motorvoertuigen per etmaal. Er worden dan ook geen problemen verwacht met betrekking tot de verkeersafwikkeling op de omliggende infrastructuur ten gevolge van de ontwikkelingen op de Nautische Boulevard.
Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem
52
Voldoende manoeuvreerruimte Er heeft toetsing plaatsgevonden om te beoordelen of er voldoende manoeuvreerruimte aanwezig is om met een vrachtauto het achterterrein van Maasdijk 1 te bereiken. Uit de toetsing (bijgevoegd als bijlage) blijkt dat dit mogelijk is uitgaande van de aangegeven voertuigcombinatie (lengte circa 19 meter). Zogenaamde LZV combinaties (Lange Zware Vrachtauto-combinaties) komen niet ter plaatse. De RDW geeft ontheffingen af voor dergelijke lange voertuigcombinaties - samenstelling van een trekkend, eventueel middelste, en een achterste voertuig - op wegen die daarvoor zijn aangewezen. De Maasdijk valt niet onder dit netwerk van aangewezen routes. Bij het vervallen van het tegenover gelegen parkeerterrein is er geen uitwijkmogelijkheid meer aanwezig. Gezien het doodlopende karakter (toegang naar Maasdijk 5) is de verkeersomvang op dit deel van de Maasdijk laag. Daarnaast komen op dit deel ook geen of nauwelijks (brom)fietsers. Hierdoor zijn geen verkeersonveilige situaties voorzien bij het in- en uitrijden van vrachtwagens voor de bevoorrading van Maasdijk 1 In de bestaande situatie dienen vrachtwagens ook altijd de Maasdijk te kruisen met voor- en achterwaartse bewegingen wanneer zij gebruik mochten maken van het parkeerterrein.
Parkeren De toekomstige parkeerbehoefte voor de ontwikkeling op de Maasdijk is bepaald aan de hand van de nota parkeernormen van de gemeente Maasgouw. Voor de ontwikkeling zijn afgerond 56 parkeerplaatsen benodigd. Het parkeren vindt volledig plaats op eigen terrein. Op het terrein is in ieder geval voldoende ruimte om parkeerplaatsen te realiseren, zie inrichtingsschets.
Figuur inrichtingsschets met parkeerplaatsen Conclusie Vanuit het aspect ‘verkeer en parkeren’ bestaat geen belemmering voor het voorgenomen initiatief.
Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem
53
4.7
Waterparagraaf
In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze het waterhuishoudkundige systeem in het plangebied opgebouwd is en hoe rekening is gehouden met de (ruimtelijk) relevante aspecten van (duurzaam) waterbeheer. Een beknopte beschrijving van de kenmerken van het watersysteem kan het benodigde inzicht geven in het functioneren van dit systeem. Beleidskader Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het besluitgebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap nader wordt behandeld. Nationaal:
Nationaal Waterplan;
Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21);
Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW);
Waterwet.
Provinciaal:
Provinciaal Waterprogramma Limburg 2022-2027.
Waterschap Limburg: Het Waterschap is binnen de provincie naast de waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheerder van het watersysteem tevens de beheerder van de waterkeringen. Waterschap Limburg heeft het navolgende beleid vastgesteld. Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 is op 8 december 2021 vastgesteld door de Algemene besturen van Waterschap Limburg. Met dit Waterbeheerprogramma zet Waterschap Limburg de koers uit voor een toekomstbestendig waterbeheer in Limburg en geeft zij aan hoe zij invulling wil geven aan de taak om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten, en voldoende schoon water. In dit plan is vastgelegd hoe het waterschap het watersysteem en waterkeringen op orde wil brengen en houden. Voorbeelden van maatregelen zijn: het aanleggen en verbeteren van dijken tegen overstromingen, het aanpakken van knelpunten van wateroverlast, herstellen van beken en het verbeteren van de effluentkwaliteit van de rioolwaterzuiveringsinstallaties. Brochure ‘Regenwater schoon naar beek en bodem’ In deze brochure van de Limburgse waterbeheerders worden de richtlijnen en de voorkeursvolgorde voor het afkoppelen van regenwater van het riool beschreven bij (vervangende) nieuwbouw. De voorkeursvolgorde gaat voor het afkoppelen uit van de trits vasthouden, bergen, afvoeren.
Voor het grondoppervlak, dakoppervlak, en voor hergebruik worden richtlijnen gegeven voor het afkoppelen. Keur Waterschap Limburg Waterschap Limburg streeft ernaar op bij nieuwbouw en herstructurering regenwater volledig af te koppelen en binnen het besluitgebied te verwerken. Ten aanzien van onderhavig plan is de Keur van Waterschap Limburg (in werking getreden op 1 april 2019) van toepassing.
Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem
54
Brochure ‘Regenwater schoon naar beek en bodem’ In deze brochure van de Limburgse waterbeheerders worden de richtlijnen en de voorkeursvolgorde voor het afkoppelen van regenwater van het riool beschreven bij (vervangende) nieuwbouw. De voorkeursvolgorde gaat voor het afkoppelen uit van de trits vasthouden, bergen, afvoeren. Voor het grondoppervlak, dakoppervlak, en voor hergebruik worden richtlijnen gegeven voor het afkoppelen. Conclusie De herontwikkeling voorziet in de realisatie van twee gebouwen, parkeergelegenheden en aanlegsteigers met mogelijk ruimte voor drijvende bouwwerken of constructies om ‘binnen’ te werken aan drijvende boten en voor boten ten behoeve van de ontwikkeling van de nautische boulevard.
Tabel Gegevens huidig en toekomstig verhard oppervlak Ten opzichte van de huidige situatie zal ten aanzien van de ontwikkeling het verhard oppervlak toenemen met 100 m2. Het verhard oppervlak in de toekomstige situatie bedraagt circa 9.280 m 2. Bij nieuwbouwsituaties zamelt de gemeente geen regenwater in. De eigenaar van gebouwen en percelen verwerkt het regenwater zelf binnen de perceelgrens, tenzij dat technisch onmogelijk is. Conform het beleidsplan afkoppelen 2014 van de gemeente Maasgouw dient indien een noodoverloop via maaiveld naar de openbare ruimte gemaakt kan worden, een voorziening te worden aangelegd met een inhoud van minimaal 30 mm t.o.v. het aangesloten verhard oppervlak. Vanuit de gemeente Maasgouw heeft het voor deze situatie echter de voorkeur om het hemelwater rechtstreeks te lozen op het oppervlaktewater. Waterhuishouding Ten aanzien van het plan en de omgang met hemelwater zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
toepassen voorkeursvolgorde waterkwantiteit (vasthouden, bergen en afvoeren);
toepassen voorkeursvolgorde waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren);
niet afwentelen op anderen in ruimte en tijd;
toename van het verhard oppervlak. Vooralsnog is uitgegaan van 100 m 2;
afvoer hemelwater richting oppervlaktewater;
geen gebruik van uitlogende (bouw)materialen.
Hemelwater Water wordt bij de verdere planuitwerking expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing genomen en op een duurzame wijze verwerkt. In de toekomstige situatie wordt het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) gescheiden van het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) ingezameld en geloosd op het oppervlaktewater. Uitgangspunt bij elke ruimtelijke ontwikkeling is, dat de kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater ten opzichte van de huidige situatie niet mag verslechteren. Waar mogelijk wordt een verbetering nagestreefd. De waterkwaliteit kan o.a. beïnvloed door het (veranderende) ruimtegebruik en
Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem
55
het gebruik van bouwmaterialen of bepaalde bedrijfsprocessen. Om de water- en bodemkwaliteit niet negatief te beïnvloeden wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende bouwmaterialen (koper, zink, lood). De emissies vanuit bouwmaterialen worden beperkt door gebruik te maken van producten die voorzien zijn van een keurmerk. Een deel van het plangebied bestaat uit oppervlaktewater en ligt binnen de zone waarbinnen Rijkswaterstaat het waterstaatkundig beheer voert. Ten aanzien van het plaatsen van een steiger, vlonder of aanmeervoorziening geldt in principe een vergunning- of meldplicht. Daarnaast is het plangebied gelegen binnen de beschermingszone van een waterkering (binnen beschermingszone) en een profiel van vrije ruimte. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de huidige ligging van kern- en beschermingszone van primaire en regionale waterkeringen. De kern- en beschermingszones van de kering is opgenomen op de verbeelding en bestemd met de dubbelbestemming ‘Waterkering‘. Het uitvoeren van werkzaamheden binnen de kern- en beschermingszones van de waterkering en in het profiel van de vrije ruimte is watervergunningplichtig. Vuilwater Ten aanzien van de toekomstige situatie zal de ontwikkeling zorgen voor een verandering in het aanbod van vuilwater op het riool.
Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving. De mogelijkheden en wijze van aansluiting zal in overleg met de gemeente besproken moeten worden.
Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem
56
5.
Juridische aspecten
5.1
Algemeen
Het bestemmingsplan ‘Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem’ is vervat in een verbeelding, planregels en toelichting. In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de opzet en het gebruik van de verbeelding en planregels. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de SVBP 2012, alsmede de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor).
5.2
Toelichting op de analoge verbeelding
De verbeelding is getekend op basis van een recente kadastrale ondergrond (schaal 1: 1000). De bestemming van het gehele plangebied is ‘Bedrijventerrein’. Binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein’ is een bouwvlak ingetekend waarbinnen de nieuwbouw is toegestaan. Daarnaast is een maatvoeringsaanduiding opgenomen waaruit volgt dat de bouwhoogte van gebouw west maximaal 9 meter en van gebouw oost maximaal 14 meter mag bedragen. Daarnaast is de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Stroomvoerend rivierbed’ en de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone – roerdalslenk 3’ en ‘veiligheidszone – bevi’ conform het huidig bestemmingsplan overgenomen. Verder is de functieaanduiding ‘specifieke vorm van water – werkstrook’ verruimd.
5.3
Toelichting op de regels
Bij het opstellen van de planregels is uitgegaan van het rapport Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) en recente bestemmingplannen uit de omgeving van het plangebied. De planregels zijn verdeeld in 4 hoofdstukken, te weten:
Hoofdstuk 1: Inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten.
Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels. Hiermee worden de op de verbeelding opgenomen bestemmingen geregeld.
Hoofdstuk 3: Algemene regels, waaronder zijn opgenomen de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels en algemene wijzigingsregels.
Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels, waarin het overgangsrecht en de slotregel zijn opgenomen.
Het belangrijkste doel van de regels is om de bouw- en gebruiksregels van de nieuwe bestemmingen aan te geven. 5.3.1
Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn. Een aantal begrippen is standaard voorgeschreven in de SVBP2012.
Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem
57
Artikel 2 Wijze van meten Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken/percelen gemeten moeten worden. 5.3.2
Bestemmingsplanregels
Ter verkrijging van een logische opbouw wordt de navolgende volgorde in de bestemmingsregeling aangehouden voor de opgenomen bestemmingen: 1. Bestemmingsomschrijving; 2. Bouwregels; 3. Nadere eisen; 4. Afwijken van de bouwregels; 5. Specifieke gebruiksregels; 6. Afwijken van de gebruiksregels; 7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; 8. Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; 9. Wijzigingsbevoegdheid. In de bestemmingsomschrijving wordt een omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functies. Als eerste wordt de hoofdfunctie aangegeven. Vervolgens worden de andere aan de grond toegekende functies genoemd. In de bouwregels wordt bepaald aan welke voorwaarden de bebouwing moet voldoen. Voor zover nodig wordt een onderscheid gemaakt in hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waardoor de toetsing van aanvragen voor een omgevingsvergunning aanmerkelijk vereenvoudigd en inzichtelijker is. In de nadere eisen wordt bepaalde welke aanvullende eisen het bevoegd gezag kan stellen aan de bebouwing. Van de bouwregels kan tevens afgeweken worden middels een omgevingsvergunning (afwijken van de bouwregels). In de specifieke gebruiksregels staat aangegeven welke gebruik in ieder geval strijdig is met de bestemmingsomschrijving.
Van de gebruiksregels kan tevens afgeweken worden middels een omgevingsvergunning voor meer gebruiksmogelijkheden (afwijken van de gebruiksregels). In de regels omtrent een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, is een vergunningplicht opgenomen voor bepaalde werkzaamheden. De regels omtrent een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk bepalen in welke gevallen het slopen van een bouwwerk vergunningplichtig is. In de wijzigingsbevoegdheid is opgenomen onder welke voorwaarden een bestemming omgezet kan worden naar een andere bestemming. In het onderstaande worden de regels van de opgenomen bestemmingen nader toegelicht. Hierbij wordt, conform SVBP2012, een alfabetische volgorde aangehouden. Artikel 3 Bedrijventerrein Deze gronden zijn bestemd voor: a. watergebonden bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in de bij deze regels behorende Bijlage 1 Staat van watersportgebonden bedrijven;
Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem
58
b. aan watersport of jachthaven gerelateerde volumineuze detailhandel; c.
aan watersport of jachthaven gerelateerde niet-volumineuze detailhandel tot een maximum bedrijfsvloeroppervlak van 50 m2;
d. ondergeschikte horeca tot maximaal 50 m 2; e. het stallen van pleziervaartuigen binnen in bedrijfsbebouwing; f.
een jachthaven;
het houden van aan watersport gerelateerde cursussen en trainingen, tot een maximaal bedrijfsvloeroppervlak van 50 m2; met de daarbij behorende: g. terrassen ten behoeve van de onder 3.1 sub d genoemde horeca-activiteiten, conform categorie 1 van de staat van horeca-activiteiten zoals mede omschreven onder artikel 1.36, welke ondergeschikt zijn aan de bedrijfsvoering tot een maximale oppervlakte van 50 m2; h. ondergeschikte kantoren, met inachtneming van het bepaalde in 3.4.3; i.
tuinen, erven en terreinen;
j.
parkeervoorzieningen;
k.
groenvoorzieningen;
l.
voorzieningen van algemeen nut;
m. (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen. Er zijn bouw- en nadere gebruiksregels opgenomen en door middel van afwijking is het mogelijk nieuwe bedrijvigheid, die naar aard en omvang vergelijkbaar is met de aanwezige bedrijven, maar die niet in de Staat van watersportgebonden bedrijven voorkomt, toch toe te staan. Artikel 4
Water - Riviergebonden
Deze gronden zijn bestemd voor: n. de scheepvaart; o. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - werkstrook', een werkstrook, waarbij geldt dat de uitoefening van de bedrijfsactiviteiten onlosmakelijk verbonden dient te zijn met de vestiging c.q. uitoefening van bedrijven als toegelaten op de aangrenzende bestemming 'Bedrijventerrein' en waarbij eveneens geldt dat het functioneren van het scheepvaartverkeer te allen tijde gewaarborgd dient te zijn; p. het stallen van pleziervaartuigen; q. een jachthaven; r.
de beheersing van de waterstand en de waterbeheersing;
s.
het behoud en herstel van natuurwaarden;
t.
waterlopen en waterpartijen;
u. groenvoorzieningen; v.
infiltratievoorzieningen;
w. kruisingen en overbruggingen ten behoeve van verkeersdoeleinden; x.
uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - schiphuis', boothuizen.
De aanduiding ‘specifieke vorm van water – werkstrook’ geldt in dit bestemmingsplan binnen de gehele bestemming. Ter plaatse zijn specifiek benoemde bouwwerken toegestaan. Daarnaast is een omgevingsvergunningplicht opgenomen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.
Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem
59
Artikel 5 Waterstaat – Stroomvoerend rivierbed’ De voor 'Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor: a. riviergebonden activiteiten; b. voor het waarborgen van een veilige afvoer van en berging van rivierwater onder normale en maatgevende hoogwaterstanden, sediment en ijs; c.
de waterhuishouding;
d. de aanleg, het onderhoud en de verbetering van de waterkering; e. het vergroten van de afvoercapaciteit. Onder riviergebonden activiteiten wordt verstaan: a. de aanleg of wijziging van de waterstaatkundige functies; b. de realisatie van voorzieningen voor een betere en veiligere afwikkeling van de beroeps- en recreatievaart; c.
de bouw of wijziging van waterkrachtcentrales;
d. de realisatie van natuur; e. de realisatie van voorzieningen die onlosmakelijk met de waterrecreatie zijn verbonden; f.
de winning van oppervlaktedelfstoffen.
Ter plaatse mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, alsmede botenhuizen. Daarnaast is een omgevingsvergunningplicht opgenomen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. 5.3.3
Algemene regels
In artikel 6, de anti-dubbeltelregel wordt bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft. Het nog overgebleven terrein mag dus niet nog eens meegenomen worden bij het toestaan van een ander bouwwerk. In artikel 7 zijn algemene bouwregels opgenomen, met daarin regels over ondergronds bouwen, ondergeschikte bouwdelen en een algemene bepaling over bestaande afstanden en maten. In artikel 8 zijn de algemene gebruiksregels opgenomen met daarin een algemeen gebruiksverbod. In artikel 9 zijn de algemene aanduidingsregels opgenomen voor de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone – roerdalslenk 3’ en ‘veiligheidszone – bevi’. In artikel 10 zijn de algemene afwijkingsregels en in artikel 11 de algemene wijzigingsregels opgenomen. Deze verschaffen het bevoegd gezag c.q. burgemeester en wethouders de gewenste beleidsruimte om bij de uitvoering van het plan te kunnen inspelen op gegevens of situaties die vooraf niet bekend kunnen zijn. In artikel 12 zijn de algemene procedureregels opgenomen en in artikel 13 zijn de overige regels inzake (de rangorde) van dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen en andere wettelijke regelingen opgenomen. 5.3.4
Overgangs- en slotregels
In de bepaling Overgangsrecht (artikel 14) is geregeld in hoeverre en onder welke voorwaarden bestaande gebouwen en het bestaand gebruik van gronden en bouwwerken mogen afwijken van het plan.
Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem
60
In de Slotregel (artikel 15) is aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem
61
6.
Uitvoerbaarheid
6.1
Economische uitvoerbaarheid
Op 1 juli 2008 zijn samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepalingen omtrent de grondexploitatie in werking getreden. In afdeling 6.4 van de Wro is bepaald dat de gemeente verplicht is bij het vaststellen van een planologische maatregel die mogelijkheden schept voor een bouwplan zoals bepaald in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Dit betekent dat er voor de gemeente een verplichting bestaat om de kosten, die gepaard gaan met een bouwplan, te verhalen op de initiatiefnemer middels een exploitatieplan of anterieure overeenkomst. Indien het de beoogde ontwikkeling geen bouwplan is in de zin van artikel 6.2.1 van het Bro dan hoeven de kosten niet te worden verhaald. Uitgangspunt voor de beoogde ontwikkeling is dat deze voor de gemeente budgetneutraal plaatsvindt. Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de gemeenteraad verplicht om, als sprake is van een bouwplan, de gemeentelijke kosten te verhalen. Dit bestemmingsplan voorziet in een nieuw bouwplan. De gronden in het plangebied zijn in eigendom van de gemeente. De ontwikkeling zal door een nader te selecteren initiatiefnemer worden uitgevoerd. Van een overeenkomst tussen gemeente en toekomstige initiatiefnemer is momenteel nog geen sprake.
De kosten voor de ruimtelijke procedure komen voor rekening van de gemeente en maken onderdeel uit van de gemeentelijke businesscase. De kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan en de bijbehorende onderzoeken zijn volledig gedekt via de beschikbare middelen uit de GREX. Dit dekt onder meer de planologische, technische en milieutechnische onderzoeken die nodig zijn om het plan op te stellen. Daarnaast zijn de kosten voor het bouwrijpmaken van het terrein – inclusief de sanering van een geconstateerde bariumverontreiniging en het verleggen van bestaande nutsvoorzieningen – eveneens gedekt vanuit de GREX. De realisatiekosten van de toekomstige ontwikkeling worden verdisconteerd in de verwachte grondopbrengst van het voorterrein. De economische haalbaarheid op dit vlak is onderbouwd. Tijdens recente marktconsultaties is aantoonbare interesse getoond door potentiële kopers en ontwikkelaars. Dit geeft aan dat er een reële vraag is naar de ontwikkeling van dit terrein. De planschaderisico's worden door middel van een planschaderisicoanalyse in beeld gebracht. Deze kosten worden verdisconteerd bij de verkoop van de gronden.
Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem
62
7.
Overleg en inspraak
7.1
Overleg
Bij de voorbereiding van een ruimtelijk besluit moeten burgemeester en wethouders overleg plegen met het waterschap, met andere gemeenten van wie de belangen bij het plan betrokken zijn, en met de betrokken rijks- en provinciale diensten. Van het vooroverleg kan worden afgezien indien de betrokken diensten aangeven dat overleg niet noodzakelijk is. In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro is het voorontwerpbestemmingsplan verstuurd naar de onderstaande instanties:
Rijkswaterstaat;
Provincie Limburg;
Waterschap Limburg;
Veiligheidsregio Limburg-Noord.
Van alle bovengenoemde instanties is (per e-mail) een reactie ontvangen. Onderstaand wordt kort ingegaan op de ontvangen reacties en de wijze waarop deze in het bestemmingsplan zijn verwerkt. Rijkswaterstaat Met betrekking tot de paragraaf externe veiligheid wordt voorgesteld een paragraaf op te nemen met betrekking tot de permanente boten en het hoogwater van de Maas. Daarnaast wordt geadviseerd aan te geven of er al dan niet effecten zijn op de radars van de omliggende havens. Paragraaf 4.1.5. Externe veiligheid is naar aanleiding van de reactie aangevuld. Provincie Limburg De conclusies kunnen grotendeels onderschrijven worden, echter twee punten met betrekking tot natuur waar (meer/beter) rekening mee gehouden moet worden: 1. De Thornerbeek is een natuurbeek en de monding in de Maas/haven is overkluisd en verre van natuurlijk of optimaal functionerend (o.a. voor vissen). De monding is gelegen op slechts een paar meter buiten de plangrens en het is de vraag in hoeverre de ontwikkeling van de nautisch boulevard het ecologisch functioneren nu en in de toekomst kan/zal belemmeren. De plannen zouden bij voorkeur juist meer aandacht kunnen geven aan een betere/groene inrichting van de smalle snipper groene ruimte en beekmonding die in deze bebouwde en geïndustrialiseerd omgeving resteert. 2.
In de quickscan flora en fauna en het bestemmingsplan voor de Nautische boulevard wordt nog onvoldoende rekening gehouden met een zeldzame vleermuis die rivieren en grote wateren gebruikt en volgt o.a. tijdens migratie. Lichtvervuiling op het water en de oevers heeft een verstorend effect op het gedrag van de Meervleermuis (mogelijk ook watervleermuis). Het is zaak de duisternis op het water als een kernkwaliteit en waarde te beschermen. Dit kan door in de bouwplannen met een ecologisch/vleermuisvriendelijk lichtplan te werken. zo weinig mogelijk verlichting, geen/zo weinig mogelijk uitstraling over/op het water, gebruik vleermuisvriendelijke verlichting, gebruik tijdklok (na bepaalde tijd licht automatisch uit). Beide punten zijn aangevuld in de quickscan flora en fauna. Waterschap Limburg In de nieuwe legger is er een strook bijgekomen langs de waterkering. Naast de binnenbeschermingszone ligt er nu ook een profiel van vrije ruimte. Mocht een gebouw binnen dit profiel gebouwd worden dan dient een watervergunning aan te vragen. In de waterparagraaf (paragraaf 4.7) is tekstueel toegevoegd dat er in de nieuwe legger een nieuwe strook (profiel van ruimte) is bijgekomen.
Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem
63
Veiligheidsregio Limburg-Noord Op grond van het Besluit externe veiligheid inrichtingen en het Besluit externe veiligheid transportroutes heeft de Veiligheidsregio Limburg-Noord groepsrisicoadvies gegeven over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van een inrichting of transportroute. Het advies is verwerkt in paragraaf 4.1.5. van dit bestemmingsplan.
7.2
Inspraak
De Wro bevat geen procedurevoorschriften met betrekking tot de inspraak, en is in de Wro zelf niet verplicht gesteld.
7.3
Procedure
In het kader van de procedure ex artikel 3.1 Wro dient de procedure genoemd in afdeling 3.4 Algemene Wet Bestuursrecht gevolgd te worden. De procedure ziet er als volgt uit: Bestuurlijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro;
Openbare kennisgeving van het ontwerpbestemmingsplan;
Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan ge-
deputeerde staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten; Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen
worden ingebracht; Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken indien zienswijzen zijn
ingediend; Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien gedeputeerde staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of
het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, vanaf 6 weken na vaststelling; Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na
bekendmaking voor belanghebbenden; Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
7.4
Zienswijzenprocedure / resultaten terinzagelegging
Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn 3 zienswijzen ingediend. In de bijlage in de Nota ter beantwoording zienswijzen opgenomen.
Bestemmingsplan Voorterrein Nautische Boulevard, Wessem
64
Separate bijlagen Bijlage 1: Beeldkwaliteitsplan Bijlage 2: Ladderonderbouwing Bijlage 3: Bodemonderzoek Bijlage 4: Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 5: Onderzoek externe veiligheid Bijlage 6: AERIUS-berekening stikstofdepositie Bijlage 7: Quickscan flora en fauna Bijlage 8: Verkeersonderzoek Bijlage 9: Watertoets Bijlage 10: Vooroverleg Bijlage 11: Schaduwstudie Bijlage 12: Toetsing manoeuvreerruimte Bijlage 13: Nota ter beantwoording zienswijzen
Voorterrein Nautische Boulevard Wessem
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
4
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
4 12
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
13
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bedrijventerrein Water - Riviergebonden Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed Waterstaat - Waterkering
13 16 19 23
Hoofdstuk 3
Algemene regels
25
Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Overige regels
25 26 28 29 30 32 33 34
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
36
Artikel 15 Artikel 16
Overgangsrecht Slotregel
36 37
Bijlagen bij regels
39
Bijlage 1
40
2
Staat van watersportgebonden bedrijven
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
Regels
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan 'Voorterrein Nautische Boulevard Wessem' met identificatienummer NL.IMRO.1641.BPL120-VG01 van de gemeente Maasgouw. 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
archeologische monumentenzorg:
zorg die zich richt op het optimaal beheer van de bodem als unieke bron van informatie over de geschiedenis van Nederland. 1.6
archeologisch onderzoek:
in een schriftelijke rapportage vastgelegd bureau- en/of veldonderzoek naar de materiële neerslag van menselijke aanwezigheid en menselijk handelen in het verleden. 1.7
archeologische waarde:
de aan een gebied toegekende waarden in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit in het verleden, tenminste ouder dan 50 jaar. 1.8
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.9
bebouwingspercentage:
een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwperceel dan wel bouwvlak, zoals bepaald in de regels, aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd.
4
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
1.10
bedrijf:
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen. 1.11
bedrijfswoning:
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor de huisvesting (van het huishouden) van een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van de grond ter plaatse van het gebouw en/of terrein noodzakelijk moet worden geacht. 1.12
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak. 1.13
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.14
bijgebouw:
een gebouw dat in functioneel en ruimtelijk opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en dat ten dienste staat van dat hoofdgebouw. 1.15
bodemverstorende activiteiten:
het plegen van ingrepen die de bestemming van de grond veranderen en/of waardoor het grondwaterpeil verandert of het uitvoeren van grondbewerkingen. 1.16
boorput:
een put waarmee water aan de bodem kan worden onttrokken, water in de bodem kan worden gefilterd of die kan dienen als hulpmiddel om de grondwaterstand te registreren. 1.17
boothuis:
een bouwwerk geplaatst op het water ten dienste van overdekte kortdurige stalling van maximaal 4 weken één of meer pleziervaartuigen in het water en waar onderhoud, reparatie en refit van de vaartuigen kan plaatsvinden. 1.18
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.19
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak.
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
5
1.20
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.21
bouwperceelgrens:
een grens van een bouwperceel. 1.22
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.23
bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.24
dagrecreatie:
activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting niet is toegestaan. 1.25
dakopbouw:
een ondergeschikte opbouw van het dakvlak van een gebouw, ten behoeve van voorzieningen zoals trappenhuizen, luchtbehandelings- en liftinstallaties. 1.26
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of consumentverzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten. 1.27
dienstverlening:
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een belwinkel en internetcafé. 1.28
erotisch getint bedrijf:
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een erotisch getint bedrijf worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.
6
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
1.29
evenement:
een voor het publiek toegankelijke verrichting van het vermaak op het gebied van sport, muziek, kunst, hobby, tuin, vrije tijd en sociaal-cultureel vlak. 1.30
evenemententerrein:
een voor het publiek toegankelijk terrein alwaar verrichtingen plaats vinden inzake het vermaak op het gebied van sport, muziek, kunst, hobby, tuin, vrije tijd en sociaal-cultureel vlak. 1.31
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.32
geluidsgevoelig object
woningen, geluidsgevoelige terreinen en andere geluidsgevoelige gebouwen, als bedoeld in (artikel 1 van) de Wet geluidhinder. 1.33
geluidszoneringsplichtige inrichting:
een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld. 1.34
gemeentelijke archeologische beleidskaart:
kaart waarop de gemeentelijke archeologische gebieden zijn geregistreerd. 1.35
hoofdgebouw:
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.36
horeca:
het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf: a. horeca, categorie 1: een horecabedrijf, dat qua exploitatievorm aansluit bij winkelvoorzieningen en waar naast overwegend niet ter plaatse bereide kleinere etenswaren en in hoofdzaak alcoholvrije drank worden verstrekt. b. horeca, categorie 2: een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden. Daaronder worden begrepen: cafetaria/snackbar, fastfood en broodjeszakenlunchroom, konditorei, ijssalon/ijswinkel koffie en/of theeschenkerij, afhaalcentrum, eetwinkels, restaurant. c. horeca, categorie 3:
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
7
een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van (alcoholische) dranken voor consumptie ter plaatse, alsmede het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden, alsmede (in sommige gevallen) de gelegenheid biedt tot dansen; Daaronder worden begrepen: café, bar, grand-café, eetcafé, danscafé, pubs, juice- en healthbar. d. horeca, categorie 4: een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het bieden van vermaak en ontspanning (niet zijnde een recreatieve voorziening) en/of het geven van gelegenheid tot de dansbeoefening, al dan niet met levende muziek en al dan niet met de verstrekking van dranken en kleine etenswaren: Daaronder worden begrepen: discotheek/dancing, nacht-café en een zalencentrum (met nachtvergunning). e. horeca, categorie 5: een inrichting die geheel of in overwegende mate is gericht op het verstrekken van nachtverblijf. Daaronder worden begrepen: hotel, motel, pension en overige logiesverstrekkers. 1.37
jachthaven:
haven met daarbij behorende grond waar de gelegenheid wordt gegeven voor het aanleggen, afmeren of afgemeerd houden van pleziervaartuigen alsmede het uitvoeren van refit, reparatie- en onderhoudswerkzaamheden aan pleziervaartuigen voor zover deze onderdeel vormen van het normale bedrijfsproces; 1.38
kantoor:
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, het leggen van contacten en/of het uitvoeren van commerciële handelingen, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen. 1.39
maaiveld:
de bovenkant van een afgewerkt terrein dat een gebouw c.q. bouwwerk omgeeft. 1.40
normaal onderhoud:
het onderhoud, dat gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goed beheer en gebruik van de gronden en gebouwen die tot de betreffende bestemming behoren. 1.41
nutsvoorziening:
voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer. 1.42
omgevingsvergunning:
omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
8
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
1.43
ondergronds bouwwerk:
een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil. 1.44
opgraving:
archeologische maatregel waarbij een aangetroffen en gewaardeerde vindplaats ex situ wordt behouden. 1.45
overkapping:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport. 1.46
overig bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.47
pleziervaartuig:
een vaartuig dat, ongeacht het type of de wijze van voortstuwing, is bestemd voor recreatievaart, sportbeoefening of vrijetijdsbesteding met een romplengte van minimaal 2,50 m en maximaal 24 m. 1.48
prostitutie:
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding, waaronder in ieder geval begrepen prostitutiebedrijf en raamprostitutie. 1.49
recreatievaart:
het gebruik van vaarwegen met een recreatief doel, waaronder begrepen incidenteel nachtverblijf op pleziervaartuigen. 1.50
refit:
het ombouwen of restylen van een vaartuig of het vernieuwen, verbouwen, verlengen of verbreden daarvan, alsmede het her-motoriseren of het vernieuwen van de voortstuwingsinstallaties van het vaartuig. 1.51
risicovolle inrichting:
een inrichting bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten. 1.52
rivierkundige activiteiten van ondergeschikt belang:
a. het plaatsen van een in- of uitstroomvoorziening, mits de in- of uitstroomsnelheid maximaal 0,3 m/s bedraagt; b. het plaatsen van een steiger, vlonder of overhangend bouwwerk bestemd voor niet bedrijfsmatig gebruik dan wel voor naar aard en omvang vergelijkbaar overig gebruik; Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
9
c. het plaatsen van informatieborden, informatiezuilen, reclameborden of reclamezuilen mits deze niet groter zijn dan 2 meter bij 3 meter en per 200 meter niet meer dan 5 borden of zuilen aanwezig zijn; d. terreinophogingen van minder dan 50 m³ per perceel; e. het plaatsen van visfuiken. 1.53
stalling:
het doen opslaan van het pleziervaartuig en de eventueel bij behorende trailer, in of op een daartoe door de jachthaven ingerichte plaats (zowel binnen als buiten). 1.54
toeristisch recreatieve activiteit:
activiteiten in het kader van detailhandel, maatschappelijke voorzieningen, dienstverlening en cultuur en ontspanning ten behoeve van de toeristisch recreatieve sector. Hieronder wordt niet verstaan verblijfsrecreatie. 1.55
verkoopvloeroppervlakte:
het vloeroppervlak van de ruimten die worden of kunnen worden gebruikt voor verkoopactiviteiten. 1.56
voorgevellijn:
denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen. 1.57
voorzieningen van algemeen nut:
voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer, riolering, straatvoorzieningen waaronder voorzieningen voor afvalstoffen en straatmeubilair. 1.58
watergebonden bedrijfsactiviteiten:
Nautische en watersportgerelateerde bedrijfsactiviteiten, waaronder stalling en verhuur van pleziervaartuigen, bouw- en reparatie van schepen en refit. 1.59
waterpeil:
de hoogte (het niveau) van de waterspiegel gemeten naar NAP op het moment van aanvraag van de vergunning, afwijking of bestemmingswijziging. Dit kan betrekking hebben op zowel oppervlaktewater als grondwater. 1.60
watersport:
sporten te water, waaronder zeilen, surfen, varen. 1.61
weg:
een voor het openbaar rij- of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.
10
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
1.62
werkstrook:
strook in en/of langs het water, waarbinnen werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden, die onlosmakelijk verbonden zijn met de vestiging en/of uitvoering van bedrijfsactiviteiten zoals deze zijn toegelaten op de aangrenzende bestemming. 1.63
wet/wettelijke regelingen:
indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald. 1.64
wonen:
het houden van verblijf, het hebben - huren hieronder mede begrepen - van kamers of het gehuisvest zijn in een huis, evenwel met uitzondering van bewoning met een overwegend verzorgend karakter. 1.65
zeecontainer:
container ten behoeve van het tijdelijk opslaan van goederen voor het verdere vervoer van deze goederen of ten behoeve van het tijdelijk opslaan van goederen voor bouwwerkzaamheden.
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
11
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6
afstand tot de bouwperceelsgrens:
tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. 2.7
ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk:
vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. 2.8
peil: voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld.
12
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Bedrijventerrein
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. watergebonden bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in de bij deze regels behorende Bijlage 1 Staat van watersportgebonden bedrijven; b. aan watersport of jachthaven gerelateerde volumineuze detailhandel; c. aan watersport of jachthaven gerelateerde niet-volumineuze detailhandel tot een maximum bedrijfsvloeroppervlak van 50 m2; d. ondergeschikte horeca tot maximaal 50 m2; e. het stallen van pleziervaartuigen binnen in bedrijfsbebouwing; f. een jachthaven; g. het houden van aan watersport gerelateerde cursussen en trainingen, tot een maximaal bedrijfsvloeroppervlak van 50 m2; met de daarbij behorende: h. terrassen ten behoeve van de onder 3.1 sub d genoemde horeca-activiteiten, conform categorie 1 van de staat van horeca-activiteiten zoals mede omschreven onder artikel 1.36, welke ondergeschikt zijn aan de bedrijfsvoering tot een maximale oppervlakte van 50 m2; i. ondergeschikte kantoren, met inachtneming van het bepaalde in 3.4.3; j. tuinen, erven en terreinen; k. parkeervoorzieningen; l. groenvoorzieningen; m. voorzieningen van algemeen nut; n. (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Bedrijfsgebouwen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage van het bouwperceel mag niet meer dan 65% bedragen; c. platte daken op bedrijfsgebouwen zijn niet toegestaan. 3.2.2
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2 meter; b. de maximale bouwhoogte van vlaggenmasten, verlichtingsarmaturen en lichtmasten bedraagt 8 meter, met dien verstande dat de hoogte van vlaggenmasten, verlichtingsarmaturen en lichtmasten vóór de voorgevellijn 5 meter bedraagt; c. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 30 meter; d. zonnecollectoren zijn op het gehele bouwperceel toegestaan.
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
13
3.2.3
Gebouwen van algemeen nut
Voor het bouwen van gebouwen van algemeen nut gelden de volgende bepalingen: a. de maximale bouwhoogte bedraagt 3 meter; b. de maximale oppervlakte per voorzieningen van algemeen nut bedraagt 15 m². 3.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aanwezige bedrijven; c. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; d. ter waarborging van de verkeersveiligheid; e. ter waarborging van de sociale veiligheid; f. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding. 3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend het gebruik voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.
geluidszoneringsplichtige inrichtingen; wonen; een verkooppunt voor motorbrandstoffen (incl. LPG); erotisch getinte bedrijven en prostitutie; opslag van goederen en materialen binnen een afstand van 4 meter vanaf de weg; wonen in woonschepen; zelfstandige kantoren; risicovolle inrichtingen; nachtverblijf; niet nautisch gerelateerde detailhandel; het huisvesten van tijdelijke arbeidsmigranten.
3.4.2
(Zee)containers
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend het permanent plaatsen van (zee)containers waarvoor een omgevingsvergunning in de zin van Wet algemene bepalingen omgevingsvergunningen is vereist.
3.4.3
Aan de bedrijfsvoering ondergeschikte kantoren
De maximale gezamenlijke oppervlakte aan kantoren mag niet meer bedragen dan 30% van het totale bedrijfsoppervlak, met een maximum van 500 m². 3.5
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1
Naar aard en omvang vergelijkbare bedrijven
Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bepaalde in artikel 3.1 onder a. alsmede het bepaalde in artikel 3.4.1 onder a. teneinde bedrijven toe te staan die niet zijn genoemd in Bijlage 1 Staat van watersportgebonden bedrijven onder de volgende voorwaarden: a. de bedrijvigheid is wat betreft aard en omvang vergelijkbaar met de bedrijvigheid welke op basis van
14
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
deze regels zonder afwijking is toegestaan; b. er vindt geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden plaats; c. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving.