Bijlage 2a Toelichting en planregels bestemmingsplan ‘Voorterrein Nautische boulevard Wessem’;
Tekst van het document
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
15
Artikel 4 4.1
Water - Riviergebonden
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water - Riviergebonden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de scheepvaart; b. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - werkstrook', een werkstrook, waarbij geldt dat de uitoefening van de bedrijfsactiviteiten onlosmakelijk verbonden dient te zijn met de vestiging c.q. uitoefening van bedrijven als toegelaten op de aangrenzende bestemming 'Bedrijventerrein' en waarbij eveneens geldt dat het functioneren van het scheepvaartverkeer te allen tijde gewaarborgd dient te zijn; c. het stallen van pleziervaartuigen; d. een jachthaven; e. de beheersing van de waterstand en de waterbeheersing; f. het behoud en herstel van natuurwaarden; g. waterlopen en waterpartijen; h. groenvoorzieningen; i. infiltratievoorzieningen; j. kruisingen en overbruggingen ten behoeve van verkeersdoeleinden; k. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - schiphuis', boothuizen. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen in de vorm van botenhuizen op een drijvende constructie ter plaatse van de aanduiding aanduiding 'specifieke vorm van water - schiphuis' waarvoor de volgende bepalingen gelden: 1. bouwhoogte maximaal 8 meter; 2. er dient twee meter afstand te worden aangehouden tussen de boothuizen; 3. een maximale oppervlakte van 170 m2 per boothuis; 4. botenhuizen mogen uitsluitend worden gebouwd aansluitend op een aanlegsteiger zoals bedoeld onder b.; b. op of in deze gronden mogen aanlegsteigers worden gebouwd, op of in de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van water - werkstrook'; c. de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 5 meter. 4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - werkstrook', zijn de volgende bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan: a. b. c. d. e. f. g. h.
16
bakens; aanlegsteigers; pontons; hellingbanen; hefbokken; beschoeiingen; damwanden; doorvaartconstructies.
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
4.3
Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en opstallen wordt in elk geval verstaan het gebruik voor en/of als: a. ligplaats alsmede voor het laden en lossen van schepen, behorende tot inrichtingen als bedoeld in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer; b. ligplaats voor woonschepen; c. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen, schepen, woonschepen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; d. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; e. nachtverblijf, behoudens een nachtverblijf van maximaal 3 dagen ten behoeve van de activiteiten in de boothuizen; f. het totaal aantal ligplaatsen voor pleziervaartuigen ter plaatse van de functieaanduidingen 'specifieke vorm van water - werkstrook' mag niet meer bedragen dan 99. 4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1
Verbod
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren die voorkomen in de onderstaande opsomming: a. enig werk dan wel een verandering in een bestaand werk te maken dan wel in een bestaand werk verandering te brengen; b. grond, bagger, specie, puin of andere zinkende stoffen te stapelen, storten of neer te leggen; c. het verrichten van ontgrondingen; d. bovengrondse constructies, installaties of apparatuur, vistoestellen inbegrepen, aan te brengen; e. een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting, niet bestemd voor vervoer, vast te leggen. Deze omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan: 1. het werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden is niet in strijd met de doeleindenomschrijving van het bestemmingsplan, of krachtens zodanige plannen gestelde eisen, een beheersverordening, een besluit als bedoeld in artikel 3.40 van de Wet ruimtelijke ordening dan wel met een voorbereidingsbesluit 2. voor het werk of de werkzaamheid een vergunning ingevolge de Monumentenwet 1988, een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening is vereist en deze is verleend indien zulks vereist is; 3.
het werk of werkzaamheid is niet in strijd met de regels gesteld bij of krachtens een verordening als bedoeld in artikel 4.1, derde lid van de Wet ruimtelijke ordening of bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4.3 derde lid van de Wet ruimtelijke ordening. 4.4.2
Uitzonderingen
Het verbod als bedoeld in 4.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. b. c. d.
betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; vallen binnen het kader van de normale bodemexploitatie en bodemgebruik; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
17
4.4.3
Toelaatbaarheid
De werken of werkzaamheden als bedoeld in 4.4.1 zijn slechts toelaatbaar, gehoord de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat, en door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect, te verwachten gevolgen de in 4.1 genoemde functies van deze gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.
18
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
Artikel 5 5.1
Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor: a. riviergebonden activiteiten; b. voor het waarborgen van een veilige afvoer van en berging van rivierwater onder normale en maatgevende hoogwaterstanden, sediment en ijs; c. de waterhuishouding; d. de aanleg, het onderhoud en de verbetering van de waterkering; e. het vergroten van de afvoercapaciteit. Onder riviergebonden activiteiten wordt verstaan: a. de aanleg of wijziging van de waterstaatkundige functies; b. de realisatie van voorzieningen voor een betere en veiligere afwikkeling van de beroeps- en recreatievaart; c. de bouw of wijziging van waterkrachtcentrales; d. de realisatie van natuur; e. de realisatie van voorzieningen die onlosmakelijk met de waterrecreatie zijn verbonden; f. de winning van oppervlaktedelfstoffen. 5.2
Bouwregels
Op de gronden zoals bedoeld in 5.1 mag niet worden gebouwd. 5.3
Afwijken van de bouwregels
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het waterbergend en stroomvoerend vermogen van het gebied kan het bevoegd gezag, mits gehoord Rijkswaterstaat met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2 ten behoeve van zowel riviergebonden, niet riviergebonden activiteiten, activiteiten ten behoeve van rivierbeheer of rivierverruiming en voor rivierkundige bouwwerken van ondergeschikt belang alsmede een eenmalige uitbreiding van ten hoogste 10% van de bestaande bebouwing, mede conform de onderliggende bestemming, met dien verstande dat slechts een omgevingsvergunning wordt verleend indien: voor riviergebonden bouwwerken: a. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van het bouwwerk dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk gewaarborgd blijft; b. er geen sprake is van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit; c. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van het bouwwerk dat de waterstandsverhoging of de afname van het waterbergend vermogen zo gering mogelijk is; d. de resterende waterstandseffecten of de afname van het bergend vermogen duurzaam worden gecompenseerd waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen gezekerd zijn; voor niet-riviergebonden bouwwerken: a. er sprake is van: 1. het een functieverandering binnen de bestaande bebouwing betreft of; 2.
het een activiteit betreft die per saldo meer ruimte voor de rivier oplevert op een rivierkundig
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
19
bezien aanvaardbare locatie of; 3. het een groot openbaar belang betreft en het bouwwerk niet redelijkerwijs buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd of ; 4. er een zwaarwegend bedrijfseconomisch belang is voor bestaande grondgebonden agrarische bedrijven en het bouwwerk redelijkerwijs niet buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd; b. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van het bouwwerk dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk gewaarborgd blijft; c. er geen sprake is van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit; d. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van het bouwwerk dat de waterstandsverhoging of de afname van het waterbergend vermogen zo gering mogelijk is; 1. de resterende waterstandseffecten of 2. de afname van het bergend vermogen duurzaam worden gecompenseerd of; 3. de rivierverruimende maatregelen worden genomen, waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen gezekerd zijn. voor rivierkundige activiteiten van ondergeschikt belang, activiteiten ten behoeve van rivierbeheer of verruiming en voor een eenmalige uitbreiding van ten hoogste 10 % van de bestaande bebouwing: a. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk gewaarborgd blijft; b.
er geen sprake is van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit; c. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandsverhoging of de afname van het waterbergend vermogen zo gering mogelijk is. 5.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en opstallen wordt in elk geval verstaan het gebruik voor zowel riviergebonden als niet-riviergebonden activiteiten. 5.5
Afwijken van de gebruiksregels
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan waterbergend vermogen van het gebied kan het bevoegd gezag, mits gehoord Rijkswaterstaat, met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.4 ten behoeve van zowel riviergebonden als niet riviergebonden activiteiten, mede conform de onderliggende bestemming, met dien verstande dat slechts een omgevingsvergunning wordt verleend indien: voor riviergebonden activiteiten: a. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk gewaarborgd blijft; b. er geen sprake is van een feitelijke belemmering vor vergroting van de afvoercapaciteit; c. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandsverhoging of de afname van het waterbergend vermogen zo gering mogelijk is; d. de resterende waterstandseffecten of de afname van het bergend vermogen duurzaam worden gecompenseerd waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen gezekerd zijn. voor niet-riviergebonden activiteiten: a. er sprake is van: 1. het een functieverandering binnen de bestaande bebouwing betreft of; 2. het een activiteit betreft die per saldo meer ruimte voor de rivier oplevert op een rivierkundig bezien aanvaardbare locatie of; 3.
het een groot openbaar belang betreft en het bouwwerk niet redelijkerwijs buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd of ;
20
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
b. c. d. e.
4. er een zwaarwegend bedrijfseconomisch belang is voor bestaande grondgebonden agrarische bedrijven en het bouwwerk redelijkerwijs niet buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd; er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk gewaarborgd blijft; er geen sprake is van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit; er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandsverhoging of de afname van het waterbergend vermogen zo gering mogelijk is; voorts wordt voldaan aan het volgende: a. er tredengeen onevenredig negatieve effecten op ten aanzien van de resterende waterstandseffecten; of b. de afname van het bergend vermogen wordt duurzaam gecompenseerd; of c. de benodigde rivierverruimende maatregelen worden genomen, waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen gezekerd zijn.
5.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.6.1
Verbod
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren die voorkomen in de onderstaande opsomming: a. b. c. d. e. f.
het verwijderen van houtopstanden; het ontgronden, diepwoelen, diepploegen, verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; het aanbrengen van verhardingen; het aanbrengen van ondergrondse leidingen; het aanleggen van inundatiegebieden, retentiegebieden en retentievijvers; het graven of dempen, verdiepen of verbreden van beken, sloten of daarmee gelijk te stellen waterlopen; g. het aanplanten van bomen en/of houtgewas over een oppervlakte van meer dan 50 m²; h. het aanleggen van verharde en halfverharde wegen en paden; i. het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van het recreatief medegebruik en het educatief medegebruik; j. het aanleggen van ligplaatsen voor vaartuigen; k. het aanbrengen van drainage; l. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen. Deze omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan: 1. het werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden is niet in strijd met de doeleindenomschrijving van het bestemmingsplan, of krachtens zodanige plannen gestelde eisen, een beheersverordening, een besluit als bedoeld in artikel 3.40 van de Wet ruimtelijke ordening dan wel met een voorbereidingsbesluit; 2.
voor het werk of de werkzaamheid een vergunning ingevolge de Monumentenwet 1988, een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening is vereist en deze is verleend indien zulks vereist is; 3. het werk of werkzaamheid is niet in strijd met de regels gesteld bij of krachtens een verordening als bedoeld in artikel 4.1, derde lid van de Wet ruimtelijke ordening of bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4.3 derde lid van de Wet ruimtelijke ordening. 5.6.2
Uitzonderingen
Het onder 5.6.1 bepaalde is niet van toepassing voor:
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
21
a. b. c. d.
normale onderhoudswerkzaamheden; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik; werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd.
5.6.3
Toelaatbaarheid
De in 5.6.1 genoemde omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien door de werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvoor hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in 5.1 genoemde doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast. Voor zover het betreft een vergunning waarbij de waterhuishouding, waterberging en/of de waterafvoer in het geding is wordt vooraf Rijkswaterstaat gehoord.
22
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
Artikel 6 6.1
Waterstaat - Waterkering
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de inrichting en het onderhoud van waterstaatkundige werken, in het bijzonder een primaire waterkering. 6.2
Bouwregels
Op en in gronden als bedoeld in 6.1 gronden mogen uitsluitend worden opgericht bouwwerken, geen gebouwen zijnde, nodig voor het behoud en onderhoud van de waterkering, met een hoogte van maximaal 3 meter. 6.3
Afwijken van de bouwregels
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het belang van de waterkering, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in 6.2 voor het oprichten van bouwwerken, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. bebouwing is mogelijk op grond van de onderliggende bestemming; b. burgemeester en wethouders winnen advies in bij de waterkeringbeheerder. 6.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en opstallen wordt in elk geval verstaan het gebruik voor en/of als: a. opslag-, stort- en of lozingsplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken goederen, grond, stoffen en materialen, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het aanbrengen van afbeeldingen of tekens voor commerciële doeleinden. 6.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.5.1
Verbod
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren die voorkomen in de onderstaande opsomming: a. het ontginnen, het bodem verlagen, het afgraven, het ophogen en/of het egaliseren; b. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; c. het verwijderen of verstoren van de natuurlijke vegetatie en het scheuren of frezen van natuurlijke graslandvegetaties; d. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande waterlopen; e. het aanbrengen van ondergrondse en bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het vellen, rooien of beschadigen van houtgewassen; g. het verrichten van exploratieboringen en andere onderzoekingen naar bodemschatten, alsmede het slaan van waterputten of -bronnen ten behoeve van de drinkwaterwinning; h. het bebossen of aanbrengen van kruidachtige of houtachtige gewassen op gronden die ten tijde van
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
23
het in ontwerp ter inzage leggen van het plan niet met een dergelijke vegetatie waren begroeid; i. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen en kaden; j. het bestrooien of bespuiten van gronden met chemische bestrijdingsmiddelen; k. het aanleggen van leidingen of het werken met overdruk van meer dan 10 bar. Deze omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan: 1. het werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheid is niet in strijd met de doeleindenomschrijving van het bestemmingsplan, of krachtens zodanige plannen gestelde eisen, een beheersverordening, een besluit als bedoeld in artikel 3.40 van de Wet ruimtelijke ordening dan wel met een voorbereidingsbesluit; 2. voor het werk of de werkzaamheid een vergunning ingevolge de Monumentenwet 1988, een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening is vereist en deze is verleend indien zulks vereist is; 3. het werk of werkzaamheid is niet in strijd met de regels gesteld bij of krachtens een verordening als bedoeld in artikel 4.1, derde lid van de Wet ruimtelijke ordening of bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4.3 derde lid van de Wet ruimtelijke ordening. 6.5.2
Uitzonderingen
De onder 6.5.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer, alsmede werken en werkzaamheden tot herstel van voor de waterkeringsfunctie ongewenste veranderingen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; d. het onderhoud en herstel dan wel aanpassen van bestaande oeverbeschoeiingen; e. strekken tot behoud of tot herstel van de landschappelijke, natuurlijke of cultuurhistorische waarden. 6.5.3
Toelaatbaarheid
a. De onder 6.5.1 genoemde omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien door de werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvoor hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in 6.1 genoemde doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast. b. Voor zover het betreft een vergunning waarbij de waterhuishouding en/of de waterafvoer in het geding is, wordt vooraf het waterschap gehoord.
24
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
25
Artikel 8
Algemene bouwregels
8.1
Algemene bepaling met betrekking tot ondergronds bouwen
8.1.1
Ondergrondse werken
Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 8.1.2
Ondergrondse bouwwerken
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende bepalingen: a. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3,3 meter onder peil; b. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van rioolwaterbuffers en grafkelders, die ook buiten het bouwvlak mogen worden opgericht; c. zowel onder bestaande bebouwing als buiten bestaande bebouwing zijn ondergrondse bouwwerken toegestaan, evenwel met inachtname van het gestelde onder b.; d. bij het berekenen van de blijkens de digitale verbeelding of deze regels geldende bebouwingspercentages, of van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen uitsluitend mede in aanmerking genomen als de ondergrondse bouwwerken zich buiten de bestaande bebouwing bevinden. 8.1.3
Afwijken van de bouwregels
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in 8.1.2 onder a. voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 6,6 meter onder peil onder de voorwaarde dat de waterhuishouding niet wordt verstoord. 8.2
Ondergeschikte bouwonderdelen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. 8.3
Algemene bepaling over bestaande afstanden en maten
8.3.1
Maximale maatvoering
Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 8.3.2
Minimale maatvoering
In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.
26
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
8.3.3
Heroprichting
In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in 8.3.1 en 8.3.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
27
Artikel 9 9.1
Algemene gebruiksregels
Gebruiksverbod
Het is verboden de gronden en bouwwerken in dit bestemmingsplan te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven bestemming(en).
28
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
Artikel 10 10.1
Algemene aanduidingsregels
milieuzone - roerdalslenk 3
10.1.1 Verbodsregels Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - roerdalslenk 3' is het niet toegestaan om: a. boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben dieper dan 80 meter beneden het maaiveld; b. de grond te roeren dieper dan 80 meter beneden het maaiveld, of deze handeling toe te laten, of anderszins werken of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren, waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de slechtdoorlatende bodemlagen kunnen aantasten; c. een bodemenergiesysteem op te richten, welke dieper reikt dan 80 meter beneden het maaiveld; d. boorputten op te richten wanneer de doorboorde weerstandbiedende lagen en het boorgat, van 0 tot 3 meter beneden het maaiveld, niet worden afgedicht met klei of bentoniet. 10.1.2 Uitzonderingen De in artikel 10.2.1 gestelde verboden gelden niet voor: a. het inrichten van boorputten ten behoeve van het provinciale grondwaterbeheer in het kader van de Wet bodembescherming en de Waterwet; b. het verrichten van bodemonderzoeken die bij of krachtens wet zijn voorgeschreven.
10.1.3 Afwijken van de verbodsregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 10.2.1 als gewaarborgd is dat geen sprake is van nadelige gevolgen voor de grondwaterwinning en met dien verstande dat de omgevingsvergunning alleen kan worden verleend wanneer Gedeputeerde Staten vooraf gehoord is. 10.2
veiligheidszone - bevi
10.2.1 Bouwregels Op de gronden mogen volgens de regels van de onderliggende bestemming die op die gronden rust, bouwwerken worden gebouwd mits deze niet kunnen worden aangemerkt als kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
10.2.2 Afwijken van de bouwregels Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veiligheidsrisico van de kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in 10.2.1, voor de bouw van bouwwerken welke zijn toegelaten krachtens de onderliggende bestemming indien die bouwwerken als kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten kunnen worden aangemerkt in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen, mits aangetoond wordt dat deze objecten voldoen aan de normen van plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR).
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
29
Artikel 11 11.1
Algemene afwijkingsregels
Algemene afwijkingsregels
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. de in de regels voorgeschreven maatvoering met ten hoogste 10%; b. de in lid 11.1 onder a genoemde afwijkingsmogelijkheid is niet van toepassing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoogte-accent'. c. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft; d. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; e. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 meter; f. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend-, ontvangen/of sirenemasten, wordt vergroot tot maximaal 40 meter, onder de volgende voorwaarden. Losse masten met of zonder hekwerken, gebouwen e.d. zijn alleen toegestaan: 1.
buiten de bebouwde kom en in landschappelijk minder gevoelige gebieden, langs grote verkeerswegen en dan bij voorkeur bij parkeerplaatsen, benzinestations, knooppunten, viaducten, bedrijventerreinen en horecagelegenheden; 2. binnen de bebouwde kom op bedrijventerreinen en sportparken; g. de bestemmingsbepalingen voor het plaatsen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten op elk gebouw. 11.2
Evenement
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefklimaat kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het van de gronden en bouwwerken voor het houden van een evenement, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. voor het plangebied van het bestemmingsplan mag niet meer dan 8 maal per jaar met een omgevingsvergunning worden afgeweken ten behoeve van een evenement worden verleend; b. de maximale duur van een evenement bedraagt 16 aaneengesloten dagen, met uitzondering van 2 maal 22 aaneengesloten dagen; c. voor een evenement dient een evenementenvergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening verleend te zijn; d. er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid; e. de ontsluiting en bereikbaarheid van het evenemententerrein moet zijn afgestemd op de grootte en het type van het evenement; f. de waarde van de onderliggende en omringende bestemmingen als gevolg van de afwijking niet onevenredig worden aangetast.
30
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
11.3
Kleine bouwwerken
Indien niet op grond van een andere bepaling van deze planregels een omgevingsvergunning kan worden verleend, kan een omgevingsvergunning worden verleend voor het bouwen van kleine niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut en religieuze doeleinden, zoals abri's, wachthuizen, transformatorhuizen, schakelhuizen, (ondergrondse) afvalcontainers, gemaalgebouwen, telefooncellen, monumenten, kapellen, wegkruizen en naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwwerken, mits: a. de oppervlakte per bouwwerk niet meer bedraagt dan 15 m²; b. de goothoogte niet meer bedraagt dan 3 meter; c. de bouwwerken naar aard en afmetingen passen in het plan, met dien verstande, dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 10 meter mag bedragen.
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
31
Artikel 12
Algemene wijzigingsregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; c. het wijzigen van de lijst van bedrijfsactiviteiten, als genoemd in Bijlage 1 Staat van watersportgebonden bedrijven van de planregels, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven; d. het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan worden gewijzigd.
32
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
Artikel 13 13.1
Algemene procedureregels
Omgevingsvergunning
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is de procedure als vervat in Wet algemene bepalingen omgevingsvergunning van toepassing. 13.2
Wijzigingsbevoegdheid
Bij toepassing van een wijzigingsbevoegdheid, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is op de voorbereiding van het besluit de procedure als bedoeld in de afdeling 3.4. van de Algemene wet bestuursrecht, van toepassing. 13.3
Nadere eisen
Bij toepassing van de nadere eisen regeling, die onderdeel uitmaakt van dit plan, worden de navolgende procedureregels in acht genomen: a. het ontwerpbesluit tot het stellen van nadere eisen ligt met bijbehorende stukken gedurende 2 weken ter inzage; b. burgemeester en wethouders maken de onder a. bedoelde terinzagelegging tevoren in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen, die in de gemeente worden verspreid, alsmede op de gebruikelijke wijze bekend; c. de bekendmaking houdt mededeling in van de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen; d. gedurende de onder a. genoemde termijn kunnen belanghebbenden bij burgemeester en wethouders schriftelijke zienswijzen indienen tegen het ontwerpbesluit.
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)
33
Artikel 14 14.1
Overige regels
Dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen - enkelvoudige bestemmingen
Voor zover voor gronden tevens een dubbelbestemming en/of gebiedsaanduiding geldt, dienen bij toepassing van de gebruiks-, bebouwings-, aanlegvergunnings-, afwijkings- en wijzigingsregels van de overige voor deze gronden geldende bestemmingen de regels van de dubbelbestemming(en) en/of gebiedsaanduiding(en) in acht te worden genomen. 14.2
Dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen onderling
Voor zover de in deze regels opgenomen dubbelbestemmingen en/of gebiedsaanduidingen geheel of gedeeltelijk samenvallen, gelden: a. in de eerste plaats de regels van 'Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed' b. in de tweede plaats de regels van 'veiligheidszone - bevi'; c. in de derde plaats de regels van 'milieuzone - roerdalslenk 3'; 14.3
Regeling omtrent parkeren en laden en lossen
14.3.1 Parkeren Indien de omvang of de bestemming van een gebouw, dan wel bestemmingsvlak, daartoe aanleiding geeft, kan de gemeente met een omgevingsvergunning afwijken, waarbij de gemeente toetst aan het op het moment van het verlenen van een omgevingsvergunning geldende gemeentelijke parkeerbeleid (zijnde thans “Parkeernormen en parkeerbijdrageregeling gemeente Maasgouw”): a. er moet ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort; b. de beschikbare ruimte mag niet overbemeten zijn, gelet op het gebruik of bewoning van het gebouw, dan wel bestemmingsvlak; c. er moet rekening worden gehouden met de eventuele bereikbaarheid per openbaar vervoer; d. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving. 14.3.2 Laden en lossen Indien de omvang of de bestemming van een gebouw, dan wel bestemmingsvlak, daartoe aanleiding geeft, kan de gemeente met een omgevingsvergunning afwijken, waarbij de gemeente toetst aan het op het moment van het verlenen van een omgevingsvergunning geldende gemeentelijke beleid omtrent laden en lossen: a.
er moet ten behoeve van laden en lossen in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort; b. de beschikbare ruimte mag niet overbemeten zijn, gelet op het gebruik of bewoning van het gebouw, dan wel bestemmingsvlak; c. er moet rekening worden gehouden met de eventuele bereikbaarheid van bezorgers/vrachtwagens in verband met de bevoorrading; d. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving. 14.3.3 Omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in leden 14.3.1 en 14.3.2:
34
Bestemmingsplan "Voorterrein Nautische Boulevard Wessem" (vastgesteld)