BIJLAGE 2 Zienswijzen 1-5 Beleidskader Zon.pdf
Tekst van het document
Belangrijk is dat de huidige functie van de dijk op geen enkel punt belemmerd wordt door het voorgestelde zonnepark Osen. Het zonnepark zal komen te liggen achter de dijk, waardoor het pad op
13
Conclusie Betreffend het voorgestelde zonnepark Osen zijn er geen belemmeringen vanuit het provinciaal beleid, noch in het POL2014 noch de voortkomende RES Noord-Midden Limburg. In beide deze beleidstukken wordt aangegeven dat windenergie op grote schaal te veel ruimte in neemt en er is weinig draagvlak voor. Hierdoor moet er gericht worden op zonne-energie (grootschalig en boven op daken van o.a. bedrijfsterreinen). Zonnepark Osen zal actief bijdragen aan de verduurzaming van de provincie Limburg voor de komende 25 jaar, daardoor wordt het bereiken van de doelen geconstateerd in het POL2014 zowel als de RES Noord-Midden Limburg versnelt zonder de belemmeringen die grote windturbines met zich meebrengen. 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van het POL2014 juridische binding te geven.
3.3 Regionaal en gemeentelijk beleid 3.3.1 Regionale Energie Strategie Noord- en Midden-Limburg
De gemeenten in Noord— en Midden-Limburg werken gezamenlijk aan een 'Regionale Energie Strategie' (RES). In de RES staan concrete maatregelen waarmee de regio gaat bijdragen aan de overkoepelende doelstellingen en afspraken zoals vastgelegd in het nationale Klimaatakkoord als uitwerking van de Internationale klimaatafspraken van Parijs (2015). Deze dienen uiteindelijk te leiden tot een CO2-reductie in 2030 van ten minste 49% ten opzichte van het jaar 1990. Om de plannen uit te werken is Nederland opgedeeld in 30 regio's. Maasgouw maakt onderdeel uit van de regio Noord- en Midden-Limburg Een van de belangrijkste doelstellingen voor de 30 regio's betreft het realiseren van in totaal 35 terra wattuur (TWh) aan opwekkingscapaciteit voor duurzame elektriciteit met windturbines op land ("wind—op—land") en zonneweides ("zon-op-land") per 2030. Dat is naast de 49 TWh die gaat worden opgewekt via windmolens op zee en de 7 TWh (kleinschalige opwekking) middels zonnepanelen op daken.
Binnen de regio Noord en Midden-Limburg wordt gewerkt aan de RES, die in 2021 gereed zal zijn. In de op 21 april 2020 vastgestelde 'Uitgangspuntennotitie RES' is aangegeven dat sprake zal zijn van een energiemix voor Noord en Midden-Limburg die bestaat uit een combinatie van verschillende technologieen gekoppeld aan nieuwe innovatieve vormen van opwekking. Op basis van de Quintestudie Energietransitiemodel (ETM), d.d. 15 augustus 2019 is aangegeven dat voor de regio een potentie wordt voorzien van 1,0 tot 1,4 Twh aan zonne-energie in 2030. De constructie van Zonnepark Osen binnen de planlocatie draagt bij aan het bereiken van deze doelstelling.
15
1. ilfefncvw pUi 2. MW I*. / r*cf««liep(u S.MWKpbi 4.duU(f4«
Hierboven op de kaart te zien is de structuurvisie van gemeente Maasgouw. Doordat het betreffende gebied tot voor kort nog een natuurbestemming was, is dit nog in groen gekleurd. Echter staat de piji er die aangeeft dat het betreffende gebied naar landbouw is veranderd. Dit maakt het mogelijk om zonnepark Osen te realiseren.
Conclusie Het gemeentelijk beleid van de gemeente Maasgouw is geheel in overeenstemming met het voorgestelde zonnepark Osen. Dit is voornamelijk door het feit dat gemeente Maasgouw zich wil inzetten op het ontwikkelen van duurzame energiebronnen anders dan grote windturbines (deze hebben weinig draagvlak). Zonne-energie op grote schaal is een goede oplossing hiervoor, parken blijven staan voor een duur van 25 jaar waardoor originele agrarische bestemmingsplannen weer kunnen worden voortgezet. Het betreffende gebied heeft geen bestemmingsplannen die van belang zijn voor de uitbereiding van de bebouwde kom, en is daardoor geen belemmering voor de lokale bevolking - meer hierover en over het algemene draagvlak is te vinden in hoofdstuk 5.
17
Conclusie
Het kan worden geconcludeerd dat er op het vlak van archeologie geen belangen in het betreffende gebied zijn door onder andere het ontgrinden dat in het verleden al heeft plaatsgevonden. De overige percelen zijn niet beoordeeld als waardevol vanuit een archeologisch perspectief. Het is duidelijk dat het voorgestelde Zonnepark Osen geen negatieve invioed heeft op archeologische waarden. 4.1.2 Cultuurhistorie
Geconstateerd kan worden dat - uit de kaarten van ruimtelijke plannen (zie 4.1.1) - er geen cultuurhistorische elementen in of rondom het betreffende gebied liggen. Ten noordwesten van het plangebied ligt een AMK-terrein met nummer 16.748. Dit terrein ligt aan de overkant van het water & recreatiegebied "De Slaag". Het plangebied voor Zonnepark Osen is van uit water & recreatiegebied "De Slaag" niet zichtbaar.
Conclusie
Er zijn geen cultuurhistorische factoren in de directe omgeving die negatief worden aangetast door het voorgestelde Zonnepark Osen. 4.2 Bedrijven en milieuzonering Het voorgestelde gebied ligt uit het zicht van de bewoners in gemeente Maasgouw, en wordt verder afgeschermd van recreatie activiteiten (bijvoorbeeld plezierbootjes) door een bomen-en-struik randt die zal worden bijgehouden. Verder kan er geconcludeerd worden dat er geen belangen van bedrijven op het gebied zijn die gehinderd zouden kunnen worden door het voorgestelde projectZonnepark Osen. Er lopenelektriciteitskabels boven de drie noordoostelijke percelen (HEEOIC 04416GO000, HEEOIC 03841G0000, HEEOIC 03845G0000) - deze worden beheerd door Tennet. Volgens procedure wordt Tennet op voorhand op de hoogte gesteld van alle betreffende plannen - geconcludeerd kan worden dat er geen hinder voor bedrijven in de omgeving kan worden veroorzaakt door het plan
zonnepark Osen. 4.3 Bodem De constructie van een zonnepark houdt in dat er palen verankerd worden in de bodem (zie 2.2.1). Hierdoor is er geen sprake van afvoer van grond. Ook is te zien in de vorige paragrafen dat er geen belangen zijn met betrekking tot archeologie en cultuurhistorie. Kortom, er zijn geen hindernissen voor het plaatsen van zonnepanelen voor wat betreft de bodem van het geplande gebied. Wei is er sprake van overstromingsrisico - voor meer toelichting rondom onder andere de engineering van de zonnepanelen constructie in verband met waterstroming en hoogte van waterstanden zie sectie 2.2.1 en bijiage no.l (overleg en berekeningen Rijkswaterstaat). Conclusie
Het initiatief Zonnepark Osen wordt niet belemmerd door bodem-aspecten. 4.4 Ecologie In de bijiage is een QuickScan uitgevoerd door Otte Groen Advies in Januari 2021 opgenomen. In de volgende paragraaf worden de conclusies uit dit onderzoek samengevat om een duidelijk overzicht te geven.
19
Conclusie
Er bevinden zich bevers rondom het plangebied. Door het bijhouden van de bomenrand op de oevers en eventueel het planten van voor-bever-eetbare boomsoorten zal Zonnepark Osen de locatie des te meer geschikt maken voor het bewonen van bevers. Ondanks dat er geen burcht aangetroffen is op of in de directe omgeving van het plangebied zijn er meerdere sporen aan de noordoever geconstateerd. Dm de beverpopulatie gezond te houden zal er rekening worden gehouden met de kwetsbare maanden tijdens de constructie. Door een samenstel van verschillende maatregelen zal Zonnepark Osen de beverpopulatie gunstig beinvioeden waardoor deze beschermde soort gezond in
stand blijft.
Verder kan worden geconcludeerd dat er geen diersoorten (beschermd of niet beschermd) op en in de directe omgeving van de planlocatie aangetast worden. Dit is onder andere het geval vanwege het feit dat de bomenranden in stand worden gehouden, en indien nodig/toepasbaar zelfs aangevuld worden door de omgeving zo dier-en-plant-vriendelijk mogelijk in te richten. 4.4.2 Beschermde Gebieden
De planlocaties is door Natuurnetwerk Nederland (NNN) aangewezen als zilver-groen: Omvat de agrarische gebieden en natuurgebieden rondom de goudgroene natuur die van belang zijn voor het goed functioneren van de goudgroene zone'. Ten noordwesten ligt de goudgroene natuur en ten zuiden en oosten ligt de bronsgroene landschapszone.
Dit houdt in dat er geen onomkeerbare stedelijke ontwikkelingen dienen te komen. Een zonnepark heeft een levensduur van maximaal 25 jaar, dus kan niet worden vastgesteld als een onomkeerbare stedelijke ontwikkeling. Er zijn verder geen afwijkingen van het bestaande bestemmingsplan nodig en dus zijn er geen beperkingen rondom de bestemmingsovereenkomsten. Als laatste is het van belang om te vermelden dat zonnepark Osen actief zal bijdragen aan het behoud van het natuurgebied in de directe omgeving, door onder andere de wandelpaden te vernieuwen, en aanvullende voor bever eetbare bomen te planten (ook voor het afschermen van de planlocatie van de rest van de omgeving).
21
4.8 Kabels en Leidingen Aan de oostzijde van de planlocatie ligt het perceel HEEOIC 04416G0000. Er is in een Klic aanvraag gebleken dat betreffend dit perceel er zakelijk recht is van NV Waterleidingmaatschappij Limburg. Ook lopen er over drie percelen aan de oostkant van de planlocatie het landelijke hoogspanningsnet. Zie
\.
I I
Beide NV Waterleidingmaatschappij Limburg en Tennet zullen vanaf het begin betrokken worden bij het voorgestelde project. Hierdoor zorgen wij ervoor dat er uit deze hoek geen belemmeringen zullen zijn betreffend de voorgestelde plannen. Er is in eerdere projecten ervaring opgedaan met het bouwen van zonneparken onder hoogspanningsleidingen - dit heeft in het verleden geen belemmering opgebracht mits er vooroverleg en planning met de betreffende partijen heeft plaats gevonden.
Conclusie Er zijn geen belemmeringen betreffend kabels en leidingen op de percelen ter sprake voor het voorgestelde project.
23
paden voor onderhoud onverhard cq semi-verhard met gebroken puin en dus waterdoorlatend. Verdere maatregelen voor het plaatsen van hemelwater bergende voorzieningen is dus niet noodzakelijk.
Afvalwater Er is geen sprake van afvalwater bij de constructie of operatie van Zonnepark Osen.
Conclusie
Door de bovenstaande redenering kan worden geconstateerd dat er geen belemmeringen zijn uit het oogpunt van duurzaam waterbeheer. Geen enkel aspect van zowel grondwater als hemelwater wordt aangetast door Zonnepark Osen.
4.11 M.e.r. Beoordeling Een zonnepark valt niet onder de reikwijdte van Besluit milieueffectrapportage. Er is dus geen verplichting om een m.e.r. procedure door te lopen, ook is een m.e.r. beoordeling niet noodzakelijk.
Conclusie
Bij de constructie en operatie van Zonnepark Osen komt een m.e.r. beoordeling niet van pas.
25
5.2.2 Zienswijzen
Conform het ontwerpbesluit tot verlening van de omgevingsvergunning zal (conform art.3.8 in de Wet ruimtelijke ordening) het initiatief gedurende zes weken ter inzage worden gelegd. Gedurende deze periode kan ieder individueel een zienswijze indienden.
5.3 Economische Uitvoerbaarheid
De kosten voor de uitvoering zijn voor rekening van Greenbuddies. De kosten voor het opsteilen van de ruimtelijke onderbouwing en de verdere procedure zijn eveneens voor rekening van Greenbuddies. De initiatiefnemer heeft de te verwachten kosten en inkomsten verwerkt in een businesscase, en deze is positief. Voor de realisatie van een zonnepark is in Nederiand ondersteuning met subsidie (SDE++) noodzakelijk. Deze subsidie kan worden aangevraagd nadat de Wabo-vergunning is verleend. De financiering is vooraf al geregeld, dus als de SDE++-subsidie wordt toegekend is het ook zeker dat het zonnepark er gaat komen. Financiering zonnepark Greenbuddies werkt samen met KGal, een Duitse investeerder om de financiering voor haar projecten rond te khjgen. Het fonds van KGal wordt onder andere gesteund door Nederlandse pensioenfondsen. KGal zorgt samen met Greenbuddies voor het benodigde eigen vermogen. De rest van het benodigde geld wordt geleend bij een 'groene' bank (zoais Triodos Bank). Dankzij het felt dat Greenbuddies al meerdere parken heeft gefinancierd in Europa, is het krijgen van een lening voor volgende projecten zoais het zonnepark Osen vrij eenvoudig. De financiering wordt in 15 jaar afgelost.
De inkomsten om dat te kunnen doen bestaan uit de verkoop van elektriciteit aan een energiemaatschappij (tegen een vast tarief voor 15 jaar), en de SDE-subsidie (eveneens een vast tarief voor 15 jaar). Doordat de hoeveelheid zon in Nederland al tientallen jaren wordt gemeten, en de gebruikte panelen een constante kwaliteit en opbrengstgaranties hebben. Is vooraf nauwkeurig in te schatten hoeveel energie er per jaar gemiddeld wordt opgewekt. Op die manier is er geen twijfel dat de financiering altijd kan worden afgelost.
27
Heel - gemeente Moasgouw LABELTIEN T'JIM A lANOSCHAP
INHOUD
1.
Intraductie
5
1.1.
Opgave
5
1.2.
Uitgangspunten
5
2.
Vigerend beleid
6
2.1.
Rijksbeleid
6
2.2.
Provinciaal beleid
6
2.3.
Gemeentelijk beleid
8
3.
Visie
12
3.1.
Identiteit van het verleden
12
3.2.
Landschappelijke opbouw Visie
15
3.3.
16
3
1. INTRODUCTIE 1.1. Opgave Greenbuddies is voornemens een zonnepark te realiseren in het buitengebied ten zuiden
van Heel - gemeente Maasgouw. Het zonnepark bestaat uit een veldopstelling van zonnepanelen met bijbehorende infrastructuur. Hiermee kan een bijdrage worden geleverd
aan de duurzaamheidsdoelstellingenvan gemeente Maasgouw. Momenteel wordt het ontwikkelingsplan verder uitgewerkt. Onderdeel van de benodigde bescheiden vormt het landschappelijke inventarisatie en visie.
LabelTIEN staat met uitgebreide kennis van actueel beleid en het landschap, waarin het
zonnepark is gelegen, opdrachtgevers bij met een landschappelijke inpassing. Per definitie
wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit. Hierbij wordt advies gegeven, passend bij het
landschap en passend binnen het beleid van gemeente en provincie. LabelTIEN varieert in het geven van aanwijzingen ten aanzien van de uitstraling van het zonnepark, tot ruimtelijke inpassing, ontwerp en beplantingsplan van een zonnepark. De kenmerken van het omiiggende
landschap vormt de inspiratie voor de visie en/of inpassing van een zonnepark. Hierbij gaat het om een eigentijdse invulling, passend bij nieuwe functles, rekening houdend met
oorspronkelijke cultuurhistorische waarden.
1.2. Ultgangspunten Dit plan bestaat uit een plankaart van het landschap. Er wordt duidelijk gemaakt waar
en hoe investeringen in het landschap vorm krijgen en hoe de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd na inpassing. Middels een korte onderbouwing op basis van een analyse van het
landschap, het toetsen van beleid en het analyseren van de streekeigen kenmerken worden handvaten gepresenteerd die fungeren als leidraad voor een inpassingsplan. De visie zou moeten aansluiten op het beleid en de streekeigen kenmerken van het landschap.
5
Voor de ruimtelijke inpassing van zonne-energie hanteert de provincie de Limburgse zonneladder. Het gaat zowel om de juiste locatie als om de juiste ruimtelijke inpassing van die
locatie. De zonneladder is als voIgt:
De Limburgse Zonneladder
afbeelding 4. Uitsnede kaartbeeld 'Water - Rivier - beekdalen' bron: provincie Noord-Brabant
Vnr*«V>uv
afbeelding 3. De Limburgse Zonneladder bron: provincie Noord-Brabant
Natuur en landschap Voor het behouden en herstellen van natuur en biodiversiteit is ruimte en robuustheid
Woter - Rivier- en beekdalen De Maas en omiiggende gebieden hebben functies als recreatiegebied, als vervoerscorridor,
als bron voor drinkwater en als verbindingszone voor flora en fauna. Bij de ruimtelijke inrichting dient men rekening te houden met het veranderde weer, met droogte en met
wateroverlast. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt gekeken naar de gevolgen hiervan op droogte en wateroverlast en het watersysteem.
nodig. Daarmee concurreert natuur met de toenemende ruimtevraag vanuit andere functies zoals landbouw, wonen, energieopwekking, economie en recreatie. De meeste Limburgse natuurgebieden, waaronder de Natura 2000-gebieden, vormen samen het Natuurnetwerk
Limburg - het Limburgse deel van het Natuurnetwerk Nederland. Binnen het landelijk gebied onderscheiden we daarnaast de groenblauwe mantel en het buitengebied. Voor het
behoud van de kwaliteiten in het Natuurnetwerk Limburg en vooral de daartoe behorende
Natura 20(X)-gebieden, is het van belang dat de abiotiekop orde wordt gebracht. Dat kan Het landschap ligt in het landelijk gebied - groenblauwe mantel en Maasdal.
door inrichting en beheer binnen de natuurgebieden, het voldoende robuust maken van het Natuurnetwerk Limburg en door goede overgangen naar de omiiggende gebieden.
De focus lIgt daarbij op Limburgs meest bijzondere landschappen; de groenblauwe mantel Inclusief het Maasdal, de verbred^NatioTiate Parken De Melnweg, Oe-Maasduinen_en
De Groote Peel en het Nationaal Landschap Zuid-Limburg inclusief de stad-landzones.
7
Voorts wordt aandacht besteed aan: • Verbeteren landschappelijke inpassing van grootschalige bedrijfsiocaties. Versterking van ruimtelijke en functionele relatie tussen de kernen en het Maasterras G»OfeN
langs het Lateraalkanaal, waarbij in de oostrand van vooral Beegden en Heel een
Opga***:!* b»c‘«r»» r»g
dragende ecologische structuurlijn wordt ontwikkeld.
Kort*
Puffaf zunv
Versterking van ruimtelijke en functionele relatie tot de landschappelijke omgeving van de
kernen, waarbij een groene invulling van deze randen 6en van de doelen is. Behoud van de landschappelijke openheid tussen Horn en Beegden, tussen Beegden en KlemsrKwll^ eu(tuv***ne»chA9
Heel.
Cvrij a9rurM.cr> oabrvk
Behoud waardevolle natuurgebieden en landschap. wATcn
Maas
Historie; Behoud en versterken van de cultuurhistorische waarden in de kernen Beegden,
Wajsniann , Itartalon . ooparviak'
Heel en Panheel, evenals van samenhang van deze historische kerngebieden met de directe
War»f lor»»r
landschappelijke omgeving.
afbeelding 6. Structuurvisie Ecologie en Water bron: gemeente Maasgouw
afbeelding i. Streefbeeld zone Bosrijk bron: gemeente Maasgouw
eerste twee plassen staan in verbinding met de Maas.
2.3.4 Groenvisie Maasgouw 2030
De Sint Anna's Beemd ligt geisoleerd. In deze plas
De Groenvisie Maasgouw 2030 streeft naar een samenhangend groen netwerk dat bijdraagt aan een aantrekkelijke en duurzame
komen plaatselijk voedselrijke moerasvegetaties in
woon- en leefomgeving voor de inwoners, ondernemers en bezoekers met kansen voor flora en fauna. Met een integraal afgewogen
de oeverzones tot ontwikkeling. Op eilandjes in de
groenvisie worden tijdig onderbouwde keuzes gemaakt voor ruimtelijke ontwikkelingen, inrichting en beheer van de openbare ruimte.
plas groeien wilgenstruwelen. In de watervegetatie
zijn ondermeeraarvederkruid, fijne waterranonkel en
Het buitengebied
diverse soorten fonteinkruiden aanwezig. Door de
Het buitengebied van gemeente Maasgouw bestaat voor een groot deel uit water. De Maas, kanalen, beken en maasplassen die
beschutte ligging van de Sint Anna's Beemd is deze
ontstaan zijn door grootschalige grindwinning in de 20e eeuw. De aaneengesloten Maasplassen hebben tegenwoordig voornamelijk
van grote betekenis voor pleisterende watervogels.
een recreatieve functie. Langs de plassen liggen diverse horecagelegenheden, jachthavens, dagstranden en campings. Maar ook
Naast kuif- en tafeleenden zijn er's winters regelmatig
natuurontwikkeling, waterwingebied en drinkwatervoorziening zijn bestemmingen voor de plassen. Direct aan de plassen zijn op
nonnetjes, brilduikers en grote zaagbekken aan te
veel plekken recreatieparken gevestigd wat een groot deel van het buitengebied inneemt. Samenhangend met het waterrijke gebied
treffen. Het Polderveld is eveneens een belangrijk
behoren dijken als belangrijke elementen in het landschap.
broed- en overwinteringsgebied voor moeras- en watervogels. Vanwege de hoge recreatiedruk geldt dit
Door de grindwinning is veel van de oorspronkelijke verkaveling en landschap verloren gegaan. Ten noorden van Linne, bij Ohe en
niet voor de Slaag.
Laak en rondom Thorn is het landschap nog wel redelijk intact. Het landschap bestaat uit akkers en weilanden waar af en toe beken
Vanuit cultuurhistorisch oogpunt is het gebied
elementen in het buitengebied zijn boomgaarden, solitaire lindes met kruisbeelden, steilrandjes en singels voor geriefhout en hagen.
doorheen stromen. Op de hogere gronden akkers en de nattere lager gelegen gebieden bestaan uit weilanden. Karakteristieke
grotendeels verstoord. Door moderne bebouwing, uitbreidingsgebieden en grootschalige ontgrondingen
Verbeterpunten buitengebied
is het oude landschap voiledig op de schop genomen.
1.
Het buitengebied is niet overal goed toegankelijk. Door het netwerk van goede
Het plangebied zelf is volledig ontgrind.
wandelroutes te vergroten, waaronder
Het relatief open gebied tussen het lateraal kanaal
ook buiten de gemeente, ontstaat een
en de bebouwing van Heel Rent zeer veel sporen van
sterk netwerk. Het buitengebied wordt
Maasactiviteiten. Oude geulen en steilranden sieren
vaak beleefd aan de dorpsranden. Vanuit
het gebied. Door gericht onderhoud aan en versterking
de dorpsranden routes ontwikkelen en
van de beplanting op de steilranden worden ze beter
maatregelen toepassen waarbij enenijds
zichtbaar In het landschap. Eventueel kan meer
de dorpsmantel beter landschappelijk
aandacht voor dit gebied gevraagd worden door een
inpast wordt en anderzijds de
'ommetje'.
beleefbaarheid vergroot. 2.
Landschappelijke identiteit is vervaagd.
Versterken landschappelijke karakteristiek
door aanleggen en onderhouden van landschapselementen (in combinatie met verbeterpunt 1.)
3.
Recreatiegebieden landschappelijk
inpassen
afbeelding 10. Plangebied en omgeving rond 1950
afbeelding 11. Plangebied en omgeving rond 1975
—-HMM
afbeelding 12. Plangebied en omgeving anno nu
3.3. Visie In het voorgaande hoofdstuk zijn de randvoorwaarden vanuit het overheidsbeleid in
Ontwikkel het landschap:
beeld gebracht. Vanuit de analyse en ontstaansgeschiedenis van het plangebied worden
de gebiedswensen weergegeven. Het beleidskader en de gebiedswensen samen leveren
Inrichtingselementen
een ambitierichting voor het plangebied. In de visie worden deze elementen verbeeld en verwoord.
•
Ten aanzien van de inrichtingselementen, hekwerken en infrastructuren is het kleurgebruik ingetogen en sober, materiaalgebruik is afgestemd op, maar altijd
ondergeschikt aan de omgeving; De ambitie is verwerkt in een set van aanbeveiingen voor de ontwikkelingsvisie.
• •
Algemeen:
• •
Onderzoek of er mogelijkheden bestaan om (deels) geen hekwerk te plaatsen en de
functie overgenomen kan worden door aanwezige landschappelijke elementen.
Draag bij aan een goede overgang naar het omiiggende landschap; Het zonnepark dient bij voorkeur uitgevoerd moeten worden als een aaneengesloten ontwikkeling. Hierdoor blijft het herkenbaar als een grootschalig project voor duurzame
Landschap
energie. Meerdere kleine veldjes zou de uitstraling van wildgroei en verrommeling van het
Versterken en eventueel aanvullen van bestaande karakteristieken/kwaliteiten van het
gebied met zich meebrengen.
ontgrindingslandschap;
Bestaande waarden: •
Hekwerk en poorten dienen zoveel mogelijk vrij te blijven van borden;
De aanwezige landschappelijke (kenmerkende) elementen is het uitgangspunt voor de inrichting;
Behoud en versterk bestaande karakteristieken/kwaliteiten van het
Pas gebiedseigen (erf)beplanting toe passend bij het landschap, de kernkwaliteit
ontgrindingslandschap;
respecteren;
•
Versterk kwaliteiten die bijdragen aan de (bio)diversiteit;
Ontwikkel nieuwe natuurwaarden met gebiedseigen natuurdoeltypen, het habitat al dan
•
Behoud van de overheersende verkavelingsrichting, de hoogteverschillen/lijnen;
niet vergroten van de gebiedseigen natuurdoeltypen. Uitgangspunt vormt de quickscan
•
Integreer bestaande natuurwaarden in het plan met gebiedseigen natuurdoeltypen;
flora en fauna;
•
Behoud de iconen in en rondom het plangebied;
Onderzoek of kansen bestaat tot lokale natuurontwikkeling in het plangebied waar een
•
Bestaande maaiveldhoogtes blijven gerespecteerd;
grondgebonden zonnepark niet wenselijk is.;
•
Behoud van het functionerende watersysteem.
Randen van het park en tussen de panelen inzaaien met een lokaal passende
bloemzadenmengsel, akkermengsel; Ondenoek of er mogelijkheden bestaan voor uitbreiding recreatieve functie; Onderzoek of een combinatie van functies mogelijk is. Te denken valt aan agrarische en/of
recreatieve functies. Creeer mogelijkheden voor combinatiegebruik/dubbele functie.
15
Schaal van het landschap
Door de ontwikkeling van het zonnepark blijft de waterafvoer op en rondom het park intact.
Uitgangspunt bij de inpassing van het grondgebonden zonnepark is dat het bestaande
Op het zonnepark zelf wordt het hemelwater zo lang mogelijk vastgehouden. Onder en
(omiiggende) landschap wordt gerespecteerd. Dit houdt in dat de bestaande kwalitatieve
tussen de panelenzal een variatie aan drogere en nattere delen ontstaan. Dit microgradient is
structuren zoveel mogelijk wordt behouden al dan niet versterkt, zodat de maat van het
interessant voor verschillende soorten flora en fauna. Daarmee draagt het vasthouden van het
landschap beleefbaar blijft. Een ander voordeel is dat het gebied in de toekomst weer
water ook bij aan de biodiversiteit.
makkelijk kan worden teruggegeven aan de landbouw. Beplanting
Het zonnepark ligt in een ontgindingslandschap. Dijkiichamen en functionaliteit is een kwaliteit
Uitgangspunt bij de inpassing van het grondgebonden zonnepark is dat er rekening wordt
van dit landschapstype. Daar moet de ontwikkeling van het zonnepark bij aansluiten.
gehouden met de beperking van de zichtbaarheid vanuit de omgeving, soorten die passen in de omgeving (inheemse soorten) en dat deze soorten bijdragen aan de biodiversiteit.
Schaal van de omgeving
Begrenzing
Er wordt een beschutte leefomgeving gevormd door de ontwikkeling van de houtsingel
De begrenzing van de panelenvelden komt voort uit een aantal randvoorwaarden. Zo wordt
en struwelen. Dit in te planten vlak bestaat voornamelijk ult bes- en doorndragende
als gevolg van schaduwwerking van de aangrenzende, al dan niet te ontwikkelen, boom- en
inheemse heestersoorten met enkele boomsoorten, die voedsel en bescherming bieden aan
groenstructuren op afstand tot de panelen aangehouden. Het panelenveld wordt afgesloten
vogels, Daarnaast zijn deze soorten een toegevoegde waarde als waardplant voor enkele
door een transparant hekwerk met deels (onder)begroeiing voor een natuurlijke uitstraling.
vlindersoorten en omwille de bloeiperiode een belangrijke drachtplant voor wilde bijen.
Otn het zonnepark aan het zicht te ontnemen, wordt langs het struinpad een zone met
Kruidenmengsel
transparante bosschage aangeplant. Deze sluit aan bij de reeds bestaande bosschages langs
Over het gehele park is ruimte voor het vergroten van de biodiversiteit. Dit geeft een prachtig
het water. Ten noorden wordt een ruime zone vrijgehouden waar een extensief beheerd
impuls om het plangebied op deze locaties te ontwikkelen met een duurzame soortenrijkdom.
kruidenrijk grasland met enkele ruigteplekken ontwikkelt dient te worden. Dit heeft een hoge
Dit wordt bewerkstelligt door een bloemenmengsel. Dit mengsel heeft een ingetogen karakter
meerwaarde in de biodiversiteit en sluit aan op de extensief kruidenrijk mengsels op het
en is zeer aantrekkelijk voor bijen, vlinders en vogels.
zonnepark. Recreate Panelen
Ten noorden van het plangebied ligt een struinpad. Dit struinpad buigt bij de
De panelen reageren op de ligging van de waterplassen. Hiervoor zullen de panelen zo
bootaanlegplaatsen in de Slaag af richting het grondlichaam. Onderzocht moet worden of het
vloeiend mogelijk op elkaar aansluiten, waardoor er geen sprake is van kartelranden of/en
doortrekken van dit struinpad richting de landtong en verbinding met Pol mogelijk is, met als
onregelmatige vorm van het zonnepark. Er ontstaat een ruimte tussen de panelenrijen die als
resultante een prachtige doorgaande wandelroute.
zichtlijn zeer waardevol is. Vanaf het grondlichaam naar de ontgrindingsplas De Slaag kan men
door de panelen been kijken. De achterzijde van de panelen worden enerzijds afgeschermd door een reeds te ontwikkelen houtsingel of voedselbos. Fauna
De bestaande houtstructuren bevat een rijke flora en fauna. Vogels vinden hun habitat. Ze wonen er het jaar rond, zoals de winterkoning, roodborst, mezen, goudvinken, geelgorzen
en merels. Deze houtstructuur wordt met name aan de noordzijde richting de landtong uitgebreid.
Quickscan flora en fauna Limburg
(Nabij Osen 6 te Heel)
GROEN ADVIES NIjverdal, 13 januari 2021 Projectnummer 21.02
Inhoudsopgave 1. Inleiding.
4
1.1 Aanleiding en doelstelling
4
1.2. Methodiek
4
2. Wetgeving
5
3. Gebiedsomschrijving
6
3.1. Huidig gebruik planlocatie en omgeving
6
3.2. Projectvoornemen.
6
3.3. Foto impressie planlocatie.
7
4. Gebiedsbescherming
8
4.1. Natura 2000
8
4.2. Natuurnetwerk Nederland (NNN)
9
4.3. Weidevogelgebied
10
5. Beschermde flora en fauna
11
5.1. Flora
11
5.2. Zoogdieren.
11
5.3. VIeermuizen
13
5.4. Vogels.
14
5.5. Overige soorten
14
6. Conclusies.
6.2. Advies en aanbevelingen.
16
7. Kwaliteitsborging- en geldigheid
18
8. Bibliografie
19
Bijiage
20
BIJLAGE1: Wettelijk kader IVet natuurbescherming - Soortbescherming
20
15
6.1. Overzicht beschermde gebieden
15
6.2. Overzicht beschermde soorten
.15
3
2. Wetgeving De Wnb regelt de bescherming van het in het wild voorkomende planten en
van het bevoegd gezag ontheffing van de verbodsbepalingen te krijgen voor
dieren en de bescherming van gebieden. In de wet is onder meer bepaald dat
activiteiten op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Deze
beschermde dieren niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en
ontheffing wordt slechts verleend indien;
beschermde planten niet geplukt, uitgestoken of verzameld. Daarnaast is het niet Er geen bevredigend alternatief is;
toegestaan om de directe leefomgeving van beschermde soorten, waaronder
•
nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren (artikelen 3.1, 3.5 en
•
Er is geen sprake is van een wettelijk belang;
3.10). Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor alle in het
•
Geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstig staat van instandhouding
wild levende planten en dieren (algemene zorgplicht, artikel 1.11). De verbodsbepalingen, die handelingen die het voortbestaan van planten en
van de soort. Zie bijiage 1 voor het wettelijk kader van de soortenbescherming in de Wnb
diersoorten in gevaar kunnen brengen verbieden, is een belangrijk onderdeel in de Wnb. Deze verboden zorgen ervoor dat in het wild levende soorten, zoveel
De Wnb beschermt ook een aantal planten en vissen die onder de Flora- en
mogelijk met rust worden gelaten. Deze verschillen per beschermingsgroep. De
faunawet niet beschermd waren. Hiermee is rekening gehouden in onderliggende
Wnb kent drie verschillende beschermingsregimes:
natuurtoets, zie verder in paragraaf 4.1 aanwezigheid beschermde soorten (Overheid, 2015).
•
Vogelrichtlijnsoorten;
•
Habitatrichtlijnsoorten;
•
Andere soorten.
De provincies hebben in haar verordeningen uit de lijst van 'andere soorten'
diersoorten aangewezen waarvoor een vrijstelling geldt en dus geen ontheffing van verbodsbepalingen voor hoeft te worden aangevraagd. Deze lijst met
vrijgestelde soorten is per provincie anders. De zorgplicht is wel van toepassing. Bij ruimtelijke plannen, met mogelijke gevolgen voor beschermde planten en dieren, is het verplicht om vooraf te toetsen of deze kunnen leiden tot overtreding van de
verbodsbepalingen. Wanneer dat het geval dreigt te zijn, moet onderzocht worden of er maatregelen (mitigatie en/of compensatie) genomen kunnen worden om dit te voorkomen of om de gevolgen voor beschermde soorten te verminderen. Onder bepaalde voorwaarden geldt een vrijstelling of is het mogelijk
5
3.3. Foto impressie planlocatie
Zie afbeelding 2, nr. 1
Zie afbeelding 2, nr. 2
Zie afbeelding 2, nr. 4
Zie afbeelding 2, nr. 5
Zie afbeelding 2, nr. 6
1
4.2. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Onderstaande informatie in paragraaf 4.2 is gebaseerd op de volgende
Voor de zilvergroene gebieden zijn geen concrete, gekwantificeerde doelstellingen
informatiebronnen: (Rijksoverheid, z.d.), (Provincie Limburg, 2016) (Ruimtelijke plannen, z.d.) & (Provincie Limburg, 2014).
en/of taakstellingen met het Rijk overeengekomen. Er mogen geen onomkeerbare ontwikkelingen met een stedelijk karakter plaatsvinden. Voor deze gebieden
worden door de provincie partijen uitgenodigd om bij te dragen aan de natuur en
Het NNN is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuwe natuurgebieden.
om nieuwe vormen van natuur te ontwikkelen.
Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en de omringende agrarische
gebieden verbinden. Door de natuurgebieden samen te brengen wordt er voor een groot samenhangend netwerk gezorgd. Grotere natuurgebieden zijn beter
Het te realiseren zonnepark is voor een tijdsduur van maximaal 25 jaar en behoort
door het relatief korte tijdsbestek niet tot een onomkeerbare ontwikkeling.
bestand tegen negatieve milieu-invioeden. De gebieden zijn gevarieerder en er kunnen meerdere planten en dieren leven, daarnaast wordt de verspreiding
hierdoor makkelijker.
Als de projectenvoornemen overeenkomt met de bestemming dan zijn er geen
beperkingen. Als voor de ontwikkeling een afwijking van het bestemmingsplan nodig is, dan is afstemming met de provincie nodig.
In de provincie Limburg wordt er gebruikt gemaakt van het 'Provinciaal Omgevingsplan Limburg' en maakt onderscheid in vier gebieden, namelijk:
Goudgroene natuur: Het Limburgse deel van de NNN en omvat de belangrijkste natuurgebieden van Limburg. De Goudgroene natuur geldt
als basis voor het natuurbeleid en worden planologische beschermd in de provinciale verordening; Zilvergroene natuurzone: Omvat de agrarische gebieden en natuurgebieden rondom de goudgroene natuur die van belang zijn voor
het goed functioneren van de goudgroene zone'
Bronsgroene landschapszone: Omvat landschappelijke waardevolle beekdalen - voor zover niet gelegen in goud- of zilvergroen, daarnaast
behoren hellingen en bufferzones rond bestaande natuurgebieden tot deze zone. Ook het Nationaal Landschap Zuid-Limburg is onderdeel van
de bronsgroene landschapszone De planlocatie ligt in een zilvergroene natuurzone. Ten noordwesten ligt de goudgroene natuur en ten zuiden en oosten ligt de bronsgroene landschapszone.
Afbeelding 4. Locatie plangebied (rood) NNN Goudgroene natuurrone (donkergroenj, NNN Zilvergroene natuurzone (lichtgroenj, Bronsgroene landschapszone (blauwj
5. Beschermde flora en fauna 5.1. Flora
5.2. Zoogdieren
Het onderzoek heeft plaatsgevonden in een voor flora minder geschikte periode,
Onder zoogdieren worden hier bedoeld alle grond- en boomgebonden zoogdieren
waardoor een deel van de kruidlaag niet herkenbaar meer aanwezig is.
met uitzondering van vieermuizen.
Ten noorden is een bomenrij van zwarte els aanwezig. Te midden van het perceel
Beschermde soorten
staat een bosje met een groep gewone es met daarbij enkele soorten als zoete
Bever
kers, wilg en gewone esdoorn. Ten zuiden staat een bomenrij met Italiaanse
Bevers komen voor in het overgangsgebied tussen land en water zoals moerassen,
populieren en gewone esdoorn. In de struiklaag staan soorten als wilde
langs beken, rivieren en meren. De bever heeft een voorkeur voor rustige rivieren
kardinaalsmuts, rode kornoelje, en gewone braam. In de kruidlaag staat riet en
en meren omzoomd door broekbossen met bomen als wilg en es. De
restanten van grote kaardenbol en hondsdraf.
aanwezigheid van bossen op de oevers is een verelste, open of rotsige oevers
worden gemeden. De bever kan door middel van het bouwen van dammen en het Beschermde- en monumentale bomen
omknagen van bomen en struiken een grote invioed op zijn leefomgeving hebben
Gemeente Maasgouw heeft een bomenbeleid en een bomenstructuurkaart
(Zoogdiervereniging, z.d.).
opgesteld waarop beschermde- en monumentale bomen staan vernoemd. Uit
deze lijst is gebleken dat er geen beschermingswaardige bomen op de planlocatie
Ten noorden van de planlocatie zijn diverse wissels waargenomen van de bever.
en de directe omgeving aanwezig zijn (Gemeente Maasgouw, z.d.).
Daarnaast zijn er ten noorden knaagsporen aangetroffen. Ten oosten, op circa 50
Effectenbeoordeling
waargenomen.
meter achter de dijk zijn een groot aantal knaagsporen en een mogelijke burcht
Binnen het onderzoeksgebied zijn geen beschermde planten aangetroffen. Recente waarnemingen van beschermde plantensoorten ontbreken eveneens. In
combinatie met de voedselrijke omstandigheden in de omgeving en het ontbreken van zeer specifieke biotopen waar beschermde planten worden aangetroffen, is
aanwezigheid van beschermde vaatplanten uit te sluiten. Nader onderzoek naar
vaatplanten is niet nodig.
Spcren bever
Algemene soorten
Verblijfplaatsen
Konijn
Het is nog onduidelijk welke bomen er tijdens de ruimtelijke ontwikkeling worden
Het konijn is in de Wnb aangewezen als een vrijgestelde soort, wel geldt de
gekapt. Tijdens de veldinventarisatie zijn in de bomenrij ten zuiden van de
algemene zorgplicht. Om negatieve effecten te voorkomen is het belangrijk om bij
planlocatie enkele bomen met spechtengaten en/of kleine takscheuren
werkzaamheden aan of nabij de dijk buiten de kwetsbare periode van het konijn te
waargenomen. De locaties zijn met gps-systeem vastgelegd.
werken, deze loopt van circa januari tot en met juli (Zoogdiervereniging, z.d.).
Overige soorten
De werkzaamheden kunnen tot negatieve effecten op deze soorten leiden, bijvoorbeeld door de aantasting van holen en gangenstelsels. Omdat een
vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting geldt, moet alleen rekening gehouden worden met de algemene zorgplicht die voor a He planten en dieren geldt.
5.3. Vieermuizen Tijdens de veldinventarisatie is de potentie onderzocht van het plangebied voor
vieermuizen en is gelet op sporen. Verblijfplaatsen van vieermuizen bevinden zich in holten van bomen en besloten of donkere ruimten van kunstwerken, zoals
gebouwen.
Er is onderzocht welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend verspreidingsbeeld. Daarna is
Afbeelding 6. Planlocatie (rood), bomenrij met in potentie geschikte
onderzocht welke functies voor vieermuizen mogelijk voorkomen. Als richtlijn is
vieermuizenbomen (geel)
hiervoor de checklist van het huidig geldende vieermuisprotocol (2021)
aangehouden. Het gaat om voor vieermuis van belang zijnde objecten die door de
Foerageergebied en vlieg- en mitigatieroutes
beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden aangetast. Foerageergebied
Boven het plangebied wordt mogelijk gefoerageerd door vieermuizen. Hier is
en vliegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het goede
echter geen sprake van een foerageergebied dat van essentieel belang is voor
voortbestaan van de soort ter plaatse (Netwerk Groene Bureaus, 2020)
vieermuizen. In de directe omgeving zijn vele vergelijkbare en meer geschikte
(Vieermuizen- Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika, 2011).
locaties aanwezig. Daarnaast blijft tijdens- en na de ruimtelijke ontwikkeling het
plangebied geschikt als foerageergebied. Het plangebied vormt geen schakel als
13
6. Conclusies 6.1. Overzicht beschermde gebieden Gebiedsbescherming
Aanwezigheld
Effecten
Aanbevelingen
Natura 2000- zuurstofgevoeligheid
habitat/ soorten
mogelijk
AERIUS- berekening
Overige onderdelen NNN
Zilvergroene zone
mogelijk
afstemming bevoegd gezag
Mits
6.2. Overzicht beschermde soorten Soortengroepen
Aanwezigheld
Effecten
Aanbevelingen
Flora - beschermde soorten
niet
geen
geen
Beschermde- en monumentale bomen
niet
geen
geen
aanwezig
mogelijk
maatregelen
de geschikte bomen in de bomenrij blijven behouden beperkt met licht- en trillingsbelasting wordt omgegaan
Zoogdieren- beschermde soorten Bever
VIeermuizen- verblijfplaatsen
mogelijk
geen
geen
VIeermuizen- vliegroute/foerageergebied
mogelijk
beperkt
zorgplicht
Zoogdieren- vrijgestelde soorten
mogelijk
beperkt
zorgplicht
Konijn
aanwezig
mogelijk
maatregelen
Vogels- algemene broedvogels
mogelijk
beperkt
zorgplicht
Vogels-jaarrond beschermde nesten Amfibieen/vissen- beschermde soorten
niet
geen
geen
Amfibieen/vissen- vrijgestelde soorten
mogelijk
beperkt
zorgplicht
Reptielen/ongewervelden- besch. soort
niet
geen
geen
Reptielen/ongewervelden- vrijgest. soort
mogelijk
beperkt
zorgplicht
15
bestendig beheer of onderhoud en geeft invulling aan aantoonbaar zorgvuldig handelen. Behoud en herstel van biodiversiteit staat hierin
centraal (Koninklijke Vereniging Stadswerk Nederland, 2020).
17
8. Bibliografie BIJ12. (2017, Juli). Kennisdocument Sever. Opgeroepen op 12 Januari 2021, van https://www.bijl2.nl/assets/BIJ12-2017-001-Kennisdocument-Beverl.O.pdf Gemeente Maasgouw. (z.d.). Bomenbeleid. Opgeroepen op 6 Januari 2021, van https://www.gemeentemaasgouw.nl/wonenleven/bomenbeleid_44493/ Helversen, D. &. (2011). VIeermuizen- Alle soorten van Europa en NoordwestAfrika. Tirion Natuur. Kadviewer. (z.d.). Online kaarten. Opgeroepen op 6 Januari 2021, van https://kadviewer.map5.nl KNMI. (z.d.). Weerstation. Opgeroepen op 6 Januari 12, 2021, van https://www.knmi.nl/nederland-nu/weer/waarnemingen Koninklijke Vereniging Stadswerk Nederland. (2020, Juli 7). Gedragscode Soortenbescherming voor gemeenten. Opgeroepen op 6 Januari 2021, van https://www,rvo.nl/sites/default/files/2020/08/Gedragscode%20SW%2 0Elndconcept%2020200709%20vl.0.pdf Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. (z.d.). Natura 2000 gebieden. Opgeroepen op 6 Januari 10, 2021, van https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx Netwerk Groene Bureaus. (2020, Oktober 28). VIeermuisprotocol 2021. Opgeroepen op 6 Januari 5, 2021, van https://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/werkenaan-kwaliteit/vleermuisprotocol Overheid. (2015, December 16). IVet Natuurbescherming. Opgeroepen op 6 Januari 13, 2021, van https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/201910-01 Pdok. (z.d.).
Online kaarten. Opgeroepen op 6 Januari 2021, van https://www.pdok.nl/viewer/ Provincie Limburg. (2009, Juli 10). Landschapskader Noord- en Midden Limburg. Opgeroepen op 6 Januari 2021, van https://www.limburg.nl/onderwerpen/natuur-enlandschap/landschapskader/ Provincie Limburg. (2014). Omgevingsvisie Limburg 2014. Opgeroepen op 6
Januari 2021rv3rrhttps://www.potvtpwernt
Provincie Limburg. (2016), Natuurvisie Limburg 2016. Opgeroepen op 6 Januari 2020, van https://www.google.com/url?sa=t&rct=j&q=&esrc=s&source=web&cd= &ved=2ahUKEwj-wpGkz4TuAhVJqQKHQcSD7QQFjACegQIARAC&url=https%3A%2F%2Fwww.limburg.nl%2 Fpublish%2Fpages%2F203%2Fnatuurvisie_limburg_2016.pdf&usg=AOvV aw2AtPldWYXqlWlqgDReizVU Provincie Limburg, (z.d.). Atlas Limburg. Opgeroepen op 6 Januari 2021, van https;//portal.prvlimburg.nl/viewer/app/default Rijksoverheid. (2019, Oktober 19). Besllsboom: Toestemmingsverlening stikstofdepostitie bi) nieuwe activiteiten. Opgeroepen op 6 Januari 10, 2021, van https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2019/10/12/besli sboom-toestemmingverlening-stikstofdepositie-bij-nieuwe-activiteiten Rijksoverheid. (z.d.). Natuur Netwerk Nederland. Opgeroepen op 6 Januari 2021, van https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur-en-biodiversiteit Ruimtelijke plannen. (z.d.). Viewer. Opgeroepen op 12 Januari 2021, van https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/view Zoogdiervereniging. (z.d.). Sever. Opgeroepen op 12 Januari 2021, van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/bever Zoogdiervereniging. (z.d.). Konijn. Opgeroepen op 12 Januari 2021, van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/konijn
---------19
van de Europees beschermde plantensoorten verbiedt de wet het opzettelijk
Voor welke soorten een vrijstelling geldt, verschilt per bevoegd gezag (ministerie
plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen en vernielen (art 3.5 lid 5).
van EZ en de afzonderlijke provincies). De lijst met vrijgestelde soorten van het ministerie is alleen van toepassing op handelingen waarvoor de minister van EZ
Ten aanzien van de nationaal beschermde diersoorten geldt slechts een verbod op
het gevoegd gezag Is. Voor handelingen waarvoor Gedeputeerde Staten het
het opzettelijk doden of vangen (art 3.10 lid 1 onder a) en het opzettelijk
bevoegd gezag zijn, geldt de vrijstellingslijst van de betreffende provincie.
beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen (art 3.10 lid 1 onder b). Ten aanzien van de nationaal beschermde plantensoorten geldt een
Ontheffing
verbod op het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of
Voor soorten waarvoor (in de betreffende provincie) geen vrijstelling geldt, moet
vernielen (art 3.10 lid 1 onder c).
wanneer niet volgens een gedragscode wordt gewerkt een ontheffing worden
Gedragscodes, vrijstellingen en ontheffingen
verbodsbepalingen van artikel 3.1, 3.5 of 3.10 van de Wnb wordt overtreden (art
Gedragscode
3.3 lid 1,3; 3.8 lid 1,3, 3.10 lid 2). Of deze ontheffing kan worden verleend, hangt
De in het voorgaande beschreven verbodsbepalingen zijn niet van toepassing op
af van of men kan voldoen aan de voorwaarden. Deze voorwaarden verschillen
handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd volgens
per categoric.
aangevraagd wanneer er een handeling wordt uitgevoerd waardoor een
een door de minister van EZ vastgestelde gedragscode (art. 3.31 lid 1). Het moet dan gaan om handelingen die plaatsvinden in het kader van:
De eerste eis die wordt gesteld, is dat er geen andere bevredigende oolossing mag
a. een bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen,
zijn. Dat betekent - ook in combinatie met de in artikel 1.11 beschreven zorgplicht
waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of
- wanneer een overtreding redelijkerwijs te voorkomen is en ontheffing niet
bermen, of in het kader van natuurbeheer;
mogelijk is. De werkzaamheden moeten dan op zodanige wijze worden uitgevoerd
b. een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of de bosbouw;
dat er geen overtreding van de wet plaatsvindt. Te denken valt aan het kappen
c. een bestendig gebruik;
van bomen buiten het broedseizoen, of het afzetten van en het wegvangen van
d. ruimtelijke ontwikkeling of inrichting.
soorten in het werkgebied. Verder kan een ontheffing alleen worden verleend wanneer is aangetoond dat er
Vrijstelling
geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de
Provinciale staten en de minister van EZ kunnen vrijstelling verlenen van de
betreffende soort. Daarnaast gelden er per categoric verschillende aanvullende
verbodsbepalingen (art 3.3 lid 2- 4; 3.8 lid 2-5, 3.10 lid 2). Voor zover het gaat om
voorwaarden.
de hiervoor beschreven verbodsbepalingen, kan in het kader van ruimtelijke
ontwikkeling en inrichting een ontheffing worden verleend op de
Voor Vogelrichtlijnsoorten kan alleen een ontheffing worden verleend: (art 3.3 lid
verbodsbepalingen van artikel 3.1, 3.5 en 3.10, dus ten aanzien van alle
4):
beschermde soorten. Een vrijstelling mag alleen worden verleend wanneer aan
1. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;
bepaalde voorwaarden is voldaan. Deze zijn gelijk aan de voorwaarden waaronder
2. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;
een ontheffing verleend kan worden (zie hieronder). 21
Solar park Osen, Maaschouw Notities van Overleg RijksWaterStaat
April 2020
Deelnemers: Klaartje Giesberts,
Jos Schlangen, Eric Giessen
Algemene Locatie
DE■* WEERT
4
Probleem Stelling • Weideland ligt in instroom gebied van Retentiebekken " Lateraalkanaal West" • In hoeverre belemmeren solar constructies de instroom functie? • Er staan veel struikgewassen rond instroomgebied. • Wat is voorziene stroming-richting naar het bekken. De pijl geeft meest logische richting aan, op basis van Schouw ter plekke.
Belemmerende werking van panelen. Neem hiervoor gele lijn uit overzicht.
Lengte is 133 m. ♦
Panelen staan op palen, met 5 meter tussenruimte. 28 palen op 133 meter.
♦
Palen H-profiel (14x7 cm)
♦
Niet beschikbare ruimte is 28x7cm= '"2 m.
♦
Belemmerde ruimte 2/133 = 1,5% beperking tov situatie zonder palen.
Scenario 1: start instroom, niveau 10 cm hoger dan instroom "wal" Lengte wal is 300 m. Hoogte water is 10 cm.
Stroomsnelheid over de wal 2 m/s. (schatting)
Debiet: 60 m3/s. (300x0,2x2) Duur vollopen is 37H. (8000000 /60/3600) Stroom snelheid onder panelen:
Lengte =133 m, hoogte 90 cm. snelheid 0,5 m/s (60 gedeeld door 133x0.9)
Scenario 3: verhoging maaspeil met 10 cm als bekken vol is. (betekent gelijk aan Maas niveau (duur 5H) ♦
Volume is 22 M3/s.
Lengte wal is 300 m. Hoogte water is 20 cm.
Stroomsnelheid over de wal 22/60=0,37 m/s. »
Stroom snelheid onder panelen:
Lengte =133 m, hoogte 100 cm. snelheid 0,17 m/s gedeeld door 133)
(22
GREEN BUDDIE^ Inspectierapport na Overstroming Osen 07.2021
Greenbuddies Energy BV heeft naar aanleiding van het hoogwater van juli '21 een veldonderzoek uitgevoerd op de projectlocatie gedaan betreffend de gevolgen van overstroming van de Maas. Het veldonderzoek is uitgevoerd om meer inzicht te verkrijgen op een aantal punten die van belang zijn in de verdere onderbouwing voor de ontwikkeiing van SolarPark Osen. De drie factoren waarnaar is gekeken zijn 1) de hoogte van het water op locatie, 2) de gevolgen van de stroming van het water op locatie en 3) de schade aangericht door groot en klein afval wat door de stroming van het water op locatie is gebracht. De observaties zijn vastgelegd aan de hand van zeven foto's, de locaties per foto zijn op de kaart hieronder weergeven:
De planlocatie voor SolarPark Osen ligt in het stroomvoerend winterbed van de Maas, dit betekent dat de ontwikkeiing van het zonnepark er geen belemmering mag vormen voor de doorstroommogelijkheden van het water. Ook mag het waterbergend vermogen van het gebied niet aangetast worden. In het voorlopig technisch ontwerp van het zonnepark is rekening gehouden met water tot en met een hoogte van 1 meter 50 centimeter boven maaiveld. Het maaiveld ligt op een hoogte van 21,98m, Rijkswaterstaat houd rekening met het verlies van waterbergend vermogen vanaf 23,36m. De richtlijn voor de constructie van het zonnepark zal een hoogte van circa 23,50m zijn. Hierdoor worden de rivierkundige eisen van Rijkswaterstaat voldaan. Het waterbergend vermogen dat aangetast wordt door het volume van de draagstructuur wordt gecompenseerd door gedeeltelijke uitgraving van het gebied. Initiatiefnemer is voornemens meer waterbergend vermogen te creeren dan de verplichte compensatie. Een voorstel hiertoe wordt opgesteld in overleg met de gemeente en Rijkswaterstaat.
1
GREEN BUDDIE^ 2.
De stroming van het water.
Naast de hoogte van het water is de stroming van het water ook een belangrijk punt om in adht te nemen met betrekking tot het technisch ontwerp van de draagstructuur onder de zonnepanelen. Indien er sprake is van harde stroming op de locatie zal de diepte van de paaltjes en de constructie (bijvoorbeeld kan de draagstructuur met cement in de grond vastgezet worden) voor extra stevigh^id
zorgen. Gedurende de inspectie op 16 juli, met de hoogste waterstand op locatie, is te zien dat er sprake is van stilstaand stijgend water. Op foto no.3 is aangetoond dat de maisvelden nog geheel overeind staan, indien er sprake van harde stroming is zouden de individuele maisplanten ombuiglen of knakken - dit is niet het geval geweest.
(Foto no. 3: Maisveld aan de noordkant van de slaag - relatief stilstaand water)
Ook na dating van de waterstand is te zien dat er geen enkele maisplant r geknakti of omgebogen is. Dit is consistent met andere begroeiing op locatie, er is nergens ns sprake geweest van geknakte planten of bomen. Conclusie in trant van 'de hoogwatergolf juli 2021 geeft geen aanleiilining tot aanpassen van de beoogde draagstructuur.
•’A..
(Foto no.4: Maisvelden op locatie waar alles nog overeindstoat, duidelijk aantonend dot stroming op de Oostelijke percelen minimaal is geweest)
3
GREEN I BUDDIES
(Foto no. 6: Oever van de Maas, duidelijk geen afval aanwezig)
De westpunt van het gebied is meer vatbaar voor het binnendrijven van afval vanwege het fijt dal er nog geen groenranden rondom dit deel staan, het ligt dus volledig open voor toegang van de Maas. Hierdoor is te zien dat in het hekwerk op de plek van foto no.7 (te zien op de kaart) afval vastzit. Het gaat dan voornamelijk om plastic zakken, tassen enzovoort. Dit is ook de enige plek op de geh^le locatie waar iiberhaupt afval te vinden was. Blijkbaar heeft de afrastering aan de westkant van de locatie het naar binnen drijvende afval opgevangen.
(Foto no.7: Hekwerk aan het perceel dot blootgesteld is aan de voile kracht van de overstroming van de MaIts, verschillende klelne afval elementen te zien hongend aan het hekwerk)
5
y. bi
Bijiage 3
Linssen c.s. Advocaten Postbus 246 5000 AE TILBURG
^^AROkDIS
Voorzet Rewilding plan Zonnepark Osen 2 november2021
VOOR2ET REWILDING PLAN ZONNEPARK OSEN
^^ARCADIS
Inhoudsopgave 1
Situering en kenmerken plangebied
11
2
I
4
Streefbeeld rewilding
6
2.1
Plaatsing panelen
6
22
Gebied zonder panelen
6
23
Beheer
7
2.4
Konijnen
8
25
Hekwerk passeerbaar maken voor zoogdieren
9
26
Honingbijen en wilde bijen
10
27
Rode lijsl soorten (Vaatplanten)
10
2.8
Verwachte tijdslijn voor de ontwikkeling van de natuur in zonnepark Osen
10
Colofon
3
4
Inleiding
Onze referentie: 010042631:6 - Datum: 2 november2021
12
VOORZET REWILDING PLAN ZONNEPARK OSEN
^ARCADIS
Figuur 2 Ligging plangebied zonnepark Osen (geel), blauwe behorand tot Rijkswaterstaat (blauw), groene percelen behorend tot het Limburgs landschap (groen)
Limburgs Landschap Zoals in Figuur 2 is weergegeven grenst het plangebied aan eigendom van het Limburgs Landschap. In samenwerking met het Limburgs Landschap wordt het beheer van de aangrenzende percelen van het Limburgs Landschap mee genomen in het rewilding plan. Ook is het plan om in een vroeger stadium de percelen van het zonnepark over te dragen aan het Limburgs landschap. Hierdoor is er zekerheid dat de functie natuur op lange termijn gewaarborgd wordt
5
Onze referentie: 010042631:6 -Datum: 2 november2021
VOOR2ET REWILDING PLAN ZONNEPARK OSEN
(^ARCADIS
Figuur 4 Gebied waargeen panelen warden geplaats (groen)
2.3
Beheer
Voor het toekomstig beheer dient een ecologisch beheerplan worden opgesteld. Het beheer focust zich op de ontwikkeling en de instandhouding van een bloemrijke en insectenrijke vegetatie. De spontane vestiging van plantensoorten die in het stroomgebied van de Maas thuishoren wordt hierbij gestimuleerd. Deze zaden worden aangevoerd door de Maas en bij hoogwater in het gebied achtergelaten. Er wordt geen vegetatie ingezaaid door middel van een zaadmengsel, tenzij dit als gevolg van onverhoopt achterblijven van de gewenste vegetatie-ontwikkeling noodzakelijk blijkt te zijn. Bomen en struiken mogen zich spontaan vestigen in de hiervoor aangewezen stroken. Door middel van beheer wordt hier op gestuurd. Exotische planten worden bestreden, om zo meer ruimte te bieden aan inheemse vegetatie. Zo zullen de huidige groeiplaatsen van Japanse Duizendknoop en Reuzenbalsemien over een periode van 5-10 jaar verdwijnen.
7
Onze reference: D10042631:6 - Datum: 2 november2021
VOORZET REWILDING PLAN ZONNEPARK OSEN
^ARCADIS 2.5
Hekwerk passeerbaar maken voor zoogdieren
Het zonnepark wordt op verschillende manieren toegankelijk gemaakt voor zoogdieren. De onderrand van het hekwerk wordt opgelicht tot 15 cm boven het maaiveld. Hierdoor ontstaat laag bij de grond een opening zodat het hek geen barridre vormt voor kleinere diersoorten. Op een aantal wordt er gebruikt gemaakt van schansen, zodat reefen het gebied makkelijk in en uit kunnen (Figuur 7).
Mt 7 t
■■
Figuur 7 Schans voor reean
g
Onze referentie: 010042631:6 - Datum: 2 november2021
VOORZET REWILDING PLAN ZONNEPARK OSEN
^ARCADIS Tabel 1 Bekende gmeiplaalsen rode lijst soorten (NDFF)
Soort
Bekende groeiplaats (NDFF)
Witte mu nt
Rode lijst status (20112) 1
Kwetsbaar I
Zacht vetkruid
Kwetsbaar
Kruisbladwalstro
Kwetsbaar
Rapunzelklokje
Kwetsbaar
Rode ogentroost
Gevoelig
11
Onze referentie: D10042631:6 - Datum: 2 november 2021
Over Arcadis Arcadis is een toonaangevend wereldwijd ontwerp- en consultancybureau voor de natuurlijke en gebouwde omgeving. Wij maken het verschil voor onze klanten en de maatschappij met doeltreffende. duurzame en digitale oplossingen. Met 27.000 mensen in meer dan 70 landen genereerden we in 2020 een omzet van €3,3 miljard. Wij ondersteunen UN-Habitat met kennis en expertise om leefomstandigheden te verbeteren in gebieden getroffen door de gevolgen van de klimaatverandering.
WWW arcadis com
Arcadis Nederland B.V. Postbus 63 9400 AB Assen Nederland
T +31 (0)88 4261 261
Arcadis. Improving quality of life
Volg ons op
03
arcadis-nedertand
□
Breads nt
ArcadisNettierlands \
,
'J
Bijiage 3
Linssen c.s. Advocaten Postbus 246 5000 AE TILBURG
*
*
Raadsvoorstel d.d. 22 februari 2022 Voorstel tot vaststellen omgevingsvisle Maasgouw
Raadsfractie gemeente Maasgouw
AMENDEMENT Omgevingsvisle zonne-energie
De raad van de gemeente Maasgouw in vergadering bijeen op 22 februari 2022;
gelezen het voorstel van het college tot vaststellen van de omgevingsvisle Maasgouw;
overwegende dat; De omgevingsvisle een lange termijnvisie betreft waarin de ruimtelijke ontwikkelingen voor de komende jaren vastgelegd worden. De ambitie die de Raad heeft uitgesproken ten aanzien van de grootschalige opwek van hernieuwbare energie onvoldoende spreekt uit de voorliggende omgevingsvisle. De huidige visie ten aanzien van de zoekgebieden voor de grootschalige opwek van hernieuwbare energie niet de flexibiliteit kent die voor andere thema’s wel gehanteerd wordt. De Raad op voorhand slechts beperkt gebieden wil ontzien van de grootschalige opwek van hernieuwbare energie. In het beleid ten aanzien van grootschalige opwek van hernieuwbare energie regels uitgewerkt worden die als leidraad kunnen dienen bij de beoordeling van aanvragen, specifiek ten aanzien van het ruimtelijk element, voor de grootschalige opwek van hernieuwbare energie. '
B E S L U I T:
Beslispunt 2 van het voorliggende voorstel: De Omgevingsvisle Maasgouw gewijzigd vast te stellen met in acht neming van de wijzigingen zoals opgenomen in de nota onder beslispunt 1; Te wijzigingen in: De Omgevingsvisle Maasgouw vast te stellen met in acht neming van de volgende wijzigingen: a. De wijzigingen zoals opgenomen in de nota onder beslispunt 1 b. De tekst onder Hoofdstuk 4.3 Landelijk gebied, paragraaf 4.3.2 Toelichting op de thema’s - bullit duurzaamheid - onder punt 1. Energie wordt vervangen door:
I
Raadsvoorstel d.d. 22 februah 2022 Voorstel tot vaststellen omgevingsvisie Maasgouw
1. Energie In het buitengebied richt het thema energie zich met name op de mogelijkheden voor de opwek van duurzame energie. De mogelijkheden hiervoor in Maasgouw zijn beperkt. Zo gelden er voor windenergie onder meer de volgende belemmeringen; • In het stroomvoerend winterbed van de Maas zijn windmolens op basis van rijksregels uitgesloten; ( Windmolens dienen op voldoende afstand van woningen te worden gerealiseerd. Maasgouw kent 9 kernen en veel verspreide bebouwing ih het buitengebied; In de nabijheid van hoogspanningskabels kunnen evenmin windmolens worden geplaatst; In het Natuurnetwerk Limburg vinden we windmolens niet wenselijk; Als je al deze gebieden optelt, blijven er nauwelijks mogelijkheden voor windenergie over.
Ook voor andere vormen van opwekken van duurzame energie zijn weinig reele mogelijkheden, op zonne-energie na. Om tot gebieden te komen waar zonne-energie afweegbaar kan worden gesteld, hanteert de gemeente een driedeling: 1. Uitsluitingsgebieden 2. Zoekgebieden 3. Uitzonderingsgebieden
Uitsluitingsgebieden Het beleid met betrekking tot de opvyek van zonne-energie van de provincie is vastgelegd in de zonneladder. Daarin geeft de provincie aan dat opwek van zonneenergie is uitgesloten in het Natuurnetwerk Limburg, waterwingebieden en in bestaande bos- en natuurgebieden gelegen in de groen-blauwe mantel. Deze gebieden zijn daarom in de omgevingsvisie uitgesloten voor de opwek van zonneenergie. Op lokaal niveau geldt dat ook voor onze parels waaronder de Linnerweerd en het Eiland in de Maas. Hierop worden geen uitzonderingen gemaakt. I Zoekgebieden Vervolgens heeft de gemeente voor de gebieden die over blijven een nadere integrale afweging gemaakt. Maasgouw bestaat voor een groot deel uit een groenblauw network van natuurgebieden en Maasplassen. Deze bijzondere landschappelijke kwaliteit is bepalend voor de aantrekkingskracht van Maasgouw als woon- en recreatiegemeente. In de nadere afweging tussen genoemde belangen, hanteert de gemeente twee criteria om tot een zoekgebied te komen waar zonne-energie afweegbaar kan worden gesteld: • Landschappelijke kwaliteit. Voor landschap heeft (met het oog op het Landschappelijk Raamwerk) een nadere afweging plaatsgevonden. Het Natuurnetwerk Limburg en bestaande bos- en natuurgebieden in de groen-blauwe mantel waren al uitgesloten op grond van provinciaal beleid.