CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE 2 Zienswijzen 1-5 Beleidskader Zon.pdf

01. Raadsvergadering 18 april 2023, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het Beleidskader Zon22.832 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Op basis van het landschappelijk raamwerk is bekeken welke overige gebieden als zoekgebied in aanmerking kwamen. Daarbij zijn waardevolle en kwetsbare agrarische cultuurlandschappen uitgesloten. Dit heeft geresulteerd in zoekgebieden die op de visiekaart zijn aangeduid. Binnen die zoekgebieden worden zonnevelden op land in’ principe mogelijk geacht, maar wordt ook nog getoetst aan de inpasbaarheid in het landschap aan de hand van het Landschappelijk Raamwerk. Het realiseren van zonnevelden op water is in deze

*

Raadsvoorstel d.d. 22 februah 2022 Voorstet tot vaststellen omgevingsvisie Maasgouw

•

zoekgebieden ook een mogelijkheid die in paragraaf 4.4.2. (onder duurzaamheid) wordt toegelicht. Lokaal draagvlak en lokale ba ten. Bij de grootschalige opwek van duurzame energie (zoals met grote zonnevelden) is draagvlak onder inwoners een belangrijk aspect. Daarom worden initiatieven van lokale energiecodperaties daar waar mogelijk gesteund. Bij initiatieven door bedrijven of ondernemers met winstoogmerk (financieel-economische belangen) wordt in overleg met de initiatiefnemers verkend of ook financiele participate van inwoners in het project mogelijk is. Indien dat niet mogelijk is wordt afgesproken op welke manier het initiatief op een andere manier kan bijdragen aan lokale baten. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een bijdrage aan andere duurzaamheidsdoelen (aanplant bomen, natuurontwikkeling, biodiversiteit) in de omgeving van het zonneveld. Naast de toetsing door de gemeente moeten initiatiefnemers ook rekening houden met de schaarste op het network voor het terug leveren van elektriciteit. Binnen het kader van de Regionale Energie Strategic worden samen met netwerkbeheerder Enexis afspraken gemaakt over een prioritering van projecten voor grootschalige opwek van duurzame energie (wind en zon). De projecten met de laagste systeemkosten voor het network krijgen daarbij hogere prioriteit en worden in de toekomst eerder aangesloten op het elektriciteitsnet.

Uitzonderingsgebieden Met het zoekgebied wordt duidelijk waar initiatieven voor opwek van zonneenergie afv/eegbaar zijn. In uitzonderingsgevallen willen we daar van af kunnen wijken, bijvoorbeeld als initiatieven een aantoonbare meerwaarde opleveren voor de doelen die we aan het betreffende gebied stellen. Zo valt de groen-blauwe natuurzone buiten het zoekgebied. Als initiatieven uiteindelijk een meerwaarde opleveren voor de doelen die we hier nastreven (natuur, landschap, biodiversiteit e.d.), kan overwogen worden om mee te werken aan initiatieven buiten het zoekgebied. In het agrarisch cultuurlandschap zal dat minder snel aan de orde zijn, omdat zonnevelden eerder afbreuk doen aan het agrarisch cultuurlandschap, dan een meerwaarde opleveren. Deze uitzonderingsmogelijkheid geldt niet voor de uitsluitingsgebieden (Natuurnetwerk Limburg, bestaande bos en natuurgebieden binnen de groen-blauwe mantel en waterwingebieden, conform het provinciate beleid en in de parels zoals die zijn weergegeven op de kaart). Bij voorwaarden die we aan deze uitzonderingssituatie stellen, kan onder andere gedacht worden aan realisatie van het uiteindelijke doel van het gebied (in de groen-blauwe natuurzone is dat natuur, biodiversiteit e.d.), maar ook aan procesvoorwaarden zoals het afsluiten van een overeenkomst, waarin afspraken voor de langere termijn worden vastgelegd.

Deze voorwaarden worden verder uitgewerkt in het nog op te stellen beleid voor opwekken van duurzame energie. In deze uitwerking wordt de begrenzing van de uitsluitingsgebieden, zoekgebieden en uitzonderingsgebieden op kaart aangegeven. c. De tekst onder hoofdstuk 4.4 Maasplassen, paragraaf 4.4.2 toelichting op de thema’s, bullit duurzaamheid wordt vervangen door: •

Duurzaamheid Een opgave die zich ook in de Maasplassen kan voordoen is de opwek van duurzame energie in de vorm van zonnevelden op water. Deze gebieden, met

I

Raadsvoorstel d. d. 22 februah 2022 Voorstel tot vaststeUen omgeyingsyisie Maasgouw

name de wateren direct rond de Clauscentrale, zijn als zoekgebied op de ka^rt aangegeven. Naast zoekgebieden onderscheiden we ook op water uitsluitingsgebieden en uitzonderingsgebieden, waar als uitzondering op het' zoekgebied onder voorwaarden opwek van (grootschalige) zonne-energie kan worden afgewogen, zoals dat ook onder 4.3.2 duurzaamheid/energie is beschreven. De randvoorwaarden waaronder in uitzonderingsgevallen kan worden afgeweken van zoekgebieden, worden door de raad verder uitgewerkt in nog op te stellen beleid. In deze uitwerking wordt tevens de begrenzing van de uitsluitingsgebieden, zoekgebieden en uitzonderingsgebieden op kaart aangegeven. i Een andere opgave bestaat uit het verder verduurzamen van de scheepvaart- en watersportsector op het gebied van uitstoot van waarmee water- en luchtkwaliteit kan worden verbeterd. Denk bijvoorbeeld aan elektrisch varen, het beperken van (toxische) aangroei werende middelen, voorzieningen voor inname van vuil water en afgewerkte olie. I

d. De matrix op biz. 10 van de Omgevingsvisle wordt in lijn met de teksten onder b en aangepast. en gaat over tot de orde van de dag. I

Raadsleden CDA: E. Dehins, B. Busschops, K. Hawinkels, T. Hoenen, J. Palmen.

!

Raadsleden Lokaal Belang: S. Blomen, A. van Dam, M. van Herten, C. Hilbrink, B. Impelmans, S. Oosterwaal, G. Vervoort, E. Vrinzen. Raadsleden VVD: B. Zeesers, A. Thijssen.

I

I

I

I

I

Y

Postbus 246 5000 AE Tilburg

Port Page Pays-Bas

AANGETEKENDE BRIEF Frankering betaaid afz : 5038BA. 29 A

PostNL 29-11-2022 14:49

3 0 NOV 2022

Posfcus 7000 6Q50AA Naam.KBRDeKempenaerVOF

Adres:Mnlenweg 23,6051HGMaasbracht

£12

postnl

1

TPSolar Nederland B.V. Melbournestraat 9, unit 7 1175 RM Lijnden E: info@tpsolar.nl T: 023 741 01 44 KvK: 62608894 www.tpsolar.nl

Aan:

Gemeenteraad van de gemeente Maasgouw Postbus 7000 6050 AA MAASBRACHT

Veldhoven, 29 november 2022

Betreft:

Zienswijze Beleids- en afwegingskader grootschalige duurzame energieopwekking zon (Beleidskader zon) 2023 - 2030

Geachte gemeenteraad, Het Ontwerp Beleidskader Zon met bijbehorende bijlagen ligt voor inspraak ter inzage tot en met donderdag 1 december 2022. Graag dienen wij middels onderhavige brief onze zienswijze puntsgewijs in. 1. Bouwsteen Landschappelijke kwaliteit Brachterland De volgende ontwerpprincipes conflicteren met het gemeentelijk doel van een planmatige ontwikkeling om het huidige karakter van het energielandschap te versterken. o De direct aangrenzende kavels dienen open te blijven; o Zonnevelden kunnen niet aan beide zijden van een weg worden gepositioneerd. Een planmatige ontwikkeling is beter te realiseren wanneer 2 of meerdere zonnevelden aaneengesloten ontwikkeld kunnen worden, omdat de inrichting beter op elkaar af te stemmen is en de positieve effecten samenhangender zijn, zeker ook als de zonnevelden na 25 jaar weer worden verwijderd. Voorgenoemde ontwerpprincipes dragen eveneens niet bij aan de gewenste kleinschalige ecologische verbindingen. Bij het aaneengesloten ontwikkelen van 2 of meerdere zonnevelden kan er immers een robuustere ecologische verbinding worden gecreëerd dan bij 1 zonneveld van 8 ha. waarbij aangrenzende kavels open gehouden dienen te worden en dus juist een tussenliggende barrière vormen. Landbouwgronden zien er wellicht groen uit, maar zijn in ecologisch opzicht juist ‘woestijnen’.

Tenslotte ben je volledig afhankelijk van de grondeigenaren in het gebied. Wanneer er grondeigenaren van aaneengesloten percelen medewerking willen geven aan een goed initiatief dient er tenminste 1 grondeigenaar teleurgesteld te worden. De kans dat de grondeigenaren precies om en om mee willen werken aan een zonneveld lijkt ons zeer klein. Daarmee wordt de kans dat het gebied voldoende tot ontwikkeling komt onevenredig beperkt. Pagina 1 van 5

Door het hanteren van voorgenoemde ontwerpprincipes wordt de potentie van het gebied dus fors onbenut gelaten. Aangezien het voorkeursgebied binnen Brachterland reeds het karakter van een energielandschap heeft is het laadvermogen ons inziens hoger dan de huidige voorgestelde 50%. Het verhogen van het percentage laadvermogen in het huidige energielandschap zal leiden tot een betere planmatige ontwikkeling binnen het voorkeursgebied en minder ontwikkelingen in de overige meer kwetsbare zoekgebieden en uitzonderingsgebieden. Het laadvermogen van het zoekgebied Brachterland, niet zijnde het voorkeursgebied, ontbreekt. Er is enkel een laadvermogen van het voorkeursgebied benoemd. Als algemene aanbeveling wordt genoemd dat zonnevelden altijd met één zijde grenzen aan de Rijksweg. Voorgaande is uiteraard enkel van toepassing binnen het voorkeursgebied. Er wordt gesteld dat het aanwezige verkavelingspatroon leidend is voor de vorm van het zonneveld. Tevens wordt gesteld dat de opstelling van de panelen de richting van de hoofdweg of de dominante verkavelingspatroon dient te volgen. Dit is volgens ons niet mogelijk, omdat de hoogspanningsleidingen niet parallel lopen aan de hoofdweg/ verkaveling.

TenneT wil ten allen tijde kabels naar de grond kunnen laten zakken en in de praktijk betekent dit het houden van afstand aan beide zijden van het hart van elke lijn(set) en dat de paneelrijen parallel aan de hoogspanningsleidingen geplaatst moeten worden. Over de percelen in het voorkeursgebied lopen 3 hoogspanningstracés, dus de grond onder deze tracés geheel vrijhouden van panelen is onmogelijk omdat er dan geen rendabel project meer mogelijk is. Ook zijn de resterende gronden dan te versnipperd om nog voor landbouw te kunnen gebruiken, waardoor de (kostbare) landbouwgrond slecht benut wordt. Aangezien de hoogspanningsleidingen een beeldbepalend karakter hebben binnen het huidige energielandschap lijkt het ons daarnaast ook vanuit ontwerpperspectief logisch dat de panelenrijen de richting van deze hoogspanningsleidingen volgen. De ontwerpprincipes zijn vanuit vogelvluchtperspectief ontwikkeld/ beschouwd. In de praktijk beleeft echter niemand op die manier het landschap (of een zonneveld). Sommige van deze principes (zoals de aanbeveling om de opstelling zo rechthoekig mogelijk te houden) hebben vanuit ooghoogte geen enkele meerwaarde en belemmeren juist wel praktische, ecologische en economische doelen, zoals hiervoor betoogd. De voorgeschreven hoogte van maximaal 1,50 meter voor de paneelopstelling is zéér onwenselijk, om meerdere redenen.

Door een lage opstelling komt er (te) weinig licht, (regen)water en lucht bij de bodem en dit is nadelig voor de biodiversiteit en begroeiing, en verslechtert de kwaliteit van de bodem. In de praktijk blijkt dat er bij hogere opstellingen ook onder de panelen prima plantengroei plaatsvindt, hetgeen een grote meerwaarde heeft voor de biodiversiteit. Bij een lage opstelling verlies je dus een groot potentieel aan natuurwaarde. Plantengroei onder de panelen is tevens belangrijk om de bodemkwaliteit op peil te houden. Bij een opstelling zoals nu voorgeschreven komt er onvoldoende licht en water onder de panelen, waardoor de bodem uitdroogt, plantenleven onmogelijk is en er daardoor over een periode van 25 jaar grote en wellicht onherstelbare schade aan de (landbouw)bodem ontstaat. Verder is het ook nadelig voor eventuele mogelijkheden omtrent dubbel grondgebruik. Voor bijvoorbeeld schapenbegrazing dienen de panelen aan de voorzijde minimaal 80 cm van de grond te blijven, hetgeen bij een maximale hoogte van 1,50 meter tot vreemde en economisch zeer ongunstige paneelopstellingen zou leiden. Pagina 2 van 5

Ook is om duurzame energie op te wekken een bepaalde hellingshoek nodig ten opzichte van de zon. Bij een maximale hoogte van 1,50 meter kunnen maximaal 2 panelen landscape gemonteerd worden onder een zeer ongunstige hoek. Aangezien er t.b.v. montage en onderhoud minimaal 2 meter tussen de rijen benodigd is kunnen er nauwelijks meer paneelrijen geplaatst worden (nog los van de restricties onder de hoogspanningsleidingen waar de rijen nog verder uit elkaar geplaatst dienen te worden) waardoor een maximale hoogte van 1,50 meter een verlies betekent van minimaal 20% per hectare. Bovendien zijn onderdelen als inkoopstation en trafostations ca. 2,5 m hoog en steken dan boven de installatie uit. Kortom: de gewenste functiecombinaties zijn strijdig met de hoogte-eisen, en de te verwachten schade aan de bodem is zowel maatschappelijk als naar de grondeigenaren niet te verantwoorden. Ook is de opbrengt per hectare bij een lage paneelopstelling aanzienlijk minder waardoor wederom de landbouwgrond ineffectief wordt ingezet en er meer ruimte nodig is om de opwekdoelen te behalen. Voorgesteld wordt de maximale hoogte aan te passen naar minimaal 2,50 meter. Qua landschappelijke inpassing wordt er in de ontwerpprincipes voornamelijk gesproken over grasland en natuurakker.

Deze vormen van landschappelijke inpassing kunnen conflicteren met de wensen van omwonenden, die (zo leert de ervaring) primair geen zicht willen hebben op het zonneveld. Elementen als een landschappelijke haag, struweel, houtsingel, etc. ontnemen enigszins het zicht op de installatie waarmee invulling kan worden gegeven aan de wens van omwonenden. Ook vanuit biodiversiteitsoogpunt worden met deze inpassing veel kansen onbenut gelaten. Elementen als een landschappelijke haag, struweel, houtsingel, etc. creëren essentiële gradiënten in het landschap en habitat voor een veel grotere verscheidenheid aan soorten. In de ontwerpprincipes wordt gesproken over een landschappelijk hekwerk rondom. Een zonneveld is een elektrische installatie zonder toezicht en moet dus worden afgeschermd van (onbedoelde) aanraking door mensen (bijvoorbeeld spelende kinderen). Ook heeft de installatie een hoge waarde en moet dus enigszins beschermd zijn tegen vandalisme en diefstal. Zowel de wet, verzekeringsmaatschappijen als ‘gezond verstand’ (je wilt simpelweg niet het risico nemen dat er iets ergs zou kunnen gebeuren) stellen daarom eisen aan deze afscherming. Een landschappelijk hekwerk wordt in de regel uitgevoerd met rechthoekig gaas dat eerder uitnodigt om te beklimmen dan dat het afschrikt. Ook is de hoogte vaak beperkt.

Dit voldoet zeker bij grotere installaties (>2 ha) niet aan voorgenoemde eisen (grotere risico’s). Op wat grotere afstand is de visuele invloed van het hekwerk sowieso verwaarloosbaar, en zoals eerder betoogd zou de toepassing van hogere begroeiing vóór het hekwerk zowel qua zichtbeperking als qua natuurwaarden grote voordelen hebben. Voorgesteld wordt om géén eisen te stellen aan het benodigde hekwerk of hooguit aan het kleurgebruik. Meggelderveld Het laadvermogen van Meggelderveld, dat circa 15 hectare beslaat, is bepaald op 25%. Daarnaast is de maximale oppervlakte van een veld 3,75 ha (=25% van 15 ha.). Dit zou betekenen dat er slechts 1 veld kan worden ontwikkeld binnen dit uitzonderingsgebied. Zowel in het hoofddocument (pag. 23) als in bijlage 2 wordt echter gesproken over meerdere velden. Hoogstwaarschijnlijk komt dit doordat in bijlage 2 met 15 ha. als ontwikkelruimte wordt Pagina 3 van 5

gerekend. Het uitzonderingsgebied is echter 15 ha. groot (i.p.v. de ontwikkelruimte binnen het uitzonderingsgebied). Zie eerdere opmerking over maximale hoogte panelen en nadelen ‘vogelvlucht-perspectief’. Panheelderveld Het toevoegen van de 2 percelen gelegen aan de Velkenskamp (kadastraal bekend als Heel en Panheel D 2700 en Heel en Panheel D 2702), waarvan 1 thans in gebruik als parkeervoorziening van Funbeach, bied koppelkansen voor de parkeeropgave van Funbeach (bijvoorbeeld in de vorm van meervoudig ruimtegebruik middels een zonnecarport). Zie eerdere opmerking over maximale hoogte panelen en nadelen ‘vogelvlucht-perspectief’. Hierbij dient tevens opgemerkt te worden dat de betreffende pagina waarop de maximale paneelhoogte wordt genoemd ten onrechte de titel “Ontwerpprincipes Meggelderveld” heeft. Op de afbeeldingen zijn namelijk percelen gelegen in het Panheelderveld weergeven. Tenslotte is de als voorbeeld weergegeven functiecombinatie van een zonneveld & teelten is niet realistisch met een maximale hoogte van 1,50 meter. Ook de eerder genoemde zonnecarport is uitgesloten bij een maximale hoogte van 1,50 meter. 2. Bouwsteen Lokaal draagvlak en lokale baten Lokale baten Er wordt gestreefd naar 50% eigendom van de lokale omgeving en daarnaast medezeggenschap. E.e.a. ter borging van de maatschappelijke draagvlak en acceptatie.

Mocht het gewenste percentage niet haalbaar zijn dan is een extra bijdrage aan investeringen in fysieke lokale baten een optie. Door voorgaande formulering wordt het percentage echter als een doel gesteld (en niet meer als een inspanningsverplichting zoals bedoeld in het klimaatakkoord). Financiële participatie is echter ook een middel om het doel (totstandkoming van energieprojecten door verbeteren van lokaal draagvlak) te realiseren. In het participatieproces worden uiteindelijk afspraken gemaakt over het ontwerp, de exploitatie en financiële deelname door of tegemoetkoming aan de omgeving. Dat is ook het moment om te inventariseren of er überhaupt behoefte is aan lokaal eigendom. Eigendom betekent mee-investeren en dus ook risico lopen, en daar moet je maar net de wil en de middelen voor hebben. Uitgangspunten zijn de behoeften én de (financiële) mogelijkheden van de lokale omgeving. 50% lokaal eigendom kan dus geen verplichting zijn, het gaat erom dat de lokale omgeving de kans krijgt mee te kunnen profiteren en mede-eigenaar te worden indien ze dit wensen. Op basis van het gesprek met omwonenden kunnen ook andere opties worden gekozen die de omgeving laten meeprofiteren, zonder dat sprake is van lokaal eigendom, zoals in de vorm van obligaties. Gezien voorgaande wordt voorgesteld de lokale baten breder te definiëren dan enkel lokaal eigendom en medezeggenschap.

Draagvlak door participatie Betrokkenen binnen het plangebied moeten actief kunnen participeren bij de ontwikkeling van het park. Wij onderstrepen het belang dat belanghebbenden, zoals omwonenden, in een vroeg stadium worden betrokken om echt mee te kunnen spreken over de vormgeving van een project (binnen de technische, ruimtelijke en economische kaders die nodig zijn om het project te kunnen realiseren). Om dit te kunnen invullen is er wel voldoende ontwerpvrijheid Pagina 4 van 5

nodig. De leidende beginselen en ontwerpprincipes zijn echter dermate uitputtend en beperkend dat er nauwelijks ontwerpvrijheid is. In de praktijk zien wij dat men zich soms niet gehoord voelt, in dit geval zouden we daadwerkelijk weinig met aanbevelingen/ wensen kunnen doen omdat het al snel strijdig is met het beleid. Zie ook eerdere opmerking inzake landschappelijke inpassing. 3. Beslisboom Afwegingskader Onder stap 2a wordt de vraag gesteld of het zoekgebied volledig is uitontwikkeld, als bepaald in de Leidende Beginselen en Ontwerpprincipes voor dat gebied (bijlage 2). In bijlage 2 wordt m.b.t. het zoekgebied Brachterland enkel een laadvermogen van max. 50% (+/ - 30 ha.) vastgesteld voor het voorkeursgebied. Het laadvermogen voor het gehele zoekgebied ontbreekt. In stap 2b en stap 3b wordt gesteld dat het initiatief geheel aan de algemene Leidende Beginselen en Ontwerpprincipes moet voldoen. Op pagina 17 van het beleidskader wordt de Bouwsteen Landschap (en dus ook de algemene Leidende Beginselen en Ontwerpprincipes) echter een ondersteunend instrument genoemd en laat het maken van een integrale afweging over aan een ambtelijk en/ of bestuurlijk proces. Het maken van voorgenoemde afweging komt ons inziens onvoldoende tot uiting in de beslisboom.

Vooraf dient duidelijk te zijn wáár ruimte zou zijn voor andere overwegingen en op basis waarvan die dan ambtelijk/ bestuurlijk zouden worden beoordeeld. Wanneer is er sprake van voldoende lokale baten (streven 50% lokaal eigendom of anderszins) zoals genoemd in stap 4? Zie ook eerdere opmerkingen m.b.t. lokaal draagvlak en lokale baten. De ondertekende anterieure overeenkomst zoals vermeld in stap 7 is ons inziens nog niet relevant in deze fase (voor positieve beoordeling principeverzoek). Er is immers “slechts” sprake van een hypothetisch project. Er zijn nog veel onzekerheden in deze fase. Daarnaast worden er onnodig juridische kosten gemaakt door naar voren halen van de anterieure overeenkomst. Een anterieure overeenkomst is uiteraard wel relevant in de vergunningsfase. Als alternatief stellen wij voor dat bij een positieve principebeoordeling de intentie om te komen tot een anterieure overeenkomst wordt vastgelegd. Wij wensen u veel succes met het afronden en vaststellen van het “Beleids- en afwegingskader grootschalige duurzame energieopwekking zon 2023 – 2030” en zijn uiteraard graag bereid om punten uit deze zienswijze eventueel nader toe te lichten. Met vriendelijke groet, Namens TPSolar Nederland B.V. Bart Kooken Projectontwikkelaar

Pagina 5 van 5

CDM 22-084

Zienswijze van de Coöperatie Duurzaam Maasgouw: 30-11-2022

Gemeente Maasgouw Markt 33 6100 AA MAASBRACHT Datum : 30 november 2022 Betreft : Zienswijze inzake ‘Beleids- en afwegingskader grootschalige opwek duurzame energie Zon’

Zienswijze van de Coöperatie Duurzaam Maasgouw. Met deze zienswijze wil de Coöperatie Duurzaam Maasgouw, verder afgekort als CDM, het volgende aan de Raad van de gemeente Maasgouw voorleggen met het verzoek conform dit voorstel een besluit te nemen. De zienswijze is ingegeven door de navolgende overwegingen en aangedragen voorstellen en oplossingen. De CDM overweegt en is van mening dat: 1. De beoogde grootschalige opwek van duurzame energie moet ruimte bieden voor projecten op kleinere percelen. 2. De CDM is van mening dat verenigingen geholpen kunnen worden met het voorzien en reserveren van meerdere kleine kadastrale percelen voor een coöperatievereniging die voor hun leden de exploitatie van zonne-stroom verzorgt. 3. Coöperatieve opwekking van hernieuwbare energie met zonnepanelen is aantrekkelijk voor particulieren en voor verenigingen en stichtingen. Dit mede door de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) (voorheen beter bekend als “postcoderoos-regeling”) 4. De CDM is bezorgd over de situatie van verenigingen in deze gemeente met name omdat de energielasten zwaar zijn en/of nog zwaarder zullen worden hetgeen het voortbestaan van verenigingen bedreigt.

Daarom wil CDM aan u als Raad het volgende ter besluitvorming voorleggen: In de vaststelling van het Beleidskader Zon en de aanwijzing van gebieden: reserveer, of voorzie de mogelijkheid daartoe, om meerdere relatief kleine kadastrale percelen aan te wijzen voor een coöperatieve exploitatie van zonne-energie. Hiermee kunnen plaatselijke verenigingen en stichtingen, naast particulieren, door een coöperatie aan goedkope zonneenergie geholpen worden. Het voorstel geeft particuliere kleinverbruikers, maar in dit kader vooral ook verenigingen en stichtingen de mogelijkheid deel te nemen in coöperatieve zonneweides gerealiseerd met SCE subsidie. Deze SCE-subsidie wordt per project, gelijk aan één kadastraal perceel, verstrekt. Voorts mag de gemiddelde deelname van leden per project net groter zijn dan 5 kWp (kilo-Watt-piek) per lid, overeenkomstig aan ongeveer 5000 kWh per jaar. Een hoger aandeel, en daarmee een hogere stroomafname van één lid, moet gecompenseerd worden door vele kleinere aandelen om het gemiddelde per project niet te overschrijden. Aangezien verenigingen en stichtingen echter veelal een aanzienlijk hoger stroomverbruik hebben dan het aan de grens van 5 kWp gekoppelde jaarverbruik van ca. 5000 kWh, is het wenselijk voor verenigingen en stichtingen deel te kunnen nemen in meerdere SCE-zonprojecten, waarvoor dan echter ook meerdere

CDM 22-084 ZIENSWIJZE BELEIDS- EN AFWEGINGSKADER GROOTSCHALIGE OPWEK DUURZAME ENERGIE ZON.DOCX

1/4

CDM 22-084

Zienswijze van de Coöperatie Duurzaam Maasgouw: 30-11-2022 kleinere kadastrale percelen voor opwek van zonne-energie beschikbaar moeten zijn. Het is dus van belang ook in een grotere gebiedsontwikkeling meerdere kleinere percelen te voorzien, hetgeen voor kleinere lokale initiatieven bevorderlijk is, maar voor grotere commerciële projectontwikkelaars wellicht minder interessant hetgeen lokale initiatieven in de gelegenheid stelt zonnestroom op te wekken die mogelijk niet op hun eigen daken opgewekt kan worden. (denk ook aan de beperkingen die monumentale gebouwen en gebouwen binnen het beschermde dorpsgezicht opgelegd worden). Zie de aangehangen bijlage ter verduidelijking en verwijzing naar de SCE-doelstelling en subsidieregeling.

Getekend 30 nov. 2022 door het Bestuur van CDM Voorzitter Secretaris Penningmeester

Chris Hamans Rob Buschman Hans van Laanen

CDM 22-084 ZIENSWIJZE BELEIDS- EN AFWEGINGSKADER GROOTSCHALIGE OPWEK DUURZAME ENERGIE ZON.DOCX

2/4

CDM 22-084

Zienswijze van de Coöperatie Duurzaam Maasgouw: 30-11-2022 Bijlage. Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/sce De SCE is een exploitatiesubsidie. Dat betekent dat subsidie uitgekeerd wordt in de vorm van een bedrag per geproduceerde kWh. De SCE regeling staat open voor Coöperaties voor projecten met zonnepanelen met een piekvermogen tussen de 15 kWp en 500kWp. Per projectlocatie mag er (gemiddeld) maximaal 5 kWp per lid afgenomen worden. Per productieinstallatie en per locatie geldt een minimum aantal deelnemers, gekoppeld aan het vermogen van de productie-installatie en de locatie. Een locatie is beperkt tot 1 kadastraal perceel. Een voorbeeld van een zonproject: als er een project wordt gerealiseerd van 100 kWp dan zijn er minimaal 20 deelnemende leden nodig. Per project mag een individueel lid wel meer bijdragen dan 5 kWp zolang het gemiddelde van alle bijdragen 5 kWp of lager is. Het kan dus zo zijn dat 1 deelnemer voor 81 kWp mee doet, en de overige 19 leden voor elk 1 kWp Op de volgende pagina is een voorbeeld schematisch verduidelijkt hoe particulieren maar vooral verenigingen kunnen deelnemen in meerdere projecten om zodoende hun jaarlijks energieverbruik voordelig te kunnen inkopen.

CDM 22-084 ZIENSWIJZE BELEIDS- EN AFWEGINGSKADER GROOTSCHALIGE OPWEK DUURZAME ENERGIE ZON.DOCX

3/4

CDM 22-084

Zienswijze van de Coöperatie Duurzaam Maasgouw: 30-11-2022 Voorbeeld:

project 1 = perceel 1 = 0,07 ha gemiddeld 4,76 kWp 21 leden pan/lid 15 5 ver. A 1

project 3 = perceel 3 = 0,34 ha gemiddeld 5,00 kWp 94 leden pan/lid 38 22 16 15 ver. A 1 ver. B 1 ver. C 1

kWh/Wp 1,000 totaal gerealiseerd 100 kWp 100.000 kWh/jr Wp/lid kWp/lid tot kWp kWh/lid.jr 150 4.000 4,0 60,0 60.000 25 2.000 2,0 10,0 10.000 75 30.000 30,0 30,0 30.000

project 2 =perceel 2= 0,07 ha gemiddeld 4,55 kWp 22 leden pan/li d 20 8 1 5 ver A 1 85

kWh/Wp 1,000 totaal gerealiseerd 470 kWp 470.000 kWh/jr Wp/lid kWp/lid tot kWp kWh/lid.jr 532 5.600 5,6 212,8 212.800 220 4.000 4,0 88,0 88.000 128 3.200 3,2 51,2 51.200 75 2.000 2,0 30,0 30.000 100 40.000 40,0 40,0 40.000 80 32.000 32,0 32,0 32.000 40 16.000 16,0 16,0 16.000

project 4 = perceel 4 =0,16 ha kWh/Wp gemiddeld tot. panelen Wp/paneel 1,000 4,85 kWp 570 400 totaal gerealiseerd 228 kWp 47 228.000 kWh/jr leden pan/lid panelen Wp/lid kWp/lid tot kWp kWh/lid.jr 15 12 180 4.800 4,8 72,0 72.000 20 8 160 3.200 3,2 64,0 64.000 10 5 50 2.000 2,0 20,0 20.000 ver. B 1 100 100 40.000 40,0 40,0 40.000 ver. C 1 80 80 32.000 32,0 32,0 32.000

tot. panelen 250

10 5 75

panelen

tot. panelen 1175

14 10 8 5 100 80 40

panelen

Wp/paneel 400

Wp/paneel 400

project 1 project 2 project 3 project 4 vereniging A 30.000 kWh/jr 34.000 kWh/jr 40.000 kWh/jr vereniging B 32.000 kWh/jr 40.000 kWh/jr vereniging C 16.000 kWh/jr 32.000 kWh/jr

tot. panelen Wp/paneel 250 400 panelen 160 5 85

project

Wp/lid 3.200 2.000 34.000

kWh/Wp 1,000 totaal gerealiseerd 100 kWp 100.000 kWh/jr kWp/li d tot kWp kWh/lid.jr 3,2 64,0 64.000 2,0 2,0 2.000 34,0 34,0 34.000

totaal 104.000 kWh/jr 72.000 kWh/jr 48.000 kWh/jr

CDM 22-084 ZIENSWIJZE BELEIDS- EN AFWEGINGSKADER GROOTSCHALIGE OPWEK DUURZAME ENERGIE ZON.DOCX

4/4

t

i

Woensdag 30 november 2022

Ingekomen Ohr. C en mevr. G. Janssen Brachtenijde 23

VrlJ op Naam Zonneparken Erlcssonstraat 2 5121 ML Rijen

6112 AW Sint Joost

-1 DEC 2022

Gemeenteraad Maasgouw Postbus 7000 6050 AA Maasbracht Betreft: Zienswijze ontwerp-beleUkkoder grootschalige duurmme energieopwekking

Geachte gemeenteraad van Maasgouw, Naar aantelding van het op 4 november 2022 gepresenteerde ontwerp-beleidskader grootschalige duurzame energieopwekking dienen wij graag een zienswijze in.

Aanleiding Fam. Janssen en Vrij op Naam willen gezamenlijk gaan optrekken bij de ontwikkeling van het (beoogde) zonnepark Heuvelstraat/Drachterstatie, gelegen tussen de spoorbaan en de A73. Het plangebied (zie BiJIage 1) betreft een agrarisch perceel net bulten het voorkeursgebied '’Brachterland' zoals omkaderd in

het ontwerp-beleid. Met het project zou in de stroomvraag van ruim 900 gemiddelde gezinnen kunnen

worden voonien met minimale maatschappelljke kosten gelet op de vooniene neb'npassing via de reeds op het perceel aanwezige stroomkabel (10 kV middenspanning).

Argumentatie De strook tussen de A73 en de spoorbaan leent zich in onze optiek vanuit ruimtelijke perspectief uitstekend voor de inpassing van een kleinschalige zonneweide van 2,5 hectare zoals beoogd. De

aanwezige infrastructurele werken zijn reeds bestaande landschapverstorende eiementen, terwijl de elementen van het "energielandschap* van het Brachterland - zoals hoogspanningstrac^ - prominent

zkhtbaar zijn vanaf de projectlocatie (zie Bijiage 2). De locatie ligt voorts laag In het landschap verzonken ten opzichte van de Heuvelstraat en de A73, en er zijn geen directe omwonenden met enig zidithinder of andere impact De functie van zonneweide zou ten slotte meerwaarde creSren voor de aangrenzende natuur aan de zljde van de gemeenten Echt-Susteren en Roerdalen, door bedrijfsmatlge landbouwinzet in te wisselen voor energieproductie i.cm. natuurontwikkeling op de bodem random de rijen zonnepanelen, via in te zaaien mengsels gericht op inheetnse bloem- en kruldenrijke grassensoorten. Verzoek Om die reden dienen wij voodiggende zienswijze in, waarln wij de gemeente verzoeken in het definitieve

beleid via een categorale of specifieke uitzondering ruimte te bieden aan het zonnepark Heuvelstraat/Brachterstatie, ofwel de grenzen van voorkeursgebied Brachterland zodanig op te rekken dat het plangebied van Zonnepark Heuvelstraat/Brachterstatie binnen de grenzen hiervan valL

vdendeliike groet

anssen

Dhr. B.LN.K. WIjnen (Directeur Vrij op Naam Zonneparken)

enaar projectlocatie Beoogde ontwikkelaar/exploitant zonnepark gemma.coenfa ziggo.nl ba5@vriiopnaam.nl 0475-487001

085-0516881

Bijiage 1; Projectontwerpschets Bijiage 2: Situering zonnepark to.v. zoekzone Brachterland

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=d6edbad6-a2c3-4be5-ac04-b272b9d2c53c