CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

---------- BIJLAGE 1 Principeverzoek Osen - Principeverzoek incl. bijlagen

06. Raadsinformatiebrieven 17 september 2024, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven behorend bij de portefeuille van wethouder Snijckers23.948 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

(Afbeelding 3: Maisveld aan de noordkant van de slaag – relatief stilstaand water)

Ook na daling van de waterstand is te zien dat er geen enkele maisplant geknakt of omgebogen is. Dit is consistent met andere begroeiing op locatie, er is nergens sprake geweest van geknakte planten of bomen. Conclusie in trant van ‘de hoogwatergolf juli 2021 geeft geen aanleiding tot aanpassen van de beoogde draagstructuur.

(Afbeelding 4: Maisvelden op locatie waar alles nog overeind staat, duidelijk aantonend dat stroming op de Oostelijke percelen minimaal is geweest)

4.1.4 Afval meegevoerd door het stromende water Afval dat meegesleurd wordt tijdens hoogwater kan een reëel risico op schade zijn. Een grote boomstronk, indien deze door het zonnepark zou kunnen drijven, kan veel schade aanrichten. Zoals besproken in het principeverzoek van project Solarpark Osen van januari 2021 is dit gevaar verzekerbaar. Gesprekken met vaste verzekeraars op het gebied van zonne-energie hebben inzichtelijk gemaakt dat alle schade die door een overstroming kan plaatsvinden zal worden verzekerd. Desalniettemin betekent dit niet dat de schade geen gevolgen kan hebben – een zonnepark moet namelijk geheel goed functioneren om stroom op te wekken. Ernstige schade kan leiden tot langdurige uitschakeling van het zonnepark, hetgeen effect heeft op het financiële model. Daarom is het van belang om deze mogelijke schade te voorkomen. Nadat de waterstand is gezakt is er verrassend weinig afval aangetroffen in het plangebied. Aan de oostkant van de planlocatie is helemaal geen afval aangetroffen. Reden hiervoor is dat er dichte groenranden op verschillende plekken rondom de planlocatie staan – deze vormen een natuurlijke barrière tegen groot afval, drijvende boomstammen enzovoort. Midden in de planlocatie groeien er verschillende bomen en gewassen die de westkant scheiden van de oostkant van de planlocatie.

Deze begroeiingen zullen in stand worden gehouden bij de aanleg en ontwikkeling van zonnepark Osen. De begroeiing zorgt voor uitstekende landschappelijke inpassing, vermindering van direct zicht op het park voor wandelaars rond de locatie en biedt bescherming tegen drijvende objecten die mogelijk schade aan kunnen richten. Op foto no.5 zijn deze begroeiingen te zien. Er zullen verder rondom het hele park meer groenranden worden aangelegd ten behoeve van bovengenoemde doeleinden.

(Afbeelding 5: Bomenrand zoals zal worden uitgebreid rondom het gehele SolarPark Osen, dienend om stroming te verminderen zowel als groot afval aangevoerd door hoogwater niet op locatie te laten komen)

Op veel plaatsen langs de Maas zijn grote hoeveelheden afval achtergebleven na de hoogwatergolf. Dat blijkt niet het geval op of rondom de planlocatie voor SolarPark Osen. Op de oever van de Maas, ten zuiden van de planlocatie is dit minimaal, zoals weergegeven op foto no.6.

(Afbeelding 6: Oever van de Maas, duidelijk geen afval aanwezig)

De westpunt van het gebied is meer vatbaar voor het binnendrijven van afval vanwege het fijt dat er nog geen groenranden rondom dit deel staan, het ligt dus volledig open voor toegang van de Maas. Hierdoor is te zien dat in het hekwerk op de plek van foto no.7 (te zien op de kaart) afval vastzit. Het gaat dan voornamelijk om plastic zakken, tassen enzovoort. Dit is ook de enige plek op de gehele locatie waar überhaupt afval te vinden was. Blijkbaar heeft de afrastering aan de westkant van de locatie het naar binnen drijvende afval opgevangen.

(Afbeelding 7: Hekwerk aan het perceel dat blootgesteld is aan de volle kracht van de overstroming van de Maas, verschillende kleine afval elementen te zien hangend aan het hekwerk)

4.1.5 Overige Aandachtspunten Doorstroom (compenseren) De overstroming van het weekend van 16 juli 2021 was uitermate groot en is in de afgelopen 100 jaar niet op deze schaal gebeurd. Door de opwarming van de aarde kunnen fenomenen zoals deze vaker voorkomen. Greenbuddies stelt voor om naast de vereiste compensatie het gebied nog meer water verlagend te maken om de veiligheid van omliggende bewoonde gebieden te verbeteren. De opzet voor deze plannen zijn met Rijkswaterstaat besproken. In samenwerking met Agtersloot Hydraulisch adviesbureau is de aanzet gemaakt om te voldoen aan de compensatiemaatregelen die zijn opgelegd van Rijkswaterstaat. Agtersloot Hydraulisch adviesbureau heeft deze maatregelen ook besproken met Rijkswaterstaat en de opzet hiervan zijn terug te vinden in bijlage 1. Geen grond weggespoeld Het laatste aandachtspunt is dat er aantoonbaar geen grond weg is gespoeld door de overstroming. Er was op geen enkele plek op de planlocatie sprake van een ophoping van sediment). Voor het toekomstige zonnepark is dit belangrijke informatie vanwege het feit dat de draagstructuur in de grond vast zit. Het hoogwater van juli 2021 geeft geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerp. Conclusie De overstroming van het weekend van 16 juli 2021 was een uitzonderlijke gebeurtenis die statistisch gezien ongeveer eens in de 100 jaar voor komt.

Dit betekent niet dat het gedurende de levensduur van project Solarpark Osen (25 jaar) niet nog eens zal gaan gebeuren. Het zonnepark mag geen hindernis vormen voor de doorstroomcapaciteit van het gebied. Het voorlopig ontwerp voor het zonnepark voorziet er in dat de onderkant van de panelen op 1m50 van de grond komen te staan. Aangezien de overstroming niet hoger dan 1 meter op locatie is gestegen duidt dit aan dat het voorlopig ontwerp ruim voldoende is om te voorkomen dat de panelen onderwater komen te staan. Dit wordt verder bevestigd door de normen van 23,36m +nap die door Rijkswaterstaat gehanteerd worden. Direct aangrenzend aan de planlocatie ligt retentiegebied Lateraal Kanaal West. Dit heeft bij het hoogwater van juli 2021 goed gefunctioneerd. De instroming en werking van het retentiegebied zorgt er voor een waterstandsdaling in het plangebied. Indien er meer water naar binnen stroomt loopt dit water weg via de oostkant van het gebied, het retentiegebied in. De kans is uitermate klein dat de waterstand in het plangebied boven de hoogte komt van juli 2021. De stroming van het water zelf is zeer beperkt gebleven. De begroeiing is niet gebogen/geknakt dankzij de groenranden rondom en in het gebied die zorgen voor lage stroomsnelheden. Dit voorkomt tevens dat grote stukken hout of afval binnen de planlocatie worden gedreven.

De hoeveelheid afval die wel naar binnen dreigt te komen wordt opgevangen door de afrastering en de groenranden die nu al bestaan.

4.2 Archeologie en cultuurhistorie Op onderstaande kaart is te zien dat het betreffende gebied geen archeologische waarden heeft. Dit is vastgesteld onder andere door het feit dat de drie percelen (HEE01C 03850G0000, HEE01C 04348G0000, HEE01C 04743G0000) afgegraven zijn voor grindwinning. Hierdoor is er geen kans op archeologische vondsten in de toekomst. De betreffende percelen aan de noord/oost kant van het gebied hebben een archeologische waarde die als “laag” is vastgesteld.

Bron: Ruimtelijkeplannen.nl

Conclusie Het kan worden geconcludeerd dat er op het vlak van archeologie geen belangen in het betreffende gebied zijn door onder andere het ontgrinden dat in het verleden al heeft plaatsgevonden. De overige percelen zijn niet beoordeeld als waardevol vanuit een archeologisch perspectief. Het is duidelijk dat het voorgestelde project Solarpark Osen geen negatieve invloed heeft op archeologische waarden. Geconstateerd kan worden dat – uit de kaarten van ruimtelijke plannen (zie 4.1.1) – er geen cultuurhistorische elementen in of rondom het betreffende gebied liggen. Ten noordwesten van het plangebied ligt een AMK-terrein met nummer 16.748. Dit terrein ligt aan de overkant van het water & recreatiegebied “De Slaag”. Het plangebied voor het zonnepark is vanuit water & recreatiegebied “De Slaag” niet zichtbaar. Al met al zijn er dus geen cultuurhistorische factoren in de directe omgeving die negatief zouden kunnen worden aangetast door het voorgestelde project Solarpark Osen.

4.3 Bedrijven en milieuzonering Het voorgestelde gebied ligt uit het zicht van de bewoners in gemeente Maasgouw, en wordt verder afgeschermd van recreatie activiteiten (bijvoorbeeld plezierbootjes) door een bomen-en-struik rand die zal worden bijgehouden. Verder kan er geconcludeerd worden dat er geen belangen van bedrijven op het gebied zijn die gehinderd zouden kunnen worden door het voorgestelde project Solarpark Osen. Er lopenelektriciteitskabels boven de drie noordoostelijke percelen (HEE01C 04416G0000, HEE01C 03841G0000, HEE01C 03845G0000) – deze worden beheerd door TenneT. Volgens procedure wordt TenneT op voorhand op de hoogte gesteld van alle betreffende plannen – geconcludeerd kan worden dat er geen hinder voor bedrijven in de omgeving kan worden veroorzaakt door het zonnepark.

4.4 Bodem De constructie van een zonnepark houdt in dat er palen verankerd worden in de bodem (zie 2.2.1). Hierdoor is er geen sprake van afvoer van grond. Ook is te zien in de vorige paragrafen dat er geen belangen zijn met betrekking tot archeologie en cultuurhistorie. Kortom, er zijn geen hindernissen voor het plaatsen van zonnepanelen voor wat betreft de bodem van het geplande gebied. Wel is er sprake van overstromingsrisico – voor meer toelichting rondom onder andere de engineering van de zonnepanelen constructie in verband met waterstroming en hoogte van waterstanden zie paragraaf 2.2.1 en bijlage 1 (overleg en berekeningen Rijkswaterstaat). Conclusie Het project Solarpark Osen wordt niet belemmerd door bodem-aspecten.

4.5 Ecologie 4.5.1 Flora Uit het onderzoek is gebleken dat er op het plangebied verschillende bomensoorten zijn aangetroffen: de zwarte els, Italiaanse populieren en gewone esdoorn. Verder zijn er struiken en bosjes aangetroffen: gewone es, zoete kers, wilg, gewone esdoorn, wilde kardinaalsmuts, rode kornoelje engewone braam. Gemeente Maasgouw heeft een bomenbeleid en een bomenstructuurkaart waaruit blijkt dat geen van de aangetroffen flora op de planlocatie als beschermd or monumentaal wordt vastgesteld. Ook in de directe omgeving zijn er geen beschermde soorten aangetroffen.

Conclusie Het voorgestelde project Solarpark Osen tast geen beschermde flora aan in of rondom de planlocatie. Wel zijn er bomen en gewassen – deze staan aan de rand van het plangebied en worden dus niet omgekapt.Het doel is om de natuur omgeving te versterken en te behouden rondom de planlocatie zodat de burgers van gemeente Maasgouw en alle dierensoorten die er nu al wonen profijt hebben van de aanleg van zonnepark Osen.

4.5.2 Zoogdieren Tijdens het onderzoek zijn er sporen rondom het plangebied aangetroffen van: dassen, bevers en konijnen. Verder is een rij bomen op de dijk aan de zuid kant van het plangebied aangewezen als geschikte habitat voor vleermuizen. Ook vogels zijn aangetroffen in het onderzoek. Tijdens de veldinventarisatie zijn op twee locaties graafsporen van de das aangetroffen. Op één locatie is een dassenburcht aanwezig. De burcht bestaat uit meerdere pijpen waarvan enkele zijn ingezakt. Aan de graafsporen kon worden herleid dat de das waarschijnlijk in het voorjaar aanwezig is geweest. Recente graafsporen zijn niet aangetroffen. Mits er positieve reactie is op het principeverzoek zal er nader onderzoek plaats vinden. Verder zal er in goed overleg met Otte Groenadvies gekeken worden welke gepaste maatregelen getroffen worden om een mogelijk negatief effect op de das te voorkomen. De bever bevindt zich grotendeels in en rondom het watergebied aan de noordkant van de planlocatie. Bevers zijn in Nederland beschermd, hierdoor moet er op worden gelet dat de habitat niet verstoord wordt door het voorgenomen zonnepark ook tijdens de constructie hiervan. Door het onderzoek is geconstateerd dat er geen burcht op het plangebied is, en sporen zijn slechts aangetroffen aan de noordelijk rand in de bomenrand aan de oever.

Dit gebied valt buiten de planlocatie en zal worden bijgehouden als habitat voor de bever. Bevers zijn gedurende enkele maanden in het jaar kwetsbaar, hierdoor zou er rekening moeten worden gehouden met de constructie ondanks dat er geen burcht op of in de directe omgeving van de planlocatie is geconstateerd. Konijnensporen zijn aangetroffen, deze zijn in Nederland niet beschermd. De konijnensporen zijn gevonden op de dijk ten zuiden van de planlocatie, niet op de planlocatie zelf. Konijnen zijn in de duinen belangrijke grazers om het gebied bij te houden, dit is op de planlocatie niet het geval. Desalniettemin is genoteerd dat er konijnen in de omgeving wonen, deze worden echter niet door het voorgestelde zonnepark Osen in gevaar gebracht en hun habitat zal grotendeels niet aangetast worden.

4.5.3 Overige Soorten Ook de potentiële habitat van vleermuizen die geconstateerd is in de QuickScan zal niet worden aangetast in het plangebied – deze bevindt zich in de bomenrand aan de zuidkant van het plangebied op en vlak naast de dijk (deze zal behouden worden gedurende de 25 jaar termijn van het zonnepark). Betreffendevogels, zijn er geen broedgebieden of nestgebieden van beschermde soorten gevonden in de omgeving. Hierdoor kan worden geconstateerd dat er geen sprake is van verstoring van vogels in verband met de constructie van het zonnepark. Verder wordt geconcludeerd dat het gebied zich niet leent als habitat voor zwaarder beschermde soorten (reptielen, amfibieën, vissen etc.). Hierdoor zijn negatieve effecten op overige beschermde soorten op voorhand uitgesloten. Conclusie Er bevinden zich bevers rondom het plangebied. Door het bijhouden van delen van de bomenrand op

de oevers en eventueel het planten van voor-bever-eetbare boomsoorten zal project Solarpark Osen de locatie des te meer geschikt maken voor het bewonen van bevers. Ondanks dat er geen burcht aangetroffen is op of in de directe omgeving van het plangebied zijn er meerdere sporen aan de noordoever geconstateerd. Om de beverpopulatie gezond te houden zal er rekening worden gehouden met de kwetsbare maanden tijdens de constructie. Door een samenstel van verschillende maatregelen zal project Solarpark Osen de beverpopulatie gunstig beïnvloeden waardoor deze beschermde soort gezond in stand blijft. Verder waren er verouderde sporen van dassen aanwezig op de locatie. Wat betreft de das zal in goed overleg worden gekeken welke voorzorgsmaatregelen genomen moeten worden. Samen met Otte Groenadvies zal overleg worden gevoerd om de eventuele negatieve impact voor dassen te voorkomen. Indien er sprake is van aanwezigheid en een negatief effect, zal een omgevingsvergunning voor floraen fauna-activiteit worden aangevraagd bij de provincie Limburg. Zo borgen wij vanuit Greenbuddies dat hier met gepaste kennis en expertise mee wordt omgegaan. Verder kan worden geconcludeerd dat er geen diersoorten (beschermd of niet beschermd) op en in de directe omgeving van de planlocatie aangetast worden of er passende maatregelen worden getroffen.

Dit is onder andere het geval vanwege het feit dat delen van de bomenranden in stand worden gehouden, en indien nodig/toepasbaar zelfs aangevuld worden door de omgeving zo dier-en-plantvriendelijk mogelijk in te richten.

4.5.4 Beschermde gebieden De planlocaties is door Natuurnetwerk Nederland (NNN) aangewezen als zilver-groen: Omvat de agrarische gebieden en natuurgebieden rondom de goudgroene natuur die van belang zijn voor het goed functioneren van de goudgroene zone’. Ten noordwesten ligt de goudgroene natuur en ten zuiden en oosten ligt de bronsgroene landschapszone.

Dit houdt in dat er geen onomkeerbare stedelijke ontwikkelingen dienen te komen. Een zonnepark heeft een levensduur van maximaal 25 jaar, dus kan niet worden vastgesteld als een onomkeerbare stedelijke ontwikkeling. Er zijn verder geen afwijkingen van het bestaande omgevingsplan nodig. Als laatste is het van belang om te vermelden dat project Solarpark Osen actief zal bijdragen aan het

behoud van het natuurgebied in de directe omgeving, door onder andere de wandelpaden te vernieuwen, en aanvullende voor bever eetbare bomen te planten (ook voor het afschermen van de planlocatie van de rest van de omgeving). Conclusie Door actieve bijdrage aan de natuur in de omgeving en het feit dat een zonnepark in overeenstemming is met het huidige omgevingsplan kan worden geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn voor realisatie van het voorgenomen zonnepark Osen vanuit het perspectief van beschermde gebieden. Het initiatief zal daarentegen de natuur in de directe omgeving verrijken door een actieve rol te spelen in het behoud, bescherming en uitbereiding van bomenranden en dieren habitatten.

4.5.5 Externe veiligheid Zonneparken vallen niet onder aangewezen kwetsbare of beperkt kwetsbare gebieden. Ook kwalificeren zonneparken niet als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving. Bij zonneparken is er ook geen sprake van gevaarlijke stoffen of andere gevaren voor natuur en mens. Conclusie Wij voorzien geen belemmeringen op het gebied van externe veiligheid.

4.6 Geluid De Omgevingswet bepaalt dat er geluidsonderzoek moet worden uitgevoerd in geval van geluidsgevoelige objecten, wanneer er sprake is van ligging binnen een geluidzone van een weg, spoorweg of geluidgezoneerd industrieterrein. Verder zal de emissie van geluid op geluidgevoelige objecten uiteraard beperkt dienen te blijven tot de toegekende waardes in het omgevingsplan. Een zonnepark veroorzaakt geen geluidsoverlast. Onze verwachting is dus dat een nader geluidsonderzoek in dit geval niet nodig zal zijn. Bij de aanleg van het zonnepark is er beperkt verkeersgeluid. Dit zal niet storend zijn voor de recreatieactiviteiten die ten noorden van het plangebied plaatsvinden en ook niet voor de natuur habitatten inde omgeving. Conclusie Op het gebied van geluid voorzien wij op dit moment geen belemmeringen voor het project SP Osen.

4.7 Geurhinder Een zonnepark is geen geur-gevoelig object en veroorzaakt geen geurhinder. Nadere toetsing is dus niet aan de orde. Conclusie Er zijn geen belemmeringen op het gebied van geurhinder wat betreft het voorgestelde project Solarpark Osen.

4.8 Kabels en leidingen Aan de oostzijde van de planlocatie ligt het perceel HEE01C 04416G0000. Er is in een Klic aanvraag gebleken dat betreffend dit perceel er zakelijk recht is van NV Waterleidingmaatschappij Limburg. Ook

lopen er over drie percelen aan de oostkant van de planlocatie het landelijke hoogspanningsnet. Zie hieronder de kaart betreffend het perceel HEE01C 04416G0000:

Beide NV Waterleidingmaatschappij Limburg en TenneT zullen vanaf het begin betrokken worden bij het voorgestelde project. Hierdoor zorgen wij ervoor dat er op dit vlak geen belemmeringen zullen zijn voor de voorgestelde plannen. Er is in eerdere projecten ervaring opgedaan met het bouwen van zonneparken onder hoogspanningsleidingen. Een goede afstemming met de betrokken partijen heeft er in het verleden voor gezorgd dat er geen belemmeringen ontstonden op het gebied van kabels en leidingen. Conclusie Er zijn geen belemmeringen op het gebied van kabels en leidingen op de percelen ter sprake voor het voorgestelde project.

4.9 Luchtkwaliteit De Omgevingswet omvat ook luchtkwaliteitseisen, waarbij bij ontwikkelingen de effecten op luchtkwaliteit inzichtelijk gemaakt moeten worden. Een zonnepark heeft gedurende de levensduur van 25 jaar geen aantoonbare uitstoot van CO2 of andere schadelijke stoffen. Er is vanuit dit perspectief

dus geen element wat de luchtkwaliteit van de omgeving zou aantasten. Wel is er tijdens de bouw van het zonnepark sprake van vrachtwagentransport en personeel personenvervoer. Greenbuddies zorgt ervoor dat het materieel dat on-site gebruikt moeten worden volledig elektrisch zijn – hierdoor komen er geen vuile stoffen de lucht in op dit gebied. Om de uitstoot van het vrachtwagen en personenvervoer goed vooraf te meten zorgen wij ervoor dat er een Aerius calculatiegedaan zal worden. Dit is nodig vanwege de omliggende natuur zowel als de schaal van de bouw. Om het uitstoot niveau zo laag mogelijk te houden worden alleen de meest moderne, zuinige en zoveel mogelijk elektrische voertuigen worden ingezet. Conclusie Vanuit het perspectief van luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen, mits er tijdig een Aerius calculatie zal plaatsvinden.

4.10 Water Bij alle bouwprojecten, inclusief de constructie van zonneparken, moet het effect op grondwater, hemelwater en afvalwater in acht worden genomen. In de onderstaande paragraaf wordt kort ingegaan op de effecten van het voorgestelde project op duurzaam waterbeheer in de gemeente Maasgouw.

4.10.1 Grondwater Het voorgestelde zonnepark zal geen effect hebben op grondwater. Dit is het geval vanwege het feit dat er geen plannen zijn in verband met boorputten en diep graven. Ook is er geen sprake van vrijkomende stoffen bij het bouwen en opereren van een zonnepark, waardoor geen effect op de kwaliteit of kwantiteit van grondwater geconstateerd kan worden.

4.10.2 Hemelwater Waterschap Limburg beschouwd de bedekking van een stuk land met zonnepanelen als het verharden van het oppervlak, hierdoor zou er in principe sprake zijn van het verharden van het oppervlak door het voorgestelde zonnepark. De zonnepanelen worden echter op een draagstructuur geplaatst waardoor de grond onder de zonnepanelen onaangetast en dus onverhard blijft. Er is dus geen sprake van belemmering van afvoer van hemelwater door het voorgestelde project. Het hemelwater loopt afvia de schuine panelen en zal – net als voordien – opgenomen worden door de grond. Ook blijven paden voor onderhoud onverhard cq semi-verhard met gebroken puin en dus waterdoorlatend. Verdere maatregelen voor het plaatsen van hemelwater bergende voorzieningen is dus niet noodzakelijk.

4.10.3 Afvalwater Er is geen sprake van afvalwater bij de constructie of operatie van project Solarpark Osen. Conclusie Door de bovenstaande redenering kan worden geconstateerd dat er geen belemmeringen zijn uit het oogpunt van duurzaam waterbeheer. Geen enkel aspect van zowel grondwater als hemelwater wordt aangetast door het zonnepark.

5 Maatschappelijke uitvoerbaarheid en participatie De maatschappelijke meerwaarde van het project is te vinden in meerdere aspecten. Breed gezien draagt de toename in groene stroom bij aan de wereldwijde opgave om te verduurzamen. Een groter aandeel groene stroom is dringend nodig om zowel klimaatverandering nog enigszins te beperken als om onze afhankelijkheid van buitenlandse (onzekere) leveringen van gas en kolen te verminderen. Verder ligt het geplande zonnepark niet in direct zicht van omwonenden in de gemeente Maasgouw. Desalniettemin, om zo veel mogelijk lokaal draagvlak te creëren komt er een uitgebreid buurtoverleg, waarin het gehele plan zal worden gepresenteerd om zo transparant mogelijk te zijn. In dit overleg, samen met verdere gesprekken met Provincie Limburg, Gemeente Maasgouw en Limburg Landschap, worden initiatieven voorgesteld voor de verbetering van de omgeving. Onder andere komen plannen voor het uitbreiden van een wandelpad door het natuur/recreatie gebied ten noorden van de planlocatie ter sprake – hierin wordt bijvoorbeeld de mogelijkheid van een bruggetje voor betere toegang tot het gebied voor hondenwandelaars etc. Naast deze algemene vormen van maatschappelijke meerwaarde stelt Greenbuddies ook een uitgebreid plan voor om de lokale omgeving financieel te bevorderen.

Samen met onze partner Zonnepanelendelen willen wij drie verschillende participatiemogelijkheden voorstellen aan de inwoners van Gemeente Maasgouw. Deze drie vormen zijn complementair, dus zullen aangeboden worden in een en-en-en vorm. Door een palet van opties voor te leggen aan de lokale inwoners wil Greenbuddies ervoor zorgen dat niet alleen mensen van specifieke segmenten in de samenleven de optie hebben om in te stappen, maar dat de reikwijdte van participatie zodanig groot is dat alle inkomens-segmenten mee kunnen profiteren. Er zullen in toekomstige fases van het ontwikkeltraject concrete afspraken gemaakt worden omtrent het uitwerken van het onderstaande op een coöperatieve wijze. Hieronder staan alle drie voorstellen in kort samengevat:

5.1 Financiële investering in het project door middel van Certificaten van Aandelen Hoe werkt het? Met certificaten van aandelen kunnen inwoners van Maasgouw direct aanspraak maken op een vorm van eigendom over de equity van het project. Certificaten van Aandelen zullen beschikbaar worden gesteld enkel binnen de gemeente zelf, met de reden dat deze certificaten niet zonder input van de burger zelf komt. Er dient minimaal een keer peer jaar een aandeelhoudersvergadering plaats te vinden – simpelweg door de reden dan iedere aandeelhouder een vorm van stemrecht heeft op bepaalde beslissingen die genomen moeten worden gedurende de looptijd van het zonnepark. Administratief moeten de certificaten van aandelen beheerd worden door een stichting administratiekantoor (STAK). Greenbuddies stelt voor om deze STAK onder het beheer van een lokale energiecoöperatie te laten vallen – dit zou ervoor zorgen voor een uiterst directe lijn tussen het project en de individuen die in bezit zijn van certificaten van aandelen. Wat levert het op voor de burger? Een zonnepark heeft als beleggingsinstrument geen hoog rendement. Wel is het een heel erg stabiel en risico-vrij rendement vanwege het feit dat de zon iedere dag opkomt. De operationele periode van het project is 25 jaar, waarvan de eerste 15 jaar zeer weinig opleveren door het terugbetalen van de

senior lening. De inkomsten van een certificaat van aandelen worden direct gekoppeld aan het dividend dat het project uitkeert. Dit is dus afhankelijk van de opbrengsten van het zonnepark in een gegeven jaar. Ook betekent dit dat er bepaalde risico’s aan vast zitten – direct eigendom neemt met zich mee dat het zonnepark niet altijd even profitabel is vanwege fluctuerende stroomprijzen, mechanische/elektrische stoornissen en andere risico’s die de omzet van het project kunnen belemmeren gedurende de operationele periode. Instapmoment en drempels Het bedrag dat betaald zal moeten worden voor de certificaten van aandelen is direct gekoppeld aan de waarde van de project BV omdat het om aanspraak op equity gaat. De toekomstige prijs van een certificaat van aandelen is dus zeer afhankelijk van het moment van investeren. Indien er draagvlak is binnen de gemeente om risicovol in te stappen (voor de vergunningsverlening) kunnen deze aandelen uitgegeven worden voor een klein bedrag. Om risico vermijdend in te stappen zal dit aan het begin van de 25 jaar operationele periode het meest gunstig zijn. Echter is dan de waarde van het project ook hoger, dus zal de instap drempel niet lager zijn dan 2 tot 3 duizend Euro per aandeel.

5.2 Laagdrempelig investeren met weinig risico met obligaties Hoe werkt het? Zoals hierboven besproken is de instapdrempel voor direct eigendom vrij hoog (en dit is onvermijdelijk omdat het direct gekoppeld is aan de equity van het project). Greenbuddies streeft niet enkel naar een zo hoog mogelijk percentage van lokale participatie, maar ook naar het creëren van instapmogelijkheden voor verschillende inkomenssegmenten binnen de gemeente. Wij willen voorkomen dat een kleine groep welvarende mensen profiteren en de rest van de gemeente niet. Zodoende hebben wij in samenwerking met Zonnepanelendelen het idee om obligaties uit te geven. Obligaties worden beschikbaar vanaf slechts 25 euro, dus kan er met zeer weinig vermogen toch deelname gegarandeerd worden. De obligaties zouden worden opengesteld aan het begin van de operationele periode van het project, dusdoende worden de ontwikkel risico’s vermeden. Ook zijn de obligaties gekoppeld met direct inzicht in de opwek van het zonnepark met de app van Zonnepanelendelen om betrokkenheid te bevorderen. Gekoppeld aan het kopen van deze obligaties is het idee dat kopers bij aankoop direct lid worden van een lokale coöperatie, dit resulteert in een groep participanten die gezamenlijk met binnen de coöperatie zeggenschap hebben over beslissingen gedurende de operationele periode van het zonnepark.

Hierbij wordt de groei van de coöperatie zelf ook bevorderd. Wat levert het op voor de burger? Obligaties zijn bij veel projecten door de investeerders een gewenste instapvorm omdat het een vast rendement gedurende een van tevoren afgesproken termijn uitbetaald. Dit rendement is grotendeels gelijk aan het interne rendement van het zonnepark, tussen de 3 en 4% - dit wordt jaarlijks uitbetaald. Zonnepanelendelen is een platform dat het uitgeven van deze obligaties controleert en uitvoert onder AFM-toezicht. Dit is belangrijk omdat het project in zijn totaal om zeer grote bedragen gaat, het moet dus door een officiële instantie gecontroleerd kunnen worden. Dit geeft de investeerder verdere zekerheid investeringen goed behandeld worden en volgens contractuele afspraken uitbetaald

worden. Instapmoment en drempels Om het risico voor de investeerder zo laag mogelijk te houden zullen deze obligaties opengesteld worden aan het begin van de operationele periode van het project, wanneer de ontwikkel risico’s achter de rug liggen. Dit maakt het mogelijk dat er altijd een vast rendement wordt uitbetaald (in tegenstelling tot certificaten van aandelen, die direct afhankelijk zijn van het project). De minimale instapdrempel is slechts 25 Euro, waardoor de mogelijkheid wordt gecreëerd voor iedereen om mee te doen. De inkomenssegmenten die niet beschikken over voldoende kapitaal om de risico’s van certificaten van aandelen te kunnen aanvaarden krijgt alsnog de mogelijk om zonder groot risico en voor een klein bedrag mee te doen in het project. Zodoende hopen wij de reikwijdte van het participatieplan minimaal te verdubbelen.

5.3 Investeren in een lokaal duurzaamheidsfonds Hoe werkt het? Het derde voorstel is de meest eenvoudige vorm van financiële bijdrage aan de lokale gemeenschap. Naast het openstellen van het project voor individuele participanten wil Greenbuddies de omgeving verder bevorderen door het opzetten en investeren in een fonds met het doel om lokale duurzaamheidsinitiatieven financieel te steunen. Een van tevoren afgesproken percentage van de opbrengst van het zonnepark zal jaarlijks geïnvesteerd worden in dit fonds. Wat levert het op voor de burger? Dit duurzaamheidsfonds zal na overleg waarschijnlijk onder het beheer van een lokale energie coöperatie komen te staan, maar zal niet uitsluitend bestemd zijn voor projecten van de coöperatie zelf. Greenbuddies wil dat alle goede duurzaamheidsinitiatieven binnen de gemeente hiermee gesteund kunnen worden, dusdoende willen wij de lokale transitie naar een duurzamer Maasgouw bevorderen met financiële middelen.

6 Economische uitvoerbaarheid De kosten voor de uitvoering, het opstellen van de ruimtelijke onderbouwing en de verdere procedure komen voor rekening van Greenbuddies. De initiatiefnemer heeft de te verwachten kosten en inkomsten verwerkt in een businesscase, en deze is positief. Een samenvatting hiervan is weergeven in de bijlagen. Voor de realisatie van een zonnepark is in Nederland ondersteuning met subsidie (SDE++) noodzakelijk. Deze subsidie kan worden aangevraagd nadat de omgevingsvergunning is verleend. De financiering is vooraf al geregeld, dus als de SDE++-subsidie wordt toegekend is het ook zeker dat het zonnepark er gaat komen. Greenbuddies werkt samen met Iqony-SENS, een Duitse investeerder om de financiering voor haar projectenrond te krijgen. De rest van het benodigde geld wordt geleend bij een ‘groene’ bank (zoals Triodos Bank). Dankzij het feit dat Greenbuddies al meerdere parken heeft gefinancierd in Europa, is het krijgen van een lening voor volgende projecten zoals project Solarpark Osen vrij eenvoudig. De financiering wordt in 15 jaar afgelost. De inkomsten om dat te kunnen doen bestaan uit de verkoop van elektriciteit aan een energiemaatschappij (tegen een vast tarief voor 15 jaar), en de SDE-subsidie (eveneens een vast tarief voor 15 jaar).

Doordat de hoeveelheid zon in Nederland al tientallen jaren wordt gemeten, en de gebruikte panelen een constante kwaliteit en opbrengstgaranties hebben, is vooraf nauwkeurig in te schatten hoeveel energie er per jaar gemiddeld wordt opgewekt. Op die manier is er geen twijfel dat de financiering altijd kan worden afgelost.

7 Milieueffectrapportage en betrokken instanties 7.1 Milieueffectrapportage De ontwikkeling van een zonnepark valt niet onder de reikwijdte van de mer(beoordelings-)plichten die volgen uit het Omgevingsbesluit. Dit is anders wanneer er sprake is van een wijziging van een omgevingsplan, wanneer het project mogelijke significante gevolgen heeft voor een Natura2000gebied. In dat geval volgt er een plan-mer-plicht uit artikel 16.36 lid 2 jo. 16.53c Omgevingswet. Conclusie De benodigde besluiten t.a.v. het project Solarpark Osen zullen in beginsel niet aan een mer(beoordelings-)plicht onderworpen zijn.

7.2 Betrokken instanties In het kader van een omgevingsvergunningprocedure dient er vooroverleg te worden gevoerd met de volgende betrokken instanties: •

Rijkswaterstaat

•

Gemeente Maasgouw

•

TenneT (er bevinden zich op verschillende betreffende percelen elektriciteitskabels)

•

Provincie Limburg

•

N.V. Waterleidingen Midden Limburg

• •

Limburg Landschap (vanwege het feit dat het voorgestelde initiatief graag wil meewerken aan het behoud en de uitbereiding van het natuurgebied ten noorden van de planlocatie) Omwonende burgers

•

Duurzaam Maasgouw

Verschillende overleggen zijn al gestart, waaronder overleg met Rijkswaterstaat (zie Bijlage 1), de gemeente Maasgouw en de energie coöperatie Duurzaam Maasgouw. Al met al kan worden geconcludeerd dat er vanuit alle kanten interesse is in het voortzetten van dit initiatief.

8 Bijlagen Ter ondersteuning van dit hoofddocument zijn de volgende bijlagen bijgevoegd: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Rivierkundige Aspecten (Incl. Agtersloot Hydraulisch adviesbureau) Ecologische Quickscan Landschappelijke Inpassingsrapportage Verklaring van Steun Limburgs Natuur & Milieufederatie Voorzet Rewilding plan Arcadis Financiële Haalbaarheid Toetsing aan Beleidskader zon van de gemeente Maasgouw Technisch Ontwerp

Bijlage 1 : Rivierkundige Aspecten

Update November 2023 Naar aanleiding van de analyses en berekeningen van de rivierkundige aspecten heeft Greenbuddies samen met Bureau Agtersloot overleg gevoerd met Rijkswaterstaat (Klaartje Giesberts, rivierkundige) De plannen zoals hier gepresenteerd zijn met Rijkswaterstaat besproken en in principe akkoord bevonden en als voldoende beoordeeld. Rijkswaterstaat wil echter de uitkomsten nog intern bespreken alvorens met een formeel standpunt te komen. Hiertoe vindt uitwisseling van achterliggende berekeningen plaats tussen bureau Agtersloot en RWS. Voor de goede orde wordt hier nog opgemerkt dat het verplaatsen van de geleidedam alsmede het verlagen van de bodem op de percelen uitgevoerd zal worden met een gesloten grondbalans in het projectgebied. Beide maatregelen voldoen dan aan de criteria van de compensatie maatregelen voor het bouwen in het stroomvoerende gebied.

Rivierkundige werkzaamheden met onderbouwing

Figuur 1: Aanpassingen stroomgeleidingsdam Het rood gekleurde deel van de huidige stroomgeleidingsdam wordt verwijderd; het gaat hier om een lengte van circa 300 m. Aan de westzijde van de landtong wordt een nieuwe stroomgeleidingsdam gemaakt, zichtbaar in de blauwe lijn. De totale lengte van de nieuwe stroomgeleidingsdam is circa 1000 m. De hoogte van de nieuwe stroomgeleidingsdam is gelijk aan de hoogte van de huidige stroomgeleidingsdam.

Figuur 2: Waterstandseffecten in de as van de Maas, drie afvoerscenario’s De opening in de huidige stroomgeleidingsdam zorgt (in combinatie met de nieuwe stroomgeleidingsdam) voor een andere verdeling van het water in de Maas. De landtong gaat nu meer meestromen en gaat nu als rivierverruimende maatregel functioneren. Het gevolg is een waterstandsverlaging in de as van de Maas van 6 tot 11 mm, afhankelijk van de situatie die wordt beschouwd. Met deze waterstandsverlaging wordt ruimschoots voldaan aan de rivierkundige compensatie die Rijkswaterstaat vraagt voor deze ontwikkeling.

Figuur 3: stroombeeld in de toekomstige situatie Het effect op het stroombeeld wordt getoond in het volgende figuur. In een 1/100 situatie stroomt er water over de landtong met een stroomsnelheid in de orde van circa 0,6 m/s. De constructie waarop de zonnepanelen liggen zal bestand moeten zijn tegen deze stroomsnelheden. Het plan hierboven voorgesteld is uitgewerkt op basis van nauwkeurige berekeningen in verschillende excel-files. Indien nodig wil Greenbuddies deze berekeningen ter beschikking stellen voor de gemeente.

Quickscan flora en fauna Plangebied Osen

Nijverdal, 30 augustus 2023 Projectnummer 23.71

COLOFON

Door:

Telefoonnummer: E-mail: Internet: Project: Auteur/ veldinventarisatie: Gecontroleerd door: Datum: Status:

Otte Groenadvies BV Brilsweg 1a 7441 BV Nijverdal 06 - 51177946 info@ottegroenadvies.nl www.ottegroenadvies.nl 23.71 Ing. P. Otte Ing. M. Willemsen 30 augustus 2023 Definitief

Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten, aangetroffen beschermde soorten worden geregistreerd. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Otte Groenadvies accepteert derhalve op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Otte Groenadvies uitgevoerde onderzoek neemt.

Inhoudsopgave

6.3. Overzicht beschermde soorten................................................................... 24 6.3. Advies en aanbevelingen............................................................................ 25

1. Inleiding ........................................................................................................ 4 1.1. Aanleiding en doelstelling ............................................................................ 4

7. Kwaliteitsborging en geldigheid................................................................... 27

1.2. Methodiek.................................................................................................... 4

8. Bibliografie .................................................................................................. 28

2. Wetgeving..................................................................................................... 6

Bijlage ............................................................................................................. 30

3. Gebiedsomschrijving ..................................................................................... 7 3.1. Huidig gebruik planlocatie en omgeving ..................................................... 7 3.2. Projectvoornemen ....................................................................................... 7

BIJLAGE 1: Wettelijk kader Wet natuurbescherming - Soortbescherming ........ 30 BIJLAGE 2: Waarnemingen Japanse duizendknoop .......................................... 34 BIJLAGE 3: Vogelsoorten rondom de planlocatie en de directe omgeving ........ 37

3.3. Foto impressie planlocatie ........................................................................... 9 4. Gebiedsbescherming ....................................................................................10 4.1. Natura 2000 ............................................................................................... 10 4.2. Natuurnetwerk Nederland (NNN) .............................................................. 11 4.3. Weidevogelgebied ..................................................................................... 12 5. Beschermde flora en fauna ..........................................................................13 5.1. Flora ........................................................................................................... 13 5.2. Fauna - Zoogdieren .................................................................................... 15 5.3. Fauna - Vleermuizen .................................................................................. 20 5.4. Fauna - Vogels ........................................................................................... 21 5.5. Fauna – Overige soorten............................................................................ 22 6. Conclusies ....................................................................................................23 6.1.

Omschrijving werkzaamheden................................................................... 23 6.2. Overzicht beschermde gebieden ................................................................ 24 3

1. Inleiding 1.1. Aanleiding en doelstelling In de ruimtelijke plannen is in het kader van de uitvoerbaarheid inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Met andere woorden, in het ruimtelijke ordeningstraject dient te worden aangetoond dat het plan, realisatie van zonnepanelen op agrarische percelen, uitvoerbaar is. In dit kader dient een quickscan flora en fauna uitgevoerd te worden op de locatie nabij Osen 6 te Heel.

1.2. Methodiek Om optimaal om te gaan met het zorgvuldigheidsprincipe uit de Wet natuurbescherming (Wnb) heeft de initiatiefnemer besloten om een onderzoek te laten doen, alvorens de werkzaamheden uit te voeren. Onder meer bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met beschermde soorten en gebieden. Wet- en regelgeving omtrent deze soorten en gebieden is vastgelegd in de Wnb. Het onderhavige rapport beschrijft de resultaten van een zogenaamde quickscan van beschermde natuurwaarden in en rond het plangebied. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkelingen en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen. De rapportage kan dienstdoen als onderbouwing bij bestemmingswijzigingen en ontheffings- of vergunningsaanvragen in het kader van de Wnb.

1.2.1. Wat is een quickscan De quickscan flora en fauna is een oriënterend onderzoek. Hierin wordt de geplande ontwikkeling getoetst aan de natuurwetgeving. Door middel van een veld- en bureau-onderzoek wordt beoordeeld welke natuurwaarden verwacht worden in het plangebied en wordt gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten. Ook wordt er gekeken of de plannen mogelijk een negatief effect hebben op de Natura 2000-gebieden en provinciaal beschermde Natuurmonumenten. Indien beschermde soorten voorkomen, kan een vervolgonderzoek noodzakelijk zijn. Eveneens dient te worden onderzocht of er gebruik kan worden gemaakt van gedragscodes en worden mogelijkheden tot ontheffing verkent. Een quickscan is een momentopname en geen standaard veldinventarisatie waarbij meerdere veldrondes in een seizoen worden uitgevoerd. Een quickscan geeft daardoor een beperkter beeld dan een standaard veldinventarisatie. Omdat het onderzoek een momentopname betreft, kan geen rekening gehouden worden met de dynamische aspecten van natuur, zoals mitigatie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en -beheer na afloop van het onderzoek.

In dit rapport worden de resultaten van het onderzoek gepresenteerd en getoetst aan natuurwetgeving en -beleid.

4

1.2.2. Uitvoer onderzoek Op 19 juli 2023 is een bezoek gebracht aan het plangebied en directe omgeving. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten en de directe aanwezigheid in de vorm van sporen (verblijfplaatsen, wissels, pootafdrukken e.d.). Er is gebruik gemaakt van een verrekijker en fotocamera. De weersomstandigheden waren helder, droog, 14°C (KNMI, z.d.). Tijdens het onderzoek waaruit dit rapport is voortgekomen is niet alleen gelet op flora en fauna binnen de contouren van het plangebied, maar ook op de beschermde flora en fauna in de nabije omgeving. Verder is aan de hand van verspreidingsatlassen en andere standaardwerken nagegaan welke bijzondere planten- en dierensoorten er voor kunnen komen in het plangebied.

5

2. Wetgeving De Wnb regelt de bescherming van het in het wild voorkomende planten en dieren en de bescherming van gebieden. In de wet is onder meer bepaald dat beschermde dieren niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en beschermde planten niet geplukt, uitgestoken of verzameld. Daarnaast is het niet toegestaan om de directe leefomgeving van beschermde soorten, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren (artikelen 3.1, 3.5 en 3.10). Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor alle in het wild levende planten en dieren (algemene zorgplicht, artikel 1.11). Een belangrijk onderdeel in de Wnb is het verbieden van verbodsbepalingen die het voortbestaan van plant- en diersoorten in gevaar kunnen brengen. Deze verboden zorgen ervoor dat in het wild levende soorten, zoveel mogelijk met rust worden gelaten. Deze verschillen per beschermingsgroep, de Wnb kent drie soorten beschermingsregimes: • • •

vrijstelling of is het mogelijk van het bevoegd gezag ontheffing van de verbodsbepalingen te krijgen voor activiteiten op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Deze ontheffing wordt slechts verleend indien: • • •

Er geen bevredigend alternatief is; Er geen sprake is van een wettelijk belang of Geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstige staat van instandhouding van de soort.

Zie bijlage 1 voor het wettelijk kader van de soortenbescherming in de Wnb. De Wnb beschermt ook een aantal planten en vissen die onder de Flora- en faunawet niet beschermd waren. Hiermee is rekening gehouden in de rapportage, zie verder in Hoofdstuk 4 - beschermde soorten (Overheid, 2021).

Vogelrichtlijnsoorten; Habitatrichtlijnsoorten; Andere soorten.

De provincies hebben in haar verordeningen uit de lijst van ‘andere soorten’ diersoorten aangewezen waarvoor een vrijstelling geldt en dus geen ontheffing van verbodsbepalingen hoeft te worden aangevraagd. Deze lijst met vrijgestelde soorten is per provincie anders. De zorgplicht is wel van toepassing. Bij ruimtelijke plannen, met mogelijke gevolgen voor beschermde planten en dieren, is het verplicht om vooraf te toetsen of deze kunnen leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen. Wanneer dat het geval dreigt te zijn, moet onderzocht worden of er maatregelen (mitigatie en/of compensatie) genomen kunnen worden om dit te voorkomen of om de gevolgen voor beschermde soorten te verminderen. Onder bepaalde voorwaarden geldt een 6

3. Gebiedsomschrijving 3.1. Huidig gebruik planlocatie en omgeving De planlocatie ligt in Heel, in de gemeente Maasgouw in een Rivierdallandschap (Provincie Limburg, z.d.). Het rivierdal is de belangrijkste structuurdrager van het landschap. De Maas en de wind zijn de belangrijkste scheppers van het landschap. Het rivierdallandschap omvat gronden die vanuit het natuurlijke fundament aangeduid worden als rivierdal. Binnen het rivierdal zijn naast de rivierbedding zelf met haar stromende water ook laagtes met oude graslanden en opduikingen met afwisselend oude bouwlanden te vinden (Provincie Limburg, 2009). Ten noorden van de planlocatie ligt de plaats Heel. Ten oosten ligt de Oolderplas, ten zuiden wordt de planlocatie begrensd door de Maas en ten westen ligt de plaats Maasbracht en de plas Polderveld. Het onderzoeksgebied betreft meerdere agrarische graspercelen en ligt in een retentiegebied. Tussen de percelen zijn geen waterafvoersloten aanwezig. De randen zijn ten noorden en zuiden voorzien van begroeiing. Ten noordoosten, aan de rand van het plangebied ligt een poel. Op de planlocatie is geen verharding aanwezig.

3.2. Projectvoornemen Initiatiefnemer is voornemens de agrarische percelen opnieuw in te richten met zonnepanelen. Om het terrein wordt een hekwerk geplaatst, bij de ingangen komen lage lichtmasten te staan. In Figuur 1 en 2 wordt de projectlocatie weergegeven.

7

Figuur 1 & 2. Locatie plangebied (rood) (Pdok, z.d.)

8

3.3. Foto impressie planlocatie

9

4. Gebiedsbescherming 4.1. Natura 2000 Onderstaande informatie in paragraaf 4.1 is gebaseerd op de volgende informatiebronnen: (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, z.d.), (BIJ12, z.d.), (Raad van State, 2022) & (Pdok, z.d.). De Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In deze gebieden wordt de flora en fauna in combinatie met hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit in stand te houden of te verbeteren. Om te voorkomen dat de natuur in Europa zijn biodiversiteit verliest zijn de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn opgericht. Deze richtlijnen bestaan uit twee delen, namelijk de soorten- en de gebiedsbescherming. Voorwaarden voor het uitvoeren van een project zijn onder andere: • De natuurlijke kenmerken van het gebied niet zullen worden aangetast; • In geval van een negatieve impact moet van een alternatief of milderende maatregelen worden voorzien die de negatieve impact tenietdoen; • Indien alsnog tot uitvoering wordt besloten om dwingende redenen van groot openbaar belang, dan moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft.

In de omgeving van de planlocatie liggen twee Natura 2000 gebieden, namelijk: • Grensmaas (gebiedsnummer 152) op circa 2,7 kilometer ten zuidwesten van de planlocatie; • Roerdal (gebiedsnummer 150) op circa 4,5/ 5 kilometer te noordoosten van de planlocatie. In Figuur 3 wordt de N2000 in verhouding tot het projectgebied weergegeven.

Figuur 3. Locatie plangebied (rood) N2000 (groen) (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, z.d.) Effectenbeoordeling Op 2 november 2022 is de wetswijziging die betrekking heeft op de partiële vrijstelling bouwen, slopen en aanleggen bijgesteld. De bouwvrijstelling voldoet niet aan het Europese natuurbeschermingsrecht. Hierdoor is de aanlegfase bij het bouwen en slopen van diverse bouwwerken niet direct vrijgesteld van vergunningplicht voor wat betreft stikstof. U dient de gemeente te raadplegen of een AERIUS-berekening uitgevoerd dient te worden. Uit de AERIUS-berekening zal blijken of met de voorgenomen ontwikkeling de stikstofdepositie toeneemt. Als de uitkomst hiervan, zonder salderen, nul Mol/ha/jaar is, dan is er geen vergunningsplicht. Als er sprake is van een toename aan stikstofdepositie op stikstofgevoelige natuur dan moet er gekeken worden naar de mogelijkheden voor in- of extern salderen of een ADCtoets. De berekening moet worden voorgelegd aan bevoegd gezag (provincie). 10

Deze zal besluiten welke vervolgstappen er voor de voorgenomen werkzaamheden benodigd zijn.

4.2. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het NNN is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuwe natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en de omringende agrarische gebieden verbinden. Door de natuurgebieden samen te brengen wordt er voor een groot samenhangend netwerk gezorgd. Grotere natuurgebieden zijn beter bestand tegen negatieve milieu-invloeden. De gebieden zijn gevarieerder en er kunnen meerdere planten en dieren leven, daarnaast wordt de verspreiding hierdoor makkelijker (Rijksoverheid, z.d.).

onomkeerbare ontwikkelingen met een stedelijk karakter plaatsvinden. Voor deze gebieden worden door de provincie partijen uitgenodigd om bij te dragen aan de natuur en om nieuwe vormen van natuur te ontwikkelen. Het te realiseren zonnepark is voor een tijdsduur van maximaal 25 jaar en behoort door het relatief korte tijdsbestek niet tot een onomkeerbare ontwikkeling. Als het projectenvoornemen overeenkomt met de bestemming dan zijn er geen beperkingen. Als voor de ontwikkeling een afwijking van het bestemmingsplan nodig is, dan is afstemming met de provincie nodig.

In de provincie Limburg wordt er gebruikt gemaakt van het ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg’. Dat maakt onderscheid in vier gebieden, namelijk: • Goudgroene natuur: Het Limburgse deel van de NNN en omvat de belangrijkste natuurgebieden van Limburg. De Goudgroene natuur geldt als basis voor het natuurbeleid en worden planologische beschermd in de provinciale verordening; • Zilvergroene natuurzone: Omvat de agrarische gebieden en natuurgebieden rondom de goudgroene natuur die van belang zijn voor het goed functioneren van de goudgroene zone; • Bronsgroene landschapszone: Omvat landschappelijk waardevolle beekdalen - voor zover niet gelegen in goud- of zilvergroen, daarnaast behoren hellingen en bufferzones rond bestaande natuurgebieden tot deze zone. Ook het Nationaal Landschap Zuid-Limburg is onderdeel van de bronsgroene landschapszone. De planlocatie ligt in een zilvergroene natuurzone. Ten noordwesten ligt de goudgroene natuur en ten zuiden en oosten ligt de bronsgroene landschapszone. Voor de zilvergroene gebieden zijn geen concrete, gekwantificeerde doelstellingen en/of taakstellingen met het Rijk overeengekomen. Er mogen geen

Figuur 4. Locatie plangebied (rood), NNN Goudgroene natuurzone (donkergroen), NNN Zilvergroene natuurzone (lichtgroen), Bronsgroene landschapszone (blauw)

11

4.3. Weidevogelgebied De planlocatie ligt in het deelgebied ‘droog mozaïek van struwelen en ruigten in droge dooradering’ en in het deelgebied ‘nat mozaïek van watergangen in natte dooradering’. De planlocatie ligt niet in een aangewezen weidevogelgebied (Provincie Limburg, z.d.).

12

5. Beschermde flora en fauna Het voorkomen van planten- en diersoorten in een gebied wordt medebepaald door de aanwezigheid van geschikt leefgebied. Een soort kan in zijn leefgebied gebruik maken van verschillende plekken om te verblijven. Al deze plekken (biotopen) kunnen een bepaalde functie voor de soort vervullen. In dit hoofdstuk wordt op basis van het aanwezige habitat/ verblijfsmogelijkheden samen met verspreidingsgegevens beschreven welke beschermde soorten binnen de onderzoekslocatie kunnen voorkomen. Afhankelijk van de soort wordt ingegaan op de potentiële aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen, foerageergebied en verbindingsroutes. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen plannen een negatief effect kunnen hebben op de mogelijk aanwezige beschermde soorten. Als gevolg van de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie kunnen er overtredingen van verbodsbepalingen uit soortbeschermingsparagrafen uit de Wnb optreden. Daarnaast wordt er in dit hoofdstuk beschreven voor welke soorten er sprake is van dreigende overtreding van de Wet natuurbescherming en of met eenvoudige maatregelen overtreding is te voorkomen.

Verder wordt beschreven voor welke soorten een vervolgtraject noodzakelijk is, bijvoorbeeld omdat toetsing van de ingreep aan de Wet natuurbescherming op basis van de huidige onderzoeksinspanning niet mogelijk is, en wat de eventuele consequenties zijn ten aanzien van ontheffingen.

5.1. Flora Algemeen beeld flora projectlocatie Ten noorden is een bomenrij van zwarte els aanwezig. Te midden van het perceel staat een bosje met een groep gewone es met daarbij enkele soorten als zoete kers, wilg en gewone esdoorn. Ten zuiden staat een bomenrij met Italiaanse populieren en gewone esdoorn. In de struiklaag staan soorten als wilde kardinaalsmuts, rode kornoelje en gewone braam. In de kruidlaag staan riet en

restanten van grote kaardenbol en hondsdraf. De projectlocatie bestaat uit intensief beheerde agrarische graslanden waarop Engels raaigras domineert. Beschermde soorten flora In de provincie Limburg is veertig jaar geleden gestart met de vegetatie onderzoek. Deze is enkele jaren later uitgebreid met flora-opnames. Met name de noordelijke randen, grenzend aan het plangebied, zijn in de periode 2006 tot en met 2019 vlak dekkend onderzocht op aanwezigheid van beschermde soorten flora. Uit de gepubliceerde gegevens zoals vermeld op de website zijn hier geen beschermde soorten flora aangetroffen (Natuurgegevens Provincie Limburg, 2023). Uit de gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn er enkel waarnemingen van algemeen voorkomende soorten flora bekend (NDFF, z.d.). Tijdens de veldinventarisatie zijn er geen beschermde soorten flora waargenomen. De projectlocatie bestaat uit intensief onderhouden graspercelen. Het ontbreekt aan een geschikt habitat voor beschermde soorten flora, dergelijke soorten komen dan ook met zekerheid niet voor op de planlocatie. Invasieve exoten flora Aanvullend op de quickscan is op initiatief van de opdrachtgever specifiek gelet op de invasieve soort Japanse duizendknoop (JD). Aanwezigheid is met een GARMIN GPS vastgelegd. In de bijlagen is een kaart met overzicht van foto’s van de JD opgenomen.

Opvallend is dat de verspreiding van deze soort zich met name aan de zuidkant, langs de maasoever bevindt. In de randen, ten noorden van het plangebied, de groene randen langs De Slaag, is de Amerikaanse Vogelkers (AV) aanwezig. Deze is niet vastgelegd tijdens de inventarisatie omdat deze buiten de scoop van de opdracht viel. De AV is, in tegenstelling van de JD, al een langere tijd in Nederland aanwezig en komt overal in Nederland voor.

13

Beschermde en monumentale bomen Gemeente Maasgouw heeft een bomenbeleid en een bomenstructuurkaart opgesteld waarop beschermde en monumentale bomen staan vernoemd. Uit deze lijst is gebleken dat er geen beschermingswaardige bomen op de planlocatie en in de directe omgeving aanwezig zijn (Gemeente Maasgouw, 2023). Effectenbeoordeling Binnen het plangebied zijn geen beschermde planten aangetroffen. Recente waarnemingen van beschermde plantensoorten ontbreken eveneens. In combinatie met de voedselrijke omstandigheden in de omgeving en het ontbreken van zeer specifieke biotopen waar beschermde planten worden aangetroffen, is aanwezigheid van beschermde vaatplanten uit te sluiten. Nader onderzoek naar vaatplanten is niet nodig. Beschermde en monumentale bomen Op de planlocatie zijn geen beschermingswaardige en/of monumentale bomen aanwezig, negatieve effecten zijn uitgesloten.

14

5.2. Fauna - Zoogdieren Onder zoogdieren worden hier bedoeld alle grond- en boomgebonden zoogdieren met uitzondering van vleermuizen. Steenmarter De steenmarter heeft een voorkeur voor steenachtige biotopen en schuilplaatsen. De steenmarter komt voor in een parklandschap, in bosloze gebieden, steengroeven en gebouwen. Deze soort is een echte cultuurvolger en hij is vooral te vinden in de nabijheid van dorpen, boerderijen en grote steden. De aanwezigheid van groenstroken, heggen, bosjes, greppels en bermen zijn van belang, hier zoekt de steenmarter zijn voedsel (Zoogdiervereniging, z.d.). Op de planlocatie zijn geen sporen van de steenmarter aangetroffen. Echter zijn in de omgeving van de planlocatie meerdere waarnemingen van de steenmarter bekend. De waarnemingen bevinden zich met name ten noorden van de planlocatie. De dichtstbijzijnde waarneming was nabij Anna’s Beemd (NDFF, z.d.). Een steenmarter leeft solitair en is territoriaal. Aan kan worden genomen dat waarnemingen aan de noordzijde van het plangebied naar grote waarschijnlijkheid hetzelfde individu betreffen of maximaal twee. Een mannetjes steenmarter heeft een groot territorium, deze bedraagt in Nederland de grootte van tachtig tot zevenhonderd hectare. Een territorium van een mannetje overlapt wel vaak met meerdere vrouwtjes.

In de periode van 15 augustus tot en met februari is de steenmarter vrijgesteld (Provincie Limburg, 2017). Indien er sprake is van aanwezigheid buiten deze periode en een negatief effect wordt verwacht, dient er een ontheffing te worden aangevraagd bij de provincie Limburg op basis van artikel 3.10, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wnb.

Rode eekhoorn Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van het bos. Mits er voldoende voedsel beschikbaar is, komen ze ook in bebouwd gebied (Zoogdiervereniging, z.d.). In het NDFF (NDFF, z.d.) zijn meerdere waarnemingen van de rode eekhoorn in de omgeving van de planlocatie waargenomen. De meeste waarnemingen bevinden zich ten noorden van het plangebeid in de bossages staande rondom het Anna’s Beemd. Tijdens de inventarisatie zijn geen eekhoorns aangetroffen, wel is het aannemelijk dat deze soort zich in de bossages zowel aan de noord- als de zuidzijde bevinden. Door de baldbezetting konden eventueel aanwezige nestplaatsen niet worden gezien. In de maanden maart, april en juli tot en met november is de rode eekhoorn vrijgesteld (Provincie Limburg, 2017). Mocht het niet mogelijk zijn om buiten de bovengenoemde periodes te werken voer dan een schouw uit op aanwezigheid van de rode eekhoorn. Indien er sprake is van aanwezigheid en er wordt een negatief effect verwacht, dan dient er een ontheffing te worden aangevraagd bij de provincie Limburg op basis van artikel 3.10, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wnb. Das De das leeft in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=7dd9266e-f08e-46f4-981b-086108b45b8d