CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

---------- BIJLAGE 1 160364-ontwerpend onderzoek Midden-Limburg-original

06. Raadsinformatiebrieven 29 oktober 2024, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven behorend bij de portefeuille van wethouder Snijckers18.382 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

stevige bouwopgave in de regio ligt. In de periode 2022 tot 2030 zet de regio in op het toevoegen van 10.350 woningen, waarbij specifieke ambities zijn uitgesproken om ambitieuzer te bouwen dan de lokale/regionale behoefte26.

zoals het doorzetten van de energietransitie of het sterker inzetten op een kenniseconomie. Daarnaast is de grijze druk relatief hoog in vergelijking met Nederland: 43,8% ten opzichte van 32%17. Bovendien neemt de demografische druk sneller toe ten opzichte van Nederland als geheel (95% in 2035 tegenover 82% landelijk)30. Hoewel de regio ‘op de kaart’ strategisch goed gelegen is, kent de regio wel degelijk een bereikbaarheidsopgave. Het gaat dan vooral om doorstroming, duurzaamheid en leefbaarheid. Zeker het buitengebied en de kleinere kernen kennen een matige bereikbaarheid per openbaar vervoer en fiets. De ambitie is om meer vervoer over water, spoor en op de fiets en per OV-verbinding te stimuleren. Het dagelijkse fietsgebruik blijft in Midden-Limburg achter op de rest van Nederland27.

→ Bij deze ontwikkeling is aandacht voor enkele

→ In het infranetwerk lichten er een aantal

bijzondere opgaven, zoals doelgroepen (starters, mensen met een middeninkomen en ouderen vanwege de vergrijzing) en duurzaam en toekomstbestendig bouwen. Om de piek in de vraag naar woningen op te vangen wordt ook ingezet op flexibele woonvormen26.

bottlenecks op. Zo zijn er een aantal missende schakels in het fietsnetwerk: er mist bijvoorbeeld een aantrekkelijke mogelijkheid om de Maas over te steken ter hoogte van Roermond. Nabij Roermond en Leudal wordt daarom gewerkt aan een nieuwe verbinding over de Maas. Daarnaast zijn de verbindingen tussen Weert en Roermond en Weert en Eindhoven zeer beperkt, waardoor het tussenliggende gebied minder goed bereikbaar is. Mede in dat kader wordt nagedacht over de reactivering van het personenvervoer per spoor tussen Weert, Hamont en Antwerpen. Tot slot behoeft ook de spoorverbinding tussen Roermond en Nijmegen verbetering.

→ Na een eerdere sterke groei van het aantal

inwoners, is de groei de afgelopen jaren afgeremd. Wel groeit het aantal huishoudens door, vanwege de vergrijzing (toename eenpersoonshuishoudens), een positief binnenlands migratiesaldo en de komst van (internationale) medewerkers26. → Deze ontwikkeling maakt dat er alsnog een

→ De aandacht voor ouderen bij de woonopgave

komt voort uit het afnemende aandeel jongeren en het toenemende aandeel ouderen. De ontgroening en vergrijzing levert andere eisen op voor de woonvraag, maar ook voor de zorgvraag en de nabijheid van voorzieningen. Ook voor de economische positie van de regio vormt dit een uitdaging. Er is een verwacht tekort van circa 17.000 arbeidskrachten in 203017. Het tekort is voor verschillende aanpalende opgaven een bedreiging,

37

► INLEIDING

► SAMENVATTING

plekken: de wens is er om Europese, internationale en regionale fietsverbindingen toe te voegen zoals benoemd is door het nationale Tour de Force netwerk. Er zijn plannen in ontwikkeling voor routes tussen onder andere Roermond en Mönchengladbach, Roermond en Belfeld, Roermond en Heythuysen en tussen Weert en Panningen 27, 28. Daarnaast is er een intentieverklaring getekend voor een Midden-Limburg-brede fietsroute, bestaande uit de fietsbrug, de binnenstedelijke IJzeren Rijn en het vervolg door de Meinweg richting Duitsland. → Tot slot zijn er ook ontwikkelingen rondom de

bestaande transportassen. Zoals eerder geschetst bij de energieopgave, wordt er gewerkt aan de Delta Rhine Corridor om op termijn gevaarlijke stoffen ondergronds te gaan vervoeren en tevens waterstof te transporteren. Door aftakkingen van deze corridor slim te verbinden met economische clusters, kunnen de Midden-Limburgse bedrijven meebewegen richting een groene (industriële) economie.

→ Ook regionale en internationale

fietsverbindingen ontbreken op een aantal

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

Maakindustrie en agrarische economie belangrijk voor regio. Recreatie/toerisme groeimarkt.

Oriëntatie oostkant op Brainport: “Wat in Eindhoven wordt bedacht, wordt in MiddenLimburg gemaakt”. Bereikbaarheid: grote verschillen in reikwijdte auto en ov tussen stedelijk gebied en dorpen.

Rockwool: grote warmtevrager. Barrières en bottle necks in bereikbaarheid: internationale verbindingen (oa fiets en ov), bruggen Maas.

Schaalvergroting en clustering langs A2: verdozing opgave.

38

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

3.7

RUIMTEVOLK

SYNTHESE

Het duiden van de vijf opgaven laat zien dat ze sterk met elkaar samenhangen en op verschillende plekken ruimtelijk overlappen. Maar ook wordt duidelijk dat een aantal opgaven onvermijdelijk zijn, omdat wanneer deze niet worden opgepakt, ze een bedreiging vormen voor de ruimtelijke kwaliteit, wonen, werken en beleven, de natuur en het landschap in Midden-Limburg. We gaan hieronder in op deze dwingende opgaven en laten vervolgens in de volgende hoofdstukken zien hoe via scenario’s tot een voorstel voor een integraal toekomstperspectief is gekomen.

→ De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) stelt

Wat zijn de onvermijdelijke, dwingende opgaven en belangrijkste kansen voor Midden-Limburg?

dat het watersysteem in 2027 op orde moet zijn. De chemische en ecologische waterkwaliteit is in een groot deel van de oppervlakte- en grondwaterlichamen niet op orde. Maatregelen als hermeandering van beken, de aanleg van vistrappen en het terugbrengen van giftige stoffen, stikstof en fosfaat zijn nodig.

WATER

NATUUR

→ De regio heeft te maken met een structurele

→ De grondwaterafhankelijke natuur staat stevig

verdrogingsopgave. Daarnaast zijn de Maas en de Roer als samenhangend systeem kwetsbaar voor overstromingen. Wanneer het water op de Maas te hoog staat, komt ook de capaciteit van de Roer

39

onder druk te staan. Beide rivieren stromen grotendeels door dichtbevolkt gebied. Ten slotte moeten water- en bodemopgaven integraal worden opgepakt met andere gebiedsopgaven en mag er niet worden afgewenteld (op andere generaties of gebieden).

► INLEIDING

► SAMENVATTING

onder druk als gevolg van een dalend grondwaterpeil, een afname van kwelstromen en de toestroom van vervuild grond- en oppervlaktewater. Bovendien lijden verschillende

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

habitattypen onder stikstofoverbelasting, zeker daar waar de natuurgebieden dicht in de buurt van landbouwbedrijven zijn gesitueerd. Om hier verbetering in te realiseren zijn onder andere overgangsgebieden en hydrologische buffers nodig. Daarnaast is er extra ruimte nodig voor de landelijke bosopgave en groenblauwe dooradering. Dit vraagt om scherpe ruimtelijke afwegingen en nieuw grondgebruik. → De natuur in en nabij de Maas behoeft

aandacht, vanwege haar rol in het landelijke en Europese riviersysteem. In de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) is de Grensmaas aangewezen als hotspot en dient het overige deel van de Maas in Midden-Limburg als verbindingszone hiertussen en met de Biesbosch. Hieraan wordt gewerkt via het uitrollen van ecologische stapstenen. Langs dit groen-blauwe lint kunnen verschillende ecotopen zich ontwikkelen en wordt er een betere aansluiting met omliggende gebieden gerealiseerd.

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

LANDBOUW

STEDELIJK GEBIED

→ De landbouw - een belangrijke economische

→ Toerisme is in de regio Midden-Limburg een

drager in de regio - staat onder druk vanuit verschillende ontwikkelingen. De verdiencapaciteit is beperkt, de grondprijzen zijn hoog, boeren hebben steeds vaker geen bedrijfsopvolger, verdrogingis een bedreiging voor de opbrengst van de huidige reguliere gewassen en de noodzaak tot reductie van stikstofemissies leidt tot fundamentele veranderingen in de omvang en intensiteit van de huidige bedrijven. Een structurele omschakeling naar duurzame landbouw is noodzakelijk. → Een aantal clusters van intensieve

veehouderijen in het noordwesten van de regio zorgt voor hoge emissies van fijn- en stikstof, waar niet alleen de natuur, maar ook dichtbij gelegen woongebieden hinder van ondervinden in de vorm van geuroverlast en een slechte luchtkwaliteit. ENERGIE → Er wordt de komende jaren gewerkt aan de

aanleg en uitbreiding van de Delta Rhine Corridor, die in de toekomst waterstof en koolstofdioxide kan gaan transporteren. Dit biedt kansen voor de strategische en economische positie van MiddenLimburg, en vermindert veiligheidsrisico’s. Maar het brengt ook uitdagingen met zich mee vanwege de route van het tracé door natuurgebieden. → De Clauscentrale biedt kansen voor de verdere

profilering van Midden-Limburg als landelijk energieknooppunt. Er worden op dit moment verschillende toekomstrichtingen voor het gebied rondom de centrale verkend.

40

► INLEIDING

► SAMENVATTING

elektriciteitsnetwerk, die ondergronds plaatsvinden, maar bovengronds impact hebben.

groeimarkt. Hoewel vraag en aanbod redelijk in balans lijken te zijn, ligt er een opgave als het gaat om spreiding, toegankelijkheid, verduurzaming, het laten meeprofiteren van inwoners en het terugdringen van middelmaat in het aanbod. Er kan meer gebruik gemaakt worden van de verhaallijnen die de regio te bieden heeft: denk aan het landschap (in relatie tot de transitie van de Nationale Parken, de natuurgebieden, erfgoed en gastronomie. → De verduurzaming van bedrijventerreinen

vormt de komende jaren ook een belangrijke opgave. → Ondanks lokale verschillen groeit het aantal

huishoudens in Midden-Limburg en kent de regio daarom een stevige bouwopgave. Van 2022 tot 2030 gaat het om het toevoegen van 10.350 woningen, met bijzondere inzet op doelgroepen (starters, middeninkomens, ouderen), duurzaamheid en flexibele woonvormen om de piek in de woningvraag op te vangen.. Vanuit de Woondeal Limburg is bovendien een extra ambitie opgenomen voor 20.000 woningen in heel Limburg, wat ertoe kan leiden dat het aantal van 10.350 woningen hoger wordt. Er wordt daarbij primair ingezet op de OV-knooppunten Weert en Roermond en ‘een straatje erbij’ in de plattelandsgemeenten.

→ De bereikbaarheid kan op een aantal plekken

sterk verbeterd worden, ook in relatie tot toerisme en natuurbeleving. Er worden grote verschillen zichtbaar tussen de bereikbaarheid van de steden en het buitengebied. Dit vraagt om betere verbindingen tussen Weert en Roermond en Weert en Eindhoven. Mede in dat kader wordt nagedacht over de reactivering van het personenvervoer per spoor tussen Weert, Hamont en Antwerpen. Ook zijn er belangrijke missende schakels in het mobiliteitsnetwerk, wat zowel de kwaliteit van woon-werkverkeer als de beleefbaarheid van de regio beïnvloedt. Tot slot staat er spanning op de ruimte tussen kernen en werk-/bedrijfslocaties: deze dreigt dicht te slibben. Juist voor Midden-Limburg is dit een opgave, vanwege de waarde die wordt gehecht aan subregionale identiteiten en het behouden en versterken van contrasten tussen stad en land. Ook voor dwarsverbindingen rondom en tussen natuurgebieden is dit beperkend.

→ Bovendien kent de woonopgave een bredere

ruimtelijke impact: de elektrificatie van wonen (en economie) vraagt om aanpassingen aan het

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

DE GROOTE PEEL Delta Rhine Corridor Ontwikkeling Elmpt

↖ BRAINPORT EINDHOVEN

Bedrijventerreinen KALDENKIRCHEN

Haven

Veehouderijen met grote NH3 emmisie (>3000 kg/jr) OSPEL

22> μg PM10/m3 fijnstof concentratie (RIVM 2020) 20 - 22 μg PM10/m3

NEDERWEERT

18 - 20 μg PM10/m3 16 - 18 μg PM10/m3

BEESEL ROGGEL

← ANTWERPEN

WEERT

HEYTHUYSEN

WHO advieswaarde <15 μg PM10/m3

NEER

LEUDAL

BRÜGGEN

Hydrologische bufferzone

SWALMEN

HAELEN

Beekdal/natte laagtes

Natuurbeek Huidige hoogwaterbeschermingsprojecten

ELL

Dijktrajecten

HORN

Kans op overstroming STRAMPROY

Stijging van GLG tot 2050

ROERMOND

Daling van GLG tot 2050

GRENSPARK KEMPEN BROEK

HEEL

DE MEINWEG Hoofdbreuklijnen

NEERITTER

THORN

NNL

MELICK HERKENBOSCH

LINNE MAASBRACHT

N2000

SINT ODILIËNBERG

BREE

Hotspot PAGW VLODROP

STEVENSWEERT MONTFORT

Limburgse Big Five

POSTERHOLT

Overgangszone N2000 gebieden 1km ECHT MAASEIK NEEROETEREN

RUHRGEBIED → MARIA HOOP

ROOSTEREN

RIVIERPARK MAASVALLEI

SUSTEREN

HEINSBERG KONINGSBOSCH

BUCHTEN

0

1

2

3

NIEUWSTADT

41

► INLEIDING

► SAMENVATTING

► CONTEXT EN KADERS SITTARD

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

4

5 km

4 Scenario’s

42

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

Om tot een toekomstperspectief voor MiddenLimburg te komen, is gebruik gemaakt van scenario’s. Wij zien scenario’s als integrale denkkaders voor de lange termijn, waarin lopende ontwikkelingen worden geëxtrapoleerd naar de toekomst en trends worden meegenomen. Elk scenario biedt in zichzelf een wenkend toekomstperspectief en brengt oplossingsrichtingen voor de opgaven steeds op een andere manier met elkaar in verband. Daarmee kent elk scenario andere structurerende principes. De scenario’s zijn bewust extreem om op deze manier de randen van het speelveld aan toekomstrichtingen te verkennen.

gewenste toekomstperspectief. Wel vertrekt elk scenario vanuit de eigenheid van het gebied en is in elk scenario meervoudig ruimtegebruik nadrukkelijk onderzocht. Ten slotte staat in alle scenario’s het herstel van het bodem- en watersysteem centraal: de opgavenanalyse heeft ons immers geleerd dat het niet volhoudbaar is bij om het toekomstige ruimtegebruik de grenzen van bodem en water verder te overschrijden.

In drie scenario’s zijn verschillende combinaties van opgaven gemaakt, om te laten zien dat er voor de regio iets te kiezen valt als het gaat om het

43

► INLEIDING

► SAMENVATTING

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

4.1

RUIMTEVOLK

SCENARIO ‘RIJK MIDDEN-LIMBURG’

MIDDEN-LIMBURG ALS PRETTIGE, HERKENBARE EN GEZONDE LEEFOMGEVING GESTOELD OP EEN STERKE INITIATIEFSAMENLEVING.

KANTTEKENINGEN

NATUUR

→ Minder sturing van bovenaf betekent ook risico’s

→ Natuur staat in dienst van de bewoners en

STUWENDE KRACHT: LOKALE EN LANDSCHAPPELIJKE IDENTITEIT

op het niet halen van je doelen. → Fragmentatie: minder robuustheid van de natuurgebieden, versnippering energie, geen systeemversterking.

gebruikers, als invulling van een fijne leefomgeving en brede welvaart. → Geen grote natuurclusters, maar gefragmenteerde gebieden. → Vanuit iedere kern is de natuur binnen afzienbare (fiets)afstand bereikbaar. De goede ontsluiting van routenetwerken draagt daaraan bij.

STURING

→ Scenario gaat uit van de eigenheid en

oplossingskracht in de verschillende delen van Midden-Limburg. → Een prettige, herkenbare en gezonde leefomgeving, primair voor de huidige inwoners. → Gemeenten geven per deelgebied doelen mee, op basis van Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s, zoals LPLG-doelen en brede welvaartsdoelen), waarbij iedere gemeenschap/kern/deelgebied zelf bepaalt hoe deze doelen gerealiseerd worden. Monitoring is een vereiste. → Elke kern behoudt en versterkt zijn eigen identiteit. → Onderlegger voor de deelgebieden is de landschappelijke en sociale structuren. Dit leidt tot vier deelgebieden: eiland van Weert, beekdalzone, het Maasdal en de Maasterrassen. Uit deze indeling volgt dat initiatieven in het noordwesten (Peeldorpen, zandgronden) anders aangevlogen worden dan in het zuidoosten (terrassenlandschap, Maasdorpen).

44

► INLEIDING

► SAMENVATTING

→ Initiatief-samenleving, op het schaalniveau van

gemeenten. → Doelgestuurd vanuit overheid met resultaatverplichting, met een hoofdopgave per deelgebied, maar met alle ruimte voor lokale invulling. → Identiteit-gedreven sturing als drager voor ruimtelijke keuzes.

LANDBOUW → Boeren krijgen gebiedsspecifieke KPI’s mee

maar geven zelf invulling aan doelrealisatie. → Monitoring vereiste. → Variëteit aan agrarische bedrijvigheid en samenwerkingsverbanden. Denkbaar dat boeren → gebiedsgewijs met elkaar aan de slag gaan om de doelen te verwezenlijken, in coöperaties (voorbeeld: Zuivelcoöperatie Schiermonnikoog).

WATER → Per deelgebied wordt wateropgave gevat in

gebiedsdoelen. O.a. waterkwaliteit in → beekdallandschap, hoogwateropgave langs Maas en Roer en verdroging. → Water ook benutten als belangrijke drager voor identiteit: kanalenkruis, beekdalen, Maas, Roer en Vlootbeek.

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

ENERGIE → Energie-opwekking vindt versnipperd plaats.

Invulling op basis van lokaal draagvlak en landschappelijke karakteristieken. Zo is het denkbaar dat er bij het eiland van → Weert zon-op-erf-initiatieven ontstaan en kleine windmolens langs de beken/beekdalen.

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

STEDELIJKE ONTWIKKELING → Toevoegen woningen gericht op lokale

woningbehoefte. Geen inzet op grootschalig aantrekken vestigers. → Contrast tussen kern en niet-kern blijft sterk. De uitbreiding moet identiteitsversterkend zijn: de woonvorm laat zien wat het landschap te vertellen heeft op die plek. → Qua aantallen is het ieder voor zich. Iedere kern krijgt een stuk van de koek. → Mobiliteit: gericht op goede en toegankelijke routes tussen de kernen, ommetjes, fietsverbindingen. ECONOMIE → Grote economische diversiteit door de lokale

Diversiteit aan activiteit in het buitengebied met focus op gezondheid

invulling en sturing. → Streekproducten in de landbouw.

Diversiteit aan activiteit in het buitengebied met focus op waterkwaliteit Diversiteit aan activiteit in het buitengebied met focus op

Diversiteit aan activiteit in het buitengebied met focus op tegengaan verdroging natuur makkelijk bereikbaar

45

► INLEIDING

► SAMENVATTING

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

4.2

RUIMTEVOLK

SCENARIO ‘BOSPARK MIDDEN-LIMBURG’

→ Toewerken naar een variëteit aan bostypen als

→ Rol voor Waterschappen en Rijkswaterstaat

‘climax’ in het natuurlijke ecosysteem: bufferbos rond N2000, beekdalbos, rivierbos, en bos- en mozaieklandschap op plateauzoom. Type bos volgt uit type landschap. Naast de inzet op bostypen worden aanvullende natuurtypen toegevoegd om daarmee biodiversiteit te waarborgen. → Versterking en uitbreiding Natuurnetwerk Limburg en ecologische verbindingszones via rivieren en beekdalen en bufferbossen rondom N2000. → Rond N2000: brede bufferzones van bos i.c.m. extensivering intensieve veehouderijen. → Aanleg van brede bossingels rondom (intensieve)vee- en pluimveehouderijen. → Rond kwelgebieden: inzet op natte natuur.

WATER

LANDBOUW

→ Watersysteem (terug) op orde: herinrichting

→ Landbouw transformeert richting

o.b.v. natuurlijk watersysteem. → Waterveiligheidsopgave koppelen aan natuuropgave: meer ruimte voor de Maas, inpakken met bos waardoor meer water wordt vastgehouden én tegengehouden. → Beken zijn biodiversiteitslinten, maar ook toeristische linten. → Natte natuurparels zijn hydrologisch hersteld → Sloten weer dempen, verondiepen of verruwen. → Aanleg bos in beekdalen: herstel van kwelsystemen, verbetering sponswerking v.d. bodem, aanvullen van grondwater, hogere bodembiodiversiteit, vermindering van afvoerpieken bij stortbuien.

klimaatrobuuste landbouw, zodat natuurlijk systeem tot zijn recht komt. → Duidelijke zonering voor landbouw: vanuit natuur (overgangsgebieden) en water (waterkwaliteit, verdroging). → Teelt volgt peil. Landbouw zal natter en extensiever worden op de lage delen. Intensieve veehouderijen schakelen om, bijvoorbeeld naar agroforestry (bos, vezelgewassen, kleinschalig vee) en/of energie en wonen in het bos. → Variëteit aan duurzame landbouwtypen, aansluitend op bodem-, water- en landschapscondities. → Verbreding met recreatieve diensten en wonen. → Boer wordt belangrijke beheerder van het landschap.

MIDDEN-LIMBURG ALS REGIONAAL LANDSCHAPSPARK, MET EEN ROBUUST BOSNETWERK WAARIN BODEM-, WATER- EN ECOLOGISCHE SYSTEMEN GEZOND ZIJN.

→ Maatschappelijke weerstand bij sterke sturing

STUWENDE KRACHT: NATUURLIJK SYSTEEM

STURING

→ Scenario gaat uit van de ondergrond en de

→ Overheidsgestuurd vanuit Provincie en Rijk. → Systemen (water, bodem, natuur) staan centraal.

natuurlijke systemen. → Beleefbaar landschap met recreatie als belangrijke drager: Bospark Midden-Limburg positioneren in lijstje met de Veluwe, Hoge Kempen en de Biesbosch. → Inzet op bossen als instrument om opgaven aan te pakken, de beleefbaarheid van het landschap te versterken, nieuwe verdienmodellen en de transitie in de agrarische sector te ondersteunen. Om de biodiversiteit en robuustheid van de natuurgebieden te versterken worden aanvullende natuurtypen toegevoegd naast bos. Landschap en bodem zijn steeds sturend voor het type bos. → Bospark Midden-Limburg als ecologische stapsteen tussen nationale parken op (inter) nationale schaal.

46

NATUUR

► INLEIDING

► SAMENVATTING

KANTTEKENINGEN van bovenaf. → Financiering grote ingrepen in water en natuur.

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

ENERGIE → Opwek op beperkte schaal. → Wind-bossen.

→ Windturbines om afwaardering landbouwgrond

naar bosgrond deels te financieren. STEDELIJKE ONTWIKKELING → Kleinschalig nieuwe woningen toevoegen, o.a.

recreatiewoningen. → Landschappelijk wonen: rood-voor-rood buurtschappen, nieuwe woonvormen in nieuwe bossen. → Bossen rondom stads- en dorpsranden voorkomen dat kernen aan elkaar groeien. Ook gezonder leefklimaat door reductie hittestress en afvangen fijnstof.

Beekdalbos: sponswerking en verbreding beekdal Rivierbos: oa ooibossen en vasthouden

ECONOMIE

water Bos en moza•eklandschap: kleinschalig landschap met boselementen

→ Recreatie (natuurbeleving en waterrecreatie) en

toerisme als drijvende kracht. Rust en reuring. De Big Five zijn met een hoogwaardige fietsroute ontsloten. → Kleinschalig wonen en werklocaties in nieuw bos als nieuwe economische dragers.

de buitenrand natte natuurparels n2000

Pleisterplaatsen

47

► INLEIDING

► SAMENVATTING

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

4.3

RUIMTEVOLK

SCENARIO ‘MAKERS’ PORT MIDDEN-LIMBURG’

MIDDEN-LIMBURG ALS STERKE REGIO EN ONMISBARE TRANSITIESCHAKEL VOOR OMLIGGENDE DUURZAME, INTERNATIONALE TOPREGIO’S. LOCAL BUZZ, GLOBAL PIPELINES.

NATUUR

→ Sterke sturing vanuit Publiek-Private-

→ Natuur gekoppeld aan economische corridors.

Samenwerking: kan ook gevoel van lokale autonomie bedreigen..

O.a. ecologische verbinding Delta Rhine Corridor, groene buffers rond bedrijventerreinen en transportassen.

STURING STUWENDE KRACHT: KNOOPPUNTEN EN NETWERKEN → Scenario gaat uit van de strategische ligging en

transportassen als aanjager voor een duurzame toekomst. → Concentratie op strategische knopen en versterking van de assen vormen een bron van innovatie en aanjager voor verduurzaming in de regio zelf, maar ook voor de omliggende internationale topregio’s. → Wat in Brainport/elders wordt bedacht, wordt in Midden-Limburg gemaakt: Midden-Limburg als regio van de makers. → Meervoudig ruimtegebruik wordt hier maximaal ingezet → Wederkerigheid tussen global pipelines en local buzz. KANTTEKENINGEN → Veel aandacht naar assen en knooppunten;

overige gebieden kunnen zich achtergesteld voelen als er te weinig wederkerigheid ontstaat.

48

► INLEIDING

► SAMENVATTING

→ PPS-sturing vanuit sterke regio: markt en

overheid trekken samen op onder sterk regionaal profiel en positioneren zichzelf in Euregionale markten en netwerken. → Vanuit regionale samenwerking (gemeenten, provincie) worden randvoorwaarden voor het vestigingsklimaat geduid, via een systeem van certificaten/punten. → Wederkerigheid tussen de plekken waar het geld wordt verdiend (global pipelines) en de lokale dynamiek en behoeften (local buzz). WATER → Maas als duurzame transportas: innovatieve

koppeling waterveiligheidsopgave en verduurzaming binnenvaart. → Aanpak verdroging via technologie: precisielandbouw, passende teelten met weinig → watervraag, gesloten systemen met circulaire waterkringloop. Efficiëntie leidend: watervragers verschuiven naar optimale plekken. → Havens: elektrische oplaadpunten voor de scheepvaart: groene walstroom.

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

LANDBOUW → Landbouw meer ten dienste van bedrijfsleven.

O.a. vezelteelten voor verduurzaming Rockwool, bouwmaterialen. → Agrariërs veranderen van rol: ze krijgen vanuit bedrijfsleven goede prijs om ofwel te verplaatsen naar bedrijventerreinen (intensieve high tech productie in gesloten systemen), ofwel te extensiveren i.c.m. verbreden verdienmodel ofwel uitgekocht te worden. → Op plekken buiten de assen passen teelten zich aan op condities bodem (bijvoorbeeld droogteresistent). ENERGIE → Gebieden buiten de assen bieden plek voor

grootschalige opwek. → Aanjaagrol in benutten van water nabij de bruinkoolgroeven voor waterkrachtenergie. → Knooppunt Clauscentrale verder verduurzamen en uitbreiden.

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

→ Delta Rhine Corridor als aanjager voor innovaties

op het gebied van waterstof en warmte. STEDELIJKE ONTWIKKELING → Inzet op aantrekken en behouden werknemers.

Hoge kwaliteit wonen, goed bereikbaar. → Werkgevers investeren ook in (nieuwe) wijken en parken. Stedelijk gebied groeit meer naar elkaar toe. → Stationsgebieden worden opgewaardeerd tot hoogwaardige hubs. → Meer bedrijventerreinen en woon-werklocaties op strategische locaties. → Groei goederenvervoer benutten voor omslag naar meer duurzame en gezonde vervoersopties personenvervoer (modal shift). ECONOMIE

venterreinen Indicatief: ontwikkelen nieuw terreinen

ven-

→ Intensieve duurzame makerseconomie rond de

knooppunten en langs strategische assen, gekoppeld aan veelkleurig Midden-Limburgs MKB-leven. → MBO’ers als de makers van de groene toekomst. Leerwerk-netwerk voor ontwikkeling tot duurzame makersregio. Koppeling met omslag Rockwool, VDL, duurzame outlet.

ten

Bestaande k Indicatief: ontwikkelen nieuwe woonv Bestaande k

ov

Concentratie van functies en dubbel t ten nieuwe natuur om transportassen en te

indicatief: natuurontwikk partijen Indicatief: productief buitengebied

49

► INLEIDING

► SAMENVATTING

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

OPBRENGST SCENARIORONDE In een ambtelijk werkatelier zijn de drie scenario’s verdiept en aangescherpt. Aan de hand van een gesprek over de ontwikkelprincipes die in de scenario’s besloten liggen, is gedestilleerd wat de dragende principes zijn voor het toekomstperspectief voor de regio: → Diversiteit subregionale identiteit/landschappen benutten. → Duidelijke contrasten stad en land: ruimte open houden tussen de

kernen. → Wederkerigheid tussen stad en land: zeer kansrijk voor toekomst. → Verschillende snelheden in het (gebruik van het) landschap, van Peel

tot plateau. → Systeemverandering nodig om opgaven/crises aan te pakken, geen

postzegel-oplossingen. → Duidelijke positionering steden en kernen in het regionale systeem. → Water als kapstok voor toekomstverhaal: systeemherstel als

aanjager voor oplossen problemen en genereren meerwaarde.

50

► INLEIDING

► SAMENVATTING

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

Intermezzo: wateren bodemsysteem als basis voor een genereus landschap in Midden-Limburg 51

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

Uit de analyse, aangevuld door de opbrengst van de scenario’s, komt een duidelijk beeld naar voren: in het centraal stellen van ‘water-bodem sturend’ ligt de sleutel om tot een toekomstbestendig toekomstperspectief voor Midden-Limburg te komen. Door in te zetten op een gezond watersysteem komen belangrijke koppelkansen naar boven om opgaven het hoofd te bieden op het vlak van natuur, landbouw, economie, wonen en energie. Zo creëert een veerkrachtig watersysteem condities voor robuuste natuur, regeneratieve en toekomstbestendige landbouw, een versterkte identiteit van de regio met bijzondere landschappen als uniek recreatief uithangbord, van de regio, een onderscheidend economisch profiel en - wellicht het meest belangrijk - langdurige kwaliteit voor (toekomstige) inwoners. Kortom: een gezond watersysteem maakt Midden-Limburg tot een genereus landschap. Maar welke ingrepen en maatregelen zijn nodig om het bodem- en watersysteem weer gezond en veerkrachtig te maken? En tot welke verschillen leidt dit binnen de regio?

Maaszone en het Roerdal met het beekdallandschap, grenzend aan het plateauterras. Met deze inzichten over wat ‘bodem-water-sturend’ concreet betekent, wordt in het volgende hoofdstuk weer opgeklommen naar het regionale schaalniveau. Het regionale toekomstperspectief schetst tot welke brede maatschappelijke en ruimtelijke meerwaarde de betreffende ingrepen in het watersysteem leiden: een genereus landschap dat de regionale trots, eigenheid en vitaliteit van Midden-Limburg aanwakkert.

In dit intermezzo wordt van het regionale schaalniveau afgedaald naar het een meer gedetailleerd schaalniveau. Hier is aan de hand van principedoorsnedes op systeemniveau inzichtelijk gemaakt hoe het watersysteem functioneert, welke opgaven en problemen zich momenteel voordoen en welke ingrepen en maatregelen hiervoor een oplossing kunnen zijn. Omdat Midden-Limburg veel verschillen kent, in landschappelijke opbouw en watersysteem, is hierbij gewerkt met vier deelgebieden: de Peelzone, het beekdallandschap rond Leudal, de

52

► INLEIDING

► SAMENVATTING

► CONTEXT EN KADERS

Figuur 4. Schema: ingrepen om het water- en bodemsysteem gezond en veerkrachtig te maken, leggen de basis voor brede ruimtelijke en maatschappelijke meerwaarde in heel Midden-Limburg.

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

WATERSYSTEEM PER DEELGEBIED PEELZONE

BEEKDALEN/LEUDAL

MAASZONE

BEEKDALEN/ROERDAL/ PLATEAUZOOM

Natuurlijk systeem

Technisch systeem

Natuurlijk systeem

Technisch systeem

Natuurlijk systeem

Technisch systeem

Natuurlijk systeem

Technisch systeem

Kwel

Kanalen

Laaglandbeken

Kanalen

Maas

Lateraalkanaal

Roer

Afwateringssloten

Beken

Toe- en

Afwateringssloten

Oude

Grindplassen

Laaglandbeken en

Retourbemaling

Moeras

afwateringssloten

Maasmeanders

Stuwen

terrasbeken

bruinkoolgroeves

Natte natuurparels

Grondwateronttrek-

Dijken

Wijst

(DU)

kingen landbouw

Sluizen

Natte natuurparels

WATEROPGAVEN •

Verdroging

•

Verdroging

Hoogwaterveiligheid: Ruimte in

•

Verdroging

•

Natuur: Peelvenen en natte

•

Waterkwaliteit natuurbeken,

winterbed Maas nodig om

•

Hoogwaterveiligheid

eutrofiëring door landbouw

klimaatopgave op te vangen. ‘Ruimte

•

Waterkwaliteit natuurbeken,

natuurparels van voldoende water

•

voorzien.

waar het kan, dijken waar het moet.’

•

Agrarisch gebruik: watervraag knelt

•

Lock in: toenemende watervraag

•

normen uit de Waterwet

versterkt de verdroging waardoor de

•

watervraag nog meer stijgt. •

53

•

► SAMENVATTING

Ruimte nodig voor verbeteren van natuur en waterkwaliteit (PAGW).

Waterkwaliteit.

► INLEIDING

eutrofiëring door landbouw

Dijken moeten in 2050 voldoen aan

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

Waterkwaliteit beekmondingen.

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

4.3.1 DE PEELZONE → Structurele droogte; tot 2050 verdere daling GLG rondom de Peel

DE GROOTE PEEL

→ Sloten dempen/verondiepen → Watervraag agrariërs omlaag brengen

→ Rondom (natte) natuurgebieden (hydrologische) overgangszones benodigd

↖ BRAINPORT EINDHOVEN

→ Geen grondwateronttrekkingen

KALDENKIRCHEN

OSPEL

NEDERWEERT

→ Watergangen verondiepen of dempen

→ Veehouderij sterk verweven met woongebieden (rondom Nederweert en Ospel) en natuurgebieden (De Peel)

→ Stuwen dicht zetten → Infiltrerend vermogen vergroten (bodemkwaliteit, wadi’s)

BEESEL

ROGGEL

← ANTWERPEN

WEERT

HEYTHUYSEN

NEER

LEUDAL

→ Missende schakel in verbinding tussen Weert en Eindhoven BRÜGGEN

SWALMEN

HAELEN

ELL HORN

STRAMPROY

ROERMOND

GRENSPARK KEMPEN BROEK

HEEL

NEERITTER

DE MEINWEG

THORN

MELICK HERKENBOSCH

LINNE MAASBRACHT

SINT ODILIËNBERG

BREE

VLODROP

STEVENSWEERT MONTFORT POSTERHOLT

ECHT MAASEIK

Bos(schages) aanplanten in overgangszones

RUHRGEBIED → MARIA HOOP

ROOSTEREN

RIVIERPARK MAASVALLEI

KONINGSBOSCH

lle ontwater sne ing Te HEINSBERG

hoog door om gr o ag

BUCHTEN NIEUWSTADT

ei

SUSTERENiak u itsto mon ot Am

Plantaardige en biobased keten

Wate rv ra

NEEROETEREN

0

1

2

3

4

filtering door biobased teelten

5 km

Wadi’s aanleggen

Onvoldoende water Peelvenen en van slechte kwaliteit

Toevoer van Peelkanalen: voldoende water voor natte natuur

Bosaanplant ondersteunt hydrologische bufferzones

Uitdroging vennen en moerassen

SITTARD

Peelkanalen: te snelle afvoer

Bodem verbeteren Stuwen dichten

N it Sponswerking vergroten O.a. kwelgevoede natuur

u i ts p o e

Sloten verondiepen

Grondwaterpeil omhoog: functie volgt peil

Oude bouwlanden

Peelvenen

Eiland van Weert

Opgaven en uitdagingen Ingrepen en oplossingen

Sponswerking vergroten

O.a. kwelgevoede natuur

Daling grondwaterstand tot 2050

Dekzandgebieden

Legenda:

54

raat

Sloten dempen

li n g

Dekzandgebieden Natte natuurparels

Peelkanalen

4.3.2 BEEKDALLANDSCHAP LEUDAL EN WEERT E.O. DE GROOTE PEEL

→ Structurele droogte

↖ BRAINPORT EINDHOVEN

→ Natte, lage delen aan beekdal toevoegen

→ Diverse beken voldoen niet aan de KRW KALDENKIRCHEN

OSPEL

NEDERWEERT

BEESEL ROGGEL

← ANTWERPEN

WEERT

HEYTHUYSEN

→ Overstromingsvlakte (deels) ook watervoerend maken

→ Ruimte nodig voor toevoegen bos

→ Zonering toepassen:

NEER

LEUDAL

→ Veehouderij verweven met beekdallandschap, woon- en natuurgebieden (Leudal en verschillende NNP’s)

→Dichtbij de beek inzetten op versterking van de waterkwaliteit en ecologie.

BRÜGGEN

SWALMEN

HAELEN

ELL HORN

STRAMPROY

→Op enige afstand van de beek zijn mogelijkheden voor extensieve natuurinclusieve vormen van landbouw die goed samengaan met de nattere omstandigheden.

ROERMOND

GRENSPARK KEMPEN BROEK

HEEL

NEERITTER

THORN

MELICK

→ Landelijk gebied DE MEINWEG tussen Heythuysen en Weert beperkt bereikbaar

HERKENBOSCH

LINNE MAASBRACHT

SINT ODILIËNBERG

BREE

→Op nog verdere afstand van de beek is ruimte voor intensiever agrarisch gebruik en andere functies.

VLODROP

STEVENSWEERT MONTFORT POSTERHOLT

ECHT MAASEIK NEEROETEREN

RUHRGEBIED → MARIA HOOP

ROOSTEREN

RIVIERPARK MAASVALLEI

SUSTEREN

→ Watervraag agrariërs omlaag brengen

HEINSBERG KONINGSBOSCH

BUCHTEN

Toevoer van Peelkanalen: voldoende water voor natte natuur

0

1

2

3

4

→ Bos en bosschages toevoegen

5 km

NIEUWSTADT

→ Helofytenfilters voor zuivering SITTARD

filtering door biobased teelten

Peelkanalen: te snelle afvoer

.

Plantaardige en biobased keten

moniak uitstoo t Am

Natuurinclusieve landbouw (bijv. agroforestry) Begrensde beekloop: snelle afwatering

Multifunctionele landbouw

Grote watervraag door intensieve teelten

Overstroombare gebieden met helofytenfilters langs beek voor zuivering en winning nutriënten

Bos(schages) toevoegen Afstand vergroten tot (intensievere) landbouw Bodem verbeteren

N it

raat

Dekzandgebieden Peelkanaal Legenda:

55

Opgaven en uitdagingen Ingrepen en oplossingen

u i ts p o e li

Sponswerking vergroten

ng

Sponswerking vergroten en bodemkwaliteit verbeteren

Oude bouwlanden

Beekloop verbreden

Beekdal

Rivierterrassen (geulen, vlakten en ruggen) Beekdal

4.3.3 DE MAASZONE DE GROOTE PEEL

↖ BRAINPORT EINDHOVEN KALDENKIRCHEN

→ Structurele droogte

OSPEL

NEDERWEERT

→ Delen van de Maasoevers zijn overstromingsgevoelig

BEESEL ROGGEL

← ANTWERPEN

WEERT

HEYTHUYSEN

→ Bergingsruimte vergroten: in oude meanders maaiveld vergraven tot nevengeul of hoogwatergeul

NEER

LEUDAL

→ Oevers Maasplassen en oude meanders natuurlijk inrichten: verschillende gradiënten voor variatie aan natuurwaarden en versterking identiteit + waterkwaliteit door beschaduwing

→ Natuurkwaliteit in Maas behoeft aandacht: Grensmaas als hotspot in PAGW

BRÜGGEN SWALMEN

HAELEN

ELL HORN

STRAMPROY

→ Oversteken Maas beperkt door missende schakels

ROERMOND

GRENSPARK KEMPEN BROEK

HEEL

NEERITTER

DE MEINWEG

THORN

→ Clauscentrale belangrijk landelijk energieknooppunt

MELICK HERKENBOSCH

LINNE MAASBRACHT

SINT ODILIËNBERG

BREE

VLODROP

STEVENSWEERT MONTFORT POSTERHOLT

ECHT MAASEIK NEEROETEREN

RUHRGEBIED → MARIA HOOP

ROOSTEREN

RIVIERPARK MAASVALLEI

→ Spanning op ruimte tussen kernen en werk-/ bedrijfslocaties: dreigt dicht te slibben

SUSTEREN

HEINSBERG KONINGSBOSCH

BUCHTEN

0

1

2

3

4

5 km

NIEUWSTADT

SITTARD

Waterbergingsruimte nodig

Ruimte om hoogwaterpieken op te vangen Benutten oude maasmeanders

Natuurlijkere oevers

Sponswerking vergroten

Natuurlijke oeverbegroeiing: riviernatuur

Transformatie naar groene en duurzame bedrijventerreinen

Publieke waarde Maasoevers versterken

Ruimte nodig voor verbeteren ecologie (PAGW)

Hoogwaterveiligheid: dijken moeten voldoen aan Waterwet Duidelijk profiel kernen naar de Maas

Weerdverlaging Dijken versterken waar nodig

Oude bouwlanden Maasplas Legenda:

56

Opgaven en uitdagingen Ingrepen en oplossingen

Historische kernen in parelsnoer

Stroombeddingen ingesneden rivier met terrassen Hoogwater-/ nevengeul

Maasmeander

Rivierterrassen (geulen, vlakten en ruggen) Maaskanaal

Industriele bedrijvigheid

Recreatieve en groene routes toevoegen Waterkwaliteit beekmonding

DE GROOTE PEEL

4.3.4 BEEKDALLANDSCHAP ROERDAL EN PLATEAUZOOM

RT EINDHOVEN

KALDENKIRCHEN

OSPEL

NEDERWEERT

→ Structurele droogte

BEESEL ROGGEL WEERT

HEYTHUYSEN

NEER

LEUDAL SWALMEN

HAELEN

ELL HORN

STRAMPROY

ROERMOND

KEMPEN BROEK

HEEL

NEERITTER

MELICK

MAASBRACHT

SINT ODILIËNBERG VLODROP

STEVENSWEERT MONTFORT POSTERHOLT

ECHT MAASEIK NEEROETEREN

RUHRGEBIED →

RIVIERPARK MAASVALLEI

SUSTEREN

HEINSBERG KONINGSBOSCH

BUCHTEN

0 NIEUWSTADT

→ Sloten dempen/verondiepen → Bos, bos(schages) en andere op het beekdallandschap aansluitende natuurtypen toevoegen → Afstand hanteren tot (intensievere) landbouw en bebouwing/wegen.

→ Spreiding en toegankelijkheid van toeristische hotspots

MARIA HOOP

ROOSTEREN

→ Watervraag agrariërs omlaag brengen

→ Uitbreiding/aanleg Delta Rhine Corridor zowel kans voor strategische positie regio als uitdaging vanwege impact tracé door natuurgebieden

HERKENBOSCH

LINNE

→ Groter deel afvoer over overstromingsvlakte

→ Ruimte nodig voor toevoegen bos

DE MEINWEG

THORN

→ Natte/lage delen toevoegen aan beekdal

→ Delen van de Roeroevers zijn overstromingsgevoelig; sterke samenhang met de Maas

BRÜGGEN

1

→ Helofytenfilters voor zuivering → Kwelzones langs steilrand benutten.

→ Beperkte (OV-)bereikbaarheid landelijk gebied 2

3

4

5 km

→ Roer: functies afstemmen op hoger peil en overstromingen.

SITTARD

Hoogwaterveiligheid

Bos(schages) en natuurtypen toevoegen t.b.v. robuust en divers ecosysteem

Ecologische kwaliteit beken onder druk

Robuuste beekdalbossen Recreatie als economische pijler

Recreatief profiel versterken

Verdroging

Moeras herstellen: natuurontwikkeling

functies afstemming op hoger peil en overstromingen Ruimte voor de Roer

Extensiveren landbouw o.b.v. waterbeschikbaarheid

Sponswerking vergroten Natte, lage delen toevoegen aan beekloop

Rivierterrassen (geulen, vlakten en ruggen) Roer Legenda:

57

Opgaven en uitdagingen Ingrepen en oplossingen

Nitraat uitspoeling

Natuurlijk versterkte diepe inslijting beekloop

Beekdal

Kwelzone: mogelijk met Wijst

Terraswand Steilrand

Zandterassen

5 Toekomstperspectief Midden-Limburg

58

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

Het toekomstperspectief voor Midden-Limburg biedt een narratief voor de regio en bevat (ontwikkel)principes om als regio en regiogemeenten inkleuring te geven aan de regionale ambities om door te groeien tot een veerkrachtige en toekomstbestendige regio. De deelgebieden die in het toekomstperspectief gedefinieerd zijn, hebben allemaal een eigen profiel en kracht: dit vraagt om samenwerken en elkaar als gemeenten onderling wat gunnen. Waar de verschillende thematische opgaven, als ze sectoraal worden opgepakt, onderling strijdig kunnen zijn en soms ook een bedreiging kunnen vormen om die ambitie waar te maken, legt dit toekomstperspectief juist een wenkend perspectief bloot. Het toekomstperspectief richt zijn blik op de hele regio, maar kent zeker ook lokale nuances. Want zoals uit de analyse blijkt, kent ieder deelgebied zijn specifieke opgaven en kansen. Juist die lokale nuances helpen om zo goed mogelijk aan te sluiten op het DNA van het gebied én om de regiogemeenten bouwstenen op maat te bieden voor toekomstige ontwikkeltrajecten, zoals de gemeentelijke omgevingsvisies en - thematische of gebiedsgerichte - omgevingsprogramma’s.

UITGANGSPUNTEN TOEKOMSTPERSPECTIEF In het toekomstperspectief zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd, op basis van de analysefase en de opbrengst van de scenarioronde: → Water en bodem: systeemherstel als aanjager voor oplossingen en genereren meerwaarde. ◼

Duidelijke hiërarchie in kernen binnen het regionale systeem:Weert en Roermond als centrumsteden die (boven)regionale groei opvangen;

◼

Nederweert, Echt, Susteren en Heythuysen als middencategorie (grote dorpen of kleine steden) waar bescheiden groei nabij (OV-)knooppunten plaatsvindt;

◼

Kleinere dorpen: enkel kwalitatieve groei voor lokale behoefte

→ Binnen het regionale systeem wordt naar een samenhangend pakket van mobiliteitsoplossingen

gekeken, waaronder combinaties tussen spoor, snelfiets, hoogwaardig OV en het heractiveren van het traject voor personenvervoer tussen Weert en Hamont. → Benutten verschillen tussen Maas- en zanddorpen. → Diversiteit subregionale identiteiten en landschappen benutten, evenals de verschillende

snelheden in het (gebruik van het) landschap en de diversiteit aan economische dragers die hieraan verbonden zijn. → Duidelijke contrasten tussen stad en land: ruimte open houden of open maken tussen de

kernen. → Clauscentrale en Delta Rhine Corridor als aanjager voor de verduurzaming en innovatie van de

economie. Maar: lokaal profijt als voorwaarde. → Het (her)veroveren van de publieke waarde van de Maas. → Sterke nationale parken zijn een voorwaarde voor de profilering van de hele regio.

59

► INLEIDING

► SAMENVATTING

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG Legenda

60

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

5.1

RUIMTEVOLK

PEELZONE

EEN WATERVASTHOUDEND LANDSCHAP Waterpeil omhoog en functie volgt peil. Dit leidt tot andere condities voor agrariërs: meer kansen voor plantaardige teelten en biobased productie. → In overgangsgebieden rond Peelvenen vindt

vernatting plaats in combinatie met een extensivering van de landbouw: de waterstanden gaan permanent omhoog. Dit overgangsgebied wordt benut voor een robuuste aaneenschakeling van de Peelvenen. De vernatting van de overgangsgebieden draagt eraan bij dat de natuur zich kan ontwikkelen en kan herstellen van overbelasting. In de overgangsgebieden is natuurontwikkeling en -herstel leidend. Het grondgebruik past zich hierop aan. Hier vindt ook bosaanplant plaats, wat bijdraagt aan het beter vasthouden van het water in het gebied maar ook aan de doelstellingen voor de bossenstrategie. In de overgangsgebieden is primair ruimte voor natuurontwikkeling en natuurinclusieve landbouw onder natte condities en tegelijkertijd profiteert het gebied hier ook economisch van door de koppeling te leggen met de Unesco Mens- en Biosfeerstatus voor grenspark Kempen~Broek en goede infrastructuur (spoor-, weg- en fietsverbindingen). → De krans aan Natte Natuurparels aan de oostkant van

het eiland van Weert wordt flink natter en aaneengeschakeld tot een robuust netwerk. Ook hier geldt dat er primair ruimte is voor natuurontwikkeling van

61

► INLEIDING

► SAMENVATTING

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

grondwaterafhankelijke natuur en natuurinclusieve landbouw onder natte condities. → Op het eiland van Weert vindt een grote

herschikking van de landbouw plaats. Er wordt volop ingezet op fijnstof- en stikstofreductie in het kader van de gezondheid. Hier vindt een forse extensivering plaats van veehouderijen. De focus op dierlijke productie vermindert en verandert naar een focus op plantaardige en biobased keten. Een deel van de veehouderijen zal stoppen, maar voor een (klein) deel liggen kansen in het opbouw van een sterke circulaire regionale keten: als onderdeel van de kringloopgedachte richt de dierlijke productie zich hoofdzakelijk op het verwerken van reststromen uit de plantaardige sectoren die niet geschikt zijn voor menselijke consumptie. Door de nattere condities, de inzet op het verbeteren van de bodemkwaliteit en het tegengaan van verdroging vindt er verschuiving plaats richting plantaardige productie. Deels voor menselijke consumptie maar ook voor de biobased productie. → De Peelkanalen spelen een belangrijke rol in de

wateraanvoer in het gebied, met name voor de (grondwaterafhankelijke) natuur in het gebied, maar ook voor de landbouw. Omdat dit water zeer voedselrijk is, is het niet geschikt om meteen aan te wenden voor de natuur in het gebied. Die heeft namelijk baat bij voedselarm water. Het water van de Peelkanalen wordt daartoe slim langs zuiverende teelten en gewassen geleid, zoals in de vernatte overgangsgebieden en langs specifieke natte landbouwgewassen. Teelten zoals lisdodde en riet dienen zo twee doelen: ze dragen bij aan de biobased productie en aan het zuiveren van het gebiedsvreemd water. De omgeving rond de

62

► INLEIDING

► SAMENVATTING

Peelkanalen wordt vergroend, met het toevoegen van begroeiing en bomen. Hierdoor worden de Peelkanalen herkenbare groen-blauwe linten in het landschap, die ook bijdragen aan de groenblauwe dooradering en beleefbaarheid van het cultuurhistorisch landschap. → Op het eiland van Weert wordt ruimte

vrijgespeeld voor groei van Weert als een van de twee centrumsteden van de regio. Hier ontstaat ruimte voor uitbreiding, door nieuwe woningen aan de stadsrandzones toe te voegen, maar altijd in combinatie met landschapsversterking. De relatie tussen Midden-Limburg en Brainport Eindhoven komt in het bijzonder rondom Nederweert en Weert tot uiting. Ook wordt de omslag in de agrarische sector (o.a. vermindering veehouderijen) aangegrepen om de kwaliteit van het buitengebied te versterken. Het buitengebied wordt ‘opgeruimd’ door een landschapsversterkende sloopregeling. Een slimme en vernieuwde rood-voor-rood-regeling, waarbij sloop van stallen in het buitengebied plaatsvindt tegen een sloopvergoeding die wordt bekostigd uit het uitgeven van bouwgrond voor woningen aan de randen van Weert en Nederweert. → De Peelzone ontwikkelt zich door tot een

innovatief en high tech profiel, waarbij de wederkerigheid tussen stad en land een belangrijke drager is, via de biobased keten. Hiertoe wordt ingezet op een sterke verbinding met Brainport en Brightland Campus, om van hieruit gezamenlijk te investeren in de nieuwe biobased keten, waaronder de benodigde kennis en logistiek. Dit draagt ook bij aan het versterken en vernieuwen van het regionaal profiel op het vlak van duurzame maakindustrie: Brainport bedenkt het, Midden-Limburg maakt het.

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

5.2

RUIMTEVOLK

BEEKDALLANDSCHAP LEUDAL EN WEERT E.O.

EEN BEEKDALBREDE BENADERING Beken meer ruimte geven en waterpeil omhoog brengen. Dit leidt tot andere condities voor agrariërs maar ook tot aantrekkelijke condities om het recreatieve landschap verder vorm te geven. → Rond de natuurbeken wordt ingezet op de

beekdalbrede benadering. Daarbij gaat grote aandacht uit naar de beken die nu in slechte conditie verkeren conform de kaderrichtlijn water (KRW). In dit deelgebied gaat hierom grote aandacht uit naar de Tungelroyse beek en Roggelse beek. Hier wordt ingezet op het weer laten meanderen van de beken, het vergroten van het watervoerende deel van de overstromingsvlakte en aanplant van beekdalbos om het vasthoudend vermogen te versterken en om bij te dragen aan de waterkwaliteit en biodiversiteit. Het hermeanderen van de beek wordt op een aantal plekken gekoppeld aan het toevoegen van nieuwe beek-lussen waar met helofytenfilters op een natuurlijke wijze waterzuivering plaatsvindt. Op verdere afstand van de beek, op de flanken, is ruimte voor agrarisch gebruik in combinatie met natuur- en landschapsbeheer, waarbij aandacht is voor (teelten die bijdragen aan) het vasthouden van water.

63

► INLEIDING

► SAMENVATTING

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

→ Het (beekdal)bos en de bosschages die aan de

beekdalen worden toegevoegd, zijn zowel belangrijk voor de waterkwaliteit (KRW) maar ook voor de groenblauwe dooradering (LPLG). De inzet is om deze bosstructuur tot een robuust netwerk te laten uitgroeien: beekdalbegeleidende bossen die als linten door het landschap zichtbaar zijn. → Landbouw, natuur en recreatie worden de

Baexem-Heythuysen. Dit nieuwe station is ook van belang om de bereikbaarheid van het buitengebied te verbeteren. Daarom wordt de stationsontwikkeling nadrukkelijk gekoppeld aan het toevoegen van maatschappelijk programma in het stationsgebied. Dit draagt bij aan het op peil en bereikbaar houden van het voorzieningenniveau in het gebied.

belangrijkste economische dragers voor het gebied. In het gehele beekdallandschap wordt dan ook ruimte gegeven aan multifunctionele landbouw - die momenteel ook al veel in het gebied zit. Multifunctionele landbouw combineert het produceren van voedsel met maatschappelijke diensten, denk aan een zorgfunctie, boerderij educatie, landwinkels of kinderopvang. Bij multifunctionele landbouw staat het versterken van de relatie tussen boerderij en burgers en consumenten centraal. → Specifiek in gebieden rond de beken die nu een

overbelasting kennen op het gebied van stikstof/ ammoniak wordt ingezet op het terugdringen van emissies. Hier vindt onder andere een extensivering van veehouderijen plaats. Hiertoe wordt ingezet op een omslag naar multifunctionele landbouw met een extensiever gebruik en een breder verdienmodel. Deze omslag gaat gepaard met versterking van het cultuurlandschap en de landschapsbeleving. → In de kern Heythuysen vindt bescheiden groei

plaats. Deze groei wordt gekoppeld aan het verbeteren van de bereikbaarheid van MiddenLimburg, delen van Noord-Limburg en Brainport Eindhoven: er wordt ingezet op een nieuw station

64

► INLEIDING

► SAMENVATTING

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

5.3

RUIMTEVOLK

MAASZONE

RUIMTE VOOR DE MAAS Waterveiligheid borgen door - naast de geplande dijkversterkingen - de bergingsruimte voor de Maas te vergroten via het benutten van oude Maasmeanders. Dit biedt grote waterveiligheidswinst benedenstrooms en biedt condities om te werken aan ecologische en landschapsversterkende doelen. → Het Maasplassengebied heeft een belangrijke

functie in het dempen van hoogwaterpieken. Om deze functie in de toekomst te behouden, is het van belang om voldoende ruimte te geven aan de Maas. Daartoe wordt ingezet op het benutten van oude Maasmeanders voor berging. Door het maaiveld te vergraven (weerdverlaging) kan - afhankelijk van de behoefte - een hoogwatergeul of een nevengeul ontstaan. → Op en rond de oevers van de Maasplassen,

maar ook bij het vergraven van de oude meanders, wordt ingezet op een natuurlijke inrichting. Hiertoe wordt een diversiteit aan oevergradiënten aangebracht voor een variatie aan natuurwaarden. Dit draagt bij aan het vergroten van de sponswerking van de Maasplassen en aan de ecologische doelen, zoals benoemd in het streefbeeld van de Programmatische Aanpak Grote Rivieren (PAGW). Op deze manier ontstaan immers ecologische stapstenen - als het ware een

65

► INLEIDING

► SAMENVATTING

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

groenblauw lint in het rivierdal - die de verschillende grotere ecologische hotspots met elkaar kunnen verbinden. → Een meer natuurlijke inrichting van de oevers

wordt ook aangegrepen om de leesbaarheid te accentueren tussen de Maas en het Lateraalkanaal, de Maasplassen en de Maasmeanders. Deze waterlichamen verschillen in gebruik, betekenis en beleving. De Maas en het Lateraalkanaal zijn zeer snel en hoogproductief: ze zijn gericht op scheepvaart en kadegebonden activiteiten. De Maasplassen kennen een wat meer ontspannen ritme en hebben in belangrijke mate een recreatieve functie. De Maasmeanders zijn veel trager van aard en gericht op natuurwaarden. Met verschillende typen begroeiing kan het eigen karakter van elk Maaselement versterkt worden - rivier, kanaal, plas of meander. Specifiek voor de Maasplassen is de inzet om de verschillende typologieën aan plassen met begroeiing te benadrukken en de oevers van het Maasplassengebied te laten uitgroeien tot een rivierbosgebied. → De beekmondingen worden versterkt tot

natuurknooppunten. Hierbij is de inzet om bij te dragen aan de KRW-doelen, maar ook om sterkere ecologische oost-westverbindingen te laten groeien. Dit versterkt de robuustheid van natuur en landschap. → Op veel plekken langs de Maas is de ruimte

momenteel slecht toegankelijk en beleefbaar. Sommige plekken zijn geprivatiseerd, andere zijn matig ontsloten voor langzaam verkeer. Een speerpunt is daarom het opwaarderen van de

66

► INLEIDING

► SAMENVATTING

publieke waarde van de Maas: langs de Maas wordt ingezet op groene, publieke en recreatieve routes. Hiertoe worden bijvoorbeeld nieuwe voetfietsbruggen over Maas toegevoegd maar ook worden verouderde jachthavens opgewaardeerd in nauwe combinatie met landschapsversterking en het verbeteren van de publieke toegankelijkheid van de Maasoevers. → Onderdeel van deze publieke waarde van de

Maas is ook de herkenbaarheid van de Maasdorpen. Daartoe wordt gewerkt aan het sterker zichtbaar maken van het parelsnoer aan historische kernen in de Maasvallei. De inzet is om de Maasdorpen een herkenbaar en uitgesproken gezicht aan de Maaskant te geven. → Voor de Clauscentrale wordt ingezet op een

waterstofcentrale die een knooppuntfunctie vervult in het nationale energienetwerk. Daarmee kan de Clauscentrale fungeren als aanjager voor een groene regionale economie. Een koppeling met de Delta Rhine Corridor is dan randvoorwaardelijk. Hieruit volgen immers mogelijkheden zoals toegang tot stroom afkomstig van wind-op-zee en het benutten van restwarmte. → Met deze condities als basis is de inzet om het

economische profiel van de Maas verder uit te bouwen richting duurzame en watergebonden bedrijvigheid langs de Maas. Zo leveren de Clauscentrale en de koppeling met de Delta Rhine Corridor kansen om langs de Maas in te zetten op een omslag naar duurzame walstroom, waarmee lokaal de geluidsdruk en emissies van fijnstof en stikstof kan verminderen. Maar ook liggen er

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

mogelijkheden om deze condities als onderhandelingsruimte te benutten om te sturen op verduurzaming en herstructurering van de bedrijventerreinen langs de Maas: vanuit de overheid wordt geïnvesteerd in een stevig netwerk aan duurzame energie waar bedrijven op kunnen aantakken, maar daarvoor wordt wel een investering gevraagd in verdichting, verplaatsing, en efficiënter ruimtegebruik op het bedrijventerrein en landschapsversterking. Het doel hiervan is ook om ruimte vrij te spelen die benut kan worden om groene verbindingen te creëren naar de Maas - als het ware groene lobben die het omliggende landschap en de Maas verbinden en tegenkracht bieden aan het alsmaar verder verstedelijken en dichtslibben van het Maasdal.

verdubbeling van het spoor plaats. Met deze inzet wordt de positie van Midden-Limburg op de as Nijmegen-Venlo-Maastricht stevig verankerd, wat van groot belang is voor de kenniseconomie en het vestigingsklimaat, waardoor het makkelijker wordt om mensen aan te trekken en te behouden in de regio (human capital).

→ Roermond ontwikkelt zich verder door als

centrumstad aan de oostzijde van de regio, via drie sporen: verdichting, transformatie en uitbreiding aan bestaande kernen zoals Melick en Swalmen. De spoorzone Roermond is hierbij een belangrijke locatie om tot ontwikkeling te brengen. → In de kernen Echt en Susteren vindt

bescheiden groei plaats. Deze groei wordt gekoppeld aan het opwaarderen van de stationsomgevingen, het toevoegen van maatschappelijk programma en het verbeteren van de fietsroutes en recreatieve verbindingen. Dit biedt een belangrijke basis onder het op peil houden van de bereikbaarheid en het voorzieningenniveau in het naastgelegen buitengebied. → De spoorverbinding Nijmegen-Roermond

wordt opgewaardeerd: er vindt elektrificatie en

67

► INLEIDING

► SAMENVATTING

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

5.4

RUIMTEVOLK

BEEKDALLANDSCHAP ROERDAL EN PLATEAUZOOM

EEN BEEKDALBREDE BENADERING Beken meer ruimte geven en waterpeil omhoog brengen. Dit leidt tot andere condities voor agrariërs maar ook tot aantrekkelijke condities om het recreatieve landschap verder vorm te geven. De Roer krijgt meer ruimte en de kwelzones aan de voet van de steilrand worden omarmd en benut. → Rond de natuurbeken wordt ingezet op de

beekdalbrede benadering. Daarbij gaat grote aandacht uit naar de beken die nu in slechte conditie verkeren conform de kaderrichtlijn water (KRW), maar ook naar de rivieren. In dit deelgebied gaat daarom grote aandacht uit naar de Vlootbeek, Putbeek en Pepinusbeek, maar ook naar de Roer en de Swalm. Hier wordt ingezet op het weer laten meanderen van de beken, het vergroten van het watervoerende deel van de overstromingsvlakte en aanplant van beekdalbos om het vasthoudend vermogen te versterken en om bij te dragen aan de waterkwaliteit en biodiversiteit. Het hermeanderen van beken wordt op een aantal plekken gekoppeld aan het toevoegen van nieuwe beek-lussen waar met helofytenfilters op een natuurlijke wijze waterzuivering plaatsvindt. Op verdere afstand van de beek, op de flanken, is ruimte voor agrarisch

68

► INLEIDING

► SAMENVATTING

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

gebruik in combinatie met natuur- en landschapsbeheer, waarbij aandacht is voor (teelten die bijdragen aan) het vasthouden van water. → De Roer krijgt meer ruimte. Hier worden functies

afgestemd op een hoger peil en mogelijke overstromingen.

→ Het (beekdal)bos, de bosschages en andere

natuurtypen die aan de beekdalen worden toegevoegd, zijn zowel belangrijk voor de waterkwaliteit (KRW) als ook voor de groenblauwe dooradering (LPLG). Gezien de landschapsstructuur liggen hier kansen om deze afwisseling van natuurtypen een stevige maat te geven met een robuust bosnetwerk als sluitstuk binnen het ecosysteem. Deze beek- en rivierdalbegeleidende bossen kunnen het natuurnetwerk en de recreatieve kracht verder versterken. Daarnaast kan groenblauwe dooradering bijdragen aan het groen inpakken van (de uitloopgebieden) van de stad en kernen. → In de nabijheid van de beekdalen, het Roer- en

Swalmdal en de natuurgebieden waaronder de Meinweg vindt extensivering van agrarisch grondgebruik plaats. Hierbij wordt ingezet op regeneratieve landbouw: agrarische productie die een bijdrage levert aan het versterken van de bodemkwaliteit, biodiversiteit en natuurherstel. Deze landbouw is ook ‘watergebonden’, naar draagkracht van de waterbeschikbaarheid. Deze extensivering vindt plaats in combinatie met landschapsversterking en het vergroten van de mogelijkheden voor natuurrecreatieve functies. Denk aan kleinschalige verblijfsrecreatie, horeca, of

69

► INLEIDING

► SAMENVATTING

thematische routes. Om deze omslag vorm te geven, wordt strategisch gebruik gemaakt van het gemeentelijke grondbezit in het buitengebied (pacht): dit is een krachtig instrument om te sturen op de beoogde ontwikkeling richting een meer extensief en hoogwaardig kwalitatief bodemgebruik. → De kwelzones langs de steilrand worden benut

voor natuurontwikkeling. → Natuur en recreatie worden de belangrijkste

economische dragers van het gebied, met Nationaal Park de Meinweg als aanjager. Daartoe wordt het natuurrecreatief profiel versterkt tot een volwaardige economische drager waarvan de uitstraling tot ver over gemeentegrenzen reikt. → De bereikbaarheid van het buitengebied wordt

verbeterd, via uitbreiding van het fietsnetwerk en het verbeteren van de verbindingen met de kleine, opgewaardeerde stationsomgevingen in de Maaszone. Enerzijds worden voorzieningen voor inwoners van het buitengebied beter bereikbaar. Anderzijds draagt het ook bij aan toeristische spreiding: er ontstaan zo meerdere bronpunten voor de toerisme en (natuur)recreatie. → Bovengronds wordt het tracé van de Delta

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=7aef3bf2-4bbf-4adb-b07b-710892d819c6