CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

---------- BIJLAGE 1 160364-ontwerpend onderzoek Midden-Limburg-original

06. Raadsinformatiebrieven 29 oktober 2024, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven behorend bij de portefeuille van wethouder Snijckers18.382 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Een genereus landschap Ontwerpend onderzoek naar een toekomstperspectief voor Midden-Limburg januari 2024

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

►

RUIMTEVOLK

COLOFON

Dit document is opgesteld door RUIMTEVOLK in opdracht van de Provincie Limburg, mede op basis van de opbrengst van werkateliers met de zeven regiogemeenten, Waterschap Limburg, de provincie Limburg en stichting Waardevol Cultuurlandschap Midden-Limburg. Het copyright van de beelden, kaarten en foto’s berust bij RUIMTEVOLK tenzij anders aangegeven. Hoewel aan de inhoud en samenstelling van dit rapport de grootst mogelijke zorg is besteed, is het mogelijk dat informatie onjuist of onvolledig is. RUIMTEVOLK aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor de volledigheid en juistheid van de gegeven informatie. Aan de inhoud van dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. januari 2024 Anne Seghers Eline Aardse Marian de Vries Pieternella Aten

2

► INLEIDING

► SAMENVATTING

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

►

3

INHOUD

► INLEIDING

RUIMTEVOLK

1

► SAMENVATTING

INLEIDING

4

SAMENVATTING

8

2

CONTEXT EN KADERS

13

3

ANALYSE

17

4

SCENARIO’S

42

INTERMEZZO: WATER- EN BODEMSYSTEEM ALS BASIS VOOR EEN GENEREUS LANDSCHAP IN MIDDEN-LIMBURG

51

5

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

58

6

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN VOOR VERVOLG

70

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

1 Inleiding

4

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

AANLEIDING Net als in de rest van Nederland staat de invulling en het gebruik van de fysieke ruimte in MiddenLimburg stevig onder druk als gevolg van opgaven rondom water, natuur, landbouw, energie, de leefbaarheid van dorpen en het buitengebied en stedelijke vraagstukken. In het afgelopen jaar hebben er verschillende relevante koerswijzigingen plaatsgevonden, zoals het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), de inzet op ‘water en bodem sturend’ in alle ruimtelijke ontwikkelingen en het toewerken naar een nieuwe Nota Ruimte waarin het Rijk de regie op de ruimtelijke ordening terugneemt. Het Rijk kan dit echter niet alleen en vraagt provincies en gemeenten een stevige rol te pakken in het uitwerken van deze koerswijzigingen, samen met bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties in de regio. ONTWERPEND ONDERZOEK MIDDEN-LIMBURG Naast deze landelijke ontwikkelingen in het ruimtelijke spoor kent de provincie Limburg ook haar eigen Provinciale Omgevingsvisie (POVI) die in 2021 is vastgesteld. De Limburgse regio’s hebben een zienswijze ingediend om tot verdere concretisering te komen en om meer sturing en richting te geven aan de ruimtelijke ontwikkeling van de regio. Vanaf begin 2022 is daarom gestart met ontwerpende onderzoeken op regionale schaal. Er is gestart met een pilot voor de westflank van Noord-Limburg.

Hierna is gewerkt aan de regio Zuid-Limburg en nu aan de regio Midden-Limburg. Het ontwerpend onderzoek voor de oostflank van Noord-Limburg staat op dit moment in de startblokken. Ook is de provincie aan zet om een deel van de uitvoering van het NPLG op te pakken en is er gewerkt aan een

5

► INLEIDING

► SAMENVATTING

Limburgs Programma Landelijk Gebied (LPLG). Dit doet de provincie samen met partijen die voor en in het landelijk gebied werkzaam zijn. Een belangrijk onderdeel van het NPLG betreft de wateropgave, die in Limburg expliciet wordt opgepakt via het programma Waterveiligheid en Ruimte Limburg (WRL).Tot slot heeft de regio een Regionale Investeringagenda Midden-Limburg vastgesteld. Samen vormen deze drie trajecten de belangrijkste context en kaders voor het ontwerpend onderzoek in Midden-Limburg, waarop we in hoofdstuk 2 nog iets scherper inzoomen. In het ontwerpend onderzoek vormen de identiteit, het DNA en de landschapstypologieën van MiddenLimburg het fundament. Zo ontstaat er een voor bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties herkenbaar perspectief, wat voor deze partijen een goede basis legt om hieraan bij te dragen. De horizon wordt met dit perspectief op 2050 gelegd.

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

DOELEN ONTWERPEND ONDERZOEK MIDDEN-LIMBURG → Op regionaal niveau en gebiedsgericht

duidelijke keuzes maken en meer richting en sturing geven aan de opgaven uit de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Limburg. → Via scenario’s een gebiedsgericht

toekomstperspectief schetsen voor de regio Midden-Limburg in 2050, geënt op de identiteit van het gebied, dat richting geeft aan de ambitie om de verschillende opgaven (landbouw, natuur, water- en bodemsysteem, energie en het stedelijk gebied) in samenhang aan te pakken met maximale inzet op meervoudig ruimtegebruik. → Met het toekomstperspectief haakjes bieden

voor gemeentelijke trajecten en gebiedsgerichte input leveren voor het ruimtelijk voorstel dat de provincie Limburg eind 2023 doet richting het Rijk.

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

TOTSTANDKOMING EINDRESULTAAT Het ontwerpend onderzoek kent drie fasen: analyse, scenario-ontwikkeling en toekomstperspectief. In de analysefase zijn de opgaven water, natuur, landbouw, energie en stedelijk gebied (bestaande uit economie, wonen, voorzieningen, mobiliteit en netwerken) en hun onderlinge samenhang in kaart gebracht. Deze opbrengst vormt de onderlegger voor de tweede fase, waarin drie scenario’s voor de regio zijn ontwikkeld. Ieder scenario neemt een andere combinatie van opgaven als vertrekpunt, zodat het tot drie verschillende toekomstrichtingen voor Midden-Limburg leidt. Uit deze scenario’s zijn samen met alle betrokken partijen de meest kansrijke ingrediënten gedestilleerd. Tot slot is in de derde fase op basis daarvan een toekomstperspectief ontwikkeld.

een afvaardiging van een deel van de regiogemeenten, WCL, provincie Limburg en Waterschap Limburg om te schaven aan de verhaallijn voor het toekomstperspectief, met specifieke aandacht voor het water- en bodemsysteem.

De opbrengst van het ontwerpend onderzoek is tot stand gekomen via uitvoerige bureaustudie, veldwerk en een serie verdiepende interviews met vertegenwoordigers van de zeven regiogemeenten Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert en de coördinator van Samenwerking Midden-Limburg (SML), maar ook met Waterschap Limburg, de Provincie Limburg (LPLG) en Rijkswaterstaat. Daarnaast vonden er drie werkateliers plaats - in april, juni en september 2023 - met vertegenwoordigers van de zeven regiogemeenten, Waterschap Limburg, de provincie Limburg en stichting Waardevol Cultuurlandschap MiddenLimburg (WCL). In juli en september 2023 hebben twee verdiepende werkateliers plaatsgevonden, met

6

► INLEIDING

► SAMENVATTING

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

LEESWIJZER Het rapport is als volgt te lezen. In hoofdstuk 2 wordt de kaderstellende context voor het ontwerpend onderzoek toegelicht. Deze context vormt het vertrekpunt voor de analyse van de opgaven die in hoofdstuk 3 is weergegeven: na een beknopte landschappelijke en ruimtelijke kenschets van de regio Midden-Limburg wordt ingegaan op de opgaven water, natuur en landschap, landbouw, energie en stedelijk gebied. Deze analyse mondt uit in een synthese: een overzicht van de dwingende opgaven voor Midden-Limburg waaruit blijkt dat niets doen geen optie is.

Op basis van de opgedane lessen - zowel inhoudelijk als procesmatig - zijn in hoofdstuk 7 enkele observaties en aanbevelingen op een rij gezet. Aan het einde van het rapport is een algemeen geraadpleegde bronnenlijst te vinden.

In hoofdstuk 4 staan drie scenario’s voor MiddenLimburg centraal: elk scenario biedt in zichzelf een wenkend toekomstperspectief en brengt oplossingsrichtingen voor de opgaven steeds op een andere manier met elkaar in verband. De rode draad uit deze scenario’s is dat in het centraal stellen van ‘water-bodem sturend’ de sleutel ligt om tot een toekomstbestendig toekomstperspectief voor Midden-Limburg te komen. In hoofdstuk 5 wordt in de vorm van een intermezzo een detailniveau afgedaald. Hier wordt het leidende principe ‘water en bodem sturend’ verder uitgediept aan de hand van een schets van het watersysteem, de opgaven daarbinnen en de mogelijke ingrepen. Het rapport wordt afgesloten met het toekomstperspectief voor Midden-Limburg in 2050, dat op basis van de meest kansrijke en aansprekende bouwstenen en principes uit de scenario’s - die in de werkateliers met de betrokken partijen zijn verzameld - is ontwikkeld.

7

► INLEIDING

► SAMENVATTING

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

Samenvatting

8

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

OVER DIT ONTWERPEND ONDERZOEK

DWINGENDE OPGAVEN VOOR MIDDEN-LIMBURG

→ De urgentie om de ruimtelijke opgaven in

Midden-Limburg aan te pakken neemt toe. Dit ontwerpend onderzoek naar Midden-Limburg vond plaats op initiatief van de provincie Limburg, naar aanleiding van de door de regio ingediende zienswijze die vraagt om een scherpere en gebiedsgerichte uitwerking van de POVI Limburg. Het kende drie fasen: ◼

Fase 1: analyse | inzicht genereren in opgaven en de samenhang daartusse

◼

Fase 2: scenario’s | verschillende integrale denkrichtingen voor de regio, waaruit bouwstenen worden gedestilleerd voor het toekomstperspectief

◼

arrangement dat eind 2023 zal worden gesloten met het Rijk. → De identiteit, het DNA en de

landschapstypologieën van Midden-Limburg vormen daarbij het fundament onder het toekomstperspectief. → Relevante en urgente doelen uit aanpalende

trajecten, zoals het Limburgs Programma Landelijk Gebied (LPLG), worden als vertrekpunt beschouwd.

→ Het water- en bodemsysteem wordt sturend

bij alle toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Hier liggen forse opgaven voor Midden-Limburg. De regio heeft te maken met een structurele verdrogingsopgave. Daarnaast zijn de Maas en de Roer als samenhangend systeem kwetsbaar voor overstromingen. Wanneer het water in de Maas hoog staat, wordt ook de benedenloop van de Roer opgestuwd. Beide rivieren stromen grotendeels door dichtbevolkt gebied. Ten slotte moeten water- en bodemopgaven integraal worden opgepakt met andere gebiedsopgaven en mag er niet worden afgewenteld (op andere generaties of gebieden).

Fase 3: toekomstperspectief | een beeldende rapportage met sfeerimpressies en ondersteunende teksten, het verhaal van de regio

→ Via drie werkateliers zijn de regiogemeenten,

het waterschap en de provincie betrokken en is hun relevante gebiedskennis en expertise meegenomen in de ontwikkeling van het toekomstperspectief. → In het ontwerpend onderzoek is toegewerkt naar

een richtinggevend, wenkend en inspirerend toekomstperspectief voor de regio, dat tevens dient als input voor de regionale paragraaf van de POVI die in 2024 wordt herijkt en als gefundeerde inbreng in het ruimtelijk voorstel en het ruimtelijk

9

► INLEIDING

► SAMENVATTING

► CONTEXT EN KADERS

De opgavenanalyse toont aan dat de opgaven water, natuur, landbouw, energie en stedelijk gebied sterk met elkaar samenhangen en op verschillende plekken ruimtelijk overlappen. Maar ook wordt duidelijk dat een aantal opgaven onvermijdelijk zijn. Sommige van deze opgaven zijn hard, omdat ze bijvoorbeeld een wettelijke basis kennen in (Europese) wetgeving. Andere opgaven kennen nu (nog) geen wettelijke basis in gekwantificeerde doelen, maar is er wel reeds de aankondiging gedaan dat wordt gewerkt aan een juridische grondslag of bestuurlijke afspraken. Op hoofdlijnen levert dit de volgende reeks van onvermijdelijke opgaven en kansen voor Midden-Limburg op:

→ De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) stelt

dat het watersysteem in 2027 op orde moet zijn. De chemische en ecologische waterkwaliteit is in een groot deel van de oppervlakte- en

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

grondwaterlichamen niet op orde. Maatregelen als hermeandering van beken, de aanleg van vistrappen en het reduceren van giftige stoffen, stikstof en fosfaat zijn nodig. → Grondwaterafhankelijke natuur staat als gevolg

van de eerder genoemde verdroging en vervuiling onder druk. Er zijn overgangsgebieden en hydrologische buffers nodig. Daarnaast is er extra ruimte nodig voor de landelijke bosopgave en groenblauwe dooradering. Dit vraagt om scherpe ruimtelijke afwegingen en nieuw grondgebruik. → De natuur in en rondom de Maas behoeft in het

bijzonder aandacht, vanwege haar rol in het landelijke en Europese riviersysteem. Vanuit de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) wordt gewerkt aan het uitrollen van ecologische stapstenen. Langs een groen-blauw lint kunnen verschillende ecotopen zich ontwikkelen en er ontstaat een betere aansluiting met omliggende gebieden. → De landbouw - een belangrijk economische

drager in de regio - staat onder druk door onder andere een beperkte verdiencapaciteit, het gebrek aan bedrijfsopvolgers, hoge grondprijzen, verdroging en strikte doelen rondom emissiereductie (methaan, stikstof en fijnstof). Een structurele omschakeling naar duurzame landbouw is noodzakelijk. → Een aantal clusters van intensieve

veehouderijen zorgt voor hoge emissies van fijn- en stikstof, waar natuur en woongebieden hinder ondervinden door geuroverlast en slechte

10

► INLEIDING

► SAMENVATTING

luchtkwaliteit. In deze gebieden ligt de lat voor omschakeling nog een trede hoger.

woningen hoger wordt. Er wordt daarbij primair ingezet op de OV-knooppunten Weert en Roermond en ‘een straatje erbij’ in de plattelandsgemeenten.

→ Er wordt de komende jaren gewerkt aan de

aanleg en uitbreiding van de Delta Rhine Corridor, die in de toekomst waterstof en koolstofdioxide kan gaan transporteren. Dit biedt kansen voor de strategische en economische positie van MiddenLimburg, maar brengt ook uitdagingen met zich mee vanwege de route van het tracé door natuurgebieden en de ruimtelijke inpassing van de vergroting van de centrale als gevolg van de gewijzigde functie.

→ Bovendien kent de woonopgave een bredere

ruimtelijke impact: de elektrificatie van wonen (en economie) vraagt om aanpassingen aan het elektriciteitsnetwerk, die ondergronds plaatsvinden, maar bovengronds impact hebben. → De bereikbaarheid - van het gebied als geheel,

profilering van Midden-Limburg als landelijk energieknooppunt.

maar in het bijzonder van het buitengebied - is gebaat bij verbetering, met name in het OV en per fiets. Mede in dat kader wordt nagedacht over de reactivering van het personenvervoer per spoor tussen Weert, Hamont en Antwerpen en goede fietsverbindingen over de Maas.

→ Toerisme is in de regio een groeimarkt, maar de

→ Tot slot staat er spanning op de ruimte tussen

→ De Clauscentrale biedt kansen voor de verdere

spreiding, toegankelijkheid, verduurzaming en het terugdringen van middelmaat in het aanbod verdienen aandacht. Er liggen kansen in het benutten van de regionale verhaallijnen over het landschap, de natuur, erfgoed engastronomie. → Ondanks lokale verschillen groeit het aantal

kernen en werk-/bedrijfslocaties: deze dreigt dicht te slibben. Juist voor Midden-Limburg is dit een opgave, vanwege de waarde die wordt gehecht aan subregionale identiteiten en het behouden en versterken van contrasten tussen stad en land. Ook voor dwarsverbindingen rondom en tussen natuurgebieden is dit beperkend.

huishoudens in Midden-Limburg en kent de regio daarom een stevige bouwopgave. Van 2022 tot 2030 gaat het om het toevoegen van 10.350 woningen, met bijzondere inzet op doelgroepen (starters, middeninkomens, ouderen), duurzaamheid en flexibele woonvormen om de piek in de woningvraag op te vangen. Vanuit de Woondeal Limburg is bovendien een extra ambitie opgenomen voor 20.000 woningen in heel Limburg, wat ertoe kan leiden dat het aantal van 10.350

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF OP HOOFDLIJNEN WATER EN BODEM: SYSTEEMHERSTEL ALS AANJAGER VOOR OPLOSSINGEN EN GENEREREN MEERWAARDE.

De Maaszone: ruimte voor de Maas Waterveiligheid borgen door - naast de geplande dijkversterkingen - de bergingsruimte voor de Maas te vergroten via het benutten van oude Maasmeanders. Dit biedt grote waterveiligheidswinst benedenstrooms en biedt condities om te werken aan ecologische en landschapsversterkende doelen.

Peelzone: een watervasthoudend landschap Waterpeil omhoog en functie volgt peil. Dit leidt tot andere condities voor agrariërs: meer kansen voor plantaardige teelten en biobased productie.

Beekdallandschap Leudal en Weert e.o.: een beekdalbrede benadering Beken meer ruimte geven en waterpeil omhoog brengen. Dit leidt tot andere condities voor agrariërs maar ook tot aantrekkelijke condities om het recreatieve landschap verder

11

vorm te geven.

Beekdallandschap Roerdal en plateauzoom: een beekdalbrede benadering Beken meer ruimte geven en waterpeil omhoog brengen. Dit leidt tot andere condities voor agrariërs maar ook tot aantrekkelijke condities om het recreatieve landschap verder vorm te geven. De Roer krijgt meer ruimte en de kwelzones aan de voet van de steilrand worden omarmd en benut.

Legenda

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

TOEKOMSTPERSPECTIEF OP HOOFDLIJNEN → Water en bodem: systeemherstel als aanjager

krijgt meer ruimte en de kwelzones aan de voet van de steilrand worden omarmd en benut.

voor oplossingen en genereren meerwaarde. ◼

◼

◼

Peelzone: een watervasthoudend landschap Waterpeil omhoog en functie volgt peil. Dit leidt tot andere condities voor agrariërs: meer kansen voor plantaardige teelten en biobased productie.

→ Duidelijke hiërarchie in kernen binnen het

Beekdallandschap Leudal e.o.: een beekdalbrede benadering Beken meer ruimte geven en waterpeil omhoog brengen. Dit leidt tot andere condities voor agrariërs maar ook tot aantrekkelijke condities om het recreatieve landschap verder vorm te geven. De Maaszone: ruimte voor de Maas Waterveiligheid borgen door - naast de geplande dijkversterkingen - de bergingsruimte voor de Maas te vergroten via het benutten van oude Maasmeanders. Dit biedt grote waterveiligheidswinst benedenstrooms en biedt condities om te werken aan ecologische en landschapsversterkende doelen.

◼

◼

open houden of open maken tussen de kernen. → Clauscentrale en Delta Rhine Corridor als

aanjager voor de verduurzaming en innovatie van de economie. Maar: lokaal profijt als voorwaarde.

regionale systeem: ◼

→ Duidelijke contrasten tussen stad en land: ruimte

Weert en Roermond als centrumsteden die (boven)regionale groei opvangen;

→ Het (her)veroveren van de publieke waarde van

Nederweert, Echt, Susteren en Heythuysen als middencategorie (grote dorpen of kleine steden) waar bescheiden groei nabij (OV-) knooppunten plaatsvindt;

→ Sterke nationale parken en grensparken met

de Maas.

allure zijn een voorwaarde voor de profilering van de hele regio.

Kleinere dorpen: enkel kwalitatieve groei voor lokale behoefte

→ Binnen het regionale systeem wordt naar een

samenhangend pakket van mobiliteitsoplossingen gekeken, waaronder combinaties tussen spoor, snelfiets, hoogwaardig OV en het heractiveren van het traject voor personenvervoer tussen Weert en Hamont. → Benutten verschillen tussen Maas- en

zanddorpen. ◼

12

Beekdallandschap Roerdal en plateauzoom: een beekdalbrede benadering Beken meer ruimte geven en waterpeil omhoog brengen. Dit leidt tot andere condities voor agrariërs maar ook tot aantrekkelijke condities om het recreatieve landschap verder vorm te geven. De Roer

► INLEIDING

► SAMENVATTING

→ Diversiteit subregionale identiteiten en

landschappen benutten, evenals de verschillende snelheden in het (gebruik van het) landschap en de diversiteit aan economische dragers die hieraan verbonden zijn.

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

2 Context en kaders

13

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

In Midden-Limburg landen verschillende relevante en urgente opgaven, doelen en ambities. Sommige doelen zijn hard, in de zin dat ze wettelijk zijn vastgelegd. Het is echter nog niet voor al deze doelen scherp wat de exacte omvang, invulling en termijn zal zijn. Andere doelen zijn zachter: deze kennen geen wettelijke basis, maar zijn ontstaan uit (al dan niet gezamenlijke) lokale wensen en ambities, zoals in de gemeentelijke omgevingsvisies van de regiogemeenten. De belangrijkste kaderstellende context voor Midden-Limburg wordt op dit moment gevormd door de Regionale Investeringsagenda voor Midden-Limburg 2022 - 2032 (inclusief aanvraag Regio Deal), de Provinciale Omgevingsvisie (POVI), de Woondeal Limburg en het Limburgs Programma Landelijk Gebied (LPLG). Daarnaast heeft er uitlijning plaatsgevonden met de betrokkenen vanuit het traject NOVEX De Peel. Tot slot heeft iedere regiogemeente lokaal ruimtelijk beleid, vaak in de vorm van een integrale Omgevingsvisie. We lichten de kaders die daaruit volgen hieronder beknopt toe.

Wie sjoen ós Limburg is

Het verbindend hart van Limburg in uitvoering!

Eerste concept Limburgs Programma Landelijk Gebied 27 juni 2023

Regionale investeringsagenda voor Midden-Limburg: 2022 - 2032 Concept – 22 december 2021

Omgevingsvisie Limburg www.limburg.nl

14

► INLEIDING

► SAMENVATTING

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

GOVI’S REGIOGEMEENTEN

REGIONALE INVESTERINGSAGENDA VOOR MIDDEN-LIMBURG 2022 - 2032

→ Echt-Susteren: i.o. Uit een eerste beleidsinventarisatie blijkt de gemeente

→ Het uitbouwen van de positie van de regio als verbindend hart, waar het

het volgende toekomstbeeld voor ogen te hebben. Een veilig, bereikbaar, gezond, zorgzaam, gezellig, duurzaam en mooi Echt-Susteren, met veel natuur, aantrekkelijk om te wonen en werken, zuinig op de groene omgeving, met oog voor de toekomst en een grote maatschappelijke betrokkenheid.

goed wonen, werken en recreëren is. → Dit gebeurt langs drie lijnen: ◼

Werken aan een duurzaam en klimaatbestendig Midden-Limburg door inzet op duurzame energie, een duurzame agrofoodsector en het in balans brengen van natuur, recreatie en bedrijvigheid

◼

Werken aan een toekomstbestendige economie door ondernemers te ondersteunen bij transitie naar circulariteit, ondernemerschap aan te jagen en bij te dragen aan de verduurzaming van de maakindustrie, logistiek en andere sectoren

◼

Werken aan een gezonde en aantrekkelijke woon- en leefomgeving door te werken aan mobiliteits- en bereikbaarheidsvraagstukken, de woningbouwopgave en het behoud van voorzieningen in vitale kernen.

→ Leudal: i.o. onder de volgende vlag: bouwen aan de toekomst van Leudal.

Kwaliteit boven kwantiteit, met als strategische kernwaarden rust, ruimte en groen. → Maasgouw: De kracht van verscheidenheid, met een sterk geworteld

agrarisch cultuurlandschap enerzijds en de rust en openheid van het Maasplassengebied anderzijds. → Nederweert: GOVI voor het buitengebied, GOVI voor kernen en

bedrijventerreinen is i.o. Samen aan de slag met perspectief voor het buitengebied door inzet op een gezonde leefomgeving (met aandacht voor verweving veehouderij - ruimtelijke functies), beschikbaar houden van agrarische locaties, versterking groene karakter, beleving en gastvrijheid en verbetering van de infrastructuur. → Roerdalen is in 2050 een landelijke, groene en duurzame gemeente waar

het prettig wonen, werken en recreëren is en waar iedereen gelukkig, gezond en veilig kan verblijven. Kortom: Roerdalen is in balans. → Roermond zet in op de aanpak van vier fysieke opgaven: de gezonde en

veilige stad, een aantrekkelijke woon- en werkstad, de Duurzame Stad en de stad van de drie grote trekkers. → Weert is een plek waar je wilt en kúnt wonen. Een compacte stad met een

goed voorzieningenniveau én goed bereikbaar. Het is er gezond, duurzaam en veilig wonen, werken en leven. Bovendien is groen altijd dichtbij. Een centrumstad voor de omliggende gemeenten, een stad in het groen.

15

► INLEIDING

► SAMENVATTING

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

PROVINCIALE OMGEVINGSVISIE (POVI) LIMBURG

LIMBURGS PROGRAMMA LANDELIJK GEBIED (LPLG)

→ Limburg wil haar inwoners een goed vestigingsklimaat bieden, met sterke

→ Uit Europese en nationale wetgeving volgt dat er voor de opgaven natuur,

sociale cohesie en uitstekende omgevingskwaliteiten. Een duurzame, circulaire en inclusieve economie speelt hierin een sleutelrol.

water en klimaat een aantal harde doelen te realiseren zijn. In een eerste conceptversie van het LPLG is uiteengezet welke doelen er behaald moeten worden in relatie tot deze opgaven. Deze doelen zijn geformuleerd als opdrachten aan de gebiedspartijen die samenwerken in de LPLG-deelgebieden (Zuid-Limburg, de Meinweg, Maasduinen en de Peel).

→ Het toekomstbeeld voor 2030 - 2050 wordt als volgt ingekleurd: ◼ ◼

Limburg is stevig ingebed in Euregionaal verband Steden en dorpen zijn geleidelijk getransformeerd, met respect voor monumentale en identiteitsbepalende onderdelen

→ Natuur: ◼ Stikstofreductie ◼ ◼

◼

◼

Limburg is aangesloten op robuuste (inter)nationale energienetwerken: opwekking van duurzame energie is verweven in dorpen en steden en op grootschalige productielocaties. Overgangen landelijk - stedelijk gebied zijn ingericht voor stads(kringloop)landbouw, recreatie, natuur- en landschapsbeleving en klimaatadaptieve voorzieningen.

◼ ◼

→ Water: ◼ Schoon oppervlakte- en grondwater (kwaliteits-

◼ ◼

◼

◼

16

Goede bescherming van grondwaterlichamen, gereserveerd voor drinkwatervoorziening. Beekdalen zijn klimaatadaptief. Meer ruimte voor water, klimaatbossen, natuurgerichte vormen van landbouw en vrijetijdseconomie.

◼

◼

► CONTEXT EN KADERS

Koolstofvastlegging

→ Limburg heeft hier vier specifiek Limburgse doelen

aan toegevoegd: ◼ Perspectief voor sectoren ◼ Houdbare vergunningverlening ◼ Leefbaarheid ◼ Landschappelijke kwaliteit

Buiten de groenblauwe mantel bepaalt kringlooplandbouw in belangrijke mate het grondgebruik in Noord- en Midden-Limburg.

► SAMENVATTING

en kwantiteitsdoelen voor grond- en oppervlaktewater, deadline 2027) Goede toestand grondwaterlichamen Goede zoetwaterbeschikbaarheid

→ Klimaat: ◼ Reductie van uitstoot broeikasgassen

Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Natura 2000-gebieden zijn robuust en sterker onderling verbonden, met multifunctionele overgangszones daaromheen.

► INLEIDING

Areaaluitbreiding (Ontwikkelopgave Natuur, deadline 2027) Instandhoudingsdoelen natuurkwaliteit (per direct voorkomen van verslechtering van natuur in Natura 2000-gebieden) Hydrologische doelen Groenblauwe dooradering

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

3 Analyse

17

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

3.1

RUIMTEVOLK

KENSCHETS MIDDEN-LIMBURG

→ Geologische processen legden het fundament

onder het bijzondere Midden-Limburgse landschap. Door aardverschuivingen en zandverstuivingen ontstonden de typische horsten en slenken: het landschap verschoof en kwam op diverse plekken omhoog.

EINDHOVEN

→ De Roerdalslenk vormt de meest kenmerkende

slenk, vanwege haar lage ligging en de relatief droge bodem. Onder die droge bodem bevindt zich kwalitatief goed grondwater, omdat het wordt beschermd door kleilagen. Het is daarom een belangrijke bron voor drinkwaterwinning en is als boringsvrije zone aangemerkt.

WEERT

→ Een ander waardevol verschijnsel is wijst: aan

de randen van de horst kwelt het grondwater op en oxideert het wanneer het in aanraking komt met zuurstof. Dit ijzerrijke water heeft een hoge waarde voor de natuur; het is echter door verdroging en ingrepen in het landschap, onder andere ten behoeve van ruilverkaveling, nog op een beperkt aantal plekken aanwezig1.

ROERMOND

Figuur 1.

In tegenstelling tot Noord-Limburg, dat van oudsher een geïsoleerde ligging kent tussen Peel en Maas, kent Midden-Limburg

van oorsprong verbindingsmogelijkheden met Eindhoven en Helmond. Daarnaast zijn de vele historische Maasdorpen reeds zichtbaar. [1] Deze nummers verwijzen naar de bronnenlijst op pagina 73

18

► INLEIDING

► SAMENVATTING

Kaart uit de zeventiende eeuw van Frederik de Wit.

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

→

Ook de Maas vormt een belangrijk fundament. De rivier verandert stroomafwaarts van gedaante: van de zuidelijk en hoger gelegen Grensmaas die volop slingert, naar het brede rivierdal dat wordt gekenmerkt door recreatie en deels natuur (de Plassenmaas), tot de diep gelegen, weinig slingerende Zandmaas, →

De Plassenmaas heeft veel aandacht gekregen in de afgelopen decennia, vanwege de grootschalige grindwinning. Hiertegen ontstond steeds meer weerstand, waarna de winning werd afgebouwd en het project Grensmaas het gebied zou inrichten als natuur- en recreatiegebied2. → De Maas heeft niet altijd op haar huidige plek

gelegen. Door de tijd heen heeft de rivier zich ingesleten in het landschap, waardoor de Maasterrassen zijn ontstaan. Samen met het Maasdal vormen de Maasterrassen de Maasvallei. Hogerop liggen dekzandruggen, -vlakten en stuifduinen. → Deze zandvlakten worden op veel plekken

doorsneden door beekdalen. Vrijwel alle beken komen uit op de Maas, het merendeel is inmiddels gekanaliseerd, vooral in het zandgebied ten westen van de Maas. De actief meanderende beken die nog aanwezig zijn, worden in het kader van de water- en natuuropgaven als ‘ideaaltype’ gezien. Hierop komen we bij de water- en natuuropgave terug.

Figuur 2. Het cultuurlandschap van Noord- en Midden-Limburg kent veel overeenkomsten. De noord-zuid-oriëntatie langs de Maas is duidelijk zichtbaar. Bron: Kaart Cultuurlandschapstypen in Noord- en Midden-Limburg. Uit: Renes, J. (1997). Landschappen van Maas en Peel; geschiedenis,

→ Ook de wind heeft haar stempel gedrukt op het

kenmerken en waarden van het

landschap. Door de eeuwen heen werd zand afgezet, waar vervolgens heide op groeide. Toen de

19

► INLEIDING

► SAMENVATTING

► CONTEXT EN KADERS

cultuurlandschap van Noord- en Midden-Limburg.

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

heide intensief werd gebruikt, ontstonden er zandverstuivingen. Halverwege de 18e eeuw wilde men dit proces terugdraaien en werd er gestart met bosaanplant. Niet alle zandverstuivingen zijn verdwenen, denk bijvoorbeeld aan de Weerter- en Budelerbergen. → In het noordwesten van de regio zijn nog

veengronden te vinden, als uitlopers van de Peel. Die zijn ontstaan door storende leemlagen, waardoor de afwatering slecht was met als gevolg een ophoping van plantenresten en vervolgens het ontstaan van veen. Het gebied veranderde zo eerst in moerasbos en vervolgens in veenbos, met dikke veenpakketten. Mensen gingen daarom op zoek naar hoge en droge plekken om te wonen: zo betekent Weert letterlijk “hoge plek omringd door moeras”.

overlappend met de Peeldorpen die planmatig zijn opgezet ten tijde van de grootschalige veenontginningen - hebben hun omgeving veel meer zelf ontwikkeld en opgebouwd. → Zo vormt de Maas niet alleen een ruimtelijke

grens tussen oost- en west-Midden-Limburg, maar ook een culturele: aan de oostkant zijn meer Duitse invloeden terug te vinden en is Zuid-Limburg gevoelsmatig dichterbij. Aan de westkant zijn Limburgers eraan gewend om het ‘zelf te maken’. “Nuchtere doordouwers”, zoals in één van de interviews werd gesteld.

→ De zanddorpen die zo ontstonden hadden

minder vruchtbare grond tot hun beschikking dan de Maasdorpen in het rivierterrassengebied. Akkerbouw was daar veel beter mogelijk en daarnaast kon er mergel uit de Zuid-Limburgse grotten aangevoerd worden. Bovendien werden deze dorpen al sinds de Romeinse tijd bewoond en zijn ze beter gesitueerd langs belangrijke transportassen. De Duitse invloed is hier bovendien veel sterker voel- en zichtbaar als gevolg van wisselende regeerperiodes tussen Holland en Duitsland. → De zanddorpen kenden juist een gebrek aan

vruchtbaar bouwland: dit is de reden dat in dit deel van Midden-Limburg de veeteelt veel sterker tot ontwikkeling is gekomen. De zanddorpen - deels

20

► INLEIDING

► SAMENVATTING

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

Veel verschillen, in landschap en mensen, op een klein stukje Limburg; met elkaar verbonden door het blauwe netwerk van de beken en de rivieren

BRABANT

KALDENKIRCHEN

HOGERE ZANDGRONDEN

OSPEL

NEDERWEERT

BEESEL ROGGEL WEERT

NEER

ZANDMAAS

HEYTHUYSEN

BRÜGGEN SWALMEN

HAELEN

ELL HORN

BEEKDALEN- EN RIVIERGEBIED STRAMPROY

ROERMOND HEEL

NEERITTER

Legenda

PLASSENMAAS

Kernen (bron: eigen inventarisatie)

THORN

Zanddorpen

MELICK HERKENBOSCH

LINNE MAASBRACHT

Dorpen/steden aan de Maas Breuken en randen (bron: eigen inventarisatie)

SINT ODILIËNBERG

BREE

Hoofdbreuk VLODROP

STEVENSWEERT MONTFORT

Landschapstypen (bron: Landschappelijke Bodem Kaart: WUR 2023)

POSTERHOLT

Hogere Zandgronden

RUHRGEBIED ECHT MAASEIK NEEROETEREN

GRENSMAAS

Rivieren gebied MARIA HOOP

ROOSTEREN

SUSTEREN

PLATEAUTERRAS

ROERDALSLENK

HEINSBERG

KONINGSBOSCH BUCHTEN NIEUWSTADT

21 SITTARD

0

1

2

3

4

5 km

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

Figuur 3.

RUIMTEVOLK

Impressie van de verschillende elementen uit het DNA

van Midden-Limburg.

22

► INLEIDING

► SAMENVATTING

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

3.2

RUIMTEVOLK

WATER

→ Het bodem- en watersysteem staat in heel

Nederland onder druk. Door klimaatverandering zullen er vaker extreem natte, maar ook extreem droge perioden voorkomen. Allerlei ruimtelijke functies (zoals natuur, landbouw, industrie en de drinkwatervoorziening) ondervinden hier nadelige gevolgen van. Dit vormde eind 2022 aanleiding voor het kabinet om het bodem- en watersysteem sturend te laten zijn bij alle toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen3. → Inzoomend op Midden-Limburg springt één

opgave er nadrukkelijk uit: de structurele verdroging van de bodem. De regio kent de gemiddeld laagste neerslagsom van Nederland en daarnaast zakt het grondwater sneller weg bij neerslagtekorten vanwege de geografische ligging

23

► INLEIDING

► SAMENVATTING

en bodemopbouw4. Het landschap is ingericht op het afvoeren van water, terwijl de droogte-opgave ons dwingt om meer water vast te gaan houden. Door middel van omgekeerde drainagesystemen en het vergroten van de aanvoer van water (o.a. door het vergroten van de capaciteit van de Noordervaart en Peelkanalen) wordt verdroging tegengegaan, maar er is meer nodig: denk aan het verbeteren van de bodemstructuur, beekherstel, het dempen van sloten die van oorsprong dienen voor het afvoeren van water en naaldbos omzetten in heide -of loofbos. Binnen het Deltaplan Hoge Zandgronden wordt gewerkt aan dergelijke maatregelen. → Door klimaatveranderingv en de achteruitgang

landbouwgronden wordt verdroging versterkt: de grondwaterstanden zullen als gevolg daarvan op veel plekken verder dalen. De grootste verlagingen worden berekend langs de Belgische en Brabantse grens en de omgeving Weerterbos5. → Naast droogte krijgt de regio in de toekomst

- als gevolg van extremere piekbuien en regenval - steeds meer te maken met de gevolgen van wateroverlast. De Maas heeft de afgelopen jaren met name in België een aanzienlijke hoeveelheid overstromingsvlakten verloren, met gevolgen voor de natuur en waterveiligheid. In het Nederlandse deel is ook ruimte aan de Maas toegevoegd, met name bij de Grensmaas en eerder door de ontwikkeling van de Maasplassen.

van het watervasthoudend vermogen van

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

→ Bovendien is het stroomgebied van de Maas in

deze regio extra gevoelig voor overstromingen, vanwege de ligging tussen de Belgische Ardennen en de Duitse Eifel: in het Belgische deel is de Maas bergachtig met ondiepe bodems die weinig water vasthouden6. De samenhang met het stroomgebied van de Roer is groot en daarmee van betekenis voor de waterveiligheid in Midden-Limburg. Zodra het water in de Maas te hoog komt te staan, komt de capaciteit van de Roer onder druk te staan. De overstromingsvlakten langs de Roer overstromen dan ook relatief vaak en staan op dat moment ook diep onder water7.

24

beken ontwikkelde, ligt hier tegenwoordig veel bebouwing en vitale infrastructuur. Daarnaast is er nauwelijks sprake van bedijking of kades8. → Naar aanleiding van de overstromingen in 2016

en 2021 zijn er diverse programma’s in het leven geroepen om wateroverlast het hoofd te bieden, waaronder het Programma Waterveiligheid en Ruimte Limburg. Daarin wordt niet alleen gekeken naar de Maas als hoofdwatersysteem, maar ook naar het regionale watersysteem (de Roer en de diverse beken) en naar bovenstroomse maatregelen in België en Duitsland9.

→ Ook de kleinere wateren, zoals de kenmerkende

→ De Plassenmaas heeft een zeer belangrijke

Limburgse beken, kennen een overstromingsrisico. Omdat de bewoning zich van oudsher langs de

dempende werking op hoogwaterpieken. Dit draagt bij aan het voorkomen van wateroverlast in

► INLEIDING

► SAMENVATTING

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

de regio zelf, maar ook benedenstrooms. Wanneer een hoogwaterpiek vanaf het zuiden het gebied in stroomt, krijgt hij in het plassenmaasgebied meer ruimte, waardoor de piek gaandeweg steeds verder uitzakt en afvlakt (topvervlakking geheten). Dit resulteert in een lagere piekafvoer en de waterstand in de benedenloop van de rivier wordt lager. Rivierverruimingsmaatregelen die inzetten op een grotere afvoercapaciteit leiden wel lokaal tot lagere waterstanden maar leiden niet tot een positieve bijdrage benedenstrooms. Daarom is het de moeite waard om de rivier in het Plassenmaasgebied meer ruimte te geven, zodat dit verschijnsel van topvervlakking daar de ruimte krijgt10.

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

→ Naast waterkwantiteit vormt ook de Limburgse

waterkwaliteit een opgave. Er is de komende jaren nog veel werk te verrichten om de chemische en ecologische waterkwaliteit op orde te brengen in lijn met de Kaderrichtlijn Water (KRW)[5. Denk aan het hermeanderen van beken, de aanleg van vistrappen en het reduceren van giftige stoffen, stikstof en fosfaat in het grondwater. → Kijken we naar de vier LPLG-gebieden in

Limburg, dan wordt duidelijk dat in deelgebied De Peel alle oppervlaktewaterlichamen niet voldoen aan de normen die gelden voor fosfor en stikstof. In de Meinweg geldt dit voor 70% van de oppervlaktewaterlichamen11, 12. Ook de grondwaterlichamen hebben te maken met doelgaten (afstand tot de gewenste norm): de Zandmaas kent een overschrijding van de toegestane hoeveelheid gewasbeschermingsmiddelen en voldoet niet aan de Nitraatrichtlijn12. → Deze doelgaten hebben ook impact op de

kwaliteit van de verschillende leefgebieden in het stroomgebied van de Maas. In het kader van de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) wordt tussen Eijsden en Maasbracht via een hotspotbenadering gewerkt aan verschillende natuurdoelen, zoals stabiele stromingen, een natuurlijke balans in de sedimentdynamiek en nat-droog gradiëntontwikkeling13. Bij de natuur- en landschapsopgave gaan we hierop verder in.

Noordervaart (aangelegd begin 19e eeuw als onderdeel van Napoleon’s Grand Canal du Nord), de Zuid-Willemsvaart (ooit aangelegd als korter en betrouwbaarder alternatief voor de Maas) en het kanaal Wessem-Nederweert (als verbinding tussen de Maas en de Zuid-Willems- en Noordervaart) bij elkaar. Ze zijn in de loop van de tijd geschikter gemaakt in verschillende periodes en deels ook benut ten tijde van de grootschalige veenontginningen. → Tegenwoordig doen de kanalen dienst als

transportas voor de scheepvaart en als wateraanvoersysteem, met name in droge perioden5. Ze zorgen ervoor dat sloten en beken niet droogvallen, het grondwater wordt aangevuld en het water blijft stromen. Naast deze belangrijke kwantitatieve functie binnen het watersysteem, moet benoemd worden dat dit water nutriëntrijk is. Dit betekent dat het in de beken en natuurgebieden een verstorende werking heeft op de waterkwaliteit. → Er wordt de komende jaren gewerkt aan

verbetering van de capaciteit van de kanalen14. Tegelijkertijd moet er kritisch gekeken worden naar de hoge afvoersnelheid en naar de watervragende gebruikers in Midden-Limburg: intensieve teelten kennen een grote watervraag en hebben bovendien een uitputtende werking op het bodemsysteem.

→ Naast de natuurlijk ontstane wateren wordt de

regio, zoals eerder benoemd, gekenmerkt door een kanalenstelsel. Bij Nederweert komen de

25

► INLEIDING

► SAMENVATTING

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

Droogte: landschap is sterk ingericht op ontwatering en droogt structureel uit. Droogte: grootste verlagingen Belgische en Brabantse grens Weerterbos en omgeving Groote Molenbeek.

Hoogwaterveiligheidsopgave langs Maas en Roer: grote delen gebieden gevoelig voor overstromingen in gebied met veel bewoning.

Beekdalen: opgave inrichting voor waterberging. Kanalenstelsel: voeren relatief veel water aan voor landbouw (m.n. intensieve teelten)

Watersysteem beïnvloed door kweldruk vanuit het Kempisch Plateau (BE) Intensieve teelten: veelal beregening nodig.

De Plassenmaas heeft een zeer belangrijke dempende werking op hoogwaterpieken.

Meinweg: aan ‘infuus’ retourbemaling.

Bruinkoolgroeve Duitsland: grote impact op grondwater.

26

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

3.3

RUIMTEVOLK

NATUUR EN LANDSCHAP

→ De regio Midden-Limburg heeft met de

Limburgse Big Five goud in handen: de Groote Peel, Meinweg, Rivierpark Maasvallei, Grenspark Kempen-Broek en het Leudal. Deze gebieden worden beschermd onder het Natura 2000netwerk, net als het Sarsven en de Banen, het Swalmdal, het Roerdal en Abdij Lilbosch & Voormalig klooster Mariahoop. Enkele gebieden kennen ook de status van Natte Natuurparels of vallen binnen het Natuurnetwerk Nederland. De onderlinge variatie is groot: van hoogveengebieden in het noordwesten, tot meer bosrijke natuur in het oosten en de terrassenlandschappen in de Meinweg. → De Natura 2000-gebieden zijn aangewezen

onder de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn vanuit het oogpunt van

27

► INLEIDING

► SAMENVATTING

biodiversiteitsbescherming. Eind 2019 zette een uitspraak van de Raad van State een streep door de Programmatische Aanpak Stikstof, omdat de gunstige staat van instandhouding van de habitattypen onvoldoende gewaarborgd bleek. Dit heeft geleid tot wat we inmiddels kennen als de stikstofcrisis, met grote gevolgen voor de vergunningverlening aan boerenbedrijven en woningbouw, stevige doelstellingen op stikstofreductie en een intensivering van natuurherstelmaatregelen. → De ecologische waarde van veel Natte

Natuurparels gaat achteruit. Dit komt door de daling van het grondwater, afname van kwelstromen en de toestroom van vervuild gronden oppervlaktewater. Het ziet er bovendien naar uit

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

dat de gemiddeld laagste grondwaterstand verder zal dalen, wat de opgave van het instandhouden van deze gebieden verder compliceert5. → Ook de Natura 2000-gebieden lijden onder deze

verslechterende condities. Op dit moment voert de Ecologische Autoriteit beoordelingen uit van natuurdoelanalyses, die worden uitgevoerd door provincies in alle Natura 2000-gebieden. Daaruit blijkt voor bijvoorbeeld de Meinweg dat op slechts één na alle stikstofgevoelige habitattypen niet in een goede staat verkeren. Soorten scoren niet goed, er is een neerwaartse trend zichtbaar en de hydrologie is niet op orde, wat verdere verdroging en vervolgens verzuring tot gevolg heeft15.

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

→ Een vergelijkbare conclusie is getrokken voor

Het Sarsven en de Banen: door een overschot aan mest van ganzen en stikstof zijn de twee grote vennen in dit gebied te voedselrijk16. Het verlagen van mest- en stikstofbelasting is een belangrijke en voor de hand liggende oplossing, maar daarnaast is meer inzicht nodig in de precieze werking van de vennen. → Nationaal Park de Groote Peel en Nationaal Park

de Meinweg zitten momenteel middenin een transitie, waarbij het nieuwe Nationale Park-concept leidt tot samenwerkingen in een integraal landschap met daarbinnen een aantal natuurkernen. Er is binnen dit landschap aandacht voor de verhalen van het agrarische landschap, het erfgoed en de verbinding met de regio. Naast deze transitie worden enkele Natura 2000-gebieden in het gebied rondom de Meinweg aaneengeschakeld om tot een groter robuuster geheel te komen. Daartoe is een eerste aanzet gedaan in gebiedsontwikkeling Flinke Ven, om zo tussen Roerdalen en de Meinweg een ecologische verbindingszone te creëren. Tegelijkertijd wordt er vlak over de grens in Elmpt (D) een industrieterrein ontwikkeld, dat vlakbij en voor een klein deel in de 1-kilometer-overgangszone rondom het Natura 2000-gebied ligt. → In het kader van de klimaatopgave en de

Limburgse Aanpak Bossen 2023-2030 moet ook ruimte gevonden worden voor nieuw bos in de regio. Het gaat in LPLG-deelgebied De Meinweg om ca. 325 ha nieuw bos (indicatief) buiten het Natuur Netwerk Nederland en ca. 220 ha binnen het Natuur Netwerk Nederland. Voor deelgebied de Peel gaat het om 400 ha nieuw bos (indicatief) buiten het

28

► INLEIDING

► SAMENVATTING

Natuur Netwerk Nederland en ca. 925 ha binnen het Natuur Netwerk Nederland11. De bosopgave vanuit het LPLG wordt verdeeld over de vier Limburgse LPLG-gebieden. In Midden-Limburg ligt het volledige LPLG-gebied De Meinweg, Roer- en Swalmdal en een deel van LPLG-gebied De Peel. De bosopgave wordt om die reden per LPLG-gebied geduid en niet voor heel Midden-Limburg. Zie ook pagina 16. → Dit brengt een forse ruimteclaim met zich mee,

los van de benodigde extra hectares natuur en leefgebieden in het kader van de PAGW. Op korte termijn komt daar nog natuurcompensatie bij in het kader van de aanleg van de Delta Rhine Corridor (zie verder onder ‘Energie’). → Tot slot spelen er ook natuuropgaven in de

Maas, één van de belangrijke grote wateren onder het PAGW. De Grensmaas - grofweg gelegen tussen Eijsden en Maasbracht - is aangemerkt als hotspot, de overige Maas fungeert in de aanpak als verbindingszone tussen de Grensmaas en de Biesbosch. Hier wordt gewerkt aan een groenblauw lint waarin verschillende ecotopen zich kunnen ontwikkelen, en aan een goede aansluiting met omliggende gebieden13. Dit betekent bijvoorbeeld ook dat de Maasplassen steeds meer ruimte kunnen bieden aan natuurwaarden, naast de recreatieve waarde die het gebied de afgelopen decennia heeft opgeleverd.

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

Er moet ruimte gevonden worden voor ca. 325 ha nieuw bos (indicatief) buiten en ca. 220 ha binnen het Natuur Netwerk Nederland in deelgebied de Meinweg. Voor deelgebied de Peel gaat het om resp. 400 ha nieuw bos (indicatief) buiten en ca. 925 ha binnen het Natuur Netwerk Nederland. Zie ook pagina 28.

Mogelijke overgangsgebieden rond N2000 i.v.m. NPLG

Maasplassen: recreatieve waarde maar ook steeds meer ruimte voor natuurwaarde.

Meinweg: habitattypen verkeren in slechte staat, soorten scoren niet goed, hydrologie niet op orde. Ambitie Nationaal Park Nieuwe Stijl: Meinweg verbinden met omliggende waardevolle natuur.

Natte Natuurparels: afhankelijk van grondwater (droogtegevoelig) en onder druk: daling grondwater, verminderde kwelstromen en toestroom van vervuild grond- en oppervlaktewater.

29

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

3.4

RUIMTEVOLK

LANDBOUW

→ De landbouw - en dan de hele agrifoodketen in

de breedte - is niet weg te denken uit MiddenLimburg: zowel als belangrijkste beheerder van het landschap, als bijdrager aan de regionale economie. De sector is in Noord- en MiddenLimburg samen verantwoordelijk voor 20% van de bruto toegevoegde waarde en biedt 35.000 banen17. → Tegelijkertijd wordt vanuit dit perspectief buiten

beschouwing gelaten dat de huidige vorm van landbouw een grote impact heeft op het milieu, de natuur en het bodem- en watersysteem. Deze impact wordt niet becijferd, maar kan zich (op de lange termijn) wel vertalen in hoge maatschappelijke kosten. → Op dit moment staat de sector op verschillende

manieren onder druk. Slechts 25% van de bedrijven

30

► INLEIDING

► SAMENVATTING

heeft de verdiencapaciteit voor een volwaardig gezinsinkomen17. Dit laat zien dat verbreding nodig is, maar ook dat het in deze tijd een uitdaging is om een boerenbedrijf te runnen. Bovendien hebben steeds meer agrariërs geen bedrijfsopvolger, zeker in Limburg. Van alle provincies kent Limburg met 34% het laagste aantal bedrijfsopvolgers, waarbij dit in de akkerbouw sterker speelt dan in de melkveehouderij18. Vrijkomende bebouwing als gevolg van de vele stoppende boeren werpt een nieuwe opgave op in het landelijk gebied: hoe blijft ruimtelijke kwaliteit geborgd en waar kunnen verbindingen worden gelegd met andere urgente opgaven, zoals wonen en recreatie?

agrariërs die grond willen aankopen meer concurrentie van andere partijen, zoals beleggers, natuurorganisaties of zonnepark-ontwikkelaars19.

→ Ook de schaarste van landbouwgrond en

→ Een meer recente ontwikkeling is het afbouwen

speculatie op de grondmarkt speelt mee. Zo steeg de vraag naar en de prijs van landbouwgrond in het eerste half jaar van 2023 en ondervinden

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

→ Tot slot worden er in de landbouw stevige

doelen gesteld ten aanzien van het reduceren van emissies en het verbeteren van bodemcondities. Vanwege het ongeldig verklaren van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) eind 2019, voeren sindsdien zo’n 170 Limburgse boeren - de zogenaamde PAS-melders - zonder vergunning hun bedrijf. De vrijstelling die zij onder het PAS hadden is komen te vervallen. Zij wachten al enkele jaren op duidelijkheid over hun situatie11.

van de derogatie: een uitzonderingspositie die Nederlandse boeren tot nu toe hadden binnen het Europese mestbeleid. De afbouw moet versneld

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

doorgevoerd worden en de impact daarvan op de mestboekhouding van boeren is groot. Per 1 maart van dit jaar moeten boeren bufferstroken langs hun perceel aanleggen, wat ten koste gaat van de ruimte voor het plaatsen van mest20. → Met name de veeteelt heeft een forse impact

heeft op stikstofdepositie: wanneer mest en urine zich in de stal mengen of wanneer mest wordt uitgereden op het land, ontstaat er ammoniak (naast methaangas). Wanneer ammoniak neerslaat nabij natuurgebieden, ontstaat er verzuring: hier lijden verschillende habitattypen onder. Dit maakt dat het LPLG nadrukkelijk kijkt naar maatregelen gericht op de landbouw die zich nabij beschermde natuurgebieden bevindt. → Vooral het noordwesten van de regio kent een

grote dichtheid van veeteeltbedrijven: het gaat dan om het Peelgebied - waar vooral pluimvee wordt gehouden - en Weert, Nederweert en Leudal21. Ook de verwevenheid tussen deze bedrijven en andere ruimtelijke functies, zoals wonen, is groot. Functies liggen dicht bij elkaar, waardoor de impact op de luchtkwaliteit sterker wordt ervaren en er meer geuroverlast speelt. Bij vrijkomende stallucht ontstaan er endotoxinen, die bij omwonenden kunnen leiden tot luchtwegklachten en koortsachtige verschijnselen22. → In het kader van stikstofoplossingen speelt ook

rondom beken, nieuwe natuur en bosontwikeling. Hoewel er momenteel al verschillende aanvullende verdienopties beschikbaar zijn, waaronder de eco-regelingen uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), is de verwachting dat dit onvoldoende is in relatie tot de omvang van de extensiveringsopgave. In het LPLG en de daarbinnen lopende gebiedsprocessen wordt dan ook nagedacht over hoe deze ontwikkeling in Limburg vorm moet krijgen. → Het aandeel (blijvend) grasland dreigt door het

stoppen van (melk)veebedrijven te dalen ten gunste van akkerbouw en/of tuinbouw. Dit brengt mogelijk negatieve effecten met zich mee ten aanzien van grondwateronttrekking en de kwaliteit van het grondwater door bemesting en gewasbeschermingsmiddelen. → De samenhang tussen de landbouwopgave en

andere opgaven is sterk. Denk bijvoorbeeld aan de afhankelijkheid van de sector van water dat steeds schaarser wordt. Er vindt in Midden-Limburg relatief veel beregening plaats uit grondwater, waar het grondwaterpeil al jaren aan het dalen is. De kanalen fungeren als belangrijke wateraanvoerbron, maar worden ook steeds kwetsbaarder door vaker voorkomende perioden van droogte5. Maar ook de impact van het bodemgebruik door de landbouw op de waterkw aliteit in beken, natuurgebieden en grote wateren is evident.

de beweging naar extensivering een rol. Extensivering vergt grond, maar ook aanvullende verdienmogelijkheden voor de agrariërs. Daarnaast wordt er binnen het LPLG ingezet op het verlagen van de bemesting door buffergebieden in te richten

31

► INLEIDING

► SAMENVATTING

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

Agrarische sector belangrijke economische drager binnen de regio (20% regionale economie) en beheerder van het landschap.

Sterke verweving van de veehouderij met andere ruimtelijke functies (rond Peelgebied bovengemiddelde clustering van intensieve landbouwactiviteiten, m.n. pluimvee en varkens, in de gemeenten Weert, Nederweert en Leudal). Dit leidt tot impact fijnstof/geur op gezondheid.

VAB-opgave groeit, met name in veedichte gebieden.

Landbouw is sterk afhankelijk van grondwaterregime en beregening, met name de intensievere teelten.

Agrarisch mozaïek: grondgebonden landbouw en tuin- en akkerbouw sterk verweven.

32

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

3.5

RUIMTEVOLK

ENERGIE

→ De afgelopen jaren is via Regionale Energiestrate-

gieën (RES) gewerkt aan de nationale afspraak om in 2030 50% minder CO2 uit te stoten ten opzichte van 1990. Die afspraak is gemaakt om klimaatverandering af te remmen en de mondiale temperatuurstijging onder de 2 graden te houden. → Ook de regio Noord-Limburg, waar Midden-

Limburg een onderdeel van uitmaakt, stelde een RES op, en legde een bod neer voor het opwekken van 1,2 TWh duurzame energie in 2030, waarbij zowel naar de mogelijkheden voor zon als wind wordt gekeken. Dat komt neer op grofweg 60 tot 80 grote windmolens of 1400 - 1800 hectare zonneparken, wat leidt tot een forse ruimteclaim 23. In dit kader is het relevant om te benoemen dat eind 2023 tussen het Rijk, de provincies, waterschappen en gemeenten de afspraak is gemaakt

33

► INLEIDING

► SAMENVATTING

om niet langer zonneweides en -parken op landbouwen natuurgronden toe te staan 24.

nodig. Dit maakt dubbel ruimtegebruik juist bij de energieopgave van belang.

→ De jonge ontginningslandschappen in de

→ In de RES wordt ook ingegaan op de warmtetran-

gemeenten Weert, Nederweert en Leudal zijn het meest geschikt voor het opwekken van windenergie. Inmiddels hebben de verschillende gemeenten hun invulling van dit bod bepaald. Zo wordt er in de gemeente Nederweert voor gekozen om geen aanvullende ruimte te bieden voor grootschalige energieopwek. In verband met beperkingen langs de Maas hebben gemeenten die daarlangs gelegen zijn minder mogelijkheden voor windenergie. → De grootschalige opwek van duurzame energie

neemt niet alleen bovengronds, maar ook ondergronds ruimte in beslag: er zijn extra kabels, leidingen, transformatorhuisjes en knooppunten

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

sitie. De geologische bodemopbouw en de aanwezigheid van breuklijnen in de regio maken het gebied minder geschikt voor geothermie 23. Ook de kansen voor het benutten van restwarmte zijn beperkt, gezien de ligging van de regio ten opzichte van de grote industrie (denk aan Chemelot in Geleen). → De Clauscentrale van RWE in Maasbracht vormt

een belangrijk energieknooppunt, ook op landelijke schaal. In opdracht van de provincie, gemeente Maasgouw en RWE worden op dit moment verschillende toekomstrichtingen verkend voor de centrale zelf en de omgeving, zodat het terrein kan doorontwikkelen naar een toekomstbestendig energielandschap. Eén

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

van de gedachten is om de Delta Rhine Corridor aan te laten haken op de centrale. → De Delta Rhine Corridor is namelijk van nationaal

belang en biedt de mogelijkheid om de strategische en economische positie van Nederland te versterken. De corridor bestaat deels uit een reeds bestaand buisleidingennetwerk en deels dienen er nieuwe buisleidingen aangelegd te worden om waterstof en koolstofdioxide doorheen te transporteren. Koolstofdioxide wordt nu nog veelal bovengronds vervoerd, wat veiligheidsrisico’s met zich meebrengt. Het is nog niet volledig bekend wat de precieze ligging van de corridor zal zijn, wel is duidelijk dat het tracé een aantal natuurgebieden zal doorkruisen. Ook zal in een nader te bepalen zone rondom de corridor geen bebouwing mogelijk zijn.

34

► INLEIDING

► SAMENVATTING

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

Beleidsinventarisatie 2023 (door Ruimtevolk): Leudal: max. 17 windmolens, 100 ha. zon Roerdalen: 75 ha. zon tot 2030. Maasgouw: beperkte mogelijkheden, o.a. uitsluiting wind in winterbed Maas o.b.v. Rijksregels, sterke spreiding kernen, hoogspanningskabels, Natuurnetwerk Limburg. Roermond: vooral zon, mede vanwege ligging langs Maas minder mogelijkheden voor wind Weert: 1 windcluster, meerdere zon-clusters Nederweert: 1 windcluster, meerdere zon-clusters Echt-Susteren: 3 zoeklocaties voor wind, 5 voor zon. Overbelasting en schaarste op elektriciteitsnet.

Delta Corridor: knelpunt: tracé deels door N2000. Kans: mogelijk waterstofnetwerk door regio.

Maasplassen: mogelijk kansrijk zon-op-water.

Rockwool: grote warmtevrager.

Clauscentrale Maasbracht: potentieel energieknooppunt van bovenregionaal belang.

35

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

3.6

RUIMTEVOLK

STEDELIJK GEBIED

→ De regio is strategisch gunstig gelegen tussen

Brainport, de Vlaamse Ruit, Zuid-Limburg en het Ruhrgebied. De grote variatie aan transportassen door de regio - spoor, weg en water - heeft een sterke aantrekkingskracht op bedrijvigheid. Dit is goed te zien aan de concentratie bedrijventerreinen langs de A2. Tegelijkertijd vormt dit een opgave voor de regio: de verdozing van het landschap is sterk zichtbaar. De huidige vraag naar ruimte voor bedrijven kan niet meer gefaciliteerd worden door de regio. Met name in de gemeenten Echt-Susteren, Maasgouw en Nederweert is sprake van kwalitatieve tekorten aan bedrijfslocaties29. De mogelijkheden voor intensivering van bestaande terreinen wordt onderzocht door de Provincie. Daarnaast is er aandacht voor de verduurzaming van bestaande bedrijventerreinen, zowel gericht

36

► INLEIDING

► SAMENVATTING

op duurzame energieopwek, klimaatadaptiviteit als circulariteit. → Het economisch profiel van de regio is niet

eenduidig, er zijn grofweg zes regionale economieën te onderscheiden: een bloeiende maakindustrie - “wat in Brainport wordt bedacht, wordt in Midden-Limburg gemaakt” -, logistiek, bedrijvigheid (met name MKB), toerisme geënt op natuur en recreatie, handel (groothandel en detailhandel) en high-tech innovatieve landbouw. → Toerisme vormt daarbinnen een belangrijke

groeimarkt17. Dat is niet gek gezien de veelzijdigheid die de regio te bieden heeft: landschappen, natuur, water (Maasplassen, bekenlandschap) en erfgoed. De toerismevraag en het -aanbod zijn goed op

► CONTEXT EN KADERS

► ANALYSE

► SCENARIO’S

elkaar afgestemd, maar er zijn wel uitdagingen als het gaat om spreiding, toegankelijkheid, verduurzaming, het laten meeprofiteren van inwoners, het tegengaan van verrommeling en het terugdringen van middelmaat in het aanbod25. Het is wenselijk om meer in te zetten op een gemeenschappelijke verhaallijn. → The Big Five is een goed voorbeeld van één van

die verhaallijnen en het integraal benaderen van toerisme: de natuur fungeert hierin als inspiratiebron voor een gezonde leefomgeving, duurzaam ondernemerschap moet de norm zijn en een verbeterde ontsluiting wordt meegenomen. Daarbij wordt op Euregionaal niveau veel samenwerking gezocht met Duitsland en België. Wandelen en fietsen krijgen de hoogste prioriteit,

► GENEREUS LANDSCHAP

► TOEKOMSTPERSPECTIEF

► CONCLUSIES

TOEKOMSTPERSPECTIEF MIDDEN-LIMBURG

RUIMTEVOLK

maar ook water- en paardentoerisme, erfgoed, gastronomie en de oude industriegebieden bieden potentie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=7aef3bf2-4bbf-4adb-b07b-710892d819c6