25466-BIJLAGE 1 Deel A Jaarverslag 2020 efinitief.docx
Tekst van het document
Onderwerp in programmabegroting
Bestuurlijke vernieuwing en participatie Opstellen van procesplannen (per spoor) voor het realiseren van de actiepunten die zijn opgenomen in het raadsakkoord over bestuurlijke vernieuwing. Organiseren van "accountmanagement" voor burgerinitiatieven zodat deze initiatieven kunnen rekenen op een goede begeleiding binnen de gemeentelijke organisatie.
Paragraaf 3.5.1 Bestuurlijke vernieuwing
Rechtsorde, veiligheid en handhaving Bepalen van nieuwe beleidsprioriteiten binnen het op te stellen integraal veiligheidsplan (IVP) voor de periode 2019-2022.
Paragraaf 3.5.2 Veiligheidsbeleid Veiligheidsregio Limburg-Noord (VRLN)
Bestuurlijke samenwerking Verkennen hoe de instrumenten voor sturing en controle van verbonden partijen beter kunnen worden gebruikt.
Paragraaf 3.5.3 BsGW Sturing en controle verbonden partijen
Dienstverlening en communicatie Constant blijven zoeken naar mogelijkheden om de dienstverlening te verbeteren, met speciale aandacht voor de dienstverlening door MERdiensten.
Paragraaf 3.5.4 Leegstand gebouwen en fraudepreventie Routekaart website Social media en webcare
Organisatie, personeel en bedrijfsvoering Gevolgen van digitalisering, informatiebeveiliging en nieuwe privacyregelgeving voor gemeentelijke organisatie in beeld brengen. Doorontwikkeling van ambtelijke organisatie aan de hand van kernwaarden "Samen Doen met Lef".
Paragraaf 3.5.5 Zie paragraaf 5.5. Bedrijfsvoering
Financiële positie en belastingen
Paragraaf 3.5.4 Zie paragraaf 5.8 Lokale Heffingen.
55
3.5.1 Bestuurlijke vernieuwing en participatie Bestuurlijke vernieuwing Wat hebben we bereikt?
Wat hebben we ervoor gedaan?
Uitvoering bestuurlijke vernieuwing
In het kader van het spoor versterking lokale democratie was het de bedoeling dat in 2020 een pilot zou worden opgestart waarbij de relatie tussen college en raad en een dorpsraad centraal zou staan. In deze pilot zou het dorpsontwikkelingsplan Stevensweert concreet worden besproken waarbij alle actoren zouden worden betrokken. Echter vanwege corona heeft dit debat nog steeds niet kunnen plaatsvinden omdat het nu eenmaal nodig is om hiervoor fysiek bij elkaar te komen. Het is de bedoeling dat deze casus richting geeft aan het overleg tussen gemeente en dorps overleggen. Zodra hiervoor de mogelijkheden weer aanwezig zijn zal dit worden opgestart.
Wat heeft het gekost?
De gesprekken met de overige dorps overleggen zijn ingepland en waar mogelijk opgepakt. Een raadswerkgroep heeft zich ook gebogen over het procesplan uitvoering coalitieakkoord en de rol van de raad hierin. Per actiepunt is aangegeven welke rol de raad graag op zich wenst te nemen binnen de 27 actiepunten. Tour de Maasgouw. De raad wil graag nader kennismaken met diverse onderwerpen die spelen in onze gemeente. Hierbij is het de bedoeling dat de raad “on tour” gaat waarbij diverse activiteiten worden bezocht en waarbij kennis wordt gemaakt met de diverse actoren die deze activiteiten organiseren. In 2021 gaat de raad hiervoor drie maal op pad.
56
3.5.2 Rechtsorde, veiligheid en handhaving Veiligheidsbeleid Wat hebben we bereikt?
Wat hebben we ervoor gedaan?
Wat heeft het gekost?
Het Integraal Veiligheidsplan (IVP) is vastgesteld
Ieder jaar wordt gerapporteerd over de uitvoering in een raadsinformatiebrief.
Bijdrage RIEC € 11.925 Overige uitgaven IVP € 9.700
In het IVP zijn voor de komende jaren de prioritaire veiligheidsthema’s vastgesteld waar de gemeente de aanpak wil intensiveren met het doel hier ‘winst’ op te boeken. Het gaat om de volgende drie thema’s: 1. Overlast, geweld op het snijvlak van Zorg & Veiligheid 2. Ondermijnende/georganiseerde criminaliteit. 3. Vermogenscriminaliteit/woninginbraken/-overvallen Naast deze prioritaire thema’s worden in het IVP ook de ‘strategische thema’s’ vermeld. Deze thema’s zijn eveneens van strategisch belang maar de aanpak behoeft geen bijzondere doorontwikkeling of intensivering. Deze maken onderdeel uit van de reguliere bedrijfsvoering. Monitoring van het IVP is hierbij een continu proces. Jaarlijks wordt het IVP over de voorliggende periode geëvalueerd. Daarbij wordt gekeken naar de efficiëntie en effectiviteit van de maatregelen. Als de situatie daarom vraagt wordt de aanpak bijgesteld en kunnen er andere accenten worden gelegd. Met deze werkwijze is het mogelijk om in te spelen op actuele ontwikkelingen in de maatschappij. De prioritaire en de strategische thema’s komen terug in de terugkoppeling die als RIB naar de raad wordt verstuurd. Hierin wordt zichtbaar aan welke doelstellingen succesvol wordt gewerkt. Dit geeft op dit moment geen aanleiding om andere accenten te leggen.
57
Veiligheidsregio Limburg-Noord (VRLN) Wat hebben we bereikt?
Wat hebben we ervoor gedaan?
Wat heeft het gekost?
1.
GGD Limburg-Noord
Gemeentelijke bijdrage GGD € 767.200
In het kader van de corona-pandemie: er zijn teststraten opgezet, bron- en contactonderzoek heeft plaatsgevonden en de voorbereidingen voor grootschalige vaccinatie hebben hun beslag gekregen. Hiervoor ontving de GGD aparte financiering van het rijk. Op 8 juli heeft het algemeen bestuur van Veiligheidsregio Limburg-Noord het beleidsplan 2020-2023 vastgesteld. Het beleidsplan geeft de strategische kaders waarbinnen de drie primaire processen Crisisbeheersing, Brandweer en GGD ruimte hebben om zich te ontwikkelen en in te spelen op de veranderende omgeving. Samenwerking tussen JGZ GGD-LN en brandweerzorg LN bij vaccinatie van 5.000 jongeren tegen meningokokken Project ‘Nu niet zwanger’: ondersteunt kwetsbare mensen (Denk aan psychiatrische problematiek, verstandelijke beperking, verslaving, dakloosheid, loverboyproblematiek) bij een bewuste keuze te maken over het moment van hun kinderwens, zodat zij niet onbedoeld zwanger raken. Nieuwe initiatieven consultatiebureaus JGZ waaronder de pilot om het bewegen van jonge kinderen te stimuleren en het bevorderen van water drinken tijdens het 7 maandenconsult. Eerste versie ‘Bouwsteen gezondheid’. Deze bouwsteen (in ontwikkeling) is een hulpmiddel voor gemeenten om er voor te zorgen dat bij het inrichten van de omgeving gezondheid wordt meegenomen en afgewogen.
Er is adequaat ingespeeld op alle uitdagingen die de corona-pandemie met zich meebrengt. De publieke gezondheid is verder versterkt door onder andere meer risicogerichte JGZ Er is verder toegewerkt naar een (meer) toekomstbestendige brandweerzorg en het verbeteren van de risico- en crisisbeheersing.
2.
Brandweerzorg
Gemeentelijke bijdrage brandweerzorg € 1.640.400
58
Samenwerking tussen de GGD en crisisbeheersing bij de bestrijding van het Covid-19 virus. Eerste versie van de ‘Bouwsteen Veiligheid’. Deze bouwsteen (in ontwikkeling) is een hulpmiddel voor gemeenten om er voor te zorgen dat bij het inrichten van de omgeving veiligheid wordt meegenomen en afgewogen. Paraatheid en beschikbaarheid brandweer(vrijwilligers). Verkennend onderzoek. De conclusies en aanbevelingen van de Commissie brandweerzorg worden verder uitgewerkt waarbij ook de taakdifferentiatie wordt betrokken. Verdere ontwikkeling van het Veiligheid-Informatie Centrum (VIC) dat voorziet in hoe de Veiligheidsregio’s en de hulpdiensten meer inzicht krijgen in veiligheidsdata en hoe daarmee de veiligheid in Limburg kan verbeteren. Versterking natuur- en bosbrandbeheersing. o Samenwerking tussen Nederlandse en Duitse brandweer, gemeenten en terreinbeheerders van natuurgebieden is versterkt. o Schrijven van risicobeheersplannen met aanbevelingen voor natuurbrandbestrijding. o Geschikt maken van waterinname punten. Risk Factory. Vanaf januari 2020 opende de Risk Factory in Venlo of�cieel haar deuren voor senioren, zodat ook zij op een bijzondere manier (on)gezonde en (on)veilige situaties konden ervaren en beleven. De scenario’s voor ouderen zijn, in samenwerking met betrokken partners en KBO Limburg, inhoudelijk afgestemd op senioren.
Vaststelling Rampbestrijdingsplan Hoogwater Maas 20202023.
59
3.5.3 Bestuurlijke samenwerking Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) Wat hebben we bereikt? Een zo efficiënt en effectief mogelijk heffen en innen van gemeentelijke belastingen en WOZwaardebepaling.
Wat hebben we ervoor gedaan? BsGW heeft uitvoering gegeven aan de taken die in de begroting 2020 zijn afgesproken. Bij BsGW is het resultaat over 2020 € 2,092 miljoen negatief. Dit wordt voor een groot gedeelte veroorzaakt door de negatieve effecten als gevolg van COVID-19. Zie voor verdere informatie de paragraaf 5.9 Covid-19.
Wat heeft het gekost? Gemeentelijke bijdrage 2020 € 302.000. Extra bijdrage a.g.v. het negatieve resultaat 2020 € 35.034.
Voor een totaaloverzicht van bijdrages aan verbonden partijen wordt verwezen naar paragraaf 5.6.
3.5.4 Dienstverlening en communicatie Leegstand gebouwen en fraudepreventie Wat hebben we bereikt? Leegstandsbeheer voormalig gemeentehuis Heel:
Wat hebben we ervoor gedaan? In het voormalige gemeentehuis in Heel stond deICT infrastructuur van de gemeente Maasgouw. Deze infrastructuur is in 2020 verplaatst naar de centrale MER ICT voorziening. Deze verplaatsing heeft plaats gevonden voor de officiële verkoop van het pand en heeft € 0 gekost.
Wat heeft het gekost? n.v.t.
Leegstandsbeheer gecontinueerd in 2020
In 2020 zijn er kosten gemaakt, gerelateerd aan leegstandsbeheer. Te denken valt aan energiekosten, onderhoudskosten, alarmering en verzekering.
€ 21.500
Verbeteren dienstverlening: Fraude preventie is verder doorontwikkeld.
In 2020 is een nieuwe paspoortvernietiger aangeschaft en is een onderhoudscontract afgesloten op de bestaande documentenscanner.
€ 4.500
Opleiding medewerker telefooncentrale.
In 2020 zouden de medewerkers van het call center een cursus volgen: Totta speech analytics (slimmer luisteren naar klanten). Door omstandigheden (o.a. Corona) is dit niet door gegaan.
n.v.t.
60
Verbetering gemeentelijke website (routekaart) Wat hebben we bereikt?
Wat hebben we ervoor gedaan?
Wat heeft het gekost?
Website in uitvoering
Voor de uitvoering van de nieuwe website/digitale toegankelijkheid is een bedrag van € 110.500 in de begroting opgenomen. De aanvang van de werkzaamheden is in november 2020 opgestart.
€ 4.500
De opdracht voor de uitvoering van de nieuwe website is in november verleend. De verwachting is dat we op 1 oktober 2021 een vernieuwde website in de lucht hebben. De uitgaven zullen daarom voornamelijk in 2021 plaatsvinden. Het overschot van € 106.000 dient via budgetoverheveling overgezet te worden naar 2021.
Social media & webcare Wat hebben we bereikt?
Wat hebben we ervoor gedaan?
Wat heeft het gekost?
Verbetering dienstverlening social media en webcare
De formatie voor het beheren van social media is uitgebreid met 0,5 fte per 1 september 2020.
€ 30.000
3.5.5 Organisatie, personeel & bedrijfsvoering De tot dit subprogramma behorende aangelegenheden zijn opgenomen in de paragraaf Bedrijfsvoering.
3.5.6 Financiële positie en belastingen De tot dit subprogramma behorende aangelegenheden zijn opgenomen in de paragraaf Lokale heffingen.
61
Totaaloverzicht Lasten en Baten Programma Gemeentebestuur en organisatie Nr. Omschrijving taakveld
Primitieve raming 2020
Raming na wijziging 2020
Realisatie
1.195.766
1.272.491
1.462.643
-190.152
551.655
479.167
437.552
41.615
1.1 Crisisbeheersing en Brandweer
1.749.984
1.735.267
1.745.648
-10.381
1.2 Openbare orde en Veiligheid
126.321
452.434
106.218
346.216
2.1 Verkeer, wegen en water
20.941
20.941
20.800
141
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
20.000
28.000
24.707
3.293
7.5 Begraafplaatsen
107.460
109.161
114.737
-5.576
Totaal lasten
3.772.127
4.097.461
3.912.305
185.156
0 260.255
12.228
12.228
0.2 Burgerzaken
0 445.463
239.271
-20.984
1.1 Crisisbeheersing en Brandweer
95.032
95.032
104.675
9.643
1.2 Openbare orde en Veiligheid
20.660
52.560
15.746
-36.814
7.5 Begraafplaatsen
83.054
83.054
99.812
16.758
644.209 -3.127.918
490.901 -3.606.560
471.732 -3.440.573
-19.169 165.987
Primitieve raming 2020
Raming na wijziging 2020
Realisatie
Verschil raming -/realisatie 2020
0 36.812
0 -30.571
36.812
-30.571
-3.539.177 -3.403.761
135.416
Lasten 0.1 Bestuur 0.2 Burgerzaken
Baten 0.1 Bestuur
Totaal baten Totaal saldo van baten en lasten
2020
Verschil raming -/realisatie 2020
Mutaties reserves
Lasten
0
Baten
26958
0 67.383
Saldo
26.958
67.383
Resultaat Progr. Gemeentebest. en organisatie
-3.100.960
2020
62
Verklaring saldo programma Gemeentebestuur en organisatie Kapitaallasten
0
Reserves
0
Verschillen > € 25.000
Storting in pensioenvoorziening wethouders Maatregelen Corona crisis (saldo overheveling naar 2021)
Verschillen > € 5.000 en < € 25.000
Diversen Digitale explosievenopruimingskaart (saldo overheveling naar 2021)
Verschillen < € 5.000
Totaal
-202.900 300.600
11.700 12.600
13.400
135.400
Toelichting verschillen > € 25.000 Storting voorziening pensioen wethouders incidenteel nadeel €202.900 De jaarlijkse pensioen aangroei voor de (gewezen) wethouders is door een extern bureau berekend. Jaarlijks geeft dit een incidenteel verschil. De rekenrente, AOW leeftijd en levensverwachting worden jaarlijks geactualiseerd. Dit betekent dat € 202.900 dient te worden bijgestort in de voorziening om aan de pensioenverplichtingen te kunnen voldoen voor alle pensioengerechtigden. Mocht de rekenrente in de toekomst weer stijgen dan zal de voorziening worden aangepast tot het dan benodigde niveau met mogelijke vrijval van deze voorziening. Maatregelen coronacrisis Zie voor een uitgebreide toelichting paragraaf 5.9 Covid-19
incidenteel voordeel €300.600
Overige toelichtingen Dienstverlening Met name op gebied van de dienstverleningsvisie en de klantreizen is er vertraging opgelopen omdat wij dit nu MER breed hebben opgepakt. De visie is in mei 2020 vastgesteld en het verkrijgen van de opdracht om de verschillende onderliggende projecten vanuit deze visie op te pakken ligt nu ter besluitvorming. Met de uitvoering van deze projecten zullen nog kosten voor Maasgouw gemaakt worden. Voorgesteld wordt het onbestede budget van € 30.570 beschikbaar te houden in de Algemene Reserve ten behoeve van voorzetting van dit project in 2021. Opstellen explosieven opruimingskaart incidenteel voordeel € 12.600 Aan een extern bureau is opdracht gegeven om een digitale explosieven opruimingskaart te vervaardigen. Deze is opdracht is in uitvoering en zal in 2021 afgerond worden. Het restant budget van € 12.600 over te hevelen naar 2021 via saldo bestemming.
63
Beleidsindicatoren Programma Gemeentebestuur en organisatie Taakveld
Naam indicator
Eenheid Vorige Waarde Periode Waarde periode
0. Bestuur en ondersteuning
Formatie
Fte per 1.000 inwoners
2019
4,5
2020
0. Bestuur en ondersteuning
Bezetting
2019
4,8
2020
0. Bestuur en ondersteuning
Apparaatskosten
Fte per 1.000 inwoners Kosten per inwoner
2019
€ 381
2020
0. Bestuur en ondersteuning
Externe inhuur
2019
10,2%
2020
0. Bestuur en ondersteuning
Overhead
Kosten % van totale loonsom + totale kosten inhuur extern % van totale lasten
2019
13%
2020
15%
1. Veiligheid
Verwijzingen Halt
per 10.000 inwoners Winkeldiefstallen aantal per 1.000 inwoners Geweldsmisdrijven aantal per 1.000 inwoners
2018
75
2019
71
2018
0,6
2019
0,8
2018
3,0
2019
3,0
Diefstallen uit woning
2018
3,4
2019
3,0
2018
3,6
2019
4,2
2015
0,66
2019
0
1. Veiligheid
1. Veiligheid
1. Veiligheid
aantal per 1.000 inwoners 1. Veiligheid Vernielingen en aantal per beschadigingen (in 1.000 de openbare inwoners ruimte) 6. Sociaal domein Jongeren met een % delict voor de rechter
Toelichting
4,7
De toegestane formatie in fte van het ambtelijk apparaat van uw organisatie voor het begrotingsjaar op peildatum 1 januari. 4,8 Het werkelijk aantal fte dat per 5 september 2019 werkzaam was voor de gemeente. € 424 Apparaatskosten zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (salarissen), organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken. 9,1% Hieronder valt niet: -alle vormen waarin een product of opdracht compleet in de markt wordt gezet; inhuur van deskundigheid voor de uitoefening van wettelijke taken zoals bijvoorbeeld tolken. Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Het aantal verwijzingen Halt per 10.000 inwoners van 12 tot 18 jaar. Het aantal winkeldiefstallen per 1.000 inwoners. Het aantal geweldsmisdrijven. Voorbeelden van geweldsmisdrijven zijn seksuele misdrijven, levensdelicten zoals moord en doodslag en dood en lichamelijk letsel door schuld (bedreiging, mishandeling, etc.). Het aantal diefstallen uit woningen, per 1.000 inwoners. Hieronder vallen brandstichting, alle vormen van vernieling en misdrijven tegen de openbare orde, per 1.000 inwoners. Het percentage jongeren (12-21 jaar) dat met een delict voor de rechter is verschenen.
64
4. Financiële overzichten 4.1
Overzicht programma algemene dekkingsmiddelen
Nr. Omschrijving taakveld
Primitieve raming 2020
Raming na wijziging 2020
Realisatie
Lasten 0.5 Treasury 0.61 OZB woningen 0.64 Belastingen Overig
660.059 133.953 3.000
765.559 185.003 3.000
515.691 194.550 170.536
249.868 -9.547 -167.536
Totaal lasten
797.012
953.562
880.778
72.784
Baten 0.5 Treasury 1.512.140 0.61 OZB woningen 2.620.475 0.62 OZB niet-woningen 1.329.525 0.64 Belastingen Overig 142.424 0.7 Algemene uitkering en ov. uitkeringen Gem.fonds 34.942.067 3.4 Economische promotie 370.000
1.469.543 2.620.475 1.640.500 142.424 36.482.080 370.000
1.535.370 2.665.368 1.653.919 138.085 36.520.171 410.911
65.827 44.893 13.419 -4.339 38.091 40.911
40.916.631 40.119.619
42.725.022 41.771.460
42.923.824 42.043.046
198.802 271.586
Primitieve raming 2020
Raming na wijziging 2020
Realisatie
Verschil raming -/realisatie 2020
0
48.303
48.303
-0
0
44.400
24.400
-20.000
-3.903
-23.903
-20.000
40.119.619 41.767.557 42.019.143
251.586
Totaal baten Totaal saldo van baten en lasten
2020
Verschil raming -/realisatie 2020
Mutaties reserves
Lasten Baten
Saldo
Resultaat Progr. Alg. dekkingsmiddelen
2020
Voor een inhoudelijke toelichting wordt verwezen naar de paragraaf financiering en de paragraaf Lokale heffingen.
65
Verklaring saldo programma Algemene dekkingsmiddelen Kapitaallasten
0
Reserves
0
Verschillen > € 25.000
Dividend / deelneming Enexis Werkelijk betaalde rente Baten OZB eigenaren woningen Werkelijke oninbare debiteuren tlv exploitatie Vorming voorziening 'Oninbare debiteuren' Algemene Uitkering Gemeentefonds Baten toeristenbelasting
55.600 250.700 44.900 -107.400 -59.200 38.000 42.000
Verschillen > € 5.000 en < € 25.000
Diversen
-14.800
Verschillen < € 5.000
Totaal
1.800
251.600
Toelichting verschillen > € 25.000 Deelneming Enexis incidenteel voordeel € 55.600 Door de Splitsingswet bezit de gemeente Maasgouw aandelen in Enexis als rechtsopvolger van Essent. Jaarlijks is een dividend van € 593.350 geraamd op grond van het aandelenbezit. Het werkelijk ontvangen dividend over 2020 bedraagt € 648.900. De inkomsten zijn incidenteel € 55.600 hoger dan begroot. Actualisatie rentekosten incidenteel voordeel € 250.700 In de primitieve begroting 2020 (pagina 101) is reeds rekening gehouden met € 158.000 aan lagere rentelasten. Dit op basis van inschatting van de renteontwikkeling was voor het jaar 2020 1,5 % aangehouden als rentepercentage voor totaal financiering met langlopende geldleningen. In de meerjarenbegroting 20192022 was namelijk 2,5% voor de berekening van de rentekosten aangehouden. In de primitieve begroting 2020 is dit reeds bijgesteld naar 1,5 %. Echter door in het hele jaar 2020 maximaal gebruik te maken van kasgeldfinanciering met negatieve rentepercentages (een baat) is een aanvullend voordeel van € 250.700. OZB woningen incidenteel voordeel € 44.900 In 2020 is er een totaal bedrag aan OZB woningen van € 2.665.400 geïnd. Het begrote bedrag was € 2.620.475. Het voordeel afgerond bedraagt dan ook € 45.000, dit is een afwijking van 1,7% ten opzichte van de begroting.
Het verschil zit met name in de areaaluitbreiding die bij het vaststellen van de begroting nog op basis van een inschatting is meegenomen. Oninbaar verklaarde debiteuren BsGW incidenteel nadeel € 166.600 In 2020 heeft er een inhaalslag plaatsgevonden bij BsGW en zijn debiteuren oninbaar verklaard voor de jaren 2016 t/m 2019. Dit heeft tot gevolg dat er een extra bedrag ten laste van de exploitatie moet worden gebracht van afgerond € 107.400. Voor het jaar 2020 gaan wij ook een voorziening vormen voor de debiteuren 2020 die naar schatting in 2021 oninbaar worden verklaard voor een bedrag van € 59.200. Voor de jaren daarna zal er 66
een jaarlijkse dotatie van € 40.000 aan deze voorziening nodig zijn. Dit wordt in de 1e Programmarapportage 2021 meegenomen. Algemene uitkering Ontwikkeling algemene uitkering gemeentefonds incidenteel voordeel € 38.000 Op basis van de Septembercirculaire 2020 hebben we de algemene uitkering vanuit het Rijk begroot op een bedrag van € 36.482.000. Dit is onderverdeeld in drie bedragen, algemeen deel € 32.235.800, Sociaal domein € 3.732.200 en een coronadeel van € 514.000. Echter in de Decembercirculaire 2020 heeft het Rijk nog extra middelen beschikbaar gesteld voor o.a. corona. Deze bijstellingen hebben we niet meer in de begroting kunnen verwerken. Door positieve afrekeningen uit de jaren 2018 en 2019 is er in totaliteit een positief saldo van € 38.100. De extra ontvangen coronamiddelen (hoofdzakelijk voor sociale domein) in de decembercirculaire in te zetten in 2021 ter verdere uitvoering van beleid. Dit bij de bestemming van het jaarrekening saldo 2020 voor een bedrag van € 75.800. Voor een aantal compensatiemaatregelen m.b.t. corona is in de decembercirculaire geen exacte verdeling per gemeente opgenomen omdat voor het bepalen van de definitieve compensatie van de inkomstenderving over 2020 de afspraak geldt dat dit in 2021 gebeurt op basis van de vastgestelde jaarrekeningcijfers 2020.
Het gaat om de volgende compensatiemaatregelen: - Compensatie inkomstenderving na 1 juni. - Extra beschikbaar voor Inkomstenderving. - Afvalinzameling. - Zwembaden en ijsbanen. - Verlenging steun sportverenigingen. Deze compensatiemaatregelen zijn niet meegenomen in de jaarrekening van 2020 maar worden verantwoord in de inkomsten van 2021. Toeristenbelasting incidenteel voordeel € 42.000 Tot en met 2019 werd er jaarlijks achteraf de aanslag toeristenbelasting opgelegd. In 2019 was de verwachting dat de gemeente een bedrag van € 210.000 zou innen. Echter bij de afrekening die in 2020 heeft plaatsgevonden, zijn de werkelijke inkomsten over 2019 € 243.000. De meer inkomsten uit 2019 van € 33.000 worden als voordeel verantwoord in 2020. Vanaf 2020 wordt er per kwartaal een aanslag gestuurd. De verwachte inkomsten over de laatste 2 kwartalen 2020 die de gemeente nog moet ontvangen zijn € 112.000. Hiermee komt het totale bedrag aan geïnde (water)toeristenbelasting over 2020 op € 229.000. In de begroting van 2020 is rekening gehouden met een begroot bedrag van € 220.000 Het voordeel over 2020 bedraagt dan ook € 9.000.
67
68
4.2
Overzicht programma overhead
Nr. Omschrijving taakveld
Primitieve raming 2020
Raming na wijziging 2020
Realisatie
9.540.645
10.459.077
9.908.391
550.686
9.540.645
10.459.077
9.908.391
550.686
258.300
348.100
370.752
22.652
258.300 -9.282.345
348.100 -10.110.977
370.752 -9.537.639
22.652 573.338
Primitieve raming 2020
Raming na wijziging 2020
Realisatie
Verschil raming -/realisatie 2020
Baten
0 545.967
0 692.698
0 537.198
0 -155.500
Saldo
545.967
692.698
537.198
-155.500
-9.418.279 -9.000.441
417.838
Lasten 0.4 Ondersteuning organisatie
Totaal lasten Baten 0.4 Ondersteuning organisatie
Totaal baten Totaal saldo van baten en lasten
2020
Verschil raming -/realisatie 2020
Mutaties reserves
Lasten
Resultaat Programma Overhead
-8.736.378
2020
69
Verklaring saldo programma Overhead Kapitaallasten
0
Reserves Verschillen > € 25.000
Verschillen > € 5.000 en < € 25.000
Verschillen < € 5.000
Totaal
-14.100 MER Bedrijfsvoering (bijdrage GR) Overige personeelskosten Maasgouwnieuws (advertenties) Global Goals (saldo overheveling naar 2021) ICT onderhoud software Digitale toegankelijkheid website (saldo overheveling naar 2021)
165.500 -63.100 29.200 30.000
Diversen Inrichten Ondernemersdatabase (saldo overheveling naar 2021)
117.400 14.500
26.100 106.000
6.300
417.800
Toelichting verschillen > € 25.000 MER Bedrijfsvoering incidenteel voordeel € 165.500 Het voorlopige resultaat van het programma Bedrijfsvoering voor de gemeente Maasgouw is positief. Dit komt voort uit een aantal zaken. Op de loonkosten is er sprake van lagere lasten met name veroorzaakt door stagnatie (wegens corona) in de organisatieontwikkeling. (minder opleidingen en uitstel van ontwikkelingen zoals het herontwerp van processen). Er is een voordeel op de ICT budgetten, vooral bij de onderdelen ‘programmatuur’ en ‘telefonie’. Bij programmatuur is dit vooral veroorzaakt door het uitstel van de invoering van de nieuwe omgevingswet. Kosten voor aanschaf en implementatie van de bijbehorende software in 2020 zijn slechts gedeeltelijk gemaakt en schuiven door naar een later moment. Verder zijn in 2020 efficiencyvoordelen behaald door de gezamenlijke aanschaf van software, waaronder de kosten van licenties van Microsoft. Daarnaast is in 2020 ook het effect zichtbaar geworden van het goed invullen van de functie van applicatiebeheer. Er is een veel lager beroep gedaan op externe inhuur bij softwareleveranciers dan voorheen, doordat eigen medewerkers over meer kennis beschikken en daardoor werkzaamheden zelf uit kunnen voeren. Voor wat betreft telefonie is er een voordeel omdat in de begroting geen rekening gehouden is met de eigen bijdragen van de medewerkers voor toestellen.
Deze inkomsten kwamen voorheen bij de gemeenten terecht terwijl de lasten bij SC MER liggen. Daarnaast zijn in 2020 uitgaven voor vervanging van smartphones gedaan, die pas vanaf 2021 tot uitdrukking komen in hogere leasekosten. Overige personeelskosten incidenteel nadeel € 63.100 Dit incidentele verschil in de paragraaf bedrijfsvoering bij de overige personeelskosten toegelicht. Maasgouwnieuws incidenteel voordeel € 29.200 In verband met het faillissement is het Maasgouwnieuws niet verstrekt. Er wordt per 1 april 2021 weer een nieuwsblad verstrekt aan de inwoners waardoor dit structurele budget weer is benodigd. Hierdoor is er voor 2020 een incidenteel voordeel van € 29.200. Global Goals
incidenteel voordeel € 30.000
70
In de 2e prorap 2020 is medegedeeld dat als gevolg van het feit dat het Maasgouwnieuws niet meer verschijnt een bedrag van € 30.000 van het structurele budget resteerde. Omdat er voor de uitvoering van communicatie van de Global Goals geen budget voorhanden was is besloten om dit bedrag te reserveren voor dit doel. Er is opdracht verstrekt aan een bureau voor de communicatieve begeleiding van de Global Goals. Dit betreft de 1e fase van de begeleiding waarmee een bedrag van € 15.000 is gemoeid. Voor de 2e fase is nog ongeveer eenzelfde bedrag benodigd. Het overschot van € 30.000 dient via budgetoverheveling overgezet te worden naar 2021. ICT incidenteel voordeel € 26.100 In de Financiële foto 2020 is een bedrag van € 8.500 incidenteel begroot voor de verhuizing van de ICT infrastructuur in het voormalig gemeentehuis Heel. De verhuizing heeft plaats gevonden voordat het pand verkocht is. Er zijn daardoor geen kosten gemaakt. Er is een structureel overschot ontstaan van € 8.500 omdat er vanaf 2020 niet meer gewerkt wordt met het tijdschrijfprogramma TIM. In de 1e Prorap 2021 zal dit budget structureel worden afgeraamd. In 2020 is iBabs organisatie breed ingevoerd. Hiervoor was een bedrag van € 10.000 incidenteel opgenomen. De daadwerkelijke totale kosten voor 2020 bedragen € 8.000. Een aantal zaken zijn uitgesteld omdat het niet te plannen was in 2020. O.a.
geen migratie Oracle in 2020, deze gaat in 2021 plaats vinden. Hierdoor is er een incidenteel voordeel van € 7.000. Digitale toegankelijkheid website incidenteel voordeel € 106.000 Zie beleidsmatige toelichting 3.5.4 dienstverlening en communicatie, onderdeel verbetering gemeentelijke website. Overige toelichtingen Ondernemers database incidenteel voordeel € 14.500 In 2020 is een start gemaakt met het inrichten van een ondernemers database. Dit loopt door naar 2021. Het niet bestede budget van € 14.500 over te zetten naar 2021 via saldobestemming. Inhuur tijdelijk personeel incidenteel voordeel € 19.100 De inhuur van tijdelijk personeel op dit programma overhead heeft een voordeel van € 19.100. Op het programma 2 Woon en leefomgeving is er een voordeel op inhuurkosten van € 20.000. In totaal op de gehele begroting is er een voordeel van € 39.100 op inhuur. Zie de paragraaf bedrijfsvoering. Uitvoering Mediaplan Voor de uitvoering van het mediaplan is in 2018 een bedrag van € 35.000 gevoteerd. Dit bedrag was met name benodigd voor de ontwikkeling van het mediaplan en de hierbij behorende ict implementatie. Omdat deze werkzaamheden verband houden met de ontwikkeling van de nieuwe website is besloten om beide ontwikkelingen (mediaplan en website) te combineren. Van het budget van €35.000 resteert een bedrag van €29.500.
Voorgesteld wordt om het onbestede budget van €29.500 beschikbaar te houden in de Algemene reserve ten behoeve van de vernieuwing van de website en uitvoering mediaplan.
71
72
4.3
Overzicht programma vennootschapsbelasting
Nr. Omschrijving taakveld
Lasten 0.9 Vennootschapsbelasting
Primitieve raming 2020
Raming na wijziging 2020
0
Totaal lasten Baten 0.9 Vennootschapsbelasting
Totaal baten Totaal saldo van baten en lasten
Realisatie
Verschil raming -/realisatie 2020
2020
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0 0
0 0
0 0
0 0
Mutaties reserves
Primitieve raming 2020 Lasten
Raming na wijziging 2020
Realisatie
Verschil raming -/realisatie 2020
2020
0
0 0
Saldo
0
0
0
0
Resultaat Progr. Vennootschapsbelasting
0
0
0
0
Baten
0 0
Met ingang van 1 januari 2016 zijn overheidsondernemingen, zoals gemeenten, provincies en waterschappen, belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. In 2016 zijn voor het eerst de activiteiten van de gemeente geclusterd voor de vennootschapsbelasting. De meest risicovolle clusters zijn nader onderzocht. Vastgesteld is dat de diverse clusters niet door de ondernemingspoort komen. Bijzondere aandacht is besteed aan het cluster grondexploitatie. In samenwerking met een extern adviesbureau zijn de grondexploitaties 2016 tot en met 2018 fiscaal doorgelicht. Hieruit is gebleken dat de grondexploitaties volgens de huidige inzichten niet voldoen aan de ondernemingstoets en derhalve niet vpb-plichtig zijn. Dit heeft ertoe geleid dat er over de jaren 2016 tot en met 2018 nihil aangiften zijn gedaan voor de vennootschapsbelasting. Inmiddels is van de belastingdienst bericht ontvangen dat er over voornoemde jaren geen aanslag wordt opgelegd. Tevens is aangegeven dat de gemeente geen aangifte vpb over het jaar 2019 en verder hoeft in te dienen, tenzij sprake is van veranderde omstandigheden. Medio 2020 is de fiscale positie van de grondexploitaties opnieuw in beeld gebracht. Ook hieruit is gebleken dat de gemeentelijke grondexploitaties niet door de ondernemingspoort komen en derhalve niet belast zijn met vennootschapsbelasting.
73
4.4
Overzicht programma onvoorzien
Nr. Omschrijving taakveld
Lasten 0.8 Overige baten en lasten
Totaal lasten
Primitieve raming 2020
Raming na wijziging 2020
Realisatie
-13.378
0
3.040
-3.040
-13.378
0
3.040
-3.040
0
0
0
0
13.378
0
0 -3.040
0 -3.040
Primitieve raming 2020
Raming na wijziging 2020
Realisatie
Verschil raming -/realisatie 2020
Baten 0.8 Overige baten en lasten
Totaal baten Totaal saldo van baten en lasten
Verschil raming -/realisatie 2020
2020
Mutaties reserves
Lasten
0
Baten
0
Saldo
Resultaat Programma onvoorzien
13.378
2020
1.169.582
0 1.169.582
0 0
1.169.582
1.169.582
0
1.169.582
1.166.542
-3.040
Verklaring saldo programma onvoorzien Kapitaallasten
0
Reserves
0
Verschillen > € 25.000
0
Verschillen > € 5.000 en < € 25.000
0
Verschillen < € 5.000
-3.000
Totaal
-3.000
74
5. Paragrafen inzake de financiële positie 5.1
Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de paragrafen opgenomen waarin de beleidslijnen zijn vastgelegd voor ‘beheersmatige aspecten’. Het doel van deze paragrafen is om onderwerpen die verspreid in de jaarrekening staan, gebundeld weer te geven. Het gaat om de verplichte paragrafen: weerstandsvermogen en risicobeheersing, onderhoud kapitaalgoederen, financiering, bedrijfsvoering, verbonden partijen, grondbeleid en lokale heffingen. Daarnaast is in deze jaarrekening een extra paragraaf Covid-19 opgenomen. De coronapandemie heeft namelijk invloed op nagenoeg alle beleidsvelden, waardoor op basis van toevoeging van deze paragraaf een totaalinzicht wordt gegeven in de beleidseffecten en een verantwoording van de bijbehorende geldstromen.
75
5.2
Weerstandsvermogen & risicobeheersing
Inleiding
In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing stellen we vast of de financiële positie van Maasgouw robuust genoeg is om onvoorziene tegenvallers op te vangen. Om dat te bepalen zijn twee componenten belangrijk: 1. De risico’s die we als gemeente lopen. Een aantal risico’s zijn afgedekt door verzekeringen af te sluiten en door samen te werken met andere partijen (risicodeling). De risico’s die niet te verzekeren zijn of verbonden zijn aan de maatschappelijke doelen die we als Maasgouw willen realiseren, moeten we in kaart brengen, proberen te verkleinen en goed bewaken. 2. De ‘weerstandscapaciteit’ (buffer) die er is om de resterende risico’s op te vangen. De weerstandscapaciteit zijn de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om deze niet begrote risico’s te ondervangen. Deze twee begrippen geven in essentie het begrip ‘risicomanagement’ weer. Een aantal risico’s dekken we af met beheersmaatregelen. Voor de overblijvende risico’s geven we inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om de financiële en niet-financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Ook geven we inzicht in de financiële buffer die we daarvoor nodig en beschikbaar hebben. De paragraaf is als volgt opgebouwd: eerst gaan we in op het bestaand beleid rondom weerstands-vermogen; daarna wordt de weerstandscapaciteit geïnventariseerd en dan komen de risico’s aan bod.
Op basis hiervan wordt de weerstandsratio bepaald.
Beleid
In april 2016 heeft de raad de beleidsnota Risicomanagement & Weerstandsvermogen 2016-2019 (verder Nota R&W) vastgesteld. In de Nota R&W zijn o.a. kaders gesteld met betrekking tot: te onderkennen risico’s (alleen negatieve, financieel kwantificeerbare risico’s onderkennen) rapportage van risico’s in de P&C-documenten (alleen risico’s met een score >10 o.b.v. kans x impact). Daarbij richten we ons niet alleen op de risicosignalering van de interne organisatie, maar ook van de risico’s bij onze verbonden partijen. berekening van de incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Daarbij wordt de incidentele weerstandscapaciteit vanaf nu berekend exclusief stille reserves. Voor de structurele weerstands-capaciteit wordt de onbenutte belastingcapaciteit bepaald op basis van een belastingverhoging van maximaal 16%. Het onderscheiden van een incidentele en een structurele weerstandsratio. Zowel voor de incidentele als voor de structurele variant wordt een ratio nagestreefd van tenminste 4, waarbij we een signaleringsfunctie inbouwen vanaf 8. In de raad van 23 februari 2021 is de beleidsnota R&W 2021-2024 vastgesteld die per 2021 van kracht is. Dit betekent dus ook dat gehanteerde normen van de Nota R&W 2016-2019 als toetsingskader in deze jaarrekening 2020 worden gehanteerd.
76
Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit
Het is relevant om onderscheid te maken tussen incidenteel weerstandsvermogen dat beschikbaar is (voor incidentele tegenvallers op te vangen) en weerstandsvermogen met een structureel karakter. Uit de tabellen is te herleiden uit welke componenten dat de incidentele en structurele weerstandscapaciteit zijn opgebouwd. Onderdelen incidentele Weerstandscapaciteit
Omschrijving
Algemene reserve Vrij aanwendbare deel
Dit zijn vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken. Algemene reserve per 31-12-2020 exclusief bestaande claims.
Bestemmingsreserves Vrij aanwendbare deel
Dit zijn reserves waaraan de gemeenteraad een bepaalde bestemming heeft gegeven en waarvan de bestemming nog kan wijzigen. Dit heeft dan wel gevolgen voor het budget en de financiering. Concreet betreft het saldo in hoofdzaak de reserve Ontwikkelbedrijf per 31-12-2020.
Totaal incidentele weerstandscapaciteit Onderdelen structurele Weerstandscapaciteit
Omschrijving
Begrotingsruimte
Dit is de ruimte die ombuigingen op de korte (en lange) termijn mogelijk maakt (jaarschijf 2023 meerjarenbegroting 2021-2024). Per 7 april 2021 is het begrotingssaldo in 2023 € 189.000. In de voorliggende jaren is dit bedrag hoger, maar deze ruimte is niet meerjarig structureel beschikbaar. In het structurele begrotingssaldo 2023 is tevens een taakstelling heroverweging bestaand beleid van € 100.000 structureel opgenomen. De feitelijke begrotingsruimte bedraagt derhalve € 89.000. Deze post creëren we om middelen te hebben om nieuwe beleidsinitiatieven (incidenteel of structureel) te bekostigen of om onvoorzienbare, onontkoombare, onuitstelbare tegenvallers op te vangen. Voor incidentele uitgaven is € 25.000 beschikbaar. Dit zijn inkomsten die nog niet gemaximeerd of kostendekkend zijn. De tarieven voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn al kostendekkend. Dit betreft alleen de onroerende zaakbelastingen. In de huidige meerjarenramingen is al verwerkt dat de ozb-opbrengst woningen eigenaar jaarlijks met 2,5% wordt verhoogd. O.b.v. het gehanteerde beleidskader in de nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2016-2019 hanteren we voor berekening van de onbenutte belastingcapaciteit een verdere ozb-belastingverhoging van 16%. De ozb-opbrengst 2021 is geraamd op € 4.360.000.
Onvoorziene uitgaven
Onbenutte belastingcapaciteit
€ 18.165.000
3.210.000
21.375.000
€
Totaal structurele weerstandscapaciteit
89.000
25.000
698.000
812.000
77
Inventarisatie risico’s
Een risico is de kans dat een gebeurtenis optreedt, met een (negatief) gevolg voor de betrokkene. We onderscheiden de volgende soorten risico’s: Risicocategorieën 1. Budgettaire risico’s; dit zijn risico’s die o.a. voortvloeien uit het eigen beleid, uit het beleid van een hogere overheid of uit samenwerking met andere instanties. 2. Risico’s op eigendommen; dit zijn bijvoorbeeld risico’s als ontvreemding, schade door brand, storm en water, maar ook risico’s die voortvloeien uit niet bijgestelde onderhouds- en beheerplannen. 3. Risico’s die samenhangen met de bedrijfsvoering; hiermee bedoelen we de informatievoorziening, de administratieve organisatie en de interne controle. 4. Overige risico’s; dit zijn risico’s als imago, politiek, strategie, veiligheid, aansprakelijkheid-stelling, milieu en Arbo.
In de Nota R&W is als kader gesteld om alleen financiële negatieve risico’s te kwantificeren; het betreft de risico’s uit categorie 1 van bovenstaand overzicht. Kwantificering wordt toegepast door de kans te vermenigvuldigen met de financiële impact. Enkele uitgangspunten bij de inventarisatie van risico’s We pretenderen niet volledig te zijn. Het is van belang om de belangrijke risico’s te signaleren, deze proberen te verminderen en te monitoren. Risico’s kunnen een belangrijk afwegingscriterium zijn om tot een goed besluit te komen. De financiële risico’s zijn geclassificeerd. Daarnaast worden een aantal kans-klassen onderscheiden om gradaties aan te brengen in risico’s. In beleidskader 3 van de nota R&W is op basis van kans x risico een risicomatrix opgesteld. Deze ziet er als volgt uit: Risico in € Kans 5 4 3 2 1
Zeer groot Groot 50/50 Klein Zeer klein
80–99 % 60-80 % 40–60 % 20–40 % 1–20 %
1
2
3
4
5
x< €25.000
€ 25.000 < x > €100.000
€ 100.000 < x > €500.000
x> 1.000.000
5 4 3 2 1
10 8 6 4 2
15 12 9 6 3
€ 500.000 < x> €1.000.000 20 16 12 8 4
€
25 20 15 10 5
Tabel 2: risicokaart (scores)
Aan de risicomatrix is een rapportagestructuur gekoppeld, waarbij het principe is gehanteerd dat risico’s met een score van 10 en hoger via de P&C-cyclus aan de raad worden gerapporteerd via een toelichting. Voor de risico’s met een lagere score wordt volstaan met benoeming van het risico en het bedrag o.b.v. kans x impact. Een verdere specificatie is op basis van het risicoregister beschikbaar.
78
Risico’s met incidentele financiële impact Omschrijving
Kans- Risicoklasse klasse
Risicoscore
Kans x Fin. impact
Toelichting
Covid 19/corona
3
5
15
PM
Vanwege het uitzonderlijke karakter van de Coronacrisis en de onvoorspelbaarheid van de impact en duur van deze crisis, is het niet mogelijk om het risico financieel te kwantificeren. De impact voor Maasgouw is ook mede afhankelijk van de te ontvangen compensatiemaatregelen vanuit het Rijk. In de jaarrekening 2020 is een aparte paragraaf Covid-19 (5.9) opgenomen, waar kortheidshalve naar wordt verwezen.
Project A2-ontsluiting Clauscentrale
3
5
15
€ 1.000.000
In december 2015 hebben gemeente, RWE en provincie een overeenkomst getekend voor de aanleg van een alternatieve ontsluitingsweg voor de Clauscentrale. Daadwerkelijke aanleg start wanneer RWE overgaat tot bouw van de “Claus D”, het bestemmingsplan is aangepast en gronden zijn verworven. Partijen hebben t.a.v. kostenverdeling in 2015 de afspraak gemaakt: RWE max. € 2 mln en provincie en gemeente max. € 3 mln. De overeenkomst heeft een looptijd tot 1 januari 2025. De berekeningen voor het project zijn samengesteld in 2013. De uitkomst van deze berekeningen is de afgelopen 4 jaar niet geïndexeerd. Gezien de prijsstijging in de markt is het risico aanwezig dat het oorspronkelijke bedrag van € 8 mln max uiteindelijk niet voldoende kan zijn. Max. risico aanvullend € 2 mln. Kans 50%
Privacywetgeving
2
4
8
€ 150.000
In mei 2018 is nieuwe privacywetgeving (AVG) vastgesteld ter bescherming van persoons-gegevens. De AVG leidt tot aanscherping in accountability (aantoonbaar in control zijn) en handhaving. De hoogte van een eventuele boete hangt samen met de mate van verwijtbaarheid en daarmee de getroffen beheersmaatregelen. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) hanteert een risico-gerichte aanpak bij controles, waarbij de AP extra oog heeft voor mogelijke inbreuken op de 79
OML borgstelling financiering
2
3
6
€ 86.000
Rioolheffing bezwaarschrift
2
3
6
€ 138.000
Edelchemie kosten handhaving
1
4
4
€ 100.000
Obligatieportefeuille
1
4
4
€ 50.000
Verlofsaldo
1
3
3
€ 40.000
bescherming van persoonsgegevens waarbij grote groepen mensen kunnen worden geraakt. Lokale overheden beschikken over een grote hoeveelheid, vaak gevoelige, persoonsgegevens. De AP besteedt extra aandacht aan niet-gemelde datalekken en datalekken die (mede) zijn veroorzaakt door tekortkomingen in de beveiliging. Maasgouw heeft inmiddels een aantal beheers maatregelen getroffen, maar heeft de basis beheersprocessen in het kader van de AVG nog niet volledig aantoonbaar op orde. Daarmee is de gemeente kwetsbaar bij eventuele toezichts- en handhavingsacties van de AP. De AP past daarbij uiteen lopende toezichts- en handhavingsinstrumenten toe. Gezien het feit dat er inmiddels beheersmaatregelen zijn getroffen, is het uitgangspunt een max. boete van € 500.000 met risicoklasse 2 (klein; 30% kans). Het Maasgouwse aandeel in de borgstelling a.g.v. herfinanciering van OML bedraagt € 288.000. OML heeft vooralsnog voldoende buffer om eventuele tegenvallers op te vangen. De risicoklasse wordt ingeschat op 2 (klein; 30% kans). Bezwaarschrift Woningcorporatie tegen kostendekkendheid rioolheffing 2014 – 2018. In afwachting van uitspraak Rechtbank. Max. risico € 460.000. Risicoklasse wordt ingeschat op 2 (klein; 30% kans). Het max. risico bedraagt € 1 mln indien de Provincie handhavingskosten alsnog doorbelast aan Maasgouw. Gezien bestuurlijk akkoord wordt kans zeer klein (10%) geacht.
Zie jaarrekening 2017 p. 15 voor uitvoerige toelichting. Waarde obligatieportefeuille eind 2019 € 11,4 mln. Er bestaat een zeer kleine kans (10%) dat hoofdsom belegde obligaties niet wordt terugontvangen. ASR Vermogensbeheer monitort de ontwikkelingen. Max. risico wordt ingeschat op € 0,5 mln. Mede a.g.v. corona is er sprake van een hoger verlofsaldo. Het verlofsaldo per ultimo 2020 bedraagt € 400.000. Uitbetaling verlof is slechts bij uitzondering mogelijk. Het risico 80
Aanbesteding softwarepakketten
1
3
3
TOTAAL risico’s incidenteel
PM
wordt op zeer klein (10%) geschat. Bestaande contracten met diverse softwareleveranciers worden vanwege complexe inrichting van ICTinfrastructuur verlengd omdat het niet mogelijk is om e.e.a. als vervangbaar systeem te zien. Aanbesteding van deze dienstverlening is uit oogpunt van doelmatigheid en doeltreffendheid niet direct te realiseren omdat continuïteit van geautomatiseerde gegevensverwerking gewaarborgd moet blijven.
€ 1.564.000
Risico’s met structurele financiële impact Omschrijving
Kansklasse
Risicoklasse
Risicoscore
Kans x Fin. impact
Toelichting
Algemene uitkering
5
4
20
€ 475.000
In de meerjarenbegroting 2021-2024 is een oplopende korting naar € 600.000 structureel ingeprijsd in de begroting. O.b.v. de meest recente informatie (aanlevering min. BZK t.b.v. ROB-advies) moet Maasgouw rekening houden met een korting van € 47 per inwoner o.b.v. een ingroei vanaf 2023. Dit resulteert in een additioneel risico van € 528.000. Max risico (afgerond) € 528.000; kans 90%.
Onderhoud bruggen / gebouwen
3
3
9
€ 250.000
Er is een MOP opgesteld voor bruggen en gebouwen. Kosten van groot onderhoud dienen afgedekt te worden door een toereikende voorziening. Het in december 2020 vastgestelde beheerplan heeft een horizon van 4 jaar: 2021-2024. Het onderliggende MOP is opgesteld voor een periode van 10 jaar. M.n. in de jaren na 2024 zijn een groot aantal vervangingsinvesteringen groot onderhoud aan de orde. Het risico op een jaarlijks hogere toekomstige bijstorting bedraagt € 500.000. De komende jaren wordt bekeken hoe de werkelijke kosten zich ontwikkelen t.o.v. het MOP. De kans wordt op 50% geschat.
Loonstijging
3
3
9
€ 192.000
De huidige CAO gemeenten heeft een looptijd t/m 2020. Uitgangspunt 81
is dat in eerste instantie geen rekening wordt gehouden met loonstijging en dat de nieuw overeen te komen CAO achteraf wordt bijgeraamd. SC MER hanteert ditzelfde uitgangspunt. Momenteel ligt er een loonbod van 0,5% en een looneis van de vakbonden van 2,75%. Max. risico o.b.v. 2,75% is € 385.000; kans 50% Open eindregelingen sociaal domein
3
3
9
€ 125.000
Rentestijging
2
3
6
€ 72.000
TOTAAL risico’s structureel
M.n. bij de jeugdzorg is sprake van een toename in kosten a.g.v. langere zorg, duurdere zorg en meer jeugdigen die gebruikmaken van zorg. De meerkosten zijn grotendeels budgettair vertaald in de meerjarenbegroting waarbij wel uitgangspunt is dat de meerkosten op termijn afnemen. Het is echter niet voorzienbaar in hoeverre deze tendens zich voortzet en in welke mate door preventie, vroegsignalering, monitoring en contractmanagement de kostentoename omgebogen kan worden. Het max risico wordt geschat op € 250.000; kans 50% Meerjarig is rekening gehouden met een rente die oploopt tot 1,5%. Dit is een historisch laag percentage, maar er zijn vooralsnog geen signalen dat de lange rente gaat stijgen. Een rentestijging van 1% resulteert in extra rentekosten van ca. € 240.000. De kans wordt laag geschat (30%).
€ 1.114.000
82
Weerstandsratio
Op basis van de benodigde- als de beschikbare weerstandscapaciteit kan men het weerstandsvermogen berekenen (beschikbare weerstandscapaciteit ÷ benodigde weerstandscapaciteit). Hierbij wordt het onderscheid doorgetrokken tussen het incidentele weerstandsvermogen en het structurele weerstandsvermogen: 21.375.000 Weerstandsratio incidenteel = 1.564.000 = 13,7 812.000 Weerstandsratio structureel = 1.114.000
= 0,7
In de Nota R&M worden kwalificaties aangeduid voor de hoogte van de weerstandsratio.
Indeling
Ratio Weerstandsvermogen
Kwalificatie
A
≥ 2,0
Uitstekend
B
≥ 1,4 en < 2,0
Ruim voldoende
C
≥ 1,0 en < 1,4
Voldoende
D
≥ 0.8 en < 1,0
Matig
E
≥ 0.5 en < 0.8
Onvoldoende
F
< 0.5
Ruim onvoldoende
Het streven is om de robuuste financiële positie van Maasgouw te behouden om daarmee financieel toekomstbestendig te zijn. De normen die zijn afgesproken in de nota R&W 2016-2019 voor de ratio zijn een signaleringsfunctie vanaf een ratio van 8 en een ondergrens van 4. Toetsing aan deze norm laat zien dat de incidentele weerstandsratio ruimschoots toereikend is. De structurele weerstandsratio is onvoldoende. Deze bevindt zich onder de gestelde ondergrens van 4 volgens de Nota R&W. In de recent vastgestelde nota R&W zijn de ratio’s naar beneden bijgesteld; de signaleringsfunctie is 2 en de ondergrens is 1. Toetsing aan deze nieuwe normen levert eenzelfde beeld op. De incidentele weerstandsratio is ruimschoots toereikend. De structurele weerstandsratio komt uit boven de ondergrens. Dit wordt veroorzaakt doordat in de berekeningssystematiek uitgegaan kan worden van een hogere onbenutte belastingcapaciteit. De lagere ratio voor de structurele weerstandsratio heeft meerdere oorzaken: De ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds is zeer onzeker als gevolg van de herijking. Hiervan zullen eerst de feitelijke uitkomsten afgewacht moeten worden. Een gefaseerde toegroei naar een (te verwachten) lagere algemene uitkering moet zorgen voor een ‘zachte landing’ waardoor we hierop kunnen anticiperen. Hiervoor is het traject heroverweging bestaand beleid ingezet.
Bij bepaling van de structurele weerstandscapaciteit hanteren we de structurele begrotingsruimte van 2023 als uitgangspunt. Deze bedraagt € 89.000, maar is in de voorliggende jaren hoger. Resumerend kan worden gesteld dat de gemeente Maasgouw beschikt over een robuuste financiële positie, vooral ingegeven door de goede reservepositie. Door het onderzoek heroverweging bestaand beleid wordt in kaart gebracht in hoeverre de begroting voldoende flexibiliteit biedt om op toekomstige onvoorziene uitgaven of lagere inkomsten te anticiperen.
83
De weerstandscapaciteit van gemeenten staat echter onder druk. In de afgelopen jaren is een trend waarneembaar dat de financiële positie verslechtert. In vergelijking met landelijke cijfers staat Maasgouw er goed voor 1, maar ook in onze gemeente is de negatieve tendens zichtbaar. Door de VNG is dit signaal al meermaals bij het Rijk afgegeven. Dit heeft tot op heden nog niet tot aanpassingen geleid.
Financiële kengetallen
In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de volgende financiële kengetallen: Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
1 BDO benchmark Nederlandse gemeenten
84
Deze kengetallen moeten het inzicht van de raad in de financiële positie van de gemeente vergroten. Daarnaast bieden deze kengetallen de mogelijkheid om onze gemeente te vergelijken met andere gemeenten of het landelijk gemiddelde. De Commissie BBV heeft recent de notitie ‘Meerjarig Financieel inzicht voor de raad’ uitgebracht waarin de samenhang tussen beleid en kengetallen wordt toegelicht om daarmee meer inzicht te krijgen in de financiële positie en financiële ruimte van de gemeente. Beoordeling kengetallen Uit de beschrijving van de verschillende kengetallen (zie hierna) blijkt dat een afzonderlijk kengetal nog weinig zegt over hoe de financiële positie moet worden beoordeeld. Zo hoeft een hoge schuld geen nadelig effect te hebben op de financiële positie, maar is dat afhankelijk of en wat er aan eigen vermogen en baten tegenover die schuld staat en hoe groot de kans is dat de schuld weer wordt afgelost. Noch hoeft een tegenvallende ontwikkeling van de grondprijs een negatieve invloed te hebben indien de structurele exploitatieruimte groot is of men over voldoende ruimte in belastingcapaciteit beschikt, omdat er dan ruimte is om tegenvallers op te vangen. Het is dus niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie.
De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van een gemeente. Voor de beoordeling van de financiële positie is het belangrijk dat zowel naar de balans als naar de exploitatie wordt gekeken. In de kengetallen structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit komt tot uitdrukking of de gemeente over voldoende structurele baten beschikt, en welke mogelijkheid er is om de structurele baten op korte termijn te vergroten. De kengetallen netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio en grondexploitatie hebben betrekking op de balans. Onderstaand volgt een nadere uitwerking en toelichting per kengetal. Netto Schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren.
Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningbouwcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). De netto schuldquote wordt berekend aan de hand van diverse gegevens uit de balans. Samengevat ziet deze berekening er als volgt uit. 𝑁𝑒𝑡𝑡𝑜 𝑠𝑐ℎ𝑢𝑙𝑑𝑞𝑢𝑜𝑡𝑒 =
(𝐴 + 𝐵 + 𝐶 ― 𝐷 ― 𝐸 ― 𝐹 ― 𝐺) × 100% 𝐻
A. Het totaal van de vaste schulden B. Het totaal saldo van de netto-vlottende schulden C. Het totaal saldo van alle overlopende passiva D. Het totaal saldo van de financiële vaste activa E. Het totaal saldo van alle uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar. F. Het totaal saldo van alle liquide middelen G. Het totaal saldo van de overlopende activa H. Het gerealiseerde saldo van de baten
Toepassing van de bovenstaande berekening leidt tot de volgende uitkomsten voor de gemeente Maasgouw:
85
Jaarrekening 2018 Jaarrekening 2019 Begroting 2020 Jaarrekening 2020 Netto schuldquote
30,7%
35,9%
87,7%
50,5%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
23,9%
32,9%
79,2%
39,3%
In de Kennisbank Openbaar Bestuur van het Ministerie van BZK zijn de financiële kengetallen van alle Nederlandse gemeenten opgenomen. Deze kengetallen zijn gebaseerd op de balanscijfers 2018. Hieruit blijkt dat de Nederlandse gemeenten ultimo 2018 gemiddeld genomen een netto schuldquote hadden van 69,4% en een netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen van 61,5%. In Maasgouw loopt de schuldquote in de komende jaren op, maar blijven de realisatiewaardes bij de jaarrekening 2020 nog ruim onder het Nederlands gemiddelde. De toename in Maasgouw is te verklaren door het aantrekken van een nieuwe langlopende lening vanwege investeringen en een afname van de reserves. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Indien er sprake is van een forse schuld én veel eigen vermogen (het totaal van de algemene en de bestemmingsreserves), hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn voor de financiële positie. Daar is bijvoorbeeld sprake van indien een lening is aangegaan omdat het eigen vermogen niet liquide is (omdat het vast zit in bijvoorbeeld een gemeentehuis of dat er andere investeringen mee zijn gefinancierd). Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente.
De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van een gemeente. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen (eigen en vreemd vermogen). Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve, bestemmingsreserves en het resultaat. De solvabiliteitratio wordt berekend door het eigen vermogen te delen door het totale vermogen uitgedrukt in een percentage.
𝑆𝑜𝑙𝑣𝑎𝑏𝑖𝑙𝑖𝑡𝑒𝑖𝑡𝑠𝑟𝑎𝑡𝑖𝑜 =
𝐸𝑖𝑔𝑒𝑛 𝑣𝑒𝑟𝑚𝑜𝑔𝑒𝑛 𝑇𝑜𝑡𝑎𝑙𝑒 𝑣𝑒𝑟𝑚𝑜𝑔𝑒𝑛
De solvabiliteitsratio laat het volgende beeld zien voor onze gemeente: Jaarrekening 2018 Jaarrekening 2019 Begroting 2020 Jaarrekening 2020 Solvabiliteitsratio
51,4%
50,6%
37,6%
46,8%
In de Kennisbank Openbaar Bestuur is vermeld dat de gemiddelde Nederlandse gemeente een solvabiliteitsratio van 32,7% heeft. De Maasgouwse solvabiliteitsratio is licht gedaald, maar nog steeds ruim hoger dan het gemiddelde van Nederlandse gemeenten. De dalende tendens is m.n. verklaarbaar door aanwending van de reserve. Kengetal Grondexploitatie De afgelopen jaren is landelijk gebleken dat de grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien een gemeente leningen heeft afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige) woningbouwproject heeft zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de grondexploitatie kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde van de grondexploitatie) is ten opzichte van de totale baten exclusief mutaties reserves.
86
Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt een gemeente relatief gering risico. Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of de grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet die worden afgewaardeerd dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio. Voor het kengetal van de grondexploitatie wordt gebruik gemaakt van de volgende formule. 𝐺𝑟𝑜𝑛𝑑𝑒𝑥𝑝𝑙𝑜𝑖𝑡𝑎𝑡𝑖𝑒 =
(𝐴 + 𝐵) 𝐶
A= saldo van niet in exploitatie genomen gronden B= saldo van in exploitatie genomen gronden C= saldo van baten
Uit de onderstaande tabel blijkt dat de grondexploitatie een relatief zeer geringe impact heeft op de financiële positie. Jaarrekening 2018 Jaarrekening 2019 Begroting 2020 Jaarrekening 2020 Grondexploitatie
0,4%
0,3%
1,2%
0,4%
De gemeente Maasgouw steekt hierbij gunstig af ten opzichte van een gemiddeld percentage van 16,8% volgens de Kennisbank Openbaar Bestuur. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen de structurele en incidentele lasten. Bij incidentele baten en lasten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en de eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie schuilt erin dat het van belang is om te weten welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De formule voor het berekenen van de structurele exploitatie ruimte is: 𝑠𝑡𝑟𝑢𝑐𝑡𝑢𝑟𝑒𝑙𝑒 𝑒𝑥𝑝𝑙𝑜𝑖𝑡𝑎𝑡𝑖𝑒𝑟𝑢𝑖𝑚𝑡𝑒 =
(𝐵 ― 𝐴) + (𝐷 ― 𝐶) × 100% 𝐸
A= structurele lasten B= structurele baten C= structurele toevoegingen aan de reserve D= structurele onttrekkingen aan de reserve E= saldo van de totale baten
Toepassing van de bovenstaande berekening leidt tot de volgende uitkomsten voor de gemeente Maasgouw:
Structurele exploitatieruimte
Jaarrekening 2018
Jaarrekening 2019
Begroting 2020
Jaarrekening 2020
4,0%
-3,6%
0,9%
1,9%
Belastingcapaciteit De OZB is de belangrijkste eigen belastinginkomsten van een gemeente. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder de woonlasten worden 87
verstaan de OZB, de rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in de gemeente. De reden dat tevens wordt gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing is dat deze heffing maximaal kostendekkend mag zijn. In het geval dat de heffing lager dan kostendekkend wordt vastgesteld is er sprake van belastingcapaciteit die niet wordt benut. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt berekend door de totale woonlasten van meerpersoonshuishoudens in jaar-t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1. 𝐵𝑒𝑙𝑎𝑠𝑡𝑖𝑛𝑔𝑐𝑎𝑝𝑎𝑐𝑖𝑡𝑒𝑖𝑡 =