CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

17974-BIJLAGE 4 Bedrijventerreinen Maasbracht 3e herziening - compleet

01. Raadsvergadering 1 juni 2021, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen "Bestemmingsplan bedrijventerreinen Maasbracht 3e herziening"28.762 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

bedrijventerreinen en ook nu gelegen buiten het plangebied. De maximale overschrijdingsfactor van het tracé binnen het plangebied is gelijk aan circa 0,012 x de oriëntatiewaarde. Dit betreft het tracé nabij de toekomstige nieuwe hal. Het maximale groepsrisico bedraag minder dan 0,1 van de oriëntatiewaarde. Voor de nieuwe hal aan de Veerweg 1-3 geldt dat deze op dezelfde afstand van de gasleiding wordt gebouwd als de bestaande hal. Het is niet uitgesloten dat in de nieuwe hal meer medewerkers aanwezig zullen zijn dan in de bestaande hal. Het aantal medewerkers ter plaatse zal echter geen significante gevolgen hebben voor het reeds lage groepsrisico. Omdat de hal aan de Industrieweg 16 een nieuw beperkt kwetsbaar object is, wordt wel een beperkte verantwoording van het groepsrisico opgesteld. In deze verantwoording wordt aandacht besteed aan een eventueel incident met gevaarlijke stoffen (vervoer over water en vervoer door middel van de buisleiding), de vluchtroute, de bereikbaarheid voor hulpdiensten en mogelijkheden om de zelfredzaamheid te verbeteren. De veiligheidsregio heeft op verzoek een advies uitgebracht (zie bijlage 6).

De veiligheidsregio adviseert de volgende maatregelen te treffen: Zorg dat de vluchtwegen zoveel mogelijk van de hogedrukaardgasbuisleiding weglopen en hou bij de positionering van dezen rekening met de hittestralingseffecten zodat vluchten beter mogelijk is; Zorg dat de logees en bedrijfshulpverleningsorganisatie op de hoogte zijn van de risico's van een hogedruk aardgasbuisleiding en de Maas en de veiligheid verhogende beheersmaatregelen die zijn getroffen. Zodat ze op de hoogte zijn hoe ze kunnen handelen bij een calamiteit ter bevordering van hun handelingsperspectief. Indien er verbouwingen aan de buitengevels en daken van logiesverblijven plaatsvinden zorg dan dat er voor het materiaalgebruik van de gevels en daken onbrandbaar materiaal (materiaalklasse B) wordt gebruikt en bestand is tegen de aanwezige hittestraling van een fakkelbrand. Zorg dat mechanische ventilatie centraal afsluitbaar wordt uitgevoerd door middel van een schakelaar op een gemakkelijk te bereiken plaats (meterkast of brandmeldinstallatie), zodat deze bij het vrijkomen van de toxische stoffen door een scheepvaartincident op de Maas of brand in de omgeving gemakkelijk is af te sluiten. Zorg dat de woningen voldoende schuilmogelijkheid hebben in geval van een calamiteit door deze voldoende tochtdicht uit te voeren (binnentredend vermogen van buitenlucht).

Zorg voor een bluswatervoorziening van minimaal 60 m3/uur op eigen terrein; doordat de tot de persceelgrenzen doorloopt is een extra bluswatervoorziening met een capaciteit van minimaal 60 m3/uur op eigen terrein noodzakelijk voor de brandbestrijding. We adviseren de Scheidingswand van de industrieloods ter hoogte van de perceelgrens 60 cm bovendaks door de trekken ter voorkomen van branduitbreiding naar naastgelegen bouwwerken.

4.8

Archeologie

Op de Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart heeft het plangebied de aanduiding 'onbekend'. Het is de verwachting dat ter plaatse geen archeologische verwachtingen in het gebied zijn. Het gebied behoeft daarom geen archeologische bescherming.

35/44 - vastgesteld - NL.IMRO.1641.BPL083-VG01 - 1 juni 2021

4.9

Ecologie

4.9.1 Soortenbescherming Op grond van de Wet natuurbescherming is het verboden bepaalde beschermde planten- en diersoorten te verstoren. Het is niet ongebruikelijk om bij ruimtelijke ontwikkelingen een quick scan uit te voeren, om te bepalen of de kans bestaat dat beschermde soorten in het plangebied voorkomen. In het geval de kans aanwezig is, is nader onderzoek nodig om vast te stellen of de beschermde soorten ook daadwerkelijk aanwezig zijn en of er risico bestaat op verstoring. Het plangebied is bestemd als en in gebruik als bedrijventerrein. De kans dat beschermde plantensoorten aanwezig zijn, is uitgesloten. Ditzelfde geldt voor beschermde diersoorten; het gebruik van het plangebied verandert met uitzondering van de Veerweg 1-3 niet. Voordat de bebouwing aan de Veerweg 1-3 wordt gesloopt, wordt een quickscan uitgevoerd vast te stellen dat de bebouwing niet wordt gebruikt door beschermde soorten. Indien blijkt dat de bebouwing wordt gebruikt door beschermde soorten dan worden maatregelen getroffen om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. De functiewijziging van de burgerwoning en het voormalige kantoor naar logies gaat niet gepaard met ingrijpende verbouwing van de panden. Gezien de ligging van de panden op het industrieterrein is het uitgesloten dat hier beschermde planten- en diersoorten aanwezig zijn.

4.9.2 Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming biedt bescherming aan bepaalde natuurgebieden, waaronder Natura2000-gebieden. Gebieden binnen het Nationaal Natuur Netwerk worden planologisch beschermd mede op basis van provinciaal beleid. Het plangebied zelf heeft geen status in het kader van de Wet Natuurbescherming (Natura 2000-gebied en/of NNN. Wel zijn dergelijke beschermde gebieden aanwezig in de omgeving; op circa 1 kilometer ten westen van het plangebied bevindt zich het gebied 'Grensmaas'. De activiteiten in het plangebied veranderen niet zodanig dat significante effecten op het Natura 2000 gebied kunnen optreden, ten opzichte van de zogenaamde referentiesituatie (de legale en feitelijk aanwezige situatie in het plangebied). Een passende beoordeling is niet aan de orde. De emissie van luchtverontreinigende stoffen blijft gelijk. De activiteiten leiden niet tot een toename van de stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied, een onderzoek stikstofdepositie is toegevoegd in bijlage 5. Significante gevolgen zijn uitgesloten en het bestemmingsplan kan in overeenstemming met de artikelen 2.7 en 2.8 Wet natuurbescherming worden vastgesteld.

36/44 - vastgesteld - NL.IMRO.1641.BPL083-VG01 - 1 juni 2021

4.10

Bereikbaarheid - parkeren

De nieuwe bedrijfshal aan de Industrieweg is bereikbaar via het bestaande terrein Industrieweg 16. In de loods zal opslag van goederen plaatsvinden die momenteel buiten worden opgeslagen, daarnaast zullen in beperkte mate constructiewerkzaamheden in de loods uitgevoerd worden die momenteel buiten plaatsvinden. De Industrieweg is een gebiedsontsluitingsweg met weinig verkeer. De extra verkeersaantrekkende werking van de bedrijfshal is bepaald met de Rekentool Verkeersgeneratie en Parkeren van het CROW en berekend op circa 51 tot 74 motorvoertuigen/etmaal. De berekening is gebaseerd op een arbeidsextensief en bezoekersextensief bedrijf in de gemeente Maasgouw (weinig stedelijk gebied) gelegen in de rest bebouwde kom. De verwachting is dat de verkeersgeneratie lager is omdat alleen bestaande activiteiten van buiten naar binnen worden verplaatst. Deze verkeersgeneratie heeft slechts geringe gevolgen voor de verkeersstromen in de omgeving en kunnen door de Industrieweg verwerkt worden. De bedrijfshal heeft geen invloed op de verkeersveiligheid. De activiteiten die nu buiten worden uitgevoerd worden in de toekomst binnen uitgevoerd. De loods zal daarom naar verwachting niet leiden tot extra of andere verkeersbewegingen. Het laden en lossen van goederen zal niet wijzigen ten opzichte van de huidige situatie.

Dit betekent dat goederen die voor dit terreindeel bestemd zijn of op het terreindeel zelf worden gelost, of aan de Industrieweg worden gelost en vervolgens met een hefstruck naar de loods worden gebracht. Voor de vrachtwagens die op het terrein worden gelost geldt dat er voldoende ruimte op het terrein is waardoor vrachtwagens niet op de openbare weg hoeven te wachten totdat ze het terrein op kunnen rijden. Ook in de huidige situatie worden goederen of op het terrein zelf of aan de Industrrieweg gelost. Op basis van het gemeentelijk beleid 'parkeernormen en parkeerbijdrageregeling gemeente Maasgouw' moet de aanvrager ervoor zorgen dat voldoende parkeergelegenheid aanwezig is op het eigen terrein. Volgens de parkeernorm is de nieuwe bedrijfshal gelegen in de aanduiding 'weinig stedelijk gebied, rest bebouwde kom'. De hal wordt voornamelijk gebruikt voor opslag daarom is gerekend met de parkeernorm van 0,9 parkeerplaatsen per 100 m2 bruto vloeroppervlak die voor opslag geldt. Met een vloeroppervlak van 1.300 m2 zijn afgerond 12 parkeerplaatsen noodzakelijk. Hiervoor zijn 12 nieuwe parkeerplaatsen op het eigen terrein voorzien voor de nieuwe loods (westzijde) en ten noorden van de loods tegen de grens van de inrichting (zie figuur 4-2).

37/44 - vastgesteld - NL.IMRO.1641.BPL083-VG01 - 1 juni 2021

Figuur 4-4 Overzicht extra parkeerplaatsen De nieuwe bedrijfshal aan de Veerweg 1-3 wordt ontsloten via de Veerweg. Op basis van het verschil tussen de bestaande situatie (bedrijfshal met 1.070 m2 bvo werkplaats en bedrijfswoning) en de toekomstige situatie (bedrijfshal met 2.300 m2 bvo waarvan 1.200 m2 bvo werkplaats en 1.100 m2 bvo opslag, kantoren etc), is de extra verkeersgeneratie bepaald op 112 tot 134 motorvoertuigen per etmaal. De berekening is uitgevoerd met de Rekentool Verkeersgeneratie & Parkeren van het CROW en gebaseerd op een arbeidsintensief en bezoekersextensief bedrijf in de gemeente Maasgouw (weinig stedelijke gebied) gelegen in de rest bebouwde kom. Naar verwachting is de werkelijke extra verkeersaantrekkende werking veel lager (er worden gemiddeld 22 motorvoertuigen per etmaal verwacht op werkdagen). De extra verkeersaantrekkende werking heeft slechts geringe gevolgen voor de verkeersstromen in de omgeving en kunnen door de Veerweg verwerkt worden. De nieuwe bedrijfshal heeft geen invloed op de verkeersveiligheid. Voertuigen kunnen op het eigen terrein parkeren en laden en lossen. Dit wijzigt niet ten opzichte van de bestaande situatie waarbij ook op het eigen terrein wordt geparkeerd en geladen en gelost.

Er is nu en in de toekomst voldoende ruimte op het terrein waardoor vrachtwagens niet op de openbare weg hoeven te wachten voordat ze het terrein op kunnen rijden. Ten opzichte van de huidige situatie zal het aantal transportbewegingen zeer beperkt toenemen. Op basis van het gemeentelijk beleid 'parkeernormen en parkeerbijdrageregeling gemeente Maasgouw' moet de aanvrager ervoor zorgen dat voldoende parkeergelegenheid aanwezig is op het eigen terrein. Volgens de parkeernorm is de nieuwe bedrijfshal gelegen in de aanduiding 'weinig stedelijk gebied, overloopgebied'. De hal wordt , net als de bestaande hal, gebruikt als werkplaats waarvoor een parkeernorm van 0,7 parkeerplaatsen per 100 m2 bruto vloeroppervlak opslag geldt en een parkeernorm van 2,2 parkeerplaatsen per 100 m2 bruto vloeroppervlak bedrijf. De bestaande hal heeft een vloeroppervlakte van 1.070 m2 en een bedrijfswoning, op basis van de parkeernorm zijn hiervoor 24 parkeerplaatsen noodzakelijk. De nieuwe hal krijgt een vloeroppervlakte van 2.300 m2 hiervoor zijn afgerond 34 parkeerplaatsen noodzakelijk. Voor de nieuwe bedrijfshal zijn ten opzichte van de huidige situatie 10 extra parkeerplaatsen noodzakelijk. Langs de zuidelijke terreingrens en langs het nieuwe bedrijfsgebouw is voldoende ruimte beschikbaar voor 11 parkeerplaatsen. 38/44 - vastgesteld - NL.IMRO.1641.BPL083-VG01 - 1 juni 2021

Verder worden nog een burgerwoning en een kantoor omgevormd tot logiesfunctie. Een goedkoop huurappartement heeft in een weinig stedelijkg gebied in de rest van de bebouwde kom een verkeersaantrekkende werking van 3,7 tot 4,5 motorvoertuigen per etmaal conform de Rekentool Verkeersgeneratie en Parkeren van het CROW. Voor een kantoor zonder baliefunctie van 100 m2 bvo geldt volgens deze rekentool een verkeersaantrekkende werking van 7,9 tot 9,6 motorvoertuigen per etmaal. De verkeersaantrekkende werking van de toekomstige logiesfunctie zal gelijk zijn aan de verkeersaantrekkende werking van een goedkoop huurappartement. De functiewijziging zal daarom niet leiden tot extra verkeersstromen. Voor een goedkope woning in de rest bebouwde kom geldt een parkeernorm van 1,7 terwijl voor kantoren zonder baliefunctie een parkeernorm van 2,5 per 100 m2 bvo geldt. Ook ten aanzien van parkeren geldt dat als gevolg van de functiewijziging het aantal noodzakelijke parkeerplaatsen niet toeneemt.

39/44 - vastgesteld - NL.IMRO.1641.BPL083-VG01 - 1 juni 2021

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1

Algemeen

Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. Aan alle gronden worden ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening bestemmingen toegewezen. Aan deze bestemmingen worden regels gekoppeld omtrent het gebruik van de gronden en van de zich daarop bevindende opstallen. Naast de (enkel)bestemmingen kunnen ook dubbelbestemmingen voorkomen. Deze overlappen de 'gewone' bestemmingen en geven eigen regels, waarbij er sprake is van een rangorde tussen de bestemmingen en de dubbelbestemmingen. Bij bestemmingen kunnen aanduidingen voorkomen met als doel bepaalde zaken nader of specifieker te regelen. De (dubbel)bestemmingen en de aanduidingen staan ook op de verbeelding en worden beschreven in dit bestemmingsplan. 5.2

SVBP 2012

Het bestemmingsplan is opgezet als een digitaal raadpleegbaar plan en voldoet aan de landelijke Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012). In deze standaard staan normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding. Het Besluit ruimtelijke ordening stelt de SVBP verplicht als standaard systematiek. Op deze manier is de vergelijkbaarheid van ruimtelijke plannen gewaarborgd. De SVBP heeft geen betrekking op de toelichting van het plan en ook niet op de inhoud. Naast een digitale versie kan er ook een papieren versie van het bestemmingsplan gebruikt worden. Als er verschillen zijn tussen de digitale en analoge versie is de digitale versie leidend. 5.3

Opbouw regels

De regels kennen een vaste volgorde en indeling. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Bestemmingen Dubbelbestemmingen Hoofdstuk 3 Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Overige regels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel Vervolgens kennen de bestemmingsregels ook een vaste opbouw: Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; 40/44 - vastgesteld - NL.IMRO.1641.BPL083-VG01 - 1 juni 2021

Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; Wijzigingsbevoegdheid. 5.4

Toelichting op de artikelen

De regels zijn als volgt ingedeeld: Hoofdstuk1 Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begripsomschrijvingen opgenomen van de begrippen die in de regels worden gebruikt en uitleg behoeven. Het tweede artikel bevat de wijze van meten. Hoofdstuk2 Bestemmingsregels Dit hoofdstuk bestaat uit een beschrijving van de bestemmingen. Deze kennen per bestemming globaal de volgende opzet: Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden; Eventuele wijzigingsbevoegdheden. Een bestemmingsregeling hoeft niet alle elementen te bevatten, dit kan per bestemming verschillen. In de bestemmingsomschrijving wordt een omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functies. Als eerste wordt de hoofdfunctie aangegeven. Indien nodig worden vervolgens de andere aan de grond toegekende functies genoemd. In de bouwregels wordt bepaald aan welke voorwaarden de bebouwing moet voldoen. Voor zover nodig wordt een onderscheid gemaakt tussen woningen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waardoor de toetsing van aanvragen voor een bouwvergunning aanmerkelijk vereenvoudigd en inzichtelijker is.

Bij de specifieke gebruiksregels wordt aangegeven welk gebruik van de gronden en bouwwerken ter plaatse is toegestaan dan wel welk gebruik van gronden en bouwwerken strijdig is met de bestemming. Onderstaand worden de regels van de opgenomen bestemmingen nader toegelicht. Enkelbestemmingen Artikel 3 Bedrijventerrein Op de tot 'bedrijventerrein' bestemde gronden zijn scheepswerven en bedrijven voor de bouw van kleine schepen (tot maximaal 25 meter) toegestaan. Nieuwe (bedrijfs)woningen worden, conform het provinciaal beleid ter zake, niet toegestaan op het bedrijventerrein. De bestaande (bedrijfs)woningen zijn binnen de bedrijfsbestemming positief bestemd, door deze van een specifieke aanduiding te voorzien. Bouwvlakken mogen volledig worden bebouwd, tenzij op de verbeelding een maximum bebouwingspercentage is opgenomen. Hiermee wordt excessieve bebouwing van percelen voorkomen en blijft voldoende ruimte behouden voor verkeersbewegingen, parkeren, laad- en los-activiteiten e.d. De maximale goot- en/of bouwhoogtes zijn met een aanduiding op de verbeelding weergegeven. De bestaande rechten zijn hierbij als uitgangspunt genomen. Artikel 4 Verkeer In het plangebied zijn alle wegen bestemd voor verkeer. 41/44 - vastgesteld - NL.IMRO.1641.BPL083-VG01 - 1 juni 2021

Artikel 5 Water- riviergebonden De binnen het plangebied gelegen delen van de de gemeentehaven en het Julianakanaal zijn bestemd tot 'Water – riviergebonden' langs de oever liggen werkstroken van 30 meter waar werkzaamheden zijn toegestaan die behoren bij het bedrijf dat op de kade is gelegen. Ter plaatse van deze werkstroken is de functieaanduiding 'werkstroken' opgenomen. Tevens mogen in de werkstroken schepen met een lengte van meer dan 25 meter afgemeerd worden in afwachting van werkzaamheden die aan deze schepen worden verricht bij de scheepswerf. Dubbelbestemmingen Artikel 6 Leiding – gas De dubbelbestemming 'Leiding – gas' is opgenomen ten behoeve van de ondergrondse gasleiding die door het plangebied loopt. Artikel 7 Waterstaat – waterbergend rivierbed De dubbelbestemming 'Waterstaat – waterbergend rivierbed' heeft betrekking op de gronden die volgens de Beleidslijn ruimte voor de rivier gelegen zijn binnen het waterbergend rivierbed. Bouwen en het uitvoeren van werken en werkzaamheden zijn hier in beginsel verboden, tenzij aan bepaalde criteria wordt voldaan en Rijkswaterstaat om advies is gevraagd.

Hoofdstuk3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat regels die op het hele plangebied betrekking hebben en regelt de volgende onderwerpen: Anti-dubbeltelregel: met deze bepaling wordt beoogd misbruik van de regels door middel van (privaatrechtelijke) wijzigingen in de eigendomsverhoudingen van gronden te voorkomen; Algemene bouwregels: hierin is een regeling opgenomen hoe moet worden omgegaan met ondergrondse bouwwerken, bestaande afwijkende maatvoering, ondergeschikte bouwdelen, enz; Algemene gebruiksregels: verbod om gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met de van toepassing zijnde bestemming; Algemene aanduidingsregels: deze regels hebben betrekking op: 1. Geluidszone – gezoneerd industrieterrein, in verband met de ligging van de inrichting op een gezoneerd industrieterrein; 2. Milieuzone – Roerdalslenk, in verband met bescherming van grondwaterwinning verbiedt deze regeling het oprichten of in exploitatie nemen van boorputten dieper dan 30 meter beneden het maaiveld; Algemene afwijkingsregels: algemene regels voor het afwijken van o.a.

de opgenomen maten, afmetingen en percentages; Algemene wijzigingsregels: algemene regels voor de wijziging ten behoeve van de wijziging van bestemmingsgrenzen; Algemene procedureregels: welke procedure toegepast moet worden bij het verlenen van omgevingsvergunningen of bij gebruik van de wijzigingsbevoegdheid; Overige regels: deze regels gaan in op de volgorde waarin regels gelden, parkeren en laden en lossen alsmede de wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen. Hoofdstuk4 Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat regels die op het hele plangebied betrekking hebben en regelt de volgende onderwerpen: Overgangsrecht: bouwwerken die op het moment van tervisielegging van het plan aanwezig zijn, mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. Het (persoonsgebonden) gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het 42/44 - vastgesteld - NL.IMRO.1641.BPL083-VG01 - 1 juni 2021

moment waarop het plan rechtskracht verkrijgt, mag gehandhaafd blijven; Slotregel: in deze regel wordt aangegeven onder welke naam de regels aangehaald kunnen. In de regels is zo veel mogelijk aangesloten bij het geldende bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen Maasbracht'.

43/44 - vastgesteld - NL.IMRO.1641.BPL083-VG01 - 1 juni 2021

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1

Kostenverhaal

Op grond van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) rust op de gemeente de verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan als sprake is van bouwplannen, aangewezen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De gemeente kan afzien van het vaststellen van een exploitatieplan als: het verhaal van de kosten van de grondexploitatie op een andere manier is verzekerd; het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is; en het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels aan het bouwrijp maken, de aanleg van nutsvoorzieningen, het inrichten van de openbare ruimte en woningbouwcategorieën niet noodzakelijk is. De ontwikkeling voorziet in de realisering van bouwplannen zoals bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro. De gemeente en de initiatiefnemer zullen voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan een overeenkomst als bedoeld in artikel 6.24 van de Wro sluiten. In de overeenkomst zijn afspraken opgenomen over het verhaal van kosten, eisen aan het bouwrijp maken, de aanleg van nutsvoorzieningen, de inrichting van de openbare ruimte en de kwaliteitsbijdrage (zie volgende paragraaf). Op grond van deze overeenkomst wordt het gehele project voor rekening en risico van de initiatiefnemer gerealiseerd. Het kostenverhaal is daarmee verzekerd.

Artikel 3.1.6 Bro bepaalt dat de economische uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan moet worden onderzocht. In dit geval levert het onderzoek het volgende op. De risico's verbonden aan de realisering van het project liggen bij de initiatiefnemende partij. Dit wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer.Ter beperking van eventuele risico's, waaronder planschade, voor de gemeente wordt in deze overeenkomst bovendien een garantiestelling opgenomen. De economische uitvoerbaarheid is verzekerd. De ontwikkelingen in dit plan behelzen alleen de realisatie van de nieuwe loods. Deze zal door Tinnemans zelf gerealiseerd worden en straks gebruikt worden als bedrijfshal. 6.2

Overleg ex artikel 3.1.1. Bro

Het bestemmingsplan wordt in het kader van vooroverleg voorgelegd aan de betrokken bestuursorganen, waaronder het Waterschap en de Provincie. Dit bestuurlijk vooroverleg heeft plaatsgevonden in de periode juni/juli 2019. 6.3

Inspraak

In het bestemmingsplan wordt de huidige situatie planologisch vastgelegd. Er worden buiten de nieuwe hal geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Om die reden is besloten geen voorontwerp bestemmingsplan ter inzage te leggen voor inspraak. Tijdens de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan heeft een ieder de gelegenheid gehad om zienswijzen in te dienen, hiermee is voldoende mogelijkheid geboden om te reageren op het bestemmingsplan. 6.4

Procedure

Het ontwerpbestemmingsplan 'Bedrijventerreinen Maasbracht, 3e herziening'(NL.IMRO.1641.BPL083-ON01) met de daarbij behorende stukken heeft gedurende een periode van 6 weken, te weten vanaf vrijdag 22 januari 2021 tot en met donderdag 4 maart, op basis van artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening ter inzage gelegen. De ingediende zienswijzen zijn betrokken bij de vaststelling van het definitieve bestemmingsplan.

44/44 - vastgesteld - NL.IMRO.1641.BPL083-VG01 - 1 juni 2021

Renvooi - transparantverlichting "pictogram" met accu, 1 uur NEN 1838-6088 - buiten cfn NEN3011 - brandslaghaspel lengte 30m - 3/4" of anders aangegeven PB

- vluchtdeur van binnenuit te openen zonder losse voorwerpen (paniekbeslag) NEN-EN 179 30min. WBDBO

- weerstand branddoorslag 30min., of anders aangegeven

T

- Ventilatie toevoer (plaats indicatief)

A

- Ventilatie afvoer (plaats indicatief)

v - Overstroom

De hoofddraagconstructie heeft geen eis voor brandwerendheid op bezwijken omdat er geen verblijfsgebied boven 5 meter hoogte van toepassing is = geen eis. Een vloer, trap of hellingbaan waarover of waaronder een vluchtroute voert, bezwijkt niet binnen 30 minuten bij brand in een subbrandcompartiment waarin die vluchtroute niet ligt = geen eis.

Maas [haven]

Buitenoppervlak: Een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de buitenlucht voldoet aan de in tabel 2.68 aangegeven brandklasse D, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. Een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de buitenlucht, van een bouwwerk waarvan een voor personen bestemde vloer ten minste 5 m boven het meetniveau ligt, voldoet vanaf het aansluitende terrein tot een hoogte van ten minste 2,5 m aan brandklasse B, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. Met uitzondering van bovenzijde dak

7,38

-0,42

-0,48

-0,51

-0,57

Stroomkast/verdelers

-0,50

-0,53

Kade

Kade

-0,35

-0,29

perseelsgrens

-0,50

-0,46

-0,38

de

Binnenoppervlak: Een zijde van een constructie-onderdeel die grenst aan de binnenlucht voldoet aan de in tabel 2.68 aangegeven brandklasse D en aan rookklasse s2, beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1.

Dakoppervlak: De bovenzijde van een dak van een bouwwerk is, bepaald volgens NEN 6063, niet brandgevaarlijk. Dit geldt niet indien het bouwwerk geen voor personen bestemde vloer heeft die hoger ligt dan 5 m boven het meetniveau, en de brandgevaarlijke delen van het dak ten minste 15 m vanaf de perceelsgrens liggen. Gebruiksfuncties / Bouwbesluiteisen = zie Bestektekeningen / Bouwbesluitberekeningen

-0,48

-0,57

-0,42

-0,28

Par.1.1 - art.1.2 - lid 2 Bezetting aantal personen Industriefunctie: geen eis.

Stallingsruimte voor fietsen afd.4.11 Industriefunctie 0,8% GO Reeds aanwezig op terrein

Ventilatie afd.3.6 Industriefunctie = 6,5dm3/s/pp

Rc waarde afd.5.1-art.5.6: Bij onverwarmd = geen eis! Vloer: min. 3,5 m2.K/W Wanden: min. 4,5 m2.K/W Dak: min. 6,0 m2.K/W

-0,52

Daglicht afd.3.11 Industriefunctie = geen eis.

-0,45

-0,39

-0,25

Tegelwerken Natte cellen tot plafond

EPC berekening afd. 5.1-art.5.2: Industriefunctie = geen eis.

Toiletruimte Min. afm. toilet 900x1200 Reeds aanwezig in bestaand

Buitenberging afd.4.5 Industriefunctie = geen eis.

MPG berekening afd.5.2-art.5.9:

Kantoorfunctie >100m2: n.v.t.

-0,43

-0,46

-0,44

-0,12

-0,19

BESTAANDE BEBOUWING hoog 7,5m

-0,19

Torenkraan

RUIMTE

Nr

Gebruiksfunctie

BB-Benaming

oppervlakte

ventilatie eis/pp personen V eis

Bedrijfshal

0,1

Industriefunctie

Verblijfsruimte

1275 m2

6,5dm3/s/pp

26dm3/s

BRANDCOMPARTIMENT Begane grond

Gehele gebouw

Gebruiksoppervlakte:

1275 m2

WBDBO beperking tegen uitbreiding brand: tussen de 2 compartimenten =

-0,32

-0,26

-0,14

-0,15

BC 1

n.v.t.

Kozijnstaat

Materiaal

Div.

Deurmaat

Loopdeuren

Staal

NU

930x2315

Overheadpoorten

Staal / Alu

cfm tekening

NU deuren uitvoeren vlgs bouwbesluit/eisen brandweer Alle buiten- en binnendeuren hoog: min.: 2315

7,50

-0,36

-0,42

-0,19

-0,03

-0,11

-0,11

Kozijnen-ramen-deuren voorzien van them.begl. U-waarde 1.1 Beglazing lager dan 850+ uitvoeren als gelaagd NEN 3569 Hang- en sluitwerken min. SKG**

PP

-0,03

-0,03

-0,06

nap

4

Sandwichpanelen

5,00

Gaslflessen

Betonplinten

PP

5,53

Lichte scheidingswanden (MS) Beton (in het werk gestort)

PP

peil vloer = 0,00

-0,02

5,52

Betonwanden

-0,08

-0,05

0,00

PP

0,03

G 81 G 33

PP

Industrie

weg

-0,30 Terrein / bestratingen - ongewijzigd/handhaven

10

Gaslflessen

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

perseelsgre

ns

1

2

PP

L PP

5000

PP

200

30min. WBDBO

PP PP As-L: Kolomme

n v.z.v. dagligger 30min. brandwe s v.z.v. kantelno rende coating kken o.g. hwa

5000

L molgoot

K hwa

J I

hwa

vrijhouden´

PB

Loopdeur

1000x2400

´nooddeur

b.k. dorpel +20 mm max. vl.

H

haven igd/hand gen - ongewijz

oort 6000x4500

G

)

26dm3/s 4PP = PP =

[Indust riefunc tie] Onverw armd

v:6,5dm3/s/

industriefun

F

Afstand

E

hwa

raan - bovenloopk kraanbaan

D

Lichtstr ca.2500 aat x16000

C

hwa

gebouw

30-3/4

B A

Gehele

5

Lichtstraat ca.2500x15000

0,21

A

5500

[Industriefunctie] Onverwarmd

molgoot ns

12

16

eg

G 78

Industriew

eg

3

30-3/4

Afstand vluchtroute industriefunctie cfm art. 2.102 lid 7 - min. 60m1 - ALLE VOLDOEN

-0,08

-0,07

BEZETTING GEHEEL BOUWWERK: de maximale bezetting van het gehele gebouw is ca.4 personen (geen Gebruiksmelding noodzakelijk)

0,16

0,01

-0,05

0,05

Gemeente Sectie Nummer

A

MAATVOERING IN HET WERK TE CONTROLEREN MATEN IN HET WERK TE METEN CONTROLE BESTAANDE SITUATIE - IN HET WERK !

2

5500

-0,09

Maten in het werk te meten/inmeten en te controleren. Alle hout-, steen-, beton- en staalconstructies volgens berekeningen en tekeningen constructeur. Ontwerp / Uitvoering vlgs Bouwbesluit Capaciteit HWA + riool te berekenen door installateur. E- en W- installaties, mechanische ventilatie vlgs tekeningen en berekeningen installateurs. Dilataties metselwerk vlgs opgave constructeur / Leverancier. Onderstaande NEN-EN normen zijn onverkort op dit werk van toepassing:

5,00

Gehele gebouw: BC 1=1275m2 [Industriefunctie] kraanbaan - bovenloopkraan hwa

hwa

hwa

hwa

hwa

1

200

hwa

paal

kolk

Lantaarn

paal

paal

kolk

Lantaarn

kolk

Lantaarn

kolk

molgoot

58200

B

Begane grond [peil 0] Perceel G 81 = ca. 5384m2 Oppervlakte bebouwd = ca. 2021m2 Percentage bebouwd = 38%

C

D

E

F

G

G 85

Industrieweg

ns

Industriew

natuurlijke toevoer v:26dm3/s T

A

G 182

16 perseelsgre

Inrit

v:6,5dm3/s/PP = 4PP = 26dm3/s

2

1

14

18

30min. WBDBO

As-L: Kolommen v.z.v. 30min. brandwerende coating o.g. dagliggers v.z.v. kantelnokken

bovenloopkraan 5 ton

5500 22400

-0,11

monolitische betonvloer cfm opgave opdr. / PO-Derckx

-0,15

0.1 Bedrijfshal

-0,06

30-3/4

perseelsgre

G 181

Gebruik overeenkomstig de voorschriften van het bestemmingsplan

opp.: 1275 m2

kolk

G 79

-0,11

Lichtstraat ca.2500x16000

weg ns

Industrie

perseelsgre

4

Milieutechnische inrichting(en) binnen + buiten vlgs opgave en v.r.v. gebruiker

-0,11

5,52

3

Lantaarnpaal

Inrit

PB

Loopdeur 1000x2400

hoog 5m

-0,11

0,04

-0,07

0,18

0,03

-0,04

-0,02

0,01

0,08

4

´nooddeur vrijhouden´

1

2

3

4

5,53

BESTAANDE BEBOUWING

kolk

0m2 =

m2 : BC 1=1275

hwa

A

vrijhouden´

PARKEE Conform RPLAATSEN parkeern OP EIGEN orm: Arbeidse TERREI N: xtensief 0,9PP/10

afvoer v:26dm3/s

mech.

12 PP

B elers mkas t/verd Stroo

Loopdeur

molgoot

hwa

ctie cfm art. 2.102 lid 7 min. 60m1 de maximale BEZETTING - ALLE GEHEEL bezetting VOLDOEN BOUWWER van het (geen K: Gebruiksmegehele gebouw is lding noodzakelijkca.4 personen

vluchtroute

inrichting(e nische

Gebruik

Milieutech

H

n) binnen + buiten vlgs opgave overeenko en v.r.v. mstig gebruiker bestemmi de voorschrift en van ngsplan het

Overheadp

/ bestratin Terrein

G

hwa

30-3/4

PP

F PP PP

E

PP

hwa

raan - bovenloopk

PP Overheadp

oort 6000x4500

C

hwa

4,99

PB

1000x2400

Inrit

G 85

Lantaarnpaal

´nooddeur

perseelsgrensSPIJLEN HEKWERK

kolk

bovenloopk raan 5 ton

PP

0,06

mech. afvoer v:26dm3/s A

5

hwa

D

30-3/4

hwa

PB

kraanbaan

b.k. dorpel max. +20 mm vl.

PP

hwa

Lantaarnpaal

A

hwa

kraanbaan - bovenloopkraan

0,02

5500

hwa

Loopdeur 1000x2400

0,01

E-installatie tussenverdeler - n.t.b.

hwa

´nooddeur vrijhouden´

G 81

200

0,04

5

BEDRIJFSHAL ca. 260m2

Overheadpoort 6000x4500

kolk

T

toevoer v:26dm3/s

natuurlijke

4,99

0,02

Overheadpoort 6000x4500

30-3/4

5000

Lichtstr ca.2500 aat x15000

5375

ctie]

5375

hwa

PP

5375

hwa

PP

[Industriefun

5375

PP 5375

K

5375

0,03

0,11

BESTAANDE BEBOUWING

5375

PP

J

200

PP 5375

-0,06

ca.9318

PP

I

PP

bestaande

3

overheadpo

ort

4

B

5

perseelsgrens

A

H

I

J

K

L

bestaande overheadpoort

NEN-EN 1992t/m1999 NEN 2606/6707sterkte - brandveiligheid NEN-EN 13501-1 NEN 6064/65/62/61brandgevaar NEN 3011 verbodsymbool NEN 6068 wbdbo NEN 5077 geluidwering NEN 2778 vochtwering NEN 1087 ventilatie NEN 2757 toevoer/afvoer van lucht/rook NEN 2057 daglicht NEN 7120 energieprestatie NEN 1068 thermische isolatie NEN 2686 luchtvolumestroom NEN 1010 electrische installatie NEN-EN 12464 licht en verlichting NEN 1078 - 8078 gasinstallatie NEN 1006 drinkwaterinstallatie NEN 2768 meterkasten NEN 3215 riolering NEN 2535 brandmeldinstallatie NEN 2555 rookmelders NEN 2575 ontruimingsinstallatie NEN-EN 1838 NEN 6088 vluchtroute aanduidingen NEN 1594 droge blusleiding NEN 2991 asbestvezels NEN 3569 (veiligheids)beglazing NEN 1770 brievenbus NEN 2886 dimensionering

BOUWPEIL = .....+ NAP+ i.o.m. gemeente Maasgouw

Maasgouw G 81

hwa hemelwaterafvoer sl standleiding ostl ontluchting os ontstoppingsstuk sb spoelbak f fonteintje wt wastafel b badkuip d douchbak wc toiletcombinatie sp schrobput ocv overstort cv wa wasautomaat vw vaatwasser kt kooktoestel kk koelkast wdr wasdroger azk afzuigkap cv centrale verwarmingsketel ww warmwatertoestel v ventialtie mv mechanische ventilatie mvk mv kanaal rglt rookgasafvoer-luchttoevoer combi kanaal sl staltonlatei bl betonlatei sbl schoonwerk betonlatei stl stalen hoekijzer latei roll rollaag kns knieschot dil dilatatie mk meterkast wbdbo weerstand branddoor-brandoverslag rm rookmelder aangesl. op lichtnet

Kadaster, perceels, straat-en trottoir, etc.-grenzen, zijn ondervoorbehoud E.e.a. in het werk in te meten a.d.h.v. kadastrale en gemeentelijke inmetingen. Aan getekende verkavelingen, situatie's kunnen geen rechten worden ontleend.

Derckx BV

T 0495-580000

Oude Graaf 2

F 0495-580058

Postbus 10045, 6000 GA Weert

KvK Roermond 13022160

Bestelnummer 5403B000000

PARKEERPLAATSEN OP EIGEN TERREIN: Conform parkeernorm: Arbeidsextensief 0,9PP/100m2 = 12 PP

BESTAANDE BEBOUWING

BESTAANDE BEBOUWING

hoog 11m

hoog 8m

P.H. Tinnemans en Zn BV Industrieweg 16 6051 AE Maasbracht Nieuwbouw bedrijfshal a.d. Industrieweg 16 6051 AE Maasbracht BESTEKTEKENING - NIEUWE SITUATIE 1 : 100

1189x841

19-07-2017

B-01

Deze tekening mag zonder schriftelijke toestemming niet worden gereproduceerd / Maatvoering, uitvoering, materiaal gebruik vallen onder verantwoordelijkheid opdrachtgever. Bouwburo Z+ is een handelnaam van VZ Management BV

L

K

J

I

H

G

F

E

D

C

B

A

ca.7500+

Sandwich beplating - RAL 7016

ca.5000+

perseelsgrens

´nooddeur vrijhouden´

Overheadpoort - RAL 7016

Betonplint - Grijs-glad

Voorgevel [west]

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

ca.7500+

Sandwich beplating - RAL 7016

ca.5000+

perseelsgrens

ca.5000+

Betonplint - Grijs-glad

Achtergevel a.d. Industrieweg [oost]

ca.11000+

5

4

3

2

1

ca.8000+

perseelsgrens

´nooddeur vrijhouden´

ca.7500+

Industrieweg

Rechter zijgevel [zuid]

Maas [haven]

ca.11000+

1

2

3

4

5

ca.8000+

BESTAANDE BEBOUWING BESTAANDE BEBOUWING

hoog 7,5m

perseelsgrens

hoog 5m Industrieweg

Linker zijgevel [noord]

Maas [haven] A

B PVC dakbedekking EPS isolatie Rc>4,5 Stalen dakplaten vzv IC Staalconstructie vlgs constr.

ca.9000+

C

D

E

F

G

Lichtstraat ca.2500x16000

H

I

J Lichtstraat ca.2500x15000

zetwerk dakrand

K

L PVC dakbedekking EPS isolatie Rc>4,5 Stalen dakplaten vzv IC Staalconstructie vlgs constr.

zetwerk dakrand

ca.9000+

Sandwichpanelen Rc>4,5 30min. BW Staalconstructie vlgs constr.

Sandwichpanelen Rc>4,5 Staalconstructie vlgs constr.

ca.4500+

ca.2400+

Monolitische betonvloer 180mm vzv wap. vlakheidsklasse cfm opgave PE-folie Vulzand

1065-

Monolitische betonvloer 180mm vzv wap. vlakheidsklasse cfm opgave PE-folie Vulzand

BESTAANDE BEBOUWING hoog 7,5m

T 0495-580000

Oude Graaf 2

F 0495-580058

Postbus 10045, 6000 GA Weert

KvK Roermond 13022160

Bestelnummer 5403B000000 ca.5000+

zetwerk lekdorpel - waterdicht afwerken

BESTAANDE BEBOUWING hoog 5m

Prefab betonplint 200mm

P.H. Tinnemans en Zn BV Industrieweg 16 6051 AE Maasbracht Nieuwbouw bedrijfshal a.d. Industrieweg 16 6051 AE Maasbracht BESTEKTEKENING - AANZICHTEN / DOORSNEDE 1 : 100

1189x841

19-07-2017

Doorsnede A-A

Derckx BV

30min. WBDBO

vrije hijshoogte - n.t.b.

As-L: Kolommen v.z.v. 30min. brandwerende coating o.g. dagliggers v.z.v. kantelnokken

vrije hijshoogte -n.t.b.

Peil 0

ca.7500+

bovenloopkraan 5 ton

ca.6500+

Prefab betonplint 200mm

RENVOOI - ZIE TEKENING B-01

B-02

Deze tekening mag zonder schriftelijke toestemming niet worden gereproduceerd / Maatvoering, uitvoering, materiaal gebruik vallen onder verantwoordelijkheid opdrachtgever. Bouwburo Z+ is een handelnaam van VZ Management BV

35220

hoogte ca 4.5 mtr

Opslag ca 300 m2

Machinal werkplaats ca 700 m2

hoogte ca 2 mtr rolpoort 5x4 mtr Materiaal lift verzonken in vloer

Drogen Lakken ca 50 m2 ca 50m2

45160

Materiaal lift

Magazijn ca 150 m2

hoogte ca 4 mtr

Kantoor 2 ca 35 m2

Magazijn hang en sluit ca 100 m2

Montage werkplaats ca 500 m2

Kantoor 1 ca 35 m2 hoogte ca 2.5 mtr

hoogte ca 7 mtr Showroom ca 150 m2 Wasruimte ca 15 m2

Kantoor 3 ca 30 m2

Toiletgroep ca 10m2

Kantine ca 65 m2

rolpoort 8x6 mtr

Begane grond

1e verdieping 45000

34999

Klant:

Get.:

G Tinnemans

Schaal:

Project:

Nr.:

Tekening:

Datum: Veerweg1-3 nieuwbouw

www.TinnemansInterieurbouw.nl

24-03-2020

Rev.:

www.TinnemansScheepsbouw.nl

Tinnemans Floating Solutions Industrieweg 16 6051 AE Maasbracht

Konijnenburg groep

BEOORDELINGSNOTITIE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ‘SCHEEPSWERF PH TINNEMANS’ ten behoeve van bestemmingsplan “Bedrijventerreinen Maasbracht, 3e herziening” van de gemeente Maasgouw

BEOORDELINGSNOTITIE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ‘SCHEEPSWERF PH TINNEMANS’ K ONI JNE NBURG

Pagina 1 van 18

G ROEP ,

DEN

HAAG

.

B RED A .

U TRE CH T

.

EIN DHO VEN

Konijnenburg groep

Opdrachtgever: Konijnenburg Groep [intern] Projectnummer: 239 Datum en versie: 6 juni 2019, versie 1.0 [concept] BEOORDELINGSNOTITIE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ‘SCHEEPSWERF PH TINNEMANS’ K ONI JNE NBURG

Pagina 2 van 18

G ROEP ,

DEN

HAAG

.

B RED A .

U TRE CH T

.

EIN DHO VEN

Konijnenburg groep

Inhoudsopgave I. Beoordelingsbesluit ............................................................................................................................. 5 II. Juridische basis.................................................................................................................................... 5 III. Beoordelingsgrondslag....................................................................................................................... 6 1.

Aanleiding ................................................................................................................................... 6

2. Beschrijving van de activiteit .......................................................................................................... 7

3.

4.

2.1

Logies functies..................................................................................................................... 7

2.2

Nieuwe loods industrieweg 16............................................................................................ 8

2.3

Bedrijfswoning Industrieweg 18 ......................................................................................... 8

2.4

Bedrijfsbestemmingen Scheepswerf .................................................................................. 8

2.5

Uitbreiding gezoneerd bedrijventerrein ............................................................................. 9

Afweging of een milieueffectrapportage moet worden gemaakt .............................................. 9 3.1

Voorheen geldende situatie ................................................................................................ 9

3.2

Wijziging van het huidige industrieterrein........................................................................ 10

3.3

Overige onderzoeken gericht op de bescherming van het milieu .................................... 10

Bijzondere afweging op grond van Bijlage III van de mer-richtlijn ........................................... 14 4.1

Kenmerken ........................................................................................................................ 14

4.2

Locatie ............................................................................................................................... 15

4.3

Soort en kenmerken van het potentiële effect................................................................. 17

BEOORDELINGSNOTITIE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ‘SCHEEPSWERF PH TINNEMANS’ K ONI JNE NBURG

Pagina 3 van 18

G ROEP ,

DEN

HAAG

.

B RED A .

U TRE CH T

.

EIN DHO VEN

Konijnenburg groep

BEOORDELINGSNOTITIE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ‘SCHEEPSWERF PH TINNEMANS’ K ONI JNE NBURG

Pagina 4 van 18

G ROEP ,

DEN

HAAG

.

B RED A .

U TRE CH T

.

EIN DHO VEN

Konijnenburg groep

I. Beoordelingsbesluit Besluit van de raad van Maasgouw over het wel of niet uitvoeren van een milieueffectrapportage, als bedoeld in artikel 7.17 van de Wet milieubeheer, ten behoeve van het bestemmingsplan “Bedrijventerreinen Maasbracht, 3 herziening”. Op basis van de hierbij gevoegde beoordelingsgrondslag voor de beoordeling of voor het bestemmingsplan “Bedrijventerreinen Maasbracht” een milieueffectrapportage moet worden opgesteld, heeft de raad van Maasgouw besloten, dat er met de ruimtelijke ontwikkeling die in genoemd bestemmingsplan planologisch-juridisch mogelijk wordt gemaakt, geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zullen ontstaan. De motivering van dit besluit is in onderdeel III van deze beoordelingsnotitie gegeven. Bij punt 4. van dat onderdeel is specifiek ingegaan op Bijlage III van de Europese Richtlijn 2011/92/EU zoals deze op 16 april 2014 met Richtlijn 2014/52/EU is gewijzigd.

II. Juridische basis De ruimtelijke ontwikkeling die met het bestemmingsplan “Bedrijventerreinen Maasbracht, 3e herziening” wordt mogelijk gemaakt, is de wijziging van een industrieterrein. Deze ontwikkeling is genoemd bij punt 12 van Bijlage II van Richtlijn 2011/92/EU (hierna: mer-richtlijn) als project waarvoor in de richtlijn wordt voorgeschreven, dat de lidstaat zelf in de nationale wetgeving moet bepalen of zo een project al dan niet moet worden onderworpen aan een milieueffectbeoordeling en wel op basis van a) een onderzoek per geval of b) aan de hand van door de lidstaat vastgestelde drempelwaarden of criteria. Dit is gebeurd in het Besluit milieueffectrapportage (hierna: Besluit mer) waarin de “industrieterrein” als activiteit is genoemd in onderdeel D van de Bijlage daarvan (kolom 1, activiteit D.11.3). Voor activiteiten in genoemd onderdeel D geldt, dat eerst geoordeeld moet worden of die activiteiten belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Voor de daarin genoemde activiteiten geldt dus geen rechtstreekse verplichting om een procedure van milieueffectrapportage te volgen. Dit zou evenwel anders zijn als het bestemmingplan “Bedrijventerreinen Maasbracht” een kaderstellend plan zou zijn, als bedoeld in artikel 7.2, lid 2 (tweede volzin), van de Wet milieubeheer. Het bestemmingsplan maakt het project Scheepswerf PH.

Tinnemans rechtstreeks mogelijk zodat dat niet het geval is. Sinds de implementatie van Richtlijn 2014/52/EU, waarmee de mer-richtlijn inhoudelijk is aangepast, geldt voor alle activiteiten van genoemd onderdeel D een formele mer-beoordeling en is de vormvrije mer-beoordeling vervallen. De implementatie van deze wijzigingsrichtlijn is afgerond met de daarop gerichte aanpassing van het Besluit mer die op 7 juli 2017 in werking is getreden. Hiermee geldt vanaf die datum ook voor gevallen van activiteiten die onder de drempelwaarde (kolom 2 van onderdeel D) liggen, een formele mer-beoordeling. BEOORDELINGSNOTITIE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ‘SCHEEPSWERF PH TINNEMANS’ K ONI JNE NBURG

Pagina 5 van 18

G ROEP ,

DEN

HAAG

.

B RED A .

U TRE CH T

.

EIN DHO VEN

Konijnenburg groep

De drempelwaarden in onderdeel D zijn indicatief en niet bepalend van aard, in tegenstelling tot de drempelwaarden in onderdeel C van de Bijlage van het Besluit mer. Voor het in kolom 2 van onderdeel D genoemde geval dat onder de drempelwaarde ligt, wordt het waarschijnlijk geacht dat de activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Voor het geval vanaf de drempelwaarde, echter, geldt dat het waarschijnlijk wordt geacht dat de activiteit wel belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Deze aannames moeten dan ook worden bevestigd of weerlegd met de formele mer-beoordeling. De formele mer-beoordeling moet plaatsvinden op grond van de regels die zijn opgenomen in paragraaf 7.6 van de Wet milieubeheer. Deze mer-beoordelingsnotitie vormt de neerslag van de uitvoering van de regels in artikel 7.17 van die wet. Bij de beoordeling is uitgegaan van de wijzigingen in het gebied ten opzichte van de voorheen bestaande situatie. Er heeft dus geen beoordeling plaatsgevonden van hetgeen reeds in die situatie mogelijk was, een en ander als bedoeld in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 15 oktober 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:3276, onder punt 6.1).

III. Beoordelingsgrondslag Aan het beoordelingsbesluit heeft ten grondslag gelegen de inhoud van de melding van de initiatiefnemer (de activiteit), zoals bedoeld in artikel 7.16, lid 1, van de Wet milieubeheer, waarbij rekening is gehouden met, voor zover relevant, de resultaten van eerder uitgevoerde controles of andere gevolgen voor het milieu en met Bijlage III van de Europese Richtlijn 2011/92/EU, beide zoals bedoeld in artikel 7.17, lid 3, aanhef en onder a. en b., van de Wet milieubeheer.

1.

Aanleiding

Tinnemans Floating Solutions (verder: Tinnemans) in Maasbracht, gemeente Maasgouw, is van oorsprong een scheepstimmerbedrijf. Tinnemans betreft een van de VVGB bedrijven (voormalige provinciale inrichtingen). Scheepsreparatie is en blijft de hoofdactiviteit van het bedrijf, maar inmiddels bouwt het bedrijf ook schepen in alle soorten en maten en levert het diverse scheepsonderdelen, zoals lieren, ankers en masten. Voor de scheepsreparatie is een scheepswerf beschikbaar, waar jaarlijks ca. 100 schepen worden gerepareerd. Verder zijn er kantoorruimtes, constructiewerkplaatsen en een eigen laad- en loswal voor schepen van maximaal 135 meter lang. Het bedrijf is gevestigd op het bedrijventerrein ‘Koeweide / Battenweg’, verspreid over verschillende locaties: Industrieweg 9, Industrieweg 16, Industrieweg 20 en Veerweg 4 en Veerweg 1-3. De verschillende onderdelen zijn tot nu toe grotendeels als aparte bedrijven behandeld.

BEOORDELINGSNOTITIE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ‘SCHEEPSWERF PH TINNEMANS’ K ONI JNE NBURG

Pagina 6 van 18

G ROEP ,

DEN

HAAG

.

B RED A .

U TRE CH T

.

EIN DHO VEN

Konijnenburg groep

De bedrijfsonderdelen liggen binnen het geldende bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen Maasbracht’, vastgesteld op 20 december 2012 en voor een deel binnen de grens van het bestemmingsplan ‘Reparatieplan’, vastgesteld 22 april 2015 en de parapluherziening ‘Gezoneerd industrieterrein’, vastgesteld op 19 maart 2019. Er zijn verschillende ontwikkelingen gaande of in voorbereiding die niet passen binnen het bestemmingsplan. Zo is er sprake van één inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, wat gevolgen heeft voor de huidige indeling in milieucategorieën, wil het bedrijf een loods oprichten en moet een logiesfunctie voor werknemers mogelijk worden gemaakt. Hier bovenop wordt de woonbestemming op het perceel industrieweg 16 verwijderd. Het wegbestemmen van deze woning creëert geluidsruimte op het bedrijventerrein.

2. Beschrijving van de activiteit Het bestemmingsplan moet de huidige situatie planologisch eenduidig vastleggen en bevat in die zin geen volledig nieuwe ontwikkeling. De volgende zaken worden geregeld:  1 bedrijfswoning ‘omzetten’ naar logies: Veerweg 1;  1 burgerwoning ‘omzetten’ naar logies: Industrieweg 12;  1 kantoor ‘omzetten’ naar logies: Industrieweg 14;  nieuwe loods op Industrieweg 16 welke op de erfgrens wordt geplaatst;  bedrijfswoning Industrieweg 18: aanduiding bedrijfswoning verruimen tot en met de tuin;  actuele en volledige planologische regeling voor alle activiteiten van Tinnemans, dit betekent dat op alle locaties een scheepswerf en grote lawaaimaker is toegestaan;  beperken van de toegestane geluidemissie op de locaties Veerweg 1-3 en Industrieweg 9;  torenkraan toestaan op de locatie Veerweg 1-3;  plaatsen van containers onder bepaalde voorwaarden toestaan;  uitbreiden gezoneerd industrieterrein met de locatie Industrieweg 9, Veerweg 1-3 en de werkzone in het Julianakanaal nabij de Veerweg 1-3 waarbij de binnenste begrenzing van de geluidzone wordt aangepast. 2.1 Logies functies Op de locatie Veerweg 1 bevindt zich de voormalige bedrijfswoning van het perceel. In het verleden bevond zich hier namelijk een separaat bedrijf, wat geen relatie had met de huidige scheepswerf.

In oktober 2011 heeft de scheepswerf het gehele perceel aangekocht als uitbreidingsmogelijkheid. De bedrijfswoning is door deze aankoop niet meer in gebruik. Aangezien het pand is voorzien van alle benodigde woonmogelijkheden zal het pand omgevormd worden voor een logiesfunctie. De logiesfunctie wordt straks gebruikt voor scheepvaart gezinnen. Indien hun schip in onderhoudt/reparatie bij de scheepswerf aanwezig is, is het, uit veiligheidsoverwegingen, onwenselijk dat het gezin op het schip blijft wonen. Het creëren van een logiesfunctie voor deze gezinnen, op korte afstand van hun schip, is dan ook wenselijk. Het pand industrieweg 12-14 is de voormalige bedrijfswoning van de scheepswerf. Met de oprichting van de huidige bedrijfswoning aan de industrieweg 16 is het gebruik van de BEOORDELINGSNOTITIE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ‘SCHEEPSWERF PH TINNEMANS’ K ONI JNE NBURG

Pagina 7 van 18

G ROEP ,

DEN

HAAG

.

B RED A .

U TRE CH T

.

EIN DHO VEN

Konijnenburg groep

voormalige bedrijfswoning komen te vervallen. De bedrijfswoning was destijds in twee wooneenheden gesplitst. Het rechterdeel is destijds verkocht en in het verleden (door toepassing van een vrijstelling artikel 19 WRO) omgevormd tot een burgerwoning. Het linkerdeel van het pand heeft nu een kantoorfunctie. De burgerwoning wordt door de scheepswerf aangekocht, waarbij met de huidige bewoner wordt afgesproken dat hij daar als burger mag blijven wonen. Het gehele pand wordt voorzien van de mogelijkheid tot logiesfunctie. Eerst wordt het kantoorgedeelte omgevormd. Nadat de huidige bewoner niet meer in de woning woont zal ook dat deel omgevormd worden naar een logiesfunctie. De logiesfunctie wordt gebruikt voor het tijdelijk huisvesten van werknemer, maar ook voor het tijdelijk onderbrengen van schippersgezinnen. Het gebruik als burgerwoning, door de huidige bewoner, blijft, na vaststelling van dit plan mogelijk onder het zogenoemde persoonsgebonden overgangsrecht. 2.2 Nieuwe loods industrieweg 16 Op 29 maart 2016 heeft de scheepswerf een principeverzoek ingediend voor de realisatie van een nieuwe bedrijfsloods op het perceel. De loods paste niet binnen de regels van het geldende bestemmingsplan. De loods wordt namelijk op de perceelsgrens gerealiseerd, terwijl in het bestemmingsplan een minimale afstand van 5 meter tot aan de perceelsgrens geldt.

Op 1 juli 2016 heeft de gemeente besloten mee te werken aan de realisatie van deze nieuwe loods door middel van de wijziging van het bestemmingsplan. In bijlage 1 is een tekening van de toekomstige loods opgenomen. 2.3 Bedrijfswoning Industrieweg 18 Op het perceel industrieweg 18 bevindt zich de bedrijfswoning van het bedrijf. De bedrijfswoning is ook als zodanig bestemd in het geldende bestemmingsplan. Echter is de tuin behorende bij de bedrijfswoning niet volledig als zodanig mee bestemd. De voortuin en achtertuin zijn in het originele plan wel meengenomen, maar nu blijkt dat een groter deel van het perceel in gebruik is als tuin behorende bij de woning. Dit betreft het zijperceel, wat niet geschikt is voor de bedrijfsvoering. Dit deel van het perceel is in gebruik als dierenverblijf. Om het huidige gebruik in overeenstemming te brengen met de bestemming is er voor gekozen om dit deel mee te nemen binnen de bestemming van de bedrijfswoning. 2.4 Bedrijfsbestemmingen Scheepswerf De overige gronden van het bedrijf worden specifiek bestemd voor de uitoefening van scheepswerfactiviteiten. Alle percelen worden dan ook voorzien van deze specifieke aanduiding, met bijbehorende passende regelingen. Voor de locaties Veerweg 1-3 en industrieweg 9 worden de maximaal toegestane geluidsemissies beperkt ten opzichte van de overige percelen.

Dit vanwege de daar uitgevoerde bedrijfsactiviteiten en de bescherming van nabijgelegen woningen. Voor de bedrijfsvoering (laden en lossen grote onderdelen) is het noodzakelijk dat het perceel Veerweg 1-3 de beschikking blijft hebben over een torenkraan. De huidige torenkraan is niet opgenomen in het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan zal daarom ter plaatse een torenkraan planologisch mogelijk worden gemaakt. De huidige torenkraan wordt, vanwege zijn beperkingen, op termijn vervangen door een nieuwe. BEOORDELINGSNOTITIE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ‘SCHEEPSWERF PH TINNEMANS’ K ONI JNE NBURG

Pagina 8 van 18

G ROEP ,

DEN

HAAG

.

B RED A .

U TRE CH T

.

EIN DHO VEN

Konijnenburg groep

In het nu geldende bestemmingsplan geldt een absoluut verbod op het plaatsen van zeecontainers waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Dit verbod was destijds opgenomen om te voorkomen dat containers met elkaar werden verbonden en zouden dienen als werkplaatsen en personeelskantines. In de praktijk is gebleken dat de scheepswerven behoefte hebben aan het opslaan van materiaal in containers. Daarnaast is door de verruiming van de mogelijkheden voor het vergunningsvrij bouwen gebleken dan veel geplaatste containers vergunningsvrij zijn. Een absoluut verbod op het plaatsen van containers is daarom niet meer werkbaar en wenselijk. Wel worden er nog aanvullende regels opgenomen voor de containers. Containers mogen niet hoger dan 2 containers worden opgestapeld en containers mogen niet meer onderling verbonden worden (doorlassen van containers, zodat een grotere ruimte ontstaat). De werkstroken in het Julianakanaal en in de haven maken ook onderdeel uit van de inrichting en krijgen ook de functieaanduiding werkstrook waarbij het gebruik van de werkstrook gekoppeld is aan het gebruik op de wal. Tevens wordt het mogelijk om in deze werkstrook schepen langer dan 25 meter af te meren in afwachting van werkzaamheden aan deze schepen bij de scheepswerf.

2.5 Uitbreiding gezoneerd bedrijventerrein De percelen Industrieweg 9 en de werkstrook bij de Veerweg 1-3 (de voormalige machinefabriek) maken in het geldende bestemmingsplan geen onderdeel uit van het huidige gezoneerde bedrijventerrein. Beiden percelen zijn inmiddels in eigendom van de scheepswerf en gaan onderdeel uit maken van het bedrijf. Weliswaar worden ter plaatse geen echte scheepswerfactiviteiten uitgeoefend, maar vanwege de onlosmakelijke samenhang die de percelen hebben vormen de milieutechnisch wel onderdeel uit van het bedrijf (1 inrichting). Aangezien de gehele inrichting een geluidsgezoneerd bedrijf is zullen ook deze percelen binnen het gezoneerde bedrijventerrein moeten komen liggen. Uit akoestisch onderzoek (zie paragraaf 4.4 van deze toelichting is gebleken dat dit geen akoestische knelpunten oplevert. Ook zorgt de uitbreiding van het gezoneerde bedrijventerrein niet voor een vergroting van de bijbehorende geluidszone. Voor de percelen Veerweg 1-3 (inclusief werkstrook) en Industrieweg 9 wordt vastgelegd dat hier activiteiten mogen plaatsvinden die minder lawaai maken dan de activiteiten die zijn toegestaan op de percelen Industrieweg 16 en 20 en Veerweg 4.

3.

Afweging of een milieueffectrapportage moet worden gemaakt

3.1 Voorheen geldende situatie Alle bedrijfsonderdelen liggen in het plangebied van het bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen Maasbracht’ vastgesteld op 20 december 2012. Ter hoogte van het perceel aan de Veerweg 4 en ter plaatse van de werkstrook langs het Julianakanaal geldt het ‘Reparatieplan’, dat is vastgesteld op 22 april 2015. De geluidszone van het bedrijventerrein is gewijzigd met de ‘Parapluherziening gezoneerd industrieterrein’, dat is vastgesteld op 19 maart 2019. De meeste locaties van Tinnemans hebben de bestemming ‘Bedrijventerrein. Binnen deze bestemming zijn verschillende milieucategorieën toegestaan, aangegeven met BEOORDELINGSNOTITIE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ‘SCHEEPSWERF PH TINNEMANS’ K ONI JNE NBURG

Pagina 9 van 18

G ROEP ,

DEN

HAAG

.

B RED A .

U TRE CH T

.

EIN DHO VEN

Konijnenburg groep

functieaanduidingen. Waar nodig is met specifieke functieaanduidingen een afwijkende milieucategorie of activiteit positief bestemd. De bedrijfswoningen aan de Veerweg 1-3 en de Industrieweg 18 zijn als zodanig aangeduid. De burgerwoning op Industrieweg 12 heeft de bestemming ‘Wonen’. Het kantoor aan de Industrieweg 14 is niet als zodanig aangeduid, maar is onderdeel van de bestemming ‘Bedrijventerrein’, waarbinnen ondergeschikte kantoren zijn toegelaten. De locatie aan de Veerweg 4 heeft in het ‘Reparatieplan’ de bestemming ‘Bedrijf’ gekregen, met een maximale milieucategorie van 3.2 en de aanduidingen ‘geluidzoneringsplichtige inrichting’ en ‘scheepswerf’. De werkstroken in het Julianakanaal en de haven hebben de bestemming ‘Water – riviergebonden’, ‘Waterstaat – Waterbergend rivierbed’ en de functieaanduiding ‘Water – werkstrook’. 3.2

Wijziging van het huidige industrieterrein

3.2.1 Begrenzing van milieubelastende activiteiten In de huidige situatie is zijn de niet meer benodigde functies verwijderd en is de bestemming op de percelen toegespitst op het benodigde gebruik ten behoeve van de scheepswerf . In de situatie zoals ontstaan met de vaststelling van bestemmingsplan “Bedrijventerreinen Maasbracht, 3e herziening” blijft de bestemming “Bedrijventerrein” bestaan. De woonfuncties op de locaties Veerweg 3 en industrieweg 14 zijn verwijderd De milieubelastende activiteiten ten opzichte van de voorheen geldende situatie ingeperkt en toegespitst op de functie van scheepswerf met bijbehorende functies. 3.3

Overige onderzoeken gericht op de bescherming van het milieu

3.3.1 Invloed op het nabij gelegen Natura 2000-gebied In het kader van de voorbereiding van het bestemmingsplan is onderzoek verricht in verband met de nabijheid van Natura 2000-gebied “Grensmaas”. De activiteiten in het plangebied veranderen niet zodanig dat significante effecten op het Natura 2000 gebied kunnen optreden. Een voortoets of passende beoordeling is niet aan de orde. De emissie van luchtverontreinigende stoffen blijft gelijk. De activiteiten leiden daarom niet tot een toename van de stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied. Significante gevolgen zijn uitgesloten en het bestemmingsplan kan in overeenstemming met de artikelen 2.7 en 2.8 Wet natuurbescherming worden vastgesteld. 3.3.2

Beschermde dier- en plantsoorten

Op grond van de Wet natuurbescherming is het verboden bepaalde beschermde planten- en diersoorten te verstoren. Het is niet ongebruikelijk om bij ruimtelijke ontwikkelingen een quick scan uit te voeren, om te bepalen of de kans bestaat dat beschermde soorten in het plangebied voorkomen. In het geval de kans aanwezig is, is nader onderzoek nodig om vast te stellen of de beschermde soorten ook daadwerkelijk aanwezig zijn en of er risico bestaat op verstoring. BEOORDELINGSNOTITIE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ‘SCHEEPSWERF PH TINNEMANS’ K ONI JNE NBURG

Pagina 10 van 18

G ROEP ,

DEN

HAAG

.

B RED A .

U TRE CH T

.

EIN DHO VEN

Konijnenburg groep

Het plangebied is bestemd als en in gebruik als bedrijventerrein. De kans dat beschermde plantensoorten aanwezig zijn, is uitgesloten. Ditzelfde geldt voor beschermde diersoorten; het gebruik van het plangebied verandert niet en er wordt geen bebouwing gesloopt. Een onderzoek, in de vorm van bijvoorbeeld een quick scan, is niet aan de orde. 3.3.3 Water en grondwaterbescherming Aan de Industrieweg 16 neemt het verhard oppervlak toe als gevolg van de realisatie van de loods en bijbehorende verhardingen. In totaal neemt het verhard oppervlak toe met circa 2.250 m2. Het hemelwater dat op het dak van het gebouw valt, wordt direct geloosd op het oppervlaktewater.

Het project Scheepswerf PH Tinnemans ligt in een gebied ter bescherming van grondwater, namelijk een boringsvrije zone op grond van de Omgevingsverordening Limburg 2014. De diepte van boringen in dat gebied is beperkt en geregeld in die verordening ter bescherming van de strategische grondwatervoorraad. Die regeling is in de regels van het bestemmingsplan overgenomen. Het project Scheepswerf PH Tinnemans vormt daarmee geen belemmering voor het provinciaal belang dat gericht is op de bescherming van het milieu. Voor de volledige onderzoeken wordt verwezen naar hoofdstuk 4 van de toelichting van het bestemmingsplan.

3.3.4 Geluid Op een deel van het bestaande industrieterrein zijn inrichtingen toegelaten die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken. Deze inrichtingen staan genoemd in onderdeel D van Bijlage 1 van het Besluit omgevingsrecht. Het bovenstaande betekent dat het industrieterrein een industrieterrein is in de zin van artikel 1 Wet geluidhinder. Rond dit industrieterrein is daarom een geluidzone vastgesteld zoals bedoeld in artikel 54 Wet geluidhinder in samenhang met artikel 41 Wet geluidhinder. Buiten de zonegrens mag de geluidbelasting van alle op het industrieterrein gevestigde bedrijven tezamen niet meer bedragen dan 50 dB(A). Dit plan maakt de uitbreiding van dit geluidgezoneerde industrieterrein mogelijk. De locatie Industrieweg 9 wordt aan het gezoneerde industrieterrein toegevoegd. Met de geplande uitbreiding wijzigt niet alleen de grens van het industrieterrein maar ook de ligging van de geluidzone (binnengrens). De buitenste zonegrens van het gezoneerde industrieterrein wijzigt niet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=9b4579a1-b46d-4461-b006-89406d4910eb