152524-BIJLAGE 1 Rapport Toekomstperspectief Clausgebied e.o. (def.)
Tekst van het document
Doordat het terrein alleen voor werknemers toegankelijk is en juist afgesloten is voor bezoekers, is er ondanks de activiteiten die 24 uur per dag doorgaan ook relatieve rust en vooral weinig verstoring voor dieren. Dat maakt dat er zelfs op deze plek wel degelijk een hoop natuurlijks leeft.
van Linnerweerd, de Vlootbeek, Aan de berg en het open landschap ten zuiden van Brachterbeek optimaal te verbinden met elkaar en de omliggende wandel- en fietsroutes. d. Economie en bedrijvigheid Buiten de clusters en zones waar energie ontwikkelingen zijn geprojecteerd en in de gebieden buiten de dorpskern Brachterbeek (zoals in het Brachterveld en de Linnerweerd) zijn landbouwbedrijven actief die daar boerderijen, stallen en landbouwgrond in eigendom hebben. Om aan deze bedrijven een bepaalde mate van zekerheid te kunnen bieden over hun toekomst is het een belangrijk vertrekpunt om de eigendommen in deze gebieden als vertrekpunt voor toekomstige ontwikkeling te nemen. Het is waarschijnlijk dat de nieuwe ontwikkelingen rondom energie in de clusters ook nieuwe bedrijvigheid aantrekt. Ook voor nieuwe bedrijvigheid moet een passende plek gevonden worden. Daarvoor wordt voorgesteld te concentreren waar er al bedrijventerreinen zijn , zodat de open ruimte behouden blijft. Dit sluit aan op het ruimtelijkeconomisch beleid dat de gemeente volgt op grond van de Omgevingsvisie, waarin vooral ingezet wordt op gebruik en herstructurering van bestaande bedrijventerreinen en geen uitbreiding met nieuwe bedrijventerreinen.
c. Recreatie Zoals hierboven beschreven wordt het gebied al intensief gebruikt door fietsers en wandelaars. Daaraan moeten de toekomstige ontwikkelingen geen of zo min mogelijk afbreuk doen. Daarnaast kan worden ingezet op het realiseren van ‘ontbrekende schakels’. Door op enkele plekken verbindingen toe te voegen en aanpassingen te doen, worden fiets- en wandelroutes mogelijk nog aantrekkelijker of beter verbonden met elkaar. Voor aanpassingen moet gedacht worden aan het veranderen van het profiel van fietspaden: duidelijkere fietsstroken en een aparte zone voor voetgangers. De inzet is om de landschappen Afbeelding 18. Foto Bruin Blauwtje bij het Hoogspanningsstation (Bron: Albert Vliegenthart, Gemeente Maasgouw)
29
2.5 Ruimtelijke vertaling: Kaartbeeld situatie 2050
Het kaartbeeld 2050 geeft een integrale beeld van de energie ontwikkelingen en voorgestelde ingrediënten voor omgevingskwaliteit. Het toekomstperspectief geeft de toekomstige ontwikkelingen weer, maar ook waar er geen ontwikkelingen voorzien zijn, en waar er mogelijk kan worden ingezet op omgevingsprojecten. Het indicatieve ruimtebeslag is weergegeven in het figuur naast de kaart (hierin is enkel de waterstofcentrale weergegeven, en niet de bouwstenen die bij de CCS-route horen).
Zoals eerder vermeld vragen de nieuwe ontwikkelingen ruimte. Daarom wordt zoveel mogelijk gerealiseerd in de bestaande clusters: het Clauscentrale-terrein of TenneT-cluster.
Afbeelding 19. Ruimtebeslag bouwstenen (de CCS-bouwstenen zijn niet weergegeven)
30
Afbeelding 20. Kaartbeeld situatie 2050
31
Energie onderdelen 2050 toelichting
Onderstaande toelichting bevat de verschillende ‘bouwstenen’ uit het toekomstperspectief. Uiteraard dienen deze niet los van elkaar, maar in samenhang te worden gezien, zoals eerder beschreven in het perspectief.
Optie 1: De Clauscentrale als waterstofgestookte electriciteitscentrale
Optie 2: De Clauscentrale als (groen)gas gestookte elektriciteitscentrale
Bouwstenen:
Bouwstenen:
Waterstofgestookte elektriciteitscentrale
(Bestaande) (Groen-)gasgestookte
Functie: Elektriciteit produceren door
elektriciteitscentrale
verbranden van waterstofgas.
Bestaande units.
Ruimtebeslag: ongeveer gelijkwaardig aan Claus C. Het gaat voornamelijk om interne
(Bestaande) aardgasleidingen.
wijzigingen waarin er waterstof gestookt kan
Bestaande units.
worden in plaats van gas. Locatie: Cluster 1
Afvangen van CO₂
DRC met waterstof
Scrubber installatie om CO₂ af te vangen uit
Functie: Er wordt een (private)
de elektriciteitscentrale.
buisleidingenbundel beoogd ter verbinding
Functie: CO₂ afvangen uit de rookgassen van
van de haven van Rotterdam, Moerdijk,
de centrale.
Geertruidenberg, Chemelot en Noordrijn-
Ruimtebeslag: Installatie met een aantal 70m
Westfalen (Gelsenkirchen, Keulen en wijde
hoge slanke torens.
omgeving) (PEH, 2024).
Locatie: Cluster 1.
Ruimtebeslag: Ondergrond buizen tracé. Locatie: Beoogd tracé DRC.
DRC met CO₂ leiding Functie: Transport van CCS in DRC naar
Aftakking DRC richting waterstofcentrale en
opslaglocaties en industrie zoals Chemelot.
hoogspanningssations
Ruimtebeslag: Ondergrond 60m buizen tracé.
Functie: Transport van waterstof
Locatie: Beoogd tracé DRC.
en gelijkstroom van DRC richting energieknooppunt Clausgebied.
Aftakking CO₂ leiding van scrubber-
Ruimtebeslag: Ondergrondse verbinding.
installatie richting DRC
Afmetingen onbekend.
Functie: Transport van CO₂ van
Locatie: Twee mogelijke opties op een nader
energieknooppunt Clausgebied richting DRC
te bepalen locatie via de oostelijke zijde.
Ruimtebeslag: Ondergrondse verbinding. Afmetingen onbekend. Locatie: Cluster 1 richting DRC
32
Kansrijke locatie voor aanlanding wind op zee Bouwstenen: DRC met ondergrondse HVDC (gelijkstroom) verbinding Functie: Bundeling buisleidingen met HVDC verbindingen in DRC-tracé tussen (naar verwachting) Rotterdam en Geleen via Moerdijk.. Ruimtebeslag: Ondergronds buizen tracé. Locatie: DRC-tracé Aftakking DRC-gelijkstroomverbinding richting Converter Functie: Transporteren van gelijkstroom vanaf windparken op zee via het tracé van de DRC richting de converter. Ruimtebeslag: Ondergrondse kabel, exact
Waterstofproductie Bouwstenen: Elektrolyser Functie: Bij een ‘overschot’ aan elektriciteit wordt het omgezet in waterstof. Ruimtebeslag: kan oplopen tot 20 ha, waaronder 10ha voor elektrolyser en ruimtereservering voor waterzuiveringssysteem en transformatoren. Op het hoogste punt is de elektrolyser circa 25 meter. Locatie: Op het RWE Clauscentraleterrein (cluster 1). Randvoorwaarde: maximaal 6km van 380-kV-station, in de nabijheid van Waterstofnetwerk Nederland en in de nabijheid van oppervlaktewater.
ruimtebeslag onbekend. Locatie: Twee mogelijke opties: de eerste optie is het tracé van de oude gasleidingen. De tweede optie is het tracé aan de oostzijde van de Vlootbeek. Converter 2GW Functie: Het omzetten van gelijkstroom naar wisselstroom om via het hoogspanningsstation te voeden op het net. Ruimtebeslag: 5,5 ha (op basis van 2GW. Gebaseerd op gesprekken met TenneT en
Aftakking waterstofleiding van de DRC naar de elektrolyser Functie: Transporteren waterstof tussen elektrolyser en DRC Ruimtebeslag: Ondergrondse verbinding. Locatie: Twee mogelijke opties: de eerste optie is het tracé van de oude gasleidingen. De tweede optie is het tracé aan de oostzijde van de Vlootbeek.
aannames in Concept NRD VAWOZ) Locatie: Hiervoor moet een locatie gevonden worden buiten cluster 1 en 2 i.v.m. ruimtegebrek in de bestaande twee clusters.
Verbinding van converter naar 390 kv station en van 390kv station naar elektrolyser.
Er zijn twee zoekgebieden: zoekgebied M(aasgouw) en zoekgebied R(oerdalen). Randvoorwaarde is dat het een waterveilige
Opslag van elektriciteit
situatie is.
Bouwstenen: Batterijen Functie: Tijdelijke opslag elektriciteit. Locatie: Cluster 1.
33
2.6 Gefaseerde ontwikkeling (van 2024 naar 2050)
Vanaf 2035 moet de gehele elektriciteitssector CO₂-neutraal opereren, wat betekent dat de eerste concrete stappen richting het ‘energieknooppunt Clausgebied’ van de toekomst op dat moment zijn voltooid. Naast het beeld voor de lange termijn dat eerder werd geschetst, is het belangrijk om ook kort naar deze eerste tussenstap te kijken. In de volgende alinea’s wordt beschreven welke aspecten op het gebied van energie al zijn gerealiseerd in 2035, wanneer de elektriciteitssector CO₂ vrij opereert. Ook worden de stappen erna toegelicht. Zoals eerder vermeld, is de Delta Rhine Corridor (DRC) een belangrijke randvoorwaarde voor het toekomstperspectief. Het tracé van de DRC is naar verwachting gereed in 2029. Naar verwachting zijn waterstofleidingen onderdeel van de DRC in 2030. Dit is cruciaal voor de ombouw van de Clauscentrale naar een waterstofgestookte elektriciteitscentrale tussen 2030 en 2035, om te voldoen aan de eis van CO₂-neutrale elektriciteitsproductie vanaf 2035. Als deze termijnen niet gehaald worden, wordt de optie van CCS waarschijnlijker, waarbij een extra installatie bij de bestaande Clauscentrale CO₂ uit de rookgassen filtert en afvoert via CO₂-leidingen of schepen naar opslaglocaties. Voor 2035 zal binnen cluster 1 een flinke transformatie hebben plaatsgevonden.
Het bestaande terrein wordt toekomst gereed gemaakt en in het geval van waterstof zal de centrale omgebouwd worden. Ook wordt er rekening gehouden met een ruimtereservering voor een elektrolyser binnen het cluster. Binnen cluster 2, het cluster met de hoogspanningsstations, is naar verwachting eveneens het nodige verandert. De uitbreiding van de hoogspanningsstations zal rond 2028/2029 gereed zijn. Ook hebben diverse hoogspanningsverbindingen een uitbreiding of transformatie ondergaan. Verschillende tracés hebben uiteenlopende planningen maar rond 2035 zal naar verwachting het meeste gereed zijn.
34
Na 2030 zal de elektriciteitsproductie door wind op zee fors toenemen. Daarom zullen er naar verwachting tussen 2031 en 2040 nieuwe aanlandingen van wind op zee worden gerealiseerd. De verwachting is dat na 2035 de aanlanding bij locatie Maasbracht wordt gerealiseerd. In 2035 bestaat het energieknooppunt daardoor uit de twee (bestaande) clusters; cluster Clauscentrale en het cluster met de hoogspanningsstations. Het derde cluster met een converter voor de aanlanding voor windparken op zee is nog niet gerealiseerd. Na 2030 zal de elektriciteitsproductie door wind op zee flink toenemen is vooralsnog de verwachting. Nederland heeft de ambitie om het vermogen van wind op zee te laten doorgroeien naar ongeveer 70 GW in 2050. Voor 2030 is voor Nederland 21 GW wind op zee gepland. Op een gegeven moment is aan de grootste vraag vanuit de industrieclusters langs de kust voorzien. Daarom worden de diepe aanlandingen via gelijkstroomverbindingen, zoals naar Maasbracht onderzocht. In dit onderzoek gaan we er van uit dat deze aanlanding gerealiseerd wordt tussen 2035 en 2050. Daarnaast wordt ook dezelfde termijn aangehouden voor de elektrolyser.
Afbeelding 21. Kaartbeeld situatie 2035
35
3.0 Besluitvormingsprocedures Omgevingswet: samenvattende beschouwing 3.1 Introductie
Dit toekomstperspectief is, zoals eerder al geschreven, geen concreet plan of een blauwdruk die één op één kan worden gerealiseerd. Het is een richtinggevend perspectief hoe de toekomst eruit kan komen te zien. Om tot realisatie van (delen van) het perspectief te komen zullen de komende jaren nog diverse ontwikkelpaden worden gevolgd, moeten nog nadere studies worden uitgevoerd en moeten talrijke beslissingen genomen worden. Daarbij moeten steeds de geldende juridische procedures worden gevolgd rondom vaststelling, besluitvorming en (waar van toepassing) ook vergunningverlening. Belangrijk is ook om te vermelden dat de gemeenten, de Provincie en RWE bij die onderzoeken, procedures en beslissingen ook verschillende rollen en verantwoordelijkheden hebben. Bovendien zijn er ook nog andere partijen, zoals TenneT en bijvoorbeeld de Rijksoverheid betrokken, die eveneens hun eigen rol en verantwoordelijkheden hebben en ook separaat onderzoeken en ontwikkelingen kunnen starten. In een separate juridische beschouwing die is opgenomen in bijlage 4, wordt beschreven welke besluitvormingsprocedures er gevolgd moeten of kunnen worden om het toekomstperspectief te kunnen realiseren.
Daarbij is ook duidelijk gemaakt wie naar verwachting de initiatiefnemer voor deze procedures zal zijn (Rijk, Provincie, RWE of Tennet) én welke overheid (Rijk, Provincie of gemeente) naar verwachting het “bevoegd gezag” voor besluitvorming voor ruimtelijke inpassing van het toekomstperspectief zal zijn.
3.2 Autonome ontwikkelingen
Los van het toekomstperspectief en de ontwikkelingen die hiervoor nodig zijn wordt op korte tijd de verzwaring van het hoogspanningsnetwerk rondom Maasbracht voorzien. TenneT is voornemens om het netwerk Maasbracht – Graetheide en het
36
netwerk Maasbracht – Eindhoven de komende jaren te gaan aanpassen en zal hiervoor naar verwachting in het voorjaar van 2024 de geijkte procedures opstarten. We beschouwen deze verzwaringen van het netwerk als autonome ontwikkelingen, omdat ze los van de realisatie van (delen van) het toekomstperspectief gepland worden. Voor de verzwaring van het hoogspanningsnetwerk zal door de Provincie de projectprocedure worden doorlopen en een projectbesluit worden vastgesteld. De minister voor Klimaat en Energie (“K&E”) is samen met de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (“VRO”) in eerste aanleg bevoegd voor de ruimtelijke inpassing van deze uitbreiding van het hoogspanningsnetwerk. Er is echter afgezien van het toepassen van deze bevoegdheid, omdat volgens de minister K&E er gezien de ligging van het tracé een duidelijk provinciaal ordeningsbelang bestaat. Daarbij heeft de Provincie goed overzicht van wat er speelt op lokaal niveau.
3.3 Korte beschouwing ontwikkelingen toekomstperspectief
Voor het toekomstperspectief van het Clausgebied en omgeving zijn in de studie diverse energetische bouwstenen bepaald. In het volledig advies rondom het overzicht van besluitvormingsprocedures, dat is bijgevoegd in bijlage 4, wordt hier nader op ingegaan. Samenvattend kan het volgende worden meegegeven. De realisatie van elk van de verschillende onderdelen van het toekomstperspectief is afhankelijk van de komst van de Delta Rhine Corridor. De Delta Rhine Corridor is een bundel van ondergrondse buisleidingen voor waterstof, CO₂, ammoniak en HVDC verbindingen (gelijkstroom verbindingen) voor maximaal 6 gigawatt gelijkstroom die wordt ontwikkeld in de buisleidingenstrook van Rotterdam via Moerdijk naar Zuid-Limburg en verder mogelijk
ook door naar Duitsland. Hiervoor zal het Rijk één of meerdere projectbesluit(-en) nemen. Welke overheid bevoegd is om voor de ruimtelijke inpassing van één van de onderdelen een besluit te nemen, is op basis van de wet afhankelijk van het desbetreffende project. Het Rijk kan een projectbesluit nemen voor de CCS-buisleiding vanaf de DRC naar de Clauscentrale en de gemeente een wijziging omgevingsplan of BOPA voor de CO₂-afvang bij de installatie zelf. Verder is de gemeente bevoegd ten aanzien van de ruimtelijke inpassing van een batterijopslagsysteem en een zonnepark, tenzij het zonnepark meer dan 50 MW is. Voor een dergelijk zonnepark (> 50 MW) is het Rijk bevoegd. 2
Er is op basis van de wet geen directe grondslag voor besluitvorming door de Provincie over de ruimtelijke inpassing van de bouwstenen uit het toekomstperspectief. De Provincie kan niettemin alsnog een rol krijgen als (i) sprake is van een provinciaal belang waarvoor (ii) de Provincie alsnog de bevoegdheid naar zich toe trekt of van het Rijk krijgt toegekend. Voor zover het Rijk bevoegd is voor de ruimtelijke inpassing, kunnen Provincie en gemeente door middel van beleid of regels, bijvoorbeeld een programma of in een omgevingsverordening, kaders meegeven aan het Rijk. Het Rijk is weliswaar niet gebonden aan dergelijke kaders, maar zal daarmee wel rekening moeten houden in de besluitvorming over de ruimtelijke inpassing.
Ook kan het Rijk een projectbesluit nemen voor de verbinding van de Clauscentrale op de DRC voor het transport van waterstof als het Rijk een dergelijke verbinding van nationaal belang acht. Zo niet, dan is de gemeente bevoegd om hiervoor een wijziging omgevingsplan of BOPA te nemen. Hetzelfde geldt voor de aantakking van het Clausgebied op de DRC ten aanzien van een aanlanding van wind op zee. Als door de ombouw van de Clauscentrale naar een piekcentrale op waterstof de uitbreiding van de capaciteit de drempel van 500 MW overschrijdt, dan is het Rijk bevoegd. Als echter kan worden gesteld dat met de ombouw naar een waterstofcentrale sprake is van opwekking van duurzame elektriciteit, dan is het Rijk al bevoegd bij een drempel van 50 MW voor aanleg en uitbreiding. Indien deze drempel niet wordt overschreden en het Rijk dit project niet van nationaal belang acht, dan is de gemeente hiervoor bevoegd een wijziging omgevingsplan of BOPA te nemen. Tenslotte is het Rijk bevoegd ten aanzien van de hoogspanningsverbindingen en kan daarvoor een projectbesluit nemen. Ten aanzien van grootschalige elektrolyse kan het Rijk dit vanaf een bepaalde minimale capaciteit als nationaal belang naar zich toetrekken en daarvoor een projectbesluit nemen. Bij afwezigheid daarvan is de gemeente bevoegd.
2
Onder de toekomstige Energiewet veranderen deze drempels, zie daarvoor
nader een korte toelichting in bijlage 4.
37
4.0 Aanbevelingen In de eerste twee hoofdstukken van het toekomstperspectief is geschetst hoe het energieknooppunt rondom Maasbracht en omgeving er in de toekomst uit kan zien. Zoals al eerder benadrukt, is het toekomstperspectief geen plan, maar een verkenning van een toekomst waarvoor nog vele afzonderlijke stappen moeten worden gezet, studies worden uitgevoerd en processen moeten worden doorlopen. Het toekomstperspectief geeft echter wel een basis voor die verdere stappen, studies en processen. Daarom zijn een reeks aanbevelingen voor het vervolg opgenomen.
Maak ruimte voor nieuwe ontwikkelingen Neem initiatief om binnen het bestaande cluster van de Clauscentrale te onderzoeken en waar mogelijk al te beginnen met het ‘creëren van ruimte’. Daarmee wordt letterlijk speelruimte gemaakt om in de toekomst nieuwe ontwikkelingen op het terrein mogelijk te maken. Het biedt de mogelijkheid om op korte termijn en in de komende decennia nieuwe functies, energie-infrastructuur en bijkomende voorzieningen te realiseren.
Ook wordt er aangeraden om in gesprek met TenneT verder te onderzoeken waar binnen het cluster van de hoogspanningsstations eveneens wellicht ruimte kan worden gecreëerd voor nieuwe bijkomende functies. Mede gelet op de vernieuwingen die de komende jaren al gaan plaatsvinden op de terreinen van TenneT, is er mogelijk een optimalisatieslag te maken. De ruimte voor nieuwe ontwikkelingen scheppen hangt bovendien nauw samen met de volgende aanbeveling.
Concentreer in de clusters
Onderzoek op welke wijze de toekomstige ontwikkelingen zoveel mogelijk in de bestaande of een nieuw cluster kunnen worden geplaatst. Of in andere woorden; voorkom dat de omgeving van de Clauscentrale alsnog verandert in een onsamenhangende verzameling van energie-infrastructuur . Dit zorgt ervoor dat de open ruimte rondom
38
de bestaande clusters zoveel mogelijk openblijft, iets wat de deelnemers van de informatieavonden keer op keer hebben meegegeven als belangrijke waarde. Dit vergt van de gemeente, maar ook Provincie en Rijksoverheid actief sturen en beleid voeren of maken om grootschalige maar ook kleinschaligere ontwikkelingen altijd in één van de clusters te voorzien. De gemeente en Provincie, hebben al een actief beleid tegen ‘verdozing’ van de open ruimte, concentratie van de (toekomstige) energie-infrastructuur is de volgende stap. Het past tevens bij ordenende principes vanuit de Omgevingswet. Aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit is hierbij uiteraard van groot belang. Uiteraard moet dit worden gedaan tegen de achtergrond van nog continu veranderende inzichten bijvoorbeeld rondom de opzet en indeling van nog in ontwikkeling zijnde infrastructuur zoals de terreinen voor converters of elektrolysers. Veranderende inzichten kunnen ten alle tijden leiden tot aanpassingen van voorkeurslocaties, ruimtelijke mogelijkheden en dergelijke. Maar het toekomstperspectief zet zeer bewust in op het concentreren van functies en infrastructuur in enkele clusters.
Oriëntatie op blijvende betrokkenheid van inwoners
Onderzoek op welke wijze er recht kan worden gedaan aan de grote betrokkenheid van inwoners van Brachterbeek, Maasbracht en Linne. De afgelopen periode hebben betrokken inwoners diverse malen op de informatieavonden en in rechtstreekse gesprekken met de gemeente hun zorgen kunnen uiten en hun waarden kunnen inbrengen voor het toekomstperspectief. Duidelijk is dat voor alle vervolgstappen afzonderlijke trajecten zullen worden opgestart en hier telkens de ge-eigende procedures rondom inspraak, zienswijzen en dergelijke moeten worden gevolgd. Desalniettemin lijkt het logisch om oriënterend te bekijken of en zo ja, hoe de inwoners nauwe betrokkenheid
Afbeelding 22. Foto entree huidige situatie Clauscentrale (Bron: Provincie Limburg)
39
kunnen (blijven) voelen bij de ontwikkelingen die de komende decennia in hun directe leefomgeving spelen. De gemeente heeft daarbij al enkele malen gerefereerd aan processen rondom het ophalen van waarden en voorwaarden op andere plekken in Nederland. Nu is elk proces anders, maar het nadenken over blijvende betrokkenheid en op welke wijze dat kan worden vormgegeven en georganiseerd lijkt zeer waardevol. Het is evident dat de drie opdrachtgevers van het toekomstperspectief moeten onderzoeken of zij elk een(zelfde) rol vervullen in dit proces. De verantwoordelijkheden en positie van de drie partijen richting de inwoners verschilt namelijk hier ook substantieel. Tot slot is het goed om te benoemen dat de gemeente Maasgouw in de loop van de studie op haar website al voorzien heeft in een overzicht van informatie en ontwikkelingen die rondom Maasgouw spelen, ook buiten het traject van het toekomstperspectief, zoals de trajecten van TenneT en de aanlanding van wind op zee. Omdat er blijvend behoefte is aan een goede coördinatie van communicatie en participatie-activiteiten rond de energietransitie in Maasgouw en omgeving, is het wijs om de online plek waar alle informatie over deze ontwikkelingen te vinden is, te blijven gebruiken en uit te bouwen.
Blijf in gesprek met elkaar
De drie initiatiefnemers voor deze studie (Provincie, gemeente en RWE) hebben de intentie al uitgesproken om elkaar na de afronding van de studie op reguliere basis te blijven spreken over de (individuele) ontwikkelingen rondom het energieknooppunt en omgeving. Gedurende de studie is er daarnaast in toenemende mate ook samengewerkt met het Rijk en TenneT. Voorgesteld wordt om te zorgen dat de overheden (Rijk, Provincie en gemeente) en de overige partijen (RWE en TenneT) met elkaar in gesprek blijven en een regulier overleg hebben over de ontwikkeling van het energieknooppunt.
40
Omdat in het toekomstperspectief één van de zoekgebieden voor een converter op het grondgebied van de gemeente Roerdalen wordt geschetst, is de gemeente recent ook informatief betrokken bij de gesprekken over het toekomstperspectief. Het lijkt niet meer dan logisch dat gemeente Roerdalen betrokken blijft bij de gesprekken in het vervolg. Ook is het van belang om in gesprek te blijven en actief deel te nemen aan werksessies en participatieve bijeenkomsten van trajecten die de komende tijd al opgestart worden. Denk hierbij in eerste instantie aan het traject rondom het de (concept) NRD van het programma Verbindingen Aanlanding Wind op Zee (VAWOZ). Het traject is van directe invloed op het toekomstperspectief omdat er binnen een bredere schaal van 6 km naar zoekgebieden voor de aanlanding van wind op zee wordt gekeken naar mogelijkheden. Dit maakt dat verder studeren op de (on) mogelijkheden van de zoekgebieden voor een eventuele derde cluster ook direct verbonden zijn met dit traject. Eenzelfde belang is er voor het tijdig voorradig zijn van voldoende waterstof. Door met de hierboven genoemde partijen in gesprek te blijven, kan in gezamenlijkheid worden gesproken over de mogelijkheden en onmogelijkheden alsmede de consequenties die aan bijvoorbeeld het uitblijven van waterstof vasthangen.
Het maakt dat in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar kan worden geschakeld en vervolgstappen voor het toekomstperspectief kunnen worden genomen. Een ander traject speelt rondom het project van TenneT voor de opwaardering van de hoogspanningsverbinding Maasbracht – Graetheide, de nieuwe hoogspanningsverbinding Eindhoven – Maasbracht en het traject rondom de Delta Rhine Corridor die in het toekomstperspectief als een belangrijke randvoorwaarde wordt gezien. Door, met elkaar, in gesprek te blijven en actief te participeren in deze trajecten kan actief worden meegestuurd en is informatie zo snel mogelijk voorhanden.
In het Programma Energiehoofdstructuur, kortweg PEH, dat in maart 2024 werd vastgesteld wordt eveneens gewezen op de dialoog. Niet alleen met de omgeving maar ook als overheden met elkaar en met belangrijke stakeholders, zowel semi-publiek als privaat. Nadrukkelijk wordt gesteld dat juist door met elkaar in gesprek te blijven, kan worden voorkomen dat er starre plannen ontstaan maar er juist ruimte is om met elkaar te evolueren en de onzekerheden en onbekenden rondom het energiesysteem van de toekomst gezamenlijk vorm te geven. Ook hier geldt weer dat de belangen, verantwoordelijkheden en rollen van de partijen uiteraard verschillen. Dat maakt uit voor het handelen maar voor het gesprek geldt dat dit vaak wel degelijk met elkaar kan worden aangegaan.
Heldere communicatie over besluitvorming
Omdat er zoveel verschillende ontwikkelingen en projecten spelen in Maasgouw, is het goed om duidelijk te communiceren over hoe de verantwoordelijkheden zijn verdeeld en hoe besluitvormingsprocedures in elkaar steken. Dit geldt voor de besluitvorming over het vaststellen en opvolgen van onderhavige studie, maar ook voor de overige ontwikkelingen in het gebied.
gemeentelijk beleid ten aanzien van versterking van natuur en ecologie.
Actief zoeken naar duiding over gezondheidsaspecten
De impact van het geschetste toekomstbeeld op de gezondheid is nog bijzonder ingewikkeld te toetsen. Dat komt deels doordat diverse onderdelen van het toekomstperspectief nog volop in ontwikkeling zijn. Zoals eerder beschreven wordt er door experts nog druk nagedacht en gestudeerd op configuraties en opzetten voor bijvoorbeeld de converter en elektrolyser. Ook is er nog lang niet altijd een duidelijk beeld van toekomstige wet- en regelgeving rondom dergelijke nieuwe onderdelen van het energiesysteem. Tegelijkertijd is, zoals ook eerder beschreven, de behoefte vanuit de inwoners naar duidelijkheid over alle aspecten rondom gezondheid erg groot. Het monitoren van ontwikkelingen rondom (rijks) beleid en wet- en regelgeving is dan ook van belang voor zowel de eigen kennis en ontwikkeling van vervolgstappen, alsmede voor informatievoorziening richting betrokkenen en inwoners.
Heb oog voor niet-energetische aspecten Logischerwijs is er in het toekomstperspectief veel aandacht voor de energetische componenten van het perspectief, maar uiteraard moet er voor een fijne leefomgeving een balans worden gevonden tussen het behoud en versterking van omgevingskwaliteiten en de doorontwikkeling van het energieknooppunt. De aandacht voor ‘gezondheid’, in de breedste zin van het woord, werd nadrukkelijk keer op keer benoemd.
Het lijkt mogelijk te starten met het onderzoeken van mogelijkheden om ontbrekende schakels in het ecologisch netwerk te identificeren en hiervoor voorstellen en mogelijkheden te onderzoeken en te ontwerpen . Dit sluit bovendien aan bij het
Afbeelding 23. Foto Struikheide met Icarusblauwtje (Bron: Albert Vliegenthart, Gemeente Maasgouw)
41
5.0 Vervolg en besluitvormingstraject Voor de realisatie van het toekomstperspectief moeten de komende jaren nog nadere studies worden uitgevoerd en talrijke beslissingen worden genomen. Daarbij moeten steeds de geldende juridische procedures worden gevolgd. De Provincie, gemeente Maasgouw en RWE hebben daarbij verschillende rollen en verantwoordelijkheden. Bovendien zijn er ook nog andere partijen, zoals TenneT en de Rijksoverheid betrokken, die eveneens hun eigen rol en verantwoordelijkheden hebben. De eerste vervolgstap is dat het onderzoeksrapport in behandeling wordt genomen door opdrachtgevers: • Provincie: rapport wordt in voorjaar voorgelegd aan college van Gedeputeerde Staten; • Gemeente: rapport wordt voorgelegd aan college van B&W en het college stelt hierover een raadsvoorstel op dat wordt ingediend voor behandeling in de raadsvergadering van 9 juli 2024; • RWE: het rapport wordt betrokken bij de besluitvorming binnen RWE Hieronder volgt een beknopte toelichting op de verdere vervolgstappen per partij.
Provincie Limburg
Het toekomstperspectief wordt ter kennisneming aangeboden aan Gedeputeerde Staten. Dit onderzoek is het ruimtelijke toekomstperspectief voor dit gebied, specifiek rondom de energieopgave. Het rapport is al benoemd in het Ruimtelijk Voorstel Limburg (december 2023). Daarnaast dient het toekomstperspectief als bouwsteen voor 1) de Provinciale Energievisie, 2) de te actualiseren Provinciale Omgevingsvisie en 3) een eventuele doorvertaling in de juridisch-bindende Omgevingsverordening. Immers, enkel in deze provinciale beleidsdocumenten ligt de strategische en langetermijnvisie op de fysieke leefomgeving (juridisch) vast. Het proces van de actualisatie van de Omgevingsvisie start medio dit jaar. De Provincie staat in voor een goede afstemming met de gemeentelijke ruimtelijke beleidsdocumenten.
42
RWE
RWE is beursgenoteerd en van daaruit zijn er beperkingen om over de precieze vervolgstappen rondom de Clauscentrale te communiceren. Wel is nog nergens duidelijk geworden dat de autonome voorziene ontwikkelingen op het Clauscentrale-terrein belemmeringen opleveren voor de directe omgeving. De impact, van deze autonome ontwikkelingen, op de fysieke leefomgeving blijft beperkt.
Gemeente Maasgouw
Het onderzoeksrapport wordt na oplevering voorgelegd aan het college van B&W van de gemeente Maasgouw. Vervolgens zal het college hierover een raadsvoorstel opstellen dat wordt ingediend voor behandeling tijdens de raadsvergadering van 9 juli 2024. Daarnaast zal de gemeente in april nogmaals overleg voeren met het bewonersplatform van Brachterbeek. Ter voorbereiding op de raadsvergadering van juli 2024 vergadert de raadscommissie in juni 2024 over het onderzoeksrapport, waarbij bewoners gebruik kunnen maken van hun inspreekrecht. Het standpunt dat de gemeenteraad van Maasgouw in juli 2024 in neemt over deze studie zal niet beslissend zijn voor de realisatie van de individuele energieprojecten in de gemeente. Daarvoor zullen afzonderlijk de relevante wettelijke procedures moeten worden doorlopen.
Afbeelding 24. Foto werkbezoek PS-leden (Bron: Provincie Limburg)
43
DEEL 2 Toelichting op het toekomstperspectief en proces
44
Afbeelding 25. Foto cluster 2 (Bron: Provincie Limburg)
45
1.0 Proces 1.1 Aanpak in fasen
Het project Toekomstperspectief Clauscentrale Maasbracht heeft verschillende fasen doorlopen van februari 2023 tot april 2024. Gedurende het proces is veel input ontvangen van omwonenden, met wie tijdens drie grotere participatiesessies is gesproken. Andere professionele stakeholders zijn variërend betrokken, van een eerste interviewronde in de onderzoeks- en inventarisatiefase tot de betrokkenheid van de belangrijke stakeholders van Rijk en TenneT in werksessies. De eerste fase van het onderzoek bestond uit de inventarisatie waarin diverse ontwikkelingen en aandachtspunten via bouwstenen zijn geïnventariseerd. Een overzicht van de belangrijkste beleidsdocumenten die daarvoor zijn gebruikt, is opgenomen in bijlage 1. Vervolgens is in de daaropvolgende fase waarden opgehaald van de omgeving en van de opdrachtgevers. De waarden van de opdrachtgevers sluiten aan op hun beleidsambities. De waarden vormden een basis die moesten landen in het toekomstperspectief. Van het eerste moment dat bewoners op straat bevraagd zijn tot de laatste fase is gepoogd om de waarden van het gebied en van beleidsambities een goede plek te geven in het ontwikkelperspectief en het ondersteunende onderzoek.
Om grip te krijgen op de bandbreedte aan mogelijkheden zijn tijdens vervolgens drie uiteenlopende ontwikkelrichtingen opgesteld waarin samenhangende bouwstenen zijn gecombineerd en opgehaalde waarden op verschillende manieren worden ingebed. Deze richtingen werden gebruikt om te verkennen welke rol de Clauscentrale en haar omgeving zouden kunnen spelen in de energietransitie, en ook om te bepalen of dit wenselijk is en op welke manier, evenals welke bijkomende kansen er zijn voor de toekomst van het gebied. Het is belangrijk op te merken dat deze ontwikkelrichtingen nooit een definitieve status hadden en uitsluitend dienden als middel in het proces om de verscheidenheid aan mogelijkheden in
46
kaart te brengen. De beschrijvingen van de drie ontwikkelrichtingen zijn te vinden in bijlage 2. Tijdens de tweede inwonersavond zijn de ontwikkelrichtingen gepresenteerd aan de bewoners om ook hun input te verkrijgen over de wenselijkheid van de elementen in de verschillende richtingen. Het is van belang op te merken dat er geen keuze hoefde te worden gemaakt tussen de drie richtingen; ze werden opgesteld om inzicht te verschaffen in welke elementen een plaats moesten krijgen in het toekomstperspectief en wat een redelijke of wenselijke samenhang van maatregelen zou zijn. Het is belangrijk op te merken dat deze ontwikkelrichtingen nooit een definitieve status hadden en uitsluitend dienden als middel in het proces om de verscheidenheid aan mogelijkheden in kaart te brengen. Dit zonder hiermee tevens reeds een feitelijke en vanuit de fysieke omgeving aanvaardbare en onderbouwde koppeling van de functies aan concrete locaties te hebben willen presenteren. De laatste geldt overigens ook voor het geschetste Toekomstperspectief. De beschrijvingen van de gepresenteerde ontwikkelrichtingen zijn te vinden in bijlage 2 . Vervolgens is het toekomstperspectief voor de lange termijn (2050) en de middellange termijn (2035) opgesteld. Het toekomstperspectief is onder andere ontwikkeld in werksessies met deskundigen van Provincie Limburg, Gemeente Maasgouw en RWE.
Het toekomstperspectief is op de derde inwonersavond gepresenteerd aan omwonenden. Tot slot is in de eindfase verkend welke juridische procedures een rol spelen in de realisatie van het toekomstperspectief.
1.2 Ontwikkelingen en mate van onzekerheid
De wereld van de energietransitie is bijzonder dynamisch. Tijdens de duur van het onderzoek is ook landelijk veel gebeurd in de vorm van visieontwikkeling op energienetwerken maar ook qua doelstellingen. Zo zijn de
Afbeelding 26. Foto participatieavond 3 (Bron: Provincie Limburg)
klimaatdoelen voor de elektriciteitssector aangescherpt door het kabinet in april 2023: in 2035 moet de elektriciteitssector CO₂-vrij zijn. Dit maakt het toekomstperspectief nog urgenter, want de transitie zal niet alleen zorgvuldig moeten verlopen, maar vraagt ook dat alle puzzelstukken op de juist plek vallen in de komende 10 jaar. En dat terwijl de procedures en de bouw van dergelijke ingrijpende projecten vaak jaren beslaan. Tegelijkertijd zien we ook de kansrijkheid van bijvoorbeeld het initiatief van de Delta Rhine Corridor in een versnelling komen. De anticipatie van de Clauscentrale en omgeving op deze ontwikkelingen wordt in het toekomstperspectief helder gemaakt. Hierbij geldt de studie van het toekomstperspectief als een tussenstap naar realisatie, waarbij bijsturing denkbaar is en verdere inbedding in programma’s en procedures nodig is. Voorliggende rapportage 3
Na vaststelling door de 3 partijen
van het toekomstperspectief biedt de door RWE, Provincie Limburg en Gemeente Maasgouw gedragen 3 ingrediënten voor de benodigde vervolgstappen. De ontwikkelingen in het kader van de PEH, VAWOZ en Delta Rhine Corridor kunnen een concrete doorwerking hebben en richtinggevend zijn voor bepaalde ontwikkelingen of flankerende ontwikkel- en inrichtingsmogelijkheden binnen het Clausgebied. De drie opdrachtgevers van het toekomstperspectief hebben echter geen directe invloed op de ontwikkeling of uitwerking van de hierboven benoemde programma’s en projecten.
1.3 Participatie
Belangrijk onderdeel van de studie is het betrekken van de directe omgeving van de Clauscentrale. Dit hebben we gedaan door middel van straatgesprekken, inwonersavonden en een open mailadres (clauscentrale@emma. nl). Het doel van deze participatieactiviteiten was om de omgeving op de hoogte te houden
47
van het onderzoek en om ideeën, zorgen en meningen (“participatiewaarden”) over de toekomst van het Clausgebied en omgeving op te halen. De participatiewaarden die zijn opgehaald, hebben vervolgens een rol gehad in het formuleren van het richtinggevend toekomstperspectief. Straatgesprekken In Heel, Wessem, Linne, Brachterbeek en Maasbracht zijn in het voorjaar van 2023 straatgesprekken gevoerd met ‘toevallige’ voorbijgangers. De vraag “Wat vind jij belangrijk voor de toekomst van het Clauscentralegebied” bood een informele en laagdrempelige gelegenheid om meningen, zorgen en ideeën op te halen. Ook bereikten we met de straatgesprekken inwoners die uit zichzelf minder snel geneigd zijn om naar een informatieavond te komen. Inwonersbijeenkomsten Gelijk oplopend met de fases van het onderzoek zijn drie inwonersavonden georganiseerd. Deze vonden plaats in april en september 2023 en februari 2024 in het Baekerhoes in Brachterbeek. Inhoudelijk sloten de participatiebijeenkomsten aan bij het ontwerpproces naar het richtinggevende toekomstperspectief.
Om zo veel mogelijk ideeën, zorgen en wensen tijdens de bijeenkomsten op te halen, zijn alle drie de bijeenkomsten in grote lijnen vergelijkbaar opgezet: de avonden begonnen telkens met een plenair deel, waarin de aanwezigen worden bijgepraat over de laatste ontwikkelingen in het onderzoek, waarna het tweede deel van het programma telkens bestaat uit een aantal deelsessies. In deze sessie stonden telkens anders onderwerpen centraal, afhankelijk van de fase van het onderzoek. Een belangrijk voordeel van het werken met deelsessies, is dat veel meer mensen aan het woord kunnen komen, waardoor we meer input hebben kunnen ophalen. Hieronder gaan we verder in op de opzet van de drie bijeenkomsten. Bijeenkomst 1 – breed ophalen Tijdens de eerste avond werd een toelichting gegeven over het onderzoek en konden
48
inwoners op basis van een vijftal thema’s aangeven welke aandachtspunten zij zagen voor de studie. De thema’s waren: • Landschap, natuur en recreatie • Impact van de Clauscentrale op de leefomgeving • Energietransitie en verduurzaming • Directe leefomgeving, verkeer en ontsluiting van het terrein • Overig Bijeenkomst 2 – toetsen van scenario’s De tweede avond stond in het teken van reflectie op drie verschillende ontwikkelrichtingen, om zo input op te halen voor het uiteindelijke richtinggevende scenario. Tijdens de avond zijn eerst alle drie de ontwikkelrichtingen toegelicht, om vervolgens in verschillende deelsessies in gesprek te gaan over de voor- en nadelen van de verschillende opties. Hierbij moet worden opgemerkt dat het tijdens de bijeenkomst onvoldoende is gelukt om uit te leggen dat het resultaat van de studie (het richtinggevende toekomstperspectief) niet één van de drie ontwikkelrichtingen zou worden, maar eerder een combinatie bevat van elementen uit alle drie de ontwikkelrichtingen. Dit heeft ertoe geleid dat in de periode na de tweede bijeenkomst een groep inwoners uit Brachterbeek zich heeft georganiseerd, om intensief de laatste fase van de studie te volgen en hun buurtgenoten te mobiliseren om naar de laatste inwonersbijeenkomst te komen (zie hieronder).
Inhoudelijk zaten de zorgen van het bewonerscomité en de deelnemers aan de tweede bijeenkomst vooral op de impact die ontwikkelrichting C – Nationale energie hub – zou hebben op de leefomgeving van omwonenden (zie 2.0). Bijeenkomst 3 – informeren over en toetsen van richtinggevende toekomstperspectief Tijdens de derde avond werd het conceptrichtinggevende toekomstperspectief toegelicht, is teruggekoppeld hoe de opbrengsten van eerdere participatieactiviteiten hierin een plek hebben gekregen en hebben omwonenden
de gelegenheid gehad om hier in kleinere groepen op te reageren. Ongeveer gelijktijdig aan deze laatste – brede – bijeenkomst is een aparte bijeenkomst georganiseerd voor het lokale bewonerscomité, met dezelfde opzet. Mede door het mobiliserende effect van het bewonerscomité, was er een zeer grote opkomst tijdens de laatste bijeenkomst: bijna 200 omwonenden waren aanwezig in het Baekerhoes. Inhoudelijk hadden omwonenden de meeste zorgen en opmerkingen over het zoekgebied voor cluster 3 langs de A73. In hoofdstuk 2.0 gaan we verder in op de belangrijkste inhoudelijke opbrengsten van het participatiespoor. Een meer uitgebreid verslag is terug te vinden in de bijlage.
Afbeelding 27. Foto Stuw Linne (Bron: Provincie Limburg)
49
2.0 Samenvatting opgehaalde waarden Het toekomstperspectief is gebaseerd op de belangen en ambities die reeds bestaan bij de opdrachtgevers, zoals beleidsambities vastgelegd in bestaand beleid. Daarnaast bouwt het toekomstperspectief ook voort op opgehaalde belangen uit de omgeving. Samengevat zijn dit de ‘waarden’ van het toekomstperspectief. In dit hoofdstuk volgt een samenvatting van de opgehaalde waarden van de opdrachtgevers en de omgeving (in het participatietraject).
2.1 Waarden opdrachtgevers
Gemeente Maasgouw De gemeente heeft haar ambities vastgelegd in onder andere de gemeentelijke omgevingsvisie. Specifiek voor de ontwikkeling van het toekomstperspectief geeft de gemeente Maasgouw de volgende waarden mee. • Veiligheid, milieu en gezondheid: het respecteren van veiligheids- en milieunormen bij energieprojecten zoals milieucirkels en normen voor afstand tot woningen; • Woningen en woonomgeving: energieprojecten zo gunstig mogelijk situeren ten opzichte van woningen (en in beeld brengen waar vanuit deze optiek fricties gaan ontstaan); • Bedrijven en economie: energieprojecten zo gunstig mogelijk situeren ten opzichte van bestaande bedrijven en bedrijfsgronden in het gebied (incl. boerderijen en landbouwgrond) en in beeld brengen waar vanuit deze optiek fricties gaan ontstaan. Eventuele koppelkansen benutten: netcongestie-problematiek voor bedrijven in de regio oplossen, bijdrage aan regionale verduurzaming bedrijventerreinen en levering van duurzame energie aan Clean Energy Hub haven Maasbracht N.B. Bij gemeente Maasgouw geen ambitie voor aanleg nieuwe bedrijventerreinen. • Verkeer en infrastructuur: De gemeente wil bij nieuwe energie ontwikkelingen onderzocht hebben welke verkeersbewegingen van bouwverkeer en regulier verkeer daarmee samenhangen.
50
•
Als het daarbij gaat om grootschalige ontwikkelingen die gepaard gaan met veel (bouw)verkeer dan moet ook onderzocht worden of de huidige infrastructuur daarvoor toereikend is en of er alternatieve ontsluitingsroutes voor bouw- en/of regulier verkeer nodig zullen zijn. Natuur, landschap en recreatie: De gemeente hecht er waarde aan dat bestaande natuurgebieden worden gerespecteerd en dat natuurgebieden en verbindingszones (beekdalen) daar waar mogelijk worden uitgebreid en versterkt. De landschappelijke kwaliteit van het gebied dient zoveel mogelijk behouden te worden (geen verdozing) en de recreatieve infrastructuur in het gebied te worden verbeterd. N.B. Uit landschappelijk oogpunt- en met het oog op de ruimtelijke impact van de grote energieprojecten- willen we het toestaan van zonneparken tussen Brachterbeek en Rijksweg (raadsbesluit) in heroverweging gaan nemen.
Provincie Limburg • Water en bodem sturend speelt een grote rol in dit gebied hier dient ruimte voor te worden behouden. • Kwaliteit van de woonkernen en onderlinge verbindingen behouden. • Gebiedsontwikkeling met ruimtelijke inpasbaarheid, veiligheid etc. De Provincie ziet graag een integrale benadering zodat er geen kansen blijven liggen en no regrets in gang gezet kunnen worden. • Energietransitie: vanzelfsprekend is de energietransitie de aanjager voor de ontwikkelingen rondom de Clauscentrale. De potentie is groot, met name vanwege de strategische ligging en de belangrijkheid die door alle overheden aan de Clauscentrale en het knooppunt Maasbracht worden gegeven. • Toekomstvast: desinvesteringen dienen te worden vermeden en tegelijkertijd moet worden geanticipeerd op de toekomstige ontwikkelingen, waarin een klimaatneutraal
energieknooppunt geschikt is om nieuwe ontwikkelingen te implementeren. Draagvlak bewoners/ commitment stakeholders: De Clauscentrale ligt in de omgeving van de kernen Brachterbeek en Linne, en ook omliggende kernen hebben te maken met de ontwikkelingen van de centrale. Realistisch: het toekomstbeeld dient realistisch te zijn. Alleen als een uitvoerbaar toekomstbeeld wordt opgesteld biedt dit voldoende houvast richting stakeholders (ook nationaal/ internationaal).
Lichtpuntjes zijn er op het gebied van verduurzaming en het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Het ombouwen van de Clauscentrale naar waterstof en aanleggen van zonnepanelen op het terrein van de centrale worden positief onthaald. Ook behouden van het open landschap van de Linnerweerd en het Brachterveld, en het versterken van de Vlootbeek kunnen op steun rekenen. De informatie en inzichten die we hebben opgehaald met de participatieactiviteiten, is gestructureerd onder drie thema’s: a) energie, b) omgeving en c) directe omgeving en ontsluiting van het terrein.
RWE Door RWE zijn de volgende waarden gedefinieerd: • Bedrijfsstrategie: in 2040 CO₂ neutraal: dit is een RWE brede doelstelling. Tijdens het proces is de doelstelling door het kabinet aangescherpt voor Nederlandse elektriciteitsbranche. • Commitment van Provincie en de gemeente: dit commitment is randvoorwaardelijk voor de grote investeringen in de Clauscentrale en omgeving • Ruimtelijke inrichting van het gebied met alle thema’s: Dit belang is voor RWE van belang, en word gedeeld door de andere partijen. • Creëren van werkbare ruimte met en in de omgeving: RWE zal altijd blijven innoveren en vernieuwen, hiervoor moet ruimte zijn. Het toekomstperspectief is een richting die niet in beton gegoten is, maar ruimte moet bieden voor nieuwe inzichten en innovaties.
Omgeving Een belangrijk punt van zorg bij het richtinggevende toekomstperspectief is de inpassing van een mogelijk derde energiecluster in het gebied. Inwoners vrezen dat de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving hierdoor afneemt. Daarnaast maakt de omgeving zich zorgen over het toenemen van overlast door geluid, stank en licht (de milieucontouren) van de Clauscentrale. Deze zorgen kwamen vooral naar voren bij het bespreken van ontwikkelrichting C (waarbij de activiteiten op het terrein toenemen).
•
•
2.2 Waarden omgeving (participatie)
De Clauscentrale wordt door veel mensen, die wonen en leven in de directe omgeving, gezien als een noodzakelijk kwaad, maar wel een waar ze inmiddels aan zijn gewend. In het verlengde daarvan vinden omwonenden dat de reeds bestaande energie-industrie en -infrastructuur een aanzienlijke impact heeft op de gemeente Maasgouw, en Brachterbeek in het bijzonder. Dit maakt dat alle ontwikkelingen die leiden tot een intensivering van deze industrie en infrastructuur in het gebied op de nodige weerstand kunnen rekenen.
Het versterken van het groen en het toevoegen van meer plekken om te ontspannen en recreëren in de omgeving van de Clauscentrale, wordt door de meeste omwonenden als een positieve ontwikkeling gezien. Vooral de omgevingsaspecten in ontwikkelingsrichting A krijgen veel steun. Een breed gedragen aandachtspunt, is dat het groen ook toegankelijk zou moeten zijn, bijvoorbeeld door middel van wandel- en fietspaden. Bij het gesprek over ontwikkelingsrichting C, maken veel mensen zich zorgen over de uitwerking van het energielandschap en grootschalige bedrijvigheid die hierin een plek hebben. Sommigen omschrijven dit als ‘verdozing’ van het landschap. Dit is ook een zorg die nadrukkelijk naar voren komt in gesprekken over een mogelijke locatie voor een converter in het gebied. Kernpunten omgeving: • Impact converter ruimtelijke kwaliteit: Zorgen over de impact die de komst van
51
Afbeelding 28. Foto van de derde participatie avond (Bron: John Peters Fotografie)
•
•
•
•
52
een converter op de ruimtelijke kwaliteit van het gebied heeft. Deze moet zeker niet te dicht bij bebouwing komen te staan, maar ook als dat niet het geval is, is een converter bron van zorgen. Van de twee zoekgebieden uit het richtinggevende toekomstperspectief, is er aanzienlijk meer steun voor het plaatsen van een converter in ‘zoekgebied R’. Overlast: Zorgen over het toenemen van overlast door geluid, stank en licht door de Clauscentrale; Verdozing: Er is weinig tot geen steun voor de ontwikkeling van een energielandschap en de komst van grootschalige bedrijvigheid (‘verdozing’); Versterken groenverbindingen: Deelnemers zijn vrijwel unaniem positief over het versterken van groenverbindingen en uitbouwen van recreatieve mogelijkheden in het gebied. Behoud van uiterwaarde landschap in Linnerweerd en het open landschap van het Brachterveld; Camouflage: Groen en bebossing rondom
•
•
industrie en infrastructuur en het onderhoud van het Clauscentralegebied zouden meer aandacht mogen krijgen; Compensatie: naast alle druk die het energieknooppunt op Brachterbeek en omgeving legt, zou het ook op zijn plaats zijn als er wordt nagedacht over een positieve impuls aan het gebied, als compensatie voor deze ontwikkelingen. Investering in leefbaarheid en recreatie: bijvoorbeeld recreatie op het water, een bezoekerscentrum of speelmogelijkheden voor kinderen;
Energie Omwonenden begrijpen dat verdere ontwikkeling van de Clauscentrale noodzakelijk is om aan de doelen van het Nederlandse Klimaatakkoord – 49 procent uitstootreductie in 2030 - te voldoen. Er is veel steun voor zonne-energie op het RWE-terrein, zowel op het land als op het water. Op andere plekken in de buurt, zoals het gebied langs de A73 en in de Linnerweerd, is er minder animo voor
zonne-energieprojecten. De omwonenden zijn positief over het gebruik van waterstof als een mogelijkheid om de Clauscentrale milieuvriendelijker te maken en te zorgen voor een duurzamere toekomst. Tegelijkertijd zijn er ook zorgen over de impact van alle energiegerelateerde industrie en infrastructuur op de gezondheid.
ontwikkelrichting C heeft voor deze mensen de voorkeur. Een aantal omwonenden benoemt dat er behoefte is om in beide richtingen een op- en afrit te hebben.
Kernpunten energie: • Impact industrie en infrastructuur op leefomgeving: Begrip onder de omwonenden voor het gegeven dat de Clauscentrale zich verder zal moeten ontwikkelen. Tegelijkertijd maken omwonenden zich zorgen over de impact van ontwikkelingen op de leefomgeving (zie ook de eerste bullet onder ‘omgeving’); • Gezondheid: Inwoners maken zich zorgen over de impact van energie ontwikkelingen op de gezondheid van omwonenden. Daarbij wordt met name de mogelijke opwaardering van het hoogspanningsnet genoemd als bron van zorgen. • Schone toekomst: Positief dat er door de komst van waterstof mogelijk een schone toekomst is voor de Clauscentrale. • Energieopslag/batterijen: Veel belangstelling voor het idee van energieopslag/batterijen op het Clauscentrale-terrein; • Zon op terrein RWE: Veel steun voor zon op het terrein van RWE, zowel op land, als op water. Beperkte steun/ enige weerstand tegen zon op andere plekken in het gebied (denk aan het gebied langs de A73 en de Linnerweerd); Directe omgeving en ontsluiting van het terrein De wens voor een nieuwe toegangsweg lijkt vooral in de directe omgeving van het Clauscentrale-terrein te spelen. Mensen die niet langs de wegen wonen waar veel verkeersproblemen zijn (zoals de Voortstraat), geven hier minder prioriteit aan.
Sommige inwoners vinden het belangrijk dat als er een nieuwe aansluiting op de A2 komt, deze niet alleen de Voortstraat ontlast, maar ook de Molenweg (winkelstraat) in Maasbracht. De ontsluitingsweg zoals die is opgenomen in
53
3.0 Energie ontwikkelingen van belang voor Energieknooppunt Clausgebied en omgeving 3.1 Wat komt er op ons af?
De energietransitie is volop in ontwikkeling, dit heeft ook zijn weerslag op het RWE terrein met de Clauscentrale in Maasbracht. Door de toename van hernieuwbare elektriciteitsproductie en door de toename van de elektriciteitsvraag door onder andere de elektrificatie van de industrie in Chemelot zijn grote investeringen in het energiesysteem nodig. Er wordt op dit moment door TenneT al gebouwd aan de vernieuwing van het onderstation in Maasbracht. Tegelijkertijd wordt de omgeving van Maasbracht meegenomen in meerdere verkenningen over de toekomst van het energiesysteem. Deze projecten hebben allemaal een verschillende status en daarmee ook een tijdlijn. Maasbracht krijgt een nog belangrijkere positie in het Nederlandse en Europese energiesysteem, maar er zijn nog veel onzekerheden.
De afgelopen anderhalf jaar zijn er meerdere beleidsdocumenten en rapporten gepubliceerd die, als je ze naast elkaar legt, aardig aangeven wat er mogelijk op Maasbracht af komt. Zo is het meest recent, in maart 2024, het Programma Energie Hoofdstructuur (PEH) vastgesteld. Dit programma laat zien welke nieuwe nationale energie-infrastructuur nodig is richting 2050 en waar deze geplaatst gaat worden. Maasbracht is één van de locaties waar verschillende ontwikkelingen gaan spelen. Niet alleen rondom de huidige investeringen van Tennet rondom het hoogspanningsnetwerk, maar met name de zogenaamde ‘diepe aanlanding’ van wind op zee wordt nadrukkelijk beschreven. Deze aanlanding wordt als cruciaal gezien in de verduurzaming van het nabijgelegen Chemelot en de connectie met Duitsland en België. Een dergelijke aanlanding vergt ook veel ruimte voor het converteren van de gelijkstroom naar wisselstroom en de mogelijkheden die eveneens in het PEH wordt beschreven rondom elektrolyse. In dit toekomstperspectief is, op basis van de eerdere gesprekken met stakeholders, rekening gehouden met een aanlanding van 2 GW wind op zee. Indien er in de toekomst meer vermogen wordt voorzien voor de aanlanding in Maasbracht zal dat tevens extra ruimteclaims met zich meebrengen. Het PEH verwijst hiervoor naar het lopende programma rondom Verbindingen Aanlanding Wind op Zee (VAWOZ) 2031-2040.
Afbeelding 29. Kaart met ontwikkelingen tot 2050. (Bron: Programma Energie Hoofdstructuur, maart 2024, p. 3)
54
Het programma VAWOZ heeft in februari 2024 de Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (kortweg: Concept NRD) gepubliceerd. In deze Concept NRD wordt beschreven welke beoogde routes en aanlandlocaties voor wind op zee er vooralsnog in beeld zijn en tevens hoe er in de volgende fases van het programma verder onderzoek wordt gedaan naar deze routes en locaties. Ook wordt beschreven hoe de effecten van deze toekomstige ingrepen wordt onderzocht. Zoals gezegd wordt in het programma een aanlanding van wind op zee
1977 Claus A (1977) + B (1978)
1977
Claus A (1977) + B (1978)
2012 Ombouw Claus-centrale 2012 naar unit C Ombouw (STEG) 2014 Claus-centrale 2012 naar unit C (STEG) 2012
2014
nu
nu
Toekomstperspectief Clauscentrale
Toekomstperspectief Clauscentrale
Claus uit
bedrijf Claus uit bedrijf (2014-2020) (2014-2020)
2020 In gebruikname Claus als piekcentrale
2020 380kV 2021 verbinding Maasbracht 2022 Eindhoven ombouw 150 3e en 4e > 380 kV circuit 380kV (versterken 2023 Maasbracht Maasbracht DRC 2025 Graetheide Graetheide 2024 2026 DRC 2025 2027 3e en 4e circuit 380kV 2026 2028NRD DRC Maasbracht (voorjaar Eindhoven 2029 2027 2024) VAWOZ 2030 2028 reductie 50 % 2029 CO2 2030 Toekomst-
2021 In Klimaatakkoo Klimaatgebruikname 2022 rd Parijs akkoord Parijs Claus als 2023 piekcentrale 2024 RES NML (NoordMidden Limburg)
NRD DRC
RES NML (voorjaar 2024) (NoordMidden Limburg)
PEH Programma energie hoofdstructuur 2050 (herfst 20230)
investeringsb eslissing DRC (2026) PEH Programma energie hoofdstructuur 2050 (herfst 20230)
Opwaarderen 380kV verbinding MaasbrachtEindhoven en Maasbracht-Boxmeer
Klimaatakkoo investeringsb rd Parijs+ top 55% eslissing DRC
(2026)
perspectief Clauscentrale 2035
Elektriciteitsse ctor CO2 neutraal 2035
Beleidsafsrp aak / programma
Beleidsdoel stelling
3e en 4e circuit 380kV Maasbracht Graetheide
3e en 4e circuit 380kV Maasbracht Eindhoven
2030
2035
reductie 50 % CO2 2030 ToekomstKlimaatakkoo perspectief rd Parijs+ top Clauscentrale 2045/2050 55% 2050 reductie 50 % CO2 2030 Klimaatakkoo rd Parijs+ top 55%
Beoogde realisatie
ombouw 150 > 380 kV Maasbracht Graetheide
VAWOZ
Toekomstperspectief Clauscentrale 2035
Elektriciteitsse ctor CO2 neutraal 2035
Toekomstperspectief Clauscentrale 2045/2050
2050
reductie 50 % CO2 2030 Klimaatakkoo rd Parijs+ top 55%
Centrale
Clauscentrale op
2035
CO2 infra-
Elektriciteits infra-
Elektriciteits
structuur structuur opslag Afbeelding 30. Tijdlijn Clauscentrale en meest(AC relevante autonome ontwikkeling Klimaat en energie. Waterstof en DC) ·PEH Er wordt in het programma VAWOZ geen aanlanding in Maasbracht voorzien. ·NPE De locatie Maasbracht wordt in het programma als mogelijke aansluitlocatie onderzocht. Op basis van het programma wordt bepaald welke locaties (externe) keuze/ beslissing Hoofdroute ·Nieuwe versie II3050 Beleidsafsrp Beoogde verder in procedure wordtBeleidsdoel gebracht. ·Kamerbrief oktober aak / Centrale Relatie ...
realisatie
programma
stelling
voorzien bij Maasbracht. De aanlanding maakt daarbij gebruik van de Delta Rhine Corridor om vanuit het westen van het land naar Limburg te komen. De Concept NRD laat nu ook een tweetal mogelijke tracés zien voor aftakkingen van de Delta Rhine Corridor richting Maasbracht. Ook toont het document het abstracte zoekgebied van 6 kilometer diameter rondom de hoogspanningsstations van TenneT voor een converterstation of grootschalige elektrolyse. Procesmatig is het de bedoeling om in het 3e kwartaal van 2025 te komen tot definitieve vaststelling van het programma. Veel ontwikkelingen in Maasbracht hebben een sterke afhankelijkheid van de komst van de Delta Rhine Corridor (DRC). De demissionair minister voor Klimaat en Energie schreef in oktober 2023 aan de kamer dat er wordt gewerkt aan een Notitie Reikwijdte en Detailniveau van de Delta Rhine Corridor (DRC). De planning is dat de Concept NRD medio 2024 gereed is. Verderop wordt iets
·Vawoz april ·Parallel traject document kernenergie
uitgebreider ingegaan op de Delta Rhine Corridor. Dit hoofdstuk beschrijft beknopt de huidige stand van zaken, bekend tijdens het onderzoek. De ontwikkelingen zijn gesplitst in de volgende onderdelen: de verzwaring en uitbreiding van het hoogspanningsnetwerk, de aanleg van ondergrondse buisleidingen (de waterstofbackbone en Delta Rhine Corridor), de aanlanding van wind op zee met bijbehorende behoefte voor elektriciteitsopslag en conversie.
3.2 Ontwikkelingen A. Uitbreiding en verzwaring van het hoogspanningsnetwerk 380/150 kV hoogspanningsstation Maasbracht Het hoogspanningsstation uit 1967 is verouderd en aan vernieuwing toe om aan de elektriciteitsvraag van Limburg te kunnen blijven voldoen. Op dit moment (2023) wordt
55
het volledige hoogspanningsstation vernieuwd en worden nieuwe transformatoren ten oosten van de huidige installaties gebouwd. De hoogspanningsmasten t.b.v. de 150 kV verbindingen die over het 380 kV station hangen worden vervangen door ondergrondse 150 kV verbindingen (kabels) en worden aangesloten op het 150 kV station. In de ruimte die hierdoor vrij komt wordt een nieuw 380 kV station gebouwd binnen het bestaande hekwerk. Er wordt nu al rekening gehouden met de uitbreiding van 380 kV net naar Graetheide. Wanneer alle functionaliteiten zijn overgezet kan het bestaande station in zijn geheel verwijderd worden. De ruimte die hierdoor in het binnenterrein vrij komt biedt mogelijkheden om in de toekomst het station uit te breiden. Het 150kV hoogspanningsstation wordt uitgebreid met een nieuw centraal dienstengebouw en extra kabelvelden. Links met informatie: Link factsheet station Maasbracht december 2021 TenneT website Projecten Station Maasbracht 380 kV verbinding Maasbracht – Eindhoven Planning: Uitvoering 2024- 2026 De capaciteit van de 380 kV verbinding tussen Maasbracht en Eindhoven en tussen Maasbracht en Boxmeer is op dit moment niet voldoende. TenneT realiseert de benodigde extra transportcapaciteit door de capaciteit van de bestaande verbinding te vergroten. De lijnen waar de stroom doorheen gaan, de geleiders, worden vervangen door geleiders met een grote capaciteit.