152524-BIJLAGE 1 Rapport Toekomstperspectief Clausgebied e.o. (def.)
Tekst van het document
Toekomstperspectief Clausgebied en omgeving
April 2024
2
Voorwoord
3
Leeswijzer
4
Status en disclaimer
5
Managementsamenvatting
6
DEEL 1: HET TOEKOMSTPERSPECTIEF EN AANBEVELINGEN
12
1.0 Aanleiding
14
1.1 Het Clausgebied vandaag de dag
14
1.2 De opgave voor de toekomst
14
1.3 Vertrekpunt toekomstperspectief
16
2.0 Toekomstperspectief 2050: Gefaseerde ontwikkeling
18
2.1 Energieknooppunt van de toekomst
18
2.2 Ontwikkeling van het energieknooppunt in clusters
19
2.3 Kansrijke opties verder toegelicht
21
2.4 Ontwikkeling van leefomgeving rondom de energieclusters
26
2.5 Ruimtelijke vertaling: Kaartbeeld situatie 2050
30
2.6 Gefaseerde ontwikkeling (van 2024 naar 2050)
34
3.0 Besluitvormingsprocedures Omgevingswet: samenvattende beschouwing
36
3.1 Introductie
36
3.2 Autonome ontwikkelingen
36
3.3 Korte beschouwing ontwikkelingen toekomstperspectief
36
4.0 Aanbevelingen
38
5.0 Vervolg en besluitvormingstraject
41
DEEL 2: TOELICHTING OP HET TOEKOMSTPERSPECTIEF EN PROCES
44
1.0 Proces
46
1.1 Aanpak in fasen
46
1.2 Ontwikkelingen en mate van onzekerheid
6
1.3 Participatie
47
2.0 Samenvatting opgehaalde waarden
50
2.1 Waarden opdrachtgevers
50
2.2 Waarden omgeving (participatie)
51
3.0 Energie ontwikkelingen van belang voor Energieknooppunt Clausgebied en omgeving
54
3.1 Wat komt er op ons af?
54
3.2 Ontwikkelingen
55
DEEL 3: BIJLAGEN
60
1.0 Benutte beleidsdocumenten
62
2.0 Ontwikkelrichtingen
64
3.0 Participatie- en communicatieaanpak
70
4.0 Overzicht Besluitvormingsprocedures Omgevingswet
76
Colofon
106
VOORWOORD We bevinden ons in een tijd van ingrijpende maatschappelijke transities, waaronder de verduurzaming van ons energieverbruik. De overgang van fossiele brandstoffen naar een CO₂-neutrale energievoorziening leidt vandaag en in de komende decennia tot aanzienlijke ontwikkelingen. Deze verschuiving heeft ook impact op het Clausgebied en de directe omgeving in de gemeentes Maasgouw en Roerdalen. In opdracht van de Provincie Limburg, de Gemeente Maasgouw en RWE is een onderzoek uitgevoerd naar het toekomstperspectief voor het Clausgebied en omgeving. Het onderzoek beschrijft welke toekomstige ontwikkelingen binnen het energiesysteem relevant kunnen z ijn voor het Clausgebied en de directe omgeving. Ook TenneT en het Ministerie van Economische Zaken & Klimaat zijn als belangrijke stakeholders betrokken gedurende dit proces. Het energieknooppunt Clausgebied omvat momenteel het terrein van de Clauscentrale (eigendom van RWE) en de hoogspanningsstations (van TenneT) en het middenspanningsstation (van Enexis). De hoogspanningsstations vormen een belangrijk onderdeel van zowel het huidige als het toekomstige energieknooppunt en het onderzoek. In het onderzoek is geanalyseerd welke energieprojecten (mogelijk) in dit gebied zullen plaatsvinden, welke ruimtebehoefte dit met zich meebrengt en waar eventuele extra ruimte gevonden kan worden.
Hierbij is rekening gehouden met de waarden die door de opdrachtgevers zijn ingebracht, zoals bijvoorbeeld waarden met betrekking tot de leefomgeving . Het toekomstperspectief laat zien dat de benodigde ruimte voor de energieprojecten kan worden gevonden binnen bestaande energieclusters (zoals het Clauscentrale-gebied en de hoogspanningsstations), maar dat er ook ruimte moet worden gevonden in een derde energiecluster als de aanlanding van wind op zee gerealiseerd wordt. Daarnaast schetst het toekomstperspectief hoe de omgeving van deze drie energieclusters zich in de komende jaren zou kunnen ontwikkelen. De rapportage “Toekomstperspectief Clausgebied en omgeving” is het resultaat van en advies over het proces dat heeft plaatsgevonden tussen februari 2023 en april 2024.
Afbeelding 1 (foto op de voorzijde). Clausgebied en omgeving met op de voorgrond de hoog- en middenspanningsstations van Enexis en TenneT (Bron foto: Fotografie Kuit)
3
LEESWIJZER Deel 1 omvat het toekomstperspectief en de aanbevelingen. Het toekomstperspectief voor het Clausgebied en omgeving wordt geschetst, inclusief de ontwikkelingen tot 2050. Gezien de vereiste CO₂-neutraliteit van de elektriciteitssector in 2035, wordt het totaalbeeld van 2035 als tussenstap belicht. Daarnaast worden de planjuridische stappen besproken en worden aanbevelingen gedaan op basis van de ruimtelijke studie en het participatieproces. Deel 2 biedt een toelichting op het toekomstperspectief en het proces. Hierin worden de processtappen uiteengezet, samen met belangrijke aspecten die als input hebben gediend voor het onderzoek, zoals het participatietraject en de waarden van de opdrachtgevers. Deel 3 omvat een viertal bijlagen, waaronder het overzicht van de participatie- en communicatieaanpak en de bijlage met het overzicht van besluitvormingsprocedures van de Omgevingswet.
4
STATUS EN DISCLAIMERS Voor deze studie zijn er een aantal generieke disclaimers die we hieronder vermelden: 1.
Dit toekomstperspectief is geen concreet plan. Het geeft een beeld hoe de toekomst er uit kan komen te zien en biedt inzichten in potentiële ontwikkelingen, te maken ruimtelijke keuzes en belangrijke keuzemomenten. Om tot realisatie van (delen van) het perspectief te komen zullen de komende jaren nog diverse ontwikkelpaden worden gevolgd, moeten nog nadere studies worden uitgevoerd en moeten talrijke beslissingen genomen worden. Daarbij moeten steeds de geldende juridische procedures worden gevolgd rondom vaststelling, besluitvorming en (waar van toepassing) ook vergunningverlening.
2. In deze rapportage worden diverse energetische technieken, bronnen en technologieën beschreven die, gelet op de kennis en informatie die ten tijde van het schrijven van het rapport beschikbaar en bekend waren, de meest logische mogelijkheden voor de toekomst van het Clausgebied en omgeving omvatten. De ontwikkelingen rondom o.a. de energietransitie volgen elkaar echter snel op en kunnen er voor zorgen dat er over enige tijd nieuwe mogelijkheden zijn die een rol kunnen spelen in de transformatie van het Clausgebied en omgeving. 3. In maart 2023 heeft de Provincie Limburg initiatief genomen voor een SMR alliantie. SMR staat voor ‘small modular reactor’, dit zijn kleine kernreactoren. Deze alliantie voert een haalbaarheidsonderzoek uit rondom SMR’s in Limburg. Voor deze studie zijn SMR’s (kleine kernreactoren) niet meegenomen om de volgende redenen (1) de haalbaarheid van SMR’s in Nederland dient eerst nog te worden aangetoond via de lopende nationale SMR-programma-aanpak én het aanvullende provinciaal haalbaarheidsonderzoek (2) de vele onzekerheden die er momenteel nog rondom SMR’s en regelgeving hiervoor zijn maken het nog niet mogelijk om hierover afwegingen te maken in relatie tot andere energie-infrastructuur (3) de eigenaar van de huidige energiecentrale in Maasgouw, RWE, geeft aan dat kernenergie voor hen geen optie is. 4.
In en rondom Maasgouw spelen op het moment van de studie nog diverse andere ontwikkelingen met raakvlakken naar het toekomstige Clausgebied en het energieknooppunt dat Maasbracht is. Te denken valt aan de zoekgebieden voor zonneparken op land (RES) en het onderzoek dat loopt naar een Clean Energy Hub in de haven van Maasbracht. Deze studie doet geen uitspraken over dergelijke ontwikkelingen. Er spelen in het Clausgebied en omgeving tevens enkele autonome ontwikkelingen. De belangrijkste hiervan zijn de vernieuwing van de TenneT hoogspanningsstations en de plannen rondom vernieuwing en uitbreiding van het hoogspanningsnetwerk van TenneT. Deze ontwikkelingen worden als gegeven beschouwd in deze studie, en de studie doet verder geen uitspraken over deze ontwikkelingen.
5
MANAGEMENTSAMENVATTING Voor u ligt het Toekomstperspectief Clausgebied en omgeving. Het onderzoek is uitgevoerd door PosadMaxwan in opdracht van Provincie Limburg, Gemeente Maasgouw en RWE. Het toekomstperspectief schetst welke ontwikkelingen kansrijk worden geacht en hoe het energieknooppunt Clausgebied en de omgeving er in 2050 op hoofdlijnen uit kan zien. Dit toekomstperspectief is geen concreet plan of een blauwdruk. Het is een perspectief hoe de toekomst eruit kan komen te zien en het biedt inzichten in potentiële ontwikkelingen, te maken ruimtelijke keuzes en belangrijke keuzemomenten. Om tot realisatie van (delen van) het perspectief te komen zullen de komende jaren nog diverse ontwikkelpaden worden gevolgd, moeten nog nadere studies worden uitgevoerd en moeten talrijke beslissingen genomen worden. Daarbij moeten steeds de geldende juridische procedures worden gevolgd rondom vaststelling, besluitvorming en (waar van toepassing) ook vergunningverlening. Een belangrijk onderdeel van de studie was het betrekken van de directe omgeving van de Clauscentrale. Door middel van straatgesprekken, inwonersavonden en een open mailadres zijn de bewoners gedurende het proces betrokken.
Het doel van deze participatieactiviteiten was enerzijds om de omgeving op de hoogte te houden van het onderzoek, en anderzijds om ideeën, zorgen en meningen (“participatiewaarden”) over de toekomst van het Clausgebied op te halen. De participatiewaarden die zijn opgehaald, hebben vervolgens een rol gehad in het formuleren van het richtinggevend toekomstperspectief. Energieknooppunt van de toekomst De overgang van fossiele brandstoffen naar een CO₂-neutrale energievoorziening leidt vandaag de dag en in de komende decennia tot aanzienlijke ontwikkelingen. Deze verschuiving heeft ook impact op het Clausgebied en de directe omgeving in de gemeentes Maasgouw en Roerdalen, omdat de Clauscentrale een essentiële schakel blijft in het energiesysteem van de toekomst. Deze locatie wordt reeds benoemd in meerdere verkenningen, zoals TargetGrid van TenneT, het Programma Energiehoofdstructuur (PEH), het Programma Verbindingen Aanlandingen Wind op Zee (VAWOZ) 2031-2040 en het project Delta Rhine Corridor (DRC). Naast haar cruciale positie in het nationale energiesysteem, heeft het knooppunt ook een strategische waarde voor de bijdrage van Limburg aan de flexibiliteit van het energiesysteem en de leveringszekerheid in Limburg. Bovendien speelt de Clauscentrale een belangrijke rol in de verduurzaming van de grote industrie in Limburg, waaronder bij Chemelot.
Twee kansrijke opties voor elektriciteitsproductie op duurzame wijze Er zijn twee kansrijke opties voor het energieknooppunt om op duurzame wijze elektriciteit te produceren (op CO₂-neutrale wijze) en zo bij te dragen aan de flexibiliteit
6
van het systeem. De Clauscentrale kan worden omgebouwd en elektriciteit opwekken door waterstof te verbranden, bij de verbanding van waterstof komt geen CO₂ vrij. Een andere optie is het afvangen van CO₂ die vrijkomt bij de verbranding van gas en de CO₂ afvoeren naar potentiële industriële gebruikers of naar een opslaglocatie. Dit proces heet ‘Carbon Capture and Storage’, hierna afgekort als ‘CCS’. De laatste optie voorziet daarmee nog altijd in het gebruik van fossiele brandstof maar voorkomt dat er CO₂ wordt uitgestoten. De Delta Rhine Corridor en afhankelijkheden Om een waterstofgestookte gascentrale te realiseren, is de toevoer van waterstof via ondergrondse buisleidingen vereist. Een belangrijk initiatief voor een dergelijke bundeling van buisleidingen is de Delta Rhine Corridor, hierna afgekort als ‘DRC’. De DRC is een bundel van ondergrondse buisleidingen en HVDC verbindingen (gelijkstroom verbindingen) die wordt ontwikkeld in de buisleidingenstrook die loopt van Rotterdam via Moerdijk naar Zuid-Limburg. Het tracé krijgt een mogelijke aftakking richting het Clausgebied. De tijdige voltooiing van de Delta Rhine Corridor (DRC), inclusief waterstofleidingen tegen 2030, is essentieel voor de transitie van de Clauscentrale naar een waterstofgestookte elektriciteitscentrale tussen 2030 en 2035, om te voldoen aan de CO₂-neutrale elektriciteitsproductie-eisen vanaf 2035.
Anders zal de waarschijnlijkheid van het gebruik van CCS toenemen als alternatieve oplossing. Het afvangen van CO₂ gebeurt bij CCS hoogstwaarschijnlijk via een scrubber installatie. Het afgevangen CO₂ zal worden getransporteerd via buisleidingen richting afnemers, bijvoorbeeld industriële complexen op Chemelot, of richting grootschalige opslaglocaties. In een vroeg stadium zou ook transport over water mogelijk kunnen zijn. Kansrijke locatie voor ‘aanlanding wind op zee’ Eén van de bijkomende mogelijkheden van de hierboven beschreven aansluiting op het DRC-tracé, is om ook een zogenaamde ‘aanlanding van wind op zee’ te realiseren in het Clausgebied. Binnen het programma ‘Verbindingen Aanlanding Wind op Zee 2031- 2040’ (kortweg ook VAWOZ genoemd) wordt onderzocht hoe de energie van, nog te bouwen, windparken op zee het beste aan land kan worden gebracht, voor Maasbracht als andere plekken in Nederland. Dit komt ten goede van de leveringszekerheid van energie voor Limburg in zijn geheel en kan een belangrijke bijdrage leveren aan de verduurzaming van Chemelot. De opgewekte windenergie op zee zal als gelijkstroom en via ondergrondse verbindingen worden getransporteerd richting Maasbracht. Hierdoor is omzetting naar wisselstroom noodzakelijk om op het bestaande elektriciteitsnet te kunnen worden gebruikt. Deze omzetting wordt gedaan in een zogenaamde converter.
De converter heeft een maximale afstand van 6 km van het hoogspanningsstation Maasbracht. In deze studie is onderzocht waar de converter mogelijk geplaatst kan worden in het Clausgebied en omgeving. Binnen het programma VAWOZ wordt in de bredere straal van 6 km rondom het 380 kV station Maasbracht onderzoek gedaan.
7
Vergroten flexibiliteit door omzetten van waterstof in elektriciteit De grote meerwaarde van het energieknooppunt Clausgebied is de flexibiliteit om te reageren op zowel een hoge als een lagere vraag naar elektriciteit. Wanneer er veel stroom wordt geleverd door windparken op zee, kan er een overschot aan elektriciteit ontstaan. Op zulke momenten kan elektriciteit via elektrolyse worden omgezet in waterstof. Deze conversie vindt plaats in een elektrolyser en bijbehorende installaties. De geproduceerde waterstof kan vervolgens worden getransporteerd naar afnemers op andere locaties via het DRC-tracé. Op de lange termijn is het ook mogelijk dat waterstof wordt vervoerd naar andere afnemers via het waterstofnetwerk van Gasunie, bekend als de waterstof-backbone. Indien een aanlanding van wind op zee wordt gerealiseerd zal ook de behoefte voor een elektrolyser ontstaan. In het programma VAWOZ wordt hiervoor eveneens binnen de 6 km straal gezocht naar mogelijke locaties. In het toekomstperspectief wordt vooralsnog de kansrijke locatie nabij de Clauscentrale op het Clausterrein geïdentificeerd. Opslag van elektriciteit Tot slot is het door de aanwezigheid van alle voorzieningen aannemelijk om bij het energieknooppunt Clausgebied ook de opslag van energie (middels batterijen) binnen de energieclusters een plek te geven.
Grootschalige opslag kan een extra bijdrage leveren aan het stabiliseren van het elektriciteitsnetwerk. Deze ontwikkeling is niet randvoorwaardelijk voor het geschetste toekomstbeeld van het energieknooppunt. Het Clausterrein zou ook hiervoor een kansrijke locatie zijn. Ruimtelijke ontwikkeling in clusters Het energieknooppunt van de toekomst is in de toekomst geconcentreerd in twee à drie clusters; locaties waar een bundeling van energie(infrastructuur) samengebracht is. Door de concentratie wordt voorkomen dat er op allerlei plekken in de nabijheid van de Clauscentrale nieuwe onderdelen van het energiesysteem worden gepland. Ontwikkeling van het energieknooppunt gebeurt in deze clusters. Ontwikkelingen, zoals batterijopslag, buiten de clusters wordt als niet wenselijk gezien. Het eerste cluster is de Clauscentrale en het terrein zelf. Binnen dit cluster kan het nodige veranderen om, zonder dat hiervoor uitbreiding van dit terrein nodig is, een toekomstgerichte centrale en bijbehorende installaties te kunnen huisvesten. Het tweede, eveneens bestaande, cluster wordt gevormd door de hoogspanningsstations en de bovengrondse hoogspanningsverbindingen aan en naar de Linnerweg. Omdat de ruimte in hierboven beschreven twee clusters beperkt is, wordt een derde cluster voorzien voor de langere termijn indien de aanlanding wind op zee bij Maasbracht wordt gerealiseerd.
Indien de aanlanding van wind op zee niet naar Maasbracht komt is het vooralsnog onwaarschijnlijk dat er een derde cluster nodig is. Er is nog geen precieze locatie voor een dergelijk derde cluster, in deze richtinggevende studie zijn twee ruime zoekgebieden voorgesteld waarbinnen een dergelijke derde cluster kan worden ontwikkeld. Het eerste zoekgebied ligt in de gemeente Maasgouw in het gebied tussen de A73 (westkant) en de bovengrondse hoogspanningsverbindingen
8
Maasbracht-Graetheide. Het tweede zoekgebied ligt in de gemeente Roerdalen ten oosten van de A73 rondom het milieupark en de afvalstort Montfort. Omgevingskwaliteit Er zijn naast de bovenstaande energetische zaken ook diverse omgevingskwaliteiten gedefinieerd om het diverse karakter van het Clausgebied en de omgeving te behouden en versterken. De ingrediënten zijn met name gebaseerd op diverse gesprekken met bewoners. Het gaat dan om: • Verkeer en logistiek: Alternatieven voor ontsluiting van het Clauscentraleterrein worden onderzocht om belasting in Brachterbeek (o.a. de Voortstraat) te verminderen. Maar wel nadat er duidelijkheid bestaat over de grote energie ontwikkelingen die zullen plaatsvinden op het RWE-terrein, welke verkeersbewegingen daarmee samenhangen en wat dit betekent voor de verkeersbelasting in de straten in Brachterbeek • Landschap en natuur: Er wordt ingezet op het zoveel mogelijk behouden van het huidig gebruik en het open karakter van het landschap en daar waar mogelijk het versterken van de natuurwaarden en het natuurnetwerk in het gebied. • Recreatie: De toekomstige ontwikkelingen in het gebied moeten geen afbreuk doen aan de recreatieve waarde van het gebied. De aantrekkelijkheid van de wandel- en fietsroutes kan worden vergroot.
• Economie en bedrijvigheid: De actieve landbouwbedrijven buiten de dorpskern Brachterbeek zijn het vertrekpunt voor toekomstige ontwikkelingen, met inachtneming van het behoud van open ruimte. Dit sluit aan bij het ruimtelijkeconomisch beleid van de gemeente, gericht op het gebruik en de herstructurering van bestaande bedrijventerreinen zonder uitbreiding met nieuwe terreinen. Aanbevelingen Er zijn zeven concrete aanbevelingen geformuleerd voor de vervolgstappen. Deze zijn als volgt: 1. Maak ruimte voor nieuwe ontwikkelingen; 2. Concentreer in clusters; 3. Oriëntatie op blijvende betrokkenheid van inwoners; 4. Blijf met elkaar in gesprek; 5. Heldere communicatie over besluitvorming; 6. Heb oog voor niet-energetische aspecten; 7. Actief zoeken naar duiding over gezondheidsaspecten. De aanbevelingen gaan met name over de onderlinge samenwerking van de opdrachtgevers, over de betrokkenheid en communicatie richting inwoners en aspecten waar nadere studie rondom logisch lijkt bij vervolgstappen.
9
Besluitvorming In de rapportage is een juridisch-procedurele beschouwing opgenomen, daarin wordt beschreven welke ontwikkelpaden gevolgd moet worden met bijbehorende juridischplanologische procedures om (onderdelen van) het toekomstperspectief te realiseren. Zoals ook aan het begin van deze samenvatting al stond is dit toekomstperspectief geen concreet plan. Het is een richtinggevend toekomstbeeld hoe het Clausgebied en omgeving eruit kan komen te zien en het biedt daarmee de opdrachtgevers inzichten in potentiële ontwikkelingen, ruimtelijke keuzes en belangrijke keuzemomenten. Om tot realisatie van (delen van) het perspectief te komen zullen steeds ontwikkelpaden moeten worden gevolgd, moeten nog nadere studies worden uitgevoerd en moeten talrijke beslissingen genomen worden. Daarbij moeten steeds de geldende juridische procedures worden gevolgd. De gemeenten, de Provincie en RWE hebben bij vervolgonderzoeken, vervolgprocedures en vervolgbeslissingen verschillende rollen en verantwoordelijkheden. Bovendien zijn er ook nog andere partijen, zoals TenneT en de Rijksoverheid betrokken, die eveneens hun eigen rol en verantwoordelijkheden hebben en ook separaat onderzoeken en ontwikkelingen kunnen starten.
Los van het toekomstperspectief en de ontwikkelingen die hiervoor nodig zijn wordt op korte termijn de verzwaring van het hoogspanningsnetwerk rondom Maasbracht voorzien door TenneT. Voor de ontwikkeling station Maasbracht en breder ontwikkeling van het hoogspanningsnetwerk Maasbracht-Graetheide van TenneT in de komende jaren zal door de Provincie de projectprocedure worden doorlopen en een projectbesluit worden vastgesteld. Er is afgezien van het toepassen van de bevoegdheid van het Rijk, omdat volgens de minister van Klimaat van Energie (K&E) er gezien de ligging van het tracé een duidelijk provinciaal ordeningsbelang bestaat. De realisatie van verschillende onderdelen van het toekomstperspectief is afhankelijk van de komst van de Delta Rhine Corridor. De Delta Rhine Corridor is een bundel van ondergrondse buisleidingen en HVDC verbindingen (gelijkstroom verbindingen). Hiervoor zal het Rijk één of meerdere projectbesluit(-en) nemen en de juiste randvoorwaarden moeten creëren. Welke overheid bevoegd is om voor de ruimtelijke inpassing van één van de onderdelen een besluit te nemen, is op basis van de wet afhankelijk van het desbetreffende project. Het Rijk kan een projectbesluit nemen voor de CCS-buisleiding vanaf de DRC naar de Clauscentrale en de gemeente een wijziging omgevingsplan of BOPA voor de mogelijke CO₂-afvang bij de installatie zelf.
Verder is de gemeente bevoegd ten aanzien van de ruimtelijke inpassing van een batterijopslagsysteem en een zonnepark, tenzij het
10
zonnepark meer dan 50 MW is. Voor een dergelijk zonnepark (> 50 MW) is het Rijk bevoegd. 1 Ook kan het Rijk een projectbesluit nemen voor de verbinding van de Clauscentrale op de DRC voor het transport van waterstof als het Rijk een dergelijke verbinding van nationaal belang acht. Zo niet, dan is de gemeente bevoegd om hiervoor een wijziging omgevingsplan of BOPA te nemen. Hetzelfde geldt voor de aantakking van het Clausgebied op de DRC ten aanzien van een aanlanding van wind op zee. Als door de ombouw van de Clauscentrale naar een piekcentrale op waterstof de uitbreiding van de capaciteit de drempel van 500 MW overschrijdt, dan is het Rijk bevoegd. Als echter kan worden gesteld dat met de ombouw naar een waterstofcentrale sprake is van opwekking van duurzame elektriciteit, dan is het Rijk al bevoegd bij een drempel van 50 MW voor aanleg en uitbreiding. Tenslotte is het Rijk bevoegd ten aanzien van de 380 kV hoogspanningsverbindingen en kan daarvoor een projectbesluit nemen. Ten aanzien van grootschalige elektrolyse kan het Rijk dit vanaf een bepaalde minimale capaciteit als nationaal belang naar zich toetrekken en daarvoor een projectbesluit nemen. Bij afwezigheid daarvan is de gemeente bevoegd. Er is op basis van de wet geen directe grondslag voor besluitvorming door de Provincie over de ruimtelijke inpassing van de bouwstenen uit het toekomstperspectief.
De Provincie kan niettemin alsnog een rol krijgen als (i) sprake is van een provinciaal belang waarvoor (ii) de Provincie alsnog de bevoegdheid naar zich toe trekt of van het Rijk krijgt toegekend. Voor zover het Rijk bevoegd is voor de ruimtelijke inpassing, kunnen Provincie en gemeente door middel van beleid of regels (bijvoorbeeld een programma of in een omgevingsverordening ) kaders meegeven aan het Rijk. Het Rijk is weliswaar niet gebonden aan dergelijke kaders, maar zal daarmee wel rekening moeten houden in de besluitvorming over de ruimtelijke inpassing. 1
Onder de toekomstige Energiewet veranderen deze drempels, zie daarvoor nader een korte toelichting in bijlage 4.
11
DEEL 1 Het toekomstperspectief en aanbevelingen
12
Afbeelding 2. Luchtfoto Clauscentrale terrein (Bron: Provincie Limburg)
13
1.0 Aanleiding 1.1 Het Clausgebied vandaag de dag
In Maasbracht in de Gemeente Maasgouw staat de Clauscentrale van RWE. Deze gasgestookte elektriciteitscentrale vervult een grote rol in de huidige elektriciteitsvoorziening van Nederland. Daarnaast is de locatie Clausgebied een waar knooppunt in de Nederlandse elektriciteitsdistributie. De Clauscentrale staat naast een groot 380kV en 150kV station van TenneT. De Clauscentrale is momenteel aangesloten op het gasnetwerk van Gasunie en heeft door de ligging aan de Maas ook toegang tot rivierwater dat gebruikt wordt als koelwater. Deze clustering van energiecomponenten zorgen ervoor dat de Clauscentrale en omgeving vandaag de dag een landelijk “energieknooppunt” vormt.
1.2 De opgave voor de toekomst
De overgang van de huidige fossiele energievoorziening naar een duurzame energievoorziening die CO₂- neutraal is, zorgt
vandaag de dag en de komende decennia volop voor ontwikkelingen . Dit heeft ook zijn weerslag op de Clauscentrale. Door de toename van decentrale hernieuwbare elektriciteitsproductie verandert het energiesysteem fundamenteel. De Clauscentrale kan een essentiële schakel in het systeem blijven vormen. Door de toename van de elektriciteitsvraag, onder andere door de elektrificatie van de industrie (van onder andere Chemelot), en voor de stabiliteit van het gehele systeem is er ook in het toekomstige energiesysteem nog altijd behoefte aan centrale mogelijkheid voor elektriciteitsproductie. Voor deze productie en voor de distributie van de elektriciteit zijn grote investeringen in het energiesysteem nodig. De locatie van het Clausgebied wordt dan ook in meerdere verkenningen over de toekomst van het energiesysteem nadrukkelijk meegenomen. Zoals in de studie TargetGrid van TenneT naar het elektriciteitsnet van 2045 of in het
Afbeelding 3. Foto cluster 2 op de voorgrond en cluster 1 (Bron: Provincie Limburg)
14
Afbeelding 4. Diagram huidig knooppunt Clauscentralegebied
programma Verbindingen Aanlandingen Wind op Zee, waarin gekeken wordt hoe een deel van de elektriciteit die op de Noordzee opgewekt gaat worden ook ‘aan land’ gebracht kan worden bij Maasbracht. Rondom en sinds de start van het proces is ook een reeks nieuwe inzichten en plannen vanuit het Rijk, de Provincie en andere partijen publiek beschikbaar gekomen. Deels als nieuwe initiatieven of beleid, deels als verkenning of nadere concretisering van eerdere plannen. Denk daarbij aan het eerdergenoemde programma Verbindingen Aanlandingen Wind op Zee (VAWOZ) die recent de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau heeft gepubliceerd. Maar ook het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE), het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) en onderzoek naar haalbaarheid en kennisdeling rondom SMR’s in Limburg (het laatste is expliciet niet meegenomen in dit onderzoek ). En parallel lopen er trajecten rondom bijvoorbeeld de ontwikkeling van de Nota Ruimte, de voorbereiding van een Ruimtelijk Arrangement tussen Rijk en Provincie alsmede
de beoogde aanscherping van de provinciale Omgevingsvisie, mede op basis van het Ruimtelijk Voorstel Limburg dat eind 2023 aan het Rijk is aangeboden. Dit onderzoek heeft daarop geanticipeerd en vormt voor de opdrachtgevers een stevige onderlegger en basis voor toekomstige ontwikkelingen in dit gebied. Energieknooppunt Clausgebied krijgt daardoor een nog belangrijkere positie in het Nederlandse en Europese energiesysteem. Voor de toekomst wordt er gekeken naar de opties om de Clauscentrale aan te sluiten op een waterstofbuisleiding en/of CO₂ buisleiding via de Delta Rhine corridor, of de waterstofbackbone van Gasunie. Er zijn echter nog veel onzekerheden. Wanneer is er bijvoorbeeld waterstof beschikbaar en via welk netwerk wordt dit getransporteerd? Hoe dan ook zal de omgeving van de Clauscentrale een rol spelen in een klimaatneutrale energievoorziening. Bovendien zijn er ook al de nodige ontwikkelingen aan de gang in Maasbracht. Zo wordt er bijvoorbeeld door TenneT al gebouwd aan de vernieuwing van
15
het 380kV station in Maasbracht naar een volwaardig GIS-station. Om hieraan te kunnen werken is het bovendien nodig om de komende tijd regelmatig belangrijke keuzes te maken rondom energieinfrastructuur en ruimte die hiervoor nodig is, en te sturen op de gewenste toekomstige ontwikkelingen. Dat is de aanleiding voor het opstellen van een toekomstperspectief voor het Clausgebied en haar directe omgeving. Een perspectief als een richtinggevend kader voor de toekomst van de centrale en de omgeving.
1.3 Vertrekpunt toekomstperspectief
Het onderzoek is in opdracht van Provincie Limburg, gemeente Maasgouw en RWE uitgevoerd door een consortium van bureaus (PosadMaxwan, Generation.Energy, EMMA, NewGround Law) en is begeleid door een begeleidingscommissie en een bestuurlijk overleg van de opdrachtgevers. De hoofdvraag voor het onderzoek was als volgt geformuleerd: “Ontwikkel meerdere (3 tot 5) ruimtelijk en inhoudelijk uitgewerkte toekomstscenario’s voor de toekomst van het Clauscentrale gebied en haar directe omgeving in 2030, 2040 en 2050 en destilleer daaruit in nauwe samenspraak met de opdrachtgever een waarschijnlijk en daarmee voor de opdrachtgever en begeleidingscommissie richtinggevend toekomstperspectief.” In het toekomstperspectief wordt bij elkaar gebracht welke ontwikkelingen kansrijk worden geacht en hoe het energieknooppunt Clausgebied en de omgeving er in 2050 op hoofdlijnen uit kunnen zien. Dit toekomstperspectief kan vervolgens een basis vormen voor beleidsvorming, en voor de daadwerkelijke ruimtelijke keuzes, waarbij voor mogelijke ontwikkelingen en keuzemogelijkheden verder onderzoek noodzakelijk is zodra daar het momentum voor is. Uitgangspunt hiervoor was het aansluiten op bestaand ruimtelijk beleid zoals in de nationale, provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies is vastgelegd.
Het toekomstperspectief Clausgebied en omgeving gaat echter een stap verder door alle mogelijke ontwikkelingen op het gebied van energie en bijbehorende
16
relevante energiebouwstenen te verbeelden en op een integrale wijze te combineren tot een consistent toekomstbeeld. Hierdoor zijn ruimtelijke keuzes, mogelijke ontwikkelingen en keuzemomenten scherper in beeld gekomen .
Lopende intiatieven Ook vandaag de dag zijn er al lopende energie-gerelateerde initiatieven bekend in het Clausgebied en omgeving. Zo zijn er twee locaties aangewezen waar zon op land afweegbaar is. Dit is opgenomen in beleid van de Gemeente Maasgouw (Omgevingsvisie en in de beleidsvisie ‘Zon op land’). Er ligt een concreet initiatief op het Clausterrein. Daarom is deze meegenomen in de kaartbeelden. Het zoekgebied in het Brachterveld is niet verder meegenomen (in kaartbeelden). Ook lopen er (komende jaren) ontwikkeling in en rondom het TenneT station betreffende de vernieuwing van bestaande hoogspanningsstation en ontwikkeling/ opwaardering van nieuwe en bestaande verbindingen. Het hoogspanningsstation uit 1967 is verouderd en aan vernieuwing toe om aan de elektriciteitsvraag van Limburg te kunnen blijven voldoen. Op dit moment wordt het volledige hoogspanningsstation vernieuwd en worden nieuwe transformatoren ten oosten van de huidige installaties gebouwd. Binnen tien jaar en mogelijk eerder zal vanuit dit station ook een 380kV verbinding naar het nieuw te bouwen 380kV station in Graetheide en een 380kV verbinding naar het bestaande 380kV station in Eindhoven vertrekken. Er wordt nu al rekening gehouden met de uitbreiding van 380kV Graetheide.
Er loopt eveneens een onderzoek naar de ontwikkeling van een Clean Energy Hub in de haven van Maasbracht dat voorziet in het leveren van duurzame brandstoffen (waaronder eventueel waterstof) aan binnenvaartschepen. Dit is niet verder opgenomen in dit onderzoek.
Afbeelding 5. Satellietbeeld omgeving Energieknooppunt Clausgebied (Bron satellietbeeld: Google Maps)
17
2.0 Toekomstperspectief 2050: Gefaseerde ontwikkeling Dit hoofdstuk beschrijft en visualiseert het toekomstperspectief op lange termijn en de daarvoor gebruikte uitgangspunten. Om een beeld te krijgen van de mogelijke ontwikkelingen in het Clausgebied en omgeving op de langere termijn is het belangrijk om een richting te kiezen. Daarbij wordt in het toekomstperspectief gekeken naar een reeks van projecten, initiatieven en studies die al lopen, welke uitvoeriger worden besproken in Hoofdstuk 3 van Deel 2. Tevens wordt gekeken naar de onzekerheden die nog bestaan rond sommige aspecten. Daarnaast wordt uiteraard de huidige situatie en de waarden die zijn meegegeven door bewoners en belanghebbenden tijdens de drie informatiemomenten gedurende het proces, in beschouwing genomen. Het toekomstperspectief dat in dit document wordt geschetst, is nadrukkelijk
Afbeelding 6. TenneT Target Grid map (Bron: TenneT)
18
geen vaststaand plan of een blauwdruk voor de toekomst. Het fungeert eerder als een richtinggevend kader dat door de opdrachtgevers kan worden gebruikt voor (gezamenlijke) beleidsontwikkeling, verdere studies en toekomstige besluitvorming.
2.1 Energieknooppunt van de toekomst
Het Clausgebied en omgeving vormen momenteel al een van de knooppunten in het energiesysteem van Nederland. Het is duidelijk dat het energieknooppunt Clausgebied een cruciale positie zal behouden in het nationale energienetwerk. Op de lange termijn zijn er verschillende mogelijkheden voor deze locatie, gezien de strategische positie in het energienetwerk van Nederland en NoordwestEuropa. Zoals eerder omschreven blijft de behoefte om ook in de toekomst te kunnen bijsturen in het systeem bestaan.
Het energiesysteem verandert van een systeem waar elektriciteit op enkele centrale plekken, zoals de Clauscentrale, wordt opgewerkt naar een systeem waarin op veel meer plekken elektriciteit wordt opgewekt. Door het toevoegen van vele zonneweides en windturbines, wordt het energiesysteem van Nederland op veel meer plekken dan voorheen ‘gevoed’. Toch blijft het nodig om pieken in ons verbruik en dagen waarop zowel de zonneweides als de turbines weinig elektriciteit produceren op te kunnen vangen. Dit kan door een elektriciteitscentrale met een goede verbondenheid met het netwerk én die flexibel kan opereren in te zetten. De Clauscentrale heeft deze mogelijkheden en juist daarom speelt het energieknooppunt Clausgebied een belangrijke rol in het duurzaam maken van het energiesysteem. Het is niet voor niets dat in het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) wordt geschreven dat de flexibiliteit van het energiesysteem van groot belang is, juist van de weersafhankelijkheid die in de toekomst een nadrukkelijke rol speelt. Naast de belangrijke positie in het landelijk energiesysteem, geldt ook dat het knooppunt voor Limburg een strategische positie heeft in de bijdrage aan de flexibiliteit van het energiesysteem. Ook voor de verduurzaming van de grote industrie in Limburg, zoals bij Chemelot, speelt de Clauscentrale een belangrijke rol.
Essentieel voor een dergelijk energieknooppunt is uiteraard dat hier op een duurzame wijze elektriciteit wordt geproduceerd. Dat betekent concreet dat de productie van elektriciteit in de nabije toekomst geen uitstoot van CO₂ meer mag veroorzaken. Dit kan op twee manieren worden bereikt. Ten eerste kan de Clauscentrale worden omgebouwd en elektriciteit opwekken door waterstof te verbranden in plaats van aardgas, bij de verbanding van waterstof komt namelijk geen CO₂ vrij. Een andere optie is het afvangen van CO₂ die vrijkomt bij de verbranding van aardgas en de CO₂ afvoeren naar potentiële industriële gebruikers of naar een opslaglocatie. Dit proces heet ‘Carbon Capture and Storage’, kortweg CCS. De laatste optie voorziet daarmee nog
altijd in het gebruik van fossiele brandstof, maar voorkomt dat er CO₂ wordt uitgestoten. Voor de eerste optie, waarbij waterstof wordt gebruikt, moet de continue beschikbaarheid van (groene) waterstof worden gegarandeerd. Momenteel wordt waterstof in grote volumes nog altijd geproduceerd met fossiele energie (zogenaamde ‘grijze waterstof’) of eveneens met afvang van CO₂ (‘blauwe waterstof’). Beide opties (verbranding van waterstof of het afvangen van CO₂) worden als kansrijk beschouwd. In de komende paragrafen wordt beschreven waarom en hoe dit knooppunt verder ruimtelijk transformeert (paragraaf 2.2), worden de energie ontwikkelingen verder toegelicht (paragraaf 2.3), worden de omgevingskwaliteiten verder toegelicht (paragraaf 2.4), bevat het kaartbeeld (paragraaf 2.5) en worden de tussenstappen toegelicht (paragraaf 2.6).
2.2 Ontwikkeling van energieknooppunt in clusters Tijdens de participatiemomenten was de verdere ruimtelijke ontwikkeling van het knooppunt een belangrijk onderwerp van discussie. Eén van de belangrijkste zorgen die naar voren kwam, was de bezorgdheid dat de open ruimte in het gebied verder zou worden bebouwd. De omwonenden hechten veel waarde aan de open ruimte, waar al op verschillende plaatsen hoogspanningsverbindingen doorheen lopen, als een plek om te wandelen of fietsen. Het is nadrukkelijk vanuit deze waarden die door de omwonenden zijn meegegeven dat een concentratiebeleid wordt voorgesteld.
Het knooppunt is in deze studie in de toekomst geconcentreerd in drie clusters; locaties waar een bundeling van energie(infrastructuur) samengebracht is. Door de concentratie wordt voorkomen dat er op allerlei plekken in de nabijheid van de Clauscentrale nieuwe onderdelen van het energiesysteem worden gepland. Niet alleen is dat ongewenst vanuit bewoners en de beleving & gebruik van het landschap, het is bovendien minder efficiënt voor het energiesysteem.
19
Het eerste cluster is de Clauscentrale zelf. Dit cluster bestaat al en beslaat het terrein van de Clauscentrale. Momenteel staat hier de huidige centrale, ook wel eenheid Claus C genoemd. Deze centrale maakt nog gebruik van delen van de oudere eenheid Claus B. Daarnaast staan op het terrein ook nog de eenheid Claus A, kantoren en allerhande installaties waaronder de prominent aanwezige koeltorens die al voor eenheden A en B werden gebruikt en nu deels nog voor de huidige centrale worden gebruikt. Binnen dit cluster kan het nodige veranderen om, zonder dat hiervoor uitbreiding van dit terrein nodig is, een toekomstgerichte centrale en bijbehorende installaties te kunnen huisvesten. Het tweede cluster wordt gevormd door de hoogspanningsstations aan de Linnerweg. Ook dit cluster bestaat vandaag de dag al. Zowel aan de noordzijde als aan de zuidzijde van de weg liggen twee belangrijke hoogspanningsstations van TenneT. Het station aan de noordzijde voor 380 kV en aan de zuidzijde voor 150 kV. De komende tijd wordt dit cluster vernieuwd en deels overdekt. Ook vinden de komende jaren vele veranderingen plaats doordat een deel van de infrastructuur (zowel het station als de bovengrondse hoogspanningsverbindingen) wordt uitgebreid, omgebouwd en wordt verlegd. Hiervoor heeft TenneT al plannen die in dit toekomstperspectief worden meegenomen.
Deze afbeelding wordt in de volgende versie verduidelijkt.
Afbeelding 7. Concentratie in drie Clusters
20
Het tweede cluster is tevens de verbinding van Maasbracht naar de rest van Limburg en Zuidoost Nederland. Vanuit het cluster vertrekken namelijk de bovengrondse hoogspanningsverbindingen via de duidelijk zichtbare masten naar verschillende windrichtingen. Bijvoorbeeld naar de 380kV stations Eindhoven, Boxmeer, Graetheide en naar België en Duitsland, maar ook naar verschillende 150kV stations in de regio’s Roermond, Buggenum, Venlo. Ook deze infrastructuur zal de komende jaren worden versterkt en uitgebouwd. Door het optimaal herinrichten en vernieuwen van de hoogspanningsstations bij Maasbracht kan ook ruimte worden gevonden om toekomstige ontwikkelingen op aan te sluiten. Hierbij is het van belang dat de bereikbaarheid voor bovengrondse hoogspanningsverbindingen van dit cluster toereikend is. Indien deze niet toereikend is, ontstaat de mogelijk de noodzaak voor een extra 380kV hoogspanningsstation met bijbehorende ruimteclaim binnen of buiten het cluster. Een derde cluster bestaat vandaag de dag nog niet. Het betreft dan ook een potentieel cluster dat plek zou bieden aan een nieuwe bundeling van energie(infrastructuur) die in de toekomst ruimte zal claimen in het gebied.
Afbeelding 8. Zoekgebied R vanaf A73 (Bron beeld: Google Maps streetview)
Afbeelding 9. Zoekgebied M vanaf A73 (Bron beeld: Google Maps streetview)
Concreet gaat het vooralsnog om één of maximaal twee converterstation(s) van ca. 5,5 hectare per stuk. Omdat de ruimte in hierboven beschreven twee clusters beperkt is, wordt een derde cluster voorzien voor de langere termijn. Vooralsnog wordt een derde cluster alleen voorzien indien er ook een aanlanding van wind op zee wordt gerealiseerd nabij Maasbracht. Er is nog geen precieze locatie voor een dergelijk cluster, in deze richtinggevende studie zijn twee ruime zoekgebieden voorgesteld waarbinnen een dergelijke derde cluster kan worden ontwikkeld. Er zijn twee mogelijke zoekgebieden in deze studie in beeld gekomen. Het eerste zoekgebied ligt in de gemeente Maasgouw in het gebied tussen de A73 (westkant) en de bovengrondse hoogspanningsverbindingen Maasbracht-Graetheide. Het tweede zoekgebied ligt in de gemeente Roerdalen ten oosten van de A73 rondom het milieupark en de afvalstort Montfort. In de afrondende fase van het onderzoek is uit de participatie
gebleken dat er veel bezwaren bij bewoners bestaan tegen het zoekgebied in Maasgouw. Bij verdere onderzoeken moet ook gekeken worden naar de ligging van de zoekgebieden ten opzichte van de beoogde elektrische routes die in de notitie Reikwijdte en Detailniveau van het programma Verbindingen Aanlanding Wind op Zee zijn opgenomen (zie kaartbeeld pag. 31).
2.3 Kansrijke opties verder toegelicht Waterstofgestookte centrale Eén van de kansrijke opties voor het toekomstperspectief is het gebruik van waterstof voor de productie van elektriciteit. We zijn ons bewust van de kanttekeningen die eerder zijn genoemd met betrekking tot de beschikbaarheid van grote volumes waterstof en het huidige gebrek aan volledig duurzaam geproduceerde waterstof. Het is niet met zekerheid te zeggen of groene (of eventueel blauwe) waterstof voor 2035 in grote volumes
21
geproduceerd wordt. Maar indien dit mogelijk is levert het wel een fundamenteel duurzame optie die de afhankelijkheid van fossiele brandstof verder terugdringt. De Clauscentrale, in cluster 1, zou hiervoor kunnen worden omgebouwd van een aardgasgestookte centrale naar een waterstofgestookte centrale. De centrale is vergelijkbaar met Claus C, waarbij de focus ligt op interne aanpassingen om over te schakelen naar het gebruik van waterstofgas in plaats van aardgas. Een volgende stap is het realiseren van de toevoer van waterstof naar de Clauscentrale. Vanwege de volumes die de Clauscentrale nodig heeft, is een verbinding via een ondergrondse buisleiding vereist, zoals dat nu ook het geval is. Een belangrijk initiatief voor een dergelijke bundeling van buisleidingen is de Delta Rhine Corridor, hierna afgekort als ‘DRC’. De DRC is een bundel van ondergrondse buisleidingen en HVDC verbindingen (gelijkstroom verbindingen) die wordt ontwikkeld in de buisleidingenstrook die loopt van Rotterdam via Moerdijk naar Zuid-Limburg. Het geplande tracé loopt ten zuidoosten van Maasbracht, met een mogelijke aftakking richting het Clausgebied. Het initiatief voor de DRC loopt al enige tijd en wordt als een zeer serieuze component van het energiesysteem van de toekomst beschouwd door alle betrokkenen. Het DRC-tracé zou al voor 2030 gereed moeten zijn (PEH, 2024).
Voor het toekomstperspectief gaan we ervan uit dat het tracé wordt gerealiseerd en dat een aantakking op de Clauscentrale wordt gemaakt. (Groen)gas gestookte centrale met CCS Eén van de belangrijkste vragen rondom het toekomstperspectief werd eerder al beschreven; de vraag of er voldoende waterstof voorhanden is om de omgebouwde Clauscentrale op te laten draaien. Indien dit niet duidelijk wordt de komende tijd is er echter wel degelijk een alternatieve route richting het toekomstperspectief: een route waarin een belangrijke rol is weggelegd voor Carbon Capture and Storage, kortweg CCS. In dit alternatief wordt de Clauscentrale nog altijd op aardgas gestookt maar wordt de
22
CO₂ die bij verbranding vrijkomt opgevangen (carbon capture) en opgeslagen (storage). Daarmee wordt er bij de productie van de elektriciteit geen CO₂ uitgestoten en voldoet de Clauscentrale aan de eis om CO₂-neutraal te produceren. Het afvangen van CO₂ gebeurt hoogstwaarschijnlijk via een scrubber installatie. Dit zijn slanke hoge torens. Het opslaan van CO₂ zal op deze schaal niet gebeuren in tanks maar zal worden getransporteerd via buisleidingen richting afnemers, bijvoorbeeld industriële complexen op Chemelot, of richting grootschalige opslaglocaties zoals bijvoorbeeld in lege gasvelden onder de Noordzee. In een vroeg stadium zou ook transport over water mogelijk kunnen zijn. In dit alternatief wordt bij de bestaande Clauscentrale een extra installatie gebouwd die uit de rookgassen de CO₂ filtert en afvoert. In deze alternatieve route blijft er een rol voor de huidige ondergrondse gasleidingen, die immers in gebruik blijven. Daarnaast is ook voor dit alternatief de DRC nodig, de opgevangen CO₂ moet immers worden getransporteerd van cluster 1 naar afnemers of opslaglocaties. De buisleidingen voor CO₂ kunnen worden voorzien in het DRC-tracé. Kansrijke locatie voor aanlanding wind op zee Eén van de bijkomende mogelijkheden van de hierboven beschreven aansluiting op het DRC-tracé, is om ook een zogenaamde ‘aanlanding van wind op zee’ te realiseren rondom de Clausgebied.
Nederland zet de komende decennia in op het bouwen van grote windparken op zee. Dit zijn clusters van grote windturbines die op de Noordzee worden gebouwd. De stroom die deze turbines produceren wordt met HVDC verbindingen (gelijkstroom verbindingen) naar het vasteland gebracht. Voor de stabiliteit van het elektriciteitsnetwerk is het gunstig om niet al deze stroom in de kustProvincies te moeten omzetten en op het netwerk te plaatsen. Dat zou immers betekenen dat het netwerk in het westen van het land enorm verzwaard moet worden en dat er vervolgens heel veel extra hoogspanningsverbindingen naar het midden en oosten van Nederland bij moeten worden
Afbeelding 10. Schets Cluster 2 Nieuwe situatie.
Afbeelding 11. Schets Cluster 2 Bestaande situtatie.
Afbeelding 12. Locatie van het geschetstse beeld.
23
Afbeelding 13. De verschillende routes die beiden resulteren in een CO₂ vrije centrale
gebouwd om de elektriciteit ook daar te krijgen. Dit vergt veel kostbare ruimte en investeringen. Het is daarom gunstig om de ‘aanlanding’ van de elektriciteit van de Noordzee ook dieper landinwaarts te realiseren. Net als het initiatief van de DRC wordt op de aanlandingen al druk gestudeerd, wederom buiten dit toekomstperspectief om. Binnen het programma ‘Verkenning aanlanding wind op zee 2031- 2040’ (VAWOZ) wordt onderzocht hoe de energie van, nog te bouwen, windparken op zee het beste aan land kan worden gebracht. Zowel voor Maasbracht als andere plekken in Nederland. Hoewel de studies voor deze aanlanding buiten het toekomstperspectief om worden ontwikkeld, nemen we de optie dat er een dergelijke aanlanding kan komen uiteraard wel mee in het perspectief. Met de komst van het DRC-tracé ontstaat de mogelijkheid om een bundeling van HVDC verbindingen (gelijkstroom verbindingen) door te trekken richting het Clausgebied en daar, via het hoogspanningsnetwerk, verder te verdelen. Dit komt ten goede van de leveringszekerheid van energie voor Limburg in zijn geheel. Daarvoor moet de gelijkstroom die windturbines produceren en via de kabel wordt getransporteerd, worden omgezet naar wisselstroom die op ons elektriciteitsnet wordt gebruikt.
24
Deze omzetting wordt gedaan in een zogenaamde converter. Het Rijk hanteert voor een zoekgebied voor de converter een straal van 6 km rondom het hoogspanningsstation in Maasbracht en gaat uit van een ruimtebeslag van 5,5 hectare. Daarbij wordt uitgegaan van het ‘aanlanden’ van 2 GW of maximaal 4 GW aan elektriciteit van wind op zee. Deze ruimteclaim zou binnen het nieuwe derde cluster moeten worden ondergebracht. Binnen de twee al bestaande clusters is namelijk onvoldoende ruimte om een dergelijke converter ook te realiseren. Binnen deze studie is niet naar andere zoekgebieden gezocht of gekeken, dit zal in een separate studie op een later moment gebeuren. Gelet op de plannen voor windturbines op de Noordzee wordt ook nagedacht over een scenario waarin meer dan 2 GW elektriciteit naar Maasbracht wordt gebracht. In dat geval zal moeten worden bezien wat de impact is op de zoekgebieden, omdat er dan meer converters nodig zijn. Daarnaast wordt ook gestudeerd op opties om gelijkstroom van wind op zee door te zetten naar Duitsland. De impact hiervan is nog onbekend, en in het toekomstperspectief is hier nog geen rekening mee gehouden. Om de elektriciteit op het netwerk te zetten zal een verbinding tussen het derde cluster en
het tweede cluster (de hoogspanningsstations van TenneT) worden gerealiseerd. In dit onderzoek is onderzocht waar er binnen de directe omgeving van de huidige clusters, een derde cluster kan worden gepositioneerd ten opzichte van woningen in het gebied. Van belang is om te duiden dat, zoals eerder gezegd, er binnen een straal van 6 km rondom de hoogspanningsstations wordt gezocht, wat kan betekenen dat er uiteindelijk niet voor de twee in deze studie aangedragen zoekgebieden wordt gekozen maar een ander gebied wordt geïdentificeerd. Bij de ruimtelijke inpassing van de energie ontwikkelingen in clusters en bij het aanduiden van mogelijke zoekgebieden voor een derde cluster is zo optimaal mogelijk ingespeeld op de waarden die vanuit de omwonenden zijn aangereikt. Om de openheid en het landelijke karakter zoveel mogelijk te behouden voor de leefomgeving, is gekozen voor de concentratie in clusters. De mogelijke zoekgebieden zijn op zoveel mogelijk afstand van de huidige
bebouwing geplaatst. Daarnaast is er uiteraard rekening gehouden met de mogelijke aansluiting op de Delta Rhine Corridor. De concept Nota Reikwijdte en Detail (NRD) van het programma VAWOZ toont inmiddels een tweetal mogelijke aftakkingen van de DRC om in Maasbracht te komen. Uit de gevoerde gesprekken in dit onderzoek blijkt dat het zoekgebied R(oerdalen) voor de aanlanding van wind op zee in de vorm van een converterstation meer voor de hand ligt dan het zoekgebied M(aasgouw). Bovendien lijkt het zoekgebied R(oerdalen) meer mogelijkheden te bieden voor de ruimtelijke inpassing van een converterstation . Waterstofproductie Zoals eerder vermeld, is één van de waardevolle aspecten van het energieknooppunt Clausgebied de flexibiliteit om te reageren op zowel hoge als lage vraag naar elektriciteit. Tijdens momenten waarin er al veel elektriciteit wordt opgewekt door bijvoorbeeld zonneweides en windparken, kan de productie van de
ĨƚĂŬŬŝŶŐĞůĞŬƚƌŝƐĐŚĞƌŽƵƚĞǀĂŶĂĨZŶĂĂƌϯϴϬŬsͲƐƚĂƚŝŽŶŝŶd
Afbeelding 14. Indicatieve aftakking elektrische routes vanaf DRC naar 380kV-stations in Maasbracht. (Bron: RVO, NRD Programma VAWOZ 2031-2040, p. 49)
25
Clauscentrale verminderd worden. Echter, wanneer er ook veel stroom wordt geleverd door windparken op zee, kan er een overschot aan elektriciteit ontstaan. Op zulke momenten kan elektriciteit via elektrolyse worden omgezet in waterstof. Deze conversie vindt plaats in een elektrolyser en bijbehorende installaties. De geproduceerde waterstof kan vervolgens worden getransporteerd naar afnemers op andere locaties via het DRC-tracé. Op de lange termijn is het ook mogelijk dat waterstof wordt vervoerd naar andere afnemers via het waterstofnetwerk van Gasunie, bekend als de waterstof-backbone. Opslag van energie Tot slot is het door de aanwezigheid van alle voorzieningen aannemelijk om bij het energieknooppunt Clausgebied de opslag van energie (middels batterijen) binnen de energieclusters een plek te geven. Grootschalige opslag kan een extra bijdrage leveren aan het stabiliseren van het elektriciteitsnetwerk (Programma Energiehoofdstructuur, 2021). Door op piekmomenten elektriciteit op te slaan en deze bij grote vraag weer op het net te zetten ontstaat een extra buffer. Zowel de technologie als de wet- en regelgeving omtrent grootschalige batterijopslag is nog volop in ontwikkeling, maar het is evident dat opslag in de (nabije) toekomst een ruimteclaim binnen één of meerdere clusters zal opleveren.
Het is van belang om te melden dat dit onderdeel niet randvoorwaardelijk is voor het realiseren van het hiervoor geschetste energieknooppunt. Zoals met alle energetische ontwikkelingen is ook hier de concentratie in clusters belangrijk. Ontwikkelingen, zoals batterijopslag, buiten de clusters wordt niet als gewenst gezien. Buiten de clusters dient de landschappelijke kwaliteit zo veel mogelijk worden geborgd. Dit is ook in lijn met de Omgevingsvisie van Maasgouw. Vanuit het thema energie beschouwd wordt de toekomst van het energieknooppunt Clausgebied dus gevormd door een drietal clusters waar door middel van een waterstofcentrale elektriciteit wordt geproduceerd die via de hoogspanningsstations het netwerk op wordt geleid. Via de Delta Rhine Corridor wordt
26
waterstof aan- en afgevoerd en wordt een aanlanding van wind op zee gerealiseerd. Via een elektrolyser wordt overschot aan elektriciteit omgezet in waterstof. Waarschijnlijk zal er ook grootschalige opslag van elektriciteit plaatsvinden in batterijen. Door de concentratie in drie clusters is er een heldere scheiding tussen de energie-infrastructuur en de omliggende bebouwing en de open ruimte. Want naast de hierboven beschreven aspecten die vanuit het energieperspectief een plek in het toekomstperspectief krijgen zijn er ook nog aspecten, zoals het versterken van natuur en recreatiewaarde en zoeken naar alternatieve ontsluitingen voor de Clauscentrale, die los staan van de functie als energieknooppunt. Ook deze zaken komen terug in het perspectief en vormen een belangrijk en aanvullend puzzelstuk naast de energetische aspecten.
2.4 Ontwikkeling van leefomgeving rondom energieclusters Omgevingskwaliteiten
De omgeving van het Clausgebied is divers van karakter; van de bebouwing van de kern Brachterbeek net ten zuiden van de centrale, de groene en recreatieve Linnerweerd ten oosten van de centrale tot het open landelijk gebied zuidelijk van Brachterbeek. Deze omgeving wordt gebruikt door agrariërs die hier hun bedrijf en landbouwgronden in gebruik hebben. Ook liggen in dit gebied meerdere woningen (woonwagenstandplaatsen). Bovendien wordt dit gebied door veel bewoners van Brachterbeek gebruikt als gebied om een rondje te wandelen of te fietsen. Met de verdere ontwikkeling van energieknooppunt Clausgebied is het van belang dat de kwaliteit van de omgeving wordt behouden en waar mogelijk versterkt . Uiteraard speelt hier, zoals bij alle projecten en plannen rondom versterking van de omgevingskwaliteiten, dat er ook heldere voorwaarden rondom bijvoorbeeld financiering en betaalbaarheid spelen. Hiervoor zijn uit de diverse gesprekken met de bewoners en geïnteresseerden ideeën en omgevingswaarden opgehaald. De bestaande
Afbeelding 15. Nieuwe situatie kijkend naar Cluster 1 vanaf de kruising Verbindingsweg-Hedriessenweg. Kijkend naar het Clauscentrale terrein en de fietsroute. De elektrolyser met een rode lijn weergegeven
Afbeelding 16. Bestaande situatie
Afbeelding 17. Locatie van ooghoogste perspectief
27
karakteristieken, ideeën en waarden vormen als het ware de omgevingskwaliteiten die in het toekomstperspectief moeten zitten. Deels omdat het kwaliteiten zijn die vandaag de dag al bestaan en mogelijk versterkt kunnen worden. Maar voor een deel zijn het ook kwaliteiten die nog moeten worden gerealiseerd om tot een aangenamere balans tussen de energieclusters enerzijds en de omgeving anderzijds te komen. In aparte kopjes wordt ingegaan op een aantal onderdelen die voor mensen die in het gebied wonen, leven of werken in het bijzonder van belang zijn (en ook werden aangedragen bij de participatie sessies): (a) verkeer en logistiek, (b) landschap en natuur en (c) recreatie en (d) economie en bedrijvigheid. De aanpassingen en uitbreidingen die voorgesteld worden vormen veelal een aanpassing en benutting van het bestaande, en bouwen zo voort op de eigenheid en kwaliteit die er al onmiskenbaar is. Voor de omgevingskwaliteiten wordt er aangesloten op de nationale, provinciale en gemeentelijke Omgevingsvisie. De geïdentificeerde ingrediënten waar geïnvesteerd in kan worden om meerwaarde voor de omgeving te realiseren zijn als volgt: a. Verkeer en logistiek De bereikbaarheid van de Clauscentrale vormt een opgave van formaat. De bewoners van de Voortstraat ervaren verkeersoverlast bij bouwwerkzaamheden en revisies op het RWE terrein.
Op die momenten wordt via de weg veel materiaal en materieel aangeleverd en afgevoerd. Een alternatieve ontsluiting waarbij de Voortstraat wordt ontlast van het bouwverkeer is al jarenlang één van de belangrijkste gesprekspunten rondom de verdere ontwikkeling van de Clauscentrale bij gesprekken tussen bewoners, gemeente, Provincie en RWE. Als duidelijk wordt welke nieuwe, grote energie ontwikkelingen in de toekomst op het RWE-terrein gaan plaatsvinden (CCS-installatie of omschakeling naar waterstofgestookte centrale, batterijen en eventueel elektrolyse in de verdere toekomst)
28
én welke verkeersbewegingen van bouwverkeer en regulier verkeer daarmee samenhangen en wat dit betekent voor de verkeersbelasting van de Voortstraat en andere straten/wegen in Brachterbeek, is het nodig om in een samenwerking tussen RWE, gemeenten, Provincie en Rijk een studie te starten waarin grondig wordt onderzocht wat de extra verkeersbelasting voor de Voortstraat en andere straten/wegen gaat worden en welke varianten en alternatieven er zijn voor de ontsluiting van het Clauscentrale-terrein om deze belasting te verminderen. Zo lang nog niet bekend is welke energie ontwikkelingen precies gaan plaatsvinden op het RWE-terrein (en welke verkeers- en vervoersbewegingen over land en water daarmee gepaard gaan) is het ingewikkeld om een studie te doen en kan enkel worden verkend welke mogelijke opties er zijn, zonder dat daarbij gedetailleerde uitspraken worden gedaan. Als er binnen de twee bestaande energieclusters in Maasbracht (Clauscentraleterrein van RWE en hoogspanningsstations- en bovengrondse hoogspanningsverbindingen van Tennet) werkzaamheden plaatsvinden die leiden tot extra (bouw)verkeer, dan moet de initiatiefnemers daarvoor ontheffing aanvragen bij de gemeente (en voor exceptioneel transport tevens bij de RDW).
Op die momenten worden bewoners daarover geïnformeerd en gaat de gemeente met de initiatiefnemer in overleg over de manier waarop het (bouw)verkeer het beste van en naar de werkzaamheden wordt geleid en welke maatregelen daarbij door initiatiefnemer moeten worden getroffen. Daarbij is continu het doel om de (verkeers)overlast voor bewoners zoveel als mogelijk te beperken. b. Landschap, natuur Er kan worden ingezet op het zoveel mogelijk behouden van het huidig gebruik en het open karakter van het landschap en het daar waar mogelijk versterken van de natuurwaarden en het natuurnetwerk in het gebied. Dit geldt voor de waardevolle gebieden Linnerweerd, Molengreend en Brachterveld. Binnen dit geheel is vooral het dal van de Vlootbeek een belangrijke ecologische verbindingzone die
versterkt kan worden. De Vlootbeek verbindt de natuur van Linnerweerd en de Lus van Linne met de natuurlijke gebieden rondom landgoed Rozendaal, Aan de berg en Reigershorst ten noordwesten van Montfort. Het riviertje en de oevers met dichte begroeiing zijn voor een groot gedeelte onderdeel van Natuurnetwerk Nederland. Vanaf de Linnerweg richting de A73 en spoorlijn is de Vlootbeek momenteel geen onderdeel van dit netwerk van natuurlijke gebieden. Door een meer robuuste verbinding op dit deel langs de Vlootbeek te realiseren zou een ontbrekende schakel tussen het gebied en het landgoed Rozendaal en Aan de berg aangelegd kunnen worden. Dit sluit aan bij het omgevingsbeleid, vastgelegd in Omgevingsvisie Maasgouw. Ook kan er worden ingezet om de gebieden rondom het Clauscentrale-terrein en de hoogspanningsstations zoveel mogelijk een robuuste groene uitstraling te geven als “tegenhanger” van het industriële karakter van Clauscentrale-terrein, hoogspanningsstations en hoogspanningsverbindingen. Dit heeft een dubbel doel; ten eerste het afschermen van het energiecluster in visuele zin, maar ten tweede ook de verbinding leggen met de natuur op het terrein en het achterland.