106690-Deel A jaarverslag versie 06 nav vrag_Deel A jaarverslag versie 06 nav vragen accountant
Tekst van het document
Wat heeft het gekost?
Uitvoering gegeven aan het rijksvaccinatieprogramma en prenataal huisbezoek.
Op grond van de wettelijke taak uitvoering gegeven aan deze twee taken. De wet draagt deze taken op aan dezelfde organisatie die voor de gemeente de JGZ (Jeugdgezondheidszorg) uitvoert. Daarom worden beide regelingen door de GGD uitgevoerd. Via een begrotingswijziging van de Veiligheidsregio Limburg-Noord (VRLN) is structureel € 9.800 voor beide regelingen bijgedragen.
€ 9.800 structureel budgettair neutraal. Deze uitgaven worden afgedekt door een extra bijdrage van het Rijk in de algemene uitkering.
62
3.5.3 Bestuurlijke samenwerking Voor een totaaloverzicht van bijdrages aan verbonden partijen wordt verwezen naar paragraaf 5.6 verbonden partijen.
3.5.4 Dienstverlening en communicatie Aanpassen meerjarenbegroting leges reisdocumenten Wat hebben we bereikt? De gemeentelijke leges van een paspoort of identiteitskaart is realistisch begroot
Wat hebben we ervoor gedaan? De meerjarige begroting wordt in 2024 conform rekenmodel van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangepast.
Wat heeft het gekost? Voor 2022 is dit niet van toepassing. € 130.000 voordeel wordt gerealiseerd in 2024 en € 128.000 in 2025 t/m 2029
Personeel dienstverlening Wat hebben we bereikt? Goede bereikbare telefonische dienstverlening
Wat hebben we ervoor gedaan? Van deze middelen is extra personeel geworven voor een bereikbaar callcenter. Deze inzet is met de begroting 2023 structureel geworden.
Wat heeft het gekost? Het incidenteel beschikbare budget van € 106.500 is volledig besteed in 2022.
Goede, stabiele digitale dienstverlening
Een applicatiebeheerder in dienstgenomen, die volledig getraind is op de dienstverleningsapplicaties. Er is een actieve samenwerking met de applicatiebeheerders van Echt-Susteren en Roerdalen.
Het beschikbare budget van € 66.200 is volledig besteed in 2022.
63
ICT Dienstverlening Wat hebben we bereikt? Standaardisatie van de dienstverleningsprocessen MER-breed voor de meldingen openbare ruimte.
Wat hebben we ervoor gedaan? In 2022 hebben wij een contract afgesloten met de leverancier van ‘Fixi’ om daarmee zorg te dragen dat vanaf het tweede kwartaal van 2023 deze applicatie MER-breed gestandaardiseerd is. De implementatie van Fixi heeft gedeeltelijk plaatsgevonden in 2022. In het 1ste kwartaal van 2023 wordt Fixi in zijn geheel geïmplementeerd. Er is voldoende ruimte binnen het budget om de resterende kosten in 2023 op te vangen.
Wat heeft het gekost? Van het incidenteel budget van €30.000 is €15.500 besteed. Het restant budget valt vrij ten gunste van het resultaat.
Applicaties Burgerportaal (Mijn Inkomen) en Snelbalie
Deze bedragen zijn toegelicht in de paragraaf GR MER.
Het incidentele budget van €11.500 zit in de reguliere bijdrage aan de MER SD en een bedrag van €38.500 zit in de reguliere bijdrage aan de MER BV. Deze bedragen zijn toegelicht in de paragraaf GR MER.
LEAN-sessies georganiseerd en op basis van deze sessies processen geoptimaliseerd en ondergebracht in het processenbeheer.
LEAN-sessie (een LEAN-sessie is een bijeenkomst waar de manier van werken en het proces wordt geanalyseerd, waar nodig vinden verbeteringen plaats die van waarde zijn voor de klant) georganiseerd om de processen in kaart te brengen en daarna te optimaliseren. Deze sessies worden georganiseerd om verspillingen te minimaliseren en standaardisatie te maximaliseren. Hierdoor kunnen wij een betere dienstverlening leveren. Bijvoorbeeld door dubbele registratie in een proces te voorkomen. Deze processen zijn ondergebracht in het processenbeheer, waarvoor wij een applicatie uitgebreid hebben.
Van het incidenteel budget van € 60.000 is € 34.000 besteed. Door omstandigheden heeft de opleiding in 2022 niet kunnen plaatsvinden. Voorgesteld wordt het budget van € 15.500 over te hevelen naar 2023. Het restant van het onbestede budget van € 10.500 kan vrijvallen ten gunste van de exploitatie 2022.
Per 1 februari 2022 is het SC MER Sociaal Domein en SC MER Omgevingsdienst direct bereikbaar voor de burgers. Op die manier worden burger sneller geholpen. Dit is een verbetering in de telefonische bereikbaarheid van het SC MER en de gemeenten.
Het incidenteel beschikbare budget van € 10.000 is volledig benut.
LEAN opleiding georganiseerd om de processen te kunnen beschrijven.
Directe telefonische bereikbaarheid van het SC MER sociaal domein en SC MER omgevingsdienst
64
Programma verbeteren dienstverlening plus Wat hebben we bereikt? Een vastgelegd proces rondom procesbeheersing en de processen ondergebracht in een procesmanagement systeem.
Wat hebben we ervoor gedaan? We willen inwoners, ondernemers en ketenpartners een beter (online) dienstverlening bieden. Ook willen we ons werk meer uniform en professionelere uitvoeren.
LEAN-sessies georganiseerd en op basis van deze sessies processen geoptimaliseerd en gedigitaliseerd.
Om een verbetering te kunnen realiseren, is niet alleen een technische implementatie nodig, maar is in 2022 vooral ingezet op de acceptie en implementatie van de juiste werkwijzen bij medewerkers.
Betere acceptatie van de alle nieuwe werkwijze binnen de organisatie Maasgouw, waardoor systemen en processen daadwerkelijk gebruikt worden.
Aan de vier projecten binnen het programma ‘Verbeteren dienstverlening plus’ is in 2022 uitvoering gegeven. De vier projecten waren: 1. Doorontwikkeling zaakgericht werken en zaakgericht registreren. 2. Procesontwikkeling en beheer. 3. Verandermanagement ‘gedrag’. 4. Aansluiten aanpalende projecten, inclusief MER brede projecten.
Wat heeft het gekost? Het incidentele budget van € 200.000 is volledig benut.
Met deze middelen is een intern projectleider aangesteld en zijn uren voor de key-users/kwaliteitsmedewerkers per team ingeregeld. Deze extra capaciteit is ingezet om collega’s te ondersteunen en te ontwikkelen in onze dienstverlening. Met de vaststelling van de begroting 2023 is deze inzet structureel gemaakt.
Aanschaf middelen voor raads- en commissieleden Wat hebben we bereikt? Conform het nieuwe rechtspositiebesluit voor raads- en commissieleden, zijn communicatiemiddelen beschikbaar gesteld.
Wat hebben we ervoor gedaan? Alle raads- en commissieleden hebben een laptop ontvangen.
Wat heeft het gekost? Het volledige budget van € 12.500 is besteed.
Plansoftware Omgevingswet Wat hebben we bereikt? De plansoftware (Tercera) voor het kunnen maken en zichtbaar maken van Omgevingsplannen is reeds in 2020 aangeschaft.
Wat hebben we ervoor gedaan? Vanaf de begroting 2022 zijn de extra lasten voor deze plansoftware structureel vertaald. De eerste aanschaf is gebeurd uit het Omgevingswetbudget.
Wat heeft het gekost? Passend binnen de geraamde € 12.000
65
Invoering van nieuwe wetgeving en aanpassing van bestaande wetgeving Wat hebben we bereikt? Uitvoering (gedeeltelijk) gegeven aan de invoering van nieuwe wetgeving en aanpassing bestaande wetgeving waarbij digitalisering een grote rol speelt.
Wat hebben we ervoor gedaan? In de samenleving verandert veel. Gemeenten zijn vaak de meest nabije overheid. De landelijke overheid speelt hierop in door het invoeren van verschillende nieuwe wetgevingen die gericht zijn op de ‘digitale overheid’. Inwoners en ondernemers verwachten een gemeente die hen begrijpt, transparant is en snel inspeelt op nieuwe ontwikkelingen. In 2022 zijn we gestart om in de organisatie bewustzijn te creëren voor deze ontwikkelingen. Allereerst zijn er algemene sessies gehouden voor de gehele organisatie. Daarna zijn er per team kennissessies gehouden, specifiek gericht op de werkzaamheden van het betreffende team, waarin de veranderingen van wetgeving zijn toegelicht en besproken. Deze ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving, vragen continue aanpassingen in systemen, processen en werkwijzen. Bij een aantal van de ontwikkelingen zijn we al bezig stappen te zetten, zoals de Omgevingswet, de Wet Open Overheid, de Wet Elektronische Publicaties en Besluit Digitale Toegankelijkheid. De uitvoering van deze wetgeving gebeurt in nauwe samenwerking met de MER omdat bij de uitvoering een grote informatisering component aanwezig is.
Wat heeft het gekost? Voor de implementatie van de Wet Open Overheid heeft het Rijk met ingang van 2022 een bedrag van € 100.900 structureel ter beschikking gesteld. In 2022 is een bedrag van € 5.500 besteed voor ondersteuning via een adviesbureau. Het restantbudget van € 95.400 kan vrijvallen in jaarrekeningsaldo.
In de komende jaren zal dit proces binnen tal van wetgeving zijn vervolg gaan krijgen.
66
3.5.5 Organisatie, personeel & bedrijfsvoering Inwerkprogramma nieuwe gemeenteraad Wat hebben we bereikt?
Wat hebben we ervoor gedaan?
Wat heeft het gekost?
De leden van de nieuwe gemeenteraad en de burgerleden hebben kennis van hun rol, instrumenten en bevoegdheden en informatie over wat de gemeente allemaal doet.
• Een startprogramma voor de nieuwe raad is opgesteld en uitgevoerd. Ook (beoogde) burgerleden hebben aan dit programma deel kunnen nemen. • De raads- en burgerleden hebben naslagwerken ontvangen. • De begeleiding ingekocht voor het opstellen van een nieuwe gedragscode en bijbehorend protocol.
Het volledige budget van € 10.000 is besteed.
Subsidieaanvraag ondersteuning Wat hebben we bereikt?
Wat hebben we ervoor gedaan?
Wat heeft het gekost?
Betere benutting van subsidiepotentieel
Om optimaal gebruik te kunnen maken van alle landelijk, provinciale en Europese subsidiemogelijkheden die er zijn, huren wij een subsidieadviesbureau in. Na een proefperiode van een jaar (2021), is de ondersteuning in 2022 van 8 uur verhoogd naar 16 uur per maand op basis van een 2-jarig contract. Het subsidieadviesbureau ondersteunt de gemeente door ons op de hoogte te stellen van de subsidiemogelijkheden en ons te helpen bij het ontwikkelen van projectplannen. Tevens ondersteunen zij bij de verantwoording van toegekende subsidies. De expertise is voor iedere ambtenaar toegankelijk. De status van aanvragen wordt bijgehouden. Om optimaal gebruik te kunnen maken van subsidiemogelijkheden is met ingang van januari 2023 een inlogmogelijkheid toegevoegd die toegang geeft tot de Vindsubsidie-zoekmachine. Hiermee kan er direct en (meer) autonoom gezocht worden op onderwerp en subsidie mogelijkheden.
De bij de begroting structureel toegekende middelen van € 24.000 zijn in 2022 besteed.
Uitbreiding capaciteit control Wat hebben we bereikt?
Wat hebben we ervoor gedaan?
Wat heeft het gekost?
Verbetering “in control” organisatie.
Er was sprake van aanhoudende schaarste op de arbeidsmarkt waardoor structurele invulling van de controllersfunctie werd bemoeilijkt. Als gevolg van onderbezetting zijn werkzaamheden geprioriteerd binnen de bestaande bezetting in combinatie met externe inhuur. Bijkomend voordeel was dat door het Rijk de aanvankelijk geplande invoering van de rechtmatigheidsverantwoording is uitgesteld naar boekjaar 2023. Inmiddels is de vacature van businesscontroller (voor 0,78 fte) per 1-1-2023 ingevuld.
Kostenraming bedroeg € 57.000 structureel als onderdeel van het personeelsbudget. Totale verantwoording van het personeelsbudget maakt deel uit van de paragraaf bedrijfsvoering waar kortheidshalve naar wordt verwezen. 67
De verdere tot dit subprogramma behorende aangelegenheden zijn opgenomen in de paragraaf 5.5 Bedrijfsvoering.
68
3.5.6 Financiële positie en belastingen Toeristenbelasting areaal uitbreiding vakantieparken Wat hebben we bereikt?
Wat hebben we ervoor gedaan?
Wat heeft het gekost?
Gemeentelijke inkomsten op realistisch niveau geraamd.
De extra inkomsten toeristenbelasting als gevolg van Maasresidence Thorn zijn meerjarig ingeboekt: 2022 € 164.000 2023 € 406.000 2024 € 554.000 2025 € 644.000 In de komende jaren moet blijken of de geprognotiseerde uitbreiding en bezetting conform planning wordt gerealiseerd. Eventuele afwijkingen ten opzichte van de aannames resulteren in bijstelling van de opbrengst toeristenbelasting in de Proraps.
Niet van toepassing; de meeropbrengst van extra toeristenbelasting is administratief verwerkt in de meerjarenraming.
OZB Areaal uitbreiding woningbouwprogramma, grondexploitatie en vakantieparken Wat hebben we bereikt?
Wat hebben we ervoor gedaan?
Wat heeft het gekost?
Gemeentelijke inkomsten op realistisch niveau geraamd.
De extra inkomsten als gevolg van areaaluitbreiding van woningbouw bij Linnerpark, Op de Konie en Maasresidence Thorn zijn meerjarig ingeboekt op basis van de daadwerkelijk gerealiseerde uitbreiding van het woningenbestand. In de komende jaren moet blijken of de geprognotiseerde uitbreiding van woningen daadwerkelijk conform planning wordt gerealiseerd. Eventuele afwijkingen van deze planning resulteren in bijstelling van de opbrengst in de Proraps.
Niet van toepassing; de meeropbrengst van extra belastinginkomsten en verhoging van de inkomstenmaatstaf van de algemene uitkering is administratief verwerkt in de meerjarenraming.
Taakstelling bestaand beleid Wat hebben we bereikt?
Wat hebben we ervoor gedaan?
Wat heeft het gekost?
Gedeeltelijke realisatie van de bestaande taakstelling
Bij de begroting 2021 was voor de heroverweging van bestaand beleid, naast heroverweging van nieuw beleid, een structurele taakstelling van € 50.000 in 2022 oplopend naar € 100.000 vanaf 2023 e.v. jaren opgevoerd. Voor het onderzoek heroverweging bestaand beleid zijn per team alle budgetten bekeken. Voor de quick wins is in 2021, bij de samenstelling van de programmabegroting 2022 een realisatie op de bestaande taakstelling opgenomen van € 39.000. De restant taakstelling voor 2022 van € 11.000 staat nog open. In 2023 is, binnen Gemeente Maasgouw, een onderzoek naar de financiële situatie voor de begrotingsjaren 2026 en 2027 opgestart waarin ook een heroverweging van bestaand beleid aan de orde is. Wij stellen voor om de restant taakstelling van € 61.000 bij dit onderzoek te betrekken.
Realisatie taakstelling van € 38.600 structureel per 2022.
69
De verdere tot dit subprogramma behorende aangelegenheden zijn opgenomen in de paragraaf 5.8 Lokale heffingen.
70
Totaaloverzicht Lasten en Baten Programma Gemeentebestuur en organisatie PROGRAMMA 04 - Gemeentebestuur & Organisatie Nr.
Lasten 0.1
Omschrijving taakveld
Bestuur
Primitieve raming 2022
Raming na wijziging 2022
Realisatie 2022
Verschil raming -/realisatie 2022
1.254.200
1.520.635
1.515.540
5.095
523.684
513.906
557.918
-44.012
0.2
Burgerzaken
1.1
Crisisbeheersing en brandweer
1.888.510
1.887.743
1.935.227
-47.484
1.2
Openbare orde en veiligheid
133.970
439.683
244.004
195.679
2.1
Verkeer en vervoer
20.417
20.417
20.962
-545
6.1
Samenkracht en burgerparticipatie
27.000
27.000
31.917
-4.917
7.5
Begraafplaatsen en crematoria
128.928
127.632
134.277
-6.645
3.976.709
4.537.016
4.439.844
97.172
0
0
197.399
197.399
246.615
309.570
62.955
Totaal lasten Baten 0.1
Bestuur
0.2
Burgerzaken
246.923
1.1
Crisisbeheersing en brandweer
84.032
60.032
96.427
36.395
1.2
Openbare orde en veiligheid
20.660
152.006
124.603
-27.404
7.5
Begraafplaatsen en crematoria
83.054
69.511
86.421
16.910
434.669 -3.542.040
528.164 -4.008.852
814.420 -3.625.424
286.256 383.428
Totaal baten Totaal saldo van baten en lasten
Mutaties reserves
Primitieve raming 2022 Lasten
Raming na wijziging 2022
Realisatie 2022
Verschil raming -/realisatie 2022
Baten
0 26.958
0 222.860
0 37.899
0 -184.961
Saldo
26.958
222.860
37.899
-184.961
-3.515.082
-3.785.992
-3.587.525
198.467
Resultaat pr. 04 - Gemeentebestuur & Organisatie
71
Verklaring saldo programma Gemeentebestuur & organisatie Kapitaallasten
0
Reserves
0
Verschillen > € 25.000
Gewezen wethouders (voorziening) Veiligheidsregio bijdrage FLO premie Tegemoetkoming schade bij rampen/hoogwater
Verschillen > € 5.000 en < € 25.000
Diverse
4.700
Verschillen < € 5.000
Diverse
14.400
Totaal
188.600 -45.000 35.800
198.500
Toelichting verschillen > € 25.000 Pensioenvoorziening gewezen wethouders
incidenteel voordeel € 188.600
Veiligheidsregio FLO bijdrage
incidenteel nadeel
Jaarlijks dient een storting in de pensioenvoorziening voor gewezen wethouders plaats te vinden om de uitbetalingsverplichting naar de toekomst op peil te houden. Deze betalingsverplichting is gebaseerd op een actuariële berekening. Vorig jaar heeft een forse bijstorting moeten plaatsvinden door de lage rekenrente. Inmiddels is de te hanteren rekenrente voor de actuariële berekening weer gestegen, waardoor de (contante) waarde van de pensioenverplichting per ultimo 2022 weer is afgenomen. In plaats van de geraamde storting van € 192.000 hoeft slechts een bijstorting van € 3.400 plaats te vinden. Dit resulteert in een eenmalig voordeel van € 188.600.
€ 45.000
Deze incidentele overschrijding is het gevolg dat zowel de afrekening bijdrage FLO gelden uit het jaar 2021 als ook 2022 in dit jaar is uitbetaald. De bijdrage over het jaar 2021 aan de VRLN had een positief saldo van € 33.500. Dit kwam mede doordat de FLO gelden 2021 niet in rekening waren gebracht. Dit is nu in 2022 verwerkt. We zijn met de VRLN in gesprek om deze (toekomstige) bijdrage FLO gelden in een keer af te wikkelen.
Tegemoetkoming schade bij rampen / hoogwater 2021 incidenteel voordeel € 35.800 Als gevolg van de hoogwaterramp in 2021 hebben we een declaratie (WTS) ingediend bij het RVO. Dit is een vergoeding van de door ons gemaakte kosten ter bestrijding van de wateroverlast en het opruimen van puin na deze wateroverlast. In het jaar 2021 hebben we een vergoeding van € 156.000 ingeboekt. Het was onduidelijk of er recht was op een gedeeltelijke vergoeding voor de inzet onze eigen medewerkers. Er is overleg met de taxateur gevoerd over de vergoeding van de ingezette uren van onze eigen medewerkers. In de brief van 11 oktober 2022 van het RVO is beslist dat we een gedeelte van onze eigen inzet alsnog vergoed krijgen. Dit heeft geresulteerd in een nabetaling van € 35.800.
72
Beleidsindicatoren Programma Gemeentebestuur en organisatie Taakveld
Naam indicator
Eenheid
Vorige Waarde Periode Waarde periode
Toelichting
0. Bestuur en ondersteuning
Formatie
Fte per 1.000 inwoners
2021
4,9
2022
0. Bestuur en ondersteuning
Bezetting
Fte per 1.000 inwoners
2021
5,0
2022
0. Bestuur en ondersteuning
Apparaatskosten
Kosten per inwoner
2021
€ 429,97
2022
0. Bestuur en ondersteuning
Externe inhuur
Kosten % van totale loonsom + totale kosten inhuur extern
2021
10,1 %
2022
0. Bestuur en ondersteuning
Overhead
% van totale lasten
2021
14,5 %
2022
1. Veiligheid
Verwijzingen Halt
per 10.000 inwoners
2020
60,0
2021
1. Veiligheid
Winkeldiefstallen
aantal per 1.000 inwoners
2020
0,6
2022
0,6
Het aantal winkeldiefstallen per 1.000 inwoners.
1. Veiligheid
Geweldsmisdrijv en
aantal per 1.000 inwoners
2020
2,5
2022
3,3
Het aantal geweldsmisdrijven. Voorbeelden van geweldsmisdrijven zijn seksuele misdrijven, levensdelicten zoals moord en doodslag en dood en lichamelijk letsel door schuld (bedreiging, mishandeling, etc.).
5,0
De toegestane formatie in fte van het ambtelijk apparaat van uw organisatie voor het begrotingsjaar op peildatum 1 januari. 5,2 Het werkelijk aantal fte dat per 5 september 2019 werkzaam was voor de gemeente. € 434,60 Apparaatskosten zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (salarissen), organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken. 14,1 % Hieronder valt niet: -alle vormen waarin een product of opdracht compleet in de markt wordt gezet; -inhuur van deskundigheid voor de uitoefening van wettelijke taken zoals bijvoorbeeld tolken. 12,4 % Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. 50,0 Het aantal verwijzingen Halt per 10.000 inwoners van 12 tot 18 jaar.
73
1. Veiligheid
Diefstallen uit woning
aantal per 1.000 inwoners
2020
1,3
2022
0,8
Het aantal diefstallen uit woningen, per 1.000 inwoners.
1. Veiligheid
Vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte)
aantal per 1.000 inwoners
2020
3,1
2022
4,0
6. Sociaal domein
Jongeren met een delict voor de rechter
%
2020
0,0%
2021
1,0%
Hieronder vallen brandstichting, alle vormen van vernieling en misdrijven tegen de openbare orde, per 1.000 inwoners. Het percentage jongeren (12-21 jaar) dat met een delict voor de rechter is verschenen.
74
4. Financiële overzichten 4.1
Overzicht programma algemene dekkingsmiddelen
Voor een inhoudelijke toelichting wordt verwezen naar de paragraaf financiering en de paragraaf 5.8 Lokale heffingen.
PROGRAMMA 05 - Algemene dekkingsmiddelen Nr.
Lasten 0.5 0.61 0.64
Baten 0.5 0.61 0.62 0.64 0.7 3.4
Omschrijving taakveld
Primitieve raming 2022
Raming na wijziging 2022
Realisatie
Verschil raming -/realisatie 2022
2022
Treasury OZB woningen Belastingen overig
623.809 159.733 3.000
542.200 164.733 56.000
543.175 165.588 99.858
-975 -855 -43.858
Totaal lasten
786.542
762.933
808.621
-45.688
Treasury OZB woningen OZB niet-woningen Belastingen overig Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds Economische promotie
1.234.397 2.805.475 1.667.500 142.424 39.520.203
1.431.655 2.955.475 1.667.500 138.924 44.296.073
1.455.431 2.864.888 1.762.160 134.559 44.828.626
23.776 -90.587 94.660 -4.365 532.553
614.200
614.200
603.855
-10.345
Totaal baten Totaal saldo van baten en lasten
45.984.199 45.197.657
51.103.827 50.340.894
51.649.520 50.840.899
545.693 500.005
Mutaties reserves
Primitieve raming 2022 Lasten Baten
Raming na wijziging 2022
Realisatie
Verschil raming -/realisatie 2022
2022
0 0
0 0
0 0
0 0
45.197.657
50.340.894
50.840.899
500.005
Saldo Resultaat pr. 05 - Algemene dekkingsmiddelen
75
Verklaring saldo programma Algemene dekkingsmiddelen Kapitaallasten
0
Reserves
0
Verschillen > € 25.000
Oninbaar verklaarde debiteuren Algemene uitkering
-41.600 532.600
Verschillen > € 5.000 en < € 25.000
6.000
Verschillen < € 5.000
3.000
Totaal
500.000
Toelichting verschillen > € 25.000 Dubieuze debiteuren
incidenteel nadeel
€ 41.600
Algemene uitkering
incidenteel voordeel
€ 532.600
De omvang van de voorziening dubieuze debiteuren moet in samenhang worden bezien met de balanspost debiteuren en de daaraan gekoppelde opbrengsten. De geraamde storting in de voorziening dubieuze debiteuren bedroeg € 53.000. De werkelijk gerealiseerde storting bedraagt € 94.600; een nadeel van € 41.600. De hogere storting komt voort uit de opboeking van een tweetal dwangsommen voor onrechtmatige bewoning op vakantieparken die in programma Overhead als extra opbrengsten staan verantwoord. Gezien de beperkte maandelijkse aflossingstermijn van deze dwangsommen is voor hetzelfde bedrag een voorziening gevormd omdat de invorderbaarheid als dubieus wordt gekwalificeerd.
Er hebben nog nabetalingen plaatsgevonden over de jaren 2020 en 2021, met een voordeel van € 14.000. De algemene uitkering 2022 is in de decembercirculaire fors bijgesteld. Er zijn met name extra middelen gekregen om de energiecompensatie voor minima inkomens te kunnen compenseren. Ook zijn er extra middelen voor de projecten ‘Gezond in de stad’ en ‘Versterken sociale basis ontvangen’. Van deze middelen zullen voor € 465.000 kosten worden verwacht in 2023, daarom stellen wij voor dit bedrag over te hevelen naar 2023. Het restant van € 67.600 valt vrij in de jaarrekening.
In de tabel hieronder is nogmaals kort samengevat welke kosten naar 2023 over geheveld dienen te worden: Energietoeslag € 435.000 Geoormerkt Gezond in de stad € 10.000 Geoormerkt Versterken sociale basis € 20.000 Geoormerkt
76
4.2
Overzicht programma overhead
PROGRAMMA 06 - Overhead Nr.
Lasten 0.4
Baten 0.4
Omschrijving taakveld
Primitieve raming 2022
Raming na wijziging 2022
Realisatie 2022
Verschil raming -/realisatie 2022
Overhead
9.785.573
11.245.087
11.097.300
147.787
Totaal lasten
9.785.573
11.245.087
11.097.300
147.787
Overhead
Totaal baten Totaal saldo van baten en lasten
258.300
358.700
526.477
167.777
258.300 -9.527.273
358.700 -10.886.387
526.477 -10.570.823
167.777 315.564
Mutaties reserves
Primitieve raming 2022 Lasten
Raming na wijziging 2022
Realisatie 2022
Verschil raming -/realisatie 2022
Baten
0 373.352
0 1.273.579
0 1.335.619
0 62.040
Saldo
373.352
1.273.579
1.335.619
62.040
-9.153.921
-9.612.808
-9.235.203
377.605
Resultaat pr. 06 - Overhead
77
Realisatie Overhead 2022 Ondernemingsraad + Commissies + Contributies Organisatie Ontwikkeling (1) Salariskosten afd. hoofden, teamleiders, ondersteunde diensten en staf (2)
154.500 54.700 3.502.100
Tijdelijk personeel (indirect) (3) Overige personeelslasten (opleidingskosten, reis- en verblijfskosten e.d.) Huisvestingskosten en tractiekosten (4) Overige algemene kosten (5) ICT (6)
1.509.100 470.400 998.000 251.900 566.400
MER Bedrijfsvoering
3.063.700
Totaal Overhead
10.570.800
Dekking (incidenteel) Reserve Claims: Organisatie Ontwikkeling (1) Dekking (incidenteel) Reserve Claims: Ondersteunende diensten (2)
54.700 331.300
Dekking (incidenteel) Reserve Claims: Tijdelijk personeel (3) Dekking (structureel) div. reserves dekking kapitaallasten t.b.v. overhead (4) Dekking (incidenteel) Reserve Claims: Overige algemene kosten (5) Dekking (incidenteel) Reserve Claims: ICT (6) Dekking (incidenteel) Reserve Voormalig personeel
234.100 373.400 5.000 9.400 197.500
Dekking (incidenteel) Reserve Claims: Maatregelen Corona
130.200
Totaal Overhead 2022 ten laste van exploitatie
9.235.200
Verklaring saldo programma Overhead Kapitaallasten
Reserves Verschillen > € 25.000
0 Onttrekking reserve voormalig personeel (zie paragraaf 5.5 Bedrijfsvoering)
197.500
Personeel/vorming voorziening verlofsparen MER Bedrijfsvoering Archiefkosten ( €11.500 budgetoverheveling naar 2023) Wet Open Overheid (Woo) Dwangsommen onrechtmatige bewoning Gegevensveiligheid ICT: Onderhoud software (€15.500 budgetoverheveling naar 2023)
-262.800 172.500
Verschillen > € 5.000 en < € 25.000
Diverse
-25.100
Verschillen < € 5.000
Diverse Nieuwe koppeling GBI (budgetoverheveling naar 2023)
19.400
Totaal
25.100 95.400 32.000 37.400 81.200
5.000
377.600
78
Toelichting verschillen > € 25.000 Personeel/ vorming voorziening verlof sparen
incidenteel nadeel
€ 262.800
MER Bedrijfsvoering
incidenteel voordeel € 172.500
Archief
incidenteel voordeel € 25.100
Implementatie Wet Open Overheid
incidenteel voordeel € 95.400
Dwangsom onrechtmatige bewoning
incidenteel voordeel € 32.000
Gegevensveiligheid
incidenteel voordeel €37.400
ICT
incidenteel voordeel € 81.200
Zie paragraaf 5.5 Bedrijfsvoering, onderdeel personeelsbudget. Het betreft de voorziening verlofsparen € 116.700 en voorziening overmatige verlofsaldi € 146.100.
Het resultaat van het programma Bedrijfsvoering is € 495.855 voordelig. Dit wordt met name veroorzaakt door lagere lasten bij Informatisering budgetten, UP Informatisering en het project Snelbalie / Burgerportaal. Van dit voordeel ontvangt Maasgouw een bedrag van € 158.100 terug. De bijdrage aan de MER BV is gedeeltelijk kostprijsverhogend (gemengd percentage). Als onze bijdrage lager wordt dan is dit voordeliger. Ook zijn er kleinere afrondingsverschillen. Dit samen is nog een voordeel van € 14.400. De jaarstukken 2022 van de GR MER worden apart in een raadsvergadering behandeld.
In de 2e Prorap 2022 heeft een bijstelling van de archiefkosten plaatsgevonden ten behoeve archiefbeheer van Maasgouw door de gemeente Roermond op basis van een dienstverleningsovereenkomst. De kosten waren geraamd op €25.100 in 2022 (voor een half jaar) en vervolgens jaarlijks € 49.000. De uiteindelijke overheveling van het archief (612 strekkende meter) heeft pas begin 2023 plaatsgevonden, waardoor er geen uitgaven in 2022 hebben plaatsgevonden en dit bedrag vrijvalt in het jaarrekeningsaldo. Omdat de verhuiskosten van het archief van € 11.500 (die waren voorzien voor 2022) zijn doorgeschoven naar begin 2023 wordt voorgesteld om het voordelig saldo van € 25.100 voor € 11.500 over te hevelen naar 2023.
Zie beleidsmatige toelichting 3.5.4 Dienstverlening en communicatie, onderdeel invoering van nieuwe wetgeving en aanpassing van bestaande wetgeving.
Het begrote bedrag aan te ontvangen dwangsommen in verband met handhavingsactiviteiten bedroeg € 40.000. Dit bedrag was gebaseerd op de stand van zaken ten tijde van de 2e Prorap 2022. Dit bedrag is ook daadwerkelijk ontvangen. Na de 2e Prorap zijn nog dwangsommen opgelegd ten bedrage van (totaal) € 32.000 (twee dwangsommen van elk € 16.000). Voor deze dwangsommen zijn betalingsregelingen getroffen. Gelet op de lange terugbetalingstermijn zijn deze twee dwangsommen als dubieus aangemerkt. De jaarlijkse ontvangsten worden in mindering gebracht op het (dubieuze) openstaande saldo. Totdat de vordering volledig is terugbetaald.
In 2022 is voor Gegevensveiligheid een bedrag van €75.000 begroot. Van dit bedrag is €37.600 werkelijk gerealiseerd, wat betekent dat er een resterend bedrag staat van €37.400. In 2022 is de Chief Information Security Officer (CISO)-rol wisselend ingevuld; deels door middel van een vaste kracht en uiteindelijk met inhuur van een externe adviseur. Door het ontbreken van vaste invulling van de CISO rol en de hoge werkdruk van de Privacy Officer (PO), is in overleg met Management Team (MT) besloten om de ontwikkeling van het programma gegevensveiligheid (tijdelijk) stop te zetten en slechts te focussen op wettelijke verplichtingen en lopende zaken, zoals incidentafhandeling en audits. Dit heeft ertoe geleid dat niet alle geplande activiteiten hebben plaatsgevonden en dus ook niet alle (begrote) financiële middelen zijn gebruikt. In de 2e Prorap is daarom reeds een bedrag afgeraamd, maar dit bleek te weinig doordat uiteindelijk in de 2e helft van 2022 de beoogde activiteiten niet meer hebben plaatsgevonden wegens onvoldoende capaciteit. Omdat de verwachting is dat in 2023 wel alle beoogde activiteiten gaan plaatsvinden en het daarvoor reeds begrote bedrag voldoende is, kan het resterende budget van €37.400 vrijvallen.
Dit is grotendeels toegelicht onder de beleidsmatige toelichting 3.5.4 dienstverlening en communicatie, onderdeel ICT Dienstverlening. In 2022 is onze ICT-omgeving gestandaardiseerd. Alle vier de omgevingen (MER-Echt Susteren-Roerdalen en Maasgouw), hebben nu dezelfde hardware omgeving. Hierdoor is een aantal ICT-contracten voor Maasgouw lopende 2022 beëindigd/afgelopen waardoor het budget niet volledig benut is. Dit is een structureel bedrag van € 29.000. In de 1e Prorap 2023 zal dit bedrag structureel worden bijgesteld. Het overige bedrag van € 9.000 is toe te rekenen aan contracten die één keer in de twee jaar afgesloten worden. 79
Overige toelichtingen Nieuwe koppeling GBI
incidenteel voordeel € 5.000
Nieuwe koppeling GBI is niet gerealiseerd in 2022. Dit project is in MER-verband opgepakt. In 2022 heeft implementatie bij de gemeente Roerdalen plaatsgevonden, Echt-Susteren en Maasgouw volgen in 2023. Voorgesteld wordt om budgetoverheveling € 15.000 (van 2021 naar 2022) nog één jaar beschikbaar te houden in de Reserve Claims en € 5.000 (bijstelling 2e Prorap 2022) via budgetoverheveling over te zetten naar 2023.
80
4.3
Overzicht programma vennootschapsbelasting
Met ingang van 1 januari 2016 zijn overheidsondernemingen, zoals gemeenten, provincies en waterschappen, belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. In 2016 zijn voor het eerst de activiteiten van de gemeente geclusterd voor de vennootschapsbelasting. De meest risicovolle clusters zijn nader onderzocht. Vastgesteld is dat de diverse clusters niet door de ondernemingspoort komen. Bijzondere aandacht is besteed aan het cluster grondexploitatie. In samenwerking met een extern adviesbureau zijn de grondexploitaties 2016 tot en met 2018 fiscaal doorgelicht. Hieruit is gebleken dat de grondexploitaties niet voldoen aan de ondernemingstoets en derhalve niet vpb-plichtig zijn. Dit heeft ertoe geleid dat er over de jaren 2016 tot en met 2018 nihil aangiften zijn gedaan voor de vennootschapsbelasting. Van de belastingdienst is bericht ontvangen dat er over voornoemde jaren geen aanslag wordt opgelegd. Tevens is aangegeven dat de gemeente geen aangifte vpb over het jaar 2019 en verder hoeft in te dienen, tenzij sprake is van veranderde omstandigheden. In maart 2023 is de fiscale positie van de grondexploitaties opnieuw in beeld gebracht. Ook hieruit is gebleken dat de gemeentelijke grondexploitaties niet door de ondernemingspoort komen en derhalve niet belast zijn met vennootschapsbelasting.
PROGRAMMA 07 - Vennootschapsbelasting (VpB) Nr.
Lasten 0.9
Baten 0.9
Omschrijving taakveld
Primitieve raming 2022
Raming na wijziging 2022
Realisatie
Verschil raming -/realisatie 2022
2022
Vennootschapsbelasting
0
0
0
0
Totaal lasten
0
0
0
0
Vennootschapsbelasting
0
0
0
0
Totaal baten Totaal saldo van baten en lasten
0 0
0 0
0 0
0 0
Mutaties reserves
Primitieve raming 2022 Lasten
Raming na wijziging 2022
Realisatie
Verschil raming -/realisatie 2022
2022
0
0 0
Saldo
0
0
0
0
Resultaat pr.07-Vennootschapsbel. VpB
0
0
0
0
Baten
0 0
81
4.4
Overzicht programma onvoorzien
PROGRAMMA 08 - Bedrag voor onvoorzien Nr.
Lasten 0.8
Baten 0.8
Omschrijving taakveld
Primitieve raming 2022
Raming na wijziging 2022
Realisatie
Verschil raming -/realisatie 2022
2022
Overige baten en lasten
516.644
1.048.521
2.780
1.045.741
Totaal lasten
516.644
1.048.521
2.780
1.045.741
0
0
-8.307
-8.307
0 -516.644
0 -1.048.521
-8.307 -11.087
-8.307 1.037.434
Overige baten en lasten
Totaal baten Totaal saldo van baten en lasten
Mutaties reserves
Primitieve raming 2022
Raming na wijziging 2022
Realisatie 2022
Verschil raming -/realisatie 2022
Lasten
1.516.100
1.516.100
Baten
0
0
0 0
Saldo
-1.516.100
-1.516.100
0
-2.564.621
-1.527.187
1.037.434
Resultaat pr. 08 - Bedrag voor onvoorzien
-516.644
Verklaring saldo programma Onvoorzien Ka pi ta a l l a s ten
0
Res erves
0
Vers chi l l en > € 25.000
Pos t Structureel Onvoorzi en
Vers chi l l en > € 5.000 en < € 25.000 Di vers e Vers chi l l en < € 5.000
Totaal
Di vers e
1.059.900 -22.500 0
1.037.400
Toelichting verschillen > € 25.000 Onvoorziene uitgaven
incidenteel voordeel € 1.059.900
In de 2e Prorap 2022 is besloten om het voordelig saldo gedeeltelijk (voor € 1 mln) toe te voegen aan de post onvoorzien structureel als financiële buffer voor onvoorziene uitgaven in de resterende maanden van 2022. In de praktijk is aanwending van deze buffer niet nodig gebleken, waardoor in budgettaire zin sprake is van een voordeel van € 1 mln ten opzichte van de raming. De resterende € 59.900 die vrijvalt had betrekking op de restantraming op de post onvoorzien (bij de raadsvergadering van 20 december 2022). 82
5. Paragrafen inzake de financiële positie 5.1
Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de paragrafen opgenomen waarin de beleidslijnen zijn vastgelegd voor ‘beheersmatige aspecten’. Het doel van deze paragrafen is om onderwerpen die verspreid in de jaarrekening staan, gebundeld weer te geven. Het gaat om de verplichte paragrafen: weerstandsvermogen en risicobeheersing, onderhoud kapitaalgoederen, financiering, bedrijfsvoering, verbonden partijen, grondbeleid en lokale heffingen. Daarnaast is ook dit jaar een extra paragraaf Covid-19 opgenomen. De coronapandemie heeft namelijk invloed op nagenoeg alle beleidsvelden, waardoor op basis van toevoeging van deze paragraaf een totaalinzicht wordt gegeven in de beleidseffecten en een verantwoording van de bijbehorende geldstromen. Door de oorlog in Oekraïne is er voor het eerst een paragraaf crisis Oekraïne toegevoegd.
83
5.2
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Inleiding
In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing stellen we vast of de financiële positie van Maasgouw robuust genoeg is om onvoorziene tegenvallers op te vangen. Om dat te bepalen zijn twee componenten belangrijk: 1. De risico’s die we als gemeente lopen. Een aantal risico’s zijn afgedekt door verzekeringen af te sluiten en door samen te werken met andere partijen (risicodeling). De risico’s die niet te verzekeren zijn of verbonden zijn aan de maatschappelijke doelen die we als Maasgouw willen realiseren, moeten we in kaart brengen, proberen te verkleinen en goed bewaken. 2. De ‘weerstandscapaciteit’ (buffer) die er is om de resterende risico’s op te vangen. De weerstandscapaciteit zijn de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om deze niet begrote risico’s te ondervangen. Deze twee begrippen geven in essentie het begrip ‘risicomanagement’ weer. Een aantal risico’s dekken we af met beheersmaatregelen. Voor de overblijvende risico’s geven we inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om de financiële en niet-financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Ook geven we inzicht in de financiële buffer die we daarvoor nodig en beschikbaar hebben. De paragraaf is als volgt opgebouwd: eerst gaan we in op het bestaand beleid rondom weerstands-vermogen; daarna wordt de weerstandscapaciteit geïnventariseerd en dan komen de risico’s aan bod.
Op basis hiervan wordt de weerstandsratio bepaald.
Beleid
In de raad van 23 februari 2021 is de beleidsnota Risicomanagement & Weerstandsvermogen 2021-2024 (verder Nota R&W) vastgesteld die per 2021 van kracht is. Dit betekent dus ook dat gehanteerde normen van de Nota R&W 2021-2024 als toetsingskader in deze jaarrekening 2021 worden gehanteerd. In de Nota R&W zijn o.a. kaders gesteld met betrekking tot: • Te onderkennen risico’s (alleen negatieve, financieel kwantificeerbare risico’s onderkennen) • Rapportage van risico’s in de P&C-documenten (alleen risico’s met een score >10 o.b.v. kans x impact). Daarbij richten we ons niet alleen op de risicosignalering van de interne organisatie, maar ook van de risico’s bij onze verbonden partijen. • Berekening van de incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Daarbij wordt de incidentele weerstandscapaciteit berekend exclusief stille reserves. De structurele weerstandscapaciteit wordt met name bepaald door de onbenutte belastingcapaciteit en de begrotingsruimte. • Het onderscheiden van een incidentele en een structurele weerstandsratio. Zowel voor de incidentele als voor de structurele variant wordt een ratio nagestreefd van tenminste 1, waarbij we een signaleringsfunctie inbouwen vanaf 2.
84
Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit Het is relevant om onderscheid te maken tussen incidenteel weerstandsvermogen dat beschikbaar is (voor incidentele tegenvallers op te vangen) en weerstandsvermogen met een structureel karakter. Uit de tabellen is te herleiden uit welke componenten dat de incidentele en structurele weerstandscapaciteit zijn opgebouwd. Onderdelen incidentele Weerstandscapaciteit Algemene reserve Vrij aanwendbare deel Bestemmingsreserves Vrij aanwendbare deel
Omschrijving Dit zijn vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken. Algemene reserve per 31-12-2022 exclusief bestaande claims. Dit zijn reserves waaraan de gemeenteraad een bepaalde bestemming heeft gegeven en waarvan de bestemming nog kan wijzigen. Dit heeft dan wel gevolgen voor het budget en de financiering. Concreet betreft het saldo de reserve Ontwikkelbedrijf per 31-12-2022.
Totaal incidentele weerstandscapaciteit Onderdelen structurele Weerstandscapaciteit
Omschrijving
Begrotingsruimte
Dit is de ruimte die ombuigingen op de korte (en lange) termijn mogelijk maakt. Per 18 april 2023 is het begrotingssaldo in 2023 e.v. jaren afgerond - € 342.000. Het tekort wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de teruglopende algemene uitkering uit het gemeentefonds. In het structurele begrotingssaldo 2023 e.v. jaren is tevens een restant-taakstelling heroverweging bestaand beleid van € 61.000 structureel opgenomen. De recente vaststelling van een nieuwe cao zorgt voor een verdere terugloop in m.n. 2026 en 2027. In afwachting van de Meicirculaire 2023 wordt de begrotingsruimte vooralsnog op nihil gesteld. Deze post creëren we om middelen te hebben om nieuwe beleidsinitiatieven (incidenteel of structureel) te bekostigen of om onvoorzienbare, onontkoombare, onuitstelbare tegenvallers op te vangen. Voor incidentele uitgaven is € 25.000 beschikbaar. Dit zijn inkomsten die nog niet gemaximeerd of kostendekkend zijn. De tarieven voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn al kostendekkend. Dit betreft alleen de onroerende zaakbelastingen.
Onvoorziene uitgaven
Onbenutte belastingcapaciteit
€ 23.827.300 948.000
24.775.300 €
Totaal structurele weerstandscapaciteit
0
25.000
2.425.800
2.450.800
Inventarisatie risico’s
Een risico is de kans dat een gebeurtenis optreedt, met een (negatief) gevolg voor de betrokkene. We onderscheiden de volgende soorten risico’s: Risicocategorieën 1. Budgettaire risico’s; dit zijn risico’s die o.a. voortvloeien uit het eigen beleid, uit het beleid van een hogere overheid of uit samenwerking met andere instanties. 2. Risico’s op eigendommen; dit zijn bijvoorbeeld risico’s als ontvreemding, schade door brand, storm en water, maar ook risico’s die voortvloeien uit niet bijgestelde onderhouds- en beheerplannen. 3. Risico’s die samenhangen met de bedrijfsvoering; hiermee bedoelen we de informatievoorziening, de administratieve organisatie en de interne controle. 4. Overige risico’s; dit zijn risico’s als imago, politiek, strategie, veiligheid, aansprakelijkheid-stelling, milieu en Arbo. 85
In de Nota R&W is als kader gesteld om alleen financiële negatieve risico’s te kwantificeren; het betreft de risico’s uit categorie 1 van bovenstaand overzicht. Kwantificering wordt toegepast door de kans te vermenigvuldigen met de financiële impact. Enkele uitgangspunten bij de inventarisatie van risico’s ▪ We pretenderen niet volledig te zijn. Het is van belang om de belangrijke risico’s te signaleren, deze proberen te verminderen en te monitoren. Risico’s kunnen een belangrijk afwegingscriterium zijn om tot een goed besluit te komen. ▪ De financiële risico’s zijn geclassificeerd. Daarnaast worden een aantal kans-klassen onderscheiden om gradaties aan te brengen in risico’s. In beleidskader 3 van de nota R&W is op basis van kans x risico een risicomatrix opgesteld. Deze ziet er als volgt uit: Risico in € Kans 5 4 3 2 1
Zeer groot Groot 50/50 Klein Zeer klein
80–99 % 60-80 % 40–60 % 20–40 % 1–20 %
1
2
3
4
5
x< €25.000
€ 25.000 < x > €100.000
€ 100.000 < x > €500.000
x> 1.000.000
5 4 3 2 1
10 8 6 4 2
15 12 9 6 3
€ 500.000 < x> €1.000.000 20 16 12 8 4
€
25 20 15 10 5
Tabel 2: risicokaart (scores)
Aan de risicomatrix is een rapportagestructuur gekoppeld, waarbij het principe is gehanteerd dat risico’s met een score van 10 en hoger via de P&C-cyclus aan de raad worden gerapporteerd via een toelichting. Voor de risico’s met een lagere score wordt volstaan met benoeming van het risico en het bedrag o.b.v. kans x impact. Een verdere specificatie is op basis van het risicoregister beschikbaar.
86
Risico’s met incidentele financiële impact Omschrijving
Kans- Risicoklasse klasse
Risicoscore
Kans x Fin. impact
Informatiebeveiliging
4
4
16
€ 350.000
Afwikkeling FLOgelden VRLN
4
2
8
€ 70.000
Toelichting De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en vereisten m.b.t. informatieveiligheid leidt tot aanscherping in accountability, dus aantoonbaar in control zijn, en handhaving bij de verwerking van (persoons-)gegevens. Binnen de teams/ domeinen is er nog niet voldoende inzicht in de risico’s die wij lopen t.a.v. de kritieke processen, informatiesystemen en verwerking van persoonsgegevens (AVG) vanuit het oogpunt van gegevensveiligheid. Dit komt omdat er op teamniveau nog geen (volledige) BIO GAP risicoanalyse heeft plaatsgevonden. Hierdoor is er onvoldoende zicht of we voldoende maatregelen hebben genomen, én kan er geen weloverwogen risicoafweging plaatsvinden. Vanaf najaar 2021 is gestart met het in kaart brengen van kritieke processen, informatiesystemen en persoonsgegevens per team. Na deze inventarisatie kunnen risico’s vervolgens worden gemanaged. Dit is een continu proces, maar is nu nog onvoldoende geborgd. Het programma digitale weerbaarheid is door verloop van medewerkers en capaciteitsgebrek uitgesteld naar 2023. De directe impact van een datalek, hack en/of boete vanuit de AP en daaruit voortvloeiende gevolgschade kan grote gevolgen hebben voor de continuïteit van de bedrijfsvoering en vertrouwelijkheid van informatie waarbij grote groepen mensen geraakt kunnen worden.
Daarbij speelt de mate van verwijtbaarheid en getroffen beheersmaatregelen een belangrijke rol. Het financieel (niet-verzekerbare) risico wordt geschat op > € 500.000, met kansklasse 4 (70%). Bij de overgang van het brandweerdistrict Roermond naar de Veiligheidsregio VRLN is de afspraak gemaakt dat er nog een afwikkeling komt t.a.v. de FLO-gelden. Brandweerlieden kunnen met 87
Edelchemie kosten handhaving
1
4
4
€ 100.000
Obligatieportefeuille
1
4
4
€ 30.000
Rioolheffing bezwaarschrift
1
3
3
€ 46.000
Aanbesteding softwarepakketten
1
3
3
PM
TOTAAL risico’s incidenteel
functioneel leeftijdsontslag (FLO). Maar door wettelijke maatregelen, verschuiving AOW-leeftijd en fiscale boetes bij vroegtijdig stoppen, dient de juiste hoogte van dit bedrag nog bepaald te worden. Dit is mede afhankelijk van besluitvorming binnen de VRLN. Het max. risico wordt ingeschat op € 100.000. Het max. risico bedraagt € 1 mln indien de Provincie handhavingskosten alsnog doorbelast aan Maasgouw. Gezien bestuurlijk akkoord wordt kans zeer klein (10%) geacht. Zie jaarrekening 2017 p. 15 voor uitvoerige toelichting. Waarde obligatieportefeuille eind 2022 € 9 mln. Er bestaat een zeer kleine kans (10%) dat hoofdsom belegde obligaties niet wordt terugontvangen. ASR Vermogensbeheer monitort de ontwikkelingen. Max. risico wordt ingeschat op € 0,3 mln. Bezwaarschrift Woningcorporatie tegen kostendekkendheid rioolheffing 2014 – 2018. Op 24-12-2021 is het bezwaar door de Rechtbank ongegrond verklaard. Op 10-02-2022 is door de woningcorporatie hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak. Hiervan is nog geen zittingsdatum bekend. Max. risico € 460.000. Risicoklasse wordt ingeschat op 1 (zeer klein; 10% kans). Bestaande contracten met diverse softwareleveranciers worden vanwege complexe inrichting van ICTinfrastructuur verlengd omdat het niet mogelijk is om e.e.a. als vervangbaar systeem te zien.
Aanbesteding van deze dienstverlening is uit oogpunt van doelmatigheid en doeltreffendheid niet direct te realiseren omdat continuïteit van geautomatiseerde gegevensverwerking gewaarborgd moet blijven.
€ 596.000
Vervallen risico’s: • Risico Covid19/Corona: Het virus is vanaf maart 2023 in een endemische fase beland en alle voorheen geldende COVID-maatregelen zijn afgeschaald.
88
•
•
Risico verlofsaldo: Volgens de BBV is per 2022 verplicht om een voorziening te vormen ten laste van het rekeningresultaat vanwege de opeisbaarheid en spaarmogelijkheden op grond van de CAO. OML borgstelling financiering: Door positieve rekeningresultaten en toevoeging aan het eigen vermogen van OML zijn de liquiditeit en solvabiliteit toegenomen, waardoor de kans op aanspraak van de borgstelling nihil wordt geacht.
Risico’s met structurele financiële impact Omschrijving
Kansklasse
Risicoklasse
Risicoscore
Kans x Fin. impact
Toelichting
Indexering / inflatie
4
5
20
€ 700.000
Algemene uitkering
4
4
16
€ 700.000
Bij de op te stellen begroting 2023 heeft daar waar mogelijk een actuele financiële vertaling plaatsgevonden van de prijsstijgingen. Na eerdere verhogingen in de 1e Prorap 2022 heeft dit o.a. geresulteerd aanvullende budgettaire claims van in totaal ruim € 1,5 mln (zie paragraaf 6.4 begroting 2023 voor een overzicht). De ontwikkeling is echter dat prijzen nog verder zullen doorstijgen, mede gezien de aanhoudende druk op de arbeidsmarkt, schaarste van grondstoffen en hoge energieprijzen a.g.v. de oorlogssituatie in Oekraïne. Ook zal er sprake zijn van prijsverhogingen die in later stadium worden door vertaald en overige (kleinere) exploitatiebudgetten en kredieten waarbij potentiële indexering aan de orde is. Er is nog geen duidelijkheid in welke mate deze prijsstijgingen worden gecompenseerd via de Algemene Uitkering. Risico € 1.000.000; kans 70% In de meerjarenraming 2023-2026 is de Algemene Uitkering vertaald o.b.v. de Septembercirculaire 2022. Vanaf 2026 wordt de financieringssystematiek van het gemeentefonds herzien, waarbij al een structurele (opschalings-)korting is ingeraamd in de veronderstelling dat gemeenten meer zelf in inkomsten kunnen voorzien. Hoe en in welke mate de gemeenten deze inkomsten kunnen genereren, is nog niet duidelijk. Om het zgn.
’ravijnjaar’ 2026 op te vangen heeft het Rijk incidenteel extra middelen (voor Maasgouw € 1 mln) beschikbaar gesteld in het gemeentefonds. Onduidelijk is of deze inkomsten vanaf 2027 komen te vervallen. Vanuit het Rijk is toegezegd dat in de Meicirculaire 2023 meer duidelijkheid 89
Jeugdzorg Arbitrage VNG
3
5
15
€ 500.000
komt over de toekomstige ontwikkeling. Hierop anticiperend heeft het college van Maasgouw een plan van aanpak heroverweging vastgesteld. Max. risico € 1 mln; kans 70%. Op 2-6-2021 hebben de VNG en het Rijk in een bestuurlijk overleg gesproken over de uitspraak van de Commissie van Wijzen inzake het jeugddossier. O.b.v. de afspraken in dit overleg stelt het Rijk voor 2022 € 1,314 miljard extra ter beschikking aan gemeenten ter compensatie voor de tekorten op het gebied van jeugdhulp. Hiermee volgt het kabinet de uitspraak van de Commissie. Voor Maasgouw betekende dit in 2022 een extra bedrag van € 1,25 mln plus € 135.000 om de PM-posten van het Rijk te dekken. In het voorstel van de Commissie staan ook bedragen vermeld voor 2023, 2024 en 2025. Nadere afspraken hierover waren nodig omdat er alleen voor 2022 gelden beschikbaar zijn gesteld. Inmiddels heeft de VNG en het rijk na 1,5 jaar onderhandelen een financieel principeakkoord bereikt voor de Hervormingsagenda jeugd. De VNG wilt de Hervormingsagenda graag met de partners van de vijfhoek oppakken en werkt daarom de komende tijd met hen aan de afronding van het inhoudelijke akkoord. Om het akkoord definitief te maken zijn nog 2 dingen nodig: instemming van de leden bij de algemene ledenvergadering op 14 juni en voldoende structurele financiële middelen voor gemeenten vanaf 2026.
Het principeakkoord ligt in lijn met de uitspraak van de Commissie van Wijzen (d.d. 18 mei 2021). Het Rijk erkent de noodzaak van het aanpassen van het ingroeipad. De eerder ingeboekte bezuiniging wordt met ingang van 2023 tot en met 2025 bevroren. Daarnaast blijft de doelstelling van € 1 miljard overeind, maar erkent het akkoord dat € 650 miljoen onderbouwd en ‘mogelijk haalbaar’ is en € 380 miljoen met onzekerheden omgeven is. Ook op het vlak van risicodeling is het Rijk de gemeenten tegemoet gekomen. Onvoorziene omstandigheden en autonome groei vallen onder 90
verantwoordelijkheid van het Rijk. In 2025 toetst een deskundigencommissie, die zwaarwegend advies geeft, wat er nodig is in de toekomst. Hoewel het een principeakkoord betreft en er nog geen uitsluitsel is over 2026 zijn de bedragen voor 2024 en 2025 aangepast obv. de verwachte lagere besparingen. Voor Maasgouw zou dit het volgende betekenen: 2023: € 1.150.000 2024: € 980.000 2025: € 895.000
Onderhoud bruggen / gebouwen
3
3
9
€ 250.000
Loon- en prijsstijgingen
3
3
9
PM
Het maximale risico is dat er in 2026 geen rijkscompensatie van kosten jeugdzorg volgt. De aframing van ingeboekte rijkscompensatie bedraagt dan afgerond € 1 mln. De kans wordt geschat op 50%. (€ 500.000) Omdat ook het Rijk erkent dat € 380 miljoen nog met onzekerheden omgeven is. Er is een MOP opgesteld voor bruggen en gebouwen. Kosten van groot onderhoud dienen afgedekt te worden door een toereikende voorziening. Het in december 2020 vastgestelde beheerplan heeft een horizon van 4 jaar: 2021-2024. Het onderliggende MOP is opgesteld voor een periode van 10 jaar. M.n. in de jaren na 2024 zijn een groot aantal vervangingsinvesteringen groot onderhoud aan de orde. Het risico op een jaarlijks hogere toekomstige bijstorting bedraagt € 500.000. De komende jaren wordt bekeken hoe de werkelijke kosten zich ontwikkelen t.o.v. het MOP. De kans wordt op 50% geschat. De huidige CAO gemeenten heeft een looptijd t/m 2023 en wordt financieel vertaald in de 1e Prorap. In de meerjarenraming 2023-2026 was rekening gehouden met een stijging van 4%. Gezien aanhoudende loon- en prijsstijgingen ligt de looninflatiespiraal op de loer, waarbij hoge inflatie telkens leidt tot hoge looneisen. Ook overige verbonden partijen en leveranciers zullen hogere kosten a.g.v. loonstijgingen doorbelasten. Verder is momenteel a.g.v.
de oorlog in Oekraïne en het grondstoffen- en capaciteitstekort sprake van een hoog 91
Open eindregelingen sociaal domein
3
3
9
€ 125.000
Rentestijging
3
3
9
€ 120.000
Omgevingswet
3
3
9
PM
Waboleges
3
3
9
PM
inflatiepeil. Dit werkt door in nagenoeg alle exploitatiebudgetten. De omvang van deze financiële claim is nog niet bekend. Tegelijkertijd zal normaliter compensatie van stijgende lonen en prijzen op macroniveau plaatsvinden via de Algemene Uitkering uit het gemeentefonds. Vanwege ontbreken van een reële raming, wordt vooralsnog een PM-post aangehouden. M.n. bij de jeugdzorg is sprake van een toename in kosten a.g.v. langere zorg, duurdere zorg en meer jeugdigen die gebruikmaken van zorg. De meerkosten zijn grotendeels budgettair vertaald in de meerjarenbegroting waarbij wel uitgangspunt is dat de meerkosten op termijn afnemen. Het is echter niet voorzienbaar in hoeverre deze tendens zich voortzet en in welke mate door preventie, vroeg signalering, monitoring en contractmanagement de kostentoename omgebogen kan worden. M.n. v.w.b. Jeugdzorg plus en LTA is sprake van grote schommelingen en beperkte voorspelbaarheid. Het max risico wordt geschat op € 250.000; kans 50% Meerjarig is rekening gehouden met een rente die oploopt tot 1,5%. Dit is een historisch laag percentage. Mede a.g.v. de hoge inflatie is er een toenemende kans dat ook de lange rente gaat stijgen. Een rentestijging van 1% resulteert in extra rentekosten van. € 240.000. De kans wordt op 50% geschat. De invoeringskosten van de Omgevingswet zijn (incidenteel) afgedekt.
De structurele financiële gevolgen van de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1-1-2024 zijn niet volledig te overzien. Het maken van Omgevingsplannen is meerjarig geborgd in de begroting en de eerste indicaties ten aanzien van legesinkomsten (zie hieronder) lijken niet erg negatief uit te pakken. Taakaanpassingen spelen vooral bij de Omgevingsdienst. De gevolgen hiervan zijn nog niet helder. Er wordt gewerkt aan een aanpassing van de legesverordening als gevolg van de invoering van de Omgevingswet. Deze aangepaste legesverordening zal in de raadsvergadering van december 92
2023 worden voorgelegd (uitgaande van invoering wet 1-1-2024). In het proces van deze nieuwe legesverordening wordt geprobeerd inzicht te krijgen in deze veranderende legesinkomsten. Ook de kostendekkendheid van delen van processen op grond van de Omgevingswet zijn onderzocht. Uiteindelijk zal de raad moeten bepalen of ook al deze delen kostendekkend moeten zijn. Daarnaast komen legesinkomsten te vervallen door invoering van de Wet kwaliteitsborging. Door deze wet dienen sommige categorieën vergunningen door private partijen beoordeeld te worden.
TOTAAL risico’s structureel
€ 2.395.000
Weerstandsratio
Op basis van de benodigde- als de beschikbare weerstandscapaciteit kan men het weerstandsvermogen berekenen (beschikbare weerstandscapaciteit ÷ benodigde weerstandscapaciteit). Hierbij wordt het onderscheid doorgetrokken tussen het incidentele weerstandsvermogen en het structurele weerstandsvermogen: 24.775.300 Weerstandsratio incidenteel = 596.000 = 41,6 2.450.800 Weerstandsratio structureel = 2.395.000
= 1,0
In de Nota R&M worden kwalificaties aangeduid voor de hoogte van de weerstandsratio.
Indeling
Ratio Weerstandsvermogen
Kwalificatie
A
≥ 2,0
Uitstekend
B
≥ 1,4 en < 2,0
Ruim voldoende
C
≥ 1,0 en < 1,4
Voldoende
D
≥ 0.8 en < 1,0
Matig
E
≥ 0.5 en < 0.8
Onvoldoende
F
< 0.5
Ruim onvoldoende
Het streven is om de robuuste financiële positie van Maasgouw te behouden om daarmee financieel toekomstbestendig te zijn. De normen die zijn afgesproken in de nota R&W 2021-2024 voor de ratio zijn een signaleringsfunctie vanaf een ratio van 2 en een ondergrens van 1.
93
Incidentele weerstandsratio Toetsing aan de gestelde norm laat zien dat de incidentele weerstandsratio uitstekend is (waarde 41,6 > norm 2,0). De incidentele weerstandsratio is robuust als gevolg van de zeer goede reservepositie, wat resulteert in een hoge weerstandscapaciteit. Verder zijn de incidentele risico’s lager geworden wat wordt veroorzaakt door het wegvallen van de potentiële claim van Covid19/corona, verlofsaldo en borgstelling OML.
Structurele weerstandsratio
De structurele weerstandsratio is net met waarde 1 voldoende. Deze ratio dient wel genuanceerd te worden. Bij bepaling van de weerstandscapaciteit mag de onbenutte belastingcapaciteit worden meegerekend. Door het relatief lage belastingniveau is deze ruimte met € 2,45 miljoen erg groot. Volledige benutting van de belastingcapaciteit zou impliceren dat de ozb met meer dan 50% verhoogd zou worden, hetgeen niet reëel wordt geacht gezien de terughoudendheid van belastingverhoging in de afgelopen jaren. Verder zijn we als gemeente in grote mate afhankelijk van de Algemene Uitkering uit het gemeentefonds. Het gemeentefonds fluctueert sterk, is moeilijk voorspelbaar en in het geheel niet beïnvloedbaar. Dit geldt voor zowel de hoogte van het totale gemeentefonds op macroniveau als voor de verdeling tussen de gemeenten onderling. Verder ligt de kostenstructuur van de gemeente grotendeels vast en is de mate waarin de gemeente extra inkomsten kan genereren beperkt. Bij de kosten in het sociaal domein is veelal sprake van openeindfinanciering, waardoor een financieel risico wordt gelopen. Mocht de structurele financiële risico’s zich manifesteren, dan gaat het meteen om substantiële bedragen en kan de weerstandsratio ook sterk fluctueren.
Presenteren van een structureel sluitende begroting vormt dan een uitdaging die impact heeft op het relatief beperkte autonome beleid en bijbehorende kosten.
Conclusie
Resumerend kan worden gesteld dat de gemeente Maasgouw beschikt over een robuuste financiële positie, vooral ingegeven door de goede reservepositie. Dit beeld ligt in lijn met de (verplichte) financiële kengetallen en de resultaten uit de benchmark die in de volgende paragraaf aan bod komen. Op macroniveau staat de weerstandscapaciteit van gemeenten onder druk. In de afgelopen jaren is een trend waarneembaar dat de financiële positie verslechtert 1. Door de VNG is dit signaal al meermaals bij het Rijk afgegeven. Dit heeft tot op heden nog niet tot aanpassingen geleid.
Financiële kengetallen
In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de volgende financiële kengetallen: • Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) • Solvabiliteitsratio • Grondexploitatie • Structurele exploitatieruimte • Belastingcapaciteit
1 BDO benchmark Nederlandse gemeenten
94
Deze kengetallen moeten het inzicht van de raad in de financiële positie van de gemeente vergroten. Daarnaast bieden deze kengetallen de mogelijkheid om onze gemeente te vergelijken met andere gemeenten of het landelijk gemiddelde. De Commissie BBV heeft recent de notitie ‘Meerjarig Financieel inzicht voor de raad’ uitgebracht waarin de samenhang tussen beleid en kengetallen wordt toegelicht om daarmee meer inzicht te krijgen in de financiële positie en financiële ruimte van de gemeente. Beoordeling kengetallen Uit de beschrijving van de verschillende kengetallen (zie hierna) blijkt dat een afzonderlijk kengetal nog weinig zegt over hoe de financiële positie moet worden beoordeeld. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van een gemeente. Ook is van belang om te bezien hoe de waardes van de diverse kengetallen zich in de tijd gezien ontwikkelen en hoe deze zich verhouden ten opzichte van andere Nederlandse gemeenten. Voor de beoordeling van de financiële positie is het belangrijk dat zowel naar de balans als naar de exploitatie wordt gekeken.
In de kengetallen structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit komt tot uitdrukking of de gemeente over voldoende structurele baten beschikt, en welke mogelijkheid er is om de structurele baten op korte termijn te vergroten. De kengetallen netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio en grondexploitatie hebben betrekking op de balans. Onderstaand volgt een nadere uitwerking en toelichting per kengetal.
95
Netto Schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningbouwcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). De netto schuldquote wordt berekend aan de hand van diverse gegevens uit de balans. Samengevat ziet deze berekening er als volgt uit. 𝑁𝑒𝑡𝑡𝑜 𝑠𝑐ℎ𝑢𝑙𝑑𝑞𝑢𝑜𝑡𝑒 =