CConstaterende datMaasgouw
Koppel je AI →
Document · PDF

101341-onderzoek Public Result economisch profi_Public Result economisch profiel Maasgouw 220325

01. Raadsvergadering 11 juli 2023, gemeente MaasgouwBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de Economische Visie Maasgouw19.495 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De toonaangevende bedrijven in de gemeente worden ondersteund door veel, kleinschalige toeleverende bedrijven uit de gemeente en regio. Te denken valt bijvoorbeeld aan de (deels bewerkte) grondstoffen zoals staal, aan kennis en expertise rondom elektrotechniek maar ook voor het interieur van schepen: meubelbouwers en houtbewerkers. Door de aanwezigheid van deze regionale keten werd het maritieme cluster bijvoorbeeld minder hard geraakt door de coronacrisis, omdat de bedrijven minder afhankelijk waren van leveranciers uit de rest van de wereld. De combinatie van bedrijven houdt elkaar in stand en zorgt voor een goed ondernemers- en vestigingsklimaat. Er spelen echter ook dilemma’s bij het in stand houden van een innovatief cluster als het maritieme cluster. Uit de interviews en de interactieve sessie is gebleken dat momenteel veel van de vaklieden die werkzaam zijn in het maritieme cluster binnenshuis worden opgeleid, omdat er te weinig goed aansluitende opleidingen zijn vanuit de regio. Er is dus een mismatch tussen opleiding en arbeidsmarkt in het maritieme cluster in Maasgouw. Momenteel zorgt dit nog niet voor grote problemen, maar verwacht wordt dat door de ontgroening en vergrijzing – en voorgenoemde mismatch – dit in de zeer nabije toekomst wel voor problemen gaat zorgen.

In de interviews werd aangegeven dat veel van de nieuwe vaklieden opgeleid worden in nabijgelegen vakscholen in België (in Kinrooi en Maaseik), omdat de opleidingen daar beter aansluiten bij de vraag op de arbeidsmarkt. Het is dus van belang om een goede Euregionale samenwerking te hebben op dat gebied. In de interactieve sessie wordt ook gesproken van een eventuele maritieme campus in Maasgouw. Hierdoor wordt in

2

Ecorys (2020) Onderzoek Nautische Bedrijvigheid Midden-Limburg

24

regionaal verband het cluster meer op de kaart gezet en wordt het aantrekkelijker voor talent om in de regio te blijven. De maximale potentie van het maritieme cluster in 2029 is een toename van € 13 miljoen (+27%). Om dat te kunnen bereiken zijn tot die tijd 77 extra arbeidsplaatsen (+15%) nodig en een stijging van de arbeidsproductiviteit van 18%. Het aantal benodigde werknemers zonder toename van de arbeidsproductiviteit (= geen innovatie) zou aanzienlijk hoger zijn en in 2029 uitkomen op 633, een toename van 135. TOERISME EN RECREATIE

“Toerisme (o.a. waterrecreatie) is de grote groeikans in de regio; onze waterkanten en uitzichten zijn uniek”

Het cluster toerisme en recreatie is een ander stuwend cluster in de gemeente Maasgouw. Verwacht wordt dat de sector in de rest van Nederland – buiten de Randstad om – met 39% gegroeid kan zijn in 2030 t.o.v. 2017. 3 Belangrijk om hierin mee te nemen is het feit dat de coronacrisis de sector hard heeft geraakt en dat er daarom verwacht wordt dat de sector pas in 2024 weer op pre-corona niveau is.4 In Midden-Limburg werkten er in 2019 bijna 8.000 mensen in de sector.5 Regionaal gezien valt er dan ook veel te behalen in de toeristisch-recreatieve sector. De regio heeft tot 2030 drie ambities opgesteld: het kan zich meten met het beste aanbod en de beste belevingen; de sector verblijfsrecreatie is en blijft vitaal; en een groei van minimaal 2 procent in toeristische bestedingen per jaar wordt bewerkstelligd. Om voorgenoemde ambities te behalen heeft Midden-Limburg vijf actielijnen opgesteld. Deze actielijnen focussen op intensieve samenwerking tussen gemeenten door middel van een gezamenlijk ‘loket’ en een programmamanager/coördinator, het opstellen van een aantal focusprojecten, het regionaal afwegen van nieuwe initiatieven voor investeringen en uitbreidingen door gemeenten, (re)vitalisering van verblijfsrecreatie en intensivering van marketing met een heldere focus.

Als er specifiek naar Maasgouw wordt gekeken vormt de toeristische en recreatieve sector ook een belangrijk deel van de werkgelegenheid en toegevoegde waarde. Er zijn ongeveer 500 banen (circa 400 FTE) in het toerisme, verspreid over de sectoren horeca en cultuur, sport en recreatie. Deze 500 banen zorgen gezamenlijk voor ongeveer € 25 miljoen toegevoegde waarde. Door haar ligging aan de Maasplassen heeft Maasgouw een groot aantal recreatieve bedrijven. Een belangrijke speler op het gebied van dagrecreatie is Fun Beach in Panheel. Met een groot wit strand en veel ruimte voor groepsevenementen en dagtoeristen is Fun Beach een belangrijke trekker 3

NBTC (2021) perspectief 2030 Gastvrij Nederland (2021) Maatschappelijke Waarde 5 Visie en Actieprogramma Recreatie en Toerisme Midden-Limburg 2019 4

25

in de gemeente, maar ook in de Euregionale omgeving. Het is verkozen tot een van de 10 leukste stranden van Nederland door de ANWB. Verder zorgt Fun Beach ook voor een aanzienlijk deel van de werkgelegenheid in de gemeente, met ongeveer 40 banen. Naast de dagrecreatie, is de verblijfsrecreatie ook een belangrijke trekker in de gemeente. Met vakantieparken als Vakantiepark Boschmolenplas, Parc Maasresidence Thorn en Comfortparc Wessem is de gemeente een aantal grote vakantieparken rijk. Een ander aspect om niet over het hoofd te zien is het grote aantal kleinere aanbieders, van Bed & Breakfasts tot campings. Vanwege het aantrekkelijke blauw-groene klimaat van de gemeente is hier veel behoefte aan. Om het toeristische cluster zo aantrekkelijk mogelijk te houden is er een aantal uitdagingen. Eén van die uitdagingen is de bekendheid van de Maasplassen. Tijdens de interactieve sessie werd aangegeven dat het belangrijk is om de Maasplassen als een regionale toeristische trekpleister neer te zetten. De Maasplassen zijn namelijk groter en meer aaneengesloten dan het water in Friesland, maar heel weinig mensen zijn hiervan op de hoogte. Het is daarom belangrijk om de regio te betrekken en de samenwerking rond de Maasplassen zelfs over de Belgische grens te trekken. Een tweede belangrijke uitdaging is het vitaal houden van de vakantieparken, maar ook van de gemeente als geheel.

Sommige vakantieparken voldoen niet meer aan de hedendaagse standaarden, wat zorgt voor een minder aantrekkelijk klimaat voor verblijfstoeristen. Als het gaat om het vitaal houden van de gemeente is het van belang om het voorzieningenpeil omhoog te brengen – dus meer winkels en horeca. Dit draagt niet alleen bij aan een aantrekkelijkere omgeving voor toeristen, maar ook aan de leefbaarheid van de dorpskernen. Een derde belangrijke uitdaging wordt gezien in de belemmering van niet-flexibele bestemmingsplannen. Het kost vaak veel tijd voor ondernemers om locaties ruimer te bestemmen om integrale ontwikkelingen mogelijk te maken, zoals de combinatie van recreatie, horeca en retail. Als er dan wordt gekeken naar de maximale potentie van het toeristische cluster kan er maximaal € 14 miljoen (+55%) aan toegevoegde waarde worden bereikt in 2029. Daarvoor zijn 146 extra arbeidsplaatsen nodig (+36%) en 14% meer arbeidsproductiviteit. ZORG

“Je kunt niet om de zorg heen. De ambitie die daar wordt neergelegd, is bepalend voor de groeipotentie van de gemeente.”

Het aantal werkenden in zorg en welzijn groeide in de afgelopen twintig jaar het snelst van alle bedrijfstakken. In 2019 waren bijna anderhalf keer zoveel mensen aan de slag als in 2000. Ter vergelijking: in deze periode groeide het aantal werkenden in de

26

totale economie met 17%.6 Als er meer wordt gefocust op Limburg blijkt er uit een compositieanalyse van CBS en TNO dat de werkgelegenheid en toegevoegde waarde van de zorg in Limburg gemiddeld iets harder groeit dan het Nederlandse gemiddelde, namelijk met 0,8% meer toegevoegde waarde en met 0,2% meer werkgelegenheid. Dit beeld is ook terug te vertalen naar Maasgouw, waar de zorg voor een groot deel aan de werkgelegenheid bijdraagt. Met ongeveer 2.500 banen (circa 1.600 FTE) is de zorgsector de sector met de meeste werkgelegenheid in Maasgouw. De sector zorgt voor een toegevoegde waarde van € 109 miljoen, wat meer dan 25% is van de totale toegevoegde waarde van de gemeente. Een belangrijke reden waarom de zorg zo groot is in Maasgouw is vanwege enkele grote, gespecialiseerde zorginstanties die gevestigd zijn in de gemeente. Een van die zorginstanties is Daelzicht, waar ongeveer 1.600 mensen werken, waarvan 750 in de gemeente zelf. Daelzicht is een zorgorganisatie met een groot en gevarieerd aanbod voor kinderen, jongeren en volwassenen met een verstandelijke beperking. De organisatie biedt onder meer veilige woonvormen, dagbesteding en zorg en behandeling aan op verschillende locaties in de gemeente.

Vanwege het gespecialiseerde karakter van de organisatie is het niet alleen een belangrijke speler binnen de gemeente, maar zorgt het voor zorgaanbod voor mensen uit heel de provincie en zelfs daarbuiten. Een andere grote organisatie is de Koraal Groep, die ook verschillende locaties heeft binnen de gemeente Maasgouw. De Koraal Groep biedt door middel van St. Anna ondersteuning thuis aan of in een van de woonvormen in de regio voor mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking. Naast deze twee grotere organisaties zijn er nog veel kleine organisaties actief en een groot scala aan zzp’ers. De sterke zorgsector heeft een duidelijk stuwende werking voor de regio: als opdrachtgever van het lokale bedrijfsleven bijvoorbeeld, er zijn echter talloze diensten nodig om het zorgaanbod op peil te houden: denk aan catering, meubelbouw, zakelijke diensten, IT ondersteuning, horeca enz. Door een toename in de vergrijzing de komende jaren staat de zorg in Maasgouw een grote groei te wachten. Deze groei gaat gepaard met een toename in werkgelegenheid, door de grotere zorgvraag. Om aan deze zorgvraag te kunnen voldoen zijn extra handen nodig en een toename in de productiviteit.

Uit de interviews en interactieve sessie blijkt dat er momenteel al een tekort is aan vaste krachten binnen de zorgorganisaties in de gemeente en verwacht wordt dat dat de komende jaren alleen maar gaat toenemen. Een van de geïnterviewden geeft aan dat het momenteel bijna onmogelijk is om zonder zzp’ers te werken. Net als in de andere sectoren vraagt dit personeelstekort om innovatieve ideeën en nieuwe manieren van talent binden aan de regio. Dit zorgprobleem is niet alleen terug te zien in economisch perspectief, maar kan ook grote invloed hebben op de leefbaarheid van de

6

CBS (2020) Arbeidsmarktprofiel van zorg en welzijn

27

gemeenschap. Als er geen ruimte is om de vergrijzing op te vangen, trekt een deel van de bevolking ook weg en worden de dorpskernen minder leefbaar. Door het aanpakken van de uitdagingen en het benutten van de kansen kan de gemeente Maasgouw een maximale groei van de toegevoegde waarde verwezenlijken van € 31 miljoen (+28%) tot 2029. Hiervoor zijn 230 extra arbeidsplaatsen nodig (+14%) en een stijging van de arbeidsproductiviteit van 12%. AGRIFOOD

“In Maasgouw zit een aantal food bedrijven die op Europese schaal opereren en zo een aanzuigende werking op de regio hebben en een regionale rol vervullen in het creëren van clusters.”

De agrifood sector bestaat uit de primaire sector (alle agrarische bedrijven) en alle toeleverende industrie en bedrijven die producten van agrarische bedrijven afnemen. In Maasgouw ligt de focus van de agrifood vooral op productiebedrijven die bijvoorbeeld veevoeder produceren. Vooral regionaal gezien is de agrifood sector een belangrijk cluster, volgens Keyport is het goed voor € 1,3 miljard toegevoegde waarde, 15.500 banen en 5.000 bedrijven in Midden-Limburg. De regio heeft sterk innovatieve apparaten- en machinebouwbedrijven die leveren aan de primaire sector. Tegelijk heeft de regio veel kleine agrarische bedrijfjes met een (te) eenzijdig verdienmodel. 7 Keyport ziet mogelijkheden om kansen te verzilveren in de regio door in te zetten op biobased en circulaire economie. Een biobased economie draait, in plaats van op fossiele grondstoffen, op biomassa. Een circulaire economie is een economie waarin grondstoffen hun waarde houden en steeds opnieuw gebruikt worden in het productieproces. In een volledig circulaire economie is er geen afval. Met een sterke primaire (agrisector) en secundaire (logistiek, maakindustrie en apparatenbouw) sector is de regio hier goed op voorgesorteerd. Keyport verwacht dat tot 2035 2/3 e van de agrarische bedrijven stopt door een slecht verdienmodel in de primaire sector.

Om dit op te vangen is het van belang om te automatiseren en robotiseren, zodat meer werk met minder mensen kan worden uitgevoerd. Mogelijkheden om de verdienmodellen te versterken ziet Keyport vooral in cross-overs zoals met educatie, recreatie en zorg en met de maakindustrie. 8 Als er specifiek wordt gekeken naar Maasgouw ligt de focus zoals hiervoor benoemd in het maakindustrie gedeelte van het cluster agrifood. Daarnaast is er echter ook sprake van reguliere tuin- en landbouw, maar in mindere mate dan in de rest van Midden-Limburg. Met ongeveer 375 banen (circa 340 FTE) en een toegevoegde waarde van € 35 miljoen, is het agrifood cluster wel stuwende voor de gemeente – ook is alleen regionaal sprake van clustervorming. Met een internationaal 7 8

Jelle Jansen, Gijs la Vergé (2014) HAS Hogeschool Keyport (2020) ‘Economisch Actieprogramma Agribusiness Keyport 2020’

28

toonaangevend bedrijf als Van Aarsen International, dat zijn hoofdkantoor heeft in Maasbracht, wordt Maasgouw op de kaart gezet als het gaat om de productie van diervoeder. Van Aarsen heeft een specifieke expertise op het gebied van machines, voedselmolens en premix plant solutions. Van Aarsen zorgt ook voor een aanzienlijk deel van de werkgelegenheid in het cluster met 300 banen. Daarnaast speelt De Heus een belangrijke rol in de agrifood, met een specifieke focus op het maken van diervoeder. De Heus is goed voor nog eens 50 banen in de gemeente. Naast deze twee grote spelers is er een verscheidenheid aan kleinere boeren en andere agrarische bedrijven in de gemeente. Het lijkt aannemelijk dat een deel van de regionale bedrijvigheid (bijvoorbeeld in de logistiek) afhankelijk is van deze twee grote spelers. Voor de agrarische sector in Maasgouw gelden dezelfde uitdagingen als in de rest van Midden-Limburg. Automatisering en robotisering kunnen zorgen voor een grotere arbeidsproductiviteit, maar kunnen ook zorgen voor een verminderde werkgelegenheid. Dit geldt in mindere mate voor de toeleverende industrie, omdat hier een mindere innovatiesprong wordt verwacht. Daarnaast kunnen verslechterde verdienmodellen een afname betekenen in het aantal agrariërs in de gemeente.

Om de agrarische sector zo vitaal mogelijk te houden, moet worden gekeken naar het anders inrichten van de verdienmodellen en gefocust worden op innovatie. Uiteindelijk kan de maximale potentie van het agrifood cluster uitgroeien tot € 7 miljoen (+21%) in 2029. Dit kost vanwege de automatisering in de toonaangevende bedrijven minder aan extra arbeidsplaatsen, namelijk maar 2 extra (+1%) tot 2029. De arbeidsproductiviteit moet echter wel vergroot worden om de maximale potentie te bereiken, namelijk met 20%. 4.4 Verzorgende en overige sectoren De overige sectoren, waarbij het vooral om de verschillende vormen van dienstverlening gaat, zijn geen voor de gemeente stuwende sectoren en worden daarom niet afzonderlijk in beschouwing genomen. In de raming is uitgegaan van een groei tot 2029 van het BGP met 17% en een toename van de arbeidsproductiviteit met 17%. De verzorgende sectoren kunnen meeprofiteren van de groei in de stuwende sectoren, en hebben te maken met ontwikkelingen als vergrijzing, leerlingendaling (onderwijs) en automatisering.

29

5.

Wat betekent dat voor de vraag naar werknemers?

5.1 TOENEMENDE VERVANGINGSVRAAG Om de maximale potentie van de economie in Maasgouw te kunnen realiseren is niet alleen een schaalsprong op het gebied van arbeidsproductiviteit (= innovatie) nodig, zal het werk ook toenemen waardoor nieuwe werknemers nodig zijn. In het maximale scenario is een toename van werkgelegenheid te zien in de clusters maritiem, zorg en toerisme (totaal 430 FTE). De agrifood blijft stabiel voor wat betreft de werkgelegenheid, hier liggen mogelijke groei en toename arbeidsproductiviteit dicht bij elkaar. Door de relatief vergrijsde beroepsbevolking in Maasgouw staat de gemeente echter voor een grote vervangingsvraag. Op basis van bevolkingsprognoses en de huidige samenstelling van de beroepsbevolking op basis van leeftijd zullen in de komende tien jaar een kleine 4.000 werknemers vervangen moeten worden. Het gaat hierbij om reeds bestaande banen (3.180 FTE) die op die moment worden ingevuld door iemand die naar verwachting binnen de komende 10 jaar met pensioen gaat of de arbeidsmarkt verlaat. De vervangingsvraag van 3.970 personen komt bovenop de uitbreidingsvraag van 432 FTE. De gemeente en het regionale bedrijfsleven staan voor de opgave om een antwoordt op deze vraag te vinden. In totaal gaat het om 3.608 FTE.

Dit is een opgave die in elk scenario (met uitzondering van een stevig economisch krimpscenario aan de orde is om de huidige welvaart in de gemeente te kunnen behouden. De vervangingsvraag is echter geen nieuw fenomeen en ook niet uniek voor Maasgouw. Elk jaar verlaten werknemers de arbeidsmarkt en stromen nieuwe mensen in. De uitdaging ligt er voor Maasgouw vooral op twee gebieden. De bevolking is gemiddeld en relatief gezien oud (46,8 jaar; Leudal 45,5; Roermond 43; Nederland 41,5 jaar). De vergrijzing neemt naar verwachting toe in de komende jaren. Ook speelt het feit dat er geen voortgezet en geen middelbaar onderwijs wordt aangeboden een rol. Jongeren verlaten al op jonge leeftijd de gemeente om naar school te gaan. Niet al deze jongeren verlaten ook daadwerkelijk de gemeente door naar een andere plek te verhuizen, maar de kans is zeker aanwezig dat jongeren verder weg zullen trekken voor hun middelbaar en hoger onderwijs. Dit zorgt voor ontgroening van de lokale beroepsbevolking.

30

Aantal FTE 2019

Arbeidsproductiviteit per fte 2019

Arbeidsprod. 2029

Opgave FTE 2029

Maritiem Zorg Toerisme Agrifood Totaal uitbreidingsvraag Vervangingsvraag

498 1.611 405 274

€ 98.174 € 68.233 € 61.977 € 129.371

€ 108.000 € 76.000 € 79.000 € 147.000

38 230 146 2 432

Totaal

5.683

€ 75.450

3.176 (3.970) 3.608

5.2 WAAR KOMEN NIEUWE WERKNEMERS VANDAAN? Maasgouw is heeft een relatief vergrijsde gemeente – jongeren verlaten de regio om te studeren of in een grotere stad te wonen, relatief veel ouderen verhuizen juist naar Maasgouw om daar in een mooie omgeving te wonen. Om aan de vraag op de arbeidsmarkt in de komende jaren te kunnen voldoen zal echter op verschillende manieren werk moeten worden gemaakt van het aantrekken, behouden en activeren van mensen. Tijdens de interviews is vaak genoemd dat het vooral een opgave is om jongeren (talenten) voor de regio te behouden. Veel jongeren verlaten niet alleen Maasgouw maar ook de regio Midden-Limburg om bijvoorbeeld in de Randstad, in Maastricht of Eindhoven te studeren. Het is dan ook natuurlijk dat een groot deel van deze jongeren daar toetreedt tot de arbeidsmarkt – de eerste baan. Dit zou echter ook kunnen in Maasgouw of Midden-Limburg. Vooral op het gebied van (maritieme) maak, zorg, toerisme en dienstverlening zijn in de regio volop baankansen te vinden. Door het verminderen van het vertrekoverschot kunnen naar nog ca. 1.530 werknemers in de gemeente aan de slag. Het gaat hierbij vooral om lager en middelbaar opgeleiden, maar ook om een bescheiden aantal hoger opgeleiden. Dat betekent wel dat het talent aan de gemeente gebonden moet worden door middel van een aantrekkelijke werkgelegenheid en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat.

Om de benodigde 3.608 FTE op de arbeidsmarkt tot en met 2029 te kunnen invullen moet echter breder worden ingezet. Een gedeelte van de opgave voor de gemeente kan ingevuld worden wanneer de arbeidsparticipatie stijgt. De huidige participatiegraad (het deel van de potentiële beroepsbevolking dat daadwerkelijk deelneemt of deel wil nemen aan het arbeidsproces) is lager dan in omliggende gemeenten en lager dan het Nederlandse gemiddelde: 68%. De gemiddelde landelijke participatiegraad bedraagt circa 70%. Een verklaring hiervoor kan zijn dat de beroepsbevolking van Maasgouw en Limburg relatief gezien ouder is (meer vergrijzing en ontgroening) dan Nederland, waardoor het aantal mensen in de groep 45-65 groter is. De arbeidsparticipatie van mensen tussen de 15-45 is namelijk op hetzelfde niveau

31

als in Nederland (+/- 90%). De ambitie van Keyport is om de arbeidsparticipatie te laten stijgen tot 75%. Wanneer dit in Maasgouw gebeurt, komen er ongeveer 890 werknemers beschikbaar. Het aantrekken van lager opgeleid personeel uit de rest van Nederland is minder kansrijk, omdat de verhuis- en pendelbereidheid onder deze groep relatief laag is. Ook kan het pendelsaldo worden beïnvloed door mensen die nu in Maasgouw wonen en buiten de gemeente werken, zien te winnen voor de lokale arbeidsmarkt. In de situatie van Maasgouw gaat het om een aanzienlijk aantal inwoners dat buiten de gemeente werkzaam is. Er zijn circa 8.800 werknemers die dagelijks de gemeente voor hun werk verlaten. Het moet dus mogelijk zijn om op dit front een flinke slag te maken. Hiervoor is het wel van belang dat de inwoners van Maasgouw bekend zijn met de mogelijkheden en kansen die het lokale bedrijfsleven te bieden heeft. Het overig deel van de nieuwe arbeidskrachten zal van buitenaf moeten worden aangetrokken. Voor het aantrekken van mensen van buiten wordt voor de hoger opgeleiden (en in bescheiden mate middelbaar opgeleid) deels uitgegaan van een mondiale arbeidsmarkt. Dat wil zeggen dat de arbeidsmarkt voor dit personeel in principe de gehele wereld is en bedrijven zich ook inzetten om bepaalde specifieke talenten hun kant op te halen.

Voor middelbaar op geleid personeel is dat slechts beperkt het geval. Verder is de EU een belangrijke regio om werknemers te rekruteren, denk aan België en Duitsland in de directe omgeving en aan arbeidsmigranten van verder weg (MOE-landen).

Hoger opgeleid Middelbaar opgeleid Lager opgeleid Totaal

Zijinstroom 232

Talent behouden 212

Overig NL 106

Pendel

Mondiaal

Totaal

176

Overig EU 141

71

938

406

741

124

124

185

62

1.641

254

571

39

155

892

1.534

339

482

1.029

132

3.608

5.3 BEROEPS- EN OPLEIDINGSNIVEAU Maasgouw heeft relatief gezien een bevolking die meer hogeropgeleiden heeft dan de rest van Limburg en meer middelbaar opgeleiden dan Nederlands gemiddelde. Ook ligt het aantal banen met beroepsniveau 4 hoger dan het Limburgse en Nederlandse gemiddelde. Verklaringen voor beide punten kunnen zijn dat in Maasgouw specialistische maakindustrie is gevestigd, waar meer complexe taken worden uitgevoerd, en er een grote zorgsector is, waar mensen gemiddeld gezien een hogere

32

opleiding en beroepsniveau beoefenen. Daarnaast veronderstellen we dat Maasgouw een relatief hoog opgeleide uitgaande pendel heeft. Voor de toekomstige vraag naar werknemers is er een lichte verschuiving naar hoger opgeleid te verwachten – de vraag naar zowel hoger opgeleide werknemers zal toenemen (steeds meer specialisatie), maar ook zal de vraag naar lager (vooral toerisme) en middelbaar opgeleide werknemers (o.a. zorg) blijven bestaan. Er vindt dus degelijk een innovatiesprong plaats waardoor ook meer banen voor hoger opgeleiden ontstaan, een groep die op dit moment al in de gemeente woont maar nog vaak naar een andere locatie pendelt om daar te werken. Het grootste deel van de extra werkgelegenheid (uitbreidingsvraag, 432 werknemers) wordt gerealiseerd binnen de innovatieve sectoren van de gemeente. Op dit moment is de bevolking van Maasgouw gemiddeld niet lager opgeleid dan de omliggende gemeenten – de banen zijn wel op een gemiddeld iets later niveau. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de grote uitgaande pendel (van gemiddeld – zo is de indruk – hoger opgeleide mensen). Naast circa 940 hoger opgeleide werknemers is er vraag naar circa 1.640 middelbaar opgeleiden en nog eens ruim 1.030 lager opgeleide werknemers. Vooral bij de lager opgeleide werknemers is de vraag in hoeverre deze zal worden ingevuld door internationale werknemers (arbeidsmigranten).

In heel Nederland worden deze banen steeds vaker ingevuld door werknemers die uit (qua BBP) armere landen in Europa of daarbuiten komen. Uit ervaring blijkt dat rond 25% van deze arbeidsmigranten langdurig in Nederland verblijven. Dit biedt dan ook een kans ten aanzien van de verwachte ontgroening, vergrijzing en krimpende bevolking.

33

6.

Waar kan gas gegeven worden?

6.1 ACCELERATIE-EFFECTEN Ondanks de aangegeven positieve ontwikkelingen en kansen, zal nog een grote sprong gemaakt moeten worden om de economische potentie ten volle te benutten. In veel sectoren liggen kansen, maar de vraag is in hoeverre Maasgouw voldoende toegerust is om al deze mogelijkheden ook te verzilveren. Binnen de ene sector kan snel geoogst worden, terwijl binnen de andere sector het behalen van economische groei weerbarstiger lijkt te zijn. Om iets harder te groeien dan de Nederlandse trend zijn uiteraard investeringen nodig, maar dit is niet de enige optie. Er is onderzoek gedaan naar de randvoorwaarden om het potentiële rendement op iedere investering in de versterking van de lokale economie te verhogen: acceleratie-effecten. Dat wil dus zeggen dat de acceleratie-effecten zorgen voor een extra rendement bovenop wat er gewoonlijk verwacht mag worden na een zekere investering. Dit extra rendement kan bijvoorbeeld gerealiseerd worden door het verbeteren van de samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en onderwijs, het lerend effect van de investeringen die gedaan worden (ervaring opdoen!) en het versterken van de crossovers tussen de verschillende sectoren. Ook kunnen woon- en leefklimaat, marketing en uiteraard het doorzetten van economisch herstel een positieve invloed hebben op de economische ontwikkeling van Maasgouw.

Dit leidt tot de onderscheiden acceleratie-effecten. Van belang hierbij te vermelden is dat dit geen harde berekeningen zijn, maar dat het gaat om beredeneerde inschattingen. Het is daarmee een vingeroefening. De mate waarin de partijen in staat zijn de acceleratie te realiseren, bepaalt mede hoe snel de economische groei gerealiseerd kan worden. Wellicht is het niet mogelijk om op alle acceleratie-effecten tegelijk in te zetten of vraagt het een om een langere aanloopperiode dan het ander. Om een afweging te kunnen maken is in de tabel weergegeven wat het relatieve maximale effect is van de acceleratie-effecten die zijn geïdentificeerd. Het gaat om een globale inschatting op basis van benchmarks en ervaringen in andere regio’s. In totaal wordt geraamd dat deze factoren een extra impuls van 97% op de groei van het BGP hebben. In de volgende paragrafen worden de verschillende acceleratie-effecten verder uitgewerkt. In kaders is een beknopte omschrijving gegeven van acties en ideeën die tijdens de werksessies, de interviews en de enquête naar boven zijn gekomen en aanzetten kunnen zijn voor concretere acties. Maatregelen zijn er vooral op gericht om de groei in het bestaande bedrijfsleven te realiseren samen met onderwijs. Een langdurig commitment van partijen aan elkaar, de regio en Maasgouw is dus van groot belang.

34

Daarbij is het belangrijk om te realiseren dat Maasgouw onderdeel van een sterke regio is: in Midden-Limburg wordt niet alleen hard gewerkt aan de samenwerking (bijvoorbeeld in de vorm van Keyport, SML, OML of de euregio), maar er zijn ook sterke verbindingen op het gebied van wonen, onderwijs, werken en bedrijvigheid. De dagelijkse pendel binnen Midden-Limburg is enorm, met Roermond als één kern met centrale functie. Ook de economie is nauw met elkaar verbonden: zo is het agricluster sterk in MiddenLimburg met onder andere veel bedrijvigheid in Leudal maar ook met verbindingen naar Noord-Limburg. Toerisme en recreatie is voor een groot deel gericht op Roermond maar uiteraard ook langs het water in heel Midden-Limburg. Interessant is ook de regionale ligging met België en Duitsland als directe buren – een internationale regio met lokale, grensoverschrijdende contacten op het gebied van onderwijs, recreatie, winkelen en werken. De acceleratie-factoren zoals hier weergegeven zijn gericht op de nodige en mogelijke activiteiten met betrekking tot het maximale groeiscenario. De gezamenlijke ambitie wordt echter bepaald door de samenwerkende partijen zelf, waarbij zeker voor de uitvoering van activiteiten sprake moet zijn van een gecombineerde inzet.

Zo is het bedrijfsleven in de lead waar het gaat om investeringen in innovaties, en is het onderwijs gevraagd bij de inrichting van nieuwe leerlijnen. 6.2 SAMENWERKING DRIE O’S Om de maximale potentie te kunnen realiseren zal de gemeente Maasgouw sterker moeten inzetten op afstemming en samenwerking met vooral het bedrijfsleven. Omdat het voortgezet onderwijs niet direct in de gemeente vertegenwoordigd is zal hier de aansluiting gezocht moeten worden buiten de gemeente en in de regio.

35

De gemeente is, samen met maatschappelijke partners, bij uitstek aan zet bij het realiseren van een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en werknemers, zodat groei optimaal gefaciliteerd kan worden. Dit is mogelijk door te blijven investeren in de woon- en leefomgeving, met de toekomstige bevolkingssamenstelling in het achterhoofd. Dat betekent kwalitatief goede voorzieningen en de juiste woonmilieus kunnen bieden voor de toekomstige arbeidskrachten. Maar de opgave op de arbeidsmarkt ligt ook in het vergroten van de arbeidsparticipatie: inzetten op een gezonde beroepsbevolking is daarvoor eveneens essentieel in relatie tot de leefomgeving.

Onderwijsinstellingen dragen uiteraard ook in belangrijke mate bij aan het realiseren van het maximale ontwikkelingspotentieel. Het gaat daarbij om de startkwalificaties van schoolverlaters, de her- en bijscholing van zij-instromers (herintreders op de arbeidsmarkt) en de permanente kennisontwikkeling van werknemers. De onderwijsinstellingen die hier iets in betekenen liggen buiten de gemeente. Mbo’s en Hbo’s spelen een belangrijke rol als het gaat om kennisontwikkeling bij zowel bedrijven als werknemers. Overheden, onderzoeks- en onderwijsinstellingen, grootbedrijf en MKB dragen allen bij aan de economische ontwikkeling van Maasgouw. Samen vormen zij de drie O’s. De samenwerking tussen de drie O’s (ook triple helix genoemd) kan weergegeven worden in drie stadia. Het eerste stadium is het ‘Statesman model’, binnen dit model is er sprake van een relatief sterke overheidssturing op tactisch, strategisch en soms op operationeel niveau. Binnen dit model is de overheid leidend: zij bepalen de doelen en verbinden daar middelen aan. Het tweede stadium is het ‘Laissez Faire model’, in dit model is er een gezamenlijke doelstelling. Elke partij werkt vanuit zijn eigen sterke punten en wordt bij de invulling van de gezamenlijke doelstelling verder vrijgelaten. Het laatste stadium is het ‘Increased Innovation model’.

Binnen dit model streven de partners hetzelfde doel na, stellen daar een gezamenlijk programma voor op en verbinden hier middelen aan. Ook herkennen zij elkaars sterke punten en weten op welke punten zij elkaar kunnen versterken, maar weten ook wanneer zij los moeten laten. De partners binnen dit

36

model dragen gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor het nastreven van dit doel. Een verder geïntegreerde triple helix sluit ook aan bij de ontwikkelingen en aanbevelingen zoals die in het rapport ‘Maak verschil’ worden geformuleerd.9 Maasgouw heeft in de KeyportWerk aan een verbindend thema, organisatie op regionaal niveau een bijvoorbeeld: “Digitalisering in het MKB” triple helix organisatie die hiermee Omschrijving: Een opgave waar de hele bezig is. Op lokaal niveau is het regio en elk bedrijf in Maasgouw voor staat – zaak dat lokale bedrijven, de de vraag naar digitalisering van processen, gemeente en onderwijs (primair automatisering of zelfs robotisering. Maar onderwijs, maar ook andere niet iedereen heeft het investerend onderwijsinstellingen in de regio) vermogen om hier zelf actie op te elkaar vinden. Deze samenwerking ondernemen. kan geïntensiveerd worden. Zo blijkt uit de enquête dat de meeste respondenten vinden dat de economische groei gestimuleerd moet worden door ‘het verbeteren van de samenwerking van overheid, bedrijfsleven en onderwijs’. Voor de lokale economie zal het erg goed zijn als deze samenwerking zich verder ontwikkelt. Het samenwerken van de drie ondernemersverenigingen is daarin wellicht een eerste stap.

Een gezamenlijk thema, een gezamenlijke stip op de horizon om als drie o’s de schouders onder te zetten kan de samenwerking naar het ‘increased innovation model’ brengen. Als de drie o’s een concreet doel voor ogen hebben, zoals een duurzame of zelfs energieneutrale gemeente of economie, kunnen de partijen daar concrete acties aan verbinden. Bedrijfsleven en overheid werken samen om de ontwikkeling te bevorderen. Samen wordt dan de verantwoordelijkheid gedragen om dit doel te bereiken. Gedeelde verantwoordelijkheid betekent dan vaak ook gedeelde financiering. Alle drie de o’s zullen investeringsmiddelen (tijd, geld) beschikbaar moeten stellen. Duurzaamheid als thema biedt diverse aanknopingspunten: de haven van Maasbracht is gelegen aan en onderdeel van een druk bevaren waterweg in het zuiden van Nederland. De ontwikkeling van een Clean Energy Hub (CHE) biedt dan ook goede kansen voor het realiseren van meer duurzaamheid door in te zetten op alternatieve brandstoffen en een groen tankstation voor de binnenvaart. Essentie is, dat overheden, kennisinstellingen en bedrijven in een triple helix verbanden samen beleid ontwikkelen, doordat er interactie plaatsvindt.

Partijen werken samen om een infrastructuur te ontwikkelen waarin alle partijen (inclusief werkgevers en werknemers) op optimale manier kennis kunnen ontwikkelen; om een optimaal ondernemersklimaat te scheppen met ruimte voor innovatie en om kennisuitwisseling tussen bedrijfsleven en onderwijs op te zetten (valorisatie van kennis). Daarnaast is het gezamenlijk eenvoudiger om een geschikt vestigingsklimaat te creëren. Gezamenlijk is men beter op de hoogte van de wens van (toekomstige) ondernemers en inwoners en kan men meer bereiken. Ook kunnen er 9

Studiegroep Openbaar Bestuur (2016) ‘Maak Verschil-Krachtig inspelen op regionaal-economische opgaven’

37

gemeenschappelijk doelen opgesteld worden. Zo kan er gezamenlijk ingezet worden op het behoud van voorzieningen in de dorpen of de bouw van voldoende woningen voor de juiste doelgroepen. Als triple helix organisatie zal de gemeente ook meer lobbykracht hebben om bijvoorbeeld te pleiten voor investeringen in bedrijventerreinen bij de provincie. Op deze manier profiteert ook het vestigingsklimaat van een goede triple helix samenwerking. Ook tijdens de interactieve sessie, de kansenversneller, is het onderwerp samenwerking tussen de drie o’s uitvoerig aan bod gekomen. Vooral vanuit het bedrijfsleven is de wens uitgesproken om structureel overleg met de gemeente te voeren om beleid beter aan te laten sluiten bij de daadwerkelijke behoefte en plannen van de ondernemers. Daarnaast kan Maasgouw nog meer aansluiten bij Keyport. Uit de analyse van stuwende sectoren voor Maasgouw, blijkt dat deze goed aansluiten bij de regionale economie als geheel en de speerpunten van Keyport.

38

Mogelijke acties Oprichting van een Economic Board waarin bedrijfsleven (breder MKB), onderwijs en overheid structureel bij elkaar komen in de gemeente om over gezamenlijke ontwikkelingen, uitdagingen en maatregelen te spreken. Doel is om door te pakken en de energie niet te verliezen: Wat is laaghangend fruit waar we nu al de agenda’s voor kunnen trekken? Nieuwe raden en colleges goed inwerken: laat ze in gesprek gaan met ondernemers en neem ze mee naar goede voorbeelden! Gezamenlijke lobby door meerdere wethouders of het college en vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven in Maastricht: in vergelijking met Noord- en Zuid-Limburg blijven de belangen van ML onder de radar bij de provincie Een taskforce die Midden-Limburg koppelt en die actoren met elkaar verbindt, eventueel samen of als aanvulling op SML; Urgentie van samenwerking en investeringen in onderwijs, arbeidsmarkt, ondernemerschap en innovatie inzichtelijk maken, bijvoorbeeld door het breed bespreken en vooral doorgaan met het economisch profiel Betere aansluiting bij bestaande regionale samenwerkingsverbanden zoals SML, Keyport, Euregio, bijv. in vorm van lokale voorbereidingsgroep (eventueel overlap met Economic Board of als expliciet agendapunt daarin) Gemeentelijk aanspreekpunt voor maritiem (watergerelateerde bedrijvigheid) en voor agrifood / landbouw

Betrokkenen Ondernemers, onderwijsinstellingen, gemeente

Trekker Gemeente (in startende fase)

Ondernemers, onderwijsinstellingen, gemeente Ondernemers, gemeente

Gemeente

Ondernemers, onderwijsinstellingen, gemeente Ondernemers, onderwijsinstellingen, gemeente

Economic Board (i.o.)

Ondernemers, onderwijsinstellingen, gemeente

Economic Board (i.o.)

Gemeente

Gemeente

Economic Board (i.o.)

Economic Board (i.o.)

6.3 MARKETING Marketing is van groot belang om zowel bedrijven als de benodigde arbeidskrachten aan te trekken. In Maasgouw speelt echter op dit moment vooral een gebrek aan ruimte om nieuwe bedrijven te kunnen accommoderen, ook is de instroom van mensen in de afgelopen periode positief geweest. Maasgouw wordt steeds bekender als gemeente waar het goed wonen en leven is.

39

Met een grote vervangingsvraag op komst in de komende 10 jaar, een gemiddeld oudere bevolking en krimp (plus ontgroening en vergrijzing) op de loer, wordt de urgentie op de arbeidsmarkt wel groter. Voor Midden-Limburg geldt dat de regio tussen Brainport en Zuid-Limburg nog meer bekendheid kan krijgen. Marketing om de economie naar buiten op de kaart te zetten staat bij Keyport en SML wel op de werkplannen. De goede resultaten die Keyport boekt en het economisch profiel van SML zijn goede startpunten. Vanuit SML klinkt het geluid dat er in de hele regio nog weinig ruimte over is voor het vestigen van nieuwe bedrijven. De economie van Maasgouw kan dan ook profiteren van betere regiomarketing, maar dit zal gerichter en specifieker moeten gebeuren. Maasgouw ligt in een sterke regio en doet daarin economisch volop mee. Meer en gerichte publiciteit van de successen en economische potentie van de regio en de gemeente zal kunnen helpen om het dreigende tekort op de arbeidsmarkt te verhelpen – vooral door in te zetten op het Een bekend voorbeeld is uit Zuid-Limburg (overigens op een grotere schaal dan voor Maasgouw haalbaar is) is de campagne ‘The Bright site of Life’, die Zuid-Limburg sinds 2008 inzet. In de eerste jaren werd met ‘je zal er maar wonen’ de regio breed onder de aandacht gebracht als een vitale en aantrekkelijke regio.

Deze campagne naar buiten toe is gepaard gegaan met een “internal branding”-traject waarmee relevante stakeholders (instellingen, bedrijven, overheden en individuen) zich steeds meer als ambassadeurs van Zuid-Limburg zijn gaan profileren. Dit gezamenlijke verhaal van Zuid-Limburg heeft voor veel meer samenhang en samenwerking in de regio gezorgd. Nieuw aan de campagne eind 2014 waren de vervolgspotjes waarin bedrijven uit de regio hun bedrijf en vacatures onder de aandacht brachten met ‘je zal er maar werken’. Hiermee wordt de nadruk minder gelegd op Zuid-Limburg als aantrekkelijke woonregio, maar ook als plek om te werken.

behouden en terughalen van talent én het voorkomen dat mensen de gemeente uit pendelen voor werk. Elke gemeente heeft in een regio zijn economische functie en profiel. Samen vormen de gemeenten het regionale profiel. Een goede profilering van een gemeente ondersteunt dan ook de regionale profilering. Zorg dat Maasgouw zich profileert als een aantrekkelijke woon- en werkgemeente voor jonge starters met voorzieningen en

Goeree-Overflakkee houdt zich bezig met een actieve marketingcampagne. De gemeente heeft hier in combinatie met ondernemers, maatschappelijke organisaties, inwoners en overige overheden een campagne opgezet waarbij het eiland neergezet wordt als een fijn eiland met fijne voorzieningen om te wonen en te recreëren. Dit wordt onder andere geuit in reclamespotjes op de landelijke tv-zenders, waardoor het kan rekenen op een grotere bekendheid. Om het voor iedereen mogelijk te maken mee te doen aan deze marketing is er een campagnestijl ontwikkeld. Ondernemers kunnen dit logo gebruiken voor hun marketing- en promotieactiviteiten en op hun bedrijfskleding. Er is zelfs een webshop opgericht waar relatiegeschenken en cadeaus met het logo te koop zijn. Dat dit een succesvolle campagne is werd in 2016 bevestigd door het winnen van de Netwerk Citymarketing Award 2016.

40

kwalitatief goede werkgelegenheid. Het voorbeeld van Goeree-Overflakkee laat zien dat het lokale niveau effectief is voor marketingactiviteiten. Voor Maasgouw gaven de deelnemers aan de kansenversneller aan dat er minder in marketing termen moet worden gedacht en meer vanuit de echte kernwaarden en de identiteit van het gebied en de inwoners. Het is duidelijk dat er één thema centraal staat: water is het verbindende element in Maasgouw en moet dan ook het onderwerp worden waar de marketing en communicatie inspanningen zich op gaan richten. In Maasgouw is alles verbonden met water: of het gaat om de (maritieme) maakindustrie of de recreatieve waarde en daarmee de basis voor de sterke toeristische sector. Dat regiobranding-campagnes werken, laat ook onderzoek in de landbouwsector in de regio Brandenburg. Hier is een omzetstijging van 18% in 2 jaar tijd gerealiseerd, vooral doordat de bekendheid van de regio voor potentiële afnemers is gegroeid door een campagne.10 Aantekening is wel dat deze 18% een groei van de omzet is en niet per se van de toegevoegde waarde en het om een relatief kleine steekproef gaat. Het maximale acceleratie-effect in Maasgouw wordt lager ingeschat omdat er nauwelijks nog ruimte is voor nieuwe bedrijvigheid in de huidige structuren (8%).

Bovendien is er voor wat betreft sterke clusters (maritiem, zorg, toerisme en agri) al sprake van goede lokale en regionale ketens – hier is relatief gezien minder winst te halen. Mogelijke acties Actieve promotie van de gemeente: ‘Je zal er maar werken, je zal er maar wonen’. Inzet op actieve en creatieve middelen. Aanhaken bij de marketing die ook al ingezet wordt vanuit Midden-Limburg. Een innovatief idee is om net als bij Amsterdam een geluidswal te creëren, niet met auto’s maar met boten in de etalage aan de A2; Inzet op regiobranding als ‘watergemeente’ naar buiten: zowel qua industrie, werkgelegenheid, recreatie, verkeer, toerisme, beleving, sport,….

Betrokkenen Gemeente, regio (Keyport, SML)

Trekker Gemeente (in startende fase)

Gemeente

Gemeente

6.4 ACQUISITIE EN BEDRIJVENTERREINENBELEID Economische groei en innovatie hoeft niet alleen van onderop uit de eigen gemeente te komen. Stuwende kracht van buiten kan ook een impuls geven aan de gemeente. Keyport, SML en OML werken op regionaal niveau aan acquisitie. Maasgouw heeft hierin een plek als hotspot voor maritieme maakbedrijven. De Nautische boulevard

10

Ossietzky, C. von: ‘Local-motion: Using regional brands as engine for sustainable regional development’ 2014

41

biedt ruimte voor een hele reeks aan watergerelateerde bedrijvigheid: scheepsbouw, toeleverende bedrijven (waaronder metaalbouw, zeilmakers), watersport, recreatie, horeca,… Er is echter weinig ruimte om nog uit te breiden op de boulevard. Ook de overige bedrijventerreinen in de gemeente zitten op of dicht bij de max van hun capaciteit. Tot 2030 lijkt vraag en aanbod in Maasgouw dan ook in balans te zijn, hoewel sommige kernen krapte op de terreinen ervaren. Onder andere voor het toeristische aanbod is er nog nauwelijks ruimte om uit te breiden. Uit de enquête blijkt dat 33% van de respondenten vindt dat het huidige aanbod op de bedrijventerreinen niet toereikend is, maar 16% vindt dat dat wél zo is. Voor de toekomst is het beeld nog slechter: 39% verwacht dat de beschikbare ruimte op de lokale bedrijventerreinen niet zal voldoen aan de vraag. De grootste uitdaging wordt echter niet in de kwantiteit, maar de kwaliteit gezien: voor de verduurzaming van bedrijventerreinen spreken zich 63% van de respondenten uit en 53% zijn voor een betere digitale bereikbaarheid van de terreinen (44% neutraal, 3% tegen / oneens). Door inspanningen die gedaan zijn door ‘Impuls Zeeland’, de regionale ontwikkelingsmaatschappij aldaar, is in 2015 19% van de totale economische groei in Zeeland gerealiseerd door acquisitie.

Maasgouw kan individueel geen grote verandering teweegbrengen, maar zal dit vooral op regionaal niveau moeten doen. Acquisitie op regionaal niveau betekent tegelijk dat potentiële bedrijven ook kunnen kiezen voor locaties buiten de gemeente. Deze ‘concurrentie’ maakt dat inspanningen op dit gebied niet alleen neerkomen bij Maasgouw. Ook zijn er ruimtelijke belemmeringen door gebrek aan geschikte locaties. Voor de gemeente wordt daarom een effect van 6% verwacht. Mogelijke acties Ruimte bieden voor (toeristische) bedrijvigheid en nauwer samenwerken tussen partijen. Toets op wensbaarheid bedrijvigheid en dan doorzetten in vorm van wet- en regelgeving en vergunningen Verduurzaming van bedrijventerreinen aanpakken

Betrokkenen Ondernemers, gemeente

Trekker Gemeente

Gemeente, OML, provincie

OML

6.5 BEREIKBAARHEID EN WOON- EN LEEFKLIMAAT Zowel de fysieke als de digitale bereikbaarheid is van groot belang om de economische ambitie te realiseren. Maasgouw wordt vooral gezien als een heel prettige woongemeente, met veel natuur en ruimte, die echter wel onder druk staat

42

door de mogelijk gevolgen van demografische ontwikkelingen op de leefbaarheid en vitaliteit. Maar ook de bereikbaarheid wordt als goed ervaren – door de ligging aan de A2 (en de A73) en natuurlijk de Maas is de infrastructuur voor logistiek vervoer op orde. Ook de nabijheid van België en Duitsland worden als voordeel ervaren, omdat men hier direct toegang heeft tot grote (afzet)markten. Een specifieke uitdaging doet zich voor in de haven. Met de tijd slibt het havenbekken vol en moet er onderhoud plaatsvinden (baggeren) om de kade voor schepen bereikbaar te houden. Dit is de taak van een havenmeester, op dit moment is dat niet goed geregeld in Maasgouw. De haven is echter substantieel voor een groot deel van de innovatieve bedrijvigheid en deze infrastructuur moet dan ook op orde zijn. Door de kleinschaligheid van de kernen ontbreekt een treinverbinding. Vooral met het oog op aantrekkelijkheid voor jongeren, talenten en eventuele terugkomers is de nietauto gebonden bereikbaarheid een belangrijke factor. Maar ook het aanbod aan beschikbare woonruimte is essentieel. Op dit moment zijn er onvoldoende betaalbare woningen voor starters. Dit is mede een reden dat vooral ouderen naar de gemeente verhuizen, het is er heel goed wonen in een hoger segment. Naast het beschikbare woningaanbod zal de gemeente samen met haar partners moeten inzetten op vitaliteit en bruisende kernen.

De hele regio moet aantrekkelijk blijven, daar hoort goed onderwijs bij, voldoende voorzieningen, een leuk winkelaanbod en goede banen. Vooral in de kleinere kernen dreigt het aanbod te verdwijnen wanneer de krimp de gemeente raakt. Initiatieven zoals de aanpak van de kern van Heel kunnen hier aan bijdragen door gericht te investeren in de vitaliteit van de kernen. Maasgouw heeft een aantal bedrijven die (tijdelijke) werknemers uit het buitenland halen, als seizoenskrachten of als kenniswerkers. Een deel van deze werknemers is in de gemeente gehuisvest, maar een niet nader te specificeren deel zal ook over de grens in Duitsland gehuisvest zijn. Een optimale digitale en fysieke infrastructuur en een passend voorzieningenaanbod levert naar verwachting een extra bijdrage van 12% van de opgave.

43

Mogelijke acties Actief beleid op betaalbare woningen voor starters Gerichte en integrale aanpak van kernen conform voorbeeld van Heel. Visie op detailhandel, winkelaanbod, vitaliteit in de kern. Hoe maak je het dorp aantrekkelijk en creëer je voldoende winkelaanbod Huisvesting en inburgeringscursussen en trainingen goed regelen om voldoende internationale werknemers aan te blijven trekken.

Betrokkenen Gemeente, regio (SML) Gemeente, ondernemers

Trekker Gemeente

Gemeente, ondernemers

Gemeente

Gemeente

6.6 ONDERWIJS EN ARBEIDSMARKT Een van de grootste uitdagingen voor de arbeidsmarkt is de komende jaren voldoende personeel te vinden, op alle niveaus, zo is de ervaring bij ondernemers in de gemeente. Verder wordt een tekort in technisch opgeleid personeel op vrijwel alle niveaus verwacht. Ondernemers zien dat er in de volle breedte onvoldoende werknemers en talenten zijn. Keyport heeft het thema arbeidsmarktoptimalisatie als een van de speerpunten benoemd en werkt in tal van projecten om het onderwijs beter aan te laten sluiten op de arbeidsmarkt. De inspanningen die Keyport doet komen ook ten goede aan Maasgouw. Het tekort aan technisch personeel Inspelen op nieuwe vormen van heeft ook landelijk de aandacht. Dit lesgeven, zoals op locatie bij bedrijven. wordt onder andere gedaan middels Omschrijving: Bedrijven zetten steeds het techniekpact, bedoeld om het meer in op een leven lang leren en hier onderwijs en de arbeidsmarkt voor liggen kansen voor onderwijsinstellingen technisch opgeleid personeel beter op met teruglopende leerlingenaantallen. In elkaar aan te laten sluiten. De ambitie de toekomst (over drie á vier jaar) gaan vanuit het landelijke techniekpact is om docenten niet alleen op scholen lesgeven, een groei van de keuze voor maar gaan zij ook langs bij bedrijven om technische profielen in havo en vwo daar lessen te verzorgen. Hierbij is van 55% te realiseren.

Talentbehoud samenwerking tussen onderwijs, voor de techniek begint volgens velen ondernemers en overheid belangrijk. al in het (basis)onderwijs. Op het niveau van Midden-Limburg en de provincie Limburg bestaan er diverse initiatieven die hier ook mee bezig zijn. Het project Onderwijsinfrastructuur Techniekketen 2020 en Noord-Limburg heeft als doel het verhogen van de instroom binnen het technisch onderwijs op alle niveaus, om dit technisch onderwijs te kunnen blijven aanbieden in de regio en daarmee de Limburgse arbeidsmarkt te kunnen blijven bedienen. De resultaten zijn al zeer positief,

44

zowel op de middelbare school als in het MBO en HBO kiezen meer leerlingen voor de technische richting. Een voorbeeld van investering in een goed imago van bepaalde sectoren bij basisschoolleerlingen is het Make Tech Platform: circa 45 bedrijven en 40 basisscholen nemen deel aan het platform dat gericht is op samenwerking en het uitwisselen van kennis tussen maakbedrijven in de regio en de verbetering van het imago van de maakindustrie bij jong talent. Jaarlijks worden circa 80.000 leerlingen bereikt en neemt het aantal studenten in technische opleidingen toe. De triple helix partners geven aan dat Maasgouw zich verder kan ontwikkelen en zich kan onderscheiden in de link tussen de maritieme maaksector en het onderwijs. Voor een technische opleiding moeten leerlingen nu naar Roermond of naar Maaseik (in België). Grote kansen liggen er in het beter met elkaar koppelen van onderwijs en praktijk – het bedrijfsleven in de maritieme cluster staat klaar om praktijklessen aan te bieden, voor stageplekken te zorgen of om leerlingen te ontvangen en in een bijbaan mee te laten werken. Ook in het primaire onderwijs kunnen bijvoorbeeld bedrijfsbezoeken aan industriële ondernemers een prominentere plek krijgen.

Belangrijk is dat de gemeente niet alleen kijkt naar de nieuwe instromers op de arbeidsmarkt, maar ook naar mensen die reeds actief zijn en middels scholing wellicht een stap willen maken of mensen die geen baan hebben, maar wel willen werken. De grote vervangingsvraag die op komst is veroorzaakt de komende jaren een forse vraag naar nieuw personeel in de gemeente. Dit kan gedeeltelijk opgevangen worden met nieuwe uitstromers vanuit het onderwijs, maar ook door het om-, her- of bijscholen van personen die al actief zijn (geweest) op de arbeidsmarkt. Als de arbeidsparticipatie in Maasgouw stijgt naar 75%, de streefwaarde van Keyport, dan betekent dit dat circa 1.000 mensen uit de gemeente die nu niet werkzaam zijn de arbeidsmarkt instromen. Meer passende arbeidsplaatsen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt moeten dan gecreëerd worden, maar zeker in de toerisme sector of in de zorg zijn er kansen. Daarnaast is er veel te winnen door de arbeidspendel de gemeente uit af te vlakken: als meer mensen binnen de eigen gemeente passend werk vinden, kan dit een boost geven aan de lokale economie. Daarvoor dient het aanbod bij de vraag aan te sluiten en er voldoende bekendheid te zijn met de lokale bedrijven.

Ook uit de enquête blijkt dat het merendeel van de respondenten vindt dat om de tekorten op de arbeidsmarkt op te lossen, men vooral moet gaan inzetten op een betere aansluiting van onderwijs en arbeidsmarkt. Een concreet idee dat genoemd werd tijdens de interviews is het opzetten van een beroepencampus. Het gaat dan om een fysieke locatie waar verschillende onderwijsinstellingen bij elkaar komen in een soort campus. MBO, HBO en voortgezet onderwijs maken dan samen gebruik van een aantal gedeelde ruimtes op één locatie, waarbij ook het bedrijfsleven is aangehaakt. Dit hoeft geen zelfstandige onderwijslocatie te zijn maar kan ingericht worden als verzamelpunt van dependances van het bestaande onderwijsaanbod, gecombineerd in Maasgouw.

45

Een bijzondere uitdaging is het om vooral de mensen te verleiden die nieuw in de gemeente Maasgouw zijn gaan wonen. Veelal wordt Maasgouw op dit moment gekozen als woongemeente, de uitdaging is om (een deel van) deze doelgroep een passende baan binnen de gemeente te kunnen bieden. Dit draagt enerzijds bij aan de economische ontwikkeling maar verhoogt ook de kans dat mensen in Maasgouw blijven wonen en eventuele kinderen ook een band met de gemeente krijgen. Tevens bevordert het de vitaliteit en leefbaarheid in de kernen. Van arbeidsmigranten zijn landelijke cijfers bekend dat circa 25% van mensen die tijdelijk naar Nederland komen, langdurig blijven. Na een periode van 3 à 5 jaar oriënteren deze voormalige arbeidsmigranten zich op de lokale woningmarkt, de bredere arbeidsmarkt en maken zij gebruik van het onderwijsaanbod (voor om-, her- en bijscholing, voor taalcursussen of voor de kinderen). Trajecten voor om-, her- en bijscholing kunnen in samenwerking met onderwijsinstellingen worden aangeboden. Samenwerking met regionaal MBO, bijvoorbeeld de Gilde Opleidingen, is van belang. Tegelijkertijd dient er dan wel voldoende vraag te zijn vanuit het bedrijfsleven en/of de overheid (in het geval van toeleiding naar werk). Alleen al in de maritieme maaksector in Maasgouw zijn er drie bedrijven die een zodanige vraag hebben dat ze zelf investeren in het opleiden van mensen.

Hierbij staan dan niet de startkwalificaties voorop maar vooral de beschikbaarheid en de motivatie. Om de mobiliteit van de beroepsbevolking te verhogen zou een arbeidspool tussen bedrijven met vergelijkbare productieprocessen een mogelijkheid zijn. Dit vraagt zeer goede samenwerking op regionaal niveau, en ook een goede afstemming en duidelijke afspraken. Doorlopende leerlijnen kunnen zich ook uitstrekken buiten Maasgouw, zeker ook tot in België. Het effect van de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt op het maximale groeiscenario is hoog ingeschat, omdat hier nog veel rendement te halen valt ten opzichte van de status quo. Wel betekent nú opleiden dat de arbeidsmarkt pas op een later moment echt profiteert van deze maatregel. In H5 is een inschatting gemaakt hoeveel talenten voor de gemeente behouden kunnen blijven, namelijk circa 1.500. Dit is maar liefst 42% van de opgave. Het effect op de economie wordt geschat op 20%, omdat starters nog niet op volle kracht bijdragen aan de economie.

46

Mogelijke acties Werk maken van een aanpak voor meer talenten behouden in de regio door betere aansluiting opleiding en werk: smalle coalities per sector. Met een aantal bedrijven om tafel en dan samen met onderwijsinstellingen concrete projecten en leerlijnen bedenken die aansluiten bij wat de praktijk vraagt en die jongeren aanspreken en enthousiasmeren. Samenwerking met Duitse en Belgische partners voor het aanbieden van stageplekken Uitzoeken mogelijkheden voor inrichting van een regionale talentenpool waarin werknemers flexibel gedeeld worden tussen bedrijven. Goede afspraken nodig Koppelen aanbod eigen bedrijfsscholen, aanvullende opleidingen aanbieden. Werken aan een praktijkgerichte opleiding waarbij ook gebruik gemaakt wordt van middelbaar onderwijs in Roermond. Eventueel werken met gastdocenten en praktijkervaring bij de bedrijven

Betrokkenen Gemeente, regio (Keyport), ondernemers, onderwijs

Trekker Ondernemers

Gemeente, ondernemers, onderwijs, euregio Ondernemers, onderwijsinstellingen

Ondernemers

Ondernemers, onderwijsinstellingen

Ondernemers

Ondernemers

6.7 VERSTERKEN INNOVATIEF VERMOGEN EN KETENDICHTHEID Het innovatief vermogen is het lerende effect dat Research & Development in zich heeft en het durven delen van ideeën, ook wel open innovatie genoemd. Met ketendichtheid worden de (nauwe) relaties (m.n. als toeleveranciers en afnemers) tussen het MKB met grote bedrijven, kennisinstellingen en met andere MKB. Het doel van het versterken van het innovatief vermogen en de ketendichtheid is om te komen tot een sluitende keten in de regio die van kennis, naar kunde, naar kassa leidt. Als het gaat om het versterken van de ketendichtheid dan heeft het verbeteren van de relatie tussen MKB en grootbedrijf (eventueel gevestigd buiten de regio) een positief effect op zowel MKB (meer toegang tot innovatie, leidt ook tot management- en organisatieverandering, efficiëntieverbetering) als op het grootbedrijf (bijvoorbeeld door de afhankelijkheid van één aanleverende partij te verminderen). Ook het verbeteren van de toegang van MKB-bedrijven tot kennis is erg belangrijk in het innovatieproces. De toegang tot kennis is op zichzelf al een leerproces: door de kennis die individuele medewerkers opdoen zal het leer- en absorptieproces ervoor zorgen dat R&D meer opbrengt. Wanneer er sprake is van een nauwere keten kunnen Mkb’ers hun innovaties ook weer makkelijker vermarkten, ze kennen immers hun potentiële klanten.

Dat is uiteindelijk de laatste stap naar ‘kassa’. De grootste winst is

47

wellicht te halen in samenwerking en een open innovatiesysteem tussen Mkb’ers onderling. Limburg heeft met het Keyport-project de Limburgse Versnellingstafels, een zeer sterk instrument in handen om het innovatief vermogen in het MKB te versterken en een open innovatie systeem te creëren. Ook het MKB in Maasgouw kan hier aan meedoen. Tijdens een Versnellingstafel pitcht een Mkb’er een idee, waar andere ondernemers vervolgens op kunnen inhaken om het idee (samen) te versterken of verder te brengen. Omdat Maasgouw zelf geen mbo of andere kennisinstellingen heeft, moet het voor het verbinden van kennis aan kunde en kassa zich op regionaal niveau begeven. Op regionaal en landelijk niveau zijn er veel kennisinstellingen waar Maasgouw structureel op kan aansluiten, zoals Wageningen University, TU Delft, TU Eindhoven en Brainport, HAS, FONTYS, Maastricht University en Medisch Centrum. Voor maximale innovatie zal er (dus) niet alleen binnen de regio Midden-Limburg moeten worden gekeken, maar is minstens het niveau van Brainport Network nodig. De agrisector is in Maasgouw beperkt en moet dan ook onderdeel uitmaken van een regionale cluster – aansluiting kan vooral worden gezocht met Venlo (Brightlands Campus) en Agripolis in België. Wanneer bedrijven meer met elkaar in contact komen en samenwerken, biedt dit kansen voor groei.

Samenwerken, in de vorm van een door de overheid en universiteit gestart programma voor MKB, heeft voor 114 op hun potentie geselecteerde bedrijven een extra groei van 19 procentpunt per jaar gebracht in vergelijking met bedrijven die niet deelnamen11. Een ander onderzoek heeft aangetoond dat het functioneren in een collectieve samenwerking van 200 kleine bedrijven voor 70% van de bedrijven zorgt voor een extra groei in termen van omzet en omvang 12. In de Brainport regio heeft een uitgave van 2% van het totale BRP aan R&D geleid tot een omzet van 23% in vernieuwende producten. In Maasgouw is sinds begin van de corona crisis gesignaleerd dat er een beweging ontstaat richting meer en sterkere korte ketens. Omdat de internationale handel getroffen werd door logistieke problemen zijn regionale waardeketens ontstaan die in de komende periode verder kunnen worden uitgebreid. De inschatting is dat investeringen op regionaal niveau in beperktere mate op lokaal niveau effect hebben. Voor Maasgouw wordt het effect daarom op 14% geschat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Maasgouw&id=4067b156-c017-4308-8dfa-f9c5ed7e818f