Bijlage 5 Onderzoek niet gesprongen explosieven
Tekst van het document
4
BHIC Den Bosch toeg.nr.1085 inv.nr. 799 Wederopbouw oorlogsschade in Noord-Brabant NIMH, Coll. nr. 420, inv. nr. 21 Vaals t/m Vuren 6 BHIC Den Bosch, toeg.nr.011, inv.nr.1332 Stukken betreffende de luchtbescherming, 1938-1946 7 NIOD toeg. nr. 077 inv. nr. 1328. 8 NIOD toeg. nr. 077 inv. nr. 1328. 9 NIOD toeg. nr. 077 inv. nr. 1328. 10 NIOD toeg. nr. 077 inv. nr. 1328. 11 NIOD, toeg. nr. 077, inv. nr. 1328. 12 NIOD, toeg. nr. 077, inv. nr. 1328. 13 G.J. Zwanenburg, En nooit was het stil…Kroniek van een Luchtoorlog I (z.p. z.j.), 343. 5
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
25
4 september 1941 Overdag crashte een Dornier Do 217 van 4./KG2 in het Engelense Gat. 14 [Buiten onderzoeksgebied] 22 september 1943 Een Duits Bf 109 jachtvliegtuig van het 4./JG 3 maakte een noodlanding ten westen van Den Bosch, na te zijn beschoten door een of meer geallieerde vliegtuigen.15 [Locatie onbekend] 31 mei 1944 Door het verzet werd geconstateerd dat in Vlijmen geen bezetting, geen verdedigingswerken aanwezig waren.16 [Historische context] 16-17 juni 1944 Een Britse Lancaster bommenwerper van 550 Squadron stortte omstreeks 02:00 uur neer in Haarsteeg, de Hoeven.17 Een Engels viermotorig vliegtuig kwam volgens getuigen neer in de Nieuwkuijkse Hoeven en verwoestte daar door brand en ontploffing een twintigtal huizen.18 [Buiten onderzoeksgebied] 28 augustus 1944 In de nacht van 28 op 29 augustus 1944 is om 23.30 uur in weide bij de steenoven in de Henriëttewaard bij Engelen een Britse Handley Page Halifax bommenwerper van 161 Squadron neergestort. Het vliegtuig was neergeschoten door 20 mm granaten.19 De Halifax was om 21.50 uur opgestegen en had onder andere drie agenten van het Bureau Bijzondere Opdrachten (BBO) aan boord. Dit was de Nederlandse geheime dienst die tijdens de oorlog was opgericht door de Nederlandse regering in Londen. Twee van deze agenten wisten te ontkomen en één agent werd zwaargewond gevangengenomen.
Twee andere bemanningsleden overleefden de crash niet. 20 Het vliegtuig kwam in het zogenaamde “Kleine Poldertje’’, tussen het Henriëttekanaal en de Oude Diezen, neer. Het vliegtuig was in tweeën gebroken en stond gedeeltelijk in brand. In het vliegtuig bevonden zich meerdere kisten met artikelen voor sabotagedoeleinden. Verder lagen alle mogelijke voorwerpen en onderdelen van het vliegtuig over het terrein verspreid. Het toestel kwam neer op de weide ‘De Steenoven’ in de Henriëttewaard bij Engelen. 21 [Buiten onderzoeksgebied] 3.5
BEVRIJDINGSJAAR 1944-1945 Het bevrijdingsjaar voor Nederland startte vanaf september 1944. Geallieerde grondtroepen staken vanuit België de Nederlands grens over in Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. Halverwege september 1944 vond Operation Market Garden plaats. Dit ambitieuze plan van de geallieerde bevelhebber Montgomery moest ervoor zorgen dat de bruggen tussen Eindhoven en Arnhem door luchtlandingstroepen bezet zouden worden om vervolgens door geallieerde grondtroepen te worden ‘bevrijd’. Als dit plan zou slagen dan zouden geallieerde eenheden voor kerst 1944 Berlijn al hebben veroverd. Operation Market Garden werd een fiasco en NoordBrabant, Limburg, Zeeland en Gelderland werden frontgebied voor maanden waar zware (grond)gevechten plaatsvonden in combinatie met artilleriebeschietingen en bombardementen. Oktober 1944 Tussen ’s-Hertogenbosch en de Maas bij Hedel stond Duitse artillerie opgesteld. De Britse troepen die de stad Den Bosch moesten bevrijden ondervonden hier veel hinder van. 22 [Historische context]
14
www.verliesregister.nl, crash T1245 SGLO R0636. Zwanenburg, En nooit was het stil… II, 86 geeft aan dat het om een noodlanding ging. 16 NIOD, toeg.nr. 190A Groep Albrecht, inv. nr, 24 17 www.verliesregister.nl, crash T3812 18 SALHA, toeg.nr. 240, inv.nr. 891. 19 T3958, https://verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl. 20 Zwanenburg Deel II (1991-1993), 91. 21 BHIC Den Bosch, toeg. nr.011, inv.nr.1332 Stukken betreffende de luchtbescherming, 1938-1946 22 Klep en Schoenmaker (1995), 216. 15
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
26
Het veerhuis van Bokhoven werd zwaar getroffen door (Duits) artillerievuur.23 [RAP_441000A] Vanuit Vlijmen werden geallieerde pantserwagens en kanonnen naar Bokhoven vervoerd. Vanuit Bokhoven werd naar de overkant van de Maas geschoten, waar de Duitse troepen nog steeds standhielden. Door de Duitse troepen werd eveneens teruggevuurd, waardoor diverse boerderijen in Bokhoven in brand raakten.24 [RAP_441000B] Na het mislukken van Operation Market Garden startten de geallieerden met Operation Pheasant. Deze operatie werd opgezet en uitgevoerd om het gedeelte van Noord-Brabant ten westen van Den Bosch te bevrijden van de Duitse troepen. Nadat Den Bosch op 27 oktober 1944 was bevrijd, wilde de Britse generaal Ross oprukken naar de Moerdijkbruggen. Om de terugtrekkende Duitse troepen de pas af te snijden, probeerde de Welsh Division naar Heusden te gaan. Zij kozen ervoor om via de Engelenseweg naar Engelen te gaan en daarna vanuit Bokhoven naar Hedikhuizen/Herpt. De brug over de Bossche Sloot was echter opgeblazen, waardoor de opmars vertraagde. Hierdoor konden de Duitse soldaten bij Heusden de Maas oversteken. 25 [Historische context] Ondanks dat de Duitse troepen terugtrokken, verweerden zij zich kranig. Met artillerie beschoten zij de gebieden die zij verlieten. Zo vielen er na de bevrijding tot april toch nog Duitse artilleriegranaten in Den Bosch en in Vught.
26 [Locatie onbekend] Vlijmen werd door de geallieerde troepen onder vuur genomen met 25 ponders. Ze bestookten Vlijmen met Shermantanks vanuit Hogerheide, tussen Giersbergen en Cromvoirt, met als doelwit de watertoren en de kerk.27 [Buiten onderzoeksgebied] Oktober 1944 tot en met mei 1945 Er werd schade aangericht aan Akkerseweg 3 (oud: B148b) in Hedel, bewoond door de heer P. Feteris. De schade werd in de periode oktober 1944 tot en met mei 1945 aangericht. De oorzaak van de schade is onbekend.28 [Buiten onderzoeksgebied] Er werd schade aangericht aan het woonhuis met winkel, kantoor en magazijn aan het Hondsnest in Hedel, bezit van C. v.d. Bogert. De schade werd aangericht in de periode september 1944 tot en met mei 1945. De oorzaak van de schade is onbekend. 29 [Locatie onbekend] Er werd schade aangericht aan het woonhuis met opslagplaats, aan de Hondneststraat in Hedel, bezit van L.M. van de Berk-van Diessen. De schade werd aangericht in de periode november 1944 tot en met mei 1945. De oorzaak van de schade is onbekend. 30 [Buiten onderzoeksgebied] Er werd schade aangericht aan het woonhuis, aan de Hondneststraat in Hedel, bezit van M.A. Feteris. De schade werd aangericht in de periode september 1944 tot en met mei 1945. De oorzaak van de schade is onbekend. 31 [Buiten onderzoeksgebied] Er werd schade aangericht aan het woonhuis, aan de Korenstraat in Hedel, bezit van G.
van Loon. De schade werd aangericht in december 1944. De oorzaak van de schade is onbekend. 32 [Buiten onderzoeksgebied]
23
Hoogbergen (2008), 296. Sikkers (2001), 23. 25 K. van den Oord & M. Berens ‘Engelen van 1922 tot heden’ in: J. Biemans, H. Geerts, R. Gruben & M. Sturm-Vos, (reds.) Engelen grensdorp aan de Dieze (Engelen 2011), 217. 26 Brabants Historisch Informatie Centrum toeg. nr. 1591 Documentatie Vught inv. nr. 473 herinneringen aan en over de Tweede Wereldoorlog opgetekend door: een anonieme verpleger uit Voorburg, fam. Otten (Erp), fam. Tholen, mevr. Verhees (Den Bosch), mevr. Vogel-Koets en anderen/H. Buskens. 27 Gemeentearchief Waalwijk, toeg. nr. 1126, inv.nr. 447, ooggetuigenverslag T.J. Brouwers. 28 Toeg. nr. 3159, inv. nr. 2598. 29 Toeg. nr. 3159, inv. nr. 2598. 30 Toeg. nr. 3159, inv. nr. 2598. 31 Toeg. nr. 3159, inv. nr. 2598. 32 Toeg. nr. 3159, inv. nr. 2598. 24
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
27
Er werd schade aangericht aan het woonhuis, aan de Korenstraat in Hedel, bezit van J. Huys. De schade werd aangericht in de periode van september 1944 tot en met mei 1945. De oorzaak van de schade is onbekend.33 [Buiten onderzoeksgebied] Er werd schade aangericht aan het woonhuis, aan de Korenstraat in Hedel, bezit van J. Plugers. De schade werd aangericht in de periode van oktober 1944 tot en met mei 1945. De oorzaak van de schade is onbekend.34 [Buiten onderzoeksgebied] Er werd schade aangericht aan het woonhuis, aan de Korenstraat in Hedel, bezit van W. van de Bogert. De schade werd aangericht in de periode van oktober 1944 tot en met mei 1945. De oorzaak van de schade is onbekend. 35 [Buiten onderzoeksgebied] Er werd schade aangericht aan het woonhuis, aan de Korenstraat in Hedel, bezit van Ch. Quik. De schade werd aangericht in de periode van oktober 1944 tot en met mei 1945. De oorzaak van de schade is onbekend.36 [Buiten onderzoeksgebied] Er werd schade aangericht aan het woonhuis, aan de Korenstraat in Hedel, bezit van A. Stuvers. De schade werd aangericht in de periode van oktober 1944 tot en met mei 1945. De oorzaak van de schade is onbekend.37 [Buiten onderzoeksgebied] Er werd schade aangericht aan het woonhuis, aan de Maasdijk in Hedel, bezit van J. van Maastricht. De schade werd aangericht in de periode van oktober 1944 tot en met mei 1945.
De oorzaak van de schade is onbekend.38 [Locatie onbekend] Er werd schade aangericht aan het woonhuis, aan de landbouwopstallen Maasdijk (Polder Hedel) in Hedel, bezit van weduwe N. van de Anker-Wijnstekers. De schade werd aangericht in de periode van oktober 1944 tot en met mei 1945. De oorzaak van de schade is onbekend. 39 [Locatie onbekend] Het brandspuithuisje in Bokhoven, in de gemeente Engelen, raakte ernstig beschadigd door oorlogshandelingen in de winter van 1944/1945. Het dak, deuren en ramen waren totaal vernield en de muren waren overal gescheurd. De exacte locatie van het huisje is onbekend. 40 [Locatie onbekend] Gemeentewegen in Bokhoven raakten beschadigd door voltreffers en zwaar oorlogsverkeer in de winter van 1944/1945. De volgende straten raakten zwaar beschadigd door granaatvuur. • Het Eind [Locatie onbekend] • De Driekoningenstraat [Locatie onbekend] • Schoolstraat [Locatie onbekend] • Haarsteeg [Buiten onderzoeksgebied] • De Kaag was door granaattrechters en zwaar oorlogsverkeer geheel vernield. 41 [Locatie onbekend] 25 oktober 1944 Er vielen granaten op Vlijmen.42 [Locatie onbekend]
33
Toeg. nr. 3159, inv. nr. 2598. Toeg. nr. 3159, inv. nr. 2598. 35 Toeg. nr. 3159, inv. nr. 2598. 36 Toeg. nr. 3159, inv. nr. 2598. 37 Toeg. nr. 3159, inv. nr. 2598. 38 Toeg. nr. 3159, inv. nr. 2599. 39 Toeg. nr. 3159, inv. nr. 2599. 40 BHIC, toeg. nr. 11, inv. nr. 4. 41 BHIC, toeg. nr. 11, inv. nr. 4. 42 Vlijmen in de Tweede Wereldoorlog, Brabant bevrijd 34
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
28
29/30 oktober 1944 Tussen 19.15 en 22.16 uur werden dertig Britse Mosquito bommenwerpers uitgestuurd om aanvallen uit te voeren op vijandelijke troepenbewegingen in de gebieden Rotterdam, Deventer, Düsseldorf en Hedel.43 [Locatie onbekend] 4 november 1944 De geallieerden namen Drunen, Nieuwkuijk en Vlijmen onder vuur met 25-ponders, terwijl de Sherman tanks Vlijmen bestookten vanuit Hogeheide tussen Giersbergen en Cromvoirt, met als doelwit de watertoren en de kerk.44 [Locatie onbekend] 5 november 1944 Vanaf 5 november 1944 vond Operation Guy Fawkes plaats waarbij de 51st Highland Division het Duitse bruggenhoofd ten westen van ’s-Hertogenbosch opruimde.45 Om 05.15 uur bereikte 5-7 Battalion Gordon Highlanders positie E.259474. Om 11.30 uur bereikte de 144 Regiment Royal Armoured Corps Bokhoven, dat vrij van vijanden was. Om 13.15 uur werd een patrouille van 153 Brigade naar Engelen gezonden. Om 18.00 uur werd het operatiegebied van de 153 Brigade vrij van vijanden verklaard. 46 [Historische context] Omstreeks 10.00 uur arriveerden de eerste geallieerde troepen in Bokhoven. 47 Het dorp kwam vanaf dit moment onder Duits artillerievuur uit de Bommelerwaard te liggen. De bevolking van Bokhoven werd om deze reden geëvacueerd.48 [RAP_441105A] In Bokhoven werden 32 panden door oorlogsgeweld vernield.
49 De meeste panden werden getroffen door (artillerie)granaatvuur.50 [Locatie onbekend] De gemeente Engelen werd bevrijd door de geallieerden. Het in de gemeente Engelen gelegen plaatsje Bokhoven werd daarna echter bestookt door Duits artillerievuur uit de Bommelerwaard. De militaire autoriteit dwong de bevolking te evacueren en op 26 december 1944 moesten ook de inwoners van Engelen hun huizen verlaten, omdat granaten in en rond het dorp vielen. 51 In de polders bij Engelen waren overal kraters ontstaan door granaten en bommen. 52 Door de moeizame opmars werden er tussen Waalwijk en Den Bosch veel verwoestingen aangericht, vooral door artilleriebeschietingen.53 Op 5 november 1944 werd de gemeente Engelen bevrijd.54 [RAP_441105A] 9 november 1944 Op 9 november 1944 waren West- en Midden-Brabant ten zuiden van de Maas bevrijd. Alleen bij Hedel bestond nog een Duits bruggenhoofd. Het front in deze sector was bevroren, de geallieerde troepen maakten geen aanstalten door te stoten naar het noorden en de Duitse troepen stuurden af en toe een patrouille naar het zuiden om plaagstoten uit te delen en schoten met granaten. Ook zij maakten echter geen aanstalten om het gebied terug te winnen. 55 [Historische context]
43
Zwanenburg Deel II (1991-1993), 427. Gemeentearchief Waalwijk, toeg. nr. 1126, inv.nr. 447, ooggetuigenverslag T.J. Brouwers. 45 Didden & Swarts, Autumn Gale, pag 429 46 TNA Londen, WO171/529 War Diary 51st Highland Division, October-December 1944 47 Hoogbergen (2008), 295. 48 De Bie (2000), 53-61. 49 SADB, toeg.nr.011 inv.nr.209 Afbraak en puinruiming van een 30-tal door oorlogsgeweld verwoeste woningen en boerderijen, 1945-1949 50 SADB, toeg.nr.011 inv.nr. 494 Verzameldossier met stukken betreffende verzoeken tot verlening van financiële ondersteuning van oorlogsslachtoffers voor het herstel of herbouw van door oorlogsschade getroffen gebouwd onroerend goed gelegen in de gemeente Engelen en uitgevoerd door het Ministerie van Openbare Werken en Wederopbouw, 1946-1953 51 Stadsarchief Den Bosch toeg. nr. 11 Archief gemeente Engelen 1946-1971 inv. nr. 4 Bijzondere feiten, gebeurtenissen en situaties als gevolg van handelingen tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 en B. de Bie, Tussen Dieze en de Meer. Vertellingen over Engelen van vroeger en nu (Engelen 20013), 53. 52 Bie, Tussen Dieze en de Meer 57. 53 Ch. Klep, & B. Schoenmaker (reds.), Oorlog op de flank. De bevrijding van Nederland 1944-1945 (Den Haag 1995), 219.
54 SADB, toeg.nr.011 inv.nr.4 Bijzondere feiten, gebeurtenissen en situaties als gevolg van handelingen tijdens de oorlogsjaren, 1945-1959 55 Bollen en Vroemen (1993), 44. 44
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
29
21 december 1944 Een Duits V.1 (Vliegende Bom) stortte neer op de woning van de familie De Gouw aan de Vlijmensedijk. Er vielen veertien doden en vijftien woningen werden totaal verwoest. 56 [RAP_441221A] 2 januari 1945 Een V.1 kwam neer op Vlijmen.57 [RAP_450102A] 12 februari 1945 Om 10.15 uur kwam een V.1 neer op de eendenkooi te Vlijmen (achter de Hut) en ontplofte enkele meters boven de grond. Er was slechts weinig glasschade. 58 Er zijn meerdere ‘eendenkooien’ in de omgeving van Vlijmen. Het is niet bekend welke eendenkooi werd bedoeld. [Locatie onbekend] 14 februari 1945 Een Duits V.1 kwam neer op de Pastorie in de Pastoriestraat in Vlijmen. Het gebouw werd verwoest en negen omringende huizen liepen zware schade op. Twee burgers raakten zwaargewond en negen licht.59 Om 12.20 uur kwam een V-1 aan de Pastoriestraat te Vlijmen neer.60 [RAP_450214A] 23 februari 1945 Om 9.35 uur kwam een V.1 neer op de binnenweg in de kleine polder ca. 200 meter buiten de dijk in Vlijmen. Er ontstond een bomkrater van 4 meter doorsnede. Er was veel glasschade. 61 [Locatie onbekend] 4 maart 1945 Om 11:50 uur kwam een V-1 achter Wijk B.210 bij de Haarsteegschestraatweg te Vlijmen neer. Een burger kwam om het leven en drie werden zwaargewond afgevoerd naar het ziekenhuis in Den Bosch.
Dertien woningen werden zo erg beschadigd dat ze niet meer bewoonbaar waren en nog zeven woningen waren middelmatig beschadigd.62 [RAP_450304A] 19 maart 1945 In een brief aan de burgemeester van Den Bosch maakte het gemeentebestuur van Vlijmen bekend dat er op het grondgebied van Den Bosch, op de grens met Vlijmen, nog verschillende mijnen aanwezig waren, onder andere op de kade langs de Bossche Sloot vanaf het Brugje naar de voormalige mestvaalt.63 [Buiten onderzoeksgebied] De burgemeester van Vught berichtte de burgemeester van Vlijmen dat er op het grondgebied van de gemeente Vlijmen, aan de grens, nog verschillende mijnen aanwezig waren. De plaatsen die hij noemde waren Pijnenkamp, Krolskampe en Ruigsteeg. 64 [Locatie onbekend] 28 maart 1945 Twee V.1´s kwamen neer: een bij Vlijmen en een bij Sprang. 65 [Buiten onderzoeksgebied]
56
www.vergeltungswaffen.nl V0166, geraadpleegd op 13 oktober 2014. Didden & Swarts, Strijd, 127. 58 BHIC, toeg. nr. 127, inv. nr. 461 59 BHIC toeg. nr. 127 Militair Gezag in Noord Brabant inv. nr. 211 Rapporten over in januari - maart 1945 in Noord-Brabant neergekomen vliegende bommen V1 en V2. 60 BHIC Den Bosch, toeg.nr.127 inv.nr.211 PMC Rapporten over in januari - maart 1945 in Noord-Brabant neergekomen vliegende bommen V1 en V2, 1945 61 BHIC, toeg. nr. 127, inv. nr. 461 62 BHIC Den Bosch, toeg.nr.127 inv.nr.211 PMC Rapporten over in januari - maart 1945 in Noord-Brabant neergekomen vliegende bommen V1 en V2, 1945. 63 BHIC Den Bosch, toeg.nr.127 inv.nr.307 Mijnen en andere explosieven, 1944 - 1945 64 BHIC toeg. nr. 5131 inv. nr. 1923 meldingen vliegende bommen (V1 en V2) en stukken inzake het melden en opruimen van mijnenvelden en onontplofte projectielen. 65 Didden & Swarts, Provinciestad, 251. 57
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
30
3 april 1945 In de gemeente Hedel is bij de eendenkooi een Brits Auster Aircraft Limited verkenningsvliegtuig neergestort. De oorzaak van de crash is onbekend. 66 [Buiten onderzoeksgebied] 19 april 1945 Op 19 april staken wederom Duitse troepen de Bergsche Maas over en bij Bokhoven en Engelen groeven ze zich in. Een groot aantal granaten werd op de Langstraat afgevuurd. 67 [Locatie onbekend] Op 19 april 1945 loste de Prinses Irenebrigade een Brits legeronderdeel af aan de zuidelijke Maasoever, tussen aan de rechterzijde de spoorbaan Den Bosch-Zaltbommel en aan de linkerzijde verticaal 3. De brigade bestond uit één commandogroep, één verbindingspeloton, vier infanteriepelotons, één groep mortieren van 8, één groep 6 (tp), één sectie tl (wegens gebrek aan Oerlikons uitgerust met vier mitrailleurs), één peloton zware mitrailleurs (Vickers) en nog een aantal onderdelen belast met de aan- en afvoer en verpleging. Er waren drie steunpunten (A, B en C). Bij steunpunt A, Fort Crèvecoeur, waren twee infanteriepelotons opgesteld, bij steunpunt B, Bokhoven, één infanteriepeloton, één groep zware mitrailleurs, één groep mortieren van 8 en één sectie tl en bij steunpunt C, Engelen, de commandogroep, één infanteriepeloton, één groep zware mitrailleurs en groep 6 tp. De taak van de Prinses Irenebrigade was de vijand beletten de Maas over te steken.
Overdag werd er waargenomen en ’s nachts geschoten. 68 [Historische context / Locatie onbekend] Bekend was dat de Duitse troepen talrijke stellingen hadden in de dijken ten noorden van de Maas bij onder andere Hedel. De vijandelijke hoofdmacht lag echter achter de Waal. Daar waren ook de artillerieopstellingen. Uit luchtfoto’s was gebleken dat rondom Hedel en tussen Hedel en Ammerzoden (Kromme Wetering) graafwerkzaamheden hadden plaatsgevonden. Precies ten zuiden van Ammerzoden en ten zuiden van Hedel stonden vijandelijke mitrailleurs opgesteld. 69 [Historische context] Op 19 april 1945 werd om 22.00 uur ten noorden van de Maas een verkenning uitgevoerd. Er werd onderzocht of bij paal 26 een goede plaats was voor de pelotonsboten om aan land te gaan en of er vijandelijke stellingen waren bij de Kromme Wetering. Om 01.00 uur keerden de verkenners terug met het nieuws dat er bij paal 26 inderdaad een geschikte plaats was om aan land te gaan en dat er zich langs de Kromme Wetering wel vijandelijke stellingen bevonden, maar dat deze oud en verlaten waren.70 [Historische context] De eerste dagen werden er geen Duitse militairen aan de noordzijde van de Maas gezien, maar ’s nachts werden vanuit beide zijden enkele schoten gelost.
Door Duitse troepen werd onder andere met Spandau’s en lichtspoormunitie vanaf de dijk bij Ammerzoden op Bokhoven geschoten.71 [Historische context] 20/21 april 1945 In de nacht van 20 op 21 april werden opnieuw verkenningen ten noorden van de Maas uitgevoerd. Het ging nu echter om het tussenliggende gebied bij de Harensestraat en het zuiden van Hedel. Al snel bleek dat er wel overal stellingen gegraven waren, maar dat er geen Duitse troepen aanwezig waren. Het grootste probleem was nu de Maas veilig met de pelotonsboten bereiken. De vijand had de sluizen opgeblazen en omdat het Henriëttekanaal al erg ondiep was zouden de boten mogelijk niet kunnen passeren. Uiteindelijk werden de opgeblazen sluizen gedeeltelijk door de werkploeg weggehaald, zodat de boten konden passeren. 72 [Historische context] 66
T5495, https://verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl. Didden & Swarts, Provinciestad, 256 68 Majoor A. Paessen, ‘De gevechten in de Bommelerwaard op 24 tot en met 27 april 1945’, in: Ons leger 31 (1947), 9 september, p.9-10. 69 NIMH, toeg. nr. 466, inv. nr. 37. 70 NIMH, toeg. nr. 466, inv. nr. 37. 71 Majoor A. Paessen, ‘De gevechten in de Bommelerwaard op 24 tot en met 27 april 1945’, in: Ons leger 31 (1947), 9 september, p.9-10. 72 NIMH, toeg. nr. 466, inv. nr. 37. 67
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
31
22 april 1945 Gevechtsgroep I van de Prinses Irenebrigade onder leiding van A.A. Paessens kreeg order stelling te nemen bij Vlijmen, Engelen en Heusden en verkenningen over de Maas uit te voeren. Ook volgde een order om samen met Commando No. 30 van de Royal Marines op de noordelijke oever van de Maas bij Hedel en Kerkdriel bruggenhoofden te vormen in de nacht van 22 op 23 april 1945. Twee patrouilles onder leiding van W. de Roos en Masthoff verkenden Hedel en omgeving. Luitenant Masthoff trapte hierbij op een mijn en verloor een van zijn benen. 73 [Historische context] Bij Drunen was artillerie opgesteld. Daarnaast was Gevechtsgroep I van de Prinses Irene Brigade in Hedel voorzien van drie pelotonsboten met geruisloze motor en twee Buffalo’s. Eén peloton pionier artilleriesteun van de gevechtsgroep was voorzien van dertig stuks 9 veld en acht stuks 3.7 mitrailleurs. Het plan was om te verzamelen bij Engelen, vanuit daar met de boten door het Henriëttekanaal en aan land te komen bij kl.26, waarna de aanval op Hedel vanuit westelijke richting begonnen kon worden.74 [Historische context] 22/23 april 1945 In de nacht van 22 op 23 april 1945 stak de voorhoede van de Prinses Irenebrigade van gevechtsgroep I met twee infanteriepelotons, luchtdoelgeschut en een commandogroep de Maas over. De vijand was aanvankelijk verrast en er was dan ook bijna geen weerstand.
Gevechtsopstellingen en mijnen op de oprit van de vroegere pontveer werden opgeruimd, zodat Buffalo’s contact konden maken met Hedel. 75 [Historische context] Kort na middernacht werd een bruggenhoofd gevormd (bij paal 26), waarna de rest van gevechtsgroep de oversteek maakte. Hedel werd vanuit het noordwesten genaderd, zodat de vijand in de rug kon worden aangevallen. Een uur later werd Hedel bereikt, de vijandelijke stellingen werden overrompeld en de Duitse troepen gaven zich zonder strijd te leveren over. Aan de oostkant van Hedel verliep de aanval echter minder gunstig. De voorhoede struikelde hier over draden waaraan bellen waren bevestigd. Hierdoor wisten de Duitse troepen dat de vijand naderde. De troepen van de Prinses Irenebrigade die op weg waren gegaan naar Kerkdriel, om daar contact te maken met Britse troepen, stuitten op Duitse troepen. De Duitse troepen lanceerden een tegenaanval, waarop de artillerie van de brigade vanuit Vlijmen de vuren opende en er tevens een mortiergroep werd ingezet. Na een gevecht van een uur trokken de troepen van de Prinses Irenebrigade zich terug op de oude posities. De brigade kreeg order stand te houden. Om dit te bereiken werden antitankgeschut en voertuigen overgebracht naar Hedel. 76 Het is niet duidelijk waar exact CE zijn ingezet tijdens deze gevechten.
[Exacte locaties onbekend] In de nacht van 22 op 23 april 1945 vormde de Prinses Irenebrigade een bruggenhoofd over de Maas bij Hedel. De vorming van dit bruggenhoofd was een voorbereiding op een samen met Britse mariniers uit te voeren aanval op de brug bij Zaltbommel. Toen dit plan echter verviel werd de Prinses Irenebrigade alsnog opgedragen stand te houden.77 [Historische context] De verschillende onderdelen van de Prinses Irene Brigade kregen taken tijdens het oversteken van de Maas in de nacht van 22 op 23 april 1945. De zware mitrailleurs kregen als opdracht vuur ten westen van Hedel richting ‘’De Klotens’’ en op het terrein bij ‘’De Woerd’’ af te geven, de mortieren van 8 om de wegen nabij paal 28 af te sluiten, de artillerie kreeg opdracht om op verschillende punten concentraties af te geven vanaf 24.00 uur (namelijk op ‘’De Woerd’’, paal 28, het station en het viaduct kunstweg Hedel). Na de bezetting van de steunpunten zouden zij afsluitings- en storend vuur afgeven bij de Kromme Wetering, Driesprong van de Harensestraat, het terrein ten noorden van De Woerd, het kruispunt nabij paal 28 en het spoorwegstation van Hedel.78 [Buiten onderzoeksgebied]
73
Bollen en Vroemen (1993), 219. NIMH, toeg. nr. 466, inv. nr. 18. 75 NIMH, toeg. nr. 466, inv. nr. 18. 76 Bollen en Vroemen (1993), 219-220. 77 Klep en Schoenmaker (1995), 309. 78 NIMH, toeg. nr. 466, inv. nr. 37 & Klep en Schoenmaker (1995), 309. 74
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
32
23 april 1945 Omstreeks 12.00 uur was er bij Hedel bedrijvigheid waar te nemen vanuit de noordwestelijke richting. De Duitse troepen waren zich gereed aan het maken om tot de aanval over te gaan. Een groep Duitse militairen drong via de Hooiwegsche straat Hedel binnen. In Hedel werden zij echter door vuur gestopt. Het duurde drie uur om de aanval te stoppen. 79 [Buiten onderzoeksgebied] 23/24 april 1945 In de nacht van 23 op 24 april drong een Duitse patrouille opnieuw Hedel binnen. 80 Dit werd echter geen succes doordat zij ongeorganiseerd waren en te maken hadden met eigen artillerie, mortier- en mitrailleurvuur.81 [Buiten onderzoeksgebied] 24 april 1945 Er vonden vanuit zowel Duitse als geallieerde zijde artillerieaanvallen plaats rondom Hedel. Het Bruggehoofd bij Hedel werd versterkt met twee pelotons infanterie en één peloton zware mitrailleurs. ’s Avonds werd het artillerievuur vanuit Duitse zijde verlegd naar de oostkant van het bruggenhoofd. Vervolgens vielen Duitse troepen bij de kunstweg aan. Daarop werd ook vanuit het zuiden artillerievuur geopend, maar de vijand overrompelde het peloton en drong Hedel weer binnen. De aanval werd tot staan gebracht en er werd een tegenaanval gedaan die lukte. Twee uur later werd opnieuw een vijandelijk peloton, dat op weg was van Ammerzoden naar Hedel, waargenomen.
Zij werden van dichtbij onder vuur genomen en uiteindelijk eveneens overmeesterd.82 Het is niet duidelijk waar exact CE zijn ingezet tijdens deze gevechten. [Exacte locaties onbekend] 25 april 1945 ‘s Morgens volgde opnieuw een Duitse tegenaanval bij Hedel, uitgevoerd door het 1/951 Volks Grenadier Regiment. Er werd mortiervuur afgegeven op paal 28. Er ontstond een gevecht dat om 17.30 uur met een overwinning door de Prinses Irenebrigade eindigde.83 [Buiten onderzoeksgebied] 26 april 1945 De Prinses Irenebrigade kreeg na enkele heftige Duitse tegenaanvallen opdracht het bruggenhoofd over de Maas bij Hedel op te geven. 84 Het is niet duidelijk waar exact CE zijn ingezet tijdens deze gevechten. [Exacte locaties onbekend] 5 mei 1945 De gemeente Hedel was betrokken bij de algehele Duitse capitulatie. 85 [Historische context] 3.6
NAOORLOGSE PERIODE – HEDEN Direct na de Tweede Wereldoorlog werd aangevangen met het opruimen van CE. De resultaten hiervan zijn onbekend, verjaard of inmiddels vernietigd. Van 1971 – heden houdt de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) zich bezig met het ruimen van CE in Nederland en worden de munitievondsten systematisch (per gemeente) bijgehouden. Over de periode mei 1945 tot en met 1970 is dus niet of nauwelijks informatie bekend over het aantreffen en ruimen van CE. Datum onbekend – vermoedelijk naoorlogs De oude Hollandse kazematten bij Hedel, met de nummer 296521 en 297520 werden door de Duitse troepen in gebruik genomen. Er werd in zuidelijke richting geschoten. De exacte locatie van de kazematten is onbekend.86 [Locatie onbekend]
79
NIMH, toeg. nr. 466, inv. nr. 18. Bollen en Vroemen (1993), 220. 81 NIMG, toeg. nr. 466, inv. nr. 18. 82 NIMH, toeg. nr. 466, inv. nr. 18. 83 Bollen en Vroemen (1993), 220 en NIMH, toeg. nr. 466, inv. nr. 37. 84 Klep en Schoenmaker (1995), 309. 85 NIMH, toeg. nr. 420, inv. nr. 32. 86 NIMH, toeg. nr. 575, inv. nr. 492. 80
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
33
De gemeenten Hedel, Ammerzoden, Driel en Rossum werden zwaar getroffen door artillerievuur. In de gemeente Hedel was 40% van de woningen na de oorlog onbewoonbaar en 50% zwaar beschadigd.87 [Historische context] Melding van schade aan een boerderij aan Hondneststraat B169a in Hedel, bewoond door de heer J. Feteris. De oorzaak van de schade is onbekend. 88 [Buiten onderzoeksgebied] 11 mei 1945 In de Luisbroek-Zevenhoef Sectie C No.27, 33 en 34 lag het wrak van een jachtvliegtuig vlakbij een landweg (gemeente Vlijmen).89 Vermoedelijk de op de luchtfoto van 8 maart 1945 waargenomen vliegtuigcrash. 10 juli 1945 In Bokhoven reed een maaimachine op een mijn. Twee personen raakten daarbij gewond. De exacte locatie van het ongeval is onbekend. 90 [Locatie onbekend] 11 juli 1945 Mededeling dat landerijen nabij een afgebrande woning aan de Henriëttewaard in de gemeente Engelen nog niet voldoende waren afgezocht naar de daar vermoedelijk nog aanwezige mijnen. 91 [Buiten onderzoeksgebied] Mededeling dat er in het poeltje onder Bokhoven, in de gemeente Engelen, een niet ontplofte granaat was gevonden.92 [Locatie onbekend] 21 augustus 1945 In een bericht aan de militaire commissaris van het district Den Bosch maakte de burgemeester van Engelen bekend dat zijn gemeente tussen 5 november 1945 en 5 mei 1945 onder vijandelijk granaatvuur had gelegen.
Tevens gaf hij aan dat tussen 1 januari en 30 april 1945 Duitse V.1’s in de gemeente terecht waren gekomen.93 [Historische context] 25 maart 1946 In de gemeente Hedel werd door landbouwers een mijn opgegraven. Het vermoeden bestond dat zich hier nog meer mijnen bevonden.94 [Locatie onbekend] 19 en 25 april 1946 Er werd een onderzoek ingesteld naar een perceel land in de gemeente Hedel. De volgende CE werden daarbij aangetroffen: drie S-mijnen, één mijn, 65 granaten, één PIAT, twee pantservuisten en infanteriemunitie. Het perceel waar de munitie gevonden werd is onbekend. 95 [Locatie onbekend] 6 juli 1946 Op 6 juli 1946 werd een granaat gemeld in het Poeltje te Bokhoven. 96 [Locatie onbekend]
87
GA, toeg. nr. 1037, inv. nr. 104. Toeg nr. 3159, inv. nr. 1585. 89 BHIC Den Bosch, toeg.nr.127 inv.nr.307 Mijnen en andere explosieven, 1944 - 1945; niet gevonden in het Verliesregister van SGLO. 90 SSA, inv. nr. 44 en 45. 91 SSA, inv. nr. 44 en 45. 92 BHIC, toeg. nr. 11, inv. nr. 4. 93 SABD toeg. nr. 11 Engelen (1812) 1821-1921 (1964) en Engelen-Bokhoven 1922-1946 inv. nr. 1279 stukken betreffende de bevrijdingperiode en toeg nr. 11 inv. nr. 494 verzameldossier met stukken betreffende verzoeken tot verlening van financiële ondersteuning van oorlogsslachtoffers voor het herstel of herbouw van door oorlogsschade getroffen gebouwd onroerend goed gelegen in de gemeente Engelen en uitgevoerd door het Ministerie van Openbare Werken en Wederopbouw. 94 SSA, inv. nr. 46 en 47. 95 SSA, inv. nr. 46 en 47. 96 SADB, toeg.nr.011 inv.nr.4 Bijzondere feiten, gebeurtenissen en situaties als gevolg van handelingen tijdens de oorlogsjaren, 1945-1959 88
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
34
15 oktober 1946 Mededeling dat tijdens graafwerkzaamheden in de gemeente Engelen munitie is aangetroffen. Het ging zowel om losse granaten als om kisten waarin munitie zat. Het verzoek om de gevonden munitie te verwijderen.97 [Locatie onbekend] 17 april 1947 Mededeling dat er een nauwkeurig onderzoek werd ingesteld naar mijnenveld 10A 10 N.E-83G in de gemeente Hedel. Hierbij werden vier granaten gevonden. De exacte locatie van het mijnenveld is onbekend.98 [Locatie onbekend] 1949 In een schadeformulier van het gemeentebestuur van Engelen werd aangegeven dat de wegen in de gemeente Engelen tussen oktober 1944 en mei 1945 zijn beschadigd door granaatinslag en de ontploffing van mijnen.99 [Locatie onbekend] Mijnenvelden: 1945-1947 In het reeds uitgevoerde onderzoek met kenmerk 17120685 zijn twee mijnenvelden opgenomen, nummer 38 en 42. Bij mijnenveld 38G miste één mijn, maar er was ook één lege kater aangetroffen. De krater was vermoedelijk ontstaan door de ontploffing van de missende mijn. Op veld 42 was evenveel geruimd als gelegd. Uit het reeds uitgevoerde onderzoek 17P159 zijn mijnenvelden 1 en 13 overgenomen. Deze velden bevonden zich geheel buiten het huidige onderzoeksgebied. MORA’s: 1970-heden In en nabij het onderzoeksgebied zijn de volgende MORA’s aangetroffen in het archief van de EODD: UOnummer 19760621
Ligplaats
Datum
CE
Bijzonderheden
Engelensestraat 36
17-3-1976
Geen
19763531
Engelseweg 2
20-101976
19812653
Molenhoek 14
31-8-1981
19830227
Biessertweg
28-1-1983
1 brisantgranaat met schokbuis van inch mortier 1 pantsergranaat van 37 mm verschoten en 1 handgranaat Mills 36 met verb. (verbogen?) slagpijp (leeg) 1 verschoten rookgranaat 25 ponder (leeg) 1 rookgranaat 25 ponder (leeg)
19841160
Maasdijk
16-4-1984
19851723
Engelenseweg
1-6-1985
19861940 19881346
Bokhovensemaasdijk 15 Biessertweg
16-6-1986 4-5-1988
19910833
Engelenseweg
13-4-1991
19941942
Harenseweg
19-9-1994
1 brisantgranaat 25 ponder met restant schokbuis (verschoten) 1 handgranaat Mills 36
6 patronen .50 1 rookgranaat 25 ponder (leeg) en één Britse schokbuis nummer 119 1 verschoten antitankbrisantgranaat van 7,5 cm 1 rookgranaat 25 ponder met tijdschokbuis 221 (verschoten)
Geen
In een weiland Aan de linker kant van de weg. Bij de zandafgraving Onder A was de handgranaat vermeld, de CE onder B was op het politiebureau in plaats van aan de Engelenseweg aanwezig. Geen Geen
In een akkerland aangetroffen. Geen
97
BHIC, toeg. nr. 11, inv. nr. 4. SSA, inv. nr. 46 en 47. 99 BHIC toeg. nr. 11 inv. nr. 341 herstel oorlogsschade c.q. reconstructie van wegen in de kom van Engelen, in beheer en onderhoud bij de gemeente Engelen. 98
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
35
3.7
UOnummer 19951032
Ligplaats
Datum
CE
Bijzonderheden
De Biesert
12-5-1995
Geen
19971548
Maasdijk
11-7-1997
19990807
Maasdijk
7-5-1999
20000811
Harenseweg
1-5-2000
20000835
De Gemeint
Onbekend
1 rookgranaat 25 ponder zonder potten met restant ontsteker 221 (verschoten) 1 verschoten rookgranaat 25 ponder. 1 rookgranaat 25 ponder met tijdschokbuis 221 (leeg) 1 brisantgranaat 17 ponder met schokbuis nummer 257 (verschoten) Onbekend
20020965
Maasdijk
19-6-2002
20021517
Hedel Bokhovensemaasdijk 15
23-9-2002
20041114
Moerputterweg
27-7-2004
20051458 20060445 20091836
Maasdijk Maasdijk Harenseweg
9-10-2005 6-4-2006 7-12-2009
1 Britse brisantgranaat 25 ponder met schokbuis nummer 117 (verschoten) 1 rookgranaat 25 ponder met tijdschokbuis nummer 221 (verschoten) 1 verschoten rookgranaat 25 ponder met het restant van een tijdschokbuis nummer 221 Geen 1 scherfhandgranaat Mills 36 1 brisantgranaat 17 ponder met schokbuis nummer 244 (verschoten).
Bij de zandafgraving Geen Gevonden akker.
op
een
MORA niet geleverd door EODD Geen
Geen
Woonwagenkamp was het bedreigde gebied. Schroot Geen Geen
LUCHTFOTO-ANALYSE De geraadpleegde luchtfoto’s zijn gegeorefereerd in GIS en geanalyseerd op sporen van oorlogshandelingen zoals onder andere kraters, loopgraven, mangaten, bunkers, verdedigingswerken, (geschut)stellingen, tankgrachten en mijnenvelden. Op de geraadpleegde luchtfoto’s zijn diverse sporen van oorlogshandelingen waargenomen. In en nabij het onderzoeksgebied zijn sporen van V.1-inslagen waargenomen, zie afbeelding 3. Op basis van de luchtfotoanalyse kon van de meeste inslagen vastgesteld worden dat de V.1 volledig ontploft was. De grootte en vorm van de kraters duidden hierop. Deze kraters waren zo’n 10 à 12 meter in doorsnede. Er is echter één krater waargenomen nabij het onderzoeksgebied, zie afbeelding 4, welke mogelijk ontstaan is door een V.1 blindganger. • Op basis van de vorm en de grootte (circa 1,5 meter doorsnede) van de krater is vastgesteld dat hier mogelijk een V.1 is ingeslagen en als blindganger in de bodem is achtergebleven. • Dat hier een V.1 is ingeslagen is goed mogelijk. De krater is waargenomen op de geraadpleegde luchtfoto van 23 december 1944. Sinds begin december 1944 zijn meldingen gedaan van V.1-inslagen in/nabij het onderzoeksgebied. • In de direct omgeving zijn geen andere kraters waargenomen; het is vermoedelijk geen krater van een artillerie-inslag.
• Deze V.1-inslag is niet gemeld in of niet te koppelen aan meldingen uit de geraadpleegde bronnen. De krater is ver van wegen en bebouwing waargenomen, waardoor het zeer waarschijnlijk is dat destijds niemand de inslag heeft gehoord of waargenomen en dus niet doorgegeven aan de Luchtbeschermingsdienst. Op de geraadpleegde luchtfoto’s zijn veel inslagen van geschutmunitie waargenomen. Vooral rondom de Maas zijn relatief veel artilleriekraters waargenomen, zoals in afbeelding 5 te zien is. Wapenopstellingen, zie afbeelding 6, zijn tijdens de luchtfotoanalyse voor dit vooronderzoek alleen nabij (niet in) het onderzoeksgebied waargenomen. Dwars door het onderzoeksgebied is op de luchtfoto uit 1944 een rij mangaten waargenomen (zie afbeelding 7). Deze werden gegraven, zodat burgers en soldaten konden schuilen voor
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
36
oorlogsgeweld. De mangaten (in frontgebied) konden echter ook als schuttersput gebruikt worden. De opstelplaats (afbeelding 8) werd gebruikt om met een voertuig in te schuilen. Op de geraadpleegde luchtfoto van 8 maart 1945 is een vliegtuig waargenomen. Op deze crashlocatie (zie afbeelding 9) staat een vliegtuig nog volledig intact. Het toestel heeft een spanwijdte van ongeveer 12 meter en een lengte van 9 meter. Gezien het formaat en het ontbreken van zichtbare schade aan het toestel betrof het hier vermoedelijk een éénmotorig jachtvliegtuig dat een succesvolle noodlanding had gemaakt. Het toestel werd niet waargenomen op de luchtfoto van 25 november 1944. Het was dus tussen 25 november 1944 en 8 maart 1945 neergekomen. Mogelijk was dit het toestel waar op 11 mei 1945 de volgende melding over werd gemaakt: “In de Luisbroek-Zevenhoef Sectie C No.27, 33 en 34 lag het wrak van een jachtvliegtuig vlakbij een landweg (gemeente Vlijmen)” Op de geraadpleegde luchtfoto van 23 december 1944 werd inundatie in het onderzoeksgebied waargenomen. Inundatie kon ervoor zorgen dat sporen van oorlogshandelingen, zoals kraters van geschutgranaten en vliegtuigbommen, van voor (en tijdens) deze datum weggespoeld werden. Tot slot waren er nog zichtbare verstoringen op de geraadpleegde luchtfoto’s die toe te wijzen waren aan oorlogshandelingen waarbij (mogelijk) CE zijn gebruikt.
Een verstoring in het landschap kan veroorzaakt zijn door oorlogshandelingen, door menselijke handelen zonder aan oorlog gerelateerd motief of van natuurlijke aard zijn. Er zijn op de geraadpleegde luchtfoto’s verstoringen waargenomen die zijn aangeduid als niet definieerbaar: het is niet mogelijk om op basis van de momenteel beschikbare informatie vast te stellen waardoor deze verstoringen zijn veroorzaakt.
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
37
Afbeelding 3: uitsnede van de luchtfoto van 8 maart 1945 met daarop een krater van een V.1 in het onderzoeksgebied (Bron: KAD, sortie 4-2009, foto 4139).
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
38
Afbeelding 4: uitsnede van de luchtfoto van 23 december 1944 met daarop een krater mogelijk door een V.1 blindganger nabij het onderzoeksgebied (Bron: WAG, sortie 4-1448, foto 3223).
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
39
Afbeelding 5: uitsnede van de luchtfoto van 24 december 1944 met daarop een kraters door geschutmunitie (artillerieinslagen) in en nabij het onderzoeksgebied (Bron: WAG, sortie 4-1460, foto 3020).
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
40
Afbeelding 6: uitsnede van de luchtfoto van 28 oktober 1944 met daarop wapenopstellingen buiten het onderzoeksgebied (Bron: KAD, sortie 16-1292, foto 3143).
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
41
Afbeelding 7: uitsnede van de luchtfoto van 23 december 1944 met daarop mangaten in het onderzoeksgebied (Bron: WAG, sortie 4-1448, foto 4223).
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
42
Afbeelding 8: uitsnede van de luchtfoto van 6 november 1944 met daarop een opstelplaats in het onderzoeksgebied (Bron: KAD, sortie 4-1228, foto 4225).
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
43
Afbeelding 9: uitsnede van de luchtfoto van 8 maart 1945 met daarop een vliegtuig (van onbekende nationaliteit) dat een noodlanding heeft gemaakt nabij het onderzoeksgebied (Bron: KAD, sortie 4-2009, foto 4174).
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
44
Afbeelding 10: uitsnede van de luchtfoto van 23 december 1944 met daarop inundatie in het onderzoeksgebied (Bron: WAG, sortie 4-1448, foto 4223).
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
45
Afbeelding 11: uitsnede van de luchtfoto van 6 november 1944 met daarop niet definieerbare verstoringen nabij het onderzoeksgebied (Bron: KAD, sortie 4-1228, foto 4225).
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
46
3.8
INVENTARISATIEKAART Alle relevante gegevens met een geografisch component uit de geraadpleegde bronnen en literatuur zijn ingetekend op de inventarisatiekaart in GIS. In de onderstaande afbeelding is de inventarisatiekaart voor het onderzoeksgebied weergegeven. In bijlage 4 (losbladig) is de inventarisatiekaart op A1-formaat opgenomen. Hierop zijn zowel alle gebeurtenissen met een RAP-nummer, de relevante MORA’s, mijnenveldgegevens van de EODD als ook de waargenomen indicaties van oorlogshandelingen uit de luchtfotoanalyse weergegeven.
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
47
Afbeelding 12: Inventarisatiekaart onderzoeksgebied.
3.9
LEEMTEN IN KENNIS Op basis van de geraadpleegde bronnen zijn nog enkele leemten in kennis. Deze leemten in kennis zijn hieronder beschreven.
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
48
• • • • • •
19040893
Het is onbekend of er in de periode 1940-1945 CE zijn geruimd binnen de grenzen van het onderzoeksgebied en/of in de directe omgeving hiervan; Het is onbekend of er in de periode 1945-1970 CE zijn geruimd binnen de grenzen van het onderzoeksgebied en/of in de directe omgeving hiervan; Niet van alle gebeurtenissen kon op basis van de beschikbare gegevens een exacte plaatsbepaling worden vastgesteld; Een aantal luchtfoto’s van het onderzoeksgebied is van matige kwaliteit. Hierdoor kon niet van alle verstoringen in het landschap de oorzaak worden vastgesteld; Door inundatie waren mogelijk niet alle sporen van oorlogshandelingen zichtbaar op de geraadpleegde luchtfoto’s; Sommige waargenomen verstoringen zijn aangemerkt als ‘niet definieerbaar’: het is duidelijk dat er een verstoring is, maar de oorzaak hiervan is niet bekend.
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
49
4 ANALYSE GEGEVENS 4.1
INDICATIES EN VERDACHTE GEBIEDEN In de geraadpleegde bronnen zijn indicaties gevonden die erop wijzen dat binnen het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden tijdens de Tweede Wereldoorlog, waardoor CE in/op de (water)bodem achtergebleven kunnen zijn. Het gaat om de volgende indicaties: • • •
Duitse en geallieerde militaire aanwezigheid in de vorm van mangaten; Duitse en geallieerde artilleriebeschietingen in de periode van september 1944 tot aan de bevrijding; Een mogelijk niet of slechts deels gedetoneerde V.1 nabij het onderzoeksgebied.
Elk verdacht gebied heeft een eigen kenmerk gekregen, bestaande uit een aantal onderdelen: • •
• 4.2
VG: dit is de aanduiding voor Verdacht Gebied; Een letter die de indicatie aangeeft: o Z = militaire aanwezigheid; o I = Inslag van geschutmunitie/artilleriebeschieting; o V = inslag van een V-wapen. Een volgnummer.
AAN TE TREFFEN CE In de volgende tabellen komen naast de hoofdsoort(en), subsoort(en), kalibers, nationaliteit, de hoeveelheden en verschijningsvorm(en) van de mogelijk aan te treffen CE aan bod.
• •
In de geraadpleegde bronnen zijn niet voor elke indicatie gegevens beschikbaar over de ingezette hoofdsoorten, subsoorten, kalibers en hoeveelheden. Dit is vastgesteld op basis van de MORA’s en op basis van ervaring. De verschijningsvorm houdt verband met de manier waarop de CE in de bodem terecht zijn gekomen. Per indicatie is de verschijningsvorm van de aan te treffen CE vastgesteld.
Militaire aanwezigheid: mangaten (VGZ_) Hoofdsoort Kleinkalibermunitie
Subsoort Diversen
Handgranaten
Munitie voor granaatwerpers
Aanvals, scherf, rook, licht, rook WP (springrook), brand Antitankbrisant, brisant, rook, sein, rook WP Brisant, antitankbrisant
Munitietoebehoren
n.v.t.
Geweergranaten
Kaliber (nationaliteit) Tot 2 cm (Duits/geallieerd) n.v.t. (Duits/geallieerd)
Hoeveelheden Honderdtallen
n.v.t. (Duits/geallieerd)
Tientallen
Gedumpt/ achtergelaten/ opgeslagen
Panzerfaust (Duits)/PIAT (geallieerd) Verpakkingen, beschermkappen, e.d. (Duits/geallieerd)
Enkele
Gedumpt/ achtergelaten/ opgeslagen
Tientallen
Gedumpt/ achtergelaten/ opgeslagen
Kaliber (nationaliteit) Maximaal 8,8 cm (Duits)/25 ponder (geallieerd)
Hoeveelheden Enkele
Verschijningsvorm Verschoten
Kaliber (nationaliteit) n.v.t.
Hoeveelheden Eén
Verschijningsvorm Afgevuurd
Tientallen
Verschijningsvorm Gedumpt/ achtergelaten/ opgeslagen Gedumpt/ achtergelaten/ opgeslagen
Duitse en geallieerde artilleriebeschietingen (VGI_001) Hoofdsoort Geschutmunitie
Subsoort Brisant, rook
Restant V.1 (VGV_001) Hoofdsoort Raketmunitie
19040893
Subsoort n.v.t.
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
50
4.3
HORIZONTALE AFBAKENING Op basis van de geraadpleegde bronnen is vastgesteld dat in en nabij het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden, waardoor het onderzoeksgebied verdacht is op de aanwezigheid van CE in/op de (water)bodem. In afbeelding 14 is de CE-bodembelastingkaart van het onderzoeksgebied weergegeven. Aanvullend op de richtlijnen voor de horizontale afbakening in het WSCS-OCE is een extra buffer van 5 meter aan de afbakening toegevoegd. Dit is het gevolg van het gebruik van luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog. Luchtfoto’s wijken af van de daadwerkelijke situatie op de grond omdat een foto een vlakke weergave is van de bolling van de aarde en de cameralens niet altijd loodrecht op het aardoppervlakte was gericht. Om dit op te vangen is rondom de verdachte gebieden de bovengenoemde buffer van 5 meter toegevoegd. Bij de horizontale afbakening van de verdachte gebieden zullen de richtlijnen worden genoemd zoals die staan weergegeven in het WSCS-OCE, met daarachter tussen haakjes de afbakening inclusief de genoemde buffer. Militaire aanwezigheid: mangaten (VGZ_) Op de geraadpleegde luchtfoto’s zijn in het onderzoeksgebied mangaten waargenomen.
De contouren van deze mangaten, die ook gebruikt konden worden als schuttersput, zijn conform WSCS-OCE verdacht verklaard (plus 5 meter georeferentie-afwijking) op de aanwezigheid van gedumpte kleinkalibermunitie (KKM), handgranaten, geweergranaten, munitie voor granaatwerpers en munitietoebehoren. Duitse en geallieerde artilleriebeschietingen (VGI_001) Het onderzoeksgebied was van september 1944 tot aan de bevrijding op 5 mei 1945 frontgebied. Daarbij vormde de Maas een natuurlijke barrière tussen de geallieerde troepen, die zich in het zuiden bevonden en de Duitse troepen die stellingen ten noorden van de Maas hadden en bovendien een bruggenhoofd bij Hedel wilden behouden. Hoewel de geallieerde troepen geen aanstalten maakten om door te stoten naar het noorden en de Duitse troepen slechts af en toe patrouilles naar het zuiden stuurden om plaagstoten uit te delen, vonden er wel met regelmaat vanuit beide zijden artilleriebeschietingen plaats. Zo kwam het gehucht Bokhoven onder zwaar Duits artillerievuur vanuit de Bommelerwaard te liggen. In april 1945 werd de Prinses Irenebrigade naar het zuiden van de Maas gestuurd, waar het een Brits legeronderdeel afloste. Zij kregen de taak de Maas over te steken en een bruggenhoofd bij Hedel en Kerkdriel te vormen. De brigade stak in de nacht van 22 op 23 april 1945 de Maas over en slaagde erin een bruggenhoofd te vormen.
De Duitse troepen gaven zich echter niet zomaar over en er vonden in deze periode dan ook meerdere gevechten en beschietingen plaats rondom het onderzoeksgebied. Op de geraadpleegde luchtfoto’s zijn op verschillende plaatsen in en bij het onderzoeksgebied kraters van ingeslagen en ontplofte geschutmunitie waargenomen. Alleen de kraters waarbij met zekerheid gezegd kon worden dat het om inslagen van geschutmunitie ging zijn ingetekend op de inventarisatiekaart. In een aantal gevallen was het niet mogelijk om waargenomen verstoringen als inslag te identificeren. De reden hiervoor is dat de geraadpleegde luchtfoto’s van matige kwaliteit waren. Naast de op de luchtfoto’s waargenomen kraters zijn in de periode vanaf 1970 tot heden door de EODD meerdere ruimingen van CE in en nabij het onderzoeksgebied uitgevoerd. Het merendeel van de geruimde CE betrof geallieerde rookgranaten van 25 ponder met schokbuis of tijdschokbuis. Van het grootste gedeelte van deze granaten is bekend dat de granaat verschoten en leeg was. Het gehele onderzoeksgebied DPO tracé onder de Maas Ammerzoden is verdacht verklaard op verschoten geschutmunitie. Dit verdachte gebied is overgenomen. Daarnaast is gekeken naar het verdere inslagenpatroon. Het verdachte gebied eindigt bij de laatst krater uit de groep kraters bij de Maas. Dit kom overeen met de grens van het onderzoeksgebied Ammerzoden.
Restant V.1 (VGV_001) Op de geraadpleegde luchtfoto’s is een krater waargenomen die mogelijk afkomstig is van een ingeslagen V.1. Gezien de grootte en de vorm van de krater is de V.1 mogelijk als blindganger achtergebleven. Conform het WSCS-OCE is het gebied dat is getroffen door de inslag van een
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
51
V.1 verdacht in een straal van 15 meter rondom het inslagpunt. In dat geval zou er geen verdacht gebied op basis van de V.1 in het onderzoeksgebied liggen. Het is echter niet met zekerheid te zeggen of de V.1 gedetoneerd is. De V.1 is in ieder geval niet volledig gedetoneerd, want dan zou de krater zo’n 10 meter of meer in doorsnede zijn. De V.1 is dus ofwel niet ofwel gedeeltelijk gedetoneerd. In het WSCS-OCE geldt voor een gedeeltelijk gedetoneerde V.1 dat het horizontaal verdachte gebied situationeel wordt afgebakend. Aangezien onderdelen en explosieve lading van de V.1 weggeslingerd kunnen worden bij een gedeeltelijke detonatie, is rondom het inslagpunt 25 meter afgebakend als verdacht gebied. Daaraan is vijf meter toegevoegd in verband met de georeferentie-afwijking bij het gebruik van luchtfoto’s, zie onderstaande afbeelding.
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
52
Afbeelding 13: Horizontale afbakening verdacht gebied naar aanleiding van de mogelijke blindganger van een V.1.
In de onderstaande afbeeldingen is de CE-bodembelastingkaart van het onderzoeksgebied weergegeven; eerst het hele onderzoeksgebied en daarna ingezoomd op details. In bijlage 5 (losbladig) is de CE Bodembelastingkaart op A1-formaat opgenomen.
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
53
Afbeelding 14: CE-bodembelastingkaart onderzoeksgebied.
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
54
Afbeelding 15: CE-bodembelastingkaart - detail noordelijke deel onderzoeksgebied bij Bokhoven.
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
55
Afbeelding 16: CE-bodembelastingkaart - detail onderzoeksgebied ter hoogte van de mogelijke blindganger van een V.1 (het grijze rondje is bebouwing; onderdeel van de onderliggende topografische kaart).
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
56
Afbeelding 17: CE-bodembelastingkaart - detail middenstuk onderzoeksgebied ter hoogte van Voordijk te Vlijmen.
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
57
Afbeelding 18: CE-bodembelastingkaart - detail zuidelijke deel onderzoeksgebied bij Vlijmen.
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
58
4.4
VERTICALE AFBAKENING In deze paragraaf is de verticale afbakening van het verdacht gebied vastgesteld. De verticale afbakening van het op CE verdachte gebied bestaat uit een minimale en maximale diepteligging. De diepteligging is afhankelijk van het soort oorlogshandeling, de soort munitie en de opbouw van de bodem ter plaatse. 4.4.1 DIEPTELIGGING CE In onderstaande tabel is de minimale en maximale diepteligging van de aan te treffen CE ten opzichte van het maaiveld (situatie 1940-1945) in het verdacht gebied weergegeven. De diepteligging van de CE ten opzichte van het maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog is als volgt: Militaire aanwezigheid: mangaten (VGZ_) De diepteligging van de aan te treffen CE in de mangaten is gelijk aan de maximale diepteligging van het militaire werk. Hoofdsoort
Subsoort
Kaliber (nationaliteit)
Kleinkalibermunitie
Diversen
Handgranaten
Aanvals, scherf, rook, licht, rook WP (springrook), brand Antitankbrisant, brisant, rook, sein, rook WP Brisant, antitankbrisant n.v.t.
Tot 2 cm (Duits/geallieerd) n.v.t. (Duits/geallieerd)
Geweergranaten
Munitie voor granaatwerpers Munitietoebehoren
n.v.t. (Duits/geallieerd)
Panzerfaust (Duits)/PIAT (geallieerd) Verpakkingen, beschermkappen, e.d. (Duits/geallieerd)
Min. & max. diepteligging t.o.v. maaiveld100 De minimale diepte van de verschoten CE is net onder maaiveld indien de bodem sinds 1945 niet is geroerd. De maximale diepteligging is 2 meter minus maaiveld Tweede Wereldoorlog, vastgesteld op basis van ervaringen met soortgelijke situaties. De maximale diepteligging ten opzichte van NAP kon niet worden vastgesteld op basis van gegevens van topotijdreis. De mangaten lagen tijdens de Tweede Wereldoorlog op dijken waarvan de hoogte ten opzichte van NAP niet bekend is.
Duitse en geallieerde artilleriebeschietingen (VGI_001) De diepteligging van de aan te treffen Duitse en geallieerde geschutmunitie naar aanleiding van de artilleriebeschietingen is zoals vastgesteld in het onderzoek bij Ammerzoden 17120685.
100 101
Hoofdsoort
Subsoort
Kaliber (nationaliteit)
Geschutmunitie
Brisant, rook
Maximaal 8,8 cm (Duits)/25 ponder (geallieerd)
Min. & max. diepteligging t.o.v. maaiveld101 De minimale diepte van de verschoten CE is net onder maaiveld indien de bodem sinds 1945 niet is geroerd. De maximale diepteligging is 2,5 meter minus maaiveld Tweede Wereldoorlog, vastgesteld op basis van ervaringen met soortgelijke situaties. Aan de hand van topotijdreis is vastgesteld dat aan de noordkant van de Maas het maaiveld op ongeveer 4 meter +NAP lag. De maximale diepte is hier dus ongeveer 1,5 meter +NAP. Voor de zuidkant geldt dat maaiveld op ongeveer 3 meter +NAP lag en dat de maximale
Maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
59
Hoofdsoort
Subsoort
Kaliber (nationaliteit)
Min. & max. diepteligging t.o.v. maaiveld101 diepte 0,5 meter +NAP bedraagt.
Restant V.1 (VGV_001) Tussen de Voorste Zeedijk en de Engelenseweg, waar het onderzoeksgebied verdacht is op restanten van een V.1, is een geologisch booronderzoek uitgevoerd. Boorpunt B45A0183 d.d. 1 september 1973 toont een zandprofiel. Er zijn geen representatieve geotechnische sondeeronderzoeken nabij het verdachte gebied. 102 Omdat de bodem ter plaatse bestaat uit voornamelijk zand, is de verwachting dat de V.1 niet dieper dan 4 meter is doorgedrongen in de bodem.
4.5
Hoofdsoort
Subsoort
Kaliber (nationaliteit)
Raketmunitie
n.v.t.
n.v
Min. & max. diepteligging t.o.v. maaiveld103 De minimale diepte van de verschoten CE is net onder maaiveld indien de bodem sinds 1945 niet is geroerd. De maximale diepteligging is 4 meter minus maaiveld Tweede Wereldoorlog, vastgesteld op basis van ervaringen met soortgelijke situaties. Aan de hand van topotijdreis is vastgesteld dat het maaiveld op 2,5 tot 3 meter +NAP lag. De maximale diepteligging is 1,5 meter -NAP.
NAOORLOGSE ONTWIKKELINGEN Naoorlogse ontwikkelingen kunnen van invloed zijn op de aanwezigheid van CE in de bodem. In de onderstaande afbeeldingen is voor alle verdachte gebieden een vergelijking gemaakt tussen de situatie in de Tweede Wereldoorlog en de huidige situatie op basis van luchtfoto’s. Er hebben nauwelijks naoorlogse ontwikkelingen in de verdachte gebieden plaatsgevonden. In het noordelijke deel van het onderzoeksgebied, zie afbeelding 19, hebben weinig zichtbare veranderingen plaatsgevonden. Het lijkt erop dat de Maasdijk ten noorden van de Maas verhard is en mogelijk is de Maas zelf in de loop der jaren gebaggerd. Een deel van de verdachte gebieden ligt op percelen die vanaf de Tweede Wereldoorlog tot heden in gebruik waren als landbouwgrond. Hier hebben vermoedelijk ploegwerkzaamheden plaatsgevonden. Dit is echter niet duidelijk zichtbaar in de luchtfotovergelijking. In deze gebieden zijn geen zichtbare naoorlogse ontwikkelingen. Ter plaatse van het gebied dat verdacht is op restanten van een V.1 en bij de mangaten in het middenstuk van het onderzoeksgebied te hoogte van Voordijk, zie afbeelding 20 en 21, lijken naoorlogs slechts landbouwactiviteiten te hebben plaatsgevonden. Daarnaast zijn er bomen gegroeid of aangeplant.
Ter plaatse van de mangaten in het zuidelijke deel van het onderzoeksgebied, langs de Aardappelendijk, hebben naoorlogs wel zichtbare bodemroerende activiteiten plaatsgevonden (afbeelding 22). Op de plek van de voormalige Aardappelendijk ligt tegenwoordig de A59 en op/afrit 44 Vlijmen.
102 103
https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens, geraadpleegd d.d. 13 augustus 2019 door L.M. Vrielink. Maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
60
Afbeelding 19: Naoorlogse ontwikkeling - detail noordelijke deel onderzoeksgebied bij Bokhoven.
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
61
Afbeelding 20: Naoorlogse ontwikkeling - detail onderzoeksgebied ter hoogte van de mogelijke blindganger van een V.1.
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
62
Afbeelding 21: Naoorlogse ontwikkeling - detail middenstuk onderzoeksgebied ter hoogte van Voordijk te Vlijmen.
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
63
Afbeelding 22: Naoorlogse ontwikkeling - detail zuidelijke deel onderzoeksgebied bij Vlijmen.
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
64
4.6
INDICATIES EN ONVERDACHTE GEBIEDEN In de geraadpleegde bronnen is een indicatie gevonden die niet heeft geleid tot een verdacht gebied in het onderzoeksgebied. Het gaat om de volgende indicatie: RAP-nummer Geen (luchtfotoanalyse)
Datum 8-3-1945
Indicatie Vliegtuigcrash
Analyse Op de geraadpleegde luchtfoto van 8 maart 1945 is een vliegtuigcrash waargenomen. Het toestel ziet er nog in goede staat uit. Vermoedelijk betrof het een geslaagde noodlanding. Er zijn geen indicaties aangetroffen in de geraadpleegde bronnen dat door deze noodlanding buiten het onderzoeksgebied CE binnen de grenzen van het onderzoeksgebied terecht zijn gekomen. Mogelijk betrof het het vliegtuig waar op 11 mei 1945 een melding over gemaakt werd.
De RAP-nummers op de inventarisatiekaart hadden allen betrekking op de bevrijdingsgevechten. Naar aanleiding van de bevrijdingsgevechten zijn de militaire werken in het onderzoeksgebied verdacht verklaard en is er een verdacht gebied afgebakend rondom de op luchtfoto’s waargenomen geschutinslagen. 4.7
LEEMTEN IN KENNIS Tijdens de analyse van de historische gegevens waren er een aantal leemten in kennis. Deze zijn hieronder beschreven. • • • • •
19040893
In de geraadpleegde bronnen zijn niet voor elke indicatie gegevens beschikbaar over de ingezette hoofdsoorten, subsoorten, kalibers en hoeveelheden. Dit is vastgesteld op basis van de MORA’s en op basis van ervaring; Het is niet bekend hoe diep de militaire werken (mangaten) in het onderzoeksgebied exact waren. De maximale diepte van de aan te treffen CE is op basis van ervaring vastgesteld op de maximale diepte van een mangat; De maximale doordringingsdiepte van verschoten geschut is niet bekend. Dit is vastgesteld op basis van ervaring; De maximale diepteligging van de restanten van de V.1 is vastgesteld op basis van één geologisch booronderzoek. Er zijn waren representatieve geotechnische sondeeronderzoeken nabij het verdachte gebied; Waarschijnlijk zijn niet alle naoorlogse bodemroerende activiteiten terug te zien op de geraadpleegde recente luchtfoto’s.