Bijlage 5 Onderzoek niet gesprongen explosieven
Tekst van het document
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
65
5 CONCLUSIE EN ADVIES 5.1
CONCLUSIE Op basis van de geraadpleegde bronnen, de beoordeling en evaluatie van de indicaties is vastgesteld dat het onderzoeksgebied getroffen is door oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog, waardoor CE in de bodem kunnen zijn achtergebleven. Het gaat om artilleriebeschietingen, militaire aanwezigheid en de inslag van een V.1, waardoor CE in de bodem kunnen zijn achtergebleven. Aan de hand van deze indicaties zijn de hoofdsoorten, sub-soorten, kalibers, nationaliteit, hoeveelheden en verschijningsvormen CE vastgesteld. Tevens zijn de horizontale en de verticale afbakening vastgesteld en is gekeken naar de naoorlogse ontwikkelingen. 5.1.1 AAN TE TREFFEN CE Op basis van de geraadpleegde bronnen is het onderzoeksgebied gedeeltelijk verdacht verklaard op diverse hoofdsoorten CE. De aan te treffen hoofdsoorten, sub-soorten, kalibers, nationaliteit, hoeveelheden en verschijningsvormen CE zijn toegelicht in paragraaf 4.2. Militaire aanwezigheid: mangaten (VGZ_) Hoofdsoort
Subsoort
Kleinkalibermunitie
Diversen
Handgranaten
Aanvals, scherf, rook, licht, rook WP (springrook), brand Antitankbrisant, brisant, rook, sein, rook WP Brisant, antitankbrisant
Geweergranaten
Munitie voor granaatwerpers Munitietoebehoren
n.v.t.
Kaliber (nationaliteit) Tot 2 cm (Duits/geallieerd)
Hoeveelheden
Verschijningsvorm
Honderdtallen
n.v.t. (Duits/geallieerd)
Tientallen
Gedumpt/ achtergelaten/ opgeslagen Gedumpt/ achtergelaten/ opgeslagen
n.v.t. (Duits/geallieerd)
Tientallen
Panzerfaust (Duits)/PIAT (geallieerd) Verpakkingen, beschermkappen, e.d. (Duits/geallieerd)
Enkele
Tientallen
Gedumpt/ achtergelaten/ opgeslagen Gedumpt/ achtergelaten/ opgeslagen Gedumpt/ achtergelaten/ opgeslagen
Duitse en geallieerde artilleriebeschietingen (VGI_001) Hoofdsoort
Subsoort
Geschutmunitie
Brisant, rook
Kaliber (nationaliteit) Maximaal 8,8 cm (Duits)/25 ponder (geallieerd)
Hoeveelheden
Verschijningsvorm
Enkele
Verschoten
Kaliber (nationaliteit) n.v.t.
Hoeveelheden
Verschijningsvorm
Eén
Afgevuurd
Restant V.1 (VGV_001) Hoofdsoort
Subsoort
Raketmunitie
n.v.t.
5.1.2 HORIZONTALE AFBAKENING VERDACHTE GEBIEDEN De horizontale afbakening van het verdachte gebied is voor de indicaties vastgesteld aan de hand van het WSCS-OCE en is uiteengezet in paragraaf 4.3. De contouren van de mangaten plus 5 meter in verband met de georeferentie-afwijking zijn verdacht verklaard. De artilleriebeschietingen zijn afgebakend aan de hand van de op luchtfoto’s waargenomen geschutinslagen; het gebied is verdacht tot en met de laatste krater van de groep. Rondom het inslagpunt van de V.1 is 25 meter plus 5 meter georeferentie-afwijking verdacht verklaard. 19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
66
5.1.3 VERTICALE AFBAKENING VERDACHTE GEBIEDEN De verticale afbakening van het verdachte gebied is vastgesteld aan de hand van ervaringen in het veld, op basis van de reeds uitgevoerde vooronderzoeken en boorgegevens. De diepteligging van de aan te treffen CE is vastgesteld ten opzichte van maaiveld Tweede Wereldoorlog. De verticale afbakening is uiteengezet in paragraaf 4.4. De minimale diepteligging van alle CE in alle verdachte gebieden in dit onderzoeksgebied is ‘net onder het maaiveld’. De maximale diepteligging van de CE ter plaatse van de voormalige mangaten is 2 meter (diepte ten opzichte van NAP onbekend), van de geschutmunitie 2,5 meter (0,5 tot 1,5 meter +NAP) en van de restanten van de V.1 4 meter (0,5 meter -NAP). 5.1.4 NAOORLOGSE ONTWIKKELINGEN Na de Tweede Wereldoorlog heeft in het onderzoeksgebied mogelijk bodemroering plaatsgevonden door menselijk handelen en door natuurlijke processen. De naoorlogse ontwikkelingen zijn besproken in paragraaf 4.5. Er waren relatief weinig naoorlogse ontwikkelingen. De meeste landbouwgebieden zijn in gebruik gebleven als landbouwgrond. Ter plaatse van de mangaten langs de Aardappelendijk hebben naoorlogs wel veel zichtbare bodemroerende activiteiten plaatsgevonden; de snelweg A59 is aangelegd inclusief op- en afrit 44 Vlijmen.
5.1.5 LEEMTEN IN KENNIS Tijdens het onderzoek bleken er een aantal leemten in kennis te zijn, zowel in het bronnenmateriaal als in de analyse van de verzamelde historische gegevens. Deze zijn hieronder samengevat. • • • • • • • • • • • 5.2
Het is onbekend of er in de periode 1940-1945 CE zijn geruimd binnen de grenzen van het onderzoeksgebied en/of in de directe omgeving hiervan; Het is onbekend of er in de periode 1945-1970 CE zijn geruimd binnen de grenzen van het onderzoeksgebied en/of in de directe omgeving hiervan; Niet van alle gebeurtenissen kon op basis van de beschikbare gegevens een exacte plaatsbepaling worden vastgesteld; Een aantal luchtfoto’s van het onderzoeksgebied is van matige kwaliteit. Hierdoor kon niet van alle verstoringen in het landschap de oorzaak worden vastgesteld; Door inundatie waren mogelijk niet alle sporen van oorlogshandelingen zichtbaar op de geraadpleegde luchtfoto’s; Sommige waargenomen verstoringen zijn aangemerkt als ‘niet definieerbaar’: het is duidelijk dat er een verstoring is, maar de oorzaak hiervan is niet bekend; In de geraadpleegde bronnen zijn niet voor elke indicatie gegevens beschikbaar over de ingezette hoofdsoorten, subsoorten, kalibers en hoeveelheden. Dit is vastgesteld op basis van de MORA’s en op basis van ervaring; Het is niet bekend hoe diep de militaire werken (mangaten) in het onderzoeksgebied exact waren. De maximale diepte van de aan te treffen CE is op basis van ervaring vastgesteld op de maximale diepte van een mangat; De maximale doordringingsdiepte van verschoten geschut is niet bekend.
Dit is vastgesteld op basis van ervaring; De maximale diepteligging van de restanten van de V.1 is vastgesteld op basis van één geologisch booronderzoek. Er zijn waren representatieve geotechnische sondeeronderzoeken nabij het verdachte gebied; Waarschijnlijk zijn niet alle naoorlogse bodemroerende activiteiten terug te zien op de geraadpleegde recente luchtfoto’s.
ADVIES Op basis van de resultaten van dit vooronderzoek en de conclusies is het onderzoeksgebied gedeeltelijk verdacht verklaard op CE. Het advies met betrekking tot de aanwezigheid van CE en de uit te voeren werkzaamheden is als volgt. Onverdachte gebieden
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
67
De gebieden waarvoor op basis van de geraadpleegde bronnen geen verhoogde kans is vastgesteld op het aantreffen van CE, zijn aangemerkt als onverdacht. In deze gebieden zijn geen of onvoldoende aanwijzingen aangetroffen dat er oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waardoor CE in de bodem zijn achtergebleven. Dit betekent echter niet dat er geen CE kunnen worden aangetroffen in de onverdachte gebieden. Voor de gebieden die zijn aangemerkt als onverdacht geldt dat er voorafgaand aan de voorgenomen werkzaamheden geen vervolgstappen in de CE-opsporing genomen hoeven te worden. Verdachte gebieden In gebieden die verdacht zijn verklaard op CE wordt geadviseerd om voorafgaand aan de voorgenomen werkzaamheden vervolgstappen te ondernemen in de CE-opsporing. Hiervoor zijn meerdere mogelijkheden: 1. Indien mogelijk kunnen de voorgenomen werkzaamheden worden verplaatst en uitgevoerd buiten de op CE verdachte gebieden. Dit geldt zowel in horizontale zin als in verticale zin. Voor alle CE geldt een horizontale afbakening: werkzaamheden kunnen verplaatst worden buiten de verdachte gebieden. Voor alle CE geldt een maximale diepteligging ten opzichte van het maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.
Werkzaamheden die dieper worden uitgevoerd dan de maximale diepteligging van CE kunnen (met een veiligheidsmarge) uitgevoerd worden zonder dat vervolgstappen in de CE-opsporing noodzakelijk zijn. Een andere mogelijkheid is om de voorgenomen werkzaamheden te laten plaatsvinden in een aan te brengen ophooglaag. 2. Het laten uitvoeren van een Risicoanalyse (RA), waarbij dit vooronderzoek als basis zal dienen. In de RA zal worden vastgesteld waar en welke naoorlogse (grond)werkzaamheden hebben plaatsgevonden binnen de grenzen van het verdachte gebied alsmede tot welke diepte de bodem geroerd is geweest. Het uiteindelijke doel van de RA is om te bepalen of het verdachte gebied door naoorlogse werkzaamheden of voor de uitvoer van de geplande werkzaamheden (nog) verdacht is. Tevens wordt op basis van een analyse van de risico’s van CE voor de daadwerkelijke uitvoering van het project bepaald of detectie mogelijk is en welke detectietechniek het meest geschikt is; 3. Het laten uitvoeren van detectiewerkzaamheden. De detectietechniek is afhankelijk van het soort munitie en de diepteligging ervan. Bij CE die maximaal op een diepte van 4,5 meter liggen kan oppervlaktedetectie worden toegepast, wanneer de CE dieper liggen dan 4,5 meter kan dieptedetectie worden toegepast.
Aanbeveling Voor de aanleg van de leiding worden delen van het tracé aangelegd met een open ontgraving en andere delen met een HDD-boring. In het op geschutmunitie verdachte gebied waar een open ontgraving zal plaatsvinden adviseert IDDS om oppervlaktedetectie uit te laten voeren door een WSCS-OCE gecertificeerd CEopsporingsbedrijf. Voor de delen waar de HDD-boring wordt gezet kunnen de werkzaamheden die dieper dan de maximale diepteligging van de CE worden uitgevoerd zonder vervolgstappen worden gedaan. Ter plaatse van het gebied verdacht op restanten V.1 is het advies de werkzaamheden in horizontale zin te verplaatsen; ervoor te zorgen dat de werkzaamheden niet binnen het verdachte gebied plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, dan geldt ook hier het advies om direct oppervlaktedetectie uit te voeren. Voor de gebieden die verdacht zijn op diverse hoofdsoorten CE geldt dat hier een HDD-boring wordt gezet. Net op als bij de op geschutmunitie verdachte gebieden kunnen de werkzaamheden die dieper gaan dan de maximale diepteligging van de CE worden uitgevoerd zonder dat vervolgstappen in de CE-opsporing noodzakelijk zijn.
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
68
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
69
6 BIJLAGEN
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
70
BIJLAGE 1
OVERZICHT BEOORDELEN/EVALUEREN INVENTARISATIE (WSCS-OCE)
In het WSCS-OCE staat vermeld dat de indicaties en contra-indicaties uit de inventarisatie-resultaten dienen te worden beoordeeld en dat op basis hiervan de volgende punten gemotiveerd vastgesteld moeten worden: • Of er sprake is van een CE verdacht gebied, en zo ja: • De (sub)soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoedelijke CE; • De horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied. Bij de beoordeling en evaluatie van de resultaten van de inventarisatie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. Indien sprake is van de vermoedelijke aanwezigheid van CE, wordt de conclusie VERDACHT gerapporteerd. Indien er geen sprake is van de vermoedelijke aanwezigheid van CE, wordt de conclusie ONVERDACHT gerapporteerd; 2. De conclusie wordt vastgesteld op basis van twee of meer onafhankelijke verifieerbare bronnen. Indien een indicatie in slechts in bron is aangetroffen, wordt dit duidelijk aangegeven in de rapportage. Hierin wordt gerapporteerd hoe de betrouwbaarheid van de bronnen is ingeschat; 3. Indicaties en/of contra-indicaties dienen een locatieverwijzing te hebben, aangezien deze essentieel is om te bepalen of de informatie relevant is voor de aanwezigheid van CE op de projectlocatie en/of in het onderzoeksgebied. Voor de locatieverwijzing gelden de volgende uitgangspunten: a.
Indicaties en/of contra-indicaties moeten worden vertaald naar een locatie in de huidige topografie; b. Waar sprake is van onduidelijkheid/onbetrouwbaarheid in de locatieverwijzing, wordt dit gedocumenteerd; c. Bij gebruikmaking van indicaties en/of contra-indicaties uit geschreven bronnen, dient de locatieverwijzing uit het bronbestand in de rapportage ongewijzigd te worden overgenomen. 4. Bij het vaststellen van de conclusie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. Bij de beoordeling of bepaalde oorlogshandelingen een indicatie vormen voor de aanwezigheid van CE in het onderzoeksgebied, wordt bijlage 3 van het WSCS-OCE als leidraad gehanteerd. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken; b. Als er geen indicaties zijn die wijzen op de aanwezigheid van CE in het onderzoeksgebied, is de conclusie ONVERDACHT; c. Als er indicaties zijn dat bij oorlogshandelingen binnen de grenzen van de projectlocatie en/of onderzoeksgebied bepaalde hoofdsoorten CE zijn gebruikt/betrokken geweest, dan is (een deel van) de projectlocatie en/of onderzoeksgebied VERDACHT op de aanwezigheid van deze hoofdsoorten CE, tenzij op basis van contra-indicaties het tegendeel kan worden bewezen. 5. Het verdachte gebied wordt horizontaal en verticaal afgebakend, gespecificeerd per (sub)soort CE, hoeveelheid en verschijningsvorm van vermoedelijke CE.
Daarbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. Bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt bijlage 3 van het WSCSOCE gehanteerd; b. Uitgangspunten voor de verticale afbakening: i. Bij het bepalen van de verticale afbakening dient specifiek rekening te worden gehouden met: bodemweerstand, verwachte indringingsnelheid en –hoek, gewicht, vorm en diameter CE; ii. Voor het berekenen van de penetratiediepte wordt gebruik gemaakt van een rekenmethode waarin ten minste rekening gehouden wordt met de volgende parameters: de afwerphoogte, de afwerpsnelheid, het gewicht van de bom, de diameter van de bom en de weerstand van de bodem; iii. Indien sprake is van grondverzet/grondroering in de periode 1945 tot heden, wordt op basis daarvan bepaald of, en zo ja, tot welke diepte minus maaiveld (gerelateerd aan NAP), de aanwezigheid van CE kan worden uitgesloten; iv. De verticale afbakening wordt zodanig uitgedrukt dat deze is te herleiden tot de diepte ten opzichte van NAP; c. Uitgangspunten horizontale afbakening: 19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
71
i. Bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt de tolerantie gemotiveerd, gebaseerd op het beschikbare bronnenmateriaal; ii. Het verdachte gebied wordt weergegeven in RD-coördinaten; d. Onder de verschijningsvorm wordt verstaan de wijze waarop CE in het verleden in de (water)bodem zijn terechtgekomen, waarbij onderscheid kan worden gemaakt in: afgeworpen, verschoten, gegooid, gelegd, weggeslingerd, opgeslagen, gedumpt, begraven (inclusief redepositie), als restant uit springputten of explosie en als onderdeel van (vliegtuig)wrakken en/of gezonken vaartuigen.
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
72
BIJLAGE 2
VASTSTELLEN VERDACHT GEBIED EN AFBAKENING IN VOORONDERZOEK
In onderstaand overzicht is de horizontale afbakening van het verdachte gebied weergegeven zoals deze is opgenomen in het WSCS-OCE. Indicatie
Algemene omschrijving
Verdedigingswerk
✗
Geschutopstelling (statisch en mobiel)
Groepering van wapenopstellingen en/of geschutsopstellingen, rondom afgezet met een versperring (bijvoorbeeld weerstandskern of steunpunt) Opstelling van handvuurwapen, machinegeweer of andere (semi)automatisch wapen, niet zijnde onderdeel van een verdedigingswerk Locatie van geschut, niet zijnde onderdeel van een verdedigingswerk.
Munitieopslag in open veld
Locatie van munitievoorraad in het open veld, niet zijnde binnen een verdedigingswerk
Loopgraaf
Militaire loopgraaf
✗ ✗
Tankgracht of –geul
Een diepe (al dan niet droge) gracht of geul met steile wanden, aangebracht om pantservoertuigen tegen te houden Middels een aanwijzing, niet zijnde een mijnenlegrapport, op landmijnen verdacht verklaard gebied. In het verdachte gebied zijn bij de controle door de MMOD géén landmijnen aangetroffen Middels een aanwijzing, niet zijnde een mijnenlegrapport, op landmijnen verdacht verklaard gebied. In het verdachte gebied zijn bij de controle door de MMOD, of bij naoorlogse activiteiten landmijnen aangetroffen. Geregistreerd mijnenveld, waarvan mijnenlegrapport aanwezig is. Alle volgens het legrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Geregistreerd mijnenveld waarvan mijnenlegrapport aanwezig is. Niet alle volgens het mijnenlegrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Geen feitelijke onderbouwing bekend waarom er landmijnen worden vermist. Mijnenlegrapport aanwezig. Niet alle volgens het legrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Feitelijke onderbouwing bekend waarom er landmijnen worden vermist. Versperringen, zoals strandversperringen en drakentanden
Wapenopstelling
Landmijnen verdacht gebied
Landmijnen verdacht gebied
Mijnenveld
Mijnenveld
Mijnenveld
Versperringen
Uitgangspunt conclusie Verdacht Onverdacht
Infrastructuur zonder geschutsopstelling of munitievoorraad Schuilloopgraaf
Militaire werken zoals woononderkomen of werken met een burgerdoel zoals schuilbunker
Kampementen
Grondgebied met onderkomens zoals tenten
Mangat
Gat in grond met schuilfunctie, niet in gebruik genomen als schuttersput
Vernielingslading
Locatie van aangebrachte vernielingslading
Artillerie-, mortierof raketbeschieting
Gebied dat is beschoten door mobiel of vast geschut, mortieren of grondgebonden (meervoudige) raketwerpersysteem Gebied dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers
Raketbeschieting inslagenpatroon bekend
✗ ✗
✗ ✗
Het gebied binnen de contouren van de loopgraaf is verdacht, bij voorkeur bepaald aan de hand van gegeorefereerde luchtfoto’s. Niet verdacht, tenzij er aanwijzingen zijn dat er mogelijk munitie in gedumpt is. n.v.t.
De grenzen zoals aangegeven in het ruimrapport
✗ ✗
n.v.t.
De grenzen zoals aangegeven in het mijnenlegrapport en/of ruimrapport.
✗
n.v.t.
✗ ✗
Tenzij er indicaties zijn dat CE onderdeel uitmaken van de versperring.
✗ ✗
n.v.t.
✗
Tenzij er indicaties zijn op CE vanwege de aanwezigheid van nabij verdediging in de vorm van bijvoorbeeld wapenopstellingen
Tenzij er indicaties zijn op CE vanwege de aanwezigheid van munitieopslag of nabij verdediging in de vorm van bijvoorbeeld wapenopstellingen. n.v.t.
✗ ✗
Locatie van vernielingslading
✗
Op basis van een analyse van het inslagenpatroon wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslagpatroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon Te bepalen volgens rekenmethode waarin ten minste rekening wordt gehouden met de volgende parameters: de afwerphoogte, de afwerpsnelheid, het gewicht van de bom, de diameter van de bom en de weerstand van de bodem. Op basis van in ieder geval deze vijf parameters wordt berekend tot welke diepte CE theoretisch kunnen indringen en hoever de maximale horizontale verplaatsing is. Situationeel te bepalen
Inslagpunt blindganger, zijnde een vliegtuigbom
Vliegtuig die niet in werking is getreden
✗
Crashlocatie vliegtuig
Aanwezigheid van CE vanwege de crash
✗
Krater van gedetoneerde
Gebied waarin zich de krater van de detonatie van een incidentele luchtafweergranaat bevindt.
19040893
25 meter rondom het hart van de geschutopstelling, maar niet verder dan een eventuele aangrenzende watergang. Locatie van de veldopslaglocatie
✗
Loopgraaf voor burgerbevolking om in te schuilen
Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied Het grondgebied binnen de grenzen van het verdedigingswerk is verdacht. De grenzen worden bij voorkeur bepaald aan de hand van gegeorefereerde luchtfoto’s. Locatie van de wapenopstelling
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
Situationeel te bepalen
✗
Tenzij er indicaties zijn dat het geen incidentele luchtafweergranaat betreft.
73
incidentele luchtafweergranaat Inslagpunt van een V.1 wapen Krater van een (gedeeltelijk) gedetoneerde V.1 wapen Krater van een (gedeeltelijk) gedetoneerde V.2 wapen Dumplocatie van munitie en/of toebehoren Ongecontroleerde (massa)explosie Vernietigingslocatie voor CE
Vernielingslading (in werking gesteld) Tapijtbombardement
Duikbombardement op zgn. ‘Pin Point Target’, inslagenpatroon onbekend Duikbombardement op zgn. ‘Line Target’, inslagenpatroon onbekend Raketbeschieting op zgn. ‘Pin Point Target’, inslagenpatroon onbekend Raketbeschieting op zgn. ‘Line Target’, inslagenpatroon onbekend
104
Gebied dat is getroffen door de inslag van een V.1 wapen
✗
Gebied waarin zich de krater van de detonatie van een V.1 wapen bevindt.
✗
Gebied waarin zich de krater van de detonatie van een V.2 wapen bevindt.
✗
Situationeel te bepalen
Dumplocatie van CE en/of toebehoren in landbodem of op waterbodem
✗
(Sympathische) detonatie van explosieven voorraad zoals ontploffing munitieopslag of munitietrein Eén of meerdere springputten
✗
Locatie van de dump en afbakening verder situationeel te bepalen, bijvoorbeeld dumping in stilstaand of stromend water Situationeel te bepalen
Locatie van in werking gestelde vernielingslading, waarbij de mogelijkheid bestaat op het aantreffen van niet (geheel) gedetoneerde springlading(en) Gebied dat is getroffen door een bombardement met middelzware en/of zware bommenwerpers, met als doel om schade aan te richten over een groot gebied.
✗
Gebied dat is getroffen door een bombardement met jachtbommenwerpers, met als doel om een vooraf bepaald specifiek object te treffen
✗
Lineair gebied, nabij een spoorlijn, dat is getroffen door bombardement met jachtbommenwerpers, met als doel om de spoorlijn te treffen
✗
Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 91 meter gemeten vanuit het hart van de spoorlijn106.
Gebied dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers, met als doel om een vooraf bepaald specifiek object te treffen.
✗
Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 108 meter gemeten vanuit het hart van het doel107
Lineair gebied, nabij een spoorlijn, dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers, met als doel om de spoorlijn of treinstel op deze spoorlijn te treffen
✗
Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 80 meter gemeten vanuit het hart van de spoorlijn108
✗
✗
15 meter rondom een inslagpunt vanwege de mogelijke horizontale verplaatsing onder de grond. Situationeel te bepalen
De contour(en) van de springput(ten) en afbakening verder situationeel te bepalen, bijvoorbeeld gelet op de afstand van eventuele uitgeworpen CE buiten deze contour(en). Locatie waar de vernielingslading in werking is gesteld en afbakening verder situationeel te bepalen. Op basis van een analyse van het inslagenpatroon104 wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslagpatroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon. Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 181 meter gemeten vanuit het hart van het doel105.
Verzameling van de locaties van inslagen van één bepaald toestel of één bepaald bombardement.
105
Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322). Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. De genoemde afstand is de gemiddelde afstand t.o.v. het doel waarbij opgemerkt moet worden dat 50% van de vliegtuigbommen binnen 119 meter neer is gekomen en de maximaal gemeten afstand t.o.v. het doel 181 meter was. 106
Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322). Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. De genoemde afstand is de gemiddelde afstand t.o.v. het doel waarbij opgemerkt moet worden dat 50 % van de vliegtuigbommen binnen 46 meter neer is gekomen en de maximaal afstand t.o.v. het doel 91 meter was. 107
Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322). Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. De genoemde afstand is de gemiddelde afstand t.o.v. het doel (gebouwen) waarbij opgemerkt moet worden dat de gemiddelde spreiding van de raketten t.o.v. het middelpunt van een salvo 69 meter was, en dat de gemiddelde afstand van het middelpunt van een salvo t.o.v. het doel 39 meter was. 108
Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322). Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. De genoemde afstand is de maximale afstand gemeten n.a.v. luchtfoto-interpretatie.
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
74
BIJLAGE 3
19040893
DEKKING GERAADPLEEGDE LUCHTFOTO’S
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
75
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
76
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
77
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
78
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
79
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
80
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
81
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
82
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
83
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
84
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
85
BIJLAGE 4 (losbladig)
19040893
A1 CE INVENTARISATIEKAART
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
86
Inventarisatiekaart - deelgebied 1 - VO DPO-leiding Bokhoven-Heusden
20000811
146000
19941942
20091836
19971548
20051458 19841160
20020965
20060445 19990807
RAP_441000B
RAP_441105A
RAP_441000A
Legenda Artillerie-inslag
!
20021517 19861940
!
V.1 Krater
!
MORA
!
Niet definieerbare verstoring
A $
Artilleriebeschieting
S !
Schade door artilleriebeschieting
W "
Wapenopstelling
!
!
!
Mangaten MORA Artilleriebeschieting Onderzoeksgebied
62,5
125
Projectnaam: Kenmerk: Onderwerp:
VO DPO-leiding Bokhoven-Heusden 19040893 Inventarisatiekaart - deelgebied 1
Autorisatie:
Christian Kuijpers
Controleur: Datum:
Thierry van den Berg 7-1-2020
Tekenaar:
Mijnenveld
0
416000
416000
!
250 meter
±
Alexandra Costa Vieira
IDDS Explosieven 's-Gravendijckseweg 37 2200 AC Noordwijk
071 - 402 85 86 info@idds.nl www.idds.nl
Esri Nederland, Community Map Contributors
146000
Inventarisatiekaart - deelgebied 2 - VO DPO-leiding Bokhoven-Heusden
143000
RAP_441000B
RAP_441105A
Legenda Artillerie-inslag
!
V.1 Krater
!
Niet definieerbare verstoring
o
!
Noodlanding
"
Inundatie Onderzoeksgebied 62,5
125
250 meter
143000
VO DPO-leiding Bokhoven-Heusden 19040893 Inventarisatiekaart - deelgebied 2
Autorisatie:
Christian Kuijpers
Controleur: Datum:
Thierry van den Berg 7-1-2020
Tekenaar:
Artilleriebeschieting
0
Projectnaam: Kenmerk: Onderwerp:
±
Alexandra Costa Vieira
IDDS Explosieven 's-Gravendijckseweg 37 2200 AC Noordwijk
071 - 402 85 86 info@idds.nl www.idds.nl
Esri Nederland, Community Map Contributors
Inventarisatiekaart - deelgebied 3 - VO DPO-leiding Bokhoven-Heusden
414000
414000
143000
19910833 19851723
19760621 19763531
19910833
Legenda Artillerie-inslag
!
!
!
Krater/Mogelijk V.1 blindganger
!
MORA
!
Niet definieerbare verstoring
!
!
!
Mangaten
20000835
MORA Inundatie Onderzoeksgebied 62,5
143000
125
250 meter
VO DPO-leiding Bokhoven-Heusden 19040893 Inventarisatiekaart - deelgebied 3
Autorisatie:
Christian Kuijpers
Controleur: Datum:
Thierry van den Berg 7-1-2020
Tekenaar:
Niet definieerbare verstoring
0
Projectnaam: Kenmerk: Onderwerp:
±
Alexandra Costa Vieira
IDDS Explosieven 's-Gravendijckseweg 37 2200 AC Noordwijk
071 - 402 85 86 info@idds.nl www.idds.nl
Esri Nederland, Community Map Contributors
Inventarisatiekaart - deelgebied 4 - VO DPO-leiding Bokhoven-Heusden
146000
19851723
20000835
19812653
19881346 19951032 19830227
19830227
412000
412000
19881346
RAP_450214A
RAP_441221A RAP_450102A
RAP_450304A
20041114
Legenda Artillerie-inslag
!
!
O !
V.1
!
MORA
!
Niet definieerbare verstoring
W "
Wapenopstelling
O "
Opstelplaats
!
!
!
Mangaten MORA Mijnenveld Inundatie Onderzoeksgebied
62,5
125
250 meter
VO DPO-leiding Bokhoven-Heusden 19040893 Inventarisatiekaart - deelgebied 4
Autorisatie:
Christian Kuijpers
Controleur: Datum:
Thierry van den Berg 7-1-2020
Tekenaar:
Niet definieerbare verstoring
0
Projectnaam: Kenmerk: Onderwerp:
±
Alexandra Costa Vieira
IDDS Explosieven 's-Gravendijckseweg 37 2200 AC Noordwijk
071 - 402 85 86 info@idds.nl www.idds.nl
Esri Nederland, Community Map Contributors
146000
BIJLAGE 5 A1 CE-BODEMBELASTINGKAART (Losbladig)
19040893
DPO-leiding Bokhoven-Heusden
87
CE Bodembelastingkaart - deelgebied 1 - VO DPO-leiding Bokhoven-Heusden
146000
416000
416000
VGI_001
Legenda Verdacht op artilleriegranaten 62,5
125
VO DPO-leiding Bokhoven-Heusden 19040893 CE Bodembelastingkaart - deelgebied 1
Autorisatie:
Christian Kuijpers
Controleur: Datum:
Thierry van den Berg 7-1-2020
Tekenaar:
Onderzoeksgebied
0
Projectnaam: Kenmerk: Onderwerp:
250 meter
±
Alexandra Costa Vieira
IDDS Explosieven 's-Gravendijckseweg 37 2200 AC Noordwijk
071 - 402 85 86 info@idds.nl www.idds.nl
Esri Nederland, Community Map Contributors
146000
CE Bodembelastingkaart - deelgebied 2 - VO DPO-leiding Bokhoven-Heusden
143000
Onderzoeksgebied 62,5
VO DPO-leiding Bokhoven-Heusden 19040893 CE Bodembelastingkaart - deelgebied 2
Autorisatie:
Christian Kuijpers
Controleur: Datum:
Thierry van den Berg 7-1-2020
Tekenaar:
Legenda 0
Projectnaam: Kenmerk: Onderwerp:
125
250 meter
143000
±
Alexandra Costa Vieira
IDDS Explosieven 's-Gravendijckseweg 37 2200 AC Noordwijk
071 - 402 85 86 info@idds.nl www.idds.nl
Esri Nederland, Community Map Contributors
CE Bodembelastingkaart - deelgebied 3 - VO DPO-leiding Bokhoven-Heusden
414000
414000
143000
VGZ_ VGZ_
VGZ_
VGV_001
VGZ_
VGZ_
Legenda Verdacht op diverse CE hoofdgroepen Verdacht op restant V.1 62,5
143000
125
250 meter
VO DPO-leiding Bokhoven-Heusden 19040893 CE Bodembelastingkaart - deelgebied 3
Autorisatie:
Christian Kuijpers
Controleur: Datum:
Thierry van den Berg 7-1-2020
Tekenaar:
Onderzoeksgebied
0
Projectnaam: Kenmerk: Onderwerp:
±
Alexandra Costa Vieira
IDDS Explosieven 's-Gravendijckseweg 37 2200 AC Noordwijk
071 - 402 85 86 info@idds.nl www.idds.nl
Esri Nederland, Community Map Contributors
CE Bodembelastingkaart - deelgebied 4 - VO DPO-leiding Bokhoven-Heusden
146000
VGZ_
VGZ_
412000
412000
VGZ_
VGZ_
VGZ_
VGZ_
VGZ_ VGZ_
VGZ_
Legenda Verdacht op diverse CE hoofdgroepen 62,5
125
VO DPO-leiding Bokhoven-Heusden 19040893 CE Bodembelastingkaart - deelgebied 4
Autorisatie:
Christian Kuijpers
Controleur: Datum:
Thierry van den Berg 7-1-2020
Tekenaar:
Onderzoeksgebied
0
Projectnaam: Kenmerk: Onderwerp:
250 meter
±
Alexandra Costa Vieira
IDDS Explosieven 's-Gravendijckseweg 37 2200 AC Noordwijk
071 - 402 85 86 info@idds.nl www.idds.nl
Esri Nederland, Community Map Contributors
146000