CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Nota zienswijzen en ambtshalve aanpassingen omgevingsvisie Bommelerwaard anoniem

Commissie Ruimte 28 september 2022, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Vaststellen omgevingsvisie Bommelerwaard28.776 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

27. Snelfietsroutes worden in regionale samenwerking aangelegd. Bij het bepalen van de routes is verkeersveiligheid een belangrijk onderdeel van de afweging. De paden voor snelfietsroutes worden zo min mogelijk gecombineerd met andere vervoerstypen. Bij knooppunten en, in sommige gevallen, op beperkte delen van de routes komen verschillende vervoersmiddelen elkaar tegen. Hier dragen een heldere weginrichting en voorrangssituatie bij aan de verkeersveiligheid. 28. De omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen. en gaat niet in op specifieke deelonderwerpen zoals veerponten. 29. Wij onderschrijven deze stelling. Wandelommetjes kunnen nooit zonder overleg en redelijke afspraken met de grondeigenaren tot stand gebracht worden. 30. Het autoluw maken van de dijken is geen beleidsuitgangspunt van ons. Wel is de verkeersveiligheid op de dijken een aandachtspunt, zoals te lezen is op p 56. We werken hieraan door middel van het fietsbeleid van beide gemeenten, en (in Zaltbommel) een afwaardering van de snelheid van 80 km/u naar 60 km/u met de bijbehorende weginrichtingsmaatregelen. Bij daadwerkelijke plannen voor herinrichting maken toegankelijkheid en bereikbaarheid voor grondeigenaren en hulpdiensten nadrukkelijk deel uit van de afwegingen. 31. Vanzelfsprekend moeten bestaande en nieuwe bedrijven voldoen aan de regelgeving op het gebied van veiligheid. 32.

Deze aanbeveling nemen wij ter harte. 33. Wij willen onveilige en ongezonde situaties voorkomen en zetten ons in voor de bescherming van personen (p 82). Tegelijkertijd willen we burgers en ondernemers niet onnodig op kosten jagen. 34. Het stikstofbeleid is primair een verantwoordelijkheid van het rijk en de provincie. De gemeenten zijn hierin volgend. 35. Wij willen onveilige en ongezonde situaties voorkomen en zetten ons in voor de bescherming van personen (p 82). Tegelijkertijd willen we burgers en ondernemers niet onnodig op kosten jagen. Per evenement beogen we een redelijke en zorgvuldige afweging maken ten aanzien van de te nemen maatregelen. 36. In hoofdstuk 10 beschrijven wij in algemene zin onder welke omstandigheden de gemeente een voorkeursecht mag vestigen. Daarbij geven wij ook aan dat in de gemeente Maasdriel alleen gebruik wordt gemaakt van een voorkeursrecht indien nodig. In de gemeente Zaltbommel wordt per situatie bepaalt hoe het beleid omtrent het grondbeleid is. In de omgevingsvisie wordt dus geen specifieke beleidslijn voor het toepassen van het voorkeursrecht gemeenten bepaald. 37. Indiener lijkt hier vraagtekens te plaatsen bij de integriteit van (onder meer) medewerkers die betrokken zijn bij de omgevingsvisie. Wij herkennen ons hier in geen enkel opzicht in en distantiëren ons met klem daarvan. 38.

Wij voegen een overzicht toe met alle partijen die wij hebben uitgenodigd tijdens het participatietraject voor de omgevingsvisie. Ook voegen wij een lijst toe van partijen (overlegpartners) die wij hebben geïnformeerd op het moment dat wij de ontwerpomgevingsvisie ter inzage legden. Aanvulling I 39. Het is naar onze mening te vroeg om een afdoende beeld te hebben van de gevolgen van de oorlog in Oekraïne voor de lange termijn zoals gevolgen voor de landbouw(productie). Wij vinden het geen aanleiding om de omgevingsvisie hierop aan te passen Aanvulling II 40. Van het ‘blindelings importeren’ van de Gelderse Maatregelen Stikstof (GMS) in de omgevingsvisie is geen sprake. In regionaal verband hebben wij een Regionaal Uitvoeringsplan Stikstof (RUS) opgesteld. Dat plan beschrijft hoe het Rivierenland bijdraagt aan bron- en natuurherstelmaatregelen. De belangen van agrariërs, maar ook van andere partijen, worden hierin meegenomen. De ambitie is het terugdringen van de stikstofdepositie in het Rivierenland en maatregelen te nemen om ontwikkelingen mogelijk te maken. De uitvoering van het RUS richt zich vooral op het benutten van (mee)koppelkansen in lopende maatregelen, ontwikkelingen en projecten binnen verschillende beleidsthema’s. Het betreft hier een inspanningsverplichting om de stikstofreductie te bereiken.

Te denken valt aan het stimuleren van streekproducten, natuurinclusieve landbouw, het bevorderen van circulair, conceptueel en biobased bouwen en het inzetten op technologische innovaties. Daarnaast speelt het stikstofvraagstuk een rol bij (regionale) processen en beslissingen. Deze aanpak past binnen het GMS. Dat vraagt om aanscherping van punt 8 op de actielijst van kernopgave 1. Wij passen de tekst als volgt aan: ‘we stimuleren het verminderen van de stikstofuitstoot op onze stikstofgevoelige natuurgebieden. In regionaal verband werken we hierin samen in het Regionaal Uitvoeringsplan Stikstof. De uitvoering hiervan richt zich vooral op het benutten van (mee)koppelkansen in lopende maatregelen, ontwikkelingen en projecten binnen verschillende beleidsthema’s’. Conclusie: de zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie 23

9

271810

10-03-2022

1.

Indiener complimenteert gemeente met zorgvuldigheid waarmee de situatie in de sector is onderzocht voordat beleid is gevormd.

1. 2.

Voor kennisgeving aangenomen Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 38.

2.

3.

4. 5.

6.

7.

8.

9.

10.

11.

12.

13.

14.

15.

16.

17.

18.

19.

10

Met de visie toont de gemeente het wederzijdse belang in te zien. Wel zijn er aandachtspunten. Indiener ziet graag een lijst met maatschappelijke organisaties en alle bestuursorganen die betrokken zijn geweest bij de omgevingsvisie toegevoegd worden Een plafond of geen enkele ruimte voor intensieve veehouderij zoals nu beoogt op pagina 48 voelt als een ‘slot’ en geeft geen ruimte of handelingsalternatief voor ondernemers. Bij overschakeling van gangbaar intensief naar biologisch dienen anders dan nu ook bedrijfslocaties in aanmerking te komen die te klein zijn voor de graasdier/melkveehouderij. Agrovisie 2030 van (Z)LTO is niet bijgesloten. Indiener vraagt om geen ruimtelijke begrenzing te verbinden aan het areaal beschikbare landbouwgrond. Die zijn nodig om te kunnen blijven spreken van grondgebonden landbouw (beschikbaarheid is nodig op basis van eisen Meststoffenwet); Indiener vraagt erkenning van de bestaande landschapskwaliteiten, geomorfologische en aardkundige kwaliteiten die in voorgaande visies van groot belang waren; Indiener waarschuwt voor meer stikstofgevoelige natuur buiten de bestaande Natura 2000 gebieden. Dat gaat leiden tot een externe werking.

Indiener vraagt aandacht voor de ontwikkeling van landelijk en Europees mestbeleid qua taakverdeling tussen rundveehouderij, varkenshouderij en pluimveehouderij, gelet op wijzigingen in het beleid waardoor de omgevingsvisie mogelijk niet meer actueel is. Gelet op de alinea op p 40 dat landbouw een van de functies is, wenst indiener erkenning van behoud van gebruik van landbouwgrond. En dat andere functies in overleg met de grondgebruiker tot stand komen met een redelijke tegemoetkoming. Indiener vraagt tevens de gemeenten een speculatiebeding toe te passen op verworven landbouwgrond om te voorkomen dat er een warmere bestemming dan beoogd volgt of er delfstoffen worden gewonnen. Het verzoek aan de gemeente is om de kaart met Natura 2000 gebieden en de overige in de verordening vastgestelde natuur vast te leggen als bijlage van de omgevingsvisie; Ten onrechte wordt vermeld dat honderden ha aan uiterwaard in GNN liggen. Als behoefte aan betere biodiversiteit is, richt dan op de percelen in provinciaal eigendom en die van terrein beherende organisaties. Ook is in uiterwaard sprake van akkerbouw en fruitteelt (en niet alleen grasland, dat op p. 120 als enige agrarisch gebruik wordt genoemd). De uiterwaarden langs de Maas, Afgedamde Maas, Alem en Bergsche Maas zijn overwegend niet als natuur in gebruik. Op p.

92 (hoofdstuk 9) staat ‘agrarisch gebruik’ bij ‘buitendijks’ land’ ten onrechte op de laagste plek. Indiener geeft aan dat de op p.120 gemelde twee jaarlijkse overstroming van de Maasuiterwaarden in de praktijk niet gebeurt; Indiener verzoekt gemeente om de rol van uiterwaarden voor de regenwater/klimaatopgaven te herzien. In de ogen van de indiener begint het met het vasthouden van water in en nabij de wijk; Masterplan Maas richt zich op watertoerisme. Buitendijks is Rijkswaterstaat het bevoegd gezag en niet de gemeente. Voor welke activiteiten wordt toestemming van Rijkswaterstaat verwacht? Vergeet niet dat de horeca en de recreatie- en cultuursector te lijden gehad heeft onder de lockdowns. Het mag niet zo zijn dat bestaande natuurwaarden vernietigd worden doordat met een wijziging van strategie naar niet aanwezige waarden een beter subsidiedoel wordt nagestreefd.

Indiener verzoekt de gemeente om de agrarische functie van landbouwgrond buitendijks de hoofdfunctie te laten blijven en andere biodiversiteitsdoelen secundair hieraan te laten zijn; Indiener verzoekt de gemeente om zich bij het voornemen om meer biodiversiteit, natuur inclusief en natuur te beogen zich te beperken tot het provinciaal beleid rond GNN en Groen Ontwikkelzone; Indiener geeft aan dat de gebieden Hurwenen, Alem en het gebied bij de Afgedamde Maas ten onrechte een natuur historie wordt toegewezen op de kaart archeologische landschappen en dat het echter hooggelegen gebieden waren.

3.

4.

5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25. 26. 27. 28. 29. 30. 31. 32. 33. 34. 35. 36. 37. 38. 39. 40.

We zien ook negatieve effecten van de intensieve, niet-grondgebonden veehouderij, daarom vinden wij nieuwe bedrijven of uitbreiding van bestaande bedrijven niet gewenst. Dit is een voorzetting van een bestaande beleidslijn. De raad in Maasdriel heeft, in het kader van het bestemmingsplan buitengebied herziening 2016, op 26 juni 2019 dan ook een motie aangenomen om het gebruik van bouwpercelen van intensieve veehouderijen te monitoren. Wij willen dat bestaande nietgrondgebonden bedrijven omschakelen naar een grondgebonden bedrijfsvoering of een bedrijfsvoering die voldoet aan de laatste milieu- en/of dierenwelzijnseisen. De raad heeft in november 2021, bij de behandeling van de ontwerp omgevingsvisie, unaniem een motie aangenomen om in de uitwerking van het plussenbeleid onderscheid te maken tussen gangbare intensieve veehouderijbedrijven en biologische en lokaal grondgebonden intensieve veehouderijbedrijven. Ons streven is om na vaststelling van de omgevingsvisie te starten met de uitwerking van het plussenbeleid, in samenwerking met gemeente Zaltbommel, sector en de provincie.

Voor bestaande niet-grondgebonden bedrijven die willen omschakelen naar een grondgebonden bedrijfsvoering of een bedrijfsvoering die voldoet aan de laatste milieu- en/of dierenwelzijnseisen kijken we in overleg naar maatwerkoplossingen De omgevingsvisie biedt grondgebonden agrarische bedrijven de ruimte om uit te breiden. In de ‘open kom’ gebieden heeft de ontwikkeling van agrarische bedrijvigheid het primaat. Bij nieuwe ontwikkelingen bekijken wij ook in hoeverre die niet leiden tot belemmeringen of beperkingen voor ontwikkeling van agrarische bedrijven. Dat is een voortzetting van ons huidige beleid . Uitbreiding kan echter niet zonder voorwaarden. Zo moet een ontwikkeling milieutechnisch inpasbaar zijn en samengaan met een verduurzaming van de bedrijfsvoering. Ook moet de uitbreiding landschappelijk worden ingepast en bij grote uitbreidingen dient op andere plekken oude bebouwing te worden gesaneerd. Wij schetsen hiermee duidelijk welk toekomstbeeld wij zien voor de agrarische sector in onze gemeente: er is ontwikkelruimte, maar wel grondgebonden en passend in de omgeving en binnen milieu-, duurzaamheids- en dierenwelzijnseisen. Wij hebben de agrovisie van (Z)LTO in de omgevingsvisie alleen genoemd, om aan te geven dat bij het opstellen van de Omgevingsvisie kennis is genomen van deze agrovisie en dat deze visie bij ons bekend is.

We zien hierin geen reden om de agrovisie als bijlage toe te voegen. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 2. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 3.. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 4. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 5. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 6. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 7. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 8. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 9. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 10. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 11. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 12. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 13. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 14. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 15. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 16. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 8. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 17. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 18. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 19.

Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 21. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 22. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 23. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 24. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 25. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 26. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 27. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 28. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 29. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 30. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 31. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 32. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 33. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 34. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 35. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 36. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 37.

Aanvulling 41. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 39 42. We gaan hier niet in op eventuele toekomstige gevallen en ook niet op individuele gevallen van aankoop van landbouwgrond ten behoeve van natuur. Als dat te zijner

20. Het verzoek aan de gemeente is om de kaart met Natura 2000 gebieden en de overige in de verordening vastgestelde natuur vast te leggen als bijlage van de omgevingsvisie; 21. Indiener wijst op de op pagina 38 gemaakte opmerking over stikstof en geeft aan dat het niet zo mag zijn dat modellen met zeer grote onzekerheden zonder slag of stoot worden geïmporteerd in de omgevingsvisie. 22. Indiener waarschuwt voor een tunnelvisie en grote ongekende uitgaven omtrent stikstof. 23. Indiener meldt dat bij de kernkwaliteiten van de dijken de agrarische functie ontbreekt (p.144); 24. Indiener wijst gemeente op een onderzoek van Louis Blok waaruit blijkt dat gangbare landbouw beter scoort op de doelen water- en biodiversiteit; 25. Indiener stelt dat de bestaande landbouwgebieden in de Bommelerwaard voor de productie van voedsel van nationaal belang zijn en bescherming behoeven in plaats van reduceren van de landbouwfunctie; 26. Indiener verzoekt om grondbeleid te voeren dat grondgebondenheid stimuleert. Alle woningen buiten de kernen moeten aangemerkt worden als ‘plattelandswoning’. 27. Bij het aantrekken van grote bedrijven op industrieterreinen moet voortaan ook gekeken worden naar of zon op dak of groen op dak en de impact die nieuwe arbeidsmigranten die het bedrijf aantrekt op de regio en de schaarse grond heeft. 28.

Indiener stelt een koppeling voor tussen de ruimtebehoefte voor bedrijven, de behoefte aan hernieuwbare energie, de netwerkproblematiek en de VAB. Als energie-intensieve MKBbedrijven kunnen vestigen in VAB, kunnen zij voor hun energie (elektriciteit en groen gas) door omliggende boeren bediend worden, is een win-win-win situatie. 29. De landbouwsector biedt grote mogelijkheden voor duurzame opwek van elektriciteit, waarbij zonnevelden op landbouwgrond niet nodig is. 30. Indiener verzoekt snelfietsroutes alleen langs hoofdinfrastructuur te realiseren gelet op de verkeersveiligheid. 31. Het belang van het behoud van de veerpont ontbreekt. 32. Wandelommetjes moeten in overleg met grondeigenaren tot stand komen. 33. Indiener vraagt aandacht voor belangen van grondeigenaren en toegankelijkheid voor hulpdiensten bij het autoluw maken van dijken. 34. De gemeente kan anticiperen op bestaande en nieuwe bedrijven die zich met gevaarlijke stoffen bezig houden. 35. Indiener verzoekt de gemeente vinger aan de pols te houden over de toepassing van vervuilde grond in KRW en hoogwaterprojecten. 36. Indiener verzoekt terughoudend te zijn bij het stellen aan voorwaarden voor onderzoek naar explosieven, omdat deze voornamelijk een arbobelang dienen bij projecten waar gebiedsvreemde partijen werken en dienen de veiligheid van zelfstandige boeren/ ondernemers in de praktijk niet. 37.

Indiener verzoekt de gemeente zich niet te laten beheersen door modellen voor stikstof, maar te kijken naar de feitelijke waarneming, of door de Omgevingsdienst metingen naar stikstof uit te laten voeren. 38. Indiener verzoekt niet door te slaan met regelgeving over strenge eisen voor noodvoorzieningen bij evenementen, maar rekening te houden met duur, seizoen en mogelijke voorwaarden voor het af lassen of verzetten bij bepaalde weersomstandigheden. 39. Indiener vindt dat er op basis van een brede omgevingsvisie af moet worden gezien van het voorkeursrecht. Dit is in de ogen van de indiener een onredelijke dwangmaatregel; 40. Indiener verzoekt om de integriteit van de omgevingsvisie te waarborgen door een lijst van nevenactiviteiten op te stellen voor personen die iets in willen brengen over de eigendommen van anderen via de omgevingsvisie; Aanvulling 41. Indiener vraagt gemeente om beleid bij te stellen aan de nieuwe realiteit (de oorlog in Oekraïne) door de omgevingsvisie hiermee te herijken. 42. Indien gemeente bij standpunt blijft dat landbouwgrond moet wijken voor natuur wil indiener van gemeente op schrift dat de waardedaling die daardoor optreed van zijn gronden volledig wordt gecompenseerd zodra besluit is gevallen. .

11

tijd van toepassing is, worden hier met de individuele agrariër afspraken over gemaakt.

24

271838

30-01-2022

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

8.

9.

10. 11. 12.

13.

14.

15.

Indiener mist een gezamenlijke visie van de twee gemeenten samen in plaats van beiden apart; Indiener verzoekt gemeente vanuit efficiency oogpunt een plan te maken voor een fusie; Indiener verzoekt gemeente om geen ruimte vrij te maken voor zonne-energie op land; Indiener mist energie opwek door waterkracht in de omgevingsvisie Indiener verzoekt om de elektriciteitsmasten ondergronds aan te leggen; Indiener mist de aanleg van een (ondergronds) 380 KV net in de omgevingsvisie; Indiener vraagt zich af of er rekening wordt gehouden met een uitbreiding van het aantal banen van de A2. indiener verzoekt gemeente om de opmerking over het oprichten van een logistieke corridor te herzien, dichtbij is nl volop concurrentie, dozen vervuilen het landschap en het biedt weinig lokale arbeidsplaatsen. Indiener verzoekt gemeente om A2 corridor zoveel mogelijk open en groen te houden; Indiener stelt dat de scheepvaart – vooral over de Waal – steeds drukker wordt als gevolg van de modal shift. Beide gemeenten zouden zich druk moeten maken over de uitstoot van de schepen die hier varen. Deze is namelijk hoog en veroorzaakt veel (laag brommend) geluid wat als storend wordt ervaren. Op veel vaargebieden is het ontgassen van de laadruimte van binnenvaartschepen verboden. Hier nog niet. Omwille van de volksgezondheid zou dat wel moeten.

Indiener stelt dat de vraag gesteld moet worden of intensivee glastuinbouw er überhaupt nog wel moet komen. Het is energie slurpend, landschap vervuilend, licht vervuilend en milieubelastend qua oppervlaktewater (pesticiden). Glastuinbouw zou vanwege de negatieve effecten ook niet moeten grenzen aan woonkernen Indiener mist de intensieve veehouderij in de omgevingsvisie, m.n de reële gevaren voor de volksgezondheid (m.n. geitenhouderij in Rossum); Indiener vraagt zich af hoe de gemeente staat tegenover de heropenstelling van kerncentrale Dodewaard; Indiener is van mening dat het recreatiegebied St Andries veel groter kan zijn dan alleen het nieuwe fort en verzoekt ook het oude fort en de plassen daaromheen mee te nemen. . Indiener is van mening dat uitbreiding van de Wildeman onwenselijk is. Er is een omkaderd gebied en dat is bijna volgebouwd. In plaats van uitbreiden de oude, vervallen delen opknappen en herstructureren. Uitbreiding van de Wildeman naar de overzijde van de Van Heemstraweg is een no go op grond van het feit dat het landelijke karakter dan geheel verdwijnt en de toename van verkeer veel te groot wordt. De druk is nu al te groot door alle gebouwde en nog te bouwen panden voor logistiek dienstverlener.

Indiener verzoekt gemeente om het plaatsen van tankstations voor waterstof of oplaadplaatsen voor accu’s in de omgevingsvisie op te nemen; Indiener mist een opmerking over de problemen over het gebruik en maximale capaciteit van het elektriciteitsnet in de omgevingsvisie;

1. 2. 3.

4.

5.

6.

7.

8.

9. 10.

11. 12. 13.

14.

15.

12

De raden van Maasdriel en Zaltbommel hebben besloten om samen een visie Bommelerwaard op te stellen met aandacht voor de couleur locale. Dit zijn organisatorische en politieke keuzes waar een omgevingsvisie niet over gaat. Op 10 juni 2021 heeft de raad van Maasdriel de visie Zon – en wind gemeente Maasdriel vastgesteld. In deze visie is het beleid voor zonne-energie vastgesteld. Dit beleid is overgenomen in de omgevingsvisie. Zowel de Maas als de Waal hebben in de gemeente Maasdriel weinig verval. Uit eerdere onderzoeken is dan ook gebleken dat energieopwek relatief weinig zal opleveren. Wij volgen nadere onderzoeken op dit gebied met belangstelling. Dit is een mooie suggestie. Het beheer van het hoogspanningsnet valt echter onder de verantwoordelijkheid van Tennet. De gemeente heeft hier geen zeggenschap over. Er is inderdaad geen apart hoofdstuk in de visie opgenomen over infrastructuur voor de energievoorziening van de Bommelerwaard. Dit is een zogenaamde 1.0 omgevingsvisie waarin met name bestaand beleid is opgenomen. Mogelijk is dit een onderwerp voor een 2.0 versie . Bij de ruimtelijke inrichting wordt rekening gehouden met de uitbreiding van de A2. In kernopgave 5 is expliciet opgenomen dat we verdere ‘verdozing’ van het landschap willen vermijden en geen toevoeging van XXL -locaties langs de A2 willen. De A2 corridor wordt gezien als kennisas.

Dat is ook één van de redenen dat we in de gebiedsvisie Poort van Maasdriel ook inzetten op kennisintensieve bedrijvigheid. In kernopgave 5 staat ook dat er een goede balans moet zijn, inclusief zicht op het open komgebied. Er zijn geen normen gesteld aan de geluidbelasting op geluidgevoelige gebouwen op de wal door het scheepvaartverkeer. Wel zijn er (europese) geluidsnormen voor binnenvaartschepen voor de geluidbelasting op het schip zelf. Schepen worden regelmatig gekeurd door keuringsinstanties en dan worden ook geluidmetingen gedaan ( in ieder geval bij de oudere schepen) De Rijks Inspectie voor Leefomgeving en Transport houdt hier toezicht op. Een gemeente heeft dus geen bevoegdheden om daar iets aan te doen. De gemeente heeft ook geen bevoegdheden wat betreft het verbod op ontgassen. De invoering van het landelijk verbod op varend ontgassen laat nog op zich wachten, vanwege de ratificatie door deelnemende landen. De verwachting is dat Zwitserland als laatste land de ratificatie eind 2023 afrondt. De invoering van het landelijk verbod zal dan medio 2024 plaatsvinden. In de landelijke taskforce varend ontgassen wordt gewerkt aan verdere invoering van het verbod. Gelderland volgt de ontwikkelingen binnen deze taskforce. Kernopgave 8 is geheel gewijd aan de heroriëntatie herstructurering tuinbouw. Hier staat dat wij het tuinbouwbeleid evalueren. Dit is een separaat traject.

In kernopgave 4 is onder het kopje ontwikkelingen opgenomen “Mede hierdoor is er een toenemende onrust over gezondheidsaspecten in combinatie met de intensieve veehouderij (geiten).” In deze kernopgave staat ook dat voor de hele Bommelerwaard geldt dat nieuwe niet-grondgebonden intensieve veehouderijen of uitbreiding van bestaande niet gewenst zijn. Dit is geen onderwerp voor een omgevingsvisie Bommelerwaard, dit betreft landelijke politiek Als we het over het Fort Sint Andries hebben, hebben we het ook echt alleen over het fort. Omliggend gebied wordt vaak in andere projecten meegenomen. Het besluit tot uitbreiding van de Wildeman (3) in Zaltbommel is al genomen en het bestemmingsplan hiervoor is al in procedure. Daarnaast wordt ingezet op het duurzaam maken van huidige bedrijfsterreinen. Deze opgave is ook opgenomen in het regionaal programma werklocaties. De Schoofbandweg is inderdaad als zoekgebied voor bedrijventerrein aangegeven op de visiekaart. Hierbij wordt gedacht aan een regionaal bedrijventerrein (kavels 5000 m2 tot 2 ha). Dit is echter naar verwachting voorlopig nog niet aan de orde omdat eerst invulling wordt gegeven aan de Poort van Maasdriel. Hier is ook ruimte voor kavels van deze grootte. Op 9 december 2021 heeft de raad van Maasdriel een integrale laadvisie en plaatsingsbeleid vastgesteld.

Hiermee is de strategie uitgezet om tijdig een passende infrastructuur voor elektrische personenvoertuigen te realiseren. Voor de komende jaren voorzien wij niet dat waterstof een grote vlucht zal nemen als oplossing voor personenvervoer. Daar richten wij ons dus niet op, daarom is dit ook niet opgenomen in de omgevingsvisie. Een visie op het laden van bedrijfsvoertuigen zal in de komende jaren worden voorbereid. Zie het antwoord op vraag 6.

I

25

271882

02-02-2022 Ontvangen 02-02-2022

1.

2.

Indiener verzoekt om het belang van biologische landbouw in brede zin een duidelijkere en nadrukkelijkere rol te geven in de toekomst van de Bommelerwaard en vindt dat biologische varkenshouderij een goede kans op verdere ontplooiing moet krijgen; Indiener verzoekt om de biologische varkenshouderij te beschouwen als zijnde grondgebonden landbouw en dit als zodanig in de omgevingsvisie Bommelerwaard te definiëren / te verduidelijken.

1.

2.

Wij zien biologische landbouw als een positieve ontwikkeling die wij dan ook van harte omarmen. Bij de behandeling van de ontwerp omgevingsvisie in november 2021 heeft de raad unaniem een motie aangenomen om in de uitwerking van het plussenbeleid onderscheid te maken tussen gangbare intensieve veehouderijbedrijven en biologische en lokaal grondgebonden intensieve veehouderijbedrijven. Uw verzoek om biologische varkenshouderij te beschouwen als grondgebonden landbouw nemen wij mee in onze overwegingen bij de uitwerking van het plussenbeleid. Ons streven is om in 2022 te starten met de uitwerking hiervan, in samenwerking met gemeente Zaltbommel en de provincie.

In kernopgave 4 loopt de tekst over agrarische bedrijven en intensieve veehouderijen enigszins door elkaar. Om dit te verduidelijken passen we dit redactioneel aan.

Pagina 48, kernopgave 4, alinea 7 “in Maasdriel moeten agrarische bedrijven…...Bommelerwaardse maat bepaald) wordt verplaatst en komt na de 4e alinea zodat alles over (grondgebonden) agrarische bedrijven bij elkaar staat. Pagina 48, kernopgave 4, (2de kolom, 1de alinea) wordt de volgende zin toegevoegd “Maasdriel werkt het plussenbeleid verder uit in samenwerking met Zaltbommel en de provincie”

Conclusie: de zienswijze leidt wel tot een redactionele aanpassing van de omgevingsvisie. 26

271570

31-01-2022 Ontvangen 01-02-2022

1.

2.

Indiener is van mening dat er op de Bommelerwaardenkaart nog een route ontbreekt in de nationale en regionale hoofdstructuren. Het gaat hierbij om de nog te realiseren doortrekking van de Maas-Waalweg tot de N832 en vervolgens de route; (Lange) Achterdijk,Oude Rijksweg tot de rotonde N831. Indiener is verder van mening dat de route expliciet benoemd moet worden om een aantal kernopgaven in de omgevingsvisie goed te kunnen realiseren, het gaat hierbij om kernopgaven 9, 11, 12 voor Hedel, 5 en 9 voor Nederhemert en 5, 9, 11 en 12 voor Ammerzoden.

1.

2.

Gemeente Maasdriel is sinds circa 2014, samen met Zaltbommel, bezig met de Maas-Waalweg. Het werk is inmiddels aanbesteed, de uitvoering start na de bouwvak 2022 en de weg zal eind 2023 gerealiseerd zijn. De weg vormt de hoofdroute voor verkeer van en naar locaties ten westen van Ammerzoden. De route maakt inderdaad deel uit van de regionale hoofdstructuur. We voegen de route dan ook toe aan de Bommelerwaardenkaart, net als de route over de (Lange) Achterdijk. Gezien het belang van de route moet deze inderdaad ook in de tekst van de omgevingsvisie opgenomen worden, namelijk in kernopgave 6. “We stimuleren voornamelijk duurzame vormen van mobiliteit, waaronder OV, voet- en fietsverkeer en elektrisch vervoer”

Pagina 27, Bommelerwaardenkaart: Het tracé van de Maas-Waalweg wordt op de Bommelerwaardenkaart gezet evenals de route over de (Lange) Achterdijk in Ammerzoden.

P. 55, kernopgave 6 (2de kolom, kopje ‘waar willen we dat bereiken’). Schrappen ‘geldt voor de hele Bommelerwaard’. Toevoegen aan de laatste zin ‘en het doortrekken van de Maas-Waalweg’.

P. 55, kernopgave 6 (2de kolom, kopje ‘waar willen we dat bereiken’). Tekst wordt als volgt aangevuld: ‘Voor Maasdriel is de realisatie van de zuidelijke ontsluitingsroute belangrijk. De route is primair bedoeld om de leefbaarheid en veiligheid in de kernen Kerkdriel en Velddriel te verbeteren door zoveel mogelijk (doorgaand) verkeer over een nieuwe route (grotendeels) buiten de bebouwde kom af te wikkelen. Tegelijkertijd maakt het in de toekomst extra woningbouw mogelijk en hebben recreatiegebied De Zandmeren en het champignoncluster baat bij deze nieuwe route.’

De zin in hoofdstuk 7, p. 30 wordt als volgt aangepast: ‘een verdere uitbreiding van zowel de intensiveringsgebieden voor de glastuinbouw als de intensieve veehouderij heeft niet plaatsgevonden’. In de tekst in kernopgave 3, bij kopje ‘waar willen we dit bereiken’ nemen we de zin op ‘Wij houden bij

Conclusie: de zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie

27

270525

25-01-2022 Ontvangen 26-01-2022

1.

2.

3.

28

271842

02-02-2022

1.

2.

13

Cumela behartigt de belangen van ondernemers in de Bommelerwaard die gericht zijn op het leveren van goederen en diensten in het landelijk gebied, aan agrarische bedrijven, niet agrarische bedrijven en overheden. Hieronder valt dienstverlening t.b.v landbouw, grondverzet, groenbeheer, natuur.e.d. Indiener verzoekt om het bestaansrecht van haar bedrijven te erkennen en om qua omgevingswaarden inpassing te geven aan de opgaven en ontwikkelingen welke voor deze bedrijven relevant zijn inzake de fysieke leefomgeving, Daarnaast verzoekt indiener om mogelijkheden te creëren om bestaande bedrijfslocaties te kunnen ontwikkelen en uit te kunnen breiden en om nieuwvestiging in het buitengebied mogelijk te maken. Cumelabedrijven moeten niet naar een industrieterrein verplaatst worden. Cumela gaat graag in gesprek met gemeenten om te kijken naar reële mogelijkheden om het buitengebied van Zaltbommel en Maasdriel veiliger, mooier en beter te maken. Indiener constateert dat de visie zorgvuldig tot stand is gekomen met oog en oor voor inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden. Indiener wordt graag betrokken waar provinciale belangen en ambities spelen en is benieuwd naar mogelijke nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied en welke keuzes daarin worden gemaakt.

Indiener verzoekt gebruik te maken van de Streekgids Bommelerwaard als inspiratie – omdat het nog niet in de verordening is opgenomen – bij de actualisatie van het landschapsplan;

1. 2.

3.

Voor kennisneming aangenomen In het regionaal programma werklocaties is opgenomen dat nieuwvestiging van solitaire (niet agrarisch gerelateerde) bedrijven maar ook uitbreiding in het buitengebied niet mogelijk is. We willen namelijk verstening van het buitengebied voorkomen. Daarnaast hanteren wij het VAB beleid waarmee beperkte mogelijkheden worden geboden voor hergebruik van bepaalde soorten bedrijvigheid. Bereikbaarheid van bedrijven in het algemeen vinden wij van groot belang ook om verkeersoverlast voor de omgeving te voorkomen. In het buitengebied is dit doorgaans minder geborgd, toename van verkeersbewegingen in het buitengebied is ongewenst. De gemeente staat uiteraard altijd open voor een gesprek of overleg.

Conclusie: de zienswijze leidt niet tot een redactionele aanpassing van de omgevingsvisie.

1.

2.

3.

Wij betrekken indiener bij situaties waar specifieke provinciale belangen en ambities spelen, en, breder als zich relevante ruimtelijke (beleids)ontwikkelingen voordoen waarvoor breed draagvlak of brede afstemming wenselijk en/of noodzakelijk is. De Streekgidsen Bommelerwaard waren bedoeld als inspiratie(bron). Dat is door indiener ook altijd zo gecommuniceerd. Wij zien de meerwaarde van de streekgidsen als inspiratiebron. Wij zien echter geen aanleiding dat indiener de streekgidsen in de verordening opneemt. Het zou voor gemeenten een inperking van de flexibiliteit en afwegingsruimte kunnen betekenen. In de omgevingsvisie zetten wij op dit onderdeel de huidige werkwijze voort. Wij nemen de suggestie van indiener mee bij de evaluatie en een 2.0 versie van de omgevingsvisie.

3.

4.

5. 6.

7.

8.

9.

10. 11.

12.

13.

14.

15.

16.

Naar aanleiding van de opmerking op pagina 99 dat er t.a.v. bijdrage ruimtelijke ontwikkelingen nog de nodige terughoudendheid is vraagt indiener dit toch te onderzoeken en eventueel toe te passen; Indiener wijst op de eventuele strijdigheid van de begrenzing van open gebied tussen Bruchem-Gameren en Aalst met de provinciale verordening Indiener verzoekt het begrip ‘leisure-activiteiten’ op p. 59 beter te definiëren; Indiener wijst er op dat de indicatieve uitbreidingsrichting van het bedrijventerrein van Zaltbommel op p. 93 in een gebied met de aanduiding ‘te behouden open gebied’ lijkt te liggen en ook de ontwikkeling A2 zone lijkt hiermee op gespannen voet te staan. Het verzoek is om hier nader naar te kijken; Op p. 30 staat t.a.v. de visie dat ‘een verdere intensivering van de glastuinbouw en intensieve veehouderij heeft niet plaatsgevonden’, terwijl in de verordening twee glastuinbouwontwikkelingsgebieden zijn aangewezen. Indiener geeft aan dat de Visie Tuinbouw 2030 en de Visie op de paddenstoelenteelt, waar indiener met de gemeenten aan werkt, in de omgevingsvisie opgenomen kunnen worden. Indiener gaat graag in gesprek met de gemeente over de kernopgave “heroriëntatie herstructurering tuinbouw”. Een belangrijk uitgangspunt voor indiener is dat de totale oppervlakte die beschikbaar blijft voor de tuinbouw gelijk blijft.

Indiener verzoekt om de opmerking over teeltondersteunende voorzieningen op p. 48 van de omgevingsvisie te herzien; Indiener gaat graag in gesprek met de gemeente Zaltbommel over het verschuiven of uit te ruilen van de huidige intensiveringsgebieden naar meer geschikte gebieden; Indiener gaat graag in gesprek met de gemeente Maasdriel over het mee werken aan het inzetten van het reserveconcentratiegebied (die m.i.v. 1-2-2022 allen glastuinbouwontwikkelingsgebieden heten). Maasdriel is hierin terughoudend; Indiener meldt om rekening te houden met het verbod op diepinfiltratie in waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden; Indiener meldt dat bodemenergie in waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden en koude-warmteopslagvrije zones verboden is; Indiener meldt dat er, in gebieden genoemd onder punt 14, beperkende regels zijn voor het plaatsen van zonneparken en windmolens; Indiener meldt dat er binnen grondwaterbeschermingsgebieden specifieke regels gelden voor grondstromen.

4.

5. 6.

7.

8.

9.

10.

11. 12. 13.

14.

15. 16.

29

30

272838

272266

07-02-2022

01-02-2022 Ontvangen 04-02-2022

1.

1. 2. 3.

4. 5.

14

Indiener constateert dat bewoners en belanghebbenden zin aangehaakt bij het traject. Alle belangen in de Bommelerwaard zijn behartigd en thema’s als klimaat en de fysieke leefomgeving komen voldoende aan bod. Indiener heeft geen bezwaren. Indiener verzoekt om de Afgedamde Maas als bron voor drinkwater op te nemen in de omgevingsvisie. Indiener verzoekt om het innamepunt van Dunea op te nemen in de BommerVisiekaart en de BommelerWaardenkaart. Indiener verzoekt om ‘water(kwaliteit) aan de zin “Bij toekomstige ontwikkelingen wordt de biodiversiteit, natuur en/of groen integraal meegenomen in de plannen” (kernopgave 1, p. 35) toe te voegen. Indiener verzoekt betrokken te worden bij de planvorming en wijzigingen in de openbare ruimte die het drinkwaterbelang raken. Indiener verzoekt om bescherming van vitale infrastructuur voor de drinkwatervoorziening op te nemen door een 2x9 meter (i.p.v. 2x5 m) beschermingszone op te nemen.

De gemeente Zaltbommel is zich hiervan bewust en is met indiener in gesprek over de aanduiding ‘waardevol open gebied’ nabij de Molenstraat in Bruchem en ten zuidoosten (ten westen van de Maas-Waalweg) in Aalst. De aanduiding ‘waardevol open gebied’ vindt gemeente Zaltbommel hier niet passen bij haar eigen beleidsambities, die ook een provinciaal belang hebben (woningbouwopgave en huisvesting internationale werknemers), en de aanwezige landschappelijke waarden ter plekke. De gemeente Zaltbommel wij dat de aanduiding ‘waardevol open gebied’ hier wordt geschrapt. De begrenzing in de omgevingsvisie wijkt daarom af van de verordening en sluit aan op de beleidsambities van de gemeente. Een verdere definiëring van dit begrip vindt plaats bij een eventuele verdere uitwerking van de betreffende plannen. Dat spanningsveld herkennen wij ook. In het gebied komen zaken als het openhouden van het landschap (niet aan elkaar groeien van de bedrijventerreinen bij Zaltbommel en Hedel) evenals de opgaven voor bedrijvigheid, woningbouw, infrastructuur en duurzame energie bij elkaar. Dat kan schuren. Daarom geven wij in de omgevingsvisie aan dat we voor dit gebied een aparte visie gaan uitwerken (actiepunt 3 bij kernopgave 5). We hebben deze opgave ook op de visiekaart (p. 93) gevisualiseerd. De formulering is op meerdere wijzen uitlegbaar.

Daarom passen wij de tekst als volgt aan: ‘een verdere uitbreiding van zowel de intensiveringsgebieden voor de glastuinbouw als de intensieve veehouderij heeft niet plaatsgevonden’. Wij verwachten dat deze visies niet tijdig zijn afgerond en vastgesteld door alle partijen om in deze 1.0 versie van de omgevingsvisie mee te nemen. Wij nemen de vastgestelde visies mee in een 2.0 versie van de omgevingsvisie. De wijze waarop wij het beleid voor de tuinbouw in de omgevingsvisie hebben opgenomen sluit aan bij de afspraken die we in 2009 (in de samenwerkingsovereenkomst), met een doorkijk naar 2020, en in 2015 (in het uitvoeringsconvenant), met een doorkijk naar 2024, maakten. Daarnaast spreekt Zaltbommel de bereidheid uit om te onderzoeken of flexibiliteit mogelijk is om (delen) van intensiveringsgebieden te verschuiven of uit te ruilen naar meer geschikte gebieden (volumeneutraal). Verder zijn nog geen afspraken gemaakt voor wat betreft de visie op de tuinbouw. Indiener neemt met zijn uitspraak een voorschot op de uitkomst van het visietraject voor de tuinbouw. Wij willen eerst de uitkomst van dat traject afwachten hoe we verder gaan met de tuinbouw. Op dit moment is nog geen sprake van een gezamenlijk beeld. Wij verwijzen indiener naar de regelingen die de gemeenten hiervoor in de bestemmingsplannen buitengebied hebben opgenomen.

Wij willen over teeltondersteunende voorzieningen (tov’s) onze eigen bevoegdheid tot het nemen van (beperkende) maatregelen. Tov’s kunnen een aanzienlijke landschappelijke impact hebben. Op ons grondgebied hebben wij reeds een grote agrarische bedrijvigheid met een grote landschappelijke impact (tuinbouw). Die is geconcentreerd. In het buitengebied buiten de intensiveringsgebieden gaan wij terughoudend om met voorzieningen voor (agrarische) bedrijven die een grote impact op het landschap hebben. Wij staan open voor een gesprek met indiener. Wij verwijzen hiervoor naar het visietraject dat wij met elkaar aan het doorlopen zijn (zie bij punt 9). Wij verwijzen naar de beantwoording van punt 9. Voor kennisgeving aangenomen. Aanvullend merken wij op dat wij het drinkwaterinnamepunt bij Brakel (oppervlaktewater) en het grondwaterbeschermingsgebied t.b.v. drinkwater bij Velddriel op de waardenkaart en visiekaart afbeelden. Zie ook onze beantwoording bij zienswijze 30, punt 2. In de tekst in kernopgave 3, bij kopje ‘waar willen we dit bereiken’ nemen we de zin op ‘Wij houden bij initiatieven voor duurzame energie voorzieningen rekening met eventuele beperkingen binnen waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden’. Zie onze reactie bij punt 14.

In de tekst in kernopgave 12, bij kopje ‘hoe gaan we dit bereiken’ nemen we de zin op ‘Wij houden hierbij rekening met de regels in grondwaterbeschermingsgebieden’.

initiatieven voor duurzame energie voorzieningen rekening met eventuele beperkingen binnen waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden’. In de tekst in kernopgave 12, bij kopje hoe gaan we dit bereiken’ nemen we de zin op ‘Wij houden hierbij rekening met de regels in grondwaterbeschermingsgebieden’

Conclusie: de reactie leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie. 1. Voor kennisgeving aangenomen. Conclusie: de reactie leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 1.

2.

3. 4.

Het belang van de Afgedamde Maas als bron voor drinkwater benadrukken wij expliciet op p. 36 (uitwerking kernopgave 1: drinkwaterfunctie voor West-Nederland) en p. 120 (toelichting deelgebied ‘het buitendijks land: aan de Afgedamde Maas is een drinkwaterinnamepunt van Dunea gevestigd). Het innamepunt van Dunea aan de Afgedamde Maas geven wij weer (zo mogelijk als waterdruppel) op de visiekaart en de waardenkaart. Ook geven wij het grondwaterbeschermingsgebied (t.b.v. drinkwaterwinning) bij Velddriel weer op de visiekaart. Wij voegen ‘waterkwaliteit’ toe aan deze zin. Wij betrekken Dunea vroegtijdig bij plannen en/of ingrepen in de openbare ruimte die het belang van het drinkwater raken. Wij zien Dunea als een van onze standaardoverlegpartners bij ruimtelijke plannen.

Het drinkwaterinnamepunt aan de Afgedamde Maas en het grondwaterbeschermingsgebied (voor drinkwaterwinning) bij Velddriel worden weergegeven op de visiekaart en de waardenkaart (zo mogelijk als waterdruppel). De zin op p. 35 wordt als volgt aangepast: “bij toekomstige ontwikkelingen wordt de biodiversiteit, natuur en/of groen en water(kwaliteit) integraal meegenomen in de plannen’. Punt 5 uit de actielijst van kernopgave 1 op p. 38 wordt met de volgende zin

6. 7.

8.

31

32

272042

271681

02-02-2022

01-02-2022

1.

1. 2.

3.

4.

5.

33

271386

27-01-2022 Ontvangen 31-01-2022

1.

2. 3.

Indiener geeft aan gezien de aanwezige kennis een natuurpartner in de Bommelerwaard te zijn. Indiener verzoekt om Dunea vroegtijdig te betrekken bij ruimtelijke ontwikkelingen die het drinkwaterbelang raken, zodat samen invulling gegeven wordt aan de zorgplicht drinkwater. Indiener verzoekt de zorgplicht drinkwater op te nemen in de opsomming van de zorgplichten van de gemeenten in kernopgave 1.

Indiener verzoekt gemeente om ervoor zorg te dragen dat de omgevingsvisie niet in de weg staat aan de bedrijfsverplaatsing van Van Herwijnen naar de locatie aan de Winkelseweg 18. Wanneer de omgevingsvisie in samenhang wordt gelezen met de gebiedsvisie “De Poort van Maasdriel’ en de reactie van de gemeente op de ingediende zienswijze, blijkt dat de bedrijfsverplaatsing nog geenszins geborgd is. Indiener verzoekt de gemeenteraad dan ook om zich in positieve zin uit te spreken over de voorgenomen bedrijfsverplaatsing en zulks in de omgevingsvisie op te nemen. Indiener vindt het jammer dat het niet gelukt is om samen met Zaltbommel tot één eenduidige visie te komen; Voor de intensieve niet-grondgebonden veehouderij leest initiatiefnemer twee verschillende visie van Maasdriel en Zaltbommel. Indiener ziet dat de mogelijkheden in beide gemeentes voor ontwikkeling van bestaande intensieve veehouderijen zeer beperkt zijn. Dit is tegenstrijdig met de omgevingsvisie van de provincie Gelderland . Indiener constateert dat bij beide gemeentes er diverse locaties met bestemming intensieve veehouderij zijn terwijl de locatie daarvoor niet geschikt is.

Indiener mist een integrale aanpak van (op termijn) vrijkomende agrarische bebouwing en ontwikkelingsruimte voor bestaande ondernemers met intensieve veehouderij binnen de gemeente; Indiener verzoekt de gemeente om een voorbeeldrol te nemen bij de consumptie van duurzamer en lokaal geproduceerd voedsel door het duurzaam/biologisch inkopen van producten voor in de kantine/restaurants; Indiener verzoekt gemeente om rekening te houden met bestaande vitale infrastructuur (hoogspanningsverbindingen) en eventuele doorwerking naar een omgevingsplan. Indiener verzoekt gemeente om een kaart met hoogspanningsinfra op te nemen in de Bommelervisiekaart. Indiener verzoekt gemeente om ontwikkelingen die mogelijk de betrouwbaarheid en veiligheid van het functioneren van bestaande infra kunnen schaden vooraf af te stemmen.

5.

6. 7. 8.

Dit verzoek om aanpassing van de beschermingszone nemen wij mee bij het opstellen van het omgevingsplan (in de bestemmingsplannen is de beschermingszone van 2x5 m al opgenomen). Wij onderkennen de kennis die Dunea kan inbrengen en zien Dunea als waardevolle partner bij versterking van onze natuurgebieden; Zie hiervoor ons antwoord bij punt 4. In het huidige water- en rioleringsplan is de zorgplicht voor drinkwater niet uitgewerkt. Wij voegen aan de opsomming bij punt 5 in de actielijst van kernopgave 1 daarom de zin toe ‘Ook onderkennen we onze zorgplicht voor drinkwater’.

Conclusie: de zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie. 1. De omgevingsvisie is een strategisch document op hoofdlijnen en heeft een hoog abstractie niveau. De visie doet geen uitspraken over individuele bedrijfsverplaatsingen. Wat betreft de locatie aan de Winkelseweg verwijzen wij naar de gebiedsvisie Poort van Maasdriel en de reactie op de ingediende zienswijze. Conclusie: de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

1. In 2019 hebben de raden van Maasdriel en Zaltbommel besloten om gezamenlijk één omgevingsvisie Bommelerwaard op te stellen met ruimte voor lokale inkleuring. Insteek was dat 75% van de visie gezamenlijk deel zou zijn en 25% couleur locale. 2. In kernopgave 4 loopt de tekst over agrarische bedrijven en intensieve veehouderijen enigszins door elkaar. Om dit te verduidelijken passen we dit redactioneel aan. 3. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 23 bij punt 3. 4. Het is ons bekend dat dat bestaande locaties niet altijd optimaal zijn. Bestaande rechten worden altijd gerespecteerd. Daar waar echt probleemsituaties ontstaan zullen we gaan sturen. Deze locaties zijn ons op dit moment echter nier bekend. Aanvullend verwijzen wij naar onze beantwoording van zienswijze 23 bij punt 3. 5. Wij zien hier een beperkte rol voor de gemeente en meer een rol voor exploitanten en de sector zelf. Conclusie: de zienswijze leidt wel tot een redactionele aanpassing.

1. De omgevingsvisie is een strategisch document op hoofdlijnen en heeft een hoog abstractieniveau. De visie wordt geconcretiseerd in het omgevingsplan, dit bevat de regels voor de fysieke leefomgeving. Hier wordt ook rekening gehouden met hoogspanningsverbindingen. 2. De visiekaart is een ruimtelijke vertaling van de (uitwerking van) de kernopgaven. De bestaande hoogspanningsverbindingen horen niet thuis op deze kaart. Bij het omgevingsplan. bekijken wij hoe het daarin een plek kan krijgen. 3. Tennet is één van onze vooroverlegpartners bij concrete ruimtelijke initiatieven. Indien van toepassing wordt Tennet dan ook aan de voorkant betrokken bij dergelijke initiateven. Conclusie: zienswijze leidt niet tot aanpassing van de visie.

34

272044

31-01-2022

1.

2.

3. 4.

5.

6.

15

Indiener complimenteert gemeente met zorgvuldigheid waarmee de situatie in de sector is onderzocht voordat beleid is gevormd. Met de visie toont de gemeente het wederzijdse belang in te zien. Wel zijn er aandachtspunten. Een plafond of geen enkele ruimte voor intensieve veehouderij zoals nu beoogt op pagina 48 voelt als een ‘slot’ en geeft geen ruimte of handelingsalternatief voor ondernemers. Bij overschakeling van gangbaar intensief naar biologisch dienen anders dan nu ook bedrijfslocaties in aanmerking te komen die te klein zijn voor de graasdier/melkveehouderij. Agrovisie 2030 van (Z)LTO is niet bijgesloten Indiener vraagt om geen ruimtelijke begrenzing te verbinden aan het areaal beschikbare landbouwgrond. Die zijn nodig om te kunnen blijven spreken van grondgebonden landbouw (beschikbaarheid is nodig op basis van eisen Meststoffenwet); Indiener vraagt erkenning van de bestaande landschapskwaliteiten, geomorfologische en aardkundige kwaliteiten die in voorgaande visies van groot belang waren; Indiener waarschuwt voor meer stikstofgevoelige natuur buiten de bestaande Natura 2000 gebieden. Dat gaat leiden tot een externe werking.

aangevuld: Ook onderkennen we onze zorgplicht voor drinkwater.

1. Voor kennisgeving aangenomen 2. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 23 bij punt 3. 2. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 23 bij punt 4. 3. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 2. 4. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 3. 5. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 4. 6. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 5. 7. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 6. 8. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 8. 9. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 9. 10. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 10. 11. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 11. 12. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 12. 13. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 13. 14. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 14. 15. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 15. 16. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 16. 17. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 8. 18. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 17. 19. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 18.

20. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 19. 21. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 21.

Pagina 48, kernopgave 4, alinea 7 “in Maasdriel moeten agrarische bedrijven…...Bommelerwaardse maat bepaald) wordt verplaatst en komt na de 4e alinea zodat alles over (grondgebonden) agrarische bedrijven bij elkaar staat.

Pagina 48, kernopgave 4, 5e alinea wordt een zin toegevoegd “Maasdriel werkt het plussenbeleid verder uit in samenwerking met Zaltbommel en de provincie”

7.

8.

9.

10.

11.

12.

13.

14.

15.

16.

17.

18.

19.

20. 21. 22.

23.

24.

25.

26.

16

Indiener vraagt aandacht voor de ontwikkeling van landelijk en Europees mestbeleid qua taakverdeling tussen rundveehouderij, varkenshouderij en pluimveehouderij, gelet op wijzigingen in het beleid waardoor de omgevingsvisie mogelijk niet meer actueel is. Gelet op de alinea op p. 40 dat landbouw een van de functies is, wenst indiener erkenning van behoud van gebruik van landbouwgrond. En dat andere functies in overleg met de grondgebruiker tot stand komen met een redelijke tegemoetkoming. Het verzoek aan de gemeente is om de kaart met Natura 2000 gebieden en de overige in de verordening vastgestelde natuur vast te leggen als bijlage van de omgevingsvisie. Ten onrechte wordt vermeld dat honderden ha aan uiterwaard in GNN liggen. Als behoefte aan betere biodiversiteit is, richt dan op de percelen in provinciaal eigendom en die van terrein beherende organisaties. Ook is in uiterwaard sprake van akkerbouw en fruitteelt (en niet alleen grasland, dat op p. 120 als enige agrarisch gebruik wordt genoemd). De uiterwaarden langs de Maas, Afgedamde Maas, Alem en Bergsche Maas zijn overwegend niet als natuur in gebruik. Op p. 92 (hoofdstuk 9) staat ‘agrarisch gebruik’ bij ‘buitendijks’ land’ ten onrechte op de laagste plek.

Indiener geeft aan dat de op p.120 gemelde twee jaarlijkse overstroming van de Maasuiterwaarden in de praktijk niet gebeurt; Indiener verzoekt gemeente om de rol van uiterwaarden voor de regenwater/klimaatopgaven te herzien. In de ogen van de indiener begint het met het vasthouden van water in en nabij de wijk; Masterplan Maas richt zich op watertoerisme. Buitendijks is Rijkswaterstaat het bevoegd gezag en niet de gemeente. Voor welke activiteiten wordt toestemming van Rijkswaterstaat verwacht? Vergeet niet dat de horeca en de recreatie- en cultuursector te lijden gehad heeft onder de lockdowns. Het mag niet zo zijn dat bestaande natuurwaarden vernietigd worden doordat met een wijziging van strategie naar niet aanwezige waarden een beter subsidiedoel wordt nagestreefd. Indiener verzoekt de gemeente om de agrarische functie van landbouwgrond buitendijks de hoofdfunctie te laten blijven en andere biodiversiteitsdoelen secundair hieraan te laten zijn; Indiener verzoekt de gemeente om zich bij het voornemen om meer biodiversiteit, natuur inclusief en natuur te beogen zich te beperken tot het provinciaal beleid rond GNN en Groen Ontwikkelzone; Indiener geeft aan dat de gebieden Hurwenen, Alem en het gebied bij de Afgedamde Maas ten onrechte een natuur historie wordt toegewezen op de kaart archeologische landschappen en dat het echter hooggelegen gebieden waren.

Indiener verzoekt gemeente om de actuele kaart van het Gelders Natuur Netwerk met duiding voor Natura 2000 gebieden en Gelders Natuur Netwerk op te nemen in de omgevingsvisie; Indiener wijst op de op p. 38 gemeente opmerking over stikstof en wil dat de GMS niet blindelings wordt geïmporteerd in de omgevingsvisie; Indiener waarschuwt voor een tunnelvisie en grote ongekende uitgaven omtrent stikstof. Indiener meldt dat bij de kernkwaliteiten van de dijken de agrarische functie ontbreekt (p.144); Indiener wijst gemeente op een onderzoek van Louis Blok waaruit blijkt dat gangbare landbouw beter scoort op de doelen water- en biodiversiteit; Indiener stelt dat de bestaande landbouwgebieden in de Bommelerwaard voor de productie van voedsel van nationaal belang zijn en bescherming behoeven in plaats van reduceren van de landbouwfunctie; Indiener verzoekt om grondbeleid te voeren dat grondgebondenheid stimuleert. Alle woningen buiten de kernen moeten aangemerkt worden als ‘plattelandswoning’. Bij het aantrekken van grote bedrijven op industrieterreinen moet voortaan ook gekeken worden naar of zon op dak of groen op dak en de impact die nieuwe arbeidsmigranten die het bedrijf aantrekt op de regio en de schaarse grond heeft. Indiener stelt een koppeling voor tussen de ruimtebehoefte voor bedrijven, de behoefte aan hernieuwbare energie, de netwerkproblematiek en de VAB.

Als energie-intensieve MKBbedrijven kunnen vestigen in VAB, kunnen zij voor hun energie

22. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 22. 23. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 23. 24. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 24. 25. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 25. 26. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 26. 27. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 27. 28. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 28. 29. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 29. 30. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 30. 31. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 31. 32. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 32. 33. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 33. 34. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 34. 35. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 35. 36. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 36. 37. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 37. 38. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 38. 39. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 22 bij punt 39. 40. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 23 bij punt 42.

27.

28. 29. 30. 31.

32. 33.

34.

35.

36.

37.

38.

39.

40.

(elektriciteit en groen gas) door omliggende boeren bediend worden, is een win-win-win situatie. De landbouwsector biedt grote mogelijkheden voor duurzame opwek van elektriciteit, waarbij zonnevelden op landbouwgrond niet nodig is. Indiener verzoekt snelfietsroutes alleen langs hoofdinfrastructuur te realiseren gelet op de verkeersveiligheid. Het belang van het behoud van de veerpont ontbreekt. Wandelommetjes moeten in overleg met grondeigenaren tot stand komen. Indiener vraagt aandacht voor belangen van grondeigenaren en toegankelijkheid voor hulpdiensten bij het autoluw maken van dijken. De gemeente kan anticiperen op bestaande en nieuwe bedrijven die zich met gevaarlijke stoffen bezig houden. Indiener verzoekt de gemeente vinger aan de pols te houden over de toepassing van vervuilde grond in KRW en hoogwaterprojecten. Indiener verzoekt terughoudend te zijn bij het stellen aan voorwaarden voor onderzoek naar explosieven, omdat deze voornamelijk een arbobelang dienen bij projecten waar gebiedsvreemde partijen werken en dienen de veiligheid van zelfstandige boeren/ ondernemers in de praktijk niet. Indiener verzoekt de gemeente zich niet te laten beheersen door modellen voor stikstof, maar te kijken naar de feitelijke waarneming, of door de Omgevingsdienst metingen naar stikstof uit te laten voeren.

Indiener verzoekt niet door te slaan met regelgeving over strenge eisen voor noodvoorzieningen bij evenementen, maar rekening te houden met duur, seizoen en mogelijke voorwaarden voor het af lassen of verzetten bij bepaalde weersomstandigheden. Indiener vindt dat er op basis van een brede omgevingsvisie af moet worden gezien van het voorkeursrecht. Dit is in de ogen van de indiener een onredelijke dwangmaatregel. Indiener verzoekt om de integriteit van de omgevingsvisie te waarborgen door een lijst van nevenactiviteiten op te stellen voor personen die iets in willen brengen over de eigendommen van anderen via de omgevingsvisie; Indiener ziet graag een lijst met maatschappelijke organisaties en alle bestuursorganen die betrokken zijn geweest bij de omgevingsvisie toegevoegd worden. Aanvulling I Indiener vraagt gemeente om beleid bij te stellen aan de nieuwe realiteit (de oorlog in Oekraïne) door de omgevingsvisie hiermee te herijken.

41. Aanvulling II Indien gemeente bij standpunt blijft dat landbouw grond moet wijken voor natuur wil indiener van gemeente op schrift dat de waardedaling die daardoor optreed van zijn gronden volledig wordt gecompenseerd zodra besluit is gevallen.nog reactie op formuleren 35

272040

01-02-2022 Ontvangen 03-02-2022

1. 2.

3.

4.

5.

6.

17

Indiener complimenteert gemeente met zorgvuldigheid waarmee de situatie in de sector is onderzocht voordat beleid is gevormd. Indiener vraagt om geen ruimtelijke begrenzing te verbinden aan het areaal beschikbare landbouwgrond. Die zijn nodig om te kunnen blijven spreken van grondgebonden landbouw (beschikbaarheid is nodig op basis van eisen Meststoffenwet); Indiener vraagt erkenning van de bestaande landschapskwaliteiten, geomorfologische en aardkundige kwaliteiten die in voorgaande visies van groot belang waren; Indiener waarschuwt voor meer stikstofgevoelige natuur buiten de bestaande Natura 2000 gebieden. Dat gaat leiden tot een externe werking. Het verzoek aan de gemeente is om de kaart met Natura 2000 gebieden en de overige in de verordening vastgestelde natuur vast te leggen als bijlage van de omgevingsvisie. Ten onrechte wordt vermeld dat honderden ha aan uiterwaard in GNN liggen. Als behoefte aan betere biodiversiteit is, richt dan op de percelen in provinciaal eigendom en die van terrein beherende organisaties. Ook is in uiterwaard sprake van akkerbouw en fruitteelt (en niet alleen grasland, dat op p. 120 als enige agrarisch gebruik wordt genoemd). De uiterwaarden langs de Maas, Afgedamde Maas, Alem en Bergsche Maas zijn overwegend niet

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11812717/1