CConstaterende datMaasdriel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Nota zienswijzen en ambtshalve aanpassingen omgevingsvisie Bommelerwaard anoniem

Commissie Ruimte 28 september 2022, gemeente MaasdrielBij agendapunt: Vaststellen omgevingsvisie Bommelerwaard28.776 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Ontwerp omgevingsvisie Bommelerwaard Gemeente Maasdriel Nota zienswijzen 1. Behandeling ingediende zienswijzen 2. Ambtshalve voorgestelde wijzigingen Hoort bij raadsbesluit 13 oktober 2022

I.

Procedure ontwerp-omgevingsvisie ‘Bommelerwaard’

In deze nota gaan wij in op de ingediende zienswijzen. We hebben de zienswijzen samengevat . De samenvattingen van de reacties hebben overigens slechts tot doel om de leesbaarheid van deze nota te vergroten. Bij de beoordeling van de zienswijzen zijn de volledige brieven met bijlagen, zoals deze bij de gemeenten zijn ingediend, betrokken U kunt lezen of deze zienswijzen zorgen voor aanpassingen in de vastgestelde omgevingsvisie (ten opzichte van de ontwerpomgevingsvisie). Dat leest u in de laatste kolom van de tabel bij punt IV. Ook hebben wij in deze nota andere aanpassingen opgenomen. Het gaat dan om de aanpassingen die wij zelf hebben doorgevoerd (ambtshalve aanpassingen) en naar aanleiding van ingediende moties. Het plangebied van de omgevingsvisie betreft het grondgebied van de gehele gemeente Maasdriel (en de gemeente Zaltbommel). II. Ingediende zienswijzen/ontvankelijkheid De ontwerp-omgevingsvisie Bommelerwaard heeft van 9 december 2021 t/m 2 februari 2022 ter inzage gelegen in de gemeentehuizen. De ontwerpvisie is ook te vinden op de website www.toekomstBommelerwaard.nl en op de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Publicatie van deze ter inzage legging heeft plaatsgevonden in de Staatscourant en in het huis-aan-huisblad de Bommelerwaardgids. In deze periode bestond de mogelijkheid om zowel mondeling als schriftelijk zienswijzen naar de gemeente Maasdriel te sturen.

Op de ontwerp-omgevingsvisie zijn 45 zienswijzen ingediend, één advies en twee reacties van wettelijke overlegpartners. Alle zienswijzen zijn binnen de termijn ingediend en daarmee ontvankelijk. In een aantal gevallen ging het om een pro forma ingediende zienswijze. Per brief van 24 februari 2022 heeft de gemeente de indieners een termijn van 2 weken gesteld voor het aanvullen van de zienswijze. De reacties op het advies en de overlegreactie zijn uit praktisch oogpunt ook in de tabel onder punt IV opgenomen.

III. Algemeen deel paddenstoelbedrijven Maasdriel Maasdriel heeft een groot aantal zienswijzen ontvangen van paddenstoelbedrijven (19). We kiezen er daarom voor om ze in dit algemene deel te benoemen en van een reactie te voorzien. Bij de specifieke beantwoording per zienswijze verwijzen we hiernaar. De zienswijzen van paddenstoelbedrijven zijn onder te verdelen in drie categorieën. 1 verzoek uitbreiden bouwblok Indieners van deze zienswijzen verzoeken om:  een mogelijkheid tot het uitbreiden van het bestaande bouwblok tot 1,5 ha (in één geval uitbreiding tot 5 ha);  aan de Veilingweg geen maximale maten voor bouwblokken op te nemen. Reactie In het bestemmingsplan buitengebied herziening 2016 is de wijzigingsbevoegdheid om uitbreiding tot 1,5 ha mogelijk te maken niet meer opgenomen. Overwegingen hierbij waren dat de raad hecht aan het behouden en beschermen van de kwaliteiten rust en openheid van het agrarische buitengebied. Daarom zijn we ook terughoudender geworden met het blijven bieden van grote nieuwe uitbreidingsruimte voor bedrijven omdat uitbreidingen die kwaliteiten kunnen aantasten. We willen daarom in het buitengebied alleen nog nieuwe ruimte blijven bieden aan agrarische bedrijven die ook gebonden zijn aan het agrarische buitengebied.

Als ook aan niet-grondgebonden bedrijven veel nieuwe ruimte wordt geboden, worden de waarden van het buitengebied teveel aangetast. Voor niet-grondgebonden (agrarische) bedrijven voeren we in het buitengebied dus een terughoudend beleid waar het gaat om het bieden van grote nieuwe uitbreidingsruimte. Paddenstoelenteeltbedrijven zijn ook niet-grondgebonden. Nieuwvestiging van niet-grondgebonden bedrijven is ook al sedert decennia niet meer toegestaan. Daarnaast wordt voor glastuinbouw en paddenstoelenbedrijven ook al sinds de jaren negentig een speciaal concentratiebeleid gevoerd. Hiervoor zijn ook speciale concentratiegebieden aangewezen. De beroepen die in het kader van het bestemmingsplan buitengebied hiertegen zijn ingesteld zijn door de Raad van State ongegrond verklaard en het bestemmingsplan is onherroepelijk geworden. In deze omgevingsvisie is het betreffende beleid uit het bestemmingsplan buitengebied dan ook overgenomen. Overigens is er bij de behandeling van de ontwerp omgevingsvisie in november 2021 een motie ingediend om bouwpercelen van solitaire bedrijven te mogen uitbreiden tot 1,5 hectare. Deze motie is verworpen, hiermee is het beleid zoals vastgelegd in het bestemmingsplan en in de omgevingsvisie nogmaals bekrachtigd. Daarnaast is de omgevingsvisie een strategisch document op hoofdlijnen. De visie wordt geconcretiseerd in het omgevingsplan.

Aanpassingen van bouwblokken liggen meer op het niveau van omgevingsplan dan op het niveau van de omgevingsvisie.

2. Verzoek aanpassen Grote Ingh op visiekaart Indieners van deze zienswijzen verzoeken om de Grote Ingh op de visiekaart niet langer te kwalificeren als herstructureringsgebied maar om ruimte te bieden voor alternatieve mogelijkheden zoals het toepassen van het beleid hergebruik vrijkomende agrarische bebouwing en/of het bieden van mogelijkheden tot functieverandering. Hiermee ontstaat perspectief voor ondernemers en inwoners in de Grote Ingh. Reactie: Er is een volledige kernopgave (nummer 8) gewijd aan de heroriëntatie tuinbouw (hiermee wordt bedoeld glastuinbouw en paddenstoelteelt). Onder het kopje “hoe willen we dit bereiken” staat dat wij het tuinbouwbeleid evalueren. Dit gebeurt vanuit samenwerking en op basis van onderzoek naar de ruimte behoefte. De visie op de toekomst van de tuinbouw Bommelerwaard is een separaat, lopend, traject. Ook de besluitvorming hierover loopt los van de omgevingsvisie. De uitkomsten van het visietraject worden verwerkt in een volgende versie van de omgevingsvisie. Deze eerste omgevingsvisie is een zogenaamde 1.0 visie en is met name gebaseerd op bestaand beleid.

1

3.Individuele concrete verzoeken De zienswijzen uit deze categorie betreffen individuele verzoeken om ontwikkelmogelijkheden. Reactie. De omgevingsvisie spreekt zich niet over de ontwikkelingsmogelijkheden van een individueel bedrijf. Wij doen in de visie geen uitspraken op perceelsniveau. In het op te stellen omgevingsplan wordt duidelijk wat is toegestaan op het niveau van een perceel. Indieners van deze zienswijzen kunnen eventueel een principeverzoek indienen zodat wij een concrete afweging kunnen maken. Overigens zijn de betreffende verzoeken doorgaans al eerder in het kader van het bestemmingsplan buitengebied aan de orde geweest.

IV Zienswijzen samengevat en beoordeling

1

Zaaknummer

Datum

271345

28-01-2022

Samenvatting 1.

2.

2

256358

3

271333

1.

29-01-2022

1. 1.

2.

4

271282

28-01-2022

1.

2.

5

271319

31-01-2022

1.

2.

6

271326

29-01-2022

1.

2. 3.

7

2

272725

02-02-2022

1.

Beoordeling

Indiener verzoekt gemeente om in de omgevingsvisie uitbreidingsmogelijkheden op te nemen voor de bestaande (actieve) paddenstoelenbedrijven. Concreet een uitbreiding van het bestaande bouwblok tot 1,5 hectare. Indiener verzoekt om in de (toekomstige) intensiveringszone ‘Veilingweg’ geen beperking voor de maximale maat van een bouwblok in te stellen, zodat verdere groei daar altijd mogelijk blijft.

1.

Indiener verzoekt gemeente om in de omgevingsvisie uitbreidingsmogelijkheden op te nemen voor de bestaande (actieve) paddenstoelenbedrijven.

1.

Zie reactie onder III. algemene beantwoording zienswijzen, paddenstoelbedrijven Maasdriel, onder punt 1 verzoek uitbreiden bouwblok.

Indiener verzoekt gemeente om in de omgevingsvisie uitbreidingsmogelijkheden op te nemen voor de bestaande (actieve) paddenstoelenbedrijven. Concreet een uitbreiding van het bestaande bouwblok tot 1,5 hectare. Indiener verzoekt om in de (toekomstige) intensiveringszone ‘Veilingweg’ geen beperking voor de maximale maat van een bouwblok in te stellen, zodat verdere groei daar altijd mogelijk blijft.

1.

Zie reactie onder III. algemene beantwoording zienswijzen, paddenstoelbedrijven Maasdriel, onder punt 1 verzoek uitbreiden bouwblok. Idem.

Indiener verzoekt gemeente om in de omgevingsvisie uitbreidingsmogelijkheden op te nemen voor de bestaande (actieve) paddenstoelenbedrijven. Concreet een uitbreiding van het bestaande bouwblok tot 1,5 hectare. Indiener verzoekt om in de (toekomstige) intensiveringszone ‘Veilingweg’ geen beperking voor de maximale maat van een bouwblok in te stellen, zodat verdere groei daar altijd mogelijk blijft.

1.

Indiener verzoekt gemeente om in de omgevingsvisie uitbreidingsmogelijkheden op te nemen voor de bestaande (actieve) paddenstoelenbedrijven. Concreet een uitbreiding van het bestaande bouwblok tot 1,5 hectare. Indiener verzoekt om in de (toekomstige) intensiveringszone ‘Veilingweg’ geen beperking voor de maximale maat van een bouwblok in te stellen, zodat verdere groei daar altijd mogelijk blijft.

1.

Indiener verzoekt gemeente om in de omgevingsvisie uitbreidingsmogelijkheden op te nemen voor de bestaande (actieve) paddenstoelenbedrijven. Concreet een uitbreiding van het bestaande bouwblok tot 1,5 hectare. Daarnaast wil indiener dat zijn bouwblok naar achteren wordt verplaatst. Indiener verzoekt om in de (toekomstige) intensiveringszone ‘Veilingweg’ geen beperking voor de maximale maat van een bouwblok in te stellen, zodat verdere groei daar altijd mogelijk blijft.

1.

Indiener verzoekt gemeente om in de omgevingsvisie uitbreidingsmogelijkheden op te nemen voor de bestaande (actieve) paddenstoelenbedrijven. Concreet een uitbreiding van het bestaande bouwblok tot 1,5 hectare.

1.

2.

2.

2.

2.

2. 3.

2.

Zie reactie onder III algemene beantwoording zienswijzen, paddenstoelbedrijven Maasdriel, onder punt 1 verzoek uitbreiden bouwblok. Idem.

Zie reactie onder III. algemene beantwoording zienswijzen, paddenstoelbedrijven Maasdriel, onder punt 1 verzoek uitbreiden bouwblok. Idem.

Zie reactie onder III. algemene beantwoording zienswijzen, paddenstoelbedrijven Maasdriel, onder punt 1 verzoek uitbreiden bouwblok. Idem.

Zie reactie onder III. algemene beantwoording zienswijzen, paddenstoelbedrijven Maasdriel, onder punt 1 verzoek uitbreiden bouwblok. Zie reactie onder III. algemene beantwoording zienswijzen, paddenstoelbedrijven Maasdriel, onder punt 3 individuele concrete verzoeken. Zie reactie onder III. algemene beantwoording zienswijzen, paddenstoelbedrijven Maasdriel, onder punt 1 verzoek uitbreiden bouwblok.

Zie reactie onder III. algemene beantwoording zienswijzen, paddenstoelbedrijven Maasdriel, onder punt 1 verzoek uitbreiden bouwblok. Idem.

Aanpassing/wijziging

8

272728

02-02-2022

2.

Indiener verzoekt om in de (toekomstige) intensiveringszone ‘Veilingweg’ geen beperking voor de maximale maat van een bouwblok in te stellen, zodat verdere groei daar altijd mogelijk blijft.

1.

Indiener verzoekt gemeente om in de omgevingsvisie uitbreidingsmogelijkheden op te nemen voor de bestaande (actieve) paddenstoelenbedrijven. Concreet een uitbreiding van het bestaande bouwblok tot 1,5 hectare. Indiener verzoekt om in de (toekomstige) intensiveringszone ‘Veilingweg’ geen beperking voor de maximale maat van een bouwblok in te stellen, zodat verdere groei daar altijd mogelijk blijft.

1.

Indiener verzoekt gemeente om in de omgevingsvisie uitbreidingsmogelijkheden op te nemen voor de bestaande (actieve) paddenstoelenbedrijven. Indiener verzoekt om bedrijven dezelfde mogelijkheid te geven als de provincie geeft aan (glas) tuinbouw bedrijven, namelijk een eenmalige uitbreiding tot 5 hectare voor solitaire bedrijven. Indiener verzoekt om in de (toekomstige) intensiveringszone ‘Veilingweg’ geen beperking voor de maximale maat van een bouwblok in te stellen, zodat verdere groei daar altijd mogelijk blijft.

1.

Indiener verzoekt gemeente om in de omgevingsvisie uitbreidingsmogelijkheden op te nemen voor de bestaande (actieve) paddenstoelenbedrijven. Concreet een uitbreiding van het bestaande bouwblok tot 1,5 hectare. Indiener verzoekt om in de (toekomstige) intensiveringszone ‘Veilingweg’ geen beperking voor de maximale maat van een bouwblok in te stellen, zodat verdere groei daar altijd mogelijk blijft.

1.

Indiener verzoekt gemeente om in de omgevingsvisie uitbreidingsmogelijkheden op te nemen voor de bestaande (actieve) paddenstoelenbedrijven. Concreet een uitbreiding van het bestaande bouwblok tot 1,5 hectare. Indiener verzoekt om in de (toekomstige) intensiveringszone ‘Veilingweg’ geen beperking voor de maximale maat van een bouwblok in te stellen, zodat verdere groei daar altijd mogelijk blijft.

1.

2.

9

272033

02-02-2022

1.

2.

10

271309

29-01-2022

1.

2.

11

271825

31-01-2022

1.

2.

2.

2.

2.

Zie reactie onder III. algemene beantwoording zienswijzen, paddenstoelbedrijven Maasdriel, onder punt 1 verzoek uitbreiden bouwblok. Idem.

Zie reactie onder III. algemene beantwoording zienswijzen, paddenstoelbedrijven Maasdriel, onder punt 1 verzoek uitbreiden bouwblok. Idem.

Zie reactie onder III. algemene beantwoording zienswijzen, paddenstoelbedrijven Maasdriel, onder punt 1 verzoek uitbreiden bouwblok. Idem.

12

271689

31-01-2022 Ontvangen 01-02-2022

1.

Indiener verzoekt gemeente om de Grote Ingh op de visiekaart niet langer te kwalificeren als herstructureringsgebied maar om ruimte te bieden voor alternatieve mogelijkheden zoals het toepassen van het beleid hergebruik vrijkomende agrarische bebouwing en/of het bieden van mogelijkheden tot functieverandering. Hiermee ontstaat perspectief voor ondernemers en inwoners in de Grote Ingh.

1.

Zie reactie onder III. algemene beantwoording zienswijzen, paddenstoelbedrijven Maasdriel, onder punt 2 verzoek aanpassen Grote Ingh op visiekaart.

13

271885

31-01-2022 Ontvangen 02-02-2022

1.

Indiener verzoekt gemeente om de Grote Ingh op de visiekaart niet langer te kwalificeren als herstructureringsgebied maar om ruimte te bieden voor alternatieve mogelijkheden zoals het toepassen van het beleid hergebruik vrijkomende agrarische bebouwing en/of het bieden van mogelijkheden tot functieverandering. Hiermee ontstaat perspectief voor ondernemers en inwoners in de Grote Ingh.

1.

Zie reactie onder III. algemene beantwoording zienswijzen, paddenstoelbedrijven Maasdriel, onder punt 2 verzoek aanpassen Grote Ingh op visiekaart.

14

271569

1.

Indiener verzoekt gemeente om in de Ov mogelijkheden voor de Grote Ingh op te nemen.

15

271688

31-01-2022 Ontvangen 02-02-2022 31-01-2022 Ontvangen 02-02-2022

1.

Indiener verzoekt gemeente om de Grote Ingh op de visiekaart niet langer te kwalificeren als herstructureringsgebied maar om ruimte te bieden voor alternatieve mogelijkheden zoals het toepassen van het beleid hergebruik vrijkomende agrarische bebouwing en/of het bieden van mogelijkheden tot functieverandering. Hiermee ontstaat perspectief voor ondernemers en inwoners in de Grote Ingh. Indiener verzoekt gemeente om de mogelijkheden die er zijn te inventariseren, te benutten en in de Ov op te nemen. Voor het bedrijf van indiener betekent dit in de omgevingsvisie opnemen van uitbreidingsmogelijkheden voor agro-gerelateerde bedrijven die nu nergens in de gemeente een plaats hebben.

1.

Zie reactie onder III. algemene beantwoording zienswijzen, paddenstoelbedrijven Maasdriel, onder punt 2 verzoek aanpassen Grote Ingh op visiekaart. In de gebiedsvisie Poort van Maasdriel is in één van de drie deelgebieden ruimte voor agro gerelateerde bedrijvigheid.

2.

3

2.

Zie reactie onder III. algemene beantwoording zienswijzen, paddenstoelbedrijven Maasdriel, onder punt 1 verzoek uitbreiden bouwblok. Idem.

alternatieve

2.

16

271884

31-01-2022 Ontvangen 02-02-2022

1.

Indiener verzoekt gemeente om de Grote Ingh op de visiekaart niet langer te kwalificeren als herstructureringsgebied maar om ruimte te bieden voor alternatieve mogelijkheden zoals het toepassen van het beleid hergebruik vrijkomende agrarische bebouwing en/of het bieden van mogelijkheden tot functieverandering. Hiermee ontstaat perspectief voor ondernemers en inwoners in de Grote Ingh.

2.

Zie reactie onder III. algemene beantwoording zienswijzen, paddenstoelbedrijven Maasdriel, onder punt 2 verzoek aanpassen Grote Ingh op visiekaart.

17

271687

31-01-2022 Ontvangen 01-02-2022

1.

Indiener verzoekt gemeente om de Grote Ingh op de visiekaart niet langer te kwalificeren als herstructureringsgebied. Indiener verzoekt gemeente om de mogelijkheden die er zijn te inventariseren, te benutten en in de omgevingsvisie op te nemen. Voor het bedrijf van indiener betekent dit uitbreidingsmogelijkheden op te nemen voor tuinbedrijven (of mogelijkheid tot verplaatsing) omdat er nu nergens in de gemeente plaats voor is.

1.

Zie reactie onder III. algemene beantwoording zienswijzen, paddenstoelbedrijven Maasdriel, onder punt 2 verzoek aanpassen Grote Ingh op visiekaart. Zie reactie onder III. algemene beantwoording zienswijzen, paddenstoelbedrijven Maasdriel, onder punt 1 verzoek uitbreiden bouwblok.

Indiener verzoekt gemeente om in de omgevingsvisie uitbreidingsmogelijkheden op te nemen voor de bestaande (actieve) paddenstoelenbedrijven. Concreet gezegd wil indiener voor zijn bedrijf de mogelijkheid hebben om uit te breiden tot het einde van het perceel aan de Rooijensestraat 34, te Hoenzadriel. Indiener wil graag naast de bedrijfswoning een burgerwoning bouwen en hier een woonbestemming van te maken.

1.

Zie reactie onder III. algemene beantwoording zienswijzen, paddenstoelbedrijven Maasdriel, onder punt 1 verzoek uitbreiden bouwblok en onder punt 3 individuele concrete verzoeken.

1.

Zie reactie onder III. algemene beantwoording zienswijzen, paddenstoelbedrijven Maasdriel, onder punt 3 individuele concrete verzoeken.

2.

18

271827

01-02-2022

1.

19

271826

1.

20

270964

31-01-2022 Ontvangen 02-02-2022 28-01-2022

1.

2.

3.

4. 5.

6.

7.

8. 9.

10.

11. 12. 13.

14.

4

Indiener betreurt het dat het voornemen van de gemeenten om te komen tot één visie niet is gelukt. De (soms marginale) verschillen in voornomen beleid leidt soms tot storende onduidelijkheid. Indiener geeft aan dat de zin ‘Nieuwe plannen en ideeën, maar ook nieuw gemeentelijk beleid, moeten voldoen aan de omgevingsvisie’ te strikt is. De omgevingsvisie is een toetsingskader om te zien of nieuwe plannen aansluiten bij het beleid. Het kaderstellende beleid, zoals opgenomen in p. 20, vanuit de NOVI zal na aanscherping van het NOVI niet meer actueel zijn. Indiener vraagt actuele inzichten en ontwikkelingen mee te nemen in deze visie. Het stikstofdossier hoort bij het onderwerp natuur en niet bij gezondheid. Geur en geluid horen daar wel bij. In hoofdstuk 6 staat dat ruimtelijke maatregelen getroffen moeten worden om stank en geluid te reduceren om gezondheid te bevorderen. Indiener stelt dat het aankondigen van ruimtelijke maatregelen een loos begrip is als dit niet verduidelijkt wordt.. Indiener ziet een tegenstelling met de uitwerking rond intensieve veehouderijen en is van mening dat ruimtelijke maatregelen mogelijk moeten maken dat lokale bedrijven vanuit toekomstvastheid kunnen verplaatsen binnen de Bommelerwaard als dat bijdraagt aan fysieke en mentale gezondheid van omwonenden.

Ook zijn we van mening dat intensieve bedrijven geprikkeld kunnen worden de grondgebondenheid te verbeteren in samenhang met overige bedrijven. Via de verwerking van mest kunnen ze bijdragen aan het terugdringen van kunstmestgebruik en de kringlopen van overige bedrijven. Een ambitie zoals uitgedragen in kernopgave 12 inzake bovenwettelijke regels is ongewenst en getuigt van denken in beperkingen in plaats van denken in kansen. Indiener vraagt naar het te voeren beleid op het gebied van economie en toerisme. Indiener vraagt naar de betekenis van de zin “De gemeente Zaltbommel kenmerkt zich over 20 jaar door een sterk agrarisch karakter en vitale en duurzame lokale bedrijvigheid.” Hoe ziet het beleid eruit om dit te bereiken en wat zegt dit over Maasdriel? Indiener maakt zich zorgen of er in de uiterwaarden van de Maas nog ruimte blijft voor landbouw, gelet op het actiepunt dat het Masterplan Maas wordt uitgevoerd. Tevens vraagt indiener op te nemen hoe overlast als gevolg van recreanten in de uiterwaarden wordt voorkomen dan wel bestreden. Indiener geeft aan dat de verbetering van natuurwaarden en biodiversiteit kan zonder verdere afname van het landbouwareaal. Indiener verwijst naar de zinsnede op p. 39 dat de openheid in het gedrang komt door intensivering en schaalvergroting in de landbouw. Indiener herkent dit niet.

Aantasting van de openheid komt door woningbouw, moderne bedrijventerreinen en ingepaste zonnevelden, en niet zozeer door schaalvergroting van de landbouw. Verder geeft indiener aan dat ook uit andere onderdelen van beleid moet blijken dat openheid een zorg is. Indiener vindt de bewoording van kernopgave 4 onduidelijk. Agrarische bedrijfsvoering is gericht op langjarig toekomstperspectief. Voor zover

2.

1.

2.

3.

4.

5.

6. 7.

8.

9.

De gemeenten Maasdriel en Zaltbommel kennen veel overeenkomsten. Die uiten zich in gezamenlijke beleidskeuzes voor de toekomst van de Bommelerwaard. Er zijn echter ook verschillen. Daarom willen de gemeenten ruimte bieden voor een ‘couleur locale’, oftewel lokale keuzes. Als daar sprake van is, staat dat expliciet in de tekst van de omgevingsvisie vermeld om verwarring te voorkomen. In hoofdstuk 1, p. 6 (2de kolom, 1ste alinea), wijzigen we de zin als volgt ‘Nieuwe plannen en ideeën, maar ook nieuw gemeentelijk beleid, moeten aansluiten op de omgevingsvisie’. In de omgevingsvisie wordt uitgegaan van het nu geldende rijksbeleid. Op basis van de beleidscyclus op grond van de Omgevingswet wordt de omgevingsvisie regelmatig bijgesteld indien daarvoor aanleiding bestaat. Die aanleiding kan ook liggen in aangepast rijksbeleid. Dit punt gaat over de ‘leidende principes’ die de gemeente Maasdriel heeft bepaald. Stikstof heeft ook een relatie met gezondheid. Teveel stikstofoxiden in de lucht is namelijk schadelijk voor de gezondheid. Vooral mensen met longklachten of astma hebben er last van. Er zijn diverse bronnen van stikstofuitstoot, namelijk verkeer en industrie. Uit de mest vanuit de landbouw verdampt stikstof als ammoniak en komt in de lucht. Hoofdstuk 6 gaat over de leidende thema’s van Maasdriel, thema’s die bij vrijwel elke opgave terugkomen.

De inhoudelijke opgaven worden uitgewerkt in de kernopgaven. Voor de agrarische sector gebeurt dat met name in kernopgave 4. Wij willen dat bestaande niet-grondgebonden bedrijven omschakelen naar een grondgebonden bedrijfsvoering of een bedrijfsvoering die voldoet aan de laatste milieu- en/of dierenwelzijnseisen. Voor deze transitie bieden wij bedrijven ontwikkelruimte. Voor wat betreft verplaatsingsmogelijkheden vullen wij de tekst van de omgevingsvisie als volgt aan: ‘Verplaatsing van een intensieve, niet-grondgebonden veehouderij in de Bommelerwaard is alleen denkbaar als dat ook gunstig is vanuit het oogpunt van milieu, gezondheid en landschap. Dat vraagt dan om maatwerk’ Wij zien geen tegenstelling tussen ons beleid ten aanzien van gezondheid en intensieve veehouderijen. Wij schetsen duidelijk welk toekomstbeeld wij zien voor de agrarische sector in onze gemeente: er is ontwikkelruimte, maar wel grondgebonden en passend in de omgeving en binnen milieuen dierenwelzijnseisen. Daar waar innovatieve technieken bijdragen aan de grondgebondenheid en het versterken van de ruimtelijke kwaliteit staan wij daar open voor. Waarschijnlijk doelt de indiener op de 5de actie op p. 84: ‘Wij onderzoeken of wij voor bepaalde gebieden willen gaan werken met milieueisen (op het gebied van geluid- en geurbelasting) die strenger zijn dan de wettelijke normen’.

De tekst van deze actie kan met de huidige formulering te beperkend zijn en daarom passen wij die als volgt aan: ‘wij bekijken of wij in bepaalde gebieden, in het kader van het behoud van de milieukwaliteit, van de standaardwaarden (de milieukwaliteitsnormen uit het Bkl) willen afwijken en strengere waarden willen vaststellen. Daarnaast kijken wij waar het verantwoord is om in andere delen van het grondgebied soepelere normen vast te stellen’. Het beleid op het gebied van economie, de agrarische sector en toerisme en recreatie komt aan de orde onder de kernopgave 4, 5, 7, 8 en 11. Bij elke kernopgave staat beschreven onder ‘wat willen we bereiken’ welk beleid we willen voeren. Onder de actielijst staat telkens welke acties we willen initiëren. Hoofdstuk 7 geeft een kenschets over de karakteristieken en waarden van de Bommelerwaard zoals deze nu is en geeft een kenschets waar de gemeenten Zaltbommel en Maasdriel over 20 jaar staan. Op p. 29 staat een kenschets van de gemeente Zaltbommel over 20 jaar en op p. 30 staat een kenschets van de gemeente Maasdriel over 20 jaar. Deze zin zegt dus alleen iets over de gemeente Zaltbommel. In de alinea daarvoor staat aangeduid dat beide gemeenten hun eigen ‘couleur locale’ hebben en dat er verschil is in de kernopgaven per gemeente. Deze kernopgaven leiden

Zin in hoofdstuk 1, p. 6 (2de kolom, 1ste alinea), wordt als volgt gewijzigd ‘Nieuwe plannen en ideeën, maar ook nieuw gemeentelijk beleid, moeten aansluiten op de omgevingsvisie’. De tekst in kernopgave 4, op p. 48 wordt aangevuld ‘verplaatsing van een intensieve, niet-grondgebonden veehouderij in de Bommelerwaard is alleen denkbaar als dat ook gunstig is vanuit het oogpunt van milieu, gezondheid en landschap. Dat vraagt dan om maatwerk.” De 5de actie uit de actielijst van kernopgave 12 op p. 84 wordt als volgt aangepast: ‘wij bekijken of wij in bepaalde gebieden, in het kader van het behoud van de milieukwaliteit, van de standaardwaarden (de milieukwaliteitsnormen uit het Bkl) willen afwijken en strengere waarden willen vaststellen. Daarnaast kijken wij waar het verantwoord is om in andere delen van het grondgebied soepelere normen vast te stellen’. Zin in kernopgave 4, p. 39 (1ste zin van de 2de alinea in de 1ste kolom) wordt als volgt aangepast: ‘waardevolle open en nog groene gebieden, met name in de komgebieden, maar ook op de oeverwallen, worden steeds kleiner door intensivering en schaalvergroting in de landbouw en door onder meer uitbreiding van woningbouw en bedrijventerreinen’.

15.

16.

17.

18.

deze tekst de voorbode is van minder ruimte voor onze bedrijfsvoering dan zijn we het daar niet mee eens. Rond VAB-beleid mist indiener de input van de agrovisie. Indiener vraagt om terughoudendheid bij bestemmingswijzigingen en goed overleg met de sector bij het beschikbaar houden van landbouwgronden en bouwblokken. Indiener geeft het volgende aan: We zoeken naar een gezonde balans in het bieden van ruimte voor de ontwikkeling van de agrarische bedrijven, modernisering, aanpassing aan de energietransitie en teeltondersteunende voorzieningen in verbinding met het versterken van ons landschap, bescherming van de cultuurhistorie en de natuur. We willen inzetten op nieuwe (weerbare) teeltsystemen om de fruitproductie verder te verduurzamen en kwaliteit te borgen. Indiener verzoekt een duidelijk beleid te voeren voor intensieve veehouderijen. Dit zijn ook ondernemers van de gemeente die een handelingsperspectief voor gedurfde plannen en bijbehorende investeringen biedt. Indiener vraagt met de sectoren champignonteelt en glastuinbouw te overleggen ten aanzien van de samenhang met energie-infrastructuur en slimme uitwisseling met andersoortige bedrijven.

10.

11.

12.

13.

14. 15.

16.

17. 18.

vervolgens tot een toekomstbeeld van beide gemeenten over 20 jaar, een stip op de horizon. De kernopgaven zijn uitgewerkt in hoofdstuk 8. Wij erkennen het belang dat de (grondgebonden) landbouw voldoende ruimte moet blijven houden om te kunnen ontwikkelen. Uitvoering van het Masterplan Maas verandert daar niets aan. De uiterwaarden zijn overwegend in gebruik voor de functies water, natuur, toerisme en landbouw. Bepaalde functies zijn niet op voorhand meer of minder belangrijk dan anderen. Hoewel we niet uitsluiten dat soms sprake kan zijn van overlast (door recreanten), is dit niet specifiek bij ons bekend. Wij hebben overleg gehad met Staatsbosbeheer en Rijkswaterstaat (specifiek over een bepaalde locatie in de uiterwaarden). Dat ging vooral over overlast als gevolg van achter gelaten afval. Voor vuilstortingen hebben we de APV. Voor wat betreft het uitlaten van honden is er het honden(poep)beleid. Het betreden van eigendommen kan een inbreuk zijn op het eigendomsrecht. Dergelijk zaken zijn afdoende via andere wet- en regelgeving geregeld. Zodoende nemen we hierover geen actie op in de omgevingsvisie. Voor wat betreft de verbetering van de biodiversiteit is ons doel, aangezien de biodiversiteit sterk onder druk staat, dat ook buiten natuurgebieden de biodiversiteit wordt verbeterd. Het is niet ons doel dat dit leidt tot een afname van het landbouwareaal.

Dat is in lijn met landelijk en provinciaal beleid. Wij zijn hierin niet strenger dan dat beleid. Wij passen de zin op p. 39 als volgt aan: ‘waardevolle open en nog groene gebieden, met name in de komgebieden, maar ook op de oeverwallen, worden steeds kleiner door onder meer uitbreiding van woningbouw en bedrijventerreinen’ (tekst ‘door intensivering en schaalvergroting in de landbouw en’ wordt geschrapt). Zie beantwoording zienswijze 22 punt 2. Ervaring in de praktijk is dat vooral agrarische percelen (waaronder ook tuinbouwpercelen) die weinig toekomstbestendig lijken, bijvoorbeeld door een geringe omvang of ongunstige situering, worden ingezet voor functieverandering. Op p. 49 geven wij aan dat wij in de ‘open kommen’, waar de nadruk ligt op de grondgebonden agrarische bedrijfsvoering en het openhouden van het landschap, terughoudend willen omgaan met functieverandering. Voor kennisgeving aangenomen. Voor wat betreft het punt over de teeltondersteunende voorzieningen zie beantwoording zienswijze 28 punt 10. Aanvullend merken wij op dat we onderzoeken of er ruimte is voor experimentele ontwikkelingen, zoals combinaties van tov’s en duurzame energieopwekking. Mede als doel om ondernemers te faciliteren om te anticiperen op gevolgen klimaatverandering. Zie beantwoording zienswijze 23 punt 3.

Wij verwoorden ons beleid voor wat betreft intensieve, niet-grondgebonden veehouderij in hoofdstuk 8 bij kernopgave 4 (p. 47-49). Wij merken in hoofdstuk 8 bij kernopgave 8 (p. 60-61) op dat wij voor de tuinbouwsector een afzonderlijke visie opstellen. Dat doen wij samen met de provincie en het waterschap en daarbij is de tuinbouwsector één van de betrokken partijen. Conclusie: de zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie

21

271847

27-01-2022

1.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

5

Indiener ziet in de omgevingsvisie aangrijpingspunten om gezamenlijke ambities te realiseren en verwijst naar een visie die indiener heeft opgeteld met als uitgangspunten ontwikkelperspectief, bijdrage aan maatschappelijke opgaven en verbinding met de samenleving. De door adviesbureau CLM in 2020 ingeschatte ruimtevraag wordt onderschreven, maar deze ruimte is niet in het PIP (provinciaal inpassingsplan) beschikbaar. Indiener streeft naar een ruimtelijk beleid dat is gericht op ruimtelijke kwaliteit, dat betekent verdere concentratie van solitaire bedrijven en heroverweging van delen van bestaande concentratiegebieden. Indiener vraagt niet om meer ruimte, waar om een herschikking van gebieden (meer aansluitend op bestaande clusters). Daarom is indiener positief over de grondhouding van de gemeente Zaltbommel of flexibiliteit mogelijk is. Op dit moment wordt onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden om de paddenstoelencluster in Maasdriel te revitaliseren. Er is een aantal bedrijven waarvoor verplaatsing (Veilingweg), uitbreiding en/of vernieuwing wenselijk is. In enkele gevallen is uitbreiding op huidige locatie de beste oplossing. De glastuinbouw- en padenstoelensector pleiten ervoor de ontwikkelruimte Grote Ingh (toe) te voegen aan de locatie Veilingweg Velddriel.

Hierdoor ontstaat in Maasdriel een toplocatie en een basisomvang om noodzakelijke voorzieningen te realiseren en meerwaarde te bieden voor de omgeving (mede door inpassing van duurzame energie). Het verlaten van de tuinbouwbestemming van de Grote Ingh biedt mogelijkheden om hier een hoogwaardige alternatieve inrichting bij Kerkdriel te realiseren. Indiener vraagt zich af hoe de omgevingsvisie zich verhoudt tot de visie Herstructurering Paddenstoelenteelt.

1. 2.

3.

4.

5.

Voor kennisgeving aangenomen. Wij zijn verheugd te vernemen dat de sector de door CLM geraamde ruimtevraag onderschrijft. Overigens merken wij op dat de gemeenten, provincie en waterschap in de Samenwerkingsovereenkomst (2008) hebben aangegeven de tuinbouwbehoefte te faciliteren tot 2020. Met het Uitvoeringsconvent (2015) is dat tot 2024 verlengd. De partijen zijn geen verplichting aangegaan om een eventuele verdere behoefte in de ruimtelijke zin te faciliteren. De gemeenten en provincie zijn nu, in samenwerking met de tuinbouwsector, bezig met een Visie Tuinbouw. Het visietraject loopt nog en er is nog geen sprake van een gezamenlijk gedragen beeld. Daarnaast merken wij op dat in de basis de ruimte voor de doorontwikkeling van de tuinbouw in de bestaande intensiveringsgebieden dient te worden gevonden, al dan niet door herstructurering van de bestaande gebieden. Wij houden vast aan het bestaande volume van deze gebieden. Wel wil de gemeente Zaltbommel onderzoeken of er flexibiliteit mogelijk is. Dat kan door (delen van) de huidige gebieden te verschuiven of ‘uit te ruilen’ met gebieden die meer geschikt zijn. Dat geldt voor het Zaltbommelse grondgebied. Hierbij is geen ruimte voor een vergroting van het volume van de intensiveringsgebieden. Wij onderschrijven het streven naar een beleid dat is gericht op ruimtelijke kwaliteit.

Solitaire bedrijven dienen, als zij hun bedrijf willen voortzetten en uitbreiden, te verplaatsen naar intensiveringsgebieden. De gemeente Zaltbommel is bereid om bestaande (delen van) intensiveringsgebieden te heroverwegen indien blijkt dat andere gebieden geschikter zijn. Zie hiervoor ook ons antwoord bij punt 2. Wij merken aanvullend op dat bij een dergelijke afweging ook andere belangen meespelen, zoals het effect op het landschap van eventuele nieuwe locaties. Verder dienen hierbij belanghebbende partijen als de provincie betrokken te worden. Wij merken op dat bestaande rechten van bedrijven zijn gerespecteerd. De gemeenten willen het concentratiebeleid voortzetten. Dat houdt in dat solitaire bedrijven in beginsel niet op de bestaande locatie kunnen uitbreiden, hoewel er uitzonderingen aanwezig kunnen zijn. De locatie Veilingweg Velddriel is in het inpassingsplan Tuinbouw Bommelerwaard opgenomen als een reserveconcentratiegebied. Dat betekent dat dit gebied onder voorwaarden ontwikkeld kan worden als in de intensiveringsgebieden geen ruimte meer is voor de ontwikkeling van tuinbouw. De gemeenten zijn in samenwerking met de

6.

7.

provincie en de tuinbouwsector bezig met een Visie Tuinbouw. Dat benoemen wij reeds bij kernopgave 8 op p. 61. Indiener neemt met zijn uitspraak een voorschot op de uitkomst van het visietraject voor de tuinbouw. Wij willen eerst de uitkomst van dat traject afwachten hoe we verder gaan met de tuinbouw. Op dit moment is nog geen sprake van een gezamenlijk beeld op de toekomst. Met het voorstel Grote Ingh te schrappen als intensiveringsgebied loopt indiener vooruit op een eventuele uitkomst van het visietraject. De gemeenten willen eerst de uitkomst hiervan afwachten alvorens hier een uitspraak over te doen. De tuinbouwvisie die onder regie van het PHTB wordt opgesteld, kent een afzonderlijk traject. Als deze visie te zijner tijd door de raad wordt vastgesteld, kan deze visie in een later stadium een plek krijgen in de omgevingsvisie. Dat is niet meer het geval in de omgevingsvisie 1.0, maar kan een onderwerp vormen voor een 2.0 visie. Dat geldt ook voor een visie op de herstructurering van de paddenstoelenteelt. Conclusie: de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

22

272043 (en 272016, brief 1 februari 2022), 245650 (brief 9 maart 2022) 321911 (brief 9 maart 2022)

01-02-2022 (ingekomen 03-02-2022)

1.

01-02-2022 (ingekomen 03-02-2022) (aanvulling 09-03-2022, ingekomen 09-03-2022; aanvulling 09-03-2022, ingekomen 11-03-2022)

2.

3.

4.

5.

6.

7.

8.

9.

10. 11.

12.

13.

14.

15.

16.

6

Indiener complimenteert gemeente met zorgvuldigheid waarmee de situatie in de sector is onderzocht voordat beleid is gevormd. Met de visie toont de gemeente het wederzijdse belang in te zien. Wel zijn er aandachtspunten. Indiener vraagt om geen ruimtelijke begrenzing te verbinden aan het areaal beschikbare landbouwgrond. Die zijn nodig om te kunnen blijven spreken van grondgebonden landbouw (beschikbaarheid is nodig op basis van eisen Meststoffenwet); Indiener vraagt erkenning van de bestaande landschapskwaliteiten, geomorfologische en aardkundige kwaliteiten die in voorgaande visies van groot belang waren; Indiener waarschuwt voor meer stikstofgevoelige natuur buiten de bestaande Natura 2000 gebieden. Dat gaat leiden tot een externe werking. Indiener vraagt aandacht voor de ontwikkeling van landelijk en Europees mestbeleid qua taakverdeling tussen rundveehouderij, varkenshouderij en pluimveehouderij, gelet op wijzigingen in het beleid waardoor de omgevingsvisie mogelijk niet meer actueel is. Gelet op de alinea op p 40 dat landbouw een van de functies is, wenst indiener erkenning van behoud van gebruik van landbouwgrond. En dat andere functies in overleg met de grondgebruiker tot stand komen met een redelijke tegemoetkoming.

Indiener vraagt tevens de gemeenten een speculatiebeding toe te passen op verworven landbouwgrond om te voorkomen dat er een warmere bestemming dan beoogd volgt of er delfstoffen worden gewonnen. Het verzoek aan de gemeente is om de kaart met Natura 2000 gebieden en de overige in de verordening vastgestelde natuur vast te leggen als bijlage van de omgevingsvisie; Ten onrechte wordt vermeld dat honderden ha aan uiterwaard in GNN liggen. Als behoefte aan betere biodiversiteit is, richt dan op de percelen in provinciaal eigendom en die van terrein beherende organisaties. Ook is in uiterwaard sprake van akkerbouw en fruitteelt (en niet alleen grasland, dat op p. 120 als enige agrarisch gebruik wordt genoemd). De uiterwaarden langs de Maas, Afgedamde Maas, Alem en Bergsche Maas zijn overwegend niet als natuur in gebruik. Op p. 92 (hoofdstuk 9) staat ‘agrarisch gebruik’ bij ‘buitendijks’ land’ ten onrechte op de laagste plek. Indiener geeft aan dat de op p.120 gemelde twee jaarlijkse overstroming van de Maasuiterwaarden in de praktijk niet gebeurt; Indiener verzoekt gemeente om de rol van uiterwaarden voor de regenwater/klimaatopgaven te herzien. In de ogen van de indiener begint het met het vasthouden van water in en nabij de wijk; Masterplan Maas richt zich op watertoerisme. Buitendijks is Rijkswaterstaat het bevoegd gezag en niet de gemeente.

Voor welke activiteiten wordt toestemming van Rijkswaterstaat verwacht? Vergeet niet dat de horeca en de recreatie- en cultuursector te lijden gehad heeft onder de lockdowns. Het mag niet zo zijn dat bestaande natuurwaarden vernietigd worden doordat met een wijziging van strategie naar niet aanwezige waarden een beter subsidiedoel wordt nagestreefd. Indiener verzoekt de gemeente om de agrarische functie van landbouwgrond buitendijks de hoofdfunctie te laten blijven en andere biodiversiteitsdoelen secundair hieraan te laten zijn; Indiener verzoekt de gemeente om zich bij het voornemen om meer biodiversiteit, natuur inclusief en natuur te beogen zich te beperken tot het provinciaal beleid rond GNN en Groen Ontwikkelzone; Indiener geeft aan dat de gebieden Hurwenen, Alem en het gebied bij de Afgedamde Maas ten onrechte een natuur historie wordt

1. 2.

3.

4.

5.

6.

Voor kennisgeving aangenomen.  De omgevingsvisie doet geen uitspraak over een begrenzing van het areaal beschikbare landbouwgrond. Het belang van landbouwgronden voor de voedselproductie komt in de omgevingsvisie tot uitdrukking. Dat blijkt onder meer uit de ruimtelijke keuze om in het gebied ‘open kom’ de (grondgebonden) agrarische ontwikkelingsmogelijkheden het primaat te geven. In de ‘open kom’ ligt de nadruk op ruimte voor agrarische bedrijvigheid, in combinatie met het behoud en versterken van de openheid van het landschap. Dat staat onder meer in de kernopgaven 4 (p. 40) en 9 (p. 66). Wel is uitbreiding aan voorwaarden verbonden, zoals dat nu ook al het geval is. Daarnaast blijkt het uit de keuze om bij stedelijke ontwikkelingen (zoals woningbouw) eerst naar inbreidingsmogelijkheden te kijken in plaats van uitbreiding  (en als wordt uitgebreid, eerst naar een richting gekeken wordt waar landbouw niet de primaire functie heeft, te weten het ‘droge land’). Een belangrijke reden is een zorgvuldig ruimtegebruik en de druk op landbouwgrond (voedselproductie) en het landschap te beperken. Ook in hoe wij onze gemeente kenmerken over 20 jaar zien, heeft de (grondgebonden) landbouw een prominente plek (zie h. 7, p. 29). De ontwikkeling van de (grondgebonden) landbouw vraagt wel om een goede inpassing in de omgeving (landschap, milieu).

Aangezien er nadrukkelijk oog is voor de belangen van de landbouw, herkennen wij ons niet in het beeld van het ‘reduceren’  van de landbouwfunctie. Wij onderkennen de landschappelijke, geomorfologische en aardkundige kwaliteiten in onze gemeente. De waarden en kwaliteiten die wij in de omgevingsvisie beschrijven zijn mede gebaseerd op bestaande beleidsstukken, zoals het Landschapsplan Bommelerwaard (2003), de Archeologische en Cultuurhistorische Inventarisatie van Zaltbommel (2011) en de structuurvisie Buitengebied van Zaltbommel (2012) en de structuurvisie Maasdriel (2011). De gemeente heeft niet het voornemen om (andere overheden te verzoeken om) de bestaande Natura 2000 gebieden of het GNN uit te breiden dan wel de natuurdoelstellingen binnen deze gebieden ook daarbuiten van toepassing te verklaren. Wij zien het agrarische gebruik als een van de functies in het buitendijks gelegen land, maar willen het niet als de (hoofd)functie bestempelen. Dat heeft te maken dat de uiterwaarden ook nadrukkelijk een waterafvoer- en bergingsfunctie, een natuur- en een recreatiefunctie hebben. Als de agrarische functie als ‘hoofdfunctie’ bestempeld zou worden, kan dat afbreuk doen aan de belangen die  de uiterwaarden hebben voor deze andere functies. Wij volgen vanzelfsprekend de beleidsontwikkelingen op rijks- en provinciaal niveau.

Mocht nieuw beleid aanleiding geven voor herijking van de omgevingsvisie dan zullen we dit oppakken. Conform de beleidscyclus van de Omgevingswet zullen we de omgevingsvisie herijken waar er daartoe aanleiding is. Het belang van landbouwgronden voor de voedselproductie komt in de omgevingsvisie tot uitdrukking. Dat blijkt onder meer uit de ruimtelijke keuze om in het gebied ‘open kom’ de (grondgebonden) agrarische ontwikkelingsmogelijkheden het primaat te geven. In de ‘open kom’ ligt de nadruk op ruimte voor agrarische bedrijvigheid, in combinatie met het behoud en versterken van de openheid van het landschap. Dat staat onder meer in de kernopgaven 4 (p. 40) en 9 (p. 66). Wel is uitbreiding aan voorwaarden verbonden, zoals dat nu ook al het geval is. Daarnaast blijkt het uit de keuze om bij stedelijke ontwikkelingen (zoals woningbouw) eerst naar inbreidingsmogelijkheden te kijken in plaats van uitbreiding (en als wordt uitgebreid, eerst naar een richting gekeken wordt waar landbouw niet de primaire functie heeft, te weten het ‘droge land’). Een belangrijke reden is een zorgvuldig ruimtegebruik en de druk op landbouwgrond (voedselproductie) en het landschap te beperken. Ook in hoe wij onze gemeente kenmerken over 20 jaar zien, heeft de (grondgebonden) landbouw een prominente plek (zie h. 7, p. 29).

De ontwikkeling van de (grondgebonden) landbouw vraagt wel om een goede inpassing in de omgeving (landschap, milieu). Aangezien er nadrukkelijk oog is voor de belangen van de landbouw, herkennen wij ons niet in het beeld van het ‘reduceren’ van de landbouwfunctie. We zijn ons ervan bewust dat bijdragen aan maatschappelijke doelen terugverdient moeten worden en dat verdienmodellen daarvoor van belang zijn.

Op p. 120 (‘het buitendijks land’) passen wij bij kopje ‘bestaande waarden’ de volgende tekst aan: ‘overwegend landbouw (grasland, maar ook akkerbouw en fruitteelt)’ langs de Waal’ en agrarisch – onder voorwaarden (grasland, maar ook akkerbouw en fruitteelt), natuur en toerisme langs de Maas. Op p. 120 ( ‘buitendijks land’)passen wij de zin ‘ uiterwaarden van de Maas zijn minder vergraven en overstromen één a tweemaal per jaar’’ aan in ‘‘de uiterwaarden van de Maas zijn minder vergraven en overstromen regelmatig’.

Punt 8 op de actielijst van kernopgave 1 wordt als volgt aangepast: ‘we stimuleren het verminderen van de stikstofuitstoot op onze stikstofgevoelige natuurgebieden. In regionaal verband werken we hierin samen in het Regionaal Uitvoeringsplan Stikstof. De uitvoering hiervan richt zich voor al op het benutten van (mee)koppelkansen in lopende maatregelen, ontwikkelingen en projecten binnen verschillende beleidsthema’s’.

P. 144 ‘kernkwaliteit: dijken’, onder kopje ‘bestaande waarde’ voegen wij toe: ‘dijken hebben dikwijls ook een agrarische functie (grasland)’

toegewezen op de kaart archeologische landschappen en dat het echter hooggelegen gebieden waren. 17. Indiener wijst op de op p.38 gemeente opmerking over stikstof en wil dat de GMS niet blindelings wordt geïmporteerd in de omgevingsvisie; 18. Indiener waarschuwt voor een tunnelvisie en grote ongekende uitgaven omtrent stikstof. 19. Indiener meldt dat bij de kernkwaliteiten van de dijken de agrarische functie ontbreekt (p.144); 20. Indiener vindt het geen goed idee om de grauwe gans of andere gravende dieren verder te stimuleren op landbouwgrond. 21. Indiener wijst gemeente op een onderzoek van Louis Blok waaruit blijkt dat gangbare landbouw beter scoort op de doelen water- en biodiversiteit; 22. Indiener stelt dat de bestaande landbouwgebieden in de Bommelerwaard voor de productie van voedsel van nationaal belang zijn en bescherming behoeven in plaats van reduceren van de landbouwfunctie; 23. Indiener verzoekt om grondbeleid te voeren dat grondgebondenheid stimuleert. Alle woningen buiten de kernen moeten aangemerkt worden als ‘plattelandswoning’. 24. Bij het aantrekken van grote bedrijven op industrieterreinen moet voortaan ook gekeken worden naar of zon op dak of groen op dak en de impact die nieuwe arbeidsmigranten die het bedrijf aantrekt op de regio en de schaarse grond heeft. 25.

Indiener stelt een koppeling voor tussen de ruimtebehoefte voor bedrijven, de behoefte aan hernieuwbare energie, de netwerkproblematiek en de VAB. Als energie-intensieve MKBbedrijven kunnen vestigen in VAB, kunnen zij voor hun energie (elektriciteit en groen gas) door omliggende boeren bediend worden, is een win-win-win situatie. 26. De landbouwsector biedt grote mogelijkheden voor duurzame opwek van elektriciteit, waarbij zonnevelden op landbouwgrond niet nodig is. 27. Indiener verzoekt snelfietsroutes alleen langs hoofdinfrastructuur te realiseren gelet op de verkeersveiligheid. 28. Het belang van het behoud van de veerpont ontbreekt. 29. Wandelommetjes moeten in overleg met grondeigenaren tot stand komen. 30. Indiener vraagt aandacht voor belangen van grondeigenaren en toegankelijkheid voor hulpdiensten bij het autoluw maken van dijken. 31. De gemeente kan anticiperen op bestaande en nieuwe bedrijven die zich met gevaarlijke stoffen bezig houden. 32. Indiener verzoekt de gemeente vinger aan de pols te houden over de toepassing van vervuilde grond in KRW en hoogwaterprojecten. 33. Indiener verzoekt terughoudend te zijn bij het stellen aan voorwaarden voor onderzoek naar explosieven, omdat deze voornamelijk een arbobelang dienen bij projecten waar gebiedsvreemde partijen werken en dienen de veiligheid van zelfstandige boeren/ ondernemers in de praktijk niet. 34.

Indiener verzoekt de gemeente zich niet te laten beheersen door modellen voor stikstof, maar te kijken naar de feitelijke waarneming, of door de Omgevingsdienst metingen naar stikstof uit te laten voeren. 35. Indiener verzoekt niet door te slaan met regelgeving over strenge eisen voor noodvoorzieningen bij evenementen, maar rekening te houden met duur, seizoen en mogelijke voorwaarden voor het af lassen of verzetten bij bepaalde weersomstandigheden. 36. Indiener vindt dat er op basis van een brede omgevingsvisie af moet worden gezien van het voorkeursrecht. Dit is in de ogen van de indiener een onredelijke dwangmaatregel; 37. Indiener verzoekt om de integriteit van de omgevingsvisie te waarborgen door een lijst van nevenactiviteiten op te stellen voor personen die iets in willen brengen over de eigendommen van anderen via de omgevingsvisie; 38. Indiener ziet graag een lijst met maatschappelijke organisaties en alle bestuursorganen die betrokken zijn geweest bij de omgevingsvisie toegevoegd worden. Aanvulling I 39. Indiener vraagt gemeente om beleid bij te stellen aan de nieuwe realiteit (de oorlog in Oekraïne) door de omgevingsvisie hiermee te herijken. Aanvulling II 40. Indiener benadrukt zijn eerder bekend gemaakte standpunt over de Gelderse Maatregelen Stikstof.

7

7.

8.

9.

10.

11.

12.

13. 14.

15. 16.

17.

In de Bommelerwaard worden landbouwgronden bijna altijd verworven met het doel de bouw van woningen of bedrijventerreinen. Bij de onderhandelingen met betreffende eigenaren ligt de beoogde (toekomstige) situatie op tafel en vormt daarmee een onderdeel voor prijsvorming. Van een doorverkoop van gronden door de gemeente is vrijwel nooit sprake. De situatie in de Bommelerwaard maakt een anti-speculatiebeding zodoende niet noodzakelijk. Van delfstoffenwinning in agrarische grond is in de Bommelerwaard verder geen sprake. Wij gaan in de visie terughoudend om met het opnemen van beleid en bijbehorend kaartmateriaal van andere overheden. De begrenzing van de Natura 2000 gebieden is geregeld in de Omgevingsverordening Gelderland. Wel zullen wij ter verduidelijking in de tekst van kernopgave 1 op p. 36 de 1ste zin bij het kopje ‘waar willen we dat bereiken’ als volgt aanvullen ‘Een deel van de Waal, evenals de Kil van Hurwenen en het gebied rond Slot Loevestein, Het Munnikenland en de Boezem van Brakel, is Natura 2000 gebied’. Wij merken hier op (kernopgave 1, p. 36) dat grote delen van de Waal en Maas deel uitmaken van de GNN. Wij koppelen dit niet aan een omvang. Voor wat betreft de verbetering van de biodiversiteit is ons doel, aangezien de biodiversiteit sterk onder druk staat, dat ook buiten natuurgebieden de biodiversiteit wordt verbeterd.

Dat is in lijn met landelijk en provinciaal beleid. Wij zijn hierin niet strenger dan dat beleid. Overigens doet dat niets af aan het belang dat wij zien dat de (grondgebonden) landbouw voldoende ruimte moet blijven houden om te kunnen ontwikkelen. Op p. 120 (‘het buitendijks land’) passen wij bij kopje ‘bestaande waarden’ de volgende tekst aan: ‘overwegend landbouw (grasland, maar ook akkerbouw en fruitteelt)’ langs de Waal’ en agrarisch – onder voorwaarden (grasland, maar ook akkerbouw en fruitteelt), natuur en toerisme langs de Maas’. De tekst waarop indiener doelt, beoogt te stellen dat de uiterwaarden overwegend in gebruik is voor de functies natuur, toerisme en landbouw. Er is geen onderscheid aangebracht welke van deze drie functies qua gebruiksfunctie overheerst. De opsomming van functies bij de toelichting van het gebied ‘buitendijks land’ op p. 92 in hoofdstuk 9 is geen rangorde. Bepaalde functies zijn niet op voorhand meer of minder belangrijk dan anderen. De zin bij deelgebied ‘buitendijks land’ (p. 120) ‘de uiterwaarden van de Maas zijn minder vergraven en overstromen één a tweemaal per jaar’ passen wij als volgt aan ‘de uiterwaarden van de Maas zijn minder vergraven en overstromen regelmatig’. Het gaat hier om twee verschillende zaken.

Met het ‘vasthouden van water in en nabij de wijk’ lijkt waterberging binnendijks als gevolg van het toevoegen van verharding bedoeld te worden. Dan dient (hemel)water in beginsel te worden opgevangen (op de plek waar het valt), te worden geborgen en vertraagd te worden afgevoerd. Dat benadrukken wij in kernopgave 1, p. 36. De waterhuishoudkundige functie van de uiterwaarden ziet op de afvoer en berging van rivierwater (smelt- en regenwater). Voor beiden geldt dat we het water zo veel mogelijk willen vasthouden om wateroverlast te voorkomen. Masterplan Maas gaat over grondgebied van de gemeente Maasdriel. In het masterplan zijn ambities weergegeven die richtinggevend zijn en nadere uitwerking behoeven. Bij de nadere uitwerking zal ook afstemming plaatsvinden met betrokken partijen, waaronder RWS. Het is ons bekend dat deze sectoren het zwaar hebben gehad vanwege de lockdowns. Wij vinden het dan ook van belang dat zij de kans krijgen om te kunnen herstellen daarvan. Indiener schetst hier een tamelijk theoretische situatie. Wij zijn het in een dergelijk geval eens met indiener. Wij zien het agrarische gebruik als een van de functies in het buitendijks gelegen land, maar willen het niet als de (hoofd)functie bestempelen. Dat heeft te maken dat de uiterwaarden ook nadrukkelijk een waterafvoer- en bergingsfunctie, een natuuren een recreatiefunctie hebben.

Als de agrarische functie als ‘hoofdfunctie’ bestempeld zou worden, kan dat afbreuk doen aan de belangen die de uiterwaarden hebben voor deze andere functies. Zie beantwoording onder punt 9. De kaart op blz. 122 hebben we overgenomen uit de landelijke atlas voor de leefomgeving, zoals in de bronvermelding is aangegeven. We zien niet in waarom deze niet correct zou zijn. Van het ‘blindelings importeren’ van de Gelderse Maatregelen Stikstof (GMS) in de omgevingsvisie is geen sprake. In regionaal verband hebben wij een Regionaal Uitvoeringsplan Stikstof (RUS) opgesteld. Dat plan beschrijft hoe het Rivierenland bijdraagt aan bron- en natuurherstelmaatregelen. De belangen van agrariërs, maar ook van andere partijen, worden hierin meegenomen. De ambitie is het terugdringen van de stikstofdepositie in het Rivierenland en maatregelen te nemen om ontwikkelingen mogelijk te maken. De uitvoering van het RUS richt zich vooral op het benutten van (mee)koppelkansen in lopende maatregelen, ontwikkelingen en projecten binnen verschillende beleidsthema’s. Het betreft hier een inspanningsverplichting om de stikstofreductie te bereiken. Te denken valt aan het stimuleren van streekproducten, natuurinclusieve landbouw, het bevorderen van circulair, conceptueel en biobased bouwen en het inzetten op technologische innovaties.

Daarnaast wordt het aanbestedingsbeleid aangepast (duurzamer en circulair) en speelt het stikstofvraagstuk een rol bij (regionale) processen en beslissingen. De aanpak past binnen het GMS. Dat vraagt om aanscherping van punt 8 op de actielijst van kernopgave 1. Wij passen de tekst als volgt aan: ‘we stimuleren het verminderen van de stikstofuitstoot op onze stikstofgevoelige

18.

19. 20.

21. 22.

23.

24.

25.

26.

8

natuurgebieden. In regionaal verband werken we hierin samen in het Regionaal Uitvoeringsplan Stikstof. De uitvoering hiervan richt zich vooral op het benutten van (mee)koppelkansen in lopende maatregelen, ontwikkelingen en projecten binnen verschillende beleidsthema’s’. Het Gelderse Maatregelenpakket Stikstof (GMS), en ook het Regionaal Uitvoeringsplan Stikstof (RUS), bestaat uit zowel stikstofmaatregelen en natuurherstelmaatregelen. Er wordt niet alleen gekeken naar stikstofreductie. Het gaat om een breed pakket aan maatregelen en zodoende is dan ook geen sprake van een tunnelvisie. Wij nemen op p. 144 bij ‘kernkwaliteit: dijken’, onder kopje ‘bestaande waarde’ op: ‘dijken hebben dikwijls ook een agrarische functie (grasland)’ In bijlage 2 worden de kernkwaliteiten beschreven. Bij “open kommen” staat onder bestaande waarden “vochtige omstandigheden maken het aantrekkelijk voor weidevogels en ganzen”. Dat wij dit als waarde benoemen betekent niet dat wij dit verder stimuleren. In grote delen van het buitengebied, waaronder de open kommen, heeft de landbouw het primaat of is nadrukkelijk aanwezig als een van de functies. Het aanwijzen van landbouwgronden voor weidevogels of ganzenfoerageergebied gebeurt door hogere overheden, wij hebben niet de intentie om bij hogere overheden aan te geven deze gebieden te vergroten. Voor kennisgeving aangenomen.

Het belang van landbouwgronden voor de voedselproductie komt in de omgevingsvisie tot uitdrukking. Dat blijkt onder meer uit de ruimtelijke keuze om in het gebied ‘open kom’ de (grondgebonden) agrarische ontwikkelingsmogelijkheden het primaat te geven. In de ‘open kom’ ligt de nadruk op ruimte voor agrarische bedrijvigheid, in combinatie met het behoud en versterken van de openheid van het landschap. Dat staat onder meer in de kernopgaven 4 (p. 40) en 9 (p. 66). Wel is uitbreiding aan voorwaarden verbonden, zoals dat nu ook al het geval is. Daarnaast blijkt het uit de keuze om bij stedelijke ontwikkelingen (zoals woningbouw) eerst naar inbreidingsmogelijkheden te kijken in plaats van uitbreiding (en als wordt uitgebreid, eerst naar een richting gekeken wordt waar landbouw niet de primaire functie heeft, te weten het ‘droge land’). Een belangrijke reden is een zorgvuldig ruimtegebruik en de druk op landbouwgrond (voedselproductie) en het landschap te beperken. Ook in hoe wij onze gemeente kenmerken over 20 jaar zien, heeft de (grondgebonden) landbouw een prominente plek (zie h. 7, p. 29). De ontwikkeling van de (grondgebonden) landbouw vraagt wel om een goede inpassing in de omgeving (landschap, milieu).

Aangezien er nadrukkelijk oog is voor de belangen van de landbouw, herkennen wij ons niet in het beeld van het ‘reduceren’ van de landbouwfunctie Wij zien geen reden tot het voeren van een actief grondbeleid om de grondgebondenheid te stimuleren. Wij zien dit als een verantwoordelijkheid van de sector zelf. Wij zien niet in waarom alle woningen buiten de kernen aangemerkt moeten worden als plattelandswoning. Die kwalificatie heeft alleen meerwaarde als bedrijfswoningen niet meer als zodanig in gebruik zijn. Nieuwe ontwikkelingen die niet passen in het bestemmingsplan (straks: omgevingsplan) worden getoetst aan de omgevingsvisie, zoals te lezen is in hoofdstuk 4. Nieuwe initiatieven moeten niet alleen de bestaande waarden versterken, ook moeten ze aansluiten bij een of meer kernopgaven. Wij zijn een groot voorstander voor ‘zon op dak’ of ‘groen op dak’. In de visie staat dat we streven naar duurzame bedrijventerreinen (onder meer in hoofdstuk 9 en de actielijst bij kernopgave 5) wordt dit benoemd. In kernopgave 4 (p. 48) staat ‘Bedrijven maken zoveel mogelijk gebruik van lokale arbeidskrachten’. Dat heeft betrekking op zowel agrarische als niet-agrarische bedrijven. De huidige tekst sluit niet-agrarische bedrijven niet uit.

Onder kernopgave 9 hebben we aangegeven dat we regionaal willen samenwerken om de problematiek van het huisvesten van internationale werknemers gezamenlijk op te pakken. In kernopgave 5 geven we aan dat ons uitgangspunt is dat ruimte voor meer bovenlokale bedrijvigheid langs de A2 niet ten koste mag gaan van ruimte in dit gebied voor lokale ondernemers. Deze aspecten zullen nadrukkelijk meegenomen worden in de toetsing van nieuwe initiatieven, voor zover de jurisprudentie daar de ruimte voor biedt. Het functieveranderingsbeleid (VAB-beleid) is een ruimtelijke regeling. Het VABbeleid biedt ruimte voor omschakeling van agrarische bedrijven naar niet-agrarische bedrijven. Het gaat hier wel om bedrijven die in de basis thuishoren in het buitengebied. Ook biedt het VAB-beleid de mogelijkheid voor een veldopstelling van zonnepanelen op de plek waar agrarische bebouwing is gesloopt (dus binnen het voormalige bouwvlak). In de basis zijn wij positief als koppeling voor wat betreft energie-uitwisseling tussen de agrarische sector en niet-agrarische sector. Dat moet echter niet leiden tot het vestigen van energie-intensieve bedrijven in het buitengebied Wij zijn het eens met de indiener dat zoveel mogelijk landbouwgrond beschikbaar moet blijven voor de voedselproductie. In de gemeente Zaltbommel worden zonnevelden in principe niet op landbouwgrond geplaatst.

De gemeente Maasdriel staat dit slechts zeer beperkt toe, ook om zoveel mogelijk landbouwgrond beschikbaar te houden voor de voedselproductie en gezien de overige ruimtelijke claims op landbouwgrond. Dit verwoorden wij in de visie op p. 43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11812717/1