Partiële herziening buitengebied verzamelplan 2022.pdf
Tekst van het document
Afb. Veel details zichtbaar, schampsteen ter bescherming van de gevel, een kippen/poezen luikje en een gevelanker met ring om paard of koe aan vast leggen. 15
Afb. Steens metselwerk in kruisverband en een streks zaagtand net onder de topgevel
Afb. Plaquette met 1906 als datum en de initialen van de voormalige eigenaren. Deze datum is vermoedelijk het versteningsmoment van het hallenhuis. De wanden waren voor deze periode waarschijnlijk van vakwerk met leemvullingen
16
6.4 Bijzondere bijgebouwen
Afb. Losse schuur met uitbouw links naast de boerderij
Afb. Aardappelkelder van de achterzijde gezien
Afb. Vooraanzicht aardappelkelder met verdiepte vloer en lage toegangsdeur
17
7. Waardering A. Relatie met landschap Tegenwoordig ligt het erf vrijwel onzichtbaar vanaf de openbare weg in het gebied. De relatie met het landschap aan de zuidzijde was jarenlang vrijwel afwezig door de nabijheid van de inmiddels verdwenen camping, nu zal aan deze zijde de relatie worden hersteld, een zeer positieve ontwikkeling. Aan de oostzijde is al sprake van een goede relatie met de omgeving; aan de westzijde is deze minder.
B. Erfstructuur en erfinrichting De opbouw van het erf is met name door de toevoeging van de nieuwe woning veranderd. Ondanks de niet veranderde opzet van het ensemble van de oude boerderij met de aardappelkelder en de schuur hebben de nieuwe toevoegingen invloed op de beleving van het hele erf. De toegang ligt nog ongeveer op dezelfde plek aan de Goormatenweg, maar omdat de nieuwe woning aan de achterzijde van de oude boerderij is gezet is er sprake van een omdraaiing van voor- en achterzijde, omdat deze woning nu het hoofdgebouw op het erf is geworden. Dichte beplanting staat op korte afstand van de voorkant van de boerderij. De eigenaren hebben het voornemen een deel van deze beplanting te verwijderen, zodanig dat hier weer een voorkantsituatie kan ontstaan. Daarvoor is het ook nodig dat de bijgebouwen (kapschuur en kippenhok) die in deze zuidrand staan verwijderd worden.
C. Streekeigen verschijningsvorm Van de oude gebouwen op het erf is de streekeigenheid goed af te lezen, ondanks de toevoegingen als een overkapping, aangekapt aan de schuur en het wit verven van de aardappelkelder. De eenvoudige orthogonale opstelling van de gebouwen is streekeigen. De grote paardenkastanje in het gras aan de oostzijde vormt een mooie overgang naar de weilanden tot aan de Duitse grens.
D. Herkenbaarheid Het erf vormt in dit gebied een herkenbaar cluster met de andere boerderijen op de Geurmeij, al zijn veel erven vervangen door nieuwbouw. De oude boerderij, de oude schuur en de aardappelkelder vormen met elkaar wel een herkenbaar erfensemble maar door de vele ‘burgertoevoegingen’ van de afgelopen 50 jaar (de bungalow-achtige woning, de tuininrichting en de sierverharding) is de herkenbaarheid afgenomen. Een meer streekeigen erfinrichting zou bijdragen aan de herkenbaarheid van het ensemble. Herkenbaarheid van de hoofdvorm en/of het silhouet is in hoge mate aanwezig: boerderij, schuur en aardappelkelder hebben nog hun oorspronkelijke hoofdvorm en zijn vrijwel onaangetast.
E. Mate van gaafheid De boerderij en het erf zijn nog gaaf, ondanks dat er een nieuw huis vlak voor de achtergevel van de boerderij is gebouwd. Op gebouwniveau kan geconcludeerd worden dat de boerderij nog zeer gaaf is. Het metselwerk rondom is origineel uit 1906. In 1965 zijn enkele kleinere aanpassingen aan de gevel gedaan, die zorgvuldig zijn uitgevoerd. De kozijnen zijn origineel, de ramen zijn gerenoveerd. De hoofddraagconstructie, met ankerbalkgebinten en een open hooizolder, is streekeigen en gaaf.
F. Architectonische en/of cultuurhistorische waarde De architectonische- of cultuurhistorische waarde scoort ‘positief’ op cultuurhistorie; het is duidelijk dat het hier gaat om een oudere boerderij, op een oud erf. De architectonische waarde van de boerderij wordt bepaald door het sobere karakter, de kenmerkende opbouw van de hallenhuisboerderij met bijbehorende schuur en aardappelkelder. Subtiele detaillering zoals de hanenkammen boven enkele gevelopeningen en een gevelsteen is in al deze gebouwen aanwezig. Waardevol zijn ook de gebintstructuur en slietenzolder in de delen en de achtergevel die nog zeer gaaf is.
18
8. Conclusie Hieronder de beoordeling van de Goormatenweg 47 op basis van de aangegeven criteria: Omschrijving
Aantal punten
A. Relatie met het landschap (landschap en erf)
1
B. Erfstructuur (gebouw en erf)
1
C. Streekeigen verschijningsvorm (gebouw)
2
D. Herkenbaarheid (gebouw)
2
E. Mate van gaafheid (gebouw)
2
F. Architectuur- en cultuurhistorische waarde (gebouw)
2
Totale score voor alle onderdelen:
10
Vanaf 8 punten beoordelen wij een pand als karakteristiek. De Goormatenweg 47 scoort 10 punten en voldoet daarmee aan de gestelde criteria. Het advies is een goed erfinrichtingsplan op te laten stellen. Hierdoor kan de relatie tussen erf en landschap en tussen de gebouwen onderling worden verbeterd. Een beter passende inrichting zal ook ten goede komen aan het erf zelf en de mogelijke plannen voor restauratie en functieverandering ondersteunen.
19
Colofon
Waardering Goormatenweg 47 Opdrachtgever: Gemeente Losser Samenstelling: Tom Temmink en Anneke Coops Redactie: Miriam van Eunen Datum: juli 2022
Literatuur/verwijzingen -
Karakteristieke erven en panden in de gemeente Losser, januari 2012, Het Oversticht
-
Beeldbank RCE
-
Archief gemeente Losser
20
Fotobijlage
Afb. Kelder in de boerderij met een Estrikken vloer in zwart en rood
Afb. Paneeldeur in de gang van het voorhuis met een amandelknop deurklink
21
Afb. Zolder van de boerderij met schoorsteenkanaal, en opgehoogde sporen kap
Afb. Gemerkte bovenplaat met gebintstaander en spreibanden
22
Afb. Interieur aardappelkelder met verdiept aangelegde vloer
Afb. Interieur van de schuur met hildebeschot en slietenzolder
23
2.
Nota zienswijzen
Nota van zienswijzen Bestemmingsplan “Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022”
Inhoudsopgave 1.
2.
Inleiding .......................................................................................................................... 3 1.1
Procedure en opzet ................................................................................................. 3
1.2
Wet bescherming persoonsgegevens...................................................................... 3
1.3
Ingediende zienswijzen ........................................................................................... 3
Zienswijzen: samenvatting inhoud, reactie en conclusie ................................................. 4 Zienswijze 1 ....................................................................................................................... 4 Zienswijze 2 ....................................................................................................................... 4
3.
Wijzigingen ..................................................................................................................... 7
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022”
2
1.
Inleiding
1.1 Procedure en opzet Het ontwerpbestemmingsplan “Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022” en de bijbehorende stukken hebben voor een periode van zes weken (met ingang van 24 november 2022) voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn twee zienswijzen ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan. In deze Nota van zienswijzen worden de ingekomen zienswijzen in hoofdstuk 2 samengevat en voorzien van een reactie. Daarna wordt een conclusie getrokken. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een overzicht gegeven van de wijzigingen. 1.2 Wet bescherming persoonsgegevens Sinds 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van toepassing. Om deze reden worden in deze zienswijzennota geen NAW-gegevens vermeld. Deze nota wordt als onderdeel van de besluitvorming op internet gepubliceerd. In verband met de AVG zijn de zienswijzen daarom geanonimiseerd. De werking van de AVG strekt zich niet uit tot gegevens omtrent natuurlijke personen, die behoren tot een rechtspersoon. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor stichtingen of verenigingen. Deze namen zijn daarom niet geanonimiseerd. Dit geldt ook voor personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure (namen van advocaten, gemachtigden en dergelijke). 1.3 Ingediende zienswijzen Er zijn in totaal twee zienswijzen ingekomen. Het betreft de volgende zienswijzen: 1.
Zienswijze van Reclamant 1 met kenmerknummer 22.0033920 en dagtekening 28 december 2022; 2. Zienswijze van Reclamant 2 met kenmerknummer 23.0000359 en dagtekening 4 januari 2023; De zienswijzen zijn tijdig ingediend en derhalve ontvankelijk.
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022”
3
2.
Zienswijzen: samenvatting inhoud, reactie en conclusie
De zienswijzen worden hieronder samengevat weergegeven. Dit betekent niet dat onderdelen van de zienswijzen die niet expliciet worden benoemd niet bij de beoordeling zijn betrokken. De zienswijzen zijn in hun totaliteit beoordeeld.
Zienswijze 1 Samenvatting inhoud zienswijze In artikel 4.3 onder a. is een afwijkingsregel opgenomen op basis waarvan schuilgelegenheden voor dieren opgericht kunnen worden aan de rand van een solitair weiland met een oppervlakte van 3 hectare. Reclamant verzoekt de minimale oppervlakte van 3 hectare te laten vervallen of aan te passen naar 0,5 hectare. Als argument geeft reclamant dat anders een eigenaar van agrarische grond met een oppervlakte van 95 are (0,95 hectare) niet in aanmerking komt voor een overkapping voor schuilgelegenheid voor dieren. Reactie gemeente De afwijkingsregel waar reclamant op reageert is niet aangepast of herzien met het bestemmingsplan “Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022”. Ook is het niet gewenst om deze afwijkregel aan te passen door de oppervlaktenorm te schrappen of te verlagen. De norm van 3 hectare is bewust gekozen. Door deze norm te hanteren wordt voorkomen dat in ieder weiland(je) een schuilstal gebouwd kan worden. Wordt de norm losgelaten of aanzienlijk verlaagd dan kan in elk weiland(je) een schuilstal worden gerealiseerd en wordt afbreuk gedaan aan de ruimtelijke karakteristieken en kwaliteit van het buitengebied. Dat vinden wij ongewenst. Conclusie De zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Zienswijze 2 Samenvatting inhoud zienswijze 1. In het bestemmingsplan staat dat het bouwvlak tot maximaal 1,5 hectare kan worden uitgebreid. Reclamant verzoekt om de mogelijkheid tot een uitbreiding tot 2 hectare te blijven toe te staan, dit met het oog op dierwelzijn, mestbewerking, energieopwekking en landschappelijke inpassing. Daarnaast vraagt de ontwikkeling van nevenactiviteiten ook ruimte. 2. De begrippen vanuit de Reconstructie zijn verwijderd uit het plan. Reclamant vindt dat opmerking omdat er geen nadere uitleg en alternatief wordt gegeven. Hiermee komt naar mening van reclamant de intensieve veehouderij in de gemeente op slot te staan. 3. In artikel 5.8.4 onder b staat vermeld: “is aangetoond dat geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt.” Reclamant is van mening dat dit niet een helder en duidelijk uitlegbaar begrip is. Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022”
4
4. In artikel 5.8.5 zijn de regels voor landhuizen in het buitengebied opgenomen. Onder d. is opgenomen dat er 1,5 hectare ingezet moet worden voor de landschappelijke inpassing. Reclamant kan deze redenering niet volgen en beschouwt dit als een forse claim op kostbare landbouwgrond in de gemeente. 5. In artikel 47.2 is een verbod op geitenhouderijen aangehouden. Reclamant mist elke vorm van planologische onderbouwing en gaat ervan uit dat de gemeente verwijst naar het moratorium. Dit is echter een keer eindig naar mening van reclamant en verzocht wordt een meer onderbouwde en toekomstgerichte motivatie te leveren en dit artikel niet op te nemen. Reactie gemeente 1. In de toelichting van het bestemmingsplan “Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022” wordt niets genoemd over het inperken van agrarische bouwvlakken tot maximaal 1,5 hectare. Reclamant verwijst waarschijnlijk naar de toelichting van het moederplan, het bestemmingsplan “Buitengebied” (vastgesteld op 19 maart 2013). Ook in de regels van het bestemmingsplan “Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022” zijn geen wijzigingen aangebracht ten aanzien van de oppervlakte van agrarische bouwvlakken. Er wordt geen noodzaak gezien om voor agrarische bouwvlakken een uitbreiding tot 2 hectare toe te staan. 2.
Het bestemmingsplan “Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022” ziet enkel op het schrappen van de begrippen ‘extensiveringsgebied’ en ‘verwevingsgebied’. Deze begrippen zijn geschrapt vanwege het intrekken van de Reconstructiewet waardoor aan deze begrippen geen zelfstandige betekenis meer toegekend kan worden. Met het bestemmingsplan “Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022” zijn geen extra beperkingen opgenomen t.o.v. het bestemmingsplan “Buitengebied” en het daarbij behorende bestemmingsplan “Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2020”. 3. Met het bestemmingsplan “Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022” wordt niets gewijzigd aan artikel 5.8.4 en de daarin opgenomen voorwaarden. Wij zien ook geen noodzaak om de voorwaarde waar reclamant naar verwijst aan te passen of te verduidelijken. De betreffende voorwaarde is juist opgenomen om de belangen van (agrarische) bedrijven te beschermen en biedt naar onze mening voldoende rechtszekerheid. 4. Artikel 5.8.5 onder d. is niet aangepast met het bestemmingsplan “Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022”. De betreffende voorwaarde volgt uit de voormalige landhuizenregeling van de provincie Overijssel.
Deze regeling is opgevolgd door de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving die als uitgangspunt hanteert dat de geboden ontwikkelingsruimte (in dit geval een landhuis met een inhoud van maximaal 2.000 m3) in balans moet zijn met de extra investeringen in de ruimtelijke kwaliteit. De betreffende regel biedt stoppende agrariërs de mogelijkheid om hun erf en de aansluitende gronden te herontwikkelen met een landhuis in combinatie met het versterken van de landschappelijke waarden. Het is uiteindelijk aan een stoppende agrariër zelf om te bepalen of gebruik wordt gemaakt van deze regeling (of een andere regeling). Wij zien geen redenen om de regeling in artikel 5.8.5 te schrappen. 5. Tot slot is ook artikel 47.2 niet aangepast met het bestemmingsplan “Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022”. De betreffende regel is opgenomen in het bestemmingsplan “Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2020” (de Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022”
5
voorganger van het bestemmingsplan “Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022”). In de toelichting op dit bestemmingsplan wordt ook verwoord wat de reden is voor het opnemen van deze regel in het bestemmingsplan. Wij zien geen reden om het betreffende artikel te schrappen met het bestemmingsplan “Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022”. Dit temeer niet omdat dit verbod momenteel is opgenomen in de artikel 2.1.7a van de Omgevingsverordening Overijssel en wij gebonden aan deze provinciale verordening. Conclusie De zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022”
6
3.
Wijzigingen
De zienswijzen hebben niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Ambtshalve zijn wel enkele wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan aangebracht, te weten: •
•
•
•
•
•
• • •
Middelkampweg 2-2a, De Lutte: Op het perceel zijn twee vergunde woningen aanwezig. Op basis van het bestemmingsplan “Buitengebied” is op het perceel maximaal één woning toegestaan. Met dit bestemmingsplan wordt geregeld dat, conform de vergunde situatie, op het perceel twee woningen zijn toegestaan. Duivelsdijk 3a, De Lutte: Op het perceel bevindt zich een veldschuur die al voor de jaren ’90 aanwezig was en op basis van het destijds geldende overgangsrecht als legaal moet worden aangemerkt. Met voorliggende partiële herziening wordt deze schuur op de verbeelding aangeduid als 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur'. Hierdoor behoort eventuele herbouw (in dezelfde oppervlakte en inhoud) tot de mogelijkheden. Perceel Losser E, nummers 3183, 3284: Op het perceel, nu nog behorende bij het woonperceel aan de Denekamperstraat 14-14a, bevindt zich een landschapsontsierende schuur die in het kader van Rood voor Rood gesloopt wordt. De grondeigenaar (Natuurmonumenten) is voornemens om na sloop deze percelen in te richten als kruiden- en faunarijk grasland. Om deze inrichting mogelijk te maken wordt de bestemming ‘Wonen’ op voornoemde percelen gewijzigd in ‘Agrarisch – 1’.
Begrenzing verzamelplan: Gebleken is dat onbedoeld een oude begrenzing voor het bestemmingsplan is gebruikt waardoor percelen die geen onderdeel uitmaakten van het bestemmingsplan “Buitengebied” of een daaropvolgende partiële herziening verzamelplan ineens wel (weer) onderdeel uitmaakten van het buitengebied. Dit is aangepast. Aanduiding ‘essen’: In de regels van het bestemmingsplan wordt verwezen naar de aanduiding ‘essen’, dit moet zijn de aanduiding ‘Overige zone – essen’. Dit is aangepast in de regels van het bestemmingsplan. Artikel 5.8.3: In de aanhef wordt aangegeven “waarbij één of meerdere woningen worden gerealiseerd….”. Het huidige beleid “Buitengebied met ruimtelijke kwaliteit” gaat echter uit van maximaal één woning. Dit is aangepast in de regels van het bestemmingsplan. Artikel 1.56a: In deze regel stond een typefout (twee keer ‘een’ achter elkaar), dit is aangepast. Artikel 5.4 onder h, 31.4 onder e, 32.4 onder e en 33.4 onder e: In deze regels stond een typefout (‘gebruiksmogelijkhede’ i.p.v. ‘gebruiksmogelijkheden’). Dit is aangepast. Bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’: Op de verbeelding van het bestemmingsplan is binnen deze bestemming een bebouwingspercentage van maximaal 20% opgenomen. Dit bebouwingspercentage komt echter niet terug in de regels van deze bestemming. Dit is aangepast.
Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022”
7
Regels
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch - 1 Artikel 4 Agrarisch - 2 Artikel 5 Agrarisch - Agrarisch bedrijf Artikel 6 Agrarisch - Kwekerij Artikel 7 Bedrijf Artikel 8 Bedrijf - Delfstoffenwinning Artikel 9 Bedrijf - Openbaar nut Artikel 10 Cultuur en ontspanning Artikel 11 Detailhandel Artikel 12 Detailhandel - Tuincentrum Artikel 13 Groen Artikel 14 Horeca Artikel 15 Kantoor Artikel 16 Maatschappelijk Artikel 17 Natuur – Natuur en bos Artikel 18 Recreatie - Dagrecreatie Artikel 19 Recreatie - Kampeerterrein Artikel 20 Recreatie - Recreatiewoning Artikel 21 Recreatie - Verblijfsrecreatie Artikel 22 Recreatie - Volkstuin Artikel 23 Sport Artikel 24 Sport - Hondenschool Artikel 25 Sport - Manege Artikel 26 Verkeer Artikel 27 Verkeer - Fietspad Artikel 28 Verkeer - Onverhard Artikel 29 Verkeer - Railverkeer Artikel 30 Water Artikel 31 Wonen Artikel 32 Wonen - Landhuis Artikel 33 Wonen - Voormalig boerderij Artikel 34 Leiding - Brandstof Artikel 35 Leiding - Gas Artikel 36 Leiding - Hoogspanning Artikel 37 Leiding - Hoogspanningsverbinding
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
4 5 20 21 22 31 40 57 63 70 72 74 77 81 85 86 90 92 96 100 101 105 107 111 112 114 116 121 124 125 127 128 130 140 145 158 160 162 164
2
Artikel 38 Leiding - Water Artikel 39 Waarde - Archeologie 1 Artikel 40 Waarde - Archeologie 2 Artikel 41 Waarde - Archeologie 3 Artikel 42 Waarde – Landgoed Artikel 43 Waarde - Natuur en landschap Artikel 44 Waterstaat – Herinrichting beek Artikel 45 Waterstaat - Waterbergingsgebied Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 46 Anti-dubbeltelregel Artikel 47 Algemene gebruiksregels Artikel 48 Algemene aanduidingsregels Artikel 49 Algemene afwijkingsregels Artikel 50 overige regels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 51 Overgangsrecht Artikel 52 Slotregel
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
166 168 171 174 177 179 181 183 185 186 187 189 200 202 204 205 206
3
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
4
Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan: het bestemmingsplan Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022
met
identificatienummer NL.IMRO.0168.bp008vp22-0401 van de gemeente Losser; 1.2
bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels;
1.3
aan- of uitbouw: een onderdeel van een hoofdgebouw dat door de vorm daarvan onderscheiden kan worden en dat door zijn ligging en/of in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan de hoofdvorm;
1.4
aan huis verbonden beroep: een dienstverlenend beroep dat op kleine schaal in een woning en/of daarbij behorende bijgebouwen bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie;
1.5
aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de planregels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
1.6
aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
1.7
agrarische bebouwing: alle gebouwen die behoren bij het agrarische bedrijf, waartoe worden gerekend de bedrijfswoning,
dierenverblijven,
mestopslagplaatsen,
sleufsilo's,
schuren
en
andere
bijgebouwen bijbehorende bouwwerken; 1.8
agrarisch bedrijf: een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door middel van het houden van dieren, met inbegrip van productiegerichte paardenhouderijen;
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
5
1.9
agrarische cultuurgrond: grond die wordt gebruikt voor het telen van gewassen en het houden van dieren;
1.10
agrarische biomassavergisting (co-vergisting): mestverwerking waarbij gebruik wordt gemaakt van mest afkomstig van het eigen agrarische bedrijf en/of van aangevoerde mest van derden, met toevoeging van eigen en/of van derden afkomstige co-substraten;
1.11
agrarisch loonbedrijf: een niet-industrieel bedrijf dat (nagenoeg) volledig is gericht op het verlenen van diensten of het leveren van goederen aan agrarische bedrijven;
1.12
agrarisch medegebruik: een agrarisch gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit agrarisch gebruik is toegestaan;
1.13
appartementen: het geheel van bijbehorende vertrekken als afzonderlijk gemeubileerde woongelegenheid in een groter gebouw;
1.14
archeologische waarde: de waarde die van belang is voor de archeologie en voor de kennis van de beschavingsgeschiedenis;
1.15
bed and breakfast: een aan de woonfunctie ondergeschikte toeristisch-recreatieve voorziening, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt. Onder een bed and breakfast-voorziening wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid of permanente kamerverhuur; een
kleinschalige
en
aan
de
woonfunctie
ondergeschikte
verblijfsrecreatieve
voorziening zonder eigen kookgelegenheid, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot kortdurend recreatief verblijf en het serveren van ontbijt. Onder een bed and breakfast-voorziening wordt in elk geval niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid of permanente kamerverhuur; 1.16
bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
6
1.17
bebouwingspercentage: een in het plan aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd;
1.18
bedrijf: een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop dan wel levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen;
1.19
bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;
1.20
bedrijfsmatige exploitatie: het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een zodanig beheer/exploitatie dat in de recreatieverblijven daadwerkelijk recreatief verblijf plaatsvindt;
1.21
bedrijfswoning/dienstwoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is; een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die hoort bij en waarvan (een lid van) het huishouden functioneel gebonden is aan een bedrijf, instelling of voorziening in dat gebouw of op dat terrein;
1.22
beperkt kwetsbaar object: een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden;
1.23
bestaande: 1. het gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een bouwvergunning of omgevingsvergunning; 2. het onder 1 bedoelde geldt niet voor zover sprake was van strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder mede begrepen het overgangsrecht van het bestemmingsplan, of een andere planologische toestemming;
1.24
bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak;
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
7
1.25
bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
1.25a bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.26 bijgebouw: een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw dat gelet op de bestemming en door zijn ligging en/of architectonische verschijningsvorm ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; 1.27
boerderijappartement: een (deel van) een (voormalig) agrarisch gebouw dat blijvend is bestemd voor recreatief nachtverblijf, waarbij wordt overnacht in kamers en dat, al dan niet in combinatie met een dagverblijf, beschikbaar is en waar keuken en sanitair in een gemeenschappelijke ruimte of in zelfstandige eenheden worden ondergebracht;
1.28
boom- en sierteelt: het voortbrengen van beplantingsgewassen zoals bos- en haagplantsoen, laan- en parkbomen, vrucht- en fruitbomen, struiken en vaste planten (onder meer bestemd voor tuinen en parken), rozenstruiken, sierconiferen en overige sierheesters, een en ander in de vorm van vollegrondsteelt dan wel pot- of containerteelt;
1.29
bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;
1.30
bouwgrens: de grens van een bouwvlak;
1.31
bouwlaag: een voor mensen toegankelijk deel van een gebouw, dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen wordt begrensd, met uitzondering van onderbouwen, kelders en kappen; de eerste bouwlaag is de bouwlaag op de begane grond;
1.32
bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
8
1.33
bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel;
1.34
bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;
1.35
bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;
1.36
bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf: een bouwwerk dat naar aard en inrichting is bedoeld voor recreatieve bewoning, met een met de grond verbonden constructie van enige omvang en met een plaatsgebonden karakter;
1.37
café: een horecabedrijf, niet zijnde een discotheek of bar/dancing, dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van kleine etenswaren, al dan niet ter plaatse bereid;
1.38
cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt;
1.39
dagopvang: het gedeeltelijk of hele dagen opvangen van personen, die niet in staat zijn alleen te zijn, door mensen die niet tot de ouders, familie of voogden behoren;
1.40
detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
1.41
dienstverlenend bedrijf: een bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting;
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
9
1.42 Ecologische Hoofdstructuur (EHS): samenhangend netwerk van natuur- en landbouwgebieden met bestaande en potentiële natuurwaarden van (inter)nationaal belang met als doel de veiligstelling van soorten en ecosystemen; 1.43
ecologische waarden: de aan een gebied toegekende waarden die verband houden met de samenhang van dieren en planten en hun leefomgeving en/of tussen dieren en planten onderling;
1.44
erfinrichtingsplan: plan dat aangeeft op welke wijze een nieuwe ontwikkeling binnen de bestaande erfstructuur wordt ingepast; tot deze inpassing behoren de situering van de opstallen en de inrichting van het erf, waaronder de erfbeplanting ten opzichte van het landschap;
1.45
evenement: een voor het publiek toegankelijke activiteit met een duur van ten hoogste veertien dagen aaneengesloten. Onder de duur van de activiteit wordt eveneens de periode verstaan die benodigd is voor het opbouwen en afbreken van de voor de activiteit benodigde voorzieningen;
1.46
extensieve dagrecreatie: die vormen van recreatie die in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving zoals wandelen en fietsen en die in principe plaatsvinden tussen zonsopgang en zonsondergang en niet gericht zijn op het verstrekken van nachtverblijf;
1.47 extensiveringsgebied: gedeelte van een reconstructiegebied met het primaat wonen of natuur, waar uitbreiding, hervestiging of nieuwvestiging van in ieder geval intensieve veehouderij onmogelijk is of in het kader van reconstructie onmogelijk wordt gemaakt; 1.48
gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.48a geitenhouderij: een veehouderij met meer dan 10 geiten; 1.49
gevel: een bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen een dak;
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
10
1.50
groepsaccommodatie: een verblijf of meerdere verblijven met meer dan tien slaapplaatsen, niet zijnde kampeermiddelen of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantiedoeleinden en andere recreatieve doeleinden;
1.51
grondgebonden agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf, waarbij hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van open grond;
1.52
hoofdgebouw: een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmeting, dan wel gelet op de bestemming, als het belangrijkste gebouw valt aan te merken, met inbegrip van aan- en uitbouwen;
1.53
horecabedrijf: een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt;
1.54
hotel: een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies (per nacht) met als nevenactiviteiten het verstrekken van maaltijden en/of dranken voor consumptie ter plaatse en het verhuren en ter plaatse beschikbaar stellen van zaalruimten;
1.55 hulpbehoevende in de zin van mantelzorgbehoevende: een persoon die ten gevolge van ziekte of gebrek aantoonbare beperkingen, zoals genoemd in de Wet maatschappelijke ondersteuning, ondervindt bij het uitvoeren van activiteiten op het gebied van het voeren van het huishouden, bij het normale gebruik van de woning, bij het verplaatsen per vervoermiddel en bij het ontmoeten van medemensen en het op basis daarvan aangaan van sociale verbanden; 1.55a huishouden: een zelfstandig dan wel samenwonend persoon of personen die binnen een complex van ruimten gebruik maken van dezelfde voorzieningen, zoals keuken, sanitaire voorzieningen en entree, waarbij sprake is van onderlinge duurzame verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, zulks met inbegrip van familiare verbanden; 1.56
intensieve veehouderij: een agrarisch bedrijf of een deel daarvan met ten minste 250 m² bedrijfsvloeroppervlak dat wordt gebruikt voor veehouderij volgens de Wet milieubeheer, met uitzondering van bedrijven of delen daarvan: -
waar melkrundvee, schapen of paarden worden gehouden; onder melkrundvee wordt begrepen melkvee met bijbehorend vrouwelijk jongvee dat overwegend wordt gehouden
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
11
voor de melkproductie, met inbegrip van dieren die in de mestperiode worden gemolken, tijdens de lactatie worden gemest dan wel zijn droog gezet en worden afgemest en vrouwelijk vleesvee ouder dan twee jaar met bijbehorend vrouwelijk jongvee, dat op een met melkvee vergelijkbare manier wordt gehouden voor de vleesproductie en het voortbrengen en zogen van kalveren; -
waar dieren biologisch worden gehouden overeenkomstig de krachtens artikel 2 Landbouwkwaliteitswet gestelde regels;
-
waar dieren uitsluitend of in hoofdzaak worden gehouden ten behoeve van natuurbeheer;
1.56a kamerverhuur: het in gebruik (laten) hebben en/of (laten) geven van een (gedeelte van een) hoofdgebouw of met het hoofdgebouw verbonden bijbehorende bouwwerken door meer
dan
één
huishouden,
waarbij
bewoners
verblijven
in
onzelfstandige
woonruimten, al dan niet gebruik makend van gemeenschappelijke voorzieningen; 1.57
kampeerboerderij: boerderij (of een deel daarvan) met zeer eenvoudige voorzieningen voor verblijfsrecreatief gebruik waar meerdere personen in dezelfde ruimte verblijven;
1.58
kampeermiddel: een onderkomen dat naar aard en inrichting is bedoeld voor recreatieve bewoning verblijfsrecreatief gebruik, maar zonder een met de grond verbonden constructie en zonder plaatsgebonden karakter;
1.59
kampeerterrein: een terrein, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen;
1.60
kantoor: een gebouw, dat dient voor de uitoefening van administratieve, boekhoudkundige c.q. financiële, organisatorische en/of zakelijke dienstverlening - niet zijnde detailhandel - al dan niet met een (publiekgerichte) baliefunctie;
1.60a kappen van bomen en houtgewas: het weghalen van een boom en/of houtgewas, waarbij het onderste deel van de stam blijft staan, zodat de boom en/of het houtgewas opnieuw kan uitgroeien; 1.60b karakteristiek: gebouwen die geen monument zijn maar wel positief bijdragen aan de bijzondere (bebouwings-)kenmerken van de plek, bijvoorbeeld door de situering, de bouwmassa,
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
12
gevelcompositie en/of de bouwstijl, en waarvan de uitstraling om die reden het behouden waard is; 1.61
kas: een gebouw, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal, dienend tot het kweken van vruchten, bloemen of planten;
1.62
kelder/onderbouw: een gedeelte van een gebouw dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,2 m boven het peil is gelegen;
1.63
kleinschalige bedrijfsactiviteit: het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten, geheel of overwegend door middel van handwerk, geen detailhandel of prostitutie zijnde, waarvan de omvang van de activiteiten zodanig is, dat het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;
1.64
kleinschalig kamperen kleinschalig kampeerterrein: verblijfsrecreatie met een kleinschalig karakter, in de vorm van een kampeerterrein met maximaal 25 kampeerplaatsen en alleen bedoeld voor kampeermiddelen; een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht voor toeristisch kamperen, en blijkens die inrichting bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van maximaal 25 kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf;
1.65
kwekerij: een grondgebonden agrarisch bedrijf dat is gericht op de boom- en sierteelt;
1.66
kwetsbaar object: een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico is bepaald, die in acht moet worden genomen;
1.67 landbouwontwikkelingsgebied: gedeelte van een reconstructiegebied met het primaat landbouw dat geheel of gedeeltelijk voorziet, of in het kader van reconstructie zal voorzien, in de mogelijkheden
tot
uitbreiding,
hervestiging
of
nieuwvestiging
van
intensieve
veehouderij;
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
13
1.68
landgoed: een groot stuk grond van meerdere hectares, met landerijen, tuinen en daarop vaak een of meerdere landhuizen, een kasteel, grote boerderij of kerk;
1.69
landschappelijk inpassingsplan: plan dat aangeeft op welke wijze de inpassing van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in het desbetreffende gebied plaatsvindt; tot deze inpassing behoren de situering van opstallen en de inrichting van het perceel, waaronder de erfbeplanting ten opzichte van het landschap; het gaat om bestaande en gewenste karakteristieken en kwaliteiten van het landschap;
1.70
landschappelijke waarde: de
aan
een
gebied
toegekende
waarde,
gekenmerkt
door
de
waarneembare
verschijningsvorm van dat gebied; 1.71
maatschappelijke voorzieningen: educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen;
1.72
manege: bedrijf waarvan de activiteiten uitsluitend of in hoofdzaak bestaan uit het geven van instructie aan derden met gebruik van paarden in eigendom van het bedrijf of aan derden met eigen paarden en het bieden van huisvesting aan die paarden;
1.73 mantelzorg: langdurige zorg die, niet in het kader van een hulpverlenend beroep, wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt; 1.74
mestverwerking: het behandelen van dierlijke mest door het toepassen van basistechnieken of combinaties daarvan, met als doel de aard, de samenstelling of de hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigen, zodat deze mest beter kan worden gebruikt of geschikt wordt voor andere functies;
1.75
milieusituatie: de waarde van een gebied in milieuhygiënische zin die wordt bepaald door de mate van scheiding tussen milieugevoelige en milieubelastende functies, daarbij in het bijzonder gelet
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
14
op het voorkómen dan wel beperken van hinder door geur, stof, geluid, gevaar, licht en/of trilling; 1.76
natuurkampeerterrein: terrein of plaats gelegen in een natuurgebied, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf;
1.76a Natuurnetwerk Nederland (NNN): het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden met bestaande en potentiële natuurwaarden van (inter)nationaal belang met als doel de veiligstelling van soorten en ecosystemen; 1.77
nevenactiviteit: een activiteit die in ruimtelijk en functioneel opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit;
1.78
niet-grondgebonden agrarisch bedrijf; een agrarisch bedrijf, waarbij hoofdzakelijk geen gebruik wordt gemaakt van open grond;
1.79
overkapping: een bouwwerk van één bouwlaag dat dient ter overdekking en niet of slechts gedeeltelijk met wanden is omgeven;
1.80
paardrijbak: buitenrijbaan ten behoeve van paardrijactiviteiten, voorzien van een zandbed en al dan niet voorzien van een omheining;
1.81
peil: 1. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; 3. indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil;
1.82
pension: een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies voor langere tijd met als nevenactiviteiten het verstrekken van maaltijden en/of dranken aan de logerende gasten;
1.83
permanente bewoning: bewoning van een ruimte als hoofdverblijf;
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
15
1.84
plattelandskamer: een (deel van een) een (voormalig) agrarisch gebouw dat blijvend is bestemd voor recreatief nachtverblijf, waarbij wordt overnacht: <0000>
in kamers en waar keuken en/of sanitair in een gemeenschappelijke ruimte worden ondergebracht, of
<0000>
in zelfstandige eenheden,
al dan niet in combinatie met een dagverblijf. Het gaat om een vorm van verblijfsrecreactie waarbij de beleving van het platteland centraal staat; 1.84a plattelandswoning: een voormalige agrarische bedrijfswoning die door derden, die geen functionele binding hebben met het bedrijf, mag worden bewoond; 1.85
productiegebonden detailhandel: detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het
productieproces,
waarbij
de
detailhandelsfunctie
ondergeschikt
is
aan
de
productiefunctie; 1.86
productiegerichte paardenhouderij: een paardenhouderij waar uitsluitend of in hoofdzaak handelingen aan en/of met paarden worden verricht, die primair gericht zijn op het voortbrengen, africhten, trainen en verhandelen van paarden;
1.87
recreatiewoning: een complex van ruimten, dat dient voor recreatief verblijf, waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben;
1.88
restaurant: een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken;
1.89
risicogevoelig bouwwerk c.q. object: een bouwwerk c.q. object, waaronder terreinen, die bestemd zijn voor het regelmatig verblijf van mensen, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag;
1.90
risicovolle inrichting: een inrichting, bij welke een grenswaarde, een richtwaarde voor het risico c.q. een veiligheidsafstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten;
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
16
1.90a rooien van bomen en/of houtgewas: het compleet, met wortel en al, uit de grond halen van een boom en/of houtgewas; 1.91
seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;
1.92
streekeigen producten: producten die zijn voortgebracht op ambachtelijke wijze op agrarische bedrijven gelegen in de gemeente Losser of in naburige gemeenten;
1.93
teeltondersteunende voorzieningen: voorzieningen in, op of boven de grond, die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten worden gebruikt om de volgende doelen na te streven: -
verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating, terugdringing van onkruidgroei en beperking van vraatschade;
-
verbetering van arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen;
-
bereiken van positieve effecten op milieu en water (bodembescherming, terugdringen van onkruidbestrijding, effectief omgaan met water);
in de vorm van: -
permanente teeltondersteunende voorzieningen, die voor onbepaalde tijd worden gebruikt, zoals waterbassins;
-
tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, die op dezelfde locatie kunnen worden gebruikt zolang de teelt dit vereist, met een maximum van zes maanden. Deze tijdelijke voorzieningen hebben een directe relatie met het grondgebruik. Hieronder worden in ieder geval verstaan: folies, insectengaas, acryldoek, wandelkappen, schaduwhallen, hagelnetten;
1.94
theeschenkerij: gelegenheid om thee en koffie, met daaraan ondergeschikt andere niet-alcoholhoudende dranken en kleine versnaperingen, tegen betaling te nuttigen;
1.95
trekkershut: een houten blokhut met een maximale oppervlakte van 30 m2, waarvoor een vergunning ingevolge artikel 2.1, lid 1 onder a Wabo is vereist en dat dient als periodiek verblijf voor wisselende groepen van recreanten die hun hoofdverblijf elders hebben; er is sprake van een trekkershut indien er sprake is van een bedrijfsmatige exploitatie;
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
17
1.96
tuincentrum: detailhandelsbedrijf dat is gericht op het bedrijfsmatig te koop aanbieden, al dan niet overdekt, van producten waarvan het hoofdaccent ligt op de volgende artikelen: -
levend materiaal, waaronder in ieder geval begrepen zaden, bollen en knollen, bomen, heesters
en
coniferen,
vaste
planten
en
kamerplanten,
eenjarige
en
tropische
buitenplanten, snijbloemen en vissen, met uitzondering van overige diersoorten zoals konijnen en hamsters; -
niet
levend
materiaal,
waaronder
gewasbeschermingsmiddelen,
in
ieder
grondproducten,
geval
potterie,
begrepen
meststoffen,
schoonmaakartikelen
en
-middelen voor de tuin, vijvers en vijvermateriaal, alsmede visvoer, met uitzondering van overige dierbenodigdheden en -voeders, bestratingsmateriaal, blokhutten, tuinhuisjes, kasjes, serres met tuinhout, tuingereedschappen, tuin- en vijververlichting, tuinmeubelen en terrasaankleding en tuinkleding; -
verhuur van machines, gereedschappen en aanhangers ten behoeve van de aanleg en het onderhoud van tuinen, het aanbieden van activiteiten op het gebied van tuinarchitectuur;
-
alsmede ondergeschikte horeca als nevenactiviteit van het tuincentrum in de vorm van het bedrijfsmatig verstrekken van etenswaren en/of niet-alcoholische dranken voor nuttiging ter plaatse;
1.96a veldschuur: een geheel buiten bouwvlakken/bouwpercelen staande schuur, die wordt of werd gebruikt voor het stallen of het melken van vee, dan wel de opslag van landbouwproducten of agrarische werktuigen, de opslag van overige goederen en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebruik; 1.96b verblijfsrecreatie: een vorm van recreatie gericht op ontspanning of vrijetijdsbesteding van recreanten die elders hun hoofdverblijf hebben, en voor een bepaalde periode waarbij ten minste één overnachting plaatsvindt; 1.97 verwevingsgebied: gedeelte van een reconstructiegebied ingericht op verweving van landbouw, wonen en natuur, waar hervestiging of uitbreiding van de intensieve veehouderij mogelijk is, mits de ruimtelijke kwaliteit of functies van het gebied zich daar niet tegen verzetten; 1.98
voorgevel: de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de feitelijke indeling van het gebouw als voorgevel moet worden aangemerkt;
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
18
1.99
voorgevelrooilijn: de lijn die horizontaal loopt door het buitenwerks vlak van de voorgevel, tot aan de perceelsgrenzen;
1.100 voorkeursgrenswaarde: de bij een bestemmingplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidgevoelige objecten, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder; 1.100a wonen: het huisvesten van één huishouding in een woonhuis of in een woning van een woongebouw, waarbij het woonhuis c.q. de woning uitsluitend mag worden gebruikt voor permanente bewoning; 1.101 woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.102 woonhuis: een gebouw dat één woning omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid kan worden beschouwd.
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
19
Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
2.2
de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
2.3
de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
2.4
de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
2.5
de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk: vanaf peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend;
2.6
de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk:
2.7
de afstand tot de (zijdelingse) perceelgrens: tussen de (zijdelingse) grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend gebouw, waar die afstand het kortst is.
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken
worden
ondergeschikte
bouwdelen
als
plinten,
pilasters,
kozijnen,
gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers met ten hoogste 50% van de gevelbreedte van een hoofdgebouw, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q. bestemmingsgrens, dan wel de rooilijn met niet meer dan 1 m wordt overschreden.
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
20
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
21
Artikel 3 Agrarisch - 1 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Agrarisch – 1’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
agrarische cultuurgrond;
b.
medegebruik als evenemententerrein, ter plaatse van de aanduiding 'evenemententerrein';
c.
medegebruik voor de modelvliegsport (zonder verbrandingsmotor), ter plaatse van de aanduiding 'modelvliegtuigbaan';
d.
kuilvoeropslag, ter plaatse van de aanduiding 'opslag';
e.
een parkeerterrein, ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein';
f.
een waterberging, ter plaatse van de aanduiding 'waterberging', met inbegrip van de aanleg van nieuwe natuur, fiets- en wandelpaden en speelvoorzieningen;
g.
een mestopslag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - foliebassin';
h.
een paardenstal, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paardenstal';
i.
een veldschuur, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur';
j.
opslag van materiaal, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf materiaalopslag';
met daaraan ondergeschikt: k.
het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke waarden, met dien verstande dat hieronder het behoud en/of herstel van de volgende essentiële ruimtelijke kenmerken wordt begrepen: <0000>
de lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen;
<0000>
de rationele verkaveling en het open karakter;
l.
doeleinden van natuurontwikkeling en agrarisch natuurbeheer;
m.
extensieve dagrecreatie;
n.
behoud en herstel van de cultuurhistorische waarden in de vorm van karakteristieke panden, landkruizen en mariakapellen; de kenmerken hiervan zijn beschreven in de inventarisatie van karakteristieke erven en panden in de gemeente Losser die als bijlage 1 bij de regels is opgenomen;
met daarbij behorende: o.
nutsvoorzieningen;
p.
bestaande landbouwwegen, alsmede voet- en fietspaden en overige infrastructurele voorzieningen;
q.
waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder waterberging.
Het parkeerterrein ter plaatse van de aanduiding ‘relatie’ is bedoeld als parkeergelegenheid voor de naastgelegen gronden met de bestemming Cultuur en ontspanning.
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
22
De mariakapellen zijn aangeduid met de ‘specifieke bouwaanduiding – mariakapel’. De landkruizen zijn aangeduid met de ‘specifieke bouwaanduiding – landkruis’. De karakteristieke panden zijn aangeduid als ‘karakteristiek’.
3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a.
op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd, met uitzondering van: 1. veldschuren ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur', tot ten hoogste de bestaande oppervlakte en inhoud; 2. paardenstallen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – paardenstal’, tot ten hoogste de bestaande oppervlakte en inhoud; 3. gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, tot een maximale oppervlakte van 50 m² per gebouw, dan wel ten hoogste de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt. De bouwhoogte bedraagt ten hoogste 3,5 m;
b.
ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' dient - in afwijking van de in dit artikel opgenomen maatvoering - de uitwendige hoofdvorm van de bestaande gebouwen, bestaande uit goot- en bouwhoogte en dakvorm, te worden gehandhaafd.
3.2.2 Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1.
de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 1,5 m bedragen;
2.
de hoogte van overige bouwwerken mag ten hoogste 2 m bedragen;
3.3 Afwijken van de bouwregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a.
lid 3.2.1: en worden toegestaan dat gebouwen, in de functie van schuilgelegenheden voor dieren, worden gebouwd, mits: 1. het gebouw wordt geplaatst aan de rand van een solitair gelegen weiland met een minimale oppervlakte van 3 ha; 2. de oppervlakte ten hoogste 50 m2 zal bedragen; 3. de bouwhoogte ten hoogste 3 m zal bedragen;
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
23
4. de goothoogte ten minste 1 m en ten hoogste 2 m zal bedragen; 5. de bebouwing landschappelijk wordt ingepast en er geen afbreuk wordt gedaan aan natuurlijke waarden, de waterhuishouding en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 6. de noodzaak in het kader van dierenwelzijn kan worden aangetoond. b.
lid 3.2.1: en worden toegestaan dat een bijenstal wordt gebouwd, mits:
1. de oppervlakte niet meer dan 10 m2 bedraagt; 2. de goot- en bouwhoogte respectievelijk ten hoogste 2,5 m en 3 m bedragen. c.
lid 3.2.1: en worden toegestaan dat het bouwvlak van een aangrenzend bouwperceel van een grondgebonden agrarisch bedrijf wordt vergroot op de agrarische gronden die grenzen aan het betreffende bouwperceel tot maximaal 1,5 ha waarbij geldt dat: -
bedrijven met een bedrijfseconomische omvang van nge 41-70 (volwaardig) het bouwvlak kunnen uitbreiden tot in totaal maximaal 1,5 ha;
-
bedrijven met een bedrijfseconomische omvang van nge 71+ (tweemaal volwaardig) het bouwvlak kunnen uitbreiden tot in totaal maximaal 2 ha;
mits: 1. de noodzaak hiertoe uit hoofde van de bedrijfsvoering is aangetoond; de noodzaak hiertoe uit hoofde van een doelmatige bedrijfsvoering is aangetoond en er een positief onafhankelijk deskundigenadvies omtrent de noodzaak van de vergroting is uitgebracht; 2. de landschappelijke inpassing voldoende is gewaarborgd door middel van een landschappelijk inpassingsplan; 3. is aangetoond dat geen onvenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 4. voor zover de vergroting van het bouwvlak gepaard gaat met een toename van staloppervlak ten behoeve van landbouwhuisdieren, er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden. d.
lid 3.2.1: en worden toegestaan dat gebouwen, in de functie van beheergebouwen, worden gebouwd, mits: 1. het gebouw bedoeld is voor het beheer van een landgoed met een oppervlakte van meer dan 50 ha; 2. het aantal beheergebouwen per landgoed niet meer bedraagt dan één; 3. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 100 m2; 4. de noodzaak in het kader van de bedrijfsvoering kan worden aangetoond;
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
24
5. de bebouwing landschappelijk wordt ingepast en er geen afbreuk wordt gedaan aan natuurlijke waarden, de waterhuishouding en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. e.
lid 3.2.1: en worden toegestaan dat het bouwvlak van een agrarisch bedrijf of van een woning met ten hoogste 10 m wordt overschreden.
3.4 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a.
het gebruik van de gronden ten behoeve van boom- en sierteelt ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone - essen’ en ter plaatse van de bestemmingen ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’ en ‘Waterstaat – Herinrichting beek’, met uitzondering van het bestaande gebruik;
b.
het gebruik van de gronden voor de opslag van mest, veevoer en materialen;
c.
het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen;
d.
de aanleg van paardrijbakken;
e.
het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 3.1 opgenomen bestemmingsomschrijving, zonder de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing in overeenstemming met Bijlage 7 Landschappelijke inpassing Holtweg 6 Beuningen, binnen een jaar na verlening van de omgevingsvergunning voor het bouwen.
3.5 Afwijken van de gebruiksregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a.
lid 3.4, sub a: voor het gebruik van gronden voor boom- en sierteelt ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - essen' en de bestemmingen ‘Waterstaat - Waterbergingsgebied’ en ‘Waterstaat – Herinrichting beek’, onder voorwaarde dat de landschappelijke kwaliteiten niet onevenredig worden aangetast;
b.
lid 3.4, sub b: voor het gebruik van gronden voor opslag van kuilvoer en materialen voor de agrarische bedrijfsvoering, met dien verstande dat hieraan voorwaarden kunnen worden gesteld op het gebied van landschappelijke inpassing en afscherming;
c.
lid 3.4, sub d: en worden toegestaan dat de gronden ten behoeve van een paardrijbak worden gebruikt, mits: 1. deze afwijkingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast in aansluiting op de bestaande bebouwing; 2. ten hoogste één paardrijbak wordt aangelegd met een oppervlakte van maximaal 1.200 m2;