Partiële herziening buitengebied verzamelplan 2022.pdf
Tekst van het document
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
25
3. de hoogte van de omheiningen van paardrijbakken ten hoogste 1,8 m zal bedragen, met dien verstande dat de afrasteringen en omheiningen transparant zullen worden vormgegeven; de bouwhoogte van de omheiningen van paardrijbakken ten hoogste 1,8 m zal bedragen, met dien verstande dat sprake moet zijn van open afrasteringen en omheiningen; 4. een minimale afstand van 30 m wordt aangehouden tot woningen of (agrarische) bedrijven van anderen en overigens ook geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; 5. de hoogte van lichtmasten ten behoeve van verlichting bij een paardrijbak en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, respectievelijk ten hoogste 4 m en 3 m bedragen; 6. is aangetoond dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan landschappelijke, natuurlijke, geomorfologische en archeologische waarden; d.
lid 3.4, sub e: mits in plaats daarvan andere, gelijkwaardige landschapsmaatregelen worden getroffen, met dien verstande dat deze landschapsmaatregelen: 1.
minimaal gelijkwaardig zijn aan de in het landschappelijk inpassingsplan opgenomen landschapsmaatregelen;
2.
voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden
waarvoor
de
in
het
landschappelijk
inpassingsplan
genoemde
landschapsmaatregelen zijn bepaald. 3.
zijn afgestemd op de specifieke omgevingskenmerken.
3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: 1. het kappen en/of rooien van bomen en/of houtgewas in de vorm van eenrijige beplanting of houtwallen, langs landbouwgronden of schuilgelegenheid voor vee, niet zijnde bomen en/of houtgewas onderdeel uitmakend van een grondgebonden agrarische teelt; 2. het aanplanten van bomen en/of houtgewas ten behoeve van bosaanplant tot een aaneengesloten oppervlakte van ten hoogste 1 ha; 3. het
inrichten
van
gronden
ten
behoeve
van
natuurontwikkeling
tot
een
aaneengesloten oppervlakte van ten hoogste 1 ha; 4. het diepploegen, egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; 5. het aanleggen van drainage, uitgezonderd herdrainage; 6. het dempen, verdiepen en/of graven van sloten, poelen en/of andere watergangen en/of partijen; 7. het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van extensieve dagrecreatie;
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
26
8. het aanleggen en/of verharden van een extra ontsluiting van een agrarisch bedrijf, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, met uitzondering van: -
het aanleggen en/of verharden van wegen ter ontsluiting van veldschuren en paardenstallen; en
-
het aanbrengen van verhardingen tot ten hoogste 5 m rondom en aansluitend op veldschuren en paardenstallen ten behoeve van het gebruik van deze gebouwen;
9. het aanleggen en verharden van paden op gronden ten behoeve van het gebruik door kwekerijen; 10. het
aanleggen
van
ondergrondse,
bovengrondse
transport-,
energie-
en/of
telecommunicatiekabels en/of -leidingen; 11. het uitvoeren van exploitatieboringen. b.
Het in lid 3.6, sub a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: 1. het normale onderhoud en/of het normale agrarische gebruik (ten behoeve van natuurbeheer) betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn of aanwezig zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan. 3. dienen ter uitvoering en realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur Natuurnetwerk Nederland (NNN), ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde - Natuur en landschap’.
c.
De in lid 3.6, sub a genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien: a. er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden en de geomorfologische, cultuurhistorische en archeologische waarden. De aanleg van een ecologische verbindingszone moet passen binnen het beleid met betrekking tot de Ecologische Hoofdstructuur Natuurnetwerk Nederland (NNN), dan wel deze moet betrekking hebben op particulier natuurbeheer.
d.
Indien de vergunning gevolgen kan hebben voor de waterhuishouding, wordt de aanvraag voor de omgevingsvergunning voorgelegd aan het betreffende waterschap met het verzoek de aanvraag te voorzien van een deskundigenadvies.
3.7 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk a.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning gebouwen of delen daarvan te slopen, ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'.
b.
Het onder a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: 1. het normale onderhoud betreffen;
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
27
2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan. c.
De onder a genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien: 1. de karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het pand kan worden hersteld; of 2. de karakteristieke hoofdvorm in redelijkheid niet is te handhaven, en/of het delen van het pand betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek zijn aan te merken en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm veroorzaken; of 3. er sprake is van verbouw of nieuwbouw met behoud en/of terugbouwen van de karakteristieke hoofdvorm.
3.8 Wijzigingsbevoegdheid 3.8.1 Intensieve veehouderij Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de bestemming van gronden die gelegen zijn in het gebied dat is aangeduid als 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied' en die grenzen aan een agrarisch bedrijf met de aanduiding 'intensieve veehouderij' wordt gewijzigd in 'agrarisch - agrarisch bedrijf' met de aanduiding 'intensieve veehouderij' ten behoeve van vergroting of verschuiving van het bouwvlak van een bestaande intensieve veehouderij, waarbij de totale maximale oppervlakte van het bouwvlak 1,5 ha mag bedragen, mits: a.
de noodzaak hiertoe uit hoofde van de bedrijfsvoering is aangetoond;
b.
de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform een ingediend landschapsplan, door middel van het aanleggen van landschapselementen of natuurlijke elementen, het aanbrengen van beeldkwaliteit en/of het herstellen van cultuurhistorische elementen van gebouwen en/of omgeving en met inachtneming van het beginsel van zuinig ruimtegebruik;
c.
voor zover de toepasing van de wijzigingsbevoegdheid gepaard gaat met een toename van staloppervlak ten behoeve van landbouwhuisdieren, er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden.
3.8.2 Natuur Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de bestemming van gronden ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde - Natuur en landschap’ wordt gewijzigd in de bestemming ‘Natuur – Natuur en bos’, mits: a.
de wijzigingsbevoegdheid niet eerder wordt toegepast dan nadat de betreffende gronden in hun geheel voor de daadwerkelijke natuurontwikkeling zijn verworven en aangewezen;
b.
er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende agrarische bedrijven, in die zin dat de bedrijven onrevenredig in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt ;
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
28
c.
er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Na wijziging zijn de bepalingen van artikel 17 (‘Natuur – Natuur en bos’) van toepassing.
3.8.3 Rood-voor-rood regeling Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de bestemming van de gronden wordt gewijzigd in de bestemming ‘Wonen’, ‘Wonen – Voormalig boerderij’ of ‘Wonen – Landhuis’, waarbij één of meerdere extra woningen worden gerealiseerd, mits: a.
alleen van deze bevoegdheid gebruik wordt gemaakt in geval van samenloop met de in artikel 5.8.4 of 5.8.5 vermelde wijzigingsbevoegdheid;
b.
alleen van deze bevoegdheid gebruik wordt gemaakt in geval van reeds gestopte, dan wel stoppende agrarische bedrijven en uitgaande van voor 1 januari 2004 legaal opgerichte
bebouwing
en
voor
zover
de
gronden
niet
zijn
gelegen
in
een
landbouwontwikkelingsgebied op grond van de Reconstructiewet; c.
voor de bouw van één extra woning minimaal 850 m2 aan bedrijfsgebouwen moet worden gesloopt;
d.
voor de bouw van meerdere extra woningen, of één woning met een inhoud van 1.500 m³, een veelvoud van 850 m2 aan bedrijfsgebouwen wordt gesloopt, mits noodzakelijk voor de financiële uitvoerbaarheid;
e.
het gehele complex met voormalige agrarische gebouwen wordt gesloopt, met uitzondering van de bedrijfswoning of karakteristieke agrarische bebouwing en gebouwen
die
worden
hergebruikt
in
het
kader
van
vrijkomende
agrarische
bedrijfsgebouwen; f.
de ruimtelijke kwaliteit ter plekke wordt verbeterd, wat blijkt uit een aanzienlijke reductie van het bouwoppervlak en volume en uit een goede landschappelijke en architectonische inpassing;
g.
voorts wordt voldaan aan de voorwaarden zoals vervat in ter zake vastgestelde beleidsnotities voor bewoning en verbouw van voormalige inpandige bedrijfsgedeelten;
h.
de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder in acht wordt genomen;
i.
is aangetoond dat aan de normstelling van het groepsrisico wordt voldaan;
j.
per locatie slechts eenmaal toepassing wordt gegeven aan deze wijzigingsmogelijkheid.
3.8.4 Verschuiving bouwvlak Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de bestemming wordt gewijzigd in de bestemming ‘Wonen’ of ‘Wonen – Voormalig boerderij’, ten behoeve van en verschuiving van het bouwvlak en bijgebouwen bijbehorende bouwwerken, met dien verstand dat: a.
de regels genoemd in artikel 31 of in artikel 33 onverminderd van kracht zijn;
b.
de verschuiving van het bouwvlak of bijgebouwen bijbehorende bouwwerken in één richting ten behoeve van de bestemming ‘Wonen’ niet meer dan 10 m bedraagt; Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
29
c.
de totale feitelijke oppervlakte van het bouwvlak na verschuiving ongewijzigd blijft;
d.
sprake blijft van een hoge mate van concentratie van bebouwing;
e.
de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder in acht wordt genomen;
f.
is aangetoond dat aan de normstelling van het groepsrisico wordt voldaan;
g.
de ruimtelijke kwaliteit te plekke wordt verbeterd, wat mede blijkt uit een inrichtingsplan.
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
30
Artikel 4 Agrarisch - 2 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
agrarische cultuurgrond;
b.
een dorpsbleek, ter plaatse van de aanduiding ‘cultuurhistorische waarden’;
c.
geluidwal, ter plaatse van de aanduiding ‘geluidwal’;
d.
iemenschoer, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – iemenschoer’;
e.
een kampeerterrein, ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein';
f.
een modelvliegtuigbaan, ter plaatse van de aanduiding ‘modelvliegtuigbaan’;
g.
kuilvoeropslag, ter plaatse van de aanduiding ‘opslag’;
h.
een parkeerterrein, ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein';
i.
een veldschuur, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur';
j.
een natuurkampeerterrein voor toeristisch kamperen, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - natuurkampeerterrein';
k.
trekkershutten, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - trekkershut';
met daaraan ondergeschikt: l.
het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke waarden, met dien verstande dat hieronder het behoud en/of herstel van de volgende essentiële ruimtelijke kenmerken wordt begrepen: -
erven met erfbeplanting;
-
de kleinschalige en onregelmatige verkaveling;
-
de perceelsafscheidingen in de vorm van houtwallen, singels en waterlopen;
-
de bestaande zandwegen;
-
het reliëf en de bolle ligging van de essen;
m.
doeleinden van natuurontwikkeling en agrarisch natuurbeheer;
n.
extensieve dagrecreatie;
o.
behoud en herstel van de cultuurhistorische waarden in de vorm van karakteristieke panden, landkruizen en mariakapellen; de kenmerken hiervan zijn beschreven in de inventarisatie van karakteristieke erven en panden in de gemeente Losser die als bijlage 1 bij de regels is opgenomen;
met daarbij behorende p.
nutsvoorzieningen;
q.
bestaande landbouwwegen, alsmede voet- en fietspaden en overige infrastructurele voorzieningen;
r.
waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder waterberging.
Het parkeerterrein ter plaatse van de aanduiding ‘relatie’ is bedoeld als parkeergelegenheid voor de naastgelegen gronden met de bestemming ‘Horeca’.
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
31
De mariakapellen zijn aangeduid met de ‘specifieke bouwaanduiding – mariakapel’. De landkruizen zijn aangeduid met de ‘specifieke bouwaanduiding – landkruis’. De karakteristieke panden zijn, afhankelijk van hun beschermde status, aangeduid met de ‘specifieke bouwaanduiding – rijksmonument’ of ‘karakteristiek’.
4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a.
op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd, met uitzondering van: 1. veldschuren ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur' tot ten hoogste de bestaande oppervlakte en inhoud; 2. gebouwen binnen het bouwvlak ter plaatse van de aanduiding ‘modelvliegtuigbaan’; 3. gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, tot een maximale oppervlakte van 50 m² per gebouw, dan wel ten hoogste de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt. De bouwhoogte bedraagt ten hoogste 3,5 m; 4. gebouwen, waaronder overkappingen, ter plaatse van de aanduiding ‘kampeerterrein’ en 'specifieke vorm van recreatie - natuurkampeerterrein', ten behoeve van sanitaire voorzieningen, waarbij de gezamenlijke oppervlakte ten hoogste 50 m2 bedraagt, dan wel ten hoogste de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt. De goothoogte bedraagt ten hoogste 3 m en de dakhelling bedraagt ten minste 18º. De bouwhoogte van een overkapping bedraagt ten hoogste 3,5 m. Op het natuurkampeerterrein ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - natuurkampeerterrein' zijn maximaal drie trekkershutten toegestaan met een oppervlakte van maximaal 30 m2;
b.
ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' dient -in afwijking van de in dit artikel opgenomen maatvoering - de uitwendige hoofdvorm van de bestaande gebouwen, bestaande uit goot- en bouwhoogte en dakvorm, te worden gehandhaafd. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding
–
rijksmonument’
gelden
de
beschermende
bepalingen
van
de
Monumentenwet 1988. 4.2.2 Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde a.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 1,5 m bedragen; 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken mag ten hoogste 2 m bedragen.
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
32
4.3 Afwijken van de bouwregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a.
lid 4.2.1: en worden toegestaan dat gebouwen, in de functie van schuilgelegenheden voor dieren, worden gebouwd, mits: 1. het gebouw wordt geplaatst op de rand van een solitair gelegen weiland met een minimale oppervlakte van 3 ha; 2. de oppervlakte ten hoogste 50 m² zal bedragen; 3. de bouwhoogte ten hoogste 3 m zal bedragen; 4. de goothoogte ten minste 1 m en ten hoogste 2 m zal bedragen; 5. de bebouwing landschappelijk wordt ingepast en er geen afbreuk wordt gedaan aan natuurlijke waarden, de waterhuishouding en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 6. de noodzaak in het kader van dierenwelzijn kan worden aangetoond.
b.
lid 4.2.1: en worden toegestaan dat een bijenstal wordt gebouwd, mits:
1. de oppervlakte niet meer dan 10 m2 bedraagt; 2. de goot- en bouwhoogte respectievelijk ten hoogste 2,5 m en 3 m bedragen. c.
lid 4.2.1: en worden toegestaan dat het bouwvlak van een aangrenzend bouwperceel van een grondgebonden agrarisch bedrijf wordt vergroot op de agrarische gronden die grenzen aan het betreffende bouwperceel tot maximaal 1,5 ha , waarbij geldt dat: -
bedrijven met een bedrijfseconomische omvang van nge 41-70 (volwaardig) het bouwvlak kunnen uitbreiden tot in totaal maximaal 1,5 ha;
-
bedrijven met een bedrijfseconomische omvang van nge 71+ (tweemaal volwaardig) het bouwvlak kunnen uitbreiden tot in totaal maximaal 2 ha;
mits: 1. de noodzaak hiertoe uit hoofde van de bedrijfsvoering is aangetoond; de noodzaak hiertoe uit hoofde van een doelmatige bedrijfsvoering is aangetoond en er een positief onafhankelijk deskundigenadvies omtrent de noodzaak van de vergroting is uitgebracht; 2. de landschappelijke inpassing voldoende is gewaarborgd door middel van een landschappelijk inpassingsplan; 3. is aangetoond dat geen onvenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de natuurlijke
en
landschappelijke
waarden
en
de
gebruiksmogelijkheden
van
de
aangrenzende gronden;
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
33
4. voor zover de vergroting van het bouwvlak gepaard gaat met een toename van staloppervlak ten behoeve van landbouwhuisdieren, er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden. d.
lid 4.2.1: en worden toegestaan dat gebouwen, in de functie van beheergebouwen, worden gebouwd, mits: 1. het gebouw bedoeld is voor het beheer van een landgoed met een oppervlakte van meer dan 50 ha; 2. het aantal beheergebouwen per landgoed niet meer bedraagt dan één; 3. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 100 m2; 4. de noodzaak in het kader van de bedrijfsvoering kan worden aangetoond; 5. de bebouwing landschappelijk wordt ingepast en er geen afbreuk wordt gedaan aan natuurlijke waarden, de waterhuishouding en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
e.
lid 4.2.1: en worden toegestaan dat het bouwvlak van een agrarisch bedrijf of van een woning met ten hoogste 10 m wordt overschreden.
4.4 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a.
het gebruik van de gronden ten behoeve van boom- en sierteelt ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone - essen’ en ter plaatse van de bestemmingen ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’ en ‘Waterstaat – Herinrichting beek’, met uitzondering van het bestaande gebruik;
b.
het gebruik van de gronden voor de opslag van mest, veevoer en materialen;
c.
het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein';
d.
de aanleg van paardrijbakken.
4.5 Afwijken van de gebruiksregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a.
lid 4.4, sub a: voor het gebruik van gronden voor boom- en sierteelt ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - essen' en ter plaatse van de bestemmingen ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’ en ‘Waterstaat – Herinrichting beek’, onder voorwaarde dat de landschappelijke kwaliteiten niet onevenredig worden aangetast;
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
34
b.
lid 4.4, sub b: voor het gebruik van gronden voor opslag van kuilvoer en materialen voor de agrarische bedrijfsvoering, met dien verstande dat hieraan voorwaarden kunnen worden gesteld op het gebied van landschappelijke inpassing en afscherming;
c.
lid 4.4, sub d: en worden toegestaan dat de gronden ten behoeve van een paardrijbak worden gebruikt, mits: 1. deze afwijkingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast in aansluiting op de bestaande bebouwing; 2. ten hoogste één paardrijbak wordt aangelegd met een oppervlakte van maximaal 1.200 m2; 3. de bouwhoogte van de omheiningen van paardrijbakken ten hoogste 1,8 m zal bedragen, met dien verstande dat de afrasteringen en omheiningen transparant zullen worden vormgegeven; de bouwhoogte van de omheiningen van paardrijbakken ten hoogste 1,8 m zal bedragen, met dien verstande dat sprake moet zijn van open afrasteringen en omheiningen; 4. een minimale afstand van 30 m wordt aangehouden tot woningen of (agrarische) bedrijven van anderen en overigens ook geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; 5. de hoogte van lichtmasten ten behoeve van verlichting bij een paardrijbak en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, respectievelijk ten hoogste 4 m en 3 m bedragen; 6. is aangetoond dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan landschappelijke, natuurlijke, geomorfologische en archeologische waarden.
4.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: 1. het kappen en/of rooien van bomen en/of houtgewas in de vorm van eenrijige beplanting of houtwallen, langs landbouwgronden of schuilgelegenheid voor vee, niet zijnde bomen en/of houtgewas onderdeel uitmakend van een grondgebonden agrarische teelt; 2. het aanplanten van bomen en/of houtgewas ten behoeve van bosaanplant tot een aaneengesloten oppervlakte van ten hoogste 1 ha; 3. het
inrichten
van
gronden
ten
behoeve
van
natuurontwikkeling
tot
een
aaneengesloten oppervlakte van ten hoogste 1 ha; 4. het diepploegen, egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; 5. het aanleggen van drainage, uitgezonderd herdrainage; 6. het dempen, verdiepen en/of graven van sloten, poelen en/of andere watergangen en/of partijen; 7. het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van extensieve dagrecreatie;
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
35
8. het aanleggen en/of verharden van een extra ontsluiting van een agrarisch bedrijf, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, met uitzondering van: -
het aanleggen en/of verharden van wegen ter ontsluiting van veldschuren en paardenstallen; en
-
het aanbrengen van verhardingen tot ten hoogste 5 m rondom en aansluitend op veldschuren ten behoeve van het gebruik van veldschuren;
9. het aanleggen en verharden van paden op gronden ten behoeve van het gebruik door kwekerijen; 10. het
aanleggen
van
ondergrondse,
bovengrondse
transport-,
energie-
en/of
telecommunicatiekabels en/of –leidingen; 11. het uitvoeren van exploitatieboringen. b.
Het in lid 4.6, sub a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: 1. het normale onderhoud en/of het normale agrarische gebruik (ten behoeve van natuurbeheer) betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn of aanwezig zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan; 3. dienen ter uitvoering en realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur Natuurnetwerk Nederland (NNN), ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde - Natuur en landschap’.
c.
De in lid 4.6, sub a genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien: a. er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden en de geomorfologische, cultuurhistorische en archeologische waarden. De aanleg van een ecologische verbindingszone moet passen binnen het beleid met betrekking tot de Ecologische Hoofdstructuur Natuurnetwerk Nederland (NNN), dan wel deze moet betrekking hebben op particulier natuurbeheer.
d.
Indien de vergunning gevolgen kan hebben voor de waterhuishouding, wordt de aanvraag voor de omgevingsvergunning voorgelegd aan het betreffende waterschap met het verzoek de aanvraag te voorzien van een deskundigenadvies.
4.7 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk a.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning gebouwen of delen daarvan te slopen, ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'.
b.
Het onder a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: 1. het normale onderhoud betreffen;
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
36
2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan. c.
De onder a genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien: 1.
de karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het pand kan worden hersteld; of
2.
de karakteristieke hoofdvorm in redelijkheid niet is te handhaven, en/of het delen van het pand betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek zijn aan te merken en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm veroorzaken; of
3.
er sprake is van verbouw of nieuwbouw met behoud en/of terugbouwen van de karakteristieke hoofdvorm.
4.8 Wijzigingsbevoegdheid 4.8.1 Intensieve veehouderij Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de bestemming van gronden die gelegen zijn in het gebied dat is aangeduid als 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied' en die grenzen aan een agrarisch bedrijf met de aanduiding 'intensieve veehouderij' wordt gewijzigd in 'agrarisch - agrarisch bedrijf' met de aanduiding 'intensieve veehouderij' ten behoeve van vergroting of verschuiving van het bouwvlak van een bestaande intensieve veehouderij, waarbij de totale maximale oppervlakte van het bouwvlak 1,5 ha mag bedragen, mits: a.
de noodzaak hiertoe uit hoofde van de bedrijfsvoering is aangetoond;
b.
de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform een ingediend landschapsplan, door middel van het aanleggen van landschapselementen of natuurlijke elementen, het aanbrengen van beeldkwaliteit en/of het herstellen van cultuurhistorische elementen aan gebouwen en/of omgeving en met inachtneming van het beginsel van zuinig ruimtegebruik;
c.
voor zover de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid gepaard gaat met een toename van staloppervlak ten behoeve van landbouwhuisdieren, er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden.
4.8.2 Natuur Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de bestemming van gronden ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde - Natuur en landschap’ wordt gewijzigd in de bestemming ‘Natuur – Natuur en bos’, mits: a.
de wijziging uitsluitend wordt toegepsat in gebieden die in het provinciale beleid zijn opgenomen als behorend tot de Ecologische Hoofdstructuur Natuurnetwerk Nederland (NNN), niet zijnde beheergebieden, dan wel als ecologische verbindingszones;
b.
de wijzigingsbevoegdheid niet eerder wordt toegepast dan nadat de betreffende gronden in hun geheel voor de daadwerkelijke natuurontwikkeling zijn verworven en aangewezen;
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
37
c.
er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzede agrarische bedrijven, in die zin dat de bedrijven onrevenredig in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt;
d.
er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Na wijziging zijn de bepalingen van artikel 17 (‘Natuur – Natuur en bos’) van toepassing. 4.8.3 Rood-voor-rood regeling Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de bestemming van de gronden wordt gewijzigd in de bestemming ‘Wonen’, ‘Wonen – Voormalig boerderij’ of ‘Wonen – Landhuis’, waarbij één of meerdere extra woningen worden gerealiseerd, mits: a.
alleen van deze bevoegdheid gebruik wordt gemaakt in geval van samenloop met de in artikel 5.8.4 of 5.8.5 vermelde wijzigingsbevoegdheid;
b.
alleen van deze bevoegdheid gebruik wordt gemaakt in geval van reeds gestopte dan wel stoppende agrarische bedrijven en uitgaande van voor 1 januari 2004 legaal opgerichte bebouwing
en
voor
zover
de
gronden
niet
zijn
gelegen
in
een
landbouwontwikkelingsgebied op grond van de Reconstructiewet; c.
voor de bouw van één extra woning minimaal 850 m2 aan bedrijfsgebouwen moet worden gesloopt;
d.
voor de bouw van meerdere extra woningen, of één woning met een inhoud van 1.500 m³, een veelvoud van 850 m2 aan bedrijfsgebouwen wordt gesloopt, mits noodzakelijk voor de financiële uitvoerbaarheid;
e.
het gehele complex met voormalige agrarische gebouwen wordt gesloopt, met uitzondering van de bedrijfswoning of karakteristieke agrarische bebouwing en gebouwen
die
worden
hergebruikt
in
het
kader van vrijkomende
agrarische
bedrijfsgebouwen; f.
de ruimtelijke kwaliteit ter plekke wordt verbeterd, wat blijkt uit een aanzienlijke reductie van het bouwoppervlak en volume en uit een goede landschappelijke en architectonische inpassing;
g.
voorts wordt voldaan aan de voorwaarden zoals vervat in ter zake vastgestelde beleidsnotities voor bewoning en verbouw van voormalige inpandige bedrijfsgedeelten;
h.
de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder in acht wordt genomen;
i.
is aangetoond dat aan de normstelling van het groepsrisico wordt voldaan;
j.
per locatie slechts eenmaal toepassing wordt gegeven aan deze wijzigingsmogelijkheid.
4.8.4 Verschuiving bouwvlak Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de bestemming wordt gewijzigd in de bestemming ‘Wonen’ of ‘Wonen – Voormalig boerderij’, ten behoeve van en verschuiving van het bouwvlak en bijgebouwen bijbehorende bouwwerken, met dien verstand dat: a.
de regels genoemd in artikel 31 of 33 onverminderd van kracht zijn;
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
38
b.
de verschuiving van het bouwvlak of bijgebouwen bijbehorende bouwwerken in één richting ten behoeve van de bestemming ‘Wonen’ niet meer dan 10 m bedraagt;
c.
de totale feitelijke oppervlakte van het bouwvlak na verschuiving ongewijzigd blijft;
d.
sprake blijft van een hoge mate van concentratie van bebouwing;
e.
de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder in acht wordt genomen;
f.
is aangetoond dat aan de normstelling van het groepsrisico wordt voldaan;
g.
de ruimtelijke kwaliteit te plekke wordt verbeterd, wat mede blijkt uit een inrichtingsplan.
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
39
Artikel 5 Agrarisch - Agrarisch bedrijf 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
een grondgebonden agrarisch bedrijf, met dien verstande dat per bestemmingsvlak niet meer dan één agrarisch bedrijf is toegestaan en met dien verstande dat een kwekerij, voor zover het de hoofdactiviteit van het agrarisch bedrijf betreft, uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – kwekerij’;
b.
een agrarisch bedrijf met een niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering in de vorm van een intensief veehouderijbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij';
c.
een agrarisch loonbedrijf, ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch loon-bedrijf' 'agrarisch loonbedrijf';
d.
verwerking van eigen geproduceerde producten, ter plaatse van de aanduiding 'ambachtelijke be- en verwerking van agrarische producten';
e.
een houtwal, ter plaatse van de aanduiding ‘houtwal’;
f.
een kampeerboerderij, ter plaatse van de aanduiding 'kampeerboerderij';
g.
een kampeerterrein voor kleinschalig kamperen een kleinschalig kampeerterrein, ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein';
h.
een manege, ter plaatse van de aanduiding 'manege';
i.
opslag ten behoeve van het agrarisch bedrijf, ter plaatse van de aanduiding 'opslag';
j.
houtproductie en -verwerking, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch bosbouw';
k.
een kinderopvang, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – kinderopvang’;
l.
een metaalbewerkingsbedrijf, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf metaalbewerkingsbedrijf';
m.
een bloemenwinkel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - bloemenhandel';
n.
een handel in dakpannen, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel pannenhandel';
o.
een zaadhandel, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - zaadhandel;
p.
een huifkarverhuurbedrijf, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie huifkarverhuur';
q.
vakantieappartementen, ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsrecreatie';
r.
buitenopslag ter plaatse van het adres Ruhenbergerweg 21 in Overdinkel, mits de opslag ten minste 15 m uit de naar de weg gekeerde bestemmingsgrens plaatsvindt;
s.
het wonen ten behoeve van het bedrijf, al dan niet in combinatie met mantelzorg of een aan huis verbonden beroep of kleinschalige bedrijfsactiviteit;
t.
een museum/expositieruimte, ter plaatse van de aanduiding 'museum';
u.
een zorgboerderij voor dagbesteding, ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij';
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
40
v.
een plattelandswoning, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen plattelandswoning';
met daarbij behorend(e): v.
bedrijfsgebouwen, waaronder overkappingen;
w.
bedrijfswoningen;
x.
aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen;
y.
torensilo's, platen en bassins;
z.
mestverwerkingsinstallaties;
aa.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
bb.
nutsvoorzieningen;
cc.
tuinen, erven en terreinen;
dd.
water;
ee.
waterhuishoudkundige voorzieningen;
ff.
wegen, paden en parkeervoorzieningen.
Mestverwerking in de vorm van agrarische biomassavergisting (co-vergisting) is toegestaan, met dien verstande dat: -
het bedrijf alleen eigen geproduceerde mest verwerkt en eigen en/of van derden afkomstige co-substraten toevoegt; de co-vergiste mest mag alleen op het bedrijf behorende gronden worden gebruikt;
-
de doorzet minder dan 100 ton per dag bedraagt;
-
de totale biogasopslagcapaciteit niet groter is dan 2.000 m³.
In de bestemming is de aanleg van één paardrijbak per bestemmingsvlak voor hobbymatig gebruik begrepen, met een oppervlakte van ten hoogste 1.200 m². In de bestemming is het stallen van caravans, campers en boten in bestaande bedrijfsbebouwing begrepen. De mariakapellen zijn aangeduid met de ‘specifieke bouwaanduiding – mariakapel’. De karakteristieke panden zijn, afhankelijk van hun beschermde status, aangeduid met de ‘specifieke bouwaanduiding – rijksmonument’ of ‘specifieke bouwaanduiding – gemeentelijk monument’.
5.2 Bouwregels 5.2.1 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
41
a.
per bestemmingsvlak mogen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van het ter plaatse gevestigde agrarische bedrijf worden gebouwd, waarbij deze bouwregels eveneens van toepassing zijn voor functies die na afwijking van de gebruiksregels aan het agrarisch bedrrijf bedrijf zijn toegevoegd;
b.
de gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het bestemmingsvlak worden gebouwd dan wel binnen het bouwvlak, daar waar een bouwvlak in het plan is aangegeven;
c.
ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage (%)’ mag de oppervlakte niet meer mag bedragen dan ter plaatse aangegeven;
d.
bij het bouwen van nieuwe gebouwen en overkappingen met een inhoud van meer dan: -
500 m3 dient het bouwplan vergezeld te gaan van een erfinrichtingsplan;
-
2.000 m³ dient het bouwplan vergezeld te gaan van een landschappelijk inpassingsplanten behoeve
van
een
goede
landschappelijke
inpassing
en
een
goede
ruimtelijke
kwaliteitsverhouding tot de bestaande bebouwing; e.
ter plaatse van de aanduiding 'relatie' is ten hoogste één agrarisch bedrijf toegestaan; ook ten aanzien van de in het plan opgenomen functieaanduidingen en de maatvoering ter plaatse van de aanduiding 'relatie' geldt dat deze betrekking hebben op één agrarisch bedrijf;
f.
ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – kwekerij’ is een oppervlakte van maximaal 4.000 m2 aan kassen toegestaan, dan wel de bestaande oppervlakte indien die meer is;
g.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bebouwing uitgesloten' mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd;
h.
ter plaatse van de aanduiding 'opslag' mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd;
i.
de maximum oppervlakte aan gebouwen en overkappingen ten behoeve van de intensieve veehouderij mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)';
j.
er mogen uitsluitend bedrijfsgebouwen en overkappingen ten behoeve van het ter plaatse gevestigde agrarische bedrijf worden gebouwd, waarbij deze bouwregels eveneens van toepassing zijn voor functies die na afwijking van de gebruiksregels aan het agrarisch bedrijf zijn toegevoegd;
k.
er mogen geen kassen worden gebouwd;
l.
het aantal bedrijfswoningen bedraagt ten hoogste één per bouwperceel, dan wel het bestaande aantal bedrijfswoningen, tenzij de gronden zijn voorzien van de aanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen plattelandswoning' is 1 plattelandswoning toegestaan;
m.
de afstand tussen een bedrijfswoning, dan wel plattelandswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning',
en het dichtstbijzijnde
agrarische bedrijfsgebouw bedraagt ten hoogste 75 m (gemeten van gevel tot gevel); n.
de afstand van een gebouw tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt ten minste 5 m, dan wel de bestaande afstand indien deze minder is; er geldt geen minimaal aan te houden afstand indien het bouwperceel grenst aan de bestemming ‘Agrarisch – 1’ of ‘Agrarisch – 2’;
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
42
o.
de maatvoering van een gebouw of een overkapping voldoet aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld:
Functie van een gebouw
Maximale
Goothoog
Dakhelling
oppervlakte/inhoud
te in m
in °
per
gezamen
max.
min
Hoogte in m
ma
max.
gebouw
lijk
.
x.
Bedrijfsgebouw
-
-
6
20
60
12
Overkapping bij
-
-
6
-
60
12
750 m³*
-
min. 0,5
25
60
10
-
60
ten minste 1 m
bedrijfsgebouw Bedrijfswoning, exclusief kelder en
max.6
inclusief aan- en uitbouwen en plattelandswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen plattelandswoning ', exclusief kelder Bijgebouwen en
-
100 m²**
4,5
overkappingen
lager dan de
bijbehorende
bouwhoogte
bouwwerken bij de
van het
bedrijfswoning of
hoofdgebouw
plattelandswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen plattelandswoning ', exclusief kelder (Toren)silo
85 m³
-
-
-
-
12
Mestverwerkingsins
10
tallatie Kampeerboerderij
bestaand
bestaand
bestaand
* tenzij de bestaande inhoud meer bedraagt, in welk geval de inhoud van de bedrijfswoning of plattelandswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' ten hoogste de bestaande inhoud zal bedragen. **de oppervlakte van karakteristieke bijgebouwen bijbehorende bouwwerken telt niet mee bij het berekenen van de maximale gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen bijbehorende bouwwerken.
p.
de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'silo' bedraagt niet meer dan 23 m;
q.
de toegang van buitenaf voor een kelder mag maximaal 1/3 van de gevelbreedte bedragen;
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
43
r.
ter plaatse van de aanduiding ‘kampeerterrein’ mag één trekkershut worden gebouwd, met een oppervlakte van maximaal 30 m2, alsmede gebouwen en overkappingen ten behoeve van sanitaire voorzieningen, waarbij de gezamenlijke oppervlakte ten hoogste 50 m2 bedraagt, dan wel ten hoogste de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt. De goothoogte bedraagt ten hoogste 3 m en de dakhelling bedraagt ten minste 18º. De bouwhoogte van een overkapping bedraagt ten hoogste 3,5 m;
s.
ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – gemeentelijk monument’, dient - in afwijking van de in dit artikel opgenomen maatvoering - de uitwendige hoofdvorm van de bestaande gebouwen, bestaande uit goot- en bouwhoogte en dakvorm, te worden gehandhaafd. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – rijksmonument’ gelden de beschermende bepalingen van de Monumentenwet 1988
t.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - kinderopvang' op het adres Honingloweg 30 in Losser mag de oppervlakte aan bebouwing niet meer bedragen dan is aangegeven;
u.
bijbehorende bouwwerken worden ten minste 1 m achter de naar de weg(en) gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw, dan wel het verlengde daarvan gebouwd;
v.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - mestvergister' is uitsluitend een mestvergister toegestaan.
5.2.2 Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.
de hoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 1 m, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel van de bedrijfswoning(en) en/of bedrijfsgebouwen ten hoogste 2 m bedraagt;
b.
de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 10 m, met dien verstande dat de hoogte van lichtmasten ten hoogste 4 m en de hoogte van omheiningen van paardrijbakken ten hoogste 1,8 m bedraagt.
5.3 Afwijken van de bouwregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a.
lid 5.2.1, sub b: en worden toegestaan dat het bouwvlak met ten hoogste 10 m wordt overschreden;
b.
lid 5.2.1, sub k sub l: en worden toegestaan dat een tweede bedrijfswoning wordt gebouwd, mits: 1. de noodzaak voor de bedrijfsvoering met twee volwaardige arbeidskrachten is aangetoond bij een bedrijfsomvang groter dan 120 nge's en de beide arbeidskrachten fulltime werkzaam zijn in het bedrijf;
Partiële herziening Buitengebied, verzamelplan 2022 10-3-2023
44