LOSSER Programmabegroting 2023.pdf
Tekst van het document
te bieden •
Er is variatie en kwaliteit in het woningaanbod
stellen. Dit doen we, omdat we binnen de beschikbare middelen keuzes moeten maken. Een cultuurhistorische waardenkaart is een waardevol instrument ten behoeve van ruimtelijke ordening en erfgoedbeheer dat inzicht biedt in stedenbouwkundige patronen, landschappelijke structuren en bouwkundig erfgoed. We onderzoeken de mogelijkheden voor Losser.
In 2023 geven we verder uitvoering aan de Woonvisie 2021-2031 en het bijbehorende actieplan Woonvisie. Belangrijk aandachtspunt is de zorg voor voldoende woningen voor starters/jongeren en het bevorderen van doorstroming van senioren. We zorgen voor voldoende bouwmogelijkheden in alle kernen en gaan na of er in het buitengebied mogelijkheden kunnen worden benut. We zorgen voor voldoende middelen om het instrument Startersleningen voort te kunnen zetten.
Kernen hebben een aantrekkelijk en toekomstbestendig voorzieningenniveau
•
•
•
We geven uitvoering aan de detailhandelsvisie, waarbij het aanbod aan winkelvloeroppervlak wordt afgestemd op de vraag en voor de kernen Losser, De Lutte en Overdinkel kernwinkelgebieden zijn aangewezen om deze zo compact mogelijk en levendig te houden. We streven er naar de culturele voorzieningen in de kernen zo goed mogelijk in stand te houden. In samenspraak met het culturele veld werken we aan een ‘doorstart na corona’. (Zie ook programma Sociaal). We spelen in op de inclusieagenda door deel te nemen aan de MKB toegankelijke routes. Winkels en ondernemers worden hierbij door een gespecialiseerde keurmeester getoetst op toegankelijkheid, ontvangen advies op maat en worden indien nodig en gewenst begeleid om met toegankelijkheid aan de slag te gaan.
Wat mag het kosten? Doelstelling (F1): De gemeente Losser heeft een vitale landelijke omgeving. Subdoel
Taakveld
Een vitale landelijke omgeving
0.3 Beheer overige gebouwen en gronden
Lasten
Baten
861
74
2.1 Verkeer en vervoer
3.674
76
2.5 Openbaar vervoer
24
0
5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie
1.551
34
8.1 Ruimtelijke ordening
1.613
63
7.724
246
Totaal Een vitale landelijke omgeving
Doelstelling (F2): De gemeente Losser biedt ruimte voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Subdoel
58
Taakveld
Lasten
Baten
Ruimte voor maatschappelijk verantwoord ondernemen
2.4 Economische Havens en waterwegen
58
3
3.3 Bedrijfsloket en regelingen
270
126
3.4 Economische promotie
12
269
340
398
Totaal Ruimte voor maatschappelijk verantwoord ondernemen
Doelstelling (F3): We laten een gezonde leefomgeving na aan de volgende generaties. Subdoel
Taakveld
Gezonde leefomgeving
7.3 Afval
Lasten
7.4 Milieubeheer Totaal Gezonde leefomgeving
Baten
2.089
2.588
864
4
2.953
2.592
Doelstelling (F4): In de gemeente Losser is het prettig wonen en leven. Subdoel
Taakveld
Prettig wonen en leven
7.2 Riolering
Lasten
Baten
2.574
3.375
21
1
8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)
2.718
3.360
8.3 Wonen en bouwen
1.082
452
6.395
7.187
7.5 Begraafplaatsen
Totaal Prettig wonen en leven
Lasten en baten per taakveld, programma Fysiek Programma Fysiek
Realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
0.3 Beheer overige gebouwen en gronden
1.259
1.113
861
831
834
827
2.1 Verkeer en vervoer
3.129
4.488
3.674
3.851
4.193
4.401
2.4 Economische Havens en waterwegen
12
22
58
59
59
59
2.5 Openbaar vervoer
32
35
24
24
24
24
3.3 Bedrijfsloket en regelingen
183
247
270
271
273
273
3.4 Economische promotie
12
13
12
12
12
12
5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie
1.337
1.241
1.551
1.522
1.544
1.516
7.2 Riolering
2.291
2.249
2.574
2.837
3.011
3.037
7.3 Afval
1.971
2.059
2.089
2.162
2.224
2.241
Lasten
59
7.4 Milieubeheer
1.142
1.192
864
842
859
859
9
20
21
21
21
21
8.1 Ruimtelijke ordening
1.133
1.217
1.613
1.062
1.066
1.066
8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)
1.543
4.145
2.718
977
747
748
8.3 Wonen en bouwen
1.431
1.521
1.082
1.061
1.063
1.061
Totaal - Lasten
15.486
19.560
17.412
15.531
15.931
16.146
0.3 Beheer overige gebouwen en gronden
343
70
74
74
75
75
2.1 Verkeer en vervoer
72
73
76
76
77
77
2.4 Economische Havens en waterwegen
2
2
3
3
3
3
3.3 Bedrijfsloket en regelingen
14
117
126
128
130
130
3.4 Economische promotie
263
447
269
304
310
310
5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie
15
31
34
35
35
35
7.2 Riolering
3.075
2.969
3.375
3.652
3.850
3.878
7.3 Afval
2.487
2.582
2.588
2.674
2.745
2.765
7.4 Milieubeheer
8
4
4
4
4
4
7.5 Begraafplaatsen
1
1
1
1
1
1
8.1 Ruimtelijke ordening
59
59
63
63
64
64
8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)
2.132
5.359
3.360
1.108
541
542
8.3 Wonen en bouwen
787
415
452
460
469
469
9.259
12.128
10.423
8.583
8.304
8.353
0.10 Mutatie reserves
652
652
995
873
17
817
Totaal - Storting reserves
652
652
995
873
17
817
0.10 Mutatie reserves
1.451
1.702
571
1.481
182
1.069
Totaal - Onttrekking reserves
1.451
1.702
571
1.481
182
1.069
Fysiek
5.428
6.382
7.412
6.340
7.462
7.541
7.5 Begraafplaatsen
Baten
Totaal - Baten
Storting reserves
Onttrekking reserves
Omwille van de inzichtelijkheid richten we ons in de toelichting hieronder op de financiële verschillen die het gevolg zijn van de uitvoering van beleid. De financiële effecten van de bedrijfsvoering (doorbelasting) en rente en afschrijving brengen we in de tabellen per taakveld wel cijfermatig tot uitdrukking maar deze worden hier in het programma inhoudelijk niet verder toegelicht. Deze toelichting is terug te vinden in het Programma Bestuur en Dienstverlening, onder Algemene Dekking. Mutaties kleiner dan € 10.000 worden niet afzonderlijk toegelicht. Een nadere toelichting op de werkwijze treft u in de Leeswijzer.
60
0.3 Beheer overige gebouwen en gronden Soort
Onderdeel
2022 2023 Verschil
Baten
In beleidstoelichting
69
73
3
Verdeelde kosten
1
1
0
70
74
4
In beleidstoelichting
976
655
-321
Verdeelde kosten
137
205
69
1.113
861
-252
Totaal Baten Lasten
Totaal Lasten
De lasten voor de uitvoering van beleid op dit taakveld dalen in 2023 ten opzichte van 2022 met € 321.000. Voor € 454.000 wordt de daling veroorzaakt door het wegvallen van incidentele investeringen in duurzaamheid, die in de begroting 2022 zijn opgenomen. De kosten stijgen in 2023 met € 20.000 omdat we een nieuwe vastgoednota gaan opstellen. Er resteert dan nog een stijging van ongeveer € 34.000. Deze stijging wordt veroorzaakt door de loon- en prijscompensatie. Voor € 79.000 stijgen de lasten door extra afschrijvingen. Voor de geplande nieuwe investeringen verwijzen wij u naar de betreffende bijlage. De baten voor de uitvoering van beleid op dit taakveld wijzigen nauwelijks en worden hier verder niet toegelicht. 2.1 Verkeer en vervoer Soort
Onderdeel
2022
2023
Verschil
Baten
In beleidstoelichting
63
65
2
Verdeelde kosten
10
11
1
73
76
3
In beleidstoelichting
3.275
2.773
-502
Verdeelde kosten
1.212
902
-311
4.488
3.674
-813
Totaal Baten Lasten
Totaal Lasten
De lasten voor de uitvoering van beleid op dit taakveld vallen in 2023 € 502.000 lager uit dan in 2022. Het budget daalt doordat in 2023 met € 810.000 een drietal incidentele budgetten uit 2022 vervallen. Het gaat om geld voor de inhaalslag wegen, het onderzoek naar de traverse N731 en een bedrag voor het opstellen van de Nota kapitaalgoederen openbare ruimte. Daarentegen zijn in 2023 weer twee nieuwe investeringen opgevoerd. Het gaat om € 20.000 voor de doorontwikkeling van de bereikbaarheid van de Drielandsteen en € 25.000 voor de revitalisering van bedrijventerreinen. Per saldo dus een daling van de lasten met € 765.000. Verder heeft in 2022 een incidentele overheveling van € 80.000 naar een investeringskrediet plaatsgevonden. In 2023 is dat niet meer het geval waardoor de lasten ten opzichte van 2022 met € 80.000 toenemen. Door alle extra inspanningen in ons wegenonderhoud nemen niet alleen de exploitatielasten toe, maar ook de afschrijvingslasten op nieuwe investeringen. Deze nemen in 2023 toe met
61
€ 116.000. Voor de geplande nieuwe investeringen verwijzen wij u naar de betreffende bijlage. Er resteert dan nog een stijging van de lasten met € 67.000. Naast wat kleinere verhogingen en verlagingen is de stijging vooral het gevolg van het toevoegen van de loon- en prijsindexatie. De baten voor de uitvoering van beleid op dit taakveld stijgen in 2023 met € 2.000 ten opzichte van 2021 en worden hier niet verder toegelicht. 3.3 Bedrijfsloket en regelingen Soort
Onderdeel
2022 2023
Baten
In beleidstoelichting
117
126
9
117
126
9
In beleidstoelichting
201
208
7
Verdeelde kosten
47
62
16
247
270
23
Totaal Baten Lasten
Totaal Lasten
Verschil
De totale lasten en baten voor de uitvoering van beleid op dit taakveld laten geen grote afwijking zien. 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie Soort
Onderdeel
Baten
In beleidstoelichting
22
24
2
Verdeelde kosten
8
10
2
31
34
4
In beleidstoelichting
408
354
-54
Verdeelde kosten
833 1.197
364
1.241 1.551
311
Totaal Baten Lasten
Totaal Lasten
2022
2023 Verschil
De lasten voor de uitvoering van beleid op dit taakveld vallen in 2023 € 54.000 lager uit dan in 2022. De lasten stijgen met € 40.000 door het budget dat we hebben uitgetrokken voor de digitale cultuur-historische waardenkaart (€ 40.000). Nieuwe investeringen leiden tot een stijging van de lasten met € 20.000. Voor de geplande nieuwe investeringen verwijzen wij u naar de betreffende bijlage. Daartegenover staat een daling van de lasten met € 130.000 doordat in 2022 opgenomen budgetten in 2023 vervallen. Het gaat om budget voor bestrijding van de Aziatische duizendknoop (€ 40.000) en de inzet van de reserve voor onderhoud van openbaar groen (€ 90.000). Er resteert dan nog een stijging van de lasten met € 16.000. Deze stijging is het gevolg van het toevoegen van loon- en prijsindexatie aan dit taakveld. De baten voor de uitvoering van beleid op dit taakveld blijven in 2023 nagenoeg gelijk ten opzichte van 2022 en worden hier verder niet toegelicht.
62
7.2 Riolering Soort
Onderdeel
2022
2023
Verschil
Baten
In beleidstoelichting
2.963
3.368
405
6
7
1
2.969
3.375
406
In beleidstoelichting
1.483
1.624
141
Verdeelde kosten
767
951
184
2.249
2.574
325
Verdeelde kosten Totaal Baten Lasten
Totaal Lasten
De totale lasten op dit taakveld stijgen ten opzichte van 2022 met € 325.000; voor de jaarschijf 2023 is hiermee in de PB2022 al voor het overgrote deel rekening gehouden. De lasten voor de uitvoering van beleid op dit taakveld vallen in 2023 € 141.000 hoger uit dan in 2022, vooral door hogere afschrijvingslasten. Door een actualisatie van de doorberekening apparaatskosten wordt aan dit taakveld meer toegerekend dan in voorgaande jaren. De stijging van de lasten wordt voor € 182.000 gecompenseerd door een lagere storting in de voorziening. Om kostendekkende tarieven 2022 te hebben zal de rioolheffing ongeveer 7,7% hoger zijn dan in 2022; hiervan was het overgrote deel al ingecalculeerd in de PB2022. 7.3 Afval Soort
Onderdeel
2022
2023
Verschil
Baten
In beleidstoelichting
2.576
2.584
9
6
4
-2
2.582
2.588
6
In beleidstoelichting
1.482
1.552
70
Verdeelde kosten
577
537
-40
2.059
2.089
30
Verdeelde kosten Totaal Baten Lasten
Totaal Lasten
Op basis van de nu bekende informatie is een actualisatie van tarieven en hoeveelheden verwerkt, die er toe heeft geleid dat de bij de PB2022 verwachte stijging van de kosten voor afvalverwerking (€ 80.000) in 2023 nagenoeg gelijk is gebleven aan de verwachting bij de begroting 2022. Vooral door de geactualiseerde toerekening van apparaatskosten is € 40.000 minder doorberekend aan dit taakveld. In tegenstelling tot de begroting 2022 is in 2023 geen bijdrage van € 75.000 uit de Voorziening reiniging gedaan, maar is dit opgevangen binnen de begrote 4,0% tariefstijging.
63
7.4 Milieubeheer Soort
Onderdeel
2022
2023
Verschil
Baten
In beleidstoelichting
4
4
0
Verdeelde kosten
0
0
0
4
4
0
In beleidstoelichting
705
762
57
Verdeelde kosten
487
102
-385
1.192
864
-328
Totaal Baten Lasten
Totaal Lasten
De lasten voor de uitvoering van beleid op dit taakveld stijgen in 2023 met € 57.000 ten opzichte van 2022. De stijging van de lasten wordt vooral veroorzaakt doordat de bijdrage aan de Omgevingsdienst Twente (Odt) stijgt met € 89.000. Naast de stijging van € 59.000 door hogere loon- en prijsindexatie en nieuw beleid trekken we incidenteel ook nog € 30.000 uit om een inhaalslag te maken. Door enerzijds corona en anderzijds personeelsgebrek loopt Odt achter in uitvoering van de werkzaamheden. De lasten van plaagdier en ongediertebestrijding dalen daarentegen met € 28.000. Naast een kleine stijging door loon- en prijsindexatie is het wegvallen van een incidenteel budget van € 35.000 voor het verhogen van de biodiversiteit voor bestrijding van de eikenprocessierups in 2022 hiervan de oorzaak. De baten voor de uitvoering van beleid op dit taakveld blijven in 2023 gelijk ten opzichte van 2022 en worden hier verder niet toegelicht. 7.5 Begraafplaatsen Soort
Onderdeel
Baten
In beleidstoelichting
Totaal Baten Lasten
In beleidstoelichting
Totaal Lasten
2022
2023
Verschil
1
1
0
1
1
0
20
21
1
20
21
1
De lasten en baten voor de uitvoering van beleid op dit taakveld blijven in 2023 nagenoeg gelijk ten opzichte van 2022 en worden hier verder niet toegelicht. 8.1 Ruimtelijke ordening Soort
Onderdeel
2022
2023
Verschil
Baten
In beleidstoelichting
59
63
4
59
63
4
In beleidstoelichting
743
803
60
Verdeelde kosten
474
810
337
1.217
1.613
396
Totaal Baten Lasten
Totaal Lasten
De lasten voor de uitvoering van beleid op dit taakveld stijgen met € 60.000 in 2023 ten opzichte van 2022.
64
De afronding van de pitstopprojecten, waar we in 2020 voortvarend mee van start zijn gegaan is voor een belangrijk deel de oorzaak van de stijging van de lasten. In 2022 wordt nog een deel van de werkzaamheden afgerond, dit leidt nog tot een (eenmalige) afschrijving van € 386.000 in 2023. Extra investeringen in 2023 leiden ook tot een stijging van de lasten, en wel met € 85.000. Dit extra geld is bedoeld voor het onderzoek naar de verbetering van de leefbaarheid in Overdinkel (€ 80.000) en een beperkt extra budget van € 5.000 voor het centrumplan Losser. Tegenover de stijging staat ook een daling van de lasten met € 435.000, doordat incidenteel budget in 2022 wegvalt in 2023. Het gaat om budgetten voor actualisatie van het Stec-rapport (€ 10.000), de groenbeleidsvisie van het servicebedrijf (€ 50.000), de mobiliteitsvisie (€ 60.000), de uitwerking van het haalbaarheidsonderzoek (€ 50.000) het vervolg ruimtelijke aandachtsgebieden (€ 55.000), een bedrag van € 75.000 voor Kleintje Kulturhus Beuningen en een bedrag voor het plan Losser aan de Dinkel (€ 135.000). Er resteert dan nog een verschil van € 24.000. Deze stijging van de lasten is vooral het gevolg van het toevoegen van loon- en prijsindexatie aan de budgetten. De baten voor de uitvoering van beleid op dit taakveld wijzigen in 2023 nauwelijks ten opzichte van 2022 en worden hier verder niet toegelicht.
8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) Soort
Onderdeel
2022
2023 Verschil
Baten
In beleidstoelichting
5.359
3.360
-1.999
5.359
3.360
-1.999
In beleidstoelichting
3.933
2.441
-1.492
Verdeelde kosten
211
277
65
4.145
2.718
-1.427
Totaal Baten Lasten
Totaal Lasten
Door de bij de jaarrekening 2021 vastgestelde actualisatie van de grondexploitatie zijn de budgetten zowel aan lasten- als batenkant gewijzigd. Een meer gedetailleerde toelichting op zowel beleid als financieel kader is terug te vinden in de paragraaf grondbeleid. 8.3 Wonen en bouwen Soort
Onderdeel
2022
2023
Verschil
Baten
In beleidstoelichting
414
450
36
Verdeelde kosten
2
2
0
415
452
36
In beleidstoelichting
536
111
-425
Verdeelde kosten
985
971
-14
1.521
1.082
-439
Totaal Baten Lasten
Totaal Lasten
De lasten voor de uitvoering van beleid op dit taakveld dalen in 2023 met € 425.000 ten opzichte van 2022. Dit wordt voor € 400.000 veroorzaakt door het wegallen van de inzet van de reserve Omgevingswet. De kosten dalen ook nog eens met € 44.000 door het wegvallen van
65
incidenteel in 2022 beschikbaar gestelde budgetten voor de Basisregistratie ondergrond (€ 11.000) en voor Planon en STUF-GBI-connector (€ 33.000). Tegenover de daling van de lasten staat dan nog een stijging van de lasten met € 19.000. Voor € 6.000 betreft het de lasten van afschrijving, die het gevolg zijn van nieuwe investeringen (zie hiervoor de bijlagen). Daarnaast wordt € 6.000 beschikbaar gesteld in 2023 voor de vernieuwing van de Basisregistratie Kadaster (BRK). De resterende € 7.000 is vooral het gevolg van het toevoegen van loon- en prijscompensatie aan dit taakveld. De baten voor de uitvoering van beleid op dit taakveld stijgen met € 36.000 in 2023 ten opzichte van 2022. Deze stijging van de baten is het gevolg van het indexeren van de tarieven voor loon- en prijscompensatie.
66
2.3. Programma Bestuur en Dienstverlening Programmadoel: "De gemeente zorgt voor een optimale dienstverlening en openbare orde en veiligheid." Doelstellingen: 1. Optimale veiligheid waarin het accent verschuift van bestrijden naar voorkomen 2. De gemeente Losser biedt optimale dienstverlening 3. De gemeente Losser heeft een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering Wat willen we bereiken? Doelenboom Programma Bestuur en Dienstverlening Doel 1. Optimale veiligheid waarin het accent verschuift van bestrijden naar voorkomen
Resultaat •
•
2. De gemeente Losser biedt optimale dienstverlening
•
• •
•
3. De gemeente Losser heeft een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering
67
• •
Er is ingezet op het tegengaan van een toenemende bedreiging van ondermijnende criminaliteit voor de integriteit van de gemeente Losser, haar inwoners en ondernemers. Er is adequate zorg op het gebied van brandweer, openbare orde, gezondheidszorg en rampen- en crisisbestrijding. Inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden zijn op uiteenlopende wijze betrokken bij het opstellen van beleid en vormgeven van projecten. Intensievere samenwerking vindt plaats met nieuwe en bestaande partners en allianties. De (digitale) dienstverlening is van goede kwaliteit en sluit zoveel mogelijk aan bij de behoefte van inwoners en ondernemers. Inwoners kunnen digitaal zaken doen met de gemeente en hebben digitaal toegang tot informatie. De financiële huishouding is zowel op korte als op lange termijn gezond. Er is een evenwichtige ontwikkeling van de woonlasten.
Wat gaan we er voor doen? Activiteiten Programma Bestuur en Dienstverlening Doelstelling (D1): Optimale veiligheid waarin het accent verschuift van bestrijden naar voorkomen. Resultaat
Activiteiten/Speerpunten
Er is inzet op het tegengaan van een toenemende bedreiging van ondermijnende criminaliteit voor de integriteit van de gemeente Losser, haar inwoners en ondernemers
In de zomer van 2021 heeft de gemeenteraad het Integraal Veiligheidsplan 2021-2024 vastgesteld. Rode draad hiervan is: We zetten in op voorkomen waar het kan, optreden waar het moet. We werken aan het vergroten van de weerbaarheid en alertheid van onze inwoners en gemeenschap. Hierin zijn de uitgangspunten, prioriteiten en ambities opgenomen en ligt er een kader om de gemeente Losser veilig te maken en behouden. Daarvoor is structurele samenwerking met maatschappelijke partners en met justitie en politie essentieel. De gemeente Losser hanteert daarbij de volgende prioriteiten: •
• •
•
•
•
• Er is adequate zorg op het gebied van brandweer, openbare orde, gezondheidszorg en rampen- en crisisbestrijding
68
Veilige woon- en leefomgeving met als specifieke punten woonoverlast, jeugdoverlast en alcohol- en drugsgebruik onder jongeren, ondermijning en weerbare samenleving en de aanpak van 'High Impact Crimes', zoals inbraken en internetfraude. Versterken van lokale, (inter)regionale en internationale samenwerking en afstemming. Versterken van de verbinding tussen openbare orde, veiligheid, zorg en handhaving (fysieke en sociale domein) door onder andere het uitvoeren van gezamenlijke controles met partners en het versterken van de informatiepositie en -uitwisseling Onderzoek en aanpak vindt daar plaats waar situaties om vragen en mogelijk een bedreiging vormen voor de integriteit van de gemeente, haar inwoners en ondernemers. Vergroten van bewustzijn/'awareness' en bevorderen van de meldingsbereidheid bij inwoners, ondernemers en organisaties, zowel extern als intern Intensiveren van toepassing Bibob-beleid om te voorkomen dat wij ongewild criminele activiteiten faciliteren waardoor de veiligheid, de leefbaarheid, de rechtsorde of de bestuurlijke slagkracht worden aangetast. Evalueren van het eerste jaar inzet van Buurtbemiddeling.
•
Voor de Veiligheidsregio Twente (VRT) vormen het regionaal risicoprofiel en het beleidsplan 2021-2024 de basis voor de programma’s van brandweer, Geneeskundige Hulporganisatie in de Regio (GHOR), multidisciplinaire onderwerpen en gemeenten.
•
Centraal thema in het nieuwe beleidsplan is de inzet op het behoud van wat gerealiseerd is. Daarnaast wil de Veiligheidsregio innoveren door samen te werken met
kennisinstituten, bedrijven, ondernemers en inwoners van Twente. Doelstelling (D2): De gemeente Losser biedt optimale dienstverlening. Resultaat
Activiteiten/Speerpunten
Inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden zijn op uiteenlopende wijze betrokken bij het opstellen van beleid en vormgeven van projecten
We betrekken inwoners en ondernemers actief bij het verbeteren van de kwaliteit van (digitale) dienstverlening. Zo vindt onder andere het verbeteren van de website en het verbeteren van de kwaliteit van schriftelijke communicatie plaats in samenwerking met inwoners en ondernemers. Ook betrekken we in 2023 inwoners en ondernemers bij diverse beleidsontwikkelingen en projecten (waaronder het vervolg op het integraal beleidsplan sociaal domein, herinrichting Enschedesestraat, het klimaatadaptiestrategieplan en kwaliteitsimpulsen De Lutte, Beuningen en Glane). Op 15 maart 2023 vinden de provinciale staten- en waterschapsverkiezingen plaats. In aanloop daarnaartoe brengen we het belang van deze dubbele verkiezingen onder de aandacht. We stimuleren dat inwoners hun stem uitbrengen en maken duidelijk dat hun stem ertoe doet. We zijn voornemens om in de uitvoering van het nog vast te stellen integraal beleidsplan sociaal domein inwoners te betrekken, denk onder andere aan de inzet van ervaringsdeskundigen.
Intensievere samenwerking vindt plaats met nieuwe en bestaande partners en allianties
69
We brengen ondernemers, (maatschappelijke) organisaties en inwoners met elkaar in contact en zetten ons netwerk en onze kennis in ten behoeve van het ontwikkelen, stimuleren en borgen van de leefbaarheid binnen onze gemeente. •
Het onderzoek naar de mogelijkheid voor de inzet van een kinderburgemeester in relatie tot kinderparticipatie loopt nog. Het aspect van kinderparticipatie is breder getrokken en wordt inmiddels vanuit meerdere beleidsterreinen (onderwijs, participatie, jeugd) integraal opgepakt. De conclusies van dit onderzoek, voorstel Plan van Aanpak en benodigde middelen worden bij het opstellen van de VJN 2023 betrokken.
•
Wij willen de kracht van onze samenleving benutten, door informatie over belangrijke beleidsonderwerpen als: veiligheid, verkeer, zorg en gemeentelijke dienstverlening uit de samenleving te halen. Wij onderzoeken de mogelijkheden van het instellen van een burgerpanel en de wijze waarop een burgerpanel participeert en functioneert. Dit als onderdeel van de doorontwikkeling van inwonerparticipatie.
•
Inwoners en bedrijven in het buitengebied worden geconfronteerd met een breed scala aan ontwikkelingen in het buitengebied. Met name agrarische ondernemers hebben hun handen vol om te bepalen op welke wijze zij moeten/kunnen anticiperen op de
veranderende omstandigheden. Sinds een aantal jaren vervullen de ervencoaches een ondersteunende rol in deze. Veelal worden keukentafelgesprekken gevoerd met de ondernemers om hen van advies te kunnen voorzien. De gemeente Losser heeft het grote belang van de inzet van ervencoaches jaren geleden onderkend en draagt samen met andere gemeenten en provincie financieel bij om de inzet van de ervencoaches te kunnen continueren. In het huidige coalitieakkoord is dit belang nogmaals aangegeven. Tot en met 2022 is budget hiervoor gegarandeerd. Het is, mede gelet op de complexiteit van de ontwikkelingen in het buitengebied en de onafhankelijke ondersteunende adviesrol van de ervencoaches, zaak om ook in 2023 de inzet daarvan te continueren en daarvoor geld beschikbaar te stellen. In samenspraak met provincie en andere gemeenten is hiervoor vooralsnog het bedrag van € 20.000 voor 2023 van de gemeente Losser noodzakelijk. De (digitale) dienstverlening is van goede kwaliteit en sluit zoveel mogelijk aan bij de behoefte van inwoners en ondernemers
•
•
• • •
• • • •
•
Inwoners kunnen digitaal zaken doen met de gemeente en hebben digitaal toegang tot
70
We brengen de eerste activiteiten uit het uitvoeringsprogramma dienstverlening ten uitvoer. Het uitvoeringsprogramma dienstverlening is een meerjarenprogramma en komt voort uit de in 2022 vastgestelde visie op dienstverlening. De activiteiten dragen rechtstreeks bij aan het verbeteren van de kwaliteit van dienstverlening in lijn met de behoefte van inwoners en ondernemers. We breiden de digitale dienstverlening verder uit, onder ander met een aansluiting op mijnoverheid, rijbewijs aanvragen en iVerzoeken voor professionals. We ontwikkelen een nieuwe website. We zetten in op het verbeteren van de mondelinge en schriftelijke communicatie van medewerkers waar nodig. We gaan gericht per product inwoners- en ondernemersfeedback opvragen om producten en processen continu te kunnen verbeteren. We voeren de avondopenstelling van publiekszaken in en evalueren deze. We breiden de publieksdienstverlening uit met het trouwen/partnerschap zonder ceremonie. We implementeren maatregelen voor het tegengaan van identiteitsfraude bij Burgerzaken. We gaan de levering van de Basisregistratie Kadaster (BRK) vernieuwen om up-to-date te kunnen blijven met de gegevens die het Kadaster heeft. We onderzoeken hoe we bij de verkiezingen het stemmen meer inclusief kunnen maken.
Het programma Wet open overheid voeren we samen met Enschede uit. Naar verwachting is de afronding hiervan eind 2022/begin 2023. Focus ligt daarbij op: •
Aanpassen systemen en aansluiten op het Landelijk Platform Open Overheidsinformatie zodat de wettelijk verplichte actieve
informatie • •
informatie kan worden gepubliceerd; De eisen rondom duurzame toegankelijkheid van informatie; Een dienstverlenende houding ten aanzien van informatieverzoeken door de Woo-contactpersoon en een gedegen Woo-verzoeken coördinatie;
Hierbij zorgen we voor synergie met het programma Bridge dat tot doel heeft onze archivering aan de bron te verbeteren, de AVG, Wet hergebruik overheidsinformatie en aanverwante wetten. Doelstelling (D3): De gemeente Losser heeft een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering. Resultaat
Activiteiten/Speerpunten
De financiële huishouding is zowel op korte als op lange termijn gezond
•
Er is een evenwichtige ontwikkeling van de woonlasten
•
• •
Deze PB2023 laat voor alle jaren een structureel positief saldo zien. De weerstandsratio is 10,2 en daarmee ruimschoots boven de norm: een bandbreedte van 1,4 - 2,0; Ook de overige kengetallen over de financiën tonen aan dat de financiële huishouding van Losser gezond is. Afgezien van inflatiecorrectie worden in de PB2023 geen voorstellen voor extra verhoging van de algemene belastingen gedaan.
Wat mag het kosten? Doelstelling (D1): Optimale veiligheid waarin het accent verschuift van bestrijden naar voorkomen. Subdoel
Taakveld
Effectieve en efficiënte bedrijfsvoering
0.1 Bestuur
0
0
0
8.867
199
0.5 Treasury
496
1.128
0.61 OZB woningen
445
3.950
0.62 OZB- niet woningen
0
1.643
0.64 Belastingen Overig
33
0
0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds
0
43.605
0.8 Overige baten en lasten
1.243
0
0.9 Vennootschapsbelasting [VpB]
-207
0
12.606
50.525
0.4 Ondersteuning organisatie
71
Baten
1.729
0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten
Totaal Effectieve en efficiënte bedrijfsvoering
Lasten
Doelstelling (D2): De gemeente Losser biedt optimale (publieks)dienstverlening. Subdoel
Taakveld
Lasten
Optimale dienstverlening
0.2 Burgerzaken
Totaal Optimale dienstverlening
Baten
674
274
674
274
Doelstelling (D3): De gemeente Losser heeft een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering. Subdoel
Taakveld
Lasten
Optimale veiligheid
1.1 Crisisbeheersing en Brandweer
1.744
0
1.2 Openbare orde en Veiligheid
571
15
2.315
15
Totaal Optimale veiligheid
Baten
Lasten en baten per taakveld, programma Bestuur en Dienstverlening Programma Bestuur en Dienstverlening
Realisatie 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
1.266
1.526
1.729
1.719
1.741
1.741
560
590
674
590
597
596
7.623
8.254
8.867
8.658
8.808
8.710
0.5 Treasury
562
502
496
524
629
701
0.61 OZB woningen
304
319
445
459
464
464
0.64 Belastingen Overig
12
61
33
34
34
34
0.8 Overige baten en lasten
1.565
1.155
1.243
2.081
1.419
2.354
0.9 Vennootschapsbelasting [VpB]
102
181
-207
36
36
36
1.589
1.669
1.744
1.769
1.770
1.770
470
426
571
575
577
577
14.054
14.683
15.596
16.443
16.076
16.984
0.1 Bestuur
59
60
0
0
0
0
0.2 Burgerzaken
325
256
274
278
283
283
0.4 Ondersteuning organisatie
194
187
199
202
205
205
0.5 Treasury
857
1.043
1.128
1.145
1.205
1.195
4.470
3.630
3.950
4.022
4.099
4.099
557
1.510
1.643
1.674
1.706
1.706
Lasten 0.1 Bestuur 0.2 Burgerzaken 0.4 Ondersteuning organisatie
1.1 Crisisbeheersing en Brandweer 1.2 Openbare orde en Veiligheid Totaal - Lasten
Baten
0.61 OZB woningen 0.62 OZB- niet woningen
72
0.64 Belastingen Overig
121
0
0
0
0
0
0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds
38.365
41.175
43.605
44.720
46.483
44.258
0.8 Overige baten en lasten
411
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
1.1 Crisisbeheersing en Brandweer 1.2 Openbare orde en Veiligheid
19
15
15
15
15
15
45.378
47.876
50.814
52.056
53.997
51.761
32
0
1.352
1.723
1.999
0
0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten
2.263
2.477
407
879
2.480
622
Totaal - Storting reserves
2.295
2.477
1.759
2.602
4.479
622
809
813
943
143
943
55
0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten
0
795
966
843
817
989
Totaal - Onttrekking reserves
809
1.608
1.909
986
1.759
1.045
-29.838
-32.325
-35.368
-33.997
-35.201
-35.200
Totaal - Baten
Storting reserves 0.10 Mutatie reserves
Onttrekking reserves 0.10 Mutatie reserves
Bestuur en Dienstverlening
Toelichting Omwille van de inzichtelijkheid richten we ons in de toelichting hieronder op de financiële verschillen die het gevolg zijn van de uitvoering van beleid. De financiële effecten van de bedrijfsvoering (doorbelasting) en rente en afschrijving brengen we in de tabellen per taakveld wel cijfermatig tot uitdrukking maar deze worden hier in het programma inhoudelijk niet verder toegelicht. De toelichting op de effecten van de doorbelasting en rente en afschrijving worden in dit programma in zijn geheel toegelicht. Mutaties kleiner dan € 10.000 worden niet afzonderlijk toegelicht. Een nadere toelichting op de werkwijze treft u in de Leeswijzer. 0.1 Bestuur Soort
Onderdeel
2022
2023
Verschil
Baten
In beleidstoelichting
60
0
-60
60
0
-60
In beleidstoelichting
1.195
1.400
206
Verdeelde kosten
331
329
-2
1.526
1.729
203
Totaal Baten Lasten
Totaal Lasten
De lasten voor de uitvoering van beleid op dit taakveld nemen in 2023 met € 206.000 toe ten opzichte van 2022.
73
Voor € 148.000 wordt deze stijging veroorzaakt doordat de bijdrage aan Samen Twente stijgt met € 148.000. Daarnaast stijgen de kosten met € 50.000 omdat de formatieomvang voor wethouders stijgt van 2,5 naar 3,0 fte. Tegenover deze stijging staat een daling van de kosten voor samenwerkingsverbanden met € 25.000 ten opzichte van 2022. De overige stijging van € 33.000 wordt veroorzaakt door verwerkte loon- en prijsindexatie De baten voor de uitvoering van beleid op dit taakveld dalen in 2023 met € 60.000 ten opzichte van 2022. Dit wordt veroorzaakt door het vervallen van de bijdrage voor een extra wethouder vanuit het Sociaal domein.
0.2 Burgerzaken Soort
Onderdeel
2022
2023
Verschil
Baten
In beleidstoelichting
256
274
18
Verdeelde kosten
0
0
0
256
274
18
In beleidstoelichting
274
298
24
Verdeelde kosten
316
377
61
590
674
84
Totaal Baten Lasten
Totaal Lasten
De lasten voor de uitvoering van beleid op dit taakveld stijgen in 2023 ten opzichte van 2022 met € 24.000. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat in 2023 de kosten voor verkiezingen € 17.000 hoger zijn geraamd dan in 2022. Ook stijgen de lasten met € 5.000 als gevolg van het toevoegen van loon- en prijsindexatie aan de leges burgerzaken. Het resterende verschil van € 2.000 wordt hier niet toegelicht. De baten voor de uitvoering van beleid op dit taakveld stijgen in 2023 met € 18.000 ten opzichte van 2022. Deze stijging is het gevolg van het toevoegen van loon- en prijsindexatie aan de leges burgerzaken. 0.4 Ondersteuning organisatie Soort
Onderdeel
2022
2023
Verschil
Baten
Verdeelde kosten
187
199
12
187
199
12
483
615
132
7.771 8.252
482
8.254 8.867
614
Totaal Baten Lasten
In beleidstoelichting Verdeelde kosten
Totaal Lasten
De lasten voor de uitvoering van beleid op dit taakveld stijgen in 2023 ten opzichte van 2022 met € 132.000. De kosten die niet direct kunnen worden toegerekend aan de programma's/taakvelden worden aangemerkt als overhead en toegerekend aan dit taakveld. De stijging van de lasten voor ondersteuning van de organisatie/overhead stijgen in 2023 met € 103.000 ten opzichte van 2022.
74
Er resteert dan nog een verschil van € 29.000. Deze stijging van de lasten is vooral het gevolg van het toevoegen van loon- en prijsindexatie aan de budgetten. 0.5 Treasury Toelichting baten en lasten taakveld treasury Onderdeel
2022
2023
Verschil 2023-2022
Baten Beleggingen
400
429
28
Rente & Treasury overige
643
699
56
1.043
1.128
84
Beleggingen
0
0
0
Deelnemingen nutsbedrijven
0
0
0
Geldleningen uitzettingen 1jr.
2
2
0
Rente & Treasury overige
500
494
-7
Totaal Lasten
502
496
-6
Eindtotaal
541
632
91
Totaal Baten Lasten
Toelichting baten Hoewel de omslagrente in de PB2023 gelijk blijft aan de PB2022 ontvangen we op de treasury toch meer rente vanuit de programma's. Dit komt doordat we meer investeren. Toelichting lasten Voor de extra investeringen die we de komende jaren doen hebben we inmiddels ook nieuwe leningen afgesloten. We hebben geprobeerd om vorig jaar met een extra lening te profiteren van de lage rente. Dat is gelukt, de rente blijft in 2023 nog nagenoeg gelijk aan die van 2022. Maar we zien nu dat de rente stijgt. En om de toekomstige investeringen te kunnen financieren moeten we de komende jaren extra leningen afsluiten. Daar houden we in ons perspectief rekening mee, hierdoor stijgen de rentelasten de komende jaren. Doorbelasting rente aan de programma's en taakvelden Net als de kosten van de bedrijfsvoering (zie de uitgebreide toelichting onder taakveld 0.8 in dit programma) worden de totale kosten van de treasury (lees: betaalde rente) op basis van de boekwaarde van de investeringen en grondexploitaties toegerekend aan de programma's en taakvelden. In de onderstaande tabel is dit per programma en taakveld in beeld gebracht. Het betreft een technische verdeling, die geen effect op het resultaat heeft en niet inhoudelijk wordt toegelicht.
Programma/taakveld
2022
2023
Baten Bestuur en Dienstverlening 0.5 Treasury
-434
-530
Bestuur en Dienstverlening
-434
-530
75
Totaal Baten
-434
-530
0.2 Burgerzaken
0
3
0.4 Ondersteuning organisatie
0
2
0.8 Overige baten en lasten
30
0
Totaal Bestuur en Dienstverlening
30
5
0.3 Beheer overige gebouwen en gronden
25
35
2.1 Verkeer en vervoer
24
110
3.4 Economische promotie
1
0
5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie
1
2
169
179
7.3 Afval
3
2
8.1 Ruimtelijke ordening
0
3
8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)
0
1
8.3 Wonen en bouwen
0
5
Totaal Fysiek
223
337
Kostenplaatsen
39
36
Totaal Kostenplaatsen
39
36
3.4 Economische promotie
1
0
4.2 Onderwijshuisvesting
110
100
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken
2
2
5.2 Sportaccommodaties
30
53
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
6
4
Totaal Sociaal
149
160
Totaal lasten
442
539
Eindtotaal
8
9
Lasten Bestuur en Dienstverlening
Fysiek
7.2 Riolering
Sociaal
Naast de toerekening van rente aan de taakvelden brengen we in de programma's en taakvelden ook de afschrijvingen tot uitdrukking. Op basis van de bijlage in de Financiële verordening worden investeringen gedurende een door de raad vastgestelde termijn afgeschreven. De lasten worden verwerkt in de programma's en taakvelden, op de balans vindt jaarlijks voor eenzelfde bedrag een verlaging van de boekwaarde van de investeringen plaats. Dit is terug te zien in het verloop van de Materiële vaste activa op de balans. In onderstaande tabel zijn de afschrijvingslasten per programma en taakveld weergegeven (overigens komen de totale afschrijvingslasten overeen met de lasten zoals die opgenomen zijn in de berekening van het EMU-saldo). Deze afschrijvingslasten vloeien voort uit de investeringen die in het verleden zijn gedaan. Het verschil tussen 2023 en 2022 wordt veroorzaakt door de investeringen, waarvan we verwachten dat die in 2022 in gebruik worden genomen en waarvan de afschrijving start in 2023. Een tweede factor zijn de investeringen
76
die in 2021 volledig zijn afgeschreven. De totale afschrijvingslasten stijgen door de voorgenomen extra investeringen. Programma/taakveld Lasten
2022
2023
2024
2025
2026
3.404
4.170
3.908
4.330
4.577
Bestuur en Dienstverlening
97
123
96
96
96
0.1 Bestuur
0
4
4
4
4
0.2 Burgerzaken
91
91
91
91
91
0.4 Ondersteuning organisatie
6
6
2
2
2
0.8 Overige baten en lasten
0
23
0
0
0
1.791
2.506
2.353
2.727
2.927
0.3 Beheer overige gebouwen en gronden
45
125
147
142
136
2.1 Verkeer en vervoer
801
931
1.084
1.380
1.569
3.3 Bedrijfsloket en regelingen
5
5
10
10
10
3.4 Economische promotie
12
12
12
12
12
5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie
0
20
20
27
27
7.2 Riolering
895
994
1.055
1.131
1.147
7.3 Afval
18
18
18
18
18
7.4 Milieubeheer
7
1
1
1
1
8.1 Ruimtelijke ordening
8
393
0
0
0
8.3 Wonen en bouwen
0
6
6
6
6
Kostenplaatsen
600
637
567
567
623
Kostenplaatsen
600
637
567
567
623
Sociaal
916
904
892
940
931
3.4 Economische promotie
5
5
5
5
5
4.2 Onderwijshuisvesting
479
502
496
544
539
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken
20
26
26
26
26
5.1 Sportbeleid en activering
2
2
2
2
2
385
344
339
339
336
5.4 Musea
1
1
1
1
1
5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie
0
0
0
0
0
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
24
24
23
23
22
3.404
4.170
3.908
4.330
4.577
Fysiek
5.2 Sportaccommodaties
Eindtotaal
77
0.61 OZB woningen en 0.62 OZB-niet woningen Soort
Onderdeel
2022
2023
Verschil
Baten
In beleidstoelichting
5.139
5.594
454
5.139
5.594
454
In beleidstoelichting
287
409
122
Verdeelde kosten
32
37
4
319
445
126
Totaal Baten Lasten
Totaal Lasten
De lasten voor de uitvoering van beleid op dit taakveld stijgen in 2023 ten opzichte van 2022 met € 122.000. De lasten hebben betrekking op de vergoeding die wij betalen voor de werkzaamheden van het GBTwente en worden hier verder inhoudelijk niet toegelicht. De baten voor de uitvoering van beleid op dit taakveld stijgen met € 454.000 in 2023 ten opzichte van 2022. Deze stijging is het gevolg van het toevoegen van loon- en prijsindexatie aan dit taakveld. 0.64 Belastingen Overig Soort
Onderdeel
2022
2023
Verschil
Lasten
In beleidstoelichting
55
22
-33
Verdeelde kosten
6
11
6
61
33
-28
Totaal Lasten
De lasten voor de uitvoering van beleid op dit taakveld dalen in 2023 ten opzichte van 2022 met € 33.000. De daling wordt veroorzaakt door het in 2022 geraamde budget van € 35.000 voor het opstellen van het hondenbeleidsplan waar in 2023 geen rekening mee wordt gehouden. Het resterende verschil van € 2.000 wordt hier verder niet toegelicht. 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds Soort
Onderdeel
Baten
In beleidstoelichting
Totaal Baten
2022
2023
Verschil
41.175
43.605
2.430
41.175
43.605
2.430
Over de effecten van de meicirculaire bent u via een raadsinformatiebrief van 19 juli 2022 op de hoogte gebracht. De effecten zijn meegenomen in de ramingen over de jaren 2023-2026. Ook de structurele effecten van de september- en decembercirculaire 2021 zijn inmiddels in deze programmabegroting 2023 verwerkt. Het leidt tot een stijging van de inkomsten uit het gemeentefonds met ruim € 2.4 mln.
78
0.8 Overige baten en lasten Soort
Onderdeel
Lasten
In beleidstoelichting Verdeelde kosten
Totaal Lasten
2022
2023
Verschil
92
1.260
1.168
1.064
-16
-1.080
1.155
1.243
88
Hier worden onder meer stelposten, resultaat en dekkingsverschillen verklaard. De lasten stijgen vooral doordat hier de investeringen in het kader van duurzaamheid zijn opgenomen, waar nog geen afzonderlijk programma voor is. Zo vinden we hier de kosten voor het energiefonds (€ 250.000), de Groen/blauwe diensten (€ 250.000), de uitvoeringskosten voor het klimaatakkoord (€ 490.000) en het opstellen van de beleidsplannen voor circulaire economie en mobiliteit (samen € 60.000) terug. Daarnaast is voor impulsverbeteringen voor dienstverlening € 100.000 uitgetrokken. Er resteert dan nog een verschil van € 18.000 dat meerdere oorzaken kent, zoals het wegvallen van het budget voor Corona, het opschonen van de stelposten, de actualisatie van de loon- en prijscompensatie de dekkingsverschillen uit de kostenplaatsen. Toelichting doorbelasting kosten bedrijfsvoering De kosten voor de bedrijfsvoering worden volgens een vaste verdeelsystematiek verdeeld over de verschillende programma’s en taakvelden. Deze verdeelsystematiek is geactualiseerd en leidt tot geringe verschillen per taakveld. Voor de totalen per programma heeft dit een beperkt effect. Zoals uit de tabel (zie beneden) blijkt beïnvloedt dit het resultaat niet. Verloop kosten en baten bedrijfsvoering Soort
2022
2023
Verschil
Baten
245
261
17
Lasten
20.051
20.853
801
Eindtotaal
19.807
20.591
785
De totale kosten van de bedrijfsvoering (exclusief rente en afschrijving) stijgen in 2023 ten opzichte van 2022 met € 801.000. De reden voor deze stijging komt vooral door de loonstijging uit de meicirculaire. Verder investeren we ook flink in de organisatie. Naast extra formatie op plekken waar het in de uitvoering knelt, zoals extra beleidscapaciteit voor de opvang van vluchtelingen en statushouders, jobcoaching, de woonopgave en een privacyofficer, investeren we ook in de doorontwikkeling van de organisatie en de ictomgeving. De baten stijgen vooral door loon- en prijscompensatie met € 17.000. Doorbelasting kosten bedrijfsvoering per programma en taakveld In onderstaande tabel hebben we de effecten van de interne verrekening (de mutatie) van de kosten van de bedrijfsvoering per programma en taakveld voor de jaren 2022 en 2023 in beeld gebracht. Zoals we in de leeswijzer hebben aangegeven richten we ons in de toelichting op taakvelden op de overige afwijkingen ten opzichte van de PB2022. Omdat de onderstaande verdeeleffecten een technische achtergrond hebben worden de mutaties inhoudelijk niet verder toegelicht.
79
Programma/taakveld Baten
2022
2023 0
0
-187
-199
0
0
-187
-199
0.8 Overige baten en lasten
0
0
1.1 Crisisbeheersing en Brandweer
0
0
Fysiek
-31
-33
0.3 Beheer overige gebouwen en gronden
-1
-1
2.1 Verkeer en vervoer
-10
-11
2.4 Economische Havens en waterwegen
0
0
5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie
-8
-10
7.2 Riolering
-6
-7
7.3 Afval
-6
-4
7.4 Milieubeheer
0
0
Kostenplaatsen
245
261
Kostenplaatsen
245
261
Sociaal
-26
-29
4.2 Onderwijshuisvesting
-20
-22
5.2 Sportaccommodaties
-1
-1
5.4 Musea
0
-1
5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie
-1
-1
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
-3
-4
6.4 WSW en beschut werk
0
0
Lasten
21
0
10.004
9.791
0.1 Bestuur
331
329
0.2 Burgerzaken
316
373
7.926
8.604
0.5 Treasury
2
2
0.61 OZB woningen
32
37
0.64 Belastingen Overig
6
11
1.034
-16
1.1 Crisisbeheersing en Brandweer
47
55
1.2 Openbare orde en Veiligheid
310
396
Dienstverlening
208
207
Doorbelasting aan investeringen
208
207
5.458
5.731
112
171
1.189
792
Bestuur en Dienstverlening 0.2 Burgerzaken 0.4 Ondersteuning organisatie
Bestuur en Dienstverlening
0.4 Ondersteuning organisatie
0.8 Overige baten en lasten
Fysiek 0.3 Beheer overige gebouwen en gronden 2.1 Verkeer en vervoer
80
2.4 Economische Havens en waterwegen
14
50
2.5 Openbaar vervoer
22
10
3.3 Bedrijfsloket en regelingen
46
62
3.4 Economische promotie
0
0
5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie
832
1.195
7.2 Riolering
598
772
7.3 Afval
573
534
7.4 Milieubeheer
487
102
8.1 Ruimtelijke ordening
474
808
8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)
88
179
8.3 Wonen en bouwen
985
966
Doorbelasting aan investeringen
40
90
Kostenplaatsen
-20.278
-21.150
Doorbelasting aan investeringen
-20.278
-21.150
4.629
5.421
3.4 Economische promotie
45
65
4.2 Onderwijshuisvesting
52
47
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken
172
208
5.1 Sportbeleid en activering
16
17
5.2 Sportaccommodaties
716
587
5.3 Cultuurpresentatie, productie en participatie
17
57
5.4 Musea
7
17
5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie
88
92
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
95
200
6.2 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen
886
1.239
6.3 Inkomensregelingen
825
900
6.4 WSW en beschut werk
-341
-176
6.5 Arbeidsparticipatie
846
842
6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO)
709
861
6.71 Maatwerkdienstverlening 18+
487
443
6.81 Geëscaleerde zorg 18+
0
0
7.1 Volksgezondheid
12
25
Eindtotaal
21
0
Sociaal
1.2 Openbare orde en Veiligheid Soort
Onderdeel
Baten
In beleidstoelichting
15
15
0
15
15
0
In beleidstoelichting
116
175
59
Verdeelde kosten
310
396
86
426
571
145
Totaal Baten Lasten
Totaal Lasten
81
2022 2023 Verschil
De lasten voor de uitvoering van beleid op dit taakveld stijgen met € 59.000 in 2023. Dit wordt voor € 50.000 veroorzaakt doordat extra budget beschikbaar wordt gesteld voor Veiligheid Losser. Het resterende verschil van € 9.000 wordt hier verder niet toegelicht.
82
3. Paragrafen Dit hoofdstuk bevat de verplichte paragrafen volgens de richtlijnen van het BBV. Ze geven inzicht in de financiële positie van de gemeente. De hierin behandelde onderwerpen zijn programma-overstijgend. De paragrafen zijn: • Lokale heffingen • Weerstandsvermogen en risicobeheersing • Onderhoud kapitaalgoederen • Financiering • Bedrijfsvoering • Verbonden partijen • Grondbeleid
83
3.1. Lokale heffingen Lokale heffingen hebben tot doel dat de gemeente door het verwerven van eigen middelen dekking vindt van haar uitgaven in het kader van de uitvoering van de gemeentelijke taken. De vaststelling van de tarieven door de gemeenteraad is gepland in december 2022. De lokale heffingen bestaan uit de gemeentelijke belastingen, rechten en retributies. Deze vormen een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente. Lokale belastingen worden onderscheiden in heffingen waarvan de besteding gebonden dan wel ongebonden is. Ongebonden lokale heffingen (als de Onroerende zaakbelastingen) worden tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. De besteding is niet gebonden aan een bepaalde taak. Gebonden heffingen, zoals de afvalstoffen- en rioolheffing, worden verantwoord op het betreffende programma en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Voor het betalen van rechten en retributies verricht de gemeente diensten. Denk aan publieksdienstverlening en bouwvergunningen. De kosten van de gemeentelijke dienstverlening worden doorberekend in de tarieven. De paragraaf Lokale Heffingen geeft inzicht in de diverse gemeentelijke belastingen en de consequenties daarvan voor de inwoners van Losser. a. De geraamde inkomsten Overzicht inkomsten gemeentelijke heffingen (bedragen x € 1.000) Omschrijving lokale last Afvalstoffenheffing
realisatie 2021
begroting 2021
begroting 2022
begroting 2023
2.163
2.142
2.162
2.277
Begraafplaatsrechten
1
1
1
1
BIZ
4
102
102
111
Forensenbelasting
30
22
22
24
Hondenbelasting
121
118
0
0
Leges burgerzaken
322
252
256
274
Leges omgevingsvergunning
733
468
394
428
Leges overig
84
45
45
45
Marktgelden
8
15
15
15
4.473
3.523
3.630
3.950
OZB eigenaren niet-woning
0
977
978
1.065
OZB gebruikers niet-woning
557
531
531
578
2.971
2.893
3.065
3.391
233
225
425
245
11.699
11.315
11.626
12.405
OZB eigenaren woning
Rioolheffing Toeristenbelasting Totaal
De gemeente Losser heft in 2023 voor een bedrag van € 12,4 miljoen aan belastingen en retributies.
84
b. Beleid ten aanzien van de lokale heffingen I Landelijk Gebruiksoppervlakte Wet WOZ Sinds 2021 wordt de gebruiksoppervlakte gebruikt om de WOZ-waarde te bepalen. Tot 2021 gebruikten we de bruto inhoud. Dit omdat veel andere instanties ook de gebruiksoppervlakte gebruiken, zoals makelaars, taxateurs en woningbouwverenigingen. Met de gebruiksoppervlakte wordt de grootte van de woningen bepaald. Alle professionele organisaties gebruiken hiervoor dezelfde meetinstructies (meetinstructie gebruikersoppervlakte woningen juli 2019) waardoor de onderlinge vergelijkbaarheid wordt vergroot. II Gemeentelijk Ontwikkeling tarieven gemeente Losser De tarieven voor de riool- en afvalstoffenheffingen worden geraamd op basis van het uitgangspunt dat zoveel mogelijk wordt gestreefd naar 100% kostendekking. De voor 2023 geldende tarieven voor de overige belastingen en rechten stijgen volgens bestaand beleid met een inflatiecorrectie, uiteraard met uitzondering van die tarieven, die het rijk heeft vastgesteld, dan wel gemaximeerd. Op basis van de indexen van het Centraal Economisch Plan wordt uitgegaan van een stijging van 6,54% voor de overige belastingen. c. Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen In de Gemeentewet zijn de belastingen die door gemeenten mogen worden geheven, limitatief opgesomd.
Voor rechten en leges voor individuele dienstverlening aan haar inwoners, geldt dat de geraamde opbrengsten de geraamde kosten voor het verlenen van de diensten niet overschrijden. De gemeentelijke belastingen en retributies die in 2023 in Losser worden geheven zijn: Ongebonden belastingen Forensenbelasting Op grond van artikel 223 van de Gemeentewet kunnen gemeenten forensenbelasting heffen. De forensenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. Met de forensenbelasting kunnen gemeenten de kosten van bepaalde voorzieningen ook verhalen op mensen die niet in de gemeente wonen, maar wel gebruik maken van de voorziening. De forensenbelasting wordt door Nederlandse gemeenten alleen geheven van mensen die meer dan 90 dagen een gemeubileerde woning ter beschikking houden. Onroerende-zaakbelastingen Op basis van artikel 220 van de Gemeentewet kunnen gemeenten onroerendezaakbelastingen (OZB) heffen. De OZB is een algemene belasting. Er is geen relatie tussen de heffing en bepaalde taken van de gemeente. De opbrengst is onderdeel van de algemene middelen. De OZB is een tijdstipbelasting. Dit betekent dat voor het bepalen van de belastingplicht de situatie per 1 januari van het belastingjaar geldt. Veranderingen in de loop van het jaar, bijvoorbeeld de verkoop van een huis, worden meegenomen in het volgende belastingjaar.
85
Belastingplichtige • eigenaren van woningen; • eigenaren van niet-woningen; • gebruikers van niet-woningen. Indien iemand zowel eigenaar als gebruiker is van een niet-woning, dan betaalt hij of zij beide belastingen. Grondslag onroerende-zaakbelastingen De grondslag voor de berekening van de OZB is de WOZ-waarde van de onroerende zaak. Deze wordt jaarlijks opnieuw bepaald. Het tarief van de OZB wordt uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde. Voor iedere groep belastingplichtigen wordt een afzonderlijk tarief vastgesteld. De hoogte van het tarief leidt tot de opbrengst die met de begroting is vastgesteld. De beoogde opbrengst van de OZB per belastingplicht wordt eerst vastgesteld. Vervolgens wordt op basis van de totale WOZ-waarde van de belastingplicht het OZB-tarief berekend. De ontwikkeling van het OZB-tarief is dus naast de ontwikkeling van de OZB-opbrengst afhankelijk van de ontwikkeling van de vastgoedmarkt. Als de gemiddelde waarde op de vastgoedmarkt stijgt, leidt dit tot een neerwaartse bijstelling van het OZB-tarief. Anders zou de OZB-opbrengst evenredig meestijgen. Andersom geldt hetzelfde. Een negatieve waardeontwikkeling van de vastgoedmarkt leidt tot een verhoging van het OZBtarief, om te voorkomen dat de OZB-opbrengst daalt.
De tariefaanpassing op basis van de ontwikkeling van de vastgoedmarkt heeft voor de gemiddelde eigenaar en gebruiker geen effect op de hoogte van de OZB-heffing. Immers, een gemiddeld vastgoedobject volgt de ontwikkeling op de vastgoedmarkt. Toeristenbelasting Op grond van artikel 224 van de Gemeentewet kunnen gemeenten Toeristenbelasting heffen voor overnachtingen van personen binnen de gemeente die niet als ingezetene in de gemeente zijn ingeschreven. Voor zover de belasting wordt geheven van degene die gelegenheid tot verblijf biedt, is deze bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. De doelstelling is hetzelfde als bij forensenbelasting, namelijk dat de kosten van bepaalde voorzieningen worden omgeslagen naar personen die er wel gebruik van maken, maar niet in de gemeente wonen. Gebonden belastingen Afvalstoffenheffing De wettelijke basis voor het heffen van afvalstoffenheffing is geregeld in artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer. Op basis van de Wet Milieubeheer heeft de gemeente de wettelijke taak om zorg te dragen voor de inzameling van afvalstoffen die afkomstig zijn van particuliere huishoudens. De inzameling van afval wordt sinds 1996 uitgevoerd door Twente Milieu. De verwerking van met name restafval en gft vindt plaats bij Twence.
De kosten van de inzameling en verwerking van afvalstoffen wordt betaald uit de afvalstoffenheffing.
86
Belastingplichtige Inwoners zijn verplicht afvalstoffenheffing te betalen, ook als zij geen afval voor inzameling aanbieden. De heffing wordt geheven van de gebruiker van een perceel waarvoor de gemeente een wettelijke plicht tot inzameling heeft en de inzamelverplichting ook nakomt. Grondslag De grondslag voor de berekening van afvalstoffenheffing is niet wettelijk vastgelegd. De gemeente is in principe vrij deze grondslag zelf te bepalen. De gemeente Losser hanteert een vast bedrag als grondslag, plus een opslag naar aantal aanbiedingen van restafval. Veruit het grootste deel van de gemeentelijke kosten komt van het taakveld afval. De kosten zitten vooral in het daadwerkelijk inzamelen en verwerken van het bedrijfs- en huishoudelijke afval. Ook het scheiden van afval en het recyclen ervan valt hieronder. Omdat er ook bedrijfsafval op het taakveld is opgenomen worden niet alle kosten van het taakveld meegenomen. Andere kosten die in de heffing worden meegenomen zijn: 1) overheadkosten, 2) kosten voor het schoonmaken en het schoonhouden van de wegen bij aan een afvalvrije openbare ruimte en 3) kosten voor de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing. Rioolheffing De wettelijke basis voor het heffen van rioolheffing ligt in artikel 228a van de Gemeentewet.
In de rioolheffing worden kosten doorgerekend die verbonden zijn aan het in stand houden van het gemeentelijk rioleringsstelsel. Naast de zorgplicht voor het afvoeren van huishoudelijk afvalwater en regenwater heeft de gemeente ook de zorgplicht voor het grondwater. Daarmee is ook de mogelijkheid ontstaan om de kosten die verbonden zijn aan de taken die voortvloeien uit de Wet gemeentelijke watertaken, toe te rekenen aan de rioolheffing. De rioolheffing is een bestemmingsheffing (bestemming is watertaken), er staan geen aanwijsbare tegenprestaties tegenover. De gemeente Losser hanteert één rioolheffing voor alle watertaken. In het Losserse GRP wordt meerjarig inzicht gegeven in de kosten die gemaakt worden voor de instandhouding van het gemeentelijk rioolstelsel. De hiermee gemoeid zijnde kosten worden met de rioolheffing verhaald op de eigenaren van woningen en niet-woningen en de gebruikers van objecten die meer dan 500m3 afvalwater lozen. Bijdrage Bedrijven Investering Zones Op basis van de Wet Bedrijven investeringszones kan een Bijdrage Bedrijven Investering Zones worden opgelegd. Met deze bijdrage kunnen bedrijven in een bepaald gebied binnen de gemeente worden verplicht om voor een periode van maximaal vijf jaar een financiële bijdrage te leveren.
Deze bijdrage wordt gebruikt om investeringen in het betreffende gebied ter bevordering van de leefbaarheid, de veiligheid, de ruimtelijke kwaliteit of nader publiek belang in de openbare ruimte te bekostigen. Bij de uitvoering wordt om doelmatigheidsredenen zoveel mogelijk aangesloten bij de Wet WOZ en de OZB. Voor het centrum van Losser is voor de periode 2022-2026 een nieuwe BIZ vastgesteld.
87
Leges en rechten Leges De mogelijkheid tot het heffen van leges is geregeld in artikel 229, lid 1, b van de Gemeentewet. De gemeente levert op aanvraag van individuele inwoners een uiteenlopend pakket aan diensten. Door het heffen van leges worden de kosten die hiervoor worden gemaakt in principe verhaald op de inwoner die de dienst afneemt. Voorbeelden zijn het verstrekken van een paspoort of het verlenen van een vergunning. Degene die de dienst aanvraagt betaalt ook de leges. De heffingsmaatstaf is zeer divers en wordt vermeld in de tarieventabel die hoort bij de legesverordening. Ongebonden belastingen:
Gebonden belastingen:
Forensenbelasting
Afvalstoffenheffing
Toeristenbelasting
Bijdrage Bedrijven Investering Zone
Onroerendezaakbelasting
Leges en Rechten Rioolheffing
De mate van kostendekkendheid van de gebonden belastingen in 2023 volgt uit het onderstaande overzicht: Bedragen x € 1.000 Activiteitgroep Afvalstoffenheffing (afvalstoffenverordening)
Lasten Overhead BTW Totale Heffingen Overige Totaal Kostendekkendheid taakvelden lasten (baten) baten baten 2.089
184
253
2.526
2.277
311
2.588
100,0%
62
0
0
62
0
0
0
0
2.753
329
305
3.387
3.391
0
3.391
100,0%
4
0
0
4
0
0
0
0
4.907
513
558
5.979
5.668
311
5.979
100,0%
Leges algemene Dienstverlening (Leges Titel 1 Legesverordening)
918
44
39
1.000
313
28
341
34,1%
Leges dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/vergunningen (Leges Titel 2 Legesverordening)
1.132
0
42
1.173
450
1
451
38,5%
Leges dienstverlening vallend onder Europese dienstrichtlijn (leges Titel 3 Legesverordening)
0
0
0
0
0
1
1
359,4%
Subtotaal Leges
2.050
44
80
2.174
763
30
793
36,5%
Totaal
6.957
557
638
8.152
6.431
341
6.772
83,1%
Kwijtscheldingen Afvalstoffenheffing Rioolheffing Kwijtschelding rioolheffing Subtotaal Heffingen
88
d. Woonlastenontwikkeling Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) publiceert jaarlijks de Atlas van lokale lasten. Per gemeente worden de woonlasten van een woning vergeleken met een voor die gemeente gemiddelde waarde. De tariefsaanpassingen voor de OZB, afval- en rioolheffing leiden voor een gemiddeld gezin (met eigen woning) tot de volgende woonlastenontwikkeling voor 2023: Woonlastenontwikkeling
2020
2021
2022
2023
OZB eigenaren (2023: 6,54% lastenverhoging)
368,04
375,77
380,66
405,56
Afvalstoffenheffing (meerpersoons)
207,24
222,00
223,78
232,03
Rioolheffing
263,76
277,59
291,96
314,40
TOTAAL
839,04
875,36
896,40
951,98
e. Kwijtscheldingsmogelijkheden De gemeente moet bij het vaststellen van kwijtschelding landelijke regels toepassen. Binnen deze mogelijkheden zijn de volgende eigen beleidskeuzes gemaakt: • • • • • •
Voor de OZB en de afvalstoffenheffing is kwijtschelding mogelijk, waardoor minima geen woonlasten betalen; Voor extra containers wordt geen kwijtschelding afvalstoffenheffing verleend; Bij de normkosten van bestaan wordt uitgegaan van 100% van de bijstandsnorm; Ondernemers voor de privébelastingen zijn gelijkgesteld met particulieren; Kosten voor kinderopvang worden in aanmerking genomen als uitgaven bij de berekening van de betalingscapaciteit en Bij de normkosten van bestaan voor AOW’ers wordt uitgegaan van 100% van de netto AOW-norm.
Tabel: kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023 (bedragen in x € 1.000) Gemeentebelasting
2023
Afvalstoffenheffing
62
OZB
12
Rioolheffing
4
Hondenbelasting
1
Totaal
79
89
3.2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen geeft een indicatie van de mate waarin de gemeente tegenvallers kan opvangen zonder dat de uitvoering van taken in gevaar komt. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken) en de benodigde weerstandscapaciteit (alle risico’s waarvoor geen dekkingsmaatregelen zijn getroffen en die van materiele betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie). Het verhoudingsgetal, beschikbare weerstandscapaciteit ten opzichte van de benodigde weerstandscapaciteit noemen we het ratio weerstandsvermogen. De raad heeft besloten de gewenste ratio van het weerstandsvermogen naar boven bij te stellen tot 1,4 2,0. Oftewel de beschikbare weerstandscapaciteit dient minimaal 140% tot 200% van de benodigde weerstandscapaciteit te bedragen. De raad heeft de nota Weerstandsvermogen en risicomanagement in 2018 vastgesteld. Relevante wetgeving en gemeentelijk beleid De wetgeving en het gemeentelijk beleid voor het weerstandvermogen zijn vastgelegd in: • Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (art. 9, 11 en 26). • Financiële verordening gemeente Losser. • Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement. • Nota Reserves en voorzieningen.
Het wettelijke kader van BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) stelt dat de paragraaf betreffende het weerstandsvermogen ten minste moet bevatten: 1. Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; 2. Een inventarisatie van de risico’s; 3. Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s; 4. Een kengetal voor de: 1. (a) Netto schuldquote; (b) Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. Solvabiliteitsratio; 3. Grondexploitatie; 4. Structurele exploitatieruimte; 5. Belastingcapaciteit. De paragraaf is conform deze opbouw opgesteld. Inventarisatie van de beschikbare weerstandscapaciteit Met beschikbare weerstandscapaciteit bedoelen we alle middelen en mogelijkheden waarover de gemeente Losser beschikt om tegenvallers te bekostigen. De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat in de gemeente Losser uit de Algemene risicoreserve en de reserve Grondexploitatie. In de nota Weerstandsvermogen en risicomanagement staat dat 'stille reserves' geen onderdeel uitmaken van de beschikbare weerstandscapaciteit. Algemene risicoreserve Zoals uit de tabel "Algemene risico reserve" (hoofdstuk 4 "Financiële positie”) blijkt, is de stand van de Algemene risicoreserve ultimo 2022 € 17.992.000. Door de resultaatbestemming, waartoe bij de vaststelling van de jaarrekening 2021 besloten is, komt hier nog een bedrag van € 1.580.000 bij.