CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

LOSSER Programmabegroting 2023.pdf

Raadsvergadering 15 november 2022, gemeente LosserBij agendapunt: Vaststelling Programmabegroting 202331.549 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

De totale reserve komt dan eind 2022 uit op € 19.572.000. In genoemde tabel wordt ook een overzicht gegeven van de verwachte ontwikkeling van de Algemene reserve over de periode 2023 tot en met 2026. De stand van de Reserves Grondexploitatie is eind 2022 € 964.000.

90

Onderstaande tabel laat zien dat de beschikbare weerstandscapaciteit ultimo 2022 € 20.536.000 is. Beschikbare weerstandscapaciteit ultimo 2022 Componenten: Algemene risicoreserve

19.572.000

Reserves risico's grond

964.000

Stille reserves, gebouwen en gronden

Prognose stand eind jaar 2022

20.536.000

Inventarisatie van de risico's In de vastgestelde nota Weerstandsvermogen en risicomanagement is aangegeven dat het risicomanagement, net zoals de bepaling van de stille reserves, aan de P&C cyclus wordt gekoppeld. De risico's worden daardoor periodiek onder de aandacht gebracht en bijgesteld. Dit heeft voor de PB2023 slechts geleid tot kleine wijzigingen in de geïnventariseerde risico's. Uitgangspunten bij de beoordeling van de risico's zijn: • • •

Normale bedrijfsvoeringrisico's niet bij de risico's worden opgenomen. Risico's van diverse afdelingen die een gelijksoortige oorzaak hebben worden samengevoegd. Verzekerde risico's worden niet meer opgenomen (denk bijvoorbeeld aan de aansprakelijkheidsverzekering).

Het totaal van de geïnventariseerde risico's bedraagt € 3.201.000. Dit is lager dan de omvang van de geïnventariseerde risico's in de PB2022, toen de omvang van de risico's nog € 4.010.000 was. Een drietal risico's zijn te komen vervallen. Daarentegen zijn weer een tweetal nieuwe risico's opgenomen. Het betreft hier het geschatte financiële gevolg van alle geïnventariseerde risico's, exclusief de risico's van de grondexploitaties. De risico's van de grondexploitatie worden apart in beeld gebracht. Een simulatie laat zien dat, om het totale risico te kunnen afdekken, een weerstandscapaciteit van € 1.315.000 noodzakelijk is. Met behulp van een risicoscore kunnen de risico's worden geprioriteerd en wordt inzichtelijk welke risico's het meest belangrijk zijn. In onderstaande tabel worden de tien grootste risico's weergegeven. De 10 grootste risico's in de PB2023 Nummer 1

2

91

Onderwerp

Risico

Schommelingen in de conjunctuur

Als gevolg van schommelingen in de conjunctuur kunnen zowel aan de kosten- als de opbrengsten kant onvoorziene nadelige incidentele effecten optreden.

24,01%

Overige onvoorziene risico's, calamiteiten binnen gemeente, politiek/bestuur zit soms nog erg dicht

16,31%

Overige onvoorziene risico's

Invloed

op de uitvoering, extreem weer, bedrijfsongeval, datalek, overig onvoorzien. 3

4

Garantstellingen

Door open eindfinanciering en een onvolledig beeld van de uitgaven is het budget Jeugd mogelijk niet toereikend en moeilijk beheersbaar.

12,12%

Er wordt door de leningverstrekker een beroep gedaan op de garantstellingen welke de gemeente Losser heeft afgegeven voor leningen die door partners zijn aangegaan. (Betreft: Bibliotheek Losser, St. Martinihoeve, Soc. Cult. Werk Losser, Muziekschool, Böggelrieders en Daansers, KVV Losser, EHBO Losser, Woningstichting Domijn).

7,92%

5

Algemene uitkering gemeentefonds

Algemene Uitkering gemeentefonds wordt lager.

7,23%

6

Budget Wmo

Door open eindfinanciering en een onvolledig beeld van de uitgaven is het budget Wmo mogelijk niet toereikend en moeilijk beheersbaar.

6,05%

De huidige invoeringsdatum van de nieuwe Omgevingswet is 2022. We hebben een implementatieplan opgesteld en voor de komende jaren de verwachte kosten geraamd, waarvoor de raad een reserve heeft gevormd. Gelet op de looptijd van het traject kent de implementatie een aantal onzekerheden, waaronder mogelijke wijzigingen in de wetgeving. Inmiddels zijn de kosten voor de benodigde software en implementatie geraamd, maar ook enigszins ongewis. Deze onzekerheden vormen een risico.

4,75%

7

8

9

92

Budget Jeugd

Invoering Omgevingswet

Derden stellen gemeente aansprakelijk

Derden stellen gemeente aansprakelijk.

Daling van omgevingsaanvragen

De invoering van de Omgevingswet kan niet los worden gezien van de Wet Kwaliteitsborging, die gevolgen gaat hebben voor de vergunningverlening en leges inkomsten. Er zijn mogelijk financiële consequenties waarbij gedacht kan worden aan personele kosten en minder leges.

5,43%

2,11%

10

Onvoorziene bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen

Extra uitgaven. 2,11%

Risico's grondexploitatie Naast projectgebonden risico’s wordt bij de grondexploitatie ook gekeken naar niet projectgebonden risico’s. Ofwel, ook de conjuncturele risico’s worden geïnventariseerd en gekwantificeerd. Deze risico’s zijn vaak niet beïnvloedbaar binnen de projecten en liggen op het vlak van macro-economische trends en wet- en regelgeving van hogere overheden. Te denken valt aan spreidingsrisico’s rondom gehanteerde parameters. Hiermee ontstaat een vollediger en betrouwbaarder beeld van de risico’s binnen de grondexploitaties. De vereiste weerstandscapaciteit voor de grondexploitaties is toegenomen (JR 2021: € 232.000) en bedraagt € 690.000. Deze verslechtering komt door het verbreden van de bandbreedtes van de conjuncturele risico's als gevolg van de toegenomen onzekere economische marktomstandigheden én het toevoegen van de risicoanalyse van de in 2022 geopende grondexploitatie de Oude Martinusschool. Risico op hogere kosten energie (groen gas) Met ingang van 1 januari 2023 verwachten wij substantieel hogere kosten voor ons aardgasverbruik. De daadwerkelijke verhoging van de kosten kan pas na contractering van de nieuwe leverancier en het vervolgens inkopen op de dagmarkt (het zogenoemde 'clicken') worden vastgesteld.

Deze verhoging voor de groen gasinkoop in de huidige volatiele energiemarkt zal mogelijk zelfs enkele tonnen euro’s kunnen gaan bedragen voor in ieder geval het jaar 2023 en wellicht ook verder. Risico opvang asielzoekers in crisisnoodopvang De gemeente Losser huisvest statushouders. Hoewel het rijk aangeeft de kosten te zullen vergoeden, is dit nog niet formeel toegezegd. Benodigde weerstandcapaciteit: De geïnventariseerde risico’s zijn de basis voor de risicosimulatie die uitgevoerd wordt, om te berekenen welk bedrag nodig is om deze risico’s in financiële zin af te dekken. Uit de gevolgde risicosimulatie volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 2.005.000 (€ 1.315.000 voor de geïnventariseerde risico's in de bedrijfsvoering/beleid en € 690.000 voor de risico's van de grondexploitaties). Beschikbare weerstandscapaciteit: De weerstandscapaciteit bestaat in de gemeente Losser uit de Algemene risicoreserve en de vrij aanwendbare andere reserves. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt ultimo 2022 € 20.536.000. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het ratio weerstandsvermogen. De gemeente streeft hierbij een ratio weerstandsvermogen tussen de 1,4 en 2,0 na.

Oftewel de beschikbare weerstandscapaciteit dient minimaal 140% tot 200% van de benodigde weerstandscapaciteit te bedragen. Ratio weerstandsvermogen eind 2023 = € 20.536.000 : € 2.005.000 = 10,2. De ratio van 10,2 is stijging ten opzichte van de ratio zoals in de Jaarrekening 2021 zoals die inmiddels door de raad is vastgesteld. De ratio in de JR 2021 was 9,60. Deze stijging wordt vooral veroorzaakt door het toenemen van de beschikbare weerstandscapaciteit, door de resultaatbestemming van de jaarrekening 2021.

93

Ontwikkeling in het ratio weerstandsvermogen Vanaf 2011 worden inventarisaties uitgevoerd om alle mogelijke risico’s in beeld te krijgen. Met ingang van 2012 is periodiek een risico-inventarisatie uitgevoerd om na te gaan of het aantal risico’s en de omvang van de financiële gevolgen van de risico’s zijn gewijzigd. Daarnaast kunnen ook maatregelen worden getroffen die de risico’s verkleinen. De tabel hieronder geeft een overzicht van de ontwikkeling van het ratio weerstandsvermogen vanaf deze eerste inventarisatie in 2011. Ontwikkeling ratio weerstandsvermogen

313112122012 2013

31122014

3131311212122015 2016 2017

Ratio weerstandsvermogen

0,23

0,69

1,34

0,41

1,87

3131311212122018 2019 2020

2,4

2,8

2,5

313112122021 2022

3,5

5,1

10,2

In de Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement is aangegeven dat wanneer het weerstandsvermogen nog niet voldoet alle meevallers respectievelijk het rekeningresultaat prioritair bestemd wordt om het weerstandsvermogen weer op een financieel verantwoord niveau te brengen. Deze situatie is niet aan de orde. Prognose ratio weerstandsvermogen 2023 en verder (bedragen x € 1.000) Component

2022

2023

2024

2025

2026

Aanwezig weerstandsvermogen

20.537.000

21.284.000

22.319.000

24.967.000

24.207.000

Benodigd weerstandsvermogen

2.005.222

2.005.222

2.005.222

2.005.222

2.005.222

10,2

10,6

11,1

12,5

12,1

Prognose ratio weerstandsvermogen

In bovenstaande tabel is de verwachte ontwikkeling ratio weerstandsvermogen weergegeven bij gelijkblijvende risico's. De weergegeven ratio's zijn berekend inclusief het jaarresultaat 2021 en alle toevoegingen aan de Algemene risicoreserve die zijn vastgesteld in de begroting tot en met 2023. Financiële kengetallen Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing, in aanvulling op de ratio weerstandsvermogen, een verplichte set van vijf financiële kengetallen moet worden opgenomen. De invoering van de set van vijf kengetallen is bedoeld om de financiële positie inzichtelijker te maken. Kengetallen worden veel gebruikt als analyse-instrument. Kengetallen hebben als voordeel dat, bij correct gebruik, gemeenten op relevante onderdelen rationeel met elkaar vergeleken kunnen worden. Er kleven ook nadelen aan het gebruik van kengetallen: • Kengetallen hebben slechts betrekking op het verleden en geven geen zekerheid over de toekomst. • Kengetallen zijn veelal slechts een momentopname. • Kengetallen zijn vaak gebaseerd op aannames (veronderstellingen). Financiële kengetallen

Rekening 2021

Begroting 2022

Raming 2023

Raming 2024

Raming 2025

Raming 2026

1A netto schuldquote

41,9%

56,2%

60,0%

65,0%

56,5%

52,3%

1B netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

42,1%

56,0%

58,3%

62,8%

54,0%

49,7%

94

2

solvabiliteitsratio

35,5%

30,2%

33,4%

33,3%

33,8%

33,0%

3

structurele exploitatieruimte

-0,3%

0,5%

3,3%

4,7%

5,8%

0,3%

4

grondexploitatie

0,3%

6,9%

0,8%

1,3%

1,3%

0,7%

5

belastingcapaciteit

108,0%

112,4%

105,3%

Om meer inzicht in de financiële positie te bieden, worden de kengetallen in onderlinge relatie beschouwd en van een adequate toelichting voorzien. De kengetallen maken daarmee inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Hierbij wordt in de tabel de ontwikkeling over de jaren in beeld gebracht. In de JR2020 hebben we de kengetallen in lijn gebracht met de laatste voorschriften uit het BBV. Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten op de exploitatie drukken. Omdat er bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen zowel inclusief, als exclusief de doorgeleende gelden. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. De VNG hanteert een kritische waarde 130%, hier bevinden zowel de netto schuldquote inclusief als exclusief de doorgeleende gelden met respectievelijk 60,0% en 58,3% beduidend onder. De gemeente bevindt zich hiermee in de categorie gemeenten met het laagste risico.

Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is op de langere termijn aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Deze ratio geeft de mate aan waarin de gemeentelijke bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Anders gezegd: het aandeel van het eigen vermogen in het totaal vermogen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, hoe gezonder de gemeente. Met een score van 33,4% behoren we tot de categorie gemeenten met een gemiddeld risico. Structurele exploitatieruimte Dit financiële kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Zoals in de tabel weergegeven, is er voor de jaren 2023 tot en met 2026 sprake van een positief saldo structurele exploitatieruimte. De gemeente bevindt zich hiermee in de categorie gemeenten met het laagste risico. Kengetal grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grondpositie (boekwaarde) zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Dit kengetal alleen heeft slechts een beperkte waarde. De relatie vraag en aanbod woningbouw of bedrijventerrein, planning et cetera spelen een hierbij tevens een cruciale rol. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop.

Dit kengetal laat al jaren een dalende trend zien, omdat steeds meer grondexploitaties worden afgesloten. De gemeente bevindt zich met het percentage 0,8% in de categorie gemeenten met het laagste risico. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder de

95

woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit scoort met 105,3% boven het landelijk gemiddelde. Daarmee valt dit kengetal een stuk lager uit en vallen we niet meer in de groep gemeenten met het hoogste risico. Voor het kengetal ‘belastingcapaciteit’ 2023 is het volgende van belang. Conform de definitie die de regelgeving voorschrijft wordt de Losserse geraamde belastingdruk over 2023 afgezet tegen de gemiddelde landelijke belastingdruk over 2022 (Bron: Atlas van de lokale lasten 2022 van het Centrum voor Onderzoek van de Lagere Overheden (COELO) .

96

3.3. Onderhoud kapitaalgoederen Samenvatting Gemeenten beschikken over kapitaalgoederen zoals groenvoorzieningen en plantsoenen, wegen, bruggen, riolering, water, vijvers, sport- en speelvoorzieningen en gebouwen. Deze gemeentelijke eigendommen, noodzakelijk voor een goede leefomgeving, vertegenwoordigen een grote waarde. Investeren in onderhoud en vervanging is noodzakelijk om deze kapitaalgoederen ook op lange termijn in stand te houden. In juli 2013 is de “Nota Kapitaalgoederen Openbare Ruimte” door de raad vastgesteld. Op basis van deze overkoepelende strategische nota is en wordt gewerkt om de gehele integrale - beheercyclus te optimaliseren en te verankeren in de gemeentelijke beleidscyclus. Centraal bij de beheercyclus staat de strategie om, vanuit het integraal beheer en inrichting van de openbare ruimte, mede invulling te geven aan de strategische beleidsdoelen van de gemeente, zowel inhoudelijk als qua proces. In 2023 ligt de nadruk op de verankering met Omgevingsvisie (strategische gemeentelijke beleidsdoelen die mede invulling krijgen vanuit de Openbare Ruimte), en het beleidsplan (inclusief vervangingsopgave) voor civieltechnische kunstwerken.

Zodra de onderliggende informatie die vanuit de beleidsplannen voor Groen en Kunstwerken beschikbaar is, en de kaders vanuit de Omgevingsvisie helder zijn, kan gestart worden met de actualisatie van de overkoepelende Nota Kapitaalgoederen via het planproces Visie op de kwaliteit openbare ruimte (inrichting- en beheerkwaliteit). Ten aanzien van het groot onderhoud en de vervangingsinvesteringen is de systematiek van het Integraal Meerjarig Investerings- en onderhoudsprogramma voor de openbare ruimte (MIP) verder uitgewerkt en ingebed in de P&C-cyclus. Middels het MIP wordt erop gestuurd om brede maatschappelijke opgaven te verbinden met autonome ontwikkelingen en investeringen in de openbare ruimte en mede invulling te geven aan ruimtelijke ontwikkelingen. Hiermee wordt bijgedragen aan de strategische beleidsdoelen en -opgaven van de gemeente. Kaders/Doelen In het coalitieakkoord 2022-2026 “Groeien door ambitie” is aangegeven dat gehecht wordt aan een goede kwaliteit van de leefomgeving. Met investeringen in de openbare ruimte wordt beoogd meer te bereiken dan alleen een schone, hele en veilige leefomgeving. De inrichtingskwaliteit gaat steeds nadrukkelijker een rol spelen bij het creëren van aantrekkelijke buurten en wijken en wordt de verbinding gelegd met sociale structuren.

Daarnaast komen grote opgaven zoals de warmte- en energietransitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulariteit steeds dichterbij. Samen met de vervangingsopgave in de openbare ruimte leidt dit tot de strategische keuze om te richten op een integrale en gebiedsgerichte aanpak. Via het MIP worden onderhoudsgelden en vervangingsinvesteringen in de openbare ruimte zodanig ingezet dat deze ook optimaal bijdragen aan de gemeentelijke doelstellingen, zoals verwoord in de “Toekomstvisie gemeente Losser 2025; samen schatbewaarders van de gemeente Losser en de (concept)omgevingsvisie. Voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte betekent dit dat het MIP verder wordt uitgewerkt, jaarlijks geactualiseerd en dat de al gehanteerde werkwijze wordt voorgezet om synergie te bereiken door daar waar mogelijk (en vanuit technische reden aanleiding toe is), beheer- en onderhoudsbudgetten mede in te zetten voor de financiering van integrale uitvoeringsprojecten in de openbare ruimte. Dit beleid heeft middels de voorgaande programmabegrotingen en voorjaarsnota’s geleid tot

97

het vrijmaken van investeringsruimte voor investeringen in de openbare ruimte voor de komende jaren. Dit betreft aanvullende financiering van uitvoeringsprogramma’s die behoren bij bijvoorbeeld: de Kwaliteitsimpuls De Lutte, Kwaliteitsimpuls Beuningen, Kwaliteitsimpuls Glane, Centrumontwikkelingen Losser en ‘Losser aan de Dinkel/ Beken & Bleken van Losser’ en integrale herinrichtingsprojecten welke bijdragen aan gemeentelijke beleidsdoelen zoals verkeersveiligheid en bereikbaarheid, klimaatadaptatie, recreatieve infrastructuur, duurzaamheid en investeringen in vitale dorpscentra. Om de ambitie van de in 2013 vastgestelde onderhoudskwaliteit te behalen wordt de volgende strategie gevolgd. De onderhoudswerkzaamheden worden gestuurd op het door de raad vastgestelde onderhoudsniveau. Het verloop van de technische kwaliteit en van de onderhoudskwaliteit van de voorzieningen in de openbare ruimte wordt intensief gevolgd (middels kwaliteitsinspecties en schouwrondes). Met het vaststellen van de beleidsnota’s op het gebied van riolering en water, wegen en openbare verlichting, inclusief het beschikbaar komen van vervangingskredieten zijn belangrijke stappen gezet om beter ‘grip’ op de kapitaalgoederen te krijgen. Dit traject wordt de komende jaren doorgezet (met de focus op het groenbeleid- en -beheerplan en beleidsplan kunstwerken).

Vervangingsinvesteringen en herinrichting openbare ruimte De vigerende Nota Kapitaalgoederen heeft betrekking op het dagelijks onderhoud van de openbare ruimte en gaat niet in op groot onderhoud, vervanging of herinrichting van de openbare ruimte. Hierin voorziet het Integraal meerjarig investering- en onderhoudsprogramma (MIP) voor de openbare ruimte). De basis van dit MIP wordt gevormd door planbaar groot onderhoud en de vervangingsplannen die per beheerdiscipline worden opgesteld. Het MIP bevat een lijst van technisch urgente projecten gecombineerd met synergiekansen. Dit zijn projecten waarmee door samenloop van onderhoud, vervanging en nieuw beleid, op basis van synergie, meerdere doelen bereikt kunnen worden. Ook investeringen in de openbare ruimte vanuit het Grondbedrijf worden hierbij betrokken. Door deze integrale aanpak krijgen ook ‘derden’ kansen om aan te haken bij investeringen in de openbare ruimte (bijvoorbeeld de woningbouwvereniging, nutsbedrijven, waterschap) en zijn er wellicht bijdragen mogelijk vanuit andere overheden en/of bijdragen van derden (bijvoorbeeld bij ontwikkellocaties). Ook de grote maatschappelijke opgaven worden meegekoppeld. Dat deze integrale aanpak werkt blijkt bijvoorbeeld uit het verwerven van een bijdrage vanuit de Erfgoeddeal voor het project Beken & Bleken van Losser.

Op basis van het MIP worden jaarlijks, bij de Voorjaarsnota, voor de meest urgente vervangingsinvesteringen en/of synergiekansen, ontbrekende financiële middelen aangevraagd. De raad besluit met de Voorjaarsnota en de programmabegroting over deze kredieten. Indien geen of onvoldoende kredieten en/of vervangingsbudgetten beschikbaar worden gesteld, moet er worden “doorbeheerd”. Dit betekent dat vanuit het onderhoudsbudget, met dagelijks onderhoud en kleine maatregelen, de omgeving schoon, heel en veilig wordt gehouden. Dit kan leiden tot het doorschuiven van de deelbudgetten die al wel beschikbaar waren (bijvoorbeeld bij rioolvervangingen kan dit voorkomen). Relatie tussen het MIP en de meerjarenbegroting In het MIP wordt op hoofdlijnen integraal inzichtelijk gemaakt welke (vervangings-) investeringen en projecten in de openbare ruimte de komende vier jaar een rol gaan spelen. Het MIP is echter een dynamisch plan waarop vele externe factoren invloed hebben. Om deze reden is ervoor gekozen de investeringen waarvan de kapitaallasten beginnen te lopen binnen de scope van de meerjarenbegroting, daadwerkelijk op te nemen in de programmabegroting. Investeringen waarvan de kapitaallasten buiten de scope vallen blijven via het MIP inzichtelijk en worden bij volgende programma begrotingen opgenomen.

98

In 2023 wordt, conform het MIP, verder uitvoering gegeven aan (deels al lopende) projecten die worden gedekt uit reeds eerder beschikbaar gestelde kredieten (onder andere het Gemeentelijk rioleringsplan, GRP), subsidies, reserves en kredieten (waar onder de reserve Wegen). Ook het structureel vervangingskrediet voor wegen, dat met ingang van 2020 beschikbaar is en het vervangingskrediet Groenvoorzieningen wordt via het MIP geoormerkt voor concrete uitvoeringsprojecten. De nadruk ligt in 2023 op het formeren en uitvoeren van uitvoeringsprogramma’s die gebaseerd zijn op en de kwaliteitsimpulsen in de verschillende kernen. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan de technische voorbereiding en uitvoering van deelprojecten die onder deze uitvoeringsprogramma’s vallen en aan overige projecten die hier los van staan, zoals bijvoorbeeld de integrale herinrichting Enschedesestraat en de herinrichting omgeving De Muchte. Uitwerking per beheerdiscipline Wegen Onder het product wegen vallen meerdere beheerdisciplines: • • • • • •

Wegen en verhardingen Openbare verlichting Gladheidsbestrijding Recreatieve fietspaden Straatmeubilair (inclusief toeristische bewegwijzering) Civieltechnische kunstwerken (bruggen, viaducten, beschoeiing, etc.)

Beleidskader Voor alle beheerdisciplines die vallen onder het product Wegen geldt dat ze deel uit maken van de Nota Kapitaalgoederen. Daarnaast vindt de uitwerking per beheerdiscipline plaats in beleid- en beheerplannen. De beleid-/beheer- en vervangingsplannen voor openbare verlichting en wegen zijn respectievelijk eind 2017 en voorjaar 2019 vastgesteld. Vaststelling van deze plannen ten aanzien van kunstwerken is voorzien in 2023. Hieruit voortvloeiende financiële consequenties Vervangingsinvesteringen en budgetten voor groot onderhoud worden opgenomen in het MIP waarbinnen de integrale afweging inzichtelijk wordt gemaakt. De hoogte van de noodzakelijke onderhoudsbudgetten voor onderhoud en vervanging wordt bepaald via de kwaliteitsinspecties en recent geactualiseerde arealen. Vertaling naar de begroting De (vervangings)investeringen worden via het MIP verankerd in de Voorjaarsnota en de Programmabegroting. De budgetten voor groot en klein onderhoud zijn opgenomen in de exploitatiebegroting. Riolering en Water Beleidskader • Op 13 maart 2018 is het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2018-2022 door de raad vastgesteld. In dit (verbrede) GRP is naast de afvalwaterzorgplicht, ook de zorgplicht voor grondwater en hemelwater opgenomen. Ook is richting gegeven aan duurzaamheid en het anticiperen op klimaatontwikkelingen.

Eind 2022 is het vigerende GRP verlengd zodat in de jaren 2023 en 2024 gewerkt kan worden aan de doorontwikkeling van het huidige GRP naar een Water en Klimaatadaptatieplan. • Het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) heeft de afgelopen jaren een nadrukkelijke rol gespeeld op gebied van water en de waterketen. Samenwerking in de afvalwaterketen, verbetering van de doelmatigheid, klimaatontwikkelingen, etc. zijn ontwikkelingen die steeds belangrijker werden. Deze landelijke ontwikkelingen

99

•

•

zijn vertaald naar de regio’s. In Twente heeft dit geresulteerd in “Waterwinst 2.0”. Middels deze intentieverklaring spreken de 14 Twentse gemeenten, samen met het waterschap, de bereidheid uit om samen te werken in de (afval)waterketen teneinde te kunnen komen tot een structurele kostenbesparing in de keten. Daarnaast zijn kennis en kwetsbaarheid speerpunten in “Waterwinst 2.0”. In 2018 is door alle Twentse gemeenten ingestemd met de gezamenlijke visie “Twents Water verbindt, van waterwinst naar waterbewustzijn”. Naast aandacht voor kostenbesparing richt de aandacht zich met name op een robuust watersysteem en klimaatbestendig Twente, het benutten van kansen vanuit de wateropgaven om bij te dragen aan een aantrekkelijke leefomgeving, waterbewustzijn en verdergaande samenwerking. Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie is een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Het Deltaplan versnelt en intensiveert de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen. In het Deltaplan zijn zeven ambities vastgelegd voor een water robuuste en klimaatbestendige inrichting van Nederland. In het Deltaplan is afgesproken dat alle overheden uiterlijk in 2019 een eerste stresstest(ambitie 1) ten aanzien van de gevolgen van klimaatverandering hebben uitgevoerd.

Daaropvolgend worden risicodialogen gevoerd met alle relevante partijen en wordt er een gezamenlijke strategie opgesteld te worden. Losser voert deze afspraken uit binnen het samenwerkingsverband Twents Waternet. Investeringen in rioolvervangingen en klimaatadaptatie bieden vaak kansen om ook de bovenliggende openbare ruimte opnieuw in te richten. De financiële middelen voor deze herinrichting kunnen niet ten laste van het GRP gebracht worden. Hiervoor worden andere dekkingsmiddelen ingezet zoals onder andere het budget “Groot onderhoud Wegen”, aanvullende investeringsbudgetten en samenloop met ruimtelijke ontwikkelingen (het MIP is hiervoor het sturingsinstrument) en wordt getracht externe bijdragen te verwerven.

Hieruit voortvloeiende financiële consequenties De financiële consequenties zijn opgenomen in het kostendekkingsplan dat integraal deel uit maakt van het GRP. Op basis van het kostendekkingsplan wordt de hoogte van de rioolheffing bepaald. Vertaling naar de begroting Het kostendekkingsplan is overgenomen in de exploitatiebegroting. Groen en Landschap Beleidskader • Groen en Landschap maakt deel uit van de Nota Kapitaalgoederen. Daarnaast vindt de uitwerking plaats in beleid- en beheerplannen. Deze beheerdiscipline draagt ook in belangrijke mate bij aan de ruimtelijk kwaliteit van de leefomgeving. Niet voor niets worden de termen “groen en lommerrijk” genoemd als kernwaarden in de centrumvisies voor Losser en De Lutte. Om hier invulling aan te geven heeft de raad in 2016 het Groenstructuurplan(“Groene ambitie”) vastgesteld. • In het kader van de noodzakelijke klimaatadaptatie speelt groen een belangrijke rol. In het groen kan overtollig water tijdelijk worden opgevangen, de wortelzone van bomen en struiken neemt water op. Bomen zorgen voor een koelere omgeving wat vooral van belang is bij het tegengaan van hittestress in de bebouwde omgeving. Wetenschappelijk onderzoek heeft tevens uitgewezen dat groen aanzet tot beweging en een zeer positieve uitwerking heeft op de algehele volksgezondheid.

De komende jaren willen wij daarom het aantal bomen in de kernen vergroten door aanplant van geschikte soorten op strategische locaties. Daarbij zullen we ook de inwoners betrekken middels de Boomfeestdag. Het is van groot belang dat het aanwezige

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=48b473cd-9abb-44e5-b5cc-aa029c49febe