LOSSER Gemeenterekening 2024
Tekst van het document
g. Bouwstenen (hitte, water & droogte) vanuit de opgave ‘Klimaat’ zijn verwerkt in de klimaatadaptatiestrategie Losser. De klimaatadaptatiestrategie wordt onder regie van de opgave “Wonen & leven” uitgevoerd.
Bijdragen vanuit de opgave klimaat zijn verwerkt in de klimaatadaptatiestrategie Losser die in 2025 wordt vastgesteld.
h. De Greune Deals zijn omgevormd naar Klimaat Deals.
De contouren van de klimaatdeals liggen grotendeels klaar in de vorm van een subsidieregeling. We wachten op de vaststelling van de klimaatadaptatiestrategie, waar deze onderdeel van zijn, zodat deze meteen meegenomen kunnen worden in de uitvoeringsagenda behorende bij de strategie. Bij het vaststellen van de strategie en uitvoeringsagenda is dit onderwerp afgehandeld.
i. Er zijn minimaal drie bewustwordingscampagnes uitgevoerd in het kader van klimaat robuuste leefomgeving.
Doorlopende campagne Nederlands Kampioenschap tegelwippen; met meerdere piekmomenten in de doorloopperiode.
Doel B: Losser 100% circulair in 2050 Resultaat 2024
VJN JR Toelichting
a. Het beleid Circulaire Economie (inclusief uitvoeringsagenda) is opgesteld. b. Het Manifest Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen is ondertekend.
Door langdurige afwezigheid van specifieke ambtelijke capaciteit is het manifest in 2024 niet ondertekend. Besluitvorming en ondertekening gepland voor medio 2025
c. Bouwstenen circulaire economie vanuit de opgave ‘Klimaat’ zijn ingebracht bij het pilotproject Mariaschool Beuningen. Deze pilot wordt onder regie van de opgave ‘Wonen & leven’ uitgevoerd.
34
Doel C: Losser energieneutraal in 2050 Resultaat 2024
VJN JR Toelichting
a. Het hulploket om eigenaarbewoners te helpen met het aanvragen van subsidies en de financiering voor het verduurzamen van hun woning is opgericht.
Eind 2024 is het hulploket ingericht. Operationeel vanaf januari 2025.
b. Er zijn doelgroepgericht gemeentelijke subsidies verstrekt ter stimulering van het verduurzamen van bestaande woningen.
Is in uitvoering loopt door t/m 2026.
c. Voor de woningeigenaren met een verzamelinkomen tussen de €60.000 en €80.000 is een financieringsinstrument voor de verduurzaming van hun woning ingericht.
De gemeente heeft hier een stimulerende rol. Eerste verkenningen op dit onderwerp leert ons dat niet haalbaal is om voor deze specifieke doelgroep een financieringsinstrument in te richten.
d. Een pre-SMP (Soorten Management Plan) is opgesteld. e. Het eigen maatschappelijk vastgoed (12 gebouwen) van de gemeente is van een energielabel A verder verduurzaamd en energieneutraal gemaakt. f. De Regionale Energie Strategie Twente 2.0 is vastgesteld. De Moties ‘Concept-RES 2.0 warmtetransitie door middel van biogas’ en ‘Opwekking biogas in (Noordoost-)Twente’ worden hierin verwerkt.
De Regionale Energie Strategie 2.0. (RES 2.0) wordt niet opgesteld en vastgesteld. De RES 2.0 wordt vervangen door de Energie Strategie Twente (EST). De EST is door externe factoren nog niet gereed voor besluitvorming.
g. Er is een extra opdracht aan het ODT verstrekt om toe te zien op de plicht voor bedrijven om te energie te besparen. h. Er is een energiecoöperatie in De Lutte opgericht. i. Het vergunningentraject voor het tweede Zonnepark Overdinkel is afgerond.
Toegezegde netcapaciteit door Enexis is niet verkregen en aanpassing in het provinciale zonneveldenbeleid hebben tot vertraging geleid, waardoor ontwikkelaar pas op de plaats heeft gemaakt. Voorbereiding voor het alsnog verkrijgen van netcapaciteit zijn in voorbereiding en de overgangsregeling in het provinciale beleid maakt de komst van het project nog steeds kansrijk.
j. Er is een energiecoöperatie in Overdinkel opgericht.
35
k. De Coöperatie Gemeenten in Boerengas BV is opgericht en operationeel.
Het idee voor Boerengas BV was om opgedane kennis en ervaring, in coöperatieve vorm, beschikbaar te maken voor alle agrarische ondernemers binnen Noordoost Twente. Na evaluatie is besloten niet in te stappen in Boerengas BV. In EVNOT verband wordt nu onderzocht hoe agrariërs alsnog ondersteunt kunnen worden om de biogaspotentie in de NOT gemeenten maximaal te benutten.
l. Er zijn minimaal drie themagerichte energie bespaaracties georganiseerd.
Gasbesparende cursus Gas Terug voor inwoners; doorlopende campagne energieloket met besparende tips en energieadvies aan huis, doorlopende campagne isolatiesubsidie, energiemarkt in De Lutte en Losser i.s.m. energieloket en bewonersinitiatief Buurkracht; inkoopactie met Winst uit je Woning
m. De Groene leges bij omgevingsvergunningsprocedure is geactualiseerd.
Door langdurige afwezigheid van specifieke ambtelijke capaciteit niet opgepakt. De groene leges regeling in 2024 is ‘gewoon’ toegepast, maar de regeling is nog niet geactualiseerd.
Wat heeft het gekost?
Bedragen x 1.000 Euros
Realisatie 2023
Begroting (na wijziging)
Realisatie 2024
Saldo
Onmeunig mooi Losser
61.186
65.973
68.643
-2.670
Totaal Lasten
61.186
65.973
68.643
-2.670
Onmeunig mooi Losser
23.232
26.036
27.051
1.015
Totaal Baten
23.232
26.036
27.051
1.015
Gerealiseerde saldo van baten en lasten
37.954
39.938
41.593
-1.655
Onmeunig mooi Losser
2.124
2.751
2.888
-138
Totaal Storting reserves
2.124
2.751
2.888
-138
Onmeunig mooi Losser
2.858
2.284
2.433
148
Totaal Onttrekking reserves
2.858
2.284
2.433
148
Gerealiseerde saldo van mutaties reserves
-734
466
456
11
37.220
40.404
42.048
-1.644
Gerealiseerd resultaat
36
Toelichting Een uitgebreide toelichting per product is te vinden in Hoofdstuk 3 "Financiële positie". Per saldo wijkt het Programma Onmeunig mooi Losser afgerond € 1.644.000 negatief af ten opzichte van de gewijzigde begroting. Exploitatieboekingen zijn inmiddels afgerond. Bedragen (x € 1.000)
Voordelig
Nadelig
Totaal lasten Totaal baten
-2.670 1.015
Storting in reserves Onttrekkingen aan reserves Totalen Totaal nadelig programma Onmeunig mooi Losser
-138 148 1.253
-2.808 -1.644
Hieronder worden deze onderdelen afzonderlijk toegelicht. Toelichting nadelig saldo lasten € 2.670.000 Het nadelig effect op de lasten wordt vooral veroorzaakt doordat de kosten van de jeugdzorg flink hoger uitvallen dan geraamd (€ 1.239.000). Met name voor de crisiszorg hebben we te maken gehad met een aantal intensieve, dure, trajecten. 85% van deze trajecten valt onder de verantwoordelijkheid van jeugdbescherming. We hebben hier geen invloed op en de werkelijke kosten zijn pas in een laat stadium bekend. Het is verder, zowel landelijk als lokaal dat uithuisplaatsingen worden teruggedrongen naar nul of in ieder geval zo veel mogelijk worden voorkomen. Dit houdt in dat er intensieve en dus dure trajecten worden ingezet ter voorkoming van een uithuisplaatsing. Op een aantal dossiers is pas laat in het jaar overeenstemming bereikt met zorgaanbieders. Daarnaast hebben we vanuit de regio nog te maken met extra kosten. Zo is een lange discussie over beschikbaarheidsfinanciering eindelijk beslecht. Dit leidt wel tot een (flinke) nabetaling over 2023. Ook de kosten van de Wmo vallen hoger uit (€ 607.000). Hier gaat het met name om hogere kosten door woon- en vervoersvoorzieningen en rolstoelen en ondersteuningsbehoeften.
Wij verwachten dat dit met name voor de woonvoorzieningen een semi structureel karakter heeft, omdat de verwachting is dat de woningkrapte nog enkele jaren aanhoudt. Op het taakveld verkeer en vervoer is € 332.000 meer uitgegeven. Voor het onderhoud aan de wegen wordt gewerkt conform een door de raad vastgestelde methodiek, waarbij schommelingen in uitgaven voor onderhoud worden verrekend met de reserve Wegen. Door hogere uitgaven (€ 382.000) wordt dit saldo onttrokken aan de reserve wegen. Daarnaast zijn de budgetten voor Onderzoek traverse N731 (€ 25.000) en Nota Kapitaalgoederen Openbare ruimte (€ 35.000) nog niet besteed, wat een voordeel oplevert. Voor onderwijshuisvesting is € 150.000 meer uitgegeven, dit wordt vooral veroorzaakt door het afboeken van de boekwaarde van grondkosten de Marke, dit perceel is niet meer in het bezit van de gemeente. Voor het onderwijsachterstandenbeleid hebben we in 2024 € 216.000 meer uitgegeven dan geraamd. Dit wordt vooral veroorzaakt door hogere uitgaven op de Spuk's onderwijsachterstandenbeleid en uitvoering Nationaal Programma Onderwijs. Verder zijn, mede door een nieuwe aanbesteding en her-indexering van de tarieven, de kosten van het leerlingenvervoer hoger dan verwacht.
37
De kosten voor sportaccommodaties vallen een stuk hoger uit dan geraamd. Het nadeel is € 195.000. De hogere lasten komen met name voor rekening van de exploitatie van het zwembad. Hogere kosten voor energie en personeel zijn de oorzaak, maar er zijn ook hogere inkomsten uit kaartverkoop. Op het onderdeel sport algemeen is per saldo sprake van een voordeel van € 33.000. De niet te verrekenen btw valt gunstiger uit dan geraamd. De herziening van de grondexploitaties heeft geleid tot een nadeel van € 224.000. Binnen taakveld 8.3 is een nadeel ontstaan van € 187.000. Dit wordt vooral veroorzaakt doordat voor de invoering van de omgevingswet meer is uitgegeven; dit nadeel wordt verrekend met de daarvoor beschikbaar gestelde reserve Omgevingswet. In de financiële rapportage 2024 is beschikbaar budget voor openbaar groen vrijgevallen. Er blijken toch kosten te zijn gemaakt. Hierdoor is er sprake van een nadeel van € 143.000. Hetgeen meer of minder is uitgegeven voor onderhoud gemeentelijke eigendommen wordt verrekend met de reserve Meerjaren Onderhouds Planning (MOP); voor 2024 betekent dit dat de onderschrijding van het onderhoudsbudget ad € 122.000 wordt toegevoegd aan de genoemde reserve MOP. Tevens is er voor € 30.000 minder ingehuurd. Het voordeel op riolering is per saldo € 109.000. Een uitgebreide toelichting van dit resultaat op dit taakveld is opgenomen in hoofdstuk 3.
Daarnaast vallen de kosten voor de huisvesting van statushouders (noodopvang, opvang Oekraïners en statushouders) € 109.000 lager uit dan begroot. Ook de kosten voor participatie laten een positief beeld zien, hier houden we in 2024 in totaal € 228.000 op over. Zie taakvelden 6.3 inkomensregelingen, 6.4 Wsw en Beschut werk en 6.5 Arbeidsparticipatie voor nadere specificatie op deze onderdelen. Het restant van nadeel op de lasten ontstaat door verschillende voor- en nadelen, voor een toelichting hierop verwijzen wij u graag naar hoofdstuk 3. Toelichting voordelig saldo baten € 1.015.000 Een groot deel van het voordeel op de baten komt door een vrijval van restantmiddelen (€ 124.000) van de Spuk voor onderwijsachterstandenbeleid en het Nationaal Programma Onderwijs. Daarnaast is er sprake van een voordeel van € 120.000 op het onderdeel participatie. Verder hebben we van de gemeente Enschede weer een extra uitkering gekregen, omdat de reserve beschermd wonen hoger is dan noodzakelijk. Het voordeel is € 86.000. Ook is er sprake van een voordeel van € 55.000 door de vrijval van gereserveerde middelen uit 2023 van de specifieke uitkering Sport en Bewegen. De herziening van de grondexploitaties heeft geleid tot een voordeel van € 89.000.
Op het onderdeel samenkracht en burgerparticipatie is sprake van een voordeel van € 191.000, dit wordt vooral veroorzaakt door vergoedingen voor de opvang van Oekraïners en noodopvang. Voor duurzaamheid is over 2023 en 2024 een aanvulling van € 75.000 ontvangen op de bijdrage voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE). Daarnaast ontvangen we vanuit de tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid € 546.000. Op het onderdeel gebouwen en gronden zien we een nadeel van € 54.000, doordat er opbrengsten uit de verhuur van panden niet zijn gerealiseerd. Verder zien we een nadeel op riolering (€ 220.000), vooral veroorzaakt door een verrekening met de voorziening. Het restant van het voordeel op de baten ontstaat door verschillende voor- en nadelen, voor een toelichting hierop verwijzen wij u graag naar hoofdstuk 3.
38
Toelichting nadelig saldo stortingen reserves € 138.000 Dit nadeel wordt vooral veroorzaakt doordat de bij de lasten aangegeven onderschrijding van het onderhoudsbudget MOP ad € 122.000 wordt toegevoegd aan de reserve MOP; dit wordt in de begroting niet geraamd. Toelichting voordelig saldo onttrekkingen reserves € 148.000 Het voordeel komt vooral doordat we meer kosten hebben gemaakt voor wegenonderhoud, investeringsbijdragen, vervanging lampen openbare verlichting, bibob en invoering Omgevingswet. Dit wordt gecompenseerd door een hogere onttrekking aan de betreffende reserve (€ 598.000 voordeel). Ook valt een deel van de reserve Grondexploitaties vrij (€ 277.000 voordeel), doordat door de extra winstneming de reserve van voldoende omvang is. Daarentegen is de geraamde onttrekking van de reserve Wet Inburgering niet nodig (€ 45.000 nadeel) en valt de bij de financiële rapportage geraamde onttrekking uit de reserve duurzaamheid € 682.000 (nadeel) lager uit.
39
1.2. Programma Wendbare organisatie en transparant bestuur Opgave Wendbare organisatie, transparant bestuur
De samenleving wordt steeds mondiger, mede gedreven door de digitale revolutie. Het openbaar bestuur staat onder een vergrootglas, zo ook voor de gemeente. Sterker nog: de gemeente is de meest nabije overheid voor burgers. Burgers stellen steeds meer eisen en zijn steeds ongeduldiger. Ook volgen de politieke, maatschappelijke en technologische ontwikkelingen elkaar steeds sneller op. Daarnaast hebben we als gemeente ook te maken met de voortdurende wijzigingen in ambitie van de landelijke overheid in de vorm van wet- en regelgeving. De gemeente wordt sinds jaar en dag steeds vaker door de rijksoverheid gezien is een van de belangrijkste uitvoeringsorganen. Als gemeente kunnen we niet anders dan ons te equiperen voor deze steeds veranderende, onvoorspelbare en complexe realiteit. We hebben een benchmark uitgevoerd naar de omvang en samenstelling van de gemeentelijke organisatie Losser. Dit onderzoek toont aan dat extra structurele formatieruimte nodig is om de huidige taken en ambities te kunnen realiseren. De resultaten zijn verwerkt in de Voorjaarsnota 2024, wat heeft geleid tot een formatie-uitbreiding. Door de krapte op de arbeidsmarkt is het niet gelukt om alle extra formatie in 2024 in te vullen; dit zal deels in 2025 worden afgerond. We hebben mooie stappen gezet in het ontwikkelen van competente medewerkers voor de organisatie. Hierin staan onze kernwaarden centraal.
Zo hebben we het projectplan werving & selectie uitgevoerd en hebben we een medewerkerbelevingsonderzoek gehouden. Verder hebben we het onboardingsprogramma afgerond en hebben we een actieplan vanuit de weerbaarheidsscan opgesteld. Verder heeft de gemeentelijke organisatie ook gewerkt aan de verdere ontwikkeling van de informatievoorziening. Zo is voor het verbeteren van de dienstverlening een behoeftenonderzoek uitgevoerd naar de zichtbaarheid van de gemeente en zijn afspraken gemaakt met onze samenwerkingspartners over de dienstverlening. Daarnaast beschikt de gemeente nu over eigen expertise om datagericht werken een stap verder te brengen. Ook zijn de visie, het beleid en de architectuur voor informatiebeheer vastgesteld en zijn we in staat om de Wet Open Overheid uit te voeren.
40
Naast bovenstaande veelal intern gerichte stappen, zijn er ook belangrijke stappen gezet op het vlak van dienstverlening en inwonersparticipatie. Zo is de gemeentelijke website gebruiksvriendelijker en toegankelijker gemaakt, waardoor inwoners sneller en eenvoudiger hun weg weten te vinden naar de juiste informatie en diensten. We zijn gestart met “Direct Duidelijk”. Ook is actief ingezet op participatie, bijvoorbeeld door inwoners vroegtijdig te betrekken bij beleidsvoorbereiding en planvorming. Daarmee versterken we niet alleen de wendbaarheid van de organisatie, maar ook de legitimiteit van ons handelen. Highlights 2024 • Diverse activiteiten uitgevoerd om de ontwikkeling van competente medewerkers verder te brengen. • Opgavegericht werken een stap verder gebracht. • Verschillende componenten van de informatievoorziening doorontwikkeld. • Gemeentelijke website gebruiksvriendelijker en toegankelijker gemaakt
Doel A: Competente medewerkers die werken vanuit de kernwaarden van de organisatie Resultaat 2024
VJN JR Toelichting
a. Projectplan Werving & selectie (waaronder ontwikkeling eigen werkgeversmerk en optimaliseren ‘Werken bij Losser’ website) is uitgevoerd. b. Op basis van onze HR-visie is een ontwikkelplan voor coachend en dienend leiderschap gerealiseerd. Dit plan vormt de
Het leiderschapstraject is eind 2024 gestart en loopt gedurende 2025.
41
basis van een continu proces van leiderschapsontwikkeling.
c. Het onboardingsprogramma is afgerond. d. Op basis van beleid dat is vastgesteld in 2023 ronden we het Projectplan Duurzame inzetbaarheid en vitaliteit af en starten we met de uitvoering daarvan. Dit project loopt door in 2025 en 2026.
Het projectplan is nog niet opgesteld vanwege uitval van een medewerker. Momenteel wordt gewerkt aan het herstellen van de weggevallen P&O capaciteit.
e. De motie ‘Benchmark omvang en samenstelling gemeentelijke organisatie in vergelijking tot andere gemeenten’ wordt opgeleverd. De benchmark moet inzicht geven in de omvang en samenstelling van formatie in relatie tot de taken en ambities waar de gemeente voor staat. Dit zegt nog niet of je met die formatie ook je doelen kunt realiseren. Daarom maken we een koppeling tussen de benchmark en de strategische personeelsplanning (ambities en capaciteit in relatie tot kennis en kunde die hiervoor nodig zijn) die voor 2024 was ingepland.
De benchmark is uitgevoerd. Het vervolg op de strategische personeelsplanning is in ontwikkeling.
f. Actieplan aan de hand van de uitkomsten van de weerbaarheidsscan wordt opgesteld, waarbij ook integriteit wordt meegenomen.
Doel B: De gemeentelijke organisatie stuurt, werkt en verantwoordt vanuit de maatschappelijke opgaven Resultaat 2024
VJN JR Toelichting
a. Opgavegerichte P&C is ingericht, zichtbaar in P&Cdocumenten en georganiseerd aan de achterkant (onder andere aanpassen financieel systeem en Financiële verordening). b. Rollen rondom opgavegericht werken (raad, college, organisatie, buitenwereld) zijn vastgelegd.
De ambtelijke rollen binnen het opgavegericht werken zijn vastgelegd. Werkdruk en capaciteitsbeperkingen (o.a. vertrek strategisch adviseur organisatieontwikkeling) nopen tot het temporiseren van het project opgavegericht werken.
42
c. Draagvlak: alle betrokkenen binnen de gemeentelijke organisatie voor wie dat relevant is, weten waarom we opgavegericht werken, wat het is en wat zijn/haar rol hierin is.
Het project om opgavegericht werken uit te rollen is nog in uitvoering. Werkdruk en capaciteitsbeperkingen (o.a. vertrek strategisch adviseur organisatieontwikkeling) nopen tot het temporiseren van het project opgavegericht werken.
d. Visie op de lerende organisatie is opgesteld.
Een aantal elementen is uitgewerkt. Momenteel is nog geen integrale visie op de lerende organisatie opgesteld, dit is voorzien in 2025.
Inwonerparticipatie. Het uitvoeringsplan doorontwikkeling inwonerparticipatie wordt geëffectueerd, waarin onderstaande onderdelen zijn meegenomen: Resultaat 2024
VJN JR Toelichting
a. Er wordt uitvoering gegeven aan het opleidingsplan op het terrein van inwonerparticipatie. b.Op basis van opgedane ervaringen met jongerenparticipatie binnen het sociaal domein is jongerenparticipatie vormgegeven binnen overige opgaven. c. Inwonerparticipatie is ingezet binnen de (door) ontwikkeling van het opgavegericht werken. d. De kinderraad en de kinderburgemeester zijn ontwikkeld tot breed gedragen participatie-vormen. e. De quick scan lokale democratie is afgerond. Eventuele verbeterpunten aan de hand van de quickscan op het gebied van inwonerparticipatie, communicatie en dienstverlening worden in 2024 en verder uitgewerkt.
De quick scan lokale democratie is gestart in september. Door tegenvallende respons loopt het project een aantal maanden langer door en wordt deze afgerond in het voorjaar 2025.
f. We maken gebruik van ervaringsdeskundigheid binnen de verschillende opgaven.
De werkgroep 'ervaringsdeskundigen' is gestart in het najaar 2023 als participatiewerkgroep t.b.v. de inclusieagenda en vervolgens het uitvoeringsplan. In de loop van 2024 is de werkgroep geformaliseerd en enigszins van samenstelling gewijzigd. Er was daardoor sprake van een hernieuwde aanloop- en kennismakingsperiode en konden we nog onvoldoende gebruik maken van de ervaringsdeskundigheid van de werkgroep binnen de verschillende opgaves.
43
Doel C. Informatievoorziening is zodanig ingericht dat de organisatie in staat is om wendbaar, betrouwbaar en transparant te opereren. Dienstverlening Vanuit de Visie op dienstverlening wordt gewerkt vanuit vijf ontwikkelsporen: 1. flexibele dienstverlening (plaats- tijd en kanaalonafhankelijk) 2. digitale dienstverlening klaar voor de toekomst 3. inclusieve dienstverlening 4. samen met de samenleving en 5. professionele en lerende cultuur. Op deze ontwikkelsporen wordt voortgebouwd op basis van de vorderingen gemaakt in 2023. Resultaat 2024 a. Servicenormen zijn uniform beschreven, gemonitord en voldoen voor minimaal 80%.
VJN JR Toelichting Servicenormen zijn beschreven. De monitoring van de servicenormen vraagt om extra onderzoek waarin we gemeente Enschede volgen. Afhankelijk van de planning van gemeente Enschede verwachten we de servicenormen te zijner tijd ook te kunnen monitoren.
b. Behoefteonderzoek naar de zichtbaarheid van de gemeente is uitgevoerd. c. De rollen en taken ten aanzien van Dimpact zijn belegd. d. De ondersteuningsmogelijkheden voor inwoners met een beperking zijn verkend en worden actief aangeboden; e. Brieven richting de inwoners en onze partners worden in dit traject verbeterd (Direct Duidelijk); f. Het instrument ‘inwonersreis’ is ontwikkeld en geïmplementeerd.
Een inwonersreis is ontwikkeld. Vanwege beperkte uitvoeringscapaciteit zal de implementatie later in 2025 plaatsvinden.
g. Afspraken zijn gemaakt met onze samenwerkingspartners (o.a. Enschede en GBTwente) over dienstverlening; h. Er is een meetbaar positieve score op contacten via het KCC. Het streven is een score van 90%. Inwoners ervaren een adequate afwikkeling van hun vraag.
Doel C: Informatievoorziening is zodanig ingericht dat de organisatie in staat is om wendbaar, betrouwbaar en transparant te opereren. Datagedreven werken. Resultaat 2024
VJN JR Toelichting
a. Data-analist en coördinator datagedreven werken zijn aangetrokken en de rollen en verantwoordelijkheden zijn
44
gedefinieerd. b. Onze organisatie is getraind op een aantal basisvaardigheden met betrekking tot datagedreven werken.
De organisatie wordt in 2025 getraind.
c. De processen om te komen tot dataproducten zijn beschreven en houden rekening met privacy en ethische vraagstukken.
Doel C: Informatievoorziening is zodanig ingericht dat de organisatie in staat is om wendbaar, betrouwbaar en transparant te opereren. Bridge. Resultaat 2024
VJN JR Toelichting
a. Visie, beleid en architectuur ten aanzien van informatiebeheer is vastgesteld. b. Mensen, middelen en organisatie zijn ingericht conform de vereisten uit de kwaliteitszorg en het handboek vervanging. c. De eventuele achterstanden in de archivering zijn weggewerkt.
Bij het terughalen van het archief vanuit de opslag naar het gemeente archief is een aantal (dozen) niet geïndexeerd
Doel C. Informatievoorziening is zodanig ingericht dat de organisatie in staat is om wendbaar, betrouwbaar en transparant te opereren. Common Ground. Resultaat 2024
VJN JR Toelichting
De implementatie van Open Online (techniek achter de website), open formulieren (generieke webformuliercomponent) en Signalen (Meldingen openbare ruimte) is uitgevoerd.
Doel C: Informatievoorziening is zodanig ingericht dat de organisatie in staat is om wendbaar, betrouwbaar en transparant te opereren. Wet Open Overheid (WOO) Resultaat 2024
VJN JR Toelichting
a. Opleidingsplan is opgesteld en in werking gezet. b. De werkprocessen voor zowel actieve als passieve publicatie zijn ingericht.
45
Wat heeft het gekost? Bedragen x 1.000 Euros
Realisatie 2023
Begroting (na wijziging)
Realisatie 2024
Saldo
Wendbare organisatie
16.181
19.093
19.737
-643
Totaal Lasten
16.181
19.093
19.737
-643
Wendbare organisatie
53.866
57.670
57.356
-314
Totaal Baten
53.866
57.670
57.356
-314
Gerealiseerde saldo van baten en lasten
-37.685
-38.577
-37.619
-958
Wendbare organisatie
2.006
2.194
250
1.944
Totaal Storting reserves
2.006
2.194
250
1.944
Wendbare organisatie
1.541
4.022
1.922
-2.100
Totaal Onttrekking reserves
1.541
4.022
1.922
-2.100
465
-1.827
-1.672
-155
-37.220
-40.404
-39.291
-1.113
Gerealiseerde saldo van mutaties reserves Gerealiseerd resultaat
Toelichting Een uitgebreide toelichting per product is te vinden in Hoofdstuk 3 'Financiële positie'. Per saldo wijkt het Programma Wendbare organisatie en transparant bestuur afgerond € 1.113.000 negatief af ten opzichte van de gewijzigde begroting. Dit saldo bestaat uit de volgende onderdelen: Bedragen (x € 1.000)
Voordelig
Nadelig
Totaal lasten
-643
Totaal baten
-314
Stortingen in reserves
1.944
Onttrekkingen aan reserves Totalen Totaal nadelig programma Wendbare organisatie
-2.100 1.944
-3.057 -1.113
Hieronder worden deze onderdelen afzonderlijk toegelicht. Toelichting nadelig saldo lasten € 643.000 Het onderdeel openbare orde en veiligheid laat een voordeel zien van € 59.000, dat vooral veroorzaakt wordt omdat het werkbudget voor veiligheid in 2024 voor een groot deel niet is aangewend. De oorzaak is dat in 2024 gewerkt is aan voorbereiding van een aantal projecten die in 2025 tot uitvoering komen. Deze projecten hebben een langere doorlooptijd en vragen om investering. De verwachting is dat daardoor in 2025 een voor een aanzienlijk groter deel beroep gedaan zal worden op het werkbudget veiligheid. Denk aan de uitvoering van de projecten Veilig ondernemen buitengebied en bedrijventerreinen, een bijdrage voor een nieuw zaaksysteem (PGAx) waarmee een betere verbinding gelegd kan worden tussen het zorgdomein en het veiligheidsdomein, trainingen voor medewerkers, investeren in de aanpak jeugd en de ontwikkeling van een nieuw integraal veiligheidsplan. Daarnaast laat het onderdeel overhead een voordeel zien van € 417.000, doordat er meer overheadkosten zijn toegerekend aan projecten, investeringen en grondexploitaties dan
46
geraamd. Daarentegen vallen de kosten voor communicatie op dit onderdeel € 55.000 hoger uit door een afrekening vanuit de gemeente Enschede voor arbeidsmarktcommunicatie. De winst op de grondexploitaties valt lager uit dan op voorhand ingeschat, daardoor valt de te betalen Vennootschapsbelasting (Vpb) mee, wat een voordeel van € 37.000 oplevert. Daarnaast zijn de kosten in het kader van de uitvoering wet WOZ voor het GBT en de uitvoeringskosten voor overige belastingen € 40.000 lager dan ingeschat. Tegenover deze voordelen staat een nadeel op het onderdeel bestuur van € 755.000. Dit wordt vooral veroorzaakt door de pensioenuitkering aan voormalig bestuurders. De rekenregels in combinatie met de lagere rekenrente leiden er toe dat de voorziening op termijn niet voldoende is om aan de verplichtingen te voldoen. Daarom is een extra storting in de voorziening pensioenen wethouders gedaan. Ook de kosten van de accountant vallen hoger uit dan geraamd. Daarnaast leveren de kosten van Burgemeester en wethouders, mede door de komst van twee nieuwe wethouders én een nieuwe burgemeester een nadeel op. De lasten voor burgerzaken vallen € 238.000 hoger uit dan geraamd, onder meer doordat er meer beroep is gedaan op publiekdienstverlening en er extra kosten voor verkiezingen zijn gemaakt.
Verder levert het saldo op de bedrijfsvoering/kostenplaatsen op de lasten nog een nadeel van € 35.000 op de overige baten en lasten. En door de negatieve boekwaarde op de grondexploitaties ontvangen we geen rente vanuit de grondexploitaties maar moet een rentevergoeding worden betaald. Het nadeel is € 108.000. Toelichting nadelig saldo baten € 314.000 De treasury pakt € 232.000 nadeliger uit dan geraamd. Dit komt door een lagere toerekening van rente aan lopende projecten en investeringen. De OZB-opbrengst is € 90.000 lager dan verwacht door het achterblijven van de verwachte uitbreiding van het aantal woningen. Daarnaast pakt de algemene uitkering lager uit, het nadeel is in 2024 € 533.000. Daarentegen vallen de inkomsten uit leges van producten van burgerzaken (paspoorten, rijbewijzen, ID-kaarten en huwelijken bijvoorbeeld) € 231.000 hoger uit dan geraamd. Het saldo op de bedrijfsvoering/kostenplaatsen levert op de overige baten en lasten nog een voordeel op van € 317.000. Toelichting voordelig saldo stortingen € 1.944.000 Zonder het resultaat is het voordelig saldo stortingen € 1.173.000. Voor € 922.000 wordt dit voordeel veroorzaakt doordat we de storting aan de algemene reserve vanwege behoedzaamheid in het accres niet hebben gedaan. Een ander voordeel komt doordat we niet de geraamde € 500.000, maar slechts € 250.000 aan de reserve lastenverlichting hebben toegevoegd.
Het saldo 2024 is met de reserve verrekend. Het resultaat van de gemeenterekening 2024 komt uit op een negatief saldo van afgerond € 2,8 miljoen. In de gemeentebegroting 2024 was nog rekening gehouden met een nadeel van € 1,9 miljoen. In de voorjaarsnota 2024 is dat resultaat bijgesteld naar € 1,3 mln. nadelig. In de financiële rapportage 2024 raamden we een negatief resultaat van € 1,1 mln. Toelichting nadelig saldo onttrekkingen € 2.100.000 Zonder het resultaat is het nadelig saldo onttrekkingen € 262.000. De geraamde onttrekking aan de reserve lastenverlichting is verrekend met de geraamde dotatie, dit zorgt voor een nadeel van € 250.000. Het resterende verschil komt doordat de geraamde onttrekking van € 14.000 voor hybride werken niet is verwerkt. Het resultaat van de gemeenterekening 2024 komt uit op een negatief saldo van afgerond € 2,8 miljoen. In de gemeentebegroting 2024 was nog rekening gehouden met een nadeel van
47
€ 1,9 miljoen. In de voorjaarsnota 2024 is dat resultaat bijgesteld naar € 1,3 mln. nadelig. In de financiële rapportage 2024 raamden we een negatief resultaat van € 1,1 mln.
48
2. Paragrafen Dit hoofdstuk bestaat uit acht in het BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten). voorgeschreven paragrafen. De onderwerpen van de paragrafen zijn belangrijk voor het inzicht in de financiële positie van de gemeente. De paragrafen zijn dwarsdoorsnedes van de verschillende programma’s. De paragrafen zijn om verschillende redenen opgenomen in de jaarstukken: • Het onderwerp heeft mogelijk een grote financiële impact. • Het onderwerp heeft een grote politieke betekenis. • Het onderwerp is van belang voor de uitvoering van de programma’s. • Het is noodzakelijk dat de raad beschikt over een overzicht van deze onderwerpen voor de uitvoering van haar taken. Wat is het verschil tussen Programma’s en Paragrafen? De programma’s in het vorige hoofdstuk zijn direct gericht op burgers. De paragrafen indirect. De paragrafen zijn namelijk de kaders die de raad voor het college stelt voor het beheer en de uitvoering. Welke paragrafen zijn er? De onderwerpen van de paragrafen zijn voorgeschreven door het BBV: • Lokale heffingen; • Weerstandsvermogen en risicobeheersing; • Onderhoud kapitaalgoederen; • Financiering; • Bedrijfsvoering; • Verbonden partijen; • Grondbeleid; • Openbaarheidsparagraaf Woo.
2.1. Lokale heffingen De invoering, wijziging of intrekking van lokale heffingen vindt plaats met een belastingverordening. De vaststelling van de tarieven door de raad vond plaats in december 2023. De lokale heffingen bestaan uit de gemeentelijke belastingen, rechten en retributies. Deze vormen een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente. Lokale belastingen worden onderscheiden in heffingen waarvan de besteding gebonden dan wel ongebonden is. Ongebonden lokale heffingen (zoals onroerende zaakbelasting (OZB)) rekenen we tot de algemene dekkingsmiddelen, omdat de besteding niet is gebonden aan een bepaalde taak. Gebonden heffingen, zoals de afvalstoffen- en rioolheffing, verantwoorden we op het betreffende programma en rekenen we niet tot de algemene dekkingsmiddelen. In deze paragraaf is opgenomen: a. de verantwoording van de geraamde inkomsten; b. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; c. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen. Hierin wordt inzichtelijk gemaakt hoe de lasten zich verhouden tot de inkomsten; d. een aanduiding van de lokale lastendruk; e. een beschrijving van het gevoerde kwijtscheldingsbeleid.
49
a. Overzicht inkomsten gemeentelijke heffingen (bedragen x € 1.000) Omschrijving
Raming Realisatie Raming Realisatie 2023 2023 2024 2024
Afvalstoffenheffing
2.277
2.300
2.282
2.358
1
3
1
2
BIZ
111
94
121
93
Forensenbelasting
24
33
26
36
Leges burgerzaken
274
316
330
562
Leges omgevingsvergunning
428
536
466
449
Leges overig
45
185
45
96
Marktgelden
15
12
15
12
OZB-eigenaren
5.015
4.901
5.469
5.400
578
549
634
623
3.391
3.420
3.802
3.818
245
242
314
315
12.405
12.590
13.506
13.764
Begraafplaatsenrechten
OZB-gebruikers nietwoning Rioolheffing Toeristenbelasting Totaal
b. Beleid ten aanzien van de lokale heffingen Landelijke ontwikkelingen Hervorming lokaal belastinggebied Ondanks het feit dat al jaren over een belastingherziening wordt gesproken, hebben zich in 2024 geen ontwikkelingen voorgedaan. In het coalitieakkoord van het kabinet is het volgende opgenomen: "Om een stabielere financiering voor de medeoverheden te realiseren en hun autonomie te vergroten, wordt in de komende jaren een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025 uitgewerkt, waarbij de mogelijkheid voor een groter eigen belastinggebied wordt betrokken." Over hoe de hervorming van het gemeentelijke belastinggebied eruit gaat zien en of deze omvangrijke stelselwijziging ook daadwerkelijk in 2026 gerealiseerd zal gaan worden, valt op dit moment echter nog heel weinig te zeggen. Lokale ontwikkelingen Ontwikkeling tarieven Voor het ramen van de tarieven voor de riool- en afvalstoffenheffingen hanteren we het uitgangspunt 100% kostendekking. Voor de rioolheffing betekende dit een stijging van 10,9%. De tarieven toeristenbelasting zijn met 6,54% gestegen. De voor 2024 geldende tarieven voor de overige belastingen en rechten stegen met een inflatiecorrectie, uiteraard met uitzondering van die tarieven, die het rijk heeft vastgesteld, dan wel gemaximeerd. Op basis van het Centraal Economisch Plan wordt uitgegaan van 4,1%.
50
Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen Gemeenten zijn beperkt in de te heffen belastingsoorten. Deze zijn limitatief opgesomd in de wet. Naast belastingen, heft de gemeente rechten en leges voor individuele dienstverlening aan haar burgers. De tarieven van deze rechten en leges dienen zodanig vastgesteld te worden dat de geraamde opbrengsten de geraamde kosten voor het verlenen van de diensten niet overschrijden. De opbrengst van deze zogeheten gebonden heffingen dient alleen ter bestrijding van de kosten die de gemeente voor de betreffende dienstverlening maakt. Het kostendekkingspercentage mag om die reden dan ook maximaal 100 zijn. De gemeente is vrij in de besteding van de opbrengst van de ongebonden heffingen (algemene belastingen). De volgende belastingen en retributies zijn geheven: Ongebonden belastingen
Gebonden belastingen
Forensenbelasting
Afvalstoffenheffing
Toeristenbelasting
Bijdrage Bedrijven Investering Zone
Onroerendezaakbelastingen
Leges en Rechten Rioolheffing
Mate van kostendekking van de gebonden belastingen Activiteiten groep
Lasten Overhea taakveld d
BTW
Totale Heffinge lasten n (baten)
Overig e baten
Total e baten
Kostendekkendhei d 100%
Afvalstoffenheffin g
2.385
251
306
2.941
2.358
640
2.998
Kwijtschelding afvalstoffenheffin g
57
0
0
57
0
0
0
3.219
430
258
3.907
3.818
89
3.907
0
0
0
0
0
0
0
Subtotaal heffingen
5.661
680
564
6.905
6.176
729
6.905
100%
Titel 1: leges algemene dienstverlening
1.027
0
38
1.065
638
3
642
60%
Titel 2: dienst verlening vallend onder de fysieke leefomgeving/ vergunningen
1.733
0
92
1.825
469
16
486
26%
Titel 3: dienstverlening vallend onder de Europese dienstrichtlijn
0
0
0
0
0
0
0
0%
Subtotaal leges
2.761
0
130
2.891
1.108
20
1.127
39%
Totaal
8.422
680
694
9.796
7.283
749
8.033
74%
Rioolheffing Kwijtschelding rioolheffing
100%
51
c. Woonlastenontwikkeling De hoogte van de gemeentelijke woonlasten krijgt regelmatig aandacht in de media. Onder woonlasten verstaan we: onroerendezaakbelastingen, afvalstoffen- en rioolheffing. Het zijn belastingen en heffingen waarmee ieder huishouden in een gemeente jaarlijks te maken krijgt. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) publiceert jaarlijks de Atlas van lokale lasten. Het COELO vergelijkt daarin per gemeente de woonlasten van een woning met een voor die gemeente gemiddelde waarde. De tariefsaanpassingen voor de OZB, afval- en rioolheffing leiden voor een gemiddeld Lossers gezin (met eigen woning) tot de volgende woonlastenontwikkeling voor de periode 20192024: Woonlastenontwikkeling
2019
2020
2021
2022
2023
2024
OZB Eigenaar
354,94 361,64 375,77
380,66
415,23
465,46
Afvalstoffenheffing (meerpersoons)
206,68 207,24 224,75
223,78
232,00
232,20
Rioolheffing
255,24 263,76 277,59
307,38
314,40
348,60
Totaal
816,86 832,64 878,11 911,82
961,63 1.046,26
d. Kwijtscheldingsmogelijkheden De gemeente moet bij het vaststellen van kwijtschelding landelijke regels toepassen. Binnen deze mogelijkheden zijn de volgende eigen beleidskeuzes gemaakt: • Voor de OZB en de afvalstoffenheffing (vaste bedrag volledig, gebruiksvergoeding restcontainer en variabel bedrag van maximaal € 33,00) is kwijtschelding mogelijk, waardoor minima geen gemeentelijke woonlasten betalen. • Voor extra containers wordt geen kwijtschelding afvalstoffenheffing verleend. • Bij de normkosten van bestaan wordt uitgegaan van 100% van de bijstandsnorm. • Ondernemers worden voor de gemeentelijke belastingen gelijkgesteld met particulieren. • Kosten voor kinderopvang worden in aanmerking genomen als uitgaven bij de berekening van de betalingscapaciteit. • Bij de normkosten van bestaan voor AOW’ers wordt uitgegaan van 100% van de netto AOW-norm. In 2024 is voor € 60.000 aan gemeentelijke belastingen in het kader van het minimabeleid kwijtgescholden. Hierbij gaat het met name om de afvalstoffenheffing.
52
2.2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen geeft een indicatie van de mate waarin de gemeente tegenvallers financieel kan opvangen, zonder dat de uitvoering van taken in gevaar komt. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. Dit verhoudingsgetal is de ratio weerstandsvermogen. Relevante wetgeving en gemeentelijk beleid De wetgeving en het gemeentelijk beleid voor het weerstandvermogen zijn vastgelegd in: • Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) provincies en gemeenten. • Financiële verordening gemeente Losser 2024. • Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement 2018. 1. Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat in de gemeente Losser uit de Algemene risicoreserve en de reserve risico grondexploitaties, specifiek ter dekking van de risico’s gerelateerd aan grondexploitaties. Algemene risicoreserve De stand van deze reserve is eind 2024 € 18.618.000. Daarnaast wordt de reserve Grondexploitatie met een omvang van € 1.000.000 aan de weerstandscapaciteit toegerekend. Uit onderstaande tabel blijkt dat de beschikbare weerstandscapaciteit ultimo 2024 € 19.618.000 is. De verwerking van het jaarresultaat 2024 is daarbij ook betrokken. Tabel: Beschikbare weerstandscapaciteit ultimo 2024 Componenten: Algemene risicoreserve
€ 18.618.000
Reserve risico grondexploitaties
€ 1.000.000
Stand eind jaar 2024
€ 19.618.000
2. Inventarisatie risico's In de nota Weerstandsvermogen en risicomanagement is aangegeven dat het risicomanagement aan de P&C-cyclus wordt gekoppeld. De risico's worden daardoor periodiek onder de aandacht gebracht en bijgesteld. Uitgangspunten bij de beoordeling van de risico's zijn: • Normale bedrijfsvoeringsrisico's worden niet bij de risico's meegenomen. • Risico's die een gelijksoortige oorzaak hebben worden samengevoegd. • Verzekerde risico's worden niet meegenomen. Gevolg van deze inventarisatie is dat het totaal van de risico's € 5.451.000 bedraagt (exclusief de risico's van de grondexploitatie, die zijn hieronder nader toegelicht). Uit een simulatie blijkt dat een weerstandscapaciteit van € 1.991.000 nodig is om alle risico's af te kunnen dekken.
53
Met behulp van een risicoscore kunnen de risico's worden geprioriteerd en wordt inzichtelijk wat de belangrijkste risico's zijn. In onderstaande tabel zijn de tien grootste risico's weergegeven. Het percentage geeft aan hoe groot een bepaald risico is in verhouding tot de totaal benodigde weerstandscapaciteit van € 1.991.000. De tien grootste risico’s gemeenterekening 2024: Onderwerp
Risico omschrijving
Invloed
1.
Schommelingen in de conjunctuur
Als gevolg van schommelingen in de conjunctuur kunnen zowel aan de kostenals de opbrengstenkant onvoorziene nadelige incidentele effecten optreden.
14,79%
2.
Algemene Uitkering gemeentefonds wordt lager
Algemene Uitkering gemeentefonds wordt lager
13,88%
3.
Overige onvoorziene risico's
Hierbij valt te denken aan calamiteiten 10,02% binnen de gemeente, zoals extreem weer of een bedrijfsongeval. Maar ook politieke en bestuurlijke risico's.
4.
Budget Jeugd
Door openeindfinanciering en een onzeker beeld van de toekomstige zorgvraag, is het budget Jeugd mogelijk niet toereikend en moeilijk beheersbaar.
8,91%
5.
Garantstelling ontwikkelfase windproject de Lutte
Garantstelling aan energiecoöperatie in De Lutte voor de ontwikkelingsfase van het windproject in De Lutte.
7,00%
6.
Schaarste arbeidsmarkt
Binnen Vergunningverlening, Toezicht, Handhaving en Ruimtelijke Ontwikkeling is er een grote schaarste op de arbeidsmarkt. Hierdoor is inhuren vaak de oplossing om vacatures op te vullen. De kosten voor inhuur zijn door de schaarste hoog.
5,55%
7.
Garantstellingen
Door de leningverstrekker wordt een beroep 4,89% gedaan op de garantstellingen van de gemeente Losser, voor leningen die door partners zijn aangegaan (voor een compleet overzicht zie de 'niet uit de balans blijkende verplichtingen').
8.
Daling van omgevingsaanvragen
De invoering van de Omgevingswet kan niet los worden gezien van de Wet Kwaliteitsborging, die gevolgen gaat hebben voor de vergunningverlening en leges inkomsten. Er zijn mogelijk financiële consequenties waarbij gedacht kan worden aan personele kosten en minder leges.
4,17%
9.
Effecten Omgevingswet op dienstverlening
Doorontwikkeling van het digitale stelsel (DSO) kan landelijk extra druk geven op
4,16%
54
onze dienstverlening. Veel vragen komen bij de gemeente terecht. Na de eerste 6 maanden blijkt dat er meer procedures aangevraagd worden voor het zelfde aantal initiatieven. Dit komt doordat de zogenaamde onlosmakelijkheid in de Omgevingswet is losgelaten. 10.
Budget Wmo
Door openeindfinanciering en een onzeker beeld van de toekomstige zorgvraag, is het budget Wmo mogelijk niet toereikend en moeilijk beheersbaar
3,75%
Stand van zaken bezwaarschrift btw TCC Begin dit jaar zijn we door de belastingdienst geïnformeerd over de voortgang van de afhandeling van ons bezwaar tegen het niet compenseren van btw over de verbouwingskosten van het Twents Carmel Lyceum. De belastingdienst heeft een voorgenomen besluit bekend gemaakt waarin ons bezwaar wordt afgewezen. In overleg met onze fiscaal adviseur (Fiscalade) hebben we gevraagd om een gesprek met de belastingdienst om nog eens de verschillende standpunten en argumenten te kunnen toelichten en te vragen om een nadere toelichting op het voorgenomen besluit. In dat licht bezien is het voorgenomen besluit niet een verrassing, gelet op andere lopende vergelijkbare zaken lag dit in de lijn der verwachting. We merken wel op dat we in onze begroting al rekening houden met het niet compenseren van de btw. In dat licht bezien is het financieel risico van deze procedure tot het minimum beperkt. Risico's grondexploitaties Ter bepaling van de vereiste weerstandscapaciteit van de grondexploitaties maken we gebruik van de Monte Carlo simulatie. Dit is een simulatietechniek waarbij grondexploitaties vele malen worden gesimuleerd, elke keer met andere startcondities. Hierbij houden we rekening met risico’s aan de kosten- en opbrengstenkant, maar ook met onzekere gebeurtenissen. Naast projectgebonden risico’s, kijken we ook naar niet projectgebonden risico’s.
Ofwel, de conjuncturele risico’s worden geïnventariseerd en gekwantificeerd. Deze risico’s zijn vaak niet beïnvloedbaar binnen de projecten en liggen op het vlak van macroeconomische trends en wet- en regelgeving van hogere overheden (te denken valt aan spreidingsrisico’s rondom gehanteerde parameters). Hiermee ontstaat een vollediger en betrouwbaarder beeld van de risico’s binnen de grondexploitaties. De uitkomst is een momentopname. Marktomstandigheden kunnen snel wijzigen. Dit kan leiden tot fluctuaties in de vereiste weerstandscapaciteit. Om vinger aan de pols te houden actualiseren we daarom jaarlijks zowel bij de gemeenterekening als tussentijds bij de gemeentebegroting de vereiste weerstandscapaciteit. De vereiste weerstandscapaciteit van de grondexploitaties is ultimo 2024 afgenomen (JR 2023: € 534.000) en bedraagt € 442.000. Deze afname komt met name door de voortgang en realisatie van kosten en opbrengsten in de diverse grondexploitaties. Hiermee neemt de grondslag, namelijk de nog te realiseren kosten en opbrengsten, af bij de bepaling van het risicoprofiel.
55
3. Ratio weerstandsvermogen en verwachte ontwikkelingen Benodigde weerstandscapaciteit: De geïnventariseerde risico’s zijn de basis voor de risicosimulatie. Op basis van die simulatie wordt het bedrag berekend dat nodig is om deze risico’s in financiële zin af te dekken. Conclusie is dat alle risico's, met 90% zekerheid, kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 2.433.000 (€ 1.991.000 voor de geïnventariseerde risico's in de bedrijfsvoering/beleid en € 442.000 voor de risico's van de grondexploitaties). Beschikbare weerstandscapaciteit: De weerstandscapaciteit bestaat in de gemeente Losser uit de Algemene risicoreserve en de reserve grondexploitaties. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt ultimo 2024 € 19.618.000. Hierbij is rekening gehouden met het rekeningresultaat 2024. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt de ratio weerstandsvermogen. De gemeenteraad heeft aangegeven dat de minimaal wenselijke ratio weerstandsvermogen tussen de 1,4 en 2,0 ligt. Oftewel, de beschikbare weerstandscapaciteit dient minimaal 140 tot 200% van de benodigde weerstandscapaciteit te bedragen. Ratio weerstandsvermogen eind 2024 = € 19.618.000 : € 2.433.000 = 8,1.
De ratio weerstandsvermogen bevindt zich daarmee boven de door de Raad vastgestelde minimale bandbreedte van 1,4 - 2,0. In het vervolg lichten we dit toe. Tabel, ontwikkeling in de ratio weerstandsvermogen: Analyse van de weerstandsratio Beschikbare weerstandscapaciteit
Eind 2023
Eind 2024
Verschil
Algemene risicoreserve
€ 22.443.000
€ 18.618.000
- € 3.825.000
Reserve grondexploitaties
€ 1.000.000
€ 1.000.000
€0
Totaal
€ 23.443.000
€ 19.618.000
- € 3.825.000
€ 1.605.000
€ 1.991.000
€ 386.000
€ 534.000
€ 442.000
- € 92.000
€ 2.139.000
€ 2.433.000
€ 294.000
10,7
8,1
- 2,6
Benodigde weerstandscapaciteit Risico's algemeen Risico's grondexploitaties Totaal risico's
Weerstandsratio (afgerond)
Doordat de beschikbare weerstandscapaciteit vergeleken met de gemeenterekening 2023 met ongeveer € 3,8 miljoen is afgenomen en de risico's licht zijn gestegen, is de weerstandsratio in de gemeenterekening 2024 2,6 lager dan de ratio van 10,7 uit de gemeenterekening 2023 en komt deze uit op 8,1. De tabel hieronder geeft een overzicht van de ontwikkeling van de ratio weerstandsvermogen per 31-12 in de afgelopen jaren (afgerond op één cijfer achter de komma).
56
Ontwikkeling ratio weerstandsvermogen
2016 2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Ratio weerstandsvermogen
1,9
3,0
2,5
4,2
9,6
8,8
10,7
8,1
2,4
Prognose ratio weerstandsvermogen 2025 en verder Verwachte ontwikkeling weerstandscapaciteit ultimo 2025 tot en met 2028 Component
2025
2026
2027
2028
Aanwezig weerstandsvermogen
€ 16.932.000
€ 11.808.000
€ 11.222.000
€ 11.623.000
Benodigd weerstandsvermogen
€ 2.433.000
€ 2.433.000
€ 2.433.000
€ 2.433.000
7.0
4.9
4.6
4.8
Prognose ratio weerstandsvermogen (afgerond)
In bovenstaande tabel is de verwachte meerjarige ontwikkeling van de weerstandsratio aangegeven. De meerjarige verwachting is dat de ratio (variërend tussen de 4,6 en 7,0) ruim boven de door de Raad vastgestelde bandbreedte blijft. In het schema hierboven is rekening gehouden met het negatieve rekeningresultaat 2024. 4. Financiële kengetallen Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing een verplichte set van vijf financiële kengetallen moet worden opgenomen. De invoering van deze set is bedoeld om de financiële positie van de gemeente inzichtelijker te maken. Kengetallen worden veelal gebruikt als analyse-instrument. Voordeel hiervan is dat gemeenten beter met elkaar vergeleken kunnen worden. Het zal duidelijk zijn dat het nut van het gebruik van kengetallen om de volgende redenen dient te worden genuanceerd: • Kengetallen hebben slechts betrekking op het verleden en geven geen zekerheid over de toekomst. • Kengetallen zijn veelal slechts een momentopname. • Kengetallen zijn vaak gebaseerd op veronderstellingen. Financiële kengetallen
Rekening Begroting 2023 2024
Rekening Begroting 2024 2025
1A Netto schuldquote
38,0 %
79,0 %
48,8 %
53,1 %
1B Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
38,0 %
79,0 %
48,8 %
53,1 %
2
Solvabiliteitsratio
37,9 %
37,5 %
30,9 %
29,5 %
3
Structurele exploitatieruimte
1,5 %
4,8 %
- 2,6 %
2,0 %
4
Grondexploitatie
-1,0 %
- 0,4 %
1,5 %
- 1,0 %
5
Belastingcapaciteit
101,9 %
106,2 %
105,3 %
102,9 %
Hieronder worden de kengetallen in hun onderlinge relatie beschouwd en van een toelichting voorzien. De kengetallen geven een indicatie hoeveel (financiële) ruimte de gemeente heeft om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. De tabel toont de ontwikkeling over de jaren.
57
Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten op de exploitatie drukken. Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen zowel inclusief, als exclusief de doorgeleende gelden. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. De VNG hanteert een kritische waarde van 130%, hier bevinden zich zowel de netto schuldquote inclusief als exclusief de doorgeleende gelden met 48,8 % beduidend onder. De percentages zijn gelijk omdat we in Losser geen doorgeleende gelden kennen. De gemeente bevindt zich hiermee in de categorie gemeenten met het laagste risico. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is op de langere termijn aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Deze ratio geeft de mate aan waarin de gemeentelijke bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Anders gezegd: het aandeel van het eigen vermogen in het totaal vermogen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, hoe gezonder de gemeente.
In bovenstaande tabel zijn de voormalige reserves Riool en reiniging opgenomen als voorziening conform wijziging BBV en daarmee uit het eigen vermogen verdwenen. Met een score van 30,9 % behoren we tot de categorie gemeenten met een gemiddeld risico. Structurele exploitatieruimte Dit financiële kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting of financieel resultaat is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting, maken we onderscheid tussen structurele en incidentele lasten. Hoe hoger het percentage, hoe groter het aandeel van de structurele baten ten opzichte van de structurele lasten in het geheel aan baten. Zoals in de tabel weergegeven, is alleen voor de realisatie van 2024 sprake van een negatief saldo exploitatieruimte. Kengetal grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grondpositie (boekwaarde) zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Dit kengetal alleen, heeft slechts een beperkte waarde. De relatie vraag en aanbod woningbouw of bedrijventerrein, planning et cetera spelen hierbij ook een cruciale rol. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De gemeente bevindt zich met het percentage 1,5 % in de categorie gemeenten met het laagste risico.
Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde van het vorige begrotingsjaar. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de Rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit scoort met 105,3 % boven het landelijk gemiddelde (100%). De gemeente bevindt zich hiermee in de categorie gemeenten met een hoog risico.
58
2.3. Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Kapitaalgoederen zijn duurzame bezittingen die een gemeente heeft waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. Denk hierbij aan wegen, gebouwen en riolering. Deze eigendommen, noodzakelijk voor een goede leefomgeving, vertegenwoordigen een grote waarde. De totale vervangingswaarden van de kapitaalgoederen in Losser schatten wij op ruim € 260 miljoen. Het niveau van onderhoud en de kwaliteit van de kapitaalgoederen bepalen het voorzieningenniveau en de jaarlijkse lasten. Achterstanden in onderhoud kunnen, naast kapitaalvernietiging, in het ergste geval tot onveilige situaties leiden. Investeren in onderhoud en vervanging is daarom noodzakelijk om kapitaalgoederen ook op lange termijn in stand te houden. Wij onderhouden de kapitaalgoederen op basis van de 'Nota Kapitaalgoederen Openbare Ruimte' (2013). Voor verschillende kapitaalgoederen zijn er naast de nota ook beheer- en onderhoudsplannen. Het coalitieakkoord 'Groeien door ambitie' hecht veel waarde aan een goede kwaliteit van de leefomgeving. Met investeringen in de openbare ruimte wil het college meer bereiken dan alleen een schone, hele en veilige leefomgeving. De inrichtingskwaliteit speelt steeds nadrukkelijker een rol bij het creëren van aantrekkelijke buurten en wijken. Daarnaast spelen grote uitdagingen zoals de warmtetransitie en klimaatverandering.
Samen met de vervangingsopgave in de openbare ruimte leidt dit tot een integrale en gebiedsgerichte aanpak. Wij hanteren hiervoor de systematiek van het integraal Meerjaren Investerings- en onderhoudsprogramma voor de openbare ruimte (MIP). Met het MIP willen wij met investeringen in de openbare ruimte ook invulling geven aan ruimtelijke ontwikkelingen en het bereiken van strategische gemeentelijke doelen. Waar mogelijk zetten wij beheer- en vervangingsbudgetten in als cofinanciering voor integrale uitvoeringsprojecten in de openbare ruimte. Algemeen In 2024 zijn wij verder gegaan met het vullen van het integrale beheerpakket GBI. Er is verder gewerkt aan het vullen van de BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie). Wij zijn gestart met de actualisatie van het MIP en willen dit in 2025 afronden (MIP 2.0). Via het MIP hebben wij een deel van de budgetten voor vervangingsinvesteringen en onderhoudsgelden ingezet voor de kwaliteitsimpulsen De Lutte, Glane en Beuningen. Uitwerking per beheerdiscipline Wegen Het beleidsplan Wegen is in 2019 vastgesteld. Met ons wegbeheersysteem volgen wij de staat van al onze (verharde) wegen. Dit systeem geeft richting aan onze meerjaren onderhoudsplanning. Jaarlijks voeren wij een inspectie uit. Op basis hiervan passen wij, indien nodig, de onderhoudsplanning aan. Het reguliere onderhoud is volgens planning (deels via het MIP), uitgevoerd.
Zo hebben wij de (deels) Kopshofweg gereconstrueerd. Daarnaast is aan diverse wegen (o.a. Goormatenweg, Lossersedijk, Voswinkelweg, Elferinksweg) asfaltonderhoud gepleegd. Hierbij zijn de toplagen en onderliggende lagen vervangen.
59
Financiën Wij voerden het onderhoud binnen de kostenraming uit. Openbare Verlichting Het beheer en onderhoud van de openbare verlichting volgt uit het beleidsplan 'Licht in de openbare ruimte' (2016). In 2024 hebben wij de 'remplace' ronde afgerond. Daarmee zijn alle lampen waarvan de einde levensduur is bereikt en niet in projecten waren opgenomen vervangen. Daarnaast is er voor de komende jaren een vervangingsplan opgesteld. In dit vervangingsplan is gekeken naar de masten en armaturen die de komende 7 jaar vervangen moeten worden. Voor de jaren 2025 en 2026 is er een specifieke planning gemaakt. Deze planning wordt integraal afgestemd met de projecten in de openbare ruimte. Financiën Wij voerden het onderhoud binnen de kostenraming uit. Civiele kunstwerken In 2024 hebben wij de lijngoot van de spoortunnel Kokenberg in de Lossersedijk vervangen. Daarnaast zijn meerdere duikers onder wegen in het buitengebied vervangen. Ook is er een inspectie Kunstwerken uitgevoerd. Dit geeft weer input voor het onderhoud. Financiën Wij voerden het onderhoud binnen de kostenraming uit. Riolering en Water In 2022 is het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) door de raad met twee jaar verlengd. Het kostendekkingsplan is toen ook geactualiseerd en geïndexeerd.
In 2024 hebben we gewerkt aan het opstellen van een nieuw Water en Rioleringsprogramma als vervanging van het huidige GRP en aan het Klimaatadaptatieplan inclusief uitvoeringsagenda 2025-2029. Op basis van het kostendekkingsplan WRP bepalen wij de hoogte van de rioolheffing voor het uitvoeren van de zorgplichten afvalwater, grondwater en hemelwater. Daarnaast zijn een deel van de kosten van het uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie ook meegenomen in het kosten dekkingsplan WRP. Dit geeft voor de komende planperiode richting aan duurzaamheid en maatregelen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Wat hebben wij in 2024 gedaan? Een groot deel van de rioolvervangingen, die in het kostendekkingsplan zijn opgenomen, worden meegenomen met de kwaliteitsimpulsen De Lutte, Glane, Centrum Losser fase II en de Roofvogelbuurt. Deze plannen zijn deels in uitvoeringen of voorbereiding. Daarnaast zijn de navolgende werkzaamheden uitgevoerd: • Aanleg waterberging Kerkenbos de Lutte. In kader van de kwaliteitsimpuls de Lutte zijn watergangen in het Kerkenbos geoptimaliseerd en voorzien van nieuwe stuwen om de bergingscapaciteit voor regenwater te vergroten. • Met de herinrichting van het centrumplein en Plechelmustraat in De Lutte zijn riolen vervangen en is er een hemelwaterstructuur aangelegd (wadi`s, lijngoten en regenwaterriolen).
60
• Riolen in Elferinksweg, Oldenzaalsestraat, Kerkstraat en Tulpstraat zijn voorzien van glasvezelversterkte kous. • Park de driebogen is waterretentie aangelegd in kader van het project Beken en Bleken. • Reconstructie uitgevoerd aan de Dorpsbleek Losser, voor het optimaliseren van de waterafvoer en waterberging (project Beken en Bleken) en gelijktijdig is de riolering in de Kopshofweg vervangen. • Diverse maatregelen uitgevoerd naar aanleiding van de wateroverlast 21 juli 2024. Financiën Wij voerden het onderhoud binnen de kostenraming uit. Groen en Landschap In 2022 is het groenbeleidsplan vastgesteld. Belangrijke doelen daarin zijn vergroening van onze leefomgeving en het beschermen en verbeteren van biodiversiteit. Voldoende en vitaal groen in onze leefomgeving is belangrijk om de gevolgen van klimaatverandering, zoals hittestress en wateroverlast te beperken. Het is bewezen bevorderlijk voor de algehele gezondheid en het welzijn van de mens. Biodiversiteit is belangrijk voor ecologische balans en om ziekten en plagen te voorkomen. Voor het beheer en beschermen van bomen hanteren wij het 'Handboek Bomen'. Hierin zijn de belangrijkste normen voor aanleg, onderhoud en bescherming van bomen vastgelegd. De klimaatverandering zet door en grote verschillen in temperatuur en waterstand zorgen voor sterfte van bomen en planten.