CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarrekening 2021 def 20220531

Raadsvergadering 12 juli 2022, gemeente LosserBij agendapunt: Jaarrekening 2021 Gemeente Losser31.338 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

In dit ontwikkeltraject is op basis van brede betrokkenheid uit de samenleving (meer dan 340 inwoners en tientallen ondernemers en verenigingen) gekomen tot een beeld van hoe de Losserse inwoners en ondernemers de gemeentelijke dienstverlening het liefst voor zich zien. Dit beeld is vastgelegd in de dienstverleningsvisie 'Betrouwbaar en dichtbij'. Ook zijn aanbevelingen gedaan voor concrete verbeteringen in de praktijk. Deze worden in 2022 doorvertaald naar een Uitvoeringsprogramma Dienstverlening.

Doelstelling (D3): De gemeente Losser heeft een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering. De financiële huishouding is zowel op korte als op lange termijn gezond

Deze Programmabegroting 2021 laat voor vrijwel alle jaren een structureel positief saldo zien. Voor jaarschijf 2024 wordt nog een tekort voorzien. De weerstandsratio is rond de 3,5 en daarmee ruimschoots boven de norm: een bandbreedte van 1,4 - 2,0. Ook de overige kengetallen over de financiën tonen aan dat de financiële huishouding van Losser gezond is. Wat hebben we in 2021 gedaan? De begroting 2021 was structureel en reëel sluitend en ook de nu

57

voorliggende jaarrekening 2021 laat een positief structureel saldo zien. Ook in 2021 zijn de risico's voor de gemeentelijke exploitatie opnieuw beoordeeld, geactualiseerd voor 'kans' en 'impact' en financieel gekwantificeerd. De omvang van de Algemene risicoreserve is ruim voldoende; de weerstandsratio ligt met 7,8 ruim boven de door de Raad geformuleerde ratio van 1,4 tot 2. Er is een evenwichtige ontwikkeling van de woonlasten

Afgezien van inflatiecorrectie worden in de Programmabegroting 2022 geen voorstellen voor extra verhoging van de algemene belastingen gedaan. Over de Hondenbelasting: deze belasting is in 2022 afgeschaft. Wat hebben we in 2021 gedaan? Staand beleid is dat de tarieven van de reinigingsheffingen en de rioolheffing 2021 zijn bepaald op basis van een kostprijsberekening. Eveneens is het in Losser gebruikelijk dat de tariefontwikkeling van de overige heffingen gebaseerd is op de door het Centraal Planbureau geprognosticeerde loon- en prijsontwikkeling. Om die reden is de belastingdruk, uitgedrukt als percentage van het landelijk gemiddelde, gedaald van 113% (in de begroting 2021) naar 108% (op basis van de meest recente CPB-cijfers).

Wat heeft het gekost? Bedragen x 1.000 Euros

Realisatie 2020

Begroting (na wijziging)

Realisatie 2021

Saldo

Bestuur en Dienstverlening

12.916

12.414

14.054

-1.640

Totaal Lasten

12.916

12.414

14.054

-1.640

Bestuur en Dienstverlening

43.310

42.905

45.378

2.474

Totaal Baten

43.310

42.905

45.378

2.474

Gerealiseerde saldo van baten en lasten

-30.395

-30.491

-31.324

834

Bestuur en Dienstverlening

3.298

321

2.295

-1.974

Totaal Storting reserves

3.298

321

2.295

-1.974

Bestuur en Dienstverlening

262

1.278

809

-469

Totaal Onttrekking reserves

262

1.278

809

-469

3.036

-957

1.486

-2.443

-27.359

-31.447

-29.838

-1.609

Gerealiseerde saldo van mutaties reserves Gerealiseerd resultaat

Toelichting Een uitgebreide toelichting per product is te vinden in Hoofdstuk 3 "Financiële positie". Per saldo wijkt het Programma Bestuur en Dienstverlening afgerond € 1.609.000 negatief af ten opzichte van de gewijzigde begroting. Dit saldo bestaat uit de volgende onderdelen:

58

Hieronder worden deze onderdelen afzonderlijk toegelicht. Per saldo laat het Programma Bestuur en Dienstverlening een nadelig saldo zien van € 1.609.000 ten opzichte van de gewijzigde begroting. Dit is inclusief het verwachte voordelige rekeningresultaat van € 2.263.000 (een voordelig rekeningresultaat wordt namelijk aan de 'lastenzijde' als toevoeging aan de reserve geboekt). Als we het rekeningresultaat buiten beschouwing laten is het voordeel op dit programma ten opzichte van de begroting € 654.000. Dit saldo kan als volgt worden verklaard: Toelichting nadelig saldo lasten € 1.640.000 Het onderdeel ondersteuning organisatie laat een voordeel zien van € 146.000. Reden hiervoor is dat: • • •

het beschikbare budget voor het 'datagedreven werken' niet volledig is uitgegeven; de kosten voor juridische ondersteuning en communicatie lager uitvallen meer kosten zijn toegerekend aan investeringen en de grondexploitaties.

Daarnaast doen zich nog twee andere voordelen voor: •

•

de winst op de grondexploitaties valt lager uit dan op voorhand ingeschat. Daardoor valt ook de te betalen Vennootschapsbelasting (VpB) mee, wat een voordeel van € 145.000 oplevert. een voordeel van € 450.000 ontstaat binnen de budgetten voor Corona en de 'post onvoorzien'

De kostenplaatsen sluiten met een nadeel van ongeveer € 2,4 mln. (ter informatie: voor € 1,9 mln. staat hier een voordeel op de baten tegenover als gevolg van interne doorbelasting. Zie daarvoor het kopje hieronder). Voor de specificatie hiervan wordt verwezen naar de toelichting op het taakveld 0.8 algemene baten en lasten in paragraaf 3.2 bij het programma Bestuur en dienstverlening en de toelichting op de begrotingsrechtmatigheid). Het saldo van de kostenplaatsen (baten en lasten) komt in 2021 uit op nadeel van € 550.000 (€ 2,4 miljoen minus € 1,9 miljoen). Een nabetaling op de dvo en de financiële gevolgen van de nieuwe cao zijn hiervan de belangrijkste oorzaken. Toelichting voordelig saldo baten € 2.473.000 Het saldo op de treasury valt € 118.000 lager uit dan geraamd. Enerzijds komt dit doordat de dividenduitkering in 2021 lager uitvalt dan geraamd. Anderzijds hebben we door de tussentijdse winstneming minder hoeven toerekenen aan de grondexploitaties. Dit leidt op de treasury weliswaar tot lagere inkomsten, maar ook tot een daarmee corresponderend positiever resultaat op de grondexploitaties. De algemene uitkering pakt hoger uit. Dit komt vooral door de vergoeding voor het bestrijden van de gevolgen van de Coronacrisis. Het voordeel is in 2021 € 629.000. Verder vallen de

59

inkomsten uit leges van producten van burgerzaken (paspoorten, rijbewijzen, ID-kaarten en huwelijken bijvoorbeeld) € 72.000 hoger uit dan geraamd. En zoals in de toelichting op de lasten al aangegeven, is ook de doorbelasting vanuit de kostenplaatsen hoger dan geraamd. Het voordeel is € 1.893.000. Toelichting nadelig saldo stortingen € 1.974.000 Het verschil komt vooral door het hier verantwoorden van het voordelige rekeningresultaat 2021 van € 2.263.000. Toelichting nadelig saldo onttrekkingen € 469.000 Een voordeel van € 38.000 is ontstaan door de vrijval van het resterend budget in de reserve Organisatieontwikkeling. Verder hebben we, ter dekking van kosten voor uitkeringen aan voormalig personeel, nog een bedrag van € 59.000 aan de betreffende reserve onttrokken. Het resterend nadeel van € 566.000 komt omdat hier een nadelig resultaat uit de Begroting 2021 en VJN2021 is geraamd.

60

2. Paragrafen Dit hoofdstuk bestaat uit zeven in het BBV voorgeschreven paragrafen. De onderwerpen van de paragrafen zijn belangrijk voor het inzicht in de financiële positie van de gemeente. De paragrafen zijn dwarsdoorsnedes van de verschillende programma’s. De paragrafen zijn om verschillende redenen opgenomen in de jaarstukken: • • • •

Het onderwerp heeft mogelijk een grote financiële impact. Het onderwerp heeft een grote politieke betekenis. Het onderwerp is van belang voor de uitvoering van de programma’s. Het is noodzakelijk dat de Raad beschikt over een overzicht van deze onderwerpen voor de uitvoering van haar taken.

Wat is het verschil tussen Programma’s en Paragrafen? De programma’s in de vorige hoofdstukken zijn direct gericht op burgers. De paragrafen indirect. De paragrafen zijn namelijk de kaders die de Raad voor het College stelt voor het beheer en de uitvoering. Welke paragrafen zijn er? De onderwerpen van de paragrafen zijn voorgeschreven door het BBV: • • • • • • •

61

Lokale heffingen; Weerstandsvermogen en risicobeheersing; Onderhoud kapitaalgoederen; Financiering; Bedrijfsvoering; Verbonden partijen; Grondbeleid.

2.1. Paragraaf Lokale heffingen De invoering, wijziging of intrekking van lokale heffingen vindt plaats met een belastingverordening. De vaststelling van de tarieven vond plaats in december 2020. De lokale heffingen bestaan uit de gemeentelijke belastingen, rechten en retributies. Deze vormen een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente. Lokale belastingen worden onderscheiden in heffingen waarvan de besteding gebonden dan wel ongebonden is. Ongebonden lokale heffingen (OZB en hondenbelasting) worden tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend, omdat de besteding niet is gebonden aan een bepaalde taak. Gebonden heffingen, zoals de afvalstoffen- en rioolheffing, worden verantwoord op het betreffende programma en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. In deze paragraaf is opgenomen: a. de verantwoording van de geraamde inkomsten; b. het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; c. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen. Hierin wordt inzichtelijk gemaakt hoe de lasten zich verhouden tot de inkomsten; d. een aanduiding van de lokale lastendruk; e. een beschrijving van het gevoerde kwijtscheldingsbeleid. a. Overzicht inkomsten gemeentelijke heffingen bedragen * € 1.000 Omschrijving Afvalstoffenheffing

Raming 2020 Realisatie 2020 Raming 2021 Realisatie 2021 2.007

2.061

2.142

2.163

1

0

1

1

BIZ

101

96

102

4

Forensenbelasting

22

26

22

30

Hondenbelasting

166

157

118

121

Leges burgerzaken

255

241

252

322

Leges omgevingsvergunning

445

537

468

733

Leges overig

45

111

45

84

Marktgelden

15

13

15

10

4.392

4.473

4.501

4.473

526

550

531

557

2.747

2.787

2.893

2.984

223

7

225

233

10.945

11.059

11.316

11.715

Begraafplaatsenrechten

OZB-eigenaren OZB-gebruikers niet-woning Rioolheffing Toeristenbelasting Totaal

Van elke euro die huishoudens en bedrijven in Nederland aan belastingen en sociale premies betalen ging in 2021 3,7% naar de gemeenten. De decentrale overheden nemen samen 5,2% voor hun rekening, de rijksoverheid 94,8%. De gemeente Losser ontvangt € 11,7 miljoen aan belastingen en retributies.

62

Grafiek: uit Coelo-atlas overzicht van de lokale lasten 2021 b. Beleid ten aanzien van de lokale heffingen Ontwikkeling tarieven De tarieven voor de riool- en afvalstoffenheffingen worden geraamd op basis van het uitgangspunt dat zoveel mogelijk wordt gestreefd naar 100% kostendekking. Voor de rioolheffing betekende dit een stijging van 5,2%. De tarieven toeristenbelasting zijn met 2,1% gestegen. De voor 2021 geldende tarieven voor de overige belastingen en rechten stegen met een inflatiecorrectie, uiteraard met uitzondering van die tarieven, die het rijk heeft vastgesteld, dan wel gemaximeerd. Op basis van het Centraal Economisch Plan werd uitgegaan van 2,3%. De tarieven van de Hondenbelasting zijn, afgezien van de gebruikelijke indexering, weer met 25% verlaagd. c. Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen Gemeenten zijn beperkt in de te heffen belastingsoorten. Deze zijn limitatief opgesomd in de wet. Naast belastingen, heft de gemeente rechten en leges voor individuele dienstverlening aan haar burgers. De tarieven van deze rechten en leges dienen zodanig vastgesteld te worden dat de geraamde opbrengsten, de geraamde kosten voor het verlenen van de diensten niet overschrijden. De opbrengst van deze zogeheten gebonden heffingen dient alleen ter bestrijding van de kosten die de gemeente voor de betreffende dienstverlening maakt.

Het kostendekkingspercentage mag om die reden dan ook maximaal 100 zijn. De gemeente is vrij in de besteding van de opbrengst van de ongebonden heffingen (algemene belastingen). De volgende belastingen en retributies zijn geheven: Ongebonden belastingen

Gebonden belastingen

Forensenbelasting

Afvalstoffenheffing

Hondenbelasting

Bijdrage Bedrijven Investering Zone

Onroerendezaakbelastingen

Leges en Rechten

Toeristenbelasting

Rioolheffing

63

Mate van kostendekking van de gebonden belastingen Activiteiten groep

Lasten Overhead BTW Totale Heffinge taakveld lasten n (baten)

Overig e baten

Total Kostene dekkendhei baten d

Afvalstoffenheffin g

1.971

200

244

2.415

2.163

324

2.487

Kwijtschelding afvalstoffenheffin g

72

0

0

72

0

0

0

2.456

248

373

3.077

2.971

106

3.077

0

0

0

0

0

0

4.500

448

617

5.564

5.134

431

5.564

100%

Titel 1: leges algemene Dienstverlening

656

0

6

663

389

3

391

59%

Titel 2: dienst verlening vallend onder de fysieke leefomgeving/ vergunningen

1.288

0

24

1.312

737

35

772

56%

Titel 3: dienstverlening vallend onder de Europese dienstrichtlijn

10

0

0

10

0

0

0

0%

Subtotaal leges

1.955

0

30

1.985

1.125

38

1.163

59%

Totaal

6.454

448

647

7.549

6.259

468

6.727

83%

Rioolheffing Kwijtschelding rioolheffing Subtotaal heffingen

100%

100%

d. Woonlastenontwikkeling De hoogte van de gemeentelijke woonlasten krijgt regelmatig aandacht in de media. Onder woonlasten verstaan we: onroerendezaakbelastingen, afvalstoffen- en rioolheffing. Het zijn belastingen en tarieven waarmee ieder huishouden in een gemeente jaarlijks te maken krijgt. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) publiceert jaarlijks de Atlas van lokale lasten. Men vergelijkt daarin per gemeente de woonlasten van een woning met een voor die gemeente gemiddelde waarde. De tariefsaanpassingen voor de OZB, afval- en rioolheffing leiden voor een gemiddeld Lossers gezin (met eigen woning) tot de volgende woonlastenontwikkeling voor de periode 20162021: Woonlastenontwikkeling

2016

2017

2018

2019

OZB Eigenaar

335,69 341,72

346,59

354,94 361,64 375,77

Afvalstoffenheffing (meerpersoons)

174,24

176,04

209,40

206,68 207,24 224,75

Rioolheffing

214,11

250,00

250,00

255,24 263,76 277,59

Totaal

725,04

767,76

805,99

816,86 832,64 878,11

64

2020

2021

e. Kwijtscheldingsmogelijkheden De gemeente moet bij het vaststellen van kwijtschelding landelijke regels toepassen. Binnen deze mogelijkheden zijn de volgende eigen beleidskeuzes gemaakt: •

• • • • •

Voor de OZB en de afvalstoffenheffing (vaste bedrag volledig, gebruiksvergoeding restcontainer en variabel bedrag van maximaal € 29,70) is kwijtschelding mogelijk, waardoor minima geen gemeentelijke woonlasten betalen; Voor extra containers wordt geen kwijtschelding afvalstoffenheffing verleend; Bij de normkosten van bestaan wordt uitgegaan van 100% van de bijstandsnorm; Ondernemers worden voor de gemeentelijke belastingen gelijkgesteld met particulieren; Kosten voor kinderopvang worden in aanmerking genomen als uitgaven bij de berekening van de betalingscapaciteit en; Bij de normkosten van bestaan voor AOW’ers wordt uitgegaan van 100% van de netto AOW-norm.

In 2021 is voor bijna € 73.000 aan gemeentelijke belastingen in het kader van het minimabeleid kwijtgescholden. Hierbij gaat het met name om de Afvalstoffenheffing.

65

2.2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen geeft een indicatie van de mate waarin de gemeente tegenvallers kan opvangen, zonder dat de uitvoering van taken in gevaar komt. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. Dit verhoudingsgetal is de ratio weerstandsvermogen. Relevante wetgeving en gemeentelijk beleid De wetgeving en het gemeentelijk beleid voor het weerstandvermogen zijn vastgelegd in: • • •

Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) provincies en gemeenten. Financiële verordening gemeente Losser 2018. Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement 2018.

1. Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat in de gemeente Losser uit de Algemene risicoreserve en de reserves, specifiek ter dekking van de risico’s gerelateerd aan grondexploitaties. Algemene risicoreserve Deze reserve is eind 2021 groot: € 16.627.000. Daarnaast wordt de reserve 'Grondexploitatie' met een omvang van € 1.000.000 aan de weerstandscapaciteit toegerekend. Uit onderstaande tabel blijkt dat de beschikbare weerstandscapaciteit ultimo 2021 € 17.627.000 is. De verwerking van het jaarresultaat 2021 is daarbij nog niet betrokken. Tabel: Beschikbare weerstandscapaciteit ultimo 2021 Componenten: Algemene risicoreserve

€ 16.627.000

Reserves Risico grondexploitatie en Afboeking grond

€ 1.000.000

Stand eind jaar 2021

€ 17.627.000

2. Inventarisatie risico's In de nota Weerstandsvermogen en risicomanagement is aangegeven dat het risicomanagement aan de P&C cyclus wordt gekoppeld. De risico's worden daardoor periodiek onder de aandacht gebracht en bijgesteld. Uitgangspunten bij de beoordeling van de risico's zijn: • • •

Normale bedrijfsvoeringrisico's worden niet bij de risico's meegenomen. Risico's die een gelijksoortige oorzaak hebben worden samengevoegd. Verzekerde risico's worden niet meegenomen.

Gevolg van deze inventarisatie is dat het totaal van de risico's € 4.060.000 bedraagt (exclusief de risico's van de grondexploitatie, die worden hieronder nader toegelicht). Uit een simulatie blijkt dat een weerstandscapaciteit van € 1.604.000 nodig is om alle risico's af te kunnen dekken. Met behulp van een risicoscore kunnen de risico's worden geprioriteerd en wordt inzichtelijk wat de belangrijkste risico's zijn.

66

In onderstaande tabel zijn de tien grootste risico's weergegeven. Het percentage geeft aan hoe groot een bepaald risico is in verhouding tot de totaal benodigde weerstandscapaciteit van € 1.604.000. De tien grootste risico’s jaarrekening 2021:

1.

Onderwerp

Risico omschrijving

Schommelingen in de conjunctuur

Als gevolg van schommelingen in de 22,51% conjunctuur kunnen zowel aan de kosten- als de opbrengstenkant onvoorziene nadelige incidentele effecten optreden.

Overige onvoorziene risico's

Hierbij valt te denken aan calamiteiten binnen de gemeente, zoals extreem weer of een bedrijfsongeval. Maar ook politieke en bestuurlijke risico's.

BTW verbouwing Twents Carmel College

De belastingdienst gaat niet akkoord met de 10,31% aftrek van de Btw voor het schoolmodel. Hiertegen loopt een juridische procedure. De uitkomst daarvan is ongewis.

Algemene Uitkering gemeentefonds wordt lager

Algemene Uitkering gemeentefonds wordt lager.

9,38%

Budget Jeugd

Door openeindfinanciering en een onvolledig beeld van de uitgaven is het budget Jeugd mogelijk niet toereikend en moeilijk beheersbaar.

9,37%

Garantstellingen

Door de leningverstrekker wordt een beroep gedaan op de garantstellingen van de gemeente Losser, voor leningen die door partners zijn aangegaan (voor een compleet overzicht zie de 'niet uit de balans blijkende verplichtingen').

6,22%

Aftreden wethouder

Is nu beperkt tot algemeen bestuurlijk en beperkt risico, dat wethouder door omstandigheden moet aftreden

4,94%

Invoering omgevingswet

De Omgevingswet biedt gemeenten de mogelijkheid om met overzichtelijkere regels de leefomgeving meer in samenhang in te richten. Het biedt daarnaast meer ruimte voor lokaal maatwerk en leidt tot een betere en snellere besluitvorming. Afhankelijk van de door Losser gemaakte keuzes heeft dit in meer of mindere mate financiële consequenties.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

8.

67

12,68%

4,71%

Budget WMO

Door openeindfinanciering en een onvolledig beeld van de uitgaven is het budget WMO mogelijk niet toereikend en moeilijk beheersbaar.

4,69%

Derden stellen gemeente aansprakelijk

Derden stellen gemeenten aansprakelijk.

4.24%

9.

10.

Invloed

Risico's grondexploitatie Ter bepaling van de vereiste weerstandscapaciteit van de grondexploitaties maken we gebruik van de Monte Carlo simulatie. Dit is een simulatietechniek waarbij grondexploitaties vele malen worden gesimuleerd, elke keer met andere startcondities. Hierbij houden we rekening met risico’s aan de kosten- en opbrengstenkant maar ook op onzekere gebeurtenissen. De uitkomst is een momentopname. Marktomstandigheden kunnen snel wijzigen. Dit kan leiden tot fluctuaties in de vereiste weerstandscapaciteit. Om vinger aan de pols te houden actualiseren we daarom jaarlijks zowel bij de jaarrekening als tussentijds bij de programmabegroting de vereiste weerstandscapaciteit. De vereiste weerstandscapaciteit van de grondexploitaties is ultimo 2021 afgenomen tot € 232.000. Deze afname komt vooral doordat: •

• •

het risico op terugbetaling van winstnemingen afneemt naarmate projecten de fase naderen waarbij jaarlijks meer opbrengsten dan kosten worden gerealiseerd. Dit leidt met name bij De Saller tot een lager risico; daarnaast is na het bereiken van overeenstemming met onze contractpartner over de woonrijp maak kosten van de Saller fase 2C het bijbehorende risico vervallen; de Raad heeft besloten de Geurmeij conform het geldende bestemmingsplan te ontwikkelen. Hiermee is vooralsnog het risico op het afboekscenario in de risicoanalyse komen te vervallen.

3. Ratio weerstandsvermogen en verwachte ontwikkelingen Benodigde weerstandcapaciteit: De geïnventariseerde risico’s zijn de basis voor de risicosimulatie die uitgevoerd wordt. Op basis van die simulatie wordt het bedrag berekend dat nodig is om deze risico’s in financiële zin af te dekken. Conclusie is dat alle risico's, met 90% zekerheid, kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 1.836.000 (€ 1.604.000 voor de geïnventariseerde risico's in de bedrijfsvoering/beleid en € 232.000 voor de risico's van de grondexploitaties). Beschikbare weerstandscapaciteit: De weerstandscapaciteit bestaat in de gemeente Losser uit de Algemene risicoreserve en de reserves specifiek ter dekking van de risico’s gerelateerd aan de gronden. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt ultimo 2021 € 17.627.000. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de bestemming van het rekeningresultaat 2021. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt de ratio weerstandsvermogen. De gemeenteraad heeft aangegeven dat de minimaal wenselijke ratio weerstandsvermogen tussen de 1,4 en 2,0 ligt. Oftewel, de beschikbare weerstandscapaciteit dient minimaal 140 tot 200% van de benodigde weerstandscapaciteit te bedragen. Ratio weerstandsvermogen eind 2021 = € 17.627.000 : € 1.836.000 = 9,60.

De ratio weerstandsvermogen bevindt zich daarmee boven de door de Raad vastgestelde minimale bandbreedte van 1,4 - 2,0. In het vervolg wordt dit toegelicht.

68

Tabel, ontwikkeling in de ratio weerstandsvermogen: Analyse van de weerstandsratio Beschikbare weerstandscapaciteit

Eind 2020

Eind 2021

Verschil

Algemene risicoreserve

€ 14.976.000

€ 16.627.000

€ 1.651.000

Reserves risico grond

€ 1.250.000

€ 1.000.0000

- € 250.000

Totaal

€ 16.226.000

€ 17.627.000

€ 1.401.000

Risico's algemeen

€ 1.844.000

€ 1.604.000

€ 240.000

Risico's grondexploitaties

€ 2.020.000

€ 232.000

€ 1.788.000

Totaal risico's

€ 3.864.000

€ 1.836.000

€ 2.028.000

4,2

9,6

5,4

Benodigde weerstandscapaciteit

Weerstandsratio (afgerond)

De beschikbare weerstandscapaciteit is vergeleken met de jaarrekening 2020 met € 1,4 miljoen toegenomen. Omdat bovendien de risico’s zijn gedaald, is de weerstandsratio in de jaarrekening 2021 5,4 hoger dan de ratio van 4,2 uit de jaarrekening 2020 en komt uit op 9,6. De tabel hieronder geeft een overzicht van de ontwikkeling van de ratio weerstandsvermogen per 31-12 in de afgelopen jaren (afgerond op één cijfer achter de komma). Ontwikkeling ratio weerstandsvermogen Ratio weerstandsvermogen

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

1,3

1,9

2,4

3,0

2,5

4,2

9,6

Prognose ratio weerstandsvermogen 2022 en verder Verwachte ontwikkeling weerstandscapaciteit ultimo 2021 tot en met 2025 Component

2022

2023

2024

2025

Aanwezig weerstandsvermogen

€ 16.252.000 € 16.682.000 € 16.690.000 € 16.416.000

Benodigd weerstandsvermogen

€ 1.836.000 € 1.836.000 € 1.836.000 € 1.836.000

Prognose ratio weerstandsvermogen (afgerond)

8,9

9,1

9,1

8,9

In bovenstaande tabel is de verwachte meerjarige ontwikkeling van de weerstandsratio aangegeven. De meerjarige verwachting is dat de ratio (variërend tussen de 8,9 en 9,1) ruim boven de door de Raad vastgestelde bandbreedte blijft. In het schema hierboven is geen rekening gehouden met de bestemming van het positieve rekeningresultaat 2021. Dit kan leiden tot een verhoging van de ratio. 4. Financiële kengetallen Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing een verplichte set van vijf financiële kengetallen moet worden opgenomen. De invoering van deze set is bedoeld om de financiële positie van de gemeente inzichtelijker te maken. Kengetallen worden veelal gebruikt als analyse-instrument. Voordeel hiervan is dat gemeenten beter met elkaar vergeleken kunnen worden. Het zal duidelijk zijn dat het nut van het gebruik van kengetallen om de volgende redenen dient te worden genuanceerd:

69

• • •

Kengetallen hebben slechts betrekking op het verleden en geven geen zekerheid over de toekomst. Kengetallen zijn veelal slechts een momentopname. Kengetallen zijn vaak gebaseerd op veronderstellingen. Financiële kengetallen

Rekening Begroting Rekening Begroting 2020 2021 2021 2022

1A Netto schuldquote

55,0 %

42,9 %

41,9 %

56,2 %

1B Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

47,9 %

34,4 %

42,1 %

56,0 %

2

Solvabiliteitsratio

34,4 %

37,6 %

35,5 %

30,2 %

3

Structurele exploitatieruimte

3,0 %

1,4 %

-0,3 %

0,5 %

4

Grondexploitatie

11,4 %

9,9 %

0,3 %

6,9 %

5

Belastingcapaciteit

112,5 %

113,0 %

108 %

112,4 %

Hieronder worden de kengetallen in hun onderlinge relatie beschouwd en van een toelichting voorzien. De kengetallen geven een indicatie hoeveel (financiële) ruimte de gemeente heeft om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. De tabel toont de ontwikkeling over de jaren. Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten op de exploitatie drukken. Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen zowel inclusief, als exclusief de doorgeleende gelden. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. De VNG hanteert een kritische waarde van 130%, hier bevinden zich zowel de netto schuldquote inclusief als exclusief de doorgeleende gelden met respectievelijk 41,9 % en 42,1 % beduidend onder. De gemeente bevindt zich hiermee in de categorie gemeenten met het laagste risico. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is op de langere termijn aan zijn financiële verplichtingen te voldoen.

Deze ratio geeft de mate aan waarin de gemeentelijke bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Anders gezegd: het aandeel van het eigen vermogen in het totaal vermogen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, hoe gezonder de gemeente. In bovenstaande tabel zijn de voormalige reserves Riool en reiniging opgenomen als voorziening conform wijziging BBV en daarmee uit het eigen vermogen verdwenen. Met een score van 35,5 % behoren we tot de categorie gemeenten met een gemiddeld risico. Structurele exploitatieruimte Dit financiële kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting of financieel resultaat is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting, maken we onderscheid tussen structurele en incidentele lasten. Hoe hoger het percentage, hoe groter het aandeel van de structurele baten ten opzichte van de structurele lasten in het geheel aan baten. Zoals in de tabel weergegeven, is voor de jaren 2020 en 2022 sprake van een positief saldo exploitatieruimte. De gemeente bevindt zich hiermee in de categorie gemeenten met het laagste risico. Voor het jaar 2021 was sprake van een negatief saldo exploitatieruimte.

70

Kengetal grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grondpositie (boekwaarde) zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Dit kengetal alleen, heeft slechts een beperkte waarde. De relatie vraag en aanbod woningbouw of bedrijventerrein, planning et cetera spelen hierbij ook een cruciale rol. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De gemeente bevindt zich met het percentage 0,3 % in de categorie gemeenten met het laagste risico. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de Rioolheffing en Reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit scoort met 108 % boven het landelijk gemiddelde (100%). De gemeente bevindt zich hiermee in de categorie gemeenten met een hoog risico.

71

2.3. Onderhoud kapitaalgoederen Samenvatting Gemeenten beschikken over kapitaalgoederen zoals groenvoorzieningen en plantsoenen, wegen, bruggen, riolering, water, vijvers, sport- en speelvoorzieningen en gebouwen. Deze eigendommen, noodzakelijk voor een goede leefomgeving, vertegenwoordigen een grote waarde. Investeren in onderhoud en vervanging is noodzakelijk om deze ook op lange termijn in stand te houden. In juli 2013 is de “Nota Kapitaalgoederen Openbare Ruimte” door de Raad vastgesteld. Op basis van deze overkoepelende strategische nota is en wordt gewerkt om de gehele integrale - beheercyclus te optimaliseren en te verankeren in de gemeentelijke beleidscyclus. Hiervoor is een traject van meerdere jaren opgezet waarin nieuwe beheerpakketten worden aangeschaft, geïmplementeerd en operationeel gemaakt, beheer- en beleidsplannen per beheerdiscipline worden opgesteld en de strategie inzake vervangingsinvesteringen in de openbare ruimte, samen met de Raad, verder wordt uitgewerkt. Centraal bij de beheercyclus staat de strategie om, vanuit het integraal beheer en inrichting van de openbare ruimte, mede invulling te geven aan het bereiken van strategische doelen van de gemeente, zowel inhoudelijk als qua proces. In 2021 lag de nadruk op de afronding van de implementatie en het vullen van het aangeschafte integrale beheerpakket.

Er is verder gewerkt aan de integratie met de BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie). Hiermee zijn in beheer zijnde arealen geactualiseerd en kunnen per vakdiscipline beheer- en beleidsplannen opgesteld worden. Het beleidsplan ‘Licht in de openbare ruimte’ met het vervangingsplan openbare verlichting en het GRP zijn respectievelijk eind 2017 en begin 2018 vastgesteld. Het beleidsplan Wegen is in 2019 vastgesteld. Voor het beleid- en beheerplan Kunstwerken zijn in 2018 alle beheerobjecten geïnspecteerd en visueel beoordeeld. Dit heeft in 2019 geleid tot aanvullend onderzoek en constructieberekeningen bij een beperkt aantal kunstwerken. Deze informatie samen vormt de basis voor het beleid- en beheerplan met daarbij een inschatting van de benodigde lange termijn vervangingsinvesteringen voor Kunstwerken. In 2021 is een begin gemaakt met het opstellen van een Beleid- en beheerplan voor civieltechnische kunstwerken. Na het in kaart brengen van het achterstallige onderhoud en de vervangingswaarde voor het Groenbeleid- en beheerplan, is in 2021 gestart met het opstellen van een beleidsplan. Op gebied van afvalinzameling heeft de Raad in december 2013 ingestemd met de gezamenlijke ambitie "Afvalloos Twente in 2030". Ook Losser werkt stapsgewijs aan deze ambitie. De eerste evaluatie ’Diftar’ heeft geleid tot enkele kleine aanpassingen.

In verband met de coronapandemie en de daaraan verbonden maatregelen, is er in de laatste twee jaar een verschuiving geweest in de hoeveelheid afval. Hierdoor is de tweede evaluatie opgeschoven omdat dit anders een vertekend beeld zou kunnen geven. Ten aanzien van de vervangingsinvesteringen is de systematiek van het Integraal Meerjaren Investerings- en onderhoudsprogramma voor de openbare ruimte (MIP) verder uitgewerkt en ingebed in de P&C-cyclus. Met het MIP wordt erop gestuurd om met investeringen in de openbare ruimte mede invulling te geven aan ruimtelijke ontwikkelingen en het bereiken van strategische gemeentelijke doelen. Kaders/Doelen Algemeen In het coalitieakkoord 2018-2022 “Met opgestroopte mouwen vooruit” heeft het College aangegeven te hechten aan een goede kwaliteit van de leefomgeving. Met investeringen in de openbare ruimte wordt beoogd meer te bereiken dan alleen een schone, hele en veilige

72

leefomgeving. De inrichtingskwaliteit gaat steeds nadrukkelijker een rol spelen bij het creëren van aantrekkelijke buurten en wijken. Daarnaast spelen grote uitdagingen zoals de warmtetransitie en klimaatadaptatie. Samen met de vervangingsopgave in de openbare ruimte, leidt dit tot een integrale en gebiedsgerichte aanpak. Via het MIP worden onderhoudsgelden en vervangingsinvesteringen in de openbare ruimte zodanig ingezet dat deze ook bijdragen aan de gemeentelijke doelstellingen, zoals verwoord in de “Toekomstvisie gemeente Losser 2025; samen schatbewaarders van de gemeente Losser. Voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte betekent dit dat het MIP weer is geactualiseerd en dat de al gehanteerde werkwijze om synergie te bereiken door waar mogelijk beheerbudgetten mede in te zetten als cofinanciering voor integrale uitvoeringsprojecten in de openbare ruimte, wordt voortgezet. Dit heeft geresulteerd in onder andere het verwerven van een Erfgoeddeal. Dit beleid heeft middels de voorgaande programmabegrotingen en voorjaarsnota’s geleid tot het vrijmaken van investeringsruimte voor investeringen in de openbare ruimte voor de komende jaren.

Dit betreft aanvullende financiering van uitvoeringsprogramma’s die behoren bij bijvoorbeeld: de “Kwaliteitsimpuls De Lutte”, het “Parapluplan centrum Losser”, "Kwaliteitsimpuls Beuningen", “Kwaliteitsimpuls Glane” en integrale herinrichtingsprojecten welke bijdragen aan gemeentelijke beleidsdoelen zoals verkeersveiligheid en bereikbaarheid, recreatieve infrastructuur, investeringen in vitale dorpscentra. Ten aanzien van openbare verlichting draagt de uitvoering van het vervangingsplan bij aan doelstellingen op het gebied van energie en duurzaamheid. Strategie Om de ambitie van de vastgestelde onderhoudskwaliteit te behalen is de volgende strategie gevolgd: Sturen op kwaliteit De onderhoudswerkzaamheden worden gestuurd op het door de Raad vastgestelde onderhoudsniveau. Door de beperkte beschikbare financiële middelen in het verleden, is voor voorzieningen in de openbare ruimte de levensduur zo ver mogelijk opgerekt als mogelijk binnen de afgesproken kwaliteit, om zo kosten te besparen. Met deze strategie zijn “de grenzen” wat meer opgezocht. Vervangingsinvesteringen en herinrichting openbare ruimte (via MIP) De Nota Kapitaalgoederen heeft betrekking op het (dagelijks) onderhoud van de openbare ruimte en gaat niet in op de vervanging of herinrichting van de openbare ruimte.

Hierin voorziet het MIP (integraal meerjarig investering- en onderhoudsprogramma voor de openbare ruimte). De basis van het MIP wordt gevormd door de vervangingsplannen, die per beheerdiscipline (op basis van periodieke kwaliteitsinspecties) worden opgesteld. Het MIP bevat een lijst van technisch urgente projecten, gecombineerd met synergie-kansen. Dit zijn projecten waarmee door samenloop van onderhoud, vervanging en nieuw beleid, op basis van synergie, meerdere doelen bereikt kunnen worden. Ook investeringen in de openbare ruimte vanuit het Grondbedrijf worden hierbij betrokken. Door deze integrale aanpak krijgen ook ‘derden’ kansen om aan te haken bij investeringen in de openbare ruimte (bijvoorbeeld de woningstichting, nutsbedrijven, waterschap) en zijn er wellicht bijdragen mogelijk vanuit andere overheden en/of bijdragen van derden (bijvoorbeeld bij ontwikkellocaties). Op basis van het MIP is bij de Voorjaarsnota, voor de meest urgente vervangingsinvesteringen en/of synergiekansen, ontbrekende financiële middelen aangevraagd. De Raad besluit uiteindelijk in de Programmabegroting over de kredieten. Indien geen of

73

onvoldoende kredieten en/of vervangingsbudgetten beschikbaar worden gesteld, moet worden “doorbeheerd”. Dit betekent dat vanuit het onderhoudsbudget, met dagelijks onderhoud en kleine maatregelen, de omgeving 'schoon, heel en veilig' wordt gehouden. Dit kan leiden tot het doorschuiven van de deelbudgetten, die al wel beschikbaar waren (bijvoorbeeld bij rioolvervangingen kan dit voorkomen). Relatie tussen het MIP en de meerjarenbegroting In het MIP wordt op hoofdlijnen integraal inzichtelijk gemaakt welke (vervangings-) investeringen en projecten in de openbare ruimte de komende vier jaar een rol gaan spelen. Het MIP is echter een dynamisch plan waarop vele externe factoren invloed hebben. Om deze reden is ervoor gekozen de investeringen waarvan de kapitaallasten beginnen te lopen binnen de scope van de meerjarenbegroting, daadwerkelijk op te nemen in de programmabegroting. Investeringen waarvan de kapitaallasten buiten de scope vallen, blijven via het MIP inzichtelijk en worden bij volgende programma begrotingen opgenomen. In 2021 is, conform het MIP, verder uitvoering gegeven aan (deels al lopende) projecten die worden gedekt uit al eerder beschikbaar gestelde kredieten (onder andere GRP), subsidies en reserves (waaronder de reserve wegen).

De nadruk lag in 2021 op de uitvoering van de projecten die zijn opgenomen binnen ‘Pitstop’ Burgerparticipatie inzake keuzes en prioriteitsstelling en proces Via het MIP worden uiteindelijk door de Raad beslissingen genomen inzake prioritering en keuzes over aanvullende financiële middelen. De strategie is dat technische noodzaak (vervangingsinvesteringen) de basis is van het MIP. De hoogste prioriteit volgt derhalve uit de technische noodzaak tot onderhoud en/of vervanging van een voorziening in de combinatie met het bereiken van andere beleidsdoelstellingen. Kerncijfers De totale vervangingswaarden van de kapitaalgoederen in Losser wordt geschat op ruim € 260 miljoen. Uitwerking per beheerdiscipline Wegen Onder het product Wegen vallen meerdere beheerdisciplines: • • • • • •

Wegen en verhardingen; Openbare verlichting; Gladheidsbestrijding; Recreatieve fietspaden; Straatmeubilair (inclusief toeristische bewegwijzering); Civieltechnische kunstwerken (onder andere bruggen, viaducten, beschoeiingen).

Beleidskader Voor alle beheerdisciplines die vallen onder het product Wegen, geldt dat ze deel uit maken van de Nota Kapitaalgoederen. Daarnaast vindt de uitwerking per beheerdiscipline plaats in beleid- en beheerplannen. De beleid-/beheer- en vervangingsplannen voor openbare verlichting en wegen zijn respectievelijk eind 2017 en voorjaar 2019 vastgesteld. In 2021 is een begin gemaakt met het beleidsplan civieltechnische kunstwerken. Deze is in 2021 nog niet afgerond. Op basis van inspecties is een meerjarig beheerplan gemaakt, waarmee gewerkt wordt tot het beleidsplan Civieltechnische kunstwerken wordt afgerond. Er

74

is een deel beschoeiing vervangen in de Saller en de brug in de Alleeweg is vervangen. Verder is er klein onderhoud verricht aan diverse bruggen. Hieruit voortvloeiende financiële consequenties Vervangingsinvesteringen en budgetten voor groot onderhoud worden opgenomen in het MIP, waarbinnen de integrale afweging inzichtelijk wordt gemaakt. De hoogte van de noodzakelijke onderhoudsbudgetten voor onderhoud en vervanging wordt bepaald via de kwaliteitsinspecties en recent geactualiseerde arealen. De (vervangings)investeringen worden via het MIP verankerd in de Voorjaarsnota en de programmabegroting. De budgetten voor groot en klein onderhoud zijn opgenomen in de exploitatiebegroting. Riolering en Water Beleidskader Op 13 maart 2018 is het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2018-2022 door de Raad vastgesteld. In dit (verbrede) GRP is naast de afvalwaterzorgplicht, ook de zorgplicht voor grondwater en hemelwater opgenomen. Ook is richting gegeven aan duurzaamheid en het anticiperen op klimaatontwikkelingen. Het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) heeft de afgelopen jaren een nadrukkelijke rol gespeeld op gebied van water en de waterketen. Samenwerking in de afvalwaterketen, verbetering van de doelmatigheid en klimaatontwikkelingen zijn ontwikkelingen die steeds belangrijker werden. Deze landelijke ontwikkelingen zijn vertaald naar de regio’s.

In Twente heeft dit geresulteerd in “Waterwinst 2.0”. Met die intentieverklaring spreken de 14 Twentse gemeenten, samen met het waterschap, de bereidheid uit om samen te werken in de (afval)waterketen. Doel is om een structurele kostenbesparing in de keten te realiseren. Daarnaast zijn 'kennis' en 'kwetsbaarheid' speerpunten in “Waterwinst 2.0”. “Van Waterwinst naar waterbewustzijn” Inmiddels is het besef doorgedrongen dat eenzijdige focus op kostenreductie op korte termijn niet leidt tot de gewenste ontwikkelingen. Om goed waterbeheer in Twente te kunnen garanderen zijn slimme, duurzame en integrale oplossingen nodig, waarbij betrokken partijen intensiever met elkaar willen samenwerken. Om die reden is begin 2018 door alle Twentse gemeenten ingestemd met de gezamenlijke visie “Twents Water verbindt, van waterwinst naar waterbewustzijn”. Naast aandacht voor kostenbesparing, richt de aandacht zich met name op een robuust watersysteem en klimaatbestendig Twente; het benutten van kansen vanuit de wateropgaven, om bij te dragen aan een aantrekkelijke leefomgeving, waterbewustzijn en verdergaande samenwerking. Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie is een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk.

Het Deltaplan versnelt en intensiveert de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen. In het Deltaplan zijn zeven ambities vastgelegd voor een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting van Nederland: - Kwetsbaarheid in beeld brengen (klimaatstresstesten). - Risicodialoog voeren en strategie opstellen. - Stimuleren en faciliteren. - Handelen bij calamiteiten. - Reguleren en borgen. - Opstellen uitvoeringsagenda. - Meekoppelkansen benutten.

75

Het in kaart brengen van de gevolgen van klimaatverandering kan met een stresstest. In het Deltaplan is afgesproken dat alle overheden uiterlijk in 2019 een eerste stresstest (ambitie 1) hebben uitgevoerd. Voor eind 2020 zouden de risicodialogen zijn uitgevoerd met alle relevante partijen, deze risicodialogen zijn nog niet gevoerd. Aan de Raad is een doorkijk gegeven naar het vervolgproces: de klimaatdialoog met medewerkers, inwoners en andere belanghebbenden. Helaas kon door de Coronacrisis het proces, zoals we dat met z’n allen in gedachten hadden, geen doorgang vinden. Daarom is nu een digitaal alternatief bedacht als ‘aftrap’ voor de regionale en lokale klimaatdialogen. Twents waternet, een samenwerking van de 14 Twentse gemeenten en waterschap Vechtstromen, heeft samen met de provincie Overijssel, BNA oosting en Architectuurcentrum Twente de Twentse Klimaatpraat Online georganiseerd. Het resultaat hiervan vormt ook input voor de interne en lokale klimaatdialoog, zoals we die in Losser willen gaan houden. De wijze 'waarop' wordt nog nader uitgewerkt. Daarbij wordt ook de relatie gezocht met andere onderwerpen, waarover we in gesprek gaan met Losserse inwoners en bedrijven. Samenhang met het beheer van de openbare ruimte. Investeringen in rioolvervangingen bieden vaak kansen om ook de bovenliggende openbare ruimte opnieuw in te richten.

De financiële middelen voor deze herinrichting kunnen niet ten laste van het GRP gebracht worden. Hiervoor worden andere dekkingsmiddelen ingezet, zoals onder andere het budget “Groot onderhoud Wegen”, aanvullende investeringsbudgetten (via MIP en investeringen vanuit de Programmabegroting). Ook wordt geprobeerd externe bijdragen te verwerven. Hieruit voortvloeiende financiële consequenties De financiële consequenties zijn opgenomen in het kostendekkingsplan dat integraal deel uitmaakt van het GRP. Op basis van het kostendekkingsplan wordt de hoogte van de rioolheffing bepaald. Groen en Landschap Beleidskader Groen en Landschap maakt deel uit van de Nota Kapitaalgoederen. Daarnaast vindt de uitwerking plaats in beleid- en beheerplannen. Deze beheerdiscipline draagt ook in belangrijke mate bij aan de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving. Niet voor niets worden de termen “groen en lommerrijk” genoemd als kernwaarden in de centrumvisies voor Losser en De Lutte. Om hier invulling aan te geven heeft de Raad in 2016 het Groenstructuurplan (“Groene ambitie”) vastgesteld. Ook in het kader van de noodzakelijke klimaatadaptatie speelt 'groen' een belangrijke rol. In het groen kan overtollig water tijdelijk worden opgevangen, de wortelzone van bomen en struiken houdt water langer vast.

Bomen kunnen daarnaast zorgen voor een koelere omgeving, wat vooral van belang is bij het tegengaan van hittestress in de bebouwde omgeving. Tevens zorgen bomen in grote mate voor luchtfiltering en CO2 opslag. De komende jaren willen wij daarom het aantal bomen in de kernen vergroten, door aanplant van geschikte soorten op strategische locaties. Daarbij willen we de inwoners graag betrekken. In 2021 hebben we geen grootschalige boomfeestdag kunnen organiseren, maar hebben we in die week ons bomenbestand wel uitgebreid. Zo heeft een schoolklas bomen en struweel geplant bij ’t Nilantsven. Een ander belangrijk doel van het gemeentelijk groen is het verhogen van de biodiversiteit. Hierdoor krijgen verschillende 'bestuivers' meer kansen om zich te ontwikkelen en kunnen

76

natuurlijke vijanden van plaagdieren zich beter handhaven. Biodiversiteit is belangrijk ter voorkoming en beperking van ziekten en plagen en het bewerkstelligen van een sterkere en gezondere balans in onze leefomgeving. Op diverse locaties in de gemeente is in totaal ruim 2.200m2 bloembollenmengsels aangebracht. Daarnaast is het locatieafhankelijk extensieve maaibeheer ook verder doorgevoerd, met name op plekken waar veel eiken staan, om de eikenprocessierups te bestrijden. Het hiertoe nog te ontwikkelen beleid wordt meegenomen bij het opstellen van het groenbeheer- en beleidsplan. Voor het bomenbeheer hanteren wij het 'Handboek Bomen', waarin de belangrijkste normen voor aanleg en beheer van bomen zijn vastgelegd. De hier genoemde kaders zullen worden verwerkt in het nog op te stellen beleid- en beheerplan voor groen en landschap. Vanuit het Servicebedrijf is de speciale boomverzorgingsploeg intensief ingezet. Ze hebben al veel achterstanden van de afgelopen jaren met betrekking tot snoei en boomveiligheidscontroles weggewerkt. Aanvullend zijn dergelijke werkzaamheden door een externe partij uitgevoerd om een 'grote slag' te maken. Gemeentelijke gebouwen en vastgoed Beleidskader In de Vastgoednota gemeente Losser is het beleid uitgewerkt en vastgelegd. De Vastgoedlijst eigendom gemeente Losser vormt de basis voor keuzes in het aanhouden dan wel afstoten van locaties.

Daarbij wordt beoordeeld of de locaties nog wel nodig zijn voor de eigen dienst of beleidsdoeleinden. Worden binnen afzienbare tijd (tien jaar) geen (ruimtelijke) ontwikkelingen verwacht, dan wordt voorgesteld deze locaties af te stoten en in de verkoop te zetten. Hieruit voortvloeiende financiële consequenties De vertaling van het beleid naar de begroting vindt plaats via het Meerjaren Onderhoud Plan (MOP)-gebouwen. De onderhoudsconditie wordt bepaald conform de RgdBOEI-methodiek. Voor een redelijk niveau van onderhoud wordt voor de panden met een toekomstperspectief (meer dan tien jaar) een conditiescore 3, conform de Rgd-BOEI aangehouden. Voor de af te stoten panden met een tijdelijk gebruik volstaat een conditiescore 5, conform de Rgd-BOEI op basis van klachtenonderhoud. In 2021 is voortgang gemaakt met de verduurzaming van de panden in eigendom van de gemeente, die voor eigen gebruik en beleidsdoeleinden worden ingezet. Gebouwen zijn van een nieuw energielabel voorzien en we hebben een plan opgesteld voor de volgende stap naar een energieneutraal en gasloos gebouwenbezit. Uitgangspunt is dat deze gebouwen een Energielabel A behalen. Dit wordt met name bereikt door isoleren van de 'schil' van het gebouw (daken, gevels, vloeren en kozijnen), maar ook de toepassing van LED verlichting. Op een drietal gebouwen na zijn alle werkzaamheden uitgevoerd.

Wachten is nog op de kantoren van de Gemeentewerf en gymzaal De Vlasakker. Daarnaast ook de gymzaal in Beuningen, die nog in afwachting is van het onderzoek naar een Kleintje kulturhus in Beuningen. Vervolgens zullen alle gebouwen worden voorzien van een nieuw energielabel en wordt een plan voor de volgende stap naar een energieneutraal en gasloos gebouwen bezit opgesteld. Voor het Zwembad Brilmansdennen is daar al op vooruit gelopen en onderzoek gedaan naar het gasloos verwarmen via aquathermie, waarbij gebruik wordt gemaakt van de restwarmte uit het gezuiverde afvalwater (effluent) van de rioolwaterzuivering. De benodigde extra elektriciteit, voor het onttrekken van deze warmte via warmtewisselaars en opwerken naar geschikte temperaturen via warmtepompen, wordt geleverd door zonnepanelen op het dak. Een financieel aantrekkelijke businesscase is mogelijk.

77

'Vermarkten' vastgoed en gronden. In aansluiting op de motie van de raad van 11 juni 2019 over het vermarkten van gemeentelijk vastgoed en gronden, is eind 2019 de gelijknamige notitie vastgesteld. Primair is deze notitie erop gericht richtlijnen te geven over de wijze waarop de gemeente haar vastgoed/gronden zal vermarkten. Daarbij moet rekening worden gehouden met de lopende huurcontracten, aanwezige erfpacht-/opstalovereenkomsten en ontwikkelingen in de markt. Vertaling naar de begroting Het MOP is opgenomen in de exploitatiebegroting. Investeringen in gebouwen lopen separaat via “nieuw beleid” in de Voorjaarsnota en Programmabegroting.

78

2.4. Financiering Treasurybeleid De Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet fido) geeft de kaders aan waarbinnen decentrale overheden de treasuryactiviteiten moeten uitvoeren. Het doel hiervan is de bevordering van een gezonde financiering, het bijdragen aan het behouden van de goede kredietwaardigheid en handhaving van de positie van decentrale overheden op de kapitaalmarkt. Een belangrijke eis uit de Wet fido is dat de uitvoering van de treasuryfunctie uitsluitend de publieke taak dient en dat het beheer prudent (verstandig) dient te zijn. Op 6 juli 2021 is het Treasurystatuut 2021 door de Raad vastgesteld. Hierin is het beleidskader voor Losser inzake treasury opgenomen. In het statuut is de geldende wetgeving vertaald naar de gemeente. Zo is vastgelegd: 1) Hoe de financiële risico’s, zoals het renterisico (van vaste en vlottende schuld), het kredietrisico, het liquiditeitenrisico en koersrisico, worden geminimaliseerd. 2) De verdeling van taken en bevoegdheden binnen 'treasury'. 3) De verantwoordingsrelatie, in het kader van de dienstverleningsovereenkomst, van het treasurybeleid tussen de gemeenten Enschede en Losser. Renterisicobeheer Het renterisico wordt beperkt doordat de gemeente terughoudend omgaat het vertrekken van leningen en garanties. De uitvoering van startersleningen is ondergebracht bij het Stimuleringsfonds Nederlandse Gemeenten.

Ook worden door de gemeente leningen verstrekt vanuit het Energiefonds Losser om lokale initiatieven mogelijk te maken, die bijdragen aan het energieneutraal maken van Losser. Zie paragraaf 4.3 voor de specificatie van de gewaarborgde leningen. De uitstaande garanties (nog twee) op geldleningen stammen uit de jaren 90 van de vorige eeuw. Bij deze garanties zijn geen zekerheden verkregen. De risico’s die hieruit voortvloeien zijn opgenomen in het weerstandsvermogen (zie top 10 met risico’s in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing). Losser neemt een achtervangpositie in bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) voor verstrekte leningen aan corporaties. Per 1 augustus 2021 is de nieuwe achtervangovereenkomst ingegaan. Zoals verwacht is de achtervangpositie van Losser hierdoor gestegen (met € 3,583 miljoen) aangezien de nieuwe verdeling gebaseerd is op de waarde van de bezittingen van de woningcorporaties in de gemeente. De risico’s hiervan zijn tot op heden ingeschat op nihil. Een grotere achtervangpositie heeft derhalve geen (financieel) effect op de begroting. Omslagrente De gerealiseerde omslagrente mag niet te veel afwijken van de begrote omslag. Voor 2021 is de omslagrente begroot op 1%. Een afwijking van maximaal 25% is toegestaan. Als de overschrijding groter is dient de omslagrente herrekend te worden.

In de onderstaande tabel is de vergelijking tussen begroting en realisatie voor 2021 van de omslagrente terug te vinden. Hieruit blijkt dat de afwijking binnen de toegestane afwijking blijft en niet meer rente is toegerekend via de omslagrente dan het totaal van de externe rente: Omschrijving Externe rentelasten korte en lange financiering

79

PB 2021 563.430

Realisatie 2021 560.207

Externe rentebaten (o.a. rente personeelshypotheken)

-70.495

-55.175

Totaal door te rekenen externe rente

492.935

505.032

Rente aan grondexploitaties

-59.481

2.686

Rente projectfinanciering (Kulturhus)

-27.561

-27.561

Saldo toe te rekenen externe rente

405.893

480.157

Rente over eigen vermogen

0

0

Rente over voorzieningen

0

0

405.893

480.157

-405.893

-372.147

0

108.010

0,78%

1,00%

Toe te rekenen rente Toegerekende rente aan boekwaarden Renteresultaat rente Omslagrente Afwijking t.o.v. realisatie 2021

-22,49%

Aan grondexploitaties wordt rente toegerekend op basis van de daadwerkelijke rentelasten van de langlopende en kortlopende schulden. Hierbij wordt ook nog rekening gehouden met de verhouding eigen en vreemd vermogen van de gemeente op de balans. Uiteindelijk moet de daadwerkelijke rente worden verrekend. In de begroting was rekening gehouden met een percentage van 1,44% over 2021. De werkelijke gemiddelde rente bedroeg 1,07% in 2021, doordat de verhouding eigen en totaal vermogen afwijkt van de geprognotiseerde balans uit de begroting 2021.

Kasgeldlimiet Voor het beperken van de renterisico’s, is in de Wet fido ook een norm voor de kortlopende schulden opgenomen: de kasgeldlimiet. Deze limiet is het bedrag dat de gemeente als gemiddelde netto vlottende schuld (vlottende schulden -/- vlottende middelen) maximaal mag hebben. De kasgeldlimiet bedroeg in 2021:

Uit de tabel blijkt dat de gemeente de limiet alleen gedurende het 1e kwartaal van 2021 heeft overschreden. Er is nieuwe financiering aangetrokken om te voorkomen dat sprake zou zijn van nog meer kwartalen overschrijding. Zo is voldaan aan de regelgeving uit de Wet fido. De forse ruimte in de overige drie kwartalen in 2021 hangt grotendeels samen met de

80

opbrengsten uit grondverkoop in 2021 (zie paragraaf 4.2 met toelichting op ontwikkeling activa). Renterisiconorm In de Wet fido is bepaald dat de gemeente binnen de renterisiconorm moet blijven. Het uitgangspunt van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de langlopende schulden (schulden met een looptijd van één jaar of langer). Dit gebeurt door het aanbrengen van spreiding in de looptijden van de leningen. Hiermee wordt voorkomen dat een groot deel van de leningen tegelijk opnieuw moet worden afgesloten, met het risico van snel oplopende rentelasten. De renterisiconorm beoogt in de kern dat de gezamenlijke jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen niet meer dan 20% van de totale begroting van baten en lasten mogen bedragen. Uit de onderstaande tabel blijkt dat de gemeente Losser de norm in 2021 niet heeft overschreden:

De berekening van de renterisiconorm de begroting 2021 is gelijk aan de realisatie over 2021 omdat de leningenportefeuille sinds het opstellen van deze begroting niet meer is gewijzigd. Beleidsvoornemens treasuryfunctie In 2021 heeft de treasuryfunctie zich bezig gehouden met de in de begroting al gemelde acties: •

•

Voor het opstellen van de Voorjaarsnota 2021 en de Programmabegroting 2022 is verder gewerkt aan het optimaliseren van de geprognotiseerde balans. Zo is in 2021 de afwijking tussen de begrote omslagrente en de werkelijke rente onder de toegestane grens gebleven en was nacalculatie niet noodzakelijk. Tegelijkertijd is ook gewerkt aan de aanscherping van de investeringsplanningen. De investeringen maken een belangrijk onderdeel uit van de geprognotiseerde balans. Voor toekomstige jaren zijn de liquiditeitsplanningen daarmee nauwkeuriger geworden, waardoor een betere inschatting is te maken van de benodigde financiering.

Limieten 2021 In de financieringsparagraaf dienen conform artikel 16, lid 3 van de Financiële verordening jaarlijks de limieten voor het opnemen van kredieten in rekening-courant, het uitzetten van tijdelijk overtollige geldmiddelen en het aantrekken van langlopende geldleningen te worden vastgesteld. De Raad stelt hiermee de grenzen vast waarbinnen het college in 2021 kon financieren of beleggen. Uit de onderstaande tabel blijkt dat de limiet voor de netto-vlottende schuld in de 1e kwartaal van 2021 is overschreden, waarvan ook melding is gemaakt bij het onderdeel 'Kasgeldlimiet'. Daarnaast is in het 1e kwartaal van 2021 meer langlopende financiering aangetrokken dan was voorzien. Voordat deze leningen zijn aangetrokken is de raad hierover geïnformeerd.

81

82

2.5. Bedrijfsvoering Organisatie Het was een intensief jaar, met aansprekende resultaten, maar ook met zorgen. We hebben te maken met vraagstukken binnen de organisatie. De verandering in aard en omvang van taken, digitalisering en complexiteit vraagt om een andere manier van werken en organiseren. De krapte op de arbeidsmarkt heeft effect op de realisatie van ambities. Inhuur leidt tot hogere kosten en afkalving van kennis. Door een tekort aan capaciteit kunnen we onvoldoende leveren en neemt de werkdruk toe. Een vicieuze cirkel waar we uit moeten komen. We blijven inzetten op het creëren van inzicht in de werkprocessen (ketenbenadering), vereenvoudiging en verbinding. Hierdoor kunnen we met elkaar keuzes maken op hoe middelen moeten worden ingezet om het reguliere werk goed te kunnen doen en om onvermijdelijke ontwikkelingen te gaan organiseren. Extra structurele financiële impulsen zullen hierbij onoverkomelijk zijn. Programma's In 2021 heeft het programma Bridge een start gemaakt met het op orde brengen van het informatie-, documentatie- en gegevensbeheer met de daarbij behorende budgetten voor Enschede en Losser. Een programma dat impact en effect heeft over de volle linie van de organisatie. Hybride werken is ook een mooi voorbeeld van succesvol integraal werken: faciliterend vanuit IT, P&O en VFBE waarbij de benodigde kaders vanuit deze disciplines zijn vastgesteld.

We zijn als organisatie goed in staat om digitaal te werken. Uiteraard heeft ook onze organisatie baat gehad bij de gedwongen werkelijkheid van het thuiswerken. In rap tempo heeft vrijwel iedereen zich de vaardigheid van digitaal afstemmen en vergaderen eigen gemaakt. Tegelijkertijd constateren we dat er nog veel te leren is om de aanwezige digitale werkomgeving ten volle te benutten en komt er steeds meer functionaliteit en integratie bij. Het eigen maken van deze mogelijkheden waar dat nodig is voor het functioneren berust bij de organisatie en de medewerker. Dit betekent dat we ook de komende jaren middelen en inspanningen in training en praktijk nodig hebben. Corona zat ons in 2021 nog erg in de weg om de hybride werkomgeving echt met elkaar te ervaren en hierin te leren en te verbeteren. Informatietechnologie De impact en het belang van informatietechnologie en – management (IT&IM) is groot. Van de inwoner die een nieuw rijbewijs nodig heeft tot aan het leveren de juiste zorg in een wijk, of het aanvragen van een vergunning voor burgers en bedrijven, overal is IT&IM aanwezig. Het beveiligen en onderhouden van onze infrastructuur, applicaties en data zijn de basis. Zonder IT&IM valt het grootste deel van ons werk stil. Daarnaast willen we vernieuwen in onze dienstverlening naar onze collega’s, naar onze inwoners en bedrijven.

We zijn de afgelopen jaren en zeker ook in 2021 tegen grenzen aangelopen. Het is lastig om aan de gewenste vraag en kwaliteit te blijven voldoen in combinatie met de ontwikkelingen die we zelf aanjagen én ontwikkelingen die op ons afkomen zonder dat we daar direct invloed op hebben. Digitale transitie en strategische I-agenda Er is verder vormgegeven aan de strategische I-agenda, met informatiesessies voor management, bestuur en de Raad. De opbouwsystematiek is geharmoniseerd met de werkwijze van de gemeente Enschede. Hierdoor heeft de gemeente Losser verbinding met landelijke platformen zoals IMG100.000+ gemeenten en thema’s zoals Digitale Transitie en Common Ground. Het rapport cloudstrategie is opgeleverd en voorziet in een koers om op

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=38dd95a0-0fac-4234-9412-e164aacf695e