BP Natuurbegraafplaats Op Aust
Tekst van het document
Het gebied valt te typeren als een rustig buitengebied, zodat uitgegaan kan worden van de in de VNG-Reeks genoemde normafstanden Hinder vanuit de natuurbegraafplaats naar buiten Begraafplaatsen en uitvaartcentra hebben op basis van de VNG-reeks normafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar van respectievelijk 0 m, 0 m, 10 m en 0 meter. De meest nabijgelegen woningen van derden bevindt zich op circa 200 meter afstand, zodat er geen sprake zal zijn van hinder vanuit de natuurbegraafplaats richting (bedrijfs)woningen van derden. Verder bevindt zich aan de westkant van het plangebied zich een kampeerterrein, waar zowel standplaatsen voor kampeermiddelen zijn toegestaan als ook recreatiewoningen. Deze kampeermiddelen zijn niet als geluidsgevoelig aan te merken, wel als geurgevoelig. Een reguliere begraafplaats heeft echter een normafstand van 0 meter voor het aspect geur (en ook voor stof en gevaar) en leidt niet tot hinder. Ook ‘centraal’ ten opzichte van de natuurbegraafplaats bevinden zich twee recreatiewoningen. Recreatiewoningen zijn niet ‘geluidsgevoelig’. Recreatiewoningen zijn wel aan te merken als geurgevoelige objecten. Een reguliere begraafplaats heeft echter een normafstand van 0 meter voor het aspect geur (en ook voor stof en gevaar).
Hoewel er wordt voldaan aan de normafstand kan nog worden gesteld dat met de inrichting van de natuurbegraafplaats het zo is bepaald dat de zone waar daadwerkelijk sprake zal zijn van natuurbegraven ook rekening is gehouden met een zone van 25 meter tot de grens van het plangebied. Op deze wijze wordt overal voldaan aan de
NL.IMRO.0168.BP008vzp1703-0401 Toelichting
Gemeente Losser Bestemmingsplan Buitengebied partiele herziening Natuurbegraafplaats op Aust
Blad 55 van 64 Juli 2023 Versie 01
genoemde normafstanden en is er geen sprake van te verwachten milieuhinder vanuit de natuurbegraafplaats naar omringende bestemmingen en functies toe.
Figuur 5.6 weergave gebied waar natuur begraven mag plaatsvinden
Hinder van buiten de natuurbegraafplaats naar de begraafplaats toe Een natuurbegraafplaats is geen milieugevoelig object (voor geur, stof, geluid en gevaar), zodat er ook geen sprake is van enige belemmerde bedrijfsvoeringen van bedrijvigheid van buiten de natuurbegraafplaats. 5.9
Watertoets Ten behoeve van het plan is de watertoets uitgevoerd. Als input voor de uitgevoerde watertoets is uitgegaan van de volgende informatie. Ten aanzien van het plan is het zo dat er een beheersgebouw wordt gerealiseerd met een maximale oppervlakte van 250 m2. De afvoer van hemelwater zal geschieden door een zinkput ter plaatse waardoor het hemelwater ter plaatse kan infiltreren in de bodem. Gezien de hoogteligging van circa 33 meter boven NAP zal dat naar verwachting geen problemen opleveren en kan het water snel infiltreren. Ten aanzien van de afvoer van grijs afvalwater zal gebruik worden gemaakt van het in de nabijheid gelegen riool van 2 recreatiewoningen. Op deze wijze is er sprake van een gescheiden afvoer van water. Er is gezien de beperkte omvang van het project geen watercompensatie noodzakelijk. Tevens is gebleken uit eerder onderzoek (Alterra) dat de invloed van natuurbegraven op grond en grondwater verwaarloosbaar is. Op 20 januari 2020 is voor het bestemmingsplan de watertoets uitgevoerd. Het plangebied bevindt zich binnen het beheersgebied van het waterschap Vechtstromen. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de Normale procedure van het watertoetsproces moet worden doorlopen. Voor het verdere proces is het van belang om de RO adviseur van het waterschap te betrekken bij het plan.
Daartoe is voorliggend bestemmingsplan en dan specifiek het onderdeel over water (paragraaf 5.9) voorgelegd aan het waterschap.
NL.IMRO.0168.BP008vzp1703-0401 Toelichting
Gemeente Losser Bestemmingsplan Buitengebied partiele herziening Natuurbegraafplaats op Aust
Blad 56 van 64 Juli 2023 Versie 01
Vanuit het waterschap is per mail als volgt gereageerd op het voorliggende plan in relatie tot de watertoets. In de toelichting op het bestemmingsplan staat een voorlopige conclusie omtrent de invloed op het watersysteem en die kan ik onderschrijven. De veranderingen voor het watersysteem zijn nihil. Het hemelwater dat op het nieuwe verhard oppervlak valt, wordt geïnfiltreerd in de overwegend zandige bodem en het afvalwater wordt afgevoerd via een aanwezige riolering. De grondwaterstand is voldoende diep om niet in conflict te komen met het begraven. Het wateradvies voor dit initiatief is positief. 5.10
Verkeer en vervoer Er zijn drie momenten waarop verkeersbewegingen plaatsvinden: 1. Uitzoeken graf Allereerst zal er een graf uitgezocht worden. Dat is vaak 1 auto die door de week op afspraak komt. 2. De uitvaarten zelf Er worden circa 70 begravingen per jaar verwacht. Het aantal bezoekers per keer is erg wisselend. Bij urnbegrafenissen komt er vaak maar 1 auto, maar het zal ook wel eens een keer voorkomen dat mogelijk alle parkeerplaatsen benodigd zijn. Begravingen worden ongeveer 5 dagen van te voren bekend en geregeld en deze stroom kan dan ook goed gestuurd worden. Dit zal altijd overdag op een werkdag zijn. Soms komen mensen in een stoet, maar steeds vaker komen ze los aanrijden. In onderstaande weergave is nog een weergave gedaan van de parkeerberekening op basis van de CROW. Op basis hiervan geldt voor een reguliere begrafenis dat er tijdens een uitvaart 32 parkeerplaatsen benodigd zijn. Er wordt voorzien in 35 parkeerplaatsen. Dat aantal is voldoende om tijdens een uitvaart te kunnen voorzien in voldoende parkeergelegenheid.
NL.IMRO.0168.BP008vzp1703-0401 Toelichting
Gemeente Losser Bestemmingsplan Buitengebied partiele herziening Natuurbegraafplaats op Aust
Blad 57 van 64 Juli 2023 Versie 01
Figuur 5.7 weergave parkeerberekening
Op de hierna weergegeven tekening is de locatie van de parkeerplaatsen ook zichtbaar gemaakt.
NL.IMRO.0168.BP008vzp1703-0401 Toelichting
Gemeente Losser Bestemmingsplan Buitengebied partiele herziening Natuurbegraafplaats op Aust
Blad 58 van 64 Juli 2023 Versie 01
Figuur 5.8 weergave parkeerplaatsen
3. Grafbezoeken Als laatste vinden er grafbezoeken plaats, voornamelijk in het weekend. Het grootste gedeelte van de graven krijgt geen bezoek, maar ook een deel wel, echter vind dat verspreidt over en heel weekend plaats. 5.11
M.E.R.-beoordeling De milieueffectrapportage is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. De m.e.r.-procedure is gekoppeld aan de 'moederprocedure'. Dit is de procedure op grond waarvan de besluitvorming plaatsvindt, bijvoorbeeld de bestemmingsplanprocedure (wijzigingsplanprocedure), of een milieuvergunningsprocedure. Voor activiteiten die niet in het Besluit m.e.r. zijn genoemd, geldt geen m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. Het bestemmingsplan maakt geen ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk waarop het Besluit m.e.r. van toepassing is. Een nadere toetsing aan het Besluit m.e.r. kan dan ook achterwege blijven.
NL.IMRO.0168.BP008vzp1703-0401 Toelichting
Gemeente Losser Bestemmingsplan Buitengebied partiele herziening Natuurbegraafplaats op Aust
Blad 59 van 64 Juli 2023 Versie 01
6
Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Dit bestemmingsplan heeft betrekking op een particulier initiatief waarmee de gemeente geen directe financiële bemoeienis heeft. De kosten voor de uitvoering van het plan zijn voor rekening van de aanvrager. De kosten met betrekking tot het opstellen van dit bestemmingsplan en daaraan verwante kosten worden verhaald via de leges van de gemeente. Het plan wordt hiermee economisch uitvoerbaar geacht.
6.1
Grondexploitatie: Artikel 6.12, lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In vervolg op artikel 6.12 lid 1 Wro wordt in artikel 6.12 lid 2 Wro bepaald dat de gemeenteraad geen exploitatieplan vaststelt als het verhaal van kosten anderszins is verzekerd. Voor dit bestemmingsplan geldt dat het kostenverhaal anderszins verzekerd is. De kosten voor de ontwikkeling van het voornemen komen ten laste van aanvrager.
NL.IMRO.0168.BP008vzp1703-0401 Toelichting
Gemeente Losser Bestemmingsplan Buitengebied partiele herziening Natuurbegraafplaats op Aust
Blad 60 van 64 Juli 2023 Versie 01
7
Hoofdstuk 7 Overleg en inspraak In deze paragraaf worden, wanneer deze beschikbaar zijn en indien noodzakelijk, de resultaten van het vooroverleg op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening uiteengezet. Ook de resultaten van de ter visie legging van het ontwerpbestemmingsplan worden hier uiteengezet wanneer deze beschikbaar zijn. Burgerparticipatie Vanuit de initiatiefnemers zijn er diverse momenten geweest dat het plan is gepresenteerd aan de omgeving. Hierna is weergegeven wanneer deze bijeenkomsten zijn geweest. 1. 12 maart 2019: informatieavond voor de buurt georganiseerd, waarbij tevens de mogelijkheid is geboden om vragen te stellen; 2. 20 juni 2020; fractieleden uitgenodigd op locatie in Lutterzand om vervolgens uitleg te geven over het initiatief; 3. 17 februari 2021: digitale informatieavond voor omwonenden, waarbij tevens de mogelijkheid is geboden om vragen te stellen; 4. 13 maart 2020: omwonenden zijn uitgenodigd door initiatiefnemers om op locatie te kijken om vervolgens uitleg te geven over het initiatief. De plannen zijn daarbij toegelicht en diverse vragen zijn daarbij beantwoord. Verder heeft de initiatiefnemer regelmatig contact over de planvorming met de provincie Overijssel. Vooroverleg Op grond van artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerp bestemmingsplan toegezonden aan de provincie Overijssel.
Als reactie daarop hebben zij een mail met gewenste aanpassingen en verduidelijkingen verstuurd. Op basis daarvan is het gesprek aangegaan en zijn aanpassingen doorgevoerd. Het waterschap is niet bericht omdat zij al akkoord waren met de watertoets. Voorontwerpbestemmingsplan Met ingang van donderdag 15 juli 2021 heeft het voorontwerpbestemmingsplan met de daarbij behorende stukken gedurende zes weken ter visie gelegen. Gedurende die termijn kon door een ieder een inspraakreactie worden ingediend. Er zijn 4 inspraakreacties ingediend. Voor een weergave van de inhoud van de ingediende reacties en een overzicht van de wijze waarop de gemeente hier mee om is gegaan wordt verwezen naar de ‘Nota van Inspraak’. Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied, partiële herziening Natuurbegraafplaats op Aust” en de bijbehorende stukken hebben voor een periode van zes weken (met ingang van 29 december 2022) voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn vier zienswijzen ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan. In de als bijlage bijgevoegde ‘Nota van zienswijzen’ worden de ingekomen zienswijzen samengevat en voorzien van een reactie. Daarna wordt een conclusie getrokken. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 daarin nog een overzicht gegeven van de wijzigingen die zijn doorgevoerd richting het vast te stellen bestemmingsplan.
NL.IMRO.0168.BP008vzp1703-0401 Toelichting
Gemeente Losser
Blad 61 van 64
Bestemmingsplan Buitengebied partiele herziening Natuurbegraafplaats op Aust
Juli 2023 Versie 01
8
Hoofdstuk 8 Juridische Toelichting
8.1
Algemeen Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied. De wijze waarop deze regeling juridisch kan worden vormgegeven, wordt in grote lijnen bepaald door de op 1 juli 2008 in werking getreden Wet ruimtelijke ordening, en door het daarbij behorende Besluit ruimtelijke ordening en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012, zoals deze per 1 oktober 2012 in werking is getreden. De verbeelding dient in samenhang met de planregels te worden gelezen. In de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) met bijbehorend Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro) heeft het bestemmingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van gemeenten, provincies en het rijk. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening (hierna Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna SVBP2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP2012 zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (hierna IMRO2012) en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (hierna STRI2012) normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. Conform Wro en Bro wordt een bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting in digitale geautoriseerde bronbestanden vastgelegd en in die vorm vastgesteld.
Daarnaast kent de Wro een papieren versie van (hetzelfde) bestemmingsplan. Indien de inhoud van digitale stukken tot een andere uitleg leidt dan de stukken op papier, dan is de digitale inhoud beslissend. Het bestemmingsplan is daarmee een digitaal juridisch authentiek document. De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd. De SVBP2012 geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. De standaard heeft geen betrekking op de toelichting van het bestemmingsplan. Er worden geen normen gesteld omtrent de vormgeving en inrichting van de analoge weergave van het bestemmingsplan. De SVBP2012 heeft ook geen betrekking op de totstandkoming van de inhoud van een Bestemmingsplan. Dit is de verantwoordelijkheid van het bevoegde gezag. In de SVBP2012 is wel aangegeven hoe de inhoud van een bestemmingsplan digitaal moet worden weergegeven. De SVBP2012 geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan. De verbeelding en planregels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden.
8.2
Toelichting op de toelichting De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd.
NL.IMRO.0168.BP008vzp1703-0401 Toelichting
Gemeente Losser Bestemmingsplan Buitengebied partiele herziening Natuurbegraafplaats op Aust
Blad 62 van 64 Juli 2023 Versie 01
De digitale verbeelding is de verbeelding van het bestemmingsplan in een interactieve raadpleegomgeving, waarin alle relevante bestemmingsplaninformatie wordt getoond: de combinatie van (plan)kaart en regels met de toelichting. Een raadpleger van het bestemmingsplan moet alle relevante bestemmingsplaninformatie op eenvoudige wijze voor ogen kunnen krijgen. De relevante bestemmingsplaninformatie heeft betrekking op de bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen met bijbehorende regels in het bestemmingsplan. Voor zowel bestemmingen als aanduidingen geldt, dat deze zonder interactie zichtbaar moeten zijn in de digitale verbeelding. Uit interactie met de digitale verbeelding blijkt dan de inhoud van de bestemming en/of aanduiding. 8.3
Toelichting op de planregels De inrichting van de planregels is in de basis gebaseerd op het moederplan, in dit geval het bestemmingsplan Buitengebied. Tevens geldt de opbouw van de regels vanuit de SVBP2012. De groepering van de planregels, de naamgeving van een aantal planregels en zelf de inrichting van bestemmingen is deels bepaald door de ministeriële regeling. Een aantal planregels is zelfs geheel voorgeschreven: het overgangsrecht, de anti-dubbeltelregel en de slotregel. De regels zijn standaard ingedeeld in vier hoofdstukken. Bij elke planregel (elk artikel) wordt hieronder een nadere toelichting gegeven. Toelichting Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 : Begrippen De begripsbepalingen in artikel 1 zijn noodzakelijk bij de interpretatie van de regels. In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. De begrippen die hierin zijn opgenomen zijn terug te vinden in de bestemmingsbepalingen. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Met uitzondering van de eerste twee begrippen (plan en bestemmingsplan) zijn de begrippen alfabetisch gerangschikt. De begrippen zijn zoveel mogelijk gebaseerd op vaste jurisprudentie.
In de loop der tijd hebben de meeste begrippen zich ontwikkeld tot een standaard, waarvan ook in dit bestemmingsplan gebruik is gemaakt. Artikel 2 : Wijze van meten De bepalingen over de wijze van meten zijn in artikel 2 opgenomen. Dit artikel geeft aan hoe de hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 : Natuur – Natuur en Bos De bestemming Natuur – Natuur en Bos is primair bedoeld voor behoud, bescherming, beheer en ontwikkeling van actuele en potentiële natuur- en landschapswaarden, mede in de vorm van bossen. Voor dit bestemmingsplan geldt dat aanvullend hierop het medegebruik als natuurbegraafplaats is toegestaan op gronden die daartoe specifieke zijn voorzien van een nadere aanduiding, waarbij is gereguleerd dat binnen de gronden
NL.IMRO.0168.BP008vzp1703-0401 Toelichting
Gemeente Losser Bestemmingsplan Buitengebied partiele herziening Natuurbegraafplaats op Aust
Blad 63 van 64 Juli 2023 Versie 01
die zijn voorzien van de aanduiding ‘specifieke vorm van natuur - natuurbegraafplaats’ er geen sprake mag zijn van een grafdichtheid van meer dan 250 graven per hectare, waarbij het grondgebruik per graf niet meer mag zijn dan 3,5 m2. In de gebruiksregels van deze bestemming is dat ook gereguleerd. Tevens mag binnen de bestemming ten behoeve van de natuurbegraafplaats gebouwd worden tot een oppervlakte van 250 m 2 groot en een goot- bouwhoogte van respectievelijk maximaal 3,5 en 6 meter hoogte. Om ook te borgen dat de natuurbegraafplaats gaat worden ingericht en beheerd volgens het inrichtings- en beheerplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Artikel 4 : Verkeer - Fietspad Voor de gronden waar het bestaande fietspad is gelegen is de bestemming "Verkeer Fietspad" opgenomen. Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor wegen, voeten fietspaden. Er mogen geen gebouwen worden opgericht binnen deze bestemming. Artikel 5 : Archeologie – Waarde 2 De dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2 is opgenomen in verband met de archeologische verwachtingswaarde voor de gronden in het plangebied. In dit artikel zijn de regels verwoord hoe omgegaan moet worden met het onderdeel archeologie in relatie tot diverse (bodemkundige) ingrepen, in dit geval bij ingrepen groter dan 2.000 m2 en dieper dan 0,30 meter.
Artikel 6 : Archeologie – Waarde 3 De dubbelbestemming Waarde – Archeologie 3 is opgenomen in verband met de archeologische verwachtingswaarde voor de gronden in het plangebied. In dit artikel zijn de regels verwoord hoe omgegaan moet worden met het onderdeel archeologie in relatie tot diverse (bodemkundige) ingrepen, in dit geval bij ingrepen groter dan 2.500 m2 en dieper dan 0,30 meter. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 7 – Anti-dubbeltelregel Deze regel is geheel voorgeschreven door het Besluit ruimtelijke ordening (in artikel 3.2.4 Bro). Deze standaardbepaling strekt ertoe te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie mogelijk is gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, niet nogmaals zou kunnen worden gebruikt. Artikel 8 : Algemene gebruiksregels In dit artikel is bepaald welke activiteiten en functies in strijd zijn met de bestemmingen. Artikel 9 : Algemene aanduidingsregels Binnen deze bestemming is opgenomen hoe omgegaan dient te worden met ontwikkelingen binnen als zodanig op de verbeelding opgenomen gebiedsaanduidingen.
NL.IMRO.0168.BP008vzp1703-0401 Toelichting
Gemeente Losser Bestemmingsplan Buitengebied partiele herziening Natuurbegraafplaats op Aust
Blad 64 van 64 Juli 2023 Versie 01
Artikel 10 : Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn de algemene afwijkingsregels geformuleerd en is zichtbaar met welke afwijkingen binnen het plan het bevoegd gezag, onder genoemde voorwaarden, mee wenst te werken aan (kleinschalige) afwijkingen van het bestemmingsplan. Artikel 11 : Overige regels In dit artikel is vastgelegd hoe omgegaan dient te worden met welstand. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 12 - Overgangsregels Deze regels zijn geheel voorgeschreven door het Besluit ruimtelijke ordening (artikelen 3.2.1 en 3.2.2 Bro). Omdat een bestemmingsplan elke tien jaar moet worden herzien, betreffen de meeste bestemmingsplannen gebieden die reeds in gebruik en ingericht zijn. Een bestemmingsplan kan ruimte bieden voor ontwikkelingen en daarom soms ander gebruik en/of bebouwing toelaten dan er in werkelijkheid in het gebied aanwezig is. Bestaande rechten worden beschermd met overgangsrecht. Er is overgangsrecht voor bouwwerken en overgangsrecht voor gebruik van de gronden en bouwwerken. Artikel 13 - Slotregel Deze regel is geheel voorgeschreven door de Ministeriële regeling Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen. Deze regel geeft aan hoe de planregels van dit plan kunnen worden aangehaald. Hiermee wordt de naam van het bestemmingsplan vastgelegd. Voor de digitale uitwisseling van plannen krijgt elk plan ook een unieke code van letters en cijfers.
NL.IMRO.0168.BP008vzp1703-0401 Toelichting
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Natuurbegraafplaats Lutterzand Zandhuizerweg, 7587 De Lutte Aanlegfase Ontvangstgebouw Bron 1 (Bouwverkeer): 320 lichte vervoersbewegingen per jaar (16 weken x 5 dagen x 2 auto's per dag x 2 voor heen- en terugreis) en 20 zware vervoersbewegingen per jaar (10 vrachtwagens x 2 voor heen- en terugreis). de lichte vervoersbewegingen zijn gerekend over 4 maanden voor een timmerploeg en installatiebedrijf. De vrachtwagens zijn voor het aanleveren van beton, de prefab elementen en overige materialen; De bewuste kruising van Zandhuizerweg naar Bentheimerstraat kan gezien worden als opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is overeenkomstig jurisprudentie. Bron 2 (Mobiele werktuigen): Mobiele kraan 320 liter (2 dagen x 8 uur x 20 liter) en Harvester 160 liter (1 dag x 8 uur x 20 liter); De streepjes bij de resultaten dienen gelezen te worden als zijnde 0,00 mol/ha/jaar. Er komen geen negatieve resultaten uit de berekening.
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RtVdDBpA17w8 04 juli 2023, 12:39 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Aanlegfase Ontvangstgebouw - Beoogd Aanlegfase Ontvangstgebouw - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RtVdDBpA17w8 (04 juli 2023)
2022 -
0,1 kg/j
1,0 kg/j
2/6
Projectberekening
Aanlegfase Ontvangstgebouw (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen 2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen Verkeersnetwerk
RtVdDBpA17w8 (04 juli 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,1 kg/j 15,8 g/j
0,8 kg/j 0,2 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RtVdDBpA17w8 (04 juli 2023)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase Ontvangstgebouw" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RtVdDBpA17w8 (04 juli 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
-
-
5/6
Projectberekening
Aanlegfase Ontvangstgebouw, Rekenjaar 2022 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Bouwverkeer X:267048,68 Y:482020,25 1.731,90 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
-
-
Voertuigbewegingen
In file
320,0 p/jaar 0,0 p/jaar 20,0 p/jaar 0,0 p/jaar
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte
Mobiele werktuigen X:266992,87 Y:482824,67 0,18 ha
NOₓ NH₃
Naam
Stageklasse
Brandstofverbruik
Mobiele kraan
Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: ja 320 l/j
Harvester
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
0,8 kg/j 0,1 kg/j
Draaiuren AdBlue verbruik
16 u/j
22 l/j
Stof Emissie
NOₓ NH₃
160 l/j
8 u/j
0,2 kg/j 58,0 g/j 15,8 g/j
11 l/j
NOₓ NH₃
0,5 kg/j 76,8 g/j 0,3 kg/j 38,4 g/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.1_20230606_5e1adbf5a8 Database versie 2022.1_5e1adbf5a8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RtVdDBpA17w8 (04 juli 2023)
6/6
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Natuurbegraafplaats Lutterzand Zandhuizerweg, 7587 De Lutte Natuurbegraafplaats Lutterzand Bron 1 (Wegverkeer): 3598 lichte vervoersbewegingen per jaar. 51,4 vervoersbewegingen per plechtigheid (overeenkomstig CROW) * 70 plechtigheden = 3598 vervoersbewegingen per jaar. De bewuste kruising van Zandhuizerweg naar Bentheimerstraat kan gezien worden als opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is overeenkomstig jurisprudentie.
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RjPwoC1pRULN 12 juli 2023, 10:42 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Situatie 1 - Beoogd Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RjPwoC1pRULN (12 juli 2023)
2023 -
0,1 kg/j
1,3 kg/j
2/6
Projectberekening
Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen
Verkeersnetwerk
RjPwoC1pRULN (12 juli 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,1 kg/j
1,3 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RjPwoC1pRULN (12 juli 2023)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RjPwoC1pRULN (12 juli 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
-
-
5/6
Projectberekening
Situatie 1, Rekenjaar 2023 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Wegverkeer X:267041,93 Y:482036,35 1.766,81 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Max. snelheid
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
3.598,0 p/jaar 0,0 p/jaar 0,0 p/jaar 0,0 p/jaar
1,3 kg/j 0,3 kg/j 0,1 kg/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.2_20230704_bb872f8ea4 Database versie 2022.2_bb872f8ea4 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RjPwoC1pRULN (12 juli 2023)
6/6
Bureauonderzoek en gecombineerd Verkennend en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied ‘Op Aust’ te De Lutte, gemeente Losser
Opdrachtgever Dhr. B. Speulman Provincialeweg 2 9463 TK Eext
Projectnummer 203030 Kenmerk DWS/HAMA/203030
Eindredactie/kwaliteitscontrole Drs. E.E.A. van der Kuijl
© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
Paraaf
Datum 17-12-2020
Project : BO en IVO Plangebied Op Aust te De Lutte, gemeente Losser Kenmerk : DWS/HAMA/203030
Colofon
Opdrachtgever
Dhr. B. Speulman
Project
BO en IVO Plangebied ‘Op Aust’ te De Lutte, gemeente Losser
Projectnummer
203030
Titel
Bureauonderzoek en gecombineerd Verkennend en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied ‘Op Aust’ te De Lutte, gemeente Losser
Datum en versie
17-12-2020, versie 1.2 (concept)
Auteurs
D. Woolschot MSc en drs. E.E.A. van der Kuijl
Redactie
Drs. E. E.A. van der Kuijl (sr. KNA archeoloog / sr. KNA prospector)
Afbeelding voorzijde:
Luchtfoto van het plangebied (maps.google.nl)
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
2 van 50
Project : BO en IVO Plangebied Op Aust te De Lutte, gemeente Losser Kenmerk : DWS/HAMA/203030
Inhoud Samenvatting .......................................................................................................................................... 4 1.
2
3
4
Inleiding .......................................................................................................................................... 6 1.1
Inleiding en onderzoekskader ............................................................................................... 6
1.2
Doel en vraagstelling van het onderzoek .............................................................................. 8
1.3
Werkwijze .............................................................................................................................. 8
1.4
Beleidskaders ........................................................................................................................ 8
1.5
Administratieve gegevens ................................................................................................... 10
Bureauonderzoek en verwachtingsmodel ..................................................................................... 11 2.1
Landschapsgenese ............................................................................................................. 11
2.2
Historische ontwikkeling ...................................................................................................... 14
2.3
Bouwhistorische waarden ................................................................................................... 17
2.4
Archeologische waarden ..................................................................................................... 17
2.5
Archeologisch verwachtingsmodel ...................................................................................... 19
2.5
Beantwoording onderzoeksvragen ...................................................................................... 19
Booronderzoek Fase A+B............................................................................................................. 22 3.1
Doel en vraagstelling onderzoek ......................................................................................... 22
3.2
Werkwijze Booronderzoek................................................................................................... 22
3.3
Resultaten ........................................................................................................................... 23
Conclusie en Aanbeveling ............................................................................................................ 28 4.1
Conclusie ............................................................................................................................ 28
4.2
Selectieadvies ..................................................................................................................... 28
4.3
Voorbehoud......................................................................................................................... 29
Gebruikte bronnen ................................................................................................................................ 30 Gebruikte literatuur ........................................................................................................................... 30 Geraadpleegde websites .................................................................................................................. 30 BIJLAGEN ............................................................................................................................................ 31
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
3 van 50
Project : BO en IVO Plangebied Op Aust te De Lutte, gemeente Losser Kenmerk : DWS/HAMA/203030
Samenvatting Hamaland Advies heeft in opdracht van dhr. B. Speulman een archeologisch bureauonderzoek en gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied ‘Op Aust’, gelegen in De Lutte, gemeente Losser. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 18 hectare. Voor het booronderzoek is op verzoek van de opdrachtgever alleen fase A+B onderzocht, een onderzoeksgebied van circa 4,5 hectare. Momenteel is het plangebied in gebruik als vrij toegankelijk bosgebied op het Lutterzand. Ter plaatse van het plangebied zal een natuurbegraafplaats ontwikkeld worden. Langs de noordzijde van de begraafplaats zullen een ontvangstgebouw, een ceremonieplateau en onverharde parkeerplaatsen ontwikkeld worden. Ter plaatse van het ontvangstgebouw zal circa 250 m 2 ontbost worden. De nieuwe parkeerplaatsen zullen ter plaatse van de huidige parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Langs de zuidzijde van het plangebied wordt één ceremonieplateau opgericht. Verder zal door het gehele plangebied een lichte uitdunning van het bos plaatsvinden. De huidige paden worden opgeknapt en derhalve zullen er geen nieuwe paden aangelegd worden. Gemeente Losser beschikt niet over een archeologische beleidskaart. In het bestemmingsplan Buitengebied (2013) heeft het noordelijk deel van het plangebied een Waarde – Archeologie 2.
Hiervoor geldt dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij plangebieden groter dan 2.000 m 2 en waar de ingrepen meer dan 30 cm-mv zullen bedragen. Het zuidelijk deel heeft een Waarde – Archeologie 3. Hiervoor betreft de onderzoeksgrens 2.500 m2 en een minimale verstoringsdiepte van 30 cm-mv.
Conclusie Bureauonderzoek De bodem is naar verwachting opgebouwd uit leemarm tot sterk lemig zand, waarbij direct onder het maaiveld stuifzand verwacht wordt. Daaronder kan op een aantal locaties sprake zijn van begraven bodems – het maaiveld van voor de zandverstuivingen rond 1600. In het oostelijk deel kan lokaal veraard veen aangetroffen worden. Verwacht wordt dat de bodem redelijk intact is, hoewel bosbouw en ontginning van heide geleid kan hebben tot bodemverstoring. Binnen het grootste deel van het plangebied worden duinvaaggronden verwacht, hoewel er ook veldpodzolgronden en gooreerdgronden aanwezig kunnen zijn. In het plangebied kunnen archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. Uit de directe omgeving zijn zowel losse vondsten als een urnenveld uit de Late Bronstijd-Vroege IJzertijd bekend. Ook zijn restanten van een celtic field uit de IJzertijd-Romeinse tijd aangetroffen. Indien er archeologische resten aanwezig zijn binnen het plangebied, worden deze onder een pakket stuifzand verwacht, vanaf circa 50 cm-mv. De begraven bodems komen vooral in het oostelijk deel van het plangebied voor. In het westelijk deel van het plangebied kunnen archeologische resten direct onder het maaiveld aanwezig zijn. Veldonderzoek Fase A+B Tijdens het booronderzoek zijn twee typen bodems waargenomen. In de eerste categorie is geen sprake van bodemvorming.
Een uitspoelingshorizont (E-horizont) en een inspoelingshorizont (B-horizont) ontbreken bij deze bodems. Dit bodemtype komt verspreid over het gehele onderzoeksgebied van Fase A+B voor. De natuurlijke ondergrond, bestaande uit stuifzand van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Kootwijk of uit dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden), is hier direct onder de bosstrooisellaag of onder de bouwvoor aanwezig. Onder de tweede categorie vallen de bodems waarin wel (beginnende) bodemvorming is waargenomen. In al deze boringen is sprake van een inspoelingslaag, de zogenaamde B-horizont, die geleidelijk overgaat in de C-horizont. De natuurlijke ondergrond bestaat in al deze boringen uit stuifzand. Daarnaast is in een aantal van deze boringen boven de inspoelingslaag een (zwak ontwikkelde) uitspoelingslaag aangetroffen, eveneens een kenmerk van bodemvorming. De boringen met een (beginnende) bodemvorming kunnen geïnterpreteerd worden als ‘cambisol’ (‘braunerden’) en bevinden zich voornamelijk in het centraal-oostelijk deel van het onderzoeksgebied. Een aantal van deze bodems zijn direct ten zuiden van het onderzoeksgebied van Fase A+B aangetroffen, maar bevinden zich wel binnen het plangebied. In boring 8 is een begraven bodem waargenomen. Dit betekend dat het oorspronkelijke maaiveld van vóór 1600 n.Chr. is overstoven door stuifzand.
Ook in dit relatief ‘nieuwe’ bodempakket heeft bodemvorming plaatsgevonden. De oorspronkelijke bodem is vanaf 70 cm-mv aanwezig. De oude bouwvoor (A-horizont) heeft een dikte van 40 centimeter. Tussen 110-120 cm-mv is een dunne Bhorizont aangetroffen, voordat deze overgaat in de C-horizont, bestaande uit stuifzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Kootwijk).
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
4 van 50
Project : BO en IVO Plangebied Op Aust te De Lutte, gemeente Losser Kenmerk : DWS/HAMA/203030
Selectieadvies Ter plaatse van de boringen waar bodemvorming is waargenomen, kunnen archeologische resten aanwezig zijn, hoewel deze tijdens het booronderzoek niet aangetroffen zijn. Omdat het om geïsoleerd en sterk verspreid voorkomende bodems gaat, wordt vervolgonderzoek binnen het onderzoeksgebied van Fase A+B niet zinvol geacht. De kosten van een gravend onderzoek wegen ons inziens niet op tegen de geringe kenniswinst die eventueel behaald kan worden. De aangetroffen bodemvorming heeft bovendien pas na 1600 plaatsgevonden en is dus relatief recent. Daarbij is ook in acht genomen dat de toekomstige natuurgraven individueel uitgegraven zullen worden en er daarbij per locatie een geringe bodemverstoring zal optreden. Tevens zouden voor gravend onderzoek bomen gekapt moeten worden, die anders behouden kunnen blijven.
Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Wij wijzen erop dat het selectiebesluit van het bevoegd gezag af kan wijken van het selectieadvies van Hamaland Advies. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Losser (dhr. A. Vissinga, regioarcheoloog).
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
5 van 50
Project : BO en IVO Plangebied Op Aust te De Lutte, gemeente Losser Kenmerk : DWS/HAMA/203030
1.
Inleiding
1.1
Inleiding en onderzoekskader Hamaland Advies heeft in opdracht van dhr. B. Speulman een archeologisch bureauonderzoek en gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Op Aust, gelegen in De Lutte, gemeente Losser (zie Afbeelding 1). Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 18 hectare. Voor het booronderzoek zullen op verzoek van de opdrachtgever alleen fase A+B onderzocht worden, een onderzoeksgebied van circa 4,5 hectare. Momenteel is het plangebied in gebruik als vrij toegankelijk bosgebied op het Lutterzand. Ter plaatse van het plangebied zal een natuurbegraafplaats ontwikkeld worden. Voor de ontwikkeling van de natuurbegraafplaats gelden de volgende uitgangspunten1: -Het voortbestaan van het natuurgebied en de Natuurbegraafplaats is tot in lengte van dagen gewaarborgd; -Een natuurgraf is minimaal 1.20 meter diep; op het graf rust als enige herkenning een boomschijf die na vier tot vijf jaar is vergaan; - Het lichaam van de overledene is binnen tien jaar grotendeels vergaan; - Op een Natuurbegraafplaats heerst eeuwige grafrust; - Grafmarkeringen, kisten en kleding zijn alleen van organische en andere natuurlijke materialen; - Registratie van de verleende grafrechten gaat via GPS-coördinaten; op deze manier is voor de nabestaanden altijd de exacte plek te achterhalen waar de overledene is begraven.
Langs de noordzijde van de begraafplaats zullen een ontvangstgebouw, een ceremonieplateau en onverharde parkeerplaatsen ontwikkeld worden. Ter plaatse van het ontvangstgebouw zal circa 250 m2 ontbost worden. De nieuwe parkeerplaatsen zullen ter plaatse van de huidige parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Langs de zuidzijde van het plangebied wordt één ceremonieplateau opgericht. Verder zal door het gehele plangebied een lichte uitdunning van het bos plaatsvinden. De huidige paden worden opgeknapt en derhalve zullen er geen nieuwe paden aangelegd worden. Gemeente Losser beschikt niet over een archeologische beleidskaart In het bestemmingsplan Buitengebied (2013) heeft het noordelijk deel van het plangebied een Waarde – Archeologie 2. Hiervoor geldt dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij plangebieden groter dan 2.000 m 2 en waar de ingrepen meer dan 30 cm-mv zullen bedragen. Het zuidelijk deel heeft een Waarde – Archeologie 3. Hiervoor betreft de onderzoeksgrens 2.500 m2 en een minimale verstoringsdiepte van 30 cm-mv. Vanwege de overschrijding van de vrijstellingsgrens is door Hamaland Advies een KNA conform bureauonderzoek en gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek uitgevoerd. Het bevoegd gezag, de gemeente Losser en diens archeologisch adviseur van het Oversticht (dhr. drs A. Vissinga), zullen de resultaten van het onderzoek toetsen.
1
Bron: artikel van Ben Lensink in Tubantia d.d. 30-06-20
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
6 van 50
Project : BO en IVO Plangebied Op Aust te De Lutte, gemeente Losser Kenmerk : DWS/HAMA/203030
Afbeelding 1: Topografische kaart met de plangebied binnen het rode kader en fase A+B in het blauwe kader (opentopo)
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
7 van 50
Project : BO en IVO Plangebied Op Aust te De Lutte, gemeente Losser Kenmerk : DWS/HAMA/203030
1.2
Doel en vraagstelling van het onderzoek Het doel van het bureauonderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden in en om het plangebied. Op basis van de verworven informatie wordt een archeologisch verwachtingsmodel voor de onderzoekslocatie opgesteld. De volgende vragen zullen, indien mogelijk, beantwoord worden: • Wat is de bodemopbouw en de vermoedelijke intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied? • Kunnen er archeologische vindplaatsen in het onderzoeksgebied aanwezig zijn? • Is aanvullend veldonderzoek door middel van verkennende boringen, karterende boringen en/of proefsleuvenonderzoek noodzakelijk?
1.3
Werkwijze Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (protocol 4002 Bureauonderzoek KNA, versie 4.1) en bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Afbakenen Plan- en onderzoeksgebied, vermelden overheidsbeleid, vaststellen consequenties toekomstig gebruik (KNA-LS01) 2. beschrijving van het huidig gebruik (KNA LSO2); 3. beschrijving van de historische situatie en de mogelijke verstoringen KNA LSO3); 4. beschrijving van de bekende archeologische, ondergrondse bouwhistorische en aardwetenschappelijk kenmerken (KNA LSO4); 5. het opstellen van een specifieke verwachting en formulering onderzoeksstrategie (KNA LSO5); 6. het opstellen van een standaardrapport (KNA LS06). Om tot een gefundeerd archeologisch verwachtingsmodel te komen is voor het onderzoek relevant bronnenmateriaal geraadpleegd. Door informatie uit verschillende invalshoeken samen te voegen ontstaat de mogelijkheid dwarsverbanden te leggen tussen de diverse brontypen en aan de hand hiervan een geïntegreerd archeologisch verwachtingsmodel op te stellen.
De gegevens voor het bureauonderzoek zijn conform de uitvoeringsvoorwaarden ontleend aan: • Archis, het geautomatiseerde archeologische informatiesysteem voor Nederland; • geomorfologisch, geologische, bodemkundig, topografisch en historisch kaartmateriaal; • Archeologische beleidskaart en bestemmingsplannen gemeente Enschede; • archeologische rapporten en publicaties; • overleg met drs. A. Vissinga, regioarcheoloog gemeente Losser; • informatie van de AWN (indien voorhanden) Wij zijn dhr. A. Vissinga zeer erkentelijk voor het ter beschikking stellen van aanvullende archeologische informatie ten behoeve van het project.
1.4
Beleidskaders Rijksbeleid In 1992 werd in Valetta door de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen het 'Europees Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed', beter bekend onder de naam 'Verdrag van Malta', ondertekend. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is op 1 september 2007 in werking getreden. De nieuwe wet heeft zijn beslag gekregen via een wijziging van de Monumentenwet 1988, aanpassingen in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en enkele andere wetten en met de invoering van de Wabo (2010). Met de nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg is het accent komen te liggen op het streven naar het behoud en beheer van archeologische waarden in de bodem (in situ) en het beperken van (de noodzaak van) archeologische opgravingen. Uitgangspunt van het nieuwe beleid is tevens het principe 'de verstoorder betaalt'. Bij het voorbereiden van werkzaamheden die het bodemarchief kunnen verstoren (zoals de aanleg van een weg, een nieuwe woonwijk, een bedrijventerrein), dient onderzocht te worden of daardoor archeologische resten verstoord kunnen worden. Als uit het onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn en deze niet ter plaatse behouden kunnen blijven, dan dient de initiatiefnemer van het werk de kosten te dragen die gepaard gaan met het opgraven en conserveren van de plaats.
Met de introductie van de nieuwe wet zijn de kerntaken en bestuurlijke verantwoordelijkheden van gemeenten veranderd. Eén van de belangrijkste consequenties is, dat gemeenten een centrale rol is
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
8 van 50
Project : BO en IVO Plangebied Op Aust te De Lutte, gemeente Losser Kenmerk : DWS/HAMA/203030
toegekend in de bescherming van archeologisch erfgoed. In de wet is bepaald, dat gemeenten door inzet van een planologisch instrumentarium het archeologisch belang dienen te waarborgen. Bescherming van het archeologisch erfgoed kan onder meer vorm krijgen door in bestemmingsplannen regels ter bescherming van bekende en te verwachten archeologische waarden op te nemen. In de regelgeving is vastgelegd dat in het kader van een omgevingsvergunning van de aanvrager geëist kan worden dat hij een rapport overlegt waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein voldoende is vastgesteld. Voor de toetsing van archeologische waarden is een archeologisch bestel ontwikkeld, waarmee de archeologische waarde van een terrein bepaald kan worden door middel van een getrapt systeem van onderzoek. In het kader van het vrijstellingsbesluit volstaat in eerste instantie een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO-O). Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van toepassing. De Erfgoedwet harmoniseert bestaande wet- en regelgeving, schrapt overbodige regels en legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed zoveel mogelijk bij het erfgoedveld zelf: musea, collectiebeheerders, archeologen, eigenaren en overheden. Bepaalde onderdelen van de wettelijke bescherming van het cultureel erfgoed verhuizen naar de nieuwe Omgevingswet.
De vuistregel hierbij is: duiding van erfgoed in de Erfgoedwet, omgang met erfgoed in de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet.
Provinciaal Beleid Het provinciaal beleid van Overijssel t.a.v. cultuurhistorie en archeologische monumentenzorg is vastgelegd in de Omgevingsvisie Overijssel en bijbehorende Omgevingsverordening. De hoofddoelen van het provinciaal archeologisch beleid zijn: • De archeologische objecten, historisch landschap en gebouwde elementen (cultureel erfgoed) zijn de fysieke neerslag van menselijke activiteiten in het verleden. Het beleid gericht op het behoud c.q. de bescherming van deze voor Overijssel unieke waarden; • Bij ontwikkelingen van functies aansluiten bij de waarden van cultureel erfgoed (archeologie, historisch landschap, monumenten). Dit betekent dat in een vroeg stadium van ruimtelijke planvorming de belangen van de archeologie moeten worden meegenomen; • Het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem ter plekke (in situ). • Financiële consequenties zijn in beginsel voor de initiatiefnemer; • Duurzaam behoud en beheer van het archeologisch erfgoed ex situ (het depot), als behoud in situ onmogelijk blijkt.
Gemeentelijk Beleid Met de invoering van de Wet op de archeologische monumentenzorg in 2007 (thans Erfgoedwet) is de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief gedelegeerd aan gemeenten. Gemeente Losser treedt daarom op als bevoegd gezag. De gemeente Losser beschikt niet over een archeologische waarden- en beleidskaart, maar in bestemmingsplannen is het archeologiebeleid opgenomen. Vanuit de gemeente is dhr. drs. A. Vissinga als Regioarcheoloog betrokken bij de archeologische toetsing van plannen in de gemeente Losser.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
9 van 50
Project : BO en IVO Plangebied Op Aust te De Lutte, gemeente Losser Kenmerk : DWS/HAMA/203030
1.5
Administratieve gegevens Tabel 1: Gegevens projectgebied Opdrachtgever Uitvoerder en documentatie
Dhr. B. Speulman Beheer
en
plaats
Hamaland Advies Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Bevoegd gezag
Gemeente Losser
Provincie, Gemeente, Plaats
Overijssel, Losser, De Lutte
Adres, Toponiem
Natuurbegraafplaats Op Aust
Kaartblad 1:50.000
29C
x, y coördinaten2 plangebied N O ZW NW
X,Y plangebied
Fase A+B
267.157 / 483.259 267.600 / 483.184 266.943 / 482.787 266.838 / 483.201
NW NO ZW ZO
Centrumcoördinaat3
267.151 / 483.091
CIS code/Archis onderzoekmeldingsnummer
4919352100
Oppervlakte plangebied3
18 hectare
Oppervlakte onderzoeksgebied
(fase A + B) 4,5 hectare
Huidig grondgebruik
4
Toekomstig grondgebruik
Geomorfologie3
Bodemtype3
266.893 / 483.163 267.142 / 483.137 267.097 / 482.856 266.964 / 482.866
267.031 / 482.997
Bos 5
Natuurbegraafplaats 11L54 23R46 3L51yc 22R43 Zd21 Hn23 pZn23
Landduinen met bijbehorende vlakten en laagten Beekdalbodem met meanderruggen en geulen Dekzandwelvingen met oud-bouwlanddek Restgeul Duinvaaggronden; leemarm en zwak lemig fjin zand Veldpodzolgrond; lemig fijn zand Gooreerdgrond; lemig fijn zand
Geologie5
Formatie van Boxtel (laagpakket van Wierden)
Periode
Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd
2
Archis3 Opmeting in QGIS 4 Opgave opdrachtgever 5 Geologische kaart i.c.m Dinoloketboring B34F0085 3
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
10 van 50
Project : BO en IVO Plangebied Op Aust te De Lutte, gemeente Losser Kenmerk : DWS/HAMA/203030
2
Bureauonderzoek en verwachtingsmodel
2.1
Landschapsgenese Inleiding In de laatste ijstijd, het Weichselien (120.000-11.700 jaar geleden), bereikte het landijs Nederland niet. Tijdens het Pleniglaciaal veranderde het landschap in een open taiga-achtig landschap met vlechtende rivieren, geïsoleerde bosopstanden, dwergstruiken, heide en kruiden. Gedurende het Weichselien raakten de diverse dalsystemen voor een belangrijk deel opgevuld met smeltwaterafzettingen, veen en klei. Tussen 32.500 en 19.000 jaar geleden werd het steeds droger en kouder. Na de laatste IJstijd ontstond het huidige landschap.
Geologie en Geomorfologie De oppervlakteafzettingen aan de oppervlakte in het onderzoeksgebied zijn ontstaan in de laatste ijstijden, het Saalien en het Weichselien. Gedurende het Saalien werd landijs vanuit het noorden opgestuwd in zuidelijke richting. Hierbij werden diepe dalen uitgeschuurd en is zowel op de hoogten als in de dalen keileem en/of fluvioglaciaal zand afgezet, bekend als Formatie van Drenthe, Laagpakket van Gieten. Deze afzettingen komen in verschillende posities voor, te weten: onder de keileem, in de keileem en in gestuwde positie. In noordoost Twente zijn het meestal grove zanden met grind dat vanaf het ijs over de stuwwallen stroomde6. Tijdens de Weichsel-ijstijd heeft het ijs ons land niet bereikt. Wel was het ook toen zeer koud. De ondergrond bleef het gehele jaar permanent bevroren, terwijl de bovengrond ‘s zomers enkele decimeters ontdooide. Zomers kwamen er grote hoeveelheden smeltwater vrij. Hierin werd veel zand over grote afstanden meegevoerd. Een dergelijk koud klimaat is zeer droog. Hierdoor ontstonden sneeuw-, zand- en stofstormen. Het uitgestoven zand werd weer afgezet als een zanddek van vrij uniforme samenstelling, bekend onder de naam ‘Formatie van Boxtel’. Het wordt daarom dekzand genoemd. Het is afgezet in de vorm van meestal van zuidwest naar noordoost gerichte zandruggen, de heersende windrichting in Nederland volgend.
In het dal van de Dinkel zijn op verscheidene plaatsen laatglaciale rivierafzettingen gevonden onder het Jonge Dekzand, zowel in boringen als in het Lutterzand7. Met name de hogere dekzandruggen en dekzandkopjes waren aantrekkelijk voor menselijke bewoning, zowel voor jagers en verzamelaars als voor landbouwers. Op de hoge en droge dekzandruggen was akkerbouw mogelijk, echter de bodem was arm aan grondstoffen. Zodoende was men gedwongen om ook vee te houden, voor de bemesting. Het vee kon grazen op de lager gelegen gronden en werd ’s winters op stal (potstal) gehouden en gevoerd met gerst en hooi. Dit leidde tot gemengde bedrijven. Op de heidevelden werden plaggen gestoken. Deze werden vermengd met mest op de akkers gebracht om de vruchtbaarheid op peil te houden. Volgens de geologische kaart is in het oostelijk deel van het plangebied sprake van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Kootwijk (Bx1). Dit betreft stuifzand. In het westelijk deel is het Laagpakket van Singraven van dezelfde Formatie aanwezig (Bx2). Bij dit Laagpakket gaat het om beekzand en -leem. Op de geomorfologische kaart8 (zie Afbeelding 2) is het grootste deel van het plangebied gekarteerd als landduinen met bijbehorende vlakten en laagten (11L54). In het noordelijk deel, direct langs de Dinkel gelegen, kan mogelijkerwijs nog sprake zijn van een beekdalbodem met meanderruggen en geulen (23R46).
In het noordoostelijk en zuidelijk deel is lokaal sprake van dekzandwelvingen met een oudbouwlanddek (3L51yc). Tot slot bestaat de kans dat er in het uiterlijk oostelijk deel een restgeul aangetroffen kan worden (22R43). Langs de zuidelijke grens, buiten het plangebied, zijn dekzandvlaktes gekarteerd (2M51).
Bodem Op de bodemkaart9 (zie Afbeelding 3) ligt het centrale deel van het plangebied ter plaatse van duinvaaggronden in leemarm en zwak lemig fijn zand (Zd21). Het oostelijk deel en de zuidelijke grens van het plangebied zijn gekarteerd als veldpodzolgrond in lemig fijn zand (Hn23). In het uiterste oosten
6
Rappol, 1993, 136. Rappol, 1993, 163. 8 Archis3 9 Archis3 7
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
11 van 50
Project : BO en IVO Plangebied Op Aust te De Lutte, gemeente Losser Kenmerk : DWS/HAMA/203030
is mogelijk nog sprake van een gooreerdgrond in lemig fijn zand (pZn23). Langs de noordelijke grens van het plangebied is het water van de Dinkel aangegeven.
Afbeelding 2: Uitsnede uit de geomorfologische kaart met het plangebied binnen het rode kader (Archis3)
Afbeelding 3: Uitsnede uit de bodemkaart met het plangebied binnen het rode kader (Archis3)
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
12 van 50
Project : BO en IVO Plangebied Op Aust te De Lutte, gemeente Losser Kenmerk : DWS/HAMA/203030
Hoogte Op het Actueel Hoogtebestand Nederland10 (zie Afbeelding 4) is zichtbaar dat er sprake is van een wisselende maaiveldhoogte. De minimale hoogte bedraagt circa 44,65 m+NAP en de maximale hoogte bedraagt circa 46,43 m+NAP. Met uitzondering van het hoogstgelegen noordelijk deel van het plangebied, loopt de maaiveldhoogte van west naar oost op.
Afbeelding 4: Uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland met het plangebied binnen het witte kader (AHN2). Ten zuiden en zuidwesten en ten noordoosten van het plangebied zijn resten van raatakkers (Celtic Fields) zichtbaar.
Milieu- en geotechnische gegevens Het project bevindt zich nog in de ontwerpfase, waarin nog geen actuele milieutechnische- en geotechnische rapporten voorhanden zijn bij de opdrachtgever. Bij het Bodemloket11 zijn voor het plangebied geen meldingen bekend. In het Dinoloket12 (zie Afbeelding 5) staan binnen het plangebied 29 boringen geregistreerd. Vanwege de grote hoeveelheid boringen worden ze hier niet individueel beschreven, maar zijn de beschrijvingen in bijlage 2 opgenomen. In het gehele plangebied is sprake van leemarm tot sterk lemig zand. De Chorizont is in alle gevallen direct onder het maaiveld aanwezig. In enkele boringen lijkt sprake te zijn van een begraven bodem, omdat onder de C-horizont die aan het maaiveld begint, sprake is van een Aen/of B(C)-horizont. Deze bodems komen voornamelijk in het oostelijk deel van het plangebied voor. De minimale diepte waarop een bodem voorkomt onder de C-horizont bedraagt 50 cm-mv. De maximale diepte hiervan is 120 cm-mv. In het meest oostelijk deel van het plangebied wijkt een tweetal boringen af van de algemene bodemopbouw, omdat hier onder de C-horizont vanaf 80 of 100 cm-mv sprake is van een laag veraard veen dat als A-horizont geïnterpreteerd is. Vanaf 100 of 110 cm-mv is sprake van een uit lemig zand bestaande B-horizont die ontwikkeld is in een sterk lemige C-horizont.