CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Natuurbegraafplaats Op Aust

Raadsvergadering 10 oktober 2023, gemeente LosserBij agendapunt: Vaststellen BP Buitengebied partiële herziening Natuurbegraafplaats op Aust30.086 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

10

Archis3 http://www.bodemloket.nl 12 www.dinoloket.nl 11

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

13 van 50

Project : BO en IVO Plangebied Op Aust te De Lutte, gemeente Losser Kenmerk : DWS/HAMA/203030

Afbeelding 5: Uitsnede uit de kaart met ondergrondgegevens met het plangebied binnen het rode kader en de boringen bij de blauwe punten (Dinoloket)

2.2

Historische ontwikkeling Losser Dat er in de omgeving van Losser voor de jaartelling al mensen woonden is te herleiden aan de vondsten van urnenvelden op verschillende plaatsen bij de dorpen Losser en De Lutte.13 Eén van deze urnenvelden is circa 500 meter ten westen van het huidige plangebied aangetroffen. In geschriften van rond het jaar 900 wordt al gesproken over in "Eluiten" (vroegere naam voor De Lutte) gelegen boerenerven. Ook over Losserse boerenerven werd toen al geschreven. De Lutte was vroeger belangrijker dan Losser. De Lutte lag aan een belangrijke doorgangsroute van Nederland naar Duitsland, echter door de huidige reissnelheid en het wegvallen van de grenscontroles is De Lutte niet meer de belangrijke rustplaats die het in het verleden wel was. De marke De Lutte was zo groot dat deze was verdeeld in vier "Heurnes". Deze droegen de nu nog bestaande namen van Roorderheurne, Molterheurne, Elfterheurne en Hengelheurne. De marken waren eigenlijk kleine "staten" met een eigen wetgeving en rechtspraak. Van een parochie Losser (kerspel Lotere) wordt al in 1352 gesproken. De R.K. kerk van de parochie Losser werd toegewijd aan de Heilige Martinus. Van deze oude kerk staat nog de toren op het dorpsplein van Losser. Deze kerk moet tussen 1200 en 1400 gebouwd zijn maar het precieze bouwjaar is niet meer te achterhalen.

Ondanks dat het een Rooms Katholieke kerk was hebben de Hervormden het na de Beeldenstormen van 1636 tot 1810 gebruikt, hierna werd de kerk weer aan de Katholieken teruggegeven. In het begin van de 20ste eeuw groeide de parochie zodanig dat verbouwen van de Martinuskerk niet meer voldoende was en werd de huidige Mariakerk gebouwd. De oude Martinuskerk werd in 1904 afgebroken en alleen de toren bleef voor het nageslacht gespaard. Het plangebied maakt onderdeel uit van het Lutterzand. Dit betreft een gebied waar zandverstuivingen hebben plaatsgevonden en waar overstoven bodems voorkomen. OSL-dateringen geven aan dat deze verstuivingen op zijn vroegst rond 1600 hebben plaatsgevonden. Rond deze periode was er sprake van overlast door het transport van zandsteen, terwijl de lokale gebruikers een toenemende druk 13

http://www.losserdigitaal.nl/geschiedenis

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

14 van 50

Project : BO en IVO Plangebied Op Aust te De Lutte, gemeente Losser Kenmerk : DWS/HAMA/203030

uitoefenden op de woeste gronden. Gedurende dezelfde periode verschoven de conflicten over het landgebruik van bos naar veen. Hout werd schaars, waardoor turf een alternatieve brandstof bood. Het Lutterzand grensde direct aan het Beuninger- en Lutterveen, waardoor het aannemelijk wordt dat de turfwinning, die vanaf 1638 plaatsvond, leidde tot dalende grondwaterstanden. Tevens werden de gemeenschappelijke gronden verkocht of kon men tegen betaling graasrechten kopen. Beide gebeurtenissen leidden tot een toenemende druk op het ecosysteem, waardoor meer zandverstuivingen plaatsvonden. Vanaf het midden van de 17e eeuw werd het land nog intensiever gebruikt als gevolg van het herstel in de interregionale handel, eveneens met veranderingen in het watersysteem en uitbreidingen van de zandverstuivingen als gevolg. Ook de aanwezigheid van schapen, koeien en andere dieren, alsmede de plaggenwinning, hadden geen gunstige invloed op de omvang van de verstuivingen. Ondanks herhaalde pogingen om het verstuiven een halt toe te roepen, wint het zand terrein. Nadat de markegronden van De Lutte in 1820 geprivatiseerd zijn, wordt het gebied tussen 18481901 bebost met naaldhout.14 Op de kaart van 1573 van Christiaan Sgroote is het plangebied niet specifiek aangegeven. Hetzelfde geldt voor de kaart van Mercator uit 1607.

Op de kaart van Ten Have uit 1648 (zie Afbeelding 6) staat ten oosten van Oldenzaal voor het eerst ‘Lutte’ aangegeven. Het plangebied zal zich ten oosten van de Dinkel bevinden, in het gebied waar geen historische erven aangegeven zijn. In deze zone staan enkele grenspunten aangegeven, alsmede een tweetal galgen. Vanwege de schaal van de kaart kan niet met zekerheid vastgesteld worden of deze elementen zich binnen het huidige plangebied bevonden, maar waarschijnlijk lagen ze direct ten oosten ervan. Galgen waren meestal gelegen langs doorgaande wegen op hoogten, galgenbulten genaamd. Op basis van historische gegevens kan aangenomen worden dat er sprake is van een zandgebied. De kaart van De Wit uit 1672 laat eenzelfde situatie zien. De Hottingerkaart (1787) geeft het plangebied als onontgonnen weer. Het plangebied maakt hier onderdeel uit van het Lutteler Zand. De kaart van Krayenhoff uit 1829 laat eenzelfde beeld zien. 15 De kadastrale kaart van 1828-1830 (zie Afbeelding 7) deelt het plangebied in bij de Poppe Nordkamp. Perceel 197 is eigendom van de marke Lutte en is gebruik als heide. Uit de beschrijving blijkt dat het voorheen in gebruik was als zandgrond, in overeenstemming met historische gegevens. Het tweede perceel waarop het plangebied is gelegen, nummer 201, is eveneens in gebruik als heide. Eigenaar is Landerink op Auste.

De latere topografische kaarten laten enkele zandpaden door het plangebied zien. De Dinkel loopt tot 1908 door het plangebied (zie Afbeelding 8). Vanaf dit moment is er voor het eerst op de kaarten sprake van bos. Dit staat in het westelijk deel van het plangebied. Het oostelijk deel bestaat uit heide. Vanaf deze periode wisselen heide en bos zich af, waarbij er in bepaalde periodes voornamelijk sprake is van heide en in andere van bos. Vanaf de kaart van 1996 is de huidige situatie, waarbij in het gehele plangebied bos aanwezig is, voor het eerst weergegeven.

Afbeelding 6: Uitsnede uit de kaart van 1648 van Ten Have met het plangebied globaal binnen het rode kader (http://gisopenbaar.overijssel.nl/viewer/app/bodematlas/v1)

14 15

Smeenge, 2020 Voor alle genoemde kaarten: http://gisopenbaar.overijssel.nl/viewer/app/bodematlas/v1

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

15 van 50

Project : BO en IVO Plangebied Op Aust te De Lutte, gemeente Losser Kenmerk : DWS/HAMA/203030

Afbeelding 7: Uitsnede uit de kadastrale kaart van 1928-1930 met het plangebied globaal binnen het rode kader (beeldbank.cultureelerfgoed.nl)

Afbeelding 8: Uitsnede uit de topografische kaart van 1908 met het plangebied binnen het rode kader (topotijdreis)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

16 van 50

Project : BO en IVO Plangebied Op Aust te De Lutte, gemeente Losser Kenmerk : DWS/HAMA/203030

Op de Indicatieve Kaart voor Militair Erfgoed16 ligt het plangebied binnen een geheel Nederland omvattende zone waarin resten kunnen worden verwacht van kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen. Uit het Verliesregister17 kan niet afgeleid worden of er in (de directe nabijheid van) het plangebied vliegtuigcrashes hebben plaatsgevonden.

2.3

Bouwhistorische waarden Op grond van het uitgevoerde cartografisch onderzoek blijkt dat het plangebied nooit bebouwd is geweest. Wel is duidelijk dat er een aantal wegen (zandpaden) het plangebied doorkruisen. Het is dan ook mogelijk dat hiervan nog resten aanwezig zijn in het plangebied in de vorm van karrensporen.

2.4

Archeologische waarden In Archis3 (zie Afbeelding 10) staan voor het plangebied en de directe omgeving een aantal onderzoeken en vondstmeldingen geregistreerd. Deze meldingen worden hieronder besproken. Het gehele plangebied heeft onderdeel uitgemaakt van een booronderzoek dat RAAP in 1997 heeft uitgevoerd (2031003100). In Archis zijn voor dit onderzoek twee vondstlocaties gemeld: erve Molthof en erve De Aust. Ter plaatse van erve De Aust, op circa 800 meter ten westen van het plangebied, zijn de vondsten getypeerd als een urnenveld uit de Late Bronstijd-Vroege IJzertijd (vondstmelding 1036595). Ten noorden van deze melding zijn nog meer vondsten gedaan die gerelateerd zijn aan het urnenveld (vondstmelding 3155390100). Op een afgeschoven es aan de rand van het Dinkeldal achter erve De Aust zijn vuurstenen uit het Paleolithicum-Mesolithicum, handgevormd aardewerk uit de Late BronstijdRomeinse tijd, kogelpot uit de Middeleeuwen en menselijke crematieresten uit de Late Bronstijd-Vroege IJzertijd aangetroffen. Het urnenveld lag vanuit het huidige plangebied gezien aan de overzijde van de Dinkel. Een klein noordelijk deel van het plangebied heeft onderdeel uitgemaakt van een groot onderzoeksgebied (4027111100).

Sweco heeft in 2018 een bureauonderzoek uitgevoerd voor het Dinkeldal.18 Op basis van het bureauonderzoek van Sweco heeft het overlappende deel een lage archeologische verwachting gekregen (zie Afbeelding 9). De lage verwachting is gebaseerd op de bodemgeografische en geomorfologische eenheden binnen het onderzoeksgebied waarop wel sprake is van bekende archeologische vindplaatsen. Hieruit kan afgeleid worden dat de bodemopbouw en geomorfologie in het noordelijk deel van het huidige plangebied niet in overeenstemming is met bekende vindplaatsen. Op 400 meter ten noorden van het plangebied staat vondstmelding 2701190100 geregistreerd. De vondsten zijn aan de hand van een collectiebeschrijving gekoppeld. In de collectie zaten meerdere fragmenten vuursteen uit het Mesolithicum en een vuurstenen spits uit het Vroeg Neolithicum B – Midden Bronstijd B. Circa 400 meter ten zuiden van het plangebied zijn in 1969 tijdens een veldkartering grondsporen aangetroffen die omschreven zijn als celtic field uit de IJzertijd/Romeinse tijd. Het betreft vondstmelding 3209522100.

16

www.ikme.nl https://verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl/ 18 Hekman en Bakker, 2018 17

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

17 van 50

Project : BO en IVO Plangebied Op Aust te De Lutte, gemeente Losser Kenmerk : DWS/HAMA/203030

Afbeelding 9: Uitsnede uit de verwachtingskaart van Sweco met het huidige plangebied in het rode kader (bewerkt naar: Hekman en Bakker, 2018)

Afbeelding 10: Uitsnede uit de kaart met vondst- en onderzoeksmeldingen met het plangebied binnen het rode kader (Archis3)

Op 9 november 2020 is door de Regioarcheoloog, dhr. A. Vissinga, als aanvullende informatie voor het grafveld het artikel van Hijszeler en Verlinde over het urnenveld De Aust toegestuurd. 19 Uit het artikel blijkt dat het grafveld De Aust is aangetroffen op een smalle en relatief korte dekzandrug ten westen van de Dinkel en daarmee ten westen van het huidige plangebied. Tijdens graafactiviteiten in de periode 1914-1918 zijn hier urnen aan het licht gekomen. Ook tijdens latere graafcampagnes zijn vondsten 19

Hijszeler en Verlinde, 1978.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

18 van 50

Project : BO en IVO Plangebied Op Aust te De Lutte, gemeente Losser Kenmerk : DWS/HAMA/203030

aangetroffen. De scherven zijn verloren gegaan, maar een aantal volledige of bijna volledige urnen zijn bewaard gebleven. In de zomers van 1951 en 1952 hebben opgravingen plaatsgevonden die gedocumenteerd zijn. Hieruit concluderen de auteurs dat ongeveer een kwart van het totale grafveld opgegraven is: 100 m² met 34 (resten van) begravingen. De schatting is dat er circa 100 graven op het grafveld gelegen hebben. Binnen het opgegraven deel zijn 20 begravingen zonder randstructuren gevonden, alsmede 6 of 7 graven met een vierkante/rechthoekige randstructuur en 9 graven met een ronde/ovale randstructuur. Binnen de vierkante dan wel rechthoekige graven zijn in een drietal urnen gevonden, in een tweetal crematieresten (Leichenbrand) en één had er geen bijzetting (meer). Mogelijk was één graf een onvolledig grafmonument. De oriëntatie van deze graven is vrijwel zuid-noord. De doorsnede op De Aust varieert van 4 tot 7 meter. De oudere ronde/ovale graven hebben een diameter tussen 4,6 meter (rond) en 7,6 meter (ovaal), hoewel de meeste een diameter van 5 meter hebben. In één graf zijn twee begravingen aangetroffen. Het is onbekend of deze graven gelijktijdig bijgezet zijn, of het een latere bijzetting is uit dezelfde periode of dat de tweede begraving veel later bijgezet is. De oriëntatie van de ronde of ovale graven is WSW-ONO, ZW-NO, Z-N en ZO-NW.

Tot slot lijken de 20 begravingen zonder randstructuur zich te concentreren in de noordelijke en westelijke periferie van het grafveld. Een aantal van deze graven is ouder dan de graven met randstructuren. De aangetroffen typen urnen en de bijgiften dateren de gebruiksperiode van het grafveld in de Late Bronstijd en de Vroege IJzertijd, waarbij de vierkante graven een duidelijke datering in de IJzertijd hebben. Zoals de meeste urnenvelden in Twente, hoort ook het urnenveld De Aust tot de NoordNederlandse/Noord-Duitse groep. De typologie van de urnen duidt echter ook op een zuidelijke en noordoostelijke invloed. Het urnenveld heeft daarmee ook een regionaal karakter. Op basis van de aanwezigheid van het grafveld ten westen van het huidige plangebied, is de kans groot dat binnen het plangebied nederzettingssporen aanwezig zijn die te relateren zijn aan dit grafveld.

2.5

Archeologisch verwachtingsmodel Op grond van de bekende geologische, landschappelijke, aardkundige, archeologische en historische gegevens in en rond het plangebied kan een specifieke archeologische verwachting worden gevormd. In de directe omgeving van het plangebied zijn archeologische resten vanaf het Neolithicum tot en met de Middeleeuwen aangetroffen. Gezien de ligging van het huidige plangebied kan niet worden uitgesloten dat de prehistorische mens ook hier activiteiten heeft uitgevoerd. Historische gegevens tonen aan dat het plangebied vanaf de Late Middeleeuwen onderdeel uitmaakte van een stuifzandgebied. Historische erven lijken zich buiten het plangebied te bevinden en daarom worden in het plangebied alleen resten verwacht die gerelateerd kunnen worden aan (doorgaande) wegen (zandpaden, karrensporen).

2.5

Beantwoording onderzoeksvragen 1) Wat is de bodemopbouw en de vermoedelijke intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied? De bodem is naar verwachting opgebouwd uit leemarm tot sterk lemig zand, waarbij direct onder het maaiveld stuifzand verwacht wordt. Daaronder kan op een aantal locaties sprake zijn van begraven bodems – het maaiveld van voor de verstuivingen rond 1600. In het oostelijk deel kan lokaal veraard veen aangetroffen worden. Verwacht wordt dat de bodem redelijk intact is, hoewel bosbouw en ontginning van heide geleid kan hebben tot bodemverstoring. Binnen het grootste deel van het plangebied worden duinvaaggronden verwacht, hoewel er ook veldpodzolgronden en gooreerdgronden aanwezig kunnen zijn. 2) Kunnen er archeologische vindplaatsen in het onderzoeksgebied aanwezig zijn en zo ja, welke en waar (welke diepte) en in welke vorm? In het plangebied kunnen archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. Uit de directe omgeving zijn zowel losse vondsten als een urnenveld uit de Late Bronstijd-Vroege IJzertijd bekend. Ook zijn restanten van een celtic field uit de IJzertijd-Romeinse tijd aangetroffen. Indien er archeologische resten aanwezig zijn binnen het plangebied, worden deze onder een pakket stuifzand verwacht, vanaf circa 50 cm-mv. De begraven bodems komen vooral in het oostelijk deel van het plangebied voor.

In het westelijk deel van het plangebied kunnen archeologische resten direct onder het maaiveld aanwezig zijn.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

19 van 50

Project : BO en IVO Plangebied Op Aust te De Lutte, gemeente Losser Kenmerk : DWS/HAMA/203030

Tabel 2: Archeologische verwachting en type vindplaats per periode Verwachting Periode WO II

Laag

Nieuwe Tijd

Middelhoog

Late Middeleeuwen

Middelhoog

Vroege Middeleeuwen

Middelhoog

Romeinse Tijd

Hoog

Bronstijd - IJzertijd

Hoog

MesolithicumNeolithicumPaleolithicum

Hoog

Verwachte vindplaatstypen Munitiedumps en resten van kleinere objecten en structuren zoals veldgraven en onderduikholen. Verkavelingen, karrensporen, (verharde) wegen. Off-site structuren zoals meilers, schaapskooien e.d. en wegen Nederzettingsterreinen, resten van ijzerbewerking, begravingen. Nederzettingsterreinen, resten van ijzerbewerking, begravingen. Nederzettingsterreinen, jachtkampen, urnenvelden, resten van smeedhaarden, meilers. Nederzettingsterreinen, jachtkampen, vuursteenvindplaatsen, haardplaatsen.

Verwachte grondlaag (diepte) In de bouwvoor of strooisellaag

In de bouwvoor en in het stuifzand tot circa 50 cm-mv In het stuifzand tot circa 50 à 120 cm-mv In het stuifzand (westelijk deel) of in de oorspronkelijke bodem vanaf 50 à 120 cm-mv (oostelijk deel) In het stuifzand (westelijk deel) of in de oorspronkelijke bodem vanaf 50 à 120 cm-mv (oostelijk deel) In het stuifzand (westelijk deel) of in de oorspronkelijke bodem vanaf 50 à 120 cm-mv (oostelijk deel) In het stuifzand (westelijk deel) of in de oorspronkelijke bodem vanaf 50 à 120 cm-mv (oostelijk deel)

3) Is aanvullend veldonderzoek door middel van boringen en/of proefsleuvenonderzoek noodzakelijk? Ja, op basis van het bureauonderzoek blijkt dat er archeologische waarden in het plangebied verwacht worden. De grootste trefkans bestaat voor vindplaatsen (nederzettingen, karrensporen e.d.) uit de Bronstijd en IJzertijd die gerelateerd zijn aan de celtic fields en het grafveld in de nabijheid van het plangebied. Geadviseerd wordt daarom om een gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek uit te voeren, waarbij de bodemopbouw en mate van intactheid van de bodem getoetst kunnen worden. Vanwege het karterende karakter van het booronderzoek kunnen tevens uitspraken gedaan worden over de aan- of afwezigheid van archeologische vindplaatsen. Op 20 oktober 2020 is met de regioarcheoloog, dhr. A. Vissinga, afgesproken dat de boordichtheid 12 boringen per hectare zal bedragen. Tabel 3: Strategie Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen conform SIKB BRL protocol 4003

Boortype

•

Diameter boor

•

Diepte boringen

•

Edelmanboor

12 cm (bij zeer los gepakt zand, zal de boordiameter 7 cm bedragen) Tot 25 cm in de C-horizont (naar verwachting maximaal 150 cm-

mv) Aantal boringen

•

12 boringen per hectare

•

Driehoeksgrid

•

ASB (Archeologische Standaard Boorbeschrijving)

Oriëntatie grid t.o.v. geomorfologie/ paleolandschap

Wijze onderzoek/ beschrijving boorkolom

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

20 van 50

Project : BO en IVO Plangebied Op Aust te De Lutte, gemeente Losser Kenmerk : DWS/HAMA/203030

Verzamelwijze archeologische indicatoren (zie archeologische

.

•

Met de hand zeven; verzameleenheid per intacte bodem en per afzonderlijke laag

verwachtingen) Bemonstering

Randvoorwaarden

•

Te bepalen in het veld

•

Tol, A., 2006. SIKB Leidraad voor inventariserend veldonderzoek. Deel: karterend booronderzoek. Gouda. BRL SIKB protocol 4003 (2018)

•

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

21 van 50

Project : BO en IVO Plangebied Op Aust te De Lutte, gemeente Losser Kenmerk : DWS/HAMA/203030

3

Booronderzoek Fase A+B

3.1

Doel en vraagstelling onderzoek Het doel van het gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek zoals tevens is opgenomen in het Plan van Aanpak, is het toetsen en aanvullen van een verwachtingsmodel, het toetsen van de mate van intactheid van de bodemopbouw en het toetsen van de aan- of afwezigheid van archeologische vindplaatsen. De volgende vragen zullen, indien mogelijk, beantwoord worden: 1. 2.

3.

4.

5. 6. 7.

3.2

Wat is de aard (ontstaanswijze, textuur, kleur), diepteligging en ouderdom van de relevante natuurlijke afzettingen in de ondergrond ter plaatse van het onderzoeksgebied? Wat is de aard (kleur, textuur, samenstelling), diepteligging, genese en gaafheid van natuurlijke en eventueel antropogene bodemhorizonten (akkerlagen en overige ‘verstoringslagen’, bemestingslagen e.d.), ter plaatse van het onderzoeksgebied? Wat is de aard, dikte en omvang van eventueel ter plaatse van het onderzoeksgebied voorkomende afdekkende lagen en de (geschatte) ouderdom daarvan (plaggendek, stuifzandlaag, kleidek, afvallaag, ophogingslaag)? Indien er afdekkende lagen voorkomen; wat is de aard (ontstaanswijze, kleur, textuur, samenstelling), gaafheid en dikte van het onderliggende afgedekte bodemprofiel (natuurlijke en antropogene bodemhorizonten zoals oude akkerlagen) en/of afzettingen? is de diepte tot waarop artefacten van recente ouderdom (‘modern’ afvalmateriaal) in het bodemprofiel voorkomen? Tot welke diepte in het bodemprofiel is sprake van een ‘recente’ bodemverstoring en wat is de ouderdom van deze verstoring? Is vervolgonderzoek noodzakelijk en zo ja, in welke vorm?

Werkwijze Booronderzoek Aan de hand van het bureauonderzoek blijkt dat voor het plangebied een middelhoge tot hoge trefkans geldt voor vindplaatsen uit de Steentijd tot en met de Nieuwe Tijd. Er is in overleg met de Regioarcheoloog voor gekozen om een gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek uit te voeren conform KNA versie 4.1, specificatie VS03 en het protocol BRL SIKB 4003. Voorafgaand aan het booronderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld dat op 13 november 2020 getoetst en geaccordeerd is door de adviseur van de gemeente Losser (drs. A. Vissinga, Regioarcheoloog). In totaal zijn op 9 december 2020 vierenvijftig (54) boringen in het onderzoeksgebied van Fase A+B geplaatst met een Edelmanboor met een boordiameter van 7 centimeter. Vanwege de aanwezigheid van gemengd bos (naaldbomen en loofbomen met een gevarieerde onderbegroeiing) was het niet mogelijk om de boringen in het bos met RTK-GPS uit te zetten. 20 Langs de randen van het bos was minder begroeiing aanwezig. Derhalve zijn de boringen op 5 december 2020 door E.E.A. van der Kuijl (senior KNA archeoloog) en mw. J. Rohling (veldmedewerker) langs de noordelijke grens (de Dinkel) en de zuidelijke grens van het plangebied (het verharde betonpad van de Zandhuizerweg) met behulp van een GPS uitgezet op X-coördinaat en gemarkeerd met houten piketten.

Binnen deze raaien zijn de boringen vervolgens met een interval van 40 meter (Y-coordinaat) in noordwest-zuidoost georiënteerde raaien geplaatst. Voor het bepalen van de juiste looprichting is gebruik gemaakt van een kompas. De boringen zijn zoveel mogelijk gezet op plaatsen met minimale begroeiing en vervolgens individueel ingemeten met een handheld-GPS. De verkregen RD-coördinaten zijn hierdoor bij benadering vastgesteld. Door deze wijze van werken is een kleine afwijking ontstaan ten opzichte van het oorspronkelijke boorplan uit het PvA. De aangepaste werkwijze is ter plaatse telefonisch afgestemd met de Regioarcheoloog. Conform het PvA zijn de boringen tot 120 cm-mv doorgezet – de maximale verstoringsdiepte van de natuurbegravingen. Een enkele boring is tot 150 cm-mv doorgezet om een beter beeld van de diepere bodemopbouw ter plaatse te verkrijgen en te controleren of sprake was van ‘begraven’ bodems. Het opgeboorde sediment is in het veld bodemkundig beschreven conform de NEN 5104 en de bodemclassificatie volgens De Bakker en Schelling (1989). Waar sprake was van bodemvorming zijn de boringen uitgezeefd over een metalen zeef met een maaswijdte van 4 mm om eventuele archeologische indicatoren te kunnen verzamelen.

20

Een poging om de boringen met behulp van RTK-GPS uit te zetten in het bosperceel door dhr. G.M.H. Benerink van SOB Research is voortijdig gestaakt, vanwege de slechte satellietontvangst.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

22 van 50

Project : BO en IVO Plangebied Op Aust te De Lutte, gemeente Losser Kenmerk : DWS/HAMA/203030

De boringen zijn uitgevoerd door E.E.A. van der Kuijl (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector) met ondersteuning van D. Woolschot MSc (junior KNA archeoloog), C. Assië Ma (junior KNA archeoloog) en M. Nap (projectmedewerker).

3.3

Resultaten Geologie en bodem Voor de ligging van de boorpunten wordt verwezen naar bijlage 4. De resultaten van de boringen (de boorbeschrijvingen) zijn separaat bijgevoegd, de legenda van de boorbeschrijvingen is als bijlage 5 bijgevoegd. In bijlage 6 zijn overzichtskaarten met de top B-horizont- en top C-horizont opgenomen. Tijdens het booronderzoek zijn twee typen bodems waargenomen. In de eerste categorie is geen sprake van bodemvorming. Een uitspoelingshorizont (E-horizont) en een inspoelingshorizont (B-horizont) ontbreken hier. Dit bodemtype komt verspreid over het gehele onderzoeksgebied van Fase A+B voor. De natuurlijke ondergrond, bestaande uit stuifzand van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Kootwijk of uit dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden), is hier direct onder de bosstrooisellaag of onder de bouwvoor aanwezig (zie Tabel 5)21. Onder de tweede categorie vallen de bodems waarin wel (beginnende) bodemvorming is waargenomen. In al deze boringen is sprake van een inspoelingslaag, de zogenaamde B-horizont, die geleidelijk overgaat in de C-horizont. De natuurlijke ondergrond bestaat in al deze boringen uit stuifzand. Daarnaast is in een aantal van deze boringen boven de inspoelingslaag een (zwak ontwikkelde) uitspoelingslaag aangetroffen, eveneens een kenmerk van bodemvorming (zie Tabel 6).

De boringen met een (beginnende) bodemvorming kunnen geïnterpreteerd worden als ‘cambisol’ (‘braunerden’) en bevinden zich voornamelijk in het centraal-oostelijk deel van het onderzoeksgebied. Een aantal van deze bodems zijn direct ten zuiden van het onderzoeksgebied van Fase A+B aangetroffen, maar bevinden zich wel binnen het plangebied. In boring 8 is een begraven bodem waargenomen (zie Tabel 8). Dit betekend dat het oorspronkelijke maaiveld van vóór 1600 n.Chr. is overstoven door stuifzand. Ook in dit relatief ‘nieuwe’ bodempakket heeft bodemvorming plaatsgevonden. De ‘oorspronkelijke’ bodem is vanaf 70 cm-mv aanwezig. De oude bouwvoor (A-horizont) heeft een dikte van 40 centimeter. Tussen 110-120 cm-mv is een dunne Bhorizont aangetroffen, voordat deze overgaat in de C-horizont, bestaande uit stuifzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Kootwijk). Tabel 4: Bodems zonder bodemvorming (boring 1)

Diepte (cm – mv)

Samenstelling

0-5

Bosstrooisel

5-30

Bruin/geel gevlekt, matig siltig, fijn zand met wortels

Ap1; bouwvoor

30-120

Geel, matig siltig, fijn zand

C; stuifzand (Formatie Boxtel, Laagpakket Kootwijk)

Interpretatie

van van

Tabel 5: Bodems met bodemvorming (boring 22)

Diepte (cm – mv)

Samenstelling

0-10

Bosstrooisel

10-15

Grijs, matig siltig, fijn zand met wortels

E; uitspoelingslaag

15-22

Oranje, matig siltig, fijn zand met wortels

B; inspoelingslaag ontwikkeld)

Interpretatie

(zwak

21

Het onderscheid tussen dekzand en stuifzand is gemaakt op basis van de sortering, kleur en de aanwezigheid van grindjes en/of kiezels.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

23 van 50

Project : BO en IVO Plangebied Op Aust te De Lutte, gemeente Losser Kenmerk : DWS/HAMA/203030

22-120

Geel, matig siltig, fijn zand met roestvlekken en wortels

C; stuifzand (Formatie Boxtel, Laagpakket Kootwijk)

van van

Tabel 6: Bodembeschrijving bij een begraven bodem (boring 8)

Diepte (cm – mv)

Samenstelling

Interpretatie

0-30

Zwart, matig siltig, humeus, fijn zand met wortels en blad

Ap1; bouwvoor

30-45

Oranje, matig siltig, fijn zand met wortels

B1; inspoelingslaag ontwikkeld)

45-70

Geel, matig siltig, fijn zand

C1; stuifzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Kootwijk)

70-110

Lichtbruingrijs, matig humeus, fijn zand

110-120

Oranje, matig siltig, fijn zand

B2; inspoelingslaag ontwikkeld)

120-150

Lichtgeel, matig siltig, fijn zand

C; stuifzand (Formatie Boxtel, Laagpakket Kootwijk)

siltig,

(zwak

A; oorspronkelijke bouwvoor

(zwak

van van

Boringen zonder bodemvorming In een groot deel van de boringen is geen sprake van bodemvorming. Een uitspoelingshorizont (Ehorizont) en een inspoelingshorizont (B-horizont) ontbreken hier. Dit bodemtype komt door het gehele onderzoeksgebied van Fase A+B voor. De natuurlijke ondergrond, bestaande uit stuifzand van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Kootwijk of uit dekzand, indien grindjes aanwezig zijn (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden), komt hier direct onder de bosstrooisellaag of onder de bouwvoor voor. De minimale diepte waarop de top van de natuurlijke afzettingen zijn aangetroffen bedraagt 2 cmmv (boring 16). De maximale diepte hiervan bedraagt meer dan 150 cm-mv (boring 28). De oorzaak voor dit grote verschil is het aanwezige reliëf door stuifduinen die soms meer dan 3 meter hoog zijn. Boringen met bodemvorming In boringen 8, 9, 10, 14, 21, 22, 29, 31, 33, 35, 43, 47, 48 en 54 is (beginnende) bodemvorming aangetroffen. In al deze boringen is sprake van een inspoelingslaag, de zogenaamde B-horizont. De top van deze horizont is op minimaal 10 cm-mv (boring 14 en 54) en maximaal 65 cm-mv (boring 29) aangetroffen. De B-horizont is in alle gevalle zwak ontwikkeld en gaat geleidelijk over in de C-horizont op een diepte van minimaal 15 cm-mv in boring 54 en maximaal 80 cm-mv in boring 29. De natuurlijke ondergrond bestaat in al deze boringen uit stuifzand.

Daarnaast is in boring 14, 21, 22, 29, 33, 35, 43, 47, 48 en 54 boven de inspoelingslaag een (zwak ontwikkelde) uitspoelingslaag aangetroffen, eveneens een kenmerk van bodemvorming. Deze Ehorizont komt direct aan het maaiveld voor in boring 54. De maximale begindiepte ervan is 40 cm-mv in boring 29. De boringen met (beginnende) bodemvorming kunnen geïnterpreteerd worden als ‘cambisol, ook wel ‘braunerden’ genoemd en bevinden zich voornamelijk in het centraal-oostelijk deel van het onderzoeksgebied. Een aantal van deze bodems is direct ten zuiden van het onderzoeksgebied van Fase A+B aangetroffen, maar bevinden zich wel binnen het plangebied. Boring met een begraven bodem In boring 8 is een begraven bodem waargenomen. Dit betekend dat het oorspronkelijke maaiveld van vóór 1600 n.Chr. is overstoven door stuifzand. Ook in dit relatief ‘nieuwe’ bodempakket heeft

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

24 van 50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=750e307c-cadb-4559-ac2b-69312339d130