BP_De Lutte, partiele herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte_0401
Tekst van het document
5.1
Geluid (Wet geluidhinder)
5.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. 5.1.2
Beoordeling
De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling voorziet niet in de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige objecten. Het toetsen van de voorgenomen ontwikkeling aan de aspecten industrielawaai, wegverkeers- en railverkeerslawaai is niet noodzakelijk. Wel is er sprake van een fysieke aanleg van een weg. Wanneer de geluidsbelasting daardoor met 2 dB toeneemt, is sprake van een reconstructie als bedoeld in de Wet geluidhinder 1. De toekomstige geluidssituatie moet acceptabel zijn en passen binnen de kaders van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Met betrekking tot verkeerslawaai is door Buijvoets bouw- en geluidsadvisering voor het plangebied daarom een onderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn hieronder opgenomen. Het gehele akoestische onderzoek is opgenomen in bijlage 2 bij deze toelichting. De geluidbelasting in de nieuwe situatie, met verbindingsweg, bedraagt maximaal 45 dB en is lager dan de voorkeurswaarde van 48 dB waarmee sprake blijft van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor het aspect verkeerslawaai. Het is daarom niet nodig de toename van de geluidbelasting te berekenen ten gevolge van de wijzigingen. 5.1.3
Conclusie
Het aspect ‘geluid’ vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.
1
Een reconstructie is gedefinieerd (art.1 Wgh) als: "een of meer wijzigingen op of aan een aanwezige weg, ten gevolge waarvan de geluidsbelasting, vanwege de weg, met 2 dB of meer wordt verhoogd".
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld
5.2
Bodemkwaliteit
5.2.1
Algemeen
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 5.2.2
Beoordeling
In het voorliggend geval gaat het om de aanleg van een wegtracé, waarbij er geen sprake is van een ruimte waarin (nagenoeg) voortduren (twee of meer uur per (werk)dag) mensen verblijven. Daarnaast betreft de aanleg van een weg geen risicovolle activiteit voor de bodem. Een verkennend bodemonderzoek kan dan ook achterwege worden gelaten. Wanneer grond verplaatst wordt buiten het plangebied, moet in het kader van het Besluit bodemkwaliteit wel onderzocht worden wat de kwaliteit van deze grond is en of de grond in het vrije grondverkeer mag terechtkomen. Dit kan echter in een later stadium onderzocht worden en is niet van belang voor de procedure ten aanzien van het bestemmingsplan. 5.2.3
Conclusie
De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
5.3
Luchtkwaliteit
5.3.1
Algemeen
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •
5.3.2
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen
Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •
woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
27
“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.3
Besluit gevoelige bestemmingen
Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.4
Verantwoording
De aanleg van het wegtracé met name beoogd ter verbetering van de ontsluiting en zal niet leiden tot extra verkeersbewegingen. Het project is daarmee aan te merken als een project dat in ‘niet betekenende mate bijdraagt’ aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Tot slot wordt opgemerkt dat dit plan eveneens niet voorzien in ‘gevoelige bestemmingen’ als bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen. 5.3.5
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
5.4
Externe veiligheid
5.4.1
Algemeen
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.
Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgesteld in: • • •
het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).
De regelgeving omtrent buisleidingen is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
28
“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2
Beoordeling
De voorgenomen ontwikkeling (het doortrekken van een weg) wordt niet aangemerkt als een (beperkt) kwetsbaar object. Hierdoor hoeft geen verantwoording van het plaatsgebonden risico en groepsrisico gegeven te worden. Tevens voorziet het plan niet in het toevoegen van een risicovolle functie. Het plan heeft ook geen effect op het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. 5.4.3
Conclusie
Een en ander brengt met zich mee dat de ontwikkeling in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.
5.5
Milieuzonering
5.5.1
Algemeen
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden.
De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. 5.5.2
Gebiedstypen
In de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ is een tweetal gebiedstypen onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Op basis van de VNG-uitgave wordt het buitengebied gerekend tot een met het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ vergelijkbaar omgevingstype. Het omgevingstype ‘gemengd gebied’ wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ omschreven als een gebied met een matige tot sterke functiemenging waarbij bijvoorbeeld direct naast woningen andere functies voor kunnen komen zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. De richtafstanden (met uitzondering van het aspect gevaar) uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van een ‘gemengd gebied’. Daarbij wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgemerkt
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
29
“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. In dit geval kan uit worden gegaan van een rustige woonwijk, gezien er in de nabijheid van het plangebied voornamelijk woningen gelegen zijn. Onderstaand staan bijbehorende richtafstanden weergegeven. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
5.5.3
Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
Beoordeling
5.5.3.1 Algemeen Zoals reeds hiervoor genoemd wordt bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. 2.
past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).
In voorliggend geval is een verkeersweg (30 km/u) niet aan te merken als milieugevoelige of milieubelastende functie. 5.5.4
Conclusie
Vanuit het oogpunt van milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
5.6
Ecologie
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Natuurbeschermingswet en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming komt voort uit de Wet Natuurbescherming. 5.6.1
Gebiedsbescherming
5.6.1.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het plangebied bevindt zich op een afstand van circa 2,4 kilometer van het Natura 2000-gebied ‘Landgoederen Oldenzaal’. Het Natura 2000-gebied ‘Dinkelland’ bevindt zich op een afstand van circa 1,4 kilometer. De ligging
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
30
“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld ten opzichte van Natura 2000-gebieden wordt hierna weergegeven. Het plangebied is daarbij aangegeven met de rode stip.
Afbeelding 5.2: Ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden (Bron: provincie Overijssel)
Conclusies In dit geval is door BJZ.nu een stikstofberekening uitgevoerd. Het volledige rapport is opgenomen in bijlage 3. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat in de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. 5.7.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. De NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van de NNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als NNN is gelegen op circa 10 meter afstand. De ligging van het plangebied ten opzichte van de NNN wordt hierna weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
31
“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld
Afbeelding 5.3: Ligging ten opzichte van NNN (Bron: provincie Overijssel)
Er is sprake van een ontwikkeling buiten de NNN met een lokale invloedsfeer. Kernkwaliteiten en omgevingscondities van de NNN worden door de voorgenomen activiteit niet aangetast. De ontwikkeling zorgt niet voor een vermindering van het areaal aan NNN en omgevingscondities van de NNN worden niet aangetast, temeer omdat het NNN geen schaduwwerking kent. Er hoeft geen onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden. 5.6.2
Soortenbescherming
Wat betreft de soortenbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet er worden bekeken of hier een vrijstelling voor geldt anders moet er een ontheffing worden gevraagd. In dit geval is een quickscan ecologie uitgevoerd. Het volledige rapport is als bijlage 5 opgenomen. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. Als gevolg van de beoogde werkzaamheden tijdens het broedseizoen wordt mogelijk een bezet vogelnest verstoord. Van de in het plangebied verwachte soorten is het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van vogelnesten dienen daarom buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaats vinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten.
Er wordt geen beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield, als gevolg van uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Binnen de invloedssfeer van het project bevinden zich geen vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen. Het projectgebied doorkruist wel een mogelijke vliegroute van vleermuizen. Indien er geen verstorende verlichting wordt toegepast heeft het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten geen negatief effect op deze mogelijk aanwezige vliegroute. Het advies geldt daarbij om geen straatverlichting aan te brengen óf lage straatlantaarns met amber- of roodkleurig licht en overkapping ter voorkoming van lichtverstoring. Tot slot wordt benadrukt dat te allen tijde rekening dient te worden gehouden met de zorgplicht zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming. De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
32
“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld 5.6.3
Bomeneffectanalyse
Algemeen Door Expedio Arbori is een Bomeneffectanalyse uitgevoerd. Aanleiding voor het aanvullende onderzoek zijn een aantal wijzigingen in het planontwerp welke waar mogelijk nog van (negatieve) invloed kunnen zijn op de duurzame instandhouding van de bomen. Primaire aanleiding voor het opstellen van een bomen effect analyse is de aanwezigheid van een rijbeplanting oude eiken nabij de Ambachtstraat als relict van een oude houtwal, waar de nieuwe verbindingsweg tussen de bomen door gepland is. Om deze bomen duurzaam te kunnen inpassen in de nieuwe situatie, wil de opdrachtgever weten of de geplande werkzaamheden en herinrichting nadelige gevolgen hebben voor de bomen en welke boombeschermende maatregelen eventueel noodzakelijk zijn om deze te behouden.
Vraagstelling In dit onderzoek staan de volgende vragen centraal: • Wat is de conditie en vitaliteit van de bomen binnen het projectgebied zoals omschreven; • Kunnen de bomen, in het perspectief van de voorgenomen werkzaamheden, in de huidige verschijningsvorm en op deze standplaats duurzaam behouden blijven? • Welke invloed hebben de werkzaamheden in de directe omgeving van de bomen? • Welke maatregelen kunnen genomen worden om de invloed ten aanzien van de bomen tot een minimum te beperken? Om antwoord te kunnen geven op bovenstaande vragen, is het onderzoek voor zover relevant, uitgewerkt conform een zogenaamde Bomen Effect Analyse (BEA). Een dergelijke analyse is een gestandaardiseerde beoordeling van mogelijke effecten van bouw of aanleg op bomen. Een BEA dient antwoord te geven op de vraag: “Kunnen de bomen, in het perspectief van de voorgenomen (bouw)werkzaamheden of het ontwerpplan in hun huidige verschijningsvorm en op deze standplaats, duurzaam behouden blijven?” Hierna wordt op de belangrijkste resultaten en advies ingegaan. Advies Met inachtneming van hierna volgende voorbehouden en onderstaand advies is het boomtechnisch verantwoord de voorgenomen werkzaamheden en herinrichting te realiseren. Bovengronds • Geadviseerd wordt de bomen te onderwerpen aan een onderhoudssnoei (verwijderen dood hout en overige probleemtakken.
• Beide bomen op te kronen ten einde de wettelijke vrije doorgang te verkrijgen ten aanzien van de aan te leggen doorsteek/weg. Snoeiwerkzaamheden dienen uitgevoerd te worden door een vakbekwaam boomverzorger, waarbij nadrukkelijke aandacht moet uitgaan naar het behoud van de natuurlijke habitus van de bomen en het voorkomen van te grote snoeiwonden. • Bij boom 2 een corrigerende snoei uit te voeren (uitlichten) naar aanleiding van een uitgebroken gesteltak. • Beide bomen dienen het gehele proces van stambescherming voor zien te worden e.e.a. zoals omschreven in paragraaf 6.2 van deze rapportage. Ondergronds • Omdat alle werkzaamheden plaats dienen te vinden binnen de kritieke zone van de bomen, dient bij het uitdiepen van het cunet een vakbekwaam boomverzorger c.q. toezichthouder aanwezig te zijn welke toeziet op het vakkundig snoeien/innemen van wortels. • De graafafstand ten opzicht van de wortelvoet van de bomen is afgeleid van de richtlijnen zoals deze zijn opgenomen door het Norminstituut bomen; Dit betekent dat de minimale graafafstand gemeten vanuit het hart van de boom ten minste 2.5 meter dient te bedragen, met een voorkeur van 3 meter. • Het uitdiepen van het cunet laat vanwege de oppervlakkige beworteling weinig ruimte voor verantwoorde inzet van wortelstraatconstructies.
Omdat de omvang (diameter) van de wortels klein is en geen stabiliteitswortels zijn waargenomen in het profiel tot – 60 cm, dient het uitkisten tot op
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
33
“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld
•
•
•
het gele zand plaats te vinden incl. het snoeien en prepareren van de wortels. Er kan dan een gekozen worden voor een normale fundatie (puincunet) voor de aanleg van de doorsteek/weg. Ten aanzien van het fietspad verdient het de aanbeveling om ook hier onder toezicht de graafwerkzaamheden te laten plaatsvinden en hierbij een wortelbesparende werkwijze te hanteren. Dat wil zeggen dat het de voorkeur geniet om bij voorkeur niet dieper te graven dan 15 cm onder het maaiveld. Enige wortelsnoei zal onvermijdelijk zijn, mits vakkundig uitgevoerd. Dit betekent dat het zandbad lokaal minder dik c.q. diep wordt gerealiseerd. Aanvullend op voorgaande dienen compenserende maatregelen genomen te worden i.v.m. met het wortelverlies en verminderde opname van vocht, voeding en zuurstof. Doorgaans geniet het de voorkeur ter hoogte van de bomen een open plantplaats te creëren met als aanvulling een mulchlaag als afwerking. Omdat niet de gehele ruimte onder de bomen in eigendom komt van de gemeente en het de verwachting is dat het grasland in gebruik blijft door derden, dienen de compenserende maatregelen ondergronds uitgevoerd te worden door het verbeteren van het doorwortelde volume. Geadviseerd wordt hiervoor de grond pneumatisch te verbeteren met inzet van een groeiplaatsinjector.
Om zowel het humusgehalte (langzaam vrijkomende meststoffen) als het vochthoudend en vochtleverend vermogen te verhogen, worden in opgeloste vorm stabiel organische meststoffen (wormenmest) toegevoegd. Het ophogen van grond ter hoogte van bomen dient voorkomen te worden en/of anderzijds in overleg plaats te vinden met een boomtechnisch toezichthouder. Daarbij dient ten aller tijden de niet stabiele organische toplaag (grasvegetatie) verwijdert te worden en mag deze nooit ter hoogte van de bomen vergraven worden.
Tevens zijn in de BEA eisen en randvoorwaarden opgenomen ten aanzien van ontgraving, ophoging en bodemverdichting. Tot slot zijn er een aantal boombeschermende maatregelen opgenomen die opgevolgd moeten worden. Voor een nadere uitwerking hiervan wordt verwezen naar bijlage 6. Met inachtneming van het opgenomen advies, de gestelde eisen en randvoorwaarden en de uitvoering van de boombeschermende maatregelen, is er geen sprake van onevenredige negatieve effecten ten aanzien van de bomen. Het project is daarmee uitvoerbaar. 5.6.4
Conclusie
Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
5.7
Archeologie & cultuurhistorie
5.8.1
Archeologie
5.7.1.1 Algemeen Op grond van de Erfgoedwet dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische waarden. In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het projectgebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor kan archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. Als blijkt dat in het projectgebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 5.7.1.2 Beoordeling De gemeente Losser beschikt niet over een eigen archeologische verwachtingskaart, daarom is de provinciale
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
34
“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld verwachtingskaart geraadpleegd. Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom van De Lutte. Het plangebied is gelegen in een gebied met een lage indicatieve verwachting (zie afbeelding 5.4). in gebieden met een lage indicatieve waarde is archeologisch onderzoek verplicht bij bodemingrepen dieper dan 30 centimeter en met een oppervlakte groter dan 10.000 vierkante meter. Overigens geldt op basis van de archeologische dubbelbestemmingen in het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Hoge archeologische verwachting’. Op basis van deze dubbelbestemming geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen dieper dan 30 centimeter en 2.000 vierkante meter. De onderzoeksgrenzen van zowel de archeologische verwachtingskaart als de dubbelbestemming wordt niet gehaald. Archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.
Afbeelding 5.4: Archeologische verwachtingskaart (Bron: Gemeente Losser)
5.7.2
Cultuurhistorie
5.7.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is in artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a opgenomen dat een bestemmingsplan of wijzigingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 5.7.2.2 Verantwoording Er bevinden zich in het plangebied zelf geen rijks- danwel gemeentelijke monumenten. Voor het overige zijn er binnen het plangebied of in de omgeving van het plangebied geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor dit plan. 5.7.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt er geen archeologisch onderzoek nodig is. Tevens is geen sprake van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
35
“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld
5.8
Besluit milieueffectrapportage
5.8.1
Algemeen
De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een wijzigingsplan of bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: •
•
•
Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).
In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r.. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. 5.8.2
Situatie plangebied
5.8.2.1 Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 2,4 kilometer afstand van het plangebied. In dit geval gaat het om de aanleg van een weg. In dit kader is door BJZ.nu een stikstofberekening uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat er geen sprake is van significant negatieve effecten ten aanzien van Natura 2000-gebieden. In paragraaf 5.6 en bijlage 3 is dit nader toegelicht. 5.8.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r Voor wat betreft het gehele plangebied wordt voorzien in directe eindbestemmingen waardoor het voldoet aan de definitie van een 'besluit' als bedoeld in het Besluit m.e.r. Dit betekent dat dit wijzigingsplan m.e.r.(beoordelings)plichtig is indien activiteiten mogelijk worden gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. Het plan betreft de aanleg van een wegtracé. De ontwikkeling is concreet beschreven in paragraaf 3.1. In onderdeel D 11.2 wordt onder een stedelijke ontwikkeling het volgende verstaan: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De m.e.r.- plicht geldt bij projecten van een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
36
“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld In de nota van toelichting op het Besluit m.e.r wordt het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' geduid. Hier wordt het volgende over gezegd: “Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Er kan overigens geen misverstand over bestaan dat ook dorpen hieronder vallen. Wat stedelijke ontwikkeling inhoudt kan van regio tot regio verschillen. Van belang hierbij is of er per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen zijn. Indien bijvoorbeeld een woonwijk wordt afgebroken en er komt een nieuwe voor in de plaats, zal dit in de regel per saldo geen of weinig milieugevolgen hebben. Bij een uitbreiding zal er eerder sprake kunnen zijn van aanzienlijke gevolgen.” Uit voorgaande volgt dat onderhavige ontwikkeling in algemene zin niet te kwalificeren is als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. Er is namelijk geen sprake van aanzienlijke gevolgen voor het milieu (zie ook Hoofdstuk 5) en er is geen sprake van een toename aan bebouwd oppervlakte. De kwalificatie is wel afhankelijk van specifieke omstandigheden van een project en de ruimtelijke gevolgen die het project met zich meebrengt.
In die gevallen is het Besluit m.e.r. niet van toepassing en hoeft geen aanmeldnotitie te worden opgesteld. 5.8.2.3 Conclusie Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
37
“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld
HOOFDSTUK 6
WATERPARAGRAAF
6.1
Vigerend beleid
6.1.1
Europees beleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2 Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema’s als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen.
De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). 6.1.3
Provinciaal beleid
In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 6.1.4
Beleid waterschap Vechtstromen
Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het algemeen bestuur van waterschap Vechtstromen heeft in de vergadering van 7 oktober het ‘Waterbeheerplan 2016-2021’ vastgesteld. In het Waterbeheerplan is aangegeven hoe het waterschap zijn taken de komende jaren (2016 tot 2021) wil uitvoeren. In het plan zijn doelen en maatregelen gesteld voor de thema’s waterveiligheid, voldoende water , schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op: • voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte; • beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem; • het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
38
“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld
6.2
Waterparagraaf
6.2.1
Algemeen
Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2
Watertoetsproces
Waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording hiervan heeft ertoe geleid dat de zogenaamde “korte procedure” van toepassing is. De bij deze ‘’korte procedure’’ behorende “Standaard Waterparagraaf” is opgenomen in bijlage 5 bij deze toelichting. Op 29 juli 2022 is contact geweest met het waterschap en is de “korte procedure” bevestigd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
39
“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld
HOOFDSTUK 7 7.1
JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
7.2
Opzet van de regels
7.2.1
Algemeen regels
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 7.2.2
Inleidende regels (begrippen en wijze van meten); Bestemmingsregels; Algemene regels (o.a. algemene afwijkingsregels); Overgangs- en slotregels. Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •
Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.
•
Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.
7.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
40
“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld • • • •
Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte, goothoogte etc.); Afwijken van de bouwregels/ gebruiksregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bouw- en/of gebruiksregels. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: in de archeologische dubbelbestemming en dubbelbestemming voor de waterleiding is een omgevingsvergunningstelsel opgenomen ter bescherming van mogelijke archeologische waarden en ligging van de waterleiding.
In paragraaf 7.3 worden de bestemmingen nader toegelicht en wordt aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze is gekozen. 7.2.4
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •
Anti-dubbeltelregel (Artikel 5) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage.
•
Algemene gebruiksregels (Artikel 6) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze regel bevatten bepalingen omtrent functies die in ieder geval in strijd zijn met het bestemmingsplan. Ook zijn hier vormen van toegestaan gebruik opgenomen.
•
Algemene afwijkingsregels (Artikel 7) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken.
•
Algemene wijzigingsregels (Artikel 8) In dit artikel zijn algemene wijzigingsregels opgenomen, die het mogelijk maken het plan op ondergeschikte punten te wijzigen.
7.2.5
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In het overgangsrecht is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. De bestaande situatie is hierbij het uitgangspunt. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
41
“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld In dit geval is qua systematiek aangesloten bij het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan “De Lutte 2020”, die in 2020 in procedure zal gaan. Het is logisch om hier aansluiting bij te zoeken, zodat deze herziening qua systematiek en regels niet afwijkt van het nieuwe geldend regime voor de gehele kern.
‘Verkeer – Verblijf’ (Artikel 3) De gronden van het nieuwe wegtracé zijn bestemd tot ‘Verkeer-Verblijf’. Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor wegen, straten en paden en parkeervoorzieningen, met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, andere werken, water, waterhuishoudkundige voorzieningen en groen/speelvoorzieningen. In de bouwregels zijn bepalingen over bouwwerken, geen gebouwen zijnde, opgenomen. Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan. ‘Waarde – Hoge archeologische verwachting’ (Artikel 4) In dit geval is de geldende bestemming ‘Waarde – Hoge archeologische verwachting’ conform het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan voor De Lutte (Bestemmingsplan De Lutte 2020) overgenomen. Deze gronden met deze dubbelbestemming zijn uitsluitend bedoeld voor het behoud en bescherming van gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Een omgevingsvergunningstelsel voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden beschermt de archeologische waarde van de gronden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
42
“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld
HOOFDSTUK 8
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De ontwikkeling gaat deel uit maken van een gemeentelijke exploitatie. De kosten voor de planvorming worden hieruit gedekt. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
43
“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld
HOOFDSTUK 9 9.1
VOOROVERLEG, INSPRAAK & ZIENSWIJZEN
Vooroverleg
Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. 9.1.1
Rijk
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2
Provincie Overijssel
Met de planologische wijziging zijn geen provinciale belangen in het geding. Het plan is in het kader van vooroverleg reeds besproken met de provincie. In een reactie is aangegeven dat de voorgenomen veranderingen van de bestemming niet in strijd is met het provinciaal beleid. 9.1.3
Waterschap Vechtstromen
In het kader van de watertoets heeft er een digitale watertoets plaatsgevonden via de website www.dewatertoets.nl. De uitkomsten van deze watertoets hebben ertoe geleid dat er geen waterschapsbelangen worden geraakt. Op 29 juli 2022 is contact geweest met het waterschap. Het waterschap heeft de uitkomst uit de watertoets bevestigd. Het advies van het waterschap is positief. 9.1.4
Brandweer Twente
Het bestemmingsplan is voorgelegd aan de Brandweer Twente. In haar reactie geeft de brandweer aan dat het Luttermolenveld in de huidige situatie voldoet aan het vereiste dat een gebied via twee onafhankelijke routes bereikt moet kunnen worden. Op grond van de handreiking "Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid 2019" is een extra ontsluiting niet vereist. Wel is de brandweer van mening dat deze ontsluiting zeker nuttig en handig is. Zo ziet de Brandweer Twente snellere opkomsttijden van vrijwilligers, snellere aanrijtijden naar het Luttermolenveld en een kortere route voor watertransportsystemen als argumenten om hier wel een calamiteitenontsluiting te projecteren. Voor wat betreft de wegbreedte geeft de brandweer aan dat het wegontwerp voldoet aan de gestelde eisen in de handreiking "Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid 2019".
9.2
Inspraak
Het bestemmingsplan heeft tussen 15 oktober 2020 en 12 november vier weken als voorontwerp ter inzage gelegen. In deze periode zijn er vijf inspraakreacties ingediend, die hebben geleid tot enkele tekstuele aanpassingen. In de reactienota vooroverleg (bijlage 8 van deze toelichting) is hier nader op ingegaan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
44
“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld
9.3
Zienswijzen
Het bestemmingsplan heeft voor een periode van zes weken als ontwerp ter inzage gelegen. In deze periode zijn er verscheidene zienswijzen ingediend, welke hebben gelijk tot enkele wijzigingen in het plan. De gemeente Losser heeft dit uitgewerkt in een zienswijzennota, die als bijlage 9 is opgenomen. Voor een nadere toelichting wordt hiernaar verwezen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
45
“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
46
“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld
Bijlage 1
Verkeersveiligheidstoets
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld
Bijlage 2
Nadere veiligheidstoets doortrekking Ambachtstraat De Lutte
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
48
“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
49
“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld
Bijlage 4
Stikstofberekening
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
50
“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld
Bijlage 5
Quickscan ecologie
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
51
“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld
Bijlage 6
Bomeneffectanalyse
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
52
“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld
Bijlage 7
Watertoetsresultaat
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
53
“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld
Bijlage 8
Reactienota vooroverleg
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
54
“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld
Bijlage 9
Zienswijzennota
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
55
De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraa t De Lutte vastgesteld
Bijlagen bij toelichting
BJZ.nu Bestemmingsplannen
59
De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraa t De Lutte vastgesteld
Bijlage 1
Verkeersveiligheidstoets
BJZ.nu Bestemmingsplannen
60
Deventer
Den Haag
Eindhoven
Snipperlingsdijk 4
Anna van Buerenplein 46
Emmasingel 15
7417 BJ Deventer
2595 DA Den Haag
5611 AZ Eindhoven
7400 AD Deventer
Leeuwarden
Amsterdam
T +31 (0)570 666 222
F. HaverSchmidtwei 2
De Ruyterkade 143
goudappel@goudappel.nl
8914 BC Leeuwarden
1011 AC Amsterdam
Postbus 161
Gemeente Losser
Ontsluiting Luttermolenveld
Datum Kenmerk
20 februari 2020 006157.N1.01
Eerste versie
1
Inleiding
De wijk Luttermolenveld in De Lutte is op dit moment bereikbaar vanaf de Dorpsstraat en vanaf de Bentheimerstraat N735. De gemeente Losser is bezig met plannen om de Ambachtstraat door te trekken naar de Ertsmolen in het Luttermolenveld, zodat er een extra ontsluiting wordt gecreëerd. Daarmee wordt het Luttermolenveld ook uit zuidelijke richting goed bereikbaar en kan het verkeer zich meer verspreiden. De verbinding wordt gerealiseerd als een 30 km/u gebied voor auto- en fietsverkeer (met vrachtverbod).
Figuur 1.1: het Luttermolenveld met de nieuwe verbinding Ambachtsweg – Ertsmolen
www.goudappel.nl goudappel@goudappel.nl
CONCEPT
Verkeersveiligheidstoets Ambachtsweg De Lutte
In deze notitie beoordelen we de verkeersveiligheid van de doorgetrokken Ambachtsweg en de verkeersstructuur in dit deel van het Luttermolenveld.
Verbinding Ambachtstraat – Ertsmolen
De gemeente heeft een ontwerp opgesteld voor een verbindingsweg tussen de keerlus in de Ambachtsweg en de Ertsmolen. In het ontwerp is ook de verlegging van de Ertsmolen opgenomen, conform het bestemmingsplan.
Figuur 2.1: de verbindingsweg geprojecteerd op luchtfoto De verbindingsweg is voor wat betreft de maatvoering afgestemd op de breedte van de wegen op het Luttermolenveld: de weg is 5,0m breed, net als de bestaande tweerichtingswegen in de wijk. De keerlus aan het einde van de Ambachtsweg blijft gehandhaafd, met belijning wordt het verloop naar de nieuwe verbinding benadrukt. Met twee knikken is de Ertsmolen verlegd naar een iets zuidelijker ligging. Opmerkingen bij dit ontwerp: ■ Twee tegemoetkomende auto’s moeten met elkaar rekening houden in de knikken bij de Ertsmolen. Dat is op alle straten in het Luttermolenveld zo, in dit geval is door het verloop van de weg het zicht op tegemoetkomend verkeer goed, tegenliggers kunnen elkaar op tijd zien. Bovendien is de verkeersintensiteit hier laag (zie het volgende hoofdstuk). ■ Er is in het ontwerp niet voorzien in een voetpad langs de verbindingsweg. Dat is hier wel gewenst, er ontstaat niet alleen voor fietsers en automobilisten een nieuwe verbinding, ook voor voetgangers is dit een nieuwe route. ■ De verbindingsweg kruist het Haerpad, een verbinding naar het Molenveldpad langs het spoor. Hier moet het uitzicht goed zijn. Met een verkeersdrempel kan hier het begin van de 30 km/uur zone extra worden benadrukt. ■ De markering in de keerlus van de Ambachtstraat benadrukt de doorgaande verbinding naar de Ertsmolen.
Het is beter dat de keerlus goed herkenbaar is, de doorgang is alleen bedoeld voor bestemmingsverkeer richting het Luttermolenveld. De gestreepte markering kan dus vervallen. En wellicht kan de keerbeweging extra
www.goudappel.nl
Verkeersveiligheidstoets Ambachtsweg De Lutte
2
CONCEPT
2
zichtbaar worden gemaakt met een grote witte stip of een verhoogde bestrating van de ‘middenstip’.
Effecten op de hoeveelheid verkeer
Met behulp van het verkeersmodel is in 2017 het effect de verbindingsweg tussen de Ambachtstraat en de Ertsmolen onderzocht. Hieruit blijkt dat geen grote wijzigingen te verwachten zijn. Voor het grootste deel van het verkeer blijft de huidige route de kortste/snelste route. Er is een verschuiving van de Kroepsweg naar deze nieuwe verbinding te zien, maar de verkeersintensiteiten blijven in dezelfde orde van grootte, er ontstaan geen wezenlijke wijzigingen in het verkeersbeeld. Huidige ontsluiting
Extra ontsluiting
Verschil
via Ambachtstraat Dorpstraat
1.500
1.500
-
Plechelmusstraat
2.700
2.900
+ 200
Lossersestraat
2.400
2.600
+ 200
Ambachtstraat
600
900
+ 300
Postweg (telling)
600
600
-
Kroepsweg
900
700
- 200
Tabel 3.1: effecten van maatregelen op structuurniveau (mvt/etm) Elders in De Lutte leidt de extra aansluiting van het Luttermolenveld niet tot merkbare wijzigingen in het verkeersbeeld.
4
Ontsluiting Luttermolenveld
Het Luttermolenveld is ooit aangelegd als bungalowpark. Dat is nog steeds te zien: de straten zijn smal, met aan een zijde een smalle loopstrook, in veel straten is daarnaast ook nog een smalle strook met lantaarnpalen aanwezig. De tuinen lopen tot de kant van de weg. Er is beperkt parkeerruimte op straat aanwezig, maar door de schuine trottoirbanden nodigt de loopstrook ook uit tot parkeren. Als dat gebeurt moeten voetgangers uitwijken naar de rijbaan. Snelheidsremmende maatregelen zijn beperkt aanwezig in de vorm van ronde verkeersdrempels op de kruisingen van straten. Het verkeer op het Luttermolenveld wordt verdeeld via 5,0m brede (asfalt)straten met tweerichtingsverkeer. In combinatie met de loopstrook van 1,50 zijn deze straten geschikt om iets meer verkeer te verwerken dan de smalle eenrichtingsstraatjes die vooral een functie hebben voor de aanliggende woningen. Met de nieuwe verbindingsweg krijgen de Kroepsweg en de direct daarop aansluitende straten wat minder verkeer te verwerken, de straten die op nieuwe toegang aansluiten krijgen meer verkeer te verwerken. Vanaf de nieuwe verbinding verdeelt het verkeer zich bij de kruising Rosmolen - Korenmolen verdeeld, met de Paltrokmolen en
www.goudappel.nl
Verkeersveiligheidstoets Ambachtsweg De Lutte
3
CONCEPT
3
Waterradmolen als verbinding naar de meer oostelijk gelegen straten. De verdeelfunctie voor deze straten is niet nieuw, maar de richting en verdeling van het verkeer veranderd.
Bij de Ertsmolen zal de verkeerstoename merkbaar zijn maar blijft de verkeersintensiteit in absolute zin laag, passend bij een woonstraat. Voor de andere (verdeel)straten zullen de verschillen nauwelijks merkbaar zijn. In de eenrichtingsstraten is geen verandering van de hoeveelheid verkeer te verwachten.
Figuur 4.2: Doorzicht richting de Ertsmolen met rechts de Korenmolen Een aandachtspunt is de beperkte breedte van de Ertsmolen tussen de Korenmolen en de verbindingsweg. Dit wegdeel oogt smaller dan de andere tweerichtingsstraten op het Luttermolenveld. Er is een voetpad aanwezig, maar een margestrook aan de andere zijde ontbreekt. Door hoge beplanting en schuttingen langs de aanliggende tuinen en bebouwing direct langs de weg is het zicht op de aansluiting met de Korenmolen minder goed
www.goudappel.nl
Verkeersveiligheidstoets Ambachtsweg De Lutte
4
CONCEPT
Figuur 4.1: circulatie op het Luttermolenveld met in geel de nieuwe verbinding
is. Snoeien van het groen langs deze aansluiting is hier noodzakelijk. Een pluspunt is dat op deze kruising al een snelheidsremmer aanwezig is.
Conclusie
De nieuwe toegang zorgt voor een betere aansluiting van het Luttermolenveld op de kern van De Lutte. Daarnaast is het ook een extra toegang voor nood- en hulpdiensten. De nieuwe ontsluiting van de wijk zorgt voor verschuiving van routes in de wijk en in De Lutte, maar de hoeveelheid verkeer over de Ertsmolen past nog steeds bij een woonstraat, in absolute zin zijn de verkeersintensiteiten laag. We hebben wel een paar aanbevelingen bij de verbindingsweg om extra duidelijk te maken dat dit geen doorgaande route is en ten behoeve van de veiligheid.
Figuur 5.1: aanbevelingen bij de verbindingsweg
www.goudappel.nl
Verkeersveiligheidstoets Ambachtsweg De Lutte
5
CONCEPT
5
De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraa t De Lutte vastgesteld
Bijlage 2
Nadere veiligheidstoets doortrekking Ambachtstraat De Lutte
BJZ.nu Bestemmingsplannen
66
Opdrachtgever
Gemeente Losser
Datum
14 juni 2022
Auteur
Joost Verhoeven
Kenmerk
011929.20220614.N1.02
Kenmerk opdrachtgever
22.0010813
Status
Definitief
Pagina
1/7
Nadere veiligheidstoets doortrekking Ambachtstraat De Lutte 1.
Inleiding
De gemeente Losser heeft plannen om de Ambachtstraat in De Lutte door te trekken tot de Ertsmolen. In 2020 hebben wij een veiligheidstoets uitgevoerd op het ontwerp voor deze verbinding (Verkeersveiligheidstoets Ambachtstraat De Lutte, 006157.N1.01, 20 februari 2020). Naar aanleiding van de zienswijzen die zijn ingediend bij het bestemmingsplan voor deze verbinding beschrijven we in deze notitie onze nadere toets. Basis voor deze nadere toets is de tekening Doorsteek Luttermolenveld, De Lutte, 2221028-50 d.d. 14 maart 2022, rekening houdend met de verschuiving van de Ertsmolen tussen de nieuwe verbinding en de Poldermolen conform het bestemmingsplan.