CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

BP_De Lutte, partiele herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte_0401

Oordeelsvormende vergadering 20 september 2022, gemeente LosserBij agendapunt: Bestemmingsplan De Lutte partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte24.083 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte

Augustus 2022

Vastgesteld

“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld

Bestemmingsplan “Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte

Plannaam: “Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte IMRO-nummer: NL.IMRO.0168.BPH001PHO7-0401 Plantype: Bestemmingsplan Status: Vastgesteld Datum: Augustus 2022

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld

TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 6 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 6 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 7 HUIDIG BESTEMMINGSPLAN ........................................................................................................................... 7 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 8

HOOFDSTUK 2 DE HISTORISCHE EN HUIDIGE SITUATIE ................................................ 9 2.1 2.2

DE LUTTE ................................................................................................................................................... 9 HUIDIGE SITUATIE ........................................................................................................................................ 9

HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 10 3.1 3.2

DE ONTWIKKELING ..................................................................................................................................... 10 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 11

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 13 4.1 4.2 4.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 13 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 15 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 23

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 26 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

GELUID (WET GELUIDHINDER) ...................................................................................................................... 26 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 27 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 27 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 28 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 29 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 30 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 34 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 36

HOOFDSTUK 6 WATERPARAGRAAF ..................................................................... 38 6.1 6.2

VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 38 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 39

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING............................... 40 7.1 7.2 7.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 40 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 40 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 41

HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 43 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK & ZIENSWIJZEN ........................................ 44 9.1 9.2 9.3

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 44 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 44 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 45

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 46 BIJLAGE 1

VERKEERSVEILIGHEIDSTOETS ................................................................................................................ 47

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9

NADERE VEILIGHEIDSTOETS DOORTREKKING AMBACHTSTRAAT DE LUTTE ...................................................... 48 AKOESTISCH ONDERZOEK ..................................................................................................................... 49 STIKSTOFBEREKENING ......................................................................................................................... 50 QUICKSCAN ECOLOGIE ........................................................................................................................ 51 BOMENEFFECTANALYSE ....................................................................................................................... 52 WATERTOETSRESULTAAT ..................................................................................................................... 53 REACTIENOTA VOOROVERLEG ............................................................................................................... 54 ZIENSWIJZENNOTA ............................................................................................................................. 55

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

De wijk Luttermolenveld in De Lutte is op dit moment bereikbaar vanaf de Dorpsstraat en vanaf de Bentheimerstraat (N375). De gemeente Losser acht het wenselijk om de ontsluiting van het Luttermolenveld te verbeteren. Hiertoe wil men de Ambachtstraat doortrekken naar de Ertsmolen in het Luttermolenveld, zodat er een extra ontsluiting wordt gecreëerd. Hiermee wordt het Luttermolenveld ook uit zuidelijke richting goed bereikbaar en kan het verkeer zich meer verspreiden. Tevens wordt hiermee een extra calamiteitenontsluiting gerealiseerd. De gronden ter plaatse van de door te trekken Ambachtstraat vallen binnen het plangebied van de bestemmingsplannen “Buitengebied”, “Buitengebied, partiële herziening 1991”, “De Lutte” (deel aan de westzijde) en “Luttermolenveld” (deel aan de oostzijde). De aanleg van een weg is in strijd met de ter plaatse geldende bestemmingen ‘Bos-/beplantingsstroken’, ‘Voet/fietspad’, ‘Agrarisch gebied’, ‘Woondoeleinden’, ‘Groenvoorzieningen’ en ‘Tuin’, aangezien de bouw- en gebruiksmogelijkheden ontbreken. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, dienen de genoemde bestemmingen gewijzigd te worden naar een verkeersbestemming. De geldende bestemmingsplannen dienen daarom partieel herzien te worden. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

In dit bestemmingsplan zal worden aangetoond dat het gewenste plan vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is en dat het geheel in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening’.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt aan de rand van de kern De Lutte, tussen de Ambachtstraat aan de westzijde en de Ertsmolen aan de oostzijde. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Losser, sectie O, nummers 1336 en 1390. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de directe omgeving en ten opzichte van De Lutte weergegeven. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied in De Lutte (Bron: ArcGIS)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het “Bestemmingsplan: “Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte” bestaat uit de volgende stukken: • • •

verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0168.BPH001PH07-0401 en een renvooi; regels; toelichting (en bijbehorende bijlagen).

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidig bestemmingsplan

1.4.1

Algemeen

De locatie is gelegen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “de Lutte 2020”, die door de gemeente Losser is vastgesteld op 2 februari 2021. Hierna is een uitsnede van het betreffende bestemmingsplan opgenomen, waarop het plangebied is aangeduid met rode contour.

Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding geldende bestemmingsplan (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld 1.4.2

Bestemmingen en aanduidingen

De gronden hebben op basis van het geldende bestemmingsplan de volgende bestemmingen: • • • • • • •

Verkeer – Verblijf (ter plaatse van het oostelijke deel); Verkeer – Voet/fietspad (ter plaatse van het westelijk gelegen pad) Groen; Bos; Tuin; Agrarisch; Waarde – Hoge archeologische verwachting.

Gronden met de bestemming ‘Verkeer – Verblijf’ zijn met name bestemd voor wegen, straten en paden. Gronden met de bestemming ‘Verkeer – Voet/fietspad’ zijn met name bestemd voor voet- en fietspaden. Gronden met een bestemming ‘Groen’ en ‘Bos’ zijn beide bestemd voor met name groen en beplanting. De bestemming ‘Tuin’ is bedoeld voor de tuinen behorende bij aangrenzende woningen. De bestemming ‘Agrarisch’ is met name bedoeld voor agrarische cultuurgrond. Tot slot is de archeologische dubbelbestemming opgenomen ter bescherming van de daar te verwachten archeologische waarden. 1.4.3

Strijdigheid

Binnen de genoemde bestemmingen is het gebruiken van percelen voor de aanleg van een weg niet mogelijk. Om de planologische situatie in overeenstemming te brengen met de gewenste situatie is het gewenst dat de huidige bestemmingen worden gewijzigd in ‘Verkeer – Verblijf’, aangezien deze bestemming passend is voor openbare wegen.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de historische en huidige situatie in De Lutte en in het plangebied en de omgeving gegeven. Hoofdstuk 3 gaat in op de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van rijk, provincie en de gemeente Losser beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 9 gaat in op inspraak en vooroverleg.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld

HOOFDSTUK 2 2.1

DE HISTORISCHE EN HUIDIGE SITUATIE

De Lutte

De eerste vermeldingen van De Lutte (Eluiteri) stammen uit de 10e eeuw. In die tijd en de eeuwen daarna was de buurtschap bekend als pleisterplaats, nabij de grens tussen het Landschap Twente en het Graafschap Bentheim. Vanaf de 13e eeuw, toen in het Landschap Twente de markebesturen ontstonden, vormde zich de marke Lutte, ook wel Luttermarke genoemd. Tot 1786 was De Lutte een buurtschap, maar door de bouw van een schuurkerk werd de buurtschap in dat jaar ‘verheven’ tot dorp en tien jaar later kreeg men een eigen parochie met Plechelmus als patroonheilige. Het dorp De Lutte groeit tot de Tweede Wereldoorlog slechts langzaam. In 1906 bestaat het dorp slechts uit een handvol huizen langs de Dorpstraat. Pas na de oorlog begint het dorp te groeien en begin jaren vijftig worden de Boerrichterstraat en Pastoor Geerdinksstraat aangelegd, in de jaren zestig gevolgd door de Beatrixstraat en Margrietstraat. In de laatste drie decennia is het dorp langzaamaan uitgebreid aan de zuid- en noordzijde. Met de legalisatie in 2008 van de permanente bewoning van het recreatiepark Luttermolenveld is het inwonertal van het dorp vrijwel verdubbeld. Tegenwoordig telt De Lutte zo’n 3.500 inwoners.

2.2

Huidige situatie

2.2.1

Het plangebied en omgeving

Het plangebied bevindt in het zuiden van de kern De Lutte. Het plangebied ligt tussen het Luttermolenveld aan de oostzijde en de woonwijken van de kern De Lutte aan de westzijde. De belangrijkste ruimtelijke structuurdrager is de A1 ten zuiden van het plangebied. De functionele structuur van het plangebied bestaat voornamelijk uit in agrarisch gebruik zijnde gronden. Aan beide zijden van het plangebied zijn woonwijken gelegen. Aan de westzijde is tevens een bedrijventerrein gelegen. Het plangebied wordt begrensd door agrarische gronden aan de noord- en zuidzijde en woonwijken aan de oost- en westzijde. Het plangebied zelf is ook overwegend in agrarisch gebruik. Dwars door het plangebied loopt het Haerpad, dit is een fietspad die een verbinding vormt tussen de kern De Lutte en het buitengebied aan de overzijde van de A1. De globale begrenzing van het plangebied wordt weergegeven op afbeelding 2.1.

Afbeelding 2.1: Weergave van het plangebied (Bron: Provincie Overijssel)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld

HOOFDSTUK 3 3.1

PLANBESCHRIJVING

De ontwikkeling

De ontwikkeling betreft het doortrekken van de Ambachtstraat aan de westzijde zodat deze wordt aangesloten op de straat ‘Ertsmolen’ aan de oostzijde. Zoals in de aanleiding reeds aangegeven is de wijk Luttermolenveld op dit moment uitsluitend bereikbaar vanaf de Dorpsstraat en vanaf de Bentheimerstraat. Om de wijk beter te kunnen ontsluiten, is het voornemen ontstaan deze extra ontsluiting aan te leggen. Tevens ontstaat er hiermee een extra calamiteitenontsluiting. In afbeelding 3.1 is het nieuwe tracé ten opzichte van de andere ontsluitingen weergegeven.

Afbeelding 3.1: Ligging van de nieuw aan te leggen verbindingsweg (oranje pijl) ten opzichte van het Luttermolenveld (Bron: Goudappel Coffeng)

Het tracé heeft een lengte van circa 80 meter en wordt aangelegd als een 30km/u verbinding voor auto- en fietsverkeer (met vrachtverbod). De verbindingsweg is voor wat betreft de maatvoering afgestemd op de breedte van de wegen op het Luttermolenveld: 5 m breed. De keerlus aan het einde van de Ambachtstraat blijft gehandhaafd, waarbij met belijning het verloop van de nieuwe verbinding wordt benadrukt. Met twee knikken is de Ertsmolen verlegd naar een iets zuidelijker ligging. Ten behoeve van de planvorming dient één boom te worden gekapt. Te zijner tijd zal voor deze boom een kapvergunning aangevraagd worden. De boom zal worden herplant elders. Door de aanleg van het tracé wordt er voorzien in een extra ontsluiting van het Luttermolenveld, welke nu enkel wordt ontsloten door Kroepsweg en De Luttermolenweg aan de noordzijde. Door de extra ontsluiting kan het verkeer zich beter verspreiden en wordt tevens voorzien in een verbeterde bereikbaarheid van het Luttermolenveld vanuit zuidelijke richting. Daarnaast geeft de Brandweer Twente in haar reactie aan dat hoewel een extra calamiteitenontsluiting niet vereist is, deze ontsluiting zeker nuttig en handig is. Zo ziet de Brandweer Twente snellere opkomsttijden van

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld vrijwilligers, snellere aanrijtijden naar het Luttermolenveld en een kortere route voor watertransportsystemen als argumenten om hier wel een calamiteitenontsluiting te projecteren. Dit tezamen maakt dat de gemeente een extra ontsluitingsweg voor het Luttermolenveld als zeer gewenst ziet. In afbeelding 3.2 is de gewenste ontwikkeling visueel weergegeven.

Afbeelding 3.2: Visualisatie van het aan te leggen tracé (Bron: Gemeente Losser)

Zoals is weergegeven, wordt ter plaatse van het oostelijke deel een knik richting het zuiden opgenomen. Door dit deel (de Ertsmolen) in zuidelijke richting te verschuiven, kunnen de feitelijke en planologische situatie grotendeels in overeenstemming worden gebracht en logische kavels ontstaan. De percelen kadastraal bekend gemeente Losser, sectie G, nummers 3125 en 3603 hebben in de feitelijke situatie een perceelsdiepte variërend tussen de 16 en 11 meter. De huidige kavels zijn daardoor incourant, wat al geruime tijd tot gevolg heeft dat de kavels onbebouwd blijven. Met de verschuiving van de Ertsmolen in zuidelijke richting, ontstaan meer logische kavels zodat uiteindelijke stedenbouwkundige afronding kan plaatsvinden.

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet normaliter rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling, evenals een eventuele toename van de verkeersgeneratie. Hiertoe wordt de CROW-publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW aangehouden. In dit geval is er echter geen sprake van een parkeerbehoefte. Daarom wordt op dit aspect niet ingegaan. Wat betreft verkeer wordt gesteld dat er in dit geval geen sprake is van extra verkeersbewegingen, maar van een verplaatsing van verkeersbewegingen. Er zijn een verkeersveiligheidstoets en nadere verkeersveiligheidstoets uitgevoerd. De rapportages zijn opgenomen in bijlage 1 en bijlage 2 bij deze toelichting. Hierna wordt in 3.2.2 op de resultaten ingegaan. 3.2.2

Verkeer

In de verkeersveiligheidstoets is een verkeersmodel opgenomen. Dit model is gebaseerd op een verkeerstelling in 2017. Hieruit blijkt dat geen grote wijzigingen te verwachten zijn. Voor het grootste deel van het verkeer blijft de huidige route de kortste/snelste route. Er is een verschuiving van de Kroepsweg naar deze nieuwe verbinding te zien, maar de verkeersintensiteiten blijven in dezelfde orde van grootte, er ontstaan geen wezenlijke wijzigingen in het verkeersbeeld. In de hiernavolgende tabel is aangegeven hoeveel motorvoertuigen per etmaal meer of minder gebruik maken van het betreffende wegvak.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld

Uit de verkeersveiligheidstoets blijkt dat het nieuwe tracé zorgt voor een betere aansluiting van het Luttermolenveld op de kern van De Lutte. Daarnaast wordt er ook een extra toegang voor nood- en hulpdiensten gerealiseerd. De nieuwe ontsluiting van de wijk zorgt voor verschuiving van routes in de wijk en in De Lutte, maar de hoeveelheid verkeer over de Ertsmolen past nog steeds bij een woonstraat, in absolute zin zijn de verkeersintensiteiten laag. Mede naar aanleiding van zienswijzen maar ook naar aanleiding van het gewijzigde wegontwerp, is er ook een nadere veiligheidstoets uitgevoerd. In deze nadere veiligheidstoets zijn een aantal specifieke situaties nader beoordeeld. Ook uit deze nadere veiligheidstoets volgt dat het plan past binnen de uitgangspunten van Duurzaam Veilig. Uit de nadere veiligheidstoets volgen wederom enkele aanbevelingen. Dit zijn aanbevelingen die niet noodzakelijk zijn voor het creëren van een verkeersveilige situatie, ook indien deze aanbevelingen niet worden overgenomen wordt voldaan aan de vereisten voor een verkeersveilige situatie. De aanbeveling om het groen bij de aansluiting Korenmolen - Erstmolen terug te snoeien tot de kavelgrens wordt overgenomen. De gemeente zal hier op toezien. De aanbeveling om langs het nieuwe wegtracé een trottoir of loopstrook aan te leggen wordt niet overgenomen.

Deze aanbeveling wordt niet overgenomen vanwege het feit dat er in het profiel fysiek geen ruimte meer aanwezig is om op dit gedeelte een (volwaardige) voorziening zoals bijvoorbeeld een trottoir voor voetgangers te realiseren. Gezien het feit dat er in zowel de huidige als de toekomstige situatie gebruik kan worden gemaakt van het Haerpad, verwachten we dat voetgangers niet of nauwelijks gebruik zullen maken van de rijbaan. Het lijkt ons niet aannemelijk dat men de verbinding Ertsmolen-Ambachtstraat te voet (intensief) gaat gebruiken. Daarnaast vinden wij het op basis van de lage maximumsnelheid (30 km/u) van de erfontsluitingsweg, de uitstraling/inrichting van het weggedeelte als verblijfsgebied en de lage te verwachten intensiteiten voetgangers alsook gemotoriseerd verkeer niet bezwaarlijk dat als er al voetgangers gebruik maken van dit weggedeelte, zij daarbij dan incidenteel gebruik maken van de rijbaan. Erfontsluitingswegen met een snelheidsregime van 30 km/u bieden immers voldoende mogelijkheden/veiligheid tot oversteken/uitwisseling van langzaam verkeer met het overige verkeer. Daar komt bij dat zich tussen de Poldermolen en de nieuwe weg, een strook bevindt van circa 60 centimeter die gebruikt kan worden door voetgangers om indien noodzakelijk uit te wijken.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.2.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.2.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld 4.1.2.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

4.1.2

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. Barro

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke plannen, zoals onder meer beschreven in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Geoordeeld wordt dat voorliggend initiatief geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 4.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Ten tijde van de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2

Toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid

De in dit bestemmingsplan voorziene ontwikkeling raakt, gelet op de beperkte omvang en aard (doortrekken van een weg), geen rijksbelangen en er is geen sprake van enige vorm van belemmeringen met betrekking tot de doelen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Voordat gestart wordt met het doorlopen van de ladder, moet er allereerst sprake zijn van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Het begrip ‘andere stedelijke voorzieningen’ wordt niet nader omschreven in het Bro.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld De Afdeling oordeelt in een uitspraak van 18 februari 2015 (201400570/1/R6) heeft geconcludeerd dat de aanleg van een weg niet als stedelijke ontwikkeling wordt aangemerkt als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid van het Bro. In de voorgenoemde uitspraak zoekt de Afdeling aansluiting bij de nota van toelichting bij het Bro. Hierin is opgenomen dat de minister van Infrastructuur en Milieu op 14 november 2011 aan de Tweede Kamer heeft toegezegd om een handreiking beschikbaar te stellen. Deze is in oktober 2012 vastgesteld. In die handreiking staat dat onder het begrip ‘overige stedelijke voorzieningen’ wordt verstaan: accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. De Afdeling oordeelt vervolgens dat gelet op de nota van toelichting, maar ook de strekking van de ladder (die er mede op gericht is leegstand tegen te gaan) de in dit bestemmingsplan voorziene infrastructurele aanpassing niet wordt aangemerkt als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid in samenhang met artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Bro. Deze uitspraak ligt in lijn met de uitspraak d.d. 14 januari 2015, waarbij de Afdeling ten aanzien van een verbindingsweg eveneens oordeelde dat geen sprake was van een stedelijke ontwikkeling.

Hieraan lag echter niet dezelfde overweging ten grondslag. In deze uitspraak overweegt de Afdeling “slechts” dat de verbindingsweg gezien de omvang en de situering niet als ‘andere stedelijke voorziening’ kan worden aangemerkt en dat de weg evenmin kan worden begrepen onder een van de in artikel 1.1.1, eerste lid, onder i genoemde stedelijke ontwikkelingen. Gelet op voorgenoemde uitspraken kan gesteld worden dat de ontwikkeling zoals opgenomen in voorliggend bestemmingsplan, vanwege zowel de aard als omvang, niet wordt aangemerkt als stedelijke ontwikkeling en toetsing aan de Ladder dus niet aan de orde is. 4.1.3

Conclusie toetsing aan het rijksbeleid

Het rijksbeleid staat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel. 4.2.1

Uitgangspunten van de Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In 2017 is de Omgevingsvisie en –verordening 2017 vastgesteld. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of ‘rode draden’ bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. 4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. 2. 3.

Of - generieke beleidskeuzes; Waar - ontwikkelingsperspectieven; Hoe - gebiedskenmerken.

Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 4.2.3.1 Of - Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn.

Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, Gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (NNN)), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.3.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. 4.2.3.3 Hoe - Gebiedskenmerken.

Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag ‘hoe’ een ontwikkeling invulling krijgt.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.

Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

4.2.4

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes Ten aanzien van de generieke beleidskeuzes is met name het ‘Principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik’ (artikel 2.1.4) van toepassing. Artikel 2.1.3 uit de Omgevingsverordening Overijssel wordt hierna beschreven en getoetst. Artikel 2.1.3: Principes voor zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in andere dan stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: • dat (her)benutting van bestaande bebouwing in de groene omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; • dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel In het voorliggend geval betreft de ontwikkeling de doortrekking van een wegtracé. Aangetoond is dat deze doortrekking uit het oogpunt van verkeersafwikkeling en bereikbaarheid wenselijk is. De locatiekeuze is logisch, gezien het tracé twee bestaande, doodlopende wegen met elkaar in verbinding brengt. Tevens is het ruimtebeslag op de groene omgeving gering.

Geconcludeerd kan worden dat voldoende rekening is gehouden met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld 4.2.4.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. Het plangebied is op de Ontwikkelingsperspectievenkaart aangemerkt als ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen. Opgemerkt dient te worden dat een klein deel ligt binnen het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’. Het gaat in dit geval echter om een stedelijke functie (wegtracé) die twee stedelijke functies (woonwijken en een bedrijventerrein) met elkaar verbindt. Daarom is in de toetsing uitgegaan van het stedelijke ontwikkelingsperspectief.

Afbeelding 4.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

‘’Woon- en werklocaties buiten stedelijke netwerken’’ De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan het ‘Ontwikkelingsperspectief’ Binnen gebieden met een dergelijk ontwikkelingsperspectief is ruimte voor herstructurering, inbreiding en transformatie. In dit geval wordt voorzien in de behoefte om de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling van De Lutte te verbeteren.

Het voornemen is daarmee in overeenstemming met het ontwikkelingsperspectief. 4.2.4.3 Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld 1.

De “Natuurlijke laag“

Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de “Natuurlijke laag” aangeduid met de gebiedstypen “Stuwwallen” en “Beekdalen en natte laagtes”. In afbeelding 4.3 is dat aangegeven.

Afbeelding 4.3: De Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel)

“Stuwwallen” De stuwwallen zijn tijdens de ijstijd opgestuwde aardlagen. Door de vaak grote hoogteverschillen zijn ze nu nog steeds goed zichtbaar. De ambitie is het eigen karakter van de afzonderlijke stuwwalen te behouden en versterken. De inzet is het reliëf daarbij ruimtelijk beeldbepalend te laten zijn. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en van de overgang tussen stuwwal en omgeving. Toetsing van het initiatief aan de “Natuurlijke laag” Op deze locatie zijn de kenmerken van het oorspronkelijk landschap nauwelijks meer waarneembaar. Dit komt doordat het gebied in cultuur is gebracht ten behoeve van de landbouw en andere aanwezige functies. Geconcludeerd wordt dat de ‘Natuurlijke laag’ geen belemmeringen vormt voor de in dit plan besloten functiewijziging. 2.

De “Laag van het agrarische cultuurlandschap”

In de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het plangebied is op gebiedskenmerkenkaart in de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” aangemerkt als landschapstype “Oude hoevenlandschap”. In afbeelding 4.4 is dit weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld

Afbeelding 4.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)

“Jonge heide- en broekontginningslandschap” De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waardoor de natte en de droge jonge ontginningen nu gelijkenis vertonen. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het ‘inbreidings’landschappen met en rommelige driehoekstructuren als resultaat. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen.

Toetsing van het initiatief aan de "Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Gezien de aard van de ontwikkeling wordt het kenmerkende landschap niet aangetast. De doortrekking van de Ambachtstraat sluit aan bij de reeds aanwezige wegenstructuur. Bovendien zijn omliggende gronden reeds in gebruik als woongebied, waardoor de kenmerken van het jonge heide- en broekontginningslandschap ter plaatse nauwelijks nog aanwezig zijn. De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’. 3.

De ‘Stedelijke laag’

In de stedelijke laag is de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen een belangrijk ordenend principe. Efficiëntie en nabijheid zijn belangrijke vestigingsoverwegingen, maar daarbij wordt kwaliteit eigenheid en onderscheidend vermogen (mede gevormd door de historie) van de regio steeds belangrijker. Steden zijn de economische motors van Overijssel. Ook hier is sprake van een rijk palet: dorpen met centrumfuncties, landstadjes, steden en stedelijke netwerken. Elk met een eigen karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw en kwaliteiten. Het plangebied is in de gebiedskenmerkenkaart van de stedelijke laag aangeduid met de omgevingstypen ‘woonwijken 1955-nu’ en ‘Bedrijventerreinen’. In afbeelding 4.5 is dit weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld

Afbeelding 4.5: Stedelijke laag (Bron: Provincie Overijssel)

‘Woonwijken 1955 – nu’ De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. ‘Bedrijventerreinen’ De bedrijventerreinen zijn georganiseerd op basis van uitgegeven kavels aan bedrijven. Het zijn meestal monofunctionele werkgebieden met een ‘no nonsense’ karakter en vaak krappe openbare ruimtes. De gebieden zijn ingericht en bebouwd op basis van een beperkte set aan kwaliteitsregels. De terreinen zijn veelal volledig gericht op autobereikbaarheid en hermetisch van karakter en liggen los van de woonwijken en het buitengebied. Er zijn veel verschillen in uitstraling en ambitieniveau per terrein. De bebouwing is functioneel, vaak eenvoudig en eenvormig, soms karakteristiek en historisch.

Als ontwikkelingen plaats vinden op of rond bedrijventerreinen, dan dragen deze bij aan versterking van het vitale karakter en de kwaliteit van bedrijventerreinen, aan het verbinden van het terrein met de omgeving en aan versterking van de profilering gericht op onderlinge differentiatie, met respect voor het verstedelijkingspatroon.

Toetsing van het initiatief aan de ‘stedelijke laag’ In dit geval wordt tussen twee bestaande woonwijken een verbinding gerealiseerd door twee wegen met elkaar te verbinden. Door de ontwikkeling wordt de verkeerssituatie van de woonwijken en een bedrijventerrein verbeterd. Dit zorgt voor een betere vitaliteit van zowel woonwijken als bedrijventerrein. De beoogde ontwikkeling is in overeenstemming met het ter plekke geldende gebiedskenmerk van de ‘Stedelijke laag’.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld 3.

De ‘Laag van de beleving’

De laag van de beleving is het domein van de belevenis, de betekenis en identiteit. Het voegt kenmerken toe als landgoederen, recreatieparken, recreatieve routes maar benut ook vooral de kwaliteit van de andere drie lagen. Het maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. Het belevenisaspect wordt een steeds belangrijke pijler onder het ruimtelijk kwaliteitsbeleid. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de ‘laag van de beleving’ aangeduid met ‘donkerte’. In afbeelding 4.6 is dit weergegeven.

Afbeelding 4.6: Laag van de beleving (Bron: Provincie Overijssel)

‘Donkerte’ Lichte gebieden geven een beeld van economische dynamiek; zoals de steden en dorpen, de snelwegen, de kassengebieden, attractieparken en grote bedrijventerreinen. De donkere gebieden geven daarentegen een indicatie van het rustige buitengebied van Overijssel. Het zijn relatief luwe en dunbevolkte gebieden met een lage gebruiksdruk. De ambitie is gericht op het koesteren van donkerte als kwaliteit. Het streven is gericht op het handhaven van de donkerte en, waar mogelijk, de gebieden bij ontwikkelingen nog donkerder te maken. De sturing is gericht op het minimaal toelaten van kunstlicht. Het vereist het selectief inzetten en 'richten' van kunstlicht en het vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen. De kansen hiervoor doen zich met name voor bij ontwikkelingen die een grote invloed hebben op het aspect donkerte, zoals grotere woon- en werklocaties en wegen. Ook de projectering van passages van auto(snel)wegen en regionale wegen speelt daarbij een grote rol vanwege het feit dat op- en afritten veelal leiden tot stedelijke ontwikkelingen. Toetsing van het initiatief aan de ‘Laag van de beleving’ Ten aanzien van deze laag dient er een nuancering te worden aangebracht, aangezien de gehele kern De Lutte is aangeduid met ‘donkerte’. Een zekere lichtuitstraling is echter inherent aan een woongebied.

Ten aanzien van deze verbindingsweg is verlichting tevens noodzakelijk ter waarborging van de verkeersveiligheid. Overigens is er geen sprake van een onevenredige toename van verlichting binnen het plangebied. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met de ‘laag van de beleving’. 4.2.5

Conclusie toetsing van het initiatief aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening Overijssel verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Structuurvisie Losser

4.3.1.1 Algemeen De gemeente Losser heeft op 16 oktober 2018 haar nieuwe structuurvisie vastgesteld. In de structuurvisie geeft de gemeente een actueel beeld van het ruimtelijk ordeningsbeleid en beschikt de gemeente over een samenhangend beleidsdocument dat leidend is voor de ruimtelijke ordening en ontwikkelingen voor de komende jaren. De structuurvisie geeft richting aan de wijze waarop ruimtelijke kwaliteiten binnen de gemeente kunnen worden behouden en versterkt. In de visie wordt bepaald wat de essentiële en gebiedsspecifieke kwaliteiten zijn, waar kansen liggen en hoe ontwikkelingen op deze kwaliteiten en kansen kunnen inspelen. De gemeente Losser en andere overheden hebben al diverse beleidstukken opgesteld die sturing geven aan de ontwikkelingen binnen de gemeente. In deze structuurvisie worden geen nieuwe wegen ingeslagen; de visie is in hoofdlijnen een voortzetting van het bestaande gemeentelijke en provinciale beleid. Op onderdelen is het bestaande beleid geactualiseerd, het betreft onder meer de op regionaal niveau gemaakte afspraken ten aanzien van woon‐ en werklocaties en het geactualiseerde provinciale beleid (Omgevingsvisie en Omgevingsverordening). Ten aanzien van opgaven en knelpunten waarvoor nog geen keuzes zijn gemaakt, zijn nieuwe oplossingen gezocht. De visie heeft betrekking op de gehele gemeente: de kernen en het buitengebied.

Omdat de opgaven en het beleid in de kernen en het buitengebied sterk van elkaar verschillen, worden ze in afzonderlijke delen behandeld zonder de samenhang uit het oog te verliezen. In dit geval is de visie ten aanzien van de kern De Lutte van belang. 4.3.1.2 Visie per kern: De Lutte Per dorpskern is een beknopte analyse uitgevoerd van de bestaande karakteristieken en structuren. Op basis van deze analyse en de bovenstaande opgave is per kern een visiebeeld geschetst. Hierin zijn de geplande ontwikkelingen aangegeven binnen de toekomstige structuur. In de toelichting op de visie wordt uitgelegd welke maatregelen worden genomen en welke keuzes zijn gemaakt. Hierna is in afbeelding 4.7 een uitsnede van de visiekaart opgenomen. Vervolgens wordt ingegaan op de ambitie voor de kern De Lutte.

Afbeelding 4.7: Uitsnede structuurvisiekaart (Bron: Gemeente Losser)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld In dit geval is de ambitie voor de kern De Lutte van belang. De ambitie is opgedeeld in ambities voor ‘wonen’, ‘bedrijvigheid en ‘overig’. In dit geval is de overige ambitie van belang: De belangrijkste aanvullende opgaven voor De Lutte betreffen: •

•

• • • •

Zonder harde prioriteiten binnen het woningbouwprogramma vast te leggen zou voorrang geven moeten worden aan de voortzetting van de ontwikkeling van Luttermolenveld. De afronding van deze woonbuurt prevaleert boven de opstart van nieuwe woningbouwontwikkelingen. Het versterken landschappelijke kwaliteiten tot in de kern. De groene strook tussen het ‘oude’ De Lutte en Luttermolenveld kan worden ingericht als een verbindende parkzone. Het realiseren van nieuwe verbinding met het stuwwallenlandschap aan de westzijde. Mede vanwege de ingesloten ligging dient aandacht te zijn voor de entree van De Lutte vanaf de Bentheimerstraat. Alleen herstructurering toepassen vanuit een landschappelijke invalshoek. Eventuele uitbreiding van bedrijvenlocaties vindt plaats direct grenzend aan het bestaande bedrijventerrein. Streven naar bundeling van de dorpsvoorzieningen ter hoogte van het huidige centrumgebied. Aantrekkelijkheid vergroten door nieuwe inrichting van de buitenruimte.

4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie De toekomstvisie gaat niet specifiek in op voorliggend project. Wel kan worden gemotiveerd dat door het voornemen de bereikbaarheid en daarmee de vitaliteit van de woonwijken in De Lutte wordt verbeterd. Dit sluit aan bij de doelstelling om goede verbindingen te creëren, temeer omdat het in dit geval gaat om het Luttermolenveld, waar een uitbreiding van woningen is beoogd. Een goede en veilige ontsluiting van de woonwijk is dan ook van wezenlijk belang. Belangrijk om verder te vermelden is dat het plangebied op basis van de structuurvisiekaart net buiten het gebied ligt dat is aangeduid als ‘behoud beeldbepalend groen’. Er zijn dan ook geen negatieve gevolgen te verwachten voor deze groenstrook. Geconcludeerd wordt dat het plan daarmee in overeenstemming is met de structuurvisie Losser. 4.3.2

Visiedocument ‘Kwaliteitsimpuls De Lutte’

4.3.2.1 Algemeen Het visiedocument ‘Kwaliteitsimpuls De Lutte’ vormt het kaderstellen document voor de verdere uitwerking die moet leiden tot een daadwerkelijke kwaliteitsimpuls in De Lutte. Belangrijke dragers van de visie zijn de vier kernwaarden dorps, landelijk, gastvrij en lommerrijk. Die zijn vertaald in een landschapsvisie met vier aandachtgebieden: de randen, routes, entrees en een visie op het centrum. De entree aan de Plechelmusstraat in samenhang met Erve Boerrigter en de entree aan de Lossersestraat vanaf het Arboretum zijn voor de toerist en recreant belangrijk. De verkeerskundige analyse van De Lutte is eveneens een belangrijk onderdeel van de integrale visie. Iedereen moet op een veilige manier met gepaste snelheid zijn woning of bedrijf bereiken. Tot slot is de visie vertaald in een eerste aanzet tot een uitvoeringsprogramma met als doel het dorpse, landelijke, gastvrije en lommerrijke karakter van De Lutte te versterken. 4.3.2.2 Locatiespecifiek In de visie is een MIP (integraal meerjaren investerings- en onderhoudsprogramma voor de openbare ruimte) opgenomen. In dit plan wordt aangegeven waar de focus de komende jaren ligt qua verbeteringsmaatregelen en dus ook waar de inrichtingsvisie in ieder geval op in moet gaan.

De visievorming heeft plaatsgevonden in de inrichtingsvisie “Kwaliteitsimpuls De Lutte”, waarin gestreefd wordt naar een extra ontsluiting van Luttermolenveld voor auto- en fietsverkeer. Uit een bijgevoegd verkeersonderzoek is gebleken dat deze ontwikkeling een klein effect heeft op de verkeersstromen in De Lutte en dan ook haalbaar is. Het voornemen is opgenomen als project 17 in de inrichtingsvisie ‘’Kwaliteitsimpuls De Lutte’’.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld 4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Dorpsvisie De Lutte Vanwege het feit dat de doortrekking van de Ambachtstraat concreet wordt benoemd in de Visie en dit bestemmingsplan de kaders biedt voor de realisatie van de doortrekking van de Ambachtstraat kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen het ‘Visiedocument Kwaliteitsimpuls De Lutte’.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

“Bestemmingsplan De Lutte, partiële herziening doortrekking Ambachtstraat De Lutte’’ Vastgesteld

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie en archeologie & cultuurhistorie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=969fdd0a-865c-479c-bc09-6d3454818c0c