CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Kroepsweg 1 De Lutte

Oordeelsvormende vergadering 9 april 2024, gemeente LosserBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan Kroepsweg 1 De Lutte30.513 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

26

Bestemmingsplan Kroepsweg 1, de Lutte Vastgesteld Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik In voorliggend geval is in hoofdzaak sprake van een functiewijziging en verbouwing van bestaande bebouwing. Van enig nieuw ruimtebeslag op de groene omgeving is geen sprake. Geconcludeerd wordt dat het plan voldoet aan de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zoals verwoord in artikel 2.1.3 van de omgevingsverordening. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen 1.

4.

Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen In paragraaf 4.2.1 is de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan het actuele regionale en gemeentelijke woonbeleid. Tevens wordt de voorgenomen ontwikkeling in paragraaf 4.3.2 getoetst aan de gemeentelijke woonvisie. Op basis van deze toetsingen is gebleken dat de er in kwalitatief en kwantitatief opzicht behoefte is naar de voorgenomen woningen. Geconcludeerd wordt dat dit plan in overeenstemming is met artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.4.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In de stedelijke omgeving is de uitdaging om de economische centra bereikbaar te houden en door herstructurering de kwaliteit van de woonomgevingen en bedrijfslocaties te vergroten. Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief ‘woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’. In afbeelding 4.3 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen. Het plangebied is met de rode belijning aangegeven.

Afbeelding 4.3

Uitsnede Perspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

27

Bestemmingsplan Kroepsweg 1, de Lutte Vastgesteld ‘Wonen- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’ De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan de ‘Ontwikkelingsperspectieven’ Binnen gebieden met het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' is ruimte voor herstructurering, inbreiding en transformatie.

In voorliggend geval wordt de bestaande bebouwing in het plangebied deels getransformeerd ten behoeve van appartementen. Door de ontwikkeling krijgt een grotendeels leegstaand pand een passende vervolgfunctie en wordt voorzien in een deel van de woningbehoefte in de gemeente Losser. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt onder andere nadrukkelijk rekening gehouden met het bieden van voldoende ruimte voor water, groen en natuur. Tevens wordt een bijdrage geleverd aan de energietransitie, door de woningen gasloos te bouwen. Het voornemen sluit goed aan op de ambities binnen het geldende ontwikkelingsperspectief en de functionele structuur van de omgeving. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief. 4.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De ‘Natuurlijke laag’ en de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ kunnen in dit geval buiten beschouwing blijven aangezien de oorspronkelijke waarden van deze lagen niet meer voorkomen in het plangebied. De stedelijke laag De stedelijke laag is de laag van de steden, dorpen, verspreide bebouwing, wegen, spoorwegen en waterwegen.

Het gaat in deze laag om de dynamiek van de steden en de grote infrastructurele verbindingen, maar ook om de rust van de dorpen en de landelijke wegen en paden. De ruimtelijke kwaliteitsambities in de stedelijke laag zijn: • •

Brede waaier aan woon-, werk- en mixmilieus: elk buurtschap, dorp en stad zijn eigen kleur Contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken door het infrastructuurnetwerk

Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Stedelijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'Woonwijken 1955 – nu ', zoals in afbeelding 4.4 is te zien. Het plangebied is met rode lijn weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

28

Bestemmingsplan Kroepsweg 1, de Lutte Vastgesteld

Afbeelding 4.4

De stedelijke laag (Bron: Provincie Overijssel)

‘Woonwijken 1855 – nu ‘ De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Als ontwikkelingen plaatsvinden in de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. Toetsing van het initiatief aan de” Stedelijke laag” De gewenste ontwikkeling zorgt voor een passende vervolgfunctie op een binnenstedelijke locatie met deels leegstaande bebouwing. Bij de ontwikkeling van het bouwplan is onder andere rekening gehouden met hoe de bebouwing zich voegt tussen de bestaande bebouwing rondom het plangebied. De ontwikkeling is in overeenstemming met het gestelde in de 'Stedelijke laag'. Laag van de beleving Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart ‘Laag van de beleving’ aangeduid met het gebiedstype ‘Donkerte’. In afbeelding 4.5 is dat weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

29

Bestemmingsplan Kroepsweg 1, de Lutte Vastgesteld

Afbeelding 4.5

Laag van de beleving (Bron: Provincie Overijssel)

‘Donkerte’ Lichte gebieden geven een beeld van economische dynamiek; zoals de steden en dorpen, de snelwegen, de kassengebieden, attractieparken en grote bedrijventerreinen. De donkere gebieden geven daarentegen een indicatie van het rustige buitengebied van Overijssel. Het zijn relatief luwe en dunbevolkte gebieden met een lage gebruiksdruk. De ambitie is gericht op het koesteren van donkerte als kwaliteit. Het streven is gericht op het handhaven van de donkerte en, waar mogelijk, de gebieden bij ontwikkelingen nog donkerder te maken. De richting van de sturing is gericht op het minimaal toelaten van kunstlicht. Toetsing van het initiatief aan de "Laag van de beleving” In voorliggend geval wordt een bestaand pand getransformeerd ten behoeve van appartementen en wordt de bestaande gemengde functie in eerste instantie in hoofdlijnen gehandhaafd. Het plangebied is gelegen in de kern De Lutte, waar inherent sprake is van kunstmatige verlichting. De mogelijke beperkte toename aan kunstlicht zal daarom niet onaanvaardbaar zijn. Dit brengt met zich mee dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met het gestelde in de ‘Laag van de beleving’. 4.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel, die is verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

30

Bestemmingsplan Kroepsweg 1, de Lutte Vastgesteld

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Omgevingsvisie Losser

4.3.1.1 Algemeen De gemeente Losser beschikt sinds 2023 over een eigen actuele omgevingsvisie. In deze Omgevingsvisie schetst de gemeente Losser een toekomstbeeld. Wat zijn de ambities en hoe ziet de gemeente de leefomgeving in 2040. Welke kansen liggen er? De visie gaat over de lange termijn. In de visie wordt ingegaan op ambities en gebiedskompassen. Hierna wordt op de voor het plangebied relevante ambities en gebiedskompassen ingegaan. 4.3.1.2 Ambities De gemeente heeft de volgende vier ambities geformuleerd: 1. 2. 3. 4.

Een herkenbaar en gastvrij Losser; Een leefbaar en gezond Losser; Een toekomstgericht Losser; Een innovatief en ondernemend Losser.

In voorliggend geval is met name de ambitie ‘een leefbaar en gezond Losser’ van toepassing. 4.3.1.3 Een leefbaar en gezond Losser Binnen deze ambitie staan onderwerpen als wonen, zorg, voorzieningen, ontmoeten, onderlinge verbondenheid, (positieve) gezondheid, onderwijs en milieu centraal. De gemeente gaat verder werken aan een gemeente waar het voor jong en oud prettig wonen is. De gemeente richt zich op groei van het inwoneraantal naar 25.000 en zet daarom in op een gevarieerd woningaanbod. Met het oog op de vergrijzing is het van belang om onze ouderen te voorzien van passende woonruimte, maar ook om jongeren te behouden in de gemeente Losser. 4.3.1.4 Gebiedskompas – De Lutte Binnen het gebiedskompas voor De Lutte is in voorliggend geval met name het onderdeel ‘Wonen’ van toepassing. In het bestaand gebied wordt ingezet op het behoud en versterken van het centrumgebouw op het Luttermolenveld met de bouw van appartementen. Het bestemmingsplan voor het gebied van de Luttermolenveld biedt nog eens ruimte aan de bouw van circa 75 (voornamelijk) vrijstaande woningen. 4.3.1.5 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Losser De voorgenomen ontwikkeling maakt het mogelijk om een grotendeel leegstaand centrumgebouw te verbouwen ten behoeve van appartementen. Daarnaast wordt voor een deel de bestaande bestemming gehandhaafd.

De te realiseren appartementen zijn geschikt voor uiteenlopende doelgroepen (waaronder senioren) en qua aantal past het voorliggende plan binnen het woningbouwprogramma. Daarnaast kan het plan een bijdrage leveren aan het bevorderen van doorstroming in De Lutte en de regio. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Losser.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

31

Bestemmingsplan Kroepsweg 1, de Lutte Vastgesteld 4.3.2

Woonvisie 2021 – 2031 gemeente Losser

4.3.2.1 Algemeen In de woonvisie heeft de gemeente haar visie en ambitie voor de komende jaren verwoord. Hierin zijn de uitgangspunten, ambities en voornemens voor de komende 10 jaar. 4.3.2.2 Visie en ambitie De belangrijkste kenmerken van de gemeente vat de gemeente Losser als volgt samen: a. b. c. d.

e. f.

g.

Losser is een aantrekkelijk woongebied in een uitgestrekte, prachtige, groene omgeving. De 5 kernen Losser, Beuningen, de Lutte, Overdinkel en Glane hebben alle hun eigen identiteit, maar delen het aangename, dorpse woonklimaat. De gemeente Losser heeft aantrekkingskracht door de gunstige liggen aan de snelweg A1 en de nabijheid van grootstedelijke voorzieningen korte afstand. Dat woonklimaat wordt gekenmerkt door rust, ruimte en het sociaal op elkaar betrokken zijn (naoberschap). Daarbij is de grens met onze Oosterburen sociaal en economisch niet of nauwelijks aanwezig. Er zijn van oudsher goede contacten over en weer. Onze gemeente is aantrekkelijk als ankerplaats voor oud en jong. Je verhuist niet zo snel naar elders, als je hier geboren en getogen bent. Onze aantrekkingskracht overschrijdt de gemeentegrenzen. Zowel in (de grotere plaatsen in) Twente als (ver) daarbuiten worden in toenemende mate de kwaliteiten van onze gemeente gezien en zoekt men bij ons naar woongelegenheid. Wonen gaat verder dan het hebben van een woning: o De aanwezigheid en bereikbaarheid van basisvoorzieningen draagt belangrijk bij aan de kwaliteit van ons woonklimaat, ook al zijn we ons ervan bewust dat sommige voorzieningen onder druk staan.

o Het accent op het aangename woonklimaat mag niet de indruk wekken van stilstand en gebrek aan dynamiek: ▪ Er is volop ruimte voor passend ondernemen in onze gemeente, met name in de agrarische en de toeristische sector; ▪ Wat mooi en aangenaam is vraagt ook om onderhoud en waar nodig vernieuwing. o Ook deze dynamiek draagt bij aan de attractiviteit van onze gemeente.

De visie op Losser als woongemeente bepaalt voor een belangrijk deel de ambities van het woonbeleid van de gemeente Losser. 1. 2. 3.

4.

5. 6. 7.

8.

Wij willen de woonfunctie in alle kernen handhaven en waar nodig versterken. Dat betekent zowel aandacht voor onderhoud en vernieuwing als – waar dat aan de orde is – uitbreiding van de woonfunctie. Ons beleid is gebaseerd op twee fundamenten: a. De woningbehoefte b. Inzetten van het wonen als vliegwiel voor de vitaliteit en de leefbaarheid We houden in ons beleid uiteraard rekening met de (verwachte) bevolkingsontwikkeling, die – zoals overal in ons land – een toenemende vergrijzing laat zien. Wij gaan echter a priori niet mee in het vooruitzicht van krimp. Die is al veel langer voorspeld, terwijl de prognoses a.h.w. telkens in de tijd opschuiven. Stilzitten is dus geen optie. Met ons beleid willen we een bijdrage leveren aan de opgave zoals die in de Twentse Woonagenda is geformuleerd. Primair zetten wij ons in voor de woningbehoefte van onze “eigen”, sociaal en economisch aan onze gemeente gebonden inwoners; en wel voor alle leeftijds- of inkomensgroepen. Indien dat zonder verdringing kan, willen we ook ruimte bieden aan vestigers. We denken daarbij met name aan (jonge en aanstaande) gezinnen en mensen die terug willen keren naar hun “wortels”. Dit kan de bevolkingssamenstelling in onze kernen positief beïnvloeden, de basis voor voorzieningen versterken en daarmee de vitaliteit helpen vergroten.

We gaan ervan uit dat deze vestigers zich ook nestelen in de sociale structuren in onze gemeente. We willen primair sturen op de kwalitatieve behoefte. Iedere woning moet raak zijn. De woningmarkt BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

32

Bestemmingsplan Kroepsweg 1, de Lutte Vastgesteld vraagt grote flexibiliteit en we willen snel in kunnen spelen op de wijzigingen die zich kunnen voordoen. We houden de kwantitatieve prognose in de gaten en sturen door monitoring tijdig bij. 9. De betaalbaarheid van het wonen is voor ons een belangrijk thema. Waar het de sociale huur betreft, vormt het overleg met Domijn het kader. In het koopsegment zetten wij in op de beschikbare instrumenten, die het vooral voor starters mogelijk moeten maken een eigen woning te verkrijgen en op instrumenten om de starterswoningen ook betaalbaar te houden. 10. Het beschikbaar krijgen van de kwalitatief noodzakelijke woningen kan niet alleen een zaak van nieuwbouw zijn. Ook het bevorderen van doorstroming, al of niet door nieuwbouw, is een kernpunt van ons beleid. Daarbij zijn we ervan bewust dat met name de verhuisgeneigdheid van senioren beperkt is. Velen zijn nog vitaal, gebonden aan de sociale structuur en wonen voordelig (relatief lage huur of afgeloste hypotheek). We zetten in om een vervolgstap in de wooncarrière te bevorderen mede vanwege de te verwachten zorgvraag en het tekort aan zorgpersoneel te kunnen opvangen. 11. Duurzaamheid staat hoog in het vaandel van onze gemeente.

Op het gebied van het wonen betreft dat vooral de energiezuinigheid van de woningen, duurzame energievoorziening, (circulair) materiaalgebruik bij nieuwbouw en renovatie en natuurlijk inbreiding boven uitbreiding. Wat dit laatste betreft zijn we ons ervan bewust dat in kleine dorpen het verschil tussen inbreiding en uitbreiding niet altijd even duidelijk is. 12. Een aangename en veilige woon- en leefomgeving is van wezenlijk belang voor de leefbaarheid. We omarmen mede daarom sloop en vervangende nieuwbouw van woningen in verouderde, niet meer functionele woonmilieus. 13. Wij staan op het standpunt dat initiatieven van inwoners voor passende woningbouw beloond moeten worden. In het bijzonder denken we daarbij aan (Collectief) Particulier Opdrachtgeverschap. 14. Aansluitend bij hetgeen in de Twentse Woonagenda is verwoord, staan wij open voor initiatieven voor vernieuwende woonvormen, mits die passen in de woonmilieu-context van onze kernen. Wij denken daarbij bijvoorbeeld aan geclusterd wonen voor ouderen, eventueel ook samen met jongeren. 15. Tenslotte achten wij (tijdig en periodiek) overleg met onze stakeholders van wezenlijk belang (inwoners, regio-gemeenten, provincie, corporatie, zorgpartijen, ontwikkelaars). De uitvoering van het woonbeleid is immers in grote mate van hen afhankelijk.

4.3.2.3 Richtgetallen nieuwbouw 2021 - 2031 In de periode 2021 – 2031 zullen in de gemeente Losser gemiddeld zo’n 65 tot 70 woningen per jaar moeten worden toegevoegd. Op grond van de beschikbare woningbehoefte-onderzoeken zijn de woningsegmenten en doelgroepen als volgt verdeeld: Woningsegment

Primaire doelgroepen

Percentage

Sociale huur dgo of app. Middenhuur< ca. € 1.000 Koop dgo of app. Koop rij circa < € 250.000 Tweekappers < NHG Tweekappers > NHG Vrijstaand Kavels Totaal

Starters en senioren Senioren Starters en senioren Starters Gezinnen, starters Gezinnen Gezinnen Gezinnen, starters Alle doelgroepen

15% 15% 20% 10% 15% 10% 10% 5% 100%

Aantal woningen (afgerond) 100 100 135 65 100 65 65 35 665

4.3.2.4 Uitgangspunten De Lutte Ook voor De Lutte geldt dat gebouwd wordt voor de lokale woningbehoefte aangevuld met een aandeel in de ambitie van de Regionale Twentse Woonagenda. Voor het realiseren van woningen in het centrale gebouw van de Luttermolenveld behoort voor een deel huisvesting van buiten de gemeente tot de mogelijkheden. Dit acht de gemeente noodzakelijk omdat deze herontwikkeling tot appartementengebouw essentieel is voor de vitaliteit van de woonwijk Luttermolenveld en dorp De Lutte. De gemeente rekent dit tot het “nieuw stedelijk compact woonmilieu“.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

33

Bestemmingsplan Kroepsweg 1, de Lutte Vastgesteld De lokale behoefte ramen wij de komende 10 jaar op 140 woningen. Het kwalitatieve gemeentelijke programma (tabel in paragraaf 4.3.3.3) richtinggevend. 4.3.2.4 Toetsing van het initiatief aan de ‘Woonvisie 2021 – 2031 gemeente Losser’ Voorliggend bestemmingsplan gaat uit van de realisatie van 37 nultredenwoningen op een inbreidingslocatie. De 37 appartementen dragen bij aan de kwantitatieve woningbehoefte in Losser en De Lutte. Het plangebied wordt in de woonvisie ook specifiek benoemd als locatie waar appartementen worden gerealiseerd. Kwalitatief gezien is in Losser sprake van een woningbouwbehoefte voor onder andere appartementen in de koopsector voor senioren. Het voornemen geeft hier invulling aan door appartementen te realiseren voor onder andere senioren. Daarnaast zorgen de appartementen voor een doorstroming op de woningmarkt. 4.3.3

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het hiervoor beschreven gemeentelijk beleid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

34

Bestemmingsplan Kroepsweg 1, de Lutte Vastgesteld

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.

5.1

Geluid (Wet geluidhinder)

5.1.1

Wettelijk kader

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2

Beoordeling

Voorliggend plan voorziet, vanuit planologisch oogpunt, in nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen het plangebied. 5.1.2.1 Wegverkeerslawaai Doordat het plangebied binnen de wettelijke geluidszones van wegen bevindt, is in voorliggend geval door BJZ.nu een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het volledige onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 4 bij deze toelichting. Hierna wordt ingegaan op de bevindingen. Het plangebied met de gewenste woonbebouwing (geluidgevoelige functie) ligt in de geluidszone van de Kroepsweg (50 km/uur) en de Bentheimerstraat (80 km/uur). Hiervoor dient een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai worden uitgevoerd. Daarnaast bevindt zich ten zuiden van het projectgebied de Rosmolen, met een snelheidsregime van 30 km/uur. Hierop is de Wgh niet van toepassing. Ondanks dat de Wgh voor deze weg niet van toepassing is, is ook deze weg in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ meegenomen in voorliggend onderzoek. De geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai van de Rosmolen (inclusief 5 dB reductie) bedraagt maximaal 52 dB. Deze waarde wordt niet getoetst aan voorkeurswaarde van 48 dB uit de Wet geluidshinder omdat 30 km/uur wegen geen wettelijke geluidszone bezitten. De geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai van de Kroepsweg (inclusief 5 dB reductie) bedraagt maximaal 42 dB.

Met deze waarde wordt voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. De geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai van de Bentheimerstraat (inclusief 5 dB reductie) bedraagt maximaal 52 dB. Hiermee wordt niet voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB uit de Wet Geluid hinder. Gebleken is dat de maatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeurswaarde te voldoen bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard ontmoeten. Ook kan een binnenniveau van 33 dB gerealiseerd worden, met minimaal 24 dB aan gevelwering (afhankelijk van de gecumuleerde

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

35

Bestemmingsplan Kroepsweg 1, de Lutte Vastgesteld geluidbelasting per gevel). Er kan dan ook een hogere waarde verleend worden van 52 dB ten gevolge van de geluidbelasting afkomstig van de Bentheimerstraat. Met het vaststellen van de hogere waarden en het nemen van de benodigde gevelmaatregelen is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 5.1.2.2 Railverkeerslawaai Railverkeerslawaai wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten omdat de dichtstbijzijnde spoorlijn op zeer ruime afstand van het plangebied is gelegen. 5.1.2.3 Industrielawaai In de omgeving van het plangebied is geen gezoneerd bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig. Het aspect industrielawaai is niet van toepassing. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de woningen wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering). 5.1.3

Conclusie

Mits ten aanzien van wegverkeerslawaai een hoger waarde wordt aangevraagd, vormt De Wet geluidhinder geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht. 5.2.2

Beoordeling

Voorliggend bestemmingsplan voorziet uitsluitend in een functiewijziging en het slopen van een deel van het centrumgebouw. Er vinden geen bodemingrepen plaats, de gewenste functies worden in het bestaande volume gerealiseerd. Desondanks is in voorliggend geval door Sigma een historisch bodemonderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 5 van deze toelichting. Hierna wordt op de bevindingen ingegaan. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde milieukundig vooronderzoek is er gezien het bekende gebruik van de locatie geen directe verdenking op de aanwezigheid van bodemverontreiniging ter plaatse van de onderzoekslocatie. De voormalige opslag van zwembad chemicaliën in het pand was kleinschalig en bevond zich op een gesloten vloer. Negatieve invloed van deze vm. opslag op de bodemkwaliteit wordt niet verwacht. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat in de directe omgeving (binnen een straal van 25 meter) geen potentieel bodembedreigende activiteiten aanwezig zijn (geweest). 5.2.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor het plan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

36

Bestemmingsplan Kroepsweg 1, de Lutte Vastgesteld

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. In de Wet milieubeheer staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet milieubeheer zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).

5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet milieubeheer vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet milieubeheer nodig. 5.3.2

Beoordeling

In paragraaf 5.3.1.1 zijn voorbeelden van de lijst met categorieën van gevallen opgenomen, die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Gelet op de aard en omvang van dit project in vergelijking met de voorgenoemde categorieën, kan worden aangenomen dat voorliggend project ‘niet in betekenende mate bijdraagt’ aan de luchtverontreiniging. Daarnaast is er vanuit planologisch oogpunt, zoals blijkt uit paragraaf 3.2.2, geen sprake van een toename van het aantal verkeersbewegingen. Tevens wordt opgemerkt dat de functie niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. 5.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

37

Bestemmingsplan Kroepsweg 1, de Lutte Vastgesteld

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Per 1 januari 2010 moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van de Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

Het vervoer van gevaarlijke stoffen per buisleiding is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2

Beoordeling

Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied en omgeving weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

38

Bestemmingsplan Kroepsweg 1, de Lutte Vastgesteld

Afbeelding 5.1

Uitsnede Risicokaart (Bron: Risicokaart.nl)

Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied voor groepsrisico (150 meter) van het LPG-tankstation Shell aan de Bentheimerstraat 79. Ten behoeve van transformatieplannen van het centrumgebouw in het verleden (2018), is door AVIV onderzoek verricht naar de externe veiligheidsrisico’s. In dit onderzoek werd uitgegaan van functies in het centrumgebouw met een hogere bezettingsgraad van mensen, dan met de voorgenomen ontwikkeling aan de orde is. De onderzoeksresultaten worden daarom gezien als een worst-case onderzoek en tevens representatief beschouwd voor de voorgenomen ontwikkeling. Dat de onderzoeksresultaten representatief zijn, wordt door een advies van de Omgevingsdienst Twente bevestigd. Het volledige onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 6 bij deze toelichting. Hierna wordt ingegaan op de bevindingen. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de ruimtelijke ontwikkeling. Groepsrisico • • •

In zowel de huidige als toekomstige situatie is het groepsrisico kleiner dan de oriëntatiewaarde. Het maximum aantal slachtoffers is in beide situaties kleiner dan 10. Er is geen sprake van een groepsrisico.

Een verantwoording van het groepsrisico kan achterwege blijven. Wel dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van de inrichting Beperkte groepsrisicoverantwoording Hoewel er geen sprake is van een overschrijding van de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico, wordt een beperkte groepsrisicoverantwoording noodzakelijk geacht. In dit geval dient te worden getoetst aan de volgende aspecten: bereikbaarheid van hulpdiensten ter plaatse, vluchtmogelijkheden en (zelf)redzaamheid van de aanwezige personen. Hierna worden de voorgenoemde aspecten nader onderbouwd: •

Bereikbaarheid: Hulpdiensten dienen bij een calamiteit, een gebied/object goed te kunnen bereiken. In het voorliggend geval is het plangebied via meerdere routes te bereiken. Door het toepassen van twee in- en uitritten, is eveneens gegarandeerd dat hulpdiensten het plangebied hoe dan ook kunnen BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

39

Bestemmingsplan Kroepsweg 1, de Lutte Vastgesteld

•

•

benaderen. Daarnaast is tevens sprake van voldoende ruimte rondom de bebouwing in het plangebied voor de huldiensten om de benodigde werkzaamheden uit te kunnen voeren. Ontvluchten van het gebied: Het plangebied is in meerdere richtingen te ontvluchten. Er is eveneens sprake van een vluchtroute van de risicobron (LPG-station) af. Dit betreft de route richting de Rosmolen. (Zelf)redzaamheid: (Zelf)redzaamheid houdt in dat personen zichzelf en eventueel anderen, binnen een bepaald tijdsbestek, kunnen veiligstellen (bijv. schuilen of vluchten) bij dreigend gevraag. Hierbij wordt van de persoon zelf uitgegaan zonder de hulp van hulpverlenersdiensten. In het voorliggend wordt er vanuit gegaan dat de personen in het plangebied zelfredzaam zijn, danwel dat er ten alle tijden personen aanwezig zijn die minder zelfredzame personen kunnen helpen.

Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling niet resulteert in onevenredige toename van het groepsrisico ter plaatse. Effectafstand De ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden gezien als kwetsbare objecten. De ruimtelijke ontwikkeling valt buiten de 60 meter effectafstand voor (beperkt) kwetsbare objecten. Het is daarom niet nodig hier aanvullende maatregelen te overwegen of anderzijds te motiveren waarom wordt afgeweken van deze effectafstand. 5.4.3

Conclusie

Een en ander brengt met zich mee dat de ontwikkeling in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.

5.5

Milieuzonering

5.5.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • •

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

40

Bestemmingsplan Kroepsweg 1, de Lutte Vastgesteld 5.5.2

Gebiedstypen

Afstemming van bestaande en nieuwe functies gebeurt door het aanhouden van zogenaamde richtafstanden. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering'. Bij deze richtafstanden wordt rekening gehouden met de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zoals gesteld in de 'Staat van bedrijfsactiviteiten'. Hierbij wordt uitgegaan van het principe van functiescheiding, waarbij twee gebiedstypen te onderscheiden zijn, namelijk: 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Het plangebied ligt in een gebied waar sprake is van een zekere meningen van functies. Bedrijfsfuncties, gemengde functies (in het plangebied), woonfunctie alsmede een drukke doorgaande verkeersroute (Bentheimerstraat), bevinden zich op korte afstand van elkaar. Door deze functiemenging in en om het plangebied, is deze aan te merken als ‘gemengd gebied’. De richtafstanden uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van gemengd gebied. Daarbij wordt in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. Milieucategorie Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied

1

10 m

0m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

4.1

200 m

100 m

4.2

300 m

200 m

5.1

500 m

300 m

5.2

700 m

500 m

5.3

1.000 m

700 m

6

1.500 m

1.000 m

5.5.3

Beoordeling

5.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd, wordt bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen en rol: 1. 2.

past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).

Daarnaast wordt tevens ingegaan op de milieueffecten van de functies binnen het plangebied zelf. 5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast of het plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de bedrijven in de omgeving.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

41

Bestemmingsplan Kroepsweg 1, de Lutte Vastgesteld Het centrumgebouw in het plangebied wordt verbouwd tot drie gebouwen. In gebouwen 1 en 2 worden uitsluitend woningen gerealiseerd. De functie wonen is niet milieubelastend en zorgt daarmee niet voor een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. In gebouwd 3 blijft de geldende gemengde bestemming, met uitzondering van de kantoorfunctie, in stand. Dit betreffen functies die reeds zijn toegestaan en daardoor geen (nieuwe) impact hebben op het woon- en leefklimaat voor bestaande omliggende woningen. Daarnaast wordt opgemerkt dat de bestaande functies ten hoogste milieucategorie 3.1 functies kunnen zijn (sporthal). Hiervoor geldt een richtafstand van ten hoogste 30 meter. Uitsluitend de bestaande woningen direct ten zuiden van het plangebied bevinden zich op een te korte afstand van het centrumgebouw, namelijk op een afstand van 28 meter. Dit betreft echter een bestaande (historisch gegroeide) situatie. De invloed tussen de functie in het plangebied onderling worden in paragraaf 5.5.3.4 onderbouwd. Gelet op het vorenstaande kan gesteld worden dat er geen sprake is van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. 5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving.

Rondom het centrumgebouw liggen enkele milieubelastende functies. Het gaat hierbij om een tankstations aan de Bentheimerstraat 79, een autobedrijf aan de Bentheimerstraat 62 en een grondgebonden agrarisch bedrijf aan de Austweg 1. In de onderstaande tabel worden de activiteiten/functies benoemd en met welke functie de activiteiten/functies wat betreft milieu-uitstraling het best kunnen worden vergeleken. Tevens is aangegeven tot welke milieucategorie deze activiteit of functie wordt gerekend, welke richtafstand aangehouden moet worden tussen de milieubelastende functie en de milieugevoelige functies en wat de daadwerkelijke tussenliggende afstand is. Functie

Omschrijving (VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’)

Categorie

Richtafstand gemengd gebied (meter)

Afstand tot centrumgebouw (meter)

Tankstation (Bentheimerstraat 79)

Bezineservicestations – met LPG < 1000 m³/jr

3.1

50 (gevaar)

80

Agrarisch bedrijf (grondgebonden) (Austweg 1)

-

max 3.2

50 (geur)

136

Autobedrijf (Bentheimerstraat 62)

Handel in auto’s en moterfietsen, reparatie- en servicebedrijven

2

10 (geluid)

175

Opgemerkt wordt dat voor agrarische bedrijven niet de richtafstanden leidend zijn, maar dat dient te worden voldaan aan wettelijk voorgeschreven afstanden of odeurunits afkomstig uit de Wet geurhinder en veehouderijen. In paragraaf 5.6 volgt een nadere toets aan de Wgv. Al met al wordt geconcludeerd dat omliggende milieubelastende activiteiten zich op voldoende afstand van het plangebied bevinden. Ter plaatse van het plangebied is in het kader daarvan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te verwachten.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

42

Bestemmingsplan Kroepsweg 1, de Lutte Vastgesteld 5.5.3.4 Functie in het plangebied onderling Zoals reeds aangegeven worden in gebouw 3 milieugevoelige, maar ook milieubelastende functies gerealiseerd. In dit kader is het van belang om tevens in te gaan op de beïnvloeding van de milieubelastende functies op de milieugevoelige functies in het plangebied zelf. De milieugevoelige functies betreffen de appartementen. De toegestane milieubelastende functies betreffen een variatie aan functies. Hierna volgt een opsomming van de toegestane functies. Daarbij is tevens aangegeven tot welke milieucategorie de functie behoort: Functie Maatschappelijke voorzieningen Dienstverlening Horeca cat. I en II Detailhandel (food)

Milieucategorie (Functiemenging) Maximaal categorie 3.1 (uitgaande van de sporthal) Maximaal categorie 2 Maximaal categorie 1 Maximaal categorie 1

Ten aanzien van de horeca- en detailhandelsfunctie wordt opgemerkt dat voor deze activiteiten in een ‘gemengd gebied’ sprake is van een richtafstand van 0 meter. Deze functies passen goed binnen een woonomgeving en behoeven geen nadere aandacht. Ten aanzien van de horecafunctie wordt opgemerkt dat de toegestane activiteiten in het geldende bestemmingsplan zijn gereduceerd. Daar waar het geldende bestemmingsplan tot en met horecacategorie III toestaan, wordt in voorliggend bestemmingsplan ten hoogste horecacategorie II toegestaan. Reden hiervoor is om te voorkomen dat er op korte afstand van de te realiseren appartementen feesten en partijen mogen plaatsvinden. Dit doet afbreuk aan het woon- en leefklimaat ter plaatse. Door de toegestane horecacategorieën te reduceren naar maximaal II zijn ter plaatse ten hoogste horecafuncties in de vorm van bijvoorbeeld een (eet)café toegestaan. In een ‘gemengd gebied’ is het gebruikelijk dat dergelijke functies op korte afstand van woningen aanwezig zijn. Desondanks is de afstand tussen de bebouwing waar onder andere de horecafuncties zijn toegestaan en de appartementen circa 8 meter. Gelet op het vorenstaande tasten de toegestane horecafuncties niet het woon- en leefklimaat van de te realiseren woningen aan.

Om inzicht te krijgen of de in de tabel overige opgenomen milieubelastende functies een belemmering kunnen vormen voor de te realiseren woningen in het plangebied, is door Buijvoets bouw- en geluidsadvisering een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 7 van deze toelichting. Hierna wordt op de bevindingen ingegaan. Toetsing langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Lar,LT Onder de gestelde representatieve bedrijfssituatie kan ruimschoots aan de ambitiewaarde L Ar,LT (50 dBA etmaalwaarde) in het kader van een goede ruimtelijke ordening worden voldaan. De voertuigbewegingen vinden op voldoende afstand van de geplande appartementen plaats. De appartementen liggen op voldoende afstand van het sportcomplexen de geluidisolatie van de gevels/dak van de sportzaal/sporthal is voldoende. De geplande appartementen vormen geen beperking voor het sportcomplex omdat ook ruimschoots aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit kan worden voldaan. Toetsing piekgeluiden LAmax Onder de gestelde representatieve bedrijfssituatie kan aan de grenswaarden voor piekgeluiden worden voldaan. De voertuigbewegingen en het parkeren met het sluiten van portieren vinden op voldoende afstand van de geplande appartementen plaats.

De geplande appartementen vormen geen beperking voor het sportcomplex omdat ook aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit kan worden voldaan. Resumé Op basis van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de milieubelastende functies geen belemmering vormen voor de milieugevoelige functies in het plangebied. Ter plaatse van het plangebied is zodoende sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 5.5.4

Conclusie milieuzonering

Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

43

Bestemmingsplan Kroepsweg 1, de Lutte Vastgesteld

5.6

Geur

5.6.1

Wet geurhinder en veehouderij & Activiteitenbesluit

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningsplichtige veehouderijen, als het gaat om geurhinder. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven is het beoordelingskader voor geurhinder opgenomen in het Activiteitenbesluit. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odeur units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odeur units per kubieke meter lucht. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: • •

ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.

Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven gelden tevens vaste afstandseisen. Deze eisen zijn gebaseerd op en komen overeen met de vaste afstanden zoals opgenomen in de Wgv. 5.6.2

Beoordeling

Ten noorden van het plangebied, aan de Austweg 1, bevindt zich het dichtstbijzijnde (planologisch toegestane) agrarisch bedrijf. Ter plaatse is uitsluitend een grondgebonden agrarisch bedrijf toegestaan. De afstand van het agrarische bouwvlak en het plangebied bedraagt circa 120 meter. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de vaste afstandseisen die gelden op basis van de Wgv. Ter plaatse van het plangebied is dan ook sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de omliggende agrarische bedrijven worden niet belemmerd in de bedrijfsvoering. 5.6.3

Conclusie

Het aspect geur vormt geen belemmering voor dit plan.

5.7

Ecologie

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. 5.7.1

Gebiedsbescherming

5.7.1.1 Algemeen Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

44

Bestemmingsplan Kroepsweg 1, de Lutte Vastgesteld 5.7.1.2 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 29 mei 2019 (zie: AbRS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603 en ECLI:NL:RVS:2019:1604) besloten dat het Programma Aanpak Stikstof (hierna: PAS) niet gebruikt mag worden als basis om toestemming te verlenen voor activiteiten die leiden tot een stikstoftoename ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen en soorten in Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is ‘Dinkelland’ en ligt op een afstand van circa 1 kilometer afstand van het plangebied. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, alsmede de relatief korte afstand van het plangebied tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, is in voorliggend geval een stikstofonderzoek door BJZ.nu uitgevoerd. Het volledige onderzoeksrapport is in bijlage 8 opgenomen.

Uit de AERIUS-berekening blijkt dat in de aanlegfase geen sprake is van een stikstofdepositie. Uit de AERIUSberekening voor de toekomstige gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling is sprake van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Echter blijkt dat als gevolg van de aanwezige N-emissie veroorzakende activiteit reeds sprake is van stikstofdepositie. Deze depositie vervalt, zoals eerder vermeld, permanent als gevolg van het voornemen. Wanneer de depositie als gevolg van de gebruiksfase tegenover de depositie als gevolg van de aanwezige activiteit wordt gezet (intern salderen) is per saldo geen sprake van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarentegen per saldo sprake van een afname van de stikstofdepositie, waardoor geen sprake is van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het plan is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. 5.7.1.3 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten.

Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als NNN ligt op circa 190 meter afstand. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling wordt geconcludeerd dat er geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. 5.7.2

Soortenbescherming

5.7.2.1 Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet er worden bekeken of hier een vrijstelling voor geldt, anders moet er een ontheffing worden gevraagd. BJZ.nu heeft in een Quickscan natuurwaardenonderzoek het plangebied onderzocht. Het onderzoeksrapport is in bijlage 9 bij deze toelichting opgenomen. Hierna wordt op de bevinden ingegaan. 5.7.2.2 Resultaten Natuurwaardenonderzoek De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Voor beschermde soorten die niet op de vrijstellingslijst van de provincie staan, is een ontheffing vereist om ze te mogen verstoren en om opzettelijk de vaste rust- en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Voor het doden van BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

45

Bestemmingsplan Kroepsweg 1, de Lutte Vastgesteld beschermde diersoorten geldt geen vrijstelling van de verbodsbepalingen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de Minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor de voorkomende diersoorten niet af. Mogelijk is er een jaarrond beschermd nest van de grote gele kwikstaart aanwezig. Vleermuizen bezetten mogelijk een vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied, maar gebruiken het niet als (essentieel) foerageergebied of voor een essentiële vliegroute. Om de voorgenomen werkzaamheden te kunnen uitvoeren zullen de gebouwen moeten worden onderzocht op de aanwezigheid van vleermuizen. Tevens dient er een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een jaarrond beschermd vogelnest uit te sluiten.

Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën geldt dat ze niet (opzettelijk) gedood mogen worden. Om te voorkomen dat grondgebonden zoogdieren of amfibieën gedood worden, mogen ze weggevangen of verjaagd worden. Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden, dient een ontheffing van de verbodsbepaling (doden) aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een Gedragscode. Eén van de voorwaarden van werken volgens een Gedragscode is dat er gewerkt moet worden buiten de kwetsbare periode of onder toeziend oog van een ervaren ecoloog. 5.7.2.3 Nader ecologisch onderzoek Omdat de hiervoor beschreven quickscan aanleiding gaf voor het uitvoeren van een nader onderzoek naar vleermuizen en de grote gele kwikstaart, is door BJZ.nu een nader ecologisch onderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 10 van deze toelichting. Hierna wordt op de bevindingen ingegaan. Grote gele kwikstaart (Dagactieve vogels) Op basis van de bevindingen uit de inventarisaties kan met zekerheid worden geconcludeerd dat de herinrichting van het pand aan de Kroepsweg 1 niet leidt tot ecologische belemmeringen met betrekking tot jaarrond beschermde nesten van de grote gele kwikstaart. Vleermuizen Op basis van de bevindingen uit de inventarisaties zijn diverse verblijfsfuncties van gewone dwergvleermuizen aangetoond binnen het pand.

Het plangebied maakt daarmee onderdeel uit van (beschermd) leefgebied van gewone dwergvleermuizen. Rond de koepel en de aan de oostelijke gevel zijn gedragingen waargenomen, welke wijzen op de aanwezigheid van een kraamkolonie (ongeveer 20 individuen). Er zijn drie paarverblijven vastgesteld. De waargenomen activiteit is gecentreerd rond de grote leegstaande hal. De beoogde werkzaamheden leiden tot vernieling van wettelijk beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen, waardoor er sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming (Art 3.5, lid 2 en 4). Doordat binnen het plangebied de aanwezigheid van vleermuizen is geconstateerd, zijn de werkzaamheden met betrekking tot de aan te vragen ontheffing in werking gezet. Ten behoeve van de ontheffingsaanvraag wordt een ecologisch werkprotocol en eventueel een mitigratieplan opgesteld. Egel In het nader ecologisch onderzoek is geen rekening gehouden met de aantasting van potentieel leefgebied voor de egel. Reden hiervoor is dat gedurende het nader ecologisch onderzoek voorliggend plan tot stand is gekomen. Doordat bij de planvorming onder andere de groenstrook aan de oostzijde van het plangebied wordt heringericht, kan niet worden uitgesloten dat hier een verblijfsgebied van de egel wordt aangetast. In overleg met de provincie is ervoor gekozen om hiervoor direct een ontheffing aan te vragen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

46

Bestemmingsplan Kroepsweg 1, de Lutte Vastgesteld 5.7.3

Conclusie

Er worden geen negatieve effecten op het NNN en de Natura 2000-gebieden verwacht. Ten aanzien van het onderdeel soortenbescherming is een ontheffing aangevraagd voor het verstoren van een verblijfplaats voor vleermuizen en egels. Naar verwachting kan deze ontheffing worden verleend. De plicht voor het verkrijgen van een ontheffing is geborgd in de Wet natuurbescherming.

5.8

Archeologie & Cultuurhistorie

5.8.1

Archeologie

5.8.1.1 Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 5.8.1.2 Beoordeling Op basis van de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart, ligt het plangebied in een gebied met een lage archeologische verwachtingswaarde. In gebieden met een lage indicatieve waarde is archeologisch onderzoek verplicht bij bodemingrepen dieper dan 30 centimeter en met een oppervlakte groter dan 10.000 vierkante meter. In voorliggend geval vinden geen bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 10.000 m² plaats, waardoor archeologisch onderzoek niet benodigd is. 5.8.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=a63bf33b-3b93-4f99-8bfa-f6b4f5e1750b