CConstaterende datLosser
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Dorpstraat nabij nr. 47 de Lutte

Raadsvergadering 21 mei 2024, gemeente LosserBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan Dorpstraat nabij nr. 47 De Lutte27.594 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

4 Slecht Voldoende Goed 5 Matig Voldoende Goed

Ernstige concurrentie en Risicoboom Grof dood hout verwijderen Binnen 6 maanden 1x per 3 jaar onderstandig Risicoboom Grof dood hout verwijderen Binnen 6 maanden 1x per 3 jaar

Boomnr. Kroon Stam

Stamvoet Categorie

Maatregel veiligheid

Plakoksel in de kroon

Ziekten/ aantastingen

Notitie adviseur

Boombeeld Snoeiwijze

Veel stamschot Antenne in de kroon vastgemaakt Reeds verschillende takken afgezt

Achterstallig Onderhoudssnoei

Pius Floris Boomverzorging Deventer - Boominventarisatie Dorpsstraat, De Lutte

Achterstallig Onderhoudssnoei

Achterstallig Onderhoudssnoei Achterstallig Onderhoudssnoei Achterstallig Onderhoudssnoei

5

3

6

A:

Nieuw te bouwen pand.

B:

Bestaande houtopstanden.

C:

Tuin/gazon.

D:

Parkeerplaatsen gesitueerd met grasbetonklinkers. Tot aal 6 stuks.

E:

Nieuw te planten toekomstbomen in de maat 12-14 (st amomtrek in

1

4

het Haverkotte

centimeters). Totaal 4 stuks en elk voorzien van 2 boompalen. Soorten: Linde, eik,iep of walnoot.

C

E

F:

Nieuw te planten haag in de maat 80-100 (hoogte in centimeters). Soort: beuk, enkele aanplantrij 5 per m1. Totaal 225 stuks op een lengte van 45 meter.

F

45B

A 65

D P1

47-49

P2

eik eik

eik

P3

P4

eik

D

P5

B eik

P6

F

Dorpstraat at

ra

st

rp

Do

48 50 50A

52 50B 52A 52B

52D 52C

Seigermolenweg

Fragment uit 1910 (topotijdreis.nl)

nl-landschap.nl

Project:

Landschappelijke inpassing

Getekend:

DA

Status:

Adres:

Dorpsstraat 47

Woonplaats:

De Lutte

DO

Datum:

10-11-2023

Aantal pag.:

1

Gecontroleerd:

NH

Formaat:

A3

Schaal:

1:1000

Noord:

Tekening is noordgericht

BOMENPOSTER

WERKEN ROND BOMEN OPSLAG, PARKEREN EN TRANSPORT

KWETSBARE BOOMZONE 1,5M

1,5M

BRONBEMALING EN VERANDERINGEN IN GRONDWATERSTAND

!

KWETSBARE ZONE GWST GWST

MARKEER!

GWST

MIN. 2M

! Werkzaamheden en de opslag van materiaal en materieel zijn binnen de KWETSBARE BOOMZONE alleen toegestaan MET TOESTEMMING (goedgekeurd Werkplan).

! RANDVOORWAARDEN

! RANDVOORWAARDEN GESLOTEN DAMWAND

GWST

RANDVOORWAARDEN EN EISEN Voor opslag, parkeren en transport gelden randvoorwaarden binnen de kwetsbare boomzone. Bijvoorbeeld het plaatsen van drukverdelende rijplaten.

! Randvoorwaarden moeten worden uitgewerkt in een goedgekeurd Werkplan!

GRAVEN, OPHOGEN EN ANDERE BODEM& BEWERKINGEN

1

2

3

4

5 6

Plaats een niet-verplaatsbare fysieke bescherming rond de boom (vanaf 10 cm tot minimaal 2 m boven het maaiveld) en markeer deze als beschermd boomgebied. Binnen elke kwetsbare boomzone zijn de uitvoering van werkzaamheden en de opslag van materiaal en materieel alleen toegestaan met toestemming via een door de opdrachtgever of directie goedgekeurd Werkplan. Binnen elke kwetsbare boomzone gelden randvoorwaarden die uitgewerkt moeten zijn in het goedgekeurde Werkplan. Deze randvoorwaarden worden in de regel opgesteld aan de hand van een Bomen Effect Analyse (BEA). Het Werkplan vermeldt gedetailleerd (per boom) wanneer, op welke wijze, volgens welke randvoorwaarden en met welk materieel en welke hulpmiddelen werkzaamheden binnen de kwetsbare boomzone moeten worden uitgevoerd. Werkzaamheden mogen de duurzame instandhouding van de boom nooit in gevaar brengen. Graafwerkzaamheden binnen de kwetsbare boomzone zijn uitsluitend toegestaan met toestemming via het goedgekeurde Werkplan.

LEIDRAAD MINIMALE GRAAFAFSTANDEN $INDICATIEF% Minimale graafafstand Eenzijdige wortelontwikkeling Stam vanuit het hart van de of scheefstaande boom stamvoet (trekzijde) 20 cm > 1,25 m 2,0 m 40 cm > 1,50 m 2,5 m 60 cm > 1,75 m 3,0 m 80 cm > 2,25 m 3,5 m 100 cm > 2,50 m 4,0 m 150 cm > 3,50 m 5,0 m

KWETSBARE ZONE

! RANDVOORWAARDEN 1,5M

BODEMBESCHERMING

1,5M

!

GESTUURD BOREN

Voor graven, ophogen en bodembewerking gelden randvoorwaarden binnen de kwetsbare boomzone. Bijvoorbeeld minimale graafafstanden en wortelbescherming.

MINIMALE GRAAFAFSTAND

Voor bronbemalingen en veranderingen in de grondwaterstand gelden zowel binnen als buiten de kwetsbare boomzone randvoorwaarden. Bijvoorbeeld het toepassen van een gesloten bronbemaling.

! Randvoorwaarden moeten worden uitgewerkt in een goedgekeurd Werkplan!

VLOEISTOFFEN EN GASSEN

GIF/ZUUR/ CEMENT

Bodemvreemde gassen en vloeistoffen kunnen grote schade veroorzaken aan de groeiplaats van een boom. Houd gassen en vloeistoffen, maar ook cementmolens en (water)afvoeren, op grote afstand van de kwetsbare boomzone!

SNOEI" WERKZAAMHEDEN

STAM DIPLOMA

! Randvoorwaarden moeten worden uitgewerkt in een goedgekeurd Werkplan! Kabelgoten, mantelbuizen en gestuurd boren bieden soms een goed alternatief. Let bij grond- en graafwerkzaamheden ook op kabels en leidingen (KLIC-melding, WION).

! Kwetsbare boomzone = Kroonprojectie + 1,5 meter Kijk voor aanvullende informatie over randvoorwaarden en een goedgekeurd Werkplan op: www.bomenposter.nl

Het snoeien van bomen is alleen toegestaan met toestemming van de opdrachtgever of directie, ook wanneer er enkel sprake is van een gebroken of beschadigde tak.

Deze uitgave van Stadswerk is tot stand gekomen dankzij:

LICENTIEHOUDER: TREEVISION

Kijk voor meer info op www.bomenposter.nl

bestemmingsplan Dorpstraat ong. (nabij nr. 47), De Lutte

Bijlage 3 verkennend bodemonderzoek

72

Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)

RAPPORT VERKENNEND EN NADER (ASBEST)BODEMONDERZOEK conform NEN5740 en NEN5707 Dorpstraat 47 - De Lutte

Opdrachtgever: N+L Landschapsontwerpers Locatie: Dorpstraat 47 7587 AB De Lutte Januari 2024

Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl

Tel: 0546 - 63 96 63 KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01

Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739

Rapport Verkennend En Nader (asbest)Bodemonderzoek conform NEN5740 en NEN5707 Dorpstraat 47 - De Lutte

Opdrachtgever: N+L Landschapsontwerpers Oldenzaalseweg 38 7651 KC Tubbergen Locatie: Dorpstraat 47 7587 AB De Lutte Projectcode: 23065916 Rapportagedatum: 19 januari 2024 Projectleider: de heer ir. P. Haverkort Auteur: mevrouw. E. Koppelman Kruse Milieu BV

INHOUD Pagina 1

Inleiding

1

2.1 2.2 2.3

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie

2 2 2 4

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses

5 5 6 6 7 8

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Separate analyses Resultaten van de asbestanalyses

9 9 9 11 11 12 13

5.1 5.1 5.2 5.3 5.4 5.3 5.4

Nader bodemonderzoek Conceptueel model en onderzoeksopzet Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden fase 1 Resultaten chemische analyses fase 1 Veldwerkzaamheden fase 2 Resultaten chemische analyses fase 2 Bespreking resultaten chemische analyses nader bodemonderzoek

14 14 14 14 15 17 17 18

7

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

19

8

Literatuur en bronvermelding

23

2

3

4

5

Bijlagen I

Regionale ligging locatie Boorplan indicatief bodemonderzoek Oranjewoud, juni 1992 Boorplan milieukundig bodemonderzoek Koch Bodemtechniek, november 1999 Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, oktober 2014 Boorplannen (2x) infrastructureel bodemonderzoek Envita, december 2017 Boorplan verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, jan. 2024 II Boorstaten Legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses Toetsingen chemische analyses IV Resultaten asbestanalyses en concentratieberekeningen V Informatie gemeente Losser VI Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen Kruse Milieu BV

Project: 23065916

1

Inleiding

Dit rapport beschrijft het verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek, dat in opdracht van N+L Landschapsontwerpers aan de Dorpstraat 47 in De Lutte door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is een bestemmingsplanwijziging en de bouw van een nieuwe woning. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de nieuwbouwplannen. Hiervoor dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie in het verleden een agrarisch gebruik had. De bovengrond wordt als verdacht beschouwd voor de aanwezigheid van zware metalen, PAK, minerale olie en asbest. De ondergrond en het grondwater worden vooralsnog als onverdacht beschouwd. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017; - NEN5725, Bodem.

Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. De doelstelling van het onderzoek op een verdachte (deel)locaties is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskernen ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden overschrijden. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. De doelstelling van het onderzoek op een asbestverdachte (deel)locatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern(en) ook daadwerkelijk op de vermoede plaats aanwezig is en in hoeverre asbest in de grond de normwaarden overschrijdt.

Het veldwerk is uitgevoerd in november en december 2023 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van hun persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden eventuele resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. Kruse Milieu BV

Project: 23065916

Pagina 1 van 23

2

Locatiegegevens 2.1

Beschrijving huidige situatie

Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Dorpstraat 47, in de bebouwde kom van De Lutte. Het centrale punt van het te onderzoeken terreindeel heeft de RD-coördinaten x = 264.491 en y = 481.942. Het terrein is kadastraal bekend als: gemeente Losser, sectie O, nummer 1140 (gedeeltelijk). De Dorpstraat bevindt zich ten zuiden en Het Haverkotte bevindt zich ten westen van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie is deels bebouwd met de restanten van een vervallen veeschuur. Inpandig ligt er een oude bakstenen vloer. Het terrein rondom de vervallen schuur is onverhard en sterk begroeid met struiken. Het overige terreindeel is begroeid met gras of braakliggend. Onderzoekslocatie In het kader van een bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de bouwplannen van een nieuwe woning is een bodemonderzoek noodzakelijk. De onderzoekslocatie omvat circa 1100 m².

In bijlage I zijn de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de volgende boorplannen opgenomen: - boorplan indicatief bodemonderzoek Oranjewoud, juni 1992; - boorplan milieukundig bodemonderzoek Koch Bodemtechniek, november 1999; - boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, oktober 2014; - boorplannen (2x) infrastructureel bodemonderzoek Envita, december 2017; - boorplan verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, januari 2024. 2.2

Vooronderzoek

In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in tabel 1. De volgende informatie is verzameld: - de onderzoekslocatie heeft momenteel deels een woon- en deels een tuinbestemming. De vervallen veeschuur (rundvee en varkens) dateert vermoedelijk van circa 1923; - bij de gemeente Losser is het niet bekend of er op de onderzoekslocatie sprake is (geweest) van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel; - de onderzoekslocatie is, volgens informatie van de gemeente Losser, voor agrarische doeleinden gebruikt (rundvee- en varkensbedrijf). In juli 1974 is een Hinderwetvergunning verleend voor het oprichten, en in werking brengen en houden van een rundvee- en varkensbedrijf.

Deze vergunning is in juli 1994 ingetrokken nadat de bedrijfsactiviteiten zijn gestaakt; - bij de gemeente Losser zijn er verder geen gegevens bekend over werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn; - voor zover bekend is het te onderzoeken terrein in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden; - voor zover bekend bevindt zich geen asbest op of in de bodem op de onderzoekslocatie. Er bevinden zich geen asbesthoudende dakplaten, beschoeiingen of sloopafval direct naast of op de onderzoekslocatie De locatie is niet gelegen aan een asbestweg; - volgens de Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente (Witteveen+Bos, maart 2018) vallen de bovengrond en de ondergrond in functieklasse AW2000. Volgens de Nota bodembeheer Regio Twente (Twens beleid veur oale groond) wordt geen correctie toegepast voor minerale olie tot maximaal 100 mg/kg d.s; Kruse Milieu BV

Project: 23065916

Pagina 2 van 23

- er hebben niet eerder bodemonderzoeken op de onderzoekslocatie plaatsgevonden. In de directe omgeving zijn wel eerder bodemonderzoeken uitgevoerd. De meest relevante onderzoeken worden hier toegelicht. Oranjewoud indicatief bodemonderzoek ter plaatse van het bestemmingsplan De Lutte-Noord in de gemeente Losser met projectnummer 10078-09459, d.d. juni 1992 Aanleiding voor dit onderzoek, direct ten noordwesten van de onderzoekslocatie is de voorgenomen bouwwerkzaamheden in het bestemmingsplan De Lutte-Noord. Uit de analyseresultaten blijkt: - de bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met EOX; - het grondwater is plaatselijk matig verhoogd met zink en er zijn licht verhoogde gehalten aan tolueen, xylenen en lood gemeten. Koch Bodemtechniek milieukundig bodemonderzoek Dorpstraat 48 De Lutte met rapportnummer 91056712, d.d. 1 november 1999 Aanleiding voor dit onderzoek op circa 20 meter ten zuidwesten van de onderzoekslocatie is de aanvraag van een bouwvergunning. Uit de analyseresultaten blijkt: - de bovengrond is licht verontreinigd met zink, minerale olie en PAK; - de ondergrond is licht verontreinigd met nikkel; - het grondwater is licht verontreinigd met chroom en nikkel. Kruse Milieu BV verkennend bodemonderzoek Dorpstraat 65 De Lutte met projectcode 14037810, d.d.

21 oktober 2014 Aanleiding voor dit onderzoek op circa 40 meter ten noordoosten van de onderzoekslocatie is de bestemmingsplanwijziging en de geplande herontwikkeling. Er is tot op een diepte van 5.0 m-mv geen grondwater aangetroffen waardoor er geen grondwateronderzoek heeft plaatsgevonden. Uit de analyseresultaten van de bodem blijkt: - de bovengrond is plaatselijk zeer licht verontreinigd met kwik; - de ondergrond is niet verontreinigd. Envita Infrastructureel bodemonderzoek Dorpstraat en Essenweg in De Lutte met rapportnummer 202617-14/R01, d.d. 20 december 2017 Aanleiding voor dit onderzoek dat o.a. in de Dorpstraat direct ten zuiden van de onderzoekslocatie is uitgevoerd, zijn de voorgenomen herinrichtingswerkzaamheden op de locatie. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn plaatselijk bodemvreemde bijmengingen waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt: - de bovengrond ter plaatse van de Dorpstraat is plaatselijk licht verontreinigd met kwik; - in de ondergrond ter plaatse van zowel de Dorpstraat als de Essenweg zijn licht verhoogde gehalten aan PAK en minerale olie aangetoond; - het grondwater ter plekke van de Dorpstraat is na een eerste bemonstering licht verontreinigd met barium, cadmium, kobalt, koper, nikkel en zink en matig verontreinigd met lood. Na herbemonstering is er een lichte bariumverontreiniging aangetoond.

- het grondwater ter plekke van de Essenweg is na een eerste bemonstering licht verontreinigd met barium, cadmium, kobalt, koper en zink, matig verontreinigd met nikkel en sterk verontreinigd met lood. Na herbemonstering is er een lichte bariumverontreiniging gemeten; - in de mengmonsters van de fijne fractie is geen asbest aangetoond; - op basis van het indicatieve fundatieonderzoek blijkt dat de fundatielagen van basalt en zandsteen milieuhygiënisch voldoen voor toepassing als niet-vormgegeven bouwstof.

Kruse Milieu BV

Project: 23065916

Pagina 3 van 23

Tabel 1: Geraadpleegde bronnen vooronderzoek. Relevante informatie

Bron

Specificatie

Opdrachtgever

Huidige en historisch gebruik van de locatie

Ja

Gemeente Losser

Bodeminformatie

Ja

Omgevingsrapportage

https://overijssel.omgevingsrapportage.nl/

Ja

Archief Kruse Milieu BV

Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken

Ja

Google Maps

https://www.google.nl/maps

Ja

Topotijdreis

https://www.topotijdreis.nl/

Ja

BAG-viewer

https://bagviewer.kadaster.nl/

Ja

Perceelloep

https://perceelloep.nl/

Ja

Ruimtelijke plannen

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/

Ja

Grondwatertools

https://www.grondwatertools.nl/gwsinbeeld/

Ja

DINO-loket

https://www.dinoloket.nl/

Ja

AHN-viewer

https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/

Ja

Bodemkwaliteitskaart

Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente, Witteveen+Bos, d.d. 23 maart 2018 Twente Bodemkwaliteitskaart PFAS, Tauw BV, d.d. 28 mei 2020

Ja

2.3

Bodemsamenstelling en geohydrologie

Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - het maaiveld bevindt zich ongeveer 48 meter boven NAP; - de deklaag bestaat tot circa 16 meter minus maaiveld (m-mv) uit zandige eenheden van de Formatie van Boxtel. Het doorlatend vermogen bedraagt maximaal 50 m2/dag. Hieronder bevindt zich een laag klei van de Formatie van Drente met een dikte van circa 0.5 meter. Tot circa 27 m-mv is zand aanwezig van de Formatie van Drente met daaronder tot 35 m-mv een complexe eenheid van gestuwde afzetting met een afwisseling van zand, klei, grind en veen; - de grondwaterspiegel bevindt zich circa 2.0 meter onder het maaiveld. Het grondwater stroomt in noordoostelijke richting; - de locatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied en er is geen grondwaterwingebied op korte afstand gelegen; - in de directe omgeving van de onderzoekslocatie stromen geen omvangrijke oppervlaktewateren.

Kruse Milieu BV

Project: 23065916

Pagina 4 van 23

3

Uitvoering bodemonderzoek 3.1

Onderzoeksstrategie

De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. In de normen NEN5740 en NEN5707 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. De onderzoeksstrategie is gebaseerd op zowel de NEN5740 als NEN5707 (verdacht, heterogeen verdeeld, VED-HE). Er worden op een terreindeel met een oppervlakte van circa 1100 m² in totaal 9 inspectiegaten gegraven met een lengte en een breedte van minimaal 0.3 meter. Er worden 2 gaten doorgeboord tot op de ondergrond (ongeroerde bodem) met een maximum diepte van 2.0 meter minus maaiveld.

Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. De inspectiegaten worden gecodeerd als gaten 1 tot en met 7. Er wordt 1 diepe boring overeenkomstig NEN5766 afgewerkt tot peilbuis ten behoeve van het meten van de grondwatergegevens en het nemen van een grondwatermonster (PB 1). De hypothese "onverdacht" uit NEN5740 (ONV-NL) wordt voor de ondergrond en het grondwater gebruikt. Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden.

Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem; - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden;

Kruse Milieu BV

Project: 23065916

Pagina 5 van 23

- in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. 3.2

Veldwerkzaamheden

Bij de boringen en monsternemingen wordt gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Van elk monsterpunt wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. 3.3

Analyses

De chemische analyses worden uitgevoerd door AL-West BV te Deventer, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. De asbestmonsters worden onderzocht door AL-West BV te Deventer, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van zintuiglijke waarnemingen, bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 4. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 onderzocht. In tabel 2 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 2: Analysepakket per (meng)monster. Monster

Analysepakket

Bovengrond (3x) Ondergrond (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organisch stof, lutum en droge stof

Bovengrond (2x)

Asbest en droge stof

Grondwater (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting

Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats.

Kruse Milieu BV

Project: 23065916

Pagina 6 van 23

3.4

Toetsing chemische analyses

De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu.

Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging; tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de Interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden.

Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. De resultaten van eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (december 2021) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de 20 juli 2021 (aangepaste) door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater.

Kruse Milieu BV

Project: 23065916

Pagina 7 van 23

3.5

Toetsing asbestanalyses

De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen < 0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht.

De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde. Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.

Kruse Milieu BV

Project: 23065916

Pagina 8 van 23

4

Resultaten 4.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven en besproken in paragraaf 4.3, 4.4 en 4.5. De resultaten van de asbestanalyses worden weergegeven paragraaf 4.6. 4.2

Veldwerkzaamheden

De veldwerkzaamheden zijn in november 2023 uitgevoerd door de heer B. Dierink en de heer N. Pepping. Deze veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/09). Voorafgaand aan het veldwerk is het terrein begaanbaar gemaakt waarbij de sterke begroeiing grotendeels is verwijderd met een graafmachine. Ter plekke van de geplande peilbuis is de oude bakstenen vloer met een graafmachine verwijderd. Op 9 en 28 november 2023 zijn er in totaal 9 inspectiegaten (handmatig met een schop) gegraven. Er zijn 2 inspectiegaten doorgezet in de diepere ondergrond met behulp van een Edelmanboor. Er is 1 diepe boring met behulp van een Edelmanboor en zuigerboor doorgezet tot circa 3.0 m-mv en afgewerkt met een peilbuis (PB 1). De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen staan in bijlage II. De bodemopbouw is globaal als volgt: onder de oude bakstenen vloer is tot 0.5 sterk zandig leem aangetroffen met daaronder tot 3.0 m-mv zwak zandig leem. De overige bovengrond bestaat tot maximaal 0.5 m-mv uit matig fijn, matig siltig, zwak humeus zand met wortelresten en sporen grind.

Daaronder is, met uitzondering van inspectiegat 5, tot einde boordiepte zwak zandig leem aangetroffen. In de boven- en ondergrond zijn oerhoudende lagen waargenomen. Er zijn bodemvreemde materialen aangetroffen. Deze staan weergegeven in tabel 3. Door de veldwerkers zijn er visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld en in de opgeboorde bodem aangetroffen. Tabel 3: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt Diepte (m-mv) Waarneming 2

0 - 0.50

Zwak puinhoudend

3

0 - 0.40

Zwak puinhoudend

4

0 - 0.30

Matig puinhoudend

5

0 - 0.50

Sporen baksteen

6

0 - 0.50

Sporen puin

7

0 - 0.50

Sporen puin

8

0 - 0.30

Zwak puinhoudend

9

0 - 0.45

Sporen puin

Kruse Milieu BV

Project: 23065916

Pagina 9 van 23

Op basis van zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de (meng)monsters samengesteld, zoals in tabel 4 staat omschreven. Tabel 4: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m-mv)

Analyse

BG (puinhoudend)

2 3 4

0 - 0.50 0 - 0.40 0 - 0.30

NEN5740standaardpakket

BG II (puinhoudend)

5 en 7 9

0 - 0.50 0 - 0.45

NEN5740standaardpakket

BG III (puinhoudend)

6 8

0 - 0.25 0 - 0.30

NEN5740standaardpakket

OG (leem)

1 1 2 2

0.50 - 0.90 0.90 - 1.40 0.50 - 1.00 1.50 - 2.00

NEN5740standaardpakket

MM FF - 01

2 3 4

0 - 0.50 0 - 0.40 0 - 0.30

Asbest

MM FF - 02

5, 6 en 7 8 9

0 - 0.50 0 - 0.30 0 - 0.45

Asbest

Boring 1 is doorgezet tot 3.0 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om de PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat normaliter uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens is de peilbuis doorgepompt. Op 16 november 2023 is PB 1 bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan in tabel 5. Tabel 5: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

EC Troebelheid Toestroming (μS/cm) (NTU)

PB 1

2.0 - 3.0

1.20

4.7

1565

44

Goed

In het grondwatermonster is een lage pH-waarde en een hoge EC-waarde gemeten. Tevens is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. Kruse Milieu BV

Project: 23065916

Pagina 10 van 23

4.3

Resultaten en toetsing van de chemische analyses

In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In de bovengrond (BG III) zijn enkele licht tot sterk verhoogde gehalten gemeten. In het grondwater (PB 1) zijn enkele zeer licht tot matig verhoogde gehalten gemeten. De verhoogde gehalten worden weergegeven in tabel 6. In de boven- en ondergrond (BG, BG II en OG) zijn geen verontreinigingen aangetoond. Tabel 6: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof of μg/l).

1

Monster

Component

Gemeten Concentratie

GSSD

Achtergrond1of streefwaarde

Interventiewaarde

BG III

Lood Cadmium Kobalt Kwik Zink Minerale olie PAK

190 1.1 4.5 0.18 500 6640 2700

225 * 1.04 * 15.8 * 0.23 * 815 *** 3337 ** 1355 ***

50 0.6 15 0.15 140 190 1.5

530 13 190 36 720 5000 40

PB 1

Barium Kobalt Nikkel Zink

73 31 56 120

73 * 31 * 56 ** 120 *

50 20 15 65

625 100 75 800

AW2000

In de vierde kolom van tabel 6 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner dan of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner dan of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner dan of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. 4.4

Bespreking resultaten chemische analyses

Zoals in de vorige paragraaf is beschreven, zijn er enkele (zeer) licht tot matig verhoogde gehalten aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Bovengrond BG III - Lood, cadmium, kobalt en kwik Het mengmonster BG III is (zeer) licht verontreinigd met lood, cadmium, kobalt en kwik. Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met metalen en PAK niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing (en bewoning). Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreven is een nader onderzoek op basis van deze parameters niet noodzakelijk.

Kruse Milieu BV

Project: 23065916

Pagina 11 van 23

Bovengrond BG III - Zink, minerale olie en PAK Het mengmonster BG III is matig verontreinigd met minerale olie en sterk verontreinigd met zink en PAK. De matig en sterk verhoogde gehalten geven aanleiding voor een aanvullend bodemonderzoek. De 2 deelmonsters die in het mengmonster zijn opgenomen zijn separaat geanalyseerd op zink, minerale olie en PAK om vast te kunnen stellen wat de bron is en of er een nader bodemonderzoek noodzakelijk is. De resultaten van de separate analyses worden besproken in paragraaf 4.5. Grondwater PB 1 - Barium, kobalt en zink De zeer licht verhoogde gehalten aan barium, kobalt en zink in het grondwater zijn waarschijnlijk te wijten aan plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarden. In de boven- en ondergrond zijn oerhoudende lagen aangetroffen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk. Grondwater PB 1 - Nikkel In het grondwater is een matig verhoogd nikkelgehalte aangetoond. Formeel gezien dient verder aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden om de omvang van de matige nikkelverontreiniging in het grondwater te bepalen.

Er zijn naar onze mening een aantal redenen om af te zien van een nader onderzoek: - de (onderzoeks)locatie is niet verdacht voor de aanwezigheid van nikkel en er is geen bron aanwijsbaar voor het matig verhoogde nikkelgehalte; - in de boven- en ondergrond zijn geen verontreinigingen met nikkel aangetoond; - in het grondwater is een verlaagde pH-waarde gemeten. Bij een lage pH komen metalen in de bodem makkelijker in oplossing; - in een eerder bodemonderzoek (Envita, december 2017, zie paragraaf 2.2) is in het grondwater ook een matig verhoogd gehalte aan nikkel aangetoond. Het matig verhoogde nikkelgehalte werd destijds bij een herbemonstering niet bevestigd. Het matig verhoogde nikkelgehalte in het grondwater uit peilbuis 1 wordt beschouwd als een (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarde en levert bij het huidig en toekomstig gebruik geen risico’s op. Naar onze mening is het dan ook niet noodzakelijk om over te gaan tot een nader onderzoek. 4.5

Separate analyses

Naar aanleiding van het matig verhoogde minerale oliegehalte en de sterk verhoogde gehalten aan zink en PAK in mengmonster BG III is besloten de deelmonsters uit dit mengmonster separaat te laten analyseren op zink, minerale olie en PAK. De resultaten van de separate analyses zijn weergegeven in tabel 7. Tabel 7: Gemeten gehalten (mg/kg droge stof). Monster

Component

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrondwaarde1

Interventiewaarde

Boring 6 (0 - 0.25)

Zink Minerale olie PAK

71 3310 1400

106 4597 ** 1410 ***

140 190 1.5

720 5000 40

Boring 8 (0 - 0.30)

Zink Minerale olie PAK

1300 12900 4700

1555 *** 4300 ** 1578 ***

140 190 1.5

720 5000 40

Kruse Milieu BV

Project: 23065916

Pagina 12 van 23

In de vierde kolom van tabel 7 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner dan of gelijk aan AW; * concentratie groter dan AW en kleiner dan of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. Uit de separate analyses blijkt dat er in deelmonster boring 6 (0 - 0.25 m-mv) een matig verhoogd minerale oliegehalte en een sterk verhoogd PAK-gehalte is aangetoond. Het zinkgehalte ligt onder de achtergrondwaarde. In deelmonster boring 8 (0 - 0.30 m-mv) zijn een matig verhoogd minerale oliegehalte en sterk verhoogde gehalten aan zink en PAK gemeten. Er is een nader onderzoek uitgevoerd om de omvang van de sterke verontreinigingen met zink, minerale olie en PAK ter plekke van de boringen 6 en 8 te bepalen. De resultaten van dit onderzoek zijn beschreven in hoofdstuk 5. 4.6

Resultaten van de asbestanalyses

In bijlage IV zijn de analyserapporten van het asbestonderzoek opgenomen. In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 01 en MM FF - 02 is geen asbest aangetoond.

Kruse Milieu BV

Project: 23065916

Pagina 13 van 23

5

Nader bodemonderzoek

Naar aanleiding van de sterke verontreiniging met zink en PAK en de matige verontreiniging met minerale olie in de boringen 6 en 8, is een nader bodemonderzoek uitgevoerd om de omvang, ernst en spoedeisendheid van de verontreinigingen vast te stellen. 5.1

Conceptueel model en onderzoeksopzet

Op basis van de beschikbare gegevens uit het vooronderzoek, is conform NTA5755 een conceptueel model opgesteld, waarbij aandacht vooral uit gaat naar de omvang van de verontreiniging. Op dit conceptueel model wordt de onderzoeksopzet gebaseerd. Tabel 8: Conceptueel model in tabelvorm. Oorzaak van de verontreiniging De herkomst van de verontreiniging is niet bekend. In de bovengrond zijn bodemvreemde materialen aangetroffen (puin, baksteen). In het verleden (tot circa 1994) was de onderzoekslocatie in gebruik als agrarisch erf. Bodemgebruik De onderzoekslocatie ligt op een voormalig agrarisch erf. Bodemopbouw Ter plekke van boring 6 en 8 is tot circa 0.30 m-mv uiterst fijn, uiterst siltig, zwak humeus zand aangetroffen met daaronder tot einde boordiepte een leemlaag. Omvang van de verontreiniging De verontreinigingen zijn zowel horizontaal als verticaal onvoldoende afgeperkt waardoor de omvang van de verontreiniging niet bekend is. Ernst van de verontreiniging Omdat de omvang niet bekend is, kan op voorhand geen uitspraak worden gedaan over de ernst en spoedeisendheid.

5.1

Onderzoeksstrategie

Ten behoeve de verticale afperking van de verontreinigingen wordt ter plekke van boring 6 en 8 een nieuwe boring verricht (boring 6A en 8A). Er wordt één mengmonster van de ondergrond (zintuiglijk schoon leem) geanalyseerd op zink, minerale olie en PAK. Ten behoeve van de horizontale afperking van de verontreinigingen worden in totaal 5 boringen verricht rondom boring 6 en 8. De nieuwe boringen worden gecodeerd als boring 11 tot en met 15. Boring 12 en 13 worden naast de nieuw te bouwen woning verricht. Per boring wordt één monster van de puinhoudende bovengrond (tot circa 0.3 meter diepte) geanalyseerd op zink, minerale olie en PAK. 5.2

Veldwerkzaamheden fase 1

De veldwerkzaamheden zijn op 11 december 2023 uitgevoerd door de heer J. Hartman. Er zijn in totaal 2 boringen tot 1.0 meter diepte (verticale afperking) en 5 boringen tot 0.5 meter diepte (horizontale afperking) verricht. De locaties van de aanvullende boringen zijn weergegeven op de situatieschets in bijlage I. De bodem bestaat tot maximaal 0.45 m-mv globaal uit uiterst fijn, matig tot uiterst siltig, zwak humeus zand met daaronder tot einde boordiepte sterk zandig leem. In de aanvullende boringen 6A en 8A zijn bodemvreemde materialen aangetroffen. De zintuiglijke waarnemingen zijn weergegeven in tabel 9. Door de veldwerkers zijn er visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld en in de opgeboorde bodem aangetroffen.

Kruse Milieu BV

Project: 23065916

Pagina 14 van 23

Tabel 9: Weergave bodemvreemde materialen. Boring

Diepte (m-mv) Waarneming

6A

0 - 0.50

Sporen puin

8A

0 - 0.30

Zwak puinhoudend

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen is besloten de onderstaande (meng)monsters voor de verticale en horizontale afperking te analyseren op zink, minerale olie en PAK. De ondergrond van boring 6A en 8A zijn separaat geanalyseerd op PAK naar aanleiding van de resultaten van het mengmonster OG - boring 6A en 8A. Tabel 10: Weergave geanalyseerde monsters. (meng)monster (m-mv)

Aanleiding

OG - Boring 6A (0.25 - 0.50) en 8A (0.30 - 0.50)

Verticale afperking

Boring 6A (0.50 - 1.00)

Verticale afperking

Boring 8A (0.50 - 1.00)

Verticale afperking

Boring 11 (0 - 0.45)

Horizontale afperking

Boring 12 (0 - 0.25)

Horizontale afperking

Boring 13 (0 - 0.40)

Horizontale afperking

Boring 14 (0 - 0.35)

Horizontale afperking

Boring 15 (0 - 0.40)

Horizontale afperking

5.3

Resultaten chemische analyses fase 1

In onderstaande tabel zijn de gehalten aan zink, minerale olie en PAK weergegeven. Tabel 11: Gemeten concentraties (mg/kg droge stof). Monster

Gemeten concentratie

Component

GSSD

Achtergrondwaarde1

Interventiewaarde

Verticale afperking OG - Boring 6A en 8A

Zink Minerale olie PAK

190 320 310

271 * 800 * 314 ***

140 190 1.5

720 5000 40

Boring 6A (0.50 - 1.00)

PAK

0.35

0.35 -

1.5

40

Boring 8A (0.50 - 1.00)

PAK

86

86.3 ***

1.5

40

140 190 1.5

720 5000 40

Horizontale afperking Boring 11 (0 - 0.45)

Kruse Milieu BV

Zink Minerale olie PAK

72 < 35 2.7

Project: 23065916

128 22.9 2.53 *

Pagina 15 van 23

Vervolg tabel 11: Gemeten concentraties (mg/kg droge stof). Monster

Component

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrondwaarde1

Interventiewaarde

Horizontale afperking

1

Boring 12 (0 - 0.25)

Zink Minerale olie PAK

46 < 35 0.78

70.9 47.1 0.78 -

140 190 1.5

720 5000 40

Boring 13 (0 - 0.40)

Zink Minerale olie PAK

32 45 6.3

51.8 84.9 6.33 *

140 190 1.5

720 5000 40

Boring 14 (0 - 0.35)

Zink Minerale olie PAK

730 4310 1700

1297 *** 3123 ** 1267 ***

140 190 1.5

720 5000 40

Boring 15 (0 - 0.40)

Zink Minerale olie PAK

35 < 35 1.5

76.1 64.5 1.53 *

140 190 1.5

720 5000 40

AW2000

In de vierde kolom van tabel 11 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner dan of gelijk aan AW; * concentratie groter dan AW en kleiner dan of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. De conserveringstermijn van de grondmonsters Boring 6A en Boring 8A is overschreden. De negatieve invloed op de resultaten van het onderzoek wordt als gevolg van deze overschrijding van de conserveringstermijn gering geacht, aangezien de monsters op het laboratorium geconditioneerd zijn bewaard. Er wordt geen significante invloed op de analyseresultaten van de grondmengmonsters verwacht als gevolg van de overschrijding van de conserveringstermijn. Uit de analyseresultaten blijkt het volgende: In het mengmonster van de ondergrond OG - Boring 6A en 8A) zijn (zeer) licht verhoogde gehalten aan zink en minerale olie en een sterk verhoogd gehalte aan PAK gemeten. In het separate monster van boring 6A (0.50 - 1.00 m-mv) is geen verontreiniging met PAK gemeten (het gemeten gehalte ligt onder de achtergrondwaarde). In het separate monster van boring 8A (0.50 - 1.00 m-mv) ligt het gemeten PAK-gehalte boven de interventiewaarde. Ter plekke van boring 14 (0 - 0.35 m-mv) zijn sterk verhoogde gehalten aan zink en PAK en een matig verhoogd gehalte aan minerale olie is gemeten.

Boring 14 bevindt zich op de erfgrens aan de oostzijde van de onderzoekslocatie. Ter plekke van boring 11 (0 - 0.45 m-mv), boring 13 (0 - 0.40 m-mv) en boring 15 (0 - 0.40) zijn (zeer) licht verhoogde PAK-gehalten aangetoond. De overige gemeten gehalten liggen onder de achtergrondwaarden. Uit de resultaten van de chemische analyses blijkt dat de verontreiniging ter plekke van boring 6 zowel in horizontale als verticale richting in voldoende mate is afgeperkt. Ter plekke van boring 8 en 14 is de verontreiniging in verticale richting onvoldoende afgeperkt. Tevens is ter plekke van boring 14 de verontreiniging in noordelijke richting mogelijk onvoldoende afgeperkt. Er is een tweede fase van het nader bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten hiervan worden beschreven in hoofdstuk 5.4. Kruse Milieu BV

Project: 23065916

Pagina 16 van 23

5.4

Veldwerkzaamheden fase 2

De veldwerkzaamheden zijn op 12 januari 2024 uitgevoerd door de heer J. Hartman. Er zijn in totaal 3 boringen tot 1.5 meter diepte (boring 8B, boring 8C en boring 16) en 1 boring tot 1.0 meter diepte (boring 14A) verricht. De locaties van de aanvullende boringen zijn weergegeven op de situatieschets in bijlage I. De bodem bestaat tot maximaal 1.0 m-mv globaal uit uiterst tot matig fijn, zwak tot matig, siltig, zwak humeus zand met daaronder tot einde boordiepte sterk zandig leem. In de aanvullende boringen 8B, 8C en 14A zijn bodemvreemde materialen aangetroffen. De zintuiglijke waarnemingen zijn weergegeven in tabel 12. Door de veldwerkers zijn er visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld en in de opgeboorde bodem aangetroffen. Tabel 12: Weergave bodemvreemde materialen. Boring

Diepte (m-mv) Waarneming

8B

0 - 0.30

Zwak puinhoudend

8C

0 - 0.25

Zwak puinhoudend

14A

0 - 0.35

Zwak puinhoudend

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen is besloten de onderstaande monsters voor de verticale afperking te analyseren op zink, minerale olie en/of PAK. Tabel 13: Weergave geanalyseerde monsters. Monster (m-mv)

Analyse

Boring 8C (1.0 - 1.5)

PAK

Boring 14A (0.5 - 0.8)

Zink, minerale olie en PAK

Boring 16 (0.15 - 0.40)

Zink, minerale olie en PAK

5.3

Resultaten chemische analyses fase 2

In onderstaande tabel zijn de gehalten aan zink, minerale olie en/of PAK weergegeven. Tabel 14: Gemeten concentraties (mg/kg droge stof).

1 2

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrondwaarde1

Interventiewaarde

PAK

0.35

0.35 -

1.5

40

Boring 14A (0.5 - 0.8)

Zink Minerale olie PAK

77 59 2 13

143 * 295 * 13.1 *

140 190 1.5

720 5000 40

Boring 16 (0.15 - 0.40)

Zink Minerale olie PAK

< 20 < 35 2.6

33.2 122 2.61 *

140 190 1.5

720 5000 40

Monster

Component

Boring 8C (1.0 - 1.5)

AW2000 Toetsing aan “Twents beleid veur oale groond” (minerale olie < 100 mg/kg d.s.)

Kruse Milieu BV

Project: 23065916

Pagina 17 van 23

In de vierde kolom van tabel 14 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner dan of gelijk aan AW; * concentratie groter dan AW en kleiner dan of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. Uit de analyseresultaten blijkt het volgende: In het monster van Boring 8C is geen PAK-verontreiniging aangetoond. Het gemeten PAKgehalte ligt onder de achtergrondwaarde. In het monster van Boring 14A een zeer licht verhoogd zinkgehalte en een licht verhoogd PAKgehalte aangetoond. Het gemeten minerale oliegehalte van Boring 14A is lager dan de vastgestelde maximale waarde (100 mg/kg d.s.) voor minerale olie in het “Twents beleid veur oale groond”. Het monster van Boring 16 is zeer licht verontreinigd met PAK. De gemeten gehalten aan zink en minerale olie liggen onder de achtergrondwaarden. Uit de resultaten van de chemische analyses blijkt dat de verontreiniging na de uitvoering van de tweede fase van het nader onderzoek in voldoende mate is afgeperkt. 5.4

Bespreking resultaten chemische analyses nader bodemonderzoek

Uit de resultaten van de chemische analyses blijkt dat de verontreiniging zowel in horizontale als verticale richting in voldoende mate is afgeperkt. De omvang van de sterke verontreiniging (zink, minerale olie en PAK) ter plekke van boring 6, 8 en 14 wordt geschat op 60 m3 (circa 120 m2 x 0.5 meter). De interventiewaardecontour is weergegeven op het boorplan (bijlage I). Sanering van de sterke verontreinigingen is niet noodzakelijk in het kader van de voorgenomen nieuwbouw van de woning. Op het sterk verontreinigde terreindeel staan 5 monumentale beeldbepalende eiken, die niet gekapt mogen worden. Aangezien er niet gegraven mag worden binnen de boomkruin kan er in de huidige situatie geen grondsanering worden uitgevoerd. Er dient voorkomen te worden dat er vermenging ontstaat met de schone grond. De sterk verontreinigde grond mag niet worden verminderd of verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag. Voorafgaande aan een sanering dient een saneringsplan opgesteld en goedgekeurd te worden door het bevoegd gezag. Een sanering mag alleen door hiervoor erkende bedrijven worden uitgevoerd.

Kruse Milieu BV

Project: 23065916

Pagina 18 van 23

7

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Algemeen In opdracht van N+L Landschapsontwerpers is in een verkennend en nader (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel ter grootte van circa 1100 m² aan de Dorpstraat 47 in De Lutte. De onderzoekslocatie is bebouwd met de restanten van een vervallen schuur (met inpandig een oude bakstenen vloer). Het terrein rondom de vervallen schuur is onverhard en sterk begroeid met struiken. Het overige terreindeel is begroeid met gras of braakliggend. De aanleiding van dit onderzoek is een bestemmingsplanwijziging en de bouw van een nieuwe woning. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie in het verleden een agrarisch gebruik had. Hierdoor wordt de bovengrond van de onderzoekslocatie als verdacht beschouwd voor de aanwezigheid van zware metalen, PAK, minerale olie en asbest. De ondergrond en het grondwater worden als onverdacht beschouwd. Resultaten veldwerk verkennend (asbest)bodemonderzoek In totaal zijn er 9 inspectiegaten gegraven. Er zijn 2 inspectiegaten doorgezet in de ondergrond waarvan er 1 is afgewerkt met een peilbuis.

Onder de oude bakstenen vloer is tot 0.5 sterk zandig leem aangetroffen met daaronder tot 3.0 m-mv zwak zandig leem. De overige bovengrond bestaat tot maximaal 0.5 m-mv uit matig fijn, matig siltig, zwak humeus zand met wortelresten en sporen grind, met daaronder tot einde boordiepte zwak zandig leem. In de boven- en ondergrond zijn oerhoudende lagen waargenomen. Er zijn bodemvreemde materialen aangetroffen (puin/baksteen). Door de veldwerkers zijn er geen asbestverdachte materialen op het maaiveld en in de opgeboorde bodem aangetroffen. Het freatische grondwater is aangetroffen op 1.20 m-mv. Resultaten analyses verkennend (asbest)bodemonderzoek Op basis van de resultaten van de analyses kan onderstaande worden geconcludeerd: - de bovengrond (BG) is niet verontreinigd; - de bovengrond (BG II) is niet verontreinigd; - de bovengrond (BG III) is (zeer) licht verontreinigd met lood, cadmium, kobalt en kwik, matig verontreinigd met minerale olie en sterk verontreinigd met zink en PAK.

De deelmonsters uit BG III zijn separaat op zink, minerale olie en PAK geanalyseerd: - boring 6 (0 - 0.25 m-mv) is niet verontreinigd met zink, matig verontreinigd met minerale olie en sterk verontreinigd met PAK; - boring 8 (0 - 0.30 m-mv) is matig verontreinigd met minerale olie en sterk verontreinigd met zink en PAK; - de ondergrond (OG) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB 1) is zeer licht verontreinigd met barium, kobalt en zink en matig verontreinigd met nikkel; - het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 01 is niet asbesthoudend; - het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 02 is niet asbesthoudend.

Kruse Milieu BV

Project: 23065916

Pagina 19 van 23

Naar aanleiding van de sterke verontreiniging met zink en PAK en de matige verontreiniging met minerale olie in de boringen 6 en 8, is een nader bodemonderzoek uitgevoerd om de omvang, ernst en spoedeisendheid van de verontreinigingen vast te stellen. Resultaten veldwerk nader bodemonderzoek fase 1 In totaal zijn er 2 boringen tot 1.0 meter diepte (verticale afperking) en 5 boringen tot 0.5 meter diepte (horizontale afperking) verricht. De bodem bestaat tot maximaal 0.45 m-mv globaal uit uiterst fijn, matig tot uiterst siltig, zwak humeus zand met daaronder tot einde boordiepte sterk zandig leem. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen (puin/baksteen) aangetroffen. Door de veldwerker zijn er geen asbestverdachte materialen op het maaiveld en in de opgeboorde bodem aangetroffen.

Resultaten analyses nader bodemonderzoek fase 1 Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan onderstaande worden geconcludeerd: - OG - Boring 6A (0.25 - 0.50) en 8A (0.30 - 0.50) is (zeer) licht verontreinigd met zink en minerale olie, en sterk verontreinigd met PAK; - Boring 6A (0.50 - 1.00) is niet verontreinigd met PAK; - Boring 8A (0.50 - 1.00) is sterk verontreinigd met PAK; - Boring 11 (0 - 0.45) is niet verontreinigd met zink en minerale olie en (zeer) licht verontreinigd met PAK; - Boring 12 (0 - 0.25) is niet verontreinigd met zink, minerale olie en PAK; - Boring 13 (0 - 0.40) is niet verontreinigd met zink en minerale olie en licht verontreinigd met PAK; - Boring 14 (0 - 0.35) is sterk verontreinigd met zink en PAK en matig verontreinigd met minerale olie; - Boring 15 (0 - 0.40) is niet verontreinigd met zink en minerale olie en (zeer) licht verontreinigd met PAK. Na de eerste fase van het nader bodemonderzoek is de verontreiniging ter plekke van boring 8 en 14 onvoldoende afgeperkt. Er is een tweede fase van het nader bodemonderzoek uitgevoerd. Resultaten veldwerk nader bodemonderzoek fase 2 In totaal zijn er 4 diepe boringen verricht, waarvan 3 tot 1.5 m-mv en 1 tot 1.0 m-mv. De bodem bestaat tot maximaal 1.0 m-mv globaal uit uiterst tot matig fijn, zwak tot matig, siltig, zwak humeus zand met daaronder tot einde boordiepte sterk zandig leem.

Er zijn bodemvreemde materialen (puin)aangetroffen. Door de veldwerker zijn er geen asbestverdachte materialen op het maaiveld en in de opgeboorde bodem aangetroffen. Resultaten analyses nader bodemonderzoek fase 2 - Boring 8C (1.0 - 1.5) is niet verontreinigd met PAK; - Boring 14A (0.5 - 0.8) is (zeer) licht verontreinigd met zink en PAK. Het gemeten gehalte aan minerale olie ligt onder de vastgestelde waarde voor minerale olie in het “Twents beleid veur oale groond”; - Boring 16 (0.15 - 0.40) is zeer licht verontreinigd met PAK en niet verontreinigd met zink en minerale olie.

Kruse Milieu BV

Project: 23065916

Pagina 20 van 23

Hypothese De hypothese "verdachte locatie" met betrekking tot de bovengrond dient te worden aangenomen, aangezien er overschrijdingen van de achtergrond- en interventiewaarden zijn aangetoond. De hypothese "onverdachte locatie" met betrekking tot de ondergrond dient te worden verworpen, aangezien er een overschrijding van de interventiewaarde is aangetoond. De hypothese "onverdachte locatie" met betrekking tot het grondwater dient te worden verworpen, aangezien enkele overschrijdingen van de streef- en tussenwaarden zijn aangetoond. De hypothese "asbestverdachte locatie " kan worden verworpen aangezien er geen asbest is aangetoond. Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond (BG III) en in het grondwater (PB 1) zijn enkele zeer licht tot sterk verhoogde gehalten aangetoond. In de boven- en ondergrond (BG, BG II en OG) zijn geen verontreinigingen aangetoond. De matig en sterk verhoogde gehalten aan zink, minerale olie en PAK in BG III gaven aanleiding voor separate analyses. De twee deelmonsters uit BG III zijn separaat op zink, minerale olie en PAK onderzocht. Hierbij zijn zeer licht tot sterke verontreinigingen gemeten. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3, 4.4 en 4.5.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Losser&id=4a993371-eca6-4b52-9d43-2b25d374cd51