Bestemmingsplan Dorpstraat nabij nr. 47 de Lutte
Tekst van het document
32
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Dorpstraat ong. (nabij nr. 47), De Lutte groepsrisico in de omgeving. Het aspect externe veiligheid is daarmee geen belemmering voor het initiatief. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
4.7
Water
In het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Watertoetsproces In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is op 03-11-2023 de digitale watertoets uitgevoerd, bijgevoegd in Bijlage 4. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen, daaruit is gebleken dat de standaard waterparagraaf volstaat voor dit plan. Riolering In de huidige situatie ligt er in de Dorpstraat een gescheiden riool (vuil- en regenwater). De ontwikkellocatie zal hier met het vuilwater van de drie nieuwe woningen op aan gesloten moeten worden.
Kosten voor de aanleg en eventuele aanpassingen van het gemeentelijk stelsel zijn voor rekening van initiatiefnemer. Hemelwater Volgens de nieuwe hemelwaterverordening welke in eind december 2022 is vastgesteld door de raad, welke gebaseerd is op het beleid uit vigerende GRP. Geldt bij nieuwbouw van minimaal twee woningen of meer een verplichting om hemelwaterberging aan te leggen. Vanuit de waterberging kan het mogelijk in de bodem infiltreren of langzaam (vertraagd) worden afgevoerd naar een overloop op het hemelwaterstelsel. Vereisten hemelwaterberging bij nieuwbouw; Het is in de gemeente verboden om nieuwbouw zonder berging afvloeiend hemelwater te lozen in het openbare vuilwaterriool, bestaand gemengd riool, drukriool of op een IBA. Voor nieuwbouw wordt op ieder perceel voor elke extra m2 verhard oppervlak en voor de openbare weg, een hemelwaterberging aangebracht en in stand gehouden die een regenbui kan verwerken die gemiddeld eens per 100 jaar voorkomt (T=100) De hemelwaterberging dient het geborgen water geleidelijk binnen maximaal twee etmalen te infiltreren in de bodem of vertraagd af te voeren. Gezien de bodemopbouw in de Lutte veelal klei, is infiltreren in de bodem geen optie en zal het water vertraagd moeten afvoeren naar het hemelwaterriool.
De hemelwaterberging moet voorzien zijn van een bovengrondse overloop naar de openbare ruimte voor de afvoer van overtollig water bij extreme neerslag. In veel gevallen is circa 80 mm berging nodig. Dit betekent dat voor elke m² extra verhard oppervlak 80 liter water moet worden geborgd. Of andersom, er is 1 m³ berging nodig voor elke 12,5 m² verhard oppervlak, ofwel 800m³ per hectare verhard oppervlak. De waterberging kan veel ruimte in beslag nemen, maar is ook een kans om het gebied aantrekkelijker te maken. Hoe minder verhard oppervlak, hoe minder waterberging er nodig is. Dit kan bijvoorbeeld
Toelichting (vastgesteld)
33
bestemmingsplan Dorpstraat ong. (nabij nr. 47), De Lutte door het toepassen van groen, waterdoorlatende verharding en groene daken. Groen - waaronder ook groendaken - valt namelijk niet onder het begrip verhard oppervlak (zie artikel 1 sub l). Aanleg van groendaken kan dus ook leiden tot een reductie van de bergingsopgave (minder dan 80 mm). Uit voorgaande volgt dat voor voorliggende plannen maatregelen voor hemelwaterberging noodzakelijk zijn. In de huidige situatie is een (ingestorte) schuur in het plangebied aanwezig. Dit gebouw had een oppervlak van 160 m2. Omliggend aan de schuur is enige verharding aanwezig. In de nieuwe situatie wordt een woongebouw (met aanbouwen) van circa 300 m2 gerealiseerd. Omliggend aan het gebouw zal eveneens verharding worden gerealiseerd voor looppaden en parkeergelegenheid. Zekerheidshalve wordt daarom uitgegaan van een toename aan verharding van 200 m2. Op basis van de bergingseis van 80 mm zal dit een hemelwaterbergingcapaciteit van 16 m3 vergen. De hemelwaterberging wordt gerealiseerd door middel van infiltratiekratten of een vergelijkbaar alternatief en een overloop op het hemelwaterriool indien de maximale capaciteit is bereikt.
4.8
Ecologie
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland. Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Onderstaand wordt op deze aspecten ingegaan voor wat betreft de plannen. Beoordeling van de plannen: 4.8.1
Quickscan natuurwaarden
Door Natuurbank Overijssel is een quickscan natuurwaarden uitgevoerd, bijgevoegd in Bijlage 5. In navolgende alinea's volgen de bevindingen hieruit. Er zijn concrete plannen om één nieuw woongebouw (3 wooneenheden) te realiseren net ten westen van Dorpstraat 47 De Lutte. Om dit nieuwe woongebouw in het plangebied te realiseren dienen de verspreide spullen/materialen. Tevens worden er parkeerplaatsen (6 stuks grasbetonklinkers) en gazon aangelegd. Het plangebied wordt nadien landschappelijk ingepast, middels aanplant van loofbomen (eik, linde, iep of walnoot), hagen en erfbeplanting. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Het plangebied is op 25 oktober 2023 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties.
Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde gebieden: Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciale beleidsregels ten aanzien van de bescherming van het NNN (geen externe werking). Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, de duur van de ontwikkelfase en de afstand tot Natura 2000-gebied kan een negatief effect op Natura-2000 gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, op voorhand uitgesloten worden. Het uitvoeren van een stikstofberekening is voor zowel de gebruiks- als ontwikkelfase niet noodzakelijk. Overige negatieve effecten op Natura
34
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Dorpstraat ong. (nabij nr. 47), De Lutte 2000-gebied kunnen ook worden uitgesloten. Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats, bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen verblijfplaats in het plangebied maar benutten het wel als foerageergebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet verstoord, beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de enkele loofbomen verwijderd en de bouwwerkzaamheden uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten.
Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden zonder voorbereiding, kan niet uitgesloten worden dat een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibieën gedood wordt. Ook worden mogelijk vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaatsen van een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie beschadigd of vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaats’. Er geldt geen vrijstelling voor het opzettelijk doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden dient het werkterrein ongeschikt gemaakt te worden, zodat deze dieren op eigen beweging vertrekken of dienen ze weggevangen te worden (en elders losgelaten). Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde dieren gedood en leidt uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen af. Deze afname leidt niet tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming.
Resultaten van toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden samengevat: Werkzaamheden afstemmen op de voortplantingsperiode van vogels; Geen beschermde amfibieën of zoogdieren doden (zorgvuldig werken, wegvangen of werkterrein ongeschikt maken); 4.8.2
Conclusie
Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
4.9
Archeologie en Cultuurhistorie
4.9.1
Archeologie
Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Beoordeling van de plannen: De gemeente Losser heeft de archeologische verwachting verwerkt in de dubbelbestemmingen in het geldende bestemmingsplan. Het plangebied kent geen dubbelbestemming voor het aspect archeologie. Er geldt op basis van het bestemmingsplan dan ook geen onderzoeksplicht voor het
Toelichting (vastgesteld)
35
bestemmingsplan Dorpstraat ong. (nabij nr. 47), De Lutte onderdeel. Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). 4.9.2
Cultuurhistorie
Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Beoordeling van de plannen: Binnen de begrenzing van het plangebied is een oud agrarisch bedrijfsgebouw gesitueerd dat bij de rijksmonumentale boerderij Dorpstraat 47 behoorde en zelf ook een monumentale status had. Inmiddels is deze status geschrapt. Uit een advies van de gemeente Losser aan de RCE en het besluit van de RCE is op te maken dat een zware storm de schuur in 2008 zwaar heeft beschadigd. Zie daarvoor ook het aanzicht uit 2009 in paragraaf 2.1. Door gebrek aan herstel en onderhoud door de eigenaar is de schuur verder in verval geraakt. Daardoor zijn de monumentale en cultuurhistorische waarden definitief verloren gegaan. Feitelijk is geen sprake meer van een monumentale schuur.
De locatie dreigt nu verder te verloederen en heeft daarmee een negatieve invloed op omgeving en de beeldbepalende status van de naastgelegen monumentale boerderij. Een opschoning van de locatie is daarom gewenst. Aan de Dorpstraat ongenummerd te De Lutte bestaat daarom het voornemen om een woongebouw met drie woningen te bouwen naast een rijksmonumentale (woon)boerderij. Aanvankelijk is gesteld om de woningen dichtbij de bestaande boerderij te situeren zodat er een overduidelijke relatie blijft bestaan. Binnen het plangebied is echter sprake van een bomengroep. Behoud van deze bomengroep wordt gewenst geacht en daarvoor is ook een beheer- en onderhoudsplan opgesteld. De woningen worden gerealiseerd in één bouwvolume. Qua vormgeving is een stijl gehanteerd die passend is bij de rijksmonumentale boerderij op Dorpstraat 47. Dit is verankerd door middel van een beeldkwaliteitsplan. Met inachtneming van deze uitgangspunten doet het plan geen afbreuk aan het aspect cultuurhistorie.
4.10
Verkeer en parkeren
4.10.1 Verkeer Het voorliggend plan voorziet in het uitbreiden van woonerf en de toevoeging van een woongebouw voor drie woningen. Het aantal verkeersbewegingen neemt zodoende als gevolg van de plannen niet significant toe. De te verwachten verkeersgeneratie is namelijk volgens CROW-uitgave 'Toekomstbestendig parkeren' voor een woning "Koop, huis, tussen/hoek" een aantal van 7,8 worst-case. In totaal komt de verkeersgeneratie als gevolg van de plannen daarmee op maximaal 24 verkeersbewegingen per dag. Het bestaande wegennet is voldoende toegerust op de ontsluiting van het plangebied ten behoeve van de extra woningen. Conclusie Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
36
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Dorpstraat ong. (nabij nr. 47), De Lutte
4.10.2 Parkeren In voorliggend geval wordt dan ook getoetst aan de genoemde CROW-publicatie 'Toekomstbestendig parkeren'. Uitgangspunten en parkeerbenodigdheden Het plangebied ligt in een gebied met de stedelijkheidsgraad 'weinig stedelijk' in een deel van de gemeente dat behoort tot het gebiedstype 'rest bebouwde kom'. In voorliggend geval wordt in de nieuwe situatie drie woningen gebouwd. Hiermee is sprake van een extra parkeerbehoefte van 3 * 2,0 parkeerplaatsen, totaal 6 parkeerplaatsen. Gelet op de omvang van het toekomstige woonerf is er ruim voldoende ruimte om op eigen erf in de parkeerbehoefte te voorzien. Op de situatietekening is de ruimte voor de zes benodigde parkeerplaatsen aangegeven. Overigens is er geen toename van de parkeerdruk in de omgeving, doordat er volledig op eigen terrein wordt voorzien in de benodigde parkeervoorziening. Conclusie Het aspect parkeren vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
Toelichting (vastgesteld)
37
bestemmingsplan Dorpstraat ong. (nabij nr. 47), De Lutte
Hoofdstuk 5
Juridische toelichting
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) geeft gemeenten de plicht tot het opstellen van een bestemmingsplan. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Dit zijn een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast bieden zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet onder meer worden gedacht aan het afwijken met een omgevingsvergunning, wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. De bruikbaarheid van deze instrumenten is geheel afhankelijk van het doel van het bestemmingsplan en de gewenste bestemmingsmethodiek van de gemeente. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan. De planregels vallen in vier hoofdstukken uiteen. Hoofdstuk 1 bevat de algemene voor het plangebied geldende bepalingen, de inleidende regels.
Hoofdstuk 2 regelt de bestemmingen en het daarop toegestane gebruik. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, zoals de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene afwijkings- en algemene wijzigingsregels en tot slot de algemene procedureregels. Tenslotte komt in hoofdstuk 4 het overgangsrecht en de slotbepaling aan bod. Bevoegdheid Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. Over het algemeen zijn burgemeester en wethouders het bevoegd gezag. Het kan echter incidenteel voorkomen dat bijvoorbeeld het Rijk dan wel de provincie het bevoegd gezag is. Burgemeester en wethouders zijn altijd bevoegd gezag bij het wijzigen van een plan en het stellen van nadere eisen. Opzet planregels Hoofdstuk 1 Inleidende regels Begrippen In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing van het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normale spraakgebruik. Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten (die bij het bouwen in acht dienen te worden genomen) moeten worden gemeten.
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Tuin De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: tuin, behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, gebouwen, erkers en ingangspartijen ten dienste van de aangrenzende bestemming 'Wonen'. Daarnaast zijn toegestaan de daarbij behorende bouwwerken,
38
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Dorpstraat ong. (nabij nr. 47), De Lutte geen gebouwen zijnde, erven, in- en uitritten en parkeervoorzieningen. Zoals de meeste woonpercelen binnen de kern de Lutte worden enkel de voortuinen van de woningen hiermee bestemd. Wonen De gronden ter plaatse van de nieuw te bouwen woningen zijn bestemd tot ‘Wonen’. Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met aan-huis-verbonden beroep. In het bestemmingsvlak ‘Wonen’ is het bouwen en bewonen van de woningen toegestaan, met dien verstaande dat de woningen in het bouwvlak moet worden gebouwd. Door middel van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ wordt gewaarborgd dat de beoogde woningen te realiseren zijn. De bouwregels zijn opgesplitst in bouwregels voor: Hoofdgebouwen Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. In de bestemming zijn tevens een aantal specifieke gebruiksregels en afwijkingsbevoegdheden opgenomen. Hoofstuk 3 Algemene regels Anti-dubbeltelregel Het doel van de anti-dubbeltelregel is te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.
Algemene bouwregels In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen; Algemene gebruiksregels Onder dit artikel wordt ter verduidelijking van het plannen aangegeven wat algemene gebruiksregels betreffen die gelden in het plangebied, dit kan zowel strijdig als toegestaan gebruik omvatten. Algemene afwijkingsregels Er is een algemene afwijkingsregel opgenomen wanneer dit voor een betere technische realisering van bouwwerken dan wel in verband met de werkelijke toestand van het terrein noodzakelijk is. Deze afwijkingsregel dient bij uitzondering te worden toegepast. De noodzaak om van de bestemmingsregeling af te wijken dient te worden aangetoond. Overige regels Hier staan regels geformuleerd ten aanzien van bijvoorbeeld welstand en parkeren en er wordt de mogelijkheid geboden om nadere eisen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. Hoofstuk 4 Overgangs- en slotregels Overgangsregels Voor de overgangsregels is onderscheid gemaakt tussen de overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken en de overgangsbepalingen ten aanzien van gebruik. Zowel de overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken als de overgangsbepalingen ten aanzien van gebruik gelden vanaf inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Uitgangspunt is dat zo weinig mogelijk gebruik wordt gemaakt van het overgangsrecht.
Vooraf dient een afweging te worden gemaakt tussen legaliseren
Toelichting (vastgesteld)
39
bestemmingsplan Dorpstraat ong. (nabij nr. 47), De Lutte (positief bestemmen) dan wel handhaving van illegale situaties. De overgangsbepalingen voor bouwwerken en gebruik zijn overgenomen uit artikelen 3.2.1 en 3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Slotregel Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van het voorliggende bestemmingsplan.
40
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Dorpstraat ong. (nabij nr. 47), De Lutte
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Financiële uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een ruimtelijke procedure dient op grond van artikel 3.1.6 lid f van het Bro onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Met de inwerkingtreding van de Wro op 1 juli 2008 is de gemeente verplicht, op grond van artikel 6.12 lid 1 van die wet, tot kostenverhaal bij grondexploitatie. Deze verplichting houdt in dat als de gemeente er bij een ruimtelijke ontwikkeling niet in slaagt met alle particuliere eigenaren in het gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie, de gemeente publiekrechtelijk de kosten moet verhalen bij alle eigenaren in het exploitatiegebied waarmee niet is gecontracteerd. Gemaakte kosten (limitatief opgesomd in artikelen 6.2.3 tot en met 6.2.5 van het Bro) zoals plankosten, onderzoekskosten, kosten van inrichting van de openbare ruimte etc. kunnen worden verhaald door middel van een exploitatieplan dat gelijktijdig met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. De toepassing voor het afdwingbare kostenverhaal richt zich op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan is opgenomen in artikel 6.2.1 Bro (o.a. bouw van 1 of meer woningen, bouw van 1 of meer hoofdgebouwen). Het bestemmingsplan voorziet in de herontwikkeling van een erf in het buitengebied van Hof van Twente. Deze ontwikkeling maakt daarmee een bouwplan mogelijk in de zin van artikel 6.2.1 Bro.
De gemeente heeft met de initiatiefnemer een overeenkomst gesloten over grondexploitatie (een anterieure overeenkomst). Hierin zijn afspraken gemaakt over de betaling van de gemeentelijke kosten. De kosten van grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden zijn hiermee anderszins verzekerd. Het maken van een exploitatieplan is niet nodig.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De procedures voor de vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan. Wettelijk (voor)overleg In het Bro is in artikel 3.1.1 opgenomen dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. De conclusies vanuit het vooroverleg zijn in Hoofdstuk 7 verwoord.
Toelichting (vastgesteld)
41
bestemmingsplan Dorpstraat ong. (nabij nr. 47), De Lutte
Hoofdstuk 7
Procedure en overleg
In dit hoofdstuk is de procedure van het bestemmingsplan beschreven. In de eerste plaats is een toelichting gegeven van de verschillende stappen die in deze bestemmingsplanprocedure onderscheiden kunnen worden. Vervolgens zijn de resultaten van de doorlopen stappen in de procedure van bestemmingsplan.
7.1
Procedurestappen
Dit bestemmingsplan kent de volgende procedurestappen: 7.1.1
Ontwerp
Het ontwerp bestemmingsplan wordt behandeld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders. Een ontwerp bestemmingsplan ligt vervolgens gedurende zes weken ter inzage met de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen bij de gemeenteraad. 7.1.2
Vaststelling
De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vast. De ingediende zienswijzen kunnen leiden tot een gewijzigde vaststelling ten opzichte van het ontwerp. 7.1.3
Beroep
Nadat de raad het bestemmingsplan heeft vastgesteld, wordt het besluit tot vaststelling bekend gemaakt. Daarna bestaat nog de mogelijkheid tot het indienen van een beroepsschrift bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
7.2
Vooroverleg
Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Daarom is het bestemmingsplan naar diverse instanties gestuurd. De provincie Overijssel heeft in april 2023 een uitzonderingslijst geplubliceerd van categorieën bestemmingsplannen en projectbesluiten waarvoor vooroverleg wel of niet noodzakelijk is. Het plan valt onder een plan in stedelijk gebied, categorie woningbouw. De Lutte betreft een kern van meer dan 1.000 inwoners. Vooroverleg is noodzakelijk bij meer dan elf woningen. In onderhavig geval blijft het plan hieronder en is vooroverleg niet noodzakelijk. Het Waterschap Vechtstromen is middels de Digitale Watertoets over de ontwikkeling geïnformeerd, omdat de korte procedure van toepassing is wordt gesteld dat met de ontwikkeling geen waterschapsbelangen gemoeid zijn. Een vooroverleg is daarom niet noodzakelijk geacht.
7.3
Zienswijzen
Het ontwerp van het bestemmingsplan heeft vanaf 21 december 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode kon eenieder een zienswijze indienen. Er is tijdens de inzageperiode één zienswijze ingediend. Na overleg en met een aanpassing van het inrichtingsplan is deze zienswijze ingetrokken.
42
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Dorpstraat ong. (nabij nr. 47), De Lutte
Bijlagen bij de toelichting
Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)
43
bestemmingsplan Dorpstraat ong. (nabij nr. 47), De Lutte
Bijlage 1 ruimtelijk kwaliteitsplan
44
Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)
5
3
6
A:
Nieuw te bouwen pand.
B:
Bestaande houtopstanden.
C:
Tuin/gazon.
D:
Parkeerplaatsen gesitueerd met grasbetonklinkers. Tot aal 6 stuks.
E:
Nieuw aan te planten bomen van de 3e grootte. Aanplanten in de
1
4
het Haverkotte
maat 10-12 (stamomtrek in centimeters) en elk voor zien van t wee boompalen. Totaal: 2 stuks. Soorten;
C E
-
Amelanchier lamarckii, Krentenboompje;
-
Acer campestre, Veldesdoorn;
Bovenstaande soorten dienen waar mogelijk in boomvorm of hoogstam aangeplant te worden. Maximale hoogte van
F
45B
A
bovenstaande soorten bedraagt maximaal 6 meter met uitzondering 65
D P1
van de Veldesdoorn. Deze zal aan de voorzijde geplant worden.
47-49
P2
F:
eik eik
eik
P3
P4
eik
D
P5
Nieuw te planten haag in de maat 80-100 (hoogte in centimeters).
B
Soort: beuk of haagbeuk, enkele plantrij gerekend met 5 stuks per m1. Totaal 225 stuks op een lengte van 45 meter.
eik
P6
F
Dorpstraat at
ra
st
rp
Do
48 50 50A
52 50B 52A 52B
52D 52C
Seigermolenweg
Fragment uit 1910 (topotijdreis.nl)
nl-landschap.nl
Project:
Landschappelijke inpassing
Getekend:
DA
Status:
Adres:
Dorpsstraat 47
Woonplaats:
De Lutte
DO
Datum:
22-01-2024
Aantal pag.:
1
Gecontroleerd:
NH
Formaat:
A3
Schaal:
1:1000
Noord:
Tekening is noordgericht
bestemmingsplan Dorpstraat ong. (nabij nr. 47), De Lutte
Bijlage 2 boombeheerplan
46
Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)
PIUS FLORIS
Boombeheerplan Dorpstraat 47 De Lutte
piusfloris.nl
Al meer dan 40 jaar toonaangevend specialist op het gebied van boomverzorging.
BOOMBEHEERPLAN DORPSSTRAAT DE LUTTE
Colofon Rapportage Kenmerk
Boombeheerplan
Revisie
Dorpstraat 47 De Lutte
Projectnummer
PFBD 23 044 BP
Datum
30 november 2023
Status
Definitief
Contactpersonen F.C. Barneveld auteur f.barneveld@piusfloris.nl
F.C. Barneveld onderzoeker f.barneveld@piusfloris.nl
A.C. van Polen controleur b.vanpolen@piusfloris.nl
Opdrachtgever Naam
N+L Landschapsontwerpers
Contactpersoon
Rene Kempers
Adres
Oldenzaalseweg 38
Postcode
7651 KC
Plaats
Tubbergen
Opdrachtnemer Pius Floris Boomverzorging Deventer Hemeltjesweg 4 7434 PH Lettele Nederland Telefoon www.piusfloris.nl info@piusfloris.nl KvK
piusfloris.nl
Al meer dan 40 jaar toonaangevend specialist op het gebied van boomverzorging.
BOOMBEHEERPLAN DORPSSTRAAT DE LUTTE
Inhoudsopgave 1. Inleiding
......................................................................................................................... 2
2. Invloed werkzaamheden
.................................................................................................... 3
....................................................................................................... 5 3.1 Inventarisatie ......................................................................................................... 5 3.2 Beoordeling groeiplaats ............................................................................................ 7 3.3 Toetsing aan beleid ................................................................................................ 10
3. Onderzoeksresultaten
........................................................................ 11 4.1 Start werkzaamheden ............................................................................................. 11 4.2 Bovengrondse schade ............................................................................................ 11 4.3 Ondergrondse schade ............................................................................................. 11
4. Algemene maatregelen werken rond bomen
5. Specifieke maatregelen werken rond bomen
........................................................................ 13
........................................................................................................ 17 6.1 Indruk projectgebied .............................................................................................. 17
6. Conclusie en advies
....................................................................................................................... 18 Bijlage 1 Kaart met boomnummers ................................................................................. 18 Bijlage 2a inventarisatiegegevens .................................................................................. 18 Bijlage 2b Boomveiligheidscontrole ................................................................................ 18 Bijlage 3 Ontwerpdocument .......................................................................................... 18 Bijlage 4 Bomenposter 'werken rond bomen' .................................................................... 18
7. Nawoord
1
BOOMBEHEERPLAN DORPSSTRAAT DE LUTTE
1. Inleiding In opdracht van N+L Landschapsontwerpers heeft Pius Floris Boomverzorging Deventer, afdeling onderzoek & advies, op 30 november 2023 een boombeschermingsplan opgesteld. Het gaat om een boombeschermingsplan omtrent de werkzaamheden voor de herinrichting van het perceel met het adres Dorpsstraat 47 in De Lutte. In figuur 1 is het projectgebied weergegeven door middel van het rode kader. Aanleiding Binnen het projectgebied worden 3 geschakelde woningen gerealiseerd. Tevens worden er parkeerplaatsen aangelegd. Op het perceel staat een bomengroep bestaande uit 5 Zomereiken. Voor deze bomen dient een boombeheerplan opgesteld te worden. Onderdeel van het boombeheerplan is het opstellen van maatregelen om de werkzaamheden uit te voeren en de bomen te kunnen behouden. Doel Het doel van het boombeheerplan is het vastleggen van afspraken betreffende het uitvoeren van de werkzaamheden. Dit zodat de aanwezige bomen in het projectgebied duurzaam behouden blijven. Om de werkzaamheden uit te kunnen voeren, dienen maatregelen getroffen worden om de schade aan de bomen te voorkomen dan wel te beperken. Uitgangspunt is dat de bomen en de standplaats van de bomengroep beschermd worden. Tevens dient de groeiplaats van de bomen verbeterd te worden.
Situatieschets Binnen het projectgebied worden tijdens de uitvoering van de werkzaamheden 3 woningen gerealiseerd en 6 parkeerplaatsen aangelegd rond een bomengroep bestaande uit 5 Zomereiken. Pius Floris Boomverzorging Deventer is gevraagd een boombeheerplan op te stellen voor dit projectgebied.
Figuur 1: Globale project locatie
2
BOOMBEHEERPLAN DORPSSTRAAT DE LUTTE
2. Invloed werkzaamheden In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de mogelijk schade aan de bomen, die kan ontstaan door de uitvoer van de werkzaamheden. Wortelschade bij graven Wanneer er gegraven wordt in de nabijheid van bomen is de kans op wortelschade vaak groot. De wortels zijn van essentieel belang voor het duurzaam behoud van de boom. Naast de kans dat de stabiliteit van de boom in gevaar komt (stabiliteitswortels), wordt de opnamecapaciteit van water en voedingsstoffen verminderd (opnamewortels). Bovendien kunnen parasitaire schimmels, via de wonden die in de wortels ontstaan, de boom binnendringen. Voor het percentage schade aan de beworteling zijn onderstaande richtlijnen opgesteld: Tot 10 % verlies is acceptabel bij een goede groeiontwikkeling; Bij >10% wortelschade is compensatie gewenst; Bij 20 – 40 % verlies is individuele afweging noodzakelijk. Bij meer dan 40% verlies van de stabiliteitswortels (> 5 cm diameter) is er sprake van acute instabiliteit. In de regel heeft een boom 3 jaar nodig om het wortelverlies te compenseren, indien hiervoor ondergronds de mogelijkheden (nieuwe doorwortelbare ruimte) toereikend zijn. Bovengrondse schade Door het gebruik en de inzet van machines kunnen de stam en de kroon van de boom beschadigd raken. Er kunnen wonden aan de stam ontstaan doordat er met machines tegen de boom gestoten wordt.
De wonden die ontstaan kunnen in invalspoort vormen voor parasitaire schimmels van de boom. Ook kunnen er takken afscheuren door het gebruik van grote machines in de buurt van de boomkroon. Verdichting Wanneer er met machines in de buurt van bomen gewerkt wordt kan er verdichting van de bodem optreden. Bij een verdichting tussen 1,5 tot 3 megapascal (MPa) wordt de wortelgroei van de boom belemmerd. Vanaf een verdichting van 3 MPa is er geen wortelgroei meer mogelijk. Ook door het herstellen of aanbrengen van straatwerk kan de bodem verdicht raken. Naast verdichting van de bodem, zal ook de diffusie van bodemgassen met de buitenlucht verstoord worden wanneer materiaal bovenop het wortelpakket opgeslagen wordt. Zuurstof kan de bodem niet meer infiltreren en CO2 en methaan kunnen zich ophopen. Wanneer het percentage zuurstof in de bodem te laag wordt (<12%), zal (grootschalige) wortelsterfte optreden. Dit zal een negatief effect hebben op de conditie en toekomstverwachting van de bomen. Uitdrogen wortels Bij de uitvoer van graafwerkzaamheden komen de wortels van de bomen vaak voor langere tijd bloot te liggen. Hierdoor kunnen de wortels uitdrogen met uiteindelijk wortelsterfte tot gevolg. Opslag van materialen Zoals beschreven in de paragraaf verdichting kan er wortelschade ontstaan doordat de bodem te 3
BOOMBEHEERPLAN DORPSSTRAAT DE LUTTE
compact wordt. Door de (tijdelijke) opslag van materialen kan ook verdichting van de bodem optreden. Het gaat hierbij om bouwmaterialen, maar ook de grond uit de gegraven sleuven. Bovendien kan het parkeren van auto's en het verplaatsen van machines leiden tot bodemverdichting. Bronbemaling Voor de vochtvoorziening zijn de bomen afhankelijk van regenwater en grondwater. Bij de toepassing van bronbemaling wordt de grondwaterstand (tijdelijk) verlaagd. Wanneer het grondwater bereikbaar is voor de bomen is tijdens de werkzaamheden, bij een verlaging van het grondwater, dit niet meer bereikbaar voor de bomen. Afhankelijk van het tijdstip van de uitvoering van de werkzaamheden, kan de vochtvoorziening ontoereikend zijn voor de bomen
4
BOOMBEHEERPLAN DORPSSTRAAT DE LUTTE
3. Onderzoeksresultaten In dit hoofdstuk worden de onderzoeksresultaten beschreven. Duidelijk wordt wat de conditie en toekomstverwachting van het bomenbestand is en worden eventueel benodigde veiligheidsmaatregelen beschreven. Als laatst wordt de groeiplaats beoordeeld en het beleid omtrent de bomen beschreven.
3.1 Inventarisatie Op 1 maart van dit jaar is een inventarisatie en een boomveiligheidscontrole uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn in deze paragraaf beschreven. In totaal zijn 5 bomen geïnventariseerd en gecontroleerd op boomveiligheid in het projectgebied. De bomen zijn opgenomen in boombeheersysteem Geovisia 6 en hebben ieder een boomnummer gekregen. Het individuele boomnummer correspondeert met de complete inventarisatie- en boomveiligheidsgegevens die zijn opgenomen in bijlage 1 en 2. De vijf geïnventariseerde bomen betreffen allen zomereiken (Quercus robur). De bomen staan in een situatie met opengrond, waar momenteel sprake is van ruige begroeiing van o.a. braamstruiken. De leeftijd van de bomen wordt geschat op ongeveer 80 tot 100 jaar. Conditie en toekomstverwachting De conditie en toekomstverwachting van de bomen verschilt onderling en is als volgt per boom beoordeeld: Boomnr.
Conditie
Toekomstverwachting
1
Matig
5 tot 10 jaar
2
Redelijk
10 tot 15 jaar
3
Redelijk
10 tot 15 jaar
4
Matig
5 tot 10 jaar
5
Matig
5 tot 10 jaar
Uit de tabel blijkt dat de conditie en toekomstverwachting van 3 van de 5 bomen als matig is beoordeeld. De knopbezetting van deze bomen is sterk verminderd en er is veel dood hout in de kroon aanwezig. Ook is de kroon van boom 1 - 4 en 5 niet meer gesloten. Bij gezonde bomen in een goede conditie is dit wel het geval. Het betreft hier de bomen aan de rand van het bosje. De 2 bomen met een redelijke conditie en toekomstverwachting zijn een onderstandige boom en een boom waarvan reeds gesteltakken zijn ingenomen.
5
BOOMBEHEERPLAN DORPSSTRAAT DE LUTTE
Figuur 2: De onderzochte bomengroep aan de Dorpsstraat
Boomveiligheidscontrole Tijdens de inventarisatie is direct een boomveiligheidscontrole van het bomenbestand uitgevoerd. Hieruit blijkt per boom het volgende:
6
Boomnr.
Gebreken en afwijkingen
1
Veel grof dood hout in de kroon, stamschot, éénzijdige kroon, oude nesten van de eikenprocessierups, zeer matige knopbezetting
2
Antenne in de kroon bevestigd d.m.v. spanbanden. Verkleefde takaanhechting in de kroon (plakoksel) op de plek waar de antenne bevestigd is, Grof dood hout
3
Grof dood hout, verschillende gesteltakken zijn reeds afgezet
4
Grof dood hout, ernstige concurrentie waardoor de boom onderstandig is
5
Conditie loopt sterk terug ,veel grof dood hout
BOOMBEHEERPLAN DORPSSTRAAT DE LUTTE
Zoals beschreven, is er veel dood hout in alle 5 de bomen aanwezig. De bomen zijn dan ook als risicoboom beoordeeld met een tijdelijk verhoogd risico. Het boombeeld is als achterstallig beoordeeld. Daarnaast is er veel opschot op de stam van de eiken aanwezig. Bij boom 2 is een soort antenne in de kroon van de boom bevestigd door middel van spanbanden. Deze antenne is echter bevestigd op een plek waar een verkleefde takaanhechting zichtbaar is. Het risico op uitbreken van deze aanhechting is reëel. Om deze boom veilig te maken voor de omgeving, dient de antenne verwijderd te worden en dient gerichte snoei uitgevoerd te worden, waarbij de verkleefde takken sterk ingenomen worden.
Figuur 3: Verkleefde takaanhechting in boom 2
3.2 Beoordeling groeiplaats Bovengronds De bomen staan in een bomengroep bijeen. Hierdoor ondervinden de bomen enige onderlinge concurrentie van elkaar. Dit is slechts beperkt belemmerend voor het duurzaam behoud van de bomen. De bomen zijn voldoende opgekroond waardoor er voldoende ruimte binnen de kroonprojectie van de bomen beschikbaar is. Op de stammen van de bomen is wel veel opschot aanwezig dat met een snoeimaatregel verwijderd dient te worden om schade aan de bomen te minimaliseren.
7
BOOMBEHEERPLAN DORPSSTRAAT DE LUTTE
Figuur 4: Bovengrondse groeiplaats
Ondergronds Volgens de gegevens van het DINO-loket bestaat het bodemprofiel van de bomen uit een toplaag van zand met daaronder een kleilaag. Naar verwachting zullen de bomen voornamelijk in de onderliggende kleilaag wortelen aangezien daar de meeste vocht en voedingsstoffen aanwezig zijn. Aan de hand van deze gegevens is de verwachting dat de bomen een diep bewortelingspatroon vertonen.
8
BOOMBEHEERPLAN DORPSSTRAAT DE LUTTE
Figuur 5: Bodemprofiel
Uit het grondwateronderzoek van het DINO-loket blijkt dat het grondwater zich bevindt tussen de 1 en 2 meter diepte onder het maaiveld. Hieruit blijkt dat het grondwater bereikbaar is voor de bomen om gebruik van de maken. Wanneer er bronnering plaatsvindt ten behoeve van de werkzaamheden wordt het grondwater in het projectgebied verlaagd waardoor dit niet meer bereikbaar is voor de bomen. Dit kan van belemmerende invloed zijn op het duurzaam behoud van de bomengroep.
Figuur 6: Grondwaterstanden
Ten tijden van het onderzoek in maart van dit jaar lagen er binnen de kroonprojectie van de bomen bouw- en sloopmaterialen opgeslagen. Deze opslag kan leiden tot verdichting van de bodem in de groeiplaats. Zoals beschreven leidt een verdichting van meer dan 1,5 MPa tot een belemmering van de wortelgroei en vanaf een verdichting van 3 MPa is over het algemeen geen wortelgroei meer mogelijk.
9
BOOMBEHEERPLAN DORPSSTRAAT DE LUTTE
3.3 Toetsing aan beleid Het projectgebied bevindt zich in de gemeente Losser. De gemeente hanteert het volgende beleid omtrent het kappen van bomen: In de algemene plaatselijke verordening (apv) zijn criteria opgenomen dat voor het kappen van bomen geen vergunning nodig is indien de bomen een stamomtrek hebben kleiner dan 100cm, gemeten op 1.30 meter boven de grond. Dit geldt niet voor monumentale bomen. Tijdens het broedseizoen mag er NIET gekapt worden. Deze periode loopt van 15 maart t/m 15 juli. Wet natuurbescherming Verder is de Wet Natuurbescherming altijd van toepassing bij werkzaamheden in de openbare ruimte.
10
BOOMBEHEERPLAN DORPSSTRAAT DE LUTTE
4. Algemene maatregelen werken rond bomen In dit hoofdstuk worden de algemene maatregelen beschreven die gelden tijdens het werken rond bomen. Het betreft hier de basisregels welke altijd gelden wanneer werkzaamheden rondom bomen uitgevoerd worden. Hieronder zijn de regels uitgewerkt.
4.1 Start werkzaamheden Bij aanvang van de werkzaamheden van het project vindt een startbespreking plaats. Hierbij worden de algemene regels voor werken rond bomen, die volgens de bomenposter gelden, nadrukkelijk onder de aandacht gebracht. Daarnaast worden de project specifieke maatregelen uit hoofdstuk 5 tijdens deze werkinstructie toegelicht. Deze startbespreking wordt in samenwerking met de toezichthouder (gecertificeerd European Tree Worker (ETW-er) of European Tree Technician (ETT'er)) gegeven. Vanuit de projectleiding is de omgang met het groen en het houden aan de bomenposter een onderdeel van de werkplekinspecties.
4.2 Bovengrondse schade Kwetsbare boomzone In het geval van werkzaamheden rond bomen wordt gewerkt met een 'kwetsbare boomzone'. In de richtlijn (van het Norm Instituut Bomen) is de kwetsbare boomzone de kroonprojectie van de boom + 1,5 meter. In de praktijk kan deze zone afwijken, afhankelijk van de boomsoort (vormbomen of bomen hoog opgekroond) en de groeiplaatsomstandigheden. Door het instellen van een kwetsbare boomzone wordt de kans op schade aan de stam en de kroon tijdens de werkzaamheden verminderd. Wanneer de werkzaamheden binnen de kwetsbare boomzone plaatsvinden, dient men zich te houden aan de specifieke bepalingen van het boombeschermingsplan zoals in het volgende hoofdstuk beschreven. In het projectgebied is de kroon van een deel van de bomen ingenomen. Bij deze bomen dient de kwetsbare boomzone daarom ruim aangehouden te worden, minimaal de kroonprojectie +1,5 m. Snoei Wanneer er laaghangende takken, of afgebroken takken aanwezig zijn dienen deze voorafgaand aan de werkzaamheden gesnoeid te worden. Op deze wijze ontstaat er voldoende werkruimte en is de kans op beschadiging nihil. Deze snoeiwerkzaamheden dienen uitgevoerd te worden door een ervaren gecertificeerde European Tree Worker.
Ook wanneer, ondanks de maatregelen, een tak tijdens de werkzaamheden breekt of ernstig beschadigd raakt, dient deze door een gecertificeerde European Tree Worker gesnoeid te worden. Wat betreft het waterlot op de stam, deze dienen enkel opgesnoeid te worden voor zover noodzakelijk is voor het realiseren van de nieuwbouw.
4.3 Ondergrondse schade Wortelverlies beperken Bij de graafwerkzaamheden, binnen de kwetsbare boomzone van bomen, is het vaak onvermijdelijk dat er wortelschade ontstaat. Dit kan van (zeer) belemmerende invloed zijn op het duurzaam behoud van de bomen, maar ook tot instabiliteit van een boom leiden. Om het wortelverlies zoveel mogelijk te 11
BOOMBEHEERPLAN DORPSSTRAAT DE LUTTE
voorkomen, dan wel te beperken, mag er niet binnen de kwetsbare boomzone van de bomen gegraven worden. Wanneer het noodzakelijk is om binnen de kwetsbare boomzone te graven dienen de specifieke maatregelen gehanteerd te worden zoals beschreven in het volgende hoofdstuk. Verdichting Tijdens de werkzaamheden dient de verdichting van de bodem zoveel mogelijk beperkt te worden. Om dit te bereiken moeten machines buiten de kroonprojectie van de boom gebruikt worden, zeker wanneer de groeiplaats uit een open grond situatie bestaat. Wanneer het noodzakelijk is om de machines te gebruiken binnen de kroonprojectie dient men gebruik te maken van rijplaten om de druk op het wortelpakket te verdelen. Bij herstel/aanbrengen van het straatwerk is het van belang dat de bodem niet te sterk verdicht wordt en de aanwezige beworteling als gevolg van de verdichting afsterft. Dit kan gebeuren wanneer de bodem meer dan 3 MPa verdicht wordt. Om wortelsterfte als gevolg van het vullen en verdichten van de sleuf te voorkomen, wordt daarom aanbevolen om binnen de kroonprojectie van de bomen volgens de volgende manier te werken: Alleen de bovenste laag (het cunet) onder de bestrating verdichten door middel van een trilplaat/wackerstamper; De lagen daaronder dienen in mindere mate verdicht te worden, zodat de wortels behouden worden. Dit kan door middel van bijvoorbeeld inwateren.
Opslag bouwmaterialen en materieel De (tijdelijke) opslag van bouwmaterialen en materieel dient buiten de kwetsbare boomzone van de bomen plaats te vinden. Ook de (tijdelijke) opslag van de grond uit de te graven sleuven mag niet binnen de kwetsbare boomzone plaatsvinden. Het parkeren van auto's en machines mag niet binnen de kwetsbare zone van de boom plaatsvinden. Uitdroging wortels Blootliggende wortels worden afgedekt om uitdroging te voorkomen. In overleg met de toezichthouder wordt er water gegeven om de wortels nat te houden. Dit is noodzakelijk bij droog weer of wanneer beworteling in een sleuf langer dan 1 werkdag open ligt. Bronnering Uit de grondwatergegevens van het DINO-loket blijkt dat er op een diepte tussen de 1 en 2 meter onder maaiveld zich een grondwaterspiegel bevindt. Ten behoeve van de fundering van de bebouwing is het mogelijk dat er bronnering in het projectgebied plaatsvindt. De effecten van bronnering kunnen tot ver buiten het projectgebied belemmerend zijn voor de aanwezige bomen. Een onderzoek van een hydroloog kunnen deze effecten in kaart brengen. Hieruit kunnen eventuele maatregelen voortvloeien voor het duurzaam behoud van de bomen.
12
BOOMBEHEERPLAN DORPSSTRAAT DE LUTTE
5. Specifieke maatregelen werken rond bomen Op het moment dat er werkzaamheden binnen de kwetsbare boomzone (in het projectgebied is dit vastgesteld op de kroonprojectie +1,5 m) plaatsvinden, gelden de specifieke maatregelen van het boombeschermingsplan. In dit hoofdstuk worden deze maatregelen beschreven. Uitvoeren veiligheidsmaatregelen Voorafgaand aan de werkzaamheden dienen de veiligheidsmaatregelen die voortkomen uit de boomveiligheidscontrole van maart 2023 uitgevoerd te worden. Het gaat hierbij om het verwijderen van grof dood hout dat in de kroon van de bomen is aangetroffen. Ook het opschot dat zich op de stammen van de bomen bevindt dient verwijderd te worden om voldoende werkruimte te creëren en schade aan de stam van de bomen te voorkomen. Bij boom 2 dient de antenne die in de kroon aanwezig is verwijderd te worden. Bovendien dient de kroon van deze boom ingenomen te worden om de druk op de aanwezige verkleefde aanhechting te verminderen. Monitoren bomengroep De conditie en toekomstverwachting van de bomen is ingeschat op matig tot redelijk. Gezien de conditie van de bomen is het belangrijk om het waterlot dat de bomen in de kronen vormen te behouden. Bomen in matige conditie vormen immers veel waterlot aangezien de bomen over te weinig mogelijkheden beschikken om voedingsstoffen en vocht naar het uiteinde van de takken te transporteren.
Ter compensatie wordt er door de bomen waterlot aangemaakt om voldoende bladoppervlakte te creëren voor de energieopbrengst uit fotosynthese. De bomen zijn daarom afhankelijk van het behoud van het waterlot. De werkzaamheden die uitgevoerd gaan worden kunnen leiden tot wortelschade. De effecten van wortelschade zijn vaak pas na enkele jaren visueel waar te nemen over een periode van 3 tot 5 jaar. Het advies is dan ook om de bomen tijdens de werkzaamheden tot 5 jaar na afloop van de werkzaamheden jaarlijks te controleren op boomveiligheid. Realiseren bebouwing Zoals het ontwerpdocument aangeeft wordt de bebouwing gerealiseerd op de grens van de kroonprojectie van de bomengroep. In de algemene maatregelen wordt de ‘kwetsbare boomzone’ beschreven. Aangezien naar aanleiding van het bodemprofiel en de grondwaterstand aangenomen kan worden dat de bomen een diep bewortelingspatroon vertonen, dient deze kwetsbare boomzone aangepast worden naar de kroonprojectie van de bomengroep. De kroonprojectie van de bomen dient voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden (direct na het verwijderen van het aanwezige materiaal binnen de kroonprojectie) met bouwhekken afgezet te worden conform de Bomenposter (bijlage 4). Dit zodat er geen werkzaamheden binnen deze zone plaatsvinden en er geen materiaal opgeslagen wordt.
Bij graafwerkzaamheden dienen de volgende specifieke maatregelen in acht genomen te worden: De werkzaamheden dienen onder toezicht van een daarvoor bevoegd persoon (gecertificeerd European Tree Worker (ETW'er)) uitgevoerd te worden; Wortels vanaf 4 cm diameter mogen enkel met toestemming van de toezichthouder afgezet worden, wanneer dit noodzakelijk is om de werkzaamheden uit te kunnen voeren. 13
BOOMBEHEERPLAN DORPSSTRAAT DE LUTTE
Wortels vanaf 8 cm diameter dienen altijd behouden te worden. Het afzetten van wortels dient uitgevoerd te worden volgens de manier, zoals beschreven bij de algemene maatregelen voor werken rond bomen: door middel van een recht snijvlak, haaks op de lengterichting. Dit dient onder toezicht van een European Tree Worker (ETW'er) uitgevoerd te worden. Wanneer er wortels voor langere tijd bloot komen te liggen dienen deze afgedekt te worden om verdroging te voorkomen. Wanneer nodig dienen de wortels met watergiften vochtig gehouden te worden. In het ontwerpdocument worden geen hoogtematen van de bebouwing weergegeven. Aangezien de bebouwing dichtbij de kroonprojectie van de bomen gerealiseerd kan dat in de toekomst tot conflicten leiden. Er dient rekening gehouden te worden met de beschikbare bovengrondse groeiruimte van de bomen. De bomen hebben een takvrije stam van ongeveer 6 meter, met uitzondering van de aanwezigheid van opschot op de stam. De korte afstand van de bebouwing tot de boomkronen kan leiden tot regelmatige snoeimaatregelen in de toekomst.
Voor het snoeien dient met de volgende specifieke maatregelen rekening gehouden te worden: De snoeimaatregelen dienen uitgevoerd te worden door een gecertificeerd European Tree Worker; Er mogen geen takken met een diameter dikker dan 8cm verwijderd worden; Per snoeibeurt mag niet meer dan 20% van het kroonvolume verwijderd worden; De kronen van de bomen mogen niet eenzijdig gesnoeid worden; Het waterlot dat zich in de kronen van de bomen bevindt dient behouden te blijven. Ditzelfde geldt voor het waterlot dat op de stam aanwezig is. Dit dient enkel weg gesnoeid te worden wanneer dit nu of in de toekomst een conflict oplevert met de nieuwbouw. Het overige waterlot dient behouden te worden. Dit omdat deze waterloten belangrijk zijn voor het vitaal houden van de bomen. Aanleg parkeerplaatsen en oprit Aan de oostelijke zijde van de bomengroep wordt een oprit en worden parkeerplaatsen voor een deel binnen de kroonprojectie van de bomen ingericht. In de huidige situatie licht er op deze locatie verharding deels bestaande uit betonklinkers en deels uit grindpad. Door de aanleg van de parkeerplaatsen en de oprit kan wortelschade bij de bomen ontstaan. Het advies is om voor de oprit en parkeerplaatsen gebruik te maken van de huidige fundering. Hierdoor zijn beperkte graafwerkzaamheden noodzakelijk. Tevens is het advies om gebruik te maken van halfverharding zoals Schots granietgruis.
Bij de aanleg van de parkeerplaatsen en oprit dient rekening gehouden te worden met de volgende specifieke maatregelen: De werkzaamheden dienen onder toezicht van een daarvoor bevoegd persoon (gecertificeerd European Tree Worker (ETW'er)) uitgevoerd te worden; Wortels vanaf 4 cm diameter mogen enkel met toestemming van de toezichthouder afgezet worden, wanneer dit noodzakelijk is om de werkzaamheden uit te kunnen voeren. Wortels vanaf 8 cm diameter dienen altijd behouden te worden. Het afzetten van wortels dient uitgevoerd te worden volgens de manier, zoals beschreven bij de algemene maatregelen voor werken rond bomen: door middel van een recht snijvlak, haaks op de lengterichting. Dit dient onder toezicht van een European Tree Worker (ETW'er) uitgevoerd te worden. Wanneer er wortels voor langere tijd bloot komen te liggen dienen deze afgedekt te worden om verdroging te voorkomen. Wanneer nodig dienen de wortels met watergiften vochtig gehouden 14
BOOMBEHEERPLAN DORPSSTRAAT DE LUTTE
te worden. Verdichting Zoals beschreven dienen de boomkronen van de bomen afgezet te worden met bouwhekken. Hierdoor wordt onder andere voorkomen dat er rijbewegingen binnen de boomkronen plaatsvinden. Tevens wordt voorkomen dat bouw- en sloopmaterialen opgeslagen worden binnen de kroonprojectie van de bomen. Op deze manier wordt verdere verdichting van de groeiplaatsen tegengegaan. Verbeteren groeiplaatsen Allereerst is het van belang dat de opgeslagen bouw- en sloopmaterialen die zich op dit moment binnen de kroonprojectie van de bomen bevinden verwijderd worden.
Figuur 8: Opslag van materiaal binnen de kroonprojectie
Naar verwachting is de bodem van de groeiplaatsen van de bomen verdicht. Mogelijk is dit een oorzaak van de matige conditie waarin de bomen verkeren. Deze verdichting kan opgeheven worden door TFI-behandeling toe te passen. Bij een TFI-behandeling worden met behulp van luchtdruk scheren en poriën in de bodem gecreëerd. De ruimte die ontstaat wordt opgevuld met een natuurlijk substraat. Vervolgens kunnen er wormenkolonies uitgezet worden om de bodem open en luchtig te houden. Tenslotte kan de onderplanting vervangen worden door stinzenbeplanting. Hierdoor ontstaat een microklimaat onder de bomen die zowel voor de biodiversiteit als voor de bomen bevorderlijk is. Deze werkzaamheden (TFI & wormen uitzetten) dienen voorafgaand aan de bouw uitgevoerd te worden, zodra het materiaal onder de bomen verwijderd is. Kabels en leidingen Op het ontwerpdocument wordt niets beschreven over de aanleg van kabels en leidingen. Voor de 15
BOOMBEHEERPLAN DORPSSTRAAT DE LUTTE
locatie van de aanleg van kabels en leidingen dient gekozen te worden voor een locatie buiten de kroonprojectie van de bomen om wortelschade te voorkomen.
16
BOOMBEHEERPLAN DORPSSTRAAT DE LUTTE
6. Conclusie en advies In dit hoofdstuk wordt een advies gegeven naar aanleiding van de vorige hoofdstukken. Er wordt beschreven hoe de werkzaamheden binnen het project uitgevoerd dienen te worden om de bomen te kunnen behouden.
6.1 Indruk projectgebied Over het algemeen zijn de bomen in het projectgebied in een matige tot redelijke conditie. Hierdoor zijn de bomen verminderd in staat om wortelverlies op te vangen. In het projectgebied zijn de bomen voldoende opgekroond, zodat er genoeg bovengrondse werkruimte is. Indien snoei van de bomen toch noodzakelijk is, dient dit uitgevoerd te worden door een ervaren gecertificeerde European Tree Worker. Wanneer de specifieke maatregelen, zoals beschreven in hoofdstuk 5, uitgevoerd worden, zijn de bomen duurzaam te behouden. Flora en fauna Voordat er begonnen kan worden met de werkzaamheden dient er een QuickScan op de aanwezigheid van flora en fauna uitgevoerd te worden. De werkzaamheden dienen volgens de gedragscode groen te worden uitgevoerd. Bij constatering van beschermde soorten dient het werkprotocol te worden aangepast om verstoring/beschadiging te voorkomen.
17
BOOMBEHEERPLAN DORPSSTRAAT DE LUTTE
7. Nawoord Dit rapport is naar waarheid opgemaakt te Deventer, 30 november 2023.
Dhr. F.C. Barneveld Boomtechnisch adviseur Pius Floris Boomverzorging Deventer Dhr. A.C. van Polen European Tree Technician Pius Floris Boomverzorging Deventer
18
Kaart boomnummers Labels Label: BVC Bomen BVC Projectgebieden Projectgebied Refentiekaarten Gemeentegrenzen Wijken Luchtfoto
N
600 cm 1:268
Bijlage 2a Inventarisatiegegevens
Boomnr. Boomsoort
Boomsoort Nederland Boomtype
Stamdiameter- Stamdiamete Boomhoogte- KroonToekomstr klasse (m) diameter Conditie verwachtin Standplaats klasse (cm)
1 Quercus robur Zomereik
Niet vrij uitgroeiende boom Open grond 50-100 cm
80 18-24 m
12 Matig
5-10 jaar
2 Quercus robur Zomereik
Niet vrij uitgroeiende boom Open grond 30-50 cm
48 18-24 m
7 Redelijk 10-15 jaar
3 Quercus robur Zomereik
Niet vrij uitgroeiende boom Open grond 50-100 cm
66 18-24 m
8 Redelijk 10-15 jaar
4 Quercus robur Zomereik 5 Quercus robur Zomereik
Niet vrij uitgroeiende boom Open grond 30-50 cm Niet vrij uitgroeiende boom Open grond 50-100 cm
47 18-24 m 90 18-24 m
6 Matig 15 Matig
5-10 jaar 5-10 jaar
Pius Floris Boomverzorging Deventer - Boominventarisatie Dorpsstraat, De Lutte
Bijlage 2b Boomveiligheidsgegevens InspectieUrgentie veiligheid frequentie
1 Matig Voldoende Goed
Afwijkingen Eénzijdige kroon; EPR Risicoboom Grof dood hout verwijderen Binnen 6 maanden 1x per 3 jaar nesten
2 Slecht Voldoende Goed
Risicoboom Grof dood hout verwijderen Binnen 6 maanden 1x per jaar
3 Matig Voldoende Goed
Risicoboom Grof dood hout verwijderen Binnen 6 maanden 1x per 3 jaar