CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen toelichting bestemmingsplan Braakakker 1 te Kaatsheuvel-gecomprimeerd

Raadsvergadering 14 december 2023, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over vast te stellen bestemmingsplan Braakakker 1 te Kaatsheuvel.22.196 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Kaatsheuvel namelijk de tentoonstelling “De Schoen” georganiseerd, waarna een

In 1949 werd

park overbleef.

Samen met een eerder opgezette speeltuin en sportpark vormde het in 1952 de basis voor de oprich­ ting van de Efteling als sprookjespark.

26 Berkel en Samplonius, 1995; Toorians, 2008; www.deketsheuvel.nl.

Rapport 9390.002 versie 2

Pagina 9 van 21

Eco/nsultancy

Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt:

Tabel III.

Geraadpleegd historisch kaartmateriaal

Bron

Periode

Kaartblad

Kaart van de Meierij (Hendrik Verhees)

1794

Kadastrale minuut27

1811-1832

Gemeente Loon op Zand, Sectie B, Blad 02

Militaire topografische kaart28 (nettekening)

1850-1864

Militaire topografische kaart (veldminuut)

Schaal

Perceel 4065

Perceel 4066

Agrarisch gebied. Ten westen van het plangebied bevindt zich een molen.

Agrarisch gebied. Huidige weg Kinkenpolder ten oosten van het plangebied al aanwezig.

1:2.500

Bouwland en weiland

Het zuiden van het huidige perceel bebouwd met woning, schuur en erf, het noorden van het huidige perceel in gebruik als weiland. Straten Kinkenpolder en Braakakker beide al aanwezig.

44

1:50.000

Akkerland en weiland

Het zuiden van het huidige perceel bebouwd met woning, schuur en erf, het noorden van het huidige perceel in gebruik als weiland.

1869

606

1:50.000

Akkerland en weiland

Het zuiden van het huidige perceel bebouwd met woning, schuur en erf, het noorden van het huidige perceel in gebruik als weiland.

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1896

606

1:50.000

Akkerland en weiland

Het zuiden van het huidige perceel bebouwd met woning, schuur en erf, het noorden van het huidige perceel in gebruik als weiland.

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1905

606

1:50.000

Akkerland en weiland

Het zuiden van het huidige perceel bebouwd met woning, schuur en erf, het noorden van het huidige perceel in gebruik als weiland.

Topografische kaart

1936

44H

1:25.000

Akkerland en weiland

Het zuiden van het huidige perceel bebouwd met woning, schuur en erf, het noorden van het huidige perceel in gebruik als weiland met in het oosten een schuur.

Topografische kaart

1953

44H

1:25.000

Akkerland en weiland

Het zuiden van het huidige perceel bebouwd met woning, schuur en erf, het noorden van het huidige perceel in gebruik als weiland met in het oosten een schuur.

Topografische kaart

1958

44H

1:25.000

Weiland

Het zuiden van het huidige perceel bebouwd met woning (mogelijk met aangebouwde schuur), het noor­ den van het huidige perceel in gebruik als weiland met in het oosten een schuur.

Topografische kaart

1969

44H

1:25.000

Weiland

Het zuiden van het huidige perceel bebouwd met woning (mogelijk met aangebouwde schuur), het noor­ den van het huidige perceel met in het oosten een schuur en ten westen ervan een nieuwe hal (fabriekshal?) met aangebouwde schuur.

27 Beeldbank Cultureelerfgoed. 28 Kadaster Topotijdreis (bron voor deze kaart en de hierop volgende kaarten in deze tabel).

Rapport 9390.002 versie 2

Pagina 10 van 21

Eco/nsultancy

Topografische kaart

1988

44H

1:25.000

Akkerland

Het zuiden van het huidige perceel bebouwd met woning (mogelijk met aangebouwde schuur), het noor­ den van het huidige perceel in westen een hal (fabriekshal?) met aangebouwde schuur. De oudere schuur ten oosten hiervan (uit de jaren ’30) is gesloopt.

Topografische kaart

1999

44H

1:25.000

Huidige woning, tuin en grasland. Europalaan ten westen van het plangebied aangelegd.

Het zuiden van het huidige perceel bebouwd met woning (mogelijk met aangebouwde schuur), het noor­ den van het huidige perceel in westen een hal (fabriekshal?) met aangebouwde schuur.

Topografische kaart

2006

44H

1:25.000

Huidige woning, tuin en grasland

Het zuiden van het huidige perceel bebouwd met een kleine schuur (woning gesloopt), het noorden van het huidige perceel in westen een hal met aangebouwde schuur.

Topografische kaart

2010

44H

1:25.000

Huidige woning en tuin

Het zuiden van het huidige perceel onbebouwd, het noorden van het huidige perceel in westen een hal met aangebouwde schuur.

Topografische kaart

2015

44H

1:25.000

Huidige woning en tuin

Het zuiden van het huidige perceel onbebouwd, het bebouwd met kleine schuur (hal gesloopt).

Op basis van het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal (zie figuur 11-17) blijkt dat het plangebied eind 18e eeuw onderdeel uitmaakte van het agrarisch gebied ten zuiden van Kaatsheuvel. Het plangebied was destijds geheel onbebouwd en

lag op de grens van de woeste gronden

in

het

zuiden naar de agrarische gronden in het noorden. De huidige weg Kinkenpolder ten oosten van het plangebied

was destijds al aanwezig

circa 300-400 eind

meter ten westen

19e eeuw ontbreekt de

van

molen,

(vermoedelijk als onverharde weg). het plangebied

een

molen

vermoedelijk is hij in

deze

Op de

aangegeven.

kaart is verder op

Op de

periode gesloopt.

kaarten

vanaf

Er is verder geen

informatie bekend over deze molen.

Het westelijke kavel van het plangebied, perceel 4065, is vanaf begin 19e eeuw tot in de jaren ’90 van de 20e eeuw als weiland en akkerland in gebruik geweest. Sinds de bouw van de huidige woning in de jaren ’90 is de rest van het perceel als tuin in gebruik genomen.

Het oostelijke kavel van het plangebied, perceel 4066, was op de kadastrale minuut uit 1811-1832 in het zuiden bebouwd met een woning en schuur, met daaromheen een erf.

Het noordelijke deel van

perceel 4066 was in gebruik als weiland. Tot in de eerste helft van de 20e eeuw veranderde er weinig aan dit beeld. gebouwd.

In de jaren

In de jaren

’30 is er op het oostelijke deel van

het weiland achter het erf een schuur

‘50 van de 20e eeuw zijn de woning en schuur in

samengetrokken of vervangen door één groter gebouw.

In de jaren

’60

het zuiden van

het perceel

is er op het westelijke deel

van het weiland ten noorden van het erf een hal met een (schuur)aanbouw gebouwd. Vanaf de jaren ’80 tot 2015 zijn achtereenvolgens de schuur in

het noordoosten van

het perceel, de woning in

het

zuiden van het perceel, de schuur in het zuiden van het perceel en de hal in het noordwesten van het perceel gesloopt.

nog aanwezige

be­

bouwing de woning centraal in het plangebied en de schuur/aanbouw van de voormalige hal in

Ten tijde van

het booronderzoek (zomer 2019) was de enige

het

noordoosten van het perceel.

Rapport 9390.002 versie 2

Pagina 11 van 21

Eco/nsultancy

Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied Een rijksmonument is in Nederland een zaak (een bouwwerk of object, of het restant daarvan) die van algemeen

belang

is wegens de schoonheid,

de

betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistori­

sche waarde. Een gemeente kan besluiten een bijzonder pand op de gemeentelijke monumentenlijst te zetten. Dit gebeurt als een pand geen nationale betekenis heeft, maar wel van plaatselijk of regio­ naal belang is. Naast het gemeentelijk monument is er ook nog het Monumenten Inventarisatie Pro­ ject (MIP). risch

De

MIP Gemeentebeschrijvingen

geografische,

sociaaleconomische,

vormen

een

verzameling

architectuurhistorische,

beschrijvingen

bouwhistorische

van

en

de

histo­

stedenbouw­

kundige ontwikkelingen van gemeenten in de periode 1850-1940. Het plangebied ligt niet binnen een 300 meter attentiezone van zowel rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten als MIP monumen­ ten.

Bouwhistorische gegevens Bij de gemeente Loon op Zand

is het archief van de Bouw- en Woningtoezicht geraadpleegd

(con­

tactpersoon de heer J. Hermus). Tabel IV geeft een opsomming van de verleende bouwvergunningen voor de onderzoekslocatie.

Tabel IV.

Verleende bouwvergunningen

Jaar

Perceelnr.

Naam aanvrager

Omschrijving

1990

4065

Dhr. M.W.M. v.d. Hoven

Bouw woonhuis en inpandige garage, niet onderkelderd., fundering tot 80 cm -mv.

2000

4065

Dhr. M.W.M. v.d. Hoven

Bouw houten tuinhuis, voor zover bekend geen gegraven fundering.

Bij het raadplegen van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) van de bestaande bebou­ wing blijkt dat de hal in het noorden van perceel 4066 een oppervlakte had van 568 m2, is gebouwd in 1964 en een industriefunctie had. De woning op perceel 4065 is gebouwd in

1991

en heeft een op­

pervlakte van 236 m2.29

Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden

uit de Tweede Wereldoorlog in het plange­

bied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd.30

Volgens de

Indicatieve

Kaart Militair Erfgoed

ligt op

1

kilometer ten

oosten

van

het plangebied

de

voormalige Duitse munitieopslagplaats (Munitions Ausgabe Stelle; M.A.St) Loon op Zand. Het M.A.Stterrein staat ook op de cultuurhistorische waardenkaart weergegeven en is hier een stuk kleiner.

Het M.A.St-terrein was een van de zeven terreinen

in

Nederland waar munitie werd opgeslagen en

het grootste terrein van Europa. De opslag gebeurde in minutieopslagpunten. Dit zijn ingegraven de­ pots van circa 7x11 voorzien van een door

mijnenvelden.

zwembad

m en 2 m diep, die met golfplaten en dakleer werden afgedekt. De putten waren

inrit.

aanwezig.

Op

Het hele terrein was omgeven door prikkeldraad en waarschijnlijk deels ook het terrein

waren

bunkers,

een

kantine,

Kenmerkend voor het terrein zijn de

barakken

een

voetbalveld

met een wal beschermde

voor militaire voertuigen, de zogenaamde Splitterboxen. De munitieputten zijn aan

en

een

parkeerhavens

het einde van de

oorlog deels opgeblazen. Op het AHN zijn deze munitieopslagpunten nog goed waarneembaar.

Volgens

de

bommenkaart van

BeoBOM31

zijn

er geen

geregistreerde

luchtaanvallen

geweest

op

Kaatsheuvel. Ook zijn er binnen het plangebied geen CE geruimd.

29 Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) 30 Amersfoort & Kamphuis, 1990/De Jong, 1969 - 1994/ Indicatieve kaart Militair Erfgoed/VEO Bommenkaart/Ruimingskaart/Klep & Schoenmaker, 1995/Zwanenburg, 1990. 31 BeoBOM.nl

Rapport 9390.002 versie 2

Pagina 12 van 21

Eco/nsultancy

Cultuurhistorische waarden Volgens de

cultuurhistorische waardenkaart van

geen waarde. Wel staat er in het oosten van

de gemeente

Loon

op Zand

heeft het plangebied

het plangebied een gemeentelijke monument vermeld.

Het is uit de kaart niet op te maken of het de nog aanwezige schuur of inmiddels gesloopte bebou­ wing

betreft.

Hoewel het monument op de locatie van de bebouwing

uit de tweede helft van de 20e

eeuw staat (het noorden van perceel 4066), moet niet worden uitgesloten dat het verband houdt met de oude boerderij die vanaf begin 19e eeuw al op het zuidelijk deel van perceel 4066 stond (zie figuur 10).

Volgens het bijbehorende rapport is het gebied tussen Loon op Zand en Kaatsheuvel, dus het gebied waarbinnen het plangebied ligt, vanaf de 13e eeuw ontgonnen. Het gebied kenmerkte zich door klein­ schalige,

onregelmatige

gronden),

was

een

ontginningen,

afgewisseld

wezenlijk onderdeel van

het

met heide.

De aanwezigheid

landbouwsysteem vanaf de

van

heide

ontginning

in

(woeste de

Late

Middeleeuwen tot in de 19e eeuw. De woeste gronden werden gebruikt om schapen te weiden en om plaggen te steken. De plaggen werden in de potstal met schapenmest gemengd en dit mengsel werd gebruikt voor de bemesting van de akkers. Met de uitvinding van kunstmest in de 19e eeuw raakte het potstalsysteem in onbruik en werden de heidegebieden ontgonnen of met naaldhout beplant (productiebos). Ook een deel van het landbouwgebied in het zuidoosten van het plangebied is weer met bos beplant. De oude kavelstructuren van het gebied zijn nog deels zichtbaar op het AHN (zie figuur 7).32

Aanvullende informatie Heemkunde Vereniging Voor aanvullende

informatie

is contact gezocht met de

Heemkundekring de Ketsheuvel.

Hierop

is

binnen

de

Heemkundevereniging Loon op ’t Sandt en uitvoeringstermijn

van

het

bureauonderzoek

geen reactie gekomen.

2.8

Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel

Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld:

Tabel V.

Gespecificeerde archeologische verwachting

Archeologische perio­ de

Gespecificeerde verwach­ ting

Te verwachten Complextype/resten

Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld

(Laat-)Paleolithicum

Laag

Vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

Mesolithicum

Laag

Vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

Neolithicum

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houts­ kool en gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

Bronstijd

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

IJzertijd

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen,

Onder het antropogeen eerddek en in

32 Van Kuilenburg, 2017

Rapport 9390.002 versie 2

Pagina 13 van 21

Eco/nsultancy

grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

de top van de dekzandafzettingen

Romeinse tijd

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

Vroege-Middeleeuwen

Hoog

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaal-resten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwer­ pen

Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

Late-Middeleeuwen

Hoog

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwer­ pen

Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

Nieuwe tijd

Hoog

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwer­ pen

Onder maaiveld/in het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

Uit de landschappelijke ligging,

op een dekzandrug

blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum

bewoonbaar is geweest voor jagers-verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers. Uit de archeologische gegevens die verzameld

zijn

uit het onderzoeksgebied

blijkt dat er in de

omgeving

van het plangebied niet veel waarnemingen bekend zijn. Uit de wijdere omgeving van het plangebied zijn zowel enkele waarnemingen van jagers-verzamelaars als van landbouwers bekend.

De kans op het voorkomen van archeologische resten is, vanwege de ligging ver weg van een gradientzone naar een beekdal, laag voor Paleolithicum en Mesolithicum. Een gradiëntzone was een gun­ stig leefgebied voor jagers-verzamelaars. Omdat van archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum vuursteenstrooiingen en gebruiksvoorwerpen worden verwacht in gradiëntsituaties in de nabijheid van beekdalen is de verwachting dat deze in het plangebied aanwezig zijn daarom laag. Voor landbouwers zal het plangebied

op

basis van

de

ligging

op een

uitgestrekte dekzandrug een

geschikte locatie voor bewoning zijn geweest. Het plangebied heeft daarom een hoge verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd.

Deze archeologische resten worden verwacht onder het eerddek en in de top van de oorspronkelijke C-horizont. De vondstenlaag is opgenomen onder in het eerddek; hier wordt ook wel van ‘cultuurlaag’ gesproken: een doorwerkte oude bodem tussen het eerddek en de ongeroerde ondergrond met klei­ ne fragmenten aardewerk, natuursteen, vuursteen en houtskool. Archeologische sporen worden ver­ wacht tot ongeveer 25 cm in de top van de C-horizont. Organische resten en bot zullen door de rela­ tief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Het complextype en de omvang kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens.

Aan

en

direct

onder

het

maaiveld

worden

archeologische

resten

verwacht

uit de

Nieuwe tijd.

De

vondstenlaag van deze resten zal zich niet dieper bevinden dan circa 30 cm beneden het maaiveld. Organische resten en metaal zullen slecht zijn geconserveerd door de relatief droge en zure bodem­ omstandigheden

boven

het hoogste grondwaterpeil (1

m -mv). Andere type indicatoren (aardewerk)

zijn waarschijnlijk matig goed geconserveerd. Het complextype en de omvang van eventuele archeo­ logische resten kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens.

Rapport 9390.002 versie 2

Pagina 14 van 21

Eco/nsultancy

Bodemverstoring Dat een gebied een middelhoge of hoge archeologische verwachting heeft, betekent niet dat eventue­ le

aanwezige

archeologische

resten

behoudenswaardig

zijn.

De

waarde

van

archeologische

vind­

in situ be­

plaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin grondsporen dan wel vondsten waard zijn gebleven.

De oostelijke en zuidelijke rand van het plangebied zijn in de afgelopen 200 jaar deels bebouwd ge­ weest met verschillende gebouwen, terwijl de overige delen van het plangebied als akkerland en wei­ land werd gebruikt. Daarvoor is het plangebied in zijn geheel als weiland en akkerland in gebruik ge­ weest. Door ploegen en later door graaf- en bouwactiviteiten kunnen eventueel aanwezige archeolo­ gische waarden, die vanaf het maaiveld worden verwacht, mogelijk verloren zijn gegaan.

2.9

Conclusie bureauonderzoek

Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeo­ logische verwachting voor het plangebied is. De kans op het voorkomen van archeologische resten is, vanwege de ligging ver weg van een gradiëntzone naar een beekdal, laag voor Paleolithicum en Mesolithicum. Voor landbouwers zal het plangebied op basis van de ligging op een uitgestrekte dekzandrug

een geschikte

locatie voor bewoning zijn geweest.

Het plangebied

heeft daarom een

hoge ver-

wachtingswaarde voor archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd.

Gezien de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting vervolgonderzoek

noodzakelijk om deze te toetsen.

aanwezigheid van een methode

een

de

omvang

van

het plangebied

het plangebied

en

de

hoge zwarte enkeerdgrond is in dit stadium de meest geschikte onderzoeks­

verkennend

gezet met als doel om

Gezien

is binnen

booronderzoek.

inzicht te

krijgen

Verspreid

in

het plangebied

in de opbouw en

intactheid

dienen

van

boringen

te worden

het bodemprofiel. Tevens

dient gekeken te worden naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zicht­ baar zijn als bodemverkleuringen.

Door middel van

het verkennend

in situ te verwachten zijn.

vastgesteld of er binnen het plangebied archeologische resten

3

3.1

booronderzoek dient te worden

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK

Doelstelling en onderzoeksvragen

Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied. Tevens dient te worden vastgesteld wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting.

3.2

Methoden

Het

inventariserend

veldonderzoek

onder certificaat op grond van de

is

uitgevoerd

in

de

vorm

van

een

verkennend

booronderzoek,

BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24-05-2018) en Kwaliteitsnorm

Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24-05-2018), specificatie VS03. Voor het inventariserend veldonderzoek is op 17 juli 2019 door drs. M. Stiekema (Senior KNA-prospector) een Plan van Aan­ pak (PvA) opgesteld. Het gehele plangebied was vrij toegankelijk.

De boringen zijn verspreid

binnen

het plangebied gezet.

Bij

gehouden met de aanwezige verhardingen en gebouwen. manboor (diameter 7 cm) zes boringen tot maximaal

Rapport 9390.002 versie 2

1,20

het zetten van de

boringen

is rekening

In totaal zijn er met behulp van een edelmeter -mv gezet.

Boring

5 vindt zich ter

Pagina 15 van 21

Eco/nsultancy

plaatse van de voormalige hal in het plangebied. Boring 6 bevindt zich op het voormalige erf in het zuidoosten van het plangebied. Het ligt buiten de bebouwing uit de tweede helft van de 20e eeuw maar mogelijk binnen de bebouwing uit de jaren ’50 en eerder (door de onduidelijkheid van deze kaarten is dit niet met 10007o zekerheid vast te stellen) (zie figuur 18). De boringen zijn lithologisch conform de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode beschreven.33 De boringen zijn met meetlinten ingemeten (x- en y-waarden). Van alle boringen is de maaiveldhoogte afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Aan de hand van het opgeboorde materiaal is beoordeeld of er wel, geen of slechts deels sprake is van een gaaf bodemprofiel. Tevens is gekeken naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Het opgeboorde materiaal is in het veld door middel van versnijden/verkruimelen geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren, zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrand leem en bot. Vanwege het gebruik van het plangebied (tuin, voornamelijk bestaande uit gras) was het niet mogelijk een oppervlaktekartering uit te voeren. 3.3

Resultaten

Geologie en bodem De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de vorm van boorprofielen en worden in bijlage 7 weergegeven. Op basis van deze boorprofielen kunnen de hoofdlijnen van de opbouw van de bodem als volgt worden weergegeven. Bij het verkennend booronderzoek is bij alle boringen uiterst fijn, zwak siltig zand met in boring 3 veraarde veenbrokken aangetroffen. Bij alle boringen is aan het maaiveld een verstoord zwak humeus eerddek van 60-100 cm aangetroffen. De verstoringen kenmerken zich door de waargenomen fragmenten baksteen en de scherpe ondergrens in alle boringen, veroorzaakt door vergravingen en/of verploeging. In boring 3 en 4 is onder het humeuze dek een 10 respectievelijk 20 cm dikke verstoorde laag aange­ troffen. Beide boringen hadden een ondergrens op 80 cm -mv. Bij boring 3 betreft het een gevlekte zandlaag met daarin brokken veraard veen. Bij boring 4 betreft het een gevlekte laag met resten van zowel een voormalige podzol-B-horizont als de top van de C-horizont (dekzand). Bij alle boringen zijn onder de verstoorde laag dan wel het (eveneens verstoorde) humeuze dek on­ verstoorde dekzandafzetting aangetroffen. In geen van de boringen is in het onverstoorde dekzand een (deels) intact podzolprofiel aangetroffen.

Bij boring 3 zijn, zoals reeds vermeld, wel verstoorde resten van een voormalige podzol-B-horizont waargenomen, wat erop wijst dat er oorspronkelijk wel een podzolprofiel in het plangebied aanwezig is geweest. Dit podzolprofiel zal bij alle boringen in het bovenliggende verstoorde pakket zijn opgenomen. De diepe bodemverstoring bij boring 5 is vermoe­ delijk ontstaan door de door ligging ter plaatse van de voormalige (industriële) hal. De bodemverstoringen bij de overige boringen hangen vermoedelijk samen met het gebruik van een deel van het plangebied als agrarisch bedrijf vanaf het begin van de 19e eeuw.

Archeologische indicatoren In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren waargenomen. Het gaat hier echter om een verkennend bodemonderzoek, dat zich richt op de bodemopbouw en mogelijke bodemverstoringen

33 Bosch, 2005.

Rapport 9390.002 versie 2

Pagina 16 van 21

Eco/nsultancy

die de archeologische trefkans kunnen

beïnvloeden en niet zo zeer op het onderzoeken op de aan­

wezigheid van archeologische vondsten en/of sporen.

3.4

Conclusie veldonderzoek

Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plan­ gebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespeci­ ficeerde archeologische verwachting.

Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat het plangebied in het verleden toch met een veen­ pakket

afgedekt

is

geweest,

zoals

ook

aangegeven

staat

op

de

paleogeografische

kaarten34.

Dit

veenpakket zal vermoedelijk net als in de gebieden ten westen van het plangebied vanaf de Bronstijd de onderliggende dekzanden hebben afgedekt, en in de Late Middeleeuwen zijn ontgonnen. In de top van

het dekzandpakket heeft zich

podzolprofiel gevormd.

in de voorgaande

periode

verstoord is, waarbij dit podzolprofiel geheel is verdwenen. volg

zijn

van

de

(Laat Paleolithicum tot Bronstijd)

Uit het booronderzoek blijkt verder dat de

laatmiddeleeuwse veenontginning

bodemopbouw

in

een

het plangebied

Deze verstoringen kunnen zowel het ge­

als moderne

ploeg- en

graafactiviteiten

die ver­

moedelijk samen hangen met het gebruik van een deel van het plangebied als agrarisch bedrijf vanaf het begin van de 19e eeuw.

4

CONCLUSIE EN ADVIES

Het bureauonderzoek toonde aan dat zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied bevin­ den. In het bijzonder verhoogt de verwachte ligging van het plangebied op een uitgestrekte dekzandrug de kans daarop.

Daarom is aansluitend een

inventariserend veldonderzoek in de vorm van een

verkennend booronderzoek uitgevoerd.

Op basis van de in het plangebied aangetroffen veraarde veenbrokken blijkt dat het plangebied van vermoedelijk de Bronstijd tot aan de ontginningen in de Late Middeleeuwen afgedekt is geweest met een veenpakket. De hoge archeologische verwachtingswaarde voor die perioden, zoals opgesteld in het bureauonderzoek, kan daarom op basis van de aangepaste landschappelijke situatie worden bij­ gesteld naar laag. Op basis van de waargenomen bodemverstoringen kan worden geconcludeerd dat ook archeologische waarden uit het Neolithicum en de Nieuwe tijd niet meer Ook voor deze

perioden

kan

de

hoge

in situ worden verwacht.

archeologische verwachtingswaarde,

zoals

opgesteld

in

het

bureauonderzoek, worden bijgesteld naar laag.

Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om het plan­ gebied vrij te geven.

Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld

door de

bevoegde

overheid

(gemeente

Loon

op Zand).

De

bevoegde

overheid

neemt

vervolgens een besluit.

Mochten

tijdens

de

graafwerkzaamheden

toch

archeologische

waarden

worden

aangetroffen,

dan

dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016. Mel­ ding

van

archeologische waarden

Noord-Brabant

kan

plaatsvinden

bij

de

gemeente

Loon

op

Zand,

de

Provincie

of bij het Ministerie van OCW (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).35

34 Vos & De Vries, 2013 35 Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456.

Rapport 9390.002 versie 2

Pagina 17 van 21

Eco/nsultanĉy

LITERATUUR

Alterra, 2003:

Digitale Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:25.000.

Amersfoort, H. Ã P.H. Kamphuis, 1990:

Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied. ‘s- Graven-

hage.

Fysische Geografie van Nederland, deel 1: De vorming van het land. Inlei­ ding in de geologie en de geomorfologie. Van Gorcum, Assen.

Berendsen, H.J.A. 2008:

Berkel,

G.

van

Ã

K.

Samplonius,

1995:

Nederlandse plaatsnamen. De herkomst en betekenis van

onze plaatsnamen., Meppel. Gemeente Loon op Zand Plangebied Europalaan te Kaatsheuvel. Bureauon­ derzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). BAAC Rapport V-13.0047. ‘s-

Bergman, W.A., 2013:

Hertogenbosch

Bosch, J.H.A., 2005:

Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNO-

rapport, NITG 05-043-A).

Deeben,

J.H.C.

(red.)

2008:

De Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden, derde generatie,

Rapportage Archeologische Monumentenzorg 155. Amersfoort.

Doesburg, J. van, e.a., 2007:

Essen in zicht. Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en

beleid. Amersfoort. R.M. van, en R. Schrijvers., 2017: Actualisatie archeologische waarden- en verwachtingskaart en de maatregelenkaart van de gemeente Loon op Zand (concept).

Heeringen,

Vestigia-rapport V1379. Amersfoort.

Jong, L. de, 1969-1994:

Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. ‘s- Gravenhage.

H. en Smit, A. (red.) 2003: Handleiding Fysiek Behoud Archeologisch Erfgoed. Degradatiemechanismen in sporen en materialen. Monitoring van de conditie van het bodemarchief. Am­

Kars,

sterdam (Geoarchaeological and Bioarchaeological Studies, 1).

Klep C. en B. Schoenmaker, 1995:

De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den

Haag.

Kuilenburg,

A.

van.,

2017:

Cultuurhistoriekaart gemeente

Loon

op Zand.

Geertruidenberg:

Monumentenhuis Brabant.

Verdwenen Venen. Een onderzoek naar de ligging en exploitatie van thans verdwenen venen in het gebied tussen Antwerpen, Turnhout, Geertruidenberg en Willemstad. 1250 - 1750. een actualisering. Woudrichem: Picture Publishers.

Leenders,

K.A.H.W.,

2012:

Locher, W.P. en H. de Bakker,

1990:

Bodemkunde van Nederland. Deel 1: Algemene bodemkunde.

Malmberg, Den Bosch.

Mulder, E.F.J. de, Geluk, M.C., Ritsema, I.L., Westerhoff, W.E. en T.E. Wong, 2003:

De ondergrond

van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen.

Rapport 9390.002 versie 2

Pagina 18 van 21

Eco/nsultancy

Stichting voor Bodemkartering,

1990:

Bodemkaart van Nederland, 1:50.000, blad 44 Oost. Wagenin-

gen.

en W. Laan, 2009: Begrensd land. Een studie naar de archeologische landschappen van Noord-Brabant. Archol rapport 125. Leiden.

Tol, A.J.

Toorians, L., 2008: „De etymologie van Efteling: 'acheterling'.”

Vos,

P. en

S. de Vries, 2013:

Straet & Vaert: 85 - 89.

2e generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0).

Deltares, Utrecht.

Weijer, J. van der, 2019:

Verkennend bodemonderzoek Braakakker 1 te Kaatsheuvel. Econsultancy-

rapport 9390.001, Boxmeer

Rapportage archeologisch bureauonderzoek plangebied ‘Wereld van de Efteling 2030’ te Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand. Econsultancy-rapport 3101.002. Rotterdam.

Wullink, A.J., 2018:

Zwanenburg G.J., 1990:

Rapport 9390.002 versie 2

En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen.

Pagina 19 van 21

Eco/nsultanĉy

BRONNEN

AHN; internetsite, april 2020. http://www.ahn.nl

Archeologisch informatiesysteem Archis3,

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort,

april 2020. https://archis.cultureelerfgoed.nl

Archieven; internetsite, april 2020. https://www.archieven.nl/nl/

Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), internetsite, april 2020. http://bagviewer.kadaster.nl

Bodemloket, internetsite, april 2020. http://www.bodemloket.nl

Beeldbank Vrije Universiteit; internetsite, april 2020. http:^imagebase.ubvu.vu.nľcdmfcompoundobjectfcollectio^krtfid^629A'ec^

Beeldbank Cultureelerfgoed; internetsite, april 2020 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl

Bodemkundig Informatie Systeem (BIS) Nederland, internetsite, april 2020. http://maps.bodemdata.nl/

Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Noord-Brabant; internetsite, april 2020. http://www.brabant.nl/kaarten.aspx

Data Archiving and Networked Services DANS-Easy; internetsite, april 2020. https://easy.dans.knaw.nl/ui/home

Dinoloket; internetsite, april 2020. http://www.dinoloket.nl/

Heemkundekring De Ketsheuvel; internetsite, april 2020. https://www.deketsheuvel.nl

Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, april 2020. http://www.ikme.nl/

Kadaster Topotijdreis; internetsite, april 2020. http://www.topotijdreis.nl/

Nationaal Archief; internetsite, april 2020. http://www.gahetna.nl/

Portaal voor ruimtelijke plannen; internetsite, april 2020. http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/

Rapport 9390.002 versie 2

Pagina 20 van 21

Eco/nsultancy

Ruimingskaart; internetsite, april 2020. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/

SIKB; internetsite, april 2020. https://www.sikb.nl

Turfdatabank; internetsite, april 2020. http://geoloket.provincieantwerpen.be/HTML5_251_NL/?viewer=extem&LayerTheme=12&extent=371 183.1034793,6619826.820527,643298.9241744,6793491.748791,102100

VEO Bommenkaart; internetsite, april 2020. http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/

Wateratlas; internetsite, april 2020. http://geodata2.prvgld.nl/apps/wateratlas_kaarten

Rapport 9390.002 versie 2

Pagina 21 van 21

Eco/nsultancl

Figuur 1. Situering van het plangebied binnen Nederland 126000

127000

128000

129000

130000

131000

132000

133000

134000

135000

136000

Eco/nsultancyTnl

tļjpy

Waalwijk İM» Sprang Capelle

Nieuwe-Vaart

iik-Zuid

jļļļilĴŖ!'

mmM àŕitå*

i

i -ff:,-

Vaart

0 .0^0.40.60.

126000

127000

128000

129000

Braakakker 1 te Kaatsheuvel. Situering van het plangebied binnen Nederland Legenda I

I Plangebied

Rapport 9390.002 versie 2

130000

131000

132000

133000

134000

135000

136000

Eco/nsultancy

Figuur 2. Detailkaart van het plangebied 130750

130800

130850

A

A

Á

a

A

\

A

A

A.

A

130900

130950

130900

130950

Eco/ìsu Itancy (.įtİ 130750

Braakakker 1 te Kaatsheuvel. Detailkaart van het plangebied Legenda I

I Plangebied

Rapport 9390.002 versie 2

130800

130850

Eco/nsultancl

Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied 130750

130800

130850

130900

130950

w

0m 130750

Braakakker 1 te Kaatsheuvel. Luchtfoto van het plangebied Legenda Plangebied

Rapport 9390.002 versie 2

130800

Eco/nsu 1 tancy Ļníţ“ 130850

130900

130950

Eco/nsultancl

Figuur 4. Kadastrale kaart van het plangebied 130750

130800

130850

130900

130950

1604

\3325

3543

3319 4065 6449 4066

5977

130750

130800

Braakakker 1 te Kaatsheuvel. Kadastrale kaart van het plangebied Legenda Plangebied

Rapport 9390.002 versie 2

130850

130900

130950

Eco/n sultan cv

Figuur 5. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart 129000

129500

130000

130500

131000

131500

132000

132500

132000

132500

133000

ļ^átsheuvel

■SWUKSTKa/

Eco/nsu 1 tancy Ļníţ~ 129000

129500

130000

130500

131000

131500

Braakakker 1 te Kaatsheuvel. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart

I

I Plangebied ■1 Wanden

1

■1 Hoge heuvels en ruggen

■1 Waaiervormige glooiingen

1

1 Bebouwing

1

1 Niet-waaiervormige glooiingen

1

1 Hoge duinen

1

1 Lage ruggen en heuvels

H Diepe dalen

1

1 Plateaus

1

1 Welvingen

1

1 Water

t

1 Terrassen

1

1 Vlakten

1

1 Overige

Rapport 9390.002 versie 2

Laagten

1 Plateau-achtige vormen 1

1 Ondiepe dalen Matig diepe dalen

133000

Eco/nsultancl

Figuur 6. Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) 129000

129500

130000

“T

r

130500

131500

131000

132000

V-

132500

133000

oôsteini

Sprat .Btytļi)

Sprang

xŕĵ*r**\ Kaatsheuvel

.t WEG

0

20Q 4( Eco/ìsu ltancyţņÎY0

129000

129500

130000

130500

131000

Braakakker 1 te Kaatsheuvel. Situering van het plangebied binnen Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Legenda I

I

Plangebied

Rapport 9390.002 versie 2

131500

132000

132500

133000

Eco/nsultancy

Figuur 7. Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart 129000

129500

130000 ^ ......................ITT

i

130500 i*

131000

1

131500

132000

132500

-1’

I

į-

133000

-ddn2L

iSīļĩĵsĚ zÇļįįŞVt 4'

H-

LLţįtBfřąnSXr!

zEZ21

zEZ21 Loons H

'DeKe

cHn23

zEZ23 Spraŕigsevaart

Kaatsheuvel;

zBZ23

|h BEBOUW

zEZ21

pZn21

J,

Zd21 T7”

zEZ21

Á

zEZ21

zEZ21

'h

İ+

Hn21

0

Hn21

Ņ

ļ

. Dùltee

—i.

"t^*Hn21

Z

^

J

+

Msnígí

■BT o r

.OPHOOG

7QQ

400^ffO 800 10001m Z#21

cHn21

1

'Şįà -f ’%-Tv —Bv-1-

XJ ^

Hn21

Eco/nsu 1 tancy

______ 1____ Ŵ____ 129000

129500

130000

130500

131000

131500

132000

132500

Braakakker 1 te Kaatsheuvel. Situering van het plangebied binnen de bodemkaart Legenda Plangebied I

I Associaties Brikgronden I I Bebouwing I I Dijk ^B Dikke eerdgronden I I Fluviatiele afzettingen ouder dan pleistoceen I 1 Groeve, gegraven, mijnstort I I Kalksteenverweringsgronden

Rapport 9390.002 versie 2

IH Oude rivierkleigronden CU Overige oude kleigronden ^B Ondiepe keileemgronden I I Leemgronden I J Zeekleigronden CD Mariene afzettingen ouder dan pleistoceen CD Niet-gerijpte minerale gronden ^B Oude bewoningsplaatsen

I I Rivierkleigronden I I Kalkhoudende bijzonder lutumarme gronden H Veengronden I I Moerige gronden I I Water, moeras I I Podzolgronden I I Kalkloze zandgronden CD Kalkhoudende zandgronden

133000

Eco/nsultancyį

Figuur 8. Situering van het plangebied binnen de archeologische verwachtingskaart 130000

130200

130400

130600

130600

131000

131200

131400

131600

130600

L3100C

1312 O:

13 14ū:

131600

131000

400 500 m Eay4) s u 1 tancy/jjĩ’ì 130000

130200

130400

130600

Braakakker 1 te Kaatsheuvel. S ituering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart gemeente Loon op Zand Legenda I

I Plangebied

Rapport 9390.002 versie 2

131000

Eco/nsultancy

Figuur 9. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied 130000

130200

130400

130600

130800

131000

131200

131400

131600

131800

221575Í i 142100 234776*10

İ823121I 2435219100 2231285100^]*

2274126100

2269064100 '467352100

Î38576100

4547692100

3295245100

45647181

3992867100

59931211 46538341

46333( 2967325100

3292386100

4657990100 2445206100 2967Ģ17100

2453890100

4557752100

3992956100 2410335H

2410310100 127801100

2411307:

24103Ĺ

2410335100

400 5Ũ0 m Eccyrìs u l tancyţnT 130000

130200

130400

130600

130800

131000

131200

131400

131600

Braakakker 1 te Kaatsheuvel. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied (bron: Archeologisch informatiesysteem Archis3, AHN) Waarnemingen, Vondsten [

]

Plangebied

Categorie

Periode

m

Paleolithicum

Monumenten

A

Nederzetting

l

l Terrein van archeologische waarde

*

Grafcontext

I

I Terrein van hoge archeologische waarde

"

Verdedigingswerk

a

l

l Terrein van zeer hoge archeologische waarde

*

Religieuze context

m

Bronstijd

1

1 Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd

* Onbepaald

«

Ijzertijd

Mesolithicum

Romeinse tijd

Onderzoeksmeldi ngen

ca

Neolithicum

m m

Middeleeuwen Nieuwe tijd Onbepaald

Rapport 9390.002 versie 2

131800

Eco/nsultancl

Figuur 10. Situering van het plangebied binnen de Cultuurhistorische waardenkaart 130000

130200

130400

130600

130600

131000

131200

131400

131600

131000

\\ \ De Efteling

WW

isultancyyiľ 130000

130200

130400

130600

130600

131000

Braakakker 1 te Kaatsheuvel. Situering van het plangebied binnen de Cultuurhistorische waardenkaart Legenda I

I

Plangebied

Rapport 9390.002 versie 2

131200

131400

131600

131800

Eco/nsultancy

Figuur 11. Situering van het plangebied binnen de Historische kaart uit 179436

iSpraup M ţm m M

M. i

Braakakker 1 te Kaatsheuvel. Situering van het plangebied binnen de Historische kaart uit 1794 Legenda I

I

Plangebied

36 Archieven.nl

Rapport 9390.002 versie 2

Eco/nsultancy

Figuur 12. Situering van het plangebied binnen de Kadastrale Minuut uit 1811-183237

Braakakker 1 te Kaatsheuvel. Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart (nettekening) uit 1830-1850 Legenda I

I

Plangebied

37 RCE Beeldbank

Rapport 9390.002 versie 2

Eco/nsultancy

Figuur 13. Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 186938

Braakakker 1 te Kaatsheuvel. Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart (nettekening) uit 1830-1850 Legenda I

I

Plangebied

38 Kadaster Topotijdreis

Rapport 9390.002 versie 2

Eco/nsultancy

Figuur 14. Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 190539

Braakakker 1 te Kaatsheuvel. Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart (veldminuut) (bron: http://gis.kademo.nl/gs2/wms) Legenda I

I

Plangebied

39 Kadaster Topotijdreis

Rapport 9390.002 versie 2

Eco/nsultancy

Figuur 15. Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 196940

t

ĩU e Klinķ'cnpoldc L

Braakakker 1 te Kaatsheuvel. Situering van het plangebied binnen de topografische kaart Legenda Plangebied

40 Kadaster Topotijdreis

Rapport 9390.002 versie 2

Eco/nsultanĉy

Figuur 16. Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 198841

De Klinken po

Braakakker 1 te Kaatsheuvel. Situering van het plangebied binnen de topografische kaart Legenda I

I

Plangebied

41 Kadaster Topotijdreis

Rapport 9390.002 versie 2

Eco/nsultancy

Figuur 17. Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 200642

WMBL

rïte&Ē.

^JĽM V De Klinkenp

Pŕŕċt li Braakakker 1 te Kaatsheuvel. Situering van het plangebied binnen de topografische kaart Legenda I

I

Plangebied

42 Kadaster Topotijdreis

Rapport 9390.002 versie 2

Eco/nsultancl

Figuur 18. Boorpuntenkaart 130750

130800

130850

130900

130950

l .ĵ

0m 130750

130800

Braakakker 1 te Kaatsheuvel. Boorpuntenkaart Legenda I 0

I Plangebied Boorpunt met nummer

Rapport 9390.002 versie 2

ĘççygyļP 130850

130900

130950

Eco/nsultancy

Bijlage 1 Ouderdom in jaren

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Chronostratigrafie

MIS

Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)

Holoceen 11.755 12.745 ' 13.675 14.025 '

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

15.700 -

Lithostratigrafie

Late Dryas (koud) Aller0d (warm) Vroege Dryas (koud) B0lling (warm)

2

LaatPleniglaciaal 29.000 -

50.000

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal

3

Formatie van Kreftenheye

Formatie van Boxtel

4

75.000

VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 ' 130.000 -

370.000 410.000 -

5a

5c 5d

Eemien (warme periode)

5e

Saalien (ijstijd)

6

Holsteinien (warme periode)

Formatie van Beegden

5b

Eem Formatie Formatie van Drente

Formatie van Urk

Elsterien (ijstijd) 475.000 -

Cromerien (warme periode) 850.000

Pre-Cromerien 2.600.000

Rapport 9390.002 versie 2

Formatie van Sterksel

Formatie van Peelo

Eco/nsultancy

Cal. jaren v/n Chr.

4C jaren

Chronostratigrafie

Pollen zones

0 -

1950

Vb2

-1500

Subatlanticum koeler vochtiger

450 0 12

Vb1

Va

Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem

Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd Ijzertijd

800 2650 -

815-

IVb Subboreaal koeler droger

2000

IVa

5000 -

3755-4900

-5300

Atlanticum warm vochtig

III

Boreaal warmer

II

8000 -

7020-

8240­

9000 -

Preboreaal warmer

-8800 11.755­

10.150

12.745­

10.800-

13.675­

11.800 -

14.025­

12.000­

15.700

13.000-

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

Late Dryas

LW III

Allercd

LW II

Vroege Dryas LW I Belling

- 35.000

Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk^0A invloed landbouw (granen)

Bronstijd

Neolithicum

Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol

den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend

Mesolithicum

parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra

VroegWeichselien (VroegGlaciaal)

perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap

Laat-Paleolithicum

75.000

115.000 130.000-

Eemien (warme periode)

Midden-Paleolithicum loofbos

Saalien (ijstijd) - 300.000

Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P Vos â P Kiden (2005).

Rapport 9390.002 versie 2

Eco/nsultancy

Bijlage 2 Zaaknummer (OM­ nummer) 4557752100

Onderzoeksmeldingen

Situering t.o.v. plangebied Direct ten oosten en zuiden van het plangebied

2399312100 (55927)

150 meter ten noordoosten

2228701100 (32916)

225 meter ten westen

4657990100

400 meter ten zuidwesten

4002009100 en 4002017100

375 meter ten noorden

4633308100

450 meter ten oosten

Rapport 9390.002 versie 2

Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek Type onderzoek: bureauonderzoek Toponiem: Wereld van de Efteling 2030 Kaatsheuvel Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 18-1-2018 Resultaat: uit het archeologisch bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied ‘Wereld van de Efteling 2030’ in een dekzandgebied ligt. Het westelijke deel van dit dekzandgebied is in de loop van de Bronstijd door veen overdekt geraakt. Het gebied is in de Late-Middeleeuwen ontgonnen, waarbij het veen is verdwenen. Na de ontginning zijn delen van het plangebied gebruikt als landbouwgrond en andere delen als heide en bos. Ook hebben er in de Nieuwe tijd zandverstuivingen plaatsgevonden. In de 19e eeuw kende het plangebied drie buurtschappen (Efteling, Duikse Hoeven en Bernse Hoeven) en één individueel erf. Het buurtschap Efteling is zeker in de Late-Middeleeuwen ontstaan, evenals de overige buurtschap­ pen. Het meest oostelijke deel van het plangebied maakte in de Tweede Wereldoorlog deel uit van een munitieopslagplaats. In de loop van de twintigste eeuw zijn grote delen van het plangebied vergraven. Met name in de delen waar zand is gewonnen en waterpartijen zijn aangelegd worden geen archeologische waarden meer verwacht. Verder is een aantal terreinen al archeologisch onderzocht en daarbij vrijgege­ ven, waardoor ook voor deze gebieden een lage verwachting kan worden gehanteerd.

In het plangebied worden op basis van het bureauonderzoek zevens verwachtingszones onderscheiden. In het kader van de op te stellen bestemmingsplanwijziging adviseert Econsultancy om op de delen van het plangebied met een archeologische waarde en de delen met een archeologische verwachting een dubbelbestemming ‘waarde - archeologie’ te leggen. Dit betekent dat bij toekomstige vergunningplichtige bodemwerkzaamheden eerst verder archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Hierbij kunnen de door de gemeente gehanteerde vrijstellingsgrenzen worden gehanteerd. Op de delen zonder archeologische verwachting hoeft geen dubbelbestemming te worden gelegd. Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Bushalte Efteling Kaatsheuvel Uitvoerder: BAAC BV Datum: 7-3-2013 Resultaat: tijdens het veldonderzoek is in één van de zes boringen een grotendeels intacte begraven bodem is aangetroffen. In de overige boringen is een sterk tot zeer sterk verstoord profiel aangetroffen: in enkele gevallen tot meer dan een meter beneden maaiveld. In de helft van de boringen (aan de westzijde van het plangebied) is in de ondergrond geen dekzand maar verspoeld sediment aan­ getroffen. De kans op het aantreffen van een vindplaats wordt laag ingeschat. Een vervolgonderzoek is niet noodzakelijk.

Type onderzoek: bureauonderzoek Toponiem: Retentiebassin Europalaan Kaatsheuvel Uitvoerder: Oranjewoud BV Datum: 12-1-2009 Resultaat: bureauonderzoek i.v.m. de uitbreiding van een retentiebassin aan de Europalaan te Kaatsheu­ vel. Lage verwachtingswaarde, geen archeologisch vervolgonderzoek nodig. Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Kaatsheuvel Uitvoerder: BAAC BV Datum: 8-1-2019 Resultaat: nog niet bekend/afgerond. Type onderzoek: bureauonderzoek en booronderzoek Toponiem: Kaatsheuvel Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 1-6-2016 Resultaat: uit het booronderzoek blijkt dat sommige delen van het plangebied zwaar verstoord zijn, maar dat er ook duidelijk onverstoorde delen aanwezig zijn. Op basis van de waargenomen sterk wisselende bodemprofielen blijft de gespecificeerde verwachting, zoals opgesteld in het bureauonderzoek, gehand­ haafd. Op basis van het behoud van een hoge trefkans blijft de kans reëel dat archeologische resten binnen het plangebied aanwezig zijn. Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om het deel van het plangebied waar de nieuwbouw zal worden gerealiseerd nader te onderzoeken door middel van een IVO karterende en waarderende fase, proefsleuven (IVO-P).

Omdat de huidige supermarkt in het zuiden van het plangebied pas zal worden gesloopt nadat de nieuw­ bouw in gebruik is genomen, is het niet mogelijk om dit deel van het plangebied gelijktijdig te onderzoeken met de noordelijke helft. Omdat volgens de huidige bouwplannen op het zuidelijke deel van het plange­ bied een parkeerplaats met geen of nauwelijks bodemverstoring zal worden gerealiseerd, adviseert Econsultancy om hier geen aanvullend archeologisch onderzoek uit te laten voeren. Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Kaatsheuvel Uitvoerder: BAAC BV Datum: 5-9-2018 Resultaat: uit het veldonderzoek blijkt dat de bovengrond conform de verwachting uit een maximaal 85 cm dik geroerd, zwak humeus zandpakket bestaat, waarin onder meer grind, baksteen-, mortel- en betonres-

Eco/nsultancy

2099580100 (14530)

500 meter ten noorden

2238576100 (34312)

500 meter ten noorden

2453890100 (62916)

500 meter ten zuiden

4547692100

500 meter ten noorden

3292386100

550 meter ten zuidoosten

2467352100 (64635)

600 meter ten noorden

3992859100 en 3992867100

600 meter ten noordwesten

2118444100 (17218)

650 meter ten noorden

2255878100

650

Rapport 9390.002 versie 2

meter ten

ten voorkomen. De bovengrond gaat met een scherpe grens over in matig fijn, zwak siltig, geelgrijs dekzand (C-horizont). De oorspronkelijke bodem (podzolprofiel) is in het geheel niet meer aanwezig en daarmee is de bodem niet meer intact. Het dekzand loopt door tot circa 1,3 m -mv en gaat vervolgens geleidelijk over in fluvioperiglaciale afzettingen (Brabantse leem). Archeologische resten worden niet meer verwacht. Vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Gasthuisstraat Kaatsheuvel Uitvoerder: IDDS Archeologie BV Datum: 2-11-2005 Resultaat: op grond van de aanwezigheid van een intacte podzolbodem bedekt met de restanten van een esdek wordt verder archeologisch onderzoek noodzakelijk geacht. Er wordt geadviseerd om op die loca­ ties waar de oorspronkelijke bodem ongestoord is en deze door nieuwe graafwerkzaamheden verstoord zou worden een proefsleuvenonderzoek uit te laten voeren. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Toponiem: Els Ii Kaatsheuvel Uitvoerder: Oranjewoud BV Datum: 15-4-2009 Resultaat: veldonderzoek is uitgevoerd en op basis van de resultaten is vooralsnog geen sprake van een behoudenswaardige archeologische vindplaats. Geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk.

Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Efteling - Parkeerplaats Bosrijk Kaatsheuvel Uitvoerder: IDDS Archeologie BV Datum: 19-8-2014 Resultaat: tijdens het onderzoek is geconstateerd dat het plangebied is verstoord tot in de C-horizont en dat de kans op intacte archeologische waarden zeer klein is. Op basis van de resultaten van het inventari­ serend veldonderzoek wordt geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te laten voeren. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Toponiem: Kaatsheuvel Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 12-6-2017 Resultaat: het grootste deel van de aangetroffen sporen binnen de proefsleuven hangt samen met de recent verwijderde bebouwing op het plangebied. Het betreft uitbraaksleuven van funderingen en dergelij­ ke. In het zuiden van werkput 3 is één geïsoleerde (subrecente) greppel aangetroffen. De geïsoleerde greppel heeft een beperkte archeologische relevantie. Tijdens het onderzoek is er geen behoudenswaar­ dige vindplaats aangetroffen. Econsultancy adviseert om geen verder onderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkeling.

Type onderzoek: bureauonderzoek Toponiem: Loon op Zand Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau BV Datum: 8-7-2015 Resultaat: onbekend Type onderzoek: archeologische begeleiding Toponiem: Gasthuisstraat 77 Kaatsheuvel Uitvoerder: IDDS Archeologie BV Datum: 8-1-2015 Resultaat: de aanleiding voor dit onderzoek is de sloop van de huidige bebouwing en te realiseren nieuw­ bouw. Tijdens de eerste fase van het onderzoek werden tijdens het verwijderen van de funderingen van de voormalige boerderij aanwijzingen gevonden voor een voorganger van de boerderij. Daarom werd besloten ook het uitgraven van de bouwput archeologisch te begeleiden. Tijdens de begeleiding werd een vindplaats aangetroffen die bestond uit twee funderingen en een kuil. Deze sporen horen bij een voorgan­ ger van de huidige boerderij die ongeveer op dezelfde plaats heeft gestaan. De exacte afmeting van de boerderij is onbekend, omdat er slechts twee funderingen werden gevonden. Wel is het gebouw vermoe­ delijk kleiner, of meer richting het zuiden georiënteerd geweest. Doordat het een voorganger van de voormalige boerderij betreft, dateert de vindplaats voor 1880, het bouwjaar van de voormalige boerderij.

Type onderzoek: bureauonderzoek en booronderzoek Toponiem: Kaatsheuvel Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 22-3-2016 Resultaat: op basis van de waargenomen bodemverstoringen en de aanwezigheid van een groot uitge­ graven laagte op een deel van de nieuwbouwlocatie, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, is door het booronderzoek bijgesteld naar laag voor alle perioden. Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven. Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Marktstraat Kaatsheuvel Uitvoerder: Oranjewoud BV Datum: 5-5-2006 Resultaat: ten behoeve van nieuwbouw is deze locatie onderzocht door middel van een bureauonderzoek en grondboringen. Op basis van het uitgevoerde bureau- en inventariserend veldonderzoek is geadvi­ seerd dat verder archeologisch onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. Type onderzoek: bureauonderzoek

Eco/nsultancy

(36701)

noorden

2269064100 (38544)

650 meter ten noorden

2370702100 (52205)

650 meter ten noorden

2410310100 (57352)

700 meter ten zuiden

2274126100 (39227)

800 meter ten noorden

2453469100 (62858)

800 meter ten zuidoosten

2459471100 (63608)

800 meter ten zuidoosten

2231285100 (33269)

900 meter ten noordwesten

2445206100 (61789)

900 meter ten zuidoosten

Rapport 9390.002 versie 2

Toponiem: Kaatsheuvel Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 25-8-2009 Resultaat: op basis van de verwachte landschappelijke ligging is aan het plangebied een lage verwachting toegekend voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Late-Middeleeuwen. Het is op basis van het bureauonder­ zoek niet duidelijk of er een plaggendek of een veenontginningsgrond aanwezig is. Om dit vast te kunnen stellen is het noodzakelijk een vervolgonderzoek uit te voeren. Volgens de richtlijnen van de provincie Noord-Brabant is het in geval van een plaggendek noodzakelijk om een verkennend booronderzoek uit te voeren. Voor het plangebied wordt daarom een verkennend booronderzoek aanbevolen. Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Julianastraat 19 Kaatsheuvel Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 7-1-2010 Resultaat: naar aanleiding van de resultaten uit het bureauonderzoek (onderzoeksmelding 36701) wordt voor het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. In het plangebied werd een hoge zwarte enkeerdgrond aangetroffen, die niet uit een plaggendek bestaat maar uit een veenontginningsgrond die is gevormd door vermenging van restveen met dekzand.

De verwachting is dat binnen het plangebied geen archeologische resten in situ aanwezig zijn, waardoor ook geen archeologische resten worden bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied. Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor het plangebied geen vervolgonderzoek aanbevolen. Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Kaatsheuvel, Gasthuisstraat 77 Kaatsheuvel Uitvoerder: IDDS Archeologie BV Datum: 5-6-2012 Resultaat: tijdens het onderzoek is geconstateerd dat de ondergrond van het plangebied verstoord is en dat er een zeer lage verwachting is voor resten vóór de ontginning en een hoge verwachting voor resten na de ontginning. De resten uit de Nieuwe tijd die worden verwacht, zullen betrekking hebben op de boerderij die in het plangebied aanwezig is en een eventuele voorganger. Wat de waarde is van dergelijke resten, is niet in dit verkennend onderzoek bekeken. Op basis van de lokale cultuurhistorische waarde van de boerderij, zullen eventuele resten op het terrein ook van lokaal belang zijn. Indien deze resten niet behoudenswaardig worden geacht, is geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Indien besloten wordt dat eventuele resten wel behouden moeten blijven, wordt geadviseerd om het gebied te onderzoeken aan de hand van een proefsleuvenonderzoek.

Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Kaatsheuvel Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau BV Datum: 1-1-2003 Resultaat: gezien de aard van de bekende vindplaats, het ontbreken van vondsten tijdens het booronderzoek en de grotendeels verstoorde bodemprofielen, wordt in het plangebied geen archeologisch vervolg­ onderzoek aanbevolen. Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Prins Bernhardplein Kaatsheuvel Uitvoerder: IDDS Archeologie BV Datum: 1-2-2010 Resultaat: uit het booronderzoek blijkt dat het plangebied op een plaggendek van minimaal een meter dikte ligt wat grotendeels intact is. Daarnaast lijkt er een oudere bodem in het dekzand voor te komen. In de boringen zijn een metaalslak en houtskool in de onverstoorde bodem van het plaggendek aangetrof­ fen. Gezien het beleid van de provincie Noord-Brabant en op basis van de resultaten van het inventarise­ rend veldonderzoek wordt geadviseerd om vervolgonderzoek uit te laten voeren. Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Efteling - Facilitair Gebouw Bosrijk Kaatsheuvel Uitvoerder: IDDS Archeologie BV Datum: 19-8-2014 Resultaat: tijdens het onderzoek is geconstateerd dat het bodemprofiel in het plangebied deels intact is. Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt geadviseerd om vervolgonder­ zoek uit te laten voeren ten zuiden van de Eftelingsestraat.

Gezien de geringe breedte van de leidingsleuf kan dit vervolgonderzoek het beste bestaan uit een archeologische begeleiding van de graafwerkzaam­ heden. Type onderzoek: archeologische begeleiding Toponiem: Efteling - Facilitair Gebouw Bosrijk Kaatsheuvel Uitvoerder: IDDS Archeologie BV Datum: 27-10-2014 Resultaat: omdat het een begeleiding betreft zijn alle te verstoren delen begeleid en dienen er geen aanvullende maatregelen te worden genomen. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Toponiem: Kaatsheuvel Uitvoerder: BAAC BV Datum: 10-2-2009 Resultaat: gezien de resultaten wordt door BAAC geen vervolgonderzoek geadviseerd. Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Efteling - Nieuwe Attractie Kaatsheuvel

Eco/nsultancy

Uitvoerder: IDDS Archeologie BV Datum: 23-5-2014 Resultaat: op basis van het booronderzoek kan de verwachting uit het bureauonderzoek worden beves­ tigd. Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat het mogelijke sporenvlak in het plangebied nog nage­ noeg intact aanwezig kan zijn. Er kan niet worden uitgesloten dat in dit sporenvlak resten van vindplaat­ sen aanwezig zijn. Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt geadviseerd om vervolgonderzoek uit te laten voeren. In verband met de vele kabels en leidingen wordt aanbevolen het proefsleuvenonderzoek in eerste instantie te concentreren op de locatie van de geplande tunnel (het zuidelijke bouwvlak).

Rapport 9390.002 versie 2

Eco/nsultancy

Bijlage 3

Vondstmeldingen

Zaaknummer (Waarnemingsnr.) 2467352100

Locatie t.o.v. plangebied

Omschrijving

600 meter ten noorden

Nieuwe tijd: - kuil, - stenen funderingen

2967325100(46758)

650 meter ten westen

Paleolithicum - Ijzertijd :

3279459100 (436616)

750 meter ten zuidoosten

Nieuwe tijd :

- fragment van een vuursteen kling

2967317100(46759)

800 meter ten zuidwesten

3127801100 (34768)

800 meter ten zuiden

- fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk - 8 fragmenten van keramische bouwmateriaal - fragmenten van porselein Paleolithicum - Ijzertijd : - fragment van een vuursteen kling Mesolithicum : - vuursteen afval - 3 fragmenten van vuursteen schrabbers - fragmenten van vuursteen werktuigen

Mesolithicum - Neolithicum : - fragmenten van vuursteen spitsen

Neolithicum - Nieuwe tijd : - aardewerk

2445206100

900 meter ten zuidoosten

Nieuwe tijd :

2435219100 (441118)

950 meter ten noordwesten

Nieuwe tijd :

2896507100(34769)

1000 meter ten zuidoosten

Neolithicum - Bronstijd :

- fragment van roodbakkend geglazuurd aardewerk - fragment van gedraaid aardewerk - 2 fragmenten van stenen bijlen

Rapport 9390.002 versie 2

Eco/nsultancy

Bijlage 4

Bewoningsgeschiedenis van Nederland

Als aanvullende informatie wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschie­ denis van Nederland weergegeven.

Paleolithicum (tot circa 8800 voor Chr.) De vroegste bewoningssporen in Nederland uit deze periode dateren uit de voorlaatste ijstijd, circa 300.000-130.000 jaar geleden. Waarschijnlijk hebben in de koudste fasen van de ijstijden in Neder­ land geen mensen geleefd. Daarentegen was bewoning in de warmere perioden wel mogelijk. De mensen die hier toen leefden trokken als jagers/vissers/verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. Veranderingen in het klimaat zorgden voor een veran­ derende flora en fauna. Tijdens de koude perioden bestond het groot wild onder meer uit rendieren, mammoeten,

paarden

en

steppewisenten.

Vooral

op

paarden

en

rendieren werd

in

het Laat-

Paleolithicum intensief jacht gemaakt. Tijdens de warmere perioden werd er onder andere op herten, wilde zwijnen en oerossen gejaagd.

Mesolithicum (circa 8800-4900 voor Chr.) Rond de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen (circa 9000 voor Chr.) verbeterde het kli­ maat voor een langdurige periode. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor de variatie in flora en fauna (o.a. bosontwikkeling) toenam. De mens kreeg nu de mogelijkheid om meer gevarieerd te eten: vruchten en andere eetbare gewassen stonden nu vaker op het menu. Doordat de temperatuur steeg, trok het groot wild (met name rendieren) naar het noorden, en maakte plaats voor meer territoriumgebonden klein wild, vogels en vissen. Door deze veranderende leefomstandigheden werd de jacht­ techniek aangepast. De vuursteen bewerkingstechniek hield met deze ontwikkeling gelijke tred. Er werden kleine vuursteenspitsen vervaardigd die als pijl- en harpoenpunt werden gebruikt. Met de stijging van de temperatuur begon het landijs te smelten en de zeespiegel te stijgen. Het tot dan toe droge Noordzee-Bekken kwam onder water te staan. De groepen jagers/vissers/verzamelaars wis­ selden nog wel van locatie maar exploiteerden kleinere gebieden. In het voorjaar viste men in de ri­ vieren, tijdens de zomer leefde men voornamelijk langs de kust, waar naast vis en schaaldieren ook zeehonden als voedselbron dienden. In de herfst verzamelde men noten en vruchten, terwijl in de winter op onder meer pelsdieren werd gejaagd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=48fd8397-a6ed-4fe0-850c-d875ca31d0ad