CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Ontwerp Omgevingsvisie Loon op Zand 2040 Gecomprimeerd (ter informatie)

Raadsvergadering 20 juni 2024, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over vaststelling 'Nota zienswijzen en aanpassingen' en gewijzigde vaststelling 'Omgevingsvisie Loon op Zand 2040' (Bespreekstuk)24.100 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

1 Modulaire bouw is een bouwtechniek waarbij modu­ les worden gekoppeld of gestapeld om een gebouw te creëren

Naast woningaanpassingen zijn herstructurering van woonblokken mogelijk. We zien kansen voor herstructurering waar meerdere problematieken bij elkaar komen, zoals plekken: • Waar het verduurzamen van verouderde wo­ ningen een grote investering is ^ Waar het aanbod van woningtypes niet aansluit op de vraag ^ Waar meerdere groepen met sociaaleconomische problemen geclusterd bij elkaar wonen ^ Waar het groen ontbreekt, van lage kwaliteit is of geïsoleerd ligt • Waar wateroverlast op kan treden bij hevige regenbuien Herstructurering van gelijksoortige opgebouwde wijken moet bijdragen aan een grotere diversiteit in het woningaanbod. We stellen hier dan ook ei­ sen aan het levensloopbestendig bouwen van wo­ ningen. Woningcorporaties kunnen door een inge­ sloten bezit bijdrage aan deze herstructureringen. Bij herstructurering moet het bouwvolume passen in de structuur van de wijk. In algemene zin zijn drie lagen mogelijk, op bijzondere plekken kan een accent naar vier lagen denkbaar zijn. Bijzondere plekken kunnen bijvoorbeeld de randen of over­ gangen van de wijk naar het centrum zijn, naar de grote weg of een ruime locatie tegen een park. Waar mogelijk combineren we kleinschalige her­ structureringen met het aanvullen of verbeteren van de groenstructuren of de opvang van hemel­ water.

Ook stellen we hoge eisen aan de inrichting van de openbare ruimte om zo de verblijfskwaliteit te vergroten.

37

Intermezzo: vormgeving van nieuwe elementen in de openbare ruimte Verduurzaming van woningen en wijken kan gepaard gaan met nieuwe elementen in de openbare ruimte. Warmte-krachtkoppelingen of ventilatoren van aircon­ ditioning in woningen is vaak een buiten unit nodig. Als deze in het zicht vallen kan dat verstorend zijn voor de beeldkwaliteit van de woningen in de straat. In algemene zin maken we het mogelijk om deze units te plaatsen aan de achterzijde of zijkant van de wonin­ gen. Als het gewenst is deze unit aan de straatzijde van de woning te plaatsen moet een passende vorm­ geving worden gekozen. Dat kan bijvoorbeeld door een houten bekisting aan te brengen. Het realiseren van accu’s in de openbare ruimte wat in de toekomst mogelijk een vlucht kan nemen in de vorm van buurtbatterijen dient eveneens goed te worden ingepast. Ook hiervoor kan worden gekozen voor een zorgvul­ dig vormgegeven huisje of een inpassing met groen.

mvċ*».

-

Meer focus op inbreiden en herstructurering We kiezen in eerste instantie voor vernieuwing en herstructurering in de bebouwde kom, waar dat kan. Voor meerdere doelgroepen is bouwen na­ bij voorzieningen of doorstroming in de eigen wijk belangrijk. Bij herstructurering sturen we ook op voldoende fiets- en wandelpaden door de wijk. Nieuwbouw moet looproutes aan elkaar koppe­ len en bijdragen aan een veilige bereikbaarheid van voorzieningen. Als herstructureringsplekken kunnen bijdragen aan een veilige langzame verkeersroute waardoor mensen niet meer langs een drukke weg hoeven te wandelen of fietsen, sturen we daarop in het plan. Uitbreiding van de dorpen voor woningbouw en versterken van het landschap gaat gelijk op We willen voldoende woningen bouwen om te voldoen aan de behoefte in onze kernen. Tegelijk staat ons woningaanbod onder druk door de regi­ onale behoefte aan woningen. We zullen daarom ook iets extra’s moeten bouwen om de lokale be­ hoefte te kunnen faciliteren. Daarbij is er behoefte aan variatie. Daarom zoeken we ook woningbouw­ locaties voor de uitbreiding van onze kernen. Voor deze mogelijke uitbreidingen willen we klimaatbestendige en groene woonmilieus creëren. Ook bij nieuwbouwwijken stellen we eisen aan het type woningen om zo goed mogelijk aan te sluiten op de vraag.

Om de relatie met het buitengebied te borgen geven we bij elk van de mogelijke uitbreidingsrichtingen de belangrijkste landschappelijke kwaliteiten als uitgangspunt mee. Zo gaan wo­ ningbouw en landschapsversterking samen op en creëren we duurzame dorpsranden. De moge­ lijke uitbreidingsrichtingen staan toegelicht in “5.5 Mogelijke uitbreidingsrichtingen van de dorpsker­ nen” op pagina 93

We verankeren herkenbare cultuurhistorische kwaliteiten in onze ruimtelijke ontwerpen We kiezen ervoor om cultuurhistorisch erfgoed beter beleefbaar te maken en beter te bescher­ men. Binnen de gemeente komt veel erfgoed voor. Het zijn heel verschillende elementen, die juist in samenhang een verhaal vertellen van de ontstaansgeschiedenis van onze gemeente. Onze ambitie is om niet alleen monumentale panden te beschermen, maar ook het ensemble of de grotere structuur waartoe het monument behoort. Ook his­ torische groenstructuren en monumentale bomen horen daarbij. Binnen de bebouwde kom bevinden zich bijvoorbeeld historische lintbebouwingen met de daarbij horende panden achter op het perceel. De waarde ervan schuilt deels in de monumenten en karakteristieke panden die er voorkomen, zo­ als oude boerderijpanden en woonhuizen. Maar ook in het feit dat de linten nog altijd herkenbaar zijn als oud lint, door de wisselende rooilijnen, de diepte van de percelen en de losse korrel van de bebouwing. De herkenbaarheid van deze eigen­ schappen zorgt ervoor dat de historische opbouw herkenbaar blijft in het stedelijk weefsel van de ge­ meente. Ook de H.H. Martelaren van Gorcumstraat is waardevol, niet alleen vanwege het gebouw, maar vanwege het hele ensemble met gebouwen, park en voorruimtes. Bij ontwikkelingen nabij dit gebied moet het hele ensemble in ogenschouw worden genomen.

Daarnaast bevinden zich oude panden in het centrum, panden die herinneren aan de oude ambachten in de gemeente en karakteris­ tieke schoolpanden. We willen nieuwe ontwikkelin­ gen (zoals kleinschalige bedrijfsontwikkelingen of transformatie naar wonen) benutten om elemen­ ten beter beleefbaar te maken en de essentiële kwaliteiten te beschermen.

39

Langstraat •»y o» V. o o

Ontginningen

De duinen

“v —ļ

Oieftfiniļ

.v.

bkunhuimm

o o o

w WA

•WÍÍíŵS ‘•-■VíV

•VL

»v

------”X'

.w.

40

De Brand Huis ter Heide

Tilburg via Pauwels rą.9As.

"v»v-

Afbeelding 17. Kaartbeeld voor recreatiefprofiel verbreden

4.2 Recreatief profiel verbreden: harmonie en plezierzoekers 4.2.1 Onze visie We zijn in de toekomst een echte recreatiegemeente en zijn optimaal ingericht voor groepen en families voor een meerdaags verblijf of een dagje uit. Onze activiteiten zijn ideaal voor mensen die zowel van rust en ruimte houden, als van vermaak (de harmonie- en plezierzoekers) en dit is heel goed te combineren. We zien het binnen de re­ gio als onze rol om trekker te zijn in deze recreatiemarkt voor families en groepen. Om de rust en kwaliteit van onze natuur te behouden kiezen we voor een gerichte versterking van de recreatiefaciliteiten, een ruimtelijke zonering en het bundelen van de verkeersstromen. Alleen door duidelijke keuzes te maken kunnen we het beste van beide werelden bieden.

Onze doelen zijn: *

*

we zijn in de toekomst de recreatiegemeente van Midden-Brabant, gericht op harmonie- en plezierzoekers. We hebben in de toekomst meer bezoekers zonder dat de druk op onze gemeente is gegroeid.

4.2.2 Onze doelstellingen Om te kunnen groeien in recreatie, maar tegelijk de natuur te beschermen en te versterken willen we recreatie veel meer gaan spreiden over de gemeente. Onze strategie is om hiervoor de rou­ tenetwerken in onze gemeente ook buiten de na­ tuurgebieden verder te versterken. Om recreatie te kunnen spreiden willen we ook meer aankno­ pingspunten voor een recreatief bezoek neerzet­ ten. Enerzijds door het landschap te versterken. We sluiten daarom volop aan bij initiatieven als landschapspark Pauwels en Plantloon. Anderzijds door het gebied met verhalen en herkenbare ele­ menten aantrekkelijker te maken voor toeristen en inwoners. Om recreatie en mobiliteit in balans te houden wil­ len we mobiliteit meer bundelen en een zonering aanbrengen met de recreatiemogelijkheden in onze gemeente.

41

Afbeelding 18. Visual van historische verhaallijnen en spreiden van recreatieve plekken

Welke recreatiefuncties passen in Loon op Zand? Door een betere spreiding en een zonering zien we mogelijkheden voor nieuwe functies. We zoeken in het buitengebied vooral func­ ties, die ten goede komen aan de doelgroep ‘harmoniezoekers’ ofwel mensen die komen voor de rust, voor (sportief) bewegen en voor genieten van de natuur en het land­ schap. Voorzieningen die zich hierop richten zijn welkom (mits passend in de betreffende zone, zie ook “4.6 ). Door de Efteling kent de gemeente een enorme hoeveelheid ‘plezierzoekers’. Een aanvullend aanbod aan ‘dag­ recreatie’ kan de gemeente een nog sterkere positie geven om meerdaags bezoek te krijgen. We wijzen dan ook locaties aan waar zich eventueel (minder grootschalige) functies kunnen vestigen, zoals rond de recreatieve knooppunten. Functies voor harmoniezoekers Denk daarbij aan B&B’s, kleinschalige hotels, een educatiecentrum, een kampeerboerderij, een theetuin, een pluktuin etc. Ook horeca kan in bijzondere gevallen bijdragen aan natuurgerichte recreatie in het buitengebied. Functies voor plezierzoekers Denk daarbij aan een (binnen)speeltuin, een pitch à putbaan, een klimbos etc.

Onze doelstellingen voor de toekomst zijn: ^ Een betere spreiding van recreanten in het buitengebied ^

Neerzetten van historische verhaallijnen

^ ^

Versterken van routestructuren Dorpskernen meer verbinden met de recreatie in de

^

gemeente Ontwikkeling van recreatieve knopen

4.2.3 Oplossingsrichtingen en beleidskeuzes Hieronder geven we voor elke doelstelling aan wat onze oplossingsrichtingen of beleidskeuzes zijn. Een betere spreiding van recreanten in het buitengebied Om tot een betere spreiding te komen van recre­ anten willen we werken met een zonering. Binnen natuurgebieden willen we werken met een exten­ sieve zone en een gebruikszone. Zo willen we het intensieve gebruik van de natuur proberen te con­ centreren en ook meer rustige gebieden creëren. Daarnaast willen we het buitengebied als geheel zoneren. In een zone rondom de natuurgebieden staat rust en beleving centraal. In een ruimer ge­ bied daaromheen willen we landschapsontwikkeling combineren met betere routestructuren en toeristisch recreatieve activiteiten. Deze zone­ ring vindt u terug in “5.3 Zonering buitengebied” op pagina 75. Om het landschap als geheel te versterken sluiten we ook aan op de plannen van het realiseren van landschapspark Pauwels en Plantloon.

43

Intermezzo: De schoen- en ledernijverheid De streek De Langstraat staat bekend om haar vroegere florerende schoen- en ledernijverheid. Dus ook in Kaatsheuvel en Loon op Zand. Deze industrie is in de streek succesvol geworden om drie redenen. De aanwezigheid van koeien, eiken en stromend water. Grote delen van moerasge­ bied langs de Maas zijn ontgonnen nadat boeren aan de Langstraat zijn gevestigd. Deze weilanden lagen nog in contact met het stroomgebied van de Maas, waardoor de weilanden regelmatig over­ stroomde. Dit zorgde voor gras van een extreem stevig kwaliteit, waardoor er veel voedsel was voor

koeien. Van de koeienhuid kon het leer gemaakt worden. Ten zuiden van het moerasgebied liggen de hogere zandgronden waar eikenbomen groei­ den en zuiver water in kleine beekjes stroomde. De schors van de eikenbomen werd gebruikt om van koeienhuiden leer te maken, door middel van een chemisch proces. Het zuiver stromende water was van belang om de huiden te reinigen. Dankzij het gemaakte en aanwezige landschap is in de omgeving van onze gemeente een bloeiende nij­ verheid ontstaan.

44

ws——

1 I

Vmĩm

VAN BOATnOHP AEHHOCK

HOřLEVERANClEA

KAATSHEUVEL nrloiMAt-OooduAar W*» tyïtM-n

Afbeelding 19. Lederindustrie Kaatsheuvel (bron: Regionaal archief Tilburg, fotonummer 056412)

Neerzetten van historische verhaallijnen We zien meerdere kansen om historische ver­ haallijnen neer te zetten waarlangs de kwaliteiten van ons gebied verteld kunnen worden en leggen daarbij een relatie met het gemeentelijk erfgoed. We ondersteunen initiatieven die bijdragen aan het realiseren of bekend maken van deze verhaal­ lijnen. Kansen zijn bijvoorbeeld: ^ Oude ambachten en handel. Verhalen van de leer- en schoenenindustrie en de turfwin­ ning komen tot leven langs de (nog zeldzame) historische panden van de leer- en schoenen­ industrie, het slagenlandschap aan de noordwestzijde van de gemeente en rondom de oude turfvaart. ^ Historische kwaliteit. Deze komt tot uiting in het Witte Kasteel, historische boerderijen en oude landschappen. ^ Oorlogsgeschiedenis. Een prominente plek hiervoor is de oude oplsagplaats uit de Tweede Wereldooorlog. Maar ook oudere verhalen, zoals toen Loon op Zand op de grens lag van het Hertogdom Brabant en het Graafschap Holland, kunnen hier verteld worden.

atie (wandelen, fietsen, doe-activiteiten) gecombi­ neerd kunnen worden. Routestructuren laten zich verder goed combineren met allerlei kleinschalige vormen van dag- en verblijfsrecreatie, zoals B&B, theetuinen, landwinkels en campings.

Versterken van routestructuren met nieuwe hotspots Het doel is om meer hotspots in het recreatieve netwerk op te nemen en daarmee de recreatieve druk te spreiden en nieuwe economische kansen te creëren, die ook goed zijn voor de inwoners. We willen daarvoor buiten de natuurgebieden betere fietsroutes creëren en daaraan hotspots verbin­ den met bezoekfuncties. Cruciaal in het succesvol maken van nieuwe verbindingen is de mogelijk­ heid voor (kleinschalige) horeca, waar mogelijk op plekken waar verschillende vormen van recre­

We kiezen voor het ontwikkelen van recreatieve knopen rond de afslagen van de N-weg, waar kan­ sen liggen voor de ontwikkeling van transferia en recreatieve startlocaties van waaruit het gebied verkend kan worden. Het doel is om hier combina­ ties van duurzame mobiliteit te realiseren. In com­ binatie daarmee liggen er ook kansen voor nieuwe recreatieve functies.

Dorpskernen meer verbinden met de recreatie in de gemeente Belangrijkste plekken met bezoekfuncties zijn de centra van de dorpen. Om de bereikbaarheid te verbeteren zijn comfortabele fietsroutes nodig. Daarnaast is de verblijfskwaliteit ook belangrijk voor aantrekkelijke centra. De inrichting van de openbare ruimte, aandacht voor architectuur en een goed aanbod van winkels, horeca en evene­ menten bij aan de totale beleving. Ontwikkeling van recreatieve knopen In de toekomst willen we een doorontwikkeling van recreatie zonder overlast. Naast een betere zone­ ring moeten we daarvoor toe naar duurzame mobiliteitsoplossingen. De ontwikkeling van recreatie en duurzame mobiliteit dient in Loon op Zand hand in hand te gaan.

45

nįj

1’1 **.

JíCTļ

î w.

ċŴsSBSï.

lľV*i

::

ř

Ŵ “V

4.3 Iedereen doet op eigen kracht mee 4.3.1 Onze visie We willen dat onze woongebieden op lange ter­ mijn geschikt zijn voor verschillende doelgroepen en dat mensen met een zorgvraag eenvoudig kun­ nen aanhaken in de wijk waarin ze wonen. We willen dat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen en waar nodig terug kunnen val­ len op een goed sociaal netwerk. Daarom willen we voor de lange termijn sterke gemeenschappen en toegankelijke voorzieningen. Dit komt terug in onze visie op het sociaal domein. Maar ook in de fysieke leefomgeving liggen er opgaven om dit te bereiken. Zo zetten we in op laagdrempelige ont­ moetingsplekken, accommodaties en mogelijkhe­ den om netwerken op te bouwen.

4.3.2 Onze doelstellingen Om onze doelen te halen willen we in de toekomst laagdrempelige maatschappelijke accommodaties hebben, die zorgen voor ontmoeting, verbinding en zelfontplooiing. Veel inwoners zijn het erover eens dat dit doel op dit moment maar deels wordt gehaald. Met name het verbinden van (verschil­ lende) groepen inwoners is een opgave. Het is daarom belangrijk om accommodaties multifunctioneler te maken. Tegelijk is er behoefte om voor specifieke doelgroepen laagdrempelige inloopplekken in de wijken te behouden. We zullen beide mogelijkheden voor de toekomst goed moeten af­ wegen en hiervoor locaties aanwijzen.

On ze doelen zijn: Het is in de toekomst eenvoudig om een sociaal netwerk op te bouwen en elkaar te ontmoeten * Het aanbod van beschikbare woningen is divers en stimuleert inwoners om door te stromen naar de best passende woning - Voor doelgroepen met een zorgvraag is er een goede verdeling van woningen over de wijken en dorpen * Ontmoetingsplekken zijn laagdrempelig en multifunctioneel.

Een belangrijk element voor de sociale cohesie, maar ook de identiteit van een dorp of gemeente zijn activiteiten of evenementen. In de praktijk kun­ nen de belangen van activiteiten en evenementen botsen met de woonkwaliteit en wordt het organi­ seren van evenementen beperkt. Immers, we zul­ len bij een evenement soms een hoger geluidsni­ veau moeten accepteren. Een belangrijk doel van de gemeente is om activiteiten en evenementen eenvoudig mogelijk te maken.

*

47

Laagdrempelig/ruimte voor initiatief inwoners Meerdere ingangen Uitwisselen speeltoestellen

Buitenruimte betrekken Huis van de wijk

48

Kwaliteit en uitstraling gebouw

VJoe\V'0'v' \

Uitnodigend voor verschillende doelgroepen

Afbeelding 20. Huis van de wijk als laagdrempelige ontmoetingsplek

Ruimtes voor verschillende groepen

Speciale aandacht gaat in de toekomst uit naar (oudere) jongeren. Ook zij moeten zich kunnen vermaken, ontplooien en thuis voelen in de dorpen van de gemeente.

4.3.3 Oplossingsrichtingen en beleidskeuzes Hieronder geven we voor elke doelstelling aan wat onze oplossingsrichtingen of beleidskeuzes zijn.

Tenslotte heeft het woningaanbod veel invloed op het welbevinden van inwoners. Zo zijn mensen met een zorgvraag gebaat bij een goed sociaal netwerk en wonen daarom bij voorkeur dicht bij het netwerk dat ze hebben. In veel wijken ken­ nen we echter een vrij eenzijdig woningaanbod. We moeten daarom steeds meer oog hebben voor een goede mix aan woningen op wijkniveau en het flexibel maken van het woningaanbod, zodat mensen met verschillende achtergron­ den, gezinssituaties, mate waarin mensen mo­ biel zijn en leeftijden er kunnen wonen. Zie ook “4.1 Duurzame groene dorpen” op pagina 31.

Laagdrempelige ontmoetingsplekken in de wijken creeeren voor kwetsbare en minder mobiele doelgroepen Om deel te kunnen nemen aan sociale activiteiten is het voor sommige doelgroepen belangrijk om een laagdrempelige ontmoetingsplek vlak bij huis te hebben. Omdat deze doelgroep zal toenemen, onader andere door de toenemende vergrijzing, zal toenemen, ligt het accent in de wijken meer op laagdrempeligheid dan op multifunctionaliteit. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van ‘wijkhuiskamers’ verspreid door de gemeente. In sommige wijken in Kaatsheuvel fungeert een multifunctionele accom­ modatie als zodanig, maar mocht deze in de toe­ komst verplaatst of geconcentreerd worden, dan zetten we in op een huiskamer. Ook initiatieven van inwoners die leiden tot sociale ontmoetings­ plekken juichen we toe.

Onze doelstellingen zijn: * Laagdrempelige ontmoetingsplekken in de wij­ ken creëren voor kwetsbare en minder mobiele doelgroepen * Multifunctionele accommodaties op centrale plek­ ken realiseren die uitnodigend zijn voor iedereen, waaronder inwoners met een vraag voor onder­ steuning (community care) * Ruimte voor voorzieningen in nieuwbouwwijken - Faciliteren van activ'iteiten en evenementen die zorgen voor sociale cohesie en binding aan de dorpen * Realiseren van multifunctionele sport-, beweeg- en ontmoetingsplekken in de openbare ruimte voor onze inwoners

Naast een huiskamer zetten we in op multifuncti­ onele ontmoetingsplekken in de openbare ruimte. De kans dat groepen elkaar tegenkomen en leren kennen wordt daarmee op buurtniveau groter. Zie ook “Het vergroten van de kwaliteit van het be­ staande groen met meer vaste planten en soorten die goed zijn voor insecten (biodiversiteit)” op pa­ gina 33

49

50

Multifunctionele accommodaties op centrale plekken realiseren die uitnodigend ziin voor iedereen, waaronder inwoners met een vraag voor ondersteuning (community care) De bestaande maatschappelijke voorzieningen faciliteren het rijke verenigingsleven van de ge­ meente. Daarnaast kiezen we ervoor om de be­ staande maatschappelijke voorzieningen mee te veranderen met maatschappelijke trends (zie ook: “3 Onze opgaven” op pagina 15). We willen dat onze accommodaties intensief benut worden, toe­ gankelijk en inclusief zijn. Dat kan enerzijds als verenigingen en dorpshuizen hun functie verbre­ den. We willen graag dat multifunctionele accom­ modaties nadenken over hun aanbod om telkens nieuwe groepen aan te spreken en voor meerdere doelgroepen interessant te zijn. We zetten meer­ dere strategieën in om gebouwen multifunctioneler te maken: ^ We sturen met ons beleid en financiële bijdra­ ge op de multifunctionaliteit en maatschappelijk rendement van de voorzieningen in het geval het beheer van gebouwen (deels) bij organisa­ ties ligt. • We betrekken de openbare ruimte rond de voorzieningen bij de accommodaties, om het bezoek en gebruik laagdrempeliger te maken. • We zetten actief in op het aantrekken van nieuwe doelgroepen en maken de accom­ modatie daarvoor geschikt. We gaan flexibel om met de vormgeving en indeling van gebou­ wen en de inrichting van de openbare ruimte.

Meerdere ingangen en parkeer- en oplaadvoorzieningen voor scootmobielen zijn een voorbeeld daarvan. Een ander voorbeeld is het realiseren van een ouder-kamer op een (middelbare)school, waar ouders elkaar ontmoeten en ondersteunen.

In De Moer is een beperkt aanbod aan voorzie­ ningen. Ook in De Moer streeft de gemeente naar een laagdrempelig aanbod voor ontmoeting en ac­ tiviteiten. Dit binnen de maatschappelijke behoef­ tes, die veranderlijk zijn. Ruimte voor voorzieningen in nieuwbouwwijken Bij nieuwbouwwijken (of grootschaliger herstructu­ reringen) dient er ruimte te worden gereserveerd voor maatschappelijke en /of medische voorzie­ ningen, tenzij daar geen behoefte aan blijkt te zijn. Op basis van onderzoek kunnen daar door de ge­ meente nadere eisen aan worden gesteld. Faciliteren van activiteiten en evenementen die zorgen voor sociale cohesie en binding aan de dorpen Activiteiten en evenementen vinden plaats op ver­ schillende plekken in de wijken of de centra. Dit kan zowel in de buitenruimte als in bijvoorbeeld schoolgebouwen en sportkantines. Om activiteiten (op wijkniveau) en evenementen (op dorpsniveau) eenvoudig mogelijk te maken zullen we gebieden aanwijzen waar deze kunnen plaatsvinden. Door vooraf te bepalen onder welke omstandigheden, hoe vaak en met welk geluidsniveau evenementen georganiseerd kunnen worden, ontstaat duidelijk­ heid en wordt het organiseren laagdrempeliger. Met name in het centrumgebied van de dorpen of op evenemententerreinen gaan we ruimere nor­ men stellen.

Realiseren van multifunctionele sport-, beweeg en ontmoetingsplekken in de openbare ruimte voor onze inwoners Met multifunctionele sport- en beweegplekken willen we niet alleen bijdragen aan een gezonde

levensstijl, maar ook de mogelijkheden voor ver­ maak en ontmoeting in de wijken voor meerdere doelgroepen vergroten. We willen de sociale co­ hesie en mentale fitheid blijvend versterken en spelen in op de veranderingen in de samenleving (zie ook “3.1 Trends en ontwikkelingen” op pa­ gina 15). Daartoe wijzen we multifunctionele beweegplekken aan. Dit kan zowel in het groen als op een sportveld zijn. We hebben parkjes en speeltuinen die nu soms alleen uit een grasveldje bestaan en daardoor niet de meest aantrekkelijke verblijfsplekken zijn in een dorp. We willen dat onze inwoners groenstructuren kunnen gebruiken om te bewegen, spelen en recreëren. Onder jongeren is er veel behoefte aan andere en meer gevarieerde

-

Afbeelding 21. Multifunctionele beweegplekken

voorzieningen, zoals een skatebaan, een sport- of voetbalkooi, een graffitimuur of klimmuur. Voor ou­ deren geldt dat een wandelpad, mooi groen, zitmogelijkheden en soms ook fitnessfaciliteiten in de openbare ruimte een positieve trigger voor het ‘naar buiten gaan’ kunnen zijn. Daarnaast is het ook een toevoeging voor mensen die minder in­ komsten hebben, dat ook zij hierdoor gebruik kun­ nen maken van sportfaciliteiten, als bijvoorbeeld een sportschoolabonnement financieel niet haal­ baar is. Zie ook “Het vergroten van de kwaliteit van het bestaande groen met meer vaste planten en soorten die goed zijn voor insecten (biodiversiteit)” op pagina 33.

jMMfl

INTERMEZZO: Voorbeelden voor duurzame mobiliteit ^ Witte fietsenplan ^ Pendelbusjes ^ Boemeltreintje ^ Deeltaxi ^ Wuppertaler Schwebebahn

IPrSPffXbi Jm.

Hum

mlrVC-

.

'

4.4 Slim bereikbaar 4.4.1 Onze visie In de toekomst zijn we sterk in duurzaam (slim) vervoer en hebben we goede verbindingen met de stedelijke gebieden om ons heen. Dat betekent dat we de potentiële groei in mobiliteit (als gevolg van nieuwe of groeiende recreatieve functies) op­ vangen door het ontwikkelen van alternatieven voor de (benzine)auto. Onze doelen zijn: * Het is in de toekomst aantrekkelijk om de ge­ meente vanuit de regio met de (elektrische) fiets *

te bezoeken. Een groot deel van het recreatieve verkeer wordt

buiten of aan de randen van de gemeente en / of natuurgebieden opgevangen en natransport is duurzaam.

4.4.2 Onze doelstellingen We willen het gebruik van de fiets bij onze inwo­ ners en van bezoekers uit omliggende gemeenten vergroten door snelle en comfortabele fietsroutes aan te leggen. Daar ligt een enorme kans. Met de komst van de e-bike is de afstand die men­ sen bereid zijn om op de fiets af te leggen 1,5 tot 2 maal zo groot geworden. Dat betekent dat voor een groot deel van o.a. Tilburg, Waalwijk en

Dongen fietsgebruik een serieuze vervoersoptie wordt als de faciliteiten goed zijn. Daarnaast wil­ len we ook het openbaar vervoer aantrekkelijker maken door in te zetten op een beter voor- en natransport. Openbaar vervoer wordt (als alter­ natief voor de auto) aantrekkelijk als verbindin­ gen meer rechtstreeks zijn en voor- en natrans­ port geen beperkende factor is. Ook de financiële voordelen kunnen een sturingsmiddel zijn. Om de (toenemende) mobiliteit met auto’s op te vangen willen we inzetten op transferia buiten of aan de randen van onze gemeente, waar bezoekers kun­ nen overstappen op een ander vervoersmiddel. Onze doelstellingen zijn: * Realiseren van transferia buiten of aan de randen van onze gemeente en de natuurgebieden met goed natransport * Snelle en comfortabele fietsroutes binnen degemeente en in de regio * Stimuleren van duurzaam vervoer en de bereik­ baarheid verbeteren

4.4.3 Oplossingsrichtingen en beleidskeuzes Hieronder geven we voor elke doelstelling aan wat onze oplossingsrichtingen of beleidskeuzes zijn.

53

54

Afbeelding 22. Voorbeeld van een principe voor transferia met overstap op verschillende soorten duurzame vervoersmiddelen.

Realiseren van transferia buiten of aan de randen van onze gemeente en de natuurgebieden We beseffen dat een recreatiegemeente als de onze altijd verkeer zal aantrekken. Dat geeft een grote druk op onze wegen, (milieu)overlast in onze dorpen en een grote druk op de natuurgebieden. Om te voorkomen dat mobiliteit een remmende factor wordt in onze ambities voor recreatie, zet­ ten we vol in op het afvangen van het autoverkeer. Belangrijke maatregel is het realiseren van trans­ feria, waardoor automobilisten onze gemeente of natuurgebieden niet in hoeven. Essentieel is daar­ bij dat we zorgen voor comfortabel natransport. We zoeken hiervoor ook de samenwerking met de recreatieve sector. Oplossingen om deze ontwik­ keling mogelijk te maken zijn het zorgen voor (gra­ tis) fietsverhuur en pendeldiensten. Om het ge­ bruik van de transferia te bevorderen kunnen we ook financiële prikkels invoeren. Een ander middel is het inzetten van een milieuzone, waarbij vervui­ lende auto’s een bepaalde zone niet in mogen en daardoor de meest vervuilende auto’s als eerste gebruik zullen (moeten) maken van de transferia. Snelle en comfortabele fietsroutes binnen de gemeente en in de regio Om duurzaam verbonden te zijn met meer accent op de fiets hebben we comfortabele (fsnel)fietsroutes nodig.

Routes die met zo weinig mogelijk barrières en zo rechtstreeks mogelijk aansluiten op omliggende woongebieden en recreatieve plek­ ken. Op die manier kan het gebruik van de fiets naar bijvoorbeeld werklocaties of recreatieve ac­ tiviteiten worden bevorderd. Ons doel is om meer snelfietsroutes (met de regio) en goede fietsrou­ tes binnen de kernen te realiseren en zo de fiets

meer voorop te zetten. Daarmee worden Loon op Zand en Kaatsheuvel direct verbonden met de hui­ dige snelfietsroute langs de N261. De ambitie is verder om de centra van Kaatsheuvel en Loon op Zand en waar mogelijk ook De Moer te verbindin­ gen met deze route, zodat deze ook volwaardig kunnen meedoen in de recreatieve ontwikkeling van de gemeente. In het buitengebied zetten we in op het autoluwer maken van gebieden in combinatie met betere fietsverbindingen. Zo willen we de uitloopmoge­ lijkheden in het buitengebied verbeteren en aan­ trekkelijker maken en op die manier de druk op natuurgebieden op termijn verlagen. Stimuleren van duurzaam vervoer en de bereikbaarheid verbeteren We streven naar meer hoogwaardig openbaar vervoer in de vorm van frequente lijnbussen, pen­ delbussen van en naar transferia en de inzet van nieuwe technieken om vraagafhankelijk vervoer te versterken. Zodat het een beter alternatief wordt voor het gebruik van de auto. Niet alleen voor be­ zoekers, maar ook voor onze inwoners willen we het gebruik van duurzaam vervoer vergroten. Op dit moment is het aantal elektrische auto’s in Loon op Zand relatief laag. We zetten in op het vergro­ ten van het aantal laadpalen. Daarnaast willen we het fietsgebruik stimuleren door goede en veilige fietsvoorzieningen in de centra en bij voorzieningen.De Moer ligt binnen onze gemeente relatief afgelegen.

Er komt geen reguliere lijndienst. Dit geeft beperkingen voor minder mobiele inwoners en voor recreanten. We streven naar een betere bereikbaarheid en willen gebruik maken van nieu­ we technieken om vraagafhankelijk vervoer moge­ lijk te maken.

55

De Wetering in Loon op Zand Voor Loon op Zand is de Wetering is heel be­ langrijke functie. Het gebouw is echter verou­ derd. Het doel van de gemeente is om dit ge­ bouw te vernieuwen, passend bij de behoeftes in Loon op Zand. De Wetering is in onze ogen cruciaal in het functioneren van het centrum. Als stip op de horizon beschikt Loon op Zand over laagdrempelige ontmoetingsplekken en een re­ creatief aantrekkelijk en gezellig dorpshart.

Kans rond het centrum van Kaatsheuvel Uit onderzoek blijkt dat het centrumgebied van Kaatsheuvel moet worden aangepakt. De win­ kels zijn verspreid over een te groot gebied. De leegstand die daardoor ontstaat is slecht voor het winkelklimaat en ook voor de lokale onder­ nemers. Desondanks liggen er ook kansen. Compacter maken van het winkelgebied zorgt voor een nieuwe concentratie, waardoor het ge­ bied zichzelf versterkt. Ook ontstaan daarmee kansen voor nieuwe woningbouw. Dit is positief voor de lokale woningbehoefte en ook vergroot dit de kansen voor de haalbaarheid van de her­ structurering. Parkeren is hierbij een cruciale randvoorwaarde, groen en water zijn uiteraard belangrijke aandachtspunten.

'RAK KRUK STRAAT

^HäìílK

ÉSTRAAT

4.5 Toekomstbestendige centra en bedrijventerreinen 4.5.1 Onze visie In de toekomst zijn de centra van Kaatsheuvel en Loon op Zand levendige multifunctionele dorpsharten, waar winkelen, ontmoeting en vermaak sa­ menkomen. De sfeer in het hele centrum is gericht op verblijven en de inrichting is klimaatbestendig. Het winkelaanbod wordt zo compact mogelijk aangeboden om combinatiebezoeken logisch te houden. Maar daarnaast zijn een mix aan functies welkom, die het centrum een sterke bezoekfunctie geven. De centra van Kaatsheuvel en Loon op Zand zijn opgenomen in het recreatieve netwerk. Onze bedrijventerreinen worden duurzame groene bedrijvengebieden, met een accent op kleinere en middelgrote (lokale) bedrijven in het MKB. In onze visie hebben we weinig ruimte voor de verdere uitbreiding van bedrijventerreinen. We kiezen daarom heel bewust voor afstem­ ming met het regionale aanbod aan bedrijven­ terreinen. Binnen de gemeente richten we ons vooral op doorgroei van lokale bedrijvigheid voor het bestendigen van de werkgelegenheid en als kraamkamer voor nieuwe en groeiende bedrij­ ven. Om de bedrijventerreinen duurzaam aan­ trekkelijk te houden is onze ambitie om de be­ drijventerreinen te vergroenen en verduurzamen.

Onze doelen voor de toekomst zijn:

we hebben compacte winkelgebieden in een aantrekkelijk vormgegeven multifunctioneel en klimaatbestendig centrumgebied. ^ De centra van Kaatsheuvel en Loon op Zand zijn onderdeel van het recreatieve netwerk. ^ De bedrijventerreinen bieden ruimte voor lokale startende en groeiende MKB bedrijven. ^ De bedrijventerreinen en centra hebben een groene en klimaatbestendige inrichting. ^

4.5.2 Onze doelstellingen We willen dat de centra van Kaatsheuvel en Loon op Zand een belangrijke rol blijven spelen in de dorpen. We beseffen dat de centra belangrijk zijn in de leefbaarheid, de ontmoeting en de identiteit binnen de dorpen. We verwachten dat de terug­ loop in het aantal winkels zal doorzetten en we de centra anders moeten inzetten om ze die centrale rol te laten houden. Tegelijk hebben we te maken met een ouder wor­ dende bevolking. Voor hen en andere minder mo­ biele groepen is het prettig als winkels echter niet te ver uiteen liggen. Daarom zetten we ook in de toekomst in op het zo compact mogelijk aanbieden van (een groot deel van) de winkels.

57

hr:':f —' 'sSļV l'\

Sàsř^'

v

'

V

fv'S-

-H

•'-fc’ifcüü

Afbeelding 23. Voorbeelden van woningen in een groene omgeving.

Daarnaast zetten we in op recreatief aantrek­ kelijke centra, die wandelend en per fiets goed bereikbaar zijn. Daarvoor zetten we in op een inrichting die meer gericht zal zijn op verblijf en autoluwer zal zijn. Zonder de bereikbaarheid te verminderen en door slim om te gaan met parkeermogelijkheden. Om het bezoek van de centra te stimuleren, willen we meer groen realiseren, ma­ ken we het eenvoudiger om evenementen te or­ ganiseren en maken we nieuwe functies mogelijk. On ze doelen voor de toekomst zijn: ^ Het compact houden van het winkelgebied ^ Een mix aan functies in het centrumgebied om het verblijf aantrekkelijker te maken ^ Een groene klimaatadaptieve inrichting van de openbare ruimte ^ Ruimte voor lokale (startende en groeiende) bedrij­ ven blijven bieden

4.5.3 Oplossingsrichtingen en beleidskeuzes Hieronder geven we voor elke doelstelling aan wat onze oplossingsrichtingen of beleidskeuzes zijn. Het compact houden van het winkelgebied In Loon op Zand beschikken we over een boodschappencentrum en Kaatsheuvel over een bood­ schappen plus centrum. Naast een goed aan­ bod aan dagelijkse winkelvoorzieningen hebben we hier ook een winkels voor de niet dagelijkse voorzieningen (boodschappen plus). We besef­ fen dat de kracht van deze centra is dat bezoe­ kers eenvoudig meerdere boodschappen tegelijk kunnen doen (combinatiebezoek), zeker voor min­ der mobiele groepen. Hoewel winkels niet snel verhuizen, kunnen aantrekkelijke centrale plek­

ken in het winkelgebied toch een trigger zijn voor minder centraal gelegen winkels om te verhuizen. Daarom zetten we in op het compact houden van de winkelgebieden. Een mix aan functies Om de centrale rol van de centra verder uit te bou­ wen kiezen we voor het toelaten van een mix aan functies. Naast winkelen, kunnen horeca, maat­ schappelijke voorzieningen en andere bezoekfuncties een plaats krijgen. We zijn ervan overtuigd dat voor een sterke sociale cohesie in de toekomst de binding met het dorp groot moet zijn en dit kunnen we realiseren als mensen trots zijn op het dorp, zich goed vermaken en sociale contacten opdoen. Omdat automatische verbanden zoals via de kerk of verenigingen in de loop van de tijd zijn afge­ nomen, dienen andere ontmoetingen ervoor in de plaats te komen. De centra zijn daarvoor in onze ogen cruciaal. We zullen ook het organiseren van activiteiten en evenementen eenvoudig maken en ruimte maken voor andere bezoekfuncties, zoals horeca, een (apart)hotel, sportschool, dienstverle­ ners of maatschappelijk functies, mits inpasbaar qua verkeersaantrekkende werking. Een groene klimaatadaptieve inrichting van de openbare ruimte Om de centrale rol van het centrum verder uit te bouwen zetten we in op een betere inrichting van de openbare ruimte. Door klimaatverandering en onze vergrijzende bevolking kiezen we voor een groene klimaatadaptieve inrichting.

Zie ook “5.1 Centrum Kaatsheuvel” op pagina 71 en “5.2 Centrum Loon op Zand” op pagina 73.

59

;Vnte' beàj W

Ruimte voor lokale (startende en groeiende) bedrijven blijven bieden We zitten als gemeente ‘op slot’ voor wat betreft bedrijventerreinen. Naast enige uitbreiding van het bedrijvenpark Kaatsheuvel zien we in de toekomst geen verdere uitbreidingsmogelijkheden. Daarom zetten we vol in op herstructurering en transforma­ tie waar de kans zich voordoet. We streven naar een maximale omvang van bedrijven en eerder naar schaalverkleining van bedrijfspercelen dan naar het samenvoegen ervan voor de uitbreiding van bestaande bedrijven. We beseffen dat de stap van klein opstartend bedrijf naar een locatie op een bedrijventerrein niet te groot moet zijn. Alleen dan voorkomen we dat startende bedrijven wor­ den geremd in hun groei of op ongewenste plek­ ken groeien. Waar mogelijk maken we vrijkomen­ de locaties op bedrijventerreinen geschikt voor meerdere kleinere bedrijven en combineren we

dat met maatregelen om de bedrijventerreinen te vergroenen en klimaatbestendige maatregelen te nemen. Voor groeiende grotere bedrijven zoeken we de samenwerking in de regio. Ons doel is om een goede aansluiting te maken met de ontwikkelmogelijkheden van bedrijven. De overgang van ‘bedrijf aan huis’ naar kleine be­ drijfslocatie, naar middelgrote en grote bedrijfslo­ caties moet eenvoudig te maken zijn. We willen bedrijven aan huis niet laten groeien, maar juist alternatieven bieden om toekomstige overlast te voorkomen. Daartoe bieden we als gemeente voor een deel van bedrijven locaties op vrijkomende er­ ven in het buitengebied aan, maar streven we naar passende locaties op bedrijventerreinen door her­ structurering en transformatie. 61

Afbeelding 25. De overgang van ‘bedrijf aan huis’ naar kleine bedrijfslocatie, naar middelgrote en grote bedrijfslocaties

•ŕíňï.

Langstraat Multifunctioneel landschap

İ:!|İ;SSS« Ontginningen

!Iİ««1 Recreatieve knopen

Multifunctionele dorpslinten

SSSSS

^ŞĪsllijįSsl '*v,v _______ m

KAATSHEUVEL

Versterken recreatieve verbindingen

Agrarisch buitengebied met evenwichtig watersysteem

Wii: mm mmmmWmmm 1İ1İÄİİİİI

mms vÄ;!v.

Versterken bufferzone

3

v

Verdroging tegen gaan

WMmm íísssssss íxÿíÄřÿňWíŕ; Herstel historische kwaliteiten

•:ŴŶ: Ecologische verbinding

DE MOER

De Brand

'MWmmmm

LOONQP ZAND

SS Huis ter Heide

Sí*:*:*:

v.v.;.

Herstel historisch watersysteem

įįiŞi Beschermen natuur kwaliteit extensief recreatief medegebruik

«lil!

Afbeelding 26. Keuzes voor het buitengebied

iišilš SS*:

Ecologische verbinding

4.6 All-inclusive landschap 4.6.1 Onze visie In de toekomst willen we in ons buitengebied ro­ buuste natuurgebieden met een hoge biodiversi­ teit en een sterk authentiek landschap. De tegen­ stellingen tussen natuurgebieden en agrarische gebieden willen we opheffen. Onze ambitie is daarnaast een sterke agrarische sector, die een rol heeft in het beheer van het landelijk gebied. We willen tenslotte dat ons landschap klimaatadaptief is en periodes van droogte en hevige re­ genval kan opvangen. Kortom, we streven naar een landschap, dat authentiek oogt en zowel eco­ nomisch als ecologisch robuust is. Met een knip­ oog naar de vele recreatieve kansen die dit biedt, noemen we dit een ‘all-inclusive landschap’.. On ze doelen voor de toekomst zijn: - we hebben robuuste natuurgebieden met extensief recreatief medegebruik en een grote biodiversiteit - we hebben een uniek en authentiek landschap met ruimte voor nieuwe functies - we zijn ingespeeld op veranderingen in het klimaat en vangen zo periodes van droogte en van hevige regenval op

4.6.2 Onze doelstellingen We willen de kwetsbaarheid van onze natuur­ gebieden verkleinen en de negatieve invloeden op het milieu vanuit verkeer, geluid en recreatie verminderen. We willen de ecologische kwalitei­ ten van de natuurgebieden versterken en voor­ komen dat de natuurgebieden verder verdrogen. Nagenoeg alle inwoners zijn het erover eens dat de gemeente Loon op Zand over een bijzonder en waardevol landschap beschikt. Veel mensen wil­ len dat er veel aan wordt gedaan om deze kwaliteit goed te houden en te verbeteren. Ook vinden veel mensen dat de landbouw een belangrijke functie heeft in het agrarisch cultuurlandschap. Om de recreatieve druk op natuurgebieden te ver­ kleinen willen we meer aantrekkelijke plekken voor recreatie creëren in het landelijke gebied. We om­ armen de plannen die er zijn, zoals Plantloon en Landschapspark Pauwels om te investeren in het landschap. Om in te spelen op klimaatverandering willen we terug naar een (meer) natuurlijk watersysteem en gebiedseigen water beter vasthouden tegen verdroging.

63

a.yn M:« iÄ# J? -— ;v-ť _« . .

"4»” vV J

we?*

kA'** . ,f. iįļ

-

ÌSSBŜ . VJĚ’àĻF

mm

5^

I -

-

lis4 «teaft

■SKKİ-:

5*» ■ī »

r á:

i ż\

Onze doelstellingen zijn: * Zorgen voor een goede balans tussen natuur ^ landschap en de economische functies in het

landelijke gebied *

Opheffen van barrières in het (regionale)

* *

natuurnetwerk Investeren in een authentiek landschap Beschermen en beleefbaar maken van het ge­ meentelijk erfgoed

* *

Inzetten op een natuurlijk watersysteem Toelaten van nieuwe economische dragers voor een gezonde plattelandseconomie

4.6.3 Oplossingsrichtingen en beleidskeuzes Hieronder geven we voor elke doelstelling aan wat onze oplossingsrichtingen of beleidskeuzes zijn. Een goede balans tussen natuur & landschap en de economische functies in het landelijk gebied Veel inwoners vinden dat er een balans moet zijn tussen natuur & landschap en de economische functies in het landelijk gebied. Zo zijn we tot een zonering gekomen in het landelijk gebied van de gemeente Loon op Zand: ^ Een zone met daarin de natuurgebieden Loonse en Drunense Duinen en Huis ter Heide. Hier ligt het accent op het beschermen van de kwaliteit van de natuur met extensief recreatief medegebruik. Doel is om de recrea­ tieve druk te verlagen. ^ Een zone rondom de natuurgebieden, die als buffer kan fungeren voor de natuurgebieden. Doel is hier om het landschap te versterken, de biodiversiteit te verhogen aanvullend op de natuurgebieden, het opzetten van vasthouden

van water (ter verkleining van de verdroging van de natuurgebieden). In deze zone wil­ len we de rust bewaren, maar de beleving en recreatief medegebruik mogelijk maken. ^ Multifunctioneel landschap. Dit gaat over het hele gebied van landschapspark Pauwels en ten noorden van de Loonse- en Drunense Duinen het gebied van Plantloon. Daarbinnen zetten we in op het versterken van het land­ schap, het planten van bossen en nieuwe (recreatieve) functies mogelijk maken op vrij­ komende erven. We streven hier naar een blij­ vend sterke rol voor de landbouw. Met nieuwe verdienmodellen willen we de landbouw een rol geven in het beheren van het landschap. ^ Agrarisch buitengebied met een evenwichtig watersysteem. Een deel van het buitenge­ bied valt buiten landschapspark Pauwels, met name het gebied ten westen van De Moer en Kaatsheuvel. Hier ligt een voornamelijk agrarisch buitengebied. Dit is van oorsprong een nat gebied, dat sterk ontwaterd is. Het verbeteren van het watersysteem om water langer vast te houden is hier de belangrijkste opgave, naast het ontwikkelen van duurzame landbouw. Lees meer over deze zonering in “5.3 Zonering buitengebied” op pagina 75. Opheffen van barrières in het (regionale) natuurnetwerk We willen de verbindingen tussen natuurgebieden verbeteren.

Dat zijn brede zones die gericht zijn op extensief gebruik, versterken van het landschap en opheffen van barrières over wegen. We willen met onze ecologische verbindingen aanhaken op

65

Afbeelding 27. Masterplan Pauwels (bron: Strootman Landschapsarchitecten)

66

regionale initiatieven om natuurgebieden beter op elkaar aan te laten sluiten en de kwaliteiten te beschermen en verbeteren. Belangrijkste zones liggen tussen Loonse en Drunense Duinen en Huis ter Heide in een brede zone over de N-weg. Daarnaast kunnen we kleine verbindingen aan­ wijzen langs de Blauwloop en ten westen van De Moer. Investeren in een authentiek landschap We hebben een uniek landschap met veel vari­ atie, bijzondere historische elementen en enkele hoogwaardige natuurgebieden. Een aantal van de historische kenmerken in het landschap en histo­ rische elementen zeggen iets over de oorsprong en historische opbouw van het gebied. We willen de kenmerken van de verschillende landschap­

pen beschermen, zoals de bomenlanen, hout­ wallen, houtsingels, vennen en bossen in het zandlandschap en de bomenlanen, houtsingels, de kenmerkende verkaveling, het slotenpatronen en de zichtlijnen in de jonge ontginningen en het slagenlandschap. Beschermen en beleefbaar maken van het gemeentelijk erfgoed Binnen de gemeente komt veel erfgoed voor. We kiezen ervoor om cultuurhistorisch erfgoed beter beleefbaar te maken en beter te beschermen. Het zijn heel verschillende elementen, die juist in sa­ menhang een verhaal vertellen van de ontstaans­ geschiedenis van onze gemeente. We willen nieu­ we ontwikkelingen benutten om elementen beter beleefbaar te maken en de essentiële kwaliteiten te beschermen.

Een aantal verhaallijnen, die we willen bescher­ men zijn de volgende: ^ Leer- en schoenenindustrie. Na de komst van de kunstmest kon een deel van de landbouw in de gemeente haar hoofd niet meer boven water houden. Binnen de gemeente kwam toen de leer- en schoenenindustrie op. Meerdere panden (er is veel verdwenen) in Kaatsheuvel en Loon op Zand herinneren aan deze tijd. ^ De turfgeschiedenis. Ongeveer eenderde van de gemeente is ontstaan uit de turfwinning en daarmee is dit een bijzonder bepalend feno­ meen. Enkele landschappen herinneren door de smalle verkavelingen en de sloten nog aan de turfwinning. In die gebieden ontstonden als gevolg van de turfwinning en daaropvolgende ontginning voor de landbouw de typische bebouwingslinten met diverse monumentale panden. Ook de (restanten van de) turfvaart horen bij deze geschiedenis. ^ De zandverstuivingen. Nu bieden de Loonse en Drunende duinen een uniek natuurgebied, ooit was het stuivende zand een natuurramp. De verdwenen dorpen (Venloon, Efteling, Land van Kleef) met de vindplaats van een oude kerk zijn hier onderdeel van. ^ Oorlogsgeschiedenis. Meerdere malen in de tijd had de gemeente Loon op Zand te maken met oorlog. Lange tijd lag de gemeente op de grens tussen Brabant en Holland. ^ Het Witte Kasteel.

Het kasteel met de gracht, de omliggende akkers, de historische Maliebaan en het omliggende hoevenlandschap zijn een samenhangend ensemble die niet alleen het kasteel beschermen maar het kasteel ook in zijn historische context beleefbaar houdt.

Onze lijn met cultuurhistorisch waardevolle ele­ menten wordt als volgt: ^ Beschermen van de monumenten en elemen­ ten met een hoge cultuurhistorische waarde. ^ Het integreren van cultuurhistorische eigen­ schappen en kwaliteiten van een plek in een nieuw ontwerp. ^ Het herkenbaar houden of maken van ele­ menten, die met een historische verhaallijn of de essentiële kenmerken uit het landschap te maken hebben. Nieuwe ontwikkelingen toetsen we op de wijze waarop het iets met de historische waarde heeft gedaan. Zie ook “Neerzetten van historische verhaallijnen” op pagina 45. Herstel natuurlijk watersysteem In de loop van de tijd is overal gewerkt aan het aanpassen van het watersysteem ten behoeve van een optimale landbouwproductie. Met de kli­ maatverandering verandert die situatie, omdat we te maken hebben met heviger neerslag enerzijds en de steeds langere periodes van warmte en droogte anderzijds. Om verdroging tegen te gaan moeten we meer water vasthouden wanneer dat valt. Op een aantal plekken in Loon op Zand lig­ gen kansen om het historische watersysteem te versterken en meer water vast te houden in ons gebied. Daarmee willen we voorkomen dat er in periodes met weinig regenval kans ontstaat op verdroging en natuurbranden en zorgen we dat hevige buien beter kunnen worden opgevangen. Op deze manier werken we aan een klimaatbestendig buitengebied, waarmee we bovendien de

67

68

kwaliteit van de natuur versterken. Om dit te berei­ ken zetten we in op een vijftrapsstrategie: ^ We zetten we in op een hoger grondwa­ terpeil aan de randen van verdroogde natuurgebieden. ^ We versterken de sponswerking van de bodem. Door meer gebruik van organische stof houdt een bodem het water beter vast. We willen met onze maatschappelijke part­ ners werken aan betere verdienmodellen voor grondeigenaren om het organische stofgehalte te verhogen. ^ Herstel van de Blauwloop, waarmee we het water in het gebied beter kunnen vasthouden. Daarvoor is het nodig om water vanuit de ri­ oolwaterzuiveringsinstallatie, dat nu richting de Zandleij stroomt af te buigen richting de oude loop van de Blauwloop. Daarvoor dient eerst de kwaliteit van het water te worden verbeterd. ^ Waterinlaten vanuit het industriegebied in de richting van De Moer. Bijzondere kans ligt er bij bedrijven in Tilburg-Noord en Dongen (o.a. Coca-Cola) die veel spoelwater gebruiken. • Vasthouden van water door herstel van oude landschapsstructuren of elementen. Een voor­ beeld is het herstel van het slotenpatroon in de strokenverkaveling langs de Zuidhollandsedijk. In het zandlandschap kunnen oude vennen in het landschap weer open gemaakt worden, zodat water kan infiltreren. Een gezonde plattelandseconomie Onze samenleving wordt mobieler en diverser.

De dynamiek in onze samenleving komt tot uiting in onze manier van leven, recreëren, wonen en wer­ ken. We kiezen ervoor dat elk vrijgekomen erf in het landelijk gebied kan worden ingezet voor een bedrijfsmatige of recreatieve functie. Onder vrij­

gekomen erven verstaan we zowel erven, waar­ van de agrarische functie wordt beëindigd als die waarvan de agrarische functie in het verleden is beëindigd of waar een andere bedrijfsmatige func­ tie gevestigd is geweest. Relevant hierbij is dat de hoeveelheid bebouwing in de toekomst niet verder toeneemt. We willen wel een vitaal platteland met gemengde functies, maar in grote delen van ons buitengebied is verdergaande verstedelijking geen wens. De landbouw wordt in Loon op Zand gekoesterd. We geven agrarische bedrijven ruimte voor ont­ wikkeling, maar willen tegelijk de kwaliteit van de natuur versterken. Daarom stimuleren we vormen van kringlooplandbouw en natuurinclusieve land­ bouw. Als agrarische bedrijven ruimte nodig heb­ ben voor ontwikkelingen die bijdragen aan een verdere verduurzaming van het bedrijf, dan willen we dat mogelijk maken. Het kan daarbij ook gaan om verbrede landbouw, waarbij een ander bedrijf wordt gecombineerd met het agrarische bedrijf (zoals een zorgboerderij, verkoop aan huis of een agrarisch verwant bedrijf). Opgave is om tot aller­ lei verdienmodellen te komen, die bijdragen aan een meer duurzame en natuurinclusieve ontwikke­ ling van de landbouwbedrijven. Daarnaast liggen er kansen voor een brede plattelandseconomie in combinatie met recreatie.

De mogelijkheden voor een gezonde plattelandseconomie werken we per deelgebied uit in “5.3 Zonering buitengebied” op pagina 75. Bij het hergebruik van vrijkomende agrarische be­ bouwing sturen we op de effecten van de nieuwe functie en op de kwaliteit van het plan. We gaan derhalve minder sturen op de functie zelf, maar stellen wel een grens. Voor bedrijven die qua mi-

lieu of verkeeraantrekkende werking veel invloed hebben op hun omgeving zijn we terughoudend. Voorbeelden zijn: zwaardere categorieën, garage­ bedrijven, autobedrijven, transportbedrijven of de meeste vormen van detailhandel. Beperkingen voor het hergebruik Voor hergebruik van vrijkomende erven in het lan­ delijk gebied blijven op basis van de gebiedsdoelen die we stellen enkele beperkingen gelden. We willen niet dat bestaande bedrijven hinder onder­ vinden van nieuwe functies. Als een gebouw dicht bij een actief agrarisch bedrijf ligt, kan het zijn dat daar geen woningen of andere gevoelige functies in kunnen komen. ^ We willen geen al te zware bedrijvigheid in het buitengebied faciliteren. Als grens houden we aan dat het moet gaan om bedrijven in de categorie 1 en 2 of categorie 3.1 voor zover deze bedrijven qua milieueffect vergelijkbaar zijn met categorie 2 bedrijven (VNG bedrijven en milieuzonering). ^ We hanteren een sloopvereiste wanneer de functieverandering het realiseren van wonin­ gen of recreatie betreft en de stallen daarvoor niet worden gebruikt. Voor het gebruik van oude stallen voor nieuwe functies gaan we uit van de benodigde ruimte. Het huidige beleid van de gemeente gaat uit van 400 m2 gebruik voor een niet-agrarische functie. Bij gebruik van meer stalruimte geldt een investering in het landschap. Voor opslagfuncties geldt dat niet.

• Er mag alleen detailhandel worden gevestigd als dit een relatie heeft met het buitengebied. • Bij hergebruik ten behoeve van wonen stellen we afhankelijk van het gebied een maximum in. In theorie kan hergebruik zonder sloopeisen

leiden tot kleine woningclusters en dat is niet de bedoeling, omdat dit (op zichzelf of cumula­ tief) strijdig kan zijn met de aanwezige gebiedskwaliteiten. Daarom stellen we per gebied een maximum aantal woningen per bouwblok in. In het algemeen geldt: ^ In het buitengebied met bijzondere waarden willen we ontstening stimuleren als onder­ deel van de maatschappelijke investering: maximaal 1 ‘ruimte voor ruimte’ woning bij het slopen van stallen. ^ In het multifunctioneel platteland kunnen per voormalig agrarisch bouwblok meerdere wo­ ningen worden gebouwd, waarbij per woning minimaal 1.000 m2 aan bebouwing gesloopt wordt tot een maximum van 3 eenheden. Bij geclusterde woonvormen wordt gestuurd op het bestaande oppervlakte tot een maximum van 2.500 m3. ^ Voor de bebouwingslinten wordt een apart kader opgesteld. Hier komt woningbouw los te staan van de oppervlakte stallen.

69

mmzmmwm

5

— — - Centrumgebied

P ‘4 Compact winkelgebied

■UI; i r T-

fŜĒJSpSĥhií

Afbeelding 28. Zonering centrum Kaatsheuvel

# Multifuntioneel centrumgebied Groen evenementen- en horecaplein Herstructureringsgebied Groene overgang centrum en bedrijventerrein uitbereiding compact winkelgebied Q '

Centrumparkeren aan de randen Zoekgebied centrumparkeren aan de randen

5 Gebiedsgerichte uitwerking 5.1 Centrum Kaatsheuvel Om een samenhangende inrichting te creëren in het toekomstige centrum van Kaatsheuvel kiezen we voor de volgende koers. 5.1.1 Centrumgebied met compact winkelgebied We wijzen een gebied aan als ‘centrumgebied’, waar we kiezen voor een samenhangende her­ kenbare en aantrekkelijke inrichting, met het ac­ cent op de toegankelijkheid voor wandelaars en fietsers. In dit centrumgebied kiezen we voor de volgende uitgangspunten: ^ Een compact gebied dat gericht is op winkels. Dit gebied strekt zich nu uit over de Hoofdstraat van de Sprangsestraat aan de oostzijde tot de Jan de Rooijstraat aan de westzijde. Als de kansen zich voordoen kiezen we ervoor het winkelgebied compacter te maken. ^ Een ruime centrumzone waarin andere bezoekfuncties zich kunnen vestigen. Daarmee ontstaat een multifunctioneel centrumgebied met winkels in het hart ervan. Het ruimere centrumgebied bestaat uit de Peperstraat, het Anton Pieckplein en op termijn mogelijk een zone rond de Poolsestraat en het oostelijke deel van de Hoofdstraat. (zie ook: “Afbeelding 28. Zonering centrum Kaatsheuvel” op pagina 70) ^ Voor nieuwe woonbebouwing in het gebied wordt gekozen voor een mix aan woningtypes en doelgroepen, maar is er in elk geval ruimte

voor kleinere huishoudens en senioren en (an­ dere) aandachtsgroepen op de woningmarkt. Het woningbouwprogramma geeft hier sturing aan. 5.1.2 Herstructurering en transformatiegebied ten noorden van de Hoofdstraat Binnen de ruime centrumzone wijzen we een ge­ bied aan voor herstructurering en transformatie. Voor het hele gebied tussen Hoofdstraat, Jan de Rooijstraat, Schotsestraat en Sprangsestraat wordt ingezet op een vergaande herstructurering en transformatie met als doel hier een volwaar­ dig, multifunctioneel centrumgebied te maken. Het toevoegen van nieuwe woningen is daarbij een wezenlijke voorwaarde om tot een kwalita­ tief hoogwaardig en leefbaar gebied te komen, dat bijdraagt aan de opgaven waar de gemeente voor staat (woningbehoefte, klimaatverandering, versterken gezondheid). Deze noordflank van het centrum wordt dus een gebied voor zowel bezoe­ kers als nieuwe bewoners. Het gebied zal in onze visie meerdere functies be­ vatten. Zowel woningbouw, centrumvoorzieningen en parkeren maken deel uit van de nieuwe inde­ ling, met aandacht voor groen en water. Door de ligging van het gebied tegen het cen­ trum kiezen we hier voor het bouwen van wonin­ gen in een centrumdorpse dichtheid en een mix van types én in een mix van prijsklassen. Bij het

ĮiļW'-

ïfļ Ū ĥ ^ ^

72

til AN IE

Samenhangend centrumgebied Verblijfsgebied met samenhangende inrichting Evenementen terrein Winkel- en recreatiefunctie Maatschappelijke en/of commerciële functie

I

I

Horecafunctie Verblijfspleinen

Afbeelding 29. Zonering centrum Loon op Zand

aanbod van woningen is er in elk geval ruimte voor kleinere huishoudens (waaronder senioren). Centrumdorps wonen betekent wonen in een wat hogere dichtheid. Ook de bouwhoogte kan wat groter zijn dan elders in Kaatsheuvel. Voor Kaatsheuvel kiezen we voor een iets stoerder en stedelijker centrumgebied. Tegelijk willen we onze wijken ‘dorps’ houden en geen scherpe contrasten en overgangen creëren. Daarom mag de bebou­ wing in Kaatsheuvel geleidelijk aan hoogte win­ nen in en rond het centrum. De bebouwing kan bestaan uit zelfstandige wooncomplexen of in de vorm van appartementen/studio’s boven commer­ ciële plinten. Wonen in wat hogere dichtheden combineren we met een hoogwaardige openbare ruimte met aan­ dacht voor een groene inrichting (bomen, pocket parks). Daarnaast zetten we ook anderszins in op een klimaatbestendige en groene inrichting, zoals private of collectieve daktuinen (bijvoorbeeld op het dak van onderliggende voorzieningen) of groe­ ne binnenhoven etc. Waar mogelijk wordt met de nieuwe groenstructuur een verbinding gelegd met andere bestaande groenstructuren en wordt een groene overgang gemaakt tussen het ‘centrumge­ bied’ en het bedrijventerrein aan de noordzijde van de Schotsestraat. Het parkeren voor bewoners brengen we waar mogelijk onder buiten het zicht van de dragende openbare ruimten, zoals in (half) verdiepte garages en in parkeerhofjes.

Daarnaast zal het gebied parkeergelegenheid bevatten ten behoeve van centrumbezoekers waarbij we stre­ ven naar een goede ligging, comfort van gebruik en een groene aankleding.

5.2 Centrum Loon op Zand Om een aantrekkelijk dorpshart met ruimte voor diverse functies te creëren in het centrum van Loon op Zand kiezen we voor de volgende koers. We wijzen een gebied aan als ‘centrumgebied’, waar we kiezen voor een samenhangende herken­ bare en aantrekkelijke inrichting, met het accent op de toegankelijkheid voor wandelaars en fietsers. Het centrum blijft echter een belangrijke schakel in de ontsluiting van Loon op Zand. Autoverkeer blijft daarom welkom. De inrichting moet langzaam rijden faciliteren en de juiste parkeervoorzieningen moeten een deel van het centrumverkeer afvan­ gen. In dit centrumgebied kiezen we voor de vol­ gende uitgangspunten: ^ Ruimte voor winkels. We streven naar een compact aanbod van winkels en reserve­ ren een groot deel van het Oranjeplein voor winkels. ^ De Kerkstraat fungeert als historisch lint en kan verspreid liggende winkels herbergen. We wijzen hier geen nieuwe locaties voor winkels aan, tenzij er geen mogelijkheden in de zone ‘centrumgebied’ zijn. ^ Ruimte voor horeca. Horeca kan zich in het hele centrumgebied vestigen en eventueel ook in de historische aanloopstraat. De am­ bitie is om op termijn horeca te hebben langs het Weteringplein, het Oranjeplein en het Kioskplein. ^ Het gebied rond de huidige Wetering dient een maatschappelijke functie te behouden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=cbf8c2fa-8bef-4e4a-b714-d2b02482fa82