CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Ontwerp Omgevingsvisie Loon op Zand 2040 Gecomprimeerd (ter informatie)

Raadsvergadering 20 juni 2024, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over vaststelling 'Nota zienswijzen en aanpassingen' en gewijzigde vaststelling 'Omgevingsvisie Loon op Zand 2040' (Bespreekstuk)24.100 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

V

lo/'/tad om lond

gemeente

Loon op Zand

Ontwerp omgevingsvisie 2040 | Loon op Zand

2

Loon op Zand

Op weg naar de Omgevingsuiet

Laatst gewijzigd: 05/12/2023 LOS stadomland B.V. Nieuwe Linie 1-3, 5264 PJ Vught

Gemeente Loon op Zand Anton Pieckplein 1,5171 CV, Kaatsheuvel

Tel: 073 - 7113770 info@losstadomland.nl www.losstadomland.nl

Tel: 0416 - 289111 info@loonopzand.nl www.loonopzand.nl

Inhoudsopgave 1

Onze ambities samengevat

5

1.1 1.2

Wat is ons vertrekpunt? Waar gaan we naartoe?

5 7

2

Toelichting op de Omgevingsvisie

11

2.1 2.2 2.3 2.4

Waarom een omgevingsvisie? Aanpak voor de omgevingsvisie Het doorlopen proces Leeswijzer

11 12 12 13

3

Onze opgaven

15

3.1 3.2 3.3 3.4

Trends en ontwikkelingen Maatschappelijke opgaven Regionaal of bovenlokaal beleid bij de om Kwaliteiten van onze gemeente

15 17 18 19

svisie

4

De visie

29

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Duurzame groene dorpen Recreatief profiel verbreden: harmonie en plezierzoekers Iedereen doet op eigen kracht mee Slim bereikbaar Toekomstbestendige centra en bedrijventerreinen All-inclusive landschap

31 41 47 53 57 63

5

Gebiedsgerichte uitwerking

71

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

Centrum Kaatsheuvel Centrum Loon op Zand Zonering buitengebied De bebouwingslinten Mogelijke uitbreidingsrichtingen van de dorpskernen

71 73 75 77 93

6

Bijlage

100

6.1

kenmerken bebouwingslinten buitengebied

100

's-Hertogenbosch Waalwijk

Heusden

Loon op

Breda .Oisterwijk Goirte

Baarie-Nassau

Afbeelding 1. Ligging regio Hart van Brabant

Eindhoven

1 Onze ambities samengevat Voor u ligt de ontwerp omgevingsvisie voor de ge­ meente Loon op Zand. In de omgevingsvisie staan de hoofddoelen en ambities die we als gemeente tot 2040 in de fysieke leefomgeving nastreven. Daarnaast vindt u de hoofdlijnen van het beleid waarmee we de ambities willen halen. Met deze visie zetten we dus de koers uit voor de lange(re) termijn. Een koers waarmee we antwoord geven op de dynamiek in onze samenleving en de trends die op ons afkomen. Maar ook een koers die de kwaliteiten en kenmerken binnen onze gemeente beschermt. Hoe gaan onze woonwijken, dorpsker­ nen, bedrijventerreinen en buitengebieden eruit­ zien in 2040? Waar komen woningen voor starters of senioren? Hoe zorgen we voor mooi groen in de wijk? Voor gezellige winkelstraten? Hoe behouden we de dorpse sfeer? Hoe behouden we ons prach­ tige buitengebied?

1.1 Wat is ons vertrekpunt? Uit het participatietraject kwam naar voren dat veel inwoners Loon op Zand zien als een recreatieve groene gemeente en als gemeente met een sterke sociale cohesie, waar zij heerlijk en rustig kunnen wonen. Inwoners zijn trots op de kwaliteiten die de gemeente heeft en de identiteit als recreatieve gemeente. Veel inwoners beseffen dat je in een klein gebied niet alles kunt hebben en dat keuzes nodig zijn. Veel inwoners zijn zich bewust dat de gemeente Loon op Zand in een dynamisch gebied ligt met veel werkgelegenheid, recreatie en een

hoge druk op het woningaanbod. Gecombineerd met de ligging tussen bijzondere natuurgebieden is het nodig om keuzes te maken voor de toekomst en een eigen positie in te nemen in het regionale krachtenveld. Ons vertrekpunt voor de visie zijn ook de talloze trends en ontwikkelingen die op ons inwerken. Een overzicht daarvan staat in de uitgangspuntennoti­ tie, maar een paar opvallende lichten we hier nog even uit: de veranderende bevolkingssamenstel­ ling, toenemende zorgvraag, klimaatverandering en technologische veranderingen. Deze trends vragen veel van ons als gemeente, maar bieden ook nieuwe kansen, die we in de fysieke leefom­ geving terug willen laten komen.

De Toekomstagenda Eerder hebben de Toekomstmakers - in­ woners van de gemeente - in groepen nage­ dacht over hoe de gemeente er anno 2030 uit zou moeten zien. Zij hebben samen de toekomstagenda opgesteld waarin veel on­ derwerpen aan bod komen die ook binnen de omgevingsvisie passen. Het is daarmee een belangrijk document waar we ook ge­ durende het proces van de omgevingsvisie uit kunnen putten. Belangrijke opgaven uit de Toekomstagenda die terugkomen in de omgevingsvisie gaan onder andere over de na­ tuur, duurzaamheid en de economie.

5

w*y*

WS^-3

A i- -

v - -.

ùV 'Ah J&V.

•Vįfii'.

■j.‘*ř-’-"ś-

Wííiå "m

'ŵíí

fera

Z «•îŕ,

, w“ŭ-S-r^

IIÏI

ŠĒ,'- -ví-"*

y'« *

0^(•iri*'

-■ÌT9-

- a-w.--* -V

ŕ-iV-řj

Rtf

•riiri

*T'

įSjŴSüeīr

«

Ć5.ÌÁ .«U^;Vţ

S&ĄSfe

■rtįŴţi

ÍI?tss i' --

ŬSŕ^.

-V',

.

iň ,_i... - ;T-' f&itį****?

mm

.-ŕ-l.i.

ŞŞŞJİ3

JET-V izL: -r. ĩ : '.CT

■•■- r-

1.2 Waar gaan we naartoe? Vanuit een hoge druk naar vernieuwing We willen toe naar een gemeente waar in de toe­ komst alle inwoners een goede woonplek kunnen vinden en mee kunnen doen aan de samenleving. Dat vraagt veel van ons woningaanbod en de ver­ deling van het woningaanbod over de dorpen en wijken. Het vraagt ook veel van onze openbare ruimte en accommodaties. Het aantal ouderen en inwoners met een zorgvraag gaat toenemen en als we beroep willen doen op de zelfredzaamheid van onze inwoners moet de sociale cohesie ver­ der worden versterkt. De druk op de woningmarkt is hoog. Daardoor is het voor sommige groepen, waaronder starters of mensen met een kleiner budget lastig om een woning te bemachtigen. Omdat de ruimte in onze gemeente schaars is, kunnen we geen grote uit­ breidingswijken realiseren. We zullen daarom ook slimmer om moeten gaan met de ruimte binnen de bebouwde kom en daar tot vernieuwing van de woningvoorraad moeten komen. We willen een recreatieve gemeente blijven en dit het liefst nog versterken. Maar we willen geen extra druk op ons wegennet en onze natuur. Dat vraagt veel aandacht voor de mobiliteit en bereik­ baarheid van onze gemeente. Het feit dat we geen treinstation hebben, maar wel veel bezoekers, is een knelpunt. Daardoor zijn wij bij uitstek een ge­ meente die kan experimenteren met nieuwe vor­ men van vervoer.

We willen de natuur versterken en de nadelen van verdroging en overbelasting tegengaan. De regio kent een hoge stedelijke druk, in combinatie met een van de meest bijzondere natuurgebied van Nederland. Dat geeft kansen om tot een groot­ schalige versterking van het landschap te komen. Een landschap waar allerlei functies een rol spe­ len en een bijdrage leveren. We kiezen voor een sterk recreatief profiel, het versterken en benutten van onze landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten en het toekomstbestendig maken van onze woonwijken en dorpen. Vanuit een hoge druk op de ruimte komen we tot vernieu­ wing! Om dit te bereiken hebben we zes speer­ punten uitgewerkt. In 2040 zijn we een groene recreatieve woongemeente. De leefomgeving in Loon op Zand zal er in grote lijnen als volgt uitzien: Speerpunt 1: In 2040 hebben we duurzame groene dorpen Onze ambitie is om de groene kwaliteit van ons buitengebied terug te laten komen in onze wijken en in de centra. We streven naar veel groen van een hoge kwaliteit. Bovendien willen we dat in 2040 een groot deel van onze wijken energieneutraal en klimaatadaptief zijn. Ook willen we dat we wijken sociaal in balans zijn. We willen het soms gelijksoortige woningaanbod flexibeler maken, zodat de grotere mix aan doel­ groepen ook op lange termijn een goede woning kan vinden op een plek waar de sociale netwer­ ken het grootst zijn.

Daarbij kiezen we in de eerste plaats voor herstructurering binnen de bebouwde kom waar dat kan en daarna voor uitbreiding wan­ neer dat nodig is.

centra recreatief profielverbreden:

harmonie- å

plezierzoekers

iedereen doet mee all-inclusive landschap slimme

bereikbaarheid Afbeelding 2. Speerpunten Loon op Zand

Speerpunt 2: Recreatief profiel verbreden: harmonie en plezier Onze ambitie is om het recreatief aanbod te ver­ sterken en te verbreden. Zo dragen wij bij aan de provinciale en regionale doelstelling om met de regio Midden-Brabant koploper te worden in re­ creatie voor families. We zien vooral groeikansen vanuit de steden in de regio en meerdaags bezoek aan de regio. We kiezen voor een duidelijk eigen profiel gericht op harmonie- en plezierzoekers. Harmoniezoekers zijn recreanten die willen genie­ ten van de rust en natuur. Plezierzoekers maken gebruik van attracties en zijn op zoek naar span­ ning en plezier. We kiezen voor groei als we dit op een duurzame manier en in balans met onze natuurlijke leefomgeving kunnen doen. Speerpunt 3: Iedereen doet op eigen kracht mee We streven ernaar dat iedereen in onze lokale sa­ menleving mee kan doen en, zoals verwoord in onze visie op het sociaal domein, voor het verster­ ken van de gemeenschappen. Die is van oudsher bijzonder sterk, de betrokkenheid van inwoners is groot. Dat zagen we al bij het opstellen van de toekomstvisie en ook weer bij de betrokkenheid bij het opstellen van de omgevingsvisie. Maar so­ ciale cohesie gaat niet vanzelf. De bevolkingssa­ menstelling verandert en oude verbanden worden minder sterk.

In deze visie gaan we in op allerlei nieuwe vormen van ontmoeten, die de sociale co­ hesie ook op lange termijn moet borgen. Speerpunt 4: Slim bereikbaar We willen in 2040 beter bereikbaar zijn en min­ der verkeersdruk ervaren. Door vol in te zetten op slimme oplossingen voor mobiliteit laten we zien dat groei ook kan zonder nieuwe belasting voor de woonomgeving en de natuur.

Speerpunt 5: Toekomstbestendige centra We streven ernaar om onze centra een sterkere rol te geven in de samenleving en de centra te verbinden met de sterke recreatiesector van onze gemeente. De traditionele rol als winkelgebied wordt minder sterk. We zien hierin een kans om de centra op termijn een ander profiel te geven en tegelijk het blijvende aanbod aan winkels sterk te houden. Daar hangt mee samen dat we de centra aantrekkelijker willen maken. Het moet inwoners en recreanten aantrekken en ook een prettige verblijfsplek zijn als in de toekomst het klimaat verder is opgewarmd. Speerpunt 6: All-inclusive landschap Onze ambitie is om de kwaliteit van het landschap en de natuur te versterken en tegelijk ruimte te ge­ ven aan allerlei nieuwe functies die goed passen in het buitengebied. Door deze kwaliteiten en func­ ties optimaal te combineren tot een all inclusive landschap maken we knipoog naar een all inclu­ sieve vakantiereis. We zijn ervan overtuigd dat we met het versterken van het landschap in de ge­ meente ruimte creëren voor allerlei (nieuwe en be­ staande) functies. Ook willen we in dat landschap allerlei doelen combineren. Van waterbeheer, het verhogen van de biodiversiteit tot het zichtbaar en beleefbaar maken van cultuurhistorie. Een all in­ clusive landschap dus.

9

DE DOELEN VAN DE OMGEVINGSWET:

WAAROM MEER MAATWERK EN STUREN OP DOELEN?

De Omgevingswet

kaar te staan. Dat instrument is de omgevingsvisie.

De samenleving verandert en de veranderingen gaan steeds meer in steeds kleinere stapjes. Daarover voert de overheid niet de regie. Zo gaan we bijvoor­ beeld anders werken en verplaatsen we ons anders. Het internetwinkelen neemt in omvang toe en de wo­ ningbouwopgaven veranderen door een combinatie van demografische veranderingen en veranderende leefpatronen. Feitelijk spelen er ontwikkelingen op alle terreinen en deze gaan mede onder door tech­ nologische ontwikkelingen bijzonder snel. Ook de overheid ontwikkelt mee. Er zijn door decentralisa­ ties nieuwe opgaven op de gemeente afgekomen en mede daardoor zullen we met relatief minder geld meer moeten realiseren. Bovendien zijn mensen mondiger geworden en is er meer behoefte aan in­ vloed en verantwoordelijkheidsdeling. Veel redenen dus om meer ruimte te maken voor initiatieven uit de samenleving. Die initiatieven zijn er ook al volop, ook waar ons beleid niet direct een antwoord op heeft of kan hebben. Beleid of acties vanuit de overheid vol­ gen vaak op ontwikkelingen. Omdat nieuwe ideeën

De mens centraal

niet altijd voorspelbaar zijn, is er behoefte aan beleid dat flexibiliteit geeft.

De omgevingsvisie is een nieuw (beleids)instrument, die is geïntroduceerd in de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking zal treden. In de loop van de afgelopen decennia zijn er, met de beste bedoeling­ en, veel regels bijgekomen die moesten zorgen voor een betere veiligheid, gezondheid en kwaliteit van de leefomgeving, maar deze maken samen de ruimte­ lijke ordening niet overzichtelijk. Procedures zijn vaak ingewikkeld en traag en de uitkomsten onzeker. Daar wilde men iets aan doen. De Omgevingswet bundelt en vereenvoudigt de regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving en het omgevingsrecht. Er is sprake van een grote verandering. Tientallen wetten en honderden regelingen voor ruimte, wonen, infra­ structuur, milieu, natuur en water worden geïntegreerd in één wet. Om overzicht te bieden aan burgers en 10

ondernemers en maatwerk mogelijk te maken, dienen gemeenten integraal te werken. De ambities voor de leefomgeving komen daarom in één document bij el­

De Omgevingswet gaat echter verder. Uitgangspunt van de wet is dat er ruimte komt voor ontwikkelingen, maar met borging van kwaliteit. Daarbij komen inwo­ ners, ondernemers en maatschappelijke organisaties meer centraal te staan, gaat de overheid meer sturen op doelen en minder op regels en komt er meer ruim­ te voor maatwerk. Dat vraagt ook aanpassing van de verschillende gemeentelijke instrumenten en proces­ sen. De omgevingsvisie moet een overzicht bieden binnen de doelen van de gemeente.

Blok 1. De doelen van de Omgevingswet.

Blok 2. De achtergronden achter meer maatwerk en het sturen op doelen.

2 Toelichting op de Omgevingsvisie 2.1 Waarom een omgevingsvisie? Een omgevingsvisie is een integrale strategische visie voor de lange termijn voor de fysieke leefom­ geving. Met deze visie zegt de gemeente welke doelen ze voor de lange termijn heeft. Waar willen we woningen bouwen, wanneer willen we energieneutraal zijn en hoe willen we dat het landschap er over 15 jaar uitziet? Een omgevingsvisie is geen concreet plan, het bevat vooral de doelen en ambities die de gemeente heeft en hoogstens de hoofdlijn van het beleid. Maar de visie helpt de ge­ meente wel om alle plannen en het beleid waarin we die doelen uitwerken, samenhangend te ma­ ken. De omgevingsvisie is één van de instrumen­ ten uit de Omgevingswet. Meer informatie over de Omgevingswet is opgenomen in “Blok 1. De doe­ len van de Omgevingswet.” op pagina 10. Hoe werken we de doelen en ambities verder uit? De gemeente werkt de omgevingsvisie uit in (omgevings)programma’s, beleidsdocumenten of in het omgevingsplan. In een omgevingsprogramma staat hoe we bepaalde doelen willen realiseren. In het omgevingsplan worden de doelen vertaald naar regels.

Kan een omgevingsvisie meteen worden uitgevoerd? Een omgevingsvisie kan niet meteen worden uit­ gevoerd. Daarvoor moet de gemeente of iemand anders met een project, de plannen eerst concreter maken. In een omgevingsvisie staan dan ook geen concrete plannen of locaties opgenomen, alleen uitbreidingsrichtingen of ontwikkelmogelijkheden. Moeten inwoners of ondernemers meewerken aan de doelen in de visie? Een omgevingsvisie houdt geen enkele verplich­ ting in voor inwoners of ondernemers. Inwoners en ondernemers hoeven dus niet in actie te komen om de doelen van de gemeente te bereiken, als ze dat niet willen. Bestaande rechten in het be­ stemmingsplan worden door een omgevingsvisie dan ook niet gewijzigd. Een omgevingsvisie is wel bindend voor de gemeente zelf. Als de gemeente een project wil realiseren of een plan van inwoners wil toetsen, moet ze rekening houden met de doe­ len die ze in de omgevingsvisie heeft opgenomen. Als een gemeente wil afwijken van de doelen in de visie zal ze eerst toestemming moeten krijgen van de gemeenteraad.

11

12

Waarvoor gebruikt de gemeente een omgevingsvisie? De gemeente gebruikt de omgevingsvisie om daar­ na concreet beleid te maken, projecten op te star­ ten of om plannen van inwoners en ondernemers te toetsen. Door onze doelen goed op te schrijven, zijn we in staat om meer maatwerk toe te passen en hoeven we minder precieze regels te maken. Op die manier kunnen we op termijn makkelijk met initiatiefnemers meedenken met hun plannen. De reden dat we dat willen hebben we beschreven in “Blok 2. De achtergronden achter meer maat­ werk en het sturen op doelen.” op pagina 10. Om projecten te realiseren die goed passen bij de doelen uit de omgevinsvisie, moet de gemeente (of inwoners die een aanvraag indienen) eerst nog een apart plan maken, bijvoorbeeld voor woning­ bouwlocatie of een nieuw bedrijf in het buitenge­ bied. Voor aanvragen die passen in de visie, maar nog niet in het omgevingsplan zijn goedgekeurd, moet eerst het omgevingsplan worden gewijzigd. Het is niet zo dat een plan op basis van een omgevingsvisie direct zal worden goedgekeurd. In het omgevingsplan zit nog een set aan voorwaarden waaraan initiatieven getoetst moeten worden, zo­ als milieuaspecten, natuur, welstand en dergelijke.

taken, speerpunten van ons beleid of zaken die spelen vanuit algemeen belang, zoals de aanpak van klimaatverandering.

2.3 Het doorlopen proces In april 2022 zijn we in Loon op Zand gestart met het opstellen van de omgevingsvisie. Wij hebben een uitgebreid participatietraject doorlopen om de wensen en ideeën van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties mee te kunnen ne­ men in de visie. Het proces om tot deze visie te komen bestond uit drie hoofdstappen: Het ophalen van vraagstukken Welke trends en ontwikkelingen komen op ons af en welke vraagstukken hebben inwoners, onder­ nemers en maatschappelijke organisaties voor de toekomst? Hiertoe hebben we tussen mei en augustus een interviewronde georganiseerd met beleidsmedewerkers en maatschappelijke organi­ saties en verenigingen. In juni en juli hielden we een online enquête voor inoners, die bijna 500

2.2 Aanpak voor de omgevingsvisie Om (als gemeente) initiatieven in de samenleving te vergemakkelijken wilden we onze doelen en be­ leid eerst afstemmen op de behoefte en de vraag­ stukken die er leven. Maatschappelijke vraagstuk­ ken vormen daarom een belangrijke input. Tegelijk zijn de kwaliteiten in onze leefomgeving natuurlijk ook nog steeds heel belangrijk. Daarnaast vorm­ den de ambities en rol van de overheid een be­ langrijke rol. Denk hierbij ook aan de wettelijke

Visie op hoofd lijnen

Visie op thema's

Visie op gebieden

Afbeelding 3. De opbouw van de omgevingsvisie.

maal is ingevuld. De uitkomst van deze fase was de uitgangspuntennotitie, die in oktober 2022 door de gemeenteraad is vastgesteld.

en ‘dilemma’s’, onderdelen waar een verschil van mening over is. Deze hebben we voorgelegd aan het college en de raad van de gemeente.

De ideeënfase Vanaf oktober zijn we gestart met de ideeënfase, een creatieve fase waarin we antwoorden probeer­ den te vinden op de vraagstukken uit de eerste fase. Na ambtelijke bijeenkomsten organiseerden we in november en december de Omgevings-10daagse. Via een uitgebreide campagne zijn inwo­ ners en organisaties benaderd om deel te nemen aan 1 of meerdere bijeenkomsten. Om zoveel mo­ gelijk doelgroepen te bereiken hebben we meer­ dere middelen ingezet: ^ Themagerichte workshops: Wonen en onze dorpscentra, Het buitengebied, Groene, duurzame en sociale wijken, Recreatie en economie ^ Bewonersavonden in de kernen: Kaatsheuvel, Loon op Zand en De Moer ^ Gesprekken met inwoners op de markt in Loon op Zand en Kaatsheuvel, bij het busstation voor de Efteling, bij de supermarkt en bij de Klussen en Diensten Centrale ^ Naar ouderen én jongeren toe in Buurthuis Pannehoef, de Rode Loper, Crossroads en de Kuip ^ In gesprek met ondernemers tijdens de Dag van de Ondernemer en een bijeenkomst over het actieplan recreatie en toerisme ^ Presentatie en in gesprek met de Kinderraad

De visiefase Vanaf maart 2023 zijn we gestart met de visiefase. Op basis van de gedragen keuzes en dilemma’s hebben we een eerste visie op hoofdlijnen opge­ steld. Na de behandeling hiervan in college en raad (mei 2023) hebben we verdiepende sessies georansieerd over wonen, groene plekken, bebouwingslinten en de zonering van het buitengebied. Hiermee hebben we de visie op hoofdlijnen verder uitgewerkt in een ontwerp omgevingsvisie.

De uitkomst van deze fase is een set aan ideeën en argumenten voor en tegen deze ideeën. Daaruit hebben we een overzicht gemaakt van ‘gedragen ideeën’, ideeën met veel instemming draagvlak

2.4 Leeswijzer In hoofdstuk 1 staan de speerpunten van de visie op hoofdlijnen benoemd. Hoofdstuk 3 gaat over de uitgangspunten voor deze visie, de vraagstukken uit de samenleving (inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties), de kwaliteiten van onze fysieke leefomgeving en de trends en ontwik­ kelingen die op ons afkomen. In hoofdstuk 4 staat onze visie uitgewerkt aan de hand van de ver­ schillende speerpunten en oplossingsrichtingen. In hoofdstuk 5 gaan we in op de gebiedsgerichte uitwerking van enkele gebieden: de centra, het buitengebied met bebouwingslinten en mogelijke uitbereidingsrichtingen.

13

14

Afbeelding 4. Visual trends en ontwikkelingen Meer lange periodes met droogte Zonne-energie

Windenergie

------------- ;----------

krooni' daken Circulaire economie Afname biodiversiteit Meer biodiversiteit

Meer losse verenigingsverbanden

Nul op de meter

Meer vrije tijd Afval scheiden I a ar: palen

~ “ 5

3 Onze opgaven 3.1 Trends en ontwikkelingen Er is een groot aantal trends en ontwikkelingen dat zorgt voor verandering in de fysieke leefomgeving. Trends en ontwikkelingen zijn één van de drijven­ de krachten achter verandering en zijn daarom zeer relevant. De bevolking(samenstelling) verandert In hoofdlijnen kennen we een vergrijzing van de bevolking. Ook verandert de bevolking door nieu­ we inwoners van buitenaf. Wij zijn als gemeente sterk verbonden met de regionale woningmarkt in Tilburg en Waalwijk en de woningdruk neemt

daardoor ook in Loon op Zand toe. Daarnaast zijn er steeds meer eenpersoonshuishoudens (zo­ wel jongeren als ouderen). Dit vraagt om andere woningtypes. De gezonde leefomgeving wordt belangrijker Gezondheid staat al stevig op de agenda maar wordt nog wezenlijker door de vergrijzende bevol­ king. Zo lang mogelijk gezond blijven door onder andere meer bewegen en een schoon milieu wor­ den steeds belangrijker. Het meten aan de kwa­ liteit van de eigen omgeving (lucht, geluid) wordt steeds normaler en mensen organiseren zich va­ ker om een gezonde omgeving te eisen.

15

Uitstoot C02 Stikstof, Fijnstof

Heftige regenbuien

Toename beboefe

Geluidsoverlast

Hittestress

btfzonderc woonvormen

Toename behoefte aan kleinere woningen alleen Maande

Zorgvraag verandert Online winkelen

Meer deelauto's Toename langer zelfstandig wonen door ouderen

iilii ę m

.

.

De wensen van bewoners en bezoekers veranderen Het sociale leven verandert. De leefwereld van mensen wordt steeds groter, we worden individualistischer. Tegelijk is er meer aandacht voor goede doelen en zingeving, maar we leven in meer wis­ selende en lossere verbanden. Zo binden we ons minder snel aan vaste activiteiten en verenigin­ gen. Daarmee wordt het lastiger om verenigingen draaiende te houden door een afname van vrijwilli­ gers en bestuursleden. Het aantal jeugdleden is bij sommige verenigingen afgenomen waardoor sa­ menwerking met andere verenigingen nodig is. De gemeente heeft veel maatschappelijk vastgoed, dat niet altijd goed benut wordt. Er ligt daarom een opgave om te komen tot goed gebruikte accom­ modaties waar meerdere groepen samenkomen.

16

In onze vrije tijd trekken we er meer op uit en dan gaat het vaker om beleving, luxe, afwisseling etc. Tegelijk is er steeds meer aandacht voor de kwali­ teit van de leefomgeving, het groen en de wandel­ mogelijkheden. Dit is door de coronacrisis verder versterkt. De omgeving waarin we leven verandert Het klimaat verandert, wat leidt tot extremere weer­ omstandigheden, zoals hevigere onweers- en re­ genbuien, maar ook langere periode van droogte. Dit leidt regelmatig tot wateroverlast waarbij water slecht wordt opgenomen doordat de bodem en rioleringen overbelast zijn. De hogere tempera­ turen zorgen onder andere voor problemen met hittestress in stedelijke gebieden. De verandering van klimaat leidt ook tot nieuwe ziektes en plagen. Een andere trend is de teruggang in biodiversiteit.

De economie verandert Door de coronacrisis is de trend van het online winkelen versneld. Dit zorgt voor veranderingen in winkelgebieden. Daarnaast worden kennis en informatie steeds een belangrijkere motor in de economie. Dit leidt tot specialisatie en netwerken op verschillende schaalniveaus, zowel lokaal, re­ gionaal als internationaal. Veel bedrijven worden grootschaliger en automatiseren hun werkproces­ sen. Dat leidt ertoe dat de lokale vraag en aanbod van arbeid steeds vaker niet op elkaar aansluiten en de in- en uitgaande pendel groter wordt. Voor bedrijventerreinen zien we een ontwikkeling: ^ Van monofunctionele gebieden naar multifunc­ tionele gebieden ^ Van grote panden met veel extra ruimte naar kleinschaligere werkruimten, intensiever ge­ bruik op inspirerende en levendige locaties ^ Van individuele bedrijfspanden en optimalisatie binnen de perceelgrens naar vergaande sa­ menwerking en organisatie tussen bedrijven. Verandering in de vrijetijdsmarkt De vrijetijdsmarkt is hoog competitief geworden door de toegenomen communicatieve en fysieke mobiliteit en door het gegroeide aanbod (outlet centers, meubelboulevards, evenementen, koop­ zondagen, stedentrips, goedkope vliegvakanties). Die markt kent kritische consumenten die snel van voorkeur veranderen.

De echte groei op die markt zit in een clustering van voorzieningen, bij­ voorbeeld rond thema’s als natuur, entertainment, klassieke stedelijke allure of juist stedelijke ver­ nieuwing, gezondheid, rust en ruimte. Het besef wordt steeds groter dat voldoende en goede vrijetijdsvoorzieningen bijdragen bij aan een prettig leefklimaat, gezonde en gelukkige bewoners en een sterkere economie. Ook wordt het vrijetijds-

domein meer en meer erkend als middel om bij te dragen aan het oplossen van grotere maatschap­ pelijke vraagstukken die invloed hebben op en bij­ dragen aan onze welvaart en ons welzijn. Het aantal korte vakanties neemt toe. De afgelo­ pen tien jaar is het aandeel korte vakanties met 750Zo toegenomen. Van alle vakanties in Europa is 5207o een korte vakantie. De dagbesteding van een korte vakantie ligt hoger bij andere type vakanties. Technologie verandert onze leefomgeving Door de doorwerking van technologie verande­ ren onze leefpatronen. We werken veel flexibeler in tijd en plaats, ons koopgedrag verandert sterk, ons vrijetijdsgedrag is intensiever en gevarieerder (gericht op beleving en variatie, buitenshuis eten etc.), en ons sociale gedrag is gevarieerder (virtu­ ele sociale netwerken zijn ook in de fysieke wereld zichtbaar). We bewegen ons anders Er is sprake van een toenemende mobiliteit. Dat geeft steeds meer druk op wegen en openbaar vervoer. Tegelijk is sprake van een revolutie in de technologie, die ervoor kan zorgen dat we ons steeds veiliger en comfortabeler kunnen verplaat­ sen. De komst van de elektrische fiets geeft vol­ op kansen om het fietsgebruik (ook over grotere afstanden) verder te bevorderen. En de digitale technologie kan ervoor zorgen dat we ook vanuit huis steeds meer kunnen doen.

De virtuele netwerksamenleving heeft in 2020/2021 een enorme sprong gemaakt mede door de coronacrisis. We zijn in een jaar tijd gewend geraakt aan vele vor­ men van virtuele bijeenkomsten, en voor een deel zal dat ook zo blijven. Dit heeft ongetwijfeld fysieke gevolgen. De aard van de gevolgen is nog niet dui­

delijk. Het meest voor de hand liggend is dat mobi­ liteitspatronen en onze ontmoetingen gevarieerder worden. Het landelijke gebied verandert Het landelijk gebied verandert steeds meer in een multifunctioneel leef- en werkgebied. Het aantal landbouwbedrijven neemt al decennia met ongeveer 30Zo per jaar af en op vrijkomende locaties ontstaan nieuwe functies of wordt ge­ woond. Ondernemers, burgers en maatschappe­ lijke organisaties komen dichter op elkaar te zit­ ten. Daarnaast spelen allerlei veranderingen die steeds meer invloed krijgen op het aanzien van het landelijk gebied. Denk aan de energietransitie, waar de opwek van duurzame energie door wind­ molens en zonnevelden invloed heeft op het aan­ zien van het landelijk gebied. De landbouw verandert De landbouw ontwikkelt zich al enkele decennia in twee richtingen. Enerzijds is er een trend naar schaalvergroting en specialisatie. Anderzijds is er een trend naar verbreding en diversificatie. Afgelopen jaren is er een toenemende aandacht voor vormen van kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw.

3.2 Maatschappelijke opgaven Voor het opstellen van deze visie op hoofdlijnen hebben we een uitgebreid participatietraject door­ lopen (zie ook “2 Toelichting op de Omgevingsvisie” op pagina 11). Uit deze gesprekken en bijeen­ komsten zijn vraagstukken naar voren gekomen, die inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties belangrijk vinden.

17

ŭfi» İ :- İ-.

'1 *À*

3.3 Regionaal of bovenlokaal beleid bij de omgevingsvisie iV)ORP0

•ru .V

'«■■h'JiĹ

BSSS

*

^ w«

-•a*- -

De gemeente staat natuurlijk niet op zichzelf. In de eerste plaats is de gemeente gebonden aan instructieregels van Rijk en Provincie. In de tweede plaats maakt de gemeente allerlei regionale af­ spraken in het Regionale woningbouwprogramma, het RPB (Regionale programmering bedrijventer­ reinen), de RES (Regionale Energiestrategie) et cetera. Ook vinden er steeds vaker gebiedsprocessen plaats onder regie van het Rijk en de provincie, zoals het geval is bij de GGA-gebieden (zie volgende pagina). Voor een kleine gemeente als Loon op Zand is samenwerken in bovenlokaal verband belangrijk, omdat we de kennis van an­ dere overheden goed kunnen gebruiken. Tegelijk zijn we in deze trajecten wel mede afhankelijk van wat andere overheden willen. Hoewel de speel­ ruimte voor een gemeente in deze trajecten altijd kleiner is dan in eigen beleidstrajecten, heeft de gemeenteraad hierin uiteindelijk wel de laatste stem. Stukken die door de gemeenteraad zijn vastgesteld worden in principe meegenomen in de omgevingsvisie. De omgevingsvisie vormt een strategisch kader op basis waarvan de gemeente haar inbreng levert in (boven)regionale trajecten. Op basis van provinciaal beleid maken we afspra­ ken over de volgende onderwerpen: ^ Het woningbouwprogramma. Deze afspraken zijn gebaseerd op de provinciale prognoses en regionale woningbehoefteonderzoeken.

Sinds maart 2023 is daar de regionale woondeal bijgekomen. Op basis daarvan moeten we als gemeente meer woningen programmeren (1300Zo). Voor nieuwe woningbouwplannen geldt een verdeling van de woningbouw: 3007o

*W*ť

op Zond

hÉHil. k «

sociale huur, 40oZo betaalbaar en 3007o vrije sector. ^ Bedrijventerreinen.. Voor het realiseren van nieuwe bedrijventerreinen moet er sprake zijn van een concrete vraag. ^ Rood met groen. Er is een regionaal afsprakenkader voor kwaliteitsverbe­ teringen in het landschap bij nieuwe woningbouwontwikkelingen. ^ Kantoren en verblijfsaccommodaties. Ook voor de ontwikkeling van nieuwe kantoren en verblijfsaccommodatie zijn regionale afspraken gemaakt. Stedelijke Regio Breda Tilburg Afgelopen jaren vindt er visievorming plaats op de schaal van de SRBT (Stedelijke Regio Breda Tilburg). Deze samenwerking is ontstaan vanuit de twee steden, was eerst vooral economisch van aard, maar is daarna benut om een stevige positie te verkrijgen in de landelijke verstedelijkingsopgave en mobiliteitstransitie. Er ligt inmiddels een SRBT-ontwikkelstrategie. Doel is dat deze strate­ gie de komende tijd wordt verrijkt, ook voor een aantal onderwerpen die in het landelijk gebied spelen zoals het ontwikkelen van een dorpenstra­ tegie, met name gericht op leefbaarheid. Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) Vanuit provinciaal beleid komt het werken aan de GGA-gebieden op ons af. De Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) heeft als doel de natuurwaarden van Natura 2000-gebieden te herstellen en nega­ tieve effecten op de natuur te verminderen.

Er zijn twee GGA’s waar we in ons beleid rekening mee moeten houden, te weten de Loonse en Drunense Duinen en de Langstraat.

3.4 Kwaliteiten van onze gemeente De gemeente Loon op Zand kent vele kwaliteiten. Met name het buitengebied kent bijzonder natuur­ gebieden en cultuurhistorie. Meerdere natuur­ gebieden zijn beschermd en kennen bijzondere natuurwaarden. Hieronder gaan we kort in op de ontstaansgeschiedenis van de gemeente, de alge­ mene kenmerken per gebiedstype, gevolgd door bijzondere plekken in het buitengebied. Daarna gaan we nader in op de opbouw, de kenmerken en kwaliteiten van de dorpskernen. 3.4.1 Het landschap De gemeente Loon op Zand ligt in het uitgestrekte dekzandlandschap in het midden van de provin­ cie Brabant. Loon op Zand kent een gevarieerd zandlandschap. Op de hoogtekaart is goed te zien dat het landschap in hoogte afloopt van het zuid­ oosten naar het noordwesten. Hierdoor is er een sterk gradiënt (hoogteverschil). De ontstaansge­ schiedenis van de dorpen is zeer gevarieerd. Loon op Zand ligt midden in het zandlandschap, terwijl Kaatsheuvel is ontstaan in het landschap van de turfwinning. Ook De Moer is een ontginningsdorp. Het landschap rond Loon op Zand is gevormd na de laatste ijstijd toen de wind vrij spel had en een dikke laag zand op het toen nog kale landschap afzette. Het resultaat was een golvend zandland­ schap. In dat zandlandschap sneden zich beken in om het regenwater af te voeren. Loon op Zand ligt in dit zandlandschap Loon op Zand was een belangrijke plek.

Het lag langs een oude handelsroute en de ligging van het kasteel, dat in 1383 werd gebouwd, gaf een verdere impuls aan de ontwikkeling van het dorp.

19

Hi

duinlandschap Sl

Jonge ontginningen halfopen cultuurlandschap

20

bosrijke natuur

Afbeelding 6. Landschappen gemeente Loon op Zand

bosrijke natuurgebieden

Rond Loon op Zand vinden we oude bouwlanden, gronden die eeuwenlang zijn bemest en daardoor een goede bodemvruchtbaarheid kennen. Loon op Zand ligt aan de rand van het Nationaal Park Loonse en Drunense Duinen. Het ontstaan van de nu waardevolle zandverstuivingen is waarschijn­ lijk een combinatie geweest van overbegrazing of het plaggen van de heide. Ook de verlaging van de grondwaterstand als gevolg van de turfwinning en het kapotrijden van wegen heeft daarna waar­ schijnlijk bijgedragen aan de verstuivingen. Het middeleeuwse dorpje Westloon is bedolven onder het zand. De Loonse en Drunense Duinen zijn het grootste restant zandverstuivingen van Nederland en vormen een uniek natuur- en recreatiegebied. Het verstoven zand heeft geen goede bodem kun­ nen vormen en bestaat daarom nog altijd uit bos, heide en stuifzanden. De stuifzandgebieden zijn nog van een hoge aardkundige waarden, omdat er nog steeds actieve stuifzandprocessen aanwezig zijn. Veel delen van de bossen bestaan uit naald­ bomen. Richting de voormalige nattere heidegron­ den komen meer loofbomen voor. Een groot deel van de westelijke zijde van de ge­ meente bestond uit slecht ontwaterde gebieden, waar uitgestrekte veengebieden zijn ontstaan. Vanaf de 15e eeuw is hier de turfwinning op gang gekomen. Na de turfwinning is het gebied stap voor stap in gebruik genomen door de landbouw.

In het voormalige turfwinningslandschap zijn rou­ tes aangelegd waarlangs de latere bebouwingslinten zijn gegroeid. Door de ingebruikname van dit landschap is het cultuurlandschap ontstaan dat we nu kennen. Het verkavelingspatroon is te herken­ nen aan de smalle strookverkaveling met sloten en heggen die overwegend voor grasland gebruikt worden. Uit een aantal van deze oude bebouwingslinten in Kaatsheuvel ontstaan.

Aan de zuidwestkant van de gemeente is even­ eens sprake geweest van turfwinning. Hier is al in de 14e eeuw langs een kruispunt van wegen De Moer ontstaan. Dit bleef echter lange tijd een kleine verzameling boerderijen. Het veengebied is hier ook niet direct voor de landbouw ontgonnen. Lange tijd bestond dit gebied uit natte heidegron­ den. Vanaf de 20e eeuw is een deel van het ge­ bied meer grootschalig en planmatig ontgonnen. Dit leidde tot een veel rechtlijniger landschap. Het gebied is vrij open, alleen langs de wegen zijn bo­ menrijen te vinden. Tegen het natuurgebied Huis ter Heide is het landschap wat kleinschaliger met meer bosschages. De weides en bouwlanden wor­ den veelal begrensd door smalle sloten. Dit wor­ den de jonge ontginningen genoemd. Veel van de ontginningen buiten de oude bouw­ landen en de turfgebieden ten behoeve van de landbouw pas veel later op gang gekomen. Eerst bestonden deze ontginningen nog uit kleine indi­ viduele ontginningen, waaromheen ook bosjes, houtwallen en stukken heide bleven bestaan. De wegen volgen hier de contouren van het land­ schap en zijn daarom kronkelig. Dit zijn de half­ open ontginningen. 3.4.2 Watersysteem De gemeente Loon op Zand maakt deel uit van twee watersystemen, het watersysteem van de Donge en de Dommel.

Het buitengebied ten oos­ ten van Loon op Zand watert richting het oosten af waarna het uiteindelijk in de Zandleij terecht komt. Het gebied ten noorden van de Loonse duinen watert af richting Waalwijk. Het gebied ten wes­ ten van de Loonse duinen watert af richting het westen. Op de hogere zandgronden zijn maar wei­ nig waterlichamen te vinden in de vorm van slo­ ten en greppels te vinden. Daarnaast staat in veel

21

iiľtf:

--------Categorie A waterloop -------- Categorie B waterloop

Categorie C waterloop íľ“-~-l Comeeritegtefuen I I Wateoehapsgrena

ir-ťi.

Vy"'

—

ť įļģ\

Afbeelding 7. Watersysteemkaart gemeente Loon op Zand

22

greppels niet permanent water, omdat veel water makkelijk kan infiltreren. In de jonge en oude ontginningsgebieden zijn veel meer smalle sloten te vinden. Deze sloten zorgen ervoor dat het grond­ water op het gewenste peil blijft voor de agrarische activiteiten in het gebied. Op de zandgronden zijn enkele schijnwaterspiegels te vinden. Dit zijn de vennen die zich hebben ontwikkeld doordat er lo­ kaal in de bodem een ondoordringbare laag ligt. Dit kunnen oerbanken of een laag leem zijn die er ooit is afgezet. Vanuit Loon op Zand liep er oorspronkelijk 1 beek­ loop door het zandgebied van Loon op Zand, de Blauwloop. De Blauwloop is echter bij de aanleg van de Molenwijk in Loon op Zand uit gebruik genomen. Intussen loopt er een initiatief om de Blauwloop in ere te herstellen.

Afbeelding 8. Kwel en infiltratie (bron: Provincie Noord-Brabant)

Kwel en inzijging In het grootste gedeelte van de gemeente vindt inzijging van water plaats, omdat de zandgron­ den ervoor zorgen dat regenwater makkelijk kan infiltreren. Op meerdere plekken komt daarnaast kwel voor. De meeste kwel komt voor in het noord­ westen van de gemeente, maar daarnaast zien we kwel ten zuiden van Kaatsheuvel, de Bergstraat en bij het Leikeven.

Kwel - en mfiltratíekaan H sterke kwel

Waterbuffering In de gemeente hebben we nu geen regionale waterbergingsgebieden. Wel zijn er meerdere gebie­ den aangewezen als te ‘reserveren waterberging’. De grootste gebieden zijn te vinden tussen de Loonse Duinen en Huis ter Heide, ten zuiden van Huis ter Heide bij Leikeven.

D meesia kwel. soms sterk ĵ meesta' kwel ĵ soms kwel ĵ infiltratie

U U

3.4.3 Groenstructuren De groenstructuren in het buitengebied bevin­ den zich zowel op de hoge als lage delen van de gemeente, waardoor er droge en natte natuur te vinden is. De droge natuur is op de hogere zand­ gronden te vinden, zoals de Loonse duinen en Huis ter Heide. Hier zijn zandverstuivingen, droge heidevelden, (naald)bossen en kruidenrijke gras­ landen te vinden. Met name de zandverstuivin­ gen zijn landschappen die nog zelden in Europa voorkomen en waar de wind vrij spel heeft. Deze gebieden hebben de potentie om van hoge natuur­ waarden te zijn, als er variatie is in de ruimtelijke gradiënt in vochthuishouding en successiestadia. In de natte natuur zijn vochtige heidevelden en vennen te vinden. Dit type natuur is in de gemeen­ te te vinden op plekken waar het grondwater dicht bij het maaiveld staat en kwel aanwezig is. In de rest van het buitengebied zijn voornamelijk bomenrijen langs wegen te vinden. Daarnaast zijn er op verschillende plekken kleine bospercelen. Op enkele plekken in het buitengebied zijn hout­ wallen tussen de agrarische percelen te vinden, waardoor die plekken een kleinschaliger karakter krijgen. 3.4.4 Bijzondere kwaliteiten in het buitengebied Loonse en Drunense Duinen De Loonse en Drunense Duinen vormen een uniek natuurgebied. Het is met 270 hectare aan stuifzand een van de grootste stuifzandgebieden van Europa.

Het verstoven zand heeft geen goede bodem kunnen vormen en bestaat daarom nog altijd uit bos, heide en stuifzanden. De stuifzand-

gebieden zijn nog van een hoge aardkundige- en ecologische waarden, omdat er nog steeds actie­ ve stuifzandprocessen aanwezig zijn. Veel delen van de bossen bestaan uit naaldbomen. Richting de voormalige nattere heidegronden komen meer loofbomen voor. Door de schrale voedselarme omstandigheden van het stuifzand komen er veel bijzondere zeldzame soorten planten, insecten en reptielen voor. Huis ter Heide Het andere grote natuurgebied in de gemeente is Landgoed Huis ter Heide. Dit gebied is ontstaan doordat in de 15de eeuw het gebied is afgegra­ ven voor de turfwinning. Op het afgegraven ge­ bied ontstond vervolgens een heidegebied wat de naam kreeg “de Groote Bodem”. In de 19de eeuw is er de langgevelboerderij “Het Bodemhuis” ge­ bouwd en is er begonnen de gronden geschikt te maken voor landbouw. Door de groeiende vraag naar naaldhout is het landbouwgebied uiteindelijk omgevormd naar een productiebos met naald­ hout. Het Bodemhuis is na de laatste bewoners langzaam vervallen en uiteindelijk gesloopt. Het landgoed is nu vooral een aantrekkelijk natuur­ gebied waar recreanten op af komen, doordat het een rustig en veelzijdig gebied is. Er zijn droge bosgebieden en natte gebieden met heide en ven­ nen, zoals het Leikeven. Dit zorgt voor een grote diversiteit aan vogels.

Landschapspark Pauwels Landschapspark Pauwels is een gebied met een omvang van ongeveer 6.500 hectare, dat ligt in­ geklemd tussen de noordelijke stadsrand van Tilburg en Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen. Aan de westkant wordt het gebied globaal

23

-rw*.—--ōjsaGam.

mmm

pPĩS

•ļínutļ-ĠifeŞt; •\

V

Wiíāwe

A/.-ï. :

Mimensth

- .

’Wrt-K. ő|-''ai;vį!

‘-VCNDftCií iHüO^‘

''tftWpìttscb

)i!it*. Hnřúj" -

-,mâDŵ‘

Kaatst

Cļŗîwnţn

r-ïř'V ‘':

V

j-í'tiiřu'd

- '

*

Kţkįjff Dungirti

■y;..v fit ÔįŕŴfl

ar^s

í í

horigen

\ į’

fjŕ." ŕ V V-» I

į# ť - .PUĮj'Ďw'

ŕįjįíi(Vļ;

Ŵ’ ; ^

jas «N į

Winķí, V.

ğė.îřri'Hįj

ŗţ ~"

HerJwiU.it

lį-wiLwvj

slsp*?

■ţiWį'ysļ.

' - ^ •J

feil!' ,\iSl

' A'A.;

A/b eelding 9. Aanwezige groengebieden en groenstructuren (bron: RIVM, 2020)

24 begrensd door De Moer en in het noordwesten Kaatsheuvel. Aan de oostkant wordt het gebied globaal begrensd door de N65, de Leemkuilen en Biezenmortel. Het park is vernoemd naar Paulus I van Haastrecht die heer was van heerlijkheid Loon op Zand. Landschapspark Pauwels bevat verschillende historisch-geografische landschappen, met speci­ fieke eigenschappen, kenmerkend voor de over­ gang tussen het Brabantse zandgebied en de (voormalige) veenlandschappen. Hierbinnen zijn halfopen agrarische landschappen, natte natuur­ gebieden die gevoed worden door kwelwater af­ komstig van de Loonse en Drunense Duinen en meerdere bospercelen en heidevelden op drogere zandgronden. Het landschapspark is al aantrek­

kelijk om te recreëren, maar heeft de potentie om een aaneengesloten recreatiegebied te worden, waar ook ruimte is voor andere functies, zoals wa­ ter, duurzame landbouw en biodiversiteit. Zie ook: “Afbeelding 27. Masterplan Pauwels (bron: Strootman Landschapsarchitecten)” op pa­ gina 66 Het Witte Kasteel Het Witte Kasteel is als woontoren gebouwd in 1383 door Paulus van Haastrecht, heer van de Heerlijkheid Loon op Zand. In de loop der eeuwen hebben er meerdere aanpassingen en uitbreidin­ gen plaatsgevonden. Het landschap rondom het kasteel maakt onlosmakelijk deel uit van het kas­ teel, omdat deze in samenhang zijn ontwikkeld

1'“' 'tl ^A

en ook nog heel herkenbaar zijn. Belangrijke ele­ menten zijn naast het kasteel zelf het grachtensys­ teem, de lanen en verdere historische beplanting, de landschappelijke openheid van het geheel en de heldere begrenzing van het ingerichte land­ schap en de Maliebaan. Ook de kerk maakt deel uit van dit landschap, het is in samenhang met het kasteel ontwikkeld. Landgoed Plantloon Landgoed Plantloon is een landgoed ten noorden van de Loonse en Drunense Duinen. Het landgoed is volgens de Engelse landschapstijl ingericht met fraaie lanen, loofbossen, hoeves en weilanden met houtwallen. Langs de lanen staan eiken- en beu­ kenbomen. De beuken zijn hele mooie statige bo­ men die het landgoed allure geven. De afwisseling tussen bossen en landbouwgronden is aantrek­ kelijk voor verschillende dieren. Op het landgoed is ook een overblijfsel van de turfhistorie van de omgeving terug te zien, door een oude turfvaart. Linten structuur van Kaatsheuvel als onderdeel van de Langstraat Kaatsheuvel is ontstaan uit de turfwinning. Na de turfwinning zijn er bebouwingslinten ontstaan dwars op de ontginningsrichting. Enkele van de bebouwingslinten staan aan de basis van de latere stedelijke ontwikkeling van Kaatsheuvel. De linten in Kaatsheuvel staan niet op zichzelf. Ze vormen één van de ‘lange straten’ van de Langstraatregio.

Het ontstaan van deze lange lijnen hangen samen met het karakteristieke slagenlandschap. De vorm van de straten hebben dus hun oorsprong liggen in het regionale landschap. Een deel van de linten ligt in het slagenlandschap, met smalle slootjes en langgerekte kavels. Langs

lange lijnen is het veengebied vanaf de middel­ eeuwen ontgonnen, hier zijn de producten van het land naar de markten vervoerd én zijn de oudste bebouwingen terug te vinden. De zuidelijke linten (Marktstraat, Gasthuisstraat) zijn gelegen op een overgangslandschap: het landschap gelegen tus­ sen het veen en de Loonse en Drunense duinen. Op die overgang ontstond een halfopen coulisselandschap met bosjes, vennen, houtwallen, bo­ menlanen, oude bouwlanden en weides. Hier zijn de wegen bochtig, in plaats van rechte lijnen.

25

tádFŴJ. JílUì i}Ũ

■37j í?u trJ

T P, T-. r~, '-Jï ASÜEL'fì n nļ

7 'jO'kž'Cï

rĮSţsģÊ

Afbeelding 10. Bouwjaar panden kaatsheuvel (bron: https://parallel.co.uk/netherlands) para

\

• ■i' ‘ '

į

-M

-.

I

,

:;-f **’ r v

*-

jSāĩSÿtt

^jgkipĶ

'*

Afbeelding 11. Bouwjaar panden Loon op Zand (bron: https://parallel.co.uk/netherlands)

3.4.5

De dorpen

Kaatsheuvel Kaatsheuvel is uit meerdere dorpslinten ontstaan. Waar deze linten samenkwamen is het centrum van het dorp gegroeid. Typerend voor de oude linten is dat deze op de grenzen van drie verschil­ lende landschapstypen liggen. Het westelijke lint van de Rechtvaart-Antoniusstraat-HoofdstraatRoestenbergstraat-Vaartstraat vormde de ontginningsas van de oude ontginningsgronden. Richting de jonge ontginningsgronden naar het zuiden liggen de ook de jongere linten, namelijk de Gasthuisstraat en de Marktstraat. Het oostelijke deel van het dorp bestaande uit de wijk de Horst heeft een groen karakter dat aansluit op de bossen van de Loonse en Drunense Duinen. Kaatsheuvel maakt ook onderdeel uit van de Langstraat. Dit is een gebied tussen Den Bosch en Geertruidenberg. De Langstraat was een lange dijk langs moeras­ gebieden die bescherming moest bieden tegen hoogwater na de St. Elisabethsvloed.

Loon op Zand Het dorp Loon op Zand is ontstaan langs twee belangrijke verbindingswegen, de noord-zuid verbinding tussen de bisschopsteden Utrecht en Luik en de oostwest verbinding tussen Antwerpen via Breda naar Vught en ’s-Hertogenbosch. Loon op Zand is een gehucht dat in de loop der jaren gegroeid is tot het dorp zoals we het nu kennen. Het dorp heeft een groen karakter. Het ligt in het Hoevenlandschap tegen het bos van de Loonse en Drunense duinen aan. De wijken van Loon op Zand zijn aanmerkelijk groener dan die van Kaatsheuvel. De Moer De Moer is ook ontstaan doordat twee oude linten elkaar kruiste. Deze linten zijn ontstaan bij de ont­ ginning van de toen nog ‘woeste gronden’, en be­ vinden zich nu in het jonge ontginningslandschap. Aan de andere kant ligt het dorp ook tegen de bos­ sen van het natuurgebied Huis ter Heide aan.

2020

7

„5

t

!f

ď t ď

Vfil

# ä ĩrfį

.'S'

'rí\'

ť ! t .

*v

J-

ĩ ã.

1

Afbeelding 12. Bouwjaar panden De Moer (bron: https://parallel.co.uk/netherlands)

2015 2000 1975 1950 1925 1900 1850 1800 1750 1700 or earlier Not known

27

28

Afbeelding 13. Visiekaart Loon op Zand 2040

Legenda: Zoekgebied woningbouw incl. landschapsverbetering

Gebiedsgerichte kaders

Gebied met mogelijkheden voor herstructurering en transformatie incl. woningbouw Bedrijventerrein herstructurering en transformatie naar woningbouw Verduurzamen van bedrijventerreinen

Behoud karakteristieken historische bebouwingslinten Kernen; mogelijkheden woningaanpassingen, kleinschalige transformaties 8c klimaatadaptieve inrichting woonwijken, vergroten van de kwaliteit van het groen Versterken van routestructuren

Dorpskernen verbinden met de recreatie in de gemeente

Zoekgebied voor recreatieve knopen

Centrumzone

Compact winkelgebied

Versterken parkeermogelijkhcden voor het centrum

Extensief landschap

Natuurkern

Natuur met extensief recreatief medegebruik

Multifunctioneel platteland

Recreatiegebied

Ontwikkelmogelijkheden bebouwingslinten buitengebied

Versterken ecologische relaties

Versterken bufferzone

Herstel historisch watersysteem

4 De visie In dit hoofdstuk beschrijven we de visie per speer­ punt. Voor de achtergronden bij deze speerpunten verwijzen we u naar de uitgangspuntennotitie. De uitgangspuntennotitie kunt u vinden op www.loonopzand2040.nl of via deze link. Per speerpunt beschrijven we: ^ Onze visie: welk resultaat willen we bereiken? ^ Onze doelstellingen: waarmee we laten zien hoe we de doelen gaan bereiken ^ Oplossingsrichtingen en beleidskeuzes: welke keuzes maken we om de doelen en ambities te halen? Onze sectorale doelen We hebben veel sectorale doelen gesteld voor 2040, die in de verschillende speerpunten terug­ komen. We noemen er een aantal: • We willen zo veel mogelijk voor iedereen een passende woning bij elke levensfase. Dit doel komt terug onder de speerpunten ‘duurzame groene dorpen, toekomstbestendige centra en in het all inclusive landschap (bebouwingslinten)’. ^ We willen dat in 2030 ongeveer 2007o van alle gebouwen op een duurzame manier verwarmd wordt. Vóór 2050 moeten alle gebouwen aard­ gasvrij zijn en duurzaam verwarmd worden. Dit doel komt terug onder het speerpunt ‘duur­ zame groene dorpen’. ^ We willen het erfgoed behouden, herkenbaar en beleefbaar maken voor onze inwoners en bezoekers. Dit doel komt terug onder de speerpunten ‘duurzame groene dorpen, recreatief profiel verbreden en het all inclusive landschap’.

29

iVcV

' 7- -

.

'-

** ‘ ' ' l .-V i.'î»

.VIA

■-"är :''

ŕš®8

Afbeelding 14. Klimaatbestendige parkeeroplossingen

.

4.1 Duurzame groene dorpen 4.1.1 Onze visie We hebben in de toekomst aantrekkelijke groene woongebieden, waar inwoners op lange termijn prettig kunnen (blijven) wonen in een passende woning. We proberen de gewenste woningvoor­ raad in eerste instantie zoveel mogelijk binnen de bestaande bebouwde kom te bereiken. Bij uit­ breiding kiezen we voor een sterke relatie met het landschap. Onze wijken zijn aangepast aan de ver­ anderingen in het klimaat en stimuleren inwoners tot gezond gedrag. Onze wijken maken sociale ontmoetingen en beweging mogelijk. Sociale pro­ blemen zijn onder controle en verschillende (doel) groepen weten elkaar te vinden. We hebben het cultuurhistorisch erfgoed behouden en dit draagt bij aan een sterkere identiteit van onze gemeente.

Onze ambities zijn: Onze wijken zijn groen, klimaatbestendig, veilig en toegankelijk * Energieneutraal zijn in 2050 - We willen voor iedereen een passende woning bij elke levensfase * we willen het erfgoed behouden en herkenbaar en beleefbaar maken voor onze inwoners en bezoekers *

4.1.2 Onze doelstellingen Om duurzame en groene woongebieden te creë­ ren willen we de openbare ruimte in onze wijken verbeteren. In algemene zin willen we in de meer stenige wijken meer groen creëren om op termijn aangepast te zijn aan de veranderingen in het kli­ maat (klimaatadaptief). Daarnaast willen we in alle wijken de kwaliteit van het groen verbeteren. Ook willen we straten, speelplekken en pleinen meer inrichten als plekken waar je wil verblijven. We streven naar mooie groene plekken waar men­ sen van alle leeftijden graag komen. Het worden multifunctionele beweeg- en ontmoetingsplek­ ken. We willen in bestaande wijken vaart maken met de energietransitie. Voor energieopwekking en (grootschalige) nieuwbouw hebben we in het buitengebied relatief weinig ruimte. Daarom zetten we extra in op het verduurzamen van de bestaan­ de wijken. Onze wijken worden mooier, gezonder, duurzamer en gevarieerder. Tenslotte willen we op termijn voldoende woningen, passend bij de be­ hoefte in onze kernen. Voor een deel zetten we in op herstructurering en inbreiding. Waar dit no­ dig is voor de diversiteit van onze woningvoorraad en om voldoende woningen te hebben, geven we ruimte voor uitbreiding.

31

M

*

T\-' íï’ tàřÅ'

3»

yV -'V

říö* -' -' ..

,

K.

' í.*-.

-İS - .

rt

few?

.

ŗ*"*jvvî f^,\.

fļSįį g

-

-ţ

, -İ*İt W TI W- ,

'. ŵ* ■/Ŵteaļf-g

ŝěžšaž

Bron: Google 002 Street View www.googl 2002

Afbeelding 15. Biodiversiteit en multifunctionaliteit van groene plekken

Onze doelstellingen zijn: * Het vergroten van de kwaliteit van het bestaande groen met meer vaste planten en soorten die goed zijn voor insecten (biodiversiteit). * *

Groen geschikt maken voor klimaatbestendige maatregelen tegen wateroverlast, droogte en hitte Voldoende ruimte voor groen en water bij

*

herstructureringen Het verduurzamen van woningen

* *

Inpassen van nieuwe elementen Vernieuwen van een deel van het woningaanbod om meer variatie in het aanbod te realiseren en het aandeel levensloopbestendige woningen te

* *

vergroten. Meer focus op inbreiden en herstructurering.

Zie ook “Realiseren van multifunctionele sport-, beweeg en ontmoetingsplekken in de openbare ruimte voor onze inwoners” op pagina 50 en “Laagdrempelige ontmoetingsplekken in de wijken creeeren voor kwetsbare en minder mobiele doel­ groepen” op pagina 33.

Uitbreiding van de dorpen voor woningbouw en ver­ sterken van het landschap gaat geíįjk op.

*

kracht te krijgen maken we ruimte voor burgeriniti­ atieven om de inrichting van het groen en het be­ heer ervan mee vorm te geven of over te nemen. Bij de aanleg of het veranderen van het beheer van groen zoeken we ruimte voor de aanleg van eenvoudige onverharde paden om de wandelen of te struinen, zodat het groen meer dan nu bijdraagt aan het wandelnetwerk binnen de kernen.

we verankeren herkenbare cultuurhistorische kwaliteiten in onze ruimtelijke ontwerpen.

4.1.3 Oplossingsrichtingen en beleidskeuzes Hieronder geven we voor elke doelstelling aan wat onze oplossingsrichtingen of beleidskeuzes zijn. Het vergroten van de kwaliteit van het bestaande groen met meer vaste planten en soorten die goed zijn voor insecten (biodiversiteit) We kiezen ervoor om bestaande groenstructuren met meer kwaliteit in te richten. Omdat dit geld kost zullen we keuzes moeten maken. Daarom maken we in ons beleid een duidelijke koppeling met het halen van andere doelen, zoals het maken van multifunctionele beweegplekken, het tegengaan van wateroverlast en hitte. Tenslotte sturen we het gebruiken van plantensoorten, die zorgen voor meer biodiversiteit aan m.n. insecten. Om slag­

Groen geschikt maken voor klimaatbestendige maatregelen tegen wateroverlast, droogte en hitte We willen een klimaatbestendige gemeente wor­ den, waarbij wateroverlast bij hevige regenbuien wordt voorkomen en inwoners goed kunnen func­ tioneren als er langere periodes van droogte en hitte zijn. Routes met bomen vormen schaduwrijke routes, die in hete periodes voorzieningen bereik­ baar houden, ook voor meer kwetsbare groepen. In ons beleid kiezen we ervoor om meer bomen te planten. Bij herinrichting van wegen of afkoppelingsprojecten om regenwater van de riolering af te koppelen, zoeken we naar ruimte om bo­ men te planten in de straten. Met name op rou­ tes richting het centrum of andere voorzieningen zullen we hierop sturen bij nieuwe plannen. Extra openbaar groen wordt gebruikt om hemelwater op te vangen waardoor het stedelijke watersysteem minder wordt belast. De inrichting van plantsoe­ nen en parken is maatwerk, maar ook daar kiezen we voor meer bomen als deze nu nog een beperkt

33

INTERMEZZO: Vergroenen van de openbare ruimte ^ Ecologische groenbeheer, groenadoptie voor buurtinitiatieven ^ Stimuleren van geveltuinen of groene gevels ^ Aanpassen van wegen om groene ver­ bindingen te maken ^ Herstructurering in combinatie met groenaanleg ^ Aanleg van bomenrijen in straten ^ Vergroenen van pleinen

-

JSSSŬ. .ŵ-

JÖJsÇ ij s Sas. ■jm-ķÈr k_____

oppervlakte in beslag nemen. Naast meer ruimte voor waterberging willen we ook de gemengde ri­ olering vervangen voor een gescheiden stelstel in wijken waar dat nog niet zo is. Voldoende ruimte voor groen en water bij nieuwbouw en herstructureringen Bij nieuwe woningbouwprojecten willen we dat er bij het begin van het ontwerp ruimte wordt gecreeerd voor openbaar groen en water. In de basis stellen we dat minimaal 200Zo van de oppervlakte van een nieuwbouw- of herstructureringslocatie moet bestaan uit openbaar groen en water. Dit draagt bij aan de leefbaarheid in de wijk en we willen hiermee voorkomen dat achteraf te weinig ruimte is gepland voor openbaar groen en/of wa­ ter. Maar we staan ook open voor maatwerkoplossingen, zoals geveltuinen en groene gevels. Met name bij herstructureringen is niet altijd ruimte om te komen tot 200Zo openbaar groen en water. Met creatieve middelen kan een gebied toch vergroend worden. Daarnaast moet bij een nieuwbouwontwikkeling of herstructurering rekening gehouden worden met de doelen die we stellen voor duurza­ me groene dorpen. Zie hiervoor “4.1.1 Onze visie” op pagina 31. Het verduurzamen van woningen We willen dat in 2030 ongeveer 200Zo van alle ge­ bouwen op een duurzame manier verwarmd wordt (transitievisie warmte). Vóór 2050 willen we dat alle gebouwen duurzaam verwarmd worden.

Dit geldt voor zowel woningen als bedrijfsgebouwen en maatschappelijke gebouwen. Hiermee bedoe­ len we dat geen aardgas meer in de gemeente ge­ bruikt zal worden voor de verwarming, warm (tap) water en om te koken.

We gaan niet onze hele gemeente in één keer aardgasvrij maken. Dit willen we per buurt doen. Gebouwen in het buitengebied laten we op hun eigen tempo aardgasvrij worden. Bij nieuwbouwplannen moeten de woningen direct energieneutraal ontwikkeld worden. Om deze slag te kunnen maken is het isoleren van de woningen belangrijk. Daarnaast willen we de komende jaren steeds meer sturen op het gebruik van duurzame materialen en natuurinclusief bou­ wen bij nieuwe woningbouwontwikkelingen. Inpassen van nieuwe elementen De verduurzaming van onze woningen en dorpen brengt ook nieuwe elementen mee in de openbare ruimte. Denk daarbij aan nieuwe (middenspanning) stations en trafohuisjes. Met name (middenspanning) stations kunnen veel impact hebben. We kiezen ervoor om deze elementen zoveel mo­ gelijk te integreren in gebouwen of in de randen van de dorpen. Ook een groene inpassing is mo­ gelijk. Nieuwe elementen mogen niet ten koste gaan van bestaand stedelijk groen. Vernieuwen van een deel van het woningaanbod om meer variatie in het aanbod te realiseren en het aandeel levensloopbestendige woningen te vergroten Met het vernieuwen van het woningaanbod in een aantal wijken willen we het aanbod van woningen beter laten aansluiten op de (toekomstige) vraag en de kwaliteit van de leefomgeving vergroten.

In de eerste plaats doen we dat door woningen (zoveel mogelijk) levensloopbestendig te bou­ wen. Daarnaast sturen we op het bouwen voor doelgroepen.

35

beneden en bovenwoning

optoppen op de hoeken

woningen samenvoegen en splitsen

vrijstaande woning gesplitst

verbijzonder­ ing hoeken

gezamelijke

ontmoeting­ splek

ontmoetingsplek

nultrede woning

appartementen op de hoek

Afbeelding 16. Kleinschalige herstructureringen en woningaanpassingen

We zien dat er meer behoefte komt aan eenper­ soonswoningen, zoals kleinere woningen en gelijkvloersewoningen voor verschillende doelgroe­ pen zoals ouderen en starters. We verwachten dat er steeds meer wensen komen om woningen aan te passen. Bijvoorbeeld om woningen levensloopbestendig te maken, woningen te splitsen voor meerdere huishoudens of zelfs nieuwbouw te re­ aliseren. Ook willen we een divers woonzorgaanbod mogelijk maken, met o.a. mantelzorgwoningen en hofjes met faciliteiten om ontmoeting en onderlinge steun te faciliteren. Om meer variatie aan woningtypes in de wijk te realiseren gaan we in ons beleid ruimte opne­ men om bestaande woningen aan te passen. Mogelijkheden zijn: ^ Het samenvoegen van woningen waarbij de benedenverdieping kan worden omgevormd tot een gelijkvloerse woning en de bovenverdie­ ping als appartement kan worden ingezet. ^ Ook aanbouwen en uitbouwen van woningen om daarmee levensloopbestendig te kunnen worden wordt mogelijk. ^ Aanbouwen of opbouwen om een bestaande woning te vergroten, en daarmee de diversiteit in het woningaanbod te vergroten zijn even­ eens mogelijk. Hetzelfde geldt voor woning splitsing. • Modulair bouwen om te zorgen voor betaalbare tijdelijke huisvesting1. We willen dit stimuleren om het woningaanbod blijvend te kunnen ver­ nieuwen en aan te kunnen sluiten op de vraag.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=cbf8c2fa-8bef-4e4a-b714-d2b02482fa82