Bijlage 2. Ontwerp toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied-herziening EuroParcs Kaatsheuvel’
Tekst van het document
Een calamiteit bij een leiding zal vrijwel direct worden opgemerkt door de directe omgeving (het gas komt bij een fakkelbrand onder oorverdovend geraas de leiding uitgespoten). Personen in de omgeving zijn daarbij direct gealarmeerd. Vluchtwegen Uit het stedenbouwkundig plan blijkt dat de infrastructuur binnen het plangebied zodanig wordt vormgegeven dat via verschillende routes richting de risicoluwe zijde van het park (het oosten) kan worden gevlucht. Specifieke anticipatie op externe veiligheidsscenario's is mogelijk door het traditionele ontruimingsplan van het vakantiepark met een paragraaf externe veiligheid uit te breiden. In deze additionele paragraaf wordt beschreven hoe de alarmering plaats vindt, wat het gewenste handelingsperspectief is bij een rampscenario (schuilen of vluchten) en op welke wijze hieraan invulling wordt gegeven (in welke richting vluchten, in welke ruimte(s) schuilen). Daarbij dient een deel van het personeel (bijvoorbeeld BHV'ers) zodanig geïnstrueerd te zijn dat zij de calamiteit herkennen (als calamiteit gevaarlijke stoffen) en het juiste handelingsperspectief kiezen. In sommige gevallen kan externe ontvluchting (buiten het terrein van vakantiepark) blad 53 van 88
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied-herziening EuroParcs Kaatsheuvel
āľiteayrúup Gemeente Loon op Zand
Projectnummer 434368
eveneens nodig zijn, eventueel als reactie op secundaire branden. Daarvoor is een goede infrastructuur van belang, waarbij meerzijdig, van de bron af gevlucht kan worden. In de bestaande infrastructuur zijn er vluchtwegen in verschillende richtingen aanwezig (Van Haestrechtstraat in noordelijke richting en Duinlaan in zuidelijke richting), hierdoor is externe ontvluchting in meerdere richtingen mogelijk (afhankelijk van de precieze incidentlocatie en -omstandigheden). Bestrijdbaarheid Ten aanzien van de bestrijdbaarheid wordt door de gemeente Loon op Zand in het kader van de bestemmingsplanprocedure advies ingewonnen bij de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. BLEVE-scenario Het ontstaan van een koude BLEVE is niet te bestrijden, omdat de tank meteen explodeert. De branden die door de explosie ontstaan kunnen wel bestreden worden. Vanwege de in de praktijk bijna overal toegepaste maatregelen uit het LPG-convenant (hittewerende coating) wordt een warme BLEVE bij LPG-tankwagens gedurende ten minste 75 minuten voorkomen. De brandweer is daardoor in staat de tank tijdig te koelen. Fakkelbrand In geval van een fakkelbrand spuit aardgas onder hoge druk uit de leiding, voor de brandweer bestaat geen bestrijdingsstrategie om de bron te doven.
De leidingbeheerder zal op afstand de leiding afsluiten waarna het gas tussen de inblokking moet opbranden en de fakkelbrand na verloop van tijd dooft. De rol van de brandweer beperkt zich tot het afzetten van de omgeving, zo mogelijk het redden van slachtoffers, het koelen van panden in de omgeving en het bestrijden van secundaire branden Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.
5.6
Luchtkwaliteit Beleid en normstelling Op 15 november 2007 is de Wet tot wijziging van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) in werking getreden (Stb. 414, 2008 en Stb. 434, 2008). Daarmee is de zogenoemde Wet luchtkwaliteit opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Op grond van deze Wet luchtkwaliteit worden wettelijke grenswaarden gesteld aan de concentratie van verschillende verontreinigende stoffen in de lucht. Van deze diverse verontreinigende stoffen zijn over het algemeen stikstofdioxide (NO2) en zogenoemd fijnstof (PM10) maatgevend. De Wet luchtkwaliteit stelt dat bestuursorganen hun bevoegdheden kunnen uitoefenen indien (art.5.16): * *
dit niet leidt tot het overschrijden van de grenswaarden voor luchtkwaliteit; aannemelijk is gemaakt dat het niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de concentraties in de buitenlucht; » het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Projecten die de luchtkwaliteit niet in betekenende mate (NIBM) verslechteren worden niet meer getoetst aan de grenswaarden en kunnen zonder meer doorgang vinden. De definitie van 'in betekenende mate' is vastgelegd in het Besluit en de Regeling Niet in betekenende mate (luchtkwaliteitseisen). Projecten die de concentratie NO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan het verslechteren van de luchtkwaliteit. In concentraties uitgedrukt betekent dit een verslechtering van 1,2 pg7m3 voor beide stoffen. De 3%-grens geldt sinds 1 augustus 2009, de datum waarop het blad 54 van 88
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied-herziening EuroParcs Kaatsheuvel
aľiteâţjrúup Gemeente Loon op Zand
Projectnummer 434368
Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van kracht werd. De 3%-grens is voor een aantal categorieën van projecten in een ministeriële regeling omgezet in getalsmatige grenzen. Zo gaat het bij woningbouw om de toevoeging van 1.500 woningen netto bij één ontsluitingsweg, of 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen. Op grond hiervan is een luchtkwaliteitonderzoek voor voorliggend bestemmingsplan niet nodig. Onderzoek Zoals in paragraaf 5.1 berekend, leidt het plan voor EuroParcs Kaatsheuvel tot een verkeersgeneratie van 1.360 vervoersbewegingen per etmaal. Dit is een afname ten opzichte van de verkeersgeneratie op basis van het geldende bestemmingsplan. Voor de zorgvuldigheid is de volledige verkeersgeneratie van voorliggend plan ingevuld in de NIBM-tool (versie 23 april 2022). De NIBM-tool is een rekentool waarmee de bijdrage van kleinere ruimtelijke plannen en verkeersplannen aan de luchtkwaliteit kunnen worden vastgesteld. Volgens de NIBM-tool draagt de extra functie "niet in betekenende mate bij" aan de verslechtering van de milieukwaliteit, zie figuur 5.2.
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2022 Jaar van planrealisatie
2023
Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
1360
Aandeel vrachtverkeer
1,0oZo
N02 in pg/rn3
0,87 0,21
Maximale bijdrage extra verkeer
PM10 in pg/rn3
1,2
Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in pg/m3
Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig Figuur 5.2: Resultaten NIBM tool
Woon- en leefklimaat De Rijksoverheid brengt via het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (www.cimlk.nl) in beeld hoe de luchtkwaliteit zich zal ontwikkelen in Nederland. Via deze monitoringstool kan men op straatniveau inzicht krijgen in de te verwachten luchtkwaliteit ter plaatse. Hieruit blijkt dat de omgeving van het plangebied in zowel in 2021 als in 2030 voldoet aan de wettelijke normen die voor luchtkwaliteit van toepassing zijn. De te verwachten waarden blijven ruim onder de normen voor fijnstof en stikstofdioxide (de maatgevende componenten voor luchtverontreiniging). In figuur 5.4 zijn de waarden voor NO2, PM10 en PM 2,5 voor het plangebied weergegeven ter plaatse van het plangebied in het jaar 2020 (bron: Atlas Leefomgeving). Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat er sprake van een goed woon- en leefklimaat voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit. Beoordelingspunt x 132075 y: 407671 NCVconcentratíe PIVİ2,5-concentratie PMio concentratie PMio-overschrijdingingsdagen
Grenswaarde
Waarde 2021
Waarde 2030
< 35 pg/m3
23,3 pg/m3 9,7 pg/m3 17,2 pg/m3 6 dagen
17,3 pg/m3 7,5 pg/m3 14,9 pg/m3 6 dagen
í 20 pg/m3
« 40 pg/m3 c 35 dagen
Figuur 5.3: Waarden en grenswaarden luchtkwaliteit
blad 55 van 88
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied-herziening EuroParcs Kaatsheuvel
āľiteayrúup Gemeente Loon op Zand Projectnummer 434368
PM10
PM2,5
10-12 14-16
18-20
|í 25
Figuur 5.4: Waarden luchtkwaliteit (2020) Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de uitvoering van het bestemmingsplan.
5.7
Waterparagraaf
5.7.1
Algemeen In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening is verplicht een watertoets uit te voeren. In de toelichting bij ruimtelijke besluiten en plannen is het noodzakelijk een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. In bijage 13 is een watertoetsdocument bijgevoegd waarop deze waterparagraaf is gebaseerd.
5.7.2
Huidige situatie De huidige inrichting van het plangebied is een afwisseling van bebouwd en onverhard gebied. In het plangebied is in een vakantiepark gelegen. In het gebied staan voornamelijk kleine vakantieverblijven en stacaravans. In het noordelijke gedeelte van het plangebied staan enkele grotere gebouwen (centrale voorzienigen). Maaiveldhoogte Het plangebied ligt op een heuvel op NAP + 7,5 m, en loopt af naar het noorden toe. De weg ten noorden van het gebied ligt op NAP + 5,8 m. Bodemopbouw Uit het veldonderzoek, Verkennend bodem- en asbestonderzoek vakantiepark Droomgaard te Kaatsheuvel 17 december 2019, blijkt dat de bodem tot 5,0 m -mv bestaat uit zand. Op verschillende locaties worden op dieptes van 0,3 tot 3,7 m -mv leemlagen aangetroffen met een dikte tussen de 0,2 tot 2,7 meter. Grondwater Uit het veldonderzoek, Verkennend bodem- en asbestonderzoek vakantiepark Droomgaard te Kaatsheuvel 17 december 2019, blijkt dat de freatische grondwaterstand op 3,3 m -mv ligt. De GHG ligt in het oostelijke deel van het plangebied hoger dan in het westelijke deel van het plangebied. In het oostelijke deel bevindt de GHG zich tussen 0,4 en 1,4 m beneden maaiveld; in het westelijke deel bevindt de GHG zich tussen 1,0 en 2,0 m beneden maaiveld.
blad 56 van 88
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied-herziening EuroParcs Kaatsheuvel
. fy
anteagroup
Gemeente Loon op Zand Projectnummer 434368
Grondwaterbeschermingsgebied Het plangebied ligt voor een gedeelte binnen een grondwaterbeschermingsgebied, vanuit de provincie zijn hier eisen aan verbonden. Het is enkel toegestaan afstromend hemelwater van gebouwen, verharde wegen voor gemotoriseerd verkeer en permanente parkeerterreinen op of in de bodem te lozen wanneer sprake is van gecontroleerd infiltreren met een voldoende zuiverende voorziening. Beschermd gebied waterhuishouding Het plangebied ligt in net buiten een attentie zone waterhuishouding. Grondwateronttrekkingen In het plangebied zijn geen grondwateronttrekkingen. Rond het plangebied zijn enkele grondwateronttrekkingen ten behoeve van beregening van landbouwgronden. Watersysteem Volgens de leggerkaart van waterschap Brabantse Delta ligt in het noorden van het plangebied een primaire (A) watergang. Deze watergang blijkt aan de hand van foto's uit Streetsmart met een greppel verbonden te zijn door duikers. Ten zuiden en ten westen van het plangebied is een secundaire (B) watergang gelegen. Vuil- en hemelwater In het plangebied staan voornamelijk vakantiewoningen en stacaravans. Het huidige vuilwater wordt naar de bestaande riolering afgevoerd. Hemelwater wordt voor een groot gedeelte geïnfiltreerd in de bodem. Waterveiligheid Uit de legger van waterschap Brabantse Delta blijkt dat het plangebied niet in de kern- of beschermingszones van waterkeringen ligt.
Om deze reden worden er geen negatieve effecten op de waterveiligheid verwacht. Grondwaterbeschermingsgebied Het plangebied ligt deels binnen een 25-jaarszone grondwaterbeschermingsgebied, zie figuur 2.3 in paragraaf 2.2.2. Hier zijn vanuit de provincie eisen aan verbonden. In grondwaterbeschermingsgebieden gelden andere regels die invloed hebben op: * het werken in de grond; * onttrekken van grondwater; » hoe er om wordt gegaan met de afstroom van hemelwater. Deze regels en de daar bijbehorende consequenties worden in paragraaf 5.7.6 beschreven. Bij beschermde gebieden waterhuishouding gelden regels over beregening en het niet onttrekken van grondwater. Daarvan is in het plan geen sprake.
5.7.3
Toekomstige situatie In de toekomstige situatie zal het plangebied worden herontwikkeld tot een luxe vakantieresort voor verschillende doelgroepen. Het voornemen is om maximaal 485 woningunits op het terrein te plaatsen. In is een plattegrond weergegeven waarin het voorgenomen plan wordt weergegeven. Het voornemen is om in het park een aantal vennen aan te leggen. Ook zullen een aantal wadi's aangelegd worden.
blad 57 van 88
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied-herziening EuroParcs Kaatsheuvel
. fy
anteagroup
Gemeente Loon op Zand Projectnummer 434368
rf'-'V
ĩ&ffmì
lí - řfţļř;
HÍ'ļãĮļŞ
V'.'í'ļţr
Figuur 5.4: Ontwerp plangebied (bron: CB5) Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 22,3 hectare. Het plangebied is weergegeven in figuur 5.4 , met daarin blauw omkaderd het oostelijke deel en rood omkaderd het westelijke deel. Oostelijke deel Uit De Basisregistratie Grootschalige Topografie (bgt) kunnen alle bestaande oppervlaktes worden ingemeten. De kleine chalets staan hier niet in opgenomen. Als uitgangspunt wordt de oppervlakte van één chalet geschat op 45 m2. Naar een globale telling van het bgt uit 2018 blijkt dat er ongeveer 518 vakantie verblijven in het plangebied stonden. Dit komt uit op 23.310 m2 aan bebouwing van de vakantieverblijven. Het oostelijke deel van het plangebied, wat in de huidige situatie al is ingericht als vakantiepark, blijft qua oppervlakte gelijk in de huidige en toekomstige situatie. Westelijke deel In het westelijke deel van het plangebied zullen de verharde en onverharde oppervlaktes veranderen. De oppervlaktes in beide situaties zijn weergegeven in . In de toekomstige situatie bestaat dit deel van het plangebied uit totaal circa 12.000 m2 verhard oppervlak, waarvan circa 2.000 m2 half verhard oppervlak, en circa 37.000 m2 onverhard oppervlak. In de huidige situatie is in totaal circa 2.700 m2 verhard oppervlak, waarvan circa 6.000 m2 half verhard oppervlak, en circa 43.000 m2 onverhard oppervlak aanwezig.
Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling neemt het verhard oppervlak toe met circa 9.500 m2.
Tabel 5.1-: Oppervlaktes in het westelijke deel in de huidige en toekomstige situatie
blad 58 van 88
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied-herziening EuroParcs Kaatsheuvel
āľiteayrúup Gemeente Loon op Zand Projectnummer 434368
Huidig
5.7.3.1
Toekomstig
Verschil
Onverhard
42.892 rrr
37.387 rrr
-5.506 rrr
Half verhard
6.015 rrr
1.975 rrr
-4.040 rrr
Verhard
2.726 rrr
12.272 rrr
9.546 rrr
Grondwater Er zijn enkele vennen in het plangebied aangelegd, zie figuur 5.5 voor het ontwerp en figuur 5.6 voor een principedetail schets. Doordat de grondwaterstand in het gebied diep ligt en het plangebied binnen een grondwaterbeschermingsgebied ligt, dienen de vennen aan de onderkant dicht gemaakt te worden, om te voorkomen dat het water infiltreert. De vennen zijn daarom afgedicht middels een folie met een dikte van maximaal 0,2 m. Deze afdichting zit zowel op de bodem van de vennen als op het talud. Echter gaat deze afdichting niet helemaal tot de bovenkant van het talud door, zodat water kan infiltreren wanneer de vennen volgelopen zijn na veel neerslag. De bodem van de vennen bevindt zich op circa 1,30 m -mv.
UJ
Vįr,-';
Figuur 5.5: Ontwerp vennen 1 en 2 (bron: 4D)
Hoogtemaat i
meters t.
N.A.P.
Figuur 5.6: Principedetail van een ven
Tevens zullen wadi's gerealiseerd gaan worden, een principedetail schets hiervan is blad 59 van 88
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied-herziening EuroParcs Kaatsheuvel
āľiteayrúup Gemeente Loon op Zand
Projectnummer 434368
weergegeven in figuur 5.7. De wadi's hebben een talud van 1:3 en een diepte van 50 cm. Bij een waterdiepte boven 30 cm zal het water middels een slokop afgevoerd worden naar de hemelwater riolering, vanuit waar het water afgevoerd wordt naar het oppervlaktewater.
Graszode op bodem en talud Teelaarde, dik 20mm Drainagezand; dik 100mm Bestaande ondergrond
Slokop (trottoirkolk)
Slokop (trottoirkolk)
Hoofdriolering Hemelwater (Lozen opwaterpartij)
Figuur 5.7: Principedetail van een wadi
Gezien de diepe ligging van de GHG in het westelijke deel van het plangebied zullen zowel de vennen als de wadi's boven de GHG aangelegd worden. Specifieke afmetingen en volumes dienen nog bepaald te worden. 5.7.3.2
Watersysteem Watersysteem Uit de compensatieberekeningen blijkt dat in het plangebied circa 573 m3 hemelwaterberging gecreëerd moet worden om te voldoen aan de eisen van de waterbeheerders.
Waterbergingsopgave In het plangebied zijn meerdere vennen voorzien waarin water geborgen kan worden. De vennen worden niet aangesloten op het omliggende watersysteem van het waterschap. De maximale waterpeilstijging kan daardoor zelf bepaald worden. Tevens zijn ook enkele wadi's voorgenomen, waar de waterstand maximaal 0,3 m mag zijn. Middels de vennen en wadi's dient minstens 573 m3 water geborgen kunnen worden. 5.7.3.3
Vuil- en hemelwater Het voornemen is 485 vakantieverblijven te plaatsen. Deze vakantieverblijven zullen op de bestaande riolering worden aangesloten. Het hemelwater dient in het plangebied te worden verwerkt, door middel van de wadi's en het oppervlaktewater.
5.7.3.4
Waterveiligheid Uit de legger van waterschap Brabantse Delta blijkt dat het plangebied niet in de kern- of beschermingszones van waterkeringen ligt. Om deze reden zijn er geen negatieve effecten verwacht op de waterveiligheid.
blad 60 van 88
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied-herziening EuroParcs Kaatsheuvel
. fy
anteagroup
Gemeente Loon op Zand Projectnummer 434368
5.7.4
Conclusie Middels de watertoets kan gesteld worden dat de initiatiefnemer moet voldoen aan de hemelbergingseis van 573 m3. Deze berging kan worden gerealiseerd in de vennen en wadi's, dimensionering van deze voorzieningen dient te worden gedaan aan de hand van de benodigde berging. De voorgenomen ontwikkeling vormt geen knelpunt vanuit het oogpunt van waterhuishouding. Het plangebied biedt voldoende ontwateringsdiepte en er is voldoende ruimte om waterbergende en infiltrerende voorzieningen aan te leggen. Verder dient geen vergunning aangevraagd te worden, omdat de verhardingstoename minder dan 10.000 m2 bedraagt. Daarnaast dient rekening gehouden te worden met de extra eisen ten behoeve van het grondwaterbeschermingsgebied waarin het plangebied deels gelegen is.
5.7.5
Juridische borging De waterhuishoudkundige voorzieningen zoals vijvers en wadi's worden niet met een enkelbestemming op de plankaart opgenomen. De aanleg van waterhuishoudkundige voorzieningen wordt overal binnen de projectgrenzen mogelijk gemaakt.
5.7.6
Grondwaterbeschermingszone Het recreatiepark ligt in een grondwaterschermingsgebied. Dit heeft gevolgen voor de inrichting van het terrein, zoals de parkeerplaatsen en het toepassen van uitloogbare bouwstoffen. Op 17 maart 2021 is een melding gedaan in het kader van activiteiten binnen waterwin-, en grondwaterbeschermingsgebieden en boringsvrije zones. De melding omvatte het lozen van afstromend hemelwater van gebouwen, verharde wegen voor gemotoriseerd verkeer en permanente parkeerterreinen. Gebouwen. Bij de nieuwe en nog te realiseren recreatiewoningen worden geen uitlogende materialen gebruikt. Het afstromend hemelwater van de verblijfsrecreatieve eenheden loost via een hemelwaterriolering op de waterpartijen en wadi's. Bij het lozen van het afstromend hemelwater van deze gebouwen gelden de rechtstreeks werkende IOV-regels en zijn er geen aanvullende voorschriften behalve het doen van een startmelding. Wegen Er zijn interne ontsluitingswegen voor personenauto's. Dit zijn grotendeels vloeistofdichte asfaltwegen. De toegangswegen naar clusters recreatieverblijven bestaan op diverse plaatsen uit halfverharding. Het afstromend hemelwater van de (half)verharde parkwegen betreft de emissiecategorie 1. Alle wegen wateren bij buien van 20 mm/uur via kolken af op een hemelwaterrioolstelsel, dat het water naar vier waterpartijen brengt.
De bodem van deze waterpartijen is afgesloten middels folie of een kleilaag van maximaal 20 cm zodat deze geen infiltrerende werking heeft. Daarbij zijn de halfverharde wegen en wegbermen niet vergraven of opgehoogd, zodat de bovenste 50 cm van de oorspronkelijke bodem aanwezig is en ook voldoet als zuiverende voorziening. Van deze wegen komt een klein deel van het afstromend water in de meest zuidelijk gelegen wadi terecht. De wadibodems en -talud bestaan uit een graszode met daaronder 2 cm teelaarde, 10 cm drainagezand en tenslotte de bestaande ondergrond. In de eerste 50 cm van deze ondergrond is het lutumgehalte 3% en het humusgehalte 1,7% (zie bijlage 11). Daarmee heeft de wadi een voldoende zuiverende werking voor het afstromende water van de nabijgelegen weg. De overige drie wadi's worden enkel gebruikt voor infiltratie van afstromend hemelwater van gebouwen. Alle vier de wadi's hebben een slokop waarbij water via de hemelwaterriolering naar de waterpartijen kan stromen. Er is een compleet onderhoudsplan voor de wadi's. Zij worden meerdere keren per jaar gemaaid, minimaal tweemaal per jaar vrijgemaakt van blad en afval inclusief een halfjaarlijkse inspectie van de slokop. Kale en dode plekken in de grasmat van de wadi worden tijdig hersteld. Bij
blad 61 van 88
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied-herziening EuroParcs Kaatsheuvel
āľiteayrúup Gemeente Loon op Zand
Projectnummer 434368
incidenten of calamiteiten kan het water worden afgevangen en/of de vervuilingslocatie worden geïsoleerd en gesaneerd. Parkeerterreinen De aanwezige parkeerterreinen worden uitsluitend gebruikt voor personenauto's van gasten van het recreatiepark. Er worden geen uitlogende materialen gebruikt en er parkeren geen vrachtwagens. Er zijn in het park acht parkeerclusters voor vier of meer motorvoertuigen in het grondwaterbeschermingsgebied gelegen. 1.
een bestaand geasfalteerd parkeerterrein aan de Van Haestrechtstraat met een capaciteit van 62 voertuigen; 2. zes parkeerterreinen bestaande uit een klinkerverharding en een capaciteit variërend tussen de 5 en 65 voertuigen 3. een parkeergebied met een capaciteit van 120 motorvoertuigen dat feitelijk bestaat uit twee afzonderlijke terreinen: a. een oostwest gericht geasfalteerd parkeerterrein met een capaciteit van circa 80 parkeerplaatsen; b. een noordzuid gericht deel met ongeveer 45 geasfalteerde parkeerplaatsen en een halfverharde rijbaan. Omdat deze terreinen los van elkaar liggen en hun eigen afwatering hebben betreffen alle parkeerterreinen een emissiecategorie 1 Het hemelwater van de parkeerterreinen stroomt bij buien van 20 mm per uur via kolken en PVC-buizen naar een hemelwaterrioolstelsel, dat het water naar de vier waterpartijen afvoert, waarvan de bodem zoals aangegeven is afgesloten middels folie of een kleilaag van maximaal 20 cm, zodat deze geen infiltrerende werking heeft. De oorspronkelijke bodem is aanwezig en voldoet als zuiverende voorziening. Van deze wegen komt een klein deel van het afstromend water in de meest zuidelijk gelegen wadi terecht, die zoals hierboven is beschreven een voldoende zuiverende werking voor het afstromende water heeft.
Bij incidenten of calamiteiten kan ook in dit gevel het water worden afgevangen en Z of de vervuilingslocatie worden geïsoleerd en gesaneerd. De provincie heeft 13 juli 2021 schriftelijk aangegeven, dat hiermee aan de regels wordt voldaan (briefkenmerk Z.206783/D.781577). Ten behoeve van de bescherming van het grondwater dat voor drinkwater wordt gebruikt heeft de provincie de Handleiding Drinkwaterbescherming Noord-Brabant (mei 2020) opgesteld. Deze handreiking is gebruikt bij het opstellen van de planregels die zijn opgenomen om het drinkwater te beschermen (zie lid 9.1 Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied).
blad 62 van 88
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied-herziening EuroParcs Kaatsheuvel
. fy
anteagroup
Gemeente Loon op Zand Projectnummer 434368
5.8
Natuur
5.8.1
Normstelling en beleid De bescherming van de natuur is vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wnb geeft het wettelijke kader voor de bescherming van natuurgebieden en voor soortenbescherming. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wnb ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en gebieden de uitvoering van het plan niet in de weg staan. De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen) én voor Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen, waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het rijk bevoegd gezag. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Ook in dit kader zijn de provincies het bevoegd gezag.
5.8.2
Natuurtoets fase 1 Ecogroen heeft in het kader van het bestemmingsplan een natuurtoets uitgevoerd voor fase 1 van het plan. De conclusies van dit onderzoek (bijlage 14) zijn hieronder samengevat.
Soortbescherming * * * »
*
»
*
*
*
blad 63 van 88
Binnen het projectgebied zijn potentiële verblijfplaatsen aangetroffen van vleermuizen in één van de te slopen gebouwen en in te vellen bomen op het terrein. De grote zomereiken aan de westzijde van het projectgebied dienen mogelijk als onmisbare vliegroute voor vleermuizen. De randen van het projectgebied en de voormalige tentenplaats zijn potentieel leefgebied voor bunzing en wezel. Tijdens het veldbezoek zijn in het projectgebied geen vaste verblijfplaatsen van overige nationaal beschermde zoogdieren zonder provinciale vrijstelling aangetroffen. Overige soorten uit deze categorie worden op basis van veldbezoek, terreinkenmerken en bekende verspreidingsgegevens (NDFF 2019) uitgesloten in het projectgebied. In het projectgebied zijn vaste verblijfplaatsen van algemene grondgebonden zoogdiersoorten (nationaal beschermd) met provinciale vrijstelling aangetroffen en/of te verwachten. Dit zijn onder andere mol, huisspitsmuis, veldmuis en egel. Op 1,8 kilometer van het projectgebied is een waarneming uit de NDFF (NDFF 2019) van kamsalamander uit 2017 (foeragerend) bekend. Binnen het projectgebied zijn geschikte verblijfplaatsen voor kamsalamander aanwezig in de omringende houtwallen. Bij de voorgenomen werkzaamheden blijven de houtwallen rondom de camping behouden. Negatieve effecten op verblijf-plaatsen van kamsalamander zijn uitgesloten.
Vervolgstappen ten aanzien van kamsalamander zijn niet aan de orde. Op 800 meter afstand is een levendbarende hagedis ter plaatse waargenomen in 2018 (NDFF 2019). Binnen het projectgebied zijn geschikte verblijfplaatsen voor levendbarende hagedis aanwezig in de omringende houtwallen. Bij de voorgenomen werkzaamheden blijven de houtwallen rondom de camping behouden. Negatieve effecten op verblijfplaatsen van levendbarende hagedis zijn uitgesloten. Vervolgstappen ten aanzien van levendbarende hagedis zijn niet aan de orde. In het projectgebied zijn geen broedvogels met jaarrond beschermde nesten aanwezig. Vervolgstappen ten aanzien van broedvogels met jaarrond beschermde nesten zijn niet aan de orde. Binnen het projectgebied is broedbiotoop aanwezig voor algemene vogelsoorten als merel, houtduif, pimpelmees, vink, roodborst en winterkoning. Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied-herziening EuroParcs Kaatsheuvel
āľiteayrúup Gemeente Loon op Zand
Projectnummer 434368
*
Binnen het projectgebied zijn geen beschermde soorten van andere soortgroepen (vissen, insecten en ongewervelden) aangetroffen of te verwachten. Vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming zijn voor deze soorten niet aan de orde.
Gebiedsbescherming *
»
*
*
Het projectgebied grenst aan Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen. Het projectgebied ligt op respectievelijk 2,6 en 8 kilometer van de Natura 2000-gebieden Langstraat en Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek. Nader onderzoek middels een Voortoets moet mogelijke negatieve verstorende effecten op habitattypen en -soorten die zijn aangemerkt voor Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen in beeld brengen tijdens de aanleg- en gebruiksfase. Nader onderzocht moet worden of de uitvoering van de werkzaamheden en de nieuwe gebruiksfase strijdig zijn met de Wet natuurbescherming, vanwege stikstofdepositie. Dit onderzoek is uitgevoerd, zie paragraaf 5.8.8. Het projectgebied grenst aan het Natuur Netwerk Brabant. Omdat met het voornemen geen wijziging van het vigerende bestemmingsplan plaats vindt, is een toets aan het NNB niet nodig.
Houtopstanden Het projectgebied valt buiten de bebouwde kom. Houtopstanden buiten de bebouwde kom valt onder de Wnb wanneer het gebied groter dan 10 are is of rijbeplanting van meer dan 20 bomen. Wanneer een eigenaar voornemens is om een houtopstand die onder de Wnb valt te vellen, is de eigenaar verplicht zich van tevoren te melden bij gedeputeerde staten van de betreffende provincie. In sommige gevallen is tevens een omgevingsvergunning noodzakelijk als de bomen onderdeel zijn van de groenstructuur. Er worden in het plan geen houtopsstanden geveld.
Vervolgstappen »
»
»
*
blad 64 van 88
Werkzaamheden die broedbiotopen van alle aanwezige vogels beschadigen dienen te allen tijde te worden voorkomen. Dit is voor de meeste soorten mogelijk door gefaseerd te werken en de uitvoering in elk geval op te starten in de periode voor half maart en na half juli of het onderzoeksgebied te controleren op broedende vogels en nesten binnen de invloedsfeer van het project. Voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd, maar is het van belang of nesten of eieren van broedvogels worden beschadigd of vernield, ongeacht de datum Wanneer renovatie van het entreegebouw plaats vindt kan het nodig zijn aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van gebouwbewonende vleermuizen uit te voeren. Dit is afhankelijk van de manier van werken. Wanneer sloop plaats vindt, is onderzoek sowieso noodzakelijk. Vleermuisonderzoek dient te worden uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol (Vleermuisvakberaad 2017). Voor het onderzoek moeten in totaal vijf bezoeken worden uitgevoerd in de periode mei - half juli en half augustus - half september. Voorafgaand aan het vellen van bomen met holtes en scheuren is aanvullend onderzoek noodzakelijk naar de aanwezigheid van vleermuizen. Dit onderzoek dient te worden uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol (Vleermuisvakberaad 2017).
Voor het onderzoek moeten in totaal vijf bezoeken worden uitgevoerd in de periode mei - juni en augustus - september. Wanneer de grote zomereikenrij aan de westzijde van het gebied wordt gekapt is aanvullend onderzoek naar vliegroutes van vleermuizen noodzakelijk. Dit onderzoek dient te worden uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol (Vleermuisvakberaad 2017). Voor het onderzoek moeten in totaal twee bezoeken worden uitgevoerd in de periode Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied-herziening EuroParcs Kaatsheuvel
āľiteayrúup Gemeente Loon op Zand
Projectnummer 434368
*
*
half april- eind september. De voormalige tentenplaats is geschikt leefgebied voor bunzing en wezel. Hiervoor kan 1. Aanvullend onderzoek naar de functionaliteit van het potentiële leefgebied gedurende zes weken in de meest actieve periode van bunzing en wezel uitgevoerd worden met sporenbuizen, mostela, wildcamera en nestkast, òf 2. Een ontheffing aangevraagd worden, wat alleen voordelig is indien voor andere soortgroepen ook een ontheffing aangevraagd moet worden. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele exemplaren van de grondgebonden zoogsoorten (nationaal beschermd) met provinciale vrijstelling geschaad worden. In voorliggende situatie geldt in de provincie Noord-Brabant vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze zoogdieren niet aan de orde is
Conclusies t.a.v. vervolgstappen Het natuuronderzoek voor fase 1 is eind 2019 uitgevoerd waarna het rapport in maart 2020 is opgesteld. Inmiddels zijn in 2022 de plannen verder uitgewerkt, waarbij rekening is gehouden met de aanbevelingen uit het onderzoek.
Soortenbescherming *
» » »
*
Er worden geen gebouwen gesloopt waar in potentie vleermuizen kunnen zitten, er worden geen bomen gekapt of leefgebied aangetast waar beschermde soorten kunnen voorkomen. Er worden geen bomen gekapt. De grote zomereiken aan de westzijde blijven behouden. De randen van het projectgebied en de voormalige tentenplaats zijn potentieel leefgebied voor bunzing en wezel. Bestaand struweel met ondergroei met mogelijke verblijfplaatsen en foerageergebied in de vorm van ondergroei, gazons en houtwal blijft zoveel mogelijk behouden. Door behoud blijft de ingreep ruim onder de 1 ha en is een ontheffing niet nodig. Binnen het projectgebied is broedbiotoop aanwezig voor algemene vogelsoorten als merel, houtduif, pimpelmees, vink, roodborst en winterkoning. In dat kader worden werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd.
Gebiedsbescherming »
5.8.3
Nader onderzoek middels een Voortoets moet mogelijke negatieve verstorende effecten op habitattypen en -soorten die zijn aangemerkt voor Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen in beeld brengen tijdens de aanleg- en gebruiksfase. Uit het onderzoek voor fase 2 blijkt dat er geen effecten zijn op de NNB en Natura 2000. Het is aannemelijk dat dit ook geldt voor fase 1. Er is eenvoortoets uitgeoerd voor fase 1 en 2, zie paragraaf 5.8.4.
Natuuronderzoek, fase 2 Natuurbank Overijssel heeft een natuurtoets uitgevoerd voor fase 2 van het plan. De conclusies van dit onderzoek (bijlage 15) zijn hieronder beschreven
Soortenbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde dieren. Beschermde dieren benutten het plangebied als
blad 65 van 88
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied-herziening EuroParcs Kaatsheuvel
āľiteayrúup Gemeente Loon op Zand
Projectnummer 434368
foerageergebied en mogelijk bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- en voortplantingsplaats, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en nestelen er vogels. Vleermuizen bezetten geen verblijfplaats in het plangebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Geadviseerd wordt bebouwing te slopen/verwijderen en de beplanting te verwijderen buiten de voortplantingsperiode. Voor de amfibieën en grondgebonden zoogdieren, die vaste rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen 'doden' en het 'beschadigen en vernielen van vaste rust- en/of voortplantingsplaats'. Deze vrijstelling is van toepassing omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor de in het plangebied foeragerende grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, amfibieën en vogels niet af.
Gebiedsbescherming Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, en de afstand tussen plangebied en Natura 2000-gebied, kan een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied niet op voorhand uitgesloten worden. Om het effect van de voorgenomen activiteiten op Natura 2000-gebied vast te kunnen stellen, dient aanvullend onderzoek in de vorm van een stikstofberekening uitgevoerd te worden. Dit onderzoek is uitgevoerd, zie paragraaf 5.8.8.
Houtopstanden Het projectgebied valt buiten de bebouwde kom. Houtopstanden buiten de bebouwde kom valt onder de Wnb wanneer het gebied groter dan 10 are is of rijbeplanting van meer dan 20 bomen. Wanneer een eigenaar voornemens is om een houtopstand die onder de Wnb valt te vellen, is de eigenaar verplicht zich van tevoren te melden bij gedeputeerde staten van de betreffende provincie. In sommige gevallen is tevens een omgevingsvergunning noodzakelijk als de bomen onderdeel zijn van de groenstructuur. Er worden in het plan geen houtopatden geveld.
5.8.4
Voortoets Er zijn zoals hierboven beschreven voor de herontwikkeling verkennendende natuuronderzoeken uitgevoerd. Geconcludeerd wordt, dat een nadere toetsing in de vorm van een voortoets noodzakelijk is, omdat het vakantiepark op korte afstand ligt van het Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen ä Leemkuilen. In bijlage 18 is met een voortoets beoordeeld of de voorgenomen herontwikkeling van het vakantiepark significante gevolgen kan hebben voor dit Natura 2000-gebied of voor andere Natura 2000-gebieden. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen herontwikkeling van vakantiepark EuroParcs Kaatsheuvel niet leidt tot significante gevolgen voor het nabijgelegen Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen ä Leemkuilen of voor andere omliggende Natura 2000-gebieden. Ten aanzien van de plantoets (artikel 2.7, eerste lid, Wnb) geldt dat ten opzichte van de
blad 66 van 88
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied-herziening EuroParcs Kaatsheuvel
āľiteayrúup Gemeente Loon op Zand
Projectnummer 434368
referentiesituatie (de feitelijke en planologisch legale situatie) geen sprake is van een toename aan stikstofdepositie (zie paragraaf 5.8.8) of van verstoring van kwalificerende habitatsoorten of relevante typische soorten voor kwalificerende habitattypen. Van verdroging of verontreiniging in het Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen is geen sprake. Significante gevolgen kunnen op voorhand met zekerheid worden uitgesloten. De Wnb staat niet aan de uitvoerbaarheid van het voorgenomen plan in de weg. Ten aanzien van de vergunningtoets (artikel 2.7, tweede lid, Wnb) geldt dat ten opzichte van de referentiesituatie (de Wnb vergunde situatie) geen sprake is van een toename aan stikstofdepositie of van verstoring van kwalificerende habitatsoor-ten of relevante typische soorten voor kwalificerende habitattypen. Van verdroging of verontreiniging in het Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen is geen sprake (zie paragraaf 5.8.8). Significante gevolgen kunnen op voorhand met zekerheid worden uitgesloten. Voor het project is geen vergunning op grond van de Wnb noodzakelijk.
5.8.5
Oplegnotitie Natuur 2023 Naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de Omgevingsdienst op de hierboven beschreven onderzoeken is een oplegnotitie Natuur opgesteld. Deze is als bijlage 16 bijgevoegd. Hieruit volgt dat de werkzaamheden zijn uitgevoerd conform de adviezen uit de natuuronderzoeken en dat aan de zorgplicht is voldaan. De uitvoering van de werkzaamheden vinden plaats conform het opgestelde ecologisch werkprotocol, dat als bijlage 1 bij de oplegnotie (bijlage 16) is gevoegd.
5.8.6
Actualisatie Natuurtoets 2023 Naar aanleiding van opmerkingen van de omgevingsdienst n bovengenoemde oplegnotitie voor fase 2 een nieuwe natuurtets uitgevoerd in 2023. De resultaten worden hieronder weergegeven. Het onderzoek is bijgevoegd als bijlage.17.
Soortenbescherming Binnen het plangebied is geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde soorten (Wnb) warvoor geen algemene vrijstelling geldt. Het gaat om soorten uit de volgende soortgroepen: vogels met een jaarrond beschermd nest, algemene broedvogels, vleermuizen, zoogdieren, reptielen en amfibieën. In tabel 5.1 zijn de conclusies ten aanzien van deze beschermde soorten opgenomen. De onderbouwing van de conclusies zijn beschreven in paragraaf 2.3 van bijgevoegde natuurtoets. Voor de overige soort(groep)en is beoordeeld dat vervolgstappen niet aan de orde zijn. Voor deze soorten en vrijgestelde soorten geldt wel de zorgplicht.
blad 67 van 88
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied-herziening EuroParcs Kaatsheuvel
āľiteayrúup Gemeente Loon op Zand Projectnummer 434368
Soort(groep)
Essentieel leefgebied in (directe omgeving van) plangebied?
Nader onderzoek nodig?
Maatregelen?
Ontheffing Wnb aan de orde?
Vogels met een jaarrond beschermd nest Vogels (algemene broedvogels) Zoogdieren (diverse soorten vleermuizen) - verblijfplaatsen
Ja, nestgelegenheid in de bomen in het plangebied
Nee
Ja, zie tabel 3.3
Nee
Ja, nestgelegenheid in opgaande begroeiing
N.v.t.
Ja, zie tabel 3.3
Nee
Stootvoegen in elektriciteitsgebouw en holtes in bomen geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen
Nee
Ja, zie tabel 3.3
Nee, mits de maatregelen uit tabel 3.3 worden opgevolgd.
Zoogdieren (diverse soorten vleermuizen) - essentiële vliegroutes
Meerdere lijnvormige elementen binnen het plangebied
Nee
Ja, zie tabel 3.3
Nee, mits de maatregelen uit tabel 3.3 werden opgevolgd.
Zoogdieren (boommarter, steenmarter) Zoogdieren (bunzing, hermelijn en wezel) Reptielen (levendbarende hagedis) Amfibieën (rugstreeppad) Vrijgestelde soorten
Ja, geschikt habitat binnen plangebied
Ja, zie tabel 3.2
Nader te bepalen
Nog onduidelijk
Ja, geschikt habitat binnen plangebied
Ja, zie tabel 3.2
Nader te bepalen
Nog onduidelijk
Ja, geschikt habitat binnen plangebied
Ja, zie tabel 3.2
Nader te bepalen
Nog onduidelijk
Ja, geschikt habitat binnen plangebied
Ja, zie tabel 3.2
Nader te bepalen
Nog onduidelijk
Zie tabel 3.4
Tabel 5.1 Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming
In tabel 5.1 is aangegeven dat er nader onderzoek nodig is naar de marterachtigen (boommarter, bunzing, hermelijn en wezel), levendbarende hagedis en rugstreeppad. De beschrijving van dit nader onderzoek wordt in tabel 5.2 uiteengezet. Soort
Onderzoeksmethode
Marterachtigen
Onderzoek in de periode volgens het kennisdocument kleíne marterachtigen {1 juni —15 november) en bestaat uit het plaatsen van cameravallen. Drie ronden in de voortplantingsperiode ( april en mei) met geschikte weersomstandigheden (BIJ12, 2017d). Als in de periode juni — september wordt geïnventariseerd dan zullen meer dan drie rondes plaats moeten vinden. Drie bezoeken (minimaal lx half april - mei, lx half juni-half juli) om kooractiviteit te onderzoeken met geschikte weersomstandigheden conform protocol (NGB, 2023).
Levendbarende hagedis
Rugstreeppad
Tabel 5.2. Beschrijving nader onderzoek.
In tabel 5.3 is aangegeven dat een overtreding van de Wnb voor een aantal soorten op voorhand kan worden voorkomen door het treffen van maatregelen. Deze maatregelen zijn in tabel 5.3 uiteengezet. Door het nemen van deze maatregelen worden negatieve effecten voorkomen en zijn geen vervolgstappen noodzakelijk. Soort(groep) Vogels met een jaarrond beschermd
Werken buiten het braedseizoen, of broedvogelcontrole door een deskundige ecoloog vooraf de werkzaamheden worden uitgevoerd.
nest Algemene broedvogels Vleermuizen
Werken buiten het broedseizoen Geen verlichting schijnen of uitstralen op het elektriciteitsgebouw of bomen met holtes in de omgeving.
Tabel 5.3. Beschrijving maatregelen om overtreding van de Wnb te voorkomen.
Zorgplicht
blad 68 van 88
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied-herziening EuroParcs Kaatsheuvel
aílteâţjrúup Gemeente Loon op Zand
Projectnummer 434368
Uit paragraaf 2.3.8 blijkt dat er in het plangebied soort(groep)en aanwezig (kunnen) zijn waarmee rekening dient te worden gehouden in het kader van de zorgplicht voor soorten. Maatregelen waaraan gedacht kan worden bij de invulling van de zorgplicht bij voorliggend planvoornemen zijn weergegeven in tabel 5.4. Soort(groep)
Maatregel
Grondgebonden zoogdieren
Voorafgaand aan de werkzaamheden de vegetatie in het plangebied stapvoets kort maaien (tot maximaal 10 centimeter) en werken in de richting van een vluchtmogelijkheid
(alle soorten)
Tabel 5.4. Voorbeelden van zorgplicht gerelateerde maatregelen voor soorten.
Gebiedsbescherming Natura 2000 In tabel 5.5 zijn de conclusies ten aanzien van beschermde Natura 2000-gebieden opgenomen. De onderbouwing van de conclusie is beschreven in paragraaf 2.4 van bijgevoegde natuurtoets. Natura 2000 Zijn er Natura 2000-gebieden aanwezig waarop effecten
ia
kunnen optreden? Treden er negatieve effecten op of zijn deze te verwachten? Zijn er vervolgstappen aan de orde? Wnb-vergunning of akkoord van de provincie
ia, er kan sprake zijn van verzuring en vermesting door sti kstofdepositi e. ia, er dient een AERIUS-berekening te worden uitgevoerd. Nog onbekend
noodzakelijk?
Tabel 5.5. Conclusies Natura 2000-gebieden.
NNB In tabel 5.6 zijn de conclusies ten aanzien van beschermde NNB-gebieden opgenomen. De onderbouwing van de conclusie is beschreven in paragraaf 2.5 van bijgevoegde natuurtoets. NNB Op welke afstand van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde NNN-gebied? Is er sprake van toetsing van externe werking in de betreffende provincie? Is er sprake van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden of is dit te verwachten? Zijn er vervolgstappen aan de orde? Afstemming met het bevoegd gezag aan de orde?
Het plangebied grenst aan een NNB-gebied Ja Nee Nee Nee
Tabel 5.6. Conclusies NNB-gebieden.
Overig provinciaal beleid Het plangebied ligt buiten de begrenzing van de Groenblauwe mantel of rust- en foerageergebied ganzen en smienten. Er zijn geen vervolgstappen benodigd. Beschermde houtopstanden Wnb Er is bij voorliggend planvoornemen geen sprake van aantasting van onder de Wnb beschermde houtopstanden. Er zijn voor wat de Wnb betreft geen vervolgstappen aan de orde.
5.8.7
Kansen voor natuurwaarden in het plangebied In tabel 5.7 en 5.8 zijn de kansen voor het behoud en/of vergroten/verbeteren/verbinden van de natuurwaarden bij voorliggende planvoornemen uiteengezet.
blad 69 van 88
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied-herziening EuroParcs Kaatsheuvel
anteagrūup Gemeente Loon op Zand Projectnummer 434368 Aanwezige biotoop
Belangrijkste functies voor flora en
Mogelijkheden voor vergroten, verbeteren en
fauna
verbinden.
Bosschages
Schuilplaatsen van kleine fauna, (nestplaatsen) voor vogels
Grasland
Foerageer /leefgebied voor insecten, vogels, kleine fauna. Ontwikkeling kruiden,
Zoveel mogelijk behouden. Afhankelijke van onderzoek naar voorkomende soorten gericht ontwerp te behouden/nieuw aan te planten groen. Gaat deels verloren. Grasstroken in planvoornemen opnemen, bijvoorbeeld door aanplant van kruiden rijke vegetatie afgewisseld met ruigtes
Tabel 5.7. Kansen voor bestaande natuurwaarden in het voorgenomen plan. Kansen nieuwe biotopen
Belangrijkste functies voor flora en fauna
Hoe te realiseren
Gebouwen
Nestgelegenheid gebouwgebonden vogels (mussen, zwaluwsoorten), verblijfplaatsen voor vleermuizen, vegetatie aan/op gebouw Schuil- en foerageerplek voor (tuin)vogels en grondgebonden fauna, insecten, vlinders met inheemse flora Creëren van biotoop voor vissen, libellen, amfibieën.
Natuurinclusief bouwen in samenwerking met een deskundig ecoloog.
Aanleg tuinen
Vijvers/ poelen aanleggen
Ontwerp door een deskundig ecologisch hovenier, gebruik van geschikte zaadmengsels en plantensoorten. Ontwerp door een ecologisch deskundige of hovenier.
Tabel 5.8. Mogelijk nieuw te ontwikkelen natuurwaarden
5.8.8
Stikstofonderzoek Beleid en normstelling De Wet stikstofreductie en natuurverbetering is op 1 juli 2021 van kracht geworden. Deze wet voorzag in een vrijstelling voor een bouwactiviteit of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen. De bij deze activiteiten vrijkomende emissies die zorgen voor stikstofdepositie mochten dan bij de beoordeling buiten beschouwing worden gelaten. Vanwege een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 2 november 2022 (202107079/1/R4) is deze vrijstelling komen te vervallen. Onderzoek. In het kader van de zorgvuldigheid is ten behoeve van dit bestemmingsplan zowel de aanlegals de gebruiksfase onderzocht. Dit onderzoek is als bijlage 19 bijgevoegd. Dit onderzoek is uitgevoerd met de meest recente versie van AERIUS, i.c. AERIUS 2023.0.1. De rekenresultaten voor de realisatiefase en de gebruiksfase zijn ook als lossbijlage bijgevoegd in bijlage 21 en 22. Conclusie Uit de stikstofberekeningen met AERIUS 2023.0.1 blijkt, dat zowel voor de realisatiefase als voor de gebruiksfase geen sprake is van planbijdrages van meer dan 0,00 mol N/ha/ja.
Voor veel voor stikstofgevoelige habitats geldt zelfs, dat er sprake is van een afname van stikstofdepositie ten gevolge van het planvoornemen in relatie tot de referentiesituatie. Op basis van dit rekenresultaat kunnen significante gevolgen als gevolg van stikstofdepositie worden uitgesloten. Het aspect stikstof is geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.
5.8.9
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspectnatuur geen belemmering vormt voor de uitvoering van het bestemmingsplan mits de genoemde maatregelen worden uitgevoerd.
5.9
Archeologie Normstelling en beleid
blad 70 van 88
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied-herziening EuroParcs Kaatsheuvel
. fy
anteagroup
Gemeente Loon op Zand Projectnummer 434368
Erfgoedwet In Europees verband was het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag was het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk in situ te behouden. Sindsdien geldt dat waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd (Monumentenwet) en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz was een wijzigingswet en omvatte een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moesten houden met het behoud van archeologische waarden. Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Dit is niet veranderd met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet (1-7-2016). Sindsdien is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die 1 januari 2024 in werking zal treden. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd.
Besluit ruimtelijke ordening Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in de toelichting van elk bestemmingsplan een beschrijving te worden gegeven van de aanwezige cultuurhistorische en archeologische waarden van het plangebied.
Onderzoek In het vigerende bestemmingsplan "Buitengebied 2015 Loon op Zand" heeft het terrein een dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2. Dit betekent dat er bij het maken van bouwwerken met een oppervlak van meer dan 100m2 en dieper dan 0,3 m dan wel grondbewerkingen met een oppervlakte groter dan 100 m2 en dieper dan 0,5 m een archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Antea Group heeft een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor fase 1 (zie bijlage 20) De resultaten hiervan worden hieronder kort beschreven. Archeologisch bureauonderzoek Op basis van het bureauonderzoek gold voor het plangebied een hoge archeologische verwachting. Verwacht werd dat binnen het plangebied archeologische resten aanwezig zouden kunnen zijn uit de periode vanaf het paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. Het plangebied ligt in het Zuid-Nederlandse dekzandlandschap op een hoger gelegen dekzandwelving waar oorspronkelijk een podzolbodem gelegen zou kunnen hebben. Door de mogelijke aanwezigheid van een intacte esdek werd rekening gehouden met de aanwezigheid van een intact podzolprofiel, waardoor het plangebied een hoge archeologische verwachting voor nederzettingsresten uit de periode laat-paleolithicum tot en met de vroege middeleeuwen toegekend kan worden.
Volgens de gemeentelijke archeologische maatregelenkaart heeft het noordelijke gedeelte van het plangebied een verhoogde archeologische verwachting op basis van de ligging in een historisch bebouwingslint. Nadere bestudering van historisch kaartmateriaal (de Kadasterkaart van 1811-1832) leert dat hier verschillende boerderijen aanwezig waren. Archeologisch booronderzoek (2019) Op basis van het veldonderzoek blijkt echter dat er bijna nergens meer een intact esdek of podzolprofiel aanwezig is. Bovendien blijkt de bodem, in tegenstelling tot de verwachtingen, bijna overal tot voorbij de oorspronkelijke top van de C-horizont of zelfs tot op/in het blad 71 van 88
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied-herziening EuroParcs Kaatsheuvel
āľiteayrúup Gemeente Loon op Zand
Projectnummer 434368
keileem/het keizand te zijn verstoord. Daarnaast is nergens sprake van een geleidelijk overgang tussen de A- en C-horizont en zijn er nergens aanwijzingen gevonden om de aanwezigheid van een vindplaats te veronderstellen. Daarom wordt de kans op de aanwezigheid van een vindplaats laag ingeschat. Conclusie Er zijn in het booronderzoek geen aanwijzingen aangetroffen die de aanwezigheid van een (potentieel behoudenswaardige) archeologische vindplaats aannemelijk maken. Op 29 oktober 2019 is de conceptversie van het rapport voorgelegd aan de gemeente Loon op Zand. Op 12 november 2019 heeft de gemeente Loon op Zand in haar beoordeling van het rapport laten weten in te kunnen stemmen met de inhoud en strekking van het rapport en met het door Antea Group gegeven advies om het plangebied voor wat betreft fase 1 vrij te geven. Voor de werkzaamheden die worden uitgevoerd op de gronden in fase 2 geldt dat de mogelijke archeologische waarden worden beschermd door de dubbelbestemming Waarde Archeologie 2. Voordat werkzaamheden plaatsvinden zal indien dat uit deze dubbelbestemming volgt een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.
Conclusie Met in achtneming van de resultaten van het archeologisch onderzoek voor fase 1 en de opgenomen dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 voor zowel fase 1 en 2 zijn de archeologische belangen voldoende beschermd en vormt het aspect archeologie geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.
5.10
Landschap en cultuurhistorie Normstelling en beleid Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingplan een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten. In aansluiting op de vaststelling van de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011 zijn op 17 juni 2011 het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast. Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen.
Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De wetgever wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.
blad 72 van 88
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied-herziening EuroParcs Kaatsheuvel
. fy
anteagroup
Gemeente Loon op Zand Projectnummer 434368
De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet. Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd.
Onderzoek ìįjşĩįĩý -í
-S*,- ģţlŕ^
'
:
'
. '
5- .:
■'.'•ŕ'ïíĩií
- '-vjįlúŵ- V z 'ïf': ŕ:- -; 'MÍ V KÍí:: \ íï: : .ľ . : ::t0įį; į-":\ -V :v
ï&ĨÊ'&i
'i
.
.
W'.::
Complex vencultvurhiţtoriţch Peleng
Archeoiog schalendícheppe'
Cultuurh storsche.saardevogebied
Cultuurh ttofschelandschappen
Figuur 5.6: Indicatieve ligging plangebied in Cultuurhistorische Waardenkaart Brabant Het plangebied ligt op gronden met de aanduiding 'cultuurhistorische landschappen' (Loonse en Drunense Duinen) en in de regio 'Langstraat'.
Langstraat De Langstraat ligt op de overgang van zand, veen en klei. Vroeger bestond vrijwel het hele gebied uit veen. Delen van het veen zijn in de loop der eeuwen verdwenen door landbouwkundig gebruik. Wat rest is deels vergraven ten behoeve van de turfwinning. Het westelijke deel heeft een landelijk karakter. Hier liggen langgerekte lintdorpen met dorpse uitbreidingen rond de centra in een open landschap. Enkele kernen in de Langstraat hebben een sterke groei doorgemaakt: het oostelijke deel is verstedelijkt met de groei van Waalwijk, Sprang-Capelle en Kaatsheuvel. De structuur van de dorpen en de relatie tussen de dorpen en het landelijke gebied is hier minder goed herkenbaar. Daarnaast heerst er in het gebied een spanning tussen cultuurhistorie, natuurontwikkeling en landbouw. In het kader van de natuurdoelstellingen zijn bossen gerealiseerd terwijl de openheid een belangrijk historisch kenmerk is. De regio is van cultuurhistorisch belang vanwege het voor Noord-Brabant unieke slagenlandschap. De verschillende fasen van de ontwikkeling van het landschap, de strijd blad 73 van 88
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied-herziening EuroParcs Kaatsheuvel
āľiteayrúup Gemeente Loon op Zand
Projectnummer 434368
tegen het water en de problemen met de bodemdaling zijn in het huidige landschap goed te herkennen. De Langstraat is één van de Belvederegebieden, gebieden die door het rijk zijn aangewezen als de cultuurhistorisch meest waardevolle gebieden van Nederland. Dragende structuren in de regio Langstraat zijn: » * * * * »
de voornamelijk oost-west georiënteerde wegen, dijken en het tracé van het Halvezolenlijntje de Bergsche Maas; de langgerekte historische bewoningsassen, eveneens oost-west georiënteerd; de smalle strookvormige percelen en de (turf)vaarten met een noord-zuid richting; de grote openheid ten noorden van de Winterdijk. sterk contrast tussen de genoemde openheid en de geslotenheid van het gebied van de Loonse en Drunense Duinen.