CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Motivering TAM-omgevingsplan Hoofdstraat-Schotsestraat Kaatsheuvel

Raadsvergadering 12 februari 2026, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over het ongewijzigd vaststellen van het TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22b Hoofdstraat-Schotsestraat, Kaatsheuvel29.666 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De kernwaarden zijn: een rookvrije omgeving aantrekkelijke plekken gezond gewicht wonen en druk verkeer voorzieningen dichtbij actief vervoer fiets- en OV-verbindingen gezond binnenklimaat prettig wonen geschikte woningen De opgestelde kernwaarden zijn waarden die idealiter in elk ruimtelijk plan aan de orde komen. Bij iedere

39/102

kernwaarde staan een aantal principes met daarbij praktische voorbeelden van mogelijke maatregelen. De meeste winst wordt behaald met een combinatie van maatregelen die op meerdere onderdelen positief uitwerken, voor lucht en geluid, leefstijl, sociaal, veiligheid, etc. De lijst met maatregelen is niet compleet, allesomvattend of vaststaand, en is vooral bedoeld ter inspiratie. Veel milieufactoren beïnvloeden de leefomgeving en de mate waarin de leefomgeving gezond en veilig is. Over een aantal factoren heeft de GGD GHOR gezondheidsadvies gegeven. Het gaat daarbij onder meer om de volgende onderwerpen: Luchtverontreiniging Blootstelling aan luchtverontreiniging veroorzaakt ernstige gezondheidseffecten, ook onder de wettelijke normen. Houtrook Rook is altijd ongezond, ook houtrook. GGD'en pleiten daarom voor verregaande reductie van houtrook. Houtrook zorgt voor gezondheidsklachten en overlast bij omwonenden. Gemeenten en Rijksoverheid dienen maatregelen te nemen ter preventie. Deze maatregelen moeten worden ondersteund met behulp van voorlichting. Lood in waterleidingen Het Nederlandse drinkwater is het gezondste wat u kunt drinken. Maar het is ook al lang bekend dat kraanwater te veel lood kan bevatten in huizen met loden leidingen en in woningen met nieuwe kranen of drinkwaterinstallaties.

De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat lood schadelijker is dan voorheen gedacht. PFAS PFAS zijn door de mens gemaakte stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. In het dagelijks leven krijgen mensen in Nederland maar heel weinig PFAS binnen. Je wordt er niet meteen ziek van, maar het is voor je gezondheid beter om er zo weinig mogelijk van binnen te krijgen. Asbest Het inademen van veel asbestvezels kan leiden tot kanker. Daarom is het verstandig om blootstelling aan asbestvezels in de lucht zoveel mogelijk te beperken. Omgevingsgeluid Geluid in de leefomgeving veroorzaakt hinder en verstoort activiteiten en slaap. Dat kan leiden tot chronische effecten, zoals hart- en vaatziekten. Naar verwachting zal dit probleem in de komende jaren groeien. GGD'en zetten zich daarom in voor een gezonde leefomgeving met een gezond geluidsniveau. Windturbines Wanneer de GGD'en adviseren over windturbines is het uitgangspunt altijd: het bevorderen van een gezonde leefomgeving. Daarbij staat de afweging tussen gezondheidswinst door vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen en lokale onrust en hinder centraal. Naast hinder zijn er geen bewijzen voor een directe relatie tussen andere gezondheidseffecten en de blootstelling aan geluid van windturbines. Desondanks

40/102

adviseren wij om het aantal mensen dat (ernstige) hinder ervaart door windturbines zoveel mogelijk te beperken. Klimaat Klimaatverandering heeft een grote impact op de gezondheid. Het is dus ook in het belang van onze gezondheid om klimaatverandering tegen te gaan. Sommige klimaatmaatregelen leiden ook direct tot gezondheidswinst. Andere maatregelen hebben echter neveneffecten die een risico kunnen vormen voor de gezondheid. De GGD'en roepen daarom op om bij besluiten ook de effecten op de gezondheid expliciet mee te wegen. 5.1.2 Toetsing Gezondheidsbescherming algemeen Een deel van de omgevingsaspecten heeft een gezondheidscomponent, waarbij het in de meeste gevallen gaat om gezondheidsbescherming. Gelet op de gestelde normen zijn er voor geen enkel omgevingsaspect (bijv. bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, geluidhinder, geurhinder, omgevingsveiligheid) belemmeringen voor woningbouw op de projectlocatie. Aanvullend wordt hierna alvast kort ingegaan op de volgende gezondheidsrisico's met oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties: Geitenhouderijen; Endotoxinen vanwege varkens- of pluimveehouderijen; Spuitzones vanwege gewasbeschermingsmiddelen.

Geitenhouderijen Op basis van verschillende onderzoeken (Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO)) is aangetoond dat er verhoogde gezondheidsrisico's (verhoogde kans op longontsteking) zijn wanneer in de nabijheid (1,5 tot 2 kilometer) van een geitenhouderij wordt gewoond. Dit moet in overweging worden genomen in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De dichtstbijzijnde geitenhouderij ligt op circa 2,1 kilometer ten zuidwesten van het werkingsgebied (Dreefseweg 22-24, Kaatsheuvel). Het projectgebied ligt dan ook niet binnen het invloedsgebied van een geitenhouderij. Zodoende vormt dit aspect dan ook geen belemmering voor het project of andersom. Endotoxinen vanwege varkens- of pluimveehouderijen Op basis van de notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxinen toetsingskader 1.0 van Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) kan worden beoordeeld of er sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Dit is met name het geval bij omschakeling naar, nieuwvestiging of uitbreiding van dergelijke bedrijven. Voor de omgekeerde werking (realisatie van een kwetsbaar object zoals een woning in de omgeving van een dergelijke veehouderij) kan gebruik worden gemaakt van de afstandsbepaling uit het toetsingskader.

Op basis daarvan kan worden bepaald of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat met betrekking tot endotoxinen. De Omgevingsdienst adviseert om bij een situatie waarbij binnen een afstand van 250 meter van het te realiseren kwetsbare object een veehouderij is gelegen, de genoemde afstandsbepaling toe te passen. Als hieruit blijkt dat niet kan worden voldaan aan de afstand, dan adviseert de Omgevingsdienst negatief te besluiten op de ontwikkeling. Binnen 250 meter van het projectgebied komen geen varkens- of pluimveehouderijen voor. Voor dit project is er dan ook

41/102

geen gezondheidsrisico gelet op endotoxinen. Spuitzones vanwege gewasbeschermingsmiddelen In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet een afweging worden gemaakt tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid. Als gevolg van die afweging kan het nodig zijn om een spuitvrije zone aan te houden tussen gevoelige functies zoals woningen en percelen waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies wordt een afstand van 50 meter of meer, gemeten vanaf woonpercelen tot aan agrarische percelen waar gewasbeschermingsmiddelen toegepast (kunnen) worden, als aanvaardbaar gezien. Voor de beoogde ontwikkeling, binnen het bestaand stedelijk gebied van Kaatsheuvel waarbij de afstand tot agrarische percelen ruimschoots 50 meter bedraagt, zijn er geen toenemende gezondheidsrisico's gelet op spuitzones. Ook worden de gebruiksmogelijkheden van agrarische gronden gelet op spuitzones niet (onevenredig) beperkt. GGD gezondheidsscan (Brabantscan) Er is een gezondheidsscan uitgevoerd op basis van de ggdomgevingsadvies.nl. Deze scan is tot stand gekomen in samenwerking tussen GGD Brabant-Zuidoost, GGD Hart voor Brabant en GGD West-Brabant. Ruimtelijke inrichting dient de gezondheid te beschermen.

De volgende kernwaarden zijn daarin belangrijk voor een gezonde woonomgeving: dat wonen en druk verkeer gescheiden zijn, dat functies (wonen, werken en voorzieningen) goed gemengd zijn en overlastgevende bedrijven op afstand staan. In de adviezen wordt er gepraat over ‘gevoelige bestemmingen’. Onder gevoelige bestemmingen verstaat de GGD (anders dan in ‘besluit gevoelige bestemmingen’) niet alleen kinderdagverblijven, scholen en verzorgingsen verpleegtehuizen, maar ook woningen. Beoogd planvoornemen is niet gelegen in de nabijheid van drukke wegen/spoorweg; hoogspanningslijnen/trafohuisjes; windmolens; veehouderijen; akkerbouw/kwekerijen. Het plangebied is wel gelegen in de directe omgeving van bedrijven/industrie. De potentiële hinder van deze bedrijven/industrie wordt nader beschreven en onderbouwd in de paragrafen 5.3 en 5.8. Wat betreft geluid van wegverkeer wordt verwezen naar paragraaf 5.7. Gezondheidsbevordering De bewoners en gebruikers van het projectgebied worden gestimuleerd om te verblijven in de buitenruimte door middel van een aantrekkelijke groene plek met diverse mogelijkheden voor ontspanning. De buitenruimte is ingericht op langzaam verkeer (wandelen en fietsen), de auto's zijn ‘verbannen’ naar de randen. De route door

42/102

het projectgebied legt vanzelfsprekende verbindingen met de omgeving en richting het centrum, waardoor het langzaam verkeer wordt gestimuleerd. Het autoluwe binnengebied zorgt voor meer veiligheid en een behaaglijkere omgeving (meer zicht op groen, minder geluid aan de binnenzijde etc.). Hiermee wordt ook een gezonde levensstijl gestimuleerd. De wandelen fietsroute door het gebied sluiten aan op de doorgaande routes. Eventueel bezit van een auto in elektrische vorm wordt gestimuleerd door aanvullende laadpalen te faciliteren binnen het projectgebied. Met de oriëntatie van de bebouwing wordt de sociale cohesie tussen de bewoners van het plan en de wijk vergroot. Zowel de appartementen als de grondgebonden woningen hebben zicht op de openbare ruimte, hetgeen een positieve invloed heeft op de sociale veiligheid. Door de lift in het appartementgebouw zijn de woningen voor alle doelgroepen beschikbaar. 5.1.3 Conclusie Met de planontwikkeling gezondheidsbevordering.

5.2

Mer-beoordeling

5.2.1

Wettelijk kader

wordt

een

bijdrage

geleverd

aan

gezondheidsbescherming

en

Of een besluit over een project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Bijlage V heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van het project van de initiatiefnemer. In kolom 4 staan de besluiten genoemd waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. Het betreft dan overigens altijd een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit (of een ontgrondingenactiviteit, wateractiviteit e.d.). Daarnaast kunnen de mer-verplichtingen nog gelden voor enkele bijzondere besluiten uit andere wetten, zoals de vergunning op basis van de Kernenergiewet. Of er voor het besluit een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een mer-plicht. Anders geldt een mer-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan. Er wordt onder de Omgevingswet geen onderscheid meer gemaakt tussen een formele en vormvrije mer-beoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. We kennen dus nog maar één mer-beoordelingsprocedure.

43/102

5.2.2 Toetsing De beoogde ontwikkeling waarop deze wijziging van het omgevingsplan ziet, betreft de realisatie van 118 woningen en 880 m2 aan commerciële ruimte. Dit is een activiteit uit kolom 1 van Bijlage V van het Ob en valt onder categorie J11 'Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen'. Volgens kolom 2 is een mer-plicht niet van toepassing, maar conform kolom 3 is wel een mer-beoordeling noodzakelijk. In de bijlagen bij deze motivering is deze aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling opgenomen, zie bijlage 3. Uit de aanmeldingsnotitie blijkt dat gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, geen aanzienlijke milieugevolgen optreden. Er is geen aanleiding voor het doorlopen van een mer-procedure. 5.2.3 Conclusie Het doorlopen van een mer-procedure is niet noodzakelijk.

5.3

Milieubelastende activiteiten

5.3.1 Wettelijk kader In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; voorkomen wordt dat de nieuwe woningen de bedrijfsuitoefening belemmeren. Aan de hand van de verschillende omgevingsaspecten (o.a. geluid, geur, trillingen) dient getoetst te worden of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 5.3.2 Toetsing De locatie bevindt zich in het noorden van het centrum van Kaatsheuvel, waardoor er door de hoge mate van functiemenging sprake is van een gemengd gebied. Voor de inwerktreding van de Omgevingswet werd gebruik gemaakt van de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering (2009) om aan te tonen of geluid, geur, gevaar en stof relevant waren voor een ontwikkeling. De VNG-brochure was gebaseerd op een systeem met toetsing op basis van richtafstanden, waarbij de richtafstand afhankelijk is van de milieucategorie van planologisch toegestane bedrijvigheid en de omgevingskenmerken. Op basis van de huidige situatie wordt bepaald of bedrijven worden beperkt in hun bedrijfsvoering en of ter plaatse van de woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd.

Naast de gevolgen voor de huidige bedrijfsactiviteiten zijn de gevolgen van de beoogde ontwikkeling voor de maximale milieuruimte op de bedrijfspercelen onderzocht. De binnen het plangebid beoogde commerciële functies worden getypeerd als een (potentieel) milieuhinderlijke functie. Deze functie is zelf niet milieugevoelig. De mogelijk te maken commerciële functies vallen in milieucategorie 2 met een bijbehorende richtafstand van 0 meter in gemengd gebied. Aan deze

44/102

richtafstand wordt ten opzichte van de nieuwe woningen binnen het plangebied vanzelfsprekend voldaan. De beoogde bestemmingswijziging zal voor de omliggende percelen buiten het plangebied zonder meer leiden tot extra beperkingen van de mogelijkheden wanneer een bedrijf in de toekomst de activiteiten wil wijzigen of uitbreiden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft verschillende keren geoordeeld dat een gemeente in redelijkheid een groter gewicht heeft mogen toekennen aan het belang van woningbouw en dat aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De gemeente kan wel overwogen de maximale milieuruimte bepreken van bedrijfspercelen. Maximale milieuruimte Rond het projectgebied zijn verschillende percelen met de bestemming bedrijf detailhandel aanwezig. Met de beoogde ontwikkelingen komen woningen dichterbij deze percelen te liggen. Hiermee wordt de maximale milieuruimte van deze bedrijven mogelijk beperkt. Detailhandel Ter plaatse van de bestemming detailhandel is detailhandel en dienstverlening mogelijk. Ook zijn andere functies mogelijk zoals kantoren, supermarkt en bouwmarkt wanneer dit is aangeduid met een aanduiding. Detailhandel en dienstverlening kent een over het algemeen milieucategorie 1 met een richtafstand van 10 meter.

Op basis van de staat van bedrijfsactiviteiten uit het bestemmingsplan Centrum Kaatsheuvel zijn alleen Bouwmarkten, tuincentra, hypermarkten detailhandel met milieucategorie 2. Gezien aangegeven is dat supermarkten en bouwmarkten alleen mogelijk zijn met een een specifeke aanduiding kan voor de bestemming detailhandel zonder specifieke aanduiding met een hogere milieucategorie uitgegaan worden van milieucateogire 1. De maximale milieuruimte is hiermee beperkt zeker gezien de richtafstand in gemengd gebied 0 meter is voor geluid en geur, voor gevaar is dit in gemengd gebied wel 10 meter. Hiermee wordt de maximale milieuruimte van de detailhandel (zonder specifieke aanduiding) nauwelijks beperkt. In de omgeving zijn geen percelen aanwezig met een specifieke aanduiding waarbij niet voldaan wordt aan de richtafstand. Ten westen van het projectgebied geldt een specifieke aanduiding supermarkt (Jan de Rooijstraat 15A). Een supermarkt heeft op basis van de staat van bedrijfsvoering een richtafstand van 0 meter in gemengd gebied waaraan voldaan wordt. Ten oosten van het projectgebied geldt een specifieke aanduiding bouwmarkt. Hiervoor geldt milieucategorie 2 met een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. De afstand tot de dichtstbijzijnde woning (bouwvlak) in het projectgebied is circa 40 meter waaraan voldaan wordt.

Bedrijf Voor het bedrijfsperceel (parkeerplaats) ten westen van het projectgebied en het perceel Hoofdstraat 97A en de bedrijfspercelen ten oosten van het projectgebied (Schotsestraat 6, Poolsestraat 13 t/m 13a, 15 en 17) geldt dat hier bedrijven t/m milieucategorie 2 mogelijk zijn. Voor deze percelen geldt dat met de beoogde ontwikkelingen woningen dichterbij aanwezig zullen zijn. Hiermee worden zij mogelijk beperkt in hun maximale milieuruimte. Nu geldt voor bedrijven t/m milieucategorie 2 over het algemeen mogelijk zijn naast woningen. De afstand van het bedrijfsperceel tot de dichtstbijzijnde woning (bouwvlak) is weergegeven in tabel 5.1. De milieuruimte voor de percelen worden dan ook lichtelijk beperkt. Voor met name de Poolsestraat 15 geldt dat met de specifieke vorm van bedrijf fineer- en plaatmaterialenfabriek de milieuruimte beperkt wordt.

45/102

Voor de bedrijfspercelen ten noorden van het projectgebied geldt dat hier bedrijven t/m maximaal milieucategorie 3.2 mogelijk zijn. Hiervoor geldt een richtafstand van 50 meter in gemengd gebied (gevaar is bij deze milieucategorie niet maatgevend). Door de beoogde ontwikkeling komen milieugevoelige gebouwen dichterbij de bedrijfspercelen te liggen waarmee ze beperkt worden in hun maximale milieuruimte. Bedrijfspercelen t/m 50 meter van de woningen (bouwvlak) in het projectgebied worden beperkt in hun maximale milieuruimte. Dit zijn de percelen: Schotsestraat 3 t/m 5, 7 en Canadesestraat 2. In tabel 5.1 zijn de maximale planologische mogelijkheden weergegeven met richtafstand en de richafstand van het bedrijfsperceel tot de dichtstbijzijnde woning (bouwvlak) in het projectgebied. Hieruit blijkt dat de maximale milieuruimte van deze bedrijfspercelen lichtelijk beperkt worden. Tabel 5.1 Maximale milieuruimte

Met de beoogde ontwikkeling wordt de maximale milieuruimte van bedrijven in de omgeving beperkt ten behoeve van de woningbouw. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft verschillende keren geoordeeld dat een gemeente in redelijkheid een groter gewicht heeft mogen toekennen aan het belang van woningbouw en dat aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. In de paragraaf 4.1.3 is beschreven dat in de regio sprake is van een grote woningbehoefte. Ook wordt in de woonvisie (paragraaf 4.4.2) de planlocatie aangeduid als gebied met mogelijkheden voor herstructurering en transformatie inclusief woningbouw. De gemeente kan daarmee de maximale milieuruimte beperken van de omliggende bedrijfspercelen. Voor de percelen waarbij de maximale milieuruimte beperkt wordt geldt daarnaast dat mogelijk sprake is van nadeelcompensatie. Eventuele nadeelcompensatie kan onderzocht worden in een risicoanalyse nadeelcompensatie waarbij naast beperking van de milieuruimte ook andere factoren meegewogen worden. Huidig gebruik In de analyse van het huidig gebruik wordt bepaald of bedrijven in de huidige bedrijfvoering worden beperkt en ter plaatse van de woning sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat. Ook concrete plannen voor de uitbreiding of wijzing van bedrijfsactiviteiten dienen in die beoordeling te worden betrokken.

Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de richtafstanden die behoren tot de bedrijfstype van de huidige bedrijven op de

46/102

bedrijfspercelen. Omdat er sprake is van een gemengd gebied, kunnen de richtafstanden (met uitzondering van gevaar) met één afstandsstap verkleind worden. Door de gemeente/OMWB is een analyse gemaakt van de verschillende omliggende bedrijven. Deze analyse is hieronder in tabel 5.2 weergegeven. Voor een aantal bedrijven wordt niet voldaan voor wat betreft de richtafstanden. Deze bedrijven worden in deze paragraaf nader geanalyseerd. Tabel 5.2 Analyse milieucategorie bepaling bedrijventerrein

47/102

Schotsestraat 9 Aan de Schotsestraat 9 vindt de opslag en onderhoud van foodtrucks plaats en is een kleinschalige autohandel gevestigd. Feitelijk is sprake van activiteiten in VNG milieucategorie 2. Omdat alle voorzieningen van eerdere activiteiten nog aanwezig zijn, moet nog steeds worden uitgegaan van milieucategorie 3.2. De afstand tot beoogde woningen binnen het projectgebied bedraagt meer dan 50 meter. Om die reden mag worden aangenomen dat het perceel Schotsestraat 9 geen belemmering vormt en de activiteiten op dit perceel niet belemmerd worden. Schotsestraat 11 Aan de Schotsestraat 11 is een autogarage aanwezig, waarbij feitelijk sprake is van activiteiten in VNG milieucategorie 2. Schotsestraat 11 ligt verder weg dan Schotsestraat 9 en op basis van VNG milieucategorie 3.2 mag worden aangenomen dat dit perceel geen belemmering vormt en de activiteiten op dit perceel niet belemmerd worden. Verzetstraat 10 Aan de Verzetstraat 10 is een bedrijf in droogijs gevestigd, feitelijk VNG milieucategorie 3.1, bestemd als VNG milieucategorie 3.2. De afstand tot het projectgebied bedraagt circa 90 meter. Op basis van VNG milieucategorie 3.2 mag daarom worden aangenomen dat het perceel Verzetstraat 10 geen belemmering vormt en de activiteiten op dit perceel niet belemmerd worden.

Engelsestraat 2d Aan de Engelsestraat 2d vindt momenteel opslag van autowrakken plaats, feitelijk VNG milieucategorie 2, bestemd als VNG milieucategorie 3.2. Voor milieucategorie 3.2 geldt in een gemengd gebied een aan te houden richtafstand van 50 meter. De afstand tot het projectgebied bedraagt circa 50 meter en op basis van VNG milieucategorie 3.2 mag worden aangenomen dat het perceel Verzetstraat 10 geen belemmering vormt en de activiteiten op dit perceel niet belemmerd worden. Jan de Rooijstraat 45 / Schotsestraat 1-3-5 Op deze percelen zijn VNG milieucategorien aanwezig van 3.1/3.2 (3.2 toegestaan). Het aspect geluid is bepalend. Aan de voorzijde van deze percelen (Schotsestraat) vinden alleen verkeersbewegingen plaats. Overige activiteiten vinden in hoofdzaak binnen plaats (ook de meubelmakerij aan de Schotsestraat 5). De

48/102

omvang is zodanig dat mag worden verwacht dat ter plaatse van het projectgebied aan richtwaarde van 50 dB(A) kan worden voldaan. Schotsestraat 2 Ten westen van de locatie bevindt zich de supermarkt Aldi. Maatgevend voor een supermarkt is het aspect geluid. De bevoorrading van de supermarkt vindt aan de Jan de Rooijstraat plaats, op circa 40 meter van de beoogde woningen. Daarnaast zijn er op kortere afstand van de laad- en losplaats van de Aldi momenteel al woningen gelegen. De afstand tot het parkeerterrein van de supermarkt is ten minste 10 meter. Hiermee wordt er voldaan aan de richtafstanden voor een supermarkt. Aan de oostelijke gevel van de supermarkt zijn in de huidige situatie buitenunits van airco's gesitueerd. Het geluidsniveau van deze buitenunits mag conform de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving niet hoger zijn dan 40 dB op omliggende percelen. De beoogde situering van woningen binnen het plangebied zorgt niet voor een veranderende situatie. Hoofdstraat 97 Aan de Hoofdstraat 97 bevindt zich momenteel een hobbyruimte A.W.J.G. Smulders. De kortste afstand van deze hobbyruimte tot de beoogde woningen bedraagt circa 5 meter. De activiteiten die in de hobbyruimte plaatsvinden zijn qua aard en omvang kleinschalig en vinden bovendien inpandig plaats.

Hierdoor kan worden gesteld dat het geluid vanwege de hobbyruimte ruimschoots voldoet aan de standaardwaarde van 50 dB(A), voorheen de richtwaarde voor geluid. Geluid vormt daardoor geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling binnen het projectgebied. Poolsestraat 10 Aan de Poolsestraat 10 zit een bouw- en houtmarkt. Het buitenterrein zit aan de Schotsestraat, niet direct langs het projectgebied. Om die reden mag worden aangenomen dat het geluid vanwege de bouw- en houtmarkt voldoet aan de standaardwaarde van 50 dB(A), voorheen de richtwaarde voor geluid. Ook geldt aan de oostkant van het projectgebied de bestemming bedrijf waar maximaal VNG milieucategorie 2 is toegestaan. Hierbij geldt een richtafstand van 10 meter in een gemengd gebied. Hier wordt aan voldaan. Schotsestraat 6 Aan de Schotsestraat 6 is een groothandel en handelsbemiddeling in auto-onderdelen en -accessoires (geen banden) aanwezig. Dit is ingedeeld in milieucategorie 2. Hiervoor geldt een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. Het bouwvlak voor de beoogde woningen ligt op 8 meter van het bedrijfsperceel. Het aspect geluid is bepalend. Aan de voorzijde van dit perceel (Poolsestraat en Schotsestraat) vindt het laden en lossen plaats. Dit ligt op voldoende afstand om te voldoen aan de richtafstand en de activiteiten worden afgeschermd door de bedrijfsbebouwing.

De overige activiteiten vinden inpandig plaats. Vanwege de beperkte omvang van het bedrijfsperceel, de activiteiten inpandig plaatsvinden en het laden en lossen aan de andere zijde van het gebouw plaatsvinden mag worden aangenomen dat ter plaatse van de beoogde woninggevel aan de richtwaarde van 50 dB(A) wordt voldaan. Poolsestraat 13 t/m 13a Aan de Poolsestraat 13 t/m 13a is een handel in en reparatie van personenauto's en lichte bedrijfsauto's

49/102

aanwezig. Dit is ingedeeld in milieucategorie 2. Hiervoor geldt een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. Het bouwvlak voor de beoogde woningen ligt op 8 meter van het bedrijfsperceel. Het aspect geluid is bepalend. Aan de voorzijde van dit perceel (Poolsestraat) en aan de zuid zijde vindt het laden en lossen plaats. De zuidzijde van het bedrijfsperceel ligt op 10,5 meter van het dichtstbijzijnde bouwvlak voor woningbouw en is afgeschermd met een muur. De overige activiteiten vinden binnen plaats. Vanwege de beperkte omvang van het bedrijfsperceel, de activiteiten inpandig plaatsvinden en het laden en lossen afgeschermd door een muur op grotere afstand plaats vinden mag worden aangenomen dat ter plaatse van de beoogde woninggevel aan de richtwaarde van 50 dB(A) wordt voldaan. Poolsestraat 17 Aan de Poolsestraat 17 is een groothandel en handelsbemiddeling in auto-onderdelen en accessoires (geen banden) aanwezig. Dit is ingedeeld in milieucategorie 2. Hiervoor geldt een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. Het bouwvlak voor de beoogde woningen ligt op 8 meter van het bedrijfsperceel. Het aspect geluid is bepalend. Aan de voorzijde van dit perceel (Poolsestraat) vindt het laden en lossen plaats. Dit ligt op voldoende afstand om te voldoen aan de richtafstand en de activiteiten worden afgeschermd door de bedrijfsbebouwing.

De overige activiteiten vinden inpandig plaats. Vanwege de beperkte omvang van het bedrijfsperceel, de activiteiten inpandig plaatsvinden en het laden en lossen aan de andere zijde van het gebouw plaatsvinden mag worden aangenomen dat ter plaatse van de beoogde woninggevel aan de richtwaarde van 50 dB(A) wordt voldaan. 5.3.3

Conclusie

Rondom het projectgebied liggen diverse bedrijven met een bedrijfsmatige bestemming. Op basis van de maximale planologische situatie kan niet overal worden voldaan aan de richtafstanden tot de beoogde woningen zoals die voorheen werden toegepast op basis van de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering. Op basis van milieugegevens zoals aangeleverd door gemeente Loon op Zand / Omgevingsdienst, is echter niet elk(e) bedrijf/activiteit in bedrijf volgens de maximale planologische situatie. In alle gevallen is geluid het maatgevende aspect . Op basis van een globale inschatting kan worden geconcludeerd dat de omliggende bedrijven kunnen voldoen aan de standaardwaarden voor geluid zoals opgenomen in (het tijdelijk deel van) het Omgevingsplan. Het aspect geluid door activiteiten wordt nader beschreven in paragraaf 5.8. Geconcludeerd wordt dat, op basis van de feitelijk vergunde situatie, voldaan wordt aan de aan te houden richtafstanden. Er worden geen bedrijven in hun bedrijfsvoering beperkt en de beoogde woningen zullen geen significante hinder ervaren als gevolg van de bedrijvigheid. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zal de maximale milieuruimte van een aantal bedrijfspercelen worden beperkt.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft verschillende keren geoordeeld dat een gemeente in redelijkheid een groter gewicht heeft mogen toekennen aan het belang van woningbouw en dat aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. In de paragraaf 4.1.3 is beschreven dat in de regio sprake is van een grote woningbehoefte. Ook wordt in de woonvisie (paragraaf 4.4.2) de planlocatie aangeduid als gebied met mogelijkheden voor herstructurering en transformatie inclusief woningbouw. De gemeente kan daarmee de maximale milieuruimte beperken van de omliggende bedrijfspercelen. Wel geldt mogelijk nadeelcompensatie als gevolg van het plan door de beperking van de maximale milieuruimte.

50/102

5.4

Water en watersystemen

5.4.1 Wettelijk kader Een omgevingsplan moet ook worden getoetst aan de instructies van de omgevingsverordening van het waterschap en de provincie. De waterbeheerder voor deze locatie is waterschap Brabantse Delta. De gemeente of initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het opstellen van de uitwerking, mogelijke effecten en de te nemen maatregelen om aan te tonen dat wordt voldaan aan de normen. De gemeenten kunnen strengere normen opnemen in het omgevingsplan. Dit is altijd maatwerk en gebiedsafhankelijk. Bij de vaststelling van het omgevingsplan moet de gemeente voor het waterbelang de opvattingen van de waterbeheerder betrekken. Dit volgt uit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.3 van het Bkl. De weging van het waterbelang geldt bij het vaststellen van het omgevingsplan. Dit volgt uit artikel 5.37 van het Bkl. Voor dit omgevingsplan geldt: Bebouwing in werkingsgebieden van keringen en andere waterstaatswerken; Waterketen, relatie met de afvoer van afvalwater. Er gelden geen regels voor hoe de gemeente de waterbeheerder hierbij betrekt. De gemeente is vrij om hier zelf invulling aan te geven. Aanvullende instructieregels: Voor een aantal specifieke rijksbelangen stelt het Bkl aanvullende instructieregels.

Deze zijn: Bescherming van primaire waterkeringen, artikel 5.38 Bkl; Behoud waterveiligheid grote rivieren, artikel 5.46 van het Bkl; 5.4.1.1 Waterschap Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer (waterkwantiteits en kwaliteitsbeheer) in het projectgebied. Het waterschap heeft de grondslag van haar beleid opgenomen in het Waterbeheerprogramma 2022-2027. In dit waterbeheerprogramma richt het waterschap die koers vooral op duurzaamheid en het beperken van de gevolgen van de klimaatverandering. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de 'Hydrologische uitgangspunten bij Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen, 2015'. Per maart 2021 zijn de regels rondom afkoppeling van verhard oppervlak aangescherpt. In de Keur is opgenomen dat het in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen.

Dit verbod is van toepassing tenzij: Het afkoppelen van verhard oppervlak maximaal 10.000 m2 is, of; De toename van verhard oppervlak maximaal 500 m2 is, of; De toename van verhard oppervlak bestaat uit een groen dak;

51/102

De toename van verhard oppervlak groter dan 500 m2 tot en met 10.000 m2 is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale compensatie conform de rekenregel: benodigde compensatie (in m3) = toename verhard oppervlak (in m2) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m) De voorziening voldoet aan de volgende eisen: De bodem van de voorziening ligt boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG); De afvoer uit de voorziening vindt plaats via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; Daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn, om beschadiging van het oppervlaktewaterlichaam te voorkomen. 5.4.1.2 Gemeentelijk kader Het programma water- en riolering (2021-2024) en het milieubeleidsplan vormen het beleidskader riolering en water op gemeentelijk niveau. Het beleid met betrekking tot hemelwater is vastgelegd in de Verordening hemelwater Loon op Zand. 5.4.2 Toetsing Huidige situatie Het projectgebied is in totaal circa 11.802 m² groot en bestaat hoofdzakelijk uit bestaande bedrijfsbebouwing. Het projectgebied is, op enkele kleinschalige plantsoenen na, volledig verhard.

Bodem en grondwater Het projectgebied maakt geen deel uit van een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied. Vanwege de ligging binnen de bebouwde kom is het projectgebied niet gekarteerd. Ten noorden van het projectgebied bestaat de bodem uit hoge zwarte enkeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand. Ten westen van het projectgebied is sprake van grondwatertrap VIo. Dit betekent dat de gemiddelde kleinste diepte (GHG) op 66 centimeter onder maaiveld ligt. De gemiddelde grootse diepte (GLG) bevindt zich op circa 175 centimeter onder maaiveld. Het maaiveld is gelegen tussen 4,6 en 5 meter boven NAP. Waterkwantiteit Conform de Legger van de waterschapsverordening van het waterschap Brabantse Delta bevinden zich in en in de omgeving van het projectgebied geen watergangen, zie figuur 5.1.

52/102

Figuur 5.1 Uitsnede legger uit waterschapsverordening van waterschap Brabantse Delta Watersysteemkwaliteit en ecologie Binnen het projectgebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Er bevinden zich geen natte ecologische verbindingszone zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het projectgebied. Veiligheid en waterkeringen Het projectgebied bevindt zich niet binnen de kern- en beschermingszone van waterkeringen. Het gehele projectgebied ligt binnendijks. Afvalwaterketen en riolering De bestaande bebouwing is aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel. Toekomstige situatie De ontwikkeling bestaat uit het mogelijk maken van 118 woningen en commerciële ruimtes. Voor de inrichting van het gebied wordt verwezen naar paragraaf 2.3. De beoogde nieuwe inrichting voorziet ook in de toevoeging van groen hetgeen een waardevolle verbetering is ten opzichte van de bestaande situatie. Onder het kopje waterkwantiteit hieronder wordt daar nader op ingegaan. Bodem en grondwater De voorgenomen ontwikkeling heeft geen gevolgen voor bodem en grondwater. Waterkwantiteit Met de ontwikkeling is er geen sprake van een toename aan verharding van meer dan 500 m2. Verplichte compensatie is derhalve niet aan de orde.

53/102

Binnen het planvoornemen wordt water wel op een duurzame manier ingepast. Water wordt namelijk op diverse plekken binnen het projectgebied tijdelijk geborgd en vervolgens vertraagd en gescheiden afgevoerd. Dit vindt plaats op plekken waar naast waterberging ook ander gebruik mogelijk is, hoofdzakelijk in de plantvakken en op groen/sedumdaken. Door vergroening en/of ontharding van het projectgebied is er een meer natuurlijke wijze van hemelwaterinfiltratie mogelijk. Bij grote piekbuien wordt het teveel aan water via een overstort afgevoerd. Waterveiligheid Het projectgebied is niet in de beschermingszone van een waterkering gelegen. De ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering.

Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting, (in-) filtratie van afstromend hemelwater, afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater, afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. Klimaatadaptatie Het maaiveld bevindt zich op ruim 4 meter boven NAP. Er is daarom weinig kans op overstromingen ter plaatse van de beoogde ontwikkeling. Door de hoogteligging in combinatie met de groene omgeving is ook de kans op wateroverlast bij hevige neerslag klein. Daarnaast is vanwege de grote hoeveelheid water en groen in de directe omgeving van het projectgebied de kans op hittestress beperkt. 5.4.3 Conclusie De locatie is niet in een beschermingszone van een watergang of waterkering gelegen. Er is sprake van een afname van het verhard oppervlak en de toevoeging van groen, waardoor watercompensatie niet nodig is. Het maaiveld is op voldoende hoogte gelegen waardoor er weinig kans is op overstromingen.

5.5

Mobiliteit en parkeren

In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect verkeer en parkeren. 5.5.1 Verkeer Verkeersgeneratie

54/102

Voor het berekenen van de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling is gebruik gemaakt van kencijfers afkomstig uit CROW-publicatie 744 'parkeerkencijfers 2024'. Voor het bepalen van de te hanteren kencijfers wordt op basis van CBS-data voor de gemeente Loon op Zand een stedelijkheidsgraad van 'matig stedelijk' aangehouden. De ligging van het projectgebied is gedefinieerd als 'centrum'. Tenslotte wordt op basis van de omgevingsadressendichtheid en het gemiddelde autobezit binnen de gemeente Loon op Zand conform het CBS per kencijfer het maximum van de bandbreedte aangehouden. Als onderdeel van de beoogde ontwikkeling komen meerdere bestaande functies te vervallen, waardoor saldering van toepassing is. Een van de te vervallen bestaande functies betreft een autowascenter. Vanuit het CROW zijn geen kencijfers beschikbaar voor wasstraten of vergelijkbare functies. In plaats daarvan is uitgegaan van specifieke ervaringscijfers, waaruit blijkt dat er gemiddeld 30 auto's per dag gebruik maken van het autowascenter. Rekening houdende met aankomst en vertrek komt dit neer op een verkeersgeneratie van 60 mvt/etmaal. De verkeersgenenratie van de bestaande en beoogde situatie is weergegeven in tabel 5.3. Tabel 5.3 Verkeersgeneratie projectgebied bestaande en beoogde situatie

Op basis van bovenstaande tabel zorgt de beoogde ontwikkeling voor een verkeerstoename van 81 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde weekdag. Verkeerstoedeling en afwikkeling De beoogde ontwikkeling wordt ontsloten via twee ontsluitingsroutes. Het grootste gedeelte van de bestaande en beoogde functies worden ontsloten via de noordzijde van het projectgebied op de Schotsestraat. Aan de zuidwestzijde van het projectgebied is een aansluiting op de Hoofdstraat aanwezig, welke in de bestaande

55/102

situatie wordt gebruikt door het autowascenter en via waar in de beoogde situatie het verkeer van de 30 sociale huurappartementen kleiner dan 75 m² bvo wordt ontsloten. Voor het bepalen van de toedeling van het gegenereerde verkeer is gebruik gemaakt van de navigatietool van Google Maps. In de onderstaande afbeelding is de beoogde verkeerstoedeling weergegeven.

Figuur 5.2 De toedeling van het gegenereerde verkeer Voor het bepalen van het effect van de beoogde verkeerstoename op het omliggende wegennet zijn verkeersgegevens van de autonome verkeersintensiteiten verzameld. Voor een aantal wegvakken zijn verkeersgegevens beschikbaar vanuit verkeerstellingen uit 2019 en 2022. Voor de overige wegvakken wordt gebruik gemaakt van verkeersgegevens afkomstig uit het BBMA verkeersmodel 2030 van de provincie Noord-Brabant. Voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling is de situatie 10 jaar na planrealisatie van belang. Voor de beoogde ontwikkeling wordt daarom uitgegaan van het toekomstjaar 2035. Voor het doorrekenen van de verkeersintensiteiten van het basisjaar naar het toekomstjaar is gebruik gemaakt van een standaard autonome groei van 1% per jaar. In de onderstaande tabel zijn de verkeersintensiteiten van de ontsluitende wegen in het toekomstjaar weergegeven in de autonome situatie en na toevoeging van de planbijdrage. Tabel 5.4 Verkeersintensiteit autonome situatie met en zonder planbijdrage voor een gemiddelde weekdag

56/102

Uit de bovenstaande tabel blijkt dat op alle wegvakken de beoogde ontwikkeling voor een verkeerstoename zorgt van minder dan 3%. Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat het effect van de planbijdrage op de verkeersdoorstroming en verkeersveiligheid van het omliggende wegennet verwaarloosbaar is. 5.5.2 Parkeren Normatieve parkeerbehoefte De parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling is bepaald aan de hand van de gemeentelijke parkeernormen uit de 'Uitwerking Parkeerbeleid Loon op Zand'. In de onderstaande tabel is de parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling bepaald. Tabel 5.5 Parkeerbehoefte beoogde ontwikkeling

57/102

Bij het bepalen van de parkeerbehoefte dient altijd naar boven te worden afgerond, tenzij specifiek anders benoemd in het gemeentelijke parkeernormenbeleid. De gemeente Loon op Zand heeft geen specifieke regeling opgenomen omtrent het afronden van de parkeerbehoefte. De normatieve parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling bedraagt daarmee 142 parkeerplaatsen (waarvan 107 voor bewoners en 35 voor bezoekers). Aangetoond dient te worden dat er wordt voorzien in de realisatie van voldoende parkeergelegenheid binnen het projectgebied voor het opvangen van de parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling. Aanwezigheid en parkeeraanbod De beoogde ontwikkeling vraagt om een zorgvuldige inpassing van parkeerfaciliteiten om zowel bewoners als bezoekers te bedienen zonder het gebied te overbelasten en met nadrukkelijk oog voor omgevingskwaliteit. De parkeervraag fluctueert over de verschillende tijdstippen van de dag en/of de week. Met de parkeernorm kan de piekvraag worden berekend. Het aanwezigheidspercentage is dan 100%. Op andere momenten is het aanwezigheidspercentage lager dan 100% en is ook de parkeervraag lager.

De aanwezigheidspercentages worden conform de 'Uitwerking Parkeerbeleid Loon op Zand' onder andere toegepast bij het opstellen van een parkeerbalans, waarbij uitwisselbaarheid van parkeercapaciteit tot de mogelijkheden behoort omdat de piekvragen van de verschillende functies in tijd niet samenvallen. Voor alle functies binnen het projectgebied (wonen en commerciële ruimte) zijn 142 parkeerplaatsen nodig. De piek in parkeervraag ligt echter op een ander moment van de dag. Bewoners zijn namelijk met name in de late avond en nacht thuis, terwijl de parkeervraag van de bedrijven overdag ontstaat. Daarom kunnen deels parkeerplaatsen overdag toegerekend worden aan de bedrijven en in de nacht aan de woonfunctie. Het maatgevende moment in de voorliggende ontwikkeling is de nacht op een werkdag. Er zijn op het maatgevende moment conform tabel 5.6 dan afgerond 131 parkeerplaatsen nodig. Tabel 5.6 Parkeerbehoefte projectgebied rekening houdend met aanwezigheidspercentages

58/102

In totaal worden binnen het projectgebied 131 parkeerplaatsen gerealiseerd, waarvan 51 parkeerplaatsen in de parkeerkelder onder het centrale gebouw. De overige parkeerplaatsen bevinden zich aan de randen van het gebied daar waar mogelijk uit het zicht van het straatbeeld. Deze worden op een duurzame manier uitgevoerd met halfopen verharding. Op verschillende plekken in het gebied zal ruimte geboden worden voor openbare laadfaciliteiten. Hiermee wordt voldaan aan de normen zoals deze gesteld zijn door de gemeente Loon op Zand. 5.5.3 Ontsluiting In het ontwerp staat mobiliteit centraal, waarbij de focus ligt op voetgangersvriendelijke oplossingen. Initiatiefnemer wenst een gebied te creëren waarbij de auto op bezoek is en waar wandel- en fietspaden zorgen voor een optimale verbinding. Hoofdontsluiting vanuit de Schotsestraat De hoofdontsluiting van het gebied vindt plaats via de Schotsestraat, wat een logische en efficiënte toegang biedt voor zowel bewoners als bezoekers. Vanuit de Schotsestraat zijn de verschillende parkeerfaciliteiten te bereiken middels een rondweg waar de auto te gast is. Deze rondweg wordt aangelegd als eenrichtingsweg rondom het centrale appartementengebouw, die tevens zal functioneren als wandelpad. Deze oplossing vermindert verkeersdrukte en bevordert de veiligheid voor voetgangers en fietsers.

Door de rondweg te integreren als wandelpad wordt ervoor gezorgd dat de omgeving uitnodigend en toegankelijk blijft voor iedereen. Ontsluiting parkeerterrein in zuidwesten van het projectgebied In de ontwerpfase heeft afstemming met de gemeente Loon op Zand plaatsgevonden over de ontsluiting en capaciteit van het parkeerterrein in het zuidwesten van het projectgebied (figuur 5.3).

59/102

Figuur 5.3 Parkeerterrein in het zuidwestelijk gedeelte van het projectgebied (Bron: Studio Redd) Deze situatie verdient in deze onderbouwing nadere aandacht. In de bestaande situatie is reeds een smalle ontsluitingsweg aanwezig tussen de percelen LOO00-L-3740 (Hoofdstraat 97) en LOO00-L-4475 (Hoofdstraat 101 t/m 103G), weergegeven in figuur 5.4. De beoogde ontwikkeling in het zuidwestelijk gedeelte van het projectgebied (realisatie 30 appartementen en aanleg 20 parkeerplaatsen) is er op gericht dat gebruik wordt gemaakt van deze ontsluitingsweg. In de huidige situatie gebeurt dit ook al, op basis van een in het verleden gevestigd recht van overpad. Aangezien dit een zakelijk recht is voor onbepaalde tijd, kan hiervan ook gebruik worden gemaakt ten gunste van de beoogde ontwikkeling.

60/102

Figuur 5.4 Bestaande ontsluitingsweg tussen percelen Hoofdstraat 97 en Hoofdstraat 101 t/m 103G (Bron: Google Maps) Om te bepalen of deze ontsluiting voldoende capaciteit heeft ten behoeve van de verkeersafwikkeling voor de beoogde situatie is rekening gehouden met cumulatie van de nieuwe en de reeds bestaande verkeersbewegingen op deze weg. De verkeersbewegingen in de bestaande situatie op deze weg zijn inzichtelijk gemaakt in onderstaande tabel. Tabel 5.7 Bestaande verkeersbewegingen over de ontsluitingsweg tussen Hoofdstraat 97 en Hoofdstraat 101 t/m 103G Functie Verkeersbewegingen in Uitgangspunt (worst-case mvt/etmaal) beredeneerd) Bestaande appartementen Hoofdstraat 137,5 Aangesloten bij 25 appartementen in 101 t/m 103G (parkeerterrein met 12 de CROW-categorie 'Huur, appartement parkeerplaatsen) vrije sector, > 100 m2 bvo', kencijfer 5,5 mvt/etmaal per woning Bestaand parkeerterrein ALDI 30 15 parkeerplaatsen personeel (parkeerterrein met 15 (uitgaande van 2 verkeersbewegingen personeelsparkeerplaatsen) per parkeerplaats per dag (1x ochtend, 1x avond) Bestaand autowascenter 60 Ervaringscijfers vanuit eigenaar, uitgaande van 30 bezoekers per etmaal (heen en terug). Bestaande bedrijfsloods (opslag) 6,6 Circa 150 m2 bvo, aangesloten bij Hoofdstraat 97A CROW-categorie 'Bedrijf arbeidsextensitef/bezoekersextensief', kencijfer 4,4 mvt per 100 m2 per etmaal.

61/102

Bestaand autobedrijf/garage aan Hoofdstraat 99 (perceel LOO00-L-3739)

56

Totaal

290,1

Circa 700 m2 bvo, aangesloten bij CROW-categorie 'Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief', kencijfer 8,0 mvt per 100 m2 per etmaal.

De CROW (ASVV) geeft de volgende richtlijnen ten aanzien van bereikbaarheid en inpasbaarheid: Bij parkeerterreinen met meer dan 50 parkeerplaatsen moet tegelijk op- en afrijden mogelijk worden gemaakt [ASVV 10.8.2]; Obstakelvrees ten opzichte van een gesloten wand bedraagt 1 meter (bij 30 km/u) [ASVV 5.1/2]; Rijbaanbreedte bij ingang parkeerterrein (voor 1 auto) moet minimaal 2,30 meter zijn [15.1.9]. Daar komt de obstakelvrees vanuit zijkant voertuig bij; Rijbaan breedte bij 30 km/u moet minimaal 4,80 meter zijn (excl. obstakelvrees buiten de rijbaan vanaf zijkant voertuig) [ASVV 11.2]. De beschikbare ruimte van de ontsluitingsweg in de bestaande situatie is als volgt: Ca. 4,50 meter tussen zijgevel appartementen en trottoirband zijde Hoofdstraat 97; Ca. 5,30 meter tussen de 2 zijgevels bij de Hoofdstraat 97 en 101 t/m 103G; Ca. 4,80 meter tussen de 2 zijgevels ter hoogte van achtergevel Hoofdstraat 97. Het aantal parkeerplaatsen wat in de toekomstige situatie op deze weg wordt ontsloten bedraagt: Bestaande appartementen Hoofdstraat 101 t/m 103G: 12 Bestaande parkeerplaatsen personeel ALDI: 15 Nieuwe beoogde parkeerplaatsen bij de appartementen: 20 In totaal gaat het daarmee om 47 parkeerplaatsen. Op basis van de CROW (ASVV) is het daarmee niet noodzakelijk om tegelijk op- en afrijden mogelijk te maken. De ontsluitingsweg heeft een lengte van circa 50 meter.

Er zitten geen bochten in die het zicht op eventueel tegemoet komende voertuigen belemmert. Verkeersbewegingen Voor het bepalen van de toekomstige verkeersbewegingen over de ontsluitingsweg wordt uitgegaan van de volgende (worst-case) uitgangspunten voor de verkeersgeneratie. Tabel 5.8 Beoogde verkeersbewegingen over de bestaande ontsluitingsweg tussen Hoofdstraat 97 en Hoofdstraat 101 t/m 103G Functie Verkeersbewegingen in Uitgangspunt (worst-case mvt/etmaal) beredeneerd) Bestaande appartementen Hoofdstraat 137,5 Aangesloten bij 25 appartementen in 101 t/m 103G (parkeerterrein met 12 de CROW-categorie 'Huur, appartement parkeerplaatsen) vrije sector, > 100 m2 bvo', kencijfer 5,5 mvt/etmaal per woning

62/102

Bestaand parkeerterrein ALDI (parkeerterrein met 15 personeelsparkeerplaatsen)

30

Bestaande bedrijfsloods (opslag) Hoofdstraat 97A

6,6

Nieuw te realiseren 30 appartementen binnen projectgebied

108

Totaal

282,1

15 parkeerplaatsen personeel (uitgaande van 2 verkeersbewegingen per parkeerplaats per dag (1x ochtend, 1x avond) Circa 150 m2 bvo, aangesloten bij CROW-categorie 'Bedrijf arbeidsextensitef/bezoekersextensief', kencijfer 4,4 mvt per 100 m2 per etmaal. Aangesloten bij 30 appartementen in de CROW-categorie 'Sociale huur appartement < 75m2 bvo', kencijfer 3,6 mvt/etmaal per woning

Op basis hiervan kan op deze ontsluitingsweg worden uitgegaan van een afname van (290,1 - 282,1) 8 mvt/etmaal ten opzichte van de bestaande situatie. In het drukste uur in de spits gaat het om 10% van de etmaalwaarde. Dit komt neer op een afname van 0,8 mvt/uur (10% van 8). In de bestaande situatie maken circa 290 mvt/etmaal al gebruik van de ontsluiting. Uitgaande van het drukste uur in de spits, gaat het over circa 29 motorvoertuigen (10% van 290). Na realisatie van de 30 appartementen in dit gedeelte maken straks naar verwachting circa 28,2 motorvoertuigen in het drukste uur gebruik van deze ontsluiting. Dit komt neer op circa 1 voertuig per 2 minuten (28,2/60). Het kan voorkomen dat er op een bepaald moment zowel een auto de ontsluiting wil verlaten als een auto de ontsluiting wil inrijden. De auto die vanaf de openbare weg (Hoofdstraat) aangereden komt moet dan mogelijk even wachten om in te rijden. De intensiteiten van het verkeer in het drukste uur, ook die op de Hoofdstraat, zijn echter maar beperkt. Daar komt bij dat de Hoofdstraat een erftoegangsweg is. Een erftoegangsweg heeft als voornaamste functie om erven te ontsluiten en de verkeerssamenstelling bestaat met name uit bestemmingsverkeer.

Het feit dat de Hoofstraat een erftoegangsweg is en dat verkeersintensiteit in het drukste uur maar beperkt is (circa 1 auto per 2 minuten in het drukste uur) maakt dat het geen probleem is dat soms gewacht moet worden op de Hoofstraat om de ontsluitingsweg in te rijden. Al met al is de verwachting dat de toevoeging van het plan niet leidt tot verkeersknelpunten. Conclusie In de situatie waarbij 20 parkeerplaatsen worden aangelegd, is een gecombineerde in- en uitgang voldoende. Over een lengte van circa 50 meter is de rijbaan smal en daarmee is het passeren van voertuigen niet mogelijk, maar het zicht over die 50 meter is goed. Over de gehele lengte is te overzien of er een tegenligger aankomt. Op basis van bovenstaande berekening en beredenering is de kans op een tegenligger klein. Daarmee kan met het huidige voorliggende plan voldaan worden met de huidige smalle in- en uitrit. Als Hoofdstraat 97 in een later stadium eventueel ook wordt ontwikkeld dan worden de mogelijkheden voor een bredere inrit en/of passeer plaats opnieuw beoordeeld, daar dan de door CROW aangegeven richtlijn van 50 parkeerplaatsen te boven wordt gegaan. Ook kunnen de ervaringen van dat moment bij de dan te maken

63/102

afweging gebruikt worden. Voetpadenstructuur voor optimale verbinding Doordat het huidige lint aan de Hoofdstraat 95 wordt doorbroken en de huidige bebouwing wordt gesloopt ontstaat er een nieuwe voetgangersdoorgang en directe verbinding tussen het centrum en het projectgebied. Deze straat wordt groen aangekleed met diverse plantvakken en zitgelegenheden, daarnaast zijn de semibungalows en appartementen vanuit deze straat toegankelijk. Dit zorgt voor een levendige woonstraat en aangenaam verblijfsgebied. Een uitgebreid netwerk van voetpaden verbindt alle delen van de ontwikkeling met elkaar en met de omliggende straten en voorzieningen. De voetpaden zorgen ervoor dat bewoners gemakkelijk toegang hebben tot winkels en andere voorzieningen in het centrum. Deze padenstructuur is in rood aangegeven op naastgelegen tekening. Autoluwe gebieden Om de leefbaarheid en veiligheid te vergroten, zal een deel van de ontwikkeling autoluw worden ingericht. Dit betekent dat auto's beperkt toegang hebben tot bepaalde gebieden, waardoor voetgangers en fietsers meer ruimte krijgen. Parkeerplaatsen worden strategisch aan de rand van deze autoluwe zones geplaatst, zodat het centrum van de ontwikkeling vrij blijft van verkeer. 5.5.4

Conclusie

De ontwikkeling wordt in de toekomst ontsloten via omliggende bestaande wegen. De berekende verkeersgeneratie vormt geen belemmering voor de afwikkeling van het verkeer. Er worden in het projectgebied voldoende parkeerplaatsen mogelijk gemaakt voor auto's.

5.6

Natuur

5.6.1 Wettelijk kader Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de huidige Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Gebiedsbescherming Natura 2000 De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wijst de Natura 2000-gebieden aan. Op grond van artikel 2.43 Omgevingswet legt hij ook de instandhoudingsdoelstellingen vast. Dit gebeurt in een aanwijzingsbesluit. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs

64/102

significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een omgevingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: 1. Alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; 2. Het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en 3. De noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. In afdeling 8.6 Bkl staat het beoordelingskader voor de omgevingsvergunning voor Natura 2000-activiteiten. Dit is door middel van het aanvullingsspoor Natuur gebeurd. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Een bopa-activiteit kan gevolgen hebben voor NNN-gebieden. De gebieden die het NNN vormen zijn aangewezen in de provinciale omgevingsverordening.

In de provinciale omgevingsverordening worden de wezenlijke kenmerken en waarden vastgesteld van deze gebieden. Deze wezenlijke kenmerken en waarden moeten worden beschermd, in stand worden gehouden, verbeterd en ontwikkeld. Hiertoe zijn in de provinciale omgevingsverordening instructieregels opgenomen. Houtopstanden Mocht de activiteit gevolgen hebben voor houtopstanden buiten de bebouwingscontour houtkap (dat wil zeggen: er moeten bomen worden geveld), gelden rijksregels uit het Bal. Bij vellen hoort een herplantingsplicht maar hierop bestaan uitzonderingen (zie artikel 11.111 Bal). Als de rijksregels voor vellen van toepassing zijn, is het vellen van houtopstanden verboden zonder eerst een melding te doen. Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, als om bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het natuurnetwerk Nederland. Het kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub f Omgevingswet zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Echter, ook decentrale overheden kunnen hierover actief beleid voeren.

Hierbij kan worden gedacht aan het vaststellen van bijvoorbeeld een programma voor soortenbescherming. Door strikte formulering van een flora- en fauna-activiteit moet bij vrijwel alle activiteiten in de fysieke leefomgeving nagegaan worden of er soorten aanwezig zijn en welke soorten dat zijn. In hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt bepaald wanneer een vergunning nodig is.

65/102

5.6.2 Toetsing 5.6.2.1 Gebiedsbescherming Natura 2000 Het projectgebied ligt niet in een Natura2000-gebied. Figuur 5.5 laat de ligging van het projectgebied ten opzichte van het Natura 2000-netwerk zien. Niet alle Natura 2000-gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie. Het meest nabijgelegen gebied met stikstofgevoelige habitats betreft het Natura 2000-gebied Langstraat en het Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen. De minimale afstand van deze Natura 2000-gebieden tot het projectgebied bedraagt 1,7 kilometer. De andere Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats liggen op grotere afstand.

Figuur 5.5 Natura 2000-gebieden ten opzichte van het projectgebied (Bron: AERIUS Calculator) Indirecte negatieve effecten zoals stikstofdepositie zijn echter niet op voorhand uit te sluiten, omdat verstoring van natuurgebieden door stikstof nog op een grote afstand van een bepaalde ontwikkeling kan plaatsvinden. Om die reden is voor dit project een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd. De rapportage van het onderzoek is opgenomen als bijlage 4. De bijbehorende berekeningen (AERIUS versie 2024.1.1) voor de aanleg- en gebruiksfase en gecombineerde fases zijn opgenomen als bijlagen 5, 6 en 7. Uit de berekeningen blijkt dat er geen sprake is van rekenresultaten die hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jr voor de realisatie- en gebruiksfase van de ontwikkeling. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Op ongeveer 1,3 kilometer ten noorden van het projectgebied liggen de dichtstbijzijnde stukjes Natuurnetwerk Nederland (zoals deze is begrensd als zijnde Natuurnetwerk Brabant in de Omgevingsverordening van provincie Noord-Brabant), weergegeven in figuur 5.6. Verder is het projectgebied niet gelegen binnen of in de nabijheid van een belangrijk weidevogelgebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=abdcb479-b3b0-442c-a6bb-eb2a3ea97ae4