Bijlage 1. Begroting 2025
Tekst van het document
-80 -50
40
Landschapspark Pauwels (S) Nadeel -30 Om onze positie te versterken, met name op de voor ons belangrijke ambities (recreatieve aantrekkelijkheid in het bijzonder) is een financiële bijdrage opgenomen. Voordeel 0 3.99 Mutaties reserves Voor dit thema is geen nieuw beleid.
Bezuinigingen Toelichting bezuinigingen Venster 3 (bedragen x € 1.000)
Voordeel
75
Voordeel 75 3.1 Omgeving Afschaffen bladkorven (S) Voordeel 32 jaarlijks plaatsen wij bladkorven voor onze inwoners om blad van de gemeentelijke bomen dat in hun tuin terecht komt in te kunnen doen. Dit is als een service naar onze inwoners om overlast van gemeentelijke bomen te beperken. Deze service stoppen we, inwoners kunnen dan hun blad op straat vegen of zelf afvoeren. Deze maatregel levert een besparing op van € 32.000. Aanpassen kwaliteitsniveau centra van A naar B (S) Voordeel In het Integraal Beheerprogramma Openbare Ruimte 2024 – 2034 is opgenomen dat de centra in Kaatsheuvel en Loon op Zand op niveau A wordt onderhouden. Dit wordt aangepast naar niveau B. Dit levert een bezuiniging op van € 43.000.
43
3.2 Duurzaamheid Voor dit thema zijn geen bezuinigingen.
Voordeel
0
3.3 Wonen Voor dit thema zijn geen bezuinigingen.
Voordeel
0
3.4 Economische ontwikkeling Voor dit thema zijn geen bezuinigingen.
Voordeel
0
3.99 Mutaties reserves Voor dit thema zijn geen bezuinigingen.
Voordeel
0
41
Venster 0. Overhead en algemene dekkingsmiddelen Ambitie We blijven werken aan het herstel van de financiële balans, maar dit vraagt de komende jaren om een andere aanpak. Het tekort groeit, waardoor de uitgaven en inkomsten niet in balans zijn. Dit betekent dat we voor de uitdaging staan om een sluitende begroting te maken. We moeten financiële ruimte vinden om het huidige beleid voort te zetten, onze ambities waar te maken en de gemeentelijke belastingen zo laag mogelijk te houden. Algemene uitkering De nieuwe financieringsystematiek die het kabinet vaststelde, heeft een negatief effect op het gemeentefonds. Wij krijgen hierdoor eerder minder inkomsten vanuit het Rijk, omdat deze systematiek eerder wordt toegepast. Het nieuwe kabinet heeft in het bestuursakkoord op hoofdlijnen benoemd waar zij komende jaren geld aan uit willen geven en de financiële vertaling hiervan in het gemeentefonds is nog niet bekend. Lokale heffingen In de paragraaf lokale heffingen geven we een nadere toelichting op de onderbouwing en beleidslijnen. In het kort: - We verhogen de opbrengst van de OZB met 17,6% in 2025. Het is tarief is opgebouwd uit het consumentprijsindex 2,8%, de ontwikkeling van de WOZ-waarden 6,3% (nieuwsbrief Lias Pauw mei 2024) en de herberekening om te komen tot de werkelijke consumentenprijsindex van de afgelopen jaren, 8,5%.
- De toeristenbelasting blijft in 2025 gelijk, conform raadbesluit december 2023. Vanaf 2026 neemt de toeristenbelasting toe tot het landelijk gemiddelde inclusief consumentprijsindex met uitzondering van de groepsaccommodaties. - De heffingen op afval en riool zijn kostendekkend. Dit betekent dat de kosten gelijk moeten zijn aan de opbrengsten. Overhead In de paragraaf bedrijfsvoering geven we een nadere toelichting op de onderbouwing van personele ontwikkelingen en ICT. In deze paragraaf komen ook de voorgeschreven indicatoren aan de orde.
Wat mag het kosten in 2025? Venster 0: Overhead en algemene dekkingsmiddelen Bedragen x € 1.000 0.1 Overhead 0.2 Lokale heffingen 0.3 Algemene uitkeringen 0.4 Dividend 0.5 Financieringsfunctie 0.6 Overige alg. dekkingsmiddelen 0.7 Onvoorziene uitgaven 0.8 Vennootschapsbelasting Subtotaal 0.99 Mutaties reserves Totaal
2025 Lasten -14.123 -679 -12 387 -238 -25 -14.690 -14.690
Baten 1.003 13.062 47.796 88 23 25 61.997 894 62.891
2026 Lasten -13.584 -710 -12 -55 -418 -25 -14.803 -14.803
Baten 687 16.046 46.457 88 23 25 63.326 1.189 64.516
2027 Lasten -14.025 -740 -11 1 -757 -25 -15.557 -15.557
Baten 917 16.436 47.983 88 23 25 65.472 194 65.666
2028 Lasten -14.098 -770 -11 -2 -1.090 -25 -15.995 -15.995
Baten 684 16.757 49.490 88 23 25 67.067 194 67.261
42
Nieuw beleid Venster 0: Overhead en algemene dekkingsmiddelen Bedragen x € 1.000 0.1 Overhead 0.2 Lokale heffingen 0.3 Algemene uitkeringen 0.4 Dividend 0.5 Financieringsfunctie 0.6 Overige alg. dekkingsmiddelen 0.7 Onvoorziene uitgaven 0.8 Vennootschapsbelasting Subtotaal 0.99 Mutaties reserves Totaal nieuw beleid Venster 0
2025 Lasten -98 -98 -98
Totaal bezuinigingen Venster 0
78
2026
Baten Lasten -130 -130 -130 68
228
2027
Baten Lasten 68
228
2028
Baten Lasten 68
228
Baten 68
Toelichting op nieuw beleid Lasten Venster 0 (bedragen x € 1.000)
Nadeel
-98
Nadeel -98 0.1 Overhead Inzet trainees (I) Nadeel -98 Op het gebied van automatisering gaat veel wijzigen, zowel op informatiebeheer als in ICT-architectuur. De werkzaamheden nemen toe, maar we weten niet of deze werkzaamheden structureel van aard zijn. Daarom gaan we in 2025 en 2026 met trainees werken. 0.2 Lokale heffingen Voor dit thema is geen nieuw beleid.
Voordeel
0
0.3 Algemene uitkeringen Voor dit thema is geen nieuw beleid.
Voordeel
0
0.4 Dividend Voor dit thema is geen nieuw beleid.
Voordeel
0
0.5 Financieringsfunctie Voor dit thema is geen nieuw beleid.
Voordeel
0
0.6 Overige algemene dekkingsmiddelen Voor dit thema is geen nieuw beleid.
Voordeel
0
0.7 Onvoorziene uitgaven Voor dit thema is geen nieuw beleid.
Voordeel
0
0.8 Vennootschapsbelasting Voor dit thema is geen nieuw beleid.
Voordeel
0
0.99 Mutaties reserves Voor dit thema is geen nieuw beleid.
Voordeel
0
43
Bezuinigingen Toelichting bezuinigingen Venster 0 (bedragen x € 1.000)
Voordeel
145
Voordeel 77 0.1 Overhead Abonnementen en licenties (S) Voordeel 20 Om te voldoen aan de opgave die voor ons ligt zullen we ook binnen de ambtelijke organisatie de nodige maatregelen nemen. Uitgangspunt hierbij is versobering op sommige vlakken, zonder onze medewerkers te kort te doen. We zullen kritisch kijken naar bestaande abonnementen en licenties en zullen op zoek gaan naar andere manieren om per vakgebied geïnformeerd te blijven. Daarnaast wordt het interne proces aangepast om ook licenties van de diverse applicaties en de hoeveelheid applicaties beter te borgen en waar mogelijk te reduceren. Facilitair (S) Voordeel 27 De attentieregeling en thuiswerkregeling nemen we onder de loep waarbij we enkele wijzingen doorvoeren. Daarnaast zorgen we ervoor dat de attentieleidraad opnieuw vastgesteld wordt en dat we hier uitvoering aan geven. Onze werkplekken willen we flexibel houden conform het kantoorconcept en thuiswerkbeleid echter we kiezen ervoor om een aanpassing te doen in de openingsdagen van de lunchvoorziening in het werkcafé. Personeel & Organisatie (S) Voordeel 30 We zullen daarnaast de inzet van werving en selectiebureaus gerichter inzetten waardoor we minder middelen nodig hebben. Dit kunnen we in 2025 bereiken door andere oplossingen in te zetten om ons doel te behalen.
Voordeel 68 0.2 Lokale heffingen Invoeren leges parkeervergunningen (S) Voordeel 68 Voor het verlenen van parkeervergunningen gaan we leges heffen om de kosten te dekken voor de verstrekking van de vergunningen, bebording en toezicht in het vergunningengebied. Deze kosten bedragen € 68.000 per jaar. Voordeel 0 0.3 Algemene uitkeringen Voor dit thema zijn geen bezuinigingen. Voordeel 0 0.4 Dividend Voor dit thema zijn geen bezuinigingen. Voordeel 0 0.5 Financieringsfunctie Voor dit thema zijn geen bezuinigingen. Voordeel 0 0.6 Overige algemene dekkingsmiddelen Voor dit thema zijn geen bezuinigingen. Voordeel 0 0.7 Onvoorziene uitgaven Voor dit thema zijn geen bezuinigingen. Voordeel 0 0.8 Vennootschapsbelasting onderwerp Voordeel 0 Voor dit thema zijn geen bezuinigingen. Voordeel 0 0.99 Mutaties reserves Voor dit thema zijn geen bezuinigingen.
44
Paragraaf 1. Lokale heffingen De paragraaf lokale heffingen bevat beleidsvoornemens voor de lokale lasten en een overzicht op hoofdlijnen van de diverse belastingen en heffingen. De belastingen en heffingen vormen met zo’n 25% een belangrijk onderdeel van de inkomsten van de gemeente. De tarieven en percentages in deze paragraaf hebben uitdrukkelijk een voorlopig en indicatief karakter. Zoals gebruikelijk volgen in december de definitieve voorstellen voor het vaststellen van de tarieven. De uitvoering van onze belastingtaken is met ingang van 1 januari 2023 overgedragen aan de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB). Tussen de deelnemers vindt afstemming plaats over de wijze waarop de BWB uitvoering geeft aan zijn taken. Dat zorgt voor een grotere efficiëntie in de uitvoeringspraktijk.
Beleidsuitgangspunten Uitgangspunten tariefbeleid • De afgelopen jaren heeft de gemeente Loon op Zand een terughoudend beleid toegepast in de stijging van de OZB. In 2025 is een stijging van 17,6% toegepast, om gederfde inkomsten van afgelopen jaren te compenseren en toekomstige ontwikkelingen op te kunnen vangen. • Voor de hondenbelasting is aangesloten bij het indexpercentage uit de meicirculaire 2024 zijnde 2,8%. • De toeristenbelasting blijft in 2025 gelijk, zoals de raad heeft besloten in december 2023. Voor 2026 verhogen we de toeristenbelasting tot het landelijk gemiddelde inclusief de consumentenprijsindex voor hotelovernachtingen en campings met uitzondering de groepsaccommodaties. • Het tarief voor afvalstoffenheffing baseren we op basis van 100% kostendekkendheid. De opbouw van de afvalstoffenheffing is per 1 januari 2024 veranderd in een vast en een variabel deel. Het vaste deel is voor ieder huishouden gelijk en wordt jaarlijks binnen het eerste kwartaal geïnd door de Belastingsamenwerking West-Brabant. Het variabele tarief gaat verschillen per huishouden en is afhankelijk van hoe vaak het restafval wordt aangeboden. Het variabele tarief wordt na afloop van het kalenderjaar bij de inwoners in rekening gebracht. Dit betekent dat het variabele deel, op basis van het werkelijk aantal ledigingen in 2025 in het jaar 2026 in rekening wordt gebracht.
• Het tarief voor rioolheffing baseren we op basis van 100% kostendekkendheid. Voor 2025 wordt het tarief verhoogd en bedraagt het vastrecht per perceel €230. Dit leidt tot een onttrekking aan de voorziening riolering. • In voorbereiding op de Omgevingswet worden de leges opnieuw beoordeeld en berekend uit het oogpunt van kostendekkendheid. • Voor de overige leges en heffingen is aangesloten bij het indexeringspercentage van de meicirculaire 2024, zijnde 2,8%. Uitzondering hierop zijn de door het Rijk bepaalde tarieven. Kwijtschelding Kwijtschelding is vastgelegd in een gemeentelijke regeling. Particuliere belastingplichtigen kunnen een aanvraag indien voor de volgende belastingen: - Afvalstoffenheffing tot maximaal 100%. - Rioolheffing tot maximaal 100%. - Hondenbelasting tot maximaal 100% van de eerste hond. Vergelijking lokale lasten op basis van Coelo-atlas voor gemeenten 2024 Voor een vergelijking van de lokale lasten maken we een vergelijking met een aantal andere gemeenten met een vergelijkbaar karakter, dan wel onze buurgemeenten. In de berekening gaan we uit van de gemiddelde WOZ-waarde. In onderstaande tabel presenteren we de lokale lasten 2024 van vergelijkbare gemeenten, maar dit zegt niets over het voorzieningen van een gemeente. Aan onderstaande tabel kunnen geen harde conclusies worden getrokken. Gemeente
Bedrag
Loon op Zand (tarief 2024) Dalfsen Oldebroek Heusden Waalwijk
€ 1.019 € 874 € 893 € 903 € 804
Ranglijst Coelo 206 65 100 76 20
Gemeente
Bedrag
Bernheze Oisterwijk Dongen Tilburg
€ 891 € 964 € 938 € 759
Ranglijst Coelo 67 147 109 8
45
De hoogte van de woonlasten zegt, zonder nader onderzoek, niets over het voorzieningenniveau van een gemeente. Vandaar dat aan de uitkomst van de benchmark geen harde conclusies kunnen worden verbonden. Wel is zichtbaar waar Loon op Zand afwijkt in vergelijking met andere gemeenten. In 2024 waren de gemiddelde woonlasten in Nederland € 1.010.
Gemeentelijke belastingen OZB In deze begroting corrigeren we de OZB-opbrengst met 17,6%. De OZB wordt geheven via een percentage van de WOZ-waarde. Het percentage voor 2025 wordt beïnvloed door twee zaken: - Stijging van de WOZ-waarde per 1 januari 2024 (peildatum). - Macro-economische ontwikkelingen zoals die in de algemene uitkering worden meegenomen. In de tabel hieronder staan de percentages voor 2023 – 2025 vermeld. WOZ waarde in % Woningen Eigenaar Gebruiker Totaal Niet-woningen Eigenaar Gebruiker Totaal
2023
2024
2025
0,1071 0,1071
0,1078 0,1078
n.n.b. n.n.b. n.n.b.
0,2479 0,1966 0,4445
0,2690 0,1625 0,4315
n.n.b. n.n.b. n.n.b.
* Gegevens over 2025 worden in oktober bekend gemaakt.
De totale WOZ-grondslag voor de OZB van 2025 is nog niet bekend. Vanaf 2023 vindt de waardebepaling plaats door de Belastingsamenwerking West-Brabant. In oktober wordt deze informatie ontvangen. De tarieven worden dan berekend en in de belastingverordening opgenomen, welke wordt behandeld in de raadsvergadering december. Hondenbelasting In het coalitieakkoord is het voornemen uitgesproken om de opbrengst hondenbelasting in overeenstemming te brengen met de kosten die gemaakt worden voor de uitvoering van de belastingtaak en de uitvoering van het beheerplan hondenuitlaatplaats. Voor de hondenbelasting is aangesloten bij het indexeringspercentage van de OZB, zijnde 2,8%. Voor 2025 zijn de te verwachten opbrengsten € 129.853. In onderstaande tabel geven we de ontwikkeling van het tarief in de jaren 2023-2025 weer. Tarief voor hondenbelasting
2023
2024
2025
Eerste hond
€ 40,34
€ 41,59
€ 42,75
Tweede en volgende hond
€ 60,30
€ 62,17
€ 63,91
Kennel
€ 221,57
€ 228,44
€ 234,83
46
Toeristenbelasting Vanaf 2026 zijn de Hotels en Vakantiewoningen in 2026 samengevoegd tot een categorie met hetzelfde tarief. In onderstaande tabel geven we de ontwikkeling van het tarief in de jaren 2024-2026 weer. Tarief voor toeristenbelasting Bed & Breakfast (B&B) Groepsaccommodaties Kampeerterrein Mini-kampeerterrein Hotels Vakantiewoningen Hotels & Vakantiewoningen Overige accommodaties Jaarplaats Seizoensplaats Voorseizoensplaats
2024 € 1,12 € 1,12 € 1,12 € 1,12 € 2,50 € 2,10
2025 € 1,12 € 1,12 € 1,12 € 1,12 € 2,56 € 2,15
€ 2,50 € 175,20 € 158,91 € 90,74
€ 2,50 € 179,58 € 162,88 € 93,01
2026 € 3,93 € 1,18 € 2,03 € 2,03 € 3,93 € 3,93 € 184,89 € 167,79 € 96,24
* In 2026 hanteren we de gemiddelde landelijke tarieven met uitzondering van groepsaccommodaties.
In onderstaande tabel geven we de te verwachten opbrengsten voor ‘de toeristenbelasting voor komende periode weer. Opbrengst toeristenbelasting (bedragen x 1.000)
2025
2026
2027
2028
Hotels
1.108
1.699
1.738
1.778
Recreatiebungalows
2.446
4.467
4.570
4.675
224 7
351 7
359 8
367 8
5 5
6 5
6 6
6 6
3.795
6.536
6.686
6.840
Overige accommodaties Jaarplaats Seizoensplaats Voorseizoensplaats Totaal opbrengsten toeristenbelasting
Afvalstoffenheffing Het jaarlijkse resultaat op het product reiniging, zowel voor- als nadelig, wordt verrekend met de voorziening reiniging. De voorziening reiniging is bedoeld om fluctuaties in de tarieven op te vangen. Als uitgangspunt geldt 100% kostendekkendheid. De tarieven voor een- en meerpersoonshuishoudens bestaan uit een vast deel en een variabel deel. Het vastrecht bedraagt €247,67 voor eenpersoonshuishoudens en € 310,81 voor meerpersoonshuishoudens. Het variabel deel bedraagt €5 per lediging. In onderstaande tabel geven we de ontwikkeling van het tarief van 2024 en 2025 weer. Tarief voor afvalstofheffing
2024 Vastrecht
2024 Variabel*
Eenpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden Bedrijven (tarief inclusief BTW)
€ 232,55 € 291,84
€ 35,00 € 35,00
€ 353,12
€ 42,35
2024 2025 Inclusief 7 Vastrecht ledigingen € 267,55 € 247,67 € 326,84 € 310,81 € 395,47
€ 376,07
2025 Variabel* € 35,00 € 35,00
2025 Inclusief 7 ledigingen € 282,67 € 345,81
€ 42,35
€ 418,42
* Voor het variabel deel is in de berekening hierboven uitgegaan van gemiddeld 7 keer per jaar (landelijk gemiddelde). Verwachting is dat in de praktijk eenpersoonshuishoudens de kliko minder vaak aanbieden en meerpersoonshuishoudens de kliko vaker aanbieden dan dit landelijk gemiddelde. Voor vuilniszakken geldt een tarief van € 1,25 per zak van 60 liter.
47
In onderstaand overzicht geven we een specificatie en toelichting bij de kosten toegerekend aan de afvalstoffenheffing, inclusief de mate van kostendekkendheid. Afvalstofheffing (bedragen x € 1.000) Kosten Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead BTW Totale kosten Opbrengsten afvalstofheffing Opbrengsten reinigingsrecht Onttrekking voorziening Totale opbrengsten Dekkingspercentage
2.554 475 401 3.429 3.357 49 23 3.429 100%
* Zowel de ontwikkeling van de kosten (denk aan CO2-heffing) als opbrengsten (denk aan statiegeld op kleine flessen en blikjes) maakt dat het werkelijk verloop van kosten en opbrengsten lastig te voorspellen is.
Rioolheffing Het tarief voor 2025 voor de rioolheffing wordt verhoogd tot € 230,00. In onderstaande tabel geven we de ontwikkeling in de jaren 2023-2025 weer. Tarief voor rioolheffing Minimumtarief (tot 250 m3)
2023
2024
2025
€ 210,00
€ 210,00
€ 230,00
In onderstaand overzicht geven we een specificatie en toelichting bij de kosten toegerekend aan de rioolheffing, inclusief de mate van kostendekkendheid. Riolering (bedragen x € 1.000) Kosten Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead BTW Totale kosten Opbrengsten rioolheffing Onttrekking voorziening Totale opbrengsten Dekkingspercentage
2.217 398 181 2.795 2.488 307 2.795 100%
* In dit overzicht geven we een specificatie en toelichting bij de kosten toegerekend aan de rioolheffing, inclusief de mate van kostendekkendheid.
48
Paragraaf 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen is de mate waarin een gemeente in staat is om risico’s op te vangen. Voldoende weerstandscapaciteit zorgt ervoor dat de uitvoering van taken en het voorzieningenniveau bij financiële tegenslagen gegarandeerd blijven. Het uitgangspunt is, zoals in het coalitieakkoord 2018-2022 is bepaald, dat de ratio van het weerstandsvermogen minimaal 1,0 moet zijn. Weerstandsvermogen bedragen x € 1.000 Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit Ratio
Begroting 2023 13.173 4.432 2,97
Uit de tabel blijkt dat de ratio weerstandsvermogen uitstekend is. Aan de schommelingen van de ratio valt op te maken dat risicomanagement een dynamisch proces is, dat continu gemonitord wordt. Ten opzichte van de vorige peildatum (jaarrekening 2023) is het risicoprofiel toegenomen. Dit komt enerzijds door de lagere beschikbare weerstandscapaciteit (van 19,5 miljoen naar 15,8 miljoen, in 2024 besloot de Raad de algemene reserve in te zetten voor een aantal investeringen en ontwikkelingen).
Rekening Begroting Rekening Begroting 2022 2024 2023 2025 13.851 17.944 19.587 15.808 6.025 4.375 3.897 2.747 2,30 4,10 5,03 5,75
7,00 6,00 5,00 4,00 3,00 2,00 1,00
De reservepositie is de afgelopen jaren behoorlijk verbeterd. We monitoren de ontwikkelingen op de voet en gaan over tot (her)waardering van de risico’s en onzekerheden zodra hier betere schattingen van te maken zijn.
B 2023
JR 2022 Ratio
B 2024
JR 2023
B 2025
Norm (ondergrens)
De volgende uitgangspunten worden gehanteerd bij de risico-inschatting: • Risico’s waarvoor beheersingsmaatregelen zijn getroffen welke het risico afdekken worden niet financieel vertaald in het risicoprofiel. • Risico’s met een omvang (kans x impact) kleiner dan € 100.000 worden alleen opgenomen indien de impact groter dan € 500.000 (incidenteel) of € 100.000 (structureel) is. De volgende eerder ingeschatte risico’s zijn waar nodig geactualiseerd (bedragen x €1.000): Risico-Inventarisatie (reeds bekend) Onderwerp
Omschrijving
Algemene De herverdeling van het gemeentefonds uitkering in 2021 is financieel volledig verwerkt in gemeentefonds de meerjarenraming. De omvang van de algemene uitkering blijft schommelen. Hiervoor is een risico opgenomen dat er 50% kans is dat de algemene uitkering 5% afwijkt (5% afwijking is € 2,3 miljoen).
I/S Risico bij Actualisatie jaarrekening 2023
S
Er is geen gewijzigd inzicht op dit risico. Dit zal veranderen zodra er een nieuw regeerakkoord is. De 1.130 hoogte van het risico is bijgesteld op basis van de huidige raming van het gemeentefonds.
Risico bij begroting 2025
1.130
49
Rentestijging Medio 2022 heeft de Europese Centrale Bank (ECB) het rentetarief meerdere keren verhoogd. De rente op de kapitaalmarkt is hierdoor verder gestegen. Stijging van de rente leidt tot hogere rentelasten. In de meerjarenraming is rekening gehouden met een extra rentelast van € 150.000 voor nieuwe geldleningen. Het risico is dat de rentelast voor nieuwe geldleningen hoger is dan dit bedrag. 1% rentestijging op een lening van € 7.500.000 betekent een extra last van € 75.000. Risico is ingeschat op een stijging van 4%. Projecten Uit de jaarrekening 2022 volgt een risico "grondbedrijf" inschatting van bijna € 0,8 miljoen. Zie ook paragraaf grondbeleid. Onderwijshuisvesting
Eenmalige compensatie energie
Cyber- en datasecurity
S
I
De gemeente is verantwoordelijk voor onderwijshuisvesting. Momenteel wordt onderzoek gedaan naar de huisvesting van De Vaert en het Van Haestrechtcollege. Het risico is S ingeschat op de omvang van de kapitaallasten van een basisschool en een middelbare school. Vanuit het Rijk is voor 2023 een compensatie per huishouden toegezegd voor de oplopende energiekosten. Voor huishoudens met een inkomen tot maximaal 120% van de bijstandsnorm is er een vergoeding van € 1.300 toegezegd. Deze regeling voert Baanbrekers uit. We verwachten dat de rijksmiddelen niet toereikend zijn om de toeslagen en de uitvoeringskosten te betalen. Het risico van een tekort ligt bij de gemeente. Er is een verhoogd risico op cyberaanvallen. Met onze aanpak rondom privacy, informatiebeveiliging, maar bijvoorbeeld ook ondermijning, treffen we maatregelen om de risico’s te beperken. Het vergroten van de alertheid bij medewerkers op mogelijke aanvallen is één van de belangrijkste actiepunten. Ook in Equalitverband is de samenwerking op dit punt intensief. Dit risico is tweeledig: - De schade die wordt aangericht aan systemen, apparatuur en bedrijfscontinuïteit. - De investeringen die in Equalitverband nodig zijn om te kunnen voldoen aan aangekondigde nieuwe wettelijke vereisten.
I
De rente laat de afgelopen periode een dalende lijn zien. Begin maart 2024 is de rente ongeveer 3%. De inschatting van het risico is daardoor naar beneden 225 bijgesteld.
De projecten zijn bij de jaarrekening 2023 667 geactualiseerd. Daaruit volgt dit risicobedrag. In de begroting 2025 is vanaf 2028 ruimte opgenomen voor kapitaallasten onderwijs1.200 huisvesting. Het nieuwe risico is bijgesteld op basis van deze nieuwe raming. Regeling is afgewikkeld.
250
225
667
300
Afgerond
Geen nieuw inzicht op dit risico.
I
200
200
50
Sportvrijstelling BTW (De Werft)
BTW De Wetering
Extra middelen jeugdzorg
De fiscale positie van EWW B.V. ligt ter beoordeling voor bij de Belastingdienst. Daarna is duidelijk of de btw-aftrek op de investering van onder andere De Werft in stand blijft. Impact is € 1 miljoen, kans is I ingeschat op 50%. Met de Belastingdienst en onze fiscalist is eind 2022 gesproken over dit dossier. De vragen die waren gesteld zijn begin maart 2023 beantwoord. Voor de Wetering wordt ingezet op het volledig verrekenen van de BTW op de investeringskosten. Hierover bestaat vooraf echter geen zekerheid. In het worstcase scenario blijkt achteraf dat een groot I deel van de BTW niet verrekenbaar is. Dit gaat om € 1,2 miljoen.
De voorgenomen bezuiniging op jeugdzorg per 2026 vanuit het kabinet Rutte IV is geschrapt door het huidige kabinet. Deze extra besparing kwam echter bovenop de bezuiniging die door de Hervormingsagenda Jeugd in zijn ingeboekt door het rijk. Hoe de bekostiging vanuit het rijk eruit gaat zien in relatie tot S de Hervormingsagenda is vooralsnog niet duidelijk. Tot 2026 waarderen we daarom dit risico nog op 0. De koepels maken jaarlijkse afspraken met het ministerie over de zekerheid die gemeenten gegeven kan worden over de ontwikkeling van deze middelen. Deze lijn volgen we en blijkt tot op heden betrouwbaar. Wetgeving De wetgeving rondom natuurbescherming, natuurbescherming -verbetering en de reductie van stikstof heeft invloed op de uitvoering van fysieke S bouw- en/of onderhouds-projecten. Dit kan een negatief effect hebben op zowel tijd als geld. Rijksmiddelen De rijksmiddelen voor duurzaamheid zijn duurzaamheid toegekend voor de periode t/m 2025. Zowel het rijk als de financieel toezichthouder (provincie) geven aan dat de middelen structureel geraamd mogen S worden. Dit is in de begroting verwerkt. Het risico is dat deze middelen als gevolg van een nieuw regeerakkoord wegvallen. Impact is € 450.000 structureel. Kans vooralsnog ingeschat op 50%.
Schadeclaim De gemeente is aansprakelijk gesteld voor weigeren schade die geleden zou zijn als het gevolg exploitatievergunning van het weigeren van een I exploitatievergunning. Op grond van de WOO kan informatie hierover niet openbaar worden gemaakt. Totaal
Dit dossier is eind 2023 afgewikkeld met de Belastingdienst en de benodigde correcties zijn gedaan. De gevolgen zijn - verwerkt in de Afgerond jaarrekening 2023. Dit risico kan daarmee vervallen. Door de raad is in mei 2024 een nieuw investeringskrediet vastgesteld. Daarin wordt niet ingezet op het - volledig verrekenen van Afgerond de BTW. We zien in dit project geen specifiek BTW-risico. Dit risico kan vervallen. Dit risico is ongewijzigd.
-
-
Geen nieuwe inschatting op dit risico. PM
PM
Geen nieuwe inschatting op dit risico.
225
225
PM
PM
3.897
2.747
51
De volgende risico’s zijn nieuw: Risico-Inventarisatie (nieuw) Onderwerp Omschrijving
Crossroad (jeuggzorg)
I/S Risico bij begroting 2025
Uit de regio is vernomen dat Crossroads (jeugdzorg) in 2024 een extra bedrag van 12 miljoen nodig heeft. Voor 2025 bestaat het risico dat er opnieuw een bijdrage aan Crossroads noodzakelijk is, maar dit kan op dit moment nog niet financieel worden gekwantificeerd
I
PM -
Totaal
Samenvatting risico-inschatting Renterisiconorm (bedragen x € 1.000) Geactualiseerde eerder ingeschatte risico’s Nieuwe risico’s Inschatting begroting 2025
Bedrag 2.747 0 2.747
Financiële kengetallen Financiële kengetallen zijn verhoudingsgetallen die specifieke onderdelen van de begroting of balans weergeven en kunnen helpen bij het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. Ze bieden inzicht in de beschikbare (financiële) ruimte om zowel structurele als incidentele lasten te kunnen dragen of op te vangen. Deze kerncijfers geven daarmee een beeld van de financiële weerbaarheid en flexibiliteit. Belangrijk is ook de ontwikkeling van de uitkomsten en de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de algehele financiële positie. Hieronder worden de financiële kerncijfers opgesomd die op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht zijn in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing: 1. Netto schuldquote; 2. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen; 3. Solvabiliteitsratio; 4. Grondexploitatie; 5. Structurele exploitatieruimte; 6. Belastingcapaciteit; 7. Netto schuld per inwoner. Kengetallen
Streefwaarde
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2023
2024
2025
2026
2027
2028
23,1%
45,2%
51,1%
63,6%
58,3%
74,6%
22,6%
44,1%
49,0%
61,5%
56,2%
72,6%
< 90%
35,6%
28,1%
25,5%
22,8%
23,6%
20,3%
< 20%
-2,1%
-0,6%
-0,6%
-0,6%
-0,6%
-0,5%
1,1%
0,7%
1,7%
0,8%
0,6%
0,0%
Gemeentelijke belastingcapaciteit
> 0% 90105%
88,7%
94,2%
Netto schuld per inwoner
in €
868
1.310
1.709
2.141
2.016
2.615
Netto schuld-quote Netto schuld-quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte
20-50% < 90%
De solvabiliteit is de afgelopen jaren verbeterd. Het eigen vermogen is vrij constant gebleven. In 2025 neemt de solvabiliteit af ten opzicht van voorgaande begroting. Dit komt doordat de investeringen in het Dorpshuis en rioolgemaal aan de Sweensstraat met een geldlening gefinancierd moeten worden.
52
De netto schuldquote is gestegen ten opzichte van vorig jaar. Ook dit wordt veroorzaakt door de investeringen waarvoor we een geldlening voor moeten aantrekken. Een omvangrijke grondexploitatie is risicovol als daarmee de baten van de gemeente in grote mate afhankelijk zijn van de opbrengsten uit grondexploitaties. De boekwaarde van de grondexploitatie is negatief, wat betekent dat er meer inkomsten zijn geweest dan kosten. De kosten moeten nog gemaakt worden. Hierdoor wordt de grondexploitatie als weinig risicovol beschouwd. De structurele exploitatieruimte is afgerond 1,3%. Het structureel begrotingssaldo in 2025 is positief (€ 985.000). Vanaf 2028 slaat dit om naar een negatief bedrag als gevolg van het tekort op de begroting. De belastingcapaciteit biedt inzicht in hoe de belastingdruk binnen een gemeente zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. De gemiddelde woonlasten van een gezin zetten we af tegen het landelijk gemiddelde van het voorgaande jaar. Het gemiddelde wordt gebaseerd op de Atlas van de Lokale Lasten van het COELO. Een belastingcapaciteit hoger dan 100% betekent dat de gemiddelde woonlasten in onze gemeente hoger zijn dan het landelijk gemiddelde. Aangezien het landelijk gemiddelde voor 2025 nog niet bekend is, is gerekend met het gemiddeld over 2024. Dit is afgezet tegen onze woonlasten van 2025.
Net als de schuldquote loopt ook de schuld per inwoner op als gevolg van het investeringsniveau. Geprognosticeerde balans Geprognosticeerde balans (x € 1.000) Activa (Im)materiële vaste activa FVA: kapitaalverstrekkingen FVA: leningen FVA: uitzettingen > 1 jr Voorraden Uitzettingen < 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa Totaal activa Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schulden Netto vlottende schulden Overlopende passiva Totaal passiva
2023
2024
2025
2026
2027
2028
60.754 224 800 402 -1.735 12.387 153 3.007 75.992
67.387 839 1.114 715 -435 8.907 153 2.776 81.456
76.674 969 715 1.614 -448 12.387 153 3.007 95.072
86.212 969 629 1.614 -448 12.387 153 3.007 104.523
82.437 969 539 1.614 -448 12.387 153 3.007 100.659
95.409 969 446 1.614 -448 12.387 153 3.007 113.537
27.069 13.109 23.246 5.575 6.993 75.992
22.877 12.966 36.640 3.378 5.595 81.456
24.204 13.048 45.253 5.575 6.993 95.072
23.830 12.584 55.541 5.575 6.993 104.523
23.737 11.781 52.573 5.575 6.993 100.659
23.101 11.040 66.828 5.575 6.993 113.537
53
EMU-saldo EMU - saldo (bedragen x € 1.000) 1- Het geraamde totaal saldo van baten en lasten (excl. Toevoeging aan en onttrekking uit reserves) 2- Afschrijvingen ten laste van de exploitatie 3- Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie 4- Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd 5- Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4 6- Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord 7- Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan) 8- Baten bouwgrondexploitaties, voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord 9- Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen 10- Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten Berekend EMU-saldo
2024 -913
2025 -178
2026 -374
2027 -94
2028 -636
3.121 264 -6.633 -
3.333 264 -9.287 -
3.451 265 -9.537 -
3.746 267 3.774 -
3.943 264 -12.971 -
-
-
-
-
-
-10
-51
-51
-51
-51
43 -
20 -
20 -
20 -
20 -
-4.129
-5.899
-6.227
7.662
-9.431
54
Paragraaf 3. Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente heeft op haar grondgebied een groot aantal kapitaalgoederen zoals gebouwen, wegen, constructies, riolering, water en groen met een groot aandeel in de gemeentelijke begroting. Deze kapitaalgoederen leveren een belangrijke bijdrage aan de uitvoering van de programma’s van de begroting, zoals milieu, onderwijs en verkeer. Slecht onderhoud kan leiden tot risico’s en daarbij mogelijke aansprakelijkstelling van de gemeente. Bovendien kan het leiden tot kapitaalvernietiging. In deze paragraaf wordt achtereenvolgens het IBOR-beleidskader geschetst met de vastgestelde kwaliteitsniveaus. Daarna wordt een overzicht gegeven van de cyclus van beleids- en beheerplannen van de onderdelen van de openbare ruimte. De verschillende kapitaalgoederen worden kort toegelicht en afgesloten met een tabel van de onderhoudsbudgetten. De onderhoudsbudgetten in deze tabel zijn gebaseerd op de primitieve begroting van elk boekjaar.
IBOR 2024-2033 In het Integraal Beleidsprogramma Openbare Ruimte 2024-2033 zijn de uitgangspunten voor het beheer van de openbare ruimte benoemd. We hanteren voor onze openbare ruimte drie verschillende ambitieniveaus (A is hoog, C is laag). Deze ambitieniveaus zijn gekoppeld aan de onderstaande gebiedsindeling en functies: Ambitieniveau Centrum Woonbuurten Gebiedsontsluitingswegen Industrie Buitengebied
A
B
C
Het beheer van de openbare ruimte is een reguliere taak van de gemeente, die bestaat uit de jaarlijkse beheers-, vervangings- en onderhoudsmaatregelen. Voor het beheer van de (kapitaalgoederen in de) openbare ruimte beschikt de gemeente over een aantal instrumenten: 1. Beheersystemen waarin van alle objecten in de openbare ruimte de relevante data zijn ingebracht. 2. Jaarlijkse schouw naar de onderhoudsgesteldheid van de objecten in de openbare ruimte. 3. Meerjaren Uitvoeringsplan (MUP) met daarin alle geplande uitvoeringsprojecten. De informatie uit deze instrumenten leiden tot planning van de onderhoudswerkzaamheden. Om te zorgen voor een integrale benadering van ontwerp, inrichting en beheer van de openbare ruimte is het Handboek Integraal Werken Openbare Ruimte (HIWOR) beschikbaar.
Beleids-en beheerplannen
Act
Plan
• Aanpassen wat niet volgens plan is verlopen
• Plannen wat we gaan doen en hoe we dat gaan doen
Check
Do
• Controleren of alles volgens plan is gelopen
• Doen wat we hebben gepland
De basis voor het beheer van de openbare ruimte wordt gevormd door de hier getoonde cyclus. Dit cyclisch werken is duidelijk zichtbaar in de beleids- en beheerplannen die er zijn voor het beheer van de openbare ruimte. In navolgende tabel is dit weergegeven. In 2025 zal aan de slag worden gegaan met de Mobiliteitsvisie en het beleidsplan Spelen en Bewegen als actualisatie van bestaande beleidsnota’s. Het Programma Water en Riolering wordt eind 2024 vastgesteld. De nieuwe beheerplannen voor wegen, groen en civiele kunstwerken worden eind 2024 door het college vastgesteld als uitwerking van het IBOR 2024-2033.
CHEC K
55
Beleids- en beheerplannen Integraal beleid openbare ruimte (IBOR) 20242034 (2023) Beheerplan wegen (2024) Beheerplan civieltechnische kunstwerken (2024) Beleids- en beheerplan openbare verlichting (2020) Programma Water en Riolering (PWR) (2020) Speelnotitie (2015) Groenstructuurplan (2019) Boombeleid (2020) Beheerplan groen, speel- en zitvoorzieningen (2024) Beheerplan bijzondere objecten (2021) Duurzaam Meerjaren onderhoudsplan (MJOP) (2022)
Frequentie actualisatie 10 jaar
Fin. vertaling Reserve / in begroting voorzieningen Ja
Financieel: 2 jaar Ja Geheel 4 jaar Ja 4 jaar
Ja
4 jaar Geen einddatum Geen einddatum Financieel: 2 jaar Geheel: 4 jaar
Ja Nee Nee Ja Ja
4 jaar 4 jaar
Ja Ja
Bestemmingsreserve wegen
Voorziening riolering Bestemmingsreserve calamiteiten groen om kosten te dekken voor ziekten en plagen en stormschade Voorziening De Wetering
Toelichting kapitaalgoederen Wegen, openbare verlichting en civiele kunstwerken: In de openbare ruimte is het volgende areaal aanwezig voor de onderdelen wegen, openbare verlichting en civiele kunstwerken: Wegen, openbare verlichting en civiele kunstwerken Voorziening Wegen Asfaltverharding Elementverharding Betonverharding Halfverharding Voorziening Openbare verlichting Masten Armaturen LED-lampen Gewone lampen Voorziening Civiele kunstwerken Bruggen en loopconstructies Tunnels Muren en keerwanden
Hoeveelheden 529.600 991.200 95.900 119.100
m2 m2 m2 m2
5.700 5.800 3.061 3.239
stuks stuks stuks stuks
6 4 9
stuks stuks stuks
Het onderhoud van wegen, openbare verlichting en civiele kunstwerken is gericht op de technische kwaliteit: de weg en brug moeten bruikbaar zijn, de lamp moet branden. Bij openbare verlichting wordt de vervanging van lampen door LED wordt gecontinueerd. Voor wegen staan we aan de vooravond van een intensieve periode van vervanging. Veel wegen zijn aan het eind van hun levensduur en zullen moeten worden aangepakt. Om dit gestructureerd aan te pakken en afstemming met andere onderdelen van de openbare ruimte of herinrichtingen te zoeken is een meerjarenplanning opgesteld. De dekking hiervan zal terug te vinden zijn in het reguliere onderhoud en het investeringsplan.
56
Riolering en water In onderstaande tabel hebben we de belangrijkste kenmerken van het stedelijk watersysteem van de voor onze gemeente weergegeven. Riolering en water Voorziening Inzameling Kolken hemelwaterriolering Kolken gemende riolering Voorziening Afvoer (vrij verval) Gemengde riolering Vuilwaterriolering Hemelwaterriolering Overstortputten gemengde riolering Hemelwateruitlaten gescheiden riolering Voorziening afvoer (mechanisch) Persleidingen Drukriolering Drukriool-pompunits Rioolgemalen Ondergrondse bergingsvoorziening / Infiltratievoorziening Randvoorzieningen Bovengrondse bergingsvoorziening / Infiltratievoorziening (bijvoorbeeld wadi’s) Voorziening meetpunten Grondwater Afvalwater Oppervlaktewater
Hoeveelheden 2.800 stuks 7.200 stuks 78 29 31 16 18
km km km stuks stuks
16 68 230 31 5
km km stuks stuks stuks
3 stuks 8 stuks
Voor het inzamelen en transporteren van het vrijkomende afval- en regenwater beschikken we als gemeente Loon op Zand over een rioolstelsel met een totale lengte van circa 139 km en 31 rioolgemalen. Om er voor te zorgen dat tijdens extreme neerslag geen wateroverlast optreedt, is het rioolstelsel voorzien van riooloverstorten en hemelwateruitlaten. Speciale rioolvoorzieningen (bergbezinkbassins) beperken de vuiluitworp van de riolering naar het oppervlakte-watersysteem. Het afvalwater in het buitengebied wordt ingezameld met 230 pomp-units en verpompt via 68 km aan drukriolering. Al het afvalwater wordt gezuiverd op de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) van waterschap Brabantse Delta aan De Roei in Kaatsheuvel.
26 stuks 3 stuks 0 stuks
Voor de komende jaren ligt er de opgave om het gemaal aan de Sweensstraat te vervangen. Dit project wordt samen met het waterschap opgepakt. Eind 2024 wordt het Programma Water en Riolering vastgesteld waarmee de kaders en aanpak voor de komende jaren vastgesteld zijn. Openbaar groen, speelvoorzieningen en straatmeubilair (inclusief afvalvoorzieningen) Openbaar groen, speelvoorzieningen en straatmeubilair Voorziening Groen Gazons, beplanting, etc. Boom- en bloembakken Voorziening Meubilair Banken en afvalbakken Hekwerken Speelvoorzieningen Toestellen Afvalvoorzieningen Ondergrondse containers Ondergrondse containers
Hoeveelheden 1.374.204 m2 16 stuks 559 stuks 2.114 m 307 stuks 87 stuks 30 locaties
Voor het openbaar groen is de opgave voor de komende jaren in beeld gebracht in het beheerplan. In 2025 gaan we aan de slag met een nieuwe visie op Spelen en Bewegen. Komend jaar werken we verder aan het onderhoud van het groen en het aanpakken van verouderd groen. Hierbij worden doelen als vergroten biodiversiteit, klimaatstress en burgerparticipatie meegenomen.
57
Bij speelvoorzieningen speelt burgerparticipatie een duidelijke rol. Hetgeen gerealiseerd wordt moet zo veel mogelijk passen bij de wensen van de buurt. Hierbij zijn de kaders vanuit het beleid en financiën leidend. In 2024 hebben we een speelvoorziening aan het President Kennedyplein vervangen. Tevens zal een nieuwe voorziening in de Vaertenbuurt worden gerealiseerd. In de gemeente Loon op Zand zijn 30 locaties aanwezig met ondergrondse afvalvoorzieningen. Verder staan er diverse wijkvoorzieningen voor o.a. glas en incontinentiemateriaal en luiers. Er zijn circa 10.000 woonadressen die ieder 3 mobiele afvalcontainers (kliko’s) in gebruik hebben. Het onderhoud van de afvalvoorzieningen bestaat uit het reinigen en preventief en correctief onderhoud. Het doel hiervan is om de voorzieningen functioneel te houden. Gebouwen/ Vastgoed -
-
-
-
De uitvoering van het eerste verduurzamingsproject is in 2024 gestart bij de Gemeentewerf. Begin 2024 is de meervoudig onderhandse aanbesteding met succes afgerond en in mei 2024 zijn de eerste voorbereidende werkzaamheden gestart. Naar verwachting is het project verduurzaming van De Gemeentewerf in oktober 2024 afgerond. Nog in afwachting voor de aanschaf van een batterijopslag om in 2025 volledig van het gas af te zijn. Voor de verduurzaming van De Gemeentewerf, Brandweerkazerne Loon op Zand en Brandweerkazerne Kaatsheuvel is een DUMAVA subsidie aangevraagd. Voor de Gemeentewerf hebben wij inmiddels een positief besluit ontvangen en we zijn nog in afwachting voor beide brandweerkazernes. De meervoudig onderhandse aanbestedingen voor de brandweerkazernes starten in 2024 en kunnen ook in 2025 worden uitgevoerd en afgerond. Het onderhoudscontract voor E&W installaties voor gebouw De Werft, Het Klavier en De Brandweerkazernes is na een meervoudig onderhandse aanbesteding per 1 februari 2024 gegund aan BINK installatietechniek, gevestigd in Kaatsheuvel. De samenwerking verloopt uitstekend en de overeenkomst is gesloten t/m 2028 met een optie van verlenging voor 5 jaar. Na afronding van het cultuurbeleid zal in Q1 2025 gestart worden aan exploitatie en beheer van Het Klavier.
Na afronding van het project ‘advies voor exploitatie en beheersvorm voor het nieuwe Dorpshuis’ kunnen in 2025 de voorbereidende werkzaamheden starten voor een in- of aanbesteding voor exploitatie en beheer van het nieuwe Dorpshuis.
Financiële toelichting onderhoudsbudgetten kapitaalgoederen Omschrijving van kapitaalgoederen bedragen x € 1.000 Civiele kunstwerken Gebouwen en vastgoed Groen Openbare verlichting Riolering en water Speelvoorzieningen en straatmeubilair Wegen Totaal
Rekening 2023 22 762 1.617 310 874 97 663 4.345
Begroting 2024 58 848 1.919 201 734 106 532 4.398
Begroting 2025 58 1.284 1.939 214 746 114 625 4.980
58
Paragraaf 4. Bedrijfsvoering Een toekomstbestendige organisatie Loon op Zand is een sterke, zelfstandige gemeente waarin de inwoner centraal staat. Daarbij past een krachtige organisatie die wendbaar is, in dialoog is met de samenleving en vooruit kijkt. Onze kernwaarden, samenwerken, resultaat boeken en vitaliteit zijn daarbij onze belangrijke ankers Vanuit een sterk bewustzijn van onze veranderende rol in de samenleving en om het groeiende werkpakket het hoofd te kunnen bieden is in 2020 een proces gestart om de organisatie te versterken. Dit proces bestaat uit meerdere pijlers waarvan twee grote veranderingen in 2024 vorm hebben gekregen. - De herinrichting van het functiegebouw volgens de methodiek Baarda - De herstructurering van de organisatie. Hiermee wordt enerzijds ingezet op het maximaal benutten van de persoonlijke kracht en kwaliteit van iedere medewerker en het belonen van prestaties. Anderzijds faciliteert de nieuwe organisatiestructuur procesgericht werken, integraliteit en wendbaarheid. In 2024 is gestart met de inbedding en borging van beide ontwikkelingen. 2025 zal in het teken staan van realiseren van de beoogde resultaten van het functiegebouw en de organisatiestructuur en het plukken van de vruchten van de veranderingen.
Daarnaast zal worden geïnvesteerd in twee andere pijlers van de organisatieontwikkeling: Leiderschap en integraal management: vanuit een gezamenlijke visie een ontwikkeltraject vormgeven en uitvoeren Ontwikkeling van houding en gedrag van medewerkers om vitaal en resultaatgericht samen te werken: laden van cultuurwaarden, toepassen moderne werkwijzen, vaardigheidstrainingen.
Informatiemanagement, -veiligheid en -beheer De wereld om ons heen verandert in hoog tempo. Bestaande (informatie)wetten worden continue gewijzigd en er komen steeds meer wetten voor overheden bij. Denk hierbij aan de Archiefwet of de Wet open overheid. Technische ontwikkelingen gaan snel, zowel organisaties als applicaties werken steeds meer in de Cloud en steeds meer processen worden verder gedigitaliseerd. Om deze ontwikkelingen te prioriteren en te plannen, stellen we een Informatiebeleidsplan (IBP) op. Daarnaast zorgen we voor een veilige en betrouwbare digitale omgeving. Daarbij streven we naar een situatie waarin alle beheersmaatregelen op het vlak van informatieveiligheid en privacy. We volgen de ontwikkelingen op het gebied van informatieveiligheid en privacy en passen de wettelijk voorschriften toe. Denk aan de BIO (Baseline Informatieveiligheid Overheid) en AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming). In 2025 zal de WBNI (Wet beveiliging Netwerk en Informatiesystemen) worden afgestemd op de Europese NIS2 richtlijn (Network and Information Security Directive). Hiermee wordt de organisatie verplicht om informatieveiligheid te implementeren binnen alle processen van de organisatie.
Extra investeringen in informatiemanagement, -beveiliging en -beheer zijn nodig om al deze ontwikkelingen goed op te pakken en onze medewerkers een toekomstbestendige en gebruiksvriendelijke ICT omgeving te bieden. De precieze gevolgen op de bezetting van informatiebeheer zijn nog niet te overzien. Wel weten we dat de werkzaamheden de komende jaren toenemen. Daarom is bij de Kadernota budget gevraagd voor een tweetal trainees voor de jaren 2025 en 2026.
Rechtmatigheidsverantwoording Waar de rechtmatigheidsverklaring voorheen door de accountant werd afgegeven is dit over controlejaar 2023 voor het eerst door het college gedaan. Over 2023 heeft het college een rechtmatigheidsverantwoording met opmerkingen afgegeven. We streven naar het afgeven van een rechtmatigheidsverklaring zonder voorbehouden over 2025. Om hiertoe te komen dienen we onze interne controle nog verder te versterken. Dit doen we door ons in 2025 te richten op het verder beschrijven van processen en het verhogen van het bewustzijn bij medewerkers. Daarnaast zal er aandacht zijn voor fraudepreventie en risicoanalyses. We spannen ons in om de rechtmatigheidsverantwoording en interne controle op het vereiste niveau te brengen.
59
Bestuurlijke processen Het bestuurlijk besluitvormingsproces vormt het hart van het bestuurlijk en ambtelijk samenspel. De samenwerking tussen ambtelijke organisatie, college en raad is hierin erg belangrijk en bepaalt de kwaliteit van de gemeentelijke besluitvorming. Een goede kwaliteit van stukken, het maken en nakomen van duidelijke procesafspraken en zorgdragen voor een goede lange termijnplanning dragen hieraan bij. We kunnen daarin nog belangrijke stappen maken en zullen de komende periode benutten om diverse verbeterstappen door te voeren. Daarbij valt te denken aan het verder verbeteren van de kwaliteit van stukken onder meer door het standaard toevoegen van juridische en financiële controle, het opzetten van een structurele lange termijnplanning voor raadsbehandeling en het beter op elkaar afstemmen van planningen en onderlinge werkafspraken.
Hoe kunt u onze resultaten volgen? Formatie en bezetting De formatie voor 2024 bedraagt 181,6 fte. De toename in de formatie houdt verband met de toegenomen taakstellingen in onder andere duurzaamheid, in werking treden Omgevingswet, structureren Wet open overheid, cultuur en erfgoed, beleid opgaven sociaal domein en nieuwe functies in verband met de nieuwe organisatiestructuur. Formatie vanaf 2020
Op peildatum 1 juli 2024 bedroeg de bezetting in fte146, 5. In onderstaande tabel is de verdeling in fte en aantallen medewerkers weergegeven. Dienstverband <1 >=1<5 > = 5 < 10 > = 10 < 15 > = 15 < 20 > = 20 < 25 > = 25 < 30 > = 30 < 35 > = 35 < 40 > 40 Totaal
Man Aantal 14 21 6 2 5 4 1 2 1 56
FTE
Vrouw Aantal
12,33 20,28 5,72 1,33 5,11 4,00 1,00 2,00 1,00 52,78
15 57 11 2 15 8 1 3 3 1 116
FTE
Totaal Aantal
FTE
13,22 47,39 7,86 1,51 11,38 6,20 0,40 2,89 2,21 0,73 93,79
29 78 17 4 20 12 2 5 4 1 172
25,55 67,67 13,58 2,84 16,49 10,20 1,40 4,89 3,21 0,73 146,57
60
Vacatures Op 1 januari 2024 waren er 40 vacatures. Het aantal vacatures dat we invulden tussen 1 januari en 1 juli 2024 bedroeg in totaal 14. (NB na 1 juli tot 30 augustus traden nog eens 14 medewerkers in dienst). Ondanks de grote dynamiek op de arbeidsmarkt lukte het ons om een groot aantal vacatures in te vullen. Veelal op eigen kracht, bij sommige functies met behulp van gespecialiseerde bureaus. Zorgen blijven over de krapte op de arbeidsmarkt van functies in financiën en onderdelen binnen het fysieke domein. Op 1 september 2024 zijn er nog 12 vacatures in te vullen.
Ziekteverzuim 10 8 6 4 2 0 2020
2021
2022
2023
2024
Het ziekteverzuim loopt in de eerste helft van 2024 licht op. De daling van het verzuim vanaf 2022 stagneert. De lichte stijging in de eerste helft van 2024 zien we in het korte en lange verzuim. De beïnvloedbare factoren onderzoeken we nog op het moment van opstellen van deze begroting.
Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000 Inzet trainees Totaal
2025 -98 -98
2026 -130 -130
2027 -
2028 -
Op het gebied van automatisering gaat veel wijzigen, zowel op informatiebeheer als in ICT-architectuur. De werkzaamheden nemen toe, maar we weten niet of deze werkzaamheden structureel van aard zijn. Daarom gaan we in 2025 en 2026 met trainees werken.
61
Paragraaf 5. Financiering De paragraaf bevat een toelichting op het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. Renterisico De kasgeldlimiet en de renterisiconorm moeten voorkomen dat de leningenportefeuille van gemeente te gevoelig is voor schommelingen in de rente. De kasgeldlimiet richt zich op leningen met een korte looptijd en de renterisiconorm richt zich juist op langlopende leningen. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is bedoeld om het renterisico op geldleningen te beperken. Als er veel kortlopende leningen (kasgeldleningen) zijn, dan is de financieringsportefeuille gevoeliger voor rentewijzigingen. Over het algemeen hebben kortlopende leningen een lagere rente en zijn daarom goedkoper. De omvang van de netto vlottende schuld is beperkt tot maximaal 8,5% van het begrotingstotaal. Kasgeld limiet (bedragen x € 1.000) Limiet Netto vlottende schuld Ruimte binnen limiet
Kwartaal 1 6.582 -1.845 8.427
Kwartaal 2 6.582 -7.516 14.098
Kwartaal 3 6.582 2.178 4.404
Kwartaal 4 6.582 2.178 4.404
De netto vlottende schuld is negatief omdat de vlottende vorderingen groter zijn dan de vlottende schulden. Hierdoor is de ruimte om kasgeldleningen aan te trekken in feite groter dan de kasgeldlimiet. In alle kwartalen zijn we onder de kasgeldlimiet gebleven. Renterisiconorm Renterisico’s op de langere termijn beheersen we door de toepassing van de zogenaamde renterisiconorm. In de kern komt deze erop neer dat niet op hetzelfde moment een omvangrijke herfinanciering leningen plaatsvindt tegen op dat moment bijvoorbeeld fors hogere rentepercentages. De jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen mogen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Renterisiconorm (bedragen x € 1.000) Renterisiconorm Aflossingen Ruimte binnen norm
Risico 15.487 -2.178 13.309
We voldoen aan de renterisiconorm. Financiering Dit onderdeel geeft inzicht in de ontwikkeling van onze langlopende leningen en uitzettingen. Opgenomen leningen (bedragen x € 1.000) Stand 1 januari Aflossingen Opgenomen Stand 31 december
2025 21.083 -2.178 0 18.905
De rentelast over deze leningen bedraagt in 2025 € 637.000. De gemiddelde rente is 3%. Uitgezette leningen (bedragen x € 1.000)
2025
Stand 1 januari
1.114
Aflossingen Opgenomen Stand 31 december De rentebaat over deze leningen bedraagt in 2025 € 17.000. De gemiddelde rente is 1,5%.
-87 0 1.028
62
Garanties op leningen aan derden Naast de leningen die we zelf aangaan zijn er nog een aantal leningen ‘door verstrekt’ aan derden of staan we garant voor leningen die aan derden zijn verstrekt door een bankinstelling. In deze situatie is er geen sprake van bankieren. De leningen aan woningbouwverenigingen zijn aflopend van aard en stammen nog uit de periode dat het gebruikelijk was dat we voordelig leningen aantrokken bij bijvoorbeeld de Bank Nederlandse Gemeenten en deze onder dezelfde condities verstrekten aan de betreffende woningbouwvereniging. Garanties geven we alleen uit hoofde van de publieke taak. Bijvoorbeeld een garantstelling aan een bank voor een vereniging voor de aanleg van een sportveld. Garanties op verstrekte bedragen (bedragen x € 1.000) Leningen aan verenigingen, stichtingen en natuurlijke personen Leningen aan woningbouwverenigingen Stand 31 december
2025 1.070 132.504 133.574
Over het algemeen zijn deze risico’s op verstrekte geldleningen beperkt omdat ofwel contragaranties zijn verstrekt of een hypotheek als onderpand is afgegeven. Schema rentetoerekening Schema rentetoerekening (bedragen x € 1.000)
2025
Externe rentelast over korte financiering Externe rentelast over lange financiering Externe rente compenent Totaal door te rekenen extra rente
9 755 -23 740
Rente die aan grondexploitatie moet worden doorberekend Rente van projectfinanciering (niet van toepassing) Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
-25 0 716
Rente over eigen vermogen en voorzieningen Aan taakvelden toe te rekenen rente Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (via renteomslag) Renteresultaat, onderdeel van resultaat op taakveld treasury
0 716 1.150 -435
63
Paragraaf 6. Verbonden partijen Inleiding Het begrip verbonden partij is vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en wordt als volgt gedefinieerd: “Een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie onderscheidenlijk de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft.” In maart 2018 heeft de gemeenteraad van Loon op Zand een nota verbonden partijen vastgesteld. Doel van deze nota was met name om meer grip te krijgen op gemeenschappelijke regelingen. Kern van deze nota is dat we voortaan op basis van de drie B’s (Bestuur, Beleid en Bedrijfsvoering) sturen op gemeenschappelijke regelingen. Per gemeenschappelijke regeling worden in onderstaand overzicht de drie B’s geschreven. Hiermee worden de kaders gesteld op basis waarvan voorstellen van de regelingen in het komend jaar beoordeeld worden. Achtergrondinformatie over de werkwijze aan de hand van de drie B’s staat te lezen in de nota verbonden partijen 2018. De nota verbonden partijen 2018 richt zich enkel op gemeenschappelijke regelingen. Voor de overige verbonden partijen (verenigingen, stichtingen, coöperaties en vennootschappen) blijven we de in het BBV voorgeschreven kerngegevens hanteren. De gemeente baseert de cijfers op de jaarrekening 2023 en/of begroting 2025 van de verbonden partijen.
Totaalbeeld verbonden partijen Partij Rechtsvorm Regio Hart van Brabant Gemeenschappelijke regeling Midpoint Stichting
Venster Bestuur en dienstverlening Omgeving en economische ontwikkeling Gemeenschappen
Bestuurscommissie Onder GR Hart van Jeugd HvB Brabant GGD Hart voor Brabant Gemeenschappelijke Gemeenschappen regeling OMWB Gemeenschappelijke Omgeving en regeling economische ontwikkeling Veiligheidsregio MWB Gemeenschappelijke Bestuur en regeling dienstverlening Baanbrekers Gemeenschappelijke Gemeenschappen regeling Belastingsamenwerking Gemeenschappelijke Overhead en West-Brabant regeling algemene dekkingsmiddelen RAV Gemeenschappelijke Bestuur en regeling dienstverlening BNG Vennootschap Algemene dekkingsmiddelen Brabant Water NV Vennootschap Algemene dekkingsmiddelen EWW BV Vennootschap Gemeenschappen Publiek Ontwikkelbedrijf REKS
Vennootschap
Omgeving en economische ontwikkeling
Thema Bestuur
Bijdrage € 111.187
Economische ontwikkeling
€ 120.694
Maatwerk
€ 6,317 mio
Sport, cultuur en welzijn Duurzaamheid
€ 1,070 mio
Openbare orde en veiligheid Participatie
€ 1,499 mio
Overhead
Openbare orde en veiligheid Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen Sport, cultuur en welzijn Duurzaamheid
€ 605.253
€ 3,311 mio € 676.000 €0 41.886 aandelen[2] 33.100 aandelen 100% aandeelhouder 1/8 aandeelhouder
[2] Dit aandelenpakket vertegenwoordigt een waarde van €104.715,00
64
Regio Hart van Brabant (Tilburg) [3] Doel - Een overlegstructuur met bestuursbevoegdheden in te stellen en in stand te houden, die dient om de samenwerking tussen de deelnemende gemeenten vorm te geven. - Rechtens verantwoording af te kunnen leggen over de besteding van (subsidie)gelden die door andere overheden, instellingen en/of bedrijven met het oog op die samenwerking worden toegekend. - Samen te werken om regionale opgaven te identificeren en op basis daarvan gezamenlijk beleid op te stellen en gezamenlijke projecten te definiëren, te initiëren en uit te voeren, dan wel projecten ter uitvoering op te dragen, aan te bieden of aan te besteden aan gelieerde- en derde partijen, waaronder Midpoint Brabant. - Een bestuurlijke structuur in te stellen met het oog op een kwalitatief goede en efficiënte uitvoering van de regionale jeugdhulptaken. Bevoegdheden - Het regeling, bestuur en beheer van de uitvoering van de taken die bij het doel van de regeling benoemd zijn. - Het vaststellen van een subsidieverordening, voor zover dit noodzakelijk is om de doelen te bereiken. Vertegenwoordiging Burgemeester is lid van het algemeen bestuur . De secretaris is lid van de kring gemeentesecretarissen. Wethouder Mandemakers is lid van de bestuurscommissie Jeugd. Collegeleden zijn lid van de portefeuillehouders overleggen die tot hun portefeuille behoren.
Peter Flohr is lid van de regionale adviescommissie Hart van Brabant, Marten Krikken is zijn plaatsvervanger. Rol gemeenteraad De gemeenteraad kan een zienswijze indienen op de begroting en de jaarrekening. Daarnaast kan de raad bij het vaststellen van de Kernagenda een zienswijze geven. Gemeenteraadsleden kunnen zich twee keer per jaar tijdens de Hart van Brabant Radendag informeren over de regionale samenwerking. Als drie gemeenteraden van deelnemende gemeenten daartoe verzoeken, wordt een verenigde vergadering van alle gemeenteraden bijeengeroepen. De verenigde vergadering doet uitspraken over kwesties die zij van regionaal belang acht. Ieder raadslid heeft in deze vergadering één stem. Er is een regionale adviescommissie die adviseert over de procesmatige aspecten van de P&C-cyclus en de kernagenda, de informatievoorziening vanuit Hart van Brabant en de invulling van de raadsledenbijeenkomsten. Daarnaast signaleert de commissie de verbinding tussen regionale ontwikkelingen en de gemeentelijke ambities. Afspraken over doelen en De doelen van de regio Hart van Brabant beschreven in de Kernagenda 2023prestaties 2027. De ambities voor het beleidsterrein jeugd zijn vastgelegd in het regionaal ‘Samen met de Jeugd’. Hierin staan onze ambities voor de jaren 2018 en verder. Omdat deze dateert uit 2017 gaat deze in 2024/2025 herschreven worden.
Relatie met gemeentelijke Onze gemeente profileert zich als Leisure gemeente en wil dit profiel graag doelstellingen versterken door dit onderwerp te verankeren in de kernagenda. Risico’s De jeugdzorg kent een open-eindefinanciering, waardoor het rekeningresultaat maar beperkt te beïnvloeden is. De ontwikkelingen die zowel landelijk als regiona al zichtbaar zijn met een toenemend aantal jeugdigen in de specialistische jeugdhulp zorgen voor een toenemende regionale druk op de financiën. [3] Deelnemende partijen: Loon op Zand, Heusden, Waalwijk, Dongen, Tilburg, Hilvarenbeek, Goirle, Oisterwijk, Gilze en Rijen, BaarleNassau, Alphen-Chaam
65
Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Hart voor Brabant (Tilburg) [4] en [5] Doel Het leveren van een bijdrage aan de publieke gezondheidszorg. Bevoegdheden De uitvoering van de gemeentelijke taken die de Wet publieke gezondheid noemt en van de toezichtstaken die de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen kinderopvang noemt. De taken van de GGD zijn verdeeld in een (per 2024 geactualiseerd) basispakket dat voor alle deelnemers geldt en facultatieve plustaken. Het basispakket wordt jaarlijks door het algemeen bestuur (AB) van de GGD vastgesteld. Vertegenwoordiging Wethouder Mandemakers is lid van het dagelijks bestuur (DB) en het algemeen bestuur (AB). Rol gemeenteraad De gemeenteraad kan inlichtingen vragen aan het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. De raad kan daarnaast verantwoording vragen aan het door de gemeente aangewezen lid voor het gevoerde beleid en/of een zienswijze geven over de begroting en wijzigingen daarvan die leiden tot een verandering van de gemeentelijke bijdrage. Afspraken over doelen en 1. Regionale nota publieke gezondheid 2024 – 2027 (alleen regio Middenprestaties Brabant): Op hoofdlijnen richt het gezondheidsbeleid zich op de thema’s: a. Gezonde Start (d.w.z. de zwangerschap en de eerste 1000 dagen vanaf de geboorte); b. Gezonde Leefstijl; c. Gezonde Geest; d. Gezonde Omgeving; e. Gezond ouder worden.