11-07-2022 Bijlage 2. Toelichting vast te stellen bestemmingsplan SalmRijck te Loon op Zand.pdf
Tekst van het document
Vastgesteld bestemmingsplan "SalmRijck te Loon op Zand" -16 mei 2022
23
Daarnaast wordt er gestreefd naar een kwaliteitsverbetering en vergroening van de openbare ruimte met een "volhoudbare" inrichting en versterking van de toeristische toegangen. Dit vertaalt zich concreet in het benutten van onze groene waarden en het investeren in het groene kapitaal binnen de gemeente Loon op Zand. In het groenstructuurplan worden vier pijlers benoemd waarmee deze ambities moeten worden gerealiseerd; ^ Groen voor aangenaam wonen en werken ^ Groen voor recreatie en toerisme ^ Groen voor verbinden ^ Groen voor klimaatverandering en biodiversiteit Het aanwezige groen in de dorpskernen levert een bijdrage aan het realiseren van de pijlers uit de groenvisie. Vervolgens is dit vertaald naar de groenstructuur voor de kern Loon op Zand. Legenda ■fr Groene entrees
i
Groene hoofd structuur ŗļļļ Groene nevenstructuur
ěsVüí&'i
Overig groen Gewenste «poen structuur
Verbeteren groenstructuur ***
Verbeteren groen in het lint
Ruimtelijke onderlegger
I
I Lintbebouwing Bedrijventerrein
H Bos I I Bosrijk wonen H Waterberging Waterberging (optioneel) Sportpark G Gemeenschapshuis
Figuur 2.7: Groenstructuurplan Loon op Zand, locatie rood omcirkeld
Streefbeeld Van Salm Salmstraat - Van Hornestraat Deze oostwest georiënteerde weg is voorzien van een begeleidende bomenrij. De ligging nabij Land van Kleef en De Loonse en Drunense Duinen is voelbaar door de toegepaste onderbeplanting van bossfeer. De weg draagt bij aan het klimaat, de biodiversiteit en een prettig woonklimaat. Verbeterpunten: De onderbeplanting gevarieerder maken. Deze straalt bossfeer uit: brem, pijpenstrootje, varens enz. Door dit te combineren met waterberging in de vorm van wadi's ontstaat een gevarieerd beeld. Doorwerking in het bestemmingsplan Het plan voor de locatie aan de Van Rijckevorselstraat speelt in op het groenstructuurplan door de bestaande hoofdgroenstructuur langs de Van Salm-Salmstraat intact te laten en meer ruimte te bieden voor verdere ontwikkeling van de bestaande bomen en het openbaar groen. Naast het behoud van bestaand groen is er ruimte voor de ontwikkeling van nieuw groen, zowel aan de randen als in het hart van het plan.
2.5 Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de relevante beleidskaders van zowel het Rijk, als de provincie Noord Brabant en de gemeente Loon op Zand.
Vastgesteld bestemmingsplan "SalmRijck te Loon op Zand" -16 mei 2022
24
3
Analyse van de bestaande situatie
3.1 Historische ontwikkeling Loon op Zand is rond ca. 1200 gesticht op een dekzandrug tussen de bossen en zandduinen in het midden van Brabant. De handelsroutes tussen Oosterhout - 's-Hertogenbosch en Tilburg - Waalwijk vormden samen een gunstig knooppunt waaraan Loon op Zand (voorheen Venloon) zich zou gaan ontwikkelen. De nederzetting ontwikkelde zich als kerkdorp nabij het Witte Kasteel, net ten zuiden van het huidige Oranjeplein Z Kloosterstraat. Oorspronkelijk lag de dorpskern ten oosten van deze locatie. Maar doordat het dorp door zware zandverstuivingen geteisterd werd is de bebouwing van het dorp in westelijke richting is verplaatst. In de 14e eeuw werden de omliggende gronden van het dorp verder ontgonnen ten behoeve van de turfwinning. Turfwinning bleef een lange tijd een belangrijke inkomstenbron voor Loon op Zand totdat door veenbranden en verzanding van de turfvaart dit niet langer winstgevend was. Na het wegvallen van de turfwinning kwam rond 1730 de schoenindustrie op gang en breidde het dorp zich uit als lintdorp langs de oost-west georiënteerde handelsroute (Oranjeplein, Kloosterstraat, Bergstraat). De eerste grotere uitbreidingen van Loon op Zand vonden plaats in de jaren '50. Het dorp breidde zicht richting het noorden uit ter hoogte van de planlocatie. In de jaren '70 en '80 vonden grotere uitbreidingen plaats in de vorm van stempelbouw en woonerven.
Het historisch lint is anno 2021 nog steeds duidelijk te herkennen. De uitbreidingswijken hebben weinig samenhang met de historische structuren van de kern Loon op Zand. Enkele andere behouden elementen van (cultuur)historisch belang zijn onder andere het Witte Kasteel en de SintJans Onthoofdingskerk.
mm
TfV'
[MP 8
Figuur 3.1: Historische kaart omstreeks 1900, locatie rood omlijnd x 7 r Kŗaanho'
ŵį-\,í
op Zand De Suikerberg
'/ť/ûűSt
í’j^ZonāeíB
Castejahié
KXlįg
Figuur 3.2: Topografische kaart heden, locatie rood omlijnd
25
Vastgesteld bestemmingsplan "SalmRijck te Loon op Zand" -16 mei 2022
fŴJčÄiĩ ‘Į . ĩv Gasw nning
3.2 Ruimtelijke en functionele structuur Het plangebied aan de Van Rijckevorselstraat is gelegen aan de noordzijde van de kern van Loon op Zand. De locatie ligt in het midden van een woonwijk die gebouwd is als uitbreiding in de jaren '50. De wijk kent veel verharding en heeft weinig openbaar groen, maar ligt op een korte afstand van nationaal park De Loonse en Drunense duinen. De Van Salm-Salmstraat begrensdt de planlocatie aan de noordzijde en maakt onderdeel uit van de groene hoofdstructuur van de kern Loon op Zand. Het gaat om een herontwikkeling van een deel van de bestaande woonwijk. Momenteel staan er 26 grondgebonden rijwoningen en bevindt zich binnen het bouwblok een volkstuinencomplex en postduivenvereniging. Aan de west- en zuidzijde grenst het plangebied aan de achtertuinen van woningen. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door de Van Salm-Salmstraat en in het oosten door de Van Rijckevorselstraat. De Van Rijckevorselstraat is een eenrichtingsweg. De woningen in de omgeving van de locatie bestaan overwegend uit rijwoningen en twee-onder-een-kapwoningen, in 1 à 2 bouwlagen met kap.
“'•iMondtrí
Figuur 3.3: Van Rijckevorselstraat, kijkrichting zuidoosten Figuur 3.4: Van Salm-Salmstraat, noordrand plangebied
jg-i
Kstm~w
Figuur 3.5: Volkstuinvereniging de hooge waai, kijkrichting noorden
Figuur 3.6: Postduivenverenignig De Luchtbode, kijkrichting noorden
Vastgesteld bestemmingsplan "SalmRijck te Loon op Zand" -16 mei 2022
26
4
Planontwikkeling
4.1 Huidige situatie Het plangebied bevindt zich tussen de Van Rijckevorselstraat, Van Salm-Salmstraat , Willibrordusstraat en de Gerlachusstraat. Op de locatie zijn nu 26 grondgebonden rijwoningen aanwezig met daarachter een binnenterrein dat in gebruik is genomen als volkstuinencomplex en postduivenvereniging. De bomenstructuur van de Van Salm-Salmstraat maakt onderdeel uit van de hoofdgroenstructuur van de kern Loon op Zand. In tegenstelling tot de Van Salm-Salmstraat heeft de Van Rijckevorselstraat een stenig karakter en wordt het straatbeeld gedomineerd door parkeerplaatsen. De huidige woningen in het plangebied zijn verouderd en binnen de gemeente Loon op Zand is er een behoefte aan gelijkvloerse en levensloopbestendige woningen.
De locatie leent zich goed voor een herontwikkeling met woningen: ^ Aan alle zijden wordt de locatie ingesloten door bestaande woningen, de locatie is dus al omgeven door woonfuncties; ^ De locatie is heel goed te ontsluiten via het bestaande wegennet (Van Rijckevorselstraat, Van Salm-Salmstraat en Willibrordusstraat); ^ Door het verplaatsen van de volkstuinenvereniging en de postduivenvereniging is er ruimte om een deel van de parkeerbehoefte op te lossen binnen het bouwblok en een kwaliteitsimpuls te geven aan de omgeving door het toevoegen van nieuw openbaar groen; De locatie biedt vanwege haar omvang en ligging de mogelijkheid een groener woongebied te ontwikkelen waarbij het woningaanbod inspeelt op de specifieke woningbehoefte aan kleine en betaalbare woningen in de gemeente Loon op Zand.
ļ
\ i Postduiven Vereniging
o
\Binnenterrein met Volkstuinen
\
Figuur 4.1: Huidige situatie, schaalloos, locatie zwart omlijnd
27
Vastgesteld bestemmingsplan "SalmRijck te Loon op Zand" -16 mei 2022
4.2 Toekomstige situatie Doordat het volkstuinencomplex en de postduivenvereniging op deze locatie zullen verdwijnen biedt dit meer ruimte en kansen voor een andere opzet van het bouwblok. In het stedenbouwkundig plan worden er nieuwe groene ruimtes en nieuwe woningtypologieën geïntroduceerd. Introduceren gelijkvloerse woningen en appartementen Het voornemen is om het bestaande woningaanbod aan te passen aan de huidige en toekomstige woningbehoefte. De bestaande woningen aan de Van Rijckevorselstraat zullen plaats maken voor 19 nieuwe nul trede-woningen. Van deze gelijkvloerse woningen staan 6 woningen georiënteerd op de Van Rijckevorselstraat en 13 woningen aan een nieuw hof dat wordt geïntroduceerd aan de zuidkant van het plangebied. Aan de Van Salm-Salmstraat zullen de bestaande woningen plaats maken voor een nieuw appartementengebouw met 31 appartementen verdeeld over 3 bouwlagen. Nieuw hof aan de Van Rijckevorselstraat Doordat het volkstuinencomplex en de postduivenvereniging op deze locatie zullen verdwijnen biedt de diepte van het bouwblok meer ruimte en kansen voor een andere stedenbouwkundige opzet. Door het introduceren van een nieuwe groene ruimte in de vorm van een hof zorgt dit voor een onderbreking van de continuïteit in de Van Rijckevorselstraat en een meer speelse opzet waarbij direct aan het nieuwe groene hof kan worden gewoond.
Nieuwe groene ruimte aan de Van Salm-Salmstraat Door de rooilijn van het nieuwe appartementengebouw naar het zuiden te verleggen ten opzichte van de huidige situatie opent zich hier een nieuwe, groene ruimte. Hierdoor wordt de bestaande hoofdgroenstructuur aan de Van Salm-Salmstraat versterkt. Verplaatsen parkeren naar binnenterrein en vergroening Van Rijckevorselstraat. Doordat er ruimte is vrijgekomen binnen het bouwblok kan deze ruimte benut worden om te voorzien in de parkeerbehoefte die als gevolg van de toename van het aantal woningen groter zal worden. Enkele parkeerplaatsen aan de Van Rijckevorselstraat kunnen worden verplaatst op het binnenterrein. Zo ontstaat er meer ruime voor openbaar groen aan de Van Rijckevorselstraat.
Figuur 4.2: Stedenbouwkundig plan, indicatìefen schaalloos Vastgesteld bestemmingsplan "SalmRijck te Loon op Zand" -16 mei 2022
28
4.3 Het plan in onderdelen Woningbouwprogramma Het plan beoogt een gevarieerde woonontwikkeling met in totaal 50 sociale huurwoningen. Vanuit het gemeentelijk beleid in de woonvisie "Duurzaam, gevarieerd en betaalbaar wonen in de gemeente Loon op Zand 2016-2025" is aangegeven in te willen spelen op het voorkomen van krimp en de toename van het aantal kleine en oudere huishoudens. De beoogde ontwikkeling speelt in op de behoefte aan kleinere huishoudens en gelijkvloerse woningen. De woningdifferentiatie is als volgt: 19 geschakelde grondgebonden levensloopbestendige woningen; 31 appartementen (ca. 55m2 bvo - ca. 75m2 gbo).
Groen Het plan kent drie groene ruimtes: Een nieuw groen hof aan de Van Rijckevorselstraat, een groene ruimte aan de Van Salm-Salmstraat en een groen binnenterrein. In deze nieuwe groene ruimtes is tevens ruimte voor waterberging. Het nieuwe groen aan de van Rijckevorselstraat en de Van Salm-Salmstraat zorgen samen voor een kwaliteitsimpuls van de openbare ruimte, ook voor bestaande omliggende woningen. Door een deel van de parkeerfunctie in de Van Rijckevorselstraat te verplaatsen naar het binnenterrein komt er meer ruimte vrij in de straat voor een groene inrichting. Ontsluiting Door de nabije ligging van de Midden-Brabantweg, die te bereiken is via de Hoge Steenweg en de Van SalmSalmstraat, is de locatie goed bereikbaar. Het plangebied zelf is direct ontsloten door de ligging aan de Van Rijckevorselstraat, de Van Salm-Salmstraat en de Willibrordusstraat. De parkeerplaatsen op het binnenterrein en de parkeerplaatsen achter het hof zijn bereikbaar vanaf de toegangen aan de Van Rijckevorselstraat. Voor de doorgang op het binnenterrein geldt een eenrichtingsprincipe. Het verkeer kan via de Van Rijckevorselstraat het binnenterrein op rijden, en het binnenterrein verlaten via de uitgang naar de Willibrordusstraat.
čt.
Figuur 4.3: Groen in het plan (indicatief) 29
Vastgesteld bestemmingsplan "SalmRijck te Loon op Zand" -16 mei 2022
ŵ?
Verkeer Bij het berekenen van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van het gemiddelde van de bandbreedte van de verkeersgeneratie en parkeerkencijfers zoals opgenomen in de CROW (ASVV, publicatie 381). Daarbij geldt voor deze locatie het uitgangspunt 'matig stedelijk' en 'rest bebouwde kom'. Met de voorgenomen ontwikkeling van 50 woningen neemt de verkeersgeneratie toe. In onderstaande tabel is het aantal verkeersbewegingen in de huidige situatie alsmede het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de nieuwe woonontwikkeling berekend.
Rijwoningen (huurhuis, sociale huur) Totaal aantal verkeersbewegingen bestaande situatie
Nul trede-woningen (huurhuis, sociale huur) Appartementen (huur, etage, midden/goedkoop) Totaal aantal verkeersbewegingen als gevolg van de 50 woningen
Verkeersgeneratie aantal woningen per woning 4,9 26 26
Verkeersgeneratie totaal 127,4 127,4 1=127)
Verkeersgeneratie aantal woningen per woning 4,9 19 3,6 31 50
Verkeersgeneratie totaal 93,1 111,6 204,7 ^205)
Als gevolg van het plan neemt het aantal verkeersbewegingen dus met circa 78 toe. Dit aantal is beperkt en kan via de bestaande straten goed worden afgewikkeld.
Parkeren In onderstaande tabel is weergegeven met welke parkeeraantallen er voor de nieuwe woningen rekening gehouden dient te worden. Bij het berekenen van de aantallen parkeerplaatsen wordt uitgegaan van het parkeerbeleidsplan van de gemeente Loon op Zand. Daarbij is voor deze locatie als uitgangspunt genomen 'Woning klein 2, 50-75m2 GBO', 'matig stedelijk' en 'rest bebouwde kom Loon op Zand'.
Woning klein 2,50 - 75m2 GBO Totaal pp voor woningen
Parkeernorm incl. 0,3 pp bezoekers
aantal woningen pp benodigd
1,3
50 50
65 65
In de toekomstige situatie wordt een groot deel van het parkeren gecentreerd op het binnenterrein van het bouwblok. Hierdoor wordt de parkeerdruk in de straten verlaagd en kan het beoogde groene beeld in het plan gerealiseerd worden. Op dit binnenterrein worden 36 parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiervan zijn 2 parkeerplaatsen gereserveerd worden voor minder validen. Aan de zuidzijde van het plangebied wordt tevens een binnenruimte achter het hof benut voor parkeren voor de woningen aan het hof. Op dit binnenterrein worden 14 parkeerplaatsen gerealiseerd. Vanwege het 30 km/h regime van de Van Salm-Salmstraat is het toegestaan om op de rijbaan te parkeren. De Van Salm-Salmstraat staat dit met een breedte van ca. 6,0 meter ook toe. In de huidige situatie zijn er 8 opstelplaatsen voor auto's op de rijbaan beschikbaar. In de toekomstige situatie worden hier 4 opstelplaatsen aan toegevoegd en zorgt dit voor een totaal aan 12 langsparkeerplaatsen aan de Van Salm-Salmstraat. Ten slotte zullen er in de Van Rijckevorselstraat ca. 13 langs parkeerplaatsen gerealiseerd worden. In totaal zijn er in het plan 36+14+12+13= 75 parkeerplaatsen opgenomen. Geconcludeerd kan worden dat er aan de behoefte van 65 parkeerplaatsen ruim voldaan wordt.
Er worden 10 parkeerplaatsen extra gerealiseerd ten opzichte van de 65 parkeerplaatsen die conform de gemeentelijke parkeernormen benodigd zijn voor de planontwikkeling met 50 sociale huurwoningen.
Vastgesteld bestemmingsplan "SalmRijck te Loon op Zand" -16 mei 2022
30
Figuur 4.4: Parkeerplaatsen in het plan, totaal ca. 75 parkeerplaatsen ""I
Parkeren op het binnenterrein achter het hof (14 pp)
Langsparkeren aan de Van Salm-Salmstraat (12 pp)
Parkeren op het binnenterrein (36 pp)
Langsparkeren aan de Van Rijckevorselstraat (ca.13 pp)
Beeldkwaliteit Het plan kent een eigen sfeer en beleving van wonen. Tegelijkertijd dient het plan zich als vanzelfsprekend te voegen in de ruimtelijke karakteristiek van Loon op Zand, met een dorpse schaal. Het plangebied is in principe welstandsvrij. Om de beeldkwaliteit, mede in relatie tot de dorpse schaal, vast te leggen zijn beknopte uitgangspunten voor de beeldkwaliteit en architectuur opgesteld: Gelijkvloerse woningen ^ Voorkanten van woningen worden gericht op de Van Rijckevorselstraat en het hof; ^ De kapvorm dient eenvoudig en traditioneel van opzet te zijn; ^ De materialisatie dient een dorpse uitstraling te hebben die past bij het karakter van Loon op Zand; ^ In beginsel zijn dat gebakken stenen, houten kozijnen en keramische dakpannen; ^ Andere materialen kunnen worden toegepast als de architectuur daarom vraagt. Appartementen ^ De materialisatie van het appartementengebouw dient aan te sluiten op die van de grondgebonden woningen in het plan; ^ In de architectuur dient gezocht te worden naar een schaalverkleining door opdeling. Hierin kunnen bijvoorbeeld de balkons een grote rol spelen. Ook kan gedacht worden aan een terugliggende verdieping.
Energie en duurzaamheid Het is de ambitie om de woningen zoveel mogelijk energie-neutraal te realiseren. Alle woningen zullen worden gebouwd zonder gasaansluiting.
31
Vastgesteld bestemmingsplan "SalmRijck te Loon op Zand" -16 mei 2022
ļţjfëéįįţfifĩr '
Figuur 4.7: Referenties nul trede-woningen en wonen aan een hof
r -
Figuur 4.8: Impressie appartementengebouw
Vastgesteld bestemmingsplan "SalmRijck te Loon op Zand" -16 mei 2022
32
5
Onderzoek en verantwoording
Ten behoeve van de ontwikkeling van het plan SalmRijck te Loon op Zand is onderzoek verricht naar diverse ruimtelijk relevante aspecten. Onderhavig bestemmingsplan heeft betrekking op een gebied van ca. 1.0 ha. De onderzoeken zijn verwoord in een aantal deelrapporten die als losse bijlagen bij dit bestemmingsplan zijn gevoegd. In dit hoofdstuk worden de betreffende rapporten beknopt samengevat.
5.1
Cultuurhistorie en Archeologie
5.1.1 Cultuurhistorie Landelijk beleid Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat "een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden" in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken en om de aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren te halen. Men is hiermee verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet.
Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2021 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Beleid provincie Noord-Brabant In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangeven. Op de CHW van de provincie Noord Brabant is de locatie aangewezen als Meierij. De Meierij bestaat uit verschillende dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes.
Over grote oppervlakten ligt Brabants leem in de ondergrond. Aan de noordkant wordt het gebied begrensd door de grote en brede oost-west lopende dekzandrug tussen Oss en Waalwijk. Het water van de beken (Essche Stroom, Beerze, Dommel en Aa) stroomt in de richting van 's-Hertogenbosch, waar een doorgang in de dekzandrug aanwezig is. In het verleden leidde deze situatie hier en daar tot problemen met de waterafvoer, waardoor natte broekgebieden, vennen en kleine veengebieden ontstonden. De Meierij wordt gekenmerkt door een kleinschalig mozaïek van oude en jonge ontginningslandschappen en woeste gronden. Vanouds waren de randen van de beekdalen en de dekzandruggen de meest geschikte plek voor bewoning. De beekdalen zelf en de uitgestrekte broekgebieden waren te nat om te wonen of om akkerbouw te bedrijven. Deze terreinen werden gebruikt als weide, hooiland of hakhout. Op de hogere delen van het bevonden zich vroeger uitgestrekte heidevelden, bossen en stuifzanden. Door overbeweiding ontstonden op enkele plekken stuifzanden (bijvoorbeeld de Loonse en Drunense duinen). Een en ander had tot gevolg dat het agrarische landschap over het algemeen heel kleinschalig was. De beekdalen waren heel besloten. De percelen waren er klein en vrijwel allemaal omgeven door opgaande beplanting.
33
Vastgesteld bestemmingsplan "SalmRijck te Loon op Zand" -16 mei 2022
De oude akkercomplexen waren wat grotere, open ruimten in deze besloten wereld. De heidevelden vormden hiermee een groot contrast: dit waren zeer grote, open gebieden. Een van de beeldbepalende aspecten van de Meierij is de populierenteelt, aanvankelijk vooral in de vorm van weg- of perceelrandbeplanting, later ook in de vorm van populierenbosjes. In de Meierij zijn verschillende kastelen, abdijen en kloosters gebouwd. Enkele middeleeuwse kastelen zijn bewaard gebleven. Nog veel rijker is het gebied aan landgoederen, buitenplaatsen en statige villa's, vooral in de omgeving van 's-Hertogenbosch. Een voorbeeld van een oud landgoed is 't Veldersbosch bij Boxtel. De landgoederen en buitenplaatsen uit de negentiende en twintigste eeuw liggen vaak op vroegere heidevelden die hun functie voor de boeren verloren hadden door de komst van kunstmest. Tussen Boxtel en Vught liggen verschillende van deze jonge landgoederen en buitenplaatsen, zoals Dommeloord (ook wel Wilhelminapark genoemd), De Oude Hondsberg, Sparrenrijk, Beukenhorst, Halsche Barrier en De Eikenhorst. In de negentiende en twintigste eeuw zijn veel van de 'woeste gronden', de heidevelden en de broekgebieden, omgezet in landbouwgrond. Nieuwe boerderijen werden gebouwd op plaatsen die tot dan onbewoond waren geweest. In de jonge heideontginningen is een rationele verkaveling en ontwatering gerealiseerd.
De Meierij wordt gekarakteriseerd door veel kleine dorpen, met ieder hun eigen karakter en relatie met het landschap. Ook zijn een aantal plattelandsdorpen uitgegroeid tot middelgrote steden of industriekernen, zoals Veghel en Schijndel. De grote stedelijke gebieden van 's-Hertogenbosch, Eindhoven en Tilburg zijn met elkaar verbonden door een netwerk van snelwegen, provinciale wegen, kanalen en spoorlijnen. Door de achteruitgang van de populierenteelt en de introductie van het prikkeldraad, waardoor de perceelrandbegroeiing zijn functie als veekering verloor, is de kleinschaligheid van de beekdalen op veel plaatsen verloren gegaan. Dit proces werd versterkt door de uitvoering van ruilverkavelingen in de tweede helft van de twintigste eeuw. Hierdoor zijn de markante verschillen tussen de hoge zandgronden, de oude cultuurgebieden en de beekdalen voor een deel verloren gegaan. De bewoningsgeschiedenis en de inrichting van het gebied zijn in hoge mate bepaald door de natuurlijke terreingesteldheid. De indeling in agrarische gebruikseenheden (akkers, graslanden en woeste gronden) is op veel plaatsen nog goed herkenbaar. In combinatie met de dorpen en buurtschappen en de plaatselijk aanwezige kleinschaligheid verleent dit het gebied een grote landschappelijke en cultuurhistorische waarde.
Twee andere aspecten die het landschap van de Meierij kenmerken zijn de landgoederen en buitenplaatsen en de populierenteelt.
Kaj*ťśh«
Gaíņenemtì
'"--ĴN260 ['
Figuur 5.1: Cultuurhistorische Waardenkaart Noord Brabant, locatie rood omcirkeld Cultuurhistorische landschappen
Cultuurhistorische en archeologische landschappen
Vastgesteld bestemmingsplan "SalmRijck te Loon op Zand" -16 mei 2022
34
5.1.2
Archeologie
Landelijk beleid In het landelijk beleid betreffende archeologie is het bewaren van archeologische waarden in situ (in de bodem) het uitgangspunt. Nederland heeft namelijk in 1992 het Verdrag van Valletta/Malta getekend waarin behoud van archeologische waarden in situ voorop staat. Met de Wijzigingswet (Wamz 2007) op o.a. de Monumentenwet 1988 is dit in Nederland van kracht geworden. Dit is niet veranderd met de inwerkin gtreding van de Erfgoedwet (1-7-2016). Sindsdien is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die naar verwachting in 2021 in werking zal treden. Het uitgangspunt is dat de beschermingsnive aus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Beleid gemeente Loon op Zand De gemeente Loon op Zand heeft zelf invulling gegeven aan de Wamz 2007 door als geme ente zelf een archeologische waarden- en verwachtingenkaart op te laten stellen. De gemeente Loon op Zand heeft: in maart 2020 een archeologische waarden- en verwachtingenkaart opgesteld, waarop de relevante archeologische en de cultuurhistorische waarden op lokaal niveau zijn aangegeven. De locatie is aangeduid reeg een loge, hn middelhoge archeologische verwachtingswaarde.
ergeeslsgisgee verwachting Hoge verwachting Middelhoge verwachting Lage verwachting Geen verwachting Verstoring door bebouwing Recent water
Nationaal Park Loonse en Drunense Duinen Figuur 5.1: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart gemeente Loon op Zand, locatie zwart omlijnd
Onderzoek Door BAAC is een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitg evoend. D e resultaten van dit onderzoek zijn vervat in het rapport 'Plangebied SalmRijck te Loon op Zwnd nrcheelogi shfi bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase), BAAC, rapport V-ZI.OZBS.V-^ 2.0100, maart 2022.' Aanleiding voor het onderzoek is het plan nieuwe woningen te realiseren. Bureauonderzoek Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied is gelegen is een gebied met dekzandruggen, met hoge zwarte enkeerdbodems, veldpodzolbodems en/of lage landduinen (stuifzand). Op basis van historische kaarten is vastgesteld dat het plangebied in de nieuwe tijd tot aan de bouw van de huidige huizen onbebouwd was. In en na de Tweede Wereldoorlog bevond zich in het plangebied een begraafplaats met 75 overleden soldaten. Op basis van het bureauonderzoek geldt voor het bebouwde deel van plangebied een lage tot middelhoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de periode van het laat-paleolithicum tot en met de late middeleeuwen en een lage verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de nieuwe tijd (complextypen: nederzetting, begravingen).
Voor het onbebouwde deel van het plangebied geldt een middelhoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit het laat-paleolithicum tot en met het vroegneolithicum (complextype: jachft/verzamelaarskampement). Voor het onbebouwde deel van het pla ngebied geldt een hoge verwachting voor archeologische resten uit het midden-neolithicum tot en met de middhlen uwn n (complextypen: nederzetting, begravingen). Voor het onbebouwde deel van het plangebie d gekit e en lage verwachting voor archeologische resten uit de nieuwe tijd.
35
Vastgesteld bestemmingsplan "SalmRijck te Loon op Zand" -16 mei 2022
Veldonderzoek Uit het veldonderzoek blijkt dat binnen het plangebied een circa 1,1 m dik plaggendek voorkomt met lokaal een oude akkerlaag en vrijwel intacte ondergrond. Dit betekent dat sporen van eventuele landbouwnederzettingen bewaard zijn gebleven. Gezien het voorkomen van een podzol-B horizont kunnen ook resten van kampementen van jager-verzamelaars bewaard zijn gebleven. In de zone waar de bovengrond direct in de C-horizont overgaat (rondom de boringen 2, 8 en 9) zullen geen oppervlakkige sporen van tijdelijke kampementen meer aanwezig zijn. Sporen van nederzettingen reiken meestal dieper en zijn zeker wel te verwachten. Ook onder de bestaande bebouwing kunnen gezien de dikte van het plaggendek en de verstoringsdiepte van de bebouwing (0,8 à 1,25 m -mv) archeologische waarden bewaard zijn gebleven. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is de kans op het aantreffen van archeologische waarden uit de periode laat-neolithicum-volle middeleeuwen hoog. Vanaf de late middeleeuwen is vermoedelijk een begin gemaakt met het periodiek opbrengen van plaggen ten behoeve van akkerbouw. Het plangebied zal in de late middeleeuwen en nieuwe tijd niet bewoond zijn geweest. Mogelijk dat nog sporen van begravingen uit de Tweede Wereldoorlog bewaard zijn gebleven. De verwachting op het aantreffen van resten uit het laat-paleolithicum tot midden-neolithicum is middelhoog.
BAAC adviseert om bij bodemverstorende activiteiten die dieper reiken dan 0,8 m -mv een vervolgonderzoek door middel van een proefsleuvenonderzoek uit te laten voeren. Conclusie Indien minder diep wordt gegraven dan 0,8 m -mv is vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Het potentieel archeologisch niveau blijft hierbij dankzij een circa 30 cm dikke bufferlaag beschermd. De sloop van de bestaande bebouwing kan tot het maaiveld worden uitgevoerd. Indien bij de te realiseren nieuwbouw dieper dan 0,8 m -mv wordt gegraven of op staal wordt gefundeerd adviseert BAAC voorafgaand aan het grondwerk een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Hierbij kunnen tevens (diepere) funderingen gesloopt worden. Er zal een proefsleuvenonderzoek worden uitgevoerd. Bovenstaand advies dient voorgelegd te worden door de bevoegde overheid (gemeente Loon op Zand) in het kader van de vergunningsaanvraag en vormt de basis voor het selectiebesluit van de gemeente. Dit betekent niet dat reeds gestart kan worden met bodemverstorende activiteiten of de daarop voorbereidende activiteiten. Hoewel getracht is een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden, kan de aanwezigheid van archeologische sporen of resten nooit volledig worden uitgesloten in de gebieden waarvoor geen vervolgonderzoek wordt aanbevolen. In dit geval tot 0,8 m -mv.
Er wordt geadviseerd dat bij bodemverstorende activiteiten men alert dient te zijn op de aanwezigheid van archeologische waarden (zoals vondstmateriaal en grondsporen). Bij het aantreffen van deze waarden dient men hiervan melding te maken bij de minister (in de praktijk de RCE) conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016.
5.2 Bodem Door Verhoeven Milieutechniek is voor het plangebied een historisch bodemonderzoek uitgevoerd. (Historisch onderzoek en locatiebezoek (fase 1), Verhoeven Milieutechniek B.V. referentie B21.8176/OFF-03/HD met datum 3 mei 2021. De aanleiding voor uitvoering van de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen sloop en herontwikkeling ter plaatse. Het doel van het milieuhygiënische vooronderzoek (fase 1) is het achterhalen van eventuele bodembedreigende activiteiten op of nabij de onderzoekslocatie, die mogelijk tot een bodemverontreiniging hebben geleid. De milieuhygiënische en milieutechnische onderzoeken hebben uiteindelijk tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief PFAS en asbest) en eventuele overige materialen op de onderzoekslocatie te actualiseren c.q. vast te stellen vóór (fase 2) en na (fase 3) de sloop. Historisch onderzoek Uit de beschikbare historische informatie en het locatiebezoek kunnen samenvattend de volgende zaken worden aangegeven: ^ De woningen aan de van Rijckevorselstraat zijn gebouwd in de periode 1953-1959. De geschakelde woningen aan de van Salm-Salmstraat en de hoek van de van Rijckevorselstraat zijn gebouwd in 1965. Het verenigingsgebouw aan de Willibrordusstraat 68 is gebouwd omstreeks 1977; Vastgesteld bestemmingsplan "SalmRijck te Loon op Zand" -16 mei 2022
36
^ ^ ^ ^
^ ^
^
In de loop van de tijd zijn achter de bestaande woningen diverse schuurtjes/opslagruimtes bijgebouwd. Plaatselijk is sprake (geweest) van asbesthoudende dakbedekking met/zonder afwatering; Doordat er centraal op de locatie volkstuinen aanwezig zijn is de aanwezigheid van OCB in de teeltlaag een aandachtspunt; In het diepe grondwater direct ten westen van de onderzoekslocatie is sprake van een grondwaterverontreiniging met VOCl. De verontreiniging strekt zich aan de noordwestzijde uit over de onderzoekslocatie (van Salm-Salmstraat 14) en wordt aangetroffen op een diepte van 20 tot circa 40 m-mv. Aangezien sprake is van een diepe grondwaterverontreiniging, wordt deze niet relevant geacht voor voorliggende ontwikkeling en uit te voeren onderzoeken; Ter plaatse van de locatie is geen sprake van (gedempte) sloten; Ter plaatse van de Van Rijckevorselstraat 48 zou een voormalige particuliere schietbaan aanwezig zijn (geweest) en aan de Van Rijckevorselstraat 36 een rijwielenonderdelenfabriek. Bij de opdrachtgever en de gemeente en/of Omgevingsdienst zijn hiervan geen gegevens bekend en geen milieuvergunningen aangeleverd. Tijdens het locatiebezoek zijn de genoemde bedrijfsactiviteiten niet waargenomen.
Op basis hiervan en aangezien sprake is van een woonwijk wordt ervan uitgegaan dat dergelijke activiteiten niet van toepassing zijn (geweest); Ter plaatse van de locatie is geen sprake van onder- en/of bovengrondse opslagtanks en/of overige bodembedreigende activiteiten.
PFAS Op 8 juli 2019 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie van toepassing verklaard. Dit handelingskader en de directe ingangstermijn hiervan heeft de markt niet voorzien, maar heeft gevolgen voor de acceptatie van grond en baggerspecie bij grondbanken en verwerkers. Dus zodra er grond van de locatie moet worden afgevoerd en elders toegepast, dient onderzoek plaats te vinden naar PFAS (28 parameters) en/of GenX. GenX betreft geen verdachte parameter voor deze regio. Op basis van de bodemkwaliteitskaart PFAS voor deelnemende gemeenten in NoordBrabant (d.d. 28 oktober 2020) is de onderzoekslocatie gelegen in zone 3. De boven- en ondergrond voldoen aan de maximale waarden voor Landbouw/natuur. Conclusie Op basis van de beschikbare informatie is voor fase 2 de onderzoekslocatie de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodem- en asbestverontreiniging. Hier betreft het mogelijk voorkomen van OCB en PFAS een aandachtspunt.
Onderzoek fase 2 (voor sloop) Door Verhoeven Milieutechniek zijn voor het plangebied diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Deze onderzoeken zijn vervat in het rapport 'Diverse (bodem)onderzoeken, fase 2 voor sloop, Verhoeven Milieutechniek B.V., referentie B21.8176, versie 01, 23 juni 2021'. Het doel van de onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief PFAS en asbest) en eventuele overige materialen (zoals mogelijke puinfunderingen etc.) op de onderzoekslocatie te actualiseren c.q. vast te stellen vóór de sloop (fase 2). Conclusie Voor de algemene kwaliteit van de onderzoekslocatie werd de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde verdachte hypothese verworpen, aangezien in de grond maximaal licht verhoogde gehalten voor diverse zware metalen zijn aangetoond. Aangezien het grondwater zich dieper dan 5,0 m-mv bevindt, is grondwateronderzoek conform NEN 5740/A1 niet noodzakelijk en achterwege gelaten. In de teeltlaag zijn geen noemenswaardige verontreinigingen voor OCB aangetoond, aangezien maximaal een licht verhoogd gehalte voor HCB is aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de betreffende achtergrondwaarden.
Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de indexwaarde van 0,5 en de interventiewaarde niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wbb.
37
Vastgesteld bestemmingsplan "SalmRijck te Loon op Zand" -16 mei 2022
Onderzoek fase 3 (na sloop) Het aanvullend onderzoek fase 3 wordt na de sloop van de woningen uitgevoerd. De sloop van de bestaande bebouwing zal naar verwachting plaatsvinden in het voorjaar van 2022. Voorwaardelijke verplichting bodem De gronden ter plaatse van de bestemming 'Wonen' mogen pas worden bebouwd en in gebruik worden genomen nadat er een bodemonderzoek is verricht naar eventuele bodemverontreinigingen en er is aangetoond dat er vanuit het aspect bodem geen bezwaren zijn tegen de voorgenomen ontwikkeling. 5.3
Milieu
5.3.1 Flora en Fauna In het kader van de natuurwetgeving dient, voordat ergens ruimtelijke ingrepen plaatsvinden, te worden onderzocht of er belangrijke natuurwaarden voorkomen op een te bebouwen locatie. Het plangebied ligt buiten de invloedsfeer van beschermde (natuur)gebieden zoals het NNB (Natuur Netwerk Noord-Brabant, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur) of een Natura-2000 gebied. Faunaconsult heeft voor het te ontwikkelen gebied een Flora- en fauna inspectie uitgevoerd. De resultaten zijn vervat in het rapport Flora- en fauna-inspectie woningen van Rijckevorselstraat e.o. te Loon op Zand (Faunaconsult, 25 maart 2019). Op 20 maart 2019 heeft Faunaconsult het onderzoeksgebied en de directe omgeving bezocht. Daarbij werden de aanwezige biotopen beoordeeld op hun geschiktheid als habitat voor beschermde diersoorten en beschermde planten. Het plangebied werd geïnspecteerd op de aanwezigheid van beschermde planten, vogelnesten en voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van beschermde dieren. De onderste rij dakpannen en de gevelpannen van elk woningtype zijn met behulp van een ladder en zaklamp geïnspecteerd.
Aan de hand van relevante (verspreidings)literatuur en de waarnemingsoverzichten op www.ravon.nl/tijdschrift, www.verspreidingsatlas.nl,www.floron.nl,www.sovon.nl en www.zoogdiervereniging.nl is vervolgens ingeschat welke beschermde soorten mogelijk in het plangebied voorkomen.
Verkennend onderzoek Soorten Er wordt in het kader van de Wnb nagegaan of vaste rust- en verblijfplaatsen door de beoogde ingreep opzettelijk worden aangetast (verwijderd, ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood. Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust- en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren. Flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde soorten aangetroffen. Deze soorten zijn ook niet te verwachten. Om deze redenen zullen er door de voorgenomen plannen geen nadelige effecten optreden ten aanzien van deze soortgroep en zijn er, naast de zorgplicht, vanuit de Wnb geen verdere verplichtingen. Vogels In de daken van alle woningen broeden mogelijk jaarlijks huismussen. Nesten van de huismus zijn jaarrond beschermd. Voordat de daken worden gerenoveerd of de woningen gesloopt, dient daarom eerst het voorkomen van huismusnesten conform Kennisdocument Huismus (BIJ12, 2017b) te worden onderzocht. Daarnaast broeden in de daken van veel woningen mogelijk jaarlijks gierzwaluwen. Omdat gierzwaluwnesten jaarrond beschermd zijn, dient hun voorkomen conform het Kennisdocument Gierzwaluw (BIJ12, 2017c) nader te worden onderzocht.
Jansen & Jansen Groenadviesbureau heeft naar aanleiding van de bevindingen van de Flora- en fauna inspectie een vervolgonderzoek huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen uitgevoerd en wordt later in dit hoofdstuk behandeld.
Vastgesteld bestemmingsplan "SalmRijck te Loon op Zand" -16 mei 2022
38
Grondgebonden zoogdieren In het plangebied komen mogelijk zoogdieren voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Noord-Brabant een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud (Provinciale staten van Noord-Brabant, 2016). Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Vleermuizen De meeste woningen bevatten mogelijk vleermuisverblijven. Het renoveren of slopen van deze woningen kan daarom leiden tot verstoring of vernietiging van vleermuizen en hun verblijven. Omdat alle vleermuissoorten streng zijn beschermd, dient het voorkomen van dergelijke verblijven conform het vleermuisprotocol (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging, 2017) te worden onderzocht.
Conclusie In onderstaande punten wordt de eindconclusie weergegeven: ^ nader onderzoek naar huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen is noodzakelijk; ^ indien blijkt dat er huismusnesten, gierzwaluwnesten of vleermuisverblijven aanwezig zijn, dient de functionaliteit daarvan te worden gewaarborgd; ^ voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft; ^ de omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen; Checklist natuurvriendelijke maatregelen Bij het ontwerp van de nieuwe woningen wordt geadviseerd gebruik te maken van de checklist natuurvriendelijke maatregelen aan gebouwen van de Vogelbescherming. Erfbeplanting Indien er nieuwe erfbeplanting is gepland, wordt geadviseerd deze met inheemse en streekeigen soorten bomen en struiken te realiseren. Bij de uitwerking van het nog op te stellen inrichtingsplan en groenplan zal dit advies worden meegenomen.
Nader onderzoek huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen Uit de eerder door Faunaconsult uitgevoerde Flora- en fauna-inspectie is gebleken dat het noodzakelijk is om een nader onderzoek te laten plaatsvinden naar de aanwezigheid van huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen in het plangebied. Jansen & Jansen Groenadviesbureau heeft naar aanleiding van de bevindingen van de Flora- en fauna inspectie een vervolgonderzoek huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen uitgevoerd. De resultaten zijn vervat in het rapport vervolgonderzoek huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen (Jansen & Jansen Groenadviesbureau, versie 1.0, 2 oktober 2019). Het vervolgonderzoek heeft als doel in beeld te brengen welke beschermde functies van vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen aanwezig zijn in het plangebied. Daarnaast dient het onderzoek inzichtelijk te maken of de voorgenomen ingreep tot overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming, met betrekking tot de genoemde soorten leidt. Ten slotte wordt aangekaart welke eventuele vervolg stappen noodzakelijk zijn om de voorgenomen werkzaamheden uit te voeren binnen de kaders van de Wet natuurbescherming. Resultaten nader onderzoek huismus In totaal zijn er 9 verblijfplaatsen van huismussen aangetroffen in woningen behorend tot het plangebied.
Door het uitvoeren van de voorgenomen plannen zullen deze verblijfplaatsen, ten minste tijdelijk, verloren gaan. De voorgenomen werkzaamheden hebben enkel invloed op verblijfplaatsen van huismussen. De overige onderdelen (o.a. foerageergebied en schuilplekken) die de omgeving van het plangebied geschikt maken als leefgebied voor huismussen, ondervinden geen invloed van de werkzaamheden.
39
Vastgesteld bestemmingsplan "SalmRijck te Loon op Zand" -16 mei 2022
Doordat de voorgenomen ingreep slechts invloed heeft op een beperkt aantal verblijfplaatsen, omdat de overige onderdelen van het leefgebied (o.a. foerageergebied en schuilplekken) intact blijven en omdat er voldoende alternatieve verblijfplaatsen zijn, zal deze opzichzelfstaande ingreep geen negatieve gevolgen hebben op de gunstige staat van instandhouding van de lokale populatie huismussen. In de nabije toekomst zullen echter, naar verwachting nog vergelijkbare ingrepen worden uitgevoerd bij omliggende gebouwen. Deze optelsom aan ingrepen kan er voorzorgen dat de gunstige staat van instandhouding van de lokale populatie huismussen op termijn negatief wordt. Om dit te voorkomen zijn compenserende maatregelen noodzakelijk. Om te voorkomen dat individuele huismussen schade zullen ondervinden van de voorgenomen werkzaamheden zijn mitigerende maatregelen nodig. Als goede mitigerende- en compenserende maatregelen worden genomen dan kunnen wezenlijke negatieve effecten op de aanwezige huismussenpopulaties worden voorkomen. Resultaten nader onderzoek gierzwaluw In het plangebied werden twee verblijfplaatsen van gierzwaluwen aangetroffen. Gezien het aantal laagvliegende dieren zijn er in totaal zo'n tien tot vijftien nesten van gierzwaluwen aanwezig in een straal van zo'n 250 meter rond het plangebied.
De waargenomen gierzwaluwen hebben verblijfplaatsen verspreid over de wijk in vrij verspreide groepen. Per gebouw zijn vaak maximaal twee verblijfplaatsen aanwezig. Voor de verblijfplaatsen van gierzwaluwen geldt, net als voor de verblijfplaatsen van de huismussen, dat er in de omgeving van de complexen identieke bouwblokken aanwezig zijn met een zelfde potentie als de woningen waarin de verblijfplaatsen van de gierzwaluwen zijn aangetroffen. Het is dan ook de verwachting dat de aangetroffen gierzwaluwpaartjes vrij gemakkelijk een alternatieve verblijfplaats kunnen vinden in de directe nabijheid van hun huidige verblijfplaats. Door het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden zullen de huidige verblijfplaatsen echter wel ongeschikt worden. Om de lange termijn geschiktheid van het plangebied te garanderen is het noodzakelijk om compenserende maatregelen uit te voeren. Om te voorkomen dat individuele broedgevallen gehinderd/gestoord worden door de werkzaamheden zijn mitigerende maatregelen noodzakelijk. Als voldoende mitigerende- en compenserende maatregelen worden genomen, dan kunnen (wezenlijke) lange termijn effecten op de aanwezige populatie worden uitgesloten. Resultaten nader onderzoek vleermuizen Het plangebied maakt een vast onderdeel uit van een aanzienlijke kolonie gewone dwergvleermuizen.
Het is vastgesteld dat het plangebied een functie heeft voor deze kolonie gewone dwergvleermuis als verblijfplaats. In het plangebied zijn een kraamverblijfplaats, een zomerverblijfplaats en vier paarverblijfplaatsen aanwezig. Door het uitvoeren van de voorgenomen ingreep zullen deze verblijfplaatsen ongeschikt worden en daarmee verdwijnen. De voorgenomen ingreep heeft geen/nauwelijks negatieve effecten op het omliggende foerageergebied. Gewone dwergvleermuizen hebben doorgaans een heel netwerk aan verblijfplaatsen waar frequent tussen gewisseld wordt. Ook bij de vleermuizen die gebruik maken van het plangebied is hier sprake van. Tijdens geen van de onderzoeken waren de vastgestelde verblijfplaatsen in gelijke mate bezet (behalve de paarverblijfplaatsen). Ook werden in de directe omgeving van het plangebied verschillende andere verblijfplaatsen aangetroffen. Gezien de waargenomen vliegbeweging vormen de waargenomen verblijfplaatsen slechts een klein deel van het daadwerkelijke aantal gebruikte verblijfplaatsen. Door dit netwerk aan verblijfplaats zijn gewone dwergvleermuizen vrij flexibel als plotseling een verblijfplaats wegvalt; er zijn nog meerdere alternatieven beschikbaar. Door deze opzichzelfstaande ingreep zijn dan ook geen negatieve effecten op de gunstige staat van instandhouding van de lokale populatie gewone dwergvleermuizen te verwachten.
In de nabije toekomst zullen echter, naar verwachting nog vergelijkbare ingrepen worden uitgevoerd bij omliggende gebouwen. Deze optelsom aan ingrepen kan er voorzorgen dat de gunstige staat van instandhouding van de lokale populatie gewone dwergvleermuizen op termijn negatief wordt. Om dit te voorkomen zijn compenserende maatregelen noodzakelijk. Om te voorkomen dat individuele gewone dwergvleermuizen schade zullen ondervinden van de voorgenomen werkzaamheden zijn mitigerende maatregelen nodig. Als goede mitigerende- en compenserende maatregelen worden genomen dan kunnen wezenlijke negatieve effecten op de aanwezige gewone dwergvleermuizenpopulatie worden voorkomen.
Vastgesteld bestemmingsplan "SalmRijck te Loon op Zand" -16 mei 2022
40
Conclusie Het plangebied is onderzocht op het voorkomen van verblijfplaatsen van vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. In totaal zijn in deze woningen 9 huismussennesten, 2 gierzwaluwnesten en 6 verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Door het uitvoeren van de voorgenomen ingreep zullen deze verblijfplaatsen verdwijnen, dit is een overtreding van de Wet natuurbescherming. Door de aanwezigheid van deze nesten en verblijfplaatsen kunnen niet alle woningen zondermeer gesloopt worden. Voor het verwijderen van verblijfplaatsen van gierzwaluwen, huismussen en vleermuizen is een ontheffing van de omgevingsdienst nodig. Om een ontheffing te kunnen aanvragen is het noodzakelijk om een mitigatieplan/activiteitenplan op te stellen. Met een mitigatieplan en een activiteitenplan kan een ontheffing worden aangevraagd. Er is een mitigatieplan opgesteld waarbij in juli 2019 voor huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen op verschillende locaties in de omgeving kasten zijn gebouwd. Er is door de omgevingsdienst Brabant Noord een goedkeuring gegeven op het Ecologisch werkprotocol (EWP) met de voorgestelde maatwerkoplossing voor de woning aan de Van Salm Salmstraat 14, waar een kraamverblijf is gevestigd. Dat onder de voorschriften van de SMP door woningcorporatie Casade zal worden uitgevoerd. Het goedkeuringsbesluit van het EWP is als bijlage toegevoegd bij dit bestemmingsplan.
ALG-50Q] .G-5002
O.G-50Q1
LG-50Q5
ALG-SOi ALG-5QU
LG-5005 ILG-SOÍ
ALG-50K
ALG-50Í ALG-50C
ALG-5(
fG-5003 # LG-S003
İ003ALG-SÍ
ALG-5'
ALG-5QI -G-501'
iLG-5009 ALG-5Í
ALG-5C ALG-500;
Locaties kasten: î 40 x huismus (10 extra, noodzakelijk -zie onderzoek huismussen J&J) 10 (x3) Gierzwaluw ţ 24 x Vleermuis
Figuur 5.3: Mitigatieplan ontmoediging huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen
' O” * vxiy»~- O
í- Groot verblijf O Kraamkast » Kleine vleermuiskast o Gierzwaluwkast o Huismuskast
Figuur 5.4: Overzicht permanente mitigerende maatregelen huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen 41
Vastgesteld bestemmingsplan "SalmRijck te Loon op Zand" -16 mei 2022
De ontmoediging van gebouw bewonende soorten heeft plaatsgevonden met als gevolg dat de bestaande woningen aan de van Salm Salmstraat en de Van Rijckevorselstraat mogen worden gesloopt. Daarmee kan geconcludeerd worden dat voor gebouw bewonende soorten geen aanvullend onderzoek meer noodzakelijk is. Daarnaast is er het voornemen om de te realiseren nieuwbouw natuur-inclusief uit te voeren. Hierbij zullen er huismuskasten, gierzwaluwkasten, kleine vleermuisverblijven en grote vleermuisverblijven in de gevels van de te bouwen woningen worden gerealiseerd. Daarnaast zullen er meerdere kasten en verblijven, waaronder een kraamverblijf worden toegevoegd aan de woningen aan de Willibrordusstraat. In de bovenstaande onderzoeken is enkel soortgericht onderzoek naar gebouw bewonende soorten uitgevoerd. Overige soorten die de volkstuinen als leefgebied hebben vallen daar niet onder. Er dient daarom een aanvullende quickscan naar overige soorten uitgevoerd te worden ter plaatse van de volkstuinen. De resultaten van de aanvullende quickscan worden later in dit hoofdstuk beschreven.
Zorgplicht Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als "veilige" periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan ook uitgevlogen. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kunnen bijvoorbeeld struiken gedurende het groeiseizoen kort gesnoeid worden, zodat er geen vogels gaan broeden. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te beperken (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen).
Aanvullend onderzoek huismus en steenmarter Arcadis heeft een aanvullende quickscan opgesteld om eventuele negatieve effecten op beschermde soorten buiten het SMP en benodigde vervolgstappen in beeld te brengen. De resultaten van dit aanvullend onderzoek zijn vervat in het rapport ' Memo essentieel leefgebied huismus, Arcadis, projectnummer 30111937, 24 februari 2022'. Op basis van deze quickscan is vastgesteld dat in het plangebied en de directe omgeving beschermde soorten van de Wnb voorkomen. Voor huismus en steenmarter kon aanwezigheid van beschermde functies in de quickscan niet worden uitgesloten. In dit aanvullende onderzoek wordt beoordeeld of het volkstuinencomplex essentieel leefgebied van de huismus herbergt en verblijfplaatsen en foerageergebied van de steenmarter. Steenmarter Op 11 februari 2022 is een veldbezoek uitgevoerd waarbij gezocht is naar verblijfplaatsen, sporen (uitwerpselen, pootafdrukken, prooiresten, etc.) en andere indicerende factoren voor aanwezigheid en/of verblijven van steen marters. Tijdens het veldbezoek op 11 februari 2022 waren aanwezige schuurtjes en kassen die voorheen mogelijk verblijf konden bieden aan steenmarters afgebroken. De onderdelen zijn opgestapeld op een grote afvalhoop in het midden van het volkstuinencomplex. In en rondom nog aanwezige schuurtjes zijn geen sporen van steenmarter aangetroffen.
Ook elders op het terrein zijn geen uitwerpselen, pootafdrukken, prooiresten of sporen van andere aard aangetroffen die een indicatie vormen voor aanwezigheid van verblijfplaatsen van steenmarters. Vervolgstap pen m.b.t. steenmarter zijn daarom niet aan de orde. Huismus Op basis van luchtfoto's is het oppervlak potentieel leefgebied bepaald. Aan de hand van ontwerpschetsen is de oppervlakte potentieel leefgebied bepaald dat verdwijnt als gevolg van de werkzaamheden. Hiermee is een effectbeoordeling opgesteld voor de werkzaamheden op potentieel leefgebied, 42
Vastgesteld bestemmingsplan "SalmRijck te Loon op Zand" -16 mei 2022
waarbij is aangegeven wat wordt gezien als essentieel leefgebied voor huismus. Daarmee is een toetsing aan de Wnb uitgevoerd en is een conclusie getrokken over mogelijke overtreding van verbodsbepalingen. Op basis van luchtfoto's zijn negen zones in en rondom het plangebied aangewezen als potentieel leefgebied van huismussen. Van voortuinen is vrijwel geen sprake in en rondom het plangebied. Op basis van de luchtfoto's is vastgesteld dat de meeste achtertuinen betegeld zijn of van bebouwing (schuren, e.d.) voorzien. In algemene zin zijn voor- en achtertuinen rondom het plangebied minimaal geschikt en bieden weinig tot geen functies voor huismussen. Enkele tuinen zijn echter wél functioneel voor huismussen door aanwezigheid van zandbadplaatsen, drinkplaatsen, schuil- en kwetterplaatsen, foerageergebied, etc. Er is in de bestaande situatie sprake van 5.080 m2 potentieel leefgebied huismus, waarvan 3.500 m2 verloren gaat als gevolg van de planontwikkeling. Op basis van het schetsontwerp wordt 2.537 m2 nieuw wordt aangelegd. Per saldo neemt het potentieel leefgebied voor huismussen dus af met 963 m2 (20%) en resteert na de planont wikkeling 4.117 m2. Tijdelijk is echter sprake van een afname van 3.500 m2 (circa 70%), waardoor huismussen die afhankelijk zijn hiervan, voor de planontwikkeling is gerealiseerd, afhankelijk zijn van potentieel leefgebied elders.
Bij de geplande activiteit wordt een groot deel van essentieel leefgebied van huismussen tijdelijk en permanent verwijderd. De functionaliteit van aanwezige nest- en rustplaatsen (zowel verblijfplaatsen in woningen buiten het plangebied, als de tijdelijke voorzieningen) rondom het plangebied wordt hiermee aangetast. Door het verdwij nen van essentieel leefgebied is niet uit te sluiten dat huismussen hun huidige nestplaatsen verlaten op zoek naar nieuw leefgebied. Hierbij is de nestlocatie niet meer functioneel en wordt deze in wettelijke context als vernield beschouwd. Dit is een overtreding van de Wnb, art. 3.1 (zie Tabel 3), waarvoor een ontheffing Wnb soortbescherming dient te worden aangevraagd. Daarbij is het nodig om mitigerende en compenserende maatregelen te tref fen om de functionaliteit te behouden en de lokale Staat van Instandhouding van de huismus te waarborgen. Compenserende maatregelen In totaal verdwijnt circa 3.500 m2 essentieel leefgebied. Om het plangebied ook in de nieuwbouw situatie func tioneel te houden voor huismussen moet het verloren leefgebied gecompenseerd worden. In het schetsontwerp voor de nieuwbouw is rekening gehouden met 2.537 m2 aan groenvoorzieningen die kunnen dienen als essentieel leefgebied. Hierbij zijn achtertuinen en kleinere groene onderdelen uit het ontwerp niet meegenomen. Dit is nog onvoldoende voor 1:1 compensatie.
In totaal is een compensatie van eenzelfde oppervlak (van 3.500 m2) aan functioneel groen in de nieuwbouw situatie haalbaar en kan ruim voldoende geschikt leefgebied gecreëerd worden in de nieuwe situatie, waardoor in 2023 weer voldoende functioneel leefgebied voor huismus aanwezig is. Het inrichtingsplan voor de nieuwe situatie behoeft nog nadere uitwerking, onder andere in overleg met bewo ners. Er is hierbij mogelijkheid voor beplanting, bomen, waterberging, speel-, zit- en/of ontmoetingsplaatsen en inrichting van een groen hof, met name in het binnenterrein. Denk hierbij aan hoog opgaande en groenblijvende struiken, heggen en hagen van ca. 3-4 meter hoog. Aanplant van beukenhagen waarin huismussen dekking en voedsel (luizen) vinden, is bijvoorbeeld een goede optie hiervoor. Conclusies en vervolgstappen ^ Als gevolg van de aantasting van essentieel leefgebied van huismus, dient tijdig een ontheffing Wnb soorten bescherming te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag (ODBN). ^ Mitigerende maatregelen zijn noodzakelijk om het functioneren van het leefgebied voor huismus tijdens de werkzaamheden te garanderen: aanbieden foerageermogelijkheden. Deze dienen nader te worden uitgewerkt in een ecologisch werkprotocol.
^ Compenserende maatregelen zijn noodzakelijk om het functioneren van het leefgebied van huismus na de werkzaamheden te garanderen: aanplant gepaste groenstructuren. Dit dient nader te worden uitgewerkt in het definitief ontwerp.
Voorwaardelijke verplichting flora en fauna De gronden ter plaatse van de bestemming 'Wonen' mogen pas worden bebouwd en in gebruik worden genomen nadat er ontheffing op de Wnb is verleend door het bevoegd gezag. Er wordt een ontheffing aangevraagd waarvan wordt verwacht dat deze wordt verleend. Voor uitvoering van de werkzaamheden dient deze te zijn verleend.
Vastgesteld bestemmingsplan "SalmRijck te Loon op Zand" -16 mei 2022